Kroniek


1983-1984

 
     
     
VWB
Overzicht
 
Langs deze weg zouden wij een beroep willen doen op de lezers van deze kroniek om ons nieuwe publikaties te signaleren en ons overdrukken toe te sturen, vooral in een tijd dat in de bibliotheken de nieuwe aanwinsten met mondjesmaat binnenkomen. Ook al wordt in deze kroniek geen volledigheid nagestreefd, toch is het wenselijk zoveel mogelijk belangrijke monografieën en in tijdschriften en verzamelwerken opgenomen bijdragen te bespreken. Wij danken u voor uw medewerking.

583. - In 1984 verscheen voor de tweede maal een aantal registers op de Wolfenbütteler Notizen zur Buchgeschichte (1): systematisch, auteurs, recensenten, namen, plaatsen en onderwerpen. Vermeldenswaard is dat het register met behulp van een microcomputer is samengesteld; het gedrukte resultaat dat voor ons ligt, is perfect. [E. C.-I.].
(1) Register Jahrgang IV, 1979-VIII, 1983 der laufenden Bibliographie zur Geschichte des Buchwesens. Bearbeitet von Erdmann WEYRAUCH unter Mit. wirkung Sebastian Franck WEYRANCK. Wiesbaden, O. Harrassowitz, 1984-152 p.
584. - De lopende bibliografie over de geschiedenis van het boekwezen in Duitstalig gebied beslaat het overgrote deel van jaargang 8 van de Wolfenbütteler Notizen zur Buchgeschichte (2). Ze werd door Erdmann Weyrauch samengesteld. [E. C.-I.].
(2) Wolfenbütteler Notizen zur Buchgeschichte, 8, 1983, 3 Hefte, p. 22-108, 128-201.
585. - Het nieuwe blad (3) voor verzamelaar en handelaar wil informeren over "de boekenwereld" in het Nederlandse taalgebied. Naast vaste rubrieken over curieuze boeken, antiquariaten, bibliotheken, veilingen, nieuwe catalogi en vakliteratuur, tentoonstellingen, een hoekje voor "vraag en aanbod", bevat elke aflevering enkele artikels over boek of prent. In dit eerste nummer zijn dat o.a. J. F. Heijbroek en Jan Storm van Leeuwen, Het antiquariaat Meijer Elte 1899-1984; D. Haks, Pornografie in de zeventiende eeuw : libertijnse achtergronden en voorland der burgerij (een vrij oppervlakkig overzicht); Peter Schatborn, Twee prenten van Rembrandt door Van Vliet; J.F. Heijbroek Twee tekeningen van Salomon de Bray? (over de afbeelding van een zeventiende-eeuwse boek- en kunsthandel). Als het tijdschrift leefbaar blijkt, kan het wellicht ook enige aandacht besteden aan de boekenwereld buiten de "randstad" ... [M. d. S.].
(3) De Boekenwereld : tijdschrift voor boek en prent. Utrecht, Matrijs, 1, 1984-1985, 1, september 1984. - ISSN 0 168-8391. Fl. 39, 50. Postbus 670, 3500 AR Utrecht.
586. - Sedert 1972 verschijnt het bulletin Dokumentaal. In de eerste plaats voor neerlandici bestemd, vindt de boekhistoricus en vooral de bibliograaf er ruimschoots nuttige informatie, zeker in een tijd dat niet iedereen, zelfs via bibliotheken, even gemakkelijk over nieuwe publikaties kan beschikken. De geboden informatie beperkt zich echter niet tot nieuwe publikaties, maar gaat ook over lopend onderzoek in Noord en Zuid. In 1982 verscheen een eerste cumulatief register (4) op de eerste tien jaargangen. [E. C.-I.].
(4) W. N. M. HÜSKEN, Dokumentaal. Informatie- en communicatiebullelin voor neerlandici. Register op de jaargangen 1, 1972 t/m 10, 1981, Hilversum & Leuven, 1982, 104 p.
587. - Het typografisch fraaie drukkersadres van Bartholomeus Gravius uit 1547 leverde ook de naam van het nieuwe Leuvense bibliotheektijdschrift (5). De eerste jaargang bevat een overzicht door J. Roegiers van Vijf eeuwen bibliotheekgeschiedenis, evenals artikels over bibliotheekgebruik, "vondsten" in de verzamelingen en recente aanwinsten van het Universiteitsarchief en de UB ; deze laatste door C. Coppens onder de titel Van Plutarchus tot Heverlee (een Plutarchus-incunabel, Brescia, Jacopo de' Britannici, 1499, Polain 3213 en Nicolas de le Ville, Heverlea Celestina, Leuven, Cyp. Coenestein, 1661 als chronologische termini). Vooral te vermelden zijn een vijfde (bekend) exemplaar van de Nederlandse vertaling van Joannes de Ketham, Fasciculus medicine, Antwerpen, Claes de Grave, 26 mei 1512 (NK 1223), evenals het tweede (bekend) exemplaar van de voor het humanisme belangrijke Oratio de linguarum laude door Matthaeus Adrianus. Deze eerste hoogleraar Hebreeuws aan het Collegium Trilingue trok enige tijd later naar Wittenberg waar het boekje door J. Grunenberg in 1520 werd gedrukt.
Het artikel van M. Derez, Archief Vital Vingeroedt: vijf meter lovaniensia in het Universiteitsarchief wijst de weg naar een omvangrijke documentatie over Leuvense drukkers, in de eerste decennia van deze eeuw verzameld met het oog op een "Bibliographie louvaniste". [M. d. S.].
(5) Ex Officina: bulletin van de Vrienden van de Leuvense Universiteitsbibliotheek. 1, 1984, introductienummer = enige aflevering, 64 p.
588. - Deze boeiende verzameling studies over onze onbekende achttiende eeuw (6) opent met Imaginaire reisverhalen in Nederland gedurende de 18de eeuw (p. 7-35) dat een lijst bevat (p. 27-30) van in het Nederlands gepubliceerde imaginaire reisverhalen tot 1813. Van 1553 tot 1700 zijn dat uitsluitend vertalingen uit het Latijn (Th. Morus), Grieks (Lucianus), Engels (F. Godwin) en Frans (G. Rollenhagen, D. Vairasse en Fénelon). Het eerste oorspronkelijke Nederlandse verhaal is H. Smeeks' Beschryvinge van het Magtig Koningryk Krinke Kesmes (Amsterdam, 1708, door Buijnsters heruitgegeven in 1976). Buiten deze kroniek valt de Check-list 18de-eeuwse spectatoriale tijdschriften in Nederland (p. 77-85) waarbij ook de Zuidnederlandse, vertaalde en anderstalige spectators worden betrokken (samen 118 nrs.). [M. d. S.]
(6) P. J. BUIJNSTERS, Nederlandse literatuur van de achttiende eeuw : veertien verkenningen. Utrecht, HES, 1984, 248 p. - ISBN 90-6194-254-3. Fl. 25
589. - De bijzondere fraaie uitgave n.a.v. de zeventigste verjaardag van de uitermate verdienstelijke Bé van Ginneken-Van de Kasteele (7) is belangrijk om twee redenen: zij biedt weinig bekende bijzonderheden over E.J. Labarre, de man van het woordenboek over papier en van de Paper Publications Society, en over zijn jarenlange medewerkster en papierhistorica Bé van Ginneken; vervolgens stelt zij ons in de mogelijkheid een glimp op te vangen van de Labarre-Collectie. De auteur koos acht thema's, kort ingeleid, zoals de papiermolen en de "hollander", schepvorm en watermerk, het marmeren van papier. De boeken en voorwerpen (114 nummers) zijn kort beschreven en toegelicht. [E. C.-I.].
(7) A. C. SCHUYTVLOT, Papier in de U.B.A. Catalogus bij de tentoonstelling ingericht ter gelegenheid van de zeventigste verjaardag van Mevr. B. J. van Ginneken- Van de Kasteele, van 1965 tot en met 1979 conservatrice van de papierhistorische Labarre-Collectie in de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek. Amsterdam, Universiteitsbibliotheek, 1984, 84 p., ill. - ISBN 90-6125-361-6. Te verkrijgen bij de Universiteitsbibliotheek, Singel, 425, NL - 1012 WP Amsterdam.
590. - De Piccardse Findbücher volgen elkaar snel op. Laatst verschenen deel (8) is gewijd aan de vruchten als watermerk. [E. C.-I.].
Zie ook nr. 1118
(8) Gerhard PICCARD, Wasserzeichen Frucht. Stuttgart, W. Kohlhammer, 1983, 310 p. (Die Wasserzeichenkartei Piccard im Hauptstaatsarchiv Stuttgart. Findbuch XIV). - ISBN 3-17-007981-6. linnen. DM 210.
591. - Deel 10 van het NBW (9) bevat volgende rubrieken voor onze kroniek. In alfabetische volgorde: Levinus van Hulse, Hulsius, de uit Gent afkomstige Neurenbergse uitgever, door J. Machiels (kolom 273-287); Pieter de Keysere, de Gentse drukker, idem (kolom 345-348); de cartograaf Mercator door A. de Smet (kolom 431-455); de veilinghouder F.J. Olivier door J. Deschamps (kolom 483-491); de commentator van Boethius' Consolatio Reinerus van St. Truiden door A. Pattin (kolom 536-539). [J. M.].
(9) Nationaal Biografisch Woordenboek, X. Brussel, Paleis der Academiën, 1983.
592. - De in september 1983 officieel ingehuldigde Bibliotheca Wittockiana te Brussel is een privé-collectie van werken over heraldiek en toponymie maar vooral van boekbanden (in hoofdzaak Franse, 15de-20ste eeuw). Ze is ondergebracht in een speciaal daartoe geconcipieerd gebouw: een schatkamer waarrond werk- en studeerruimten en een tentoonstellingszaal liggen. Een wetenschappelijk comité zorgt er voor dat deze instelling een centrum wordt van tentoonstellingen, colloquia en andere activiteiten. Bovendien heeft dat comité een reeks van uitgaven op het getouw gezet, waarin exclusief publikaties over de boekband worden opgenomen, de Studia Bibliothecae Wittockianae. Het eerste deel in deze reeks is zopas van de pers (10), een statig boek, rijkelijk geïllustreerd en in fraaie vollinnen band. Het bundelt vijftien opstellen van uiteenlopende aard geschreven door twee Belgische, twee Duitse, vijf Engelse, twee Franse, één Hongaarse, één Nederlandse en twee Oostenrijkse auteurs. In het raam van deze kroniek vallen enkele bijdragen te signaleren: Konrad von Rabenau, Ein "neuer Haebler". Überlegungen zur weiteren Arbeit an dem Repertorium des flgürlichen Einbandschmucks aus dem 16. Jahrhundert (p. 99-115); Albert Derolez, La tranche dorée et ciselée d'après les collections de la Bibliothèque de l'Université de Gand (p. 251-272) ; Jan Storm van Leeuwen, Un groupe remarquable de reliures amstellodamoises ou contribution á l'étude des reliures du XVIIIe siècle (p. 321-374); Giles Barber, Le vocabulaire français de la reliure au dix-huitième siècle (p. 391-413). Eén ding valt te betreuren: de afwezigheid van een register; de talloze namen van binders, auteurs, bezitters - om slechts deze te noemen - zitten verscholen in de met veel realia gestoffeerde artikelen. [E. C.-I.].
(10) De libris compactis miscellanea. Collegit G. COLIN. Aubel, P. M. Gason - Bruxelles, Bibliotheca Wittockiana, 1984, 437 p., ill. (Studia Bibliothecae Wittockianae, l). - BF 4.900.
593. - De herdenking van het duizendjarig bestaan van de stad Luik gaf o.m. aanleiding tot een tentoonstelling in de Stadsbibliotheek. De begeleidende, keurig uitgevoerde en met verscheidene kleurreprodukties verluchte catalogus (11) is in hoofdzaak aan de boekdrukkunst gewijd. Adjunct-conservatrice Claude Triaille-Closset geeft na een (al te) summier overzicht van de geschiedenis van de boekdrukkunst te Luik tot 1780, een beschrijving van 200 Luikse drukken voorzien van commentaar en een biografische aantekening over de drukker. Alle belangrijke Luikse drukkers, van Morberius tot Bassompierre, zijn met een keuze uit hun werk vertegenwoordigd. [E. C.-I.].
(11) Liège : ses bons métiers, ses premiers imprimeurs. Catalogue de l'exposition organisée au Foyer de la Maison de la Culture" Les Chiroux" du 18 septembre au 15 octobre 1980. Liège, Vaillant-Carmanne - Bibliothèque centrale de la Ville de Liège "les Chiroux ", 1980, 64 p., ill.
594. - Honderdéénenzeventig gepubliceerde catalogi van het bezit der Universiteitsbibliotheek (vroeger stadsbibliotheek) te Amsterdam staan beschreven en beknopt toegelicht in de Catalogus catalogorum (12), een gelegenheidsuitgave die ook een uitgesproken praktisch nut heeft. Op zeer uiteenlopende gebieden zijn deelcatalogi tot stand gekomen, door de UB zelf of door anderen gepubliceerd maar betrekking hebbend op de collecties van de UB. De beschrijvingen zijn systematisch geordend : catalogi van het hele bezit (eerste catalogus van de Bibliotheek van Amsterdam dateert van 1612), van oude drukken, van de Collectie Polak, geneeskunde, dodendansen, enz. De Catalogus catalogorum is tot stand gekomen in samenwerking met de afdeling Titelbeschrijving en de afdeling Automatisering. [E. C.-I.].
(12) Catalogus catalogorum ad collectiones Bibliothecae Universitatis Amstelodamensis pertinens. Josepho Renero Defraipont LXV annos nato a discipulis collegisque oblatus. Amstelodami, in Bibliotheca Universitatis, 1981 [= 1982], 257 p., ill. (Universiteitsbibliotheek van Amsterdam - Speciale Catalogi. Nieuwe serie, nr. 14). - ISBN 90-6125-351-9. Singel 425, 1012 WP Amsterdam.
595. - Ongemeen rijk aan informatie is het artikel over de lotgevallen van de Arenbergbibliotheek, door Claudine Lemaire (13) zorgvuldig als een legpuzzel ineengepast. Beter dan wie ook weet zij hoeveel stukjes nog ontbreken om een volledig beeld te krijgen van het bezit aan handschriften en oude drukken en de geschiedenis van elk van deze boeken. Toch biedt haar uiteenzetting voldoende gegevens om aan de vakgenoten bij herhaling de uitroep te ontlokken : ach, zó zat de vork in de steel! De lijsten aan het eind van het artikel zijn waardevolle overzichten van titels en bewaarplaatsen. [E. C.-I.].
(13) Claudine LEMAIRE, La bibliothèque des ducs d'Arenberg, une première approche, in Liber amicorum Herman Liebaers. Frans Vanwijngaerden, Jean-Marie Duvosquel, Josette Mélard, Lieve Viaene-Awouters ediderunt. Bruxellis, het Gemeentekrediet van België voor de Vrienden van de Koninklijke Bibliotheek Albert 1, 1984, p. 81-106. - BF 2000.
596. - De cisterciënzerabdij Ter Duinen, van bij haar stichting in 1128 te Koksijde gevestigd, heeft in 1627 als gevolg van de zestiende-eeuwse godsdiensttroebelen de wijk moeten nemen naar Brugge waar zij een onderkomen vond in het refugehuis van de cisterciënzerabdij Ter Doest, in 1569 opgeheven en in 1624 aan de Duinenabdij geschonken. Op haar beurt opgeheven in 1796 werden de gebouwen genaast, maar in 1833 ter beschikking gesteld van het zes jaar eerder heropgerichte bisdom Brugge. In de oude Duinenabdij was nu het Grootseminarie gevestigd. Over de geschiedenis van deze gebouwen en het wetenschappelijk en artistiek patrimonium van beide instellingen is nu een mooi boek (14) verschenen. Het is een bundeling opstellen door een kleine schare auteurs. Wat ons in deze Kroniek vooral aanbelangt is Deel II, gewijd aan boek en bibliotheek. Daarin weze kort vermeld Het archief van het Grootseminarie te Brugge door Noël Geirnaert, de Index van de handschriften van het Grootseminarie door Roel vander Plaetse en Vier eeuwen Vlaamse miniatuurkunst in handschriften uit het Grootseminarie te Brugge door Maurits Smeyers en Bert Cardon.
Antoon Viaenes (†) artikel over de bibliotheek van het Grootseminarie, in 1957 in "Collationes Brugenses et Gandavenses" verschenen, is hier opnieuw opgenomen. De geschiedenis van de bibliotheek (van de Duinenabdij en van het Grootseminarie) loopt grotendeels parallel met de hierboven geschetste gang van zaken. Bij de plundering door de protestanten in de 16de eeuw was het rijke bezit aan handschriften en drukken grotendeels vernield. De aanhechting van Ter Doest betekende daarentegen een aangroei van de Duinenbibliotheek. Wat tijdens de Franse Revolutie gered was aan boeken, afkomstig zowel van het oude Seminarie, als van de abdij, werd nu samengevoegd: de kern van de huidige bibliotheek van het Grootseminarie. Toch zijn lang niet alle geredde handschriften uit de Duinenabdij in het Grootseminarie beland. In de negentiende eeuw zijn de handschriften met gewijde literatuur aan het Grootseminarie toegevallen, de handschriften met profane inhoud aan de Stadsbibliotheek. Ook de collectie van Ter Doest is op dergelijke wijze verdeeld. De figuur van Mgr. Malou, eerst hoogleraar en bibliothecaris te Leuven, daarna bisschop van Brugge, is in zijn rol van erudiet bibliothecaris en bibliofiel speciaal belicht ; zijn bibliotheek, waaronder veel oude drukken, vormt een van de belangrijkste kernen van de collectie in het Grootseminarie. Alfons Dewitte heeft daarop aansluitend een onderzoek ingesteld naar het boekenbezit uit de 15de en 16de eeuw in de bibliotheek van het Grootseminarie: 262 titels uit de incunabeltijd waaronder Noord- en Zuidnederlandse (Leeu, Veldener, e.a.) maar vooral Venetiaanse, Straatsburgse, Keulse, Neurenbergse en Bazelse. Opvallend voor de 16de eeuw zijn meteen de 38 Lutherdrukken, een groot aantal (Roomse) bijbels en humanistische werken. Willy Le Loup ten slotte doet een greep in de rijke verzameling boekbanden en bespreekt enkele groepen of enkele specimina. Een sober lijnenpatroon verwijst naar de Duinenabdij als opdrachtgeefster en misschien als plaats van oorsprong. Een andere groep banden is er in de eerste helft van de 17de eeuw herbonden en met lijnen en rollen in blindstempeling versierd. De banden die abt Campmans (2de kwart 17de e.) liet binden vertonen zijn wapen in goudstempeling. Evenzo liet Mgr. van Susteren in 1740 zijn boeken herbinden door Pieter de Sloovere. De mooie zestiende-eeuwse paneelstempelbanden vertonen vrijwel steeds het ex-libris van Mgr. Malou. Een band met negenmaal hetzelfde dieren-in-rankenpaneel beprent heeft Anthonius de Gavere voor abt Jan Crabbe gebonden. Ook andere Vlaamse boekbinders zijn in de Malou-collectie vertegenwoordigd. Renaissance banden, ook uit Duitsland, banden versierd " á la dentelle ", uitgeversbanden, een hele reeks negentiende-eeuwse drukken die Mgr. Malou bij R. P. Schavye in Brussel liet binden, en tenslotte de gewone, onversierde gebruiksbanden. Het boek is met zorg gedrukt, geïllustreerd (jammer alleen dat sommige afbeeldingen vergroot zijn weergegeven) en uitgegeven, een weelde in deze tijd van typoscripts. [E. C.-I.].
(14) De Duinenabdij - 1627-1796 - en het Grootseminarie - 1833-1983 - te Brugge: bewoners, gebouwen, kunstpatrimonium. Onder redactie van Adelbert DENAUX en Eric VANDEN BERGHE. Met bijdragen van Johan Bonny, Adelbert Denaux, Toely De Jaegere, Noël Geirnaert, Roeland Vander Plaetse, Maurits Smeyers en Bert Cardon, Antoon Viaene (+), Alfons Dewitte, Willy Le Loup, Hilde Lobelle-Caluwé, Boudewijn Janssens de Bisthoven. Tielt-Weesp, Lannoo, 1984, 341 p., ill. - ISBN 90-209-1190-2. BF 1980.
597. - De verzameling bijbels en uitgaven i.v.m. de Bijbel in het bezit van het Bisschoppelijk Museum te Uden behoort tot de niet of minder bekende bibliotheken. Het initiatief van het Museum hieraan een tentoonstelling met catalogus (15) te wijden, is dan ook toe te juichen. Jammer dat de samensteller van de catalogus de gelegenheid niet te baat genomen heeft iets over de historiek van deze bibliotheek te vertellen. Naar ik vermoed moet het Bisschoppelijk Museum ondergebracht zijn in de birgitinessenabdij Maria Refugie; maar is het boekenbezit ook uit de abdij afkomstig? In een tiental paragrafen zijn (hoofdzakelijk Rooms-katholieke) bijbels beschreven, prentenbundels, concordanties, commentaren, tekstkritische werken, woordenboeken m.b.t. de Bijbel, uitgaven waarvan de Bijbel de voornaamste bron is, zoals apologetische werken. Helaas moet gezegd worden dat de (vrij uitvoerige) beschrijvingen zuiver dilettantenwerk zijn dat niet beperkt is tot foute terminologie ("houtprenten" voor houtsneden, "blinddruk in goud"? e.a.) en specifieke literatuuropgave overbodig acht (Campbell en Nijhoff & Kronenberg, Le Long en Darlow & Moule, om slechts die vier te noemen, lijken volkomen onbekend). De elementen van het impressum staan vaak los van elkaar verspreid in de tekst, terwijl een register op auteurs, tekstbezorgers en dgl., en op drukkersuitgevers ontbreekt. Het wordt dus een tijdrovende bezigheid de drukken uit de Nederlanden op te sporen : het zijn er een zeventigtal of de overgrote meerderheid. Naar het einde toe duiken plots een paar handschriften op: Alijt Bake, Franciscus Sonnius, Adam Lutkenhausen. De geïnvesteerde energie en financiën hadden, met enkele van de vele bestaande goede voorbeelden van tentoonstellingscatalogi voor ogen, ongetwijfeld betere vruchten afgeworpen. De hele opzet en de keuze van de boeken verdienden dat. [E. C.-I.].
(15) W. Broess, Bijbels en bijbelse boeken in Uden, 1500-1900, Bibliotheek van het Bisschoppelijk Museum. Beschrijving naar oorsprong en inhoud. [Uden, Museum voor Religieuze Kunst, 1981], II-88 p., ill.
598. - Niemand beter dan de bijbelkenner C.C. de Bruin kon in het album De Groot (16) een boeiend portret schrijven van de publicist, historieschrijver en bibliograaf Isaäc Le Long. Hij is ons allen bekend als de auteur van de Boek-Zaal der Nederduytsche Bybels (1732), de oudste lijst van Nederlandse bijbels, maar allicht dat deze man, geboortig uit Franse en Vlaamse calvinistische families, om hun geloof naar het noorden uitgeweken, ook een gepassioneerd en doelbewust verzamelaar is geweest. Over zijn beslissing zijn collectie nog bij leven te laten veilen, uit De Bruin enkele vermoedens die het overwegen waard zijn. [E. C.-I.].
(16) C.C. DE BRUIN, Isaäc Le Long, 1683-1762, in Boeken verzamelen. Opstellen aangeboden aan Mr J. R. de Groot bij zijn afscheid als bibliothecaris der Rijksuniversiteit te Leiden. Leiden, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 1983, p. 66-88. - ISBN 90-6385-057-3. Fl. 37.50.
599. - Naast, uiteraard, een overzicht van bewaarde handschriften bevat dit werk (17) een eerste samenvatting van gegevens over de volksboekoverlevering van de epische werken over en rond Karel de Grote. Zes gedrukte teksten worden beschreven: de Historie vander coninghinnen Sibilla (1 druk uit de 16de eeuw), de Historie van Hughe van Bordeus (2 16de- en 2 17de-eeuwse drukken), de Historie van Karel ende Elegast (3 of 4 incunabelen en 3 of 2 16de-eeuwse uitgaven), de Historie van Malegijs (met 12 drukken tot in de 19de eeuw), de Historie van de vier Heemskinderen (met telkens 1 druk in de 15de tot 17de eeuw, 1 Keulse incunabel en 10 drukken in de 18de én in de 19de eeuw), en Den droefliken strijt van Roncevale (2 16de-eeuwse uitgaven). De beschrijving bestaat uit: een kopje, bewaarplaats en signatuur, transcriptie van het titelblad, incipit en explicit van de tekst, collatie, opmaak, gegevens over approbatie en verdere referenties. Een drukkersregister is eveneens, terecht, toegevoegd. Enkele 17de- en 18de-eeuwse volksboeken worden hier voor het eerst beschreven en gelocaliseerd. [M. d. S.].
(17) Bart BESAMUSCA, Repertorium van de Middelnederlandse Karelepiek: een beknopte beschrijving van de handschriftelijke en gedrukte overlevering. Utrecht, HES, 1983, V + 168 p., 21 pl. - ISBN 90-6194-044-3. Fl. 47.
600. - Een uitvoerige historische inleiding gaat vooraf aan de eigenlijke tentoonstellingscatalogus (18), die een wetenschappelijke beschrijving biedt van de tientallen objecten. Over ruim honderd pagina's komen handschriften en drukken uit het bezit van het Zelems klooster en/of met teksten van kartuizers uit de Nederlanden aan bod (p. 162-269). Het betreft vooral Dionysius de Kartuizer, Jacobus van Gruitrode, Petrus Dorlandus, Willem van Branteghem en de Nederlandse "receptie" van Ludolf van Saksen. Incunabels en postincunabels dus, maar ook enkele interessante minder bekende religieuze werken uit de 16de en 17de eeuw. Ze zijn alle beschreven mét exemplaarkenmerken, bibliografische referenties en vaak een afbeelding van titel of illustraties. Een lijst van handschriften, een namen- en titelregister ronden, zoals het hoort, dit degelijk werkstuk af. [M. d. S.].
(18) De Kartuizers en hun klooster te Zelem. [Catalogus van de] tentoonstelling ter gelegenheid van het negende eeuwfeest van de Orde 1084-1984. Onder redactie van F. HENDRICKX. Diest, Stedelijk Museum : 30 juni-30 september 1984. Diest, Vrienden van het Stedelijk Museum en Archief Diest, 1984, 310 p., ill. (Diestsche Cronycke, 7). - BF 950.
601. - Het Antwerpse stadsarchief heeft een verrassend rijke verzameling pamfletten, gaande van 1520 tot 1881. Het is dan ook een goede zaak dat de bewerking hiervan, destijds door Irène Vertessen aangevat (maar wegens haar verplaatsing naar het Museum Plantin-Moretus eerst, en haar voortijdig overlijden daarna, nooit voltooid), thans verder gezet is (19). Het belang van de ontsluiting van een pamflettenverzameling hoeft zeker niet benadrukt. Hier worden ons in de volgorde van de publikatie geboden: een chronologische inventaris, een alfabetische op onderwerp, de bibliografie, een alfabetische op drukkers, een alfabetische klapper op de eerste woorden van de titel, een "numerieke klapper" (standcatalogus). Op zichzelf ongetwijfeld goed gekozen sleutels ; de uitwerking laat jammer genoeg op een paar punten te wensen over. Zo krijgt men nergens een "beeld" van het titelblad: het impressum staat niet bij de titel - enkel in het drukkersregister -, terwijl de verwijzing hiervan alleen via datum en (boek)signatuur kan geschieden; dit is echter niet eenvoudig, vooral wanneer er voor één jaar tien opnamen of meer zijn. De opnamen zelf zijn bovendien niet genummerd; de hoofdwoorden die zij gekregen hebben, houden het midden tussen een corporatie en een onderwerp, maar vervullen niet de functie van hoofdwoord. De bibliografie - lees literatuuropgave - heeft enkel betrekking op ontstaan en inhoud van het pamflet, niet op de druk (met uitzondering van Knuttel en co.), wat te betreuren valt. De gebruikte afkortingen zijn hoogst ongebruikelijk (antar = Antwerpsch Archievenblad; portr = Prims, Fl. Oud Antwerpsche; nabi = Nationaal Biografisch woordenboek, en dgl. vreemde acroniemen, terwijl er voor een aantal werken toch geijkte afkortingen bestaan). Een eenvoudige beschrijving van het titelblad met opgave van het impressum, formaat en aantal bladen of bladzijden, chronologisch gerangschikt zoals Knuttel, Van der Wulp en anderen dat gedaan hebben, ware o.i. beter geweest. [E. C.-I.].
(19) Jeanne POLAK-SUETENS, Inventaris pamfletten Stadsarchief Antwerpen 1520-1881. Antwerpen, Stadsarchief, 1983, VIII-366+36+36+36 p.
602. - Bijzonder geslaagd in opzet en uitvoering is de tentoonstelling met publikatie over planten- en bloemenboeken uit de 16de-20ste eeuw in de UB te Namen (20). De belangrijke verzameling op dit gebied stelt aldus meteen de privé-collecties in het licht die er aan de basis van liggen : pater Auguste Bellynck, graaf Alfred de Limminghe en baron Louis Empain. [E. C.-I.].
Zie ook nr. 1334
(20) Anne-Marie BOGAERT-DAMIN & Jacques PIRON, Livres de fleurs du XVIe au XXe siècle, dans les collections de la Bibliothèque universitaire Moretus Plantin. Namur, Bibliothèque Universitaire Moretus Plantin, 1984, 147 p., ill.
603. - De catalogus van de tentoonstelling in 1981 te Brussel aan Jan van Ruusbroec gewijd (21) bevat veel meer dan alleen maar handschriften (cf. Kroniek der Handschriftenkunde nr. 2315) en is de vrucht van een onderlinge samenwerking tussen niet alleen Jan Deschamps, maar ook Frans Hendrickx (handschriften en archiefstukken), de paters jezuïeten A. Ampe (inleidende teksten, iconografie), J. Andriessen (inleidende teksten, drukken) en P. Verdeyen (inleidende teksten) en ondergetekende (drukken, iconografie). Tot de drukken tot 1800 - waaronder slechts een paar incunabelen - zijn voornamelijk de auteurs te rekenen die in het spoor van Ruusbroec hebben gelopen; zij zijn dus niet uitsluitend tot de Nederlanden en het Rijnland beperkt. Zowel van Groenendaal als van R. zelf is de iconografie behandeld; leven en verering van R. is uitvoerig behandeld. [E. C.-I.].
(21) Jan van Ruusbroec 1293-1381. Tentoonstellingscatalogus. Met als bijlage een chronologische tabel en drie kaarten. Brussel, Koninklijke Bibliotheek Albert I, 1981, xij-535 p., ill. - BF 700.
604. - Roland Crahay geeft een meesterlijke uiteenzetting (22) over een historische falsaris, de dominicaan Annius van Viterbo met zijn Commentaria super opera diversorum auctorum de antiquitatibus loquentium, Rome, Eucharius Silber, 1498 (GW 2015). De vindingrijkheid en de vrijheid waarmee Annius auteurs en bronnen citeert, zijn verbluffend. Dank zij een analytisch bibliografisch onderzoek van de vier edities van de Antiquitates, is de sluier gelicht op dit enigmatisch boek en worden bedoelingen en procédés van de geleerde falsaris blootgelegd. [E. C.-I.].
(22) Roland CRAHAY, Réflexions sur le faux historique : le cas d'Annius de Viterbe, in Academie royale de Belgique. Bulletin de la Classe des lettres et des sciences morales et politiques, 5e Sér., t. LXIX, 1983, p. 241-267, ill.
605. - De IDL of Incunabula in Dutch Libraries (23) is een uiterst nuttige incunabelcatalogus. Dit project nam in 1960 een aanvang als een bijprodukt van de Fifteenth-century Printing Types of the Low Countries van L. en W. Hellinga (HPT). Deze auteurs hadden toen reeds een nieuwe Campbell op het oog en de pagina's 463-505 uit deel I van de HPT vormen hiervoor een begin. De IDL, samen met de HPT, brengen ons dus een stap verder in de realisatie van een nieuwe Campbell. Maar een nieuwe CA is er nog niet, en ook niet voor onmiddellijk. Wij moeten ons nog steeds behelpen met de oude en de talrijke supplementen waarvan G. van Thienen er nog een twaalfde belooft (p. 2).
Wie niet over een HPT beschikt, vindt de daarin verworven resultaten verwerkt in de IDL maar nu zonder het daarbij behorende bewijsmateriaal van de typen. Het gevaar bestaat, vooral voor niet-specialisten, dat de relativiteit, het precaire van de vooropgestelde data uit het oog wordt verloren. In ieder geval kan de IDL hen ver brengen niettegenstaande er nog talrijke CA-nummers in de CA-IDL concordantie op p. 328-344 ontbreken. Hoeveel om precies te zijn? Van de ongeveer 2100 edities in Campbells Annales en supplementen beschreven, zijn er 1197 vertegenwoordigd in Nederland of in de IDL. In België zijn er 832, in de British Library 643, in Cambridge University Library 629, in Goff 606 en in Parijs 559. Deze cijfers die G. van Thienen opgeeft in de inleiding, zeggen niets over de verhouding van het aantal boeken gedrukt in de Zuidelijke of Noordelijke Nederlanden noch over de zeer zeldzame edities die dikwijls noch in België noch in Nederland te vinden zijn. Maar de IDL is veel meer dan een basis voor de toekomstige Campbell; ze is een catalogus van alle incunabelen, om juist te zijn 4759 edities in 7940 exemplaren, bewaard in 85 bibliotheken, archieven en musea in Nederland. Er zijn alleen openbare verzamelingen opgenomen, geen privé-collecties zoals b.v. bij Polain ; één uitzondering, een"Dutch private library" werd in de census opgenomen. Ze bevat 130 incunabelen waarvan 67 drukken die nergens anders in Nederland gevonden worden.
Het eerste deel, de eigenlijke catalogus, begint met een heldere inleiding van de hand van G. van Thienen. Wij ontlenen er de voornaamste inlichtingen aan. Het model van de IDL was Goffs Incunabula in American Libraries. Gedrukte catalogi en rapporten van bibliothecarissen vormden ook hier de basis voor de samenstelling van het werk. Autopsie gebeurde slechts bij de Hebraica en anonieme of niet gedateerde edities aanwezig op de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag. Nochtans werd Goff niet in alle details gevolgd en de gekozen naamvormen stemmen niet steeds overeen. Wij hebben de indruk dat meer overeenstemming werd nagestreefd met de GW, alhoewel het beginsel, middeleeuwse auteurs op de voornaam, niet overal werd toegepast. De keuze is te rechtvaardigen en vindt men een auteur niet terug dan beschikt men in deel II over een uitgebreide General Index met alle mogelijke referenties. Zo zoekt men naar de Curia palacium die te vinden is bij Vocabularius. Bij de keuze van de "main entry" (én voor auteur, én voor trefwoord) streefde men naar de vorm die meest gebruikelijk is in de incunabelbibliografie. Volume I bevat dus de eigenlijke boeknotities (auteurs en anoniemen) alfabetisch gerangschikt. Elke notitie of rubriek bestaat verder uit een standaardtitel die als klasseerelement dienst doet bij eenzelfde ingang. Een derde element is het impressum met de datum en het formaat : "Details in the imprint shown in brackets are not present in the book itself but are either taken from the bibliographical literature or are the result of original research. For works printed in the Low Countries, these data are taken from W. and L. Hellinga. The Fifteenth-century printing types of the Low Countries, Amsterdam, 1966. The discovery of new information has created a few exceptions to this general rule. Dates are given according to the modern calendar". (p. 11). Vervolgens komen een ganse reeks van bibliografische referenties, Hain en supplementen, GW, CA, BMC, Goff, Polain, enz. Wij hebben er enkele nagezien en vonden geen onjuiste nummers. Het laatste element is de localisatie van het exemplaar aangegeven door een plaatsnaam gevolgd door de benaming van de bibliotheek. Het plaatsnummer van het boek in de bibliotheek zelf wordt niet aangeduid; men verwijst wel naar het nummer waaronder het boek beschreven wordt in een gedrukte catalogus van deze bibliotheek. Een omslachtige weg én voor de gebruiker die de gedrukte catalogus niet bezit én voor de bibliothecaris die het boek moet opzoeken. Het tweede deel omvat achtereenvolgens: een lijst met referentiewerken (de catalogus van H. Elliott-Loose van de incunabelen in de B.N. te Parijs had wel vermeld mogen worden), de lijst van de bibliotheken, drie indices en zes concordantietabellen. De eerste index is de Index of places, with printers and publishers. Vervolgens is er een uitvoerige Index of printers and publishers, waar men voor elke drukker in chronologische volgorde zijn productie kan nagaan. De General Index tenslotte "is a complete list of all the primary and secondary names and headings in the catalogue". De concordantietabellen zijn de volgende: GW-IDL; Hain-IDL; Cop-IDL, R-IDL; CA-IDL; Goff-IDL. Wij hebben nog geen woord gezegd over de samenstellers van dit opus magnum.
Op het eind van de inleiding van de hand van Gerard van Thienen, "editor-in-Chief", vindt men een History of the project and acknowledgements waarin de auteur de rol van de diverse medewerkers benadrukt heeft. We weten dat een dergelijke gemeenschappelijke onderneming een editor-in-chief niet kan ontberen en deze mag tevreden zijn over het gepresteerde werk. [J. M.].
Zie ook nr. 2970
(23) Incunabula in Dutch Libraries. A census of fifteenth-century printed books in Dutch public collections (Editor-in-Chief : Gerard VAN THIENEN). 2 vol., VIII, 698 + (VI), 374 p. (Bibliotheca Bibliographica Neerlandica XVII). - ISBN 90-6004-375-8 gebonden, 90-6004-374-X gebonden. Fl. 350.
606. - Het beschrijven van muziek gedrukt in de 15de en ook in de 16de eeuw is geen eenvoudige zaak. Rekening houdend met de moeilijkheden ontwerpt M.K. Duggan (24) daarvoor een systeem. [J. M.].
(24) Mary Kay DUGGAN, A system for describing fifteenth-century music type, in Gutenberg-Jahrbuch, 1984, p. 67-76.
607. - De welbekende boekhistoricus en codicoloog Otto Mazal van de Österreichische Nationalbibliothek benadrukt in de inleiding tot zijn jongste boek (25) de nauwe band tussen paleografie of de leer van de evolutie van de schrijfletter en paleotypie of de leer van de ontwikkeling van de drukletter. Bepaalde typografische kenmerken zijn niet zonder paleografische en codicologische kennis te verklaren, ook al is de functie niet altijd meer dezelfde (b.v. het gebruik van custoden). De ontwikkeling van de schrijfletter is in een kort overzicht behandeld terwijl in het tweede en omvangrijkste gedeelte de drukletter in de 15de eeuw wordt besproken : textura, rotunda, bastarda's, gotico-antiqua en antiqua. Juist omwille van de historische benadering van dit letteronderzoek verdient dit boek onze aandacht. [E. C.-I.].
(25) Otto MAZAL, Paläographie und Paläotypie : zur Geschichte der Schrift im Zeitalter der Inkunabeln. Stuttgart, Hiersemann, 1984, VIII-404 p., ill. (Bibliothek des Buchwesens, 8). - ISBN 3-7772-8420-3.
608. - "Am Anfang stand der Druck Seite für Seite" beweert S. Corsten (26) en het is pas in de jaren zeventig als de pers (of beter de degel) groter werd, dat het drukken per vel mogelijk werd. Het drukken per vorm bracht natuurlijk verandering in het zetten mee en Corsten onderzoekt welke de praktijk van zetten was bij Quentel te Keulen; dit doet hij aan de hand van een Astesanus-druk van 1479. [J. M.].
(26) Severin CORSTEN, Das Setzen beim Druck in Formen, in Gutenberg-Jahrbuch, 1984, p. 128-132.
609. - De ontwikkeling van het titelblad en de titel in de incunabeltijd heeft Anneliese Schmitt van de "Inkunabelabteilung-Gesamtkatalog der Wiegendrucke" in de Deutsche Staatsbibliothek te Berlijn (DDR) onderzocht (27) aan de hand van Duitse volksboeken (met grote oplage en dito verspreiding) die bovendien in enigerlei opzicht met de boekdrukkunst te Augsburg in relatie staan. Centraal staan dus de Augsburgse drukkers, maar zijdelings komt ook Gheraert Leeu éénmaal aan bod (HC 8739). [E. C.-I.].
(27) Anneliese SCHMITT, Zur Entwicklung von Titelblatt und Titel in der Inkunabelzeit, in Beiträge zur Inkunabelkunde, Dritte Folge, 8, 1983, p. 11-29.
610. - Yves G. Vermeulen gaat in zijn artikel (28) in op het publicitaire aspect bij vroege, d.i. uit de incunabel- en postincunabelperiode, Nederlandstalige drukken. Ik citeer bijvoorbeeld het incipit, titels in grote houtsneeletters - ev. een vast blok - titelhoutsnede, gebruik van bepaalde woorden in de titel als nieuw, geestelijk, devoot, profijtelijk, wonderlijk. [E. C.-I.].
(28) Yves G. VERMEULEN, Reclame op de vroegste Nederlandstalige titelpagina's in Literatuur, 1, 1984, p. 210-214, ill.
611. - Renate Kroll (29) beschrijft en identificeert de editie van een vermeend fragment van het blokboek Canticum canticorum: de onderste helft van fol. 2, afkomstig uit privé-bezit te Potsdam, nu in de Staatliche Museen te Berlijn (DDR). Vermeend want het betreft een (uitstekend) facsimile (R. Piper & Co. te Berlijn, 1922). De auteur grijpt de gelegenheid aan om de verschillende (oorspronkelijke!) exemplaren behorend tot de twee edities van dit blokboek, de revue te laten passeren, met aanduiding van de eigen kenmerken betreffende de kleur van de drukinkt, de inkleuring en het watermerk. [E. C.-I.].
(29) Renate KROLL, Ein vermeintliches Bruchstück des Canticum canticorum, in Beiträge zur Inkunabelkunde, Dritte Folge, 8, 1983, p. 162-169, ill.
612. - Wie kon er in de Nederlanden in de vijftiende en zestiende eeuw lezen en schrijven? H. Vervliet poogt "het moeilijke probleem van vijftiende- en zestiende-eeuwse geletterdheid te benaderen", door als kriterium niet het veel gehanteerde aantal titels aan te wenden, maar wel het aantal gezette woorden. Een reeks grafische tabellen moet dan uitwijzen dat de periode 1490-1500 half zo productief is als 1475-1485, en dit vnl. voor Franstalige werken en liturgische en godsdienstige teksten in het Latijn. Bovendien zou het belang van Antwerpen en Deventer afnemen terwijl dat van Leuven, Brussel en Holland zou toenemen (30). [E. C.-I.].
Zie ook nr. 980
(30) Hendrik D.L. VERVLIET, Het landschap van de Nederlandse incunabelen: een verkennend onderzoek naar publikatiepatronen, in Liber amicorum Herman Liebaers..., p.335-353 (Cf. n. 13).
613. - Vertaalperikelen hebben er altijd bestaan. Toen William Caxton zich omstreeks 1480 aan de Engelse vertaling van Van den Vos Reynaerde zette, was hij zich daar misschien niet zo van bewust als de latere critici. Dat een niet letterlijke vertaling niet noodzakelijk op een gebrekkige kennis van i.c. het Diets berust, maar het gevolg is van een levendige verbeelding en van het eigen karakter van de Engelse taal, tonen Wytze en Lotte Hellinga (31) met enkele voorbeelden aan. Caxton krijgt aldus betere punten dan in het verleden het geval was. Zijn vertaling maakte hij naar de Leeu-editie van 1479 óf naar een voorgaande niet overgeleverde druk van Leeu. [E. C.-I.].
(31) Wytze & Lotte HELLINGA, Between two languages : Caxton's translation of Reynaert de Vos, in Studies in seventeenth-century English literature, history and bibliography. [Festschrift for Professor T. A. Birell.] Edited by G. A. M. Janssens and F. G. A. M. Aarts, Amsterdam, Rodopi, 1984, p.119-131. (Costerus. New Series, 46). - ISBN 90-6023-736-4.
614. - Een probleem binnen de franciscanerorde, de afscheuring van de observanten, heeft sporen nagelaten in een vijftiende-eeuwse uitgave. De franciscaan Nicolaus de Lovanio verdedigt in het geschrift, Minorica ... de observanten tegen de conventuelen. De drie eerste teksten die deze verzameleditie bevat, onderwerpen de paters Benjamin en Leonide (32) aan een onderzoek; verder beschrijven zij de eerste editie, door Jakob van Breda te Deventer na 10 april 1497 gedrukt (CA 1260) evenals de twee niet gedateerde Parijse drukken (IGI 6445 en Polain 2712). [E. C.-I.].
(32) Benjamin DE TROEYER & Leonide MEES, Eine problemreiche Inkunabel. Die Minorica elucidativa von Nicolaus de Lovanio, in Beiträge zur Inkunabelkunde, Dritte Folge, 8, 1983, p. 110-116, ill.
615. - Dè specialist inzake de geschiedenis van de vroege boekdrukkunst te Keulen, directeur van de UB Keulen, Severin Corsten, gaat hier in op de rol die de stad, i.c. Keulen, in het laatste kwart van de vijftiende eeuw gespeeld heeft t.o.v. de verspreiding van het gedrukte boek als koopwaar. Er worden voorbeelden aangehaald van meer of minder gunstige omstandigheden daartoe. Tenslotte wordt de drukker en de uitgever belicht : welke rol spelen zij in de gemeenschap die stad heet en welke plaats nemen zij tussen de handeldrijvende en leidende klasse in (33). [E. C.-I.].
(33) Severin CORSTEN, Der frühe Buchdruck und die Stadt, in Studien zum städtischen Bildungswesen des späten Mittelalters und der frühen Neuzeit. Bericht über Kolloquien der Kommission zur Erforschung der Kultur des Spätmittelalters 1978 bis 1981. Herausgegeben von Bernd Moeller, Hanz Patze und Karl Stackmann. Redigiert von Ludger Grenzmann. Göttingen, Vandenhoeck & Rupprecht, 1983, p. 9-32.
616. - Op 9 april 1486 wordt aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk tot Rooms koning gekroond. De neerslag hiervan is tot ons gekomen in een aantal contemporaine en zeventiende- en achttiende-eeuwse edities. Ursula Bruckner (34) van de "Inkunabelabteilung-Gesamtkatalog der Wiegendrucke" in de Deutsche Staatsbibliothek te Berlijn (DDR), geeft er een overzicht van en ontleedt grondig de eerste, door P. Schöffer te Mainz gedrukt. Haar onderzoek wijst uit dat de Nederlandstalige druk van G. Leeu (Campbell 659) rechtstreeks van Schöffers druk afhankelijk is, terwijl de drie Duitstalige edities onderling samenhangen. [E. C.-I.].
(34) Ursula BRUCKNER, Coronatio Maximiliani, in Beiträge zur Inkunabelkunde, Dritte Folge, 8, 1983, p. 94-109, ill.
617. - I. Kok (35) onderzoekt de houtsneden uit de Devote ghetiden (CA 1117). Het enige exemplaar van deze lange tijd zoek gebleven incunabel werd in 1964 door de Universiteitsbibliotheek Amsterdam aangekocht. De auteur is van oordeel dat de toeschrijving Zwolle, Peter van Os, circa 1496 moet gewijzigd worden in J. Bellaert, Haarlem, tussen 8 april en 20 augustus 1486. Het uitvoerigste deel van haar artikel echter is gewijd aan wat ze noemt "to reconstruct the life of the block" i.a.w. het voorkomen van de houtsneden in andere drukken. [J. M.].
(35) Ina KOK, A rediscovered Devote ghetiden with interesting woodcuts (Ca. 1117) in Quaerendo, 13, 1983, p. 167-190.
618. - Boeken uit de Librije van Edam is de aantrekkelijke titel van een publikatie (36) en een tentoonstelling. Zowel uitwerking als opzet is origineel te noemen. Bewuste boeken - 158 drukken uit de 15de en 16de eeuw en twee handschriften - zijn in 1934 voor 50 jaar in bruikleen aan de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage afgestaan. Naar aanleiding van het hernieuwen van de overeenkomst is een groot deel van de collectie voor een tentoonstelling weer naar zijn stad van afkomst. Het bescheiden maar fraaie boekje bevat verschillende inleidingen over de bouwgeschiedenis van de Librije (D. Bak), de geschiedenis van de Librije als bibliotheek (S. Bijl), de collectie Edam (G. van Thienen), de banden (J. Storm van Leeuwen), een register en een concordantie, en tenslotte de herdruk van Rena Penninks Catalogus der boeken uit de voormalige Latijnsche School in de Groote Kerk der Nederduitsche Hervormde Gemeente te Edam ... ('s-Gravenhage 1935), met correcties en aanvullingen. De voortreffelijke inleidingen - in het bijzonder die over de banden - geven ons een zicht op de collectie : de boekproductie komt niet in hoofdzaak uit de eigen omgeving: Bazel, Zürich, Keulen, Parijs, Antwerpen, Leuven. Onder de vier unica zijn er twee postincunabelen van Dirk Martens (NK 3944 en 2660) en een van Albert Pafraet (NK 1716). De banden (eind 15de e. - ca. 1620) blijken eveneens van diverse herkomst te zijn : Amsterdam, Noord-Holland, Oost-Nederland, Zuidelijke Nederlanden, Duitsland, Frankrijk. [E. C.-I.].
(36) Boeken uit de Librije van Edam. Tentoonstelling in de Grote Kerk van Edam 30 juni tot en met 29 juli 1984. 's-Gravenhage, 1984, 36 +28 p., ill.
619. - Het Nijmeegse gemeentearchief bevat een zeer heterogene collectie aangeduid als Handschriften en Curiosa. Deze collectie werd in 1983 omgevormd in drie nieuwe verzamelingen. Een bescheiden expositie (37) ingedeeld naar de vroegere bezitters, toonde hieruit een ruime keus. Een groot aantal van de tentoongestelde stukken zijn gedrukte boeken; voor elk geëxposeerd object is er een korte notitie. [J.M.].
(37) Middeleeuwse handschriften en oude drukken uit het gemeentearchief Nijmegen. Tentoonstelling in het gemeentearchief Nijmegen 30 maart t/m 16 april 1984. Gids samengesteld door A. GEURTS en P. NISSEN. Nijmegen, 1984, 44 p.
620. - De catalogus die in 1984 te Utrecht verscheen ter gelegenheid van het 400-jarig bestaan van de bibliotheek der Rijksuniversiteit (37), bevat ook een belangrijk deel gewijd aan de gedrukte boeken en de te Utrecht gebonden werken. In de eerste twee hoofdstukken wordt een poging gedaan een beeld te geven van de klooster- en kapittelbibliotheken die vóór 1584 in Utrecht en omgeving aanwezig waren en waarvan het boekenbezit voor een meer of minder groot deel in de Universiteitsbibliotheek terecht gekomen is (p. 8). Het derde hoofdstuk behandelt de oude drukken afkomstig uit twee grote legaten uit het begin van de zeventiende eeuw. Na een hoofdstuk gewijd aan de handschriften behandelt het vijfde hoofdstuk het verdere collectioneren van oude drukken met een speciale aandacht voor de Utrechtse drukkers. [J. M. ].
Zie ook nr. 975
(37) Handschriften en oude drukken van de Utrechtse Universiteitsbibliotheek. Catalogus bij de tentoonstelling in het Centraal Museum te Utrecht ter gelegenheid van het 400-jarig bestaan van de bibliotheek der Rijksuniversiteit, 1584-1984. Utrecht, Universiteitsbibliotheek, 1984, 392 p. - ISBN 90-6194-304-3. Fl. 39.50.
621. - De smaakvol uitgevoerde feestbundel (zonder overdaad van reprodukties en in donkerblauw vollinnen band) die de scheidende bibliothecaris van de Universiteitsbibliotheek Leiden onlangs werd aangeboden bevat 28 opstellen handelend over boeken en over verzamelaars, die stuk voor stuk het lezen waard zijn. Rudi Ekkart (39) schetst ons op welke wijze de verzameling Nederlandse incunabelen van baron van Westreenen tot stand is gekomen. Niet enkel de zeldzaamheid of de belangrijkheid van het boek, ook de staat van het exemplaar was bij een aankoop bepalend. Zijn belangstelling ging o.m. uit naar alles wat met L. J. Coster te maken had - wat ons de zo zeldzaam geworden voorbeelden van de Nederlandse prototypografie heeft bezorgd. [E. C.-I.].
(39) Rudi E. O. EKKART, Baron van Westreenen en zijn verzameling Nederlandse incunabelen, in Boeken verzamelen ..., p. 127-136 (Cf. n. 16).
622. - J.W. ten Doesschate en R.J.C.M. Vlems (40) proberen een reconstructie te maken van het boekenbezit van enkele Zutphense kloosterbibliotheken. Uitgangspunt vormden de twee studies van K. O. Meinsma en een inventarisatie van literatuurgegevens. [J. M.].
(40) J. W. TEN DOESSCHATE en R. J. C. M. VLEMS, Het boekenbezit der Zutphense kloosters. Aanzet tot een reconstructie, in Ons geestelijk erf, 57, 1983, p. 355-395.
623. - Een korte historiek van het ontstaan van het getijdenboek biedt H. Köstler in Philobiblon (41). Nuttiger evenwel dan dit overzicht is de literatuuropgave over het onderwerp: 218 nummers, naar vorm en naar inhoud, systematisch gegroepeerd. [E. C.-I.].
(41) Herman KÖSTLER, Stundenbücher. Zur Geschichte und Bibliographie, in Philobiblon, 28, 1984, p. 95-128.
624. - De zeshonderdste verjaring van het overlijden van Geert Grote heeft aanleiding gegeven tot o.m. drie tentoonstellingen te Utrecht en te Deventer. Om overlappingen te vermijden en bijgevolg geld en energie te besparen, hebben de organisatoren er goed aan gedaan gezamelijk een publikatie op de markt te brengen (42). Het is een bundeling artikelen bedoeld als begeleiding van de tentoonstellingen. In deze kroniek weze speciaal vermeld het opstel van J. C. Bedaux over Boeken bij de Moderne Devotie. Naast deze brochure, overvloedig en met smaak geïllustreerd, is voor de Utrechtse tentoonstelling een afzonderlijke lijst van tentoongestelde voorwerpen opgesteld: 171 in aantal, vnl. handschriften, drukken en kunstvoorwerpen. Hiervoor stonden in de dames M. L. Caron en W. C. M. Wüstefeld en de heren P. M. L. van Vlijmen en H. L. M. Defoer. De meeste drukken (37, in aantal en hoofdzakelijk Nederlandse) treffen we aan in de hoofdstukken getiteld Leidende figuren na Geert Grote en Passievoorstellingen. De beschrijving is uiterst summier gehouden. Zij gaat uit van een type-beschrijving van een handschrift: de bepaling "incunabel", c.q. "postincunabel" of "vroege druk", gevolgd door de opgave "papier" doet een beetje vreemd aan; dit gegeven had gerust achterwege kunnen blijven ten voordele van de verwijzing naar b.v. het IDL-nummer, aangewezen voor incunabelen in Nederlands bezit. Veruit de meeste drukken zijn afkomstig uit de rijke verzameling van het Catharijneconvent zelf.
De tentoonstellingen in Deventer zijn aan het geestelijk en wereldlijk Deventer ten tijde van Geert Grote gewijd. In een begeleidende brochure van 14 pagina's zijn een aantal onderwerpen summier toegelicht en de tentoongestelde voorwerpen, waaronder nog summierder beschreven archiefstukken, handschriften en een paar drukken. De stukken berusten alle in de Athenaeumbibliotheek. [E. C.-I.].
(42) Geert Grote en de Moderne Devotie. Athenaeumbibliotheek, Museum De Waag, Deventer, Het Catharijneconvent, Utrecht. Utrecht, Rijksmuseum Het Catharijneconvent, 1983, 62 p., ill.
625. - De auteurs van deze Reinaert-bibliografie (43) noemen ze zelf "de hoofdmoot van het Nederlandse aandeel in de drukgeschiedenis ... ". Zij onderscheiden resp. de 16de-eeuwse Plantijndrukken, de Noordnederlandse (16de18de e.) en de Zuidnederlandse (17de-19de e.) volksboeken. Zij geven een quasi-facsimile beschrijving van het titelblad, collatie, aantal houtsneden en aantal hoofdstukken ; dit laatste vooral is een punt van differentiëring. [E. C.I.].
(43) E. VERZANDVOORT & P. WACKERS, Bibliografie van Reinaert volksboeken, in Dokumentaal, 12, 1983, p. 7-21.
626. - Als een naklank op het Vergiliusjaar in 1982, heeft John Dreyfus de tekst van een lezing in de British Library in dat jaar, aangepast voor publikatie. (44) Vanuit zijn specialisme als typograaf onderzocht de estheet Dreyfus een aantal Vergiliusdrukken van de 15de tot de 20ste eeuw : een verrijkende tocht voor de boekhistoricus. [E. C.-I.].
(44) John DREYFUS, A typographical view of some Virgil editions, in Liber amicorum Herman Liebaers..., p. 235-254 (Cf. n. 13).
627. - Een "lees-en kijkboek, een bonte waaier teksten en afbeeldingen over het volkslied en de volksdans", wordt ons in 19 capita selecta door 16 auteurs in een fraaie vormgeving geboden (45). In de bijdragen van Julien De Vuyst, Stefaan Top, Gilbert Huybens zijn meer in het bijzonder de gedrukte volksliedboeken en almanakken aan de orde. [E. C.-I.].
(45) Op harpen en snaren; volksmuziek, volksdansen, volksinstrumenten in Vlaanderen. Redactie : Jozef ROBIJNS, Hugo HEUGHEBAERT en Herman DEWIT. Antwerpen, Uitgeverij De Nederlanden, 1983, 206 p., ill. - ISBN 90-6583-0375.
628. - De bibliotheek van het "Centre de Documentation et de Recherche Religieuses" te Namen bezit zowat 2600 zestiende-eeuwse drukken, voornamelijk op het gebied van de godsdienstwetenschappen: bijbel, exegese, patristiek, concilies, liturgie, godgeleerdheid. Apart te vermelden valt een opvallend groot aantal Aristotelesuitgaven. Een collectie die belangrijk genoeg is om ontsloten te worden (46). Dit is gebeurd alfabetisch op auteursnaam of het eerste woord van het anonieme werk, en dank zij een stel registers: op drukkers- en uitgeversnaam, op plaatsnaam, op trefwoord. De titelbeschrijving is ingekort, maar is niet wat men een "short title" pleegt te noemen ; de spelling is genormaliseerd. Het impressum en de collatie (met opgave van de signering) besluiten de beschrijving. Eén zaak ware nog nuttig geweest: de signatuur of het boeknummer. De nummering van de notities is bij elke letter van het alfabet hernomen. De namen van vertalers en medewerkers allerhande die in de titel voorkomen, hebben in de alfabetische orde een verwijzing gekregen naar het nummer waar ze geciteerd zijn. Al bij al dus een eenvoudig, praktisch repertorium. Men kan wellicht betreuren dat de beschrijving niet volgens de (universeel bedoelde) ISBD(A)-normen is geschied. Maar misschien zou het boek dan nu nog niet vóór ons liggen! [E. C.-I.].
Zie ook nrs. 1618; 2811
(46) Charles MATAGNE, Répertoire des ouvrages du XVIe siècle (1501-1600). Namur, Bibliothèque [du] Centre de Documentation et de Recherche Religieuses, 1983, 413 p. - BF 2000.
629. - Bijzonder welkom is de inventaris die Micheline Soenen, verbonden aan het Algemeen Rijksarchief, heeft gepubliceerd (47): uit de inhoud van vijf omvangrijke dossiers van de Spaanse privéraad (1546-1702) is alles gelicht wat betrekking heeft op het drukken en verhandelen van boeken. In elk dossier werd volgende onderverdeling aangebracht: I de toelatingen verleend om te mogen drukken; II de toelatingen om boeken te mogen verkopen en te verhandelen; III de octrooien aan drukkers of boekverkopers verleend om bepaalde werken te mogen publiceren, met of zonder privilege voor een bepaalde tijd; IV de octrooien aan auteurs verleend om hun werk(en) door een bepaald drukker te laten drukken; V de octrooien aan auteurs of particulieren verleend om hun werk(en) te mogen publiceren, door een niet nader genoemd drukker; VI documenten i.v.m. de wetgeving, geschillen, censuur en vervolging. Van elk document wordt een regest gegeven met opgave van het aantal pagina's. Een zeer uitvoerig register (persoons- en plaatsnamen) ontsluit deze mijn van informatie. [E. C.-I.].
Zie ook nr. 870
(47) Micheline SOENEN, Inventaire analytique des documents relatifs á l'impression et au commerce des livres, 1546-1702, contenus dans les cartons 1276 á 1280 au Conseil privé espagnol. Bruxelles, Archives générales du Royaume, 1983, 224 p. - BF 300.
630. - Dirk Geirnaert (48) wijdt interessante beschouwingen aan Het eynde veers van Terwane van Eduard de Dene en de uitgave ervan in een druk van Jan II van Ghelen in 1553 (BT 4485). [E. C.-I.].
(48) Dirk GEIRNAERT, Werk van Eduard de Dene in 16de-eeuwse drukken, in Koninklijke soevereine Hoofdkamer van retorica"De Fonteine" te Gent. Jaarboek 1982-1983, p. 245-262.
631. Den Spieghel der behoudenessen (NK 1929) is geschreven door de rederijker Jan Smeken en gedrukt omstreeks 1508 door Thomas vander Noot, beiden te Brussel (49). In deze bijdrage wordt de tekst besproken, bekend dank zij het (enig?) overgebleven exemplaar in de Staats- und Universitätsbibliothek te Hamburg. Het gedicht dat 271 strofen van 10 regels telt, is het verhaal van de berouwvolle zondaar die zich bekeert. [A.].
(49) Elly COCKX-INDESTEGE, Jan Smeken en Thomas vander Noot, makers van " Den spieghel der behoudenessen ", Brussel ca. 1508, in Liber amicorum Herman Liebaers..., p. 213-234 (cf. n. 13).
632. - Vrijwel gelijktijdig verscheen een aanvullende bijdrage over dezelfde postincunabel (50); zij bevat een beschrijving van de editie, van het exemplaar, en van de houtsneden. [A.].
(50) Elly COCKX-INDESTEGE, Thomas vander Noot en zijn " Spieghel der behoudenessen" (ca. 1508). Een beschrijving, in Quaerendo, 13, 1983 [versch. 1984], p. 103-123.
633. - In het zesde deel van de Plantijnse bibliografie (Amsterdam 1980-83) heeft de auteur, Leon Voet, voormalig conservator van het Museum Plantin-Moretus, een aantal indices samengebracht. Twee hiervan vormen in dit artikel (51) het uitgangspunt om de Plantijnse produktie op haar inhoud te onderzoeken en tegen het tijdsgebeuren te projecteren. Uit de eerste analyse blijkt dat het leeuwenaandeel naar godsdienstige werken gaat, op een "veilige" afstand gevolgd door humanisme en recht (met uitsluiting evenwel van de verordeningen in plano). Anderzijds blijkt dat de hoogten en laagten in Plantijns werkzaamheden rechtstreeks in relatie staan tot de meestal onrustige politieke situatie. [E. C.-I.].
(51) Leon VOET, Some considerations on the production of the Plantin Press, in Liber amicorum Herman Liebaers .... p. 355-369 (cf. n. 13).
634. - Het is ongelooflijk maar waar: een tentoonstellingscatalogus van over de 800 pagina's, compres getikte tekst (52). De auteur geeft zelf toe dat "ein grosses Buch ein grosses Übel sei" maar heeft de veelheid van materiaal en gezichtspunten geprobeerd op te vangen in registers en concordanties. In de inleiding overschouwt hij de Bazelse drukkers en kunstenaars en bespreekt kort (!) de titelbladversiering en de illustratie in samenhang met de tekst. De eigenlijke catalogus bevat 488 nummers, waarbij de stukken summier worden beschreven, daarentegen uitvoerig tot zeer uitvoerig toegelicht en van literatuuropgave voorzien. De orde waarin de notities gerangschikt zijn, springt niet meteen in het oog. Ik stel mij voor dat hier best nog enkele afdelingen hadden kunnen aangebracht worden als b.v. religieuze en wereldlijke voorstellingen en elk weer verder onderverdeeld. De decoratie zou afzonderlijk kunnen behandeld worden. Er zijn zes registers: auteurs en titels; kunstenaars; drukkers en uitgevers, de Bazelse en de andere (er zijn drukkers uit Antwerpen, Deventer, Leiden, Leuven, Utrecht, Zwolle) van elkaar gescheiden; personen, plaatsen, onderwerpen en motieven; titelomlijstingen en friezen of randen; herkomsten. Tot slot een chronologische tabel van de Bazelse drukkers en boekillustratoren en een selectieve literatuurlijst. Het is een boek waarin ongemeen veel materiaal is verwerkt, vrucht van een analytische geest die blijkbaar zo bezeten was van zijn onderwerp dat alles belangrijk leek en niets mocht wegvallen, ofwel niet in staat is geweest een representatief beeld van het onderwerp op te hangen in een genietbare en hanteerbare vorm. [E. C.-I.].
(52) Frank HIERONYMUS, Basler Buchillustration 1500-1545. Ausstellung Universitätsbibliothek Basel 31. März bis 30. Juni 1984. Basel, Universitäts bibliothek, 1984, LXIII-813 p., ill. (Publikationen der Universitätsbibliothek Basel, 5. Oberrheinische Buchillustration, 2). - ISBN 3-85953-012-7. FS 50 + porto.
635. - Een ongewoon boeiend en schitterend geschreven relaas geeft Chris Heesakkers (53) Full text over de verkeken kans voor de Leidse UB om, ondanks alle bemoeiingen van Leidens eerste bibliothecaris Janus Dousa senior, de Librye van den Hove van Holland te verwerven. Het gaat om een hoeveelheid boeken evenwaardig aan wat de Leidse bibliotheek in 1595 al bezat. Het door Molhuysen uitgegeven archiefstuk betreffende de overdracht van de boeken van Den Haag naar Leiden, bevat aan het eind van de inventaris het laconieke bericht dat er geen schot kwam in de zaak en dat de redenen hiervoor aangehaald zijn in een brief van Dousa senior aan Janus junior die middelerwijl zijn vader had opgevolgd. Deze brief nu publiceert Heesakkers hier naar de autograaf in het Archief Gabbema in de Prov. Bibl. te Leeuwarden, in een Nederlandse vertaling, waarin de " flavour van de oorspronkelijke Latijnse versie " beslist niet geheel is verloren gegaan! Waarna Heesakkers de hele gang van zaken, in het licht van de bekende en de nieuwe gegevens op de voet volgt. De " zes viercante witte manden ", speciaal voor het transport besteld, hebben niet kunnen dienen. [E. C.-I.].
(53) Chris HEESAKKERS, Zes viercante witte manden, in Boeken verzamelen..., p. 182-197 (cf. n. 16).
636. - In de onlangs door de UB Leiden verworven wetenschappelijke correspondentie van Willem de Vreese, heeft de huidige conservator van de Bibliotheca Neerlandica Manuscripta, de heer J. Biemans, een hint gevonden die hem op zoek deed gaan naar meer getuigen van de Antwerpse boekenliefhebber Peeter Oris. Omstreeks 1930 was Leonard Willems daarmee bezig geweest. Nu kon Biemans de lijst van de bekende handschriften en drukken -vnl. bijbelse en geestelijke literatuur - aanvullen, en bovendien de biografie herzien en uitbreiden (54). Wonend in de drukkerswijk, heeft Oris ongetwijfeld contacten met drukkers gehad. [E. C.-I.].
Zie ook nr. 1445
(54) J. J. A. M. BIEMANS, De Antwerpse boekenliefhebber Peeter Oris, ca. 1582-ca. 1647, in Boeken verzamelen ..., p. 41-57 (cf. n. 16).
637. - Bescheiden, maar keurig uitgevoerde en goed opgevatte catalogus van een tentoonstelling betreffende Dioscorides en zijn De materia medica (55). Twee wiegedrukken en een veertigtal edities uit de zestiende en zeventiende eeuw illustreren bijzonder goed de invloed die van dit werk uit de eerste eeuw na Christus is uitgegaan en tot laat in de Renaissance aan te wijzen valt. De geschiedenis van de handschriftelijke overlevering is met fascimile-edities of diapositieven geïllustreerd. [E. C.-I.].
(55) Alain TOUWAIDE, Le " Traité de matière médicale" de Dioscoride á la Renaissance. Exposition d'exemplaires des XVe et XVIe siècles. Du 11 au 24 février 1984 á Louvain-en- Woluwe de la Bibliothèque de la Faculté de médecine de l'U.C.L. [Woluwe], Université catholique de Louvain - Centre d'histoire de la pharmacie et du médicament, [1984], 40 p., ill.
638. - De Colloquia van Erasmus, Leuven, G. Fiscus, 1532 (BB E 481), waarover F. vander Haeghen reeds lang vermoedens had dat het hier om een druk uit Parijs ging, worden door J. Veyrin-Forrer (56) aan A. Augerau toegeschreven. De twee romeinen die in de Colloquia voorkomen "se distinguent aisément des fontes employées alors couramment á Paris et sont incontestablement les mémes que ceux dont use Augerau dans les impressions signées de son nom". [J.. M.].
Zie ook nr. 994
(56) Jeanne VEYRIN-FORRER, Autour d'une édition clandestine des Colloques d'Erasme (1532), in Mélanges sur la littérature de la Renaissance á la mémoire de V.-L. Saulnier. Genève, Droz, 1984, p. 179-187 (Travaux d'humanisme et Renaissance, 202).
639. - Een eerste volledig overzicht van de werken van Gabriël Mudaeus, de jurist uit Brecht, wordt ons geboden door René Robaye (57). Hij gaat hierbij uit van het materiaal door M.-Th. Lenger verzameld met het oog op publikatie in de Bibliotheca Belgica. De beschrijvingen van Robaye zijn weliswaar vereenvoudigd, maar de opgave van de bekende exemplaren (antwoord op de enquête van de BB) is mèt signatuur gepubliceerd. [E. C.-I.].
(57) René ROBAYE, Droit romain en Belgique : œuvres et bibliographie de Gabriel Mudée, 1500-1560, in Revue internationale des droits de l'antiquité, 3e série, 30, 1983, p. 193-209.
640. - P. Vandermeersch bezorgt enkele biografische aanvullingen over de rechtsgeleerde J. Reyvaert of Raevardus (58). [J. M.].
(58) P. VANDERMEERSCH, Jacob Reyvaert humanist en rechtsgeleerde. Enkele biografische aanvullingen, in Het Brugs Ommeland, 1983, p. 483-488.
641. - Met dit drieluik is De Gulden Passer (59) begonnen met het inhalen van zijn achterstand. Daartoe werden drie Plantijnse edities van Sambucus' Emblemata in losse katernen gereproduceerd, met een summiere inleiding, enkele aantekeningen en een overzichtslijst van de emblemen -"gesneden brood" voor emblematologen! [M. d. S.].
(59) De Emblemata van Joannes Sambucus uitgegeven door de Officina Plantiniana : reproductie van de Latijnse editie van 1564 en van de tekst van de Nederlandse vertaling van 1566 en van de Franse vertaling van 1567. Uitgave verzorgd door Léon VOET en Guido PERSOONS. = De Gulden Passer, 58-60, 1980-1982 [versch. 1984], 112 + 120 p.
642. - Een beschrijvende bibliografie van een auteur is steeds welkom zo deel I van de degelijk bewerkte bibliografie van de Goudse Neolatijnse dichter Cornelius Schonaeus (60). Zestien edities (waarin "uitgaven" of varianten verborgen zitten) van toneelstukken, elegieën en epigrammen zijn uitvoerig beschreven en toegelicht. De beschrijving is geïnspireerd door Bowers en Gaskell, mèt reproduktie van het titelblad en zonder de diplomatische transcriptie hiervan. Dit zal de aanhangers van Bowers misschien niet bevredigen; toch lijkt ons deze formule de meest aangewezen omdat ze foutloos, exact (m.b.t. gebruikte lettertypen en -corpsen b.v.) èn goedkoper is. De inhoud wordt wel diplomatisch genoteerd. Uit de aantekeningen blijkt dat de auteur ook archiefonderzoek heeft verricht - wat een winstpunt is. Er zijn zoveel mogelijk exemplaren opgespoord (de lijst van bibliotheken beslaat 7 pagina's in een klein corps); de zelf onderzochte exemplaren - meer dan één per editie - zijn met een sterretje gemerkt. Wat ontbreekt zijn de verwijzingen naar reeds bestaande beschrijvingen. Soms zijn zij in de voetnoten bij de toelichting aan te treffen, maar ik mis zowaar Moes & Burger bij nr. 6, Ritter bij nr. 11 en Laceulle-van de Kerk bij nr. 16a. Om de werken van Schonaeus niet los van zijn leven te zien, heeft de auteur, die een uitvoerige biografie aankondigt, deze bibliografie door een bondige "kroniek" laten voorafgaan. Persoonlijk ben ik erg benieuwd hoe de heer Van de Venne de talrijke bijschriften van Schonaeus op prenten zal behandelen (p. 376). [E. C.-I.].
Zie ook nrs. 758; 926
(60) Hans VAN DE VENNE, Cornelius Schonaeus, 1541-1611. A bibliography of his printed works, in Humanistica Lovaniensia, 32, 1983, p. 368-433.
643. - De bijdrage van D. H. Thomas (61) gewijd aan de Dialogues van J. L. Vives bevat ook een Liste provisoire d'éditions des traductions françaises des Dialogues publiées aux XVIe et XVIIe siècles. [J. M.].
(61) D. H. THOMAS, Notes sur les premières traductions françaises des Dialogues de Jean-Louis Vivès, in Bibliothèque d'Humanisme et Renaissance, 46, 1984, p. 131-151.
644. - In maart 1980 had te Tübingen een symposium plaats met als thema "Frühneuzeitliche Flugschriften als Gegenstand interdisziplinärer Forschung". De verslagen die in 1981 verschenen zijn belangrijk genoeg om even in detail nagegaan te worden. Het boek vangt aan met een bijdrage van de uitgever Hans-Joachim Koehler (62), Fragestellungen und Methoden zur Interpretation frühneuzeitlicher Flugschriften (p. 1-27). Bibliografisch goed gestoffeerd zet de auteur hier de diverse aspecten en methoden van onderzoek voor dit gekozen onderwerp uiteen : de betekenis van de vlugschriften voor de "Kommunikationsforschung", voor de "Literatursoziologie", op welke manier een kwantitatieve inhoudsanalyse vruchtbaar kan worden en welke nevenaspecten er zijn. De bijdrage van M. A. Pegg, Short Title Catalogues. Notes on Identity of Texts (p. 29-41), is van iemand die zijn lauweren reeds verdiend heeft met zijn drie gepubliceerde catalogi. Zijn uiteenzetting is gewijd aan de Methodology of short-title cataloguing of 16th eentury Reformation Tracts en behandelt achtereenvolgens de aard en de waarde van de ST-catalogen, het project LOC en de resultaten van de "fingerprint recording". Een originele bijdrage is deze van F. Hartweg, Buchdruck und Druckersprachen der frühneuhochdeutschen Periode (p. 43-64). Deze analyse van de verhouding drukker-auteur wijst er op dat in strijd met onze evidente opvatting hieromtrent, nl. de drukker respecteert de tekst van de auteur, in de 16de eeuw de rol van de drukker bij het tot stand komen van de tekst en het boek veel ingrijpender is geweest. Aan de hand van voorbeelden toont hij aan "dasz die endgültige Gestaltung des gedruckten Werkes auch in sprachlicher Hinsicht beim Drucker lag". De drukkunst speelde een belangrijke rol bij de eenmaking van de geschreven taal. Deze boeiende bijdrage verschaft ook een rijke status questionis met uitvoerige bibliografie. Daarna volgen enkele bijdragen gewijd aan het vlugschrift als communicatiemiddel en hoe de overgang van mondelinge naar visuele communicatie in de 16de eeuw te onderzoeken valt. Ja, zelfs het aspect van het horen voorlezen speelt een belangrijke rol in de uitdrukkingsvorm zoals met het voorbeeld van Eberlins bundtsgenossen wordt aangetoond. R. W. Scribner, Flugblatt und Analphabetentum. Wie kam der gemeine Mann zu reformatorischen Ideen? (p. 65-76); M. Rössing-Hager, Wie stark findet der nichtlesekundige Rezipient Berücksichtigung in den Flugschriften? (p. 77-137); R. G. Cole, The Reformation Pamphlet and Communication Processes (p. 139-161). Daarna volgen een drietal bijdragen die meer thuishoren in het gebied van de sociale en economische geschiedenis; volledigheidshalve vermelden wij de titels. S. Ozment, The Social History of the Reformation : What can we learn from Pamphlets? (p. 171-203) ; A. Laube, Zur Rolle sozialökonomischer Fragen in frühreformatorischen Flugschriften (p. 205-224) ; J. Marschalck, Argumentation mit Geschichte in frühneuzeitlichen Flugschriften, Ein Forschungsbericht (p. 225-241). Vervolgens komen wij terug op het gebied van de boekdrukkunst en de ontwikkeling van de gedachte " Ohne Buchdruck keine Reformation " met de bijdrage van E. Weyrauch, Überlegungen zur Bedeutung des Buches im Jahrhundert der Reformation (p. 243-259). Hier wordt aan de hand van de volgende diverse thema's dit onderwerp toegelicht en wij hebben achtereenvolgens : B. Moeller, Einige Bemerkungen zum Thema : Predigten in reformatorischen Flugschrifien (p. 261-268); H. A. Oberman, Zwischen Agitation und Reformation : Die Flugschriften als "Judenspiegel" (p. 269-289); S. Hoyer, Jan Hus und der Hussitismus in den Flugschriften (p. 291-307); G. Vogler, Das Täuferreich zu Münster im Spiegel der Flugschriften (p. 309-352); M. Steinmetz, J. Virdung von Haszfurt, sein Leben und seine astrologischen Flugschriften (p. 353-372); H. G. Rott, Radikale und gemäszigte Evangelische im Kampf um Straszburg : das Judicium des Paciatus von 1523 (p. 373-396). H. Hebenstreit-Wilfert bezorgt verder een uitvoerige bibliografische analyse van drie types van vlugschriften. In haar bijdrage Märtyrerflugschriften der Reformationszeit (p. 397-446) onderzoekt ze de teksten over de Brusselse martelaars van 1 juli 1523 (22 edities), over K. Tauber's marteldood in Wenen op 17 september 1524 (11 edities) en over J. Heuglin op 10 mei 1527 te Meersburg verbrand (5 edities). De rest van het boek bestaat uit een belangrijke methodologische bijdrage voor de beschrijving van oude drukken. C. Weismann, Die Beschreibung und Verzeichnung alter Drucke. Ein Beitrag zur Bibliographie von Druckschriften des 16. bis 18. Jahrhunderts (p. 447-476). Er is een overzicht van de oudere en recente bibliografie en van de richtlijnen voor de beschrijving van oude drukken; dit laatste wordt toegelicht met een ontwerp voor dgl. richtlijnen. Tot slot volgen drie uitvoerige bijlagen: I. Fachbegriffe (Definitionen, Erläuterungen, Tafeln) (p. 477-565) is een alfabetisch geordende woordenlijst die zoniet op originaliteit dan toch op een zekere volledigheid aanspraak kan maken. Zo iets zou voor ons taalgebruik zeer nuttig zijn. II. Druckverzeichnisse (p. 566-573) of kataloogopstelling. III. Empfohlene Abkürzungen (p. 574-578). De vierde bijdrage is een Literaturhinweise (p. 579-596) ietwat te zeer Duits gericht; de slotbijdrage geeft enkele Beispiele für Druckbeschreibungen (p. 597-614). Er is eveneens een uitvoerig Personen- und Ortsregister (p. 615-636). [J. M.].
(62) Flugschriften als Massenmedium der Reformationszeit. Beiträge zum Tübinger Symposion 1980. Herausgegeben von Hans-Joachim KÖHLER. Stuttgart, Klett-Cott Verlag, 1981, xii-636 p. (Tübinger Beiträge zur Geschichtsforschung, 13).
645. - In een verhelderend artikel (63) licht Hans-Joachim Köhler het "Tübinger Flugschriftenprojekt" toe. Het gaat om een in druk te verschijnen bibliografie van Duitstalige en in de Duitstalige gebieden verschenen Latijnse " vlugschriften " tussen 1501 en 1530. Als uiteenzetting van een methode is deze bijdrage het lezen en het overwegen waard. Van "Flugschrift" wordt eerst een herziene bepaling gegeven, in welke zin het woord hier gehanteerd wordt. De bibliografische en inhoudelijke ontsluiting gebeurt m.b.v. een computer-program. [E. C.-I.].
(63) Hans-Joachim KÖHLER, Das Tübinger Flugschriftenprojekt: Bibliographie, Inhaltserschliessung, Textpublikation der Flugschriften des frühen 16. Jahrhunderts, in Wolfenbütteler Notizen zur Buchgeschichte, 9, 1984, p. 3-22.
646. - In 1984 is het vierhonderd jaar geleden dat Lucas Jansz Waghenaers Spieghel der Zeevaerdt verscheen. Deze oudste gedrukte zeemansgids met kaarten op groot formaat gegraveerd door J. van Deuteceum werd gedrukt te Leiden bij Plantijn. G. Schilder (64) herdenkt deze gebeurtenis in een korte bijdrage. [J. M.].
(64) Günther SCHILDER, Vierhonderd jaar "Spieghel der Zeevaerdt", in Antiek, 18, 1984, p. 429-436.
647. - Vier eeuwen geleden, verscheen bij Christoffel Plantijn te Leiden Lucas Jansz. Waghenaers Spieghel der Zeevaerdt. In 1984 is dit feit herdacht door een tentoonstelling in het Zuiderzeemuseum te Enkhuizen, waar Waghenaer in 1533 of 1534 werd geboren. Het initiatief hiertoe ging uit van G. Schilder, hoogleraar in de geschiedenis van de cartografie te Utrecht. De begeleidende publikatie (65) bevat een bundel opstellen door vakmensen en achteraan een lijst van de 118 tentoongestelde werken: leeskaarten, navigatieboeken, zeemansgidsen - in hoofdzaak Noordnederlandse drukken -, kaarten, prenten, archivalia. Het overvloedig geïllustreerde boek, in de zeer geslaagde vormgeving van Joop de Nijs, is door de "Vrienden van het Zuiderzeemuseum" uitgegeven, met steun van o.m. het Prins Bernhard Fonds : een boek dat niet mag ontbreken in de bibliotheek van de kaart- en boekhistoricus. [E. C.-I.].
(65) Lucas Jansz. Waghenaer van Enckhuysen. De maritieme cartografie in de Nederlanden in de zestiende en het begin van de zeventiende eeuw. Enkhuizen Vereniging" Vrienden van het Zuiderzeemuseum ", 1984, 135 p., ill. -Fl. 24.50.
648. - Onder de titel Boeken van en rond Willem van Oranje (66)is in de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage een tentoonstelling georganiseerd: één van de vele manifestaties ter herdenking van de moord op Willem de Zwijger op 10 juli 1584. Hoewel boeken niet precies centraal staan in het leven van de prins, is de Nederlandse KB er in geslaagd een mooie tentoonstelling rond dit thema op te bouwen. Uit de eenvoudig maar toch smaakvol uitgevoerde catalogus licht ik het volgende: de handschriften uit Oranjes bibliotheek, door A. S. Korteweg, de eigentijdse gedrukte werken, door C. de Wolf, de Pompa funebris van Hendrik Goltzius, door E. J. Jimkes-Verkade, autografen en handschriften van de prins en tijdgenoten door C. A. J. Thomassen, het Wilhelmus door E. van Griensven. Elk van deze thema's is ingeleid door een opstel waarna een summiere beschrijving van de tentoongestelde stukken volgt.
Op het stamslot Breda stond o.m. de bibliotheek door Willems voorouders gevormd: Johan IV graaf van Nassau (+1475) en diens vrouw Maria van Loon (+1502), Engelbert II van Nassau (+1504) - die een Bourgondisch stempel droeg. Een deel van de handschriften heeft Filips II zich, na Oranjes vertrek naar Dillenburg, toegeëigend. Tot zijn kostbaarste boekenbezit beschouwde de prins een 80-tal boeken waaronder talrijke mooie banden. In 1567 naar Keulen verzonden, is hun verdere lot niet bekend; slechts drie zijn bewaard. De Wolf herinnert verder aan de betrekkingen tussen Oranje en Plantijn, J. B. Houwaert, L. Guicciardini, E. Leoninus. Wat de gedrukte werken betreft zien wij dus grotendeels boeken die tot Oranjes bibliotheek hebben behoord, weliswaar niet zijn exemplaren, maar toch de teksten. [E. C.-I.].
Zie ook nrs. 1444; 2098
(66) Boeken van en rond Willem van Oranje. Catalogus van de tentoonstelling gehouden in de expositiezalen van de Koninklijke Bibliotheek, 8 juni-26 juli 1984. 's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 1984, ill., 95 p.
649. - In 1607 verschijnt bij Jan van Waesberghe te Rotterdam een schoolboekje om Frans te leren : Gerard de Vivres Dialogues flamen-francoys ... Tzamen-sprekinghen ... In deze herdruk - het boekje was eerder verschenen in 1573 en 1585 - is een dialoog over de drukkerij opgenomen (67). Bert van Selm kan aantonen dat die voor het eerst voorkomt in een Rotterdamse druk die tussen 1589 en 1597 moet zijn verschenen. Bovendien vermoedt hij, terecht, dat de dialoog"Vande Druckerije" door Jan (II) van Waesberghe zelf is toegevoegd. Hierbij greep hij terug naar de beroemde dialoog die Plantijn in 1567 in zijn Frans-Nederlands schoolboekje liet verschijnen, bewerkte die zelf of liet hem bewerken. Door de vrij talrijke herdrukken is aan Plantijns tekst tot in 1642 toe een ruime verspreiding gegeven. Van Selm heeft nu de Nederlandse versie van de dialoog naar de oudst bewaarde druk van 1607 (Staats- und Universitätsbibliothek, Hamburg) uitgegeven, voorzien van woordverklaring, en een 19 pagina's tellende uitstekende inleiding. Vermeldenswaardig detail: het is met de hand gezet (uit de Hollandse Mediaeval) en (op Hahnemühle Ingres Büttenpapier) gedrukt. Helaas in een te kleine oplage : 245 exemplaren. De uitgeverij De Ammoniet komt, samen met de tekstbezorger, niets dan lof toe voor deze kleine maar echte parel.
Naschrift : Bovenstaande verzuchting moet ook al in Nederland geklonken hebben : in de loop van 1984 is een fotoherdruk bezorgd door Drukkerij Corn. Paap B.V., Den Haag, in een oplage van 1250 exemplaren. [E. C.-I.].
(67) Vande Druckerije. Dialoog over het boekdrukken, toegeschreven aan Christoffel Plantijn, in een anonieme bewerking uit het laatste decennium van de zestiende eeuw. Tekstverzorging met inleiding en verklarende woordenlijst door Bert VAN SELM. Leiden, De Ammoniet, 1983 47 p., ill.
650. - Na de herdruk in 1981 en 1974 van de twee oudste Nederlandse gedichten waar het drukkersambacht centraal staat, heeft Frans Janssen onlangs het derde in de rij opnieuw uitgegeven (68). Het is geschreven door Johan van Nyenborgh en opgenomen in zijn "Toonneel der ambachten", verschenen te Groningen in 1659. Het belang van het 32-regelige gedicht ligt enkel in het voorkomen van een vijfentwintigtal drukkerstermen, waarvan sommige hier voor de eerste maal. Deze heruitgave verscheen als een fraai plaketje in een beperkte oplage; het werd met de hand gezet en gedrukt door Thomas Gravemaker te Amsterdam. [E. C.-I.].
(68) Johan VAN NYENBORGH, Boeck-druckerije. Bezorgd door Frans Janssen. Amsterdam, De Dynamo Pers, 1983, 10 p. - Fl. 30. Herengracht 229, 1016 BG Amsterdam.
651. - Bijna traditiegetrouw publiceert Albert Labarre van de Parijse Bibliothèque nationale een bijdrage over drukkers en uitgeverijen in Frans Vlaanderen. Dit maal is Dowaai aan de beurt voor de zestiende en zeventiende eeuw (69). De drukkerij dankt er haar ontstaan aan de universiteit en kwam tot grote bloei, vnl. in de eerste dertig jaar van de zeventiende eeuw. Over de twee eeuwen verspreid zijn 25 drukkerijen bedrijvig geweest met als voornaamste Bogard en Bellère. [E. C.-I.].
(69) Albert LABARRE, L'imprimerie et l'édition á Douai au XVIe et au XVIIe siècle, in De Franse Nederlanden. = Les Pays-Bas français. Jaarboek Annales, 1984, p. 99-112, ill.
652. - De wijze waarop boeken ontstaan, verkocht en verspreid worden, is nog onvoldoende bestudeerd, zeker wanneer het om Nederlandstalige gaat. De rol van de drukker/uitgever/boekverkoper is in dit opzicht primordiaal. Bert van Selm (70) stelt zich hierbij een aantal pertinente vragen die niet altijd even snel te beantwoorden zijn. Toch zijn de elementen van het antwoord meestal in de boeken zelf te vinden. Hiertoe zouden fondslijsten per uitgever moeten worden samengesteld. Dit luik van het onderzoek vormt een onontbeerlijke aanvulling van de eventueel bestaande archiefbronnen. Aan de hand van een mooi voorbeeld uit de produktie D. P. Pers toont Van Selm aan hoe dit soort onderzoek zijn vruchten kan afwerpen, niet enkel voor de geschiedenis van de uitgeverij maar ook van de literatuur. [E. C.-I.].
(70) Bert VAN SELM, Licht op de voorgeschiedenis van Dirck Pietersz Pers' "Bellerophon of lust tot wysheyd", in De nieuwe taalgids, 77, 1984, p. 97-109.
653. - De aankondiging van Bert van Selm (71) dat hij samen met H. W. de Kooker voortgezet onderzoek zal wijden aan de privé-bibliotheek van de zeventiende-eeuwse Hollandse schilder Saenredam, is het vermelden waard: over de Nederlandse particuliere bibliotheken is nog maar bitter weinig bekend. [E. C.-I.].
(71) Bert VAN SELM, Onderzoek naar de privé-bibliotheek van een Hollandse burger uit de zeventiende eeuw : analyse van het boekenbezit van Pieter Jansz. Saenredam, 1567-1665, in Dokumentaal, 13, 1984, p. 64-66.
654. - Mgr. Ruysschaert heeft een voorliefde voor ingewikkelde situaties. Dit blijkt nog eens uit zijn bijdrage voor de feestbundel Liebaers (72). In deze kroniek zullen wij er van onthouden dat de geschiedenis van de bibliotheek van de twee Vlaamse humanisten uit de 16de en 17de eeuw, Lucas Wijngaert en Olivier de Wree, beide belangrijke collecties, nog moet geschreven worden. Wie neemt de handschoen op? [E. C.-I.].
(72) José RUYSSCHAERT, De la bibliothèque du rol Matthias Corvin á celle du brugeois Olivier de Wree, in Liber amicorum Herman Liebaers ..., p. 121-129 (cf. n. 13).
655. - Na de omvangrijke teksteditie o.l.v. G. Stuiveling (dl. 1, 1975) en de studie door F. H. Matter, De melodieën van Bredero's liederen (dl. III, 1979) is nu een grondig commentaardeel verschenen (73). De inleidende studie van G. Stuiveling biedt een diepgaand overzicht van ontstaan en evolutie van Bredero's bundel. P. J. J. van Thiel onderzocht De illustraties van Bredero's Lied-boeck (p. 89-159): hij besteedt aandacht aan de iconografie van Bredero, de centrale rol van diens uitgever Cornelis van der Plasse en aan het verband tussen illustratie en tekst. Niet vermeld op het titelblad, doch voor deze kroniek van belang is B. P. M. Dongelmans' Beschrijving van de zeventiende-eeuwse edities van Bredero's liedboeken (p. 161-166); hij geeft collatie, census van exemplaren in Nederlandse bibliotheken, inhoud, bibliografische opmerkingen voor de vier bewaarde edities (Amsterdam 1621, 1622, 1644, 1677). Van de eerste drie uitgaven (Leiden, Govert Basson, 1616; Amsterdam, ?, c. 1617 en Amsterdam, ?, c. 1618) is geen exemplaar bewaard gebleven; van de vierde slechts een enkel (KB Den Haag; van deze druk uit 1621 verscheen een facsimile in 1980). Meer bekend is de editie uit 1622, een royale oblong quarto (facsimile in 1968). Het tiental onderzochte exemplaren hiervan vertoont enkele onderlinge varianten. De druk wordt, voorzichtig, toegeschreven aan Paulus van Ravesteyn, op grond van de houtsnede "Amor op de zwaan"/"De Swaen-Ridder", die vanaf 1614 in een reeks bij hem gedrukte gelegenheidsgedichten voorkomt. Een onmisbaar boek voor het Bredero-onderzoek, en evenzeer van belang voor de studie van de boekillustratie in de Gouden Eeuw. [M. d. S.].
(73) G. A. BREDERO's Boertigh, Amoreus, en Aendachtigh Groot Lied-Boeck, [dl.] II: Bredere aantekeningen bij de liederen door G. Stuiveling, A. Keersmaekers, C. F. P. Stutterheim, F. Veenstra, C. A. Zaalberg ( ... ). Leiden, Martinus Nijhoff, 1983, 526 p., 30 afb. (De Werken van Gerbrand Adriaensz. Bredero, 7). - ISBN 90-247-9127-8. Fl. 97.50.
656. - M. Cloet (74) beschrijft en gaat de inhoud na van een tot op heden onbekende Cathechismus die door, of in opdracht van, bisschop Rodoan te Brugge opgesteld, bij G. de Neeve in het begin van de 17de eeuw gedrukt werd. [J. M.].
(74) Michel CLOET, Een onbekende catechismus van bisschop Rodoan (1602-1616) ontdekt in The British Library, in Het Brugs Ommeland, 1983, p. 177-197.
657. - De Sint-Godelieveabdij te Brugge (75) bevat een hoofdstuk van M. Goetinck Uit de oude boekerij van de Godelieveabdij in Brugge (p. 191-218). Na een korte inleidende tekst volgt een beknopte beschrijving van de gedrukte boeken met ex-libris van vóór 1700. Er zijn er een 147-tal gaande vanaf 1610 tot 1692. Het volgende hoofdstuk De Godelieveverering in de Brugse abdij. Een volkskundige benadering (p. 219-243) door D. Callewaert behandelt onder meer het voiksboek over het leven van de heilige en de bedevaartvaantjes. [J. M.].
(75) De Sint-Godelieveabdij te Brugge. Brugge, 1984, 225 p., ill.
658. - Als bijdrage tot het speciale nummer van Vlaanderen aan Godeliph 1084-1984 gewijd, heeft A. Keersmaekers (76) het over de verspreiding in druk van Het leven van de H. Godelieve. De oudste edities hebben de tand des tijds niet weerstaan : zo moet er een druk van Symon Cock (+1562) hebben bestaan. Ook van de uitgaven van 1612 en 1619 is geen exemplaar meer bekend. De edities waarvan wel nog exemplaren zijn overgeleverd (17de-19de eeuw) vallen in twee reeksen uiteen: "Het leven volgens Drogo", en "Het leven volgens de legende"; zij zijn hier aan een miniutieus onderzoek onderworpen. [E. C.-I.].
(76) August KEERSMAEKERS, Het leven van de H. Godelieve in Vlaamse volksboeken, in Vlaanderen, nr. 200, 1984, p. 38/182-45/189.
659. - Een specifiek Nederlands subgenre van de emblemataliteratuur is de liefdesemblematiek. Ingezet met Daniel Heinsius' Quaeris quid sit amor (Amsterdam, 1601), komt het tot een rijke bloei in de eerste decennia van de zeventiende eeuw. Een van de hoogtepunten is wel de debuutbundel van P. C. Hooft Emblemata amatoria, in 1611 te Amsterdam bij Willem Ianszoon (Blaeu) verschenen. Naast de Emblemata bestaat hij voor de helft uit een selectie van Hoofts lyrische poëzie. K. Porteman heeft een facsimile van de 30 liefdesemblemen omringd met een indringend commentaar en een uitvoerige inleiding (68 p.) waarin naast aard en functie van het genre, ontstaan en inhoud van de Emblemata amatoria aan bod komen (77). Belangrijk zijn de overtuigende interpretatie van titelplaat en van de emblematische prenten (waarvan tekenaar en graveur onbekend blijven) - een model voor verdere studie van de verhouding tekst-prent in deze allerfraaiste bundeltjes uit onze Gouden Eeuw. [M. d. S.].
(77) P. C. HOOFT, C. G. PLEMP &R. J. DE NERÉE, Emblemata Amatoria / Afbeeldinghen van Minne / Emblemes d'Amour (Amsterdam, 1611) ingeleid, uitgegeven en toegelicht door K. Porteman, met een vertaling van de Latijnse disticha door A. Welkenhuysen. Leiden, Martinus Nijhoff, 1983, viii + 222 p., ill. (Nijhoffs Nederlandse Klassieken). - ISBN 90-247-9162-6. Fl. 49.50
660. - In 1981 had Schr. een bibliografie van de produktieve zeventiende-eeuwse Nederlandse auteur J. H. Krul (1601/1602-1646) afgewerkt (= dl. 2). Het imponerende werkstuk heeft op 14 februari 1984 geleid tot een Amsterdamse promotie (Prof. Grootes en Vervliet). Daartoe heeft hij een aanvullend deeltje geschreven waarin dieper wordt ingegaan op de drukgeschiedenis van twee toneelstukken: Diana en Hellevaert van Rodomond (78). In dl. 2 vindt men een inleiding, een verantwoording van de beschrijvingsmethode en op p. 41-391 de chronologische bibliografie. Daarop volgen gegevens over toneelopvoeringen, illustraties en liederen, enkele bijlagen en registers. De beschrijving bestaat uit een fotografische reproduktie van het titelblad, de collatie, een inhoudsopgave, aantekeningen en een lijst van exemplaren. Er is geen optische of machinale collatie geschied, en evenmin wordt er melding gemaakt van de posities van de katernsignaturen. In het aanvullend onderzoek van de twee toneelstukken (= dl. 1) zijn wel binnen-en buitenvorm gecollationeerd. Een vakkundige persoonsbibliografie ! - en dus het resultaat van een omslachtig en arbeidsintensief onderzoek, dat ook van de lezer enige inspanning vergt. [M. d. S.].
Zie ook nr. 1315
(78) H. C. VAN BEMMEL, Bibliografie van de werken van Jan Hermans Krul. Arnhem, 1981-1984, 2 vol., 77 + 556 p., ill. Diss. G. U. Amsterdam. -ISBN 90-9000578-1. Fl. 103.50. Besteladres : Leeuwardenweg 70, 6835 KX Arnhem.
661. - De facsimile-uitgave van twee zeventiende-eeuwse drukken i.v.m. het statuut van de wezen te Sint-Truiden is ongetwijfeld welkom. Het betreft: 1. Ordinantien ende statuyten vande weescamere der stadt S. Truyden, Luyck, Leonaerdt Streel, 1636; 2. Statuyten voor het weeshuys, t'gasthuys ende laserie der ryxer stadt St. Truyden, Hasselt, Gilis Monsieur, [1682 of 1683]. Een korte inleiding van Raf van Laere (79) gaat hieraan vooraf. De originele exemplaren berusten resp. in het Provinciaal Archief- en Documentatiecentrum en in het Rijksarchief te Hasselt. Gilis Monsieur is de eerste Hasseltse drukker er is weinig werk van hem bekend. [E. C.-I.].
(79) Bescherming van onmondigen te Sint-Truiden: twee documenten, in Historische bijdragen ter nagedachtenis van G. Heynen. Sint-Truiden, Geschiedkundige Kring, 1984, p. 433-478.
662. - Het omvangrijke Amsterdamse proefschrift van P. J. Verkruijsse (80) is veel meer dan een gedetailleerde bibliografie van een zeventigtal (her)drukken met werk van de Zeeuwse kroniekschrijver en publicist Smallegange. Het boek wil ook een bijdrage vormen tot de fundamentele discussie over aard, doel en nut van analytisch-bibliografisch onderzoek. Uit reeds verschenen recensies (in Spektator en De Nieuwe Taalgids) en het debat in het Neerlandistisch vakblad Dokumentaal (13, 1984, p. 1-12 Bert van Selm en P. J. Verkruijsse; andere reacties volgen nog) blijkt de kern te liggen in de verhouding tussen analytisch onderzoek (inz. met het oog op een persoonsbibliografie) en het nut van de hierdoor bereikte resultaten voor de tekstediteur. M.a.w. is het tijdrovende, technisch ingewikkelde collationeren van soms tientallen exemplaren van vaak omvangrijke, overal verspreide, drukken een doel op zich? Wat leveren deze minutiae uiteindelijk op? Hoever en hoelang moet men kijken en beschrijven om het essentiële te vatten?
Verkruijsse probeert via een methode van interne collatie gegevens van belang voor de drukgeschiedenis te achterhalen. Smallegange is gekozen als voorbeeld van een prozaschrijver met een gevarieerd œuvre, waarvan m.n. de Nieuwe Cronyk van Zeeland een complex drukproces heeft gekend. Na een schets van " De Nederlandse bibliografie in praktijk ", waarbij vooral op het onsystematisch karakter van de exemplaarcollatie in de verschenen delen van de nieuwe Bredero-editie wordt gewezen (p. 23-27), belicht Schr. " De taak van de analytisch bibliograaf" (p. 27-36). Deze dient de drukgeschiedenis te beschrijven en door systematisch onderzoek van zoveel mogelijk exemplaren de ideal copy samen te stellen, waarop de tekstediteur/filoloog zich kan baseren voor zijn onderzoek van tekstgeschiedenis en (literair-) historische context (men bestudere het belangrijke schema op p. 34-35 !). Daarop volgt een overzicht van " De elementen van een standaardbeschrijving " (p. 36-47) en de toepassing bij Smallegange (p. 47-51). Pièce de résistance vormen de 122 onderzochte exemplaren van de omvangrijke Cronyk (p. 343-400), al verschilt deze beschrijving methodisch uiteraard geenszins van die van zijn kleinere werken.
Wat behelst nu de methode van partiële interne collatie? Exemplaren van één druk (een post-factum vaststelling!) worden op enkele vastomschreven onderdelen gecollationeerd. Deze methode is geschikt voor prozawerken, minder voor poëziebundels, en niet voor plano's. Die onderdelen van de drukvorm die bij eventuele wijzigingen (persvariant, cancel) veel kans hebben om (vaak niet-intentionele) veranderingen te ondergaan worden nauwkeurig vergeleken : mogelijke verschuiving van zetsel en vooral de positie van kopregel met paginanummer en staartregel met katernsignatuur en custode. Varianten in het midden van het zetsel, en gebruik van hetzelfde zetsel voor opmaak in een ander formaat zijn op deze wijze nagenoeg niet vast te stellen. In andere gevallen waarschuwen afwijkingen in de onderzochte onderdelen vaak dat een ingrijpender collatie nodig is om alle tekstvarianten terug te vinden.
Het is vooral over dit aspect van zijn methode dat de discussie wordt gevoerd. De methode lijkt waterdicht om drukken en uitgaven (issues) te onderscheiden, evenals voor het ontdekken van verbeterbladen (cancels). Volgens B. van Selm is de uiteindelijke en enige zin van analytisch-bibliografisch onderzoek de voorbereiding van een tekstuitgave; daarvoor is volledige collatie van alle exemplaren van relevante edities uit de drukgeschiedenis noodzakelijk. De bibliografie als filologische hulpwetenschap dus, waarbij ook hoort het toeschrijven van de druk aan een atelier. Verkruijsse wijst er in zijn antwoord op dat totale collatie vaak nog veel tijdrovender is en relatief geringe extra-informatie oplevert. Voor hem levert een nauwkeurige partiële interne collatie in combinatie met gegevens uit biografische en drukhistorische archivalia, samen met inhoudelijke (tekstuele) argumenten een voldoende houvast op. Daarom is bij de beschrijving van de edities het onderdeel commentaar even essentieel als het verslag van het analytisch onderzoek.
De ordening van archivalia, literatuur over Smallegange en overige gebruikte literatuur, ten slotte is voorbeeldig precies en strekt tot navolging. Een " Summary " en een even voorbeeldige Index sluiten het boek af. De discussie over de functie van bibliografisch onderzoek zal wel nooit eindigen; in het Nederlandse taalgebied is ze alleszins op een voortreffelijk hoog niveau gevoerd. De inleiding van Verkruijsse is zonder meer verplichte lectuur voor elke bibliograaf! [M. d. S.].
Zie ook nrs. 1035; 1055; 1056; 1239; 2102; 2152; 2542
(80) P. J. VERKRUIJSSE, Mattheus Smallegange (1624-1710) : Zeeuws historicus, genealoog en vertaler. Descriptieve persoonsbibliografie. Met een verantwoording van de gevolgde methode van partiële interne collatie. Nieuwkoop, B. de Graaf, 1983, 666 p., ill. (Bibliotheca Bibliographica Neerlandica, 16). - ISBN 90-6004-373-1. Fl. 120.
663. - Een literair-historisch belangrijke liedbundel is nu weer toegankelijk door een wetenschappelijk verantwoorde facsimile-editie (81). In de inleiding wordt de keuze van druk (de eerste : Middelburg, Jan Pietersz. vande Venne, 1623) en exemplaar verantwoord, op basis van een analytisch-bibliografisch onderzoek. De na (niet-machinale) collatie gevonden varianten worden ook in facsimile weergegeven, samen met een lijst van ontdekte zetfouten. De gedichten zijn voorzien van een marginale regelnummering en een doorlopende moderne paginering is toegevoegd. Verbazend is dan wel dat in de nuttige registers op auteurs, historische en mythologische namen, incipits, wijsaanduidingen en illustraties hiervan geen gebruik werd gemaakt. De fraaie gravures van Adriaen vande Venne in het Tafereel van Sinne-Mal hebben helaas heelwat aan scherpte ingeboet. Niettemin is dit facsimile een geslaagd pleidooi om belangrijke teksten in hun oorspronkelijke vormgeving ter beschikking te stellen voor verdere studie. De gekozen werkwijze maakt het mogelijk om een geannoteerde editie, vanuit het verworven inzicht in tekst- en drukgeschiedenis, te baseren op een ideal copy. [M. d. S.].
Zie ook nrs. 732; 1060; 1315
(81) Zeeusche Nachtegael en bijgevoegd A. vande Venne Tafereel van Sinne-Mal. Facsimile-editie van exemplaar PB Zeeland 3 K 1 van de druk Middelburg 1623. Met een verantwoording en indices door P. J. MEERTENS en P. J. VERKRUIJSSE. Middelburg, Drukkerij Verhage & Zoon (Latijnse Schoolstraat 14-24, 4331 BR M'burg), 1982, 388 p. - ISBN (Van Benthem & Jutting, Lange Delft 64, 4331 AR M'burg) 90-7001-~06-X. Fl. 65.

Go Top
     
     
Over deze site   Home page: www.boekgeschiedenis.be
Ontwikkeling © Johan Hanselaer
Laatste aanpassing: