Kroniek


1985-1986

 
     
     
VWB
Overzicht
 
664. - ABHB - Annual Bibliography of the history of the printed book and libraries. Edited by Hendrik D. L. VERVLIET under the auspices of the Committee on rare and precious books and documents of the International Federation of Library Associations. The Hague-Boston-Lancaster, M. Nijhoff.
Elk deel bevat ook aanvullingen uit voorgaande jaren. Jaargang 10 (1979) verscheen in 1983, jaargang 11 (1980) in 1984, 12 (1981) in 1984, 13 (1982) in 1984 en 14 (1983) in 1985. De opgelopen achterstand is dus nu ingehaald. [E. C.-I.].
Zie ook nr.
791
665. - Erdmann WEYRAUCH, Laufende Bibliographie zur Geschichte des Buchwesens im deutschsprachigen Raum, in Wolfenbütteler Notizen zur Buchgeschichte, 8, 1983, p. 128-201.
In de eerste aflevering van 1984 wordt meegedeeld dat deze lopende bibliografie die sedert 1975 verschijnt, en einde 1983 8134 nummers telt, is stopgezet om geen dubbel werk te verrichten met de sedert 1982 verschijnende Bibliographie der Buch- und Bibliothekgeschichte (BBB) door Horst Meyer samengesteld en gepubliceerd (cf. Kroniek 9,
nr. 450). [E. C.-I.].
666. - The history of printing from its beginning to 1930. The subject catalogue of the American Type Founders Company Library in the Columbia University Libraries. With an introduction by Kenneth A. LOHF. Millwood, N.Y., Kraus International Publications, 1980, 4 banden 40. - ISBN 0-52718763-1. $ 325.00.
De American Type Founders Company Library and Museum is in 1908 door Henry Lewis Bullen gesticht. De catalogus van deze bibliotheek is belangrijk én omvangrijk genoeg om te worden gepubliceerd. Dit is nu reeds enkele jaren geleden gebeurd door de ± 45.000 kaartjes verkleind te reproduceren en te rangschikken naar onderwerpen. Een lijst hiervan staat bij wijze van overzicht, vooraan in het boek; eigennamen komen hierin niet voor. [E. C.-I.].
667. ISBD (A) Internationale standaard voor de bibliografische beschrijving van oude monografieën. Uit het Engels vertaald [door ELLY COCKX-INDESTEGE, Brussel, Koninklijke Bibliotheek Albert I, 1985, xi-80 p. - ISDN 90-6637-019-X. BF 200.
De ISBD(A) biedt een stel regels om oude (en bijzondere) drukken volgens een coherent machineleesbaar systeem te catalogiseren. Deze regels worden hier in Nederlandse vertaling gepubliceerd. Van belang zijn de definities van termen als 'uitgave', 'oplaag', 'staat' etc. en de toegevoegde Nederlandse voorbeelden en opmerkingen van de vertaler. Ruimer opgezet dan de Handleiding voor de medewerkers aan de STCN ('s-Gravenhage, 1977) is dit voor bibliothecaris en bibliograaf de 'standaardbeschrijving' die internationale gegevensoverdracht m.b.t. oude drukken moet mogelijk maken. [M. d. S.].
668 - C.F., Filigranes et betagraphie, in Gazette du livre médiéval, n° 4, 1984, p. 22-25.
Na het met de hand overtrekken en het fotograferen komt het de auteur voor dat betagrafie dé oplossing is bij het bestuderen van watermerken. Hij gaat op het procédé en de kenmerken van de betagrafie in. [E. C.-I].
669. Kees GNIRREP, A propos de la note technique sur la bétagraphie (GLM, n° 4), in Gazette du livre médiéval, n° 5, automne 1984, p. 18-19.
Gnirrep reageert op de verdediging van betagrafie als de uiteindelijke oplossing (cf. vorig nummer), door te wijzen op de wettelijke veiligheidsnormen die de aanschaf van een bron conditioneren en de tijdrovende behandeling. Hij vraagt zich af of de methoden van Siener en Schnitger-Ziesche-Mundry (cf. Kroniek 9,
nr. 457 en 458) niet positiever zullen blijken. [E. C.-I.].
670. Frans A. JANSSEN, A footnote on headlines, in Quaerendo, 13, 1983, p. 287-291.
Over het skelet of geraamte wordt in de meeste oude drukkershandboeken nauwelijks of niet gehandeld. Het is het vaste gedeelte van de vorm, dat bestaat uit de sprekende hoofdregel en het pagina- of bladcijfer en het wit, soms gepaard gaande met lijnen of ornamenten; eenmaal dat elke nieuwe vorm samengesteld was, kon men hetzelfde geraamte er omheen passen. In het achttiende-eeuwse handboek van Wardenaar (cf. Kroniek 9,
nr. 461) heeft Frans Janssen een antwoord gevonden op de vraag: hoe kan de zetter, wanneer hij de pagina's uitzet weten welke waar moet komen, aangezien de paginacijfers - het enige variabele onderdeel van het geraamte - slechts naderhand werden toegevoegd? [E. C.-I.].
671. - C. J. A. VAN DEN OORD, Twee eeuwen Bosch' boekbedrijf 1450-1650. Een onderzoek naar de betekenis van Bossche boekdrukkers, uitgevers en voor het regionale socio-culturele leven. Tilburg, Stichting Zuidelijk Historisch Contact, 1984, 80, xxxv-494 p., tab., facsim. (Bijdragen tot de geschiedenis van het Zuiden van Nederland, 62). ISBN 90-70641-11-9. Fl. 58.
Een zeer verzorgde publikatie, zowel naar inhoud als naar vorm, is de dissertatie over het Bossche boekbedrijf van 1450 tot 1650, waarmee Kees van den Oord op 9 november 1984 aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen tot doctor in de letteren promoveerde. De handelseditie, verzorgd door de Stichting Zuidelijk Historisch Contact is in de reeks "Bijdragen tot de geschiedenis van het Zuiden van Nederland" opgenomen. Een goede lay-out waarbij o.m. het notenapparaat onderaan de bladzijde staat, (een net niet zwarte druk op) getint papier en een band in zandkleurig linnen met bruin titelschild en goudopdruk, hebben een mooi en handzaam boek opgeleverd.
De ondertitel verduidelijkt het perspectief waarin deze studie is ondernomen, te weten het intellectuele leven in Noord-Brabant. Schakel tussen de auteur en de lezer vormt immers het boekwezen in al zijn uitingen: drukken, binden, verkopen, verspreiden. Toch ligt de nadruk uitgesproken op het uitgeven, verkopen en verspreiden van boeken, veeleer dan op het maken van boeken. Van den Oord heeft zich bij deze visie door de Franse school van Fèbvre en Martin laten inspireren èn door H. de la Fontaine Verwey, ongeëvenaard meester in het schrijven van de geschiedenis van het boek geplaatst in zijn meest algemene context en toch peilend naar de specifieke omstandigheden en bijzonderheden.
Als de resultaten van Van den Oords onderzoek niet altijd een volledig beeld vermogen op te hangen (p. 2), is dit vnl. te wijten aan het onvolledige bronnenmateriaal. De voornaamste bronnen bleken te zijn de Bossche stadsrekeningen die heel wat bio-bibliografisch materiaal opleverden, en de brievenboeken, journalen en grootboeken van het Plantijnse archief, aan de hand waarvan de betrekkingen tussen de Bossche boekhandelaars en uitgevers en de Plantijnse drukkerij konden worden uitgetekend. Behalve van archiefmateriaal heeft de auteur ook kunnen gebruik maken van uitgegeven bronnen, boekenlijsten en studies. Na een korte algemene inleiding over de evolutie handschriftdruk, is achtereenvolgens een hoofdstuk gewijd aan de Bossche incunabeltijd waarbij, zeer terecht, de scriptoria niet zijn geweerd, verder de postincunabeltijd, de periode 1541-1600, de handelsrelaties tussen de Bossche boekhandelaars en de Officina Plantiniana, de periode 1601-1650. Met uitzondering van het Plantijnse hoofdstuk is aan het slot telkens een beschouwing gegeven over omvang en betekenis van het boekbedrijf in bewuste periode. Binnen elk hoofdstuk worden wat de auteur de verschillende typen van boekbedrijf noemt, afzonderlijk opgesomd: drukkerij en/of uitgeverij, al of niet ook boekhandel, al of niet ook binderij. De belangrijkste figuren worden dan hernomen, met biografische bijzonderheden, opgave van de fondslijst en de bespreking daarvan wat het belangrijkste onderdeel vormt. De fondslijsten, doorlopend genummerd, zijn niet als bibliografie bedoeld - de Bossche drukken en uitgaven zijn voor de periode 1484-1629 reeds uitvoerig beschreven - maar beogen een idee te geven van belang en omvang van elk uitgeversfonds; hoewel kort gehouden, geven de beschrijvingen toch één tot drie vindplaatsen op en een aantekening betreffende de toeschrijving van ongedetermineerde drukken of bijzonderheden aangaande de oplagen. De lijst van 21 drukken waarvan de drukker-uitgever niet bekend is (p. 406-408) toont aan dat het onderzoek, voornamelijk dan op typografische gronden, zal moeten voortgezet worden. Het hoofdstuk over de handelsbetrekkingen met de Officina Plantiniana berust op de bestellijsten van Jan Scheffer II, Lambrecht Willemsen, Frans van Loven en de Bossche firma Van Turnhout die uit het Plantijnse archief konden worden gereconstrueerd. Statistische gegevens ontbreken in Van den Oords studie niet: een hele reeks tabellen moeten een beeld geven van de kategorieën van boekbedrijf, de financiële positie van de drukkers-uitgevers (belastingen), soorten van teksten, aantal bedrijven per periode, enz. Waarom het statistisch overzicht voor de Nederlandse postincunabelen slechts partieel is gegeven(p. 125), is niet duidelijk. In bijlage is een alfabetische lijst van alle Bossche drukken tot 1650 gegeven met verwijzing naar de nummers in de fondslijsten - niet te versmaden. Daarbij kan eigenlijk aansluiten de index van vindplaatsen van Bossche drukken. Een index van persoonsnamen en van geografische namen helpt mede de rijkdom van dit boek te ontsluiten. Het eindigt enigszins abrupt; de Engelse samenvatting had best ook als een Besluit in het Nederlands kunnen gegeven zijn. Tot slot wil ik nogmaals de aandacht vestigen op de ondertitel van deze studie; vernemen wij in de geschiedenis van dit Bossche boekbedrijf bijzonderheden over b.v. papierleveranties (p. 179) en binderswerkzaamheden (b.v. p. 64) dan ontbreekt elke mededeling over inrichting en werking van een drukkerij: het is géén geschiedenis van de boekdrukkunst, wel van de uitgeverij en de boekhandel te 's Hertogenbosch, rijk gestoffeerd en goed geschreven. [E. C.-I.].
672 - Drie eeuwen Bredase boeken 1604-1900. Catalogus van de tentoonstelling in het Stedelijk en Bisschoppelijk Museum te Breda 22 december 1984 tot en met 17 februari 1985. [Inleiding door M. A. KOK. Catalogus door C. VAN GULIK]. Breda, Gemeentelijke Archiefdienst en Stedelijk en Bisschoppelijk Museum, 1984, 79 p. - ISBN 90-9000850-0. Fl. 7.50.
Er was weinig bekend over de geschiedenis van de Bredase boekdrukkunst. Recent onderzoek heeft daarin meer klaarheid gebracht. De resultaten hiervan zijn samengevat in deze verzorgde catalogus. M. A. Kok bespreekt Boekdrukkers, boekhandelaren en uitgevers in Breda van 1500-1900 (p. 7-30). In de Catalogus door C. van Gulik worden een honderdtal drukken beschreven evenals een selectie prijsbanden. J. van HAASTERT vervaardigde enkele Statistische overzichten (p. 70-77). Welbekende historische gebeurtenissen hebben Breda uiteraard onder de culturele druk van Antwerpen en 's-Hertogenbosch gehouden. De interessantste Bredase drukjes zijn ontstaan i.v.m. de Illustere School (1646-1669) en komen uit het atelier van Johannes van Waesberge. [M. d. S.].
673. - Haagse drukkers van de 16de tot en met de 19de eeuw; [samengest. door Mieke VAN BAARSEL]. 's-Gravenhage, Museum Meermanno-Westreenianum, [1983], 64 p.
Het honderdjarig bestaan van de in 1883 opgerichte Haagsche Courant gaf aanleiding tot een tentoonstelling in het Haagse boekmuseum. In een aardig geïllustreerd boekje wordt een vlot lezend overzicht geboden van 350 jaar drukken in Hollands hofstad: de vroegste Haagse drukkers, het boekenvak in gildeverband, de Landsdrukkerij, andere 17de-eeuwse drukkers, een Haagse uitgeversfamilie [Scheurleer], negentiende-eeuwse uitgevers en drukkers, zijn de titels van enkele hoofdstukjes. [M. d. S.].
674. - Jan ROEGIERS, De academische drukkerij van de oude universiteit Leuven 1759-1797, in Dokumentatieblad Werkgroep achttiende eeuw, 53-54, 1982, p. 143-161.
Een aantal bijzonderheden over de oude Typographia Academica te Leuven, of een "aperitiefje voor de hoofdschotel" die de auteur over een paar jaar in boekvorm hoopt te publiceren: de geschiedenis en de bibliografie van de Leuvense universitaire pers tijdens het Ancien régime. [E. C.-I.].
675. - Emil VAN DER VEKENE, Bibliographische Kostbarkeiten; ein Beitrag zur Luxemburger Druck- und Verlagsgeschichte, in Mélanges offerts à Joseph Goedert / Festschrift für Joseph Goedert. Luxembourg, Bibliothèque nationale, 1983, p. 351-366.
Aanvullingen op de in 1968 verschenen Die Luxemburger Drucker und ihre Drucke bis zum Ende des 18. Jahrhunderts. Eine Bio-Bibliographie. [E. C.-I.].
676. - Early bookbinding manuals. An annotated list of technical accounts of bookbinding to 1840 by Graham POLLARD, continued by Esther POTTER. Oxford, Bibliographical Society, Bodleian Library; 1984, 80, 60 p., ill. (Occasional publications, 8). - ISBN 0-901420-40-9.
Uit de nalatenschap van Graham Pollard heeft Esther Potter de aantekeningen en ontwerpen m.b.t. het onderwerp samengelezen en uitgegeven, waarmee ze zeer verdienstelijk werk heeft geleverd. Het oudste Nederlandstalige boekbindershandboek is het traktaat van Anselmus Faust uit 1612 (hs. 218 Museum Plantin-Moretus) dat parallel de Nederlandse en de Franse tekst biedt. Eigenaardig genoeg komt dit nummer (38) enkel in de rubriek "French" voor, niet in de rubriek "Dutch": het zoveelste bewijs van onbegrip inzake het hanteren van de termen "Flemish" en "Dutch". "Dutch" ev. "Dutch language" is de correcte term om de Nederlandse taal aan te duiden. Verder zijn er nog zes handboeken in het Nederlands, alle in de Noordelijke Nederlanden tussen 1658 en de vroege 19de eeuw verschenen. [E. C.-I.].
677. - Theologie in de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam: bijdragen over de collecties en verwante verzamelingen alsmede Doopsgezinde Adversaria verschenen bij het afscheid van Dr. Simon L. Verheus als conservator van de kerkelijke collecties. Amsterdam, Universiteitsbibliotheek, 1985, 200 p. -ISBN 90-6125-381.
Gedetailleerde introductie in de zeer rijke Amsterdamse collecties theologie en kerkgeschiedenis, met enige nadruk op dissidenten van 1500 tot nu. Enkele boekhistorische artikels zullen in een volgende kroniek uitvoeriger aan bod komen. [M. d. S.].
678. - Vijf eeuwen Stadsbibliotheek Antwerpen; [samenst. Nadia FRANCKAERT en Marc VAN POTTELBERGHE. Antwerpen, Stadsbibliotheek, 1985, 95 p. (Publikaties SBA/AMVC, 7).
Op 5 april 1481 - ook het jaar waarin Mathias van der Goes het eerste Antwerpse boek drukte - vermaakte stadspensionaris Willem Pauwels zijn bibliotheek aan de stad. Ondanks enkele minder gelukkige perioden kon de oudste stadsbibliotheek der Nederlanden zich blijven ontwikkelen als een wetenschappelijke bewaarplaats van het cultuurgoed uit de Zuidelijke Nederlanden. Deze uitvoerig geïllustreerde kroniek beschrijft de vijf eeuwen boeken verzamelen en ontsluiten. Een tentoonstelling met documenten en schatten uit de bibliotheek liep van 20 april tot 31 mei 1985 in de Nottebohmzaal. De 93 objecten zijn bondig beschreven in een beknopte catalogus (16 p.). [M. d, S.].
679. - [Raf VAN LAERE], Tentoonstelling "Preciosa uit Limburgs archief- en bibliotheekbezit", 18.04-04.05.1985, [Diepenbeek, Stichting Boek, 1985], 80, [11] p.
Eigenlijk een "ongepubliceerde" lijst van 89 titels van handschriften en drukken als gids bij een tentoonstelling die georganiseerd was in het Limburgs Universitair Centrum te Diepenbeek n.a.v. het achtste Symposium omtrent het boek onder het dynamische voorzitterschap van A. Grypdonck. [E. C.-I.].
680. - Carsten-Peter WARNCKE, Emblembücher in der Herzog August Bibliothek: ein Bestandsverzeichnis, in Wolfenbütteler Barock-Nachrichten, 9, 1982, p. 346-370.
Dat Wolfenbüttel in zijn rijke verzamelingen ook een groot aantal emblemataboeken herbergt is geen verrassing. De hier gepubliceerde inventaris maakt echter, alweer, duidelijk dat het essentiële van de Nederlandse embleemproduktie hier keurig bij mekaar staat. [M. d. S.].
681. - Elly COCKX-INDESTEGE & Claudine LEMAIRE, Handschriften en oude drukken in facsimile van 1600 tot 1984. Catalogus. Tentoonstelling in de Koninklijke Bibliotheek Albert I. Brussel, Koninklijke Bibliotheek Albert I, 1984, 40, 120 p. (Catalogi van tentoonstellingen georganiseerd in de Koninklijke Bibliotheek Albert I, C 200). - ISBN 90-6637-013-0. BF 200.
De facsimile-uitgave is geen nieuwigheid van de 20ste eeuw. Reeds eeuwen lang heeft men facsimile-edities naar handschriften en drukken gemaakt. Aan de hand van vrijwel exclusief eigen bezit heeft de Koninklijke Bibliotheek te Brussel een tentoonstelling opgebouwd waar ook enkele oorspronkelijke stukken (handschriften en oude drukken) te zien waren. Het oudst getoonde facsimile was uit 1583 (uit privé bezit), het jongste uit 1984. Uit de inleiding blijkt dat het de auteurs van de catalogus er om te doen was een aanzet tot de geschiedenis van de facsimile-uitgave te leveren; hierbij is vrij uitvoerig ingegaan op de bepaling van het woord "facsimile", op de verschillende al of niet fotografische reproduktiewijzen, op de bedoelingen waarmee geleerde genootschappen, verenigingen van bibliofielen, bibliotheken en uitgevers facsimile-uitgaven hebben doen verschijnen, op de uiteenlopende opvattingen inzake facsimile-uitgave en tenslotte op de verwachtingen en eisen die aan een goede facsimile-editie dienen te worden gesteld.
Terloops een paar aanvullingen en correcties: van nr. 22b bestaat een oplage met het adres Leipzig, Otto Harrassowitz, 1879 (naar een ex. in de British Library, I. x. Lat. 142); er kan een nr. 22c aan toegevoegd worden: The Imitation of Christ ... reproduced in facsimile from the original preserved in the Royal Library at Brussels. With an introduction by Charles Ruelens, London, Elliot Stock, 1879 (naar een ex. in het Ruusbroecgenootschap te Antwerpen, 3113 N 12). Nr. 121, eerste druk is op 29 september voltooid, de tweede druk op 29 oktober; de collatie is aan te vullen met: bll. 3-6 van katern 3 zijn in handschrift, evenals bll. 1-2 en 7-8 van katern 15. [A].
Zie ook nr.
732
682. - Margreet AHSMANN & R. FEENSTRA, m.m.v. R. STARINK, Bibliografie van hoogleraren in de rechten aan de Leidse universiteit tot 1811. Amsterdam etc., Noord-Hollandsche Uitg. Mij., 1984, 378 p. (Geschiedenis der Nederlandsche rechtswetenschap, DI. VII, afl. 1). - ISBN 0-4448-5603-X. FI.70.
Als eerste aflevering in de reeks bibliografieën van Nederlandse juristen, verscheen het deel met de Leidse hoogleraren. De auteurs, ervaren juristen, hebben, vaak voor het eerst, een betrouwbare lijst gemaakt van de Leidse juridische productie - men vergelijke met de hoogst onvolledige en onbetrouwbare gegevens in R. Dekkers, Bibliotheca belgica juridica (1950). Helaas! als bibliografie van oude drukken schiet deze lijst in een aantal opzichten tekort. Goede punten zijn: gebaseerd op autopsie van (minstens) één exemplaar, inhoudelijke begrenzing, ordening van het materiaal. Negatief is het ontbreken van een collatie, vooral het niet vermelden van het bibliografisch formaat: "van een aanduiding van het bibliografisch formaat is afgezien. Volstaan is met het aangeven - tot op een halve cm nauwkeurig - van de hoogte van de band" (p. 38) - had men de uren daarvoor nodig tenminste besteed aan het eenvormig beschrijven van de hoogte van het zetsel! De bandhoogte is een van de meest willekeurige en onbetrouwbare gegevens bij oude drukken. Verder zijn er geen gegevens verstrekt over drukkersmerken, verbeterbladen ("cancels"), en is de opgave van voor- en nawerk onduidelijk (dit laatste is erkend op p. 39 n. 7). Gegevens over "(her)druk, editie" etc. zijn niet gebaseerd op een coherente bibliografische theorie. Historici (van de nieuwe tijd) die niet vertrouwd zijn met McKerrow of Gaskell lopen ernstig gevaar hun gedrukte bronnen ondeskundig te hanteren en fictieve conclusies te poneren. Wie bv. op basis van de vele afzonderlijke nummers bij een bepaald auteur zou besluiten tot een grote contemporaine waardering van diens werk, kan wel eens bedrogen uitkomen (p. 154-155 de Justinianus-editie van Maestertius is in 1663 niet driemaal, doch slechts éénmaal gedrukt: nrs 348a-350 zijn voorbeelden van deel-oplagen door 1 drukker voor verscheidene uitgevers). Een deskundige bibliografie behoeft een degelijk register: "In dit register zijn alle persoonsnamen opgenomen die in de Bibliografie voorkomen, met uitzondering van die van uitgevers en drukkers, alsmede van aangehaalde secundaire literatuur". De tweede uitzondering is licht te rechtvaardigen. De eerste is in een bibliografie van oude drukken eenvoudigweg onvergeeflijk! Juist déze namen verdienen wel een afzonderlijk register!
Enkele foutjes ontdekt tijdens steekproeven: van nr. 735 (Tuning, Apophtegmata, 1609) telt, pars 2 "100" (i.p.v. "96") en pars 4 "116" (i.p.v."112") pagina's; nr. 134 (Cunaeus, Sardi venales, 1617 in verzamelwerk) heeft xx p. vóór de opgegeven 116 p. tekst. De bibliograaf blijve op zijn hoede! Zelfs de bibliografie heeft haar Rechten ... [M. d. S.].
Zie ook nr.
1535
683. - Harry Chr. VAN BEMMEL, Catalogus van incunabelen en postincunabelen aanwezig in de Bibliotheek Arnhem, Arnhem, Bibliotheek, 1985, 8°, 101 p., ill.- ISBN 90-9000740-7. Te verkrijgen bij Stichting Arnhemse Openbare en Gelderse Wetenschappelijke Bibliotheek, Koningstraat 26, NL - 6801 ML Arnhem.
Een bezit aan oude drukken hoeft kwantitatief niet indrukwekkend te zijn om een catalogus te publiceren die kwalitatief aan alle normen voldoet. Dit is het geval met de 54 tellende Arnhemse catalogus: 20 incunabelen en 34 postincunabelen, ook de niet meer aanwezige, zijn summier beschreven, met o.m. opgave van signaturen, repertoria, eigendomsmerken en andere karakteristieken van het exemplaar. Dit laatste aspect wordt op sprekende aangevuld met reprodukties van initialen en wrijfsels van bandstempels. Registers op auteurs en anoniemen, drukkers en uitgevers en een beredeneerde lijst van de herkomsten ontsluiten dit bezit. Om geheel up to date te zijn volgt er nog een concordantie van de IDL-nummers en de catalogusnummers. Speciaal te vermelden valt dat er slechts vier drukken uit de Nederlanden aanwezig zijn, maar anderzijds zijn 13 van de 20 incunabelen unica in Nederland. Het boekje is fraai uitgegeven, op wat tè zwaar papier, met op de omslag de titel gevat in een glossenomlijsting naar een Venetiaanse druk van de Decretales [E. C.-I.].
Zie ook nr.
852
684 - Katalog der Inkunabeln in der Stiftsbibliothek Engelberg, bearbeitet von P. Sigisbert BECK. St. Ottilien, Eos Verlag Erzabtei St. Ottilien, 1985, 80, 262 p - 8 pl., ill. (Studien und Mitteilungen zur Geschichte des BenediktinerOrderis und seiner Zweige, 27. Ergänzungsband).
Nïet zozeer omwille van de éne Nederlandse incunabel (H 5487 = 9297) dan wel om de conceptie van de catalogus en de uitstekende inleiding, is deze publikatie in deze kroniek het vermelden waard.
Het twaalfde-eeuwse benedictijnenklooster Engelberg in Zwitserland kan vooral bogen op een prachtverzameling handschriften en banden, maar de 356 incunabelen zijn beslist ook het ontsluiten waard. Daartoe is de auteur o.m. door de Gesamtkatalog der Wiegendrucke in Berlijn aangespoord. De titelbeschrijving van de wiegedrukken is kort gehouden, met verwijzing naar de klassieke repertoria. De grootste aandacht gaat evenwel uit naar de eigen kenmerken van het exemplaar: rubricering, decoratie, aantekeningen, eigendomsmerken en band. In afzonderlijke kapittels zijn ondergebracht de fragmenten van incunabelen en van één blokboek (Hl. Jozef), de einde 19de eeuw aan een nieuwe stichting in de V.S.A. geschonken wiegedrukken, de postincunabelen (1501-1520) met incunabelsignatuur. Verschillende concordanties, een topografisch drukkersregister, een register op persoons- en plaatsnamen en een systematisch geordend zaakregister ronden deze voorbeeldige publikatie af. [E. C.-I.].
685. - Kurt Hans STAUB, Die Inkunabeln der Nicolaus-Matz-Bibliothek (Kirchenbibliothek) in Michelstadt. Ein Katalog von Kurt Hans Staub unter Mitarbeit von Christa STAUB. Michelstadt, 1984, 80, 120 p., facsim. (Rathaus- und Museumsreihe, Michelstadt, 3). - ISBN 3-924583-02-1.
In 1499 vermaakte de theoloog en universiteitsprofessor Nicolaus Matz (ca. 1443-1513) zijn vaderstad Michelstadt 117 banden, waarbij de stichting van een bibliotheek een feit werd. De nadruk ligt op de homiletiek en de exegese. Drukken uit Basel en Straatsburg zijn het talrijkst. Er zijn slechts twee Nederlandse: een Antwerpse editie van Leeu (de aflaatbrief tegen de Turken, 1487, afkomstig uit de band rond een Keulse druk; cf. Inventaris van incunabelen gedrukt te Antwerpen, nr. 148) en een druk van Richard Paffraet (Campbell 135). De 159 wiegedrukken zijn door de Darmstadtse bibliothecaris Kurt Hans Staub voorbeeldig beschreven: verkorte titelbeschrijving met verwijzing naar de repertoria, toelichtingen betreffende rubricering, decoratie, herkomst en band van het exemplaar. Aan het eind een lijst van de bijgebonden incunabelen, drukkersregister, register van vroegere bezitters, concordanties met de standaardrepertoria, identificering van bandstempels aan de hand van Kyriss, een standregister en tenslotte literatuuropgave. Tot slot moet gezegd worden dat het een bijzonder mooi en verzorgd boekje is, overvloedig geïllustreerd (twaalf kleurreprodukties!) en in linnen gebonden. [E. C.-I.].
686. - Carla BOZZOLO, Dominique COQ, Denis MUZERELLE & Ezio ORNATO, Noir et blanc: premiers résultats d'une enquête sur la mise en page dans le livre médiéval, in Atti del Convegno internazionale Il libro e 11 testo, Urbino, 20-23 settembre 1982. A cura di Cesare QUESTA e Renato RAFFAELLI, Urbino, Universitá degli Studi, 1984, p. 197-221.
Enige bijdrage tot dit congres in 1982 te Urbino georganiseerd waar ook aandacht aan het gedrukte boek, meer bepaald de incunabel, is besteed. Zoals de studie hierboven besproken, is ook deze de vrucht van de kwantitatieve onderzoeksmethode toegepast op het middeleeuwse boek. Een eerste positief punt is dat het vijftiende-eeuwse gedrukte boek parallel met het handgeschreven wordt onderzocht. Verder wordt nagegaan niet enkel hoe de technieken en de produktiewijzen evolueren maar ook waarom. Hoe doet de bladzijde tekst zich aan ons voor? Is ze functioneel m.a.w., is ze leesbaar? Achtereenvolgens wordt de beschreven c.q. bedrukte oppervlakte van de bladzijde bestudeerd, de dichtheid van de tekst en de schikking van de tekst (lange regels of twee kolommen), vreemd genoeg niet de letter. Het onderzoek is verricht op een beperkt gebied: Latijnse teksten met uitzondering van liturgische en teksten zonder glossen. [E. C.-I.].
687. - Peter AMELUNG, Das Registrum bei Eggestein und anderen oberrheinischen Frühdruckern. Die Anfänge eines Hilfsmittels für den Buchbinder, in Gutenberg-Jahrbuch, 1985, p. 115-124.
Het registrum, een lijst met de aanvangswoorden van alle dubbele bladen bestemd om het boek in juiste volgorde in te binden, was volgens Haebler een Italiaanse uitvinding. Hij was tot die mening gekomen omdat het registrum het talrijkst en ook het vroegst voorkomt in Italiaanse incunabelen. Op grond van nieuwe vondsten is Amelung geneigd de oorsprong terug te brengen naar Straatsburg en Eggestein. Zijn argumenten zijn overtuigend. Eggestein drukte in tegenstelling tot de Italiaanse gewoonte dit registrum op een afzonderlijk blad dat na het inbinden weggeworpen werd. Deze gewoonte kan de zeldzaamheid van de overgebleven exemplaren buiten Italië verklaren. [J. M.].
688. - Lotte HELLINGA, Manuscripts in the hands of printers, in Manuscripts in the fifty years after the invention of printing. Some papers read at a Colloquium at the Warburg Institute on 12-13 March 1982, London, 1983, p. 3-11.
Standaardisatie, zowel wat de vorm als de inhoud van het gedrukte betreft, was een direct gevolg van de uitvinding van de drukkunst. Van zodra een handschrift in druk verscheen verwierf het gedrukte een belangrijker prestige dan dezelfde met de hand geschreven tekst. In dit kader onderzoekt L. Hellinga wat nauwkeuriger de relatie handschrift-druk en de talrijke manipulaties die het handschrift onderging vooraleer tot het eigenlijke drukken kon overgegaan worden. Daar waar bij handschriften de copiisten naar nauwkeurigheid bij het afschrijven streefden was dit in het drukkersatelier niet het geval. "A manuscript used by a printer can show corrections by an editor, casting-off by a master printer, yet a compositor had the final hand in making the text". Tenslotte gaat ze de volledigheid van de tekst en de betrouwbaarheid van de Canterbury Tales in de Caxton-editie na.
Dezelfde bundel bevat onder meer een bijdrage van M. D. Reeve, Manuscripts copied from printed books (p. 12-20) en van C. F. R. de Hamel, Reflexions on the trade in books of hours at Ghent and Bruges (p. 29-33) waarin enkele algemeenheden over de handel in gedrukte boeken. [J. M.].
689. - Het blokboek van Sint Servaas. Facsimile met commentaar op het vijftiende-eeuwse blokboek, de Servaas-legende en de Maastrichtse reliekentoning. = Le livre xylographique de Saint Servais. Facsimilé avec commentaire sur le livre xylographique du quinzième siècle, sur la légende de St. Servais et sur l'ostention des reliques à Maestricht. Uitgegeven door = Édité par A. M. KOLDEWEIJ en P. N. G. PESCH Zutphen, De Walburg Pers, - Maastricht, Algemene Boekhandel Veldeke, 1984, 80, 111 p., ill. (Clavis Kunsthistorische Monografieën, l). - ISBN 90-6011-317-9. BF 995; Hfl. 49, 50.
Het zestiende eeuwfeest van het overlijden op 13 mei 384 van de Maastrichtse bisschop Sint Servaas, is de aanleiding geweest een nieuwe facsimile-editie te bezorgen van het unieke blokboekje bewaard in de Koninklijke Bibliotheek te Brussel, vergezeld van een inleiding en een commentaar in het Nederlands en het Frans. Voor de oningewijden is de algemene inleiding over het blokboek zeer welkom. De problemen van plaats en tijd van ontstaan zijn door Hymans in zijn korte inleiding bij het uitstekend facsimile door Bruno Cassirer te Berlijn in 1911 uitgegeven, opgelost als hoogstwaarschijnlijk omstreeks 1460 in de Zuidelijke Nederlanden. Het dank zij betagrafieën secuurder uitgevoerd papieronderzoek kan dit nu alleen maar bevestigen, evenals bepaalde dialectkenmerken en verschrijvingen van een Nederlandstalig kopiist op de taalgrens als plaats van ontstaan wijzen. Veronderstellen dat er ook een Nederlandstalige versie in omloop moet zijn geweest - wat dan meteen verklaart dat de tekst met de hand is geschreven en niet in het blok uitgesneden - lijkt voor de hand liggend; in dit verband had de Franse tekst misschien aan een grondiger filologisch onderzoek kunnen worden onderworpen, alvorens conclusies te trekken.
Over de oude herkomst van dit chiroxylografische boekje is inderdaad niets met zekerheid bekend; Ruelens die het voor het eerst signaleerde, zegt er niets over. Toch zijn er sterke vermoedens dat het heeft toebehoord aan Karel van Hulthem: vast staat dat deze het blokboek bij J. Nuewens heeft gekocht (1811); in Nuewens' catalogus is het onder nr. 51 opgenomen. In de Bibliotheca Hulthemiana (Gent 1836) komt het evenwel niet voor. Anderzijds wijst het inschrijvingsnummer (hs. 18.972) op een latere datum van verwerving - of van inschrijving? - dan de meeste Van Hulthem-handschriften.
Alles samen genomen is het de auteurs als een verdienste aan te rekenen al de gegevens keurig geordend in een vlot leesbare tekst te hebben gepresenteerd. Als inleiding op het facsimile in vierkleurendruk is deze gelegenheidsuitgave in eenieders bereik, wat beslist een goed punt is. [E. C.-I.]
690. - Ludo SIMONS, Enkele filologische beschouwingen bij het eerste te Antwerpen gedrukte boek, in Liber amicorum Leon Voet, p. 375-379 (cf. nr. 704).
Vóór Mathias van der Goes zijn Boexken van der officien ofte dienst der missen in 1481 te Antwerpen drukte (enig bekend ex. in Darmstadt, Hessische Landes- und Hochschutbibliothek; cf. Kroniek 9, nr. 493) was het al zeker één, misschien tweemaal bij Gheraert Leeu te Gouda verschenen. Deze twee Goudse drukken vertonen opmerkelijke taal- en spellingsvarianten: er is een Hollandse en een Brabantse tekst. Van der Goes heeft in zijn eerste druk de "Hollandse" tekst, naar Leeu's voorbeeld, gevolgd, maar in zijn latere druk van 1484 "Brabantse" toegevingen gedaan. Hoe de twee teksttradities hun leven hebben geleid, is vooralsnog niet uit te maken [E. C.-I.].
691. - S. CORSTEN, Kölner Drucker und Verleger in Antwerpen (15. und 16. Jahrhundert), in Liber amicorum Leon Voet, p. 189-203 (cf. nr. 704).
S. Corsten toont aan dat de gunstige economische betrekkingen tussen Keulen en Antwerpen ook voor gevolg hadden dat op het gebied van de boekdrukkunst en de boekhandel drukkers en uitgevers in beide steden nauwe relaties hadden. Hij gaat dit wat nauwkeuriger na voor H. Quentel, Fr. Birckmann, H. Eckert van Homberg en J. Gymnicus. [J. M.].
692. - Werner GREBE, Der Kölner Frühdrucker Johann Landen und die Druckwerke seiner Offizin. Wiesbaden, 0. Harrassowitz, 1983, 80, 113 p., ill. (Buchwissenschaftliche Beiträge aus dem Deutschen Bucharchiv München, 6). - ISBN 3-447-02438-0.
Zeer welkom is deze publikatie over leven en werk van de slecht bekende drukker Johann Landen (vóór 1463-1521 ?), afkomstig van Landen in de provincie Luik en van 1496 tot 1521 als drukker actief te Keulen waar hij in 1482 baccalaureus was geworden. De achtenzestig drukken in quarto- en octavoformaat zijn beschreven volgens de normen van de GW. De vindplaatsen zijn voor zover bekend alle opgegeven. In een afzonderlijk hoofdstukje wordt een overzicht van de lettertypen geboden; in een ander een lijst van het hele illustratief en decoratief materiaal. Vijf verschillende watermerken werden (in hoeveel exemplaren?) met Briquetnummers geïdentificeerd. Het geheel is met een veertigtal afbeeldingen geïllustreerd. [E. C.-I.].
693. - Gerard VAN THIENEN, Een onbekende druk met een onbekend adres van Henrick Pieterszoon die Lettersnider in Antwerpen, in Liber amicorum Leon Voet, p. 381-388 (cf. nr. 704).
Bij het materiaal verzamelen voor de IDL (cf. Kroniek 10, nr. 605) heeft Van Thienen in het Berchmannianum te Nijmegen een devotieboekje ontdekt met de titel Seer minnelijke woerden die Jesus had met sijne gebenedijde moeder. Het is door Henrick Pieterszoon Lettersnider te Antwerpen gedrukt in 1493 of daarna, maar vóór 1504, datum waarop de drukker in Rotterdam gevestigd was. Noch het lettertype, noch de gebruikte lombarden, noch een vergelijking met de overige vier drukken van deze tekst in de 15de eeuw in de Nederlanden, noch de tekstvarianten laten een nadere datering toe. De druk wordt volgens de regels van de kunst beschreven; in de IDL heeft hij het nummer 4728. [J. M.].
694. - Jeroom MACHIELS, Een Petrarca-druk van Albert Pafraet, in Liber amicorum Leon Voet, p. 273-283 (cf. nr. 704).
Het betreft de tot voor kort onbekend gebleven druk van de Psalmi confessionales - de eerste druk van deze tekst in de Nederlanden - samen met Carmen de septem peccatis capitalibus van Rudolf van Langen. Op grond van de lettertypen en de houtsneden kon hij aan A. Pafraet in Deventer worden toegeschreven en omstreeks 1514-1517 gedateerd. Deze vondst bood meteen de gelegenheid dieper in te gaan op de houtsneden in de andere Nederlandse Petrarca-drukken. Het exemplaar is thans in privé bezit. [A.].
695. - J. P. J. BRANDHORST & K. H. BROEKHUIJSEN-KRUIJER, De verluchte handschriften en incunabelen van de Koninklijke Bibliotheek. Een overzicht voorzien van een iconografische index. 's-Gravenhage, Stichting Bibliographia Neerlandica, 1985, 40, xii-312 p. - ISBN 90-71313-02-6. 22, 50 Fl. + porto.
Het handschriftenbestand van de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage is goeddeels bekend door de publikaties van Byvanck en Hoogewerff en door meer recente tentoonstellingscatalogi. Toch was er nood aan een algehele ontsluiting van de verluchte handschriften (496 in aantal), waar ook 63 verluchte incunabelen uit dezelfde bibliotheek zijn aan toegevoegd. Het zwaartepunt ligt in beide gevallen op de Noordelijke Nederlanden, gevolgd door de Zuidelijke. De beschrijvingen van de incunabelen zijn gebaseerd op de IDL (Incunabula in Dutch Libraries); de band is enkel in de tijd gesitueerd en als herkomst is enkel de laatste opgegeven. Daaronder volgt de opgave van de uitgebeelde taferelen; in vele gevallen wordt echter alleen maar melding gemaakt van de aanwezigheid van gedecoreerde of gehistorieerde initialen, randversieringen en eventuele latere toevoegingen. Een alfabetisch geordend iconografisch register ontsluit de hele rijkdom aan illustraties, een nuttig werkinstrument voor elkeen die te maken heeft met het identificeren van voorstellingen uit de godsdienstige en de profane wereld. Het boek is met bescheiden middelen heel keurig uitgegeven. [E. C.-I.].
696. - J. P. FILEDT-KOK, 's Levens felheid: de Meester van het Amsterdamse Kabinet of de Hausbuchmeester, ca. 1470-1500. Inleidingen en bijdragen van K. G. BOON [e.a.]. (Tentoonstelling in het Rijksprentenkabinet 14 maart-9 juni 1985). Amsterdam, Rijksprentenkabinet / Rijksmuseum - Maarssen, Schwartz, 1985, 4-, 304 p.. ill. - ISBN 90-6179-059-X.
Reproduktie en bespreking van het hele oeuvre van de onder twee noodnamen bekende meester: Meester van het Amsterdamse Kabinet of Hausbuchmeester. De sluier is nog steeds niet gelicht over dit identificatieprobleem: een van de oude hypothesen die opnieuw getoetst worden, is de mogelijke identificatie met Erhard Reuwich. Ook al is het laatste woord in dezen nog niet gezegd, betekent dit boek toch een belangwekkende en boeiende bijdrage: immers, bij de bestudering van 's Meesters œuvre zijn alle tekeningen, miniaturen, schilderijen, glasschilderijen betrokken, door hem of naar zijn voorbeeld gemaakt. Hiertoe zijn ook een aantal houtsneden te rekenen die in een paar incunabeluitgaven voorkomen: nl. Spiegel menschlicher Behältnis (H 14935), Joh. von Cube, Gart der Gesuntheit (H 8948) en Bernard von Breydenbach, Peregrinationes in Terram sanctam (H 3956). [E. C.-I.].
697. - Frank HIERONYMUS, Inkunabelholzschnitte aus den Beständen der Universitätsbibliothek [Basel]. Ausstellung 23. Mai-15. Juli 1972. Basel, Universitätsbibliothek, 1983, 40, 164 p., ill. (Publikationen der Universitätsbibliothek Basel, 6. Oberrheinische Buchillustration, 1). - ISBN 3-85953-013-5.
"Nachdruk" van de tentoonstellingscatalogus van 1972, "mit Ergänzungen und Korrekturen". Aangespoord door het Bazelse Prentenkabinet heeft F. Hieronymus d.m.v. een tentoonstelling de rijkdom aan geïllustreerde boeken uit de 15de eeuw van de Bazelse Universiteitsbibliotheek aangetoond. Elke notitie (over de 220 nummers) biedt de beschrijving van de editie, toelichtingen bij de auteur en zijn werk en het exemplaar, en de beschrijving van de tentoongestelde houtsneden. Er zijn registers op de auteurs, de drukkers (geen uit de Nederlanden), de kunstenaars, de eigendomsmerken; in deze laatste lijst zit ten minste één landsman: Vandevelde uit Leuven. [E. C.-I.].
698. - Wim VAN DONGEN, Boekbanden uit de Librije te Zutphen, in Middeleeuwse boeken en teksten uit Oost-Nederland. Een bundel studies uitgegeven door A. J. GEURTS, Nijmegen/Grave, uitg. Alfa, 1984, p. 137-212. - ISBN 90-7040-722-1. Fl. 45.
De Sint Walburgiskerk bezat al een verzameling van ca. 20 handschriften, meer dan 60 incunabelen en enkele postincunabelen toen in 1561 de beroemde Librije werd gebouwd; zij zou geen nieuwe kapittelbibliotheek maar wel een stadsbibliotheek worden. Uit de rekeningen blijkt dat er op dat ogenblik, vnl. tot in 1573, veel nieuwe boeken werden gekocht en dat er te binden werden gegeven bij met name genoemde binders. De auteur bespreekt al deze banden, ook die welke niet meer in de Librije aanwezig zijn, per binder of binderij, in chronologische orde; het zijn de fraters te Deventer, Vincent Russenberg, Wilhelmus de Boekbinder, Derick van Santen, de fraters te Doesburg en Simon Steenbergen. Hierop volgt een beschrijving van de stempels (met reproduktie) van de banden zelf, met opgave van de inhoud. Het merendeel zijn buitenlandse drukken, maar een twintigtal, vaak in convoluten (o.m. een met werken van Cunerus Petri de Brouwershaven), stammen uit Antwerpen en Leuven; hiervan is de meerderheid thans niet meer in de Librije aanwezig. Een voorbeeldige studie die navolging verdient. [E. C.-I.].
699. - Carla Bozzolo, Dominique COQ & Ezio ORNATO, La production du livre en quelques pays d'Europe occidentale aux XIVe et XVe siècles, in Scrittura e civiltà, 8, 1984, p. 129-159.
Voor het geschreven en het gedrukte boek in de 14de en 15de eeuw worden de beschikbare bronnen opgespoord die een inzicht in de produktie moeten mogelijk maken, en de moeilijkheden die zich hierbij voordoen aangehaald. Zo is in de incunabulistiek nooit een kwantitatieve analyse gemaakt om te weten hoeveel teksten in een bepaalde tijdspanne in een bepaald land zijn verschenen, hoe groot de oplage was en aan wie ze zijn verkocht. De moeilijkheid is evident: hoe talrijk zijn de overgebleven exemplaren en waar zijn zij te vinden? Welke en hoeveel edities zijn niet meer tot ons gekomen of zijn ons volkomen onbekend gebleven? Toch hebben de auteurs een onderzoek in dit perspektief gewaagd en zijn zij tot bepaalde bevindingen gekomen die, al steunt het onderzoek deels op onvolledige bronnen, ongetwijfeld hun belang hebben, zeker niet in het minst op methodologisch gebied. [E. C.-I.].
700. - F. BARBIER, Le livre imprimé au XVe siècle dans la France du Nord, in Revue du Nord, 1984, nr. 261-262, p. 633-651.
Aan de hand van oude catalogi en herkomstvermeldingen gaat F. Barbier na welke incunabelen oorspronkelijk in Noord-Frankrijk aanwezig geweest zijn (bv. in de abdij van Saint-Sépulcre te Kamerijk (Cambrai) met 250 banden, bij de recolletten te Rijsel (Lille) met een 90 tal banden, enz.). Daarna volgt een overzicht van de aard van de gedrukte werken, de drukkers en de data. [J. M.].
701. - Kees GNIRREP, Quantitative techniques in the study of early printed books: the Netherlands in the 15th and early 16th centuries, in Gazette du livre médiéval, no 5, automne 1984, p. 7-9.
Statistische gegevens over het aantal edities in een bepaalde periode, i.c. 1473-1540, leren ons welke teksten zijn gepubliceerd. Wil men echter meer weten over het produceren van boeken in zijn materiële en economische aspecten, dan is het van groter belang het aantal bedrukte vellen te kennen. Een verschillend standpunt bij het onderzoek leidt dan ook naar een verschillende conclusie. [E. C.-I.].
702. - Monnikenwerk. [Tentoonstelling] Kritzraedthuis, Sittard, 8 dec. 1984-6 jan. 1985. Z. pi., [1984], 80, 22. p.
In een eenvoudig catalogusje, waar helaas een inleiding aan ontbreekt, zijn 80 handschriften, drukken, enkele archiefstukken en een paar voorwerpen betreffende de drukkunst, beschreven. Het belang ligt vooral in het groot aantal bruikleengevers, hoofdzakelijk uit Maastricht, waaronder een paar privécollecties. Het is evenwel niet tot (middeleeuws) monnikenwerk beperkt. [E. C.-I.].
703. - Moderne devotie: figuren en facetten. Tentoonstelling ter herdenking van het sterfjaar van Geert Groote, 1384-1984. (Nijmeegs Volkenkundig Museum, 28 september t/m 23 november 1984). Catalogus (coördinatie en algemene leiding: A. J. GEURTS). Nijmegen; Katholieke Universiteit, Afdeling Hulpwetenschappen van de geschiedenis; 1984, 8°, 375 p., ill. + 1 kaart. - Fl. 25.
Honderdachtentwintig documenten zijn rond zeventien thema's gegroepeerd en worden door vijftien auteurs uitvoerig beschreven en besproken. Leemten in de tentoonstelling komen in de inleiding van P. Th. M. van Dijk o. carm. aan bod. De zeventien thema's zijn: Jan van Ruusbroec, Rijnlandse mystiek, het kartuizermilieu, Geert Groote, getijdenboeken, ontstaan en stichtingen der broeders en zusters van het gemene leven, geschriften der broeders van het gemene leven, rapiaria en collatieboeken, onderwijs, ontstaan en ontwikkeling van het kapittel van Windesheim, geestelijke geschriften van Windesheimers, lijdensdevotie, bijbel en liturgie bij de Windesheimers, historiografie, de moderne devotie en het boek, verwante kapittels, hervormingen, nawerkingen en doorwerking. Het merendeel van de tentoongestelde stukken zijn handschriften, maar er zijn ook enkele archiefstukken en iconografische documenten, benevens een twintigtal drukken. De literatuuropgave bij elk nummer is in twee gesplitst: a) literatuur en tekstuitgaven waarin het tentoongestelde voorwerp wordt vermeld; b) werken met relevante informatie i.v.m. de verstrekte commentaar.
Een uitvoerige lijst van verkort geciteerde werken, evenals een overzichtelijke lijst van tentoongestelde voorwerpen, van besproken en vermelde handschriften, een register van persoons- en een van plaatsnamen, maken van deze catalogus een boek van blijvende waarde. [E. C.-I.].
704. - Liber amicorum Leon Voet. Onder redactie van Francine DE NAVE. [Brussel], Gemeentekrediet van België voor de Vereeniging der Antwerpsche Bibliophielen te Antwerpen, 1985, 8°, xviii-651 p., ill. (= De Gulden Passer, 6163, 1983-1985). - BF 2.250.
Drie jaar na zijn officiële, maar ietwat voortijdig afscheid als conservator van het Museum Plantin heeft Leon Voet thans een vriendenboek aangeboden gekregen tijdens een plechtige zitting op 9 maart 1985 in het Museum Plantin-Moretus te Antwerpen. Omdat dit boek heel wat bijdragen bevat die voor deze kroniek in aanmerking komen, weze hier enkel de grote thema's aangegeven, te weten: Rond Christoffel Plantijn, zijn verwanten en de Officina Plantiniana; Uitgevers, drukkers en drukken uit de 15de, 16de en 17de eeuw; Uit de 16deen 17de-eeuwse geleerdenwereld rond Christoffel Plantijn en de Moretussen; Rond de Antwerpse teken- en prentkunst uit de 16de en 17de eeuw. De bijdragen zelf worden elk afzonderlijk besproken. Laten wij hier nog aan toevoegen dat de uitgave tot stand is gekomen dank zij de medewerking van het Gemeentekrediet van België; in de Commissie geschiedenis van Pro Civitate, de culturele dienst van genoemde instelling, heeft Leon Voet een actieve rol gespeeld. De drie jaargangen van De Gulden Passer waarmee deze publikatie samenvalt, zijn aldus uitgegroeid tot een mooi boek in wijnrood linnen gebonden met het uitgeversmerk van de Antwerpsche Bibliophielen in goudstempel op het voorplat. Voor de abonné's op het tijdschrift zijn er een stofwikkel en een titelblad van de Gulden Passer bijgeleverd. [E. C.-I.].
Zie ook nrs.
690; 691; 693; 694; 708; 709; 715; 714; 718; 719; 722; 723; 725; 726; 727; 729; 734; 735; 747; 749; 753; 765; 766; 771; 772; 774; 775; 776
705. - Palaestra typographica. Aspects de la production du livre humaniste et religieux au XVIe siècle. Recueil édité par Jean-François GILMONT. Aubel, P.-M. Gason, 1984, 8°, 207 p., ill. (Livre-Idées-Sociétés. Série in 8, n° 6). -BF1250.
Bundeling van zes opstellen die op een of andere wijze te maken hebben met het zestiende-eeuwse boek; het maken van boeken, materialiter gezien, is hierbij geenszins verwaarloosd. Drie opstellen worden in de Kroniek afzonderlijk besproken; van de drie andere wordt hier een signalement gegeven.
Francis-M. HIGMAN heeft het over de Franse Luther-vertalingen verschenen tussen 1524 en 1550; een vierde ongeveer kwam van de pers bij Marten de Keyser te Antwerpen, 1525-30 (NK 3468-72, s.v. Luther). Cleve GRIFFIN plaatst het eerste in cursief gedrukte boek in Spanje, te weten M. A. Lucanus, Pharsalia, Sevilla, Jacob Cromberger, 22.VI.1528 (ex. Bibl. nac. Lissabon), in zijn culturele context. Gilmonts eigen bijdrage over Les mémoires d'Eustache Vignon (1588). Souvenirs d'un éditeur genevois du XVIe siècle is in feite een klein nevenproduct van het onderzoek dat hij voerde over Jean Crespin: Vignon is Crespins schoonzoon. De memoires zelf belangen slechts op indirecte wijze de wereld van het boek aan. De titel van de bundel is aan Jean Crespin ontleend; op de omslag is een houtsnede gereproduceerd: de man die de pers bedient (een drukkersmerk?). Een persoonsregister besluit het geheel. [E. C.-I.].
Zie ook nrs.
743; 745
706. - Bücherkataloge als buchgeschichtliche Quellen in der frühen Neuzeit. Herausgegeben von Reinhard WITMANN. Wiesbaden, 0. Harrassowitz, 1985, 80, 313 p. (Referate des 6. Jahrestreffens des Wolfenbütteler Arbeitskreises für Geschichte des Buchwesens vom 21. bis 23. Oktober 1982 in der Herzog August Bibliothek. Wolfenbütteler Schriften zur Geschichte des Buchwesens, 10). - ISBN 3-447-02529-8. - DM 69.
Hoe hebben nieuwe literaire genres de markt veroverd? Verschilt het aanbod op de boekenmarkt al naar gelang van de streek, de toestand van de handel, de maatschappij, de belijdenis van deze of gene godsdienst? Hoe reageert de boekenmarkt op politieke, economische en culturele gebeurtenissen? Deze en vele andere vragen kunnen worden beantwoord, zo men de boekhandelscatalogi stelselmatig wil opsporen, ontsluiten en bestuderen. Niet enkel geschiedenis van boekhandel en uitgeverij zal er mee gediend zijn, ook de kennis van het literaire leven kan er door worden gewijzigd. Deze bundeling referaten, in 1982 tijdens een van de vele samenkomsten in de Herzog August Bibliothek te Wolfenbüttel voorgebracht, betekent een eerste stap in dit onderzoek. Eén bijdrage handelt Über Bücherverzeichnisse der Humanistenzeit (Wolfgang MILDE), drie over auctiecatalogen (Hans Dieter GEBAUER over Eine Helmstedter Bücherauktion von 1661, Reinhard BREYMAYER over Auktionskataloge deutscher Pietistenbibliotheken; voor de derde zij verwezen naar nr. 784 in deze Kroniek). Günther RICHTER bespreekt Buchhändlerische Kataloge vom 15. bis um die Mitte des 17. Jahrhunderts, Ernst WEBER Sortimentskataloge des 18. Jahrhunderts als literatur- und buchhandelsgeschichtliche Quellen, Paul RAABE Bibliothekskataloge als buchgeschichtliche Quellen. Een zeer belangrijke bron zijn vanzelfsprekend de catalogi van kloosterbibliotheken en van collecties van adellijke families; een voorbeeld van laatstgenoemde soort behandelt Wolfgang ADAM in zijn Kataloge und Bücherverzeichnisse der Schlossbibliothek Langenburg. Erdmann WEYRAUCH ten slotte heeft het over de betekenis voor de bibliotheekgeschiedenis van de inventarissen van geleerdennalatenschappen: Nachlassverzeichnisse als Quellen der Bibliotheksgeschichte. In tegenstelling tot de middeleeuwse bibliotheekcatalogi zijn die uit de 16de, 17de en 18de eeuw slechts zeer schaars bestudeerd; het ontbreken van een bronnenrepertorium ligt hier zeker mede aan de oorzaak van. [E. C.-I.].
707. - A. A. BOERS, The editorial practice of a sixteenth-century scholar printer, in Quaerendo, 14, 1984, p. 43-62.
Boers wijdt een origineel artikel aan het veel te weinig behandelde probleem van de "publishing practice of scholar printers". Hij onderzoekt de manier van uitgeven van Geert Morrhe, een drukker afkomstig uit Kampen, die te Parijs ten tijde van Bade en Estienne een vijftigtal boeken drukte. [J. M.].
708. - Lode VAN DEN BRANDEN, Archiefstukken betreffende het Antwerpse in de 15de en 16de eeuw, in Liber amicorum Leon Voet, p. 169-186 (cf. nr. 704).
Zoals de uitgeefster E. Cockx-Indestege in de inleiding meedeelt, bestaat de bijdrage van L. van den Branden uit een ongewijzigde en onuitgegeven tekst van een lezing in februari 1975 gehouden. Daarin zet de auteur de aard en de omvang van zijn onderzoekingen in het Antwerps archief uiteen. [J. M.].
709. - Peter AMELUNG, Ein unbekannter Antwerpener Ablassbrief des frühen 16. Jahrhunderts in der Württembergischen Landesbibliothek in Stuttgart, in Liber amicorum Leon Voet, p. 139-146 (cf. nr. 704).
Amelung beschrijft en onderzoekt een onbekende aflaatbrief van Leo X op 23 september 1515 uitgevaardigd. Deze brief, een variant van het exemplaar in de Gentse Universiteitsbibliotheek (Gent 158; NK 2233) zou volgens hem te Antwerpen zijn gedrukt. [J. M.].
710. - Francine DE NAVE, Aanwinsten voor de plakkatenverzameling van het Museum Plantin-Moretus, in Cultureel Jaarboek Stad Antwerpen 1983 [versch. 1984], p. 28-32.
Via dezelfde weg als het boek in
nummer 724, konden zes Antwerpse plakkaten uit de jaren 1586-1598 verworven worden, die aan de collectie van de oude bibliotheek ontbraken. [E. C.-I.]
711, - Elly COCKX-INDESTEGE, Een vissershandleiding omstreeks 1506 te Antwerpen gedrukt, in Zoom op Zoo. Antwerp Zoo focusing on arts and sciences. Editor: Cécile KRUYFHOOFT, [Antwerpen, Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde van Antwerpen], 1985, p. 195-207. (50 jaar tijdschrift Zoo Antwerpen). - ISSN 0044-5029.
Van de eerst bekende editie van het Boecxken...hoe men mach voghelen vanghen... ende ...visschen [Antwerpen, Govaert Back, ca. 1506? (NK 2534) is een teksteditie bezorgd en een bespreking van de houtsneden. De geschiedenis van het exemplaar dat nu in de Koninklijke Bibliotheek Albert I berust, kon tot in de 19de eeuw worden gevolgd. [A.].
712. - Ben SALEMANS, De drukker Jacob Bathen en het Maastrichtse Liedboek uit 1554. Een tekstuitgave van"Dat ierste boeck vanden niewe duytsche liedekens", met een bio- en bibliografisch onderzoek naar zijn drukker. Doktoraalskriptie Nederlands van Ben Salemans. Onder begeleiding van P. Wackers, van de Vakgroep Oude Letterkunde, van de Sektie Nederlands aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen. Nijmegen, 1984, 8°, VIII-254 p., facsim.
Vanuit de belangstelling voor het z.g. Maastrichtse Liedboek, in 1554 door Jacob Bathen te Maastricht gedrukt, heeft S. een onderzoek naar zijn drukkeruitgever ingesteld. Dit heeft nieuwe elementen bijgebracht, of nieuwe en genuanceerde visies opgeleverd. Bathen moet vóór 1516 zijn geboren en een deel van zijn jeugd op de pachthoeve Vinckenbosch, toebehorend aan de abdij van Park, hebben doorgebracht. Of zijn broer Jan de drukker Jan Bathen is, blijft voorlopig een open vraag. Jacob is ingeschreven op de rol van de Leuvense Universiteit en mag zich sedert 1535 "magister" noemen. Het drukkersvak leerde hij hoogstwaarschijnlijk bij een Leuvens drukker, aanvankelijk misschien in de hoedanigheid van corrector. Van 1545 af te Leuven als drukker gevestigd, verlaat hij die stad einde '51 begin '52, vermoedelijk wegens de slechte economische omstandigheden, gaat naar Maastricht, tot eind 1554 en is van eind '54 tot '57 werkzaam in Düsseldorf. Daarna zet bij een punt achter zijn drukkersbezigheid en keert hij terug naar Vinckenbosch. S. raakt het probleem aan van commissies, consenten, octrooien en privileges die aan drukkers van overheidswege worden verleend, maar waarvan de precieze draagwijdte eigenlijk niet vast ligt. Een drukkersadres heeft Bathen nooit opgegeven, wel verschillende drukkersmerken. Tijdnood heeft S. verhinderd een grondig typografisch onderzoek in te stellen; toch kan hij het vermoeden uiten dat verschillende Leuvense drukkers hun lettermateriaal "lieten ontwerpen of inkopen bij één en dezelfde persoon". Tot slot van dit hoofdstuk herziet S. de kwestie of Bathen al dan niet te identificeren is met de monogrammist IB die Spesbanden signeert. In de bronnen staat Jacob Bathen evenwel nooit als boekbinder opgetekend, zodat men terecht aan die identificering kan twijfelen.
Het volgende hoofdstuk is een chronologisch geordende bibliografie van Bathens drukken. Hierbij is S. afhankelijk geweest van informatie en kopieën hem door derden al dan niet, met of zonder nauwkeurigheid, zijn verstrekt. S. is zich van het ongelijke resultaat hieruit voortvloeiend, goed bewust (p. 47), maar kon in het raam van deze skriptie helaas niet over ruimere mogelijkheden beschikken. Het boek is op een 6670-printer van het Universitair Rekencentrum van de KU Nijmegen gedrukt; hieruit vloeit voort dat de transcriptie van titelbladen wel wat te wensen overlaat en misschien best achterwege was gebleven, te meer daar er in de meeste gevallen een reproduktie aanwezig is. Of de lijst van 53 nummers volledig is, mogen wij met S. betwijfelen; wij blijven immers in het ongewisse over de gevoerde enquête.
De tweede helft van deze skriptie is aan de uitgave van het Maastrichtse Liedboek (M.L.) uit 1554 gewijd; het is een liedbundel voor acht stemmen, naar het enig exemplaar waarvan de bewaarplaats bekend is, nl. het Stadsarchief in Heilbronn (cf. RISM 1554/31). en waaraan de Superiuspartij helaas ontbreekt. De uitgave beperkt zich tot het zuiver letterkundig aspect; ze is noodgedwongen op de Tenorpartij gebaseerd en biedt, per lied, een diplomatische weergave, een kritische weergave, commentaar en, als er ruimte voor is, een facsimile. Eén van de bijlagen is een lijst van alle in de liederen voorkomende woorden met bewijsplaatsen en frekwentie (volgens een SNOBOLprogramma); filologisch is die niet zonder belang; de letterkundige èn de musicoloog-musicus hebben evenwel meer aan een lijst van incipits van de liederen.
Samenvattend kan men zeggen dat deze benadering van Jacob Bathen en zijn Maastrichts Liedboek een ideaal uitgangspunt vormt voor verder onderzoek, typografisch, bibliografisch en muziekhistorisch. [E. C.-I.].
713. - Dat bedroch der vrouwen. Tot een onderwijs ende exempel van allen mannen ionck ende out, om dat si sullen weten, hoe bruesch, hoe valsch, hoe bedriechlijk dat die vrouwen zijn. Naar het unieke, volledige exemplaar van de Utrechtse druk van Jan Bernts. van circa 1532, bezorgd en ingeleid door W. L. BRAEKMAN. Brugge, Marc Van de Wiele, 1983, 8°, ill. (Vroege volksboeken uit de Nederlanden, 1). - BF 1.200.
Op hetzelfde (al te) dik Ingres d'Arches-papier gedrukt (waardoor de band gaat schotelen) als de reeks "Zeldzame volksboeken uit de Nederlanden" in 1980 door dezelfde tekstbezorger op het getouw gezet maar na vijf delen stopgezet, wil de collectie "Vroege volksboeken uit de Nederlanden" de voortzetting van eerstgenoemde reeks zijn. In een summier overzicht wordt deze "oudste novellenbundel die we in het Nederlands bezitten" in zijn context geplaatst, worden de bronnen opgespoord en de inhoud weergegeven. Er zijn twee edities bekend met voor elk slechts één exemplaar: 1. Utrecht, Jan Berntsz., [1532?] (NK 4422) en 2. Antwerpen, Jan van Ghelen, [ca. 1560] (Adams B-460 en niet II 460) in een onvolledig ex. overgeleverd. Laatstgenoemde druk is achtereenvolgens ca. 1540 (Adams), tussen 1569 en 1574 (Pleij), ca. 1560 gesitueerd, punt dat nog verder zal moeten onderzocht worden. Bovendien zijn er aanwijzingen voor het bestaan van nog andere edities. Braekmans inleiding vormt een goed uitgangspunt voor verder onderzoek. Een eerste stap in die richting werd al gezet door Werner Waterschoot in zijn uitvoerige bespreking verschenen in Spiegel der letteren, 26, 1984, p. 93-100. Dank zij hem weten wij dat door P. Franssen twee artikelen aan Dat bedroch der vrouwen zijn gewijd (Spektator 12 en 13). Bovendien geeft hij ons een aantal lezenswaardige bedenkingen ten beste n.a.v. de lectuur.
Iemand die met oude drukken enigszins vertrouwd is, ontkomt echter niet aan een onbehaaglijk gevoel, bij het bekijken van dit facsimile. De proef op de som leveren de afmetingen van Berntsz'. drukkersmerk (NAT 13), dat 66 bij 83 mm meet, hier 88 bij 109 mm! De oorspronkelijke druk in quartoformaat is 33% vergroot. Om het facsimile aldus in het keurslijf van een reeks te kunnen onderbrengen is geen geldende reden. Bovendien blijft de lezer er in het ongewisse over, wat misschien nog erger is [E. C.-I.].
714. - Anne ROUZET, Une lettre inédite de Jacques de Pamele á l'imprimeur Jean Bogard, in Liber amicorum Leon Voet, p. 447-459 (cf. nr. 704).
Een brief van de Brugse humanist Jacobus Pamelius levert enkele achtergrondgegevens m.b.t. de uitgave in 1565 te Leuven door Joannes Bogardus van de Opera van Prosper van Aquitanië. [M. d. S.].
715. - Albert LABARRE, Les imprimeurs et librairies de Douai aux XVIe et XVIIe siècles, in Liber amicorum Leon Voet, p. 241-260 (cf. nr. 704).
Alfabetisch geordend overzicht van drukkers en uitgevers actief te Dowaai 1563-1700, op basis van recente repertoria, geconfronteerd met vroeger bibliografische studies. [M. d. S.].
716. - Harm WIEMANN, Emdense vluchtelingendrukkerijen en de Nederlanden. Rol en betekenis van de Nederlandse emigrantendrukkers in de zestiende eeuw, in Zannekin jaarboek, 5, 1983, p. 5-14.
H. Wiemann geeft een bondig overzicht van de activiteiten van de tweede generatie emigrantendrukkers te Emden, namelijk Nicolaes van den Berghe, Gillis van der Erven, Steven Mierdman, Jan Gheilliaert en Goosen Goeben [J. M.].
717. - J.-P. GENET, English nationalism: Thomas Polton at the Council of Constance, in Nottingham medieval studies, 28, 1984, p. 60-78.
Nobilissima disceptatio super dignitate et magnitudine Regnorum Britannici et Gallici, habita ab utriusque oratoribus et legatis in Concilio Constantiensi, Leuven, Dirk Martens, maart 1517 (NK 2216 en Heireman M 139 + Pl. 82), is één van die boekjes waarbij men zich kan afvragen waarom ze juist daar en dan verschenen. Gebleken is nu dat Robert Wingfield als Engels ambassadeur bij keizer Maximiliaan, tijdens een bezoek aan Konstanz in 1515 of 1516, in de Acta Concilii Constanciensis een tekst aantrof van een rede (uit 1417) waarin Engelse en Franse gezanten streden over "waardigheid" en "belangrijkheid" van hun resp. koninkrijk. Deze tekst was nog bruikbaar, en werd met een korte inleiding van Wingfield, te Leuven gedrukt (goed gericht op de Franse en Engelse markt). Dit artikel behandelt in hoofdzaak het hoe en waarom van de tekst uit 1417, geschreven door bisschop Thomas Polton; Wingfield is dus de tekstbezorger, niet de auteur (correctie op NK). [M. d. S.].
718. - C. MATHEEUSSEN, De omstreden datering van een Leuvense Martens-druk: J. L. Vives' Opuscula varia, in Liber amicorum Leon Voet, p. 285-300 (cf. nr. 704).
C. Matheeussen wijdt een uitvoerig onderzoek aan het opsporen van de juiste datum van NK 2172. De inhoud, de structuur en de dateringsstijl van deze Opuscula varia brengen de auteur tot de conclusie dat de druk in 1519 tot stand kwam. [J. M.].
719. - Louis LEBEER, Een en ander betreffende Jan Mollijns, voornamelijk in verband met zijn boek "Dit is die afcoemste en de [sic] Genealogie der Hertogen en Hertoginnen van Brabant ...", in Liber amicorum Leon Voet, p. 261-272. (cf. nr. 704).
Overzicht van problemen m.b.t. datering enz. van de door Mollijns gehanteerde privilegies. Het blijft wachten op nieuwe (archief-) gegevens. [M. d. S.].
720. - Chris COPPENS, Recente aanwinsten. Aanvullingen bij de Nederlandsche bibliografie van 1500 tot 1540 door W. Nijhoff en M. E. Kronenberg, Ex Officina, 2, 1985, p. 39-44.
Eénentwintig nieuwe exemplaren: klassieke, humanistische en devotieliteratuur. [E. C.-I.].
721. - A. R. A. CROISET VAN UCHELEN, De raadselachtige schrijfmeeste Clemens Perret en zijn twee materieboeken, in De arte et libris. Festschrift Erasmus 1934-1984, Amsterdam, Erasmus Antiquariaat en Boekhandel, 1984 p. 43-60.
"Materieboek" is de oude term waarmee de zestiende-eeuwse schrijfkunstenaar Perret zijn exemplaarboeken of, zoals wij het meestal noemen schrijfboeken, aanduidde. Het zijn schrift- en schrijfmodellen, vruchten van pennekunst, in handschrift èn gedrukt (d.w.z. in koper gegraveerd). De meeste schrijfmeesters blijken uit de Zuidelijke Nederlanden afkomstig te zijn zo ook de Brusselaar Perret. Met Croiset van Uchelen maken wij de speurtocht doorheen de eeuwen, naar de (schaarse) bijzonderheden over Perrets leven. Zijn beide werken, Exercitatio alphabetica van 1569 en Eximiae peritia alphabetum van 1571 worden uitvoerig besproken en beschreven: de uitgaven de randlijsten, hun ontwerper en graveur, de inhoud. Perret blijkt aan de basis te liggen van de latere schrijfmeesters in de Noordelijke Nederlanden [E. C.-I.].
Zie ook nrs.
879; 882; 920; 929; 935; 1196
722. - D. GROSHEIDE, Twee protestantiserende werken door Plantin 1558 gedrukt: L'A.B.C. ou Instruction chrestienne, en Instruction chrestienne par F. J. Pierre Ravillian, in Liber amicorum Leon Voet, p. 77-95 (cf. nr. 704)
Gedegen onderzoek naar de achtergronden van twee"protestantse" drukjes uit 1558 - vooral de "bronnen" van de gebeden en de betrokkenheid van de gebroeders Jean en Jacques Taffin, evenals de vroegste professionele contacten van Plantin met niet-katholieke teksten. [M. d. S.].
723. - Frans CLAES, Plantijn als uitgever van woordenboeken, in Liber amicorum Leon Voet, p. 49-67 (cf. nr. 704).
Synthese van Plantijns initiatieven op lexicografisch gebied en identificatie van de door hem in het voorwoord tot de Thesaurus Theutonicae Lingua (1573) vermelde "medewerkers". De Fransman Plantijn legde de grondslagen van de moderne Nederlandse lexicografie. [M. d. S.].
724. - Francine DE NAVE, Een unieke Plantijndruk voor het Museum Plantin-Moretus, in Cultureel Jaarboek Stad Antwerpen, 1983 [versch. 1984], p. 26-27.
Dank zij het Bestendig Dotatiefonds voor de Stadsbibliotheek en het Museum Plantin-Moretus te Antwerpen heeft laatstgenoemde instelling op een auctie bij Van Gendt te Amsterdam een exemplaar kunnen verwerven van een Officium beatae Mariae Virginis in 1573 door Plantijn in een groot octavoformaat gedrukt (Voet 1770 A). Geïllustreerd met kopergravures van bekende Antwerpse graveurs uit de tijd, was dit bedoeld als een luxe-editie naast de gewone oplage met houtsneden. [E. C.-I.].
Zie ook nr.
710
725. - Jean-Marie DUVOSQUEL, Une édition plantinienne retrouvée: la traduction néerlandaise des "Mémoires" de Philippe de Commynes par Cornelis Kiliaan, 1578, in Liber amicorum Leon Voet, p. 69-75 (cf. nr. 704).
In 1578 drukte Plantijn deze vertaling voor eigen rekening en voor rekening van Franciscus Raphelengius en Joannes Moretus (Voet 1011 A-C). Enkel van de uitgave voor Raphelengius was de laatste tijd een exemplaar aan te wijzen (Bio-bibl. van Cornelis Kiliaan nr. 22). J.-M. Duvosquel is de gelukkige vinder van de Plantijnse uitgave; het exemplaar is afkomstig uit de bibliotheek van Gustave van Havre. Nu is het nog wachten op een ex. van de uitgave van Moretus! [E. C.-I.].
726. - Jean Hoyoux, Les relations entre Christophe Plantin et Torrentius, évéque d'Anvers, in Liber amicorum Leon Voet, p. 109-115 (cf. nr. 704).
De invloedrijke Antwerpse bisschop heeft Plantijn steeds de hand boven het hoofd gehouden, niet het minst in diens Leidse periode. Dit alles gepresenteerd in een wolk van woorden, met weinig nieuwe gegevens, veel oude opvattingen en enkele misplaatste vergelijkingen (Plantijn in Leiden als "collaborateur"!). Voor de besproken Plantijn-drukken wordt verwezen naar Ruelens-De Backer. Bestaat er toevallig geen uitvoeriger en recenter Plantijn-bibliografie ... ? [M. d. S.].
727. - Denis PALLIER, La firme plantinienne et le marché français pendant la Ligue: les voyages du libraire Théodore Rinsart en France (1591-1596), in Liber amicorum Leon Voet, p. 117-135 (cf. nr. 704).
Episode uit de moeilijke relaties van het Plantijnse huis met Franse collega's. Het rijke archief, in casu van Jan Moretus, leverde het materiaal voor één van de zeldzame detailstudies uit de geschiedenis van de boekdistributie. [M. d. S.].
728. - The Leiden "Afdrucksel": a type specimen of the press of Willem Silvius in its last days, 1582. A facsimile with an introduction and notes by Paul VALKEMA BLOUW. Leiden, Ter Lugt Press - 's-Gravenhage, Staatsuitgeverij, 1983, f°, 23 p. + 1 dubbel blad.
De vondst door P. Valkema Blouw in het Leidse Stadsarchief, van een half vel met letterproeven uit de 16de eeuw, dreef hem tot het terugvinden van de bekende maar intussen verloren gegane andere helft. Het geheel wordt nu bewaard in het Stadsarchief te Leiden. Het gaat om een letterspecimen, Afdrucksel geheten, van de drukker Willem Silvius, uit 1582, dat als auctiecatalogus moest fungeren. Silvius immers stierf in 1582 en liet een nalatenschap vol schulden na, wat meebracht dat zijn inboedel moest worden geveild. Het Afdrucksel bevat 31 letterproeven: romeinse, cursieve, Griekse, civilité's en gothische, een assortiment van de beste stempelsnijders, alleen door Plantijn overtroffen. Samen met Silvius' lettermateriaal werden ook drie degelpersen verkocht. De overige inboedel van Silvius moet op een ander moment zijn verkocht. In samenwerking met de Staatsuitgeverij, de jongste opvolger van Silvius als drukker voor de Staten van Holland, heeft de Ter Lugt Press te Leiden (lid van de Stichting Drukwerk in de marge) Blouws uitstekende inleiding en Alastair Hamiltons Engelse vertaling van de proef in een zeer verzorgde typografie uitgegeven, samen met een reproduktie (in lijn) en een facsimile van het blad + nog een los dubbel blad met dezelfde reproduktie, bedoeld als werkinstrument. Alles bij elkaar een waardevolle publikatie in een bijzonder fraaie vorm gegoten. [E. C.-I.].
729. - B. A. VERMASEREN, Antwerpen en Deventer: het lot van twee drukwerken (1566/7) van Simon Steenbergen te Deventer bestemd voor Antwerpen, in Liber amicorum Leon Voet, p. 389-402 (cf. nr. 704).
Twee in beslag genomen boekjes van de hervormer Maarten Mikron bevinden zich nog in het gerechtelijk dossier (ARA Brussel). Beide werden in 1566/7 te Deventer door Simon Steenbergen gedrukt, naar vorige edities uit Emden. De inbeslagname van de voorraad verklaart de zeldzaamheid van deze (eens) "ketterse" werkjes. [M. d. S.].
730. - Een Nederlands raadselboek uit de zestiende eeuw. Uitgegeven door W. L. BRAEKMAN. Brussel; Omirel, Ufsal; 1985, 80, 105 p. (Scripta, 15).
Teksteditie van Een nieu clucht boecxken, inhoudende vele schoone vragen ende antwoorden in maniere van geraetsels, te Antwerpen door Pauwels Stroobant gedrukt, naar het exemplaar afkomstig van C. P. Serrure en berustend in het Museum Plantin-Moretus (zie Belgica Typographica 6391). Braekman situeert de druk, die niet de eerste is, "wel circa 1600"; uit het niet gedateerde impressum vernemen wij dat Stroobant De witten Hasewint in de Cammerstraat betrok toen hij het boekje drukte; op dat adres heeft hij van 1597 tot 1617 gewoond. In zijn inleiding behandelt de auteur raadsels in het algemeen en Nederlandse raadsels uit de middeleeuwen en de zestiende eeuw in het bijzonder. Ook wijdt hij in het kort uit over de plaats van raadsels in de volksliteratuur terwijl het bronnenonderzoek op zijn beurt de auteur wel eens voor raadsels plaatst. Een trefwoordenindex vergemakkelijkt het consulteren. Het nut van tekstedities, voornamelijk van moeilijk toegankelijke werken - i.c. slechts één exemplaar bekend - hoeft niet meer benadrukt. W. L. Braekman is de onvermoeibare en ijverige uitgever van teksten; hij heeft er de reeks "Scripta" voor opgezet en wil er vakliteratuur in het Duits, Engels en Nederlands uit de middeleeuwen en de renaissance publiceren. Het kryptische woord Omirel staat voor Onderzoekscentrum voor Middeleeuwse en Renaissance Literatuur van de Ufsal (Universitaire Faculteiten Sint-Aloysius), Vrijheidslaan, 17, B-1080 Brussel, waar ze ook te krijgen zijn [E. C.-I.].
731. - Giovannantonio TAGLIENTE, La vera arte delo excellente scrivere de diverse varie sorti de litere - Antwerpen 1545. Leuven, Ceuterick, 1984, 8°.
Facsimile-uitgave naar het onlangs door de Koninklijke Bibliotheek verworven tweede bekend exemplaar van de druk van Jan van der Loe. Deze handleiding van de Italiaanse schrijfmeester Tagliente heeft tijdens de zestiende eeuw een veertigtal edities beleefd. Voor het niet in zetwerk uitgevoerde gedeelte gebruikte Van der Loe de houtblokken van Italiaanse makelij; de afdruk van de voorbeelden, wit op zwarte achtergrond, is uitstekend te noemen. Het facsimile verscheen in een oplage van 300 exemplaren, niet in de handel; 100 exemplaren werden voorbehouden aan de gelukkige vinder van het boekje, Emile Van Balberghe. [E. C.-I.].
732. - Het Boeck der Psalmen Dauids. VVt de Hebreische spraecke in Nederduytschen dichte, op de ghewoonlijcke Francoische wyse ouerghesett, door Philips van Marnix heere van St. Aldegonde, etc. ingeleid door Jef STERCK en Ad DEN BESTEN. Antwerpen, Gillis vanden Rade, 1580. Fotografische heruitgave Gert-Jan Buitink. Antwerpen, Gert-Jan Buitink in samenwerking met B-Promotion, 1985, 80, (15 cm), niet gepag. - ISBN 90-70959-04-6. BF 750. FI.42.
Reproduktie van de eerste editie van Marnix' psalmberijming. Na een algemene inleiding van G.-J. Buitink volgen: 1° fragmentjes (in fotokopie) uit Prosper Arents' Marnix-bibliografie, 2° De christen Marnix door Jef Sterck, 3° Marnix als dichter door Ad den Besten, 4° iets wat voor een facsimile moet doorgaan. Doordrongen van een immense horror vacui heeft de uitgever niet alleen, zoveel mogelijk, afgezien van marges; hij heeft bovendien het lumineuze idee gehad de reproduktie onmiddellijk te doen aansluiten op de laatste (recto-) bladzijde van de inleiding. Het titelblad [Alro] is derhalve afgedrukt op een versozijde, en zo voort tot het (bittere) einde! Wij kunnen ons alleen maar verheugen over het verschijnen van wetenschappelijke facsimile's (zie in deze Kroniek,
nr. 681 voor geschiedenis en theorie ervan, evenals Kroniek 10, nr. 663 voor een geslaagd voorbeeld). Dit Boeck der Psalmen toont hoe het niet moet! Er is geen bibliologisch onderzoek gebeurd. De keuze van het gereproduceerde exemplaar is op louter praktische gronden geschied; zelfs de bibliotheekssignatuur wordt niet meegedeeld. Een moderne paginering ontbreekt zowel voor het corpus als voor de inleiding. Wij beklagen wie uit dit "boek" moet citeren, nu ook de grenzen tussen recto en verso zijn vervaagd. De gegevens van Pr. Arents over paginering etc. zijn dan ook consequent weggelaten uit de inleiding. De fotografische reproduktie is, alweer, niet van de beste kwaliteit: "het betreffende exemplaar werd gekopieerd, zoveel mogelijk gezuiverd en deels geretoucheerd" (!! - wij hopen voor het Museum Plantin dat deze zin niet letterlijk werd genomen ... ) De afmetingen zijn "enigszins vergroot ( ... ) om een betere leesbaarheid te bereiken". Het tegendeel is waar: de tekst heeft door de vergroting aan scherpte ingeboet en begint wel eens te zwalpen. Om de "bibliofiele" (o perversie!) aantrekkingskracht te vergroten is een stofwikkel toegevoegd waarop een kopie van het titelblad hier en daar met rode inkt is verfraaid. Het lijkt wel (bijna) een echt nieuw oud boek. Dit is een fake-simile. [M. d. S.].
733. - Herman PLEIJ, Nina VAN ROSSEM & Renée Simons, Een wagenspel in afleveringen als leesboek: Thomas van der Noots "Siecten der broosscer naturen", in Ic ga daer ic hebbe te doene. Bundel opstellen voor F. Lulofs, Groningen, Wolters, 1984, p. 179-204.
Omstreeks 1510 drukte Thomas van der Noot Vander siecten der broosscer naturen ende hoe haer ons Heere gheneest, met dertien houtsneden verlucht (NK 1903), en voor zover bekend, in één exemplaar bewaard (Kon. Bibl. te 's-Gravenhage). De auteurs zien in deze tekst van 466 versregels een wagenspel van het Brusselse barbiersgilde; de inhoud is evenwel bepaald door de moderne devotie. [E. C.-I.].
734. - Geneviève GLORIEUX, Quelques éditions pirates publiées á Bruxelles pendant la Ligue, in Liber amicorum Leon Voet, p. 221-239 (cf. nr. 704).
Poging tot drukkersattributie van een aantal pamfletten, met Frans drukkersadres of anoniem, in werkelijkheid in Brussel of Antwerpen gedrukt. Het onderzoek van ornamenten en kapitalen gebruikt door Rutger Velpius (te Brussel) leidde tot een eerste houvast in deze verwarrende materie; de Antwerpse ateliers behoeven nog verder onderzoek. [M. d. S.].
735. - Willem SCHRICKX, Een brief van de drukker Rutger Velpius uit 1582, in Liber amicorum Leon Voet, p. 347-351 (cf. nr. 704).
Brief uit 1582 aan Jean Richardot, vanwege Rutger Velpius, de belangrijkste overheidsdrukker in de Zuidelijke Nederlanden. Verder nog gegevens over hun verhouding en Richardots boekje Le Renart Découvert door Velpius in 1580 te Bergen (Mons) gedrukt. [M. d. S.].
736. - Ferenc POSTMA, Abbe Wybes, drukker van academische disputaties te Franeker (1597-1599), in De Vrije Fries, 65, 1985, p. 87-98.
Biografische gegevens en fondslijst van een drukker "in de marge" naast Franekers academiedrukker Aegidius Radaeus. Bevat ook een "naamregister der respondenten, met annotaties". [M. d. S.].
737. - Wort und Bild in der niederländischen Kunst und Literatur des 16. und 17. Jahrhunderts; hrsg. von Herman VEKEMAN und Justus MÜLLER HOFSTEDE. Erftstadt, Lukassen, 1984, xxiii-314 p. - ISBN 3-923769-04-0. DM 95.
Deze fraai ogende bundel met de referaten van het in 1981 te Keulen gehouden colloquium, bevat een aantal detailstudies over de relatie schilderkunst-literatuur in de 16de en 17de eeuw. Daarbij komt uiteraard geregeld het boek als "ontmoetingsruimte" van "woord en beeld" aan bod, o.m. emblemata, gravure, poëzie enz. Boeiend en hier relevant is A. J. GELDERBLOM, Een ereplaats voor een versleten jurk: de interpretatie van de titelgravure in Coornherts "Wercken" van 1630 (p. 145-150): diens laatste uitgever, Jacob Aerts Colom, interpreteert in zijn voorrede tot het 2de deel van de Wercken de vrouwenfiguur op het titelblad als "De Deugd" (centraal in Coornherts leer); Gelderbloms onderzoek wijst uit dat de figuur een uitbeelding is van "De Waarheid" -een waarschuwing voor wie al te licht vertrouwt op contemporaine interpretaties! [M. d. S.].
738. - Herman DE LA FONTAINE VERWEY, The bookbindings of William of Orange, in Quaerendo, 14, 1984, p. 81-124.
Van de banden die Willem van Oranje in Parijs liet maken, zijn er drie bekend; zij dragen alle zijn wapen en moeten dateren van omstreeks 1560. Twintig jaar later komt hij in contact met Plantijn en laat hij in Antwerpen boeken binden o.m. door een binder in dienst bij de drukker; ook zij zijn met het wapen van de Prins versierd. De meeste van de besproken banden zijn in openbaar bezit in Nederland. [E. C.-I.].
739. - Hermann STAUB, Privatbibliotheken der frühen Neuzeit; Probleme ihrer Erforschung, in Wolfenbütteler Notizen zur Buchgeschichte, 9, 1984, p- 110-124.
Dit verslag van een seminarie in oktober 1984 in de Herzog August Bibliothek gehouden, toont aan dat het ontsluiten van bibliotheekcollecties op het stuk van de oude drukken onverminderd moet worden voortgezet. Deze repertoria vormen immers het onontbeerlijke bronnenmateriaal voor de reconstructie van bibliotheken. Uiteindelijk moeten beschrijving van boeken en wedersamenstelling van bibliotheken de analyse van de leesgewoonten van de verzamelaar mogelijk maken om aldus een "Sozialgeschichte der Bibliothekskultur" te kunnen schrijven. [E. C.-I.].
740. - Herman DE LA FONTAINE VERWEY, The City Library of Amsterdam in the Nieuwe Kerk 1578-1632, in Quaerendo, 14, 1984, p. 163-206.
Levendig en helder geschreven zoals wij van deze auteur gewoon zijn, is deze vroegste geschiedenis van de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam. Gesticht in of kort na 1578 (in het raam van de Alteratie) door de stad Amsterdam als openbare bibliotheek, kreeg ze haar eerste onderkomen in de Nieuwe Kerk waarvan ook die boeken werden overgenomen die in een moderne bibliotheek thuishoorden. De eerste bibliothecaris was hoogstwaarschijnlijk Peter Vekemans van Meerhout bij Mol in Brabant (+ 1603). In 1628 ging de bibliotheek over in handen van het Athenaeum illustre en in het gebouw van de Agnietenkapel. Over de inrichting van de bibliotheek worden onverwachte bijzonderheden gegeven en over de inhoud zijn wij ingelicht dank zij twee catalogi uit 1612 en 1622 door de tweede bibliothecaris, de Engelsman Matthew Slade (+1628). Dit artikel is een herziene en vermeerderde versie van de oorspronkelijk in het Nederlands verschenen studie De Stedelijke Bibliotheek van Amsterdam in de Nieuwe Kerk 1578-1632 (Meppel, 1980). [E. C.-I.].
741. - Carmina scholastica Amstelodamensia: a selection of sixteenth century school songs from Amsterdam, edited with introduction, summaries and notes by Chris L. HEESAKKERS and Wilhelmina G. KAMERBEEK. Leiden, Brill, 1984, xxvi-137 p. (Textus minores, 55). - ISBN 90-04-07033-8. Fl. 45.
In de zestiende eeuw bestond in enkele Noordnederlandse steden (Alkmaar, Amersfoort, Amsterdam, Utrecht e.a.) de gewoonte dat de rectoren van de Latijnse school een eigen Carmen lieten reciteren door hun leerlingen, op vooravond van een kerkelijke feestdag. In Amsterdam zijn er teksten bekend van 1531 tot 1578 (de "Alteratie"). Deze jaarlijkse Carmina werden ook gedrukt (te Amsterdam, Antwerpen, 's-Hertogenbosch en Leiden), doch zijn, net als andere school-ephemera, slechts schaars bewaard, meestal in unieke exemplaren. Van de tien rectoren, van wie er drukken bewaard zijn, wordt hier telkens één gedicht uitgegeven. Voor deze kroniek is van belang de List of extant Amsterdam carmina scholastica (p. xvii-xxiii) waarin de gekende drukken en exemplaren worden vermeld. Hierbij vallen enkele convoluten op, zoals dat in de British Library (11409.aaa.41: 1-13) met werk van Petrus Apherdianus en dat in de UB Gent (BL 6360: 1-4) met teksten van Antonius Duetus. Het was vooral de Amsterdamse bibliograaf C. P. Burger Jr. die in een reeks artikelen in Het Boek (1912-1925) op de (cultuur)historische waarde van deze boekjes heeft gewezen. [M. d. S.].
742. - Architekt und Ingenieur. Baumeister in Krieg und Frieden. (Katalogsbearbeitung: Ulrich SCHÜTTE in Zusammenarbeit mit Hartwig NEUMANN und mit Beiträgen von Andreas BEYER [u.a.]. Wolfenbüttel, Herzog August Bibliothek, 1985, 40, 414 p., ill. (Ausstellungskataloge der Herzog August Bibliothek, 42). - ISBN 3-88373-040-8. DM 30.
Van de in deze kroniek besproken tentoonstellingscatalogi uit Wolfenbüttel is deze de voornaamste, zowel wat keuze en concept als wat uitvoering betreft. Het rijke bestand van de eigen bibliotheek is met een groot aantal stukken uit vrijwel uitsluitend Duitse bibliotheken en musea aangevuld: getoond worden Duitse traktaken, tussen 1500 en 1800. Uit de titel is zeer goed de tweevoudige bedoeling af te lezen: de rol van kunst en wetenschap bij het tot stand komen van burgerlijke en militaire bouwwerken. Op de 363 uitvoerig beschreven en toegelichte nummers van boeken, kaarten en enkele andere voorwerpen, is een dertigtal rechtstreeks van belang voor de Nederlanden; een aparte paragraaf is aan Vredeman de Vries gewijd. Literatuuropgave en een register, waarin echter geen drukkers en uitgevers zijn opgenomen, besluiten dit rijkelijk geïllustreerde boek [E. C.-I.].
743. - Jean-François GILMONT, Deux traductions concurrentes de l'Ecriture Sainte: les Bibles flamandes de 1548, in Palaestra typographica, p. 131-148 (cf. nr. 705).
Ongeveer gelijktijdig verschijnen twee Nederlandse bijbelvertalingen: die van Alexander Blanckart in 1547/48 bij Jaspar van Gennep te Keulen, en die van Nicolaus van Winghe in sept. 1548 bij Bartholomeus van Grave te Leuven. Aan de hand van de liminaria en de kerkelijke goedkeuring heeft Gilmont de geschiedenis van beide edities gereconstrueerd en hun onderlinge verhouding aangetoond. Wat Nicolaus van Winghe de Keulse initiatiefnemers als "ondercruypers" doet bestempelen, en wat de deken van de Keulse faculteit als een vriendschappelijke samenwerking met de Leuvense faculteit wil doen doorgaan, is in feite een wedijver tussen Leuven en Keulen om het eerst met een nieuwe, geautorizeerde Nederlandse versie op de markt te komen. [E. C.-I.].
744. - Marie-Thérèse LENGER, Les éditions anciennes de la Démonomanie des sorciers de Bodin conservées dans les bibliothèques belges. Bruxelles, E. Van Balberghe, 1985, 80, 49 p., ill. (Documenta et Opuscula, 3). - BF 380.
Naar analogie met Bodins République (cf. Kroniek 9, nr. 536) zijn nu de oude edities van de Démonomanie onderzocht: dertien Franse en drie Latijnse edities in dertig exemplaren waarin acht "uitgaven" (issues), bewaard in elf bibliotheken in het land. [E. C.-I.].
Zie ook nr.
1285
745. - Roland CRAHAY, Marie-Thérèse ISAAC & Marie-Thérèse LENGER, Les éditions de l'Apologie de René Herpin: contribution à la bibliographie historique des œuvres de Jean Bodin, in Palaestra typographica, p. 97-129 (cf. nr. 705).
Eerste vrucht van het gemeenschappelijk onderzoek door de drie auteurs in het seminarie voor historische bibliografie van de Université de l'Etat te Bergen, Hg., over de werken van Jean Bodin: de zonder plaats of naam van drukker/uitgever noch jaar verschenen druk van de Apologie is vóór de druk van Jacques du Puys van 1581 te situeren. Dit resulteert uit het opsporen en evalueren van de materiële varianten (slechte lezingen), de omissies en toevoegingen aan de tekst en de herwerkingen. Zo bekeken is deze publikatie een substantiële bijdrage tot de methodiek van de analytische bibliografie. Tot slot volgt een bibliografie van de edities van Herpins [= Bodins] Apologie. [E. C.-I.].
746. - G. BEHIELS, La primera traducción de la Celestina en los Paises Bajos, in Linguistica Antverpiensia, 16-17, 1982-1983 [versch. 1984], p. 289-331.
Vergelijkende studie van de Spaanse, Franse en Nederlandse edities van de befaamde Celestina. De auteur toont aan dat de Nederlandse vertaling (Antwerpen, Hans de Laet, 1550 - enig bekend exemplaar in de UB Leiden, sign.: 1223 H 13) rechtstreeks uit het Spaans is vertaald en niet, zoals Brunet en Brit. Libr. Catal. beweren, uit het Frans. De vermoedelijke Spaanse bron is de uitgave Zaragoza, por George Coci, 1545. Het artikel bevat een status quaestionis m.b.t. de Celestina-bibliografie en een overzicht van de edities van de Nederlandse vertaling (1550, 1574, [1580] en 1616, met opgave van exemplaren). Verder nog een grondige taalkundige bespreking met veel lof voor de anonieme vertaler en een pleidooi voor een uitgave van deze interessante Nederlandse literaire tekst. [M. d. S.].
747. - Fernand BAUDIN, Caractères de civilité et de civilisation, in Liber amicorum Leon Voet, p. 153-168 (cf. nr. 704).
De typografische vormgever (of typograaf), Fernand Baudin is meer dan alleen maar maker van boeken. Lay outs uit het verleden en al wat daar mee samenhangt, onderzoekt hij met een kennersblik niet om er kritiek op uit te brengen maar om er lessen uit te trekken of voorbeelden aan te tonen. In deze bijdrage trekt hij een parallel tussen de civilitéletter van R. Granjon (1555) en zijn "adepten" waaronder H. van den Keere en A. Tavernier, en de schrijfletter van Roger Excoffon (1955), omgezet in drukletter als "Mistral". De eerste, een typografische versie van het lopend schrift, bereikte haar doel niet (?), de tweede, een typografische versie van een geschrift "d'honnéte homme", blijft als fantasieletter vooralsnog zeer in trek. [E. C.-I.].
748. - M. & P. GRENDLER, The Erasmus Holdings of Roman and Vatican Libraries, in Erasmus in English. A newsletter published by University of Toronto Press, 1984, nr. 13, p. 2-29.
M. en P. Grendler hebben systematisch alle Erasmusdrukken (teksten van hem en uitgaven door hem) opgespoord in de negen voornaamste humanistische bibliotheken te Rome. Zo kwamen ze tot "630 different printings of which 98 are not listed in standard Erasmus bibliographies". Hun lijst is in de eerste plaats opgesteld op grond van de bibliotheekcatalogi waarvan de nauwkeurigheid en betrouwbaarheid niet overal van hetzelfde niveau zijn; in enkele gevallen slechts werd het boek nagezien. Het is echter een nuttige lijst vooral van de zeldzame Italiaanse drukken en de localisatie van de exemplaren met de bibliotheeksignaturen. [J. M.].
749. - Elly COCKX-INDESTEGE, "Hugo Favolius ludebat": woord en beeld op Vlaamse prenten uit de 16de en 17de eeuw, in Liber amicorum Leon Voet, p. 505-517. (cf. nr. 704).
Verslag van een onderzoek naar de gravurepoëzie van de Vlaamse humanist Hugo Favolius, tevens een pleidooi om bij kunsthistorische arbeid beeld én woord in hun samenhang te bestuderen. [M. d. S.].
750. - B. A. VERMASEREN, Who was Reginaldus Gonsalvius Montanus?, in Bibliothèque d'Humanisme et Renaissance, 47, 1985, p. 47-77.
Vermaseren is erin geslaagd de geheimzinnige auteur van de Sanctae Inquisitionis Hispanicae artes aliquot detectae, ac palam traductae (Heidelberg, 1567) te ontmaskeren. Deze bron van de Zwarte legende (Leyenda negra) over het optreden van o.a. de Spaanse Inquisitie, blijkt het werk te zijn van Antonio del Corro, een ex-monnik van San Isidoro die sinds 1566 in de Nederlanden actief was als hervormer. Er wordt ook nader ingegaan op enkele, al dan niet anonieme, pamfletten van deze Spaanse anti-Spanjaard. [M. d. S.].
751. - Achim AURNHAMMER & Friedrich DÄUBLE, Die Exequien für Kaiser Karl V. in Augsburg, Brüssel und Bologna, in Studien zur Thematik des Todes im 16. Jahrhundert. Herausgegeben von Paul Richard BLUM. Wolfenbüttel, Herzog August Bibliothek, 1983, p. 141-190. (Wolfenbütteler Forschungen, 22).
Naar aanleiding van Keizer Karels overlijden in 1558 werden in verschillende steden van zijn rijk plechtige rouwstoeten georganiseerd. De neerslag hiervan zien wij in een aantal drukken, doorgaans overvloedig geillustreerd. Aurnhammer en Däuble bespreken hier voornamelijk de katafalken in de rouwvieringen die plaats vonden te Augsburg, Brussel en Bologna. De Brusselse Pompa funebris verscheen in meerdere talen bij Plantijn in 1559. [E. C.-I.].
752. - Marie-Thérèse LENGER, Propos complémentaires sur les éditions anciennes des oeuvres de Machiavel conservées dans les bibliothèques belges, in Palaestra typographica, p. 149-164. (cf. nr. 705).
Ter aanvulling van de Contribution à la bibliographie des éditions anciennes (XVIe et XVIIe siècles) des œuvres de Machiavel, Catalogue critique des exem plaires conservées dans les bibliothèques belges (Brussel 1973, als nr. 9 extra in de reeks van Archief- en Bibliotheekwezen in België), publiceert M.-Th. Lenger nu een supplement: vijf nieuwe exemplaren door de Koninklijke Bibliotheek te Brussel verworven. Van de gelegenheid is ook gebruik gemaakt een concordantie te geven tussen de catalogusnummers uit 1973 en de in 1979 verschenen Bibliografia Machiavelliana van S. Bertelli en P. Innocenti. [E. C.-I.].
753. - Pierre N. G. PESCH, Het Nederlandse volksboek van "Merlijn" bron, drukker en datering, in Liber amicorum Leon Voet, p. 303-328 (cf. nr. 704).
NK 3169 zijn twee katernen van een ongedateerde editie van een Historie van Merlijn. Bron hiervoor was A lytel treatyse of ye birth and prophecye of Marlyn (London, 1510). Onderzoek van illustraties en ornamenten wijst uit dat het boekje tussen 1534 en 1544 kan zijn gedrukt door Symon Cock of zijn opvolger Claes van den Wouwere. [M. d. S.].
Zie ook nrs. 1016; 875
754. - Ulrich KONRAD, Adalbert ROTH & Martin STAEHELIN, Musikalischer Lustgarten. Kostbare Zeugnisse der Musikgeschichte. Ausstellung der Herzog August Bibliothek Wolfenbüttel vom 5. Mai bis zum 1. Dezember 1985. Wolfenbüttel, Herzog August Bibliothek, 1985, 4°, 294 p., iii, + 2 fonoplaten. (Ausstellungskataloge der Herzog August Bibliothek, 47). - ISBN 3-88373045-9. DM 30.
Deze catalogus, over drieëntwintig hoofdstukken verdeeld - die eigenlijk even zoveel capita selecta zijn - is als een bloemlezing uit de hertogelijke collectie te beschouwen. Niet verrassend derhalve is het grote aantal muziekdrukkers van Duitse herkomst en protestantse strekking. Toch zijn er heel wat Italiaanse en Franse drukken; Phalesius te Antwerpen is met werk van Lassus en Monteverdi vertegenwoordigd. Er is een uitvoerige verkort geciteerde literatuuropgave, helaas geen register. Zoals vrijwel alle tentoonstellingscatalogi van Wolfenbüttel is ook deze een prachtige boek, rijk aan inhoud en overvloedig geïllustreerd. [E. C.-I.].
755. - Emile M. BRAEKMAN, Protestantse drukken en prenten uit de Hervormingstijd te Antwerpen. Inleiding door Francine DE NAVE. Catalogus door Emile M. Braekman. Antwerpen, 1985, 80, 80 p., ill. (Vereeniging voor de geschiedenis van het Belgisch protestantisme, Historische studies, 8). - Besteladres: Vereeniging voor de geschiedenis van het Belgisch protestantisme, Leysstraat 52, B-1040 Brussel.
Als eerste in een reeks manifestaties, herdenking van de definitieve stap naar de scheiding der Nederlanden (de val van Antwerpen in 1585), is deze tentoonstelling door de Vereeniging voor de geschiedenis van het Belgisch protestantisme georganiseerd in het Museum Plantin-Moretus. De stukken, 126 boeken, vlugschriften, prenten, tekeningen en andere documenten zijn summier beschreven en kort toegelicht. [E. C.-I.].
756. - Chris COPPENS, Het "Confessionale" van Godschalc Rosemondt, spiegel van een nieuwe maatschappij, in Ex Officina, 2, 1985, p. 13-36.
Dit artikel wil bijdragen tot de studie van het œuvre van Godschale Rosemondt; het is voornamelijk op de Antwerpse edities van het Confessionale gebaseerd. [E. C.-I.].
757. - Chris COPPENS, Recente aanwinsten: "Dat alle mijne boecken eeuwich blijven" - enkele Rosemondt-drukjes, in Ex Officina, 2, 1985, p. 94-108.
De in de titel geciteerde vrome verzuchting werd in 1653 door Nicolaus Stenius (Van der Steen) geuit. Van één van de boeken uit zijn collectie, het Confessionale van Godschalc Rosemondt, verhaalt C. Coppens de geschiedenis. Dit gebeurt in samenhang met het verleden van enkele andere drukken van hetzelfde werk, door de UB Leuven verworven. Het betreft de nummers NK 1819, 1820, 1822 en BT 6649. Uit de bestudering van de eigendomsmerken in deze exemplaren blijkt dat het Boecxken vander biechten in zijn uitgebreidere, Latijnse versie in ieder geval in humanistenkringen goed bekend was. [E. C.-I.].
758. - Hans VAN DE VENNE, Cornelius Schonaeus, 1541-1611. A bibliography of his printed works, II, in Humanistica Lovaniensia, 33, 1984, p. 206-314.
Een jaar geleden verscheen het eerste deel van de bibliografie van Schonaeus (cf. Kroniek 10,
nr. 642). Dit vervolg bestrijkt de nummers 17 tot 52. Een derde en een vierde deel, waarin ook de registers zijn opgenomen, zijn in het verschiet. [E. C.-I.].
Zie ook nr. 926
759. - Frühe spanische Drucke und Malerbücher spanischer Künstler. Ausstellung in der Bibliotheca Augusta. (Ausstellung und Katalog: Dietrich BRIESEMEISTER und Hans-Jozef NIEDEREHE). Wolfenbüttel, Herzog August Bibliothek, 1985, 40, 59 p., ill. (Ausstellungskataloge der Herzog August Bibliothek, 46). - ISBN 3-88373-044-0. DM 12.
Onder de Spaanse zestiende- en zeventiende-eeuwse drukken in de Herzog August Bibliothek zijn voor de tentoonstelling ook heel wat Zuidnederlandse gekozen. Een apart hoofdstuk is gewijd aan de Spaanse taal; nummer één hier is een zeventalig woordenboek gedrukt door H. Peetersen van Middelburch, ca. 1530 gesitueerd, maar in NK 2781, waar dit exemplaar niet geciteerd is, ca. 1540 of iets later gedateerd. In afzonderlijke paragrafen wordt de Spaanse taal in een bepaald land besproken; de Nederlanden zijn blijkbaar tussen twee stoelen gevallen: Henricus Hornkens uit Lier is met zijn Brusselse druk in Italië geklasseerd, Gabriel Meurier en Jean Pallet met hun Antwerpse, resp. Brusselse drukken in Frankrijk! Jammer ten slotte dat de auteurs van deze erg fraai uitgegeven catalogus het niet nodig hebben geacht ook maar enige literatuur op te geven; zij hebben de inleidingen van de twee grote hoofdstukken voor hun rekening genomen, terwijl de catalogus zelf door Ostwald Schönberg is opgesteld. [E. C.-I.].
760. - Loek GEERAEDTS, Ulenspiegel in den Niederlanden: Bestandsaufnahme und Desiderata, in Hermen Bote: Bilanz und Perspektiven der Forschung: Beiträge zum Hermen-Bote-Kolloquium vom 3. Oktober 1981 in Braunschweig. Mit einer Bibliographie hrsg. von Herbert BLUME und Werner WUNDERLICH. Göppingen, Kümmerle, 1982, p. 93-108 (Göppinger Arbeiten zur Germanistik, 357).
Status quaestionis van het onderzoek naar de Nederlandse Uilenspiegeltraditie. Oplossing van bibliografische problemen (beschrijving en filiatie van edities, census van bewaarde exemplaren), nieuwe tekstedities en studie van de iconografie zijn de voornaamste desiderata. [M. d. S.].
761. - Juan Luis Vives. Arbeitsgespräch in der Herzog August Bibliothek Wolfenbüttel vom 6. bis 8. November 1980. Vorträge herausgegeben von August BUCK. Hamburg, E. Hauswedell, 1982, 261 p. (Wolfenbütteler Abhandlungen zur Renaissanceforschung, 3). - ISBN 3-7762-0215-7. DM 80.
Het Wolfenbütteler Vives-colloquium in 1980 heeft het onderzoek naar leven, werk en invloed van de grote Spaanse humanist uit de Nederlanden een nieuwe, en vooral wetenschappelijke impuls gegeven. Ad fontes: Jozef IJSEWIJN, Zu einer kritischen Edition der Werke des J. L. Vives (p. 23-34) bespreekt exempli gratia Vives' Leuvense herwerking van zijn vroege Parijse teksten (1514) in de Opuscula varia (Leuven, D. Martens, c. 1519 - Heireman M 185). Dietrich BRIESEMEISTER, Die gedruckten deutschen Übersetzungen von Vives Werken im 16. Jahrhundert (p. 177-191) wijst erop dat Vives meer én langer dan Erasmus werd vertaald in het Duits. Maria VON KATTE Vives' Schriften in der Herzog August Bibliothek und ihre Bedeutung für die Prinzenerziehung im 16. und 17. Jahrhundert (p. 193-210) behandelt de Vivesdrukken door Herzog August verworven van 1587 tot 1666 in het raam van zijn opvoeding en de evolutie van zijn boekenverzameling. Tullio GARIGLIO en Agostino SOTTILI, Zum Nachleben von Juan Luis Vives in der italienischen Renaissance (p. 211-260) bieden (p. 247-260) een census van in Italië gedrukte Vivesuitgaven, voorzover aanwezig in Italiaanse bibliotheken. Deze artikelen zijn nuttige bouwstenen voor een volledige Vives-bibliografie - een project dat ondergetekende op het getouw heeft staan als onderdeel van een nieuwe kritische editie van Vives' Opera (Leiden, Brill, 1986 -). [M. d. S.].
762. - Ignace BOSSUYT & Ferdinand DE HEN, Expositie Adriaen Willaert, Vlaams musicus te Venetië. Gruuthusemuseum 1617-31/8 1985. [Brugge, Stad Brugge, 1985], 8°, [32] p.
Kleine tentoonstellingscatalogus bedoeld als handleiding naast de gelijktijdig verschenen monografie van I. Bossuyt, Adriaen Willaert (ca. 1490-1562). Leven en werk, stijl en genres (Leuven, Universitaire Pers). De notities van het cataloogje zijn uitstekend geschikt als bijschriften in de vitrines, maar zijn te mager voor een tentoonstellingscatalogus die overigens een fraai omslag heeft (evenwel zonder bronvermelding) maar geen titelpagina. Er zijn enkele muziekhandschriften en talrijke muziekdrukken, voornamelijk uit Venetië. F. De Hen heeft de muziekinstrumenten voor zijn rekening genomen, al het overige is door Bossuyt beschreven. De tentoonstelling is opgezet in het raam van het Festival van Vlaanderen. [E. C.-I.].
763. - John BRUCKNER, Addenda zu Barockbibliographien: Johann Jakob Fabricius, in Wolfenbütteler Barock-Nachrichten, 11, 1984, p. 84-87.
De Duitse (voor-)piëtistische theoloog J. J. Fabricius, 1654-1660 predikant te Zwolle, vestigde zich in 1667 tot zijn dood (1673) in Amsterdam. In een convoluut (sign.: HV 85) in de Bibliothek des Theologischen Seminars der Evangelischen Kirche in Hessen und Nassau te Herborn bevinden zich o.a. 2 Duitse werken te Amsterdam gedrukt door Hans Fabel in 1649 - beide niet beschreven in Bruckners A bibliographical catalogue of seventeenth-century German books published in Holland (The Hague, 1971). [M. d. S.].
764. - Werner WATERSCHOOT, Karel van Mander's "Schilder-Boeck" (1604): a description of the book and its setting, in Quaerendo, 13, 1983, p. 260-286.
Grondige bibliologische analyse van de belangrijkste oude informatiebron uit de Nederlandse kunstgeschiedenis. De druk wordt niet alleen op zich onderzocht, doch ook in relatie tot andere edities van dezelfde drukker, uit dezelfde periode. Deze drukker, Jacob de Meester, uit Alkmaar, blijkt een vakkundig erg verzorgd boek te hebben afgeleverd, mede dankzij een vruchtbare samenwerking met de auteur. [M. d. S.].
Zie ook nr.
1627
765. - Albert DEROLEZ, De oudste uitgaven van Gilbert Burnets Letters, in Liber amicorum Leon Voet, p. 205-219 (cf. nr. 704).
Drukgeschiedenis van Gilbert Burnets Some Letters, containing an Account of what seemed most remarkable in Switzerland, Italy etc. (Rotterdam, Abraham Acher, 1686: 3 drukken etc.). - wellicht één van de slordigst gezette en gedrukte werken van zijn tijd. [M. d. S.].
766. - Alfons K. L. THIJS, Notities voor een studie van de Antwerpse 17de-eeuwse "Suffragia", in Liber amicorum Leon Voet, p. 561-594 (cf. nr. 704).
Uitvoerige studie van dit genre "devotieblaadjes", vooral in gebruik in de Mariasodaliteiten van de (Antwerpse) jezuïeten. [M. d. S.].
767. - Marian R. SPERBERG-MCQUEEN, Paul Fleming's inaugural disputation in medicine: a "lost" work found, in Wolfenbütteler Barock-Nachrichten, 11, 1984, p. 6-9.
Een exemplaar van de Leidse medische disputatie van de Duitse barokdichter Paul Fleming werd "teruggevonden" in de Universiteitsbibliotheek van Kiel (sign.: Ke 9978-503). Deze Disputatio medica inauguralis De lue venerea ( ... ) werd in 1640 te Leiden gedrukt door Willem Christiaens (van der Boxe). [M. d. S.].
768. - Albert SCHOUTEET, Documenten betreffende Brugse drukkers: Willem de Neve 1610-1663, in Genootschap voor geschiedenis. Handelingen, 121, 1984, p. 221-264, ill.
De titel van deze belangwekkende bijdrage laat vermoeden dat het de eerste is in een reeks over Brugse drukkers. De onvermoeibare ere-stadsarchivaris van Brugge Albert Schouteet zet zijn werk onverpoosd verder en graaft naar bouwstenen voor de bio-bibliografieën van drukkers uit het Brugse verleden. Van Willem de Neve kan nu gezegd worden dat hij voornamelijk tot in 1625 een voornaam drukker was met een goed uitgerust atelier maar dat hij na die datum blijkbaar niet goed tegen de concurrentie kon optornen; eenentwintig in bijlage gepubliceerde archiefdocumenten staven deze beweringen. De lijst van vijfenveertig drukken van de Neves pers, met opgave van één vindplaats, vormt een uitstekend uitgangspunt tot het samenstellen van een volledige bibliografie van de drukker. [E. C.-I, ].
769. - W. L. BRAEKMAN, Unieke Antwerpse volkskundige eenbladdruk liedblad en volksprent, in Volkskunde, 84, 1983, p. 221-227.
Sedert meer dan een eeuw bezit van de Gentse Universiteitsbibliotheek, heeft W. L. Brackman nu dit - vermoedelijk unieke - stuk onder de aandacht van de volkskundigen gebracht : een blad met een houtsnede langs de ene zijde, en een liedtekst langs de andere, resp. gedrukt te Antwerpen bij Robert de Cecille (vader of zoon?) en bij Joseph Jacops eveneens te Antwerpen, midden 17de eeuw. [E. C.-I.].
770. - Luchtmans & Brill: driehonderd jaar uitgevers en drukkers in Leiden, 1683-1983. Catalogus van de tentoonstelling gehouden van 1 september tot 1 oktober 1983 in het Gemeentearchief te Leiden. Leiden, E. J. Brill, 1983, 8°, 74 p., ill. - ISBN 90-04-07086-9.
In 1683 stichtte Jordaan Luchtmans een boekhandel en uitgeverij in Leiden. Als hoofdzakelijk een wetenschappelijke uitgeverij fungeerde zij ook als officieel uitgever voor de Leidse universiteit. In 1848 zette een der bedienden en zelf ook drukker, Evert Jan Brill, de zaak voort. De band tussen Brill en haar voorgangers, Luchtmans, is d.m.v. een tentoonstelling duidelijk gemaakt. De publikatie naar aanleiding daarvan, samengesteld door M. Castenmiller, J. M. van Ophuijsen en R. Smitskamp, bevat biografische gegevens, "een appreciatie" en een korte beschrijving van 116 stukken: drukken, iconografisch materiaal en documenten, waaronder een aantal stereotypplaten, gebruiksvoorwerpen uit zetterij en drukkerij. [E. C.-I.].
771. - R. BREUGELMANS, Twee veilingen van boeken uit het bezit der Raphelengii, in Liber amicorum Leon Voet, p. 39-47 (cf. nr. 704).
Nieuwe biografische gegevens over de erfgenamen van Plantijns schoonzoon Franciscus Raphelengius. Nog belangrijker zijn de veiling-catalogi van hun privé-bezit (1626, 1645) waarin veel onbekende edities - onmisbaar voor de bibliograaf van de Leidse Officina Plantiniana. [M. d. S.].
772. - Alastair HAMILTON, The victims of progress: the Raphelengius Arabic type and Bedwell's Arabic lexicon, in Liber amicorum Leon Voet, p. 97-108. (Cf. nr. 704).
Verslag van een (nieuwe) speurtocht naar de verdwenen Arabische lettertypen van de Officina Plantiniana. Noch van de door de Engelse arabist William Bedwell in 1612 gekochte originelen, noch van de door Balthasar Moretus in 1613 verworven nieuwe afgietsels is een spoor achtergebleven. [M. d. S.].
773. - Barbara STRUTZ, Deutsche Drucke des Barock in der Universitätsbibliothek Krakau, in Wolfenbütteler Barock-Nachrichten, 11, 1984, p. 49-76.
Check-list van de "Duitse barok-drukken" uit de voormalige Preussische Staatsbibliothek te Berlijn, die nu worden bewaard in de Biblioteka Jagiellónska te Krakau. Te onthouden: Historie van Thill Uulenspieghle, Rotterdam, Jacob van der Hoeven, 1613 (sign.: Yt 2626) - een drukker/uitgever (?) wiens naam niet voorkomt in de Thesaurus van Gruys en De Wolf ... [M. d. S.].
774. - Karel PORTEMAN, "T'is al goet wat cunste doet.": beschouwingen bij een drukkersmerk van de gebroeders Van de Venne, in Liber amicorum Leon Voet, p. 329-345 (cf. nr. 704).
In het drukkersmerk van Jan Pietersz en Adriaen van de Venne komen enkele groteske figuurtjes voor. Zij blijken een uitbeelding te zijn van Horatius' Ars poetica, 1-5 en verwijzen naar de "gelijkheid der kunsten". [M. d. S.].
775. - Anna E. C. SIMONI, Poems, pictures and the press: observations on some Abraham Verhoeven newsletters (1620-1621), in Liber amicorum Leon Voet, p. 353-374. (cf. nr. 704).
Nieuwe gegevens over enkele Tijdingen van Abraham Verhoeven uit de jaren 1620-1621, inz. over de verhouding tekst-illustratie en het auteurschap van een aantal spotverzen. [M. d. S.].
776. - J. ANDRIESSEN, Het onverwachte belang van een zeventiende-eeuwse Antwerpse druk, in Liber amicorum Leon Voet, p. 147-152 (Cf. nr. 704).
In 1662 verscheen te Antwerpen bij Cornelis Woons van de Spaanse jezuïet Ludovicus de Palma, Dryderhande Tractaet ( ... ) uit het Spaans vertaald door zijn ordegenoot Nicasius Bonaert. Merkwaardig is nu dat er geen sporen van de Spaanse teksten bewaard zijn, zodat men zelfs deze Nederlandse versie in 1963 heeft laten hertalen in het Spaans voor Palma's Obras. Het artikel geeft ook een overzicht van de verspreiding van Palma's werk in de Nederlanden. [M. d. S.].
777. - G. A. J. M. TERWEN, C. M. G. BERKVENS-STEVELINCK & A. W. A. BOSCHLOO, Franse refugié's en Nederlandse boekillustraties: Prosper Marchand (1678-1756), Bernard Picart (1673-1733), Jacob van der Schley (1715-1779). Met een bijdrage van A. R. E. DE HEER. Tentoonstelling Rijksmuseum Meemianno-Westreenianum 's-Gravenhage, 2 april-18 mei 1985. Leiden, Universiteitsbibliotheek en Kunsthistorisch Instituut der Rijksuniversiteit Leiden, 1985, iv-90 p. + 10 pl.
Na de opheffing van het Edict van Nantes in 1685 emigreerden vele Franse intellectuelen naar de Nederlanden. Zij zorgden voor een grote expansie van het Franse boek (en cultuur). Uit de te Leiden berustende nalatenschap van de boekhandelaar, uitgever en auteur Prosper Marchand is zeer veel nieuw materiaal gekomen voor de geschiedenis van de Nederlandse boekillustratie in de 18de eeuw (Berkvens-Stevelinck licht dit toe in haar Historische inleiding, p. 6- 10). A. R. E. de Heer schreef Iconografie en iconologie, methode en problemen: een inleiding (p. 11-24), van belang voor wie zich met boekillustraties bezighoudt. Ook A. W. A. Boschloo omschrijft het begrip Boekillustratie (p. 25-31) en G. A. J. M. Terwen voegt een Kunsthistorische inleiding toe (p. 32-37). Met behulp van Hs. Leiden, UB, Marchand 28 wordt het totstandkomen van een boekillustratie treffend "geïllustreerd". [M. d. S.].
778. - Jochen BECKER, From mythology to merchandise: an interpretation of'the engraved title of Van Mander's "Wylegghingh", in Quaerendo, 14, 1984, p. 18-42.
De Wtlegghingh is een onderdeel van Karel van Manders Schilder-Boeck (Haarlem, 1604). Becker analyseert de titelpagina, door J. Matham gegraveerd naar een ontwerp van Van Mander. Opmerkelijk is dat deze zin-rijke prent nog slechts eenmaal later werd gebruikt, als titellijst van Martinus Hamconius' Frisia, maar dan met een louter decoratieve functie. [M. d. S.].
779. - Jane TEN BRINK GOLDSMITH, From prose to pictures: Leonaert Bramer's illustration for the Aeneid and Vondel's translation of Virgil, in Art History, 7, 1984, p. 21-37.
De Delftse schilder Leonaert Bramer (1595-1674) vervaardigde een serie van 140 illustraties bij de Aeneis op basis van Vondels prozavertaling (Amsterdam, 1652). Deze ongepubliceerde tekeningen (nu in de Henry E. Huntington Library and Art Gallery, San Marino, Californië) worden hier bestudeerd als een prozaïsche "vertaling" van een klassieke tekst. Een Appendix geeft een overzicht van Bramers illustratiecycli (p. 33). [M. d. S.].
780. - Chris COPPENS, An "Ars moriendi" with etchings by Romeyn de Hooghe. The history of a cycle of book illustrations, in Quaerendo, 14, 1984, p. 125-150, 207-227.
De minderbroeder-recollet David de la Vigne is de schrijver en Romeyn de Hooghe de illustrator van het boek Miroir de la bonne mort. De afwezigheid van elke bibliografische informatie doet veronderstellen dat het om een soort privé uitgave ging. Afgaande op de approbaties in latere edities moet de eerste editie in 1673 in Nederland zijn verschenen. Chris Coppens gaat in deze studie de verspreiding van de edities na, de bewerking van de tekst en de kopiëring van de etsen, tot in het midden van de negentiende eeuw toe. [E. C.-I.].
Zie ook nrs.
1438; 2530
781. - Marie-Thérèse Isaac, Les livres manuscrits de l'abbaye des Dunes d'après le catalogue du XVIIe siècle. Aubel, P. M. Gason, 1984, 80, ccxvi-597 p., ill. (Livre-Idées-Société, série in-8°, 4). - BF 1600.
In 1628 stelt Carolus de Visch, prior van de Duinenabdij, een catalogus op van de handschriften in bezit van de sedert korte tijd in Brugge gevestigde cisterciënzerabdij; deze catalogus wordt in 1641 door Sanderus in zijn Bibliotheca manuscripta gepubliceerd. Marie-Thérèse Isaac van de Rijksuniversiteit te Bergen, Hg., heeft deze systematisch aangelegde catalogus inhoudelijk bestudeerd waardoor een beeld wordt verkregen van het ideeëngoed zowel in de tijd en het milieu van ontstaan van de handschriften als in de zeventiende eeuw toen men ze als getuigen van het verleden ging behandelen. De kritische editie van de catalogus is o.m. verrijkt met verwijzingen naar de eerste drukken en de moderne tekstedities. Registers op auteurs en titels van anoniemen en op de handschriften sluiten dit voorbeeldig geconstrueerde werk af. [E. C.-I.].
782. - Catalogus van het fonds Joseph de Bethune. Deel 1: Boeken. Kortrijk, Stadsbibliotheek, 1982, 80, xxi-714 p. (Publicaties Stadsbibliotheek Kortrijk, 2).
De bibliotheek van de voormalige Kortrijkse stadsbibliothecaris Joseph de Bethune (1859-1920) is voornamelijk op drie gebieden belangrijk: "Kortrijkiana", boekdrukkunst te Kortrijk van 1625 tot 1920, en algemeen cultureel en historisch in de brede zin. Het eerste deel, alfabetisch op auteursnaam of anoniemen gerangschikt, beslaat 5778 nummers. [E. C.-I.].
783. - Bert VAN SELM, Cornelis Claesz.'s 1605 stock catalogue of Chinese books, in Quaerendo, 13, 1983, p. 247-259.
In 1605 gaf de Amsterdamse boekhandelaar een voorraadcatalogus met Chinese boeken uit. In 17de-eeuwse bibliografische literatuur wordt er herhaaldelijk naar verwezen, doch tot op heden is er geen exemplaar van opgedolven. Van Selm onderzocht de mogelijke herkomst van de koopwaar en benadrukt dat dit de eerste gedrukte lijst van Chinese boeken is. [M. d. S.].
784. - Bert VAN SELM, Die frühesten holländischen Auktionskataloge, in Bücherkataloge als buchgeschichtliche Quellen, p. 67-78 (cf. nr. 706).
Tekst van een lezing in oktober 1982 te Wolfenbüttel gehouden. Intussen verscheen de bibliografie van de oudste Hollandse auctiecatalogen in Quaerendo (12, 1982): 31 nummers. Zowel de veilinghouders als de bezitters van de geveilde bibliotheken kwamen aanvankelijk uit de Zuidelijke Nederlanden: Lodewijk I en II Elsevier, Antoni Maire; Marnix van St. Aldegonde, Van der Meulen, Mercator. Enkele "karakteristieken" van de catalogen vóór 1606 gedrukt, worden opgesomd, waaronder het probleem van de nummering der kavels en de concentratie van veilingen in vnl. Leiden en Den Haag. [E. C.-I.].
785. - B[ert] VAN SELM, De opsporing van "Galante Juffers", in Nieuw letterkundig magazijn, 2, 1984, p. 36-38.
Het onderzoeksproject, de bibliografie van het Nederlandstalig narratieffictioneel proza verschenen tussen 1670 en 1830, in samenwerking met Vlaanderen, is in volle actie. Hoe onontbeerlijk het is correcte beschrijvingen op te nemen toont Bert van Selm aan met één concreet voorbeeld: De Galante Juffers, of het wederzydich vertrouwen, z.p., (1867), 12°, gegevens van de catalogus van de Leidse Universiteitsbibliotheek. Aan het exemplaar ontbreekt het titelblad; vragen die rijzen zijn bijgevolg: is er een auteur? Waar is het gedrukt/uitgegeven? Waarop berust het jaartal 1867? In'één woord, hoe en waar een volledig exemplaar terugvinden? De "lijdensweg" die de bibliograaf moet ondernemen vooraleer deze vragen te kunnen beantwoorden (maar soms ook niet) - heeft Bert van Selm op een voorbeeldige wijze afgeschilderd. [E. C.-I.].
786. - Marcus DE SCHEPPER, "Galante Juffers" gearresteerd te Brussel..., in Nieuw letterkundig magazijn, 3, 1985, p. 16-18.
De detective story door Bert van Selm ingezet heeft dank zij onze medewerker Marcus de Schepper in de Koninklijke Bibliotheek Albert I te Brussel haar beslag gekregen: in de Van Hulthemcollectie bleek een volledig exemplaar aanwezig te zijn dat met het Leidse overeenstemt. Toch zijn alle vragen betreffende auteur en drukker b.v. daarmee nog niet beantwoord. Nu kan het onderzoek pas echt beginnen. [E. C.-I.].
787. - Wolfgang MAROUC, Willem Godschalck van Focquenbroch: ergänzende Prolegomena. Leuven, Acco, 1982, ix-300 p. (Leuvense Studiën en Tekstuitgaven. Nieuwe reeks, 3). - ISBN 90-334-0601-2. BF 995.
Boeiende materiaal verzameling m.b.t. de curieuze burleske auteur Focquenbroch (c. 1640-1670). Hoofdstuk IV behandelt "Die Ausgaben des 17. und 18. Jahrhunderts der Werke Focquenbrochs und ihre Drucker und Herausgeber" (p. 90-129). [M. d. S.].
788. - H. J. M. NELLEN, The significance of "Grollae obsidio" in the development of Grotius' relations with the fatherland, in Lias, 11, 1984, p. 1-17.
Hugo Grotius' Grollae obsidio (Amsterdam, Blaeu, 1629 - TMD 712) is een vergeefse poging geweest om Frederik Hendriks steun te verkrijgen met het oog op een politieke rehabilitatie. Nellen beschrijft op een heldere en overzichtelijke wijze ontstaans- en publikatiegeschiedenis. Grotius wenste een anonieme publikatie; het exemplaar beschreven door Ter Meulen en Diermanse heeft echter de auteursnaam op de titelpagina ... Nellens onderzoek wijst uit dat er in 1629 twee drukken zijn verschenen, waarvan één dan nog in twee uitgaven ("issues") - in totaal drie versies van de titelpagina, waaronder ook een anonieme (Ia). Blaeu bracht van dezelfde druk ook een uitgave waarin een titelpagina met de auteursnaam (Ib). Wegens het snelle succes verscheen nog in 1629 een herdruk (II) waarin enkele tekstcorrecties werden verwerkt. Het was een exemplaar van deze druk dat in TMD was beschreven. Na 1629 zijn geen drukken meer verschenen. [M. d. S.].
789. - Udo STRÄTER, Sir Richard Baker und Andreas Gryphius, oder Zweimal London-Breslau via Amsterdam, in Wolfenbütteler Barock-Nachrichten, 11, 1984, p. 87-89.
Andreas Gryphius' vertaling van 2 teksten van de Engelse predikant Sir Richard Baker is niet rechtstreeks uit het Engels gebeurd, doch via Nederlandse vertalingen uit 1644 (+ herdr.) en 1655 (+ herdr.), waarvan exemplaren in Wolfenbüttel. [M. d. S.].
790. - Les Sluse et leur temps: une famille, une ville, un savant au XVIIe siècle. (Catalogue de l'exposition): François JONGMANS, Robert HALLEUX, Pascal LEFEBVRE, Anne-Catherine BERNES. [Bruxelles], Crédit communal, 1985, 4°, 112 p., ill. - Besteladres: Gemeentekrediet van België. Dienst Externe Betrekkingen. Passage 44, Pachecolaan, 1000 Brussel. BF 450.
Systematisch opgestelde catalogus van een tentoonstelling in de kapel van de sepulcrienen te Visé, van 23 maart tot 8 april. Documenten van allerlei aard, waaronder drukken en grafisch werk, illustreren de brede opzet van deze tentoonstelling, vnl. als een historische bijdrage te beschouwen. Centraal staan kardinaal Jean-Gautier de Sluse (1628-1687) en René-Franoçois de Sluse (1622-1685); hun bibliotheken, waarin de wetenschappen bijzonder goed zijn vertegenwoordigd, worden kort besproken. R.-F. Sluse is de auteur van bijdragen over vrijwel alle takken van de exacte wetenschappen. [E. C.-I.].

Go Top
Archives et bibliothèques de Belgique - Archief- en bibliotheekwezen in België, dl. LVII (1986), nr. 3-4 pp. 626-674: nrs. 791-956.
KRONIEK VAN DE BOEKDRUKKUNST
TOT 1700

-12-
Afgesloten op 15 augustus 1986
door
ELLY COCKX-INDESTEGE (Brussel)
JEROOM MACHIELS (Gent) en
MARCUS DE SCHEPPER (BRUSSEL)


791. - ABHB - Annual Bibliography of the history of the printed book and libraries. Publications of 1984 and additions from the preceeding years. Ed. H. D. L. VERVLIET under the auspices of the Committee on rare and precious books and documents of the International Federation of Library Associations, vol. 15. Dordrecht-Boston-Lancaster, M. Nijhoff, 1986, 25 cm, x-447 p - ISBN 90-247-3382-0.
Voortzetting van Kroniek 11,
nr. 664.
792. - Bibliographie der Buch- und Bibliotheksgeschichte (BBB). Mit Nachträgen aus den Jahren 1980 bis 1982. Bearbeitet von Horst MEYER, 3, 1983. Bad Iburg, Bibliographischer VerIag Horst Meyer, 1985, 22 cm, 522 p. -ISBN 3-923526-03-2. DM 74.
Over de 5.500 nummers, systematisch gerangschikt; auteursregister.
Zie ook nr.
957
793. - Mireille VÉDRINE, 200 références pour le livre ancien, du manuscrit á 1900. Villeurbanne, École nationale supérieure de bibliothécaires, 1984, 30 cm, 156 p., ill.
Selectieve bibliografie met toelichtingen en voorzien van voorbeelden, reprodukties en lijst met gebruikte afkortingen, is deze brochure bestemd voor de catalograaf van oude drukken en voor de universiteitsstudent die met oude drukken geconfronteerd wordt. [E. C.-I.].
794. - Erdmann WEYRAUCH, Wolfenbütteler Bibliographie zur Geschichte des Buchwesens im deutschen Sprachgebiet (1840-1980). Ein Zwischenbericht in Wolfenbütteler Notizen zur Buchgeschichte, 10, 1985, p. 131-137.
Dit 'Forschungsbericht' is een aankondiging van een retrospectieve bibliografie voor de jaren 1840-1980 van de geschiedenis van het boek in het Duitse taalgebied. Ze zal systematisch geordend zijn met als zes hoofdgroepen: de auteur, het maken van boeken, de typografische vormgeving, uitgeverij en boekhandel, bibliotheekwezen, de lezer, die telkens verder onderverdeeld worden. [E. C.-I.].
795. - Lexikon des gesamten Buchwesens - LGB2 -. Herausgegeben von Severin CORSTEN, Günther PFLUG und Friedrich Adolf SCHMIDT-KÜNSEMÜLLER, unter Mitwirkung von Bernhard BISCHOFF [et al.]. Stuttgart, Anton Hiersemann, 1985 -, 28 cm, ill. - ISBN des Gesamtwerks 3-7772-8527-7. Lieferung 1: A-Ammann, p. 1-80; Lieferung 2: Ammoniak-Atlas, 1986, p. 81-160.
Eerste twee afleveringen van de tweede vermeerderde en herwerkte druk van het Lexikon des gesamten Buchwesens in drie banden dat net een halve eeuw oud is. De lemmata zijn van 12.000 tot 16.000 aangegroeid; ongeveer vijf banden van elk acht Lieferungen zijn voorzien. Illustraties zijn in beperkte mate aanwezig. De lay-out is klassiek en zeer duidelijk. Eigenlijk een onmisbaar handboek voor bibliothecaris, bibliograaf en boekhistoricus. De Nederlanden in het bijzonder aanbelangend in deze afleveringen zijn Aa, Pieter van der (R. Breugelmans); Aalst (S. Corsten); Abkoude, Johannes van (B. de Graaf) Amsterdam (F. A. Janssen), Andreas, Valerius (R. Folter), Antwerpen (H. Vervliet), Arkstée & Merkus (B. v. Selm). [E. C.-I.].
Zie ook nr.
958
796. - Nationaal biografisch Woordenboek, XI. Brussel, Paleis der Academiën, 1985. - ISBN 90-6569-011-5.
Volgende rubrieken zijn aan te stippen: Matthijs de Castelein door D. Coigneau; de drukker Hubrecht de Croock door A. Schouteet; Cornelis Crul door D. Coigneau; de drukker Hubertus Goltzius door W. Le Loup; de bibliothecaris Ferdinand vander Haeghen door K. G. van Acker; de drukker Joos Lambrecht door J. Machiels en J. Taeldeman; Karel van Mander door W. Waterschoot; Dirk van Munster door B. de Troeyer; de boekbinder Jan Rijckaert door J. Machiels; Ferdinand Snellaert door A. Deprez; Andreas Vesalius door A. Delva en de drukker Pieter Zoetaert door A. Schouteet. [J. M.].
797. - The Papers of the Bibliographical Society of America, 79, 1985, Second quarter, p. 173-240.
De tweede aflevering van dit gezaghebbende tijdschrift is geheel gewijd aan de bibliograaf Fredson Bowers en zijn werk, naar aanleiding van zijn tachtigste verjaardag. Aanvullingen bij de Checklist of publications to 1976. Bevat vnl. een evaluatie van Bowers' werk door G. T. Tanselle en meer speciaal van zijn Principles door D. L. vander Meulen. [E. C.-I.].
798. - Dokumentaal, 13, 1984, p. 90-93, 133-136; 14, 1985, p. 6-10.
Verkruijsses persoonsbibliografie van M. Smallegange doet nogal wat inkt vloeien, waardoor een positieve bijdrage op methodologisch vlak wordt geleverd. W. Waterschoot pleit voor een volledige collatie, heeft zijn bedenkingen bij opname van archivalia (wat Verkruijsse doet) en verdedigt het bestaansrecht van descriptief bibliograaf naast tekstediteur.
K. Gnirrep heeft het over descriptieve bibliografie al of niet met het oog op teksteditie en wikt en weegt de partiële collatie-methode. P. C. A. Vriesema, samen met J. A. Gruys en C. de Wolf onderzoeken, gebaseerd op de ervaring met de STCN, ideaal en werkelijkheid, en tonen aan dat een enumeratieve bibliografie ook op analytisch onderzoek kan zijn gebouwd. [E. C.-I.].
799. - Werner WATERSCHOOT, [Bespreking van] P. J. Verkruysse, Mattheus Smallegange, 1624-1710 ... Nieuwkoop, 1983 (cf. Kroniek 10, nr. 662) in Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde, 101, 1985, p. 125-130.
Waterschoot geeft enkele opmerkingen ten beste als resultaat van de confrontatie van de Gentse exemplaren met Verkruysses beschrijvingen. Hij betwist de inhoud die V. aan bepaalde bibliografische termen (variant, opbouwformule) geeft. Smalleganges persoonsbibliografie is er een mooi voorbeeld van dat het onderwerp de methode bepaalt, waarbij op de partiële collatie wordt gedoeld. [E. C.-I.].
800. - Conor FAHY, Una nuova tecnica per collazionare esemplari della stessa edizione in La Bibliofilia, 87, 1985, p. 65-68.
De auteur preekt als enige efficiënte en haalbare collatiemethode het gebruik van transparante kopieën aan die op het te vergelijken exemplaar moeten worden gelegd. Ze is niet beter dan de traditionele methode, wel acht maal vlugger. Zo nieuw is Fahys techniek echter niet: in 1978 hebben K. Bostoen en H. Vervliet dit ook reeds aangetoond. (Zie Uit bibliotheektuin en informatieveld. Opstellen ... D. Grosheide, Utrecht). [E. C.-I.]
801. - P. C. A. VRIESEMA, The STCN Fingerprint in Studies in bibliography, 39, 1986, p. 93-100.
Twee vingerafdrukmethoden ter identificering van verschillende edities bestaan. Eén methode is die van J. W. Jolliffe die in Engels-Frans verband ontstond. De andere methode is die van Foxon, Laufer en Gaskell en toegepast in de STCN. Deze vingerafdruk wordt bepaald door de signatuurpositie ten opzichte van de onderste tekstregel van bepaalde bladen en maakt het mogelijk ook regel-na-regel-nadrukken van hun legger te onderscheiden. [E. C.-I.].
Zie ook nrs.
1309; 2306
802. - P. C. A. VRIESEMA, De STCN-vingerafdruk in Dokumentaal, 15, 1986, p. 55-61.
Publikatie, in het Nederlands, van de handleiding van de 'Nederlandse' vingerafdruk.
Zie ook nrs.
1239; 2306
803. - Heinrich WURM, Eine papiergeschichtliche Datensammlung. Italienische Architektur-Zeichnungen der Renaissance als Modell in Gutenberg Jahrbuch, 61, 1986, p. 147-154.
Niet het papier als output van de computer maar als input is het onderwerp van deze vrij technische bijdrage. Drie verschillende gegevensgroepen zijn bij het papier te onderscheiden: papiergegevens, informatie die de historische context oplevert, de weergave van het beeld. Dit alles kan ten behoeve van geïnteresseerde collega's in een personal computer worden opgeslagen. Men kan het echter veel ruimer zien en een centrale databank aanleggen, voor iedereen toegankelijk. Hier zouden dan ook grafische beeldschermen op aangesloten worden, waarbij watermerk en papierstructuur onder vorm van een tekening wordt weergegeven. Uitgebreide technische gegevens worden verder verstrekt. E. C.-I.].
804. - Henk VOORN, Lombards en Troys, Frans en Boveillands papier. Een bijdrage tot de geschiedenis van de Amsterdamse papierhandel in Opstellen ver de Koninklijke Bibliotheek en andere studies .... p. 312-327 (cf. nr. 816).
Van de 14de eeuw tot om en bij 1650 heeft Amsterdam zich voorzien van papier eerst uit Lombardije (tot ca. 1470) en Troyes (tot 1585), daarna uit Zuidwest-Frankrijk (Périgord, Angoumois, resp. sedert ca. 1500 en 1530, tot in de 19de eeuw) en uit de Bovenrijngebieden (o.m. Bazel en Elzas-Lotharingen, nl. sedert het midden van de 16de eeuw, tot 1650). Met name de handel van de Zuidwestfranse papiernijverheid met de Nederlanden is van zeer groot belang geweest. [E. C.-I.].
805. - Theo GERARDY, Zur Methodik des Datierens von Frühdrucken mit hilfe des Papiers in Ars impressoria ..., p. 47-64 (cf. nr. 825).
Gerardy stelt hier voor de zoveelste maal zijn methode om m.b.v. watermerken te dateren, in duidelijke bewoordingen voor. Achtereenvolgens bespreekt hij de ligging van het vel voor de opname; de reproduktiewijzen: na foto, radio-, beta- en elektronenradiografie is er ook - hoe eenvoudig, maar hoe gevaarlijk! - het wrijfsel; de beschrijving van elk vel papier in wiegedrukken met het daartoe door wijlen Allan Stevenson ontwikkelde schema. Een korte uitweiding over het Catholicon sluit dit artikel af. [E. C.-I.].
806. - Gedeon BORSA, Druckerbestimmung von Druckwerken aus Ungarn 5.-18. Jahrhundert in Ars impressoria .... p. 33-46 (cf. nr. 825).
Het bestaan van een retrospectieve Hongaarse bibliografie tot 1711 vormt een uitstekende basis om van al de verschillende drukken het typografisch materiaal, de initialen, de decoratie en de illustratie te inventariseren. Op grond hiervan zal dan gepoogd worden de niet gedetermineerde drukken aan een drukker toe te schrijven. Methodologisch is dit ook voor ons een bijdrage die niet enkel het lezen waard is, maar ook het overwegen en ... het toepassen. [E. C.-I.]
807. - Imprimé en Hollande: Het Franse boek in Nederland gedrukt = Le livre français imprimé aux Pays-Bas. (Tentoonstelling, Paleis op de Dam te Amsterdam van 14 juni tot en met 8 september 1985. Tekst catalogus: Mathijs van BOXEL en Gijs van der HAM). [Amsterdam, Stichting Koninklijk Paleis, 1985], 20 cm, 70 p., ill. - Fl. 15. (In de Stichting Koninklijk Paleis te Amsterdam is de voorraad uitgeput, maar de tentoonstelling gaat in 1986 naar het Institut néerlandais, Rue de Lille, te Parijs).
In vogelvlucht schetst Sadi de Gorter de produktie van het Franse boek in Nederland van in de Tachtigjarige oorlog over Descartes, Pascal, Pierre Bayle en Voltaire tot de Franse literatoren als F. Jammes, S. Mallarmé en anderen, tegen de wil in van de bezetter tijdens WO II gedrukt en uitgegeven. Niet in de vorm van een catalogus, maar als een leidraad bij de tentoonstelling worden achtereenvolgens behandeld de Republiek als centrum van Europese boekdrukkunst en de Republiek als kruispunt van intellectueel verkeer. De oudste Franse druk überhaupt blijkt een Franse donaat te zijn, omstreeks 1466 (maar de IDL neemt ter zake geen stelling) in de Noordelijke Nederlanden verschenen. De bloeitijd kwam met Blaeu en Elzevier eerst, daarna met de Franse hugenoten-vluchtelingen; de achteruitgang begon in de 18de eeuw. Een erg fraaie publikatie, goed en rijkelijk geïllustreerd en zeer instructief voor de belangstellende leek. [E. C.-I.].
808. - Anne-Marie BOGAERT-DAMIN, Le livre illustrée histoire et techniques. Namur, Bibliothèque universitaire Moretus Plantin, 1985, 20 x 21 cm, 59 p., ill.
Begeleidende gids bij een tentoonstelling in de Universiteitsbibliotheek te Namen (12 oktober-19 december) die zich sedert een aantal jaren o.m. toelegt op het speciaal belichten van eigen niet of weinig bekende schatten en van het boek in al zijn facetten. Op een bevattelijke wijze heeft Anne-Marie Bogaert de evolutie van de gedrukte boekillustratie geschetst tot en met de fotomechanische procédé's, en van de verschillende illustratietechnieken is een bondige definitie gegeven. Het boekje is heel aantrekkelijk opgemaakt en is overvloedig geïllustreerd. Het vormt een uitstekende handleiding zowel voor de neofietbibliothecaris als voor ieder die voor het eerst wil kennis maken met dat ene specifieke aspect van het boek: de illustratie. [E. C.-I.].
809. - A. C. SCHUYTVLOT, De doopsgezinde en remonstrantse prentencollectie in de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam in Theologie in de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam. Bijdragen over de collecties en verwante verzamelingen alsmede Doopsgezinde Adversaria verschenen bij het afscheid van Dr. Simon L. Verheus als conservator van de kerkelijke collecties. Amsterdam, Universiteitsbibliotheek, 1985, 25 cm, p. 52-65.
Omdat misschien minder bekend, weze speciaal vermeld de collectie prenten, 16de- 1 8de eeuw, afkomstig van de Doopsgezinde Gemeente en van de Remonstrantse Kerk. De collectie is geïnventariseerd en toegankelijk via een kaartensysteem in de U.B. Men treft er vnl. portretten aan, historieprenten en gebouwen. [E. C.-I.].
Zie ook nrs.
918; 924
810. - Gemengd boeket. Zes tentoonstellingen rond bloemen. Uitgave R. De Herdt. Teksten: R. De HERDT, G. DESEYN, J. De SMET, F. HEYMANS, N. P. POULAIN, P. Van der VEKEN, H. WILLE. Tentoonstelling Plantentuin Rijksuniversiteit Gent K.L. Ledeganckstraat, Gent, 19 april-19 mei 1985. Gent, Museum voor industriële archeologie en textiel - Stadsbestuur Gent, Dienst voor culturele zaken, 1985, 27 cm, 208 p., ill.
Van de zes tentoonstellingen in het teken van de bloem, die tijdens de lente van 1985 in de Plantentuin van de Rijksuniversiteit te Gent werden georganiseerd, is er een die in deze Kroniek speciaal te vermelden valt: Vijf eeuwen bloemen- en plantenboeken. Helena Wille belicht er enkele aspecten van de geschiedenis van de botanische illustratie in het gedrukte boek, gaande van Jan Veldeners Herbarius tot Thorntons Temple of Flora. De meer dan honderd nummers zijn nagenoeg alle uit Gents bezit afkomstig. De publikatie in haar geheel is tot stand gekomen n.a.v. de 175e verjaardag van de Koninklijke Maatschappij voor landbouw en plantkunde en de 29ste Gentse Floraliën; een mooie catalogus die in de bibliotheek van elke plantenboekenliefhebber thuishoort. [E. C.-I.].
811. - Bruxelles à livre ouvert. = Een beeld van Brussel in boek en prent. (Tentoonstelling). Bibliotheca Wittockiana, Bruxelles = Brussel, Bibliotheca Wittockiana, 1986, 29 cm, ill., 79 p. - BF 400.
De tentoonstelling is georganiseerd ter gelegenheid van het eeuwfeest van de Vereniging tot Bevordering van Brussel. Er zijn 59 geïllustreerde boeken en prenten uit de 16de eeuw tot en met de 19de, uit twee privé collecties gekozen. De publikatie, waar vooral de nadruk op de illustratie ligt, heeft een inleiding van Jean Tordeur en een van Herman Liebaers, en is fraai gedrukt door Hayez, drukkers te Brussel sedert 1780. [E. C.-I.].
812. - Hedendaagse boekbanden uit België. Tentoonstelling georganiseerd door de Belgische afdeling van de Amis de la Reliure d'Art en de Koninklijke Bibliotheek. Catalogus door Marianne DELVAUX-DIERCXSENS en Pierre MOURIAU DE MEULENACKER. Met een historisch overzicht van Jan Storm van Leeuwen en een inleiding van Micheline de Bellefroid. 's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 1986, 15 x 26 cm, 48 p., ill. - ISBN 90-6259-069-1. Fl. 17.50.
In deze Kroniek te signaleren omwille van het goed historisch overzicht van de boekband in de Zuidelijke Nederlanden (en België), geïllustreerd met banden hoofdzakelijk uit het bezit van de K.B. te 's-Gravenhage. [E. C.-I.].
813. - P. J. BUIJNSTERS, Het verzamelen van boeken: een handleiding. Utrecht, HES, 1985, 192 p., ill. - ISBN 90-6194-095-8. Fl. 25.
Aardige introductie. Met bibliografische verwijzingen. [M. d. S.].
814. - Anna E. C. SIMONI, Terra incognita: the Beudeker collection in the Map Library of The British Library in The British Library Journal, 11, 1985, p. 143-175, ill.
Vierentwintig volumineuze foliobanden uit de verzameling van de Amsterdamse koopman Christoffel Beudeker (1675-1756) bevatten kaarten, prenten, planodrukken en volledige boeken; samen een (vooral picturale) encyclopedie en topografie van Nederland in de Gouden Eeuw. [M. d. S.].
815. - Stads- of Athenaeumbibliotheek Deventer, 1560-1985. [Door] J. C.BEDAUX, A. C. F. KOCH, D.A. S. R. P. HEIKENS, A. J. Hovy. Deventer, Stads- of Athenaeumbibliotheek, 1985, 22 cm, 111 p. ill. - ISBN 90-900108-2-3. Fl. 12.50 + portonkosten.
Toen in het begin van deze eeuw Marie Elisabeth Kronenberg 'met haar wetenschap onder de arm' naar de Athenaeumbibliotheek stapte en er de eerste 'wetenschappelijke' incunabelcatalogus maakte, had de bibliotheek al een geschiedenis van drie en een halve eeuw achter de rug. Het begon met de aankoop van de boeken van pastoor Johannes Phoconius; er was de confiscatie op het einde van de 16de eeuw, het tijdperk van bibliothecaris Jacob Revius die o.m. het restauratieprobleem onder ogen nam; het verwerven van een groot deel van de bibliotheek van de in 1812 opgeheven hogeschool van Harderwijk, en tenslotte de verdere uitbouw na WO II. Dit alles schetst de huidige bibliothecaris J. C. Bedaux op een voortreffelijke manier in de eerste bijdrage "425 jaar Stadsbibliotheek Deventer". A C. F. Koch handelt over "De collecties van de Deventer Stads- of Athenaeumbibliotheek in historisch perspectief" en laat hierbij het licht schijnen op Phoconius' collectie, de Bibliotheca Florentiana (Radewijns) met haar handschriften en vroege drukken uit vnl. Nederlandse, Keulse, Straatsburgse, Venetiaanse en Parijse ateliers, en de andere kloosterbibliotheken. Later wordt er Ortelius en Plantijn aangetroffen; de Polyglotta, door drukker-binder Jan Everts Cloppenburg in 1601 gebonden is nog steeds aanwezig. Er is één gecensureerd en een door de auteur geannoteerd exemplaar van Erasmus. De Harderwijkse bibliotheek heeft de Deventerse mooi aangevuld met werken over geneeskunde, plantkunde, dierkunde en andere exacte vakken. Veel andere namen en titels - te veel om aan te halen -zijn de revue gepasseerd. Vergeten wij tenslotte niet dat deze bibliotheek de zesde belangrijkste is in Nederland wat de incunabelen betreft.
De twee overige zeer korte bijdragen interesseren minder direct de lezer van deze Kroniek. Elk kapittel heeft zijn systematisch geordende literatuuropgave. Het boekje is fraai geïllustreerd, ik hou in deze moderne vormgeving alleen niet van de smalle marges en vooral niet van de stippellijnen: ze hebben geen functie en ze werken onrustig; hetzelfde geldt voor het 'formaatzwart' onder de eerste letter van elke regel in de hoofdstuktitels. [E. C.-I.].
816. - Opstellen over de Koninklijke Bibliotheek en andere studies. Bundel samengesteld door medewerkers van dr. C. Reedijk ter gelegenheid van zijn aftreden als bibliothecaris van de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage. Hilversum, Verloren, 1986, 25 cm, 568 p., ill. - ISBN 90-6550-303-X geb. Samen met Boek, bibliotheek en geesteswetenschappen ISBN 90-6550-302-1 set. Fl. 55; voor beide bundels samen Fl. 95. (Zie ook nr. 913).
Dit is één van de twee bundels die Cornelis Reedijk bij zijn aftreden als bibliothecaris van de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage ten afscheid zijn aangeboden. Hierin komt een grote waaier van thema's aan bod, die samen een overzicht willen bieden van genoemde KB gedurende de afgelopen vierentwintig jaar. De uitgebreide redactie is samengesteld uit stafleden van de bibliotheek. In deze kroniek is vnl. de tweede sectie van belang waarin de vroegere geschiedenis van de KB, bijzondere collecties en oorspronkelijke verzamelaars belicht worden. Toch zijn er in de eerste sectie over de KB van 1962 tot 1986 ook voor de boekhistoricus enkele informatieve en lezenswaardige artikelen zoals dat van Clemens de Wolf over De bijzondere afdelingen, P. A. Goddijn, Boekconservering en -restauratie in de Koninklijke Bibliotheek, een eigen geschiedenis, en G. J. M. Jacobs die het o.m. heeft over de automatisering van de oude drukken. Een uitgebreide bibliografie van de Koninklijke Bibliotheek door Marieke T. G. E. van Delft is alleszins bijzonder nuttig. De bijdragen die in het kader van deze Kroniek passen, worden elk afzonderlijk gesignaleerd. Niet onvermeld wil ik tenslotte laten dat beide bundels zéér smaakvol zijn uitgevoerd: een marineblauw linnen band met titel in goudstempeling, licht getint papier waarop de letter zacht aan de ogen is, (terwijl voor de rasterclichés halfglanzend offsetpapier is gekozen) en het goed in de hand liggende octavoformaat, maken van deze twee boeken een model in hun soort, de classicus Reedijk waardig. [E. C.-I.].
Zie ook nrs.
804; 820; 847; 939
817. - Accoord C.R. Een keuze uit de bijzondere aanwinsten verworven tijdens het bibliothecariaat van dr. C. Reedijk. Tentoonstelling 25 april-26 juni 1986, Koninklijke Bibliotheek. 's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 1986, 24 cm, 199 p., ill. (Tentoonstellingscatalogi en -brochures van de Koninklijke Bibliotheek, 21). - ISBN 90-6259-068-3. ISSN 0169-3557. - Fl. 30.
In hun inleiding stellen K. Thomassen en C. de Wolf dat 'uit de overvloed van aanwinsten' tijdens het vierentwintigjarenlange bibliothecariaat van Cornelis Reedijk een keuze gedaan werd van handschriften, oude drukken, banden en enkele bijzondere collecties om ten toon te stellen. Alle stukken werden verworven uit nationaal oogpunt en om een reeds bestaande collectie verder uit te bouwen; ze worden bestudeerd als primaire bron én als historisch object. Aan elke afdeling gaat een korte inleiding vooraf m.b.t. de verwerving en de selectie; overigens zijn de beschrijvingen en de toelichtingen kort gehouden. Tijdens de afgelopen vierentwintig jaar heeft de Haagse Koninklijke Bibliotheek 31 Nederlandse incunabelen verworven en 83 Nederlandse postincunabelen. Op de hem eigen kernachtige wijze gaat Gerard van Thienen kort in op de wijze van verwerving. Er zijn zeldzame Engelse incunabelen bij, een onbekende Keulse (IDL 1776), een Haagse postincunabel toe te schrijven aan H. Janszoon van Woerden (NK 3141), alles samen 24 nrs. Er hoeft slechts te worden herinnerd aan de rol die het papier in de boekdrukkunst gespeeld heeft, om ook een papierhistorische afdeling te zien; ze is verzorgd door dè specialist, Henk Voorn. De latere drukken waaronder Erasmus-uitgaven en volksliteratuur zijn door J. Gruys en C. de Wolf (19de-20ste e.) behandeld. Voor de collectie boekbanden stond Jan Storm van Leeuwen in; met o.m. een paar anonieme blindgestempelde èn goudgestempelde Nederlandse banden uit de 15de-16de e. en een Magnusband. Een voortreffelijke catalogus met een brede waaier mooie en interessante stukken bondig en terzake besproken in een zeer fraaie vormgeving van Karel Treebus van de Staatsdrukkerij: wat wil men nog meer? [E. C.-I.].
818. - Werner JONCKHEERE, De Internationale Verzekeringsbibliotheek (IVB): 44 jaar samenwerking ABB-K.U. Leuven in Ex officina, 2, 1985, p. 163-170, ill.
Opgericht in 1941 als bibliotheek voor de Assurantie van de Belgische Boerenbond, is deze collectie over het verzekeringswezen grotendeels in de K.U. Leuven gebleven. De nieuwe catalogus bevat ca. 24.000 beschrijvingen, waarvan 12 werken uit de 16de en 17de eeuw en 45 uit de 18de eeuw. [E. C.-I.].
819. - Chris COPPENS, Une bibliothèque imaginaire: de medisch-historische bibliotheek van Gustav Klein (1862-1920) in Ex officina, 2, 1985, p. 125-152, ill.
Wederwaardigheden van deze collectie van plus minus 1400 werken, gaande van de 15de tot de 20ste eeuw, die na de eerste wereldoorlog door de 'Einkaufgesellschaft Löwen' aan de Universiteit te Leuven werd geschonken en helaas voor het grootste gedeelte tijdens de tweede wereldoorlog in de vlammen opging. Van de 22 overgebleven exemplaren wordt een beschrijving gegeven met verwijzing naar speciale repertoria en met opgave van de signatuur voor de K.U. Leuven en de U.C. de Louvain. [E. C.-I.].
820. - P. C. A. VRIESEMA, Imaginaire bibliotheken in Nederland. Ontstaan en verspreiding van de satirische catalogus in Opstellen over de Koninklijke Bibliotheek en andere studies ..., p. 328-337 (cf. nr. 816).
Belangrijke aanzet van een Nederlands overzicht van catalogi van imaginaire bibliotheken. De lijst van 20 nummers zet in met de bibliotheek van meester Magaston Rondibellis in E. de Denes Testament retoricael. De meeste satirische catalogi dateren evenwel uit de 18de eeuw. [E. C.-I.]
Zie ook nr. 2341
821. - De koningen-bibliofielen. Catalogus door Amalia SARRIÁ RUEDA met de medewerking van Claudine LEMAIRE. Vertaling: Marc MEES. De geschiedenis van de wetenschappen in de Arabische verzamelingen van het Escuriaal door Hosam ELKHADEM. Vertaling: Guy LEFLOT. Brussel, Koninklijke Bibliotheek Albert I, 1985, 29 cm, 224 p., ill. (Europalia 85 España). -BF 800.
Uitgebreide toelichtingen bij een honderdtal handschriften en een twintigtal kostbare drukken door een aantal Spaanse vorsten door de eeuwen heen verzameld, te beginnen met de Asturische koning Alfonso III de Grote uit de 9de eeuw over Isabella de Katholieke tot en met de Bourbons in de 18de eeuw. Toppunten vormen de collecties van Keizer Karel en Filips II. Hosam Elkhadem wijdt een uitgebreid artikel aan de geschiedenis van de collectie Arabische boeken in het Escuriaal en van de verschillende catalogi die er in de loop der eeuwen zijn van opgemaakt; tenslotte bespreekt hij de zwaartepunten in die collectie vertegenwoordigd: geneeskunde, plantkunde, wis- en sterrenkunde. Deze belangrijke bijdrage doet meteen ten volle beseffen welke kapitale rol Spanje heeft gespeeld bij het overdragen van wetenschap uit de Arabische wereld naar de christelijke wereld door de Arabische geschriften te vertalen. [E. C.-I.].
822. - Jeanne BLOGIE, Répertoire des catalogues de ventes de livres imprimés. II. Catalogues français appartenant à la Bibliothèque Royale Albert Ier. Bruxelles, Fl. Tulkens, 1985, vij p. + 985 kol. (Collection du Centre national de l'archéologie et de l'histoire du livre, 4). - BF 4.750.
Na de Belgische (cf. Kroniek 9 nr. 453) de Franse veilings- en antiquariaatscatalogi (tot 1980) bewaard in de Koninklijke Bibliotheek Albert I te Brussel. De vijf oudste stammen uit de zeventiende eeuw: 1643, 1680 (J.-A. DE THOU), 1684, 1693 en 1694. [M. d. S.].
Zie ook nr.
1147
823. - Hans FURSTNER, Geschichte des niederländischen Buchhandels. Wiesbaden, O. Harrassowitz, 1985, 25 cm, XVII, 159 p. (Geschichte des Buchhandels, 2).
De reeks monografieën opgezet door uitgever Harrassowitz, gewijd aan de nationale boekhandelsgeschiedenis van de (hedendaagse) Europese staten, van de vijftiende tot de twintigste eeuw, wil een handboek zijn waarin men zich snel kan oriënteren en verdere literatuur aantreffen.
Het tweede deel in deze reeks biedt een chronologisch overzicht van de Nederlandse situatie. Hoewel 'die beiden Niederlande' tot bij het begin van de opstand tegen Spanje in 1572 één historische eenheid vormden, worden noord en zuid ook vóór die tijd afzonderlijk behandeld. Aan het eind volgen per kapittel de gebruikte alfabetisch geordende literatuur, een namen- en zaakregister en een titelregister. [E. C.-I.].
824. - Wilco C. POORTMAN, Boekzaal van de Nederlandse Bijbels. 1. De geschiedenis van de geschreven en gedrukte Bijbels in de Nederlandse taal. 2. Een chronologisch register van alle gedrukte Bijbels, of gedeelten daarvan, in het Nederlands, die tussen 1477 en 1850 zijn verschenen. 's-Gravenhage, Uitgeverij Boekencentrum B.V., 1983, 31 cm, 270 p., ill. (Bijbel en prent, l). - ISBN 90-239-1223-3 geb.
De titel ten spijt is deze Boekzaal geen nieuwe Le Long; het is inderdaad pas de ondertitel die duidelijk stelt dat het een geschiedenis betreft, waarbij uitdrukkelijk de aandacht voor de illustratie wordt gevraagd. Hierin ligt dan ook de belangrijkste verdienste van het werk. Het stramien is een historisch overzicht per soort geordend (vóór-reformatorische Bijbels, Luthervertalingen, enz.); er worden tal van titels en jaartallen aangehaald, helaas zonder enige bibliografische verwijzing. Het chronologisch register (p. 197-256) van de drukken verschenen van 1477 tot 1850 en van de belangrijkste Bijbels na 1850, verhelpt daar niet aan. Het register biedt wel het voordeel dat men een chronologisch overzicht van de Bijbeluitgaven krijgt met verwijzing naar de passage in de publikatie, maar ook hier wordt niet naar de literatuur verwezen. Het hele werk is trouwens zonder enig notenapparaat geconstrueerd. Er is veel materiaal samengebracht dat echter onvoldoende bewerkt is omdat er onvoldoende bibliografische kennis aanwezig was, en dat niet controleerbaar is. In een tweede band worden de twee volgende delen opgenomen: Boekzaal van de Nederlandse prentbijbels (II) en Boekzaal van de Nederlandse uitgaven van de werken van Flavius Josephus (III). Overigens is de Boekzaal royaal en overvloedig geïllustreerd uitgegeven. [E. C.-I.].
Zie ook nr.
1137
825. - Ars impressoria. Entstehung und Entwicklung des Buchdrucks. Eine internationale Festgabe für Severin Corsten zum 65. Geburtstag, herausgegeben von Hans LIMBURG, Hartwig LOHSE, Wolfgang SCHMITZ. München-New York-London-Paris, K. G. Sauer, 1985, 25 cm, 354 p., ill. - ISBN 3-598-10587-8.
Twintig bijdragen zijn rond vier thema's gegroepeerd: de methodiek der incunabelkunde, de geschiedenis van de boekdrukkunst in de 15de en de 16de eeuw, enkele beroemde oude drukken, boekillustratie (waaronder de Itinerarium Belgicum, Keulen 1587 van Michael Eytzinger en Frans Hogenberg, door E. Van der Vekene); vier thema's die alle grotendeels het terrein van de incunabulistiek bestrijken. Dit lag trouwens voor de hand om iemand als Dr. Severin Corsten, directeur van de Stadt- und Universitätsbibliothek Köln èn Frühdruckforscher te huldigen. Een bibliografie van zijn publikaties rond het geheel af. De voor deze Kroniek interessante bijdragen worden afzonderlijk vermeld. [E. C.-I.].
Zie ook nrs.
806; 826; 828; 837; 840; 842; 849; 923
826. - Wieland SCHMIDT, Zur Bedeutungsentwicklung des Wortes 'Inkunabel' in Ars impressoria .... p. 9-32 (cf. nr. 825).
Een selectieve lijst van 25 publikaties tussen 1490 en 1985, volstaat om aan te tonen dat het woord 'incunabel' in de etymologische betekenis van het woord is gebruikt als: begin. Pas in 1787 duikt het voor het eerst op om losse letterdruk van de 15de eeuw aan te duiden. In deze specifieke betekenis is het woord vroeger niet zó algemeen gebruikt als nu. [E. C.-I.].
827. - Marie-Thérèse LENGER, Contribution de la codicologie à l'étude des incunables in Calames et cahiers. Mélanges de codicologie et de paléographie offerts à Léon Gilissen. Sous la direction scientifique de Jacques LEMAIRE et Emile VAN BALBERGHE. Bruxelles, Centre d'étude des manuscrits, 1985, 27 cm, p. 99-106, ill.
Samenwerking tussen codicologen en incunabulisten is vaak noodzakelijk, en op zijn minst wenselijk. Dit wordt treffend geïllustreerd aan de hand van de zonder plaats en datum verschenen Franstalige editie van Valerius Maximus' Facta et dicta memorabilia (CA-K I 1700a; Polain 3898): terwijl typen- en papieronderzoek vrijwel niets opleveren, heeft het codicologisch onderzoek - liniëring, signaturen decoratie, illustratie, enz. - naar Brugge als waarschijnlijke drukplaats geleid. [E. C.-I.].
Zie ook nr.
883
828. - Friedrich Adolf SCHMIDT-KÜNSEMÜLLER, Frühdruckforschung und Shakespeare-Philologie in Ars impressoria ..., p. 72-87 (cf. nr. 825).
Historisch overzicht van de incunabulistiek en de analytische bibliografie, waarbij A. W. Pollard een sleutelfiguur is geweest. [E. C.-I.].
829. - Pierre L. VAN DER HAEGEN, Basler Wiegendrucke. Verzeichnis der in Basel gedruckten Inkunabeln von Berthold Ruppel bis Nikolaus Kessler, mit ausführlicher Beschreibung der in Basel vorhandenen Exemplare. Basel, Universitätsbibliothek, 1985, 30 cm, XII, 288 p., ill. (Publikationen der Universitätsbibliothek Basel, 7). - ISBN 3-85953-014-3.
Het belangrijke drukkerscentrum dat Basel al in de 15de eeuw was, wacht eigenlijk al lang op een systematische bibliografische ontsluiting. Daarom is deze publikatie bijzonder verheugend. Het is een aanzet tot een bibliografie van de Bazelse drukken (géén planodrukken) uit de 15de eeuw, omdat exclusief op het bestand van de UB Bazel is gewerkt; de Bazelse drukken niet in de UB voorhanden, zijn in een 'Anhang' opgenomen. De drukken zijn volgens een STC-formule beschreven, met verwijzing naar standaardrepertoria. Ze zijn per atelier gerangschikt en genummerd: de eerste generatie (350 nummers) met Ruppel op kop, Amerbach (88), de latere jaren (46), samen 484 alle in de UB. De 'Anhang' beslaat 106 notities. De exemplaarkenmerken zijn geconcentreerd op de bijgebonden drukken, de aanwezigheid van rubricering en decoratie, de eigendomsmerken; enkel bij een Bazelse provenance wordt over de band een woord gezegd. Het exemplaar van de UB Bazel wordt opgegeven met signatuur; de andere exemplaren zijn uit een handschriftelijke inventaris uit 1923 zonder verdere controle overgenomen. Als enig register fungeert een alfabetische auteurslijst gevolgd door titel, drukker en jaartal.
De Basler Wiegendrucke is een keurig uitgevoerd typoscript; het is de vrucht van één jaar vrijwillige arbeid door een belangstellend buitenstaander: 'was der Staat nicht zu leisten vermag' moet uit een andere hoek komen. Maar welke particulier kan zich zo maar belangeloos inzetten? [E. C.-I.].
830. - Vera SACK, Die Inkunabeln der Universitätsbibliothek und anderer öffentlicher Sammlungen in Freiburg im Breisgau und Umgebung. Wiesbaden, O. Harrassowitz, 1985, 3 banden, 25 cm. (Kataloge der Universitätsbibliothek Freiburg im Breisgau hrsg. Wolfgang Kehr, 2). - ISBN 3-447-02319-8.
Verkorte titelbeschrijving van 3501 edities; slechts de niet elders beschreven drukken worden volgens de GW-voorschriften diplomatisch getranscribeerd. Met inbegrip van de doubletten beslaat deze lijvige catalogus 3775 nummers. Hij is alfabetisch op auteurs en anoniemen geordend. Bijgedrukte teksten zijn in de beschrijving opgenomen en hebben een verwijzing. Er is speciale aandacht besteed niet enkel aan de typografische bestemmingen (mede dank zij het watermerkonderzoek), maar ook aan de auteurstoeschrijvingen en aan de beschrijving van het exemplaar in al zijn facetten. De zeer uitvoerige registers vallen in drie groepen uiteen: registers betreffende de teksten (auteursfuncties in de brede zin: bewerkers, tekstbezorgers, enz.; naar taal), de drukken (naar land, drukplaats, drukker), de exemplaren. De Nederlanden zijn vertegenwoordigd met 38 drukken - vnl. Leuven en Deventer -, waaronder de zeldzame exemplaren beschreven onder nrs. 1279, 2059, 2915 en 3304: een donaat (GW 8798/10), een Arend de Keysere (Machiels 19: twee exx.), en twee drukken van Jakob van Breda (Plenarium; MKC I 1626a). Een uitgebreide geschiedenis van de collectievorming van alles samen tien bibliotheken in Freiburg en omgeving gaat aan de voorbeeldig uitgewerkte en uitgevoerde catalogus vooraf. Ook drukker en uitgever, resp. Allgäuer Zeitungsverlag te Kempten en Harrassowitz te Wiesbaden, mogen zich met deze publikatie tevreden en gelukkig achten. [E. C.-I.].
831. - Daniel MISONNE & Luc KNAPEN, La bibliothèque de Maredsous et sa collection d'incunables in Le livre et l'estampe, 32, 1986, no 125, p. 9-74, ill.
De om en bij tien kisten boeken die enkele benedictijnen uit Beuron in 1872 naar Maredsous meebrachten, betekent het begin van de bibliotheek van het Belgische klooster. Op dit ogenblik wordt het aantal boeken ruwweg op 300.000 geschat. Een tweeduizend 16de-eeuwse drukken is in bewerking en van de 61 incunabelen wordt hier een 'short title' lijst geboden; hierbij is ruime aandacht besteed aan de band en de eigendomsmerken. Verschillende registers ronden het geheel af en maken er een voorbeeldig werkinstrument van. Met name de Duitse incunabelen zijn goed vertegenwoordigd; uit de Nederlanden is niets aanwezig. Enkele oude herkomsten uit onze streken zijn het cisterciënzerklooster van Jardinet te Walcourt (met stempelband), Bethleem te Herent (met stempelband), Sint-Augustinusklooster te Brussel (1610), Capucijnen te Dinant, J.-B. Verdussen. [E. C.-I.].
Zie ook nr.
991
832. - Niederdeutsche Drucke des 15./16. Jahrhunderts aus norddeutschen Bibliotheken. (Einleitung: Hubertus MENKE) in Korrespondenzblatt des Vereins für niederdeutsche Sprachforschung, 91, 1984, 4, p. 57-104, ill.
Een volledige aflevering van dit bescheiden tijdschrift is de tentoonstellingscatalogus van 26 Nederduitse drukken uit de 15de en 16de eeuw, bewaard in Noordduitse bibliotheken. De soms vrij uitvoerige toelichtingen zijn van de hand van verschillende medewerkers, waaronder Hubertus Menke (Kiel) die de boeken thematisch heeft gegroepeerd: volksboeken, stichtelijke literatuur, recht, geschiedenis en artesliteratuur; de drukkers ervan zijn o.m.: de onbekende Lübeckse drukker die met de noodnaam Mohnkopfdrucker wordt aangeduid, Lukas en Matthaeus Brandis, Johann Snell, Steffen Arndes [E. C.-I.].
833. - A. H. LAEVEN, Incunabelen in de Universiteitsbibliotheek Nijmegen 1923-1984 in Codex in context. Studies over codicologie, kartuizergeschiedenis en laatmiddeleeuws geestesleven aangeboden aan prof. dr. A. Gruijs. Uitgegeven door Chr. de BACKER, A. J. GEURTS, A. G. WEILIER. Nijmegen-Grave, Alfa, 1985, p. 211-238 (Nijmeegse codicologische cahiers, 4-6). - ISBN 90-7040-725-6. Fl. 69.
Short title-cataloog volgens het IDL-schema, maar mét de eigendomsmerken van de honderdenacht incunabelen sinds 1923 verworven. Ze zijn voornamelijk afkomstig uit kerkelijke of kloosterbibliotheken, en van een paar particulieren. De grote vijftiende-eeuwse drukkerscentra zijn het best vertegenwoordigd, terwijl Antwerpen en Gouda elk met één, Delft, Deventer en Utrecht met elk drie, Leuven met vijf en Zwolle met zes drukken voorhanden zijn.
Een drukkers- en een algemeen namenregister besluiten de lijst. Het bestaan van de IDL maakt dergelijke lijsten inderdaad niet overbodig; hier worden ze, met hun eigen kenmerken in hun context geplaatst, wat van een centrale catalogus nooit mag worden verwacht. De tekst verscheen in 1986 met illustraties en een lichtgewijzigde inleiding als monografie in de reeks Nijmeegse codicologische cahiers, 7, helaas zonder verwijzing naar de oorspronkelijke uitgave. [E. C.-I.].
Zie ook nrs.
851; 852; 857; 896
834. - Catalogue des incunables [de la] Bibliothèque nationale. Tome II, fasc. 4: S-Z et Hebraica.Paris, Bibliothèque nationale, 1985, p. 529-783. -ISBN 2-7177-1700-5 (Tome II, fasc. 4). ISBN 2-7177-1610-6 (Tome II, édition complète). - 260 FF.
Deel II van de Parijse incunabelcatalogus is nu met de 4de aflevering voltooid (cf. Kroniek 9,
nr. 483).
835. - Koostanud Olev NAGEL, Inkunaablid Tartu Rükliku Ülikooli Teaduslikus Raamatukogus. Tallinn, Kirjastus 'Kunst', 1982, 29 cm, 95 p., ill. -Voor-de-handse titel: Catalogus incunabulorum quae in Bibliotheca Universitatis Litterarum Tartuensis asservantur.
Short title-catalogus van 47 incunabelen in de UB Tartu (Estland USSR), korte vermelding in het Estnisch, het Russisch en het Duits van de exemplaarkenmerken, en een toelichting, in het Estnisch over de inhoud en de editie. Er is één Nederlandse druk, van R. Pafraet: HC 15077. [E C.-I.].
836. - W. C. M. WÜSTEFELD, De incunabelen van het voormalig Seminarie Warmond. Tentoonstelling in Rijksmuseum Het Catharijneconvent, 13 september t/m 3 november '85. Utrecht, [Rijksmuseum Het Catharijneconvent], 1985, 21 cm, 55 p., ill.
Bescheiden opgezette tentoonstelling en catalogus met korte historiek van de bibliotheek van het Seminarie Warmond. Opgericht in 1799 en in 1967 opgeheven, is de bibliotheek van het seminarie verrassend rijk aan oude drukken; belangrijke boekenschenkingen in de loop van haar korte bestaan zijn hier mede voor verantwoordelijk. Enkel de handschriften en de vroege drukken zijn nu in het Catharijneconvent; de overige drukken en documenten zijn over een aantal instellingen verdeeld. Van de achtenveertig incunabelen die het Séminarie bezat, en hier nu zijn beschreven, zijn drie edities niet aanwezig in IDL (de boeken waren toen niet toegankelijk); de meeste andere zijn ook lang niet altijd courante werken. In deze kleine catalogus is ook aandacht besteed aan de vroegere bezitters en aan de met de hand aangebrachte decoratie. H. Wüstefeld stelt ons over een drietal jaar een 'echte' catalogus van de vroegste drukken in het Catharijneconvent bewaard, in het vooruitzicht. [E. C.-I.].
837. - Otto MAZAL, Der erste Versuch griechischer Buchdruckes im 15. Jahrhundert in Ars impressoria ..., p. 65-71 (cf. nr. 825).
De eerste weinig succesvolle poging om met Griekse letters te drukken, werd door J. Fust en P. Schöffer te Mainz in 1465 geleverd (GW 6921). Mazal geeft nauwkeurig de plaatsen in deze Cicero-editie op waar Griekse woorden gedrukt staan. [E. C.-I.].
838. - H. D. L. VERVLIET, Humanisme en typografie: de introductie van de romein en de cursief in de Nederlanden (1483-ca. 1540) in Boek, bibliotheek en geesteswetenschappen ... p. 315-330 (cf. nr. 913).
De verovering van de humanistica (romein en cursief) in de boekdrukkunst in de Nederlanden verloopt in drie fasen: de eerste, korte poging van Jan van Westfalen ca. 1484, de tweede, van in 1501 door Dirk Martens ingezet en door anderen gevolgd, de derde, ca. 1520, die de definitieve doorbraak betekent. De auteur gaat verder in op Martens' rol in dezen en op zijn lettermateriaal, evenals op andere drukkers in zuid en noord die het hunne bijdragen om de gotiek te onttronen. Dit wordt mede duidelijk gemaakt aan de hand van grafieken en van vaststellingen nopens de aard van de tekst (taal) die al dan niet uit een gotiek wordt gezet. [E. C.-I.].
839. - Hellmut ROSENFELD, Die Ars moriendi im Wettstreit zwischen Kupferstich- und Holzchnittkunst in Aus dem Antiquariat 3, Börsenblatt für den deutschen Buchhandel. Frankfurter Ausgabe, Nr. 21, 14.03.1986, p. A 127-A 130, ill.
De Ars moriendi-bladen van de Meester E. S. kunnen niet van omstreeks 1450 dateren en kunnen evenmin als voorbeeld van de eerste blokboekeditie gediend hebben, in tegenstelling tot wat W. L. Schreiber en Max Lehrs hierover hebben beweerd. De tekeningen voor het blokboek stammen uit de school van Rogier van der Weyden, ca. 1460, en zij zijn het die decennia lang gekopieerd werden. [E. C.-I.].
840. - Lotte HELLINGA, Proof-reading in 1459. The Munich copy of Guillelmus Duranti, Rationale in Ars impressoria ..., p. 183-202, ill. (cf. nr. 825).
De toevallige vondst van drukproefcorrecties op het enig bekende op papier gedrukte exemplaar van Durantis Rationale door J. Fust en P. Schöffer gedrukt (GW 9101), heeft de auteur ertoe aangezet zich op twee vragen te concentreren: wat deed de proefcorrector, en: wat kan het proeflezen ons leren over het maken van het boek? Er zijn zowel tekstcorrecties als typografische correcties, evenals sporen van cancellanda en cancellantia (of verbeterbladen) maar een relatie tussen beide is er niet. Evenwel, er blijken hier twee soorten proef aanwezig te zijn: correctie van het zetsel na het trekken van een proefdruk en correctie van de tekst op een drukproef. [E. C.-I.].
841. - Een scone leeringe om salich te sterven. Een Middelnederlandse ars moriendi, uitgegeven geannoteerd en ingeleid door B. DE GEUS, J. VAN DER HEIJDEN, A. MAAT, D. DEN OUDEN. Utrecht, HES, 1985, 23 cm, 101 p., ill. (Publikaties van de Vakgroep Nederlandse taal- & letterkunde van de Rijksuniversiteit te Leiden, 12). - ISBN 90-6194-065-6. Fl. 25.
Kritische uitgave van de in de titel genoemde druk van Adriaen van Berghen te Antwerpen uit 1500 (IDL 426) naar het enig bekende exemplaar in de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage: een vervolg op de doctoraalscriptie van de tekstbezorgers (Rijksuniversiteit Leiden). Achtereenvolgens behandelen zij het genre en de inhoud van dit 'sterfboek', bespreken de bronnen - waaronder Matthaeus de Cracovia (cf. Campbell 1223) - en de druk en verantwoorden tenslotte de uitgave het resultaat is een perfect leesbare en bruikbare tekst. Het bescheiden uitgegeven boekje mist de charme maar ook het risico van een facsimile-uitgave. De lezer is uiteindelijk beter gediend met een eenvoudige maar goede teksteditie met inleiding dan met al te summier voorgestelde facsimile's. [E. C.-I.].
842. - Paul NEEDHAM, William Caxton and his Cologne partners: an enquiry based on Veldener's Cologne type in Ars impressoria ..., p. 103-131 (cf. nr. 825).
De methode bij dit onderzoek gevolgd, berust op de wisselende staat van het lettertype binnen één boek of binnen een groep van boeken. Het schema dat hierdoor verkregen wordt, laat toe zich een idee te vormen over het behandelen van de kopij en de manier van zetten. Dit typenonderzoek maakt het verder mogelijk dat boeken met op het eerste gezicht verschillende staten van typen, toch in een bepaalde chronologische orde, en zelfs in één en dezelfde drukkerij tot stand konden komen. Wie deze methode aan een concreet voorbeeld getoetst wil zien, leze Needhams indringende studie die geen eindpunt van het onderzoek naar Veldeners Keuls lettertype betekent, maar de weg aanduidt die verder moet bewandeld worden. Ideaal zou zijn bij het typenonderzoek ook het papieronderzoek te betrekken. [E. C.-I.].
843. - Gervase ROSSER, A note on the Caxton Indulgence of 1476 in The Library, 6th Ser., 7, 1985, p. 256-258.
Caxtons connecties met Westminster Abbey en zijn eerste gedateerd drukwerk op Engelse bodem. [M. d. S.].
844. - Elly COCKX-INDESTEGE, Mathias vander Goes en het Boexken van der officien ofte dienst der missen van Simon van Venlo. Antwerpen, De Schutter, 1985, 27 cm, 27 p., ill. - Niet in de handel.
De auteur probeert vooreerst een portret op te hangen van de drukker om daarna een overzicht te bezorgen van zijn drukkersactiviteiten, zijn letterkast en zijn houtsneden. [J. M.].
845. - M. N. FUIT-OVERDUIN, Gheraert Leeu en Jacob Maerlant in Dokumentaal, 15, 1986, p. 11-13.
Campbell 874 bevat niet enkel de Historie van der destruxien van Troyen, maar ook het verhaal van Aeneas' verraad en verdere lotgevallen, een prozabewerking naar Maerlant. [E. C.-I.].
Zie ook nr.
983
846. - Herman PLEIJ, De laatmiddeleeuwse rederijkersliteratuur als vroeghumanistische overtuigingskunst in Jaarboek 'De Fonteine' 1984, 34 (= 2de reeks, 26), 1985, p. 65-95, ill. Full text
Sterk omgewerkte tekst van een lezing op het Gentse Colloquium 'Liefde en Fortuna in de Nederlandse letteren van de late middeleeuwen' (23-24 november 1983). Hoofdzakelijk over Vanden drie blinde danssen (Gouda, Gerard Leeu, 1482). Een houtsnede daaruit leverde inspiratie voor het drukkersmerk van Jan van Doesborch. [M. d. S.].
847. - Gerard VAN THIENEN, Pierre Michault's 'Danse des aveugles'. Een onbekende, Brugse incunabel van Colard Mansion in de Österreichische Nationalbibliothek in Opstellen over de Koninklijke Bibliotheek .... p. 273-282, ill. (cf. nr. 816).
De onlangs ontdekte druk -je ziet dat men nooit mag wanhopen een vondst te doen - wordt op beknopte wijze in het Mansion-kader geplaatst èn als schakel in de tekstoverlevering gezien: er zijn nu 25 drukken van Mansion bekend (waarvan één verloren is gegaan); van de Danse des aveugles zijn 19 handschriften bewaard, 6 incunabeledities en 4 zestiende-eeuwse drukken. De Mansion-druk wordt, afgaande op het lettertype, tussen 1479 en 1484 geplaatst, waarmee hij misschien op de eerste, zéker op de tweede plaats komt. De nieuwe bibliografische referentie is CA (XIII) 1252a. [E. C.-I.].
848. - Ronald BREUGELMANS, An inventory project of book-illustrations in the Low Countries in the fifteenth and sixteenth centuries in Gutenberg Jahrbuch, 61, 1986, p. 57-59.
De auteur verwijst naar Hellinga Festschrift, Amsterdam 1980 (cf. Kroniek 1981,
nr. 437) dat door externe omstandigheden helaas niet aan detailbespreking is toegekomen. In dat artikel breekt Breugelmans een lans voor een inventaris van de boekillustratie uit de Nederlanden, uit de 15de en 16de eeuw, gaande - zo wordt hier nu meegedeeld - tot 1550 (in het zuiden) en tot 1570 (in het noorden). Het project moet bestaan uit 1° een inventaris en reproduktie op microfiche van al de houtsneden van CA-, NK-, STCN- en BT-boeken; 2° een onderwerpsregister (Iconclass-systeem). Deze tekst werd in oktober 1984 voorgedragen op een symposium 'Das illustrierte Buch des 16. Jahrhunderts' in het Institut für Buchwesen der Johannes Gutenberg-Universität te Mainz. [E. C.-I.].
849. - Elmar HERTRICH, König Davids Wiederkehr: Bemerkungen zu einem Holzschnitt der Kölner Bilderbibel von 1478/79 und zu einer Miniatur im Klemm-Exemplar der Gutenbergbibel in Ars impressoria .... p. 314-326, ill. (cf. nr. 825).
Elmar Hertrich (Bayerische Staatsbibliothek) toont aan dat de houtsnede met David (Psalm 1) van de Keulse Bijbel als model heeft gediend voor de miniatuur in het (niet weer opgedoken) Klemm-exemplaar van de 42-regelige Bijbel. Van de miniatuur bestaat een foto in de papieren van Karl Dziatzko; de miniaturist is een Dresdener falsaris die in opdracht van Heinrich Klemm werkte. [E. C.-I.].
850. - Julie A. SMITH, Woodcut presentation scenes in books printed by Caxton, de Worde, Pynson in Gutenberg Jahrbuch, 61, 1986, p. 322-343, ill.
De betekenis van dedicatievoorstellingen in handschriften kan zich ipso facto niet handhaven in het gedrukte boek. Op de vraag wat vroege drukkers met deze scène dan wel beoogden, probeert J. A. Smith een antwoord te vinden. Omdat de dedicatiehoutsnede in Caxtons Recuyell of the histories of Troy uit Brugge 'a controversial illustration' is (waarover de auteur elders hoopt te schrijven), wordt deze druk niet in onderhavig onderzoek betrokken en worden enkel de Engelse drukken besproken. Dedicatiehoutsneden uit deze drukken worden afgebeeld en parallel naast houtsneden uit Franse drukken geplaatst. [E. C.-I.].
851. - Albert DEROLEZ, Hoe lagen de boeken in Nederlandse bibliotheken op het einde der middeleeuwen? in Codex in context, p. 91-103 (cf. nr. 833).
Het type van bibliotheekinrichting in de late middeleeuwen, door de auteur 'lectrijn-bibliotheek' geheten, roept de vraag op hoe de boeken op de lessenaars lagen. Rekening houdend met de plaats van de kettingaanhechting, signaturen, titeletiketten en venstertjes, probeert A. Derolez aan de hand van statistische gegevens aan te tonen dat in de Nederlanden de boeken doorgaans op het achterplat lagen, terwijl het tegenovergestelde eerder een Franse gewoonte leek te zijn. [E. C.-I.].
852. - Harry Chr. VAN BEMMEL, Provenance-gegevens met betrekking tot de in de Bibliotheek Arnhem aanwezige incunabelen in Codex in context, p. 5589 (cf. nr. 833).
Aansluitend bij de incunabelcatalogus van de Bibliotheek Arnhem, die H. C. van Bemmel in 1985 publiceerde (cf Kroniek 11, nr. 683), heeft de auteur hier nader onderzoek verricht naar de oude bezittersmerken en herkomstgegevens. Hierbij zijn de catalogi en inventarissen met vermelding van incunabelen aan de orde gekomen, terwijl de codicologische kenmerken van het twintigtal incunabelen, zoals handschriftelijke aantekeningen, versiering van initialen, boekbandversiering en inscripties op de band, zorgvuldig zijn opgespoord en geinterpreteerd. Methodologisch is dit een instructieve bijdrage. [E. C.-I.].
853. - Continental books, manuscripts and music. Sale 22nd November 1984 and 23rd November 1984. London, Sotheby's, 1984, 555 kavels, facsim.
Eén kavel, nr. 166, betreft een convoluut zeldzame incunabelen, te weten Cordiale quattuor novissimorum, Drukker van de Alexander Magnus, ca. 1475, CA 1296; Dionysius Cartusiensis, Speculum, Aalst, D. Martens en J. van Westfalen, 1473, CA 587; Augustinus, Manuale, idem, CA 197; Bernardus van Clairvaux, De planctu B. Mariae, Keulen, U. Zell, ca. 1470. De (eigentijdse?) blindgestempelde band is uit de Nederlanden. Het boek is in het bezit geweest van de Hiëronymieten eerst te Gent daarna te Kamerijk. [J. M.].
854. - Interesting books to be auctioned December 14th at Amsterdam. Book auction no 267. Amsterdam, Van Gendt Auctions BV, [1984], 601 kavels, facsim.
Een aantal kavels betreft enkele incunabelen uit de Nederlanden, nl. Libellus de modo confitendi et penitendi, Antwerpen, G. Leeu, 1486, CA 1131 ; Pius II, De remedio amoris, Antwerpen, D. Martens, 1497, CA 21, gebonden met Cato, Disticha, Deventer, R. Pafraet, 1492-1500, CA 411 en nog drie andere incunabelen; Gregorius de Grote, Homiliae, Brussel, Broeders van het Gemene Leven, 1476-77, CA 853; Isidorus van Sevilla, De summo bono, Leuven, J. van Paderborn, 1486, CA 1023; Petrus de Aliaco, Libellus sacramentalis, Leuven, Eg. van der Heerstraten, 1487, CA 145; Epistelen ende Evangelien, Delft, J. J. van der Meer, 1481, CA 691; Cyprianus, Opera, Deventer, R. Pafraet, 1477-1479, CA 520; Dionysius Cartusianus, Exhortationes, Deventer, R. Pafraet, 1491, CA 719; Stella clericorum, Deventer, R. Pafraet, 1494, CA 1610; Boethius, De disciplina scholarium, Deventer, J. de Breda, 1496, CA 328; Vergilius, Georgica, Deventer, R. Pafraet, 1496, CA 1742. [J. M.].
855. - David McKITTERICK, Bradshaw, Henry in Encyclopedia of Library and Information Science, ed. Allen KENT, Volume 39, New York-Basel, M. Dekker, 1985, p. 53-58.
In deze bondige notitie geeft McKitterick een goed overzicht van leven en werk van een van de pioniers van de incunabelkunde. Met bibliografie van en over H. Bradshaw. [J. M.].
Zie ook nr.
2779
856. - Jan DESCHAMPS, Middelnederlandse vertalingen en bewerkingen van werken van de kartuizer Jacobus van Gruitrode in Hulde-album Dr. F. van Vinckenroye. Hasselt, Provinciaal Hoger Handelsinstituut, 1985, 25 cm, p. 67-81.
Tekstidentificatie en auteurstoeschrijving hebben, op het terrein van het Middelnederlands, sedert jaren een ijverig en bekwaam beoefenaar in de persoon van Jan Deschamps. Wat hij nog niet zo lang geleden voor Ludolf van Saksen heeft gedaan (cf. Kroniek 9,
nr. 496) doet hij hier voor diens ordebroeder Jacobus van Gruitrode. Van de negen teksten die hij bespreekt, zijn er vijf die in de 15de of de 16de eeuw in de Nederlanden in druk zijn verschenen: bij Adriaen van Liesveldt, Michiel Hillen, Gheraert Leeu, Jan Seversz., Christiaen Snellaert e.a. De samenstellers van repertoria van gedrukte werken zouden met de resultaten van onderzoek zoals dit liefst rekening moeten houden want scientia non habet inimicum nisi ignorantem. [E. C.-I.].
Zie ook nr. 858
857. - Jan DESCHAMPS, De lange en de korte redactie van het 'Rosarium Jesu et Mariae' van de kartuizer Jacobus van Gruitrode en de Middelnederlandse vertaling van de korte redactie in Codex in context, p. 105-128 (cf. nr. 833).
Enkel handschriften worden besproken maar de gegeven informatie kan ook zijn belang hebben voor de incunabulist. [E. C.-I.].
858. - Eduard ROMBAUTS, De 'Karel en de Elegast' in de incunabelperiode in Hulde-album Dr. F. van Vinckenroye..., p. 245-252 (cf. nr. 856).
De vier bekende edities van 'Karel ende Elegast' tijdens de 15de eeuw worden hier besproken - ter informatie: het betreft Campbell 970a, 971, 972 en 973, resp. F, A, B en C genoemd bij A. M. Duinhoven. Taal en vormgeving van de drukken illustreren zowel iets van de mentaliteitsgeschiedenis als van de drukgeschiedenis in het laatste kwart van de 15de eeuw. [E. C.-I.].
859. - Jos A. A. M. BIEMANS, Kruitwagens verblijf te Weert, mei 1912-januari 1913 in Quaerendo, 15, 1985, p. 225-230.
Over de achtergrond van Kruitwagens verblijf te Weert worden hier onvermoede biografische bijzonderheden verstrekt, die de figuur van de vermaarde incunabulist, de franciscaan Bonaventura Kruitwagen (1874-1954) in een bijzonder licht stellen. [E. C.-I.].
860. - Handschriften uit de abdij van Sint-Truiden. (Tentoonstelling) Provinciaal Museum voor Religieuse Kunst, Begijnhof, Sint-Truiden, 28 juni-5 oktober 1986. Leuven, Peeters, 1986, 24 cm, 303 p., ill. - ISBN 90-6831-056-9. BF750.
Deze publikatie bevat, behalve een catalogus met 65 beschrijvingen van handschriften, ook een aantal inleidende artikelen, waarvan er vnl. twee in deze Kroniek mogen vermeld worden: G. TOURNOY haalt in zijn Cultureel en literair leven in de abdij van Sint-Truiden een voorbeeld aan van een handschrift gekopieerd naar een druk van Jan van Westfalen. R. VAN LAERE bezorgt een poging tot een overzicht van de boekbinderscentra in Limburg met extra aandacht aan Sint-Truiden; de beschreven banden, weliswaar hoofdzakelijk omheen handschriften, dateren uit de 15de eeuw en later. [E. C.-I.].
861. - Verzeichnis der im deutschen Sprachgebiet erschienenen Drucke des XVI. Jahrhunderts ... (Redaktion: Irmgard BEZZEL). Stuttgart, A. Hiersemann, 1983- (cf. Kroniek 9, nr. 503).
Inmiddels zijn reeds zes imposante banden verschenen, nog steeds in Abt. I: Auteurs, corporaties en anoniemen, tot en met Fir. [E. C.-I.].
862. - Bibliotheca dissidentium. Répertoire des non-conformistes religieux des seizième et dix-septième siècles. T. IV. Jacques de Bourgogne, seigneur de Falais | Etienne Dolet | Casiodoro de Reina | Camillo Renato. Baden-Baden, V. Koerner, 1984, 25 cm, 207 p., ill. (Bibliotheca Bibliographica Aureliana, 95).
Voor de Nederlanden relevant: A. GORDON KINDER over Casiodoro de Reina (c. 1520-1594) met enkele zeldzame politieke traktaten, klandestien of anoniem te Antwerpen gedrukt in de beginjaren van de Opstand. [M. d. S.].
863. - Bibliotheca dissidentium. Répertoire des non-conformistes religieux desseizième et dix-septième siècles. T. VI. Valentin Crautwald | Andreas Fischer | Jan Kalenec | Sigmund Salminger. Baden-Baden, V. Koerner, 1985, 25 cm, 163 p., ill. (Bibliotheca Bibliographica Aureliana, 100).
Geen drukken uit de Nederlanden, behalve in de interessante bijlage van Adam SKURA, Valentin Crautwalds Büchersammlung (UB Wroclaw). De Duitse Hervormer Crautwald (c. 1490-1545) bezat een uitgebreide bibliotheek die voor het grootste deel bewaard is gebleven, met o.m. een bandje met Amerot, Compendium graecae grammatices (Leuven, D. Martens, 1520; NK 115) en de Epistolae graecae (ibid.; NK 766). [M. d. S.].
864. - Bibliotheca dissidentium. Répertoire des non-conformistes religieux des seizième et dix-septième siècles. T. VII. Eloy Pruystinck | Sebastian Franck | Antonio del Corro. Baden-Baden, V. Koerner, 1986, 25 cm, 191 p., ill. (Bibliotheca Bibliographica Aureliana, 106).
Van de in 1544 te Antwerpen verbrande vrijdenker Elooi Pruystinck zijn geen geschriften bekend. Emile BRAEKMAN geeft dan maar een bibliografie (p. 7-38) van de 'ouvrages imprimés qui résument la doctrine de Pruystinck'. En, raar maar waar, wie treffen we dan in een Bibliotheca dissidentium aan: Anna Bijns (!!) en Emanuel van Meteren (!), die in hun werk even verwijzen naar Pruystincks leer. De literatuur over Anna Bijns is ver van volledig verwerkt en voor Van Meteren eindigt alles bij Fruin .... In vergelijking met de andere persoonsbibliografieën in deze reeks is de auteur hier wel erg vlug tevreden met de opgave van vaak slechts 1 exemplaar.
Christoph DEJUNG geeft (p. 39-119) een samenvatting van en aanvulling op Klaus Kaczerowsky's bibliografie van Sebastian Franck (c. 1500-1542), met in appendix 'Die nachgelassene Bibliothek von Sebastian Franck'.
Enkele zeldzame Antwerpse pamfletten worden beschreven door A. GORDON KINDER in zijn grondige studie (p. 121-176) van Antonio del Corro (1527-1591). [M. d. S.].
865. - Ferenc POSTMA, Disputationes exereitii gratia. Een inventarisatie van disputaties verdedigd onder Sibrandus Lubbertus prof. theol te Franeker 1585-1625. Met een ten geleide door J. VEENHOF. Amsterdam, VU Uitgeverij, 1985, 25 cm, XXVI, 99 p., iill. - ISBN 90-6256-287-6. Fl. 32, 50
Disputaties, tijdens het ancien régime aan de universiteiten gehouden, waren voor de student het middel om zich in zijn vak en in het houden van een logisch geargumenteerd betoog te oefenen (disputationes exercitii gratia). Zij zijn gebaseerd op een gedrukte tekst, eveneens disputatie geheten, in overleg met de praeses of promotor opgesteld en die als een weerspiegeling van de collegestof zijn te beschouwen. Hoewel gedrukt - ten dele voor rekening van de Staten van Friesland ten dele voor rekening van de studenten zelf - zijn deze weinig omvangrijke teksten, als ze al bewaard werden, eerder in het archief dan in de bibliotheek terechtgekomen (stiefkinderen van de bibliotheken noemt Postma ze). Zeldzaamheid is dus wel een van hun voornaamste kenmerken. Het inventariseren van dergelijke publikaties is dan ook steeds bijzonder welkom: voor de bibliografie, ja, maar ook voor de geschiedenis van een universiteit, i.c. Franeker, en voor de geschiedenis van een vak te weten het onderwijs in de goedgeleerdheid aan genoemde universiteit tussen 1585 en 1625, en meer bepaald het onderwijs van de hoogleraar Sibrandus Libbertus, vertegenwoordiger van de calvinistische orthodoxie.
Het negentigtal disputaties, uit de aard der zaak alle te Franeker gedrukt, komen in hoofdzaak uit de officina van Aegidius Radaeus. De beschrijving is gelukkig niet van het short-titletype. Toch is de meestal lange titel ingekort maar zo dat het onderwerp, namen van praeses en respondent, plaats en datum gehandhaafd blijven. De spelling is geüniformeerd, het impressum genormaliseerd; de collatie omvat het formaat, paginering en signaturen. De ordening is chronologisch, binnen elk jaar alfabetisch op naam van de respondent; waarna vindplaatsen (met signatuur) worden vermeld (er is een lijst van 15 bibliotheken in binnen- en buitenland) en een of meerdere annotaties met aan het slot literatuuropgave. In de annotaties wordt bijzondere aandacht geschonken aan de voorin gedrukte (of handschriftelijke) opdrachten, brieven en lofdichten, voornamelijk omdat zij zeer dikwijls biografische informatie over de student bevatten die elders meestal niet na te trekken is. Vijf registers vergemakkelijken de toegang tot de inventaris: van de respondenten, van de lofdichters, van de onderwerpen (in het Latijn), van het aantal disputaties gespreid over de jaren van Lubberts professoraat, van de drukkers. Als ik, bij al het goede dat deze publikatie inhoudt - van een recensent wordt immers verwacht dat hij nooit tien op tien geeft! - een paar verlangens mag uiten, dan zijn het deze: 1. Wanneer in het impressum het 'Ex-officina' wordt overgenomen, waarom dan ook niet 'Apud' en elke andere formule, onafgekort, die aan de naam vooraf gaat. Dit zou stroken met de algemeen geldende regels voor titelbeschrijving - 'short title catalogue' buiten beschouwing gelaten. 2. De namen van en aan wie een disputatie is opgedragen, zouden eveneens in een register kunnen worden opgenomen. Behalve de inhoud verdient ook de vorm waarin die gegoten is, even de aandacht. Hiermee is aangetoond hoe met eenvoudige middelen - typoscript in offset gedrukt, reprodukties van een paar titelbladen en typografische ornamenten, een omslagontwerp - een fraai, overzichtelijk en gemakkelijk consulteerbaar boek kan worden opgebouwd. [E. C.-I.].
866. - Index de l'Université de Paris 1544, 1545, 1547, 1549, 1551, 1556 par J. M. DE BUJANDA, Francis M. HIGMAN, James K. FARGE avec l'assistance de René DAVIGNON et Elsa STANEK. Sherbrooke (Québec), Centre d'Études de la Renaissance - Université de Sherbrooke, Biblairie; Genève, Libr. Droz, 1985, 24 cm, 671 p. (Index des livres interdits, 1). - ISBN 2-7622-0029-6.
Dit is een eerste deel van de tien ontworpen delen die een studie beogen te zijn van de voor de zestiende-eeuwse katholieken verboden lectuur. Hierbij is uitgegaan van de veroordeelde materie zelf, met name de inhoud van de boeken die op soms zeer nauwkeurige wijze betiteld zijn in de Indices librorum prohibitorum. Het komt er dus op aan deze titels te identificeren, ev. hun auteur te achterhalen, desgevallend de verschillende edities op te sporen, met plaats en jaar van druk. Dit boek is tegelijk een bibliografie, een kritische editie van de bronnen en een historische studie. Inderdaad, behalve een historische inleiding en de publikatie in facsimile van de indices, catalogi of lijsten van verboden boeken gedrukt en uitgegeven in de 16de eeuw door de kerkelijke, universitaire en politieke overheid in de katholieke landen, is er een omstandige beschrijving van elk van de veroordeelde boeken, en wordt elk van die boeken aan een kritische analyse onderworpen; vindplaatsen en literatuuropgave worden hierbij opgegeven. Het werk werd per taal van de betrokken boeken verdeeld, waarbij het al gauw opviel dat de Franstalige boeken in elk opzicht het best zijn bewerkt. Een topografisch drukkersregister rondt het geheel af. Dit eerste deel is gewijd aan de indices door de Universiteit te Parijs verordend. De delen worden samengesteld volgens de uitvaardigende overheid met plaats en datum van druk.
Het volgende deel is in bewerking en behandelt de indices van de Universiteit te Leuven. Onze verwachtingen zijn hoog gespannen, want hier krijgen we een eerste aanzet tot de lang verbeide studie over het verboden boek ná de postincunabeltijd, de periode die voor het Nederlandse taalgebied meer dan dertig jaar geleden reeds op een accurate en boeiende wijze is doorgelicht en beschreven door Marie Elisabeth Kronenberg. [E. C.-I.].
Zie ook nr.
1012
867. - Charles MATAGNE, Répertoire des ouvrages du XVIe siècle, Namur, Bibliothèque universtaire Moretus Plantin, 1985, 24 cm, iv-362.p. (Bibliothèque universitaire Moretus Plantin. Publication 1). BF 1200.
De Bibliothèque universitaire Moretus Plantin te Namen bezit zowat een 1800 drukken uit de zestiende eeuw. Deze waren door M. Lavoye nauwkeurig op steekkaarten beschreven. C. Matagne heeft, zich baserend op deze steekkaarten, daarvan nu een behoorlijk alfabetisch gerangschikte catalogus in het licht gebracht. Kenmerken: een uitvoerige beschrijving met signaturen, colofon en dikwijls een aanvullende exemplaarannotatie. Verder een chronologische index, een index van de plaats van uitgave, van de drukkers en uitgevers, van de herkomst en van de onderwerpen. De druk vermeld onder nr. O12 is niet van J. Lambrecht: noch de typen, noch de initialen, noch de houtsneden komen bij de Gentse drukker voor. [J. M.].
Zie ook nr.
1618
868. - Matthieu KNOPS, Aanvullingen op F. Claes: Lijst van Nederlandse woordenlijsten en woordenboeken gedrukt tot 1600, Nieuwkoop 1974 (Bibliotheca Bibliographica Neerlandica, 4) in Dokumentaal, 14, 1985, p. 150-153.
Vooraf wordt naar de voorgaande aanvullingen verwezen (in Dokumentaal, 1976, 1977 en 1979 en in De Gulden Passer 1976 en 1979). (Cf. Kroniek 1973,
nr. 47). In deze aflevering van Dokumentaal betreft het vnl. aanvullingen op collatie en inhoud van de Dilucidissimus Dictionarius. [E. C.-I.].
869. - Peter AMELUNG, Einige unbekannte oder seltene Drucke in Civilité-Schrift in der Württembergischen Landesbibliothek, in Aus dem Antiquariat 3, Börsenblatt für den deutschen Buchhandel - Frankfurter Ausgabe, Nr. 21, 14.03.1986, p. A114-A120, ill.
Speciaal te vermelden vallen: 1. De Testamenten der XII Patriarchen (Voet 712), die géén variante is met het door Voet beschreven Brusselse exemplaar; 2. La plaisante histoire de Pierre de Provence, in het Nederlands en het Frans, Antwerpen, M. de Rische, 1588 (BB IV 135, l); 3. De historie van Joseph, R'dam, J. van Waesberghe, 1589. [E. C.-I.].
Zie ook nr.
967
870. - Micheline SOENEN, Impression et commerce des livres aux XVIe et XVIIe siècles. Réflexions en marge d'un inventaire de cartons du Conseil Privé espagñol in Archief- en Bibliotheekwezen in België, 56, 1985, p. 72-92.
Overzicht met voorbeelden van het soort documenten i.v.m. boekdrukkers en -handelaars (privilegie-aanvragen e.d.) bewaard in een belangrijk archieffonds van de Spaanse Nederlanden. In 1983 heeft M. Soenen de inventaris ervan gepubliceerd (cf. Kroniek 10,
nr. 629). [M. d. S.].
871. - Carl DEPAUW, Uitgevers en boekdrukkers in het Noorden, ca. 1580-17de eeuw. De betekenis van de Antwerpse emigratie. (Inleiding: Francine DE NAVE). Catalogus. Tentoonstelling Museum Plantin-Moretus 9 november29 december 1985. Antwerpen, Stad Antwerpen, 1985, 30 cm, 27 p., ill. -BF 20.
Een van de tentoonstellingen in het raam van de herdenking van de val van Antwerpen of de scheiding der Nederlanden die deze gebeurtenis op een bijzondere wijze illustreert: een selectie van een honderdtal boeken door drukkers, boekverkopers en uitgevers uit het zuiden afkomstig maar na of rond 1585 naar het Noorden uitgeweken en daar gedrukt en uitgegeven: een vijftigtal drukken van Plantin te Leiden, verder van François I, Christoffel en Frans II van Raphelingen, Willem Silvius, Jasper Tournay, Jan van Ghelen en Jasper I Troyen. Alle exemplaren berusten in het Museum Plantin en de Stadsbibliotheek. Zij maken één kategorie immigranten in het Noorden uit die J. Briels (Rijksuniversiteit Utrecht) heeft bestudeerd en die de grondslag hebben gelegd voor de Nederlandse Gouden Eeuw. Bij de opening van de tentoonstelling werd Briels voor zijn onderzoek de internationale Eugène Baieprijs toegekend, hem door de Gouverneur van de provincie Antwerpen overhandigd. [E. C.-I.].
872. - Dirk GEIRNAERT (m.m.v. Noël GEIRNAERT), Membra disiecta Brugensia III: fragmenten in het fonds van het Spaanse Consulaat in Koninklijke Zuidnederlandse maatschappij voor taal-, letterkunde en geschiedenis, Handelingen XXXIX, 1985, p. 79-107.
Zeventien fragmenten met gedrukte tekst hebben als vulling en versteviging gediend van de registerband met het grote Jezusmonogram (Tent. Brugge 1927, Afd. II, nr. 73) die de verslagen van het Spaanse Consulaat van 1548 tot 1568 (noot 4 die vermoedelijk de signatuur opgaf, is niet afgedrukt) bevat. De fragmenten zijn afkomstig uit het Antwerps liedboek, Refreynen van Jan van Doesborch, Den kerstenspiegel van Dirk Coelde, Den spieghel des eewighen levens (S. Cock, 1546), en een ongeïdentificeerde tekst. Het zijn vermoedelijk alle octavo-edities, uit eenzelfde gotiek gezet en met bepaalde kenmerken die wijzen in de richting van S. Cock, W. Vorsterman en de Wed. Peetersen van Middelburch. De auteurs construeren volgende hypothese: een Brugs binder (Antoon de Tollenare?) gebruikte, i.c. ongevouwen, maculatuur afkomstig van Antwerpse drukkerijen, ev. via Brugse boekverkopers, mogelijkerwijs ná 1546, datum van het verschijnen van de Index. In bijlage is de tekst van de fragmenten gepubliceerd en wordt een reconstructie gegeven van de betrokken vellen. [E. C.-I.].
873. - Jan VAN DORSTEN, Thomas Basson (1555-1613), English printer at Leiden in Quaerendo, 15, 1985, p. 195-224, ill.
Belangrijke aanvulling op de gelijknamige monografie uit 1961. Enkele resultaten: een dertigtal addenda op de checklist (theses e.d. uitgezonderd), gegevens over de drukgeschiedenis van enkele belangrijke werken als The Coniugations in Englishe and Netherdutche (1586) en Scaligers Thesaurus temporum (1606). Ook is gebleken dat Bassons vroegste uitgaven gedrukt werden bij Plantijn, Verschout en Paedts. [M. d. S.].
Zie ook nr.
1919
874. - Christiane PIÉRARD, L'imprimé et l'imprimerie á Mons á l'époque de Jacques Du Broeucq in Jacques Du Broeucq, sculpteur et architecte de la Renaissance. Recueil d'études publié en commémoration du quatrième centenaire du décès de l'artiste. Mons, Fédération du Tourisme de la Province de Hainaut et la Ville de Mons, 1985, 21 x 21 cm, p. 259-270, ill. (Europalia 85 España).
Bevat enkele mededelingen over boeken i.v.m. het intellectuele en godsdienstige leven te Bergen, Hg. reeds vóór de komst in 1580 van de eerste drukker Rutger Velpius. De juridische context betreffende de boekproduktie wordt opgeroepen aan de hand van edicten en plakkaten door de overheid uitgevaardigd om de verspreiding van ketterse geschriften te verhinderen of te bestraffen. [E. C.-I.].
875. - Bart BESAMUSCA, Repertorium van de Middelnederlandse Arturepiek een beknopte beschrijving van de handschriftelijke en gedrukte overlevering. Utrecht, HES, 1985, 116 p., 28 pl. - ISBN 90-6194-195-4. Fl. 45.
In tegenstelling tot de populaire epische verhalen rond Karel de Grote (cf. nr. 858) is er van de Middelnederlandse Arturepiek slechts 1 druk bekend, waarvan dan nog slechts bij toeval 2 katernen zijn bewaard gebleven: Historie van Merlijn (Antwerpen, Symon Cock, c. 1534-1544), onlangs nog bestudeerd door P. Pesch (cf. Kroniek 11,
nr. 753). [M. d. S.].
Zie ook nr. 1016
876. - Paul BOCKSTAELE, Gielis van den Hoecke en zijn 'Sonderlinghe boeck in dye edel conste arithmetica' 1537 in Academiae analecta. Mededelingen van de Koninklijke Academie voor wetenschappen, letteren en schone kunsten van België. Klasse der wetenschappen, 47, 1985, p. 1-29.
Gielis van den Hoecke - Egidius Houck volgens de Leuvense matrikel - (Gent ca. 1505), neef van de Latijnse dichter Eligius Houcarius is bekend als rekenmeester en auteur van een wiskundig werk waarin voor het eerst in de Nederlanden over algebra wordt gehandeld. De eerste druk verscheen bij Simon Cock in 1537 (NK 3175), de tweede eveneens bij Cock in 1545 (BT 4615), resp. in drie en in twee exemplaren bewaard. Professor Bockstaele bestudeert grondig de inhoud van dit boekje dat eigenlijk een vollediger beeld van de toenmalige wiskundige kennis ophangt dan het bekendere werk van Gemma Frisius. Tenslotte gaat hij de bronnen na: voor de delen 1 tot 10 deed Van den Hoecke een beroep op Duitse en Franse auteurs; voor de delen 11 tot 13 kon de bron niet worden teruggevonden. [E. C.-I.].
877. - Albert LABARRE, Les anciennes éditions douaisiennes de la Bibliothèque des Facultés catholiques de Lille in Ensemble, 42, 3, 1985, p. 135-141.
Het is bekend dat de boekdrukkunst in de Zuidelijkste Nederlanden vrij laat tot bloei is gekomen. Toonaangevend hierbij werd Dowaai (Douai), dank zij de katholieke universiteit die Filips II er in 1562 voor zijn Franstalige onderdanen had gesticht. Albert Labarre heeft reeds ruimschoots zijn sporen verdiend met zijn geschiedenis van de boekdrukkunst te Dowaai. Hoewel de 'Facultés catholiques' te Rijsel als de spirituele erfgenamen van de universiteit van Dowaai kan gelden, heeft de bibliotheek van bij haar oprichting in 1875, niet meteen over een oude kern boeken kunnen beschikken. Bij de bespreking van deze collectie Dowaaise drukken te Rijsel wijdt L. uit over de soort boeken die te Dowaai gedrukt worden - voornamelijk godsdienstige - en besteedt hij aandacht aan de verspreiding ervan. De universiteit werd immers niet exclusief door 'noorderlingen' bezocht, ook door studenten uit Zuid-Frankrijk en van elders - en zij namen hun boeken mee naar huis. [E. C.-I.].
878. - Fred SCHREIBER, The Estiennes. An annotated catalogue of 300 highlights of their various presses. Introduction by Nicolas BARKER. New York, E. K. Schreiber, (1982), 26 cm, vii, 284 p., ill.
Catalogus van een privé collectie, onlangs integraal door een niet nader genoemde Amerikaanse instelling verworven: 285 nummers, gaande van Henri I (1503) tot Antoine (1625) en enkele 'libri Stephanorum latentes' (drukken uit Genève en Frankfurt). Reproduktie van de drukkersmerken en de randen. [E. C.-I.].
879. - Pieter F. J. OBBEMA, Een onbekend fragment van de 'Notitia dignitatum'. Verslag van een expertise in De arte et libris..., p. 343-348, iii. (cf. Kroniek 11, nr. 721).
De membra disiecta die Obbema beschrijft (Leiden, UB, BPL 2869) zijn afkomstig uit de Italiaanse editie van H. Goltzius' Vivae omnium fere imperatorum imagines, 1559, afkomstig uit de collectie van John Evelyn (+ 1676) en in de negentiende eeuw herbonden, naar het onderzoek heeft uitgewezen, in Frankfurt. De geïllustreerde vijftiende-eeuwse fragmenten blijken te behoren tot dezelfde codex waarvan slechts één fragment tot nog toe bekend was (Frankfurt, Ms. lat. qu. 76). [E. C.-I.].
880. - Eric DUVERGER, Drie documenten in verband met Hubertus Goltzius in Biekorf, 85, 1985, p. 91-97.
Het derde document (SA Antwerpen) betreft schuldvorderingen van Plantijn voor niet nader genoemde geleverde boeken. [E. C.-I.).
881. - Bauernpraktik und Bauernklage. Faksimile-ausgabe des Volksbuches von 1515/1518 gedruckt zu Köln bei Sankt Lupus durch Arnd von Aich. Mit Einleitung, Übersetzung und Anmerkungen sowie einem neuen Gesamtverzeichnis der Lupuspressendrucke. Herausgegeben von Hartmut BECKERS. Köln, Bibiophilen-Gesellschaft, 1985, 20 cm, 149 p., ill. (Alte Kölner Volksbücher um 1500, fünfter Druck). - Auflage für die Mitglieder und Freunde der Bibliophilen Geselischaft Köln bestimmt.
Voortreffelijk facsimile naar het enig bekende exemplaar van de Bauernpraktik, bewaard in de UB Basel, waaraan een uitstekende inleiding voorafgaat en waarop een bibliografie van al de bekende drukken van Arnd von Aich en zijn zoon Johann volgt. De bibliografie is een vermeerderde uitgave van J. Benzings Drucke der Lupuspresse in 1956/58. Deze Keulse drukkerij gaf veelal Duitstalige teksten uit, vaak zonder impressum. Een boek dat men niet mag overslaan bij de bestudering van de vroeg zestiende-eeuwse typografie in Keulen. [E. C.-I.].
882. - Herman DE LA FONTAINE-VERWEY, Een clandestiene drukkerij tijdens Hendrik II. De achtergrond van Gérard de Nerval's 'Le roi de Bicêtre' in De arte et libris p. 141-151, ill. (cf. Kroniek 11, nr. 721).
Om in één adem uit te lezen: dit boeiend geschreven en verrassende verhaal van de historische figuur Raoul Spifame, Parijs advokaat die in zijn huis een drukkerij opricht, om er medio 1556 wijze en onwijze arresten in naam van de koning (Hendrik II) te laten op drukken: Dicaearchiae Henrici regis progymnasmata (exx. te Parijs en te Amsterdam). De drukker kon geidentificeerd worden met de boekverkoper-binder Nicolas de Luysières. [E. C.-I.].
883. - Jean-François GILMONT & Émile VAN BALBERGHE, Une édition aldine sur grand papier. A propos de l'ancien exemplaire de Renouard d'un commentaire de Paul Manuce, 1547 in Calames et cahiers..., p. 59-54 (cf. nr. 827).
Bewust exemplaar, in 1803 voor A.-A. Renouard voor het eerst in zijn Annales de l'imprimerie des Aldes (p. 247-8), en tot driemaal toe, beschreven, is thans in Engels privé bezit. De buiten- en de benedenrand van deze octavodruk zijn ongewoon breed. Van Renouards veronderstellingen: "on en a sacrifié deux [exemplaires] pour en faire un plus grand" óf "l'impression aurait été réalisée par demi-feuille", blijkt de tweede de juiste te zijn; vaststellingen omtrent de puncturen en de liniëring evenals de papiersoort hebben hiertoe geleid. [E. C.-I.].
884. - Der Deventer Endechrist von 1524. Ein reformationsgeschichtliches Zeugnis. Teil 1. Faksimile-Druck mit einführenden Beiträgen hrsg von Hermann Niebaum, Robert PETERS, Eva SCHÜTZ und Timothy SODMANN. Köln-Wien, Böhlau, 1984, 24 cm, XLVIII-240 p. (Niederdeutsche Studien. Band 31, l). - ISBN 3-412-08783-1. DM 98.
In 1920 ontdekte Isaak Collijn in de Universiteitsbibliotheek van Uppsala een in een oostelijk Nederlands geschreven postincunabel (NK 3954). Elof Colliander die in 1921 de vondst bekendmaakte heeft jarenlang het boek bestudeerd en liet zelfs c. 1948 op eigen kosten een facsimile vervaardigen op 550 exemplaren, dat hij echter niet publiceerde. Daarna was Gudrun Lindkvist van plan te promoveren op een taalkundige studie (met facs.). Ook dat ging niet door. In 1984 werd dan het facsimile met enkele inleidende studies gepubliceerd in de reeks Niederdeutsche Studien. Terecht schreef H. Niebaum 'Habent sua fata libelli' (p. ix-xiii).
Hier is vooral van belang 'Zum Drucker und zur typografischen Ausstattung des Deventer Endechrist' door T. Sodmann (p. xv-xxvi). Reeds in 1650 schreef de Deventer bibliograaf Jacob Revius de druk toe aan Albert Pafraet. Typografisch onderzoek heeft dit nu bevestigd. Een Latijnse versie Prognosticon verscheen in 1524 (NK 3774). De twee andere studies handelen over Konzeption und Aufbau des 'Deventer Endechrist' (E. Schütz) en Sprachliche Merkmale des 'Deventer Endechrist' (R. Peters). Een tweede deel zal vooral historische en theologische commentaren bevatten. [M. d. S.].
885. - E. PETERS & R. VAN LAERE, De hervorming in Limburg: het verhaal van een Tongers boek in Tongerennummer [van] Het Oude Land van Loon, 40, 1985, p. 161-166.
Over een exemplaar (Tongeren, Onze-Lieve-Vrouwebasiliek) van het zeldzame Missale ad usum Eeclesie Leodiensis (Antwerpen, Hans II van Ruremund, 1552) en over contemporaine kroniekachtige aantekeningen op een schutblad. [M. d. S.].
886. - Gunter QUARG, Seltene Lutherdrucke der Universitäts- und Stadtbibliothek Köln in Gutenberg-Jahrbuch, 60, 1985, p. 155-161, ill.
O.a. Conclusiones 16 de fide et ceremoniis [Leiden, Jan Severszoon, 1521], niet in NK. [M. d. S.].
887. - B. A. VERMASEREN, The Emblemata of Sambucus as model for the printer Simon Steenbergen (1567) in Quaerendo, 15, 1985, p. 64.
Steenbergens drukkersmerk is een kopie van Sambucus' embleem van de vriendschap. [M. d. S.].
888. - Deliciae over de schrijfkunst van Jan van den Velde aan de hand van een inleiding op Van den Velde door Ton CROISET VAN UCHELEN, twaalf opnieuw gegraveerde handschrift-voorbeelden in een afzonderlijk mapje en een aantekening over het graveren van schrift door Gerrit NOORDZIJ. Haarlem, Joh. Enschedé en Zonen, 1984, 2 dln in een schuifdoos, 16 x 22 cm, 79 p. + 12 dubbelbladen, ill. - ISBN 90-70024-25-X Nederlands, ISBN 90-70024-36-5 Engels. Fl. 100.
Van in de tweede helft van de 16de eeuw en de hele 17de eeuw door hebben voornamelijk in de Noordelijke Nederlanden een hele reeks publikaties het licht gezien die letter- en schrijfvoorbeelden bevatten. In Antwerpen verschenen b.v. de zg. typografische schrijfboeken van G. Mercator en C. Perret, terwijl ook de drukkers W. Silvius en C. Plantijn bet belang van de schrijfkunst en de kalligrafie hebben ingezien en het onderricht ter zake hebben bevorderd. Een topfiguur in de plejade van schrijfmeesters is de Antwerpenaar Jan van den Velde (1568-1623). Hij maakt het onderwerp uit van de studie door A. Croiset van Uchelen (UB Amsterdam) wiens voorganger in dezen Mr. Herman de La Fontaine Verwey is. Het boekje is even voortreffelijk uitgegeven als geschreven. Zoals zovele tijdgenoten is Van den Velde naar het noorden uitgeweken, waar al zijn publikaties zijn verschenen. Met grote speurzin en dito doorzettingsvermogen heeft Van Uchelen naar de schaarse bronnen gegraven en met liefde en kennis van zaken heeft hij een monografie over de grote schrijfmeester samengesteld. Hij is op zoek gegaan naar de leermeesters die Van den Velde de beginselen der schrijfkunst konden bijbrengen. De bundels schrijfmodellen, exemplaar- of materieboeken, kapitaalalfabetten, fondementboeken en kapitaalvoorletterboeken worden besproken, evenals de Lettre défensive waarin de schrijfmeester een pleidooi houdt voor de schoonschrijfkunst. Bijzondere aandacht gaat uit naar de overdracht van de handgeschreven letters naar in de koperplaat gegraveerde letters, wat niet zo eenvoudig was; op dit punt zijn de relaties tussen Van den Velde en zijn graveurs Gerard Gauw en Frisius leerrijk. Van Deliciae, waarvan. de titel ontleend is aan een van Jan van den Veldes werken, bestaan verschillende edities en diverse samenstellingen. In oblong formaat uitgevoerd, beantwoordt de publikatie aan het oorspronkelijke formaat. Het eerste deel bevat de studie van Van Ucheten en een korte 'handgeschreven' bijdrage van de hedendaagse schrijfmeester Gerrit Noordzij over de problemen bij het graveren van schrift. Het tweede deel is een mapje waarin twaalf schrijfmodellen, nageschreven door G. Noordzij en nagegraveerd door J. H. Nijhuis en H. Winkel, rechtstreeks van de koperplaat zijn afgedrukt. Omdat de fotomechanische reproduktiemethode "geen recht kan doen aan tintverschillen in de gravure, die veroorzaakt worden door dikteverschillen in de inktlaag ..." noch kan instaan voor de "zuivere weergave van scherpe, dun uitvloeiende lijnen", is een beroep gedaan op een oude techniek - die van de kopergravure -, als reproduktiemiddel van in de 16de eeuw toegepast. Het resultaat van het driemanschap is feilloos, waarbij uiteraard ook de drukker Joh. Enschedé en Zonen, zijn aandeel heeft. De prijs voor deze bijzonder keurig uitgevoerde publikatie op mooi getint papier, gezet uit de Monotype Spectrum van Jan van Krimpen en de Fleischmann en gedrukt door Het Hof van Johannes te Haarlem, is beslist niet hoog te noemen. Dit is een échte bibliofiele uitgave. [E. C.-I.].
889. - Der Scaepherders kalengier. Een Vlaams volksboek, naar het unieke exemplaar van de Antwerpse druk door Willem Vorsterman van 1513, bezorgd en ingeleid door W. L. BRAEKMAN, Brugge, M. van de Wiele, 1985, 25 cm, 18 p., [54] f., ill. (Vroege Volksboeken uit de Nederlanden, 5). - BF 1200.
Wat over de uitvoering van de facsimile's in deze reeks al eerder gezegd werd, blijft, helaas, geldig, tot en met het vergroten en het retoucheren van het exemplaar [sic]. Let wel: bij het 'wat vergroot weergeven' zijn de verhoudingen hoogte-breedte - zo wil het mij voorkomen - zelfs niet gerespecteerd; terwijl het origineel ca. 16, 2 bij 9, 8 cm meet, meet ik op het facsimile 18, 1 bij 11, 1 cm! Wat heeft in de collatieformule [cbis 4] en [gbis 4] te betekenen? Braekman had beter Machiels (Catalogus oude drukken op de UB Gent 1979, K6) gecontroleerd en c8 en g8 opgegeven. In de inleiding wordt de context even belicht - over kalender en almanak sedert de middeleeuwen -, wordt Der Scaepherders kalengier voorgesteld - de relatie tot G. Marchant -, wordt er even ingegaan op tekst en illustratie en op de inhoud. De bibliografie is een oriënterende literatuurlijst. [E. C.-I.].
890. - Die destructie vander stat van Jherusalem. Een Vlaams volksboek, naar het uniek exemplaar van de Antwerpse druk van Willem Vorsterman ca. 1525, bezorgd en ingeleid door W. L. BRAEKMAN. Brugge, M. van de Wiele, 1984, 25 cm, 19 p., [24] f., ill. (Vroege Volksboeken uit de Nederlanden, 3). - BF1200.
Gelijksoortig facsimile als de hierboven beschreven en besproken uitgave. [E. C.-I.].
891. - De verloren sone. Een volksboek, naar het unieke exemplaar van de Antwerpse druk van Willem Vorsterman uit 1540, met toelating van de British Library, bezorgd en ingeleid door W. L. BRAEKMAN. Brugge, Marc Van de Wiele, 1985, 25 cm, 20 p., [16] f., ill. (Vroege Volksboeken uit de Nederlanden, 4). - BF 1200.
Slecht facsimile (vergroot, te zwaar papier: de letters vallen uit elkaar) met titel en inleiding in een onfraaie vormgeving. Jammer, want een reeks (facsimile-)uitgaven van Nederlandse volksboeken verdient beter, en daarom niet duurder. De inleiding beperkt zich tot een weinig gestructureerde aaneenschakeling van gegevens en wetenswaardigheden: teveel en te weinig tegelijk. Men moet rustig de tijd nemen om een verantwoorde, gedegen inleiding bij een facsimile-editie te schrijven. [E. C.-I.].
892. - Ronald BREUGELMANS, Vorsten op bezoek in de Nederlanden, 1500-1700. Catalogus van een tentoonstelling gehouden tijdens de 7de Europese Antiquarenbeurs 6-9 maart 1986 in Grand Hotel Krasnapolsky te Amsterdam. Amsterdam, [Stichting Europese Antiquarenbeurs], 1986, 21 x 30 cm, 24 p., ill.
Fraaie gelegenheidscatalogus met beschrijving van vijftien feestboeken -meestal de blijde intrede van een vorst in deze of gene stad van zijn rijk - en toelichting bij deze feestelijke bezoeken, gaande van Karel V tot Willem III. Al de exemplaren zijn afkomstig uit de Leidse Universiteitsbibliotheek. [E. C.-I.).
893. - Leon VOET, Het geïllustreerde boek in de Officina Plantiniana, 1555-1589 in Rubens and his world. Bijdragen - Etudes - Studies - Beiträge opgedragen aan Prof. Dr. Ir. R. A. d'Hulst naar aanleiding van het vijfentwintigjarig bestaan van het Nationaal Centrum voor de Plastische Kunsten van de 16de en de 17de eeuw. Antwerpen, Het Gulden Cabinet v.z.w., 1985, 25 cm, p. 37-47.
Iets minder dan een vijfde van al de boeken die Plantijn heeft gedrukt of uitgegeven (371 op 1820) zijn geïllustreerd, aanvankelijk met houtsneden want veel goedkoper, van 1566 af maar vnl. tijdens de tien laatste jaren van zijn leven kopergravure (burijn en ets). Hiertoe heeft bijgedragen de grote produktie van liturgische werken in opdracht van de Spaanse vorst. [E. C.-I.].
894. - Francine DE NAVE, Antwerpen en de scheiding der Nederlanden een beeldverhaal, 1566-1585. Catalogus. Tentoonstelling Kolverniershof Antwerpen, 11 oktober-29 december 1985. Antwerpen, Stad Antwerpen, 1985, 30 cm, 23 p., ill. - BF 20.
Gelegenheidsgrafiek met informatieve en documentaire waarde eerder dan artistieke. Een van de meest geciteerde graveurs is Frans Hogenberg. [E. C.-I.].
895. - Maj-Brit WADELL, Evangelicae historiae imagines. Entstehungsgeschichte und Vorlagen. Göteborg, Acta Universitatis Gothoburgensis, 1985, 30 cm, 71 p., ill. (Gothenburg Studies in art and architecture, 3). - ISBN 91-7346-149-0.
Studie van een reeks niet gesigneerde tekeningen bewaard in de Biblioteca Nazionale te Rome en hun relatie tot de reeks gravures door de gebroeders Wierix, Adriaan en Hans Collaert en Karel de Mallery gegraveerd en opgenomen in de Evangelicae historiae imagines en Adnotationes et Meditationes in Evangelia van Hieronymus Natalis, verschenen te Antwerpen resp. in 1593 en 1594-95. De publikatie van Wadell is overvloedig geïllustreerd zodat vergelijking en controle mogelijk is. [E. C.-I.].
896. - Jos M. M. HERMANS, Oude banden. Aantekeningen over vroege uitgeversbanden uit Parijs en Keulen in Codex in context ..., p. 175-197, ill. (cf. nr. 833).
Uitgeversbanden, d.w.z. banden in opdracht van de uitgever in een bepaald aantal exemplaren met de bedoeling die te verkopen, zijn niet noodzakelijk door twee verschillende personen tot stand gekomen. Bekend is het geval Johan Veldener. In dit licht voert J. Hermans een onderzoek uit naar de Parijse uitgever en boekhandelaar Claude Chevallon en de Keulse uitgever Franz Birckmann, beiden uit het eerste derde van de 16de eeuw. [E. C.-I.].
897. - Herman DE LA FONTAINE VERWEY, Grolierbanden in Nederland. Haarlem, Bubb Kuyper, 1985, 21 cm, [16] f., ill. - Ter gelegenheid van de jaarwisseling voor vrienden en relaties in een oplage van 1200 exemplaren gedrukt.
De eminente bandenkenner gaat hier de Grolier-banden na die op Haagse veilingen van eigenaar veranderden (18de eeuw), hij onderzoekt in hoeverre Nederlanders zelf in navolging van de Engelsen Grolier-banden hebben verzameld, en tenslotte welke banden in Nederlands openbaar bezit zijn terecht gekomen en hoe dit gebeurde. [E. C.-I.].
Zie ook nr.
1440
898. - Herman DE LA FONTAINE VERWEY, Grolier bindings in the Netherlands in Quaerendo, 15, 1985, p. 243-272, ill.
Engelse vertaling van de oorspronkelijke Nederlandse (zie vorig nummer).
Zie ook nr.
1440
899. - Chris L. HEESAKKERS, Nederlandse studenten stichten een bibliotheek in Frankrijk in Boek, bibliotheek en geesteswetenschappen ..., p. 137-150 (cf. nr. 913).
Het betreft de bibliotheek van de Germaanse natie te Orléans, in 1566 opgericht door de procurator Obertus Griphanius uit Buren in Gelderland; Hugo Blotius speelde hierbij ook een rol. [E. C.-I.].
900. - Wiebe BERGSMA, Aggaeus van Albada (c. 1525-1587), schwenckfeldiaan, staatsman en strijder voor verdraagzaamheid. Proefschrift ter verkrijging van het doctoraat in de Letteren aan de Rijksuniversiteit te Groningen ... op donderdag 7 april 1983. Meppel, Krips repro, [1983], 24 cm, x-226 p., ill.
Deze monografie over de Nederlandse spirituatist steunt, behalve op archivalia en de Acta pacificationis uit 1579 (A. was de spil van de Keulse vredesonderhandelingen), voornamelijk op de uitgebreide correspondentie die Albada met de meest uiteenlopende figuren onderhield. Precies omdat figuren als Viglius van Aytia, D.V. Coornhert, G. Mercator, D. Joris, H. Niclaes, S. Franck, H. J. Barrefelt, G. Cassander, K. Utenhove, Marnix van SintAldegonde, R. Dodoens, C. Plantijn, J. Lipsius de wereld van het boek in de tweede helft van de zestiende eeuw oproepen, is deze historische studie ook voor boekhistorici het lezen waard. Het zullen vermoedelijk alleen zij zijn die de afwezigheid betreuren van een bibliografie van de talrijke her en der geciteerde en bestudeerde eigentijdse geschriften die A. van Caspar von Schwenckfeld maakte. De uitgebreide literatuuropgave (hier 'Bibliografie') is ongetwijfeld een nuttig apparaat. Op de vormgeving heb ik slechts één aanmerking: de druk is te grijs en maakt de IBM-schrijfmachine letter te schraal en slechts makkelijk leesbaar bij zonlicht! [E. C.-I.].
901. - Wolfgang SCHMITZ, Volkstümliche Literatur und 'Neueste Nachricht'. Zur Tätigkeit des Kölner Verlegers Heinrich Nettesheim, ca. 1585-1603 in Ars impressoria, p. 136-156 (cf. nr. 825).
Nettesheim is drukker van politieke geschriften, toneelstukken en volksboeken. In de 34 nummers tellende bibliografie staan drie Niederländische Beschreibungen van M. Aitsinger met de Leo belgicus. [E. C.-I.].
902. - Andreas ALCIATUS, (Index emblematicus). 1. The Latin emblems, indexes and lists, edited by Peter M. DALY with Virginia W. CALLAHAN assisted by Simon CUTTLER. 2. Emblems in translation edited by Peter M. DALY assisted by Simon CUTTLER, Toronto-Buffalo-London, University of Toronto Press, 1985, 29 cm, 2 delen, [28], 231, [114] p. + niet gepag. dl, facsim. - ISBN 0-8020-2425-4.
Computergesteunde realisatie met als hoofddoel de emblemen van Alciatus toegankelijk te maken voor de hedendaagse gebruiker, en wel via facsimile's van de emblemen, vertaling in het Engels en beschrijving van de gravure. Klappers op de motieven, de motto's en trefwoorden (Key words in contextual strings). Bron voor dit onderzoek was een selectie uit de 175 edities van A.'s emblematabundels (géén Antwerpse druk). [E. C.-I.].
903. - Antwerpse drukken in het Spaans uit de 16de en 17de eeuw. Catalogus samengesteld door Kris DE BAUW, Kris SWINNEN, Hadewych THYS. Tentoonstelling Stadsbibliotheek, Nottebohmzaal, 23 november-29 december 1985. Antwerpen, Stad Antwerpen, 1985, 30 cm, 27 p., ill. - BF 20.
Een negentigtal drukken betreffende taal, godsdienst, geschiedenis, wetenschappen, letterkunde, emblemata, geven een beeld van de rol die de Antwerpse drukkers en uitgevers in genoemde periode hebben gespeeld ter verspreiding van de Spaanse literatuur. De beschrijvingen zijn kort gehouden en van een bondige toelichting voorzien; de verwijzing naar de standaardbibliografie van Peeters-Fontainas ontbreekt niet. Toch zou ik in inleiding of verantwoording gaarne meer de nadruk hebben zien leggen op de pioniersrol die Jean Peeters-Fontainas in dezen heeft vervuld: zijn eerste lijst Spaanse drukken uit de Nederlanden dateert van 1933, en zonder zijn bibliografie zou het gebied slechts zeer fragmentarisch zijn bekend. [E. C.-I.].
904. - Emil VAN DER VEKENE, Bernhard von Luxemburg um 1460-1535. Bibliographie seiner gedruckten Schriften. [Hürtgenwald], Guido Pressler, 1985, 25 cm, 59 p., ill. - ISBN 3-87646-056-5. DM 60.
De vierhonderdvijftigste verjaring van Bernhard van Luxemburgs sterfdag was de aanleiding om de in 1969 verschenen bibliografie te herzien en aan te vullen. Het eerste geschrift van de dominicaan Bernhard (ca. 1460-1535) -en tevens het eerste nummer in de bibliografie - is de thesis Opusculum quodlibeticum de jubileo ... Antwerpen, H. Eckert van Homberch, 1510 (NK 297); nr. 3 is een druk van Jan Lettersnijder (NK 296); de overige nummers - 26 in totaal - zijn hoofdzakelijk Keulse drukken. Er wordt een bibliografische beschrijving gegeven, een korte toelichting, literatuuropgave en vérgaande exemplaaropgave. Uitgever Pressler heeft er een uiterst keurig boekje van gemaakt, dat schril afsteekt tegen de getypte en anderssoortige substituten van de typografie. [E. C.-I.].
905. - Marie-Thérèse ISAAC, 'De la Démonomanie des sorciers'. Histoire d'un livre á travers ses éditions in Jean Bodin. Actes du Colloque interdisciplinaire d'Angers, 24 au 27 mai 1984, 11. Angers, Presses de l'Université, 1985, 24 cm, p. 377-390 + [11] p. (Université d'Angers. Centre de Recherches de Littérature et de Linguistique de l'Anjou et des Bocages de l'Ouest).
Resultaat van het analytisch bibliografisch onderzoek gevoerd in het Séminaire de Bibliographie historique de l'Université de l'État à Mons. De bibliografie is niet het einddoel maar wel het middel om de tekstgeschiedenis te bestuderen, uitgangspunt voor een kritische teksteditie. In dit perspektief zijn de Franstalige edities (Parijs, Antwerpen, Lyon) van de Démonomanie onder de loep genomen en wordt hun onderlinge verhouding nagegaan. [E. C.-I.].
906. - Lode ROOSE, 'Eenen Wellecom ende Adieu op de Reconciliatie der stadt van Bruessele'. Een Rooms gedicht op de inname der stad door Farnese, 1585, in Liber amicorum E. van Autenboer o. red. v. H. DE KOK en G. LANDUYT, [Turnhout], 1985, 23 cm, p. 81-98 (Taxandria. Jaarboek van de Koninklijke geschied- en oudheidkundige kring van de Antwerpse Kempen, n.r., 57).
Tekstuitgave van een pamflet rond de capitulatie van Brussel op 10 maart 1585. Het is een rederijkersgedicht, negentwintig strofen en 440 regels lang. Er wordt een lijst van de vier verschillende edities gegeven: 1) Leuven, Jan Maes (Belgica [en niet Bibl.] Typ. 4866; 2) Idem voor Peeter de Gooy, boekverkoper te Brussel (BT, 4867); 3) Gent, Jan III van den Steene (BT 7171); 4) 's-Hertogenbosch, Jan Scheffer (Van den Oord [niet Oorden] 205). Deze laatste druk is 'Naer inhoudt der copijen. Gheprent tot Loeven'. Er werd als legger voor de tekstuitgave nr. 2 gekozen: de inhoud zal inderdaad wel in eerste instantie voor de Brusselaars bestemd zijn. Jammer dat het stuk (en niet het enige in deze bundel) door drukfouten en onnauwkeurige bibliografische referenties wordt ontsierd. [E. C.-I.).
Zie ook nr.
938
907. - C. VERLINDEN, Michel Coignet et son 'Instruction nouvelle des points les plus excellents et nécessaires touchant l'art de naviguer' (Anvers 1581) in Academiae analecta. Mededelingen van de Koninklijke Academie voor wetenschappen, letteren en schone kunsten van België. Klasse der wetenschappen, 47, 1985, p. 31-47.
De Instruction nouvelle, bij Hendrick Hendrix te Antwerpen in 1581 verschenen (BT 669) is een vertaling en tegelijkertijd een vermeerderde editie van zijn Onderwijsinghe op de principaelste puncten der navigatien, 1580 (BT 2071). Veeleer dan voor zeevaarders bevat het boek wetenschappelijke informatie voor wiskundigen en astronomen. [E. C.-I.).
908. - Tentoonstelling Luister en rampspoed van Mechelen ten tijde van Rembert Dodoens 1585-1985. Stad Mechelen, Cultureel Centrum Burg. A. Spinoy, 21 september-30 oktober 1985 - Amsterdam, Vlaams Cultureel Centrum de Brakke Grond, 23 november-22 december 1985. Mechelen, Koninklijke Kring voor oudheidkunde, letteren en kunst van Mechelen, 1985, 24 cm, 192 p., ill. (= Handelingen van de Koninklijke Kring voor oudheidkunde, letteren en kunst van Mechelen, 88, 1984, 2). - BF 400.
Steeds in het kader van de herdenking Antwerpen 1585 heeft de stad Mechelen een tentoonstelling binnen haar muren gehad met een publikatie waaraan verschillende instanties hebben meegewerkt. Er werd een beeld opgehangen van Mechelens wedervaren in de bewogen tijd die samenvalt met de levensjaren van de grote Mechelaar Rembert Dodoens (1517-1585). Het belangrijkste zijn de opstellen die aan de eigenlijke catalogus voorafgaan; deze laatste is al te summier opgevat en volstaat nauwelijks om de stukken te identificeren. [E. C.-I.].
909. - Franz BIERLAIRE & Nicole HAESENNE-PEREMANS, L'Univers d'Erasme; exposition du 24 avril au 16 mai 1986. Catalogue. Bibliothèque de l'Université de Liège, Salle Marie Delcourt, [Liège, 1986], 21 cm, 161 P., ill. -Getypt.
Kleine maar niet onbeduidende bijdrage tot de herdenking van Erasmus' overlijden 450 jaar geleden. Een zestigtal boeken afkomstig van de UB Luik en het Erasmusmuseum te Anderlecht waren rond een aantal thema's geschaard: de Lof der zotheid, de Colloquia, de correspondentie, werken van de humanist, de pedagoog, de pacifist, de controversist, de theoloog, de christen. [E. C.-I.].
910. - William W. BARKER & Alvan BREGMAN, Erasmus in Canadian libraries: a preliminary checklist in Erasmus in English, 14, 1985-1986, p. 11 -20, ill.
Overzicht van Erasmusdrukken vóór 1600 in 24 Canadese bibliotheken. Meer dan de helft van de 328 vermelde uitgaven bevinden zich in Toronto (Centre for Reformation and Renaissance Studies, Victoria University). De lijst bevat 209 werken van Erasmus, 119 door hem uitgegeven teksten en enkele tientallen microfilms (van hoofdzakelijk Paraphrases-edities).
Uit de Nederlanden: Adagiorum epitome 1530 (NK 772), De conscribendis epistolis 1535 (NK 2945), De contemptu mundi 1525 (NK 806), de Spaanse vertaling van De praeparatione ad mortem (Antwerpen, J. Gravius, 1549), De pueris instituendis 1529 (NK 856), Ecclesiastes 1539 (NK 2923), Enchiridion (Antwerpen, Crinitus, 1546), Epistolae 1517 (NK 819), 1545 (Antwerpen, Crinitus) en 1552 (Antwerpen, Loeus), Chrysostomus 1550 (Antwerpen, Steelsius), Seneca 1534 (NK 1887), Suetonius 1574 (Plantin). Opmerkelijk zijn drie edities van Novum Testamentum: Antwerpen, Kempe, c. 1538; Antwerpen, Montanus, 1540 (NK 2452); Leiden, Horst, 1562. [M. d. S.].
911. - Margaret MANN PHILLIPS, A rare autograph in Erasmus in English, 14, 1985-1986, p. 10-11, ill.
Gregorii Nazanzeni carmina (Aldus 1504), door Erasmus geschonken aan zijn Leuvense vriend Martinus Lipsius (nu bewaard in Cambridge University Library). [M. d. S.].
912. - Erasmo en España - Vives en los Paises Bajos. Europa College Brugge van 23 tot en met 25 september 1985. Wetenschappelijke co-ordinatie Angel LOSADA [en] Jozef IJSEWIJN. Co-ordinator van de tentoonstelling Alfons DEWITTE. [Brugge, Europalia 85 España, 1985], 30 cm, 21 p.
Gestencilde lijst met dertig uitvoerig beschreven edities en exemplaren veelal uit Brugse privé collecties herkomstig. Het zijn alle zestiende-eeuwse drukken van Erasmus, Vives en enkele andere humanisten. De zeer kort durende tentoonstelling had als doel een colloquium te stofferen, dat gehouden werd in het raam van Europalia Spanje. [E. C.-I.].
913. - Boek, bibliotheek en geesteswetenschappen. Opstellen door vrienden en collega's van dr. C. Reedijk geschreven ter gelegenheid van zijn aftreden als bibliothecaris van de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage. Hilversum, Verloren, 1986, 25 cm, 383 p., ill. - ISBN 90-6550-304-8 geb. Fl. 45. (Zie ook nr. 816).
Tweede luik van de bundel opstellen, waarin we nu o.m. het uitverkoren onderzoeksterrein van Reedijk betreden: Erasmus. Cornelis Augustijn heeft het over Erasmus-Promotion Anno 1515: die Erasmus-Stücke in 'Jani Damiani ... Elegeia', Léon Halkin over Matthias Schürer imprimeur d'Erasme, Otto Herding over Erasmische Friedensschriften im 17. Jahrhundert: Precatio ad Dominum Jesum pro Pace Ecclesiae. Een aantal artikelen wordt in deze Kroniek afzonderlijk besproken. Ook de overige bijdragen zijn beslist het lezen waard; het is een echte feestbundel in een klassiek feestkleed gestoken. Slechts één ding is te betreuren: de zusterinstelling in België is door geen enkel staflid vertegenwoordigd. [E. C.-I.].
Zie ook nrs.
838; 899; 915; 942
914. - D. E. RHODES, Notable acquisitions 1975-1985. Italian books 1501-1600 in The British Library Journal, 12, 1986, p. 86-101, ill.
Een onbekende Erasmusdruk: De recta Latini Graecique sermonis pronunciatione dialogus, [Toscolano], Alexander & Paganinus de Paganinis, [c. 1530], 8° (sign.: C. 184. d. 4). [M. d. S.].
915. - J. TRAPMAN, De eerste Nederlandse vertaling van Erasmus' 'Moriae' (Emden, 1560) en Sebastiaan Franck in Boek, bibliotheek en geesteswetenschappen .... p. 309-315, ill. (cf. nr. 913).
Dit onderzoek van de oudste ons overgeleverde Nederlandse vertaling van Erasmus' Lof der zotheid wordt gezien als een bijdrage tot een overzicht van de Nederlandse vertalingen en bewerkingen van het boek, overzicht waartoe Gilbert Degroote in 1950 in NTg de aanzet gaf. De eerste druk verscheen bij Willem Geillyaert (of Gailliart) te Emden in 1560. De vertaler gaat schuil achter de initialen J.G. H.F. Wijnman heeft hierin de Zuidnederlander Johan Geillyaert gezien, vader van de drukker Willem. Trapman heeft nu ontdekt dat Geillyaert de door S. Franck vrij bewerkte en zeer calvinistisch getinte Moria zeer aandachtig heeft gelezen. Een achttal herdrukken in de N. en Z. Nederlanden zijn bekend. [E. C.-I.].
916. - René HOVEN, Bibliographie de trois auteurs de grammaires grecques contemporains de Nicolas Clénard: Adrien Amerot, Arnold Oridryus, Jean Varennius. Aubel, P. M. Gason, 1985, 25 cm, vi, xvii, 127, ix p., ill. (Livre-Idées-Société. Série in-8°, nr. 7).
Vervolg op Hovens bibliografie van Clenardus uit 1981 (cf. Kroniek 9,
nr. 538). Grondige bibliografische beschrijving (volgens het beproefde systeem van de Bibliotheca Belgica) met exemplaaropgave en foto van de titelpagina van elke druk. Een aantal werken van deze drie grammatici zijn geregeld samen herdrukt voor schoolgebruik. Enkele cijfers: Amerot (-1560) 49 nrs., Oridryus (Bergeik c. 1500-1533) 3 nrs., Varennius (1) (-1537) 69 nrs. [M. d. S.].
917. - Alastair HAMILTON, Hiël in England 1657-1810 in Quaerendo, 15, 1985, p. 282-304, ill.
Geschiedenis van de 'receptie' in Engeland van de mysticus uit Plantijns omgeving, hoofdzakelijk via Duitse vertalingen (Amsterdam 1687-1690) in piëtistische kringen. [M. d. S.].
918. - Herman DE LA FONTAINE VERWEY, De drie aartsketters. Herinneringen van een bibliothecaris in Theologie in de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam, p. 9-19 (cf. nr. 809).
Over de speurtocht naar geschriften van David Joris, Hendrik Niclaes en Hendrik Jansen Barrefelt genaamd Hiël vertelt de oud-bibliothecaris van de Amsterdamse Universiteit op de hem eigen boeiende wijze. De talrijke concrete mededelingen over drukken, verzamelaars, antiquaren en bibliothecarissen, maken van dit stuk autobiografie een onmisbare bron. [E. C.-I.].
Zie ook nr. 2171
919. - Alfons THIJS, Tentoonstelling de Jezuïeten en het katholieke herstel te Antwerpen na 1585. Catalogus. Ufsia-Bibliotheek Antwerpen, 8 november - 18 december 1985. Antwerpen, Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius, 1985, 21 cm, 46 p. - Gratis.
Al te bescheiden uitgevoerde catalogus bij een goede tentoonstelling die de manifestaties 'Antwerpen 85' moet aanvullen: de rol van de jezuïeten na '85 inzake godsdienst, cultuur en wetenschap in de ruimste zin van het woord. Geschaard rond een aantal goed gekozen thema's zijn drukken, prenten en schilderijen - ongeveer 150 in aantal - in de catalogus zeer kort toegelicht nadat elk thema iets ruimer was ingeleid. [E. C.-I.].
920. - Willem HEIJTING, Luthers Kleine Catechismus in de Nederlanden, 1529-1585 in De arte et libris .... p. 225-235 (cf. Kroniek 11, nr. 721).
De verspreiding in de Nederlanden van Luthers Kleine Catechismus begon niet in 1531, maar al in 1529, het jaar van de oorspronkelijke Duitse druk: verborgen in Otto Brunfels' Precationes biblicae, verscheen de K.C. ten onzent voor het eerst bij Marten de Keyser in 1529 (niet in NK, niet in Benzing: ex. Herzog August Bibliothek Wolfenbüttel). In 1530 verscheen de K.C. ten dele in het Engels, opgenomen in George Joyes Ortulus anime met een schijnadres maar in werkelijkheid bij dezelfde drukker te Antwerpen verschenen (NK 4246). In het Nederlands tenslotte is een niet gedetermineerde druk bekend (NK 1422) die op zijn vroegst in 1542 is te situeren en voorlopig nog niet met zekerheid aan een drukker is toe te schrijven. Alles samen zijn er vóór 1585 een twaalftal edities geweest. [E. C.-I.].
921. - F. BOSSIER, De 'Epistre aux devoyes de la foy' van Gentian Hervet en 'Den Byencorf der H. Roomsche Kercke' van Marnix van Sint Aldegonde in Cultuurgeschiedenis in de Nederlanden van de Renaissance naar de Romantiek. Liber amicorum J. Andriessen s.j., A. Keersmaekers, P. Lenders s.j. Leuven-Amersfoort, Acco, 1986, 25 cm, p. 83-99.
In het raam van een tekstonderzoek naar Den Byencorf als repliek op de Epistre aux desvoyes de la foi van de Franse humanist Gentian Hervet, is F. Bossier ook dieper ingegaan op de verschillende edities en vertalingen van laatstgenoemd werk, in de Nederlandse versie bekend onder de titel (Twee) Missive(n) ofte sendtbrief(ven), 1561-1567. [E. C.-I.].
Zie ook nrs.
936; 953
922. - Geschriften van en over Filips van Marnix heer van Ste Aldegonde. Tentoonstelling 12 oktober-29 december 1985, Filips van Marnixhuis Antwerpen. Ingericht door de Marnixringen-Antwerpen. Schoten, druk C. Govaerts, 1985, 25 cm, 96 p., ill. - ISBN 90-341-0144-4.
Circa 180 archiefdocumenten, brieven, boeken, pamfletten en prenten zijn rond de figuur van Marnix in een tentoonstelling samengebracht; de beschrijvingen ervan vertonen een nogal hybride karakter en zijn naar bewaarplaats (wat heeft dat te betekenen?) geordend. Er zijn drie inleidende opstellen: uit dat van Aloïs Gerlo zullen wij voornamelijk onthouden dat de plus minus 450 thans bekende brieven van Marnix dringend aan een moderne editie toe zijn; uit het opstel van Emiel Willekens horen wij nogmaals dat een volledige Marnix-bibliografie nog steeds niet bestaat, maar vernemen we tevens dat het door wijlen Prosper Arents samengebrachte materiaal, slechts ten dele werd gepubliceerd; de toekomstige Marnix-bibliograaf moet zich dus in eerste instantie naar het AMVC te Antwerpen begeven waar genoemd materiaal zich bevindt. Het derde opstel, van Jos van Roey, handelt over Marnix als buitenburgemeester van Antwerpen (1583-85). [E. C.-I.].
923. - Elly COCKX-INDESTEGE, Das 'Gepeet puechl extraordinarij' oder das Stundenbuch des Kaisers Maximilian I in Ars impressoria..., p. 231-250 (cf. nr. 825).
Beschrijving van de druk en de acht gekende exemplaren van het z.g. Gebedenboek, eerder getijdenboek, van Keizer Maximiliaan (Augsburg, J. Schönsperger, 1513); één exemplaar wordt in de K.B. te Brussel bewaard. Deze bijdrage is bedoeld als vernieuwd uitgangspunt voor voortgezet onderzoek. [A.].
924. - Paul VALKEMA BLOUW, Mennonitica en bibliografisch onderzoek in Theologie in de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam ..., p. 138-148 (cf. nr. 809).
Na jaren stilzwijgende en noeste arbeid, treedt P. Valkema Blouw nu op geregelde tijden naar buiten om ons kond te doen van de resultaten van zijn typografisch onderzoek. Het boek als typografisch product analyseren is niet nieuw maar wel veel te weinig beoefend. Hoe moeilijk, hoe boeiend en hoe vruchtdragend deze werkwijze kan zijn, toont de auteur hier aan, meer bepaald aan de hand van de uitgaven van Menno Simons' geschriften. [E. C.-I.].
925. - Dirk SACRÉ, Aonii Palearii Carmina iuvenilia II in Humanistica Lovaniensia, 34A, 1985, p. 209-227 (Roma humanistica. Studia in honorem Revi adm. Dni Dni Iosaei Ruysschaert collegit et edidit Iosephus IJsewijn).
Tekstuitgave naar het exemplaar in de Stadsbibliotheek te Bologna. Een ander ex. staat vermeld in de Index Aureliensis nr. 106.161 en is bezit van de Bibliotheca Colombina te Sevilla. De druk is niet van ca. 1530 maar moet tussen augustus 1525 en mei 1527 tot stand zijn gekomen. [E. C.-I.].
926. - Hans VAN DE VENNE, Cornelius Schonaeus, 1541-1611. A bibliography of his printed works, III in Humanistica Lovaniensia, 34B, 1985, p. 1-113, ill.
Derde stuk (cf. Kroniek 10,
nr. 642 en 11, nr. 758) van Schonaeus' bibliografie, nummers 53-99 met evenzoveel reprodukties van titelpagina's. [E. C.-I.].
927. - Henk Th. VAN VEEN & Andrew P. MCCORMICK, Tuscany and the Low Countries. An introduction to the sources and an inventory of four Florentine libraries. Florence, Centro Di, 1984, 25 cm, 182 p. (Istituto universitario Olandese di storia dell'arte, Firenze, 2). - ISBN 88-7038-097-1. Fl. 87.50/ $ 28.00. Buiten Italië te verkrijgen bij John Benjamins B.V. Publisher, Amsteldijk 44, POB 52519, NL - 1007 HA Amsterdam, of One Buttonwood Square, Philadelphia, Pa. 19130, USA.
De relaties tussen Toskane en de Verenigde Republiek tijdens de 17de en vroege 18de eeuw zijn veel talrijker en veelzijdiger geweest dan menigeen vermoedt. Er is G. Galileo en L. Elzevier, Leopoldo de' Medici en Chr. Huygens maar ook F. Redi, J. Swammerdam, J. Vossius, Cosimo III de' Medici en zoveel anderen. Magliabecchi, de bibliothecaris van de hertog kocht met wijdgeopende beurs bij Hollandse boekhandelaren, waaronder Pieter Blaeu. In het spoor van P. J. Blok (ca. 1900) zijn de auteurs van deze publikatie stelselmatig op zoek gegaan naar de handgeschreven bronnen, waarvan zij hier de eerste inventaris publiceren: de collecties van de Biblioteca Medicea Laurenziana, de Biblioteca Moreniana, de Biblioteca Riccardiana en de Biblioteca Marucelliana, alle te Firenze. In de inventaris (p. 85-163) zijn de archivalia per fonds geordend en zeer summier beschreven. Bij het doorbladeren is ons oog hier en daar op vertrouwde namen gevallen als van B. Moretus en andere ook zestiende-eeuwse drukkers uit de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden (Fondo Antinari). Er is zowaar een autografisch 'journal' van Johan Elsevier bij (Fondo Ashburnham). Dank zij een namenregister is dit bronnenoverzicht gemakkelijk te raadplegen. [E. C.-I.].
928. - Ph. H. BREUKER, Learboeken op de akademy en de Latynske skoallen yn Frysldn (1585-1685). Mei in list fair biblioteekkatalogi en -ynventarissen fan Frjentsjerter heechleararen it dy jierren in Universiteit te Franeker 1585-1811. Bijdragen tot de geschiedenis van de Friese hogeschool, red. G. Th. JENSMA, F. R. H. SMIT en F. WESTRA. Leeuwarden, Fryske Akademy, 1985, 25 cm, p. 438-451, ill.
Overzicht van school- en studieboeken in gebruik in Friesland (Latijnse scholen en universiteit) 1585-1685. Gemaakt op basis van inventarissen van studentenbibliotheken, schoolprogramma's e.d. In bijlage ook een lijst van veilingen van professorenbibliotheken. [M. d. S.].
Zie ook nr.
940
929. - L. & R. FUKS, Hebrew bookproduction and booktrade in the Northern Netherlands and their German connections in the 17th century in De arte et libris .... p. 173-178 (cf. Kroniek 11, nr. 721).
De Hebreeuwse boekproduktie in de Republiek was voor het grootste gedeelte afgestemd op opdrachten van Duitse joden. Met biografische gegevens en archivalia i.v.m. enkele joodse drukkers in Amsterdam. [M. d. S.].
930. - Anna E. C. SIMONI, The book of Franciscan saints by Cornelius Thielmans, 1610: a question of title in The British Library Journal, 10, 1984, p. 158-172, ill. (Erratum in 11, 1985, p. 96-97).
Een Bossche druk (1606/1610) met een wel erg ingewikkelde publikatiegeschiedenis. [M. d. S.].
931. - Anna E. C. SIMONI, Henrick van Haestens, from Leiden to Louvain via 'Cologne' in Quaerendo, 15, 1985, p. 187-194, ill.
Iacob Dircxz Bockenberg, Een Pelgerimsche Reyse itae de H. Stadt Ierusalem, 'Gedruckt tot Coelen, Voor Henriek van Witten, Int Iaer 1620', werd in Leiden gedrukt door Henrick van Haestens om in de gunst te komen van de autoriteiten in de Spaanse Nederlanden. Een ornament met zijn monogram heeft hem na 350 jaar ontmaskerd. Een vergelijkbaar ornament in Honorii Reggii [i.e. Georgii Hornii] De statu Ecclesiae Britannicae, 'Dantisci MDCXLVII' verwijst naar de Amsterdamse drukker Rieuwert Dircksz van Baardt. [M. d. S.].
Zie ook nrs.
1219; 2370
932. - Isabella H. VAN EEGHEN, Jacob Keijns in 'The Atlas' in Amsterdam, 1629-38, and the Hondius family in Quaerendo, 15, 1985, p. 273-281.
Biografische gegevens over de weinig bekende Amsterdamse boekverkoperuitgever Jacob Keijns (Middelburg 1608-Brazilië 1643/7), een leerling van Jodocus Hondius. Tevens een beeld van het huis 'De Atlas'en de Amsterdamse boekenwereld in de zeventiende eeuw. [M. d. S.].
933. - H. D. L. VERVLIET, Nicolaus Kis. Some considerations on the occasion of a commemoration and a publication in Quaerendo, 15, 1985, p. 312-315.
N.a.v. de herdenking van de Hongaarse bijbeleditie (Amsterdam 1685) door de self-made typograaf Nicolaus Kis (1650-1702). [M. d. S.].
934. - David en Felix Lopez de Haro, 1627-1694, boekverkopers op het Rapenburg over de Academie. Vijf bijdragen. Leiden, Bibliotheek der Rijksuniversiteit en Sir Thomas Browne Institute, 1985, 22 cm, ix, 65 p., ill. -Fl. 7.50.
De boekdrukkunst te Leiden in de zeventiende eeuw roept onmiddellijk de namen op van Van Raphelingen en Elsevier; Paedts en Maire bijvoorbeeld zijn echter veel minder bekend. Op deze leemte wil men nu de aandacht vestigen en alvast er toe bijdragen om er in te voorzien. De bescheiden tentoonstellingscatalogus wil een beeld ophangen van twee 'gewone' Leidse boekverkopers die niet tot de eerste generatie behoord hebben, nog niet zijn bestudeerd, maar toch belangrijker zijn dan algemeen wordt aangenomen. Gertrud VAN LOON heeft een genealogie van de familie Lopez de Haro aan de hand van archiefdocumenten opgesteld. Mededelingen over de activiteiten van de boekverkopers David en Felix Lopez de Haro worden in het licht van Leidse archiefdocumenten verstrekt. Sjouke BINSMA bespreekt hun fonds - 191 titels, zeer kort beschreven - terwijl Pia AMADE het geïllustreerde boek hierin van naderbij nagaat. [E. C.-I.].
Zie ook nr.
1454
935. - Elisabeth RÜCKER, Maria Sibylla Merian als Verlegerin in De arte ei libris .... p. 395-401 (cf. Kroniek 11, nr. 721).
Enkele gegevens over haar verblijf en produktie in de Nederlanden c. 1700. [M. d. S.].
936. - R. BAETENS, In de schaduw der Moretussen. De nalatenschap van Jeronimus II Verdussen, in Cultuurgeschiedenis in de Nederlanden van de Renaissance naar de Romantiek p. 71-82 (cf. nr. 921).
De tweede grote Antwerpse drukkersdynastie is nog onvoldoende bestudeerd. Op basis van archiefdocumenten reconstrueert A. vermogen, sociale status en boekenbezit van Jeronimus II (1583-1653). [M. d. S.].
Zie ook nr. 1619
937. - Apollo of Ghesang der Musen, uitgegeven door Dr. A. KEERSMAEKERS met een bijdrage over de keuze van het exemplaar door Drs. K. BOSTOEN. Deventer, Sub Rosa, 1985, 16 x 20 cm, xiv-138 p., ill. (FELL: Facsimile-Edities der Lage Landen, 4). - ISBN 90-70591-12-X. - Fl. 29, 50.
In 1615 verscheen te Amsterdam bij Dirck Pietersz (Pers) een modieuze poëziebundel met werk van o.a. Bredero en Hooft. De bewerkers van deze facsimile-uitgave hebben acht exemplaren gevonden in openbaar bezit. Na collatie van de zeven bereikbare hebben zij het Leidse exemplaar 1496 F 26² gereproduceerd, dat alle gecorrigeerde staten bevat. Een onvolledig blad (P4) werd uit een ander Leids exemplaar weergegeven.
Het blijft een raadsel hoe de bewerkers het (negende) exemplaar in de Koninklijke Bibliotheek te Brussel over het hoofd hebben kunnen zien. Het is gewoon in de catalogus vindbaar en wordt onder signatuur II 10.500 A2 LP bewaard in de afdeling Kostbare Werken. Dit exemplaar bevat eveneens alle gecorrigeerde staten, is volledig en heeft een betere afdruk van o.a. de custode op P4 r° en de pagina-aanduiding op P4 r°. Het is als tweede werk ingebonden na (Roemer Visscher), T'Loff vande mutse (Leiden, I. Paets, 1612), in een fraaie perkamenten band met goudopdruk (op het voorplat D I en C A, achteraan ANNO 1616). Op het voorste schutblad lezen we 'Anno 1616 / D.J.D. /Martij 2 stilo Novo 1 Ex Dono. / C.A.'. Het werd in augustus 1860 met een hele partij liedboeken gekocht van de antiquaar Arnold (later medewerker aan de Bibliotheca Belgica). Bovendien: achter deze twee bundels bevinden zich nog een aantal liefdesgedichten in handschrift, eveneens gedateerd 1616. Schrijver dezes zal elders de resultaten van zijn onderzoek van deze teksten bekendmaken.
Slotsom: een mooie facsimile-uitgave, degelijk ontsloten, die echter net niet het belangrijkste bewaarde exemplaar wist op te diepen. [M. d. S.].
Zie ook nr.
1434
938. - W. H. Th. KNIPPENBERG, Een Antwerpens broederschapsboekje uit 1679 in Liber amicorum E. van Autenboer ..., p. 311-316 (cf. nr. 906).
Betreft een druk van Jacobus Woons te Antwerpen in 1679: een anoniem verschenen tekst over de aartsbroederschap van de heilige vijf wonden van Christus, getiteld De kleyn gheestelycke wyn-persse oft kort begrijp van den oorspronck .... [E. C.-I.].
939. - Jan STORM VAN LEEUWEN, De introductie van het stempelen à petits fers en de Nederlandse boekband tussen ca. 1620 en ca. 1665 in Opstellen over de Koninklijke Bibliotheek en andere studies..., p. 258-272, ill. (cf. nr. 816).
Dit onderzoek naar de bandversiering in zeventiende-eeuws Nederland, bestaande uit 'lineaire stempels, krulletjes, puntjes, cirkeltjes en de uit deze elementen opgebouwde stempels', wijst aan dat de Nederlandse boekband in genoemde periode een opmerkelijke ontwikkeling heeft doorgemaakt, waarbij de Magnussen misschien wel een enigszins andere rol dan tot nu toe was bekend, hebben gespeeld. [E. C.-I.].
940. - M. H. H. ENGELS, De Franeker academiebibliotheek 1626-1644 in Universiteit te Franeker 1585-1811 .... p. 161-176 (cf. nr. 928).
Over de bibliothecaris, gedrukte catalogi en over herkomst en samenstelling van de collectie (professorennalatenschappen e.d.m.). [M. d. S.].
941. - M. H. H. ENGELS, Franeker folianten: Frieslands Universiteitsbibliotheek 1585-1713. Historische schets bij een tentoonstelling in museum 't Coopmanshüs te Franeker, ter herdenking van de stichting in 1585 van de voormalige universiteit van Friesland, georganiseerd in het kader van de Agrarische dagen 1985. Franeker, Museum 't Coopmanshûs, 1985, 26 cm, 32 p., ill.
De geschiedenis van de Universiteitsbibliotheek te Franeker is die van het oude bezit van de Provinciale Bibliotheek van Friesland te Leeuwarden. De laatste volledige catalogus verscheen in 1713 en betekent het eindpunt van dit historisch overzicht in woord en beeld. Onder de meestal in folioformaat uitgegeven boeken is er een Koningsbijbel of Polyglotta en een Blaeu-atlas. Overigens was vnl. de theologie, er daarna het recht vertegenwoordigd. De eerste eeuw lagen de boeken aan de ketting. Zeer fraaie publikatie [E. C.-I.].
942. - Herman DE LA FONTAINE VERWEY, Adriaan Pauw en zijn bibliotheek in Boek, bibliotheek en geesteswetenschappen ..., p. 103-115, ill. (cf. nr. 913).
De Amsterdamse staatsman Adriaan Pauw (1585-1653), heer van Heemstede, is de bezitter geweest van een van de grootste bibliotheken in de Republiek en in Duitsland. Van de 'Bibliotheca Heemstediana' verscheen in 1654 de catalogus te 's-Gravenhage. Het is een boekenverzameling in de trant van Gabriël Naudé: encyclopedisch gericht, maar zonder bibliofiele inslag. [E. C.-I.).
Zie ook nr. 2099
943. - Joseph L. LAURENTI y Alberto PORQUEPAS-MAYO, La colecciòn del padre Rivadeneyra, S. J. (1527-1611) en la Biblioteca de la Universidad de Illinois (siglos XVI y XVII) in Gutenberg Jahrbuch, 61, 1986, p. 355-360.
In de UB van Illinois te Urbana (USA) springt de rijkdom aan boeken van jezuïeten-auteurs in het oog. Van Pedro de Ribadeneyra worden acht edities beschreven en van commentaar voorzien; drie daarvan verschenen er inde (Zuidelijke) Nederlanden: Officina Plantiniana (1597), Jacobus Meursius (1643), Franciscus Bellet te Ieper (1612). Er worden talrijke bibliografische verwijzingen gemaakt. De opgave van de bekende exemplaren lijkt het resultaat te zijn van een onsystematisch gevoerde enquéte: enkel het Museum Plantin en het Ruusbroecgenootschap zijn voor de Zuidelijke Nederlanden vertegenwoordigd, terwijl men over de in 1978 verkochte en verspreide collectie van J. Peeters-Fontainas niet blijkt te hebben gehoord. [E. C.-I.].
944. - Bert VAN SELM, The introduction of the printed book auction catalogue. Previous history, conditions and consequences of an innovation in the book trade of the Dutch Republic around 1600 in Quaerendo, 15, 1985, p. 16-54 en 115-149.
Magistrale studie over het ontstaan van de gedrukte veilingcatalogus in de Nederlanden. [M. d. S.].
945. - Werken van barmhartigheid: 650 jaar alexianen in de Zuidelijke Nederlanden. Tentoonstelling. (Catalogus: wetenschappelijke voorbereiding: Annemie ADRIAENSSENS, coördinatie: Maurits SMEYERS). Leuven, Stedelijk Museum Vander Kelen-Mertens, 1985, 25 cm, 367 p., ill.
Op de om en bij 250 nummers van deze inhoudelijk rijke catalogus zijn er slechts een twintigtal drukken, hoofdzakelijk 17de- en 18de-eeuwse; zij bevatten de statuten van de Broeders alexianen, excerpten daaruit of andere teksten in verband met de orde. Twee handschriften (cat. nr. 15 en 48) zouden het 'persklare model voor de gedrukte versie' zijn; van het eerste ligt de druk ernaast: Godtgaf Verhulst te Antwerpen, 1673 (Directorium); het tweede (Johannes Tack, Den oprechten religieus), zou gedrukt worden door Guillam Stryckwants te Leuven (1686?) maar er is geen exemplaar bekend. Beide titelpagina's -gereproduceerd - zijn zeer fraai en even kwam bij ons de gedachte op dat deze hss. geen kopij konden zijn geweest, maar misschien wel gekopieerd naar de druk. De schatbewaarders van deze en talrijke andere documenten op deze tentoonstelling zijn de Broeders alexianen te Boechout die ook een goed deel van het kunstpatrimonium van de orde bezitten. Vermeldenswaard is verder nog een catalogus in hs. van het boekenbezit van het Leuvense klooster uit 1841, van de 15de eeuw tot 1841, en een paar missaalbanden in fluweel of leer met zilveren of koperen beslag uit de 19de eeuw. [E. C.-I.].
946. - Gilbert HUYBENS, De liederen uit Beijaert 1728 in Aspecten van de 18de-eeuwse beiaardkunst in de Nederlanden. Bijdragen rond de uitgave van een Vlaams beiaardboek van 1728 (ed. Todd FAIR, Gilbert HUYBENS). Peer, VZW Musica, 1, 1985, p. 21-71.
Uit het bronnenonderzoek van 'Beijaert 1728' (Stadsarchief Antwerpen, hs. M25) blijkt dat het vijftigtal zg. Cantiones natalitiae uit het handschrift grotendeels teruggaat op Antwerpse drukken tussen 1625 en 1695. Een lijst van deze en andere bronnen met opgave van de vindplaatsen gaat de tekstuitgave van de liederen vooraf. [E. C.-I.].
947. - Abraham Willemsz van Beyerland: Jacob Böhme en het Nederlandse hermetisme in de 17e eeuw. Catalogus bij een tentoonstelling in de Bibliotheca Philosophica Hermetica 21 maart-1 augustus 1986, samengesteld door F. VAN LAMOEN. Amsterdam, In de Pelikaan, 1986, 21 cm, 40 p., ill. - ISBN 90-71608-01-8.
Beyerland (1586/87-1648), een Amsterdams koopman, had zich tot taak gesteld de werken van de Duitse mysticus Jacob Böhme (1575-1624) in de Nederlanden te propageren. Daartoe vertaalde hij vrijwel het gehele œuvre en publiceerde hij enkele nagelaten teksten. Daarnaast vertaalde hij ook het Corpus Hermeticum. Het merendeel van de getoonde exemplaren behoort tot de verzameling van de Bibliotheca Philosophica Hermetica (Bloemgracht 19, 1016 KB Amsterdam). [M. d. S.].
948. - August A. KEERSMAEKERS, Wandelend in Den nieuwen lust-hof. Studie over een Amsterdams liedboek, 1602-(1604)-1607-(1610). Nijmegen, Alfa, 1985, 23 cm, 141 p., ill. (Tekst en tijd, 11). - ISBN 90-7040-721-3. Fl.20.
De vier jaartallen in de titel verwijzen naar de vier edities van de wereldlijke liedbundel, 'Den nieuwen lust-hof': Hans Mathysz. te Amsterdam in 1602; de weduwe van Hans Mathysz. , tussen eind 1603 en begin 1606; Dirck Pietersz. (Pers) in 1607; bij dezelfde, ten laatste in 1609. Ten overstaan van de twee zestiende-eeuwse Amsterdamse liedboeken uit 1589 en 1591, op hun beurt voortzetters van het Antwerps liedboek van 1544, zijn er formele verschillen vast te stellen: quarto oblong formaat (i.p.v. 80 oblong), minder compacte druk, luchtiger bladspiegel, civilité en cursief (i.p.v. gothiek) en illustratie bestaande uit negen kopergravures. A. Keersmaekers gaat na wie al de 'experte componisten' zijn, die soms gesigneerd hebben maar ook vaak schuil gaan achter kenspreuken; alles samen blijven er niet veel echte anoniemen meer over. Een register van de liederen met hun incipit en stemopgave en een van de zangwijzen verhoogt grotelijks de bruikbaarheid van dit boekje dat met zorg is samengesteld en een onmisbare bron is voor elkeen die zich met de studie van het zestiende- en zeventiende-eeuwse lied bezighoudt. [E. C.-I.].
949. - B[ert] V[AN] S[ELM], Een onbekend liedboek uit de eerste helft van de 17de eeuw in Dokumentaal, 14, 1985, p. 74.
N.a.v. een fotografische herdruk met inleiding door J. Klatter van 'Amoreuse liedekens', na 1613, slechts in één, en onvolledig exemplaar bekend. Juiste titel en impressum zijn niet bekend. De herdruk verscheen in 1984 bij Buijten & Schipperheijn te Amsterdam en Repro Holland te Alphen aan den Rijn. [E. C.-I.].
950. - H. Chr. VAN BEMMEL, Onopgemerkt gebleven liedboekje uit 1642 met bijdragen van bekende Nederlandse dichters, in Dokumentaal, 14, 1985, p. 154-155.
In de British Library is ten onrechte onder het hoofdwoord J. H. Krul een editie gerepertorieerd die geen enkele tekst van Krul bevat, maar haar ontstaan wel voor een deel aan hem te danken heeft: Cupidoos Vreughde - school ... Amsterdam, Gerrit en Cornelis Jansz, 1642, 8° oblong, onbekend aan Scheurleer. Er is geen muzieknotatie, wel stemopgave. [E. C.-I.].
951. - 750 jaar Abdij van Nazareth, Tentoonstellingscatalogus 29 maart-20 april 1986, Lier, Stedelijk Museum. [Lier], (Liers Genootschap voor geschiedenis), [1986], 30 cm, 276 p., ill.
Aan de eigenlijke catalogus gaan enkele historische opstellen over de in 1235 gestichte cisterciënzerinnenabdij Onze-Lieve-Vrouw van Nazareth te Lier vooraf. Onder de beschreven documenten en voorwerpen die in de catalogus zijn toegelicht, vermelden wij hier een vijfentwintigtal drukken. Het zijn meestal 17de- en 18de-eeuwse werken in verband met de cisterciënzerorde, -devotie en -liturgie; verder een paar doodsbrieven, lofdichten en bidprentjes, alles voornamelijk uit de Zuidelijke Nederlanden. [E. C.-I.].
952. - Bibliotheca dissidentium. Répertoire des non-conformistes religieux des seizième et dix-septième siècles. T. V. Pierre Poiret, door Marjolaine CHEVALLIER. Baden-Baden, V. Koerner, 1985, 25 cm, 281 p., ill. (Bibliotheca Bibliographica Aureliana, 96).
Grondige bibliografische studie van de te Amsterdam werkzame Franse religieuze vernieuwer (1646-1719): 9 eigen werken en 31 door hem bezorgde teksten. Tevens met een bibliografie van zijn 'volgelingen' Antoinette Bourignon en Madame Guyon. [M. d. S.].
953. - K. PORTEMAN, 'J'ay pris pour duppes tous les Pays-Bas'. Jean Puget de la Serre en de Nederlanden in Cultuurgeschiedenis in de Nederlanden van de Renaissance naar de Romantiek .... p. 217-238 (cfr. nr. 921).
In het zog van Marie de Médicis heeft de Franse modeschrijver Jean Puget de la Serre na 1638 de (literaire) Nederlanden overrompeld. A. onderzoekt zijn 'receptie' in eigen land en in de beide Nederlanden: wel erg verschillende literaire circuits. In bijlage een chronologische lijst van De la Serres werken (72 verschillende titels!) en van de Nederlandse vertalingen (24 titels!). Een aardig léésverslag!! [M. d. S.].
954. - Blanche T. EBELING-KONING, Stevin's Wisconstige Gedachtenissen in Harvard Library Bulletin, 33, 1985, p. 211-218, ill.
Een recente aanwinst van de Houghton Library. Het exemplaar bevat een zeldzaam blad met instructies voor de boekbinder m.b.t. de juiste plaats van enkele diagrammen. [M. d. S.].
955. - Willem AUDENAERT, Thomas a Kempis, De imitatione Christi en andere werken. Een short-title catalogus van de 17de en 18de eeuwse drukken in de bibliotheken van Nederlandstalig België. Met een inleiding door M. LAMBERIGTS. Leuven, Bibliotheek van de Faculteit der godgeleerdheid, 1985, 30 cm, 287 p. (Instrumenta theologica, 3). - ISSN 0773-4433. BF 1000.
Honderdtwintig jaar na het Essai bibliographique sur Ie livre De imitatione Christi (Luik 1864) van de jezuïet A. de Backer, oordeelde Willem Audenaert terecht dat die aan herziening toe was. De Imitatio van Thomas a Kempis behoort immers tot de meest vertaalde werken, reeds in de 17de en de 18de eeuw, de periode die door onderhavige catalogus wordt gedekt. Het aantal door Audenaert beschreven drukken is ongeveer verdubbeld t.o.v. De Backer. Daarom alleen al loont de onderneming de moeite. Van meet af aan weze evenwel gezegd dat deze recensie enkel op het bibliografisch gedeelte - de hoofdmoot - betrekking heeft; de uitvoerige inleiding van Mathijs Lamberigts over het tijdsklimaat waarin de Imitatio Christi is ontstaan, de auteurskwestie en de inhoud zelf, zal ongetwijfeld elders door meer bevoegden worden besproken.
Het bibliografisch gedeelte is in wezen geen bibliografie, maar een catalogus, te weten een centrale catalogus voor het Vlaamse land, van de werken toegeschreven aan Thomas a Kempis, verschenen in de 17de en 18de eeuw. Omdat de 15de en de 16de eeuw bibliografisch vrij goed ontsloten zijn, werd dit werk niet overgedaan. Enkele cijfers, in het ten geleide van pater H. Morlion belichten het belang van de onderneming: als resultaat op een enquête kwamen 2000 exemplaren aan het licht die 812 verschillende drukken vertegenwoordigen, waarvan er ± 300 afkomstig zijn uit de Lage Landen; van de 174 Nederlandstatige edities zijn er 44 slechts in één enkel exemplaar bekend.
De auteur gaat er van uit dat de 'short-title'-beschrijvingen van 'ideale' exemplaren volgens de ISBD(A)-normen zijn gemaakt. Hier schuilt een discrepantie in: de ISBD(A)-norm heeft, wat de titelbeschrijving betreft, niets te maken met een short title. Echter, de titelbeschrijvingen in deze publikatie vallen niet op door kenmerken eigen aan de STC-gebruiken, ook al zijn ze niet altijd geheel volledig gegeven. Dus géén short title. De mededeling dat 'beschrijvingen van "ideale" exemplaren' worden gemaakt, behoefde wel nadere uitleg: indien de auteur het 'ideal copy' in mente heeft, zijn wij in het ongewisse gelaten omtrent dat i.c. nl. dát exemplaar dat zich ten opzichte van andere onderscheidt als beantwoordend aan de oorspronkelijke intentie van de drukker/uitgever. Audenaert geeft wel systematisch varianten op van titelpagina's, maar hun onderlinge verhouding wordt niet bepaald en niet formeel uitgedrukt. Wij krijgen m.a.w. geen overzicht van een druk en zijn verschillende 'uitgaven' ('gelijklopende uitgaven', p. 79 nr. 4). Doordat de beschrijvingen chronologisch gerangschikt zijn' worden bovendien edities, met verschillende 'uitgaven' of in meerdere delen (niet 'tomes'), soms uit elkaar gerukt en van een eigen numerus currens voorzien; zo is de druk van 1606-1607 in drie delen met doorlopende signaturen en dito paginering onder twee nummers beschreven! (0014 en 0016). Een ander voorbeeld is nr. 0007 en 0008, eveneens een opera omnia-editie met een hoofdtitelpagina, de o.o. aankondigend en gedateerd 1601, en drie bijkomende titelpagina's voor elk van de drie delen (niet banden!), gedateerd resp. 1601, 1600 en 1601; delen 1 en 2 zijn doorlopend gepagineerd, deel 3 heeft een nieuwe paginering en signaturen (AA ... ) en heeft 'derhalve' een eigen nummer gekregen! (0008). Een kruisverwijzing verhelpt hier onvoldoende aan. Hier moet de klasseringsnorm wijken voor de bibliografische eis, nl. dat een editie in haar geheel wordt beschreven. Audenaert attendeert de lezer verder op varianten o.m. met betrekking op de indices van deze laatste druk, maar geeft niet aan welk van het tiental exemplaren aan het 'ideal copy' beantwoordt. Bij nr. 0223 vraag ik mij af waarom die druk (Schat der zielen) is opgenomen, gerelateerd aan een Imitatiodruk (nr. 0222) waarmee hij in het Brusselse ex. enkel samengebonden is en niet 'mede uitgegeven'. Twee onderscheiden nummers krijgt b.v. een niet gedateerde, maar dateerbare druk: nr. 0140 (1643) en 0865 (zonder jaartal)!
Het impressum is in alle volledigheid gegeven met dien verstande dat een ev. colofon naar de annotatie is verwezen evenals de signaturen, zoals de ISBD(A) het voorschrijft. De collatie beperkt zich tot de paginering, het formaat én de afmetingen. Verder treffen we in de annotatie bijkomende informatie aan over de editie (inhoud en impressum, illustratie); daarop volgt de vingerafdruk. Deze identiteitskaart van de oude drukken dient in de eerste plaats om edities te identificeren; aan de hand van de vingerafdruk kan men de ene druk van de andere onderscheiden. Hoewel de vingerafdruk al enkele jaren vnl. in Frankrijk en Groot-Brittannië, toepassing vindt, is het systeem hier te lande nog onvoldoende bekend: een toelichting over het waarom en het hoe, zou in de inleiding wel degelijk op haar plaats zijn geweest. De verwijzing naar DBEB, De Backers Essai bibliographique ontbreekt niet. Tot slot volgen de vindplaatsen - in welke orde is niet duidelijk - en exemplaargebonden gegevens die vnl. betrekking hebben op de conditie. Audenaert heeft niet enkel het werk van De Backer willen aanvullen en overdoen, maar hij heeft ook voor een andere rangschikking gekozen: niet meer per taal, per tekstbezorger en per jaar, maar direct per jaar, per titel, per plaats van uitgave. Voor de twee formules valt wat te zeggen en wat de hoofdklassering niet biedt, komt tot uiting via een register. Er is tenslotte in een aantal registers ('appendices') voorzien: de eerste twee zijn bestemd om De Backers Essai hanteerbaarder te maken: een nummering aan elke druk toegekend, een chronologische index. De volgende registers bevatten de bibliotheken, de vingerafdrukken, de plaatsnamen van publikatie en tot slot een algemeen namenregister, waarin de drukkers en uitgevers met een sterretje zijn gemerkt, voorwaar bijzonder nuttig.
Het is duidelijk dat deze publikatie om meer dan één reden belangrijk is enerzijds een groot aantal 'nieuwe' beschikbare titels en exemplaren, anderzijds een test van de toepassing van de ISBD(A)-normen in gepubliceerde vorm, en een publikatie met, in België als een van de allereerste, opname van de vingerafdruk. [E. C.-I.].
956. - Tienen 1635. Geschiedenis van een Brabantse stad in de zeventiende eeuw. [Tentoonstelling in het] Museum Het Toreke, Tienen, van 19 oktober tot 15 december 1985. [Tienen, Gemeentebestuur - Brussel], Gemeentekrediet, 1985, 30 cm, 455 p., ill. (Europalia 85 España). - BF 750.
Driehonderdvijftig jaar geleden was Tienen het toneel van gruwelijk oorlogsgeweld toen zij als katholiek gebleven stad in de Zuidelijke Nederlanden de speelbal werd van Staatse en Franse belangen enerzijds, Spaanse anderzijds. Dit feit is met een grootse tentoonstelling herdacht. De indrukwekkende publikatie te dezer gelegenheid bevat zeven historische opstellen waarvan de meeste uitstekend zijn. Onder de ongeveer honderdzeventig beschreven stukken zijn er heel wat archiefdocumenten, boeken en voornamelijk pamfletten die onze aandacht verdienen; ze zijn eenvoudig beschreven, kort maar goed toegelicht en van een omstandige literatuuropgave voorzien.
Het nr. 24 kan aangevuld worden met het artikel van Andries Welkenhuysen, Erycius Puteanus, heer van Keizersberg, over het beleg en ontzet van Leuven in 1635. Voorstelling, vertaling en aantekeningen, verschenen in Loven boven. Driemaandelijks tijdschrift Abdij Keizersberg Leuven, 15, 1985, nr. 3, p. 10-30; de Tiense catalogus was beslist al ter perse toen het artikel verscheen. [E. C.-I.].

Go Top
     
     
Over deze site   Home page: www.boekgeschiedenis.be
Ontwikkeling © Johan Hanselaer
Laatste aanpassing: