Kroniek


1977-1978

 
     
     
VWB
Overzicht
 
303. - Een overzicht geven, in een vierhonderdtal bladzijden, van de Europese drukkunst, vanaf de aanvang tot op heden, is iets waarvoor velen zouden terugdeinzen. Om niet in vage algemeenheden te vallen, noch in een droge opsomming van data en namen, wordt van de auteur een inzicht verondersteld die het belangrijkste op de voorgrond weet te plaatsen. Wij hebben de indruk dat C. CLAIR (1) daarin op behoorlijke wijze geslaagd is. Dat een ander auteur bepaalde delen op een andere manier zou uitgewerkt hebben is begrijpelijk; kritiek leveren is wat gemakkelijk. Beperken wij ons ertoe een overzicht te geven van het werk: het aantal bladzijden gewijd aan de respectievelijke hoofdstukken en perioden spreekt duidelijk genoeg.
De auteur wenst een geschiedenis te schrijven van de drukkunst en niet van het boek, van wat gedrukt werd. Zo onderscheidt het werk zich van meet af aan van dit van bv. L. Fèbvre en H. J. Martin. Doel is: The development of the craft of printing in Europe (p. vii). De auteur deelt zijn boek niet in volgens de klassieke manier: 15de, 16de, ... eeuw, maar rangschikt zijn stof over een 33 tal hoofdstukken. De p. 1-106 behandelen the birth, and infancy of printing; in een negental hoofdstukken wordt het ontstaan en de ontwikkeling in de voornaamste europese landen geschetst. De auteur situeert en bespreekt kort het probleem van de hollandse prototypografie en dit vóóraleer met de blokboeken en Gutenberg te beginnen. Een schets van de drukkunst in de Nederlanden vindt men op p. 73-77. Om het ontwikkelingsstadium te besluiten heeft men twee hoofdstukken gewijd aan de technische problemen (lettersnijden, gieten, lettertypen, ontwikkeling van de uiterlijke vorm van het boek) en aan de boekhandel (oplagegrootte, best-sellers). Rond 1520 is de emancipatie van het boek voltrokken (p. 107-126), De volgende honderd bladzijden behandelen de 16de eeuw (p. 127-206). De stof is ingedeeld per land en het overzicht van de Nederlanden vindt men op bl. 195-203. Dit is practisch uitsluitend aan Plantin gewijd met enkele beschouwingen over lettersnijden aan het boek van Vervliet ontleend. Vervolgens komen twee originele hoofdstukken: The first Music Printers (p. 207-218) en The Book Fairs (p. 219-223).
Was hetgeen voorafgaat betrekkelijk gemakkelijk te vinden in andere werken, dan zijn de hoofdstukken gewijd aan Scandinavia, Denmark, Norway, Finland en Iceland, evenals de behandeling van de centraal europese gebieden Bohemia, Moravia, Hungary, Romania, Jugoslavia en de oosteuropese gebieden Poland en Russia erg nuttig (p. 224-253). De documentatie hieromtrent is immers verspreid en wegens de taal moeilijker toegankelijk. Dat Sixteenth Century Printing in England een speciaal hoofdstuk verdient hoeft geen commentaar (p. 254-271). De 17de eeuw is voor gans Europa een achteruitgang. Zij kan niet, with a few exceptions like the production of the Imprimerie Royale in France. stand comparison with the typographical masterpieces of the preceding century (p. 272). De behandeling is dus korter (p. 272-311) en omvat ook Malta, Turkey en Greece. Met de 18de eeuw drukt men in zowat alle europese landen, maar in Frankrijk wel het meest en het best (p. 312-354). Nu breekt de Machine Age aan (p. 355-383), en de technische uitvindingen volgen elkaar snel op: de pers met de cylinder, de drukmachine met stoom, de stereotype, de mechanische zetmachine, de linotype, de fotogravure... Een laatste deel behandelt de 19de eeuw (p, 384-405); Some Private Presses (p. 406-414); Art Nouveau (Jugendstil) and After (p. 415-425) en Modern Trends in Printing, (p. 426-430). Hier is het fotografisch zetten wel de voornaamste uitvinding sedert Gutenberg. Het boek heeft tenslotte een chronologisch gerangschikte lijst per land van de Establishment of Early Presses in Europe, 15th Century (p. 431-434) en een alfabetisch gerangschikte lijst van When and Where the first Books were printed (p. 435-446) met vermelding van stad, datum, drukker, auteur en beknopte titel. De bibliografie (p. 447-463) is eerder zwak, vooral engels gericht; de uitvoerige index daarentegen (p. 465-526) zeer nuttig.
(1) C. CLAIR, A History of European Printing, London, Academie Press, 1976, ix-526 p., 91 fig., 12, 80 pond..
304. - Beknopt wijdt D. HAY enkele algemene beschouwingen aan het probleem van een europese S.T.C. (2).
(2) D. HAY, 1500-1700: The bibliographical problem. A continental S. T. C.? in Classical influences on european culture A.D. 1500-1700. Proceedings of an international conference ... april 1974, Ed. by R. Bolgar, Camb. Univ. Press, 1976, p. 33-39.
305. - Talrijke interessante gezichtspunten, onder meer over de evolutie van het muziekdrukken, vindt men in het artikel van D. KRUMMEL (3).
(3) D. W. KRUMMEL, Musical Functions and Bibliographical Forms, in The Library, 1976, 31, p. 327-350.
306. - Na de derde aflevering verschenen in april 1974 (kroniek nr. 121), ontvingen wij in december 1976 de vierde aflevering van band VIII van de opnieuw verder gezette Gesamtkatalog der Wiegendrucke (4) Deze aflevering omvat kolom 233 tot 392 Faber Stapulensis, Jacob - Festus, S. Pompeius, de nummers 9638 tot 9865. Het eerste stuk, tot nummer 9730, is een herwerkte uitgave van het laatste deel verschenen in 1940; de rest is nieuw. Tot 9730 werden talrijke verbeteringen aangebracht: nieuwe edities werden tussengeschoven, de exemplarenlocalisatie werd grondig nagezien, de referentie naar nieuwe bibliografische werken werd bijgevoegd evenals de bibliografie na de auteursnamen. De aflevering omvat talrijke incunabelen uit de Nederlanden; vermelden wij als voorbeeld de rubriek Facetus. De druk en het papier is uitstekend; wensen wij een vlugge voortzetting.
(4) Gesamtkatalog der Wiegendrucke herausgegeben von der Deutschen Staatsbibliothek zu Berlin, Band VIII, Lieferung 4, Stuttgart, A. Hiersemann, 1976, 45 DM.
307. - Als rijkste incunabelverzameling in de wereld wil de Bayerische Staatsbibliothek over een eigen, degelijke katalogus kunnen beschikken (Hain dateert van 1826-38). E. HERTRICH (5) geeft vooreerst een overzicht hoe de verzameling vroeger werd beschreven en behandelt daarna uitvoerig op welke manier de 9600 incunabelen (met 16.400 exemplaren) thans beschreven worden. Hoe is de arbeidsorganisatie, welke methode wordt er gevolgd, met welke elementen wordt in de beschrijving rekening gehouden (meer dan vroeger besteedt men aandacht aan het exemplaar en hare specifieke kenmerken van herkomst, band en versiering).
(5) E. HERTRICH, Der Inkunabelkatalog der Bayerischen Staatsbibliothek. Voraussetzungen und Konzept, Erfahrungen und Probleme in Bibliotheksforum Bayern, 1976, 4, p. 191-211.
308. - Het artikel van S. CORSTEN omvat een overzicht van de drukkunst tot 1700 in Keulen; nadruk wordt gelegd op de aanvang en de daarmee verbonden problemen (6).
(6) S. CORSTEN, Die Blütezeit des Kölner Buchdrucks (15.-17. Jahrhundert), in Rheinsche Vierteljahrsblätter, 1976, dl. 40, p. 130-149.
309. - In november 1976 ontvingen wij de Handelingen van het Internationaal Colloquium dat in september 1973 te Spa plaats had. De bundel omvat de zeventien voorgestelde verslagen - met uitzondering van deze van A. Skovran - gevolgd door een samenvatting van de besprekingen door E. Cockx-Indestege (7). Vermelden wij hier slechts deze verslagen die voor onze kroniek in aanmerking kunnen komen. S. CORSTEN, Ulrich Zell als Geschäftsmann, p. 83-102; hierin vindt men een knap voorbeeld van kostprijsanalyse voor een 15de eeuwse drukkerij. P. COCKSHAW, Les textes monétaires imprimés sous Ie regime de Philippe le Beau (1482-1506), p. 165-194 met als aanhangsel de beschrijving van de 23 gekende monetaire teksten tussen 1485 en 1502 verschenen. H. ROLOFF, Der Gesamtkatalog der Wiegendrucke, p. 199-207. Maurice-A. ARNOULD, Quand sont apparus les premiers moulins à papier dans les anciens Pays-Bas?, p. 267-296. Problems about techniqne and methods in a fifteenth-century printing house (Nicolaus Ketelaer and Gherardus de Leempt, Utrecht, 1473-1475) by Lotte HELLINGA, with an appendix on paper by Wytze HELLINGA (p. 301-314). Behandelt enkele handschriften die als kopij in dit atelier gediend hebben (zie ook onze kroniek nr. 130) en toont aan wat zij ons kunnen leren over de druktechniek (zetten in numerische orde of per vorm). Signaleert het belang van do diverse varianten van eenzelfde editie voor een betere kennis van de gevolgde methode van drukken. L. GILISSEN, Contribution à l'archéologie du livre incunable (p. 337-356). De beginselen, de regels die aan de basis liggen voor de bladschikking bij de handschriften, hebben die ook een rol gespeeld bij de incunabelen?
(7) Villes d'imprimerie et moulins à papier du XIVe au XVIe siècle. Aspects economiques et sociaux. Drukkerijen en papiermolens in stad en land van de 14de tot de 16de eeuw. Economische en sociale aspecten. Handelingen van het Internationaal Colloquium, Spa, 11-14-1X-1973, (Gemeentekrediet van België, Historische Uitgaven Pro Civitate, reeks in-8", nr. 43), Brussel, 1976, 367 p., ill., 1.100 fr.
310. - K. HEIREMAN wijdt enkele algemene beschouwingen aan de invoering van de drukkunst in de Zuidelijke Nederlanden (Aalst en Mechelen) (8).
(8) K. HEIREMAN, Die Anfänge der Buchdruckerkunst in den südlichen Niederlanden, in Gutenberg-Jahrbuch, 1976, p. 86-91.
311. - G. LANGER beschrijft uitvoerig Ca 312 en Ca 1568 (9).
(9) G. LANGER, Von den niederländischen Wiegendrucken in der Bibliothek der Erweiterten Oberschule Pforte in Sculpforta bei Naumburg an der Saale, in Quaerendo, 1976, VI, p. 10-15.
312. - Het is zeer moeilijk na te gaan waar en wanneer precies de almanak van kanunnik Henric Spycker gedrukt werd. Dit enige bewaarde fragment (± 13, 5 x 11, 2 cm), Ca 1596a, kan zowel te 's-Hertogenbosch tussen 1484 en 1488, als te Nijmegen tussen 1479 en 1484, door G. van der Leempt gedrukt zijn geweest (10).
(10) P. J. BEGHEYN, De almanak van kanunnik Heinric Spycker: Een incunabel van de Nijmeegse boekdrukker Gherard van der Leempt, in Numaga, 1975, 22, p. 223-231.
313. - In 1976 vierde Engeland de vijfhonderste verjaring van de invoering van de drukkunst. De in 1928 door A. W. Pollard ontdekte aflaatbrief is immers gedrukt vóór 13 december 1476 (dit is de ingevulde datum; gedrukt is slechts 1470, en de plaats van drukken is niet vermeld...). Deze voor Engeland belangrijke gebeurtenis gaf aanleiding tot meerdere tentoonstellingen en een Caxton-congres. Een goed algemeen overzicht van het Caxton-onderzoek en de mogelijke evolutie door de papierstudie vindt men in het editorial-artikel van The Book Collector, 1976, p. 455-480: Caxton's Quincentenary: A Retrospect.
De Caxton-tentoonstelling in de British Library Reference Division was wel de voornaamste en verschafte een uitvoerig overzicht van de Caxton-drukken. De catalogus is van de hand van J. BACKHOUSE, M. FOOT en J. BARR; zij is bovendien uitvoerig geïllustreerd
(11). Na enkele algemene aspecten wordt een overzicht gegeven van de diverse typen door Caxton te Brugge en te Westminster gebruikt; behalve zijn laatste type zijn allen afkomstig uit de Nederlanden. Volgen daarna een biografie van Caxton, een schets van zijn milieu (het Bourgondisch hof) en de 110 tentoongestelde nummers met commentaar (manuscripten, drukken en boekbanden). Op te merken vallen o.m. de speciale manier van rood-zwart druk (niet in twee gangen maar ineens), de voor Caxton gedrukte boeken door G. Maynyal te Parijs, en de banden door de Caxtonbinder. De tentoonstelling te Manchester daarentegen situeerde Caxton within the framework of early continental printing and of later developments in British printing (12), terwijl de tentoonstelling te Cambridge een uitvoerig overzicht verschafte van de Caxton-drukken, met een catalogus opgesteld door J. Cook en B. Jenkings (13).
(11) William Caxton. An Exhibition to commemorate the Quincentenary of het Introduction of Printing into England. British Library Reference Division 24 September 1976-31 Jannary 1977, London, British Museum Publications, 1976, 94 p., 2 pond.
(12) Caxton in the Context of European Printing: A Quincentennial Exhibition, Manchester, J. Rylands Library, 1976, 43 p. Gestencild, de tekst is van M.M.W.
(13) W. Caxton. Catalogue of an Exhibition held in the University Library, Cambridge .... Cambridge, University Library, 1976, 68 p., ill., 1,5 pond.
314. - Het Caxton-congres (september 1976). De acht tijdens dit congres besproken teksten - niet voorgelezen - werden gepubliceerd en vormden het 11de nummer van de Journal of the Printing Historical Society (14). Hier volgt een kort overzicht van deze publicatie. S. CORSTEN, Caxton in Cologne (p. 1-18). Naar alle waarschijnlijkheid verbleef Caxton in Keulen vanaf 17 juli 1471 tot kerstmis 1472. Welke zijn de bronnen en wat kan men eruit halen? De problemen verbonden aan de Bartholomaeus Anglicus-druk en de relatie van de drukker (?) met J. Veldener en Caxton. Verder welke rol hebben Veldener en Caxton in de Keulse drukkerswereld gespeeld. L. en W. HELLINGA, Caxton in the Low Countries (p. 19-32). Caxton verliet Keulen eind 1472 om te Brugge in 1474 op te duiken. Waar verbleef hij gedurende deze periode? Drukte hij toen misschien de Recuyell en waar? Teneinde een dieper inzicht te bekomen in de grootte en de organisatie van Caxton's drukkerij, en bijgevolg de duur van het drukproces te kennen, onderwerpen beide auteurs de Recuyell aan een grondige analyse. Zij zijn van oordeel dat hier 4 zetters aan het werk geweest zijn en dit op grond van de manier waarop de paragraaf of teksteenheid beëindigd wordt. Tenslotte welk is de relatie Caxton-Colard Mansion en welke betrekkingen onderhield Caxton met de Nederlanden na zijn afscheid in 1476. J. VEYRIN-FORRER, Caxton and France (p. 33-47). Welke relaties onderhield Caxton met Frankrijk? Hij schafte er zich vooreerst papier aan. Hij - en ook andere boekverkopers - voerde uit het vasteland boeken in, vooral latijnse scholastieke teksten, en hij verzond waarschijnlijk ook drukken naar het vasteland. Verder, hoe, onder welke vorm en op welke manier, hebben de door Caxton in het frans gedrukte boeken het franslezende publiek bereikt. Werden Caxton's uitgaven in Frankrijk herdrukt of herdrukte hijzelf franse uitgaven? Conclusie: afgezien van drukkers en boekhandelaars scheen Caxton niet door het franse leespubliek gekend te zijn. L. BALSAMO, The Origins of Printing in ltaly and England (p. 48-63). N. F. BLAKE, William Caxton the Man and his Work (p. 64-80). James MORAN, Caxton and the City of London (p. 81-91). Howard M. NIXON, William Caxton and Bookbinding (92-113). Dit artikel bevat ook een lijst van de 36 thans bekende banden die met Caxton's binder(s) in betrekking staan. De banden uit groep A - the Bruges type - doen vermoeden, op grond van de gebruikte elementen, dat zij het werk zouden kunnen zijn van een uit Brugge met Caxton meegekomen binder. N. BARKER, Caxton's Typography (p. 114-133, gevolgd door de illustratie van zijn zes typen), geeft een uitstekend overzicht van Caxton's typemateriaal.
(14) Eight papers presented to the Caxton International Congress 1976. Journal of the Printing Historical Society, Number 11, 1976-1977.
315. - Wat het belangrijke boek van G. PAINTER (15) betreft, hierover geeft de auteur zelf in de inleiding de nodige verklaring: In this biography I have described and discussed every known Caxton document and edition, both intrinsically and in relation to the events, persons, and movements of contemporary history in which Caxton was so intimately involved (p. vii). Voor de Nederlanden komen uitsluitend de hoofdstukken 6 tot 9 of p. 43-81 in aanmerking. Deze boeiende meesterlijke bladzijden, sober en zonder verbalisme, waar elke zin tweemaal moet gelezen worden zijn een brillante combinatie van enkele zekere feiten met vele veronderstellingen. Alhoewel de auteur beweert een independent study of the primary sources (p. vii) gemaakt te hebben, kan men toch niet zeggen dat zijn beeld over Caxton, Veldener en Mansion sterk afwijkt van wat men bij Hellinga kan lezen. Een ietwat preciesere formulering, wat scherpere analyse en een nauwkeuriger datering van de klassieke problemen. Kort geschetst: In de herfst van 1470 komt een einde aan Caxton's loopbaan als Meester te Brugge en in juni 1471 begint zijn 18 maanden verblijf te Keulen. Hij vertrok daarheen, niet om het drukkersberoep aan te leren (Caxton is rond de 40), maar als diplomaat (p. 48). Dit verblijf in de drukkersstad Keulen is echter beslissend geweest. Naar zijn op 19 sept. 1471 beëindigde vertaling uit het frans in het engels van de Recueil des histoires de Troie was meer vraag dan hijzelf vermoed had en het handschriftelijk copiëren kon daaraan niet voldoen. De gedachte om zijn tekst te verspreiden, het zien drukken te Keulen, het drukkersmilieu, dit alles gaf hem een coup de foudre... en Caxton had zijn ware roeping gevonden (p. 54). Het overige is een kwestie van techniek. In de eerste plaats, bij welke drukker heeft hij zijn initiatie gehad. De Bartholomaeus Anglicus duidt dit aan, maar spijtig genoeg is de naam van deze drukker niet vermeld. De meesterdrukker Jan Veldener heeft hier echter de grootste kans om als leraar Caxton ingewijd te hebben. Eind 1472 of begin 1473 komt Caxton naar Brugge terug en volgens Painter moet men zeker een jaar, zoniet twee, rekenen om in Brugge een drukkerij op te richten. Zo kan de Recueil, zijn eerste boek, moeilijk vóór eind 1474 van de pers gekomen zijn (p. 60). Wie hielp hem te Brugge? Ook hier verschijnt weer Veldener als reddende figuur; deze was reeds te Leuven in juli 1473... aan het drukken van de Genealogia deorum van Boccaccio. Hij hielp niet alleen bij de oprichting te Brugge maar verschafte type aan Caxton: type 1 modelled on a Burgundian bookhand (p. 61). ..and designed (p. 77), wellicht door Mansion, om door Veldener uitgevoerd te worden. That the type was cut and cast by Veldener and no other can hardly be doubted. (p. 61). Dit betwijfelen we wel, tenzij Veldener te zien als leider van een lettersnijdersbedrijf met vele krachten. Hoe is tenslotte de relatie Caxton en Mansion die als"onafhankelijke" drukker pas in 1476 begon? Was er, gezien de simularities of practice (p. 74), gezien de technical connection (p. 75) die onloochenbaar is, gezien de ontwerpen voor de letter door Mansion, geen gemeenschappelijke drukkerij waarin Mansion a major part speelde (p. 77)? Tenslotte zou Mansion zelf nog een opleiding genoten hebben... weer van Veldener (p. 77).
(15) GEORGE D. PAINTER, William Caxton A Quincentenary Biography of England's First Printer, Londen, Chatto and Windus, 1976, xi-227 p., £ 7, 50.
316. - Van J. LANDWEHR verscheen in 1970 Emblem Books in the Low Countries 1554-1949. A Bibliography, die alle in de Nederlanden verschenen embleemboeken behandelde. Daarop volgde in 1972 German Emblem Books 1531-1888. A Bibliography. Thans in 1976, en steeds bij dezelfde uitgever, hebben wij French, Italian, Spanish, and Portuguese Books of Devices and Emblems (16), die 789 edities van embleemboeken omvat verschenen in wat men de Latin Countries zou kunnen noemen. Met de 752 uit de Nederlanden en de 661 uit de Duits-sprekende gebieden heeft de auteur dus zowat 2202 edities onderzocht; dit is zeker niet volledig want er wordt reeds aan een supplement gedacht. Heeft het splitsen van de biblografie naar taalgebieden haar practische voordelen, toch verliest men daardoor een belangrijke eenheid; ik bedoel de verschillende edities van eenzelfde werk, met dikwijls dezelfde illustraties, kunnen moeilijk overzien worden. Bekijken we even van nabij het laatste werk. Technisch, van bibliografisch standpunt uit beschouwd, is dit het best geslaagde van de drie. Na een algemene inleiding (p. ix-xviii) en een kort overzicht van de edities volgt in alfabetische volgorde - en chronologisch gerangschikt per auteur - de beschrijving van de 789 edities (p. 23-198). Daarna heeft men een index van de kunstenaars, van de anonieme werken en pseudoniemen, van de vertalers en uitgevers, van de respectievelijke talen naar andere taal, van de tweetalige en meertalige uitgaven en van de drukkers, uitgevers, (alfabetisch per stad en per naam). Twee eisen of verlangens kan men steeds bij een dgl. bibliografie hebben: een bepaalde graad van volledigheid (bij nauw omlijnen van onderwerp: devices and emblems) en een minimum van accuraat werken bij de beschrijving om de diverse edities te kunnen onderscheiden. Het boek wenst een overzicht te geven van alle embleem- en deviesboeken die in Frankrijk (met Genève en Straatsburg), Italië, Spanje en Portugal in om het even welke taal verschenen zijn; worden daar tevens bijgevoegd alle in het Frans, Italiaans en het Spaans verschenen drukken in om het even welk land. De eigenlijke notities omvatten: transcriptie van de volledige titel bij de eerste edities, de normale bibliografische gegevens (ook het formaat) en de signaturen. De auteur houdt er een persoonlijke - en naar onze mening onduidelijke - manier van signatuur geven op na. Verder beschrijving van de inhoud van het werk, opdrachten, inleidingen, privilegie... vermelding van het aantal illustraties en het eventueel verband met andere edities. Op het einde van de notitie worden een of meerdere exemplaren vermeld, dikwijls door de auteur persoonlijk onderzocht. Van uitzonderlijk belang voor het werk van de auteur is de Glasgow University Library collection, oorspronkelijk gevormd door de W.S. Maxwell-verzameling, en nadien aangevuld door N. Pollok en door de latere beheerders. Een catalogus van deze verzameling werd tot op heden nog niet gepubliceerd maar de auteur kon toch van de Glasgowverzameling gebruik maken. In october 1965 had echter in de Hunterian Library te Glasgow een tentoonstelling van embleemboeken plaats en verscheen naar aanleiding hiervan een kleine catalogus van 37 p. We vonden er een paar edities vermeld die door Landwehr over het hoofd gezien of onvoldoende onderscheiden werden. Van deze kleinigheden enkele voorbeelden. De Alciati nr. 14 is te vergelijken met de Glasgow-catalogus nr. 6. Een editie van G. de La Perrière uit Lyon van 1539 of 1540 (Glasgow nr. 9). Voor de Aneau-editie (nr. 113) en de Coustau (nr. 242) zie de Glasgow-catalogus nr. 13 en 14 en de opmerking over P. Eskrich, de ontwerper van de illustraties. Het formaat bij Landwehr wijkt soms af van het formaat opgegeven in de Glasgow-catalogus (vb. 44, 72, 285). Dat de aanduiding van signaturen bij Landwehr onduidelijk is bewijzen bv. nr. 159: ( )4 A4 Nn4 voor ( ) 4 A-Z4 Aa-Nn4 en nr. 167: a4 e4 A4 K4L voor a4 e4 A-Z4 Aa-Kk4 LI2. Dit zijn slechts punten van ondergeschikt belang die niets wegnemen van het grote plan dat de auteur reeds jarenlang aan het realiseren is en waarvan het nut voor iedereen duidelijk schijnt. Hier te Gent heeft men, alleen tot 1600 nagezien, de nummers 43, 154, 159, 164 (die in 8° is, 88 ff. heeft en tevens de Franse interpretatie door J. Messin bevat), 167, 244, 342, 380 en 567.
(16) J. LANDWEHR, French, Italian, Spanish, and Portuguese Books of Devices and Emblems 1534-1827. A Bibliography, Utrecht, H. Dekker & Gumbert, 1976, xviii-230 p., 135 gulden, gebonden.
317. - SHAABER (17) beschrijft zowat een 9.000 tal drukken uit de 16de eeuw aanwezig in de verschillende bibliotheken van de University of Pennsylvania. Het werk zelf omvat geen enkele inleiding over het ontstaan van deze verzameling die bij eerste kennismaking erg uiteenlopend aandoet. Misschien lag er helemaal geen plan aan de basis van de samenstelling en schafte men alles aan wat te verwerven viel. Het grootste aantal bestaat uit boeken gedrukt in Italië en Duitsland; ook heel wat Engelse drukken (bv. van R. Tottel). Deze uit de Nederlanden zijn gering in aantal, nauwelijks 250 waarvan een 80 uit de Plantijn-drukkerij. De catalogus geeft de beschrijvingen in alfabetische volgorde (p. 1-562); een Index of printers, publishers, and booksellers (p. 563-606), (de verwijzingen omvatten het jaartal, de letter van het alfabet en het nummer van het boek); een Alphabetical list of titles not entered under the name of author or editor (p. 607-12); een Index of names (p.. 613-664). Hierin zijn opgenomen: naamvarianten van de auteurs en namen die in de titels voorkomen zonder dat deze auteur zijn. De beschrijving volgt in grote trekken de principes van de BMC en van Adams. Anonieme werken en officiële publicaties worden chronologisch in grote rubrieken gerangschikt (vb. op stad, op naam van land). Elke notitie omvat: de auteur; de verkorte titel (bij zeldzame werken de volledige titel niet regelaanduiding); het bibliografisch adres op de titelbladzijde (imprint) en eventueel het colofon wanneer dit verschillen aanduidt t.op.v. de imprint; datumgegevens afkomstig uit andere plaatsen van het boek dan de titelpagina komen tussen ronde haakjes; het formaat volgens het plooien; de signaturen en de paginering. Niettegenstaande het boek op basis van gefotografeerd typeschrift gedrukt werd is de voorstelling duidelijk en de tekst goed leesbaar. Het werk gebeurde zeer zorgvuldig en de tientallen steekproeven door ons gedaan hebben geen fouten aangeduid. Boeken zonder bibliografisch adres worden in de regel niet opgelost, daar waar dit tenminste mogelijk is. Zoals reeds aangestipt bevat het werk zeer weinig drukken uit de Nederlanden en tot 1540 geen onbekende edities. Vermelden wij slechts een volledig exemplaar van NK 4530, een werk van Fr. Titelmann (T. 248). In de index van de drukkers komt G. Hatardus niet in Den Haag maar in 's Hertogenbosch (p. 580); de verwijzingen van H. Peetersen, Antwerp, p. 591 zijn voor de helft onjuist (zij verwijzen naar H. Petri te Bazel); de datum van V 69 in de index is 1511 (p. 594). Voor het overige is dit een nuttig werk die dank zij de signaturen en de bibliografische gegevens veel hulp kan bieden bij het identificeren van onvolledige exemplaren.
(17) M. A. SHAABER, Sixteenth-century Imprints in the Libraries of the University of Pennsylvania, Philadelphia, University of Pennsylvania Pres, 1976, 664 p., 16 dollar.
318. - De tentoonstelling - en de catalogus - in het museum Boymans, stelt de geïnteresseerde in de gelegenheid een goed overzicht te hebben van het behandelde onderwerp en tevens kennis te nemen van enkele producten uit de 16de eeuwse Nederlanden (18).
(18) Van intocht tot uitvaart. Feesten en plechtigheden in de prentkunst 1500-1860, (Rotterdam, Museum Boymans-Van Beuningen, Catalogus nr. 58), Rotterdam, 1976, 44 p. met ill.
319. - M. FUMAROLI gaat na hoe de versiering van de titelpagina, bij een welbepaalde categorie van boeken, evolueerde vanaf einde 16de tot einde eerste helft van 17de eeuw (19). Hij stelt o.m. duidelijk vast dat de belangrijke gegevens over auteur en drukker betekenis verliezen en plaats maken op het titelblad voor de illustratie: le frontispice devient une illustration en soi, résumant de façon purement iconique (sic) l'esprit de l'ouvrage p. 30).
(19) M. FUMAROLI, Réflexions sur quelques frontispices gravés d'ouvrages de rhétorique et d'éloquence (1594-1641), in Bullelin de la Société de l'histoire de l'art français. Année 1975, Parijs 1976, p. 19-34.
320. - Een goede aanvulling op de Belgica Typographica, en tevens een stapje verder in de richting van de volledige inventaris van alle 16de eeuwse drukken in België aanwezig, is de bijdrage van M. BRONSELAER (20). De auteur heeft namelijk rek één tot en met zeventien doorgenomen van het magazijn der Rariora van de Stadsbibliotheek te Antwerpen. Zijn maatstaven en regels zijn dezelfde als deze van de B.T. Het werk bestaat uit twee delen. In het eerste vindt men de boeken die reeds in de B.T. werden vermeld met corresponderend volgnummer. In het tweede deel, de beschrijving van deze werken, 154 in aantal, die niet in de B.T. voorkomen of waarvan de beschrijving verschilt. Op het einde zelfde indices als voor de B.T.
(20) M. BRONSELAER, Bijdrage tot de Belgica Typographica 1, 1541-1600 Stadsbibliotheek van Antwerpen. Stedelijke technische leergangen over bibliotheekwezen, 1976, 96 gestencilde bladen.
321. - Het tweede deel Uit de wereld van het boek (21) is hoofdzakelijk aan de 17de eeuw gewijd. Kunnen hier echter vermeld worden volgende bijdragen. De geschiedenis van Guicciardini's beschrijving der Nederlanden (p. 9-3l). Tot aan zijn dood in de zomer van 1580 drukte Silvius de Descrittione; van dan af aan - om precies te zijn reeds vanaf eind 1579 - streefde Plantin er naar om Guicciardini uit te geven. De auteur onderzoekt bepaalde eigenaardigheden die verbonden zijn aan de 1581 en 1582 edities van Plantin, vooral in het licht van de politieke en religieuse omstandigheden. Een bijdrage over Amsterdamse uitgeversbanden (zie Kroniek nr. 245). De Nederlandse drukkers en de Bijbel (p. 77-102). Het doel is na te gaan welk aandeel het Nederlandse boekenbedrijf gehad heeft in de voorbereiding en de verwezenlijking van... de Statenbijbel. In het licht daarvan schetst hij de geschiedenis van de Nederlandse Bijbeledities vóór 1637.
(21) HERMAN DE LA FONTAINE VERWEY, Uit de wereld van het boek, II Drukkers, liefhebbers en piraten in de zeventiende eeuw, Amsterdam, N. Israël, 1975.(zie kroniek nr. 258 voor deel I).
322. - De in mei 1976 verschenen 54e jaargang van De Gulden Passer omvat een uitvoerige en diepgaande studie gewijd aan de drukker John Fowler (22). De auteur W. SCHRICKX, heeft de bedoeling to present a more or less chronological and detailed survey of Fowler's life in the light of new documentary evidence and to combine that account with material from a number of printed works which are not easily accessible (p. 1). Alhoewel op de eerste plaats biografisch bezorgt de auteur toch een overzicht van een groot aantal drukken van Fowler. Deze studie is een belangrijke bijdrage tot het weinig onderzochte gebied van de Engelse drukken in onze gewesten. F. Claes brengt een aanvulling op zijn in 1971 verschenen Nederlandse woordenlijsten en woordenboeken gedrukt tot 1600 (23), terwijl P. R. Léon (24) nuttige gegevens bezorgt over enkele Antwerpse drukkers die een rol gespeeld hebben bij het drukken van Spaanse teksten. Als appendix is er een lijst van boeken door J. Steelsius en erfgenamen te Antwerpen gedrukt, van 1533 tot 1575, en betrekking hebbend op dit onderwerp.
(22) W. SCHRICKX, John Fowler, English Printer and Bookseller in the Low Countries (1564-1579), p. 1-48.
(23) F. CLAES, Supplement op de lijst van Nederlandse woordenlijsten en woordenboeken gedrukt tot 1600, p. 49-64.
(24) PEDRO R. LEON, Brief Notes on some 16th Century Antwerp Printers with Special Reference to Jean Steelsius and his Hispanic Bibliography, (p. 77-92).
323.- In 1543 verscheen Gheprentt te Ghend... by Joos Lambrecht een houtsnedefries in tien delen, een Trionfo di Christo (ook della fede) naar een tekening van Tiziano. Deze tekening is niet bekend maar een afbeelding van de fries vindt men bij Nijhoff, pl. 137-146, naar het enige (?) bewaarde exemplaar uit de universiteitsbibliotheek te Gent. Hoe situeert zich deze uitgave nu in de reeks van de andere bekende edities en welke problemen zijn er aan verbonden? De meningen uit het verleden liepen nogal uiteen, maar men was het er toch over eens de Gentse editie als een latere kopie te bestempelen. Na Kristeller, Il trionfo della Fede van 1906, na F. Mauroner, Le incisione di Tiziano van 1946, brengt de catalogus uit Venetië (die gebruik maakt van het werk van P. Dreyer, Tizian und sein Kreis van 1971) hierin echter een ommekeer en stelt de editie van J. Lambrecht op de eerste plaats. (25) De gang van zaken wordt als volgt geschetst. De tekening werd vermoedelijk tussen 1508-1511 ontworpen en is spoedig daarna overgebracht op houtblok. Non ci è nota nessuna tiratura contemporanea alla publicazione della silografia. (p.74). De eerste bekende editie naar de originele blokken is deze van J. Lambrecht van 1543. Deze blokken moeten reeds vroeg Italië verlaten hebben, want in 1516-1517 drukt G. de Gregoriis reeds een kopie van vijf blokken. Wie bracht de blokken nu naar Gent en hoe? over Duitsland of over Frankrijk? en wanneer precies? Hieromtrent weet men niets. Thans kent men 6 uitgaven.
De eerste originele uitgave, de editie van C van Kristeller, is bekend onder 3 staten.
1/III, de editie J. Lambrecht, 1543. De fries vermeldt geen enkele tekst (behalve het woordje Josue en het adres). Exemplaar: Gent, Univ. (Gent 13651 met de afmetingen: 380, met boord 389, x 258 (+4), 278, 268, 274, 280, 264, 272, 268, 272, 260 (+5) mm. en Gent. 13652 alleen plaat 4 en plaat 10).
2/III, zonder vermelding van plaats, naam van drukker en datum. De fries heeft een titel in textura 10mm, enkele woorden in textura 3 mm. en heel wat tekst in romein van 80 mm. Exemplaar: Parijs, B.N., BC 7, ff. 2-11, en Gent, Univ., Gent 13651 (1) slechts plaat 2. Het is zonder twijfel dat deze afdruk met dezelfde blokken gebeurde als 1/III, maar door wie en waar? Kunnen de gebruikte typen hieromtrent een oplossing geven? De textura 10 mm, die zeer verspreid is, komt behalve bij Lambrecht nog bij tal van andere drukkers voor. De gebruikte romein met de typische Z vindt men niet bij hem. Daar de tekst van de opschriften in het Frans is denkt men aan Frankrijk, zoals een vermelde maar niet localiseerbare editie met Duitse tekst naar Duitsland wijst. Ik vermoed zelfs dat de tweede staat (met franse tekst) vóór Lambrecht's afdruk verscheen.
3/III, En Anuers, par la Vefue Margariete de Corneille Liefrinck, s.d. te situeren tussen 1545-1547 (?). Exemplaar: London, B.M., 1390-4-14-40. Deze afdruk vermeldt andere en meer tekst dan de voorgaande. Dit exemplaar konden wijzelf niet nazien.
De andere edities, hoe boeiend hun geschiedenis ook, kunnen hier niet behandeld worden. Vermelden wij slechts de opeenvolging. IIde editie (Kristeller B), Venetië G. de Gregoriis 1517 (5 blokken). IIIde editie (Kristeller D), Venetië, L. Antonii, s.d. (9 blokken). IVde editie (Kristeller A), (5 blokken). Vde editie, met titel in het Frans, (10 blokken) kopie con uno stile puittosto grossolano. VIde editie, omgekeerde kopie in 8 blokken. A. Andreani, circa 1584. Wij denken het belangrijkste meegedeeld te hebben en hopen, na verdere persoonlijke vergelijkingen, nog eens terug te komen op deze mooie fries. Eén zaak vooral blijft mij steeds onduidelijk: wat weet men precies over de"originiele of eerste" editie? Zijn niet alle gekende afdrukken zwakke nabootsingen?
(25) M. MURARO E D. ROSAND, Tiziano e la silografia veneziana del Cinquecento. Catalogo a curi di, Venezia, Neri Pozza, 1976, 166 p. met ill.
324. - Antwerpen in de XVIde Eeuw omvat talrijke in onze kroniek te vermelden bijdragen (26). J. ANDRIESSEN in Het geestelijke en godsdienstige klimaat (p. 203-232) behandelt o.m. de omvang, de vorm en de inhoud van de godsdienstig georiënteerde publikaties en de devotieliteratuur. In De typografische bedrijvigheid te Antwerpen in de 16de eeuw, (p. 233-255) toont L. VOET de overheersende typografische positie, zowel wat aantal als inhoud val] liet gedrukte betreft, van de Scheldestad aan. Als appendix vindt men er een Lijst der Antwerpse drukkers, uitgevers en boekhandelaars in de 16de eeuw, alfabetisch gerangschikt, samengesteld aan de hand van de notities van Rouzet. Een analyse van de gedrukte woordenlijsten, schoolboekjes en woordenboeken bezorgt de Studie van de eigen Nederlandse taal van Fr. CLAES (p. 301-319). De Graveerkunst door L. de Pauw-de Veen (p. 447-483). Enkele beknopte gegevens over muziekdruk en T. Susato in de bijdrage van G. PERSOONS Muziekleven (p. 499-509). H. SLENK onderzocht in De muziek van het protestantisme (p. 511-520) de in Antwerpen gedrukte psalmboeken.
(26) Antwerpen in de XVIde Eeuw. Uitgegeven door het Genootschap voor Antwerpse Geschiedenis, Antwerpen, 1976.
325. - Omstreeks 1542 verschenen te Antwerpen de Tabulae decem van W. H. Ryff bij C. Bos, vermoedelijk gedrukt door Ant. Goinus. Hiervan was alleen de franstalige versie bekend. E. COCKX-INDESTEGE onderzoekt nu de voor enkele jaren opgedoken latijnse editie en veronderstelt terecht dat er waarschijnlijk ook een nederlandstalige versie moet geweest zijn (27).
(27) E. COCKX-INDESTEGE, A hitherto unknown edition of W. R. Ryff's Tabulae decem, Antwerp, Cornelis Bos, c. 1542, in Quaerendo, 1976, VI, p. 16-27.
326. - Drie boeken - de vertaling van Serlio, de nederlandse Vitruvius en de triomf van Antwerpen van C. Grapheus - luiden in de Nederlanden de renaissance op architectureel gebied in. Het is nu speciaal de geschiedenis van het verschijnen van Serlio's vertalingen die H. DE LA FONTAINE VERWEY behandelt (28). Hij onderzoekt de diverse edities van de zes boeken waaruit het werk van Serlio bestaat (evenals de vertalingen) en toont dit overzichtelijk aan in een chronologisch opgestelde tabel. Hij vestigt ook de aandacht op het feit dat de eerste nederlandstalige editie van boek IV, verschenen in 1539, in romein gedrukt is; een innovatie in de Nederlanden die, zoals de auteur aanstipt, door J. Lambrecht ingeluid werd.
(28) H. DE LA FONTAINE VERWEY, Pieter Coecke van Aelst and the publication of Serlio's book of architecture, in Quaerendo, 1976, VI, p. 166-194.
327 . - J. ANDRIESSEN bespreekt kort een tot op heden onbekende editie van het werk van C. Vrancx, Den sluetel der missen, Ghendt, Ghileyn Manilius, 1571. Het onvolledige opgedoken exemplaar is in de bibliotheek van het Ruusbroecgenootschap (29).
(29) J. ANDRIESSEN, Een zeldzaam boekje uit de 16de eeuw in Liber amicorum Jozef Lauwerys, Hoochstraten 1976, p. 22-25.
328. - L. VAN DEN BRANDEN wijdt een beknopt biografisch artikel aan de uitgever-drukker Jan Steels (30). Ongeveer 350 uitgaven zijn van hem bekend.
(30) L. VAN DEN BRANDEN, Jan Steels, in Het oude land van Loon, 1975, 30, p. 471-475.
329. - Het artikel van H. DE LA FONTAINE VERWEY is een herwerking met aanvullingen van vroegere bijdragen door deze auteur over dit onderwerp gepubliceerd (31). De eventuele rol van Plantin en Augustijn van Hasselt wordt hier nogmaals uiteengezet.
(31) H. DE LA FONTAINE VERWEY, The Family of Love, in Quaerendo, 1976, p. 219-271.
330. - In een door de. Leidse universiteitsbibliotheek in 1975 aangekocht exemplaar van Erasmus, Paraphrasis.... Antwerpen, M. Hillen, 1523 (NK 2960), en door G. Godfrey te Cambridge gebonden, werden fragmenten van J. Barker's Scutum inexpugnabile gevonden. R. BREUGELMANS, op grond van de houtsnede en de typen, is van mening that the book could have been printed in or after 1512, possibly as late as 1516 door D. Martens (32).
(32) R. BREUGELMANS, Barker's Scutum inexpugnabile defeated. An addition to Nijhoff-Kronenberg, in Quarendo, 1976, VI, p. 360-364.
331. - In onze bijdrage tot de Pacificatie-herdenking hebben wij geprobeerd een bibliografisch overzicht te geven van de diverse edities van de tekst van het verdrag (33). Zonder een uitvoerige beschrijving te kunnen realiseren verschaffen wij toch voldoende elementen om de dertigtal vóór 1600 verschenen edities te kunnen onderscheiden.
(33) J. Machiels, Overzicht van de gedrukte uitgaven van de Pacificatietekst, in Opstand en pacificatie in de Lage Landen. Verslagboek van het Tweedaags Colloquium bij de vierhonderste verjaring van de Pacificatie van Gent, Gent, 1976, p. 122-135.
332. - E. M. BRAEKMAN ondernam een uitvoerig onderzoek naar de diverse edities van de Baston de la foy chrestienne van Guy de Brès (34). De eerste editie, zonder plaats of naam, vermeldt de datum 1555; de dertiende verscheen in 1565. Voor elke editie verschaft de auteur een beschrijving en een notitie over de inhoud. Het onderzoek werd op grote schaal uitgevoerd en de bekende exemplaren van elke editie worden vermeld. Een vierhonderdtal bibliotheken werden aangeschreven voor inlichtingen en nochtans, vergelijkt men het resultaat met de gegevens uit de Index Aureliensis, V, p. 251 sq., dan stelt men vast dat slechts enkele gegevens werden bijgevonden. Hoe gebrekkig de Index ook, toch levert ze veel nut op. Voor wat de eerste editie betreft, deze van 1555, sluit de auteur zich aan bij de conclusies van E. Droz en schrijft de druk toe aan Ch. Plantijn. Hij bekent nochtans dat haar argumentatie niet iedereen overtuigd heeft en inderdaad het type, het papier, de initialen en het kleine handje kunnen ook in andere drukken, niet van Plantijn, voorkomen.
(34) E. M BRAEKMAN, Les éditions du " Baston de la foy chrestienne", in Revue d'histoire et de philosophie religieuses, 1976, 56, p. 315-345.
333. - G. KAZEMIER (35) bespreekt enkele problemen die zich voordoen bij het uitgeven van een zestiende-eeuws liedboek, dat oude en nieuwe liederen geeft maar niet de daarby behorende melodieën (p. 238). Het betreft de uitgave in 1972 (1975), van Het Antwerps Liedboek; 87 melodieën op teksten uit " Een Schoon Liedekens-Boeck" van 1544.
(35) G. KAZEMIER, Het Antwerps Liedboek, in Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1975, 91, p. 238-255.
334. - De Vocabularius utriusque iuris, Parijs 1514, aanwezig in de Universiteits-bibliotheek van Amsterdam, bevat als schutbladen enkele vellen van een onbekende Jonathas en Rosafier-druk (NK 4351). D. J. HUIZINGA, in een in 1958/59 geschreven maar pas nu gepubliceerd artikel (36), onderzocht uitvoerig deze schutbladen. Hij behandelt de verhouding gedrukte teksthandschrift, de aard van de onbekende editie en de datum.
(36) D. J. HUIZINGA, Jonathas ende Rosafier. Een onbekend postincunabel - fragment en de oorspronkelijke vorm van het handschrift, in Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1975, 91, p. 175-212.
335. - In juli 1572, maand waarin te Dordrecht de Eerste Vrije Statenvergadering plaats had, vestigt zich aldaar, als eerste drukker, de uit Gent afkomstige Jan Canin. In 1577 komt daar nog P. Verhaghen uit Antwerpen bij en in de eerste helft van de 17de eeuw telt men te Dordrecht reeds een 17-tal drukkers. In de eenvoudige maar goed opgestelde catalogus (37) wordt verder een overzicht gegeven van de letterkunde, de journalistiek, de censuur, de boeken over Dordrecht, het bibliotheekleven (stads- en private bibliotheken) en het leesgezelschap. In alfabetische volgorde volgt verder een Poging tot een overzicht van de te Dordrecht werkzaam geweest zijnde boekdrukkers, boekhandelaren en uitgevers en tenslotte de Catalogus van de tentoonstelling, 144 nummers omvattend.
(37) Gedrukt in Dordrecht. Catalogus van de tentoonstelling vier eeuwen boek- en prent, Dordrecht, Gemeentelijke Archiefdienst, 1976, 129 p., de catalogus is momenteel uitverkocht.
336. - In juli verscheen de zesde uitgave van de internationale lijst van antiquariaatboekhandelaars (38). Zoals de voorzitter S. Crowe in de inleiding schrijft: Its pages provide a world-wide guide to antiquarian booksellers listed geographically with their specialities, together with an alphabetical index for easy reference. Gerangschikt per land en per stad, en daarin alfabetisch per boekhandelaar vindt men bij elke naam: adres, eventueel eigenaar of verkoper, telefoon, bank- en postchequenummer, specialiteit. Vooraan bij elk land heeft men de gebruikelijke openingsuren en feestdagen. Na de geografische indeling (p. 1-376) volgt de indeling per specialiteit (p. 377-617) en de alfabetische naamlijst (p. 619-697).
(38) International Directory of Antiquarian Booksellers published by the International League of Antiquarian Booksellers. 1977, 718 p., 15 dollar. Voor België te bestellen bij: Syndicat Belge de la Libraire Ancienne et Moderne, 112, rue de Trèves, Brussel.
337. - J. L. Beyers, Utrecht. Veiling van 1 dec. 1976. 1208, Cornelius Aurelius, Die cronycke van Hollandt.... Leiden, J. Severts, 1517, NK 613.
338. - Christie, London, Veiling 17 november 1976. 140, J. Boutillier, Somme ruyrael, Ant., Cl. de Grave, 27 juni 1520, NK 481, 480 pond. 157, P. de Alliaco, Sermones, [Brussel, F.V.C., 1481-9 juni 1483], Ca 148, slechts 126 ff. van de 274 ff., 160 pond. 178, Missale ad usum Sarum, Ant., Ch. van Ruremund, 14 april 1528, NK 3537, W.D. Veiling 22 juni 1977, The Eveleyn Library. 428, P. de Crescentiis, Liber ruralitim commodorum, Leuven, J. van Westfalen, s.d. [1477-1483], Ca 503.
339. - Dekker en Nordemann, Amsterdam, mei 1977, Cornelius Aurelius, Cronycke van Hollandt, Leiden, Jan Seversz, 1517, NK 613, 15.000 gulden.
340. - Drouot, Parijs, Veiling van 31 maart 1977. 13, Biblia, Antwerpen, Ant. Goinus, 1540, NK 350, zwijnslederen band op hout, 4.900 F.
341.- A. L. van Gendt, Amsterdam, Veiling van 7 december 1976. 741, Die hystorie vanden grooten Coninck Alexander, Delft, (Ch. Snellaert), 5 december 1491, met 11 houtsneden (2 dubbels), Ca 960, GW 893A. Dit exemplaar was lange tijd onbekend gebleven en is bovendien het enige thans bekende. De " gelukkige " koper was Knuf, prijs 34.000 gulden + 16 %. Cat. 31, april 1977. 36, Erasmus, Scarabeus, Leuven, D. Martens, sept. 1517, NK 868, 2.450 gulden. 37, Erasmus, Querela pacis, Leuven, D. Martens, 1518, NK 2971, 2.850 gulden. 56, Hugo de S. Victore, Questiones.... Leuven, D. Martens, nov. 1512, NK1147, 1.400 gulden.
342. - M. Hertzberger, Baarn, Cat. 282 (nov. 1976). 128, Interpretationci hebraeorum... Ant., W. Vorsterman, 1528, NK 1176, 1.600 gulden. 307, C. Paradin, Heroica symbola, Ant., C. Plantin, 1562, de band wordt er toegeschreven aan Plantijn, 1.900 gulden.
343. - Lathrop C. Harper, New York, Cat. 223 (juni 76). 50, Cieza de Leon, P., La chronica del Peru, Ant., M. Nutius, 1554, 800 dollar. 82, Damianus van Goes, De bello Cambaico... Leuven, S. Sassenus, 1549, 900 dollar.
344. - N. Israel, Amsterdam. mei 1977, J. de Mandeville, Itinerarium, Gouda, G. Leeu, 1483-11 juni 1484, Ca 1198, 19.500 gulden.
345. - L. Moorthamers, Verkoop van 2 april 1977, 97, Eustachius van Zichem, Erasmi Rot. Enchiridion canonis quinti interpretatio (= Apologia propietate ... ), Ant., W. Vorsterman, 1531 (niet in NK), samen met een Erasmuseditie van 1636, 26.000 F.
346. - B. Quaritch, Cat. 957 (juli 1976). 13, G. Boccaccio, De claris mulieribus, Leuven, G. van der Heerstraten, 1487, (ff. Al, BI, La en kat. K. ont.), Ca 294, 2.000 pond. Cat. 969, (april 1977). 54, Junius Hadrianus, Emblemata, Ant., Ch. Plantijn, 1565, First issue, 4.000 pond. 135, The newe Testament, [Ant. M. Crom], 1536, NK 2496, 7.000 pond. 136, Erasmus, A shorte Recapitulacion or abridgement of Erasmus Enchiridion... by M. Coverdale, Ausborch, A. Anonimus, 1545, [Ant., M. Cromm], B.B.E 1119, 4.000 pond.
347. - J. Schäfer, Zurich, Cat. 16 (oct. 1976) 193, W. Tyndale, An answere unto Sir Thomas Mores dialoge... [Ant., S. Cock, 1530], 4.800 Zwitserse Fr.
348. - Sotheby, Londen. Veiling van 31 jan. 1977. 135, Gerrit vander Goude, L'interpretation et signification de la Messe, Ant., W. Vorsterman, 1529, NK 3077, De Troeyer 191; samen met een onvolledig getijdenboekje uit Keulen? 130 pond. Veiling van 13 juni, Werken afkomstig uit het Sion College. 9, The dialoges of creatures moralysed, [Antwerpen, M. de Keyser; volgens NK 2774, J. van Doesborch, 1535], 2.200 pond. 36, R. Le Fevre, Recuyell of the historyes of Troye, Translated by W. Caxton, Brugge, .W. Caxton 1474-75, Ca 1093a, 40.000 pond. 52, Pontanus, Sitigularia, [Utrecht, Drukker van de tekst van het Speculum, niet na 1472], Ca 1186, 8.500 pond.
349. Sotheby Parke Bernet, New York, Veiling nr. 3921, 16 nov. 1976. 44, Ant. de Butrio, Speculum de confessione, Leuven, J. van Westfalen, s.d. Ca 392.
350. - H. Tenner, Heidelberg, Auktion 114 (mei 1977). 98, Albertus Magnus, Paradisus animae, Ant., G. Leeu, 14 maart 1489, Ca 77, Polain 99, GW 705.
351. - Wij hadden de gelegenheid om, voor onze universiteitsbibliotheek, een bundel met drie niet in NK vermelde drukken te kunnen aankopen. in afwachting dat een supplement met een uitvoerige beschrijving verschijnt vermelden wij hier kort de drukken. R. Agricola, Deformando studio... Deventer, Th. de Borne, 1527, in-40, 8 ff. Ovidius, Metamor. Lib. I... Deventer, Th. de Borne 1527, in-40, 16 ff. Seneca, In mortem Claudij Caesaris ludus, 1526, [Deventer, Th. de Borne], in-4°, 12ff.

Go Top
Archives et bibliothèques de Belgique - Archief- en bibliotheekwezen in België, dl. XLIX (1978), nr. 3-4 pp. 782-795: nrs. 352-397
KRONIEK DER DRUKKUNST TOT 1600
Door J. MACHIELS


352. - Tijdens het IFLA-Congres te Brussel in september 1977 was er een zitting gewijd aan het catalogiseren van oude drukken. E. BAYLE gaf er een uiteenzetting over Le système des empreintes: bilan et propositions en J. FEATHER over Evaluating the Fingerprint. Deze fingerprintmethode of methode van afdrukken werd reeds uiteengezet in het rapport van het Lock Project: Computers and Early Books verschenen in 1974. In dit verslag vindt men, uitvoerig en duidelijk, alle technische gegevens over de methode. Een korte oriëntatieschets kan hier wel een zeker nut hebben.
Zoals de ISBN (International Standard Book Number) een exemplaar van een welbepaalde editie door een formule wil aanduiden, zo streeft de fingerprint er ook naar om elk exemplaar van een welbepaalde editie vóór 1801 verschenen te onderscheiden van een exemplaar uit een andere editie en dit eveneens door een soort formule. De fingerprint is dus geen methode van beschrijven van oude drukken; er worden hier helemaal geen boeken beschreven, tenminste niet in het eerste stadium. Men verwijst steeds naar een bestaande bibliografie of naar een bepaald exemplaar uit een bibliotheek dat als referentie-exemplaar werd genomen. De fingerprint verbindt slechts afdrukken met andere afdrukken. Het is, zoals bij de studie van bv. de Nederlandse postincunabelen, waar men niet steeds de beschrijving hoeft te herhalen maar het volstaan kan naar NK te verwijzen. Meteen is het duidelijk dat het grote voordeel van de fingerprint ligt in het niet steeds te moeten herbeschrijven en dat bovendien het werk van het opnemen van de gegevens in de talrijke verspreide bibliotheken gemakkelijk door niet-specialisten gedaan kan worden. Van het exemplaar van een bepaalde editie wordt een symbool of formule samengesteld. Deze is uniek, helemaal niet willekeurig en gemakkelijk uit het boek te halen want ze is onafhankelijk van de titelbladzijde en de taal van het werk. Zij bestaat uit een zeker aantal letters gekozen uit welbepaalde regels van bepaalde bladzijden (over het aantal te kiezen tekens is men het nog niet volkomen eens). Het laatste cijfer van de formule is de datum (of s.d.) zoals ze op het boek voorkomt. Een voorbeeld: i.x.i.pe.t.u-rano (3). M.D.XIX. Hoe gaat men nu practisch te werk? Van elk exemplaar uit de te beschrijven verzameling wordt een dergelijke formule samengesteld. Deze gegevens worden dan in een referentiestok opgenomen. De afdrukken (= de formule) zijn in dit geheugen verbonden met een bestaande referentie die naar een bepaald exemplaar of een bepaalde beschrijving verwijst (bibliotheek of bibliografie). Steeds komen nieuwe formules bij en de computer gaat na of ze al dan niet opgenomen zijn. Het werk lijkt dus buitengewoon eenvoudig en volgens de uitgevoerde proeven zeer doeltreffend. In het begin moeten echter enorm vele afdrukken in het geheugen opgenomen worden; eens de stok flink uitgebreid zullen de "onbekende" edities steeds afnemen. Wat is nu de onmiddellijke toepassing voor onze gewesten en voor het catalogiseren van alle oude drukken in onze bibliotheken? Het grootste en duurste werk is de samenstelling van de stok en het beschikken over een geschikte, d.w.z. zeer grote computer. In feite moeten er slechts een of twee computers zijn voor West-Europa, maar waar? In Londen, in Parijs? Wie zal het werk doen en financieren? Ik zie dus ook geen ander onmiddellijke toepassing behalve dat voor elke toekomstige catalogiseerarbeid de fingerprints bij de beschrijving opgenomen worden zoals men thans de ISBN opneemt.
353. - Zoals uit het voorwoord blijkt is de Handleiding (1) bedoeld voor de medewerkers aan de STCN (Short Title Catalogus Nederland 1540-1800) die in de verschillende bibliotheken werkzaam zijn en ook voor diegenen die een gedrukte catalogus van oude drukken willen samenstellen. In de inleiding wordt geschetst hoe deze STCN-regels ontstonden en voor wie ze bruikbaar kunnen zijn. Bij de gebruikers wordt bekendheid met de analytische bibliografie en met de kunst van het titelbeschrijven verondersteld. Het opstellen van het werkblad, de basis van de STCN, vereist, naar onze mening, wat kennis maar vooral ondervinding. In de eerste afdeling, De Catalogus, wordt vastgelegd welke de criteria zijn voor opname in de STCN. Het betreft de in Nederland gedrukte boeken (ongeacht de taal) en de nederlandstalige boeken (ongeacht de plaats) verschenen tussen 1 jan. 1540 en 31 dec. 1800. De boeken in België gedrukt komen echter niet in aanmerking!! Vervolgens wordt de titel bepaald (de catalogustitel), welke elementen hiervoor uit het werkblad overgenomen moeten worden, en de catalogusbouw (hoofdwoord en verwijzingen, de titel, volgorde bij de klassering en het opstellen van de registers). De tweede afdeling, Het Werkblad, behandelt de eigenlijke beschrijving. Het werkblad is een voorgedrukt formulier waarop door iemand die ervaring heeft in bibliografische beschrijving volgens de methode van Bowers, de gegevens worden overgenomen (uit de catalogi der bibliotheken... en uit de exemplaren van het boek zelf) die (a) nodig zijn als basis voor de uiteindelijke STCN-titel, en die (b) uitvoerig genoeg moeten zijn om redelijkerwijs onderscheid te kunnen maken tussen verschillende edities zonder dat rechtstreeks confrontatie van de verschillende exemplaren anders dan bij uitzondering behoeft plaats te vinden (p. 33). Hier kan ruimschoots gebruik gemaakt worden van de fotocopie, wordt de fingerprint (par. 82) zelfs toegepast, en volgens par. 85 geeft men ook de aanduiding van het lettertype (maar summier). In de afdeling III vindt men de voorbeelden. Men heeft op de ene zijde een fotocopie van het boek en de titel (de catalogustitel), op de andere zijde het werkblad. Het heeft hier weinig betekenis over de regels uit te wijden (bv. over het begrip auteur, par. 14, dat erg beperkt is, of over de keus van het hoofdwoord bij anoniemen, par. 33) want elk regelsysteem heeft zijn voor- en nadelen die door de gebruikers afgewogen moeten worden. In het geheel vinden wij dit een erg nuttig geheel en betreuren ten zeerste dat wij voor België daar nog ver van af zijn. Hier ploetert nog elke bibliotheek op zijn manier verder en worden tal van deelcatalogi gemaakt zodat een grootse onderneming zoals in Nederland op touw gezet nog lang niet voor de deur staat. De problemen zijn hier ook gans anders en vragen misschien een andere oplossing.
Zie ook nr. 1309
(1) Handleiding voor de medewerkers aan de STCN, 's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 1977, viii-41 p. + vb., getypte tekst, niet in de handel.
354. - Het tweede deel van The great bibliographers Series is gewijd aan A.W. POLLARD (2). Het boek vangt aan met een uitvoerige schets door J. D. WILSON: Introduction: Alfred William Pollard, 1859-1944 (p. 1-57). In een biografisch kader situeert de auteur de voornaamste activiteiten en publicaties van Pollard. Twee punten dienen hier vermeld te worden. In de eerste plaats, in 1903, begint Pollard in het British Museum waar hij, na het plotse verdwijnen van Proctor, de Incunabula-afdeling op zich neemt. Dit omvat twee taken: een aankooppolitiek en een full-dress catalogue. In 1908 verschijnt het eerste deel van de, naast de G.W., belangrijkste incunabelkatalogus: Catalogue of books printed in the xvth century now in the British Museum. In een glasheldere inleiding zet Pollard doel en methode van dit omvangrijke werk uiteen. Een tweede even belangrijk werk, een door de buitenwereld zelfs veel beter bekende onderneming waar zijn naam aan verbonden blijft, is A short title catalogue of books printed in England, Scotland and Ireland and of English books printed abroad 1475-1640, de Pollard en Redgrave STC, die verscheen in 1926. A. W. Pollard is in de eerste plaats een bibliograaf: The business of the bibliographer is primarily and essentially the enumeration of books. His is the lowly task of finding out what books exist, and thereby helping to secure their preservation ... (1903). Ook dit is heden nog onze nederige taak en wij proberen de boeken die bestaan beter te beschrijven en te individualiseren naar inhoud, datum en drukker. Na deze inleiding door Wilson, die een herdruk was uit de Proceedings of the British Academy van 1945, onderzoekt R. Leachman de invloed van Pollard on contemporary bibliography (p. 58-77). Zo wordt in de BMC-katalogus de methode van Bradshaw-Proctor uitgewerkt, methode die het louter alfabetisch rangschikken van de incunabelen verlaat om deze te ordenen per land, stad, drukker ... i.a.w. grotere betekenis gaat hechten aan de types and the habits of printing observable at different presses. Naast de hierboven vermelde ondernemingen vallen nog o.m. aan te stippen: de medewerking aan The Library, de uitgave van Bibliographica; Papers on books, their history and art (1895-97), zijn boek An essay on colophons van 1905... en talrijke andere meer vulgarizerende publicaties. Van p. 79 tot 190 vinden wij dan de negen uitgekozen artikels van Pollard zelf; allen zijn op het gebied van de bibliografie en de boekdrukkunst. De opstellen over de tekstkritiek werden in deze bundel opzettelijk weggelaten. Na het overlezen van deze 9 bijdragen hebben wij echter wel de indruk het beste van Pollard hier niet te hebben, of beter dit alles is ons nu zo evident geworden. Deze bijdragen zijn de volgende: A meditation on directories (uit The Library, 1901, p. 82-90); Practical bibliography (uit The Library, 1903, p. 144-162) met J. Duff Brown; The objects and methods of bibliographical collations and descriptions (uit The Library, 1907, p. 193-217); Some points in bibliographical descriptions met W. W. Greg (uit Transactions of the Bibliographical Society, 1908, p. 31-52); The arrangement of bibliographies (uit The Library, 1909, p. 168-187); On getting to work: Part of a paper read before the Panizzi Club, 24 june, 1914 (uit The Library, 1914, p. 325-336); The regulation of the book trade in the sixteenth century (uit The Library, 1916, p. 18-43); Some notes on the history of copyright in England, 1662-1774 (uit The Library, 1922, p. 97-114); New fields in bibliography (uit The Book Collector's Quarterly, 1933, p. 9-18). Volgens dan tenslotte A chronological checklist of the published writings of A. W. Pollard (p. 191-242), een vijfhonderdtal nummers omvattend, en de index.
(2) Alfred William Pollard: A Selection of his Essays compiled by FRED W. ROPER. The Scarecrow Press, Metuchen, N.J., 1976 : Bailey Bross. & Swinfen, 244 p., 8, 50 pond. Het eerste deel in deze reeks die uitgegeven wordt door N. Horrocks was gewijd aan R. B. Mc Kerrow en verscheen.
355. - In november 1977 verscheen het zesde deel van de ABHB (3). Het bevat de publicaties verschenen in het jaar 1975 en enkele uit voorgaande jaren. Het heeft ongeveer 2500 nummers gekozen uit zowat 4000 periodieken.
(3) ABHB. Annual Bibliography of the History of the printed Book and Libraries. Edited by H. D. L. VERVLIET, Den Haag, M. Nijhoff, 1977, 270 p.
356. - J. AYTO onderzoekt de tekens die hij in de rand van een handschrift vond en probeert deze te begrijpen in het licht van de voorbereiding van dit handschrift door een drukker (4).
(4) John AYTO, Marginalia in the Manuscript of the Life of St. Edith: New Light on Early Printing, in The Library, 1977, dl. 32, p. 28-36.
357. - U. BAURMEISTER (5) ontdekte in de Bibliothèque Nationale te Parijs een exemplaar van Ca 915: Henricus de Septimello, Liber elegiorum, [Utrecht, N. Ketelaer en G. de Leempt, 1474]. Deze uitgave was nooit goed beschreven geweest en werd zelfs als een doubtful edition bestempeld. De auteur geeft van het boek een beschrijving en gaat na hoe het in de B.N. terecht kwam.
(5) Ursula BAURMEISTER, Une impression retrouvée de Nicolaus Ketelaer et Gerardus de Leempt (Ca 915), in Quaerendo, 1977, dl. 7, p. 203-208.
358. - In haar overzicht gewijd aan het huis te Nazareth (Brussel) behandelt E. COCKX-INDESTEGE (6) ook de drukkersactiviteit van de Broeders. Men vindt er een opgave van de literatuur in chronologische volgorde en een alfabetisch, volgens auteur gerangschikte lijst van de 36 bekende drukken. Datum van drukken en enkele bibliografische referenties vervolledigen de titels.
(6) E. COCKX-INDESTEGE, Brüssel, Domus de Nazareth, in Monasticon Fratrum Vitae Communis, Teil I: Belgien und Nordfrankreich, Brussel, 1977, p. 25-29.
359. - In zijn boek gewijd aan de codicologie (7) herneemt L. GILISSEN nog eens zijn veronderstellingen over het plooien en samenstellen van de katernen en zijn metrologische beschouwingen over de bladschikking. Hoofdstuk 3, Construction et métrologie: Brève enquête dans les livres incunables, p. 146-158, onderzoekt een viertal incunabelen, beter een viertal bladzijden uit deze werken. Dit te geringe, te kleine sample, kan ons moeilijk overtuigen en wij geloven dat de loutere technische problemen van zetten en drukken een veel grotere invloed hadden dan de metrologie.
(7) L. GILISSEN, Prolégomènes à la codicologie. Recherche sur la construction des cahiers et la mise en page des manuscrits médiévaux, Gent, 1977.
360. - Het boekje van A. KOCH is een aangenaam vulgarisatiewerkje over de aanvang van de drukkunst te Deventer (8).
(8) A. C. F. KOCH, Zwarte kunst in de Bisschopstraat. Boek en druk te Deventer in de 15de eeuw, Deventer, Praamstra, 1977, 80 p.
361. - Uit het Gutenberg-Jahrbuch 1977 vermelden wij volgende bijdragen. G. LANGER (9) bespreekt een viertal houtsneden (de vier evangelisten-symbolen en de J.h.s.) die wij bij J. van Breda, P. van Os, G. Back en M. Schürer aantreffen. Drukkersmerk of versiering? E. COCKX-INDESTEGE (10) onderzoekt een fragment van een pronostication onlangs door de K.B. verworven. Volgens haar is het een werk van J. Laet senior en gedrukt met de letters van Cl. Dayne te Lyon. De bijdrage van U. BAURMEISTER (11) gewijd aan de diverse uitgaven van de Apologia pro M. Barptolomeo Praeposito qui uxorem in sacerdotio duxit, heeft op het eerste zicht weinig met de Nederlanden te maken ware het niet een latijnse uitgave vermeld onder nummer 4 (slechts fragmentarisch bewaard). Deze heeft op het titelblad Excusum Megasondri: in superiori Brabantia (= Groot-Zundert). Op grond van het typografisch materiaal schrijft zij de druk toe: [Parijs, J. de Gourmont voor G. de Gourmont, 1522]. Toch vraag ik mij af of de druk niet uit de Nederlanden afkomstig is.
(9) G. LANGER, Von vier sich ähnlichen Titelholzschnitten und deren Verwendung als Druckermarken, p. 91-95.
(10) E. COCKX-INDESTEGE, Une pronostication inconnue pour l'année 1504, p. 96-103.
(11) U. BAURMEISTER, Eine unbekannte Ausgabe der Verteidigungsschrift für Bartholomäus Bernhardi, p. 127-133.
362. - In 1976 verscheen ook een tweede druk van het boek van J. N. BAKHUIZEN VAN DEN BRINK gewijd aan de nederlandse belijdenisgeschriften (12). Dit belangrijk werk is geen loutere herdruk van de 1940-editie, maar het geheel werd door de auteur herwerkt rekening houdend met de publicaties van G. Moreau over Doornik en de vondsten door J. F. Gilmont gedaan (zie hierover zijn mededelingen in Quaerendo). In het eerste deel van het boek, waarover alleen hier kan gesproken worden, geeft de auteur een overzicht van de diverse uitgaven van de belijdenistekst. Achtereenvolgens heeft men deze van de oorspronkelijke Franse tekst (twee uitgaven in 1561, twee in 1562 en een in 1566) en de verschillende drukken in de nederlandse versie verschenen vanaf 1562. Voor wat de identificatie van de drukkers betreft brengt de auteur niets nieuws bij. Vervolgens behandelt hij op dezelfde wijze de uitgaven van de Heidelbergse catechismus (de duitse en de latijnse versies van 1563, en de vier nederlandse bewerkingen). Tenslotte nog een korte uiteenzetting over de Canones of het Iudicium. De rest van het boek, vanaf p. 45, omvat de tekstuitgaven.
(12) J. N. BAKHUIZEN VAN DEN BRINK, De nederlandse belijdenisgeschriften in authientieke teksten met inleiding en tekstvergelijkingen, Amsterdam, Ton Bolland, 1976, viii-297 p.
363. - W. HEIJTING (13) vestigt onze aandacht op de twee duitse vertalingen van de Confessio belgica in de 16de eeuw verschenen. Het zijn respectievelijk de 1563-editie van M. Schirat en de 1566-editie van J. Mayer, beiden te Heidelberg gedrukt. De bedoeling van de auteur is to give a few details about the printing, the text and the translator Engelbertus Faber.
(13) W. HEIJTING, The German translations of the Confessio belgica (1563 and 1566), in Quaerendo 1977, dl. 7, p. 116-127.
364. - In een korte notitie vermeldt D. GROSHEIDE (14) een editie van Horatius' Ars poetica door P. da Veiga uitgegeven en gedrukt te Keulen bij Nic. Bohmbargen in 1578. Merkwaardig is het exemplaar door de auteur vermeld van dezelfde uitgave met op het titelblad Antverpiae, apud Christianum Hauwelium, 1578. Wellicht een samenwerking.
(14) D. GROSHEIDE, An edition printed by Nicolaus Bohmbargen at Cologne in Quaerendo, 1977, dl. 7, p. 184-185.
365. - Het artikel van J. D. BANGS (15) bestaat hoofdzakelijk uit chronologisch gerangschikt en in het Engels vertaald archiefmateriaal dat betrekking heeft op Jan Severtsz. Vooral nuttig voor de biografie brengt het ook enkele nieuwe elementen bij voor de datering van de drukken.
(15) Jeremy D. BANGS, Further adventures of Jan Zevertsz., bookprinter and parchmentmaker of Leiden, in Quaerendo, 1977, dl. 7, p. 128-143.
366. - Het in 1977 verschenen deel van de nieuwe Erasmus-uitgave (16) bevat de Querela Pacis uitgegeven door O. HERDING en de Ex Plutarcho Versa uitgegeven door A. J. KOSTER. O. Herding behandelt er uitvoerig de diverse edities van de Querela; voor wat de editie NK 2972 (B.B.E. 1328) betreft, dateert hij deze [1524]. De argumentatie is wat beknopt: From the state of wear of the border... p. 56.
(16) ERASMUS, Opera omnia ... ordinis quarta tomus secuudus, Amsterdam, 1977.
367. - J. BINN overliep een 550-tal latijnse boeken in Engeland gedrukt tussen c. 1550-1640 (17). Uit een 50-tal haalde hij deze gegevens die ons een beeld kunnen doen vormen over de drukkerspraktijken in die periode: vb. het aantal zetters per boek, rol van de drukker, drukproeven en verbetering, zetvarianten en soort, en dgl. meer. Kwamen daarvoor vooral in aanmerking de brieven van auteur en drukker... lectori, verzen, commentaar bij de errata, ... Deze teksten werden door de auteur vertaald en met commentaar voorzien. Op het einde bezorgt hij ons een beknopte (2 p.) maar zeer interessante Glossary of Printing Terminology.
(17) James BINN, STC Latin Books: Evidence for Printing-House Practice in The Library, 1977, dl. 32, p. 1-27.
368. - J. PEETERS-FONTAINAS heeft nog de laatste hand kunnen leggen aan zijn supplement op de Bibliographie des impressions espagnoles des Pays-Bas méridionaux verschenen in 1965. Deze aanvullingen, mis au point par ANNEMARIE FRÉDÉRIC, verschijnen thans in de 55ste jaargang van De Gulden Passer (18). Zij zijn samengesteld volgens dezelfde beginselen als het basiswerk; de nieuwe nummers kunnen tussen de oudere indeling ingeschakeld worden. De beschrijving en de referenties zijn eveneens op dezelfde wijze als in het hoofdwerk. Achteraan heeft men een index (chronologisch) en een errata op het werk van 1965. Voor de 16de eeuw telt men ongeveer 30 aanvullingen.
(18) J. PEETERS-FONTAINES en A. M. FRÉDÉRIC, Supplément à la bibliographie des impressions espagnoles des Pays-Bas méridionaux 1965-1975 in De Gulden Passer, 1977, dl. 55, p. 1-66.
369. - Het boek van G. KRAUSE (19) gewijd aan de Ieperse humanist en theoloog Andreas Gheeraerdts Hyperius, professor te Marburg (1541-64), omvat drie delen. In een eerste deel vindt men er de tekst van de Oratio de vita ac obitu D. Andreae Hyperii door W. Orth op 27 feb. 1564 te Marburg gehouden. Krause maakte hiervan de vertaling vergezeld van een uitgebreide kommentaar. In een tweede iconografisch deel vindt men een overzicht met afbeelding van de 12 bekende portretten van Hyperius. De meeste zijn houtsneden of metaalgravuren maar er is ook een merkwaardige boekbandstempel bij. Het laatste deel bestaat uit een lijst, chronologisch gerangschikt, van al de werken van Hyperius. De beschrijving is beknopt maar van elke editie vermeldt Krause de diverse uitgaven en de vertalingen. Uitvoerig is de lijst van de bibliotheken en de localisatie van de vrijwel zeldzame uitgaven. De meeste drukken van Hyperius verschenen natuurlijk te Marburg en te Bazel, maar de Cosmographia van 1531, toen Gheeraerdts nog te Ieper was, zal wel in de Nederlanden met het schuiladres Haganoe, ... gedrukt geweest zijn.
(19) G. KRAUSE, Andreas Gerhard Hyperius. Leben - Bilder - Schriften, Tübingen, J. C. B. Mohr, 1977, viii-175 p.
370. - In een uitvoerige en wel gedocumenteerde bijdrage onderzoekt B. VAN SELM het leven en werk van de uit Gent afkomstige schoolmeester Gerard de Vivre (20). Achtereenvolgens behandelt hij de biografie, de Dialogues flamen-français, traictants du fait de la marchandise waarvan de laatste dialoog, de 22ste precies Vande Druckerije spreekt en de duits-franse edities van deze Dialogues. Nader wordt ingegaan op de 22ste dialoog die nauwe verwantschap vertoont met de aan Plantijn toegeschreven dialoog verschenen in 1567 (La première, ... ) en waarin eveneens over het drukproces gesproken wordt. Wellicht heeft G. de Vivre deze 22ste dialoog zelf niet aan zijn verzameling toegevoegd maar gebeurde dit op initiatief van de drukker-uitgever Jan (II) van Waesberghe. Volgt tenslotte een Checklist van de edities van al de werken van de Vivre. De beschrijving is voldoende om de diverse uitgaven uiteen te houden en de auteur vermeldt eveneens de plaats waar de exemplaren - meestal zeer zeldzaam - te vinden zijn. Ter aanvulling de signaturen van het Gents exemplaar vermeld onder 3a: A4 B-V8 X4, 4 ffn.g., 142 ffg., 284 pp.. 14 ffn.g.
(20) B. VAN SELM, The Schoolmaster Gerard de Vivre. Some bio-bibliographical observations, with particular reference to the dialogue "Vande Druckerye", in Quaerendo, 1977, dl. 7, p. 209-242.
371. - De lijst van J. BENZING (21) gewijd aan de duitse uitgevers uit de 16de en 17de eeuw is ook voor de Nederlanden nuttig. Wij vinden er niet alleen de uitgevers en boekhandelaars gevestigd te Emden, maar talrijke anderen die tijdens de 16de eeuw een rol gespeeld hebben in de wereld van de boekhandel in de Nederlanden.
(21) J. BENZING, Die deutschen Verleger des 16. und 17. Jahrhunderts. Eine Neubearbeitung, in Archiv fiir Geschichte des Buchwesens, 1977, dl. XVIII, kolom 1077-1280 (wordt vervolgd).
372. - B. DE GROOTE publiceert de tekst van een niet-gedrukte ordonnantie aanwezig op het Algemeen Rijksarchief te Brussel en gedateerd 10 juli 1540 (22). Zij vergelijkt deze tekst met de officiële publikatie van 22 september 1540, Beide teksten hebben betrekking op de verspreiding van ketterse boeken en veroordelen, op één uitzondering na, dezelfde drukken. Tot slot volgt een identificatie van de door de ordonnantie opgesomde werken.
(22) B. DE GROOTE, De overheid en het Gentse rederijkersfeest van 1539 in Jaarboek 1975, Deel 1, van de Koninklijke soevereine hoofdkamer van Retorica,"De Fonteine" te Gent, Gent, 1977, p. 105-117.
373. - Afbeeldingen van een zestiende eeuwse drukkersfamilie komen niet talrijk voor (23). Een schilderij van de hand van Pieter Pietersz, aanwezig in de Staatliche Museen in Oost-Berlijn, stelt de Amsterdamse uitgever Laurens Jacobsz en zijn gezin voor. De identificatie was mogelijk door de letters LVB op het doek afgebeeld. Dezelfde letters komen ook voor op de uitgeversvignetten van deze uitgever.
(23) R. E. O. EKKART, Het portret van een Amsterdamse uitgever en zijn gezin in Oud Holland, 1976, dl. 90, p. 15-19.
374. - In 1968 verscheen het eerste deel van de Belgica Typographica, het bezit van de Koninklijke Bibliotheek opnemend. In december 1977 volgde daarop een supplement. Fasciculus I, A-F, 4983-5821, die zowat 900 boeken opneemt (24). De kaft vermeldt de Sigla Bibliothecorum of de lijst van de bibliotheken die hun medewerking verstrekten of die door de opstelster nagezien werden. Deze bibliotheken, een 45-tal, zijn meestal van geringe betekenis voor de 16de eeuw en hun fonds is klein. Uit deze bibliotheken worden daarenboven slechts deze drukken vermeld die niet reeds opgenomen waren in deel I. De beschrijving bleef in grote lijnen dezelfde. Veranderden ietwat: de uitdrukking van het drukkersadres (par, apud, excudebat ...); het formaat nu aangegeven in mm (waartoe dit dient weten wij niet precies) en de paginering of foliëring. De indices zullen wellicht later verschijnen.
(24) G. GLORIEUX, Belgica Typographica 1541-1600, II, Fasciculus I, Nieuwkoop, B. de Graaf, 1977, 80 p. In mei 1978 ontvingen wij de tweede aflevering: Fasciculus 2, 5822-6612, Fu-Ra, p. 81-160.
375. - De universiteitsbibliotheek van Brnö bezit 887 drukken uit de 16de eeuw die door J. VOBR uitvoerig beschreven werden: auteur, meestal volledige titel, drukkersadres, formaat, bl., dikwijls signaturen, band en herkomst (25). Achteraan een alfabetisch drukkersregister, een drukkersregister per stad, een index op de banden, op de herkomst en nog een paar indices voor ons van minder belang. Het grootste aantal drukken is afkomstig uit Bazel, Frankfurt a.M., Keulen, Leipzig, Lyon, Parijs, Rome, Straatsburg en Venetë. Voor de Nederlanden vermelden wij: Antwerpen, een twintigtal (nr. 821 is waarschijnlijk een schuiladres, zie B.B.V. 150); Leiden, een viertal Plantijndrukken; Leuven, twee drukken (hiervan is E. du Tronchet, Lettres missives, J. Bogard, 1593 te vermelden) en een druk uit Luik, de J. Polancus, Directorium breve, H. Hovius, 1600.
(25) Catalogi librorum saec. XVI typis impressorum, qui in bibliothecis, quae ad Bibliothecam Universitatis Brunensis pertinent, asservantur. Composuit JAROSLAV VOBR VLADISLAV DOKOUPIL adiuvante, Bibliotheca Universitatis Brunensis, Brnö, 1977, viii-395 p., gestencild.
376. - In 1967 verscheen het handboek Emblemata uitgegeven door A. HENKEL en A. SCHÖNE. In 1976 volgde hierop een supplement (26) dat omwille van zijn uitvoerige bibliografie vermeld moet worden. Dit supplement, in folio-formaat, omvat een 160-tal bladzijden bibliografie waarvan de indeling echter wegens plaatsgebrek hier niet kan weergegeven worden.
(26) Emblemata. Handbuch zur Sinnbildkunst des xvi. und xvii. Jahrhunderts. Herausgegeben von A. HENKEL und A. SCHÖNE. Supplement der Erstausgabe, Stuttgart, J.B. Metzler, 1976, 217 p.
377. - De korte bijdrage van A. SCHOUTEET (27) gewijd aan P. Zoetaert omvat de uitgave van enkele archiefstukken en de lijst van 12 drukken. Enkele opmerkingen. P. Zoetaert is wellicht niet de enige drukker te Brugge rond die tijd. Van A. Janssuene is een druk bekend uit 1584 (Pointen ... Gent, U.B., Acc. 962) en deze figuur duikt weer op in 1603 met een Ordonnancie ... op stick vander peste van 13 oct. 1603 (by A. Janssuene, wonende inde Noortzantstraete inde Zwaene, 1603, Gent, U.B., 201 H 21). Nr. 2 de druk van N. Breydel is ook te Gent (M 2190, omvat 16 ff.n.g., of 32 p.). Nr. 3 onjuiste referentie. Nr. 5 is eveneens in Gent (Acc. 2462). Nr. 7 is te Gent (Gent. 8001). Nr. 8, de referenties van B.C.N. en Willaert gaan terug op Sommervogel, maar heeft deze wel de nederlandse vertaling zelf gezien? Nr. 10, hiervan 2 exemplaren te Gent (BL. 8398 en bis).
(27) A. SCHOUTEET, Documenten betreffende Brugse drukkers Pieter Zoetaert (°15...-+ 1610), in Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis ... te Brugge, Brugge, 1977, dl. 114, p. 155-161.
378. - Het artikel van G. HUYBENS over de te Leuven gedrukte geestelijke liedboekjes omvat een algemene inleiding en een lijst van te Leuven uitgegeven bundels welke geestelijke liederen bevatten (28). Van elke bekende druk geeft de opsteller de titel, het formaat, de paginering, het aantal liederen en één bewaarplaats. Eén druk is van vóór 1600, vijftien uit de 17de en zeven uit de 18de eeuw.
(28) G. HUYBENS, Over oude geestelijke liederen. Lijst van te Leuven gedrukte geestelijke liedboekjes, in Arca Lovaniensis, 1976, dl. 5, p. 299-312.
379. - In zijn onderzoek naar de verspreiding van Die evangelische Peerle - en de invloed van dit werk - heeft P. BEGHEYN (29) de eigendomsmerken nagegaan van de bewaard gebleven exemplaren van de negentien verschillende uitgaven. In de bijlage worden de circa 130 drukken chronologisch gegroepeerd naar taal en inhoud met vermelding van de bewaarplaats en de vroegere bezitters.
(29) P. J. BEGHEYN, De verspreiding van de evangelische peerle in Ons geestelijk erf, 1977, dl. 51, p. 391-421.
380. - Na een onderzoek gewijd aan de door de jezuïeten samengestelde embleemboeken in het duitse taalgebied, behandelt G. Richard DIMLER (30) thans deze verschenen in België. Een 75-tal zagen het licht in de Belgische provinciën. Het oudste (1587) is dit van Frans de Costere, het recentste (1710) dit van Frans Nerrincq. De bloeiperiode ligt tussen 1661-1670 met als drukkerscentrum Antwerpen. Bibliografische lijsten in de bijlage geven daarvan een duidelijk overzicht.
(30) G. Richard DIMLER, Jesuit emblem books in the belgian provinces of the society (1587-1710) Topography and themes, in Archivum historicum Societatis Jesu, 1977, dl. 92, p. 377-387.
381. - Door onderzoek van het archivalisch materiaal probeert J. D. BANGS (31) wat meer klaarheid te brengen in de problemen verbonden met de Leidse periode (1494-1506?) van de drukker H. Jansz van Woerden; nadruk wordt vooral gelegd op zijn woonplaats en zijn medewerkers.
(31) Jererny D. BANGS, Huych Jansz van Woerden's Leiden years in Quaerendo, 1977, dl. 7, p. 316-325.
382. - In 1972 verscheen het eerste deel van de kleine Renouard (zie onze kroniek nr. 67). Dit werk omvatte 1650 edities te Parijs verschenen tussen 1501-1510. Het tweede deel, 1511-1520, dat thans verschenen is omvat er een 2500tal (32). Het werk is opgebouwd volgens dezelfde beginselen als het eerste deel behalve de volgende verschillen. De nummering van de edities is nu doorlopend (herbegint niet meer opnieuw per jaar) en er wordt in bepaalde gevallen (eerder gering) een paleografische transcriptie van de eerste regel gegeven (verschillende edities van eenzelfde tekst met dezelfde datum - of zonder datum - bij dezelfde drukker verschenen). Op het einde vindt men een uitvoerig register van de auteurs en de anoniemen en een index van de drukkers en boekhandelaars (per stad, alfabetisch en chronologisch).
(32) B. MOREAU, Inventaire chronologique des éditions parisiennes du xvie siècle d'après les manuscrits de Ph. Renouard, II: 1511-1520, Parijs, 1977, 702 p.
383. - R. BREUGELMANS bespreekt de eerste drie publicaties van J. Cats (33). Het betreft twee Latijnse gedichten en een Disputatio allen te Leiden gedrukt.
(33) R. BREUGELMANS, De eerste publicaties van Jacob Cats (1593-1598), in Archief 1977. Mededelingen van het koninklijk zeeuws genootschap der wetenschappen, 1977, p. 212-219.
384. - A. BONY vergelijkt de houtsnede uit de Utopia-editie van T. More verschenen bij D. Martens te Leuven in 1516 (NK 1550), de eerste uitgave, met de houtsnede uit de derde editie verschenen te Bazel in 1518. Deze laatste houtsnede zou wellicht van Ambrosius Holbein zijn terwijl de ontwerper van deze uit de Martens-uitgave onbekend is (34).
(34) A. BONY, Fabula, Tabula: L'Utopie de More el l'image du Monde, in Etudes anglaises, 1977, dl. 30, p. 1-19.
385. - R. WATSON (35) bespreekt het privilegie gedateerd 7 juli 1579, door Philips II toegekend aan Marnix van St.-Aldegonde voor zijn vertaling van Het Boeck der Psalmen. Dit stuk bevindt zich in de Fuller Collection nu deel uitmakend van de University of London Library. De tekst wijst op een zekere belangstelling van Philips II voor deze belangrijke vertaling. De auteur onderzoekt verder in welke omstandigheden het boek verscheen en welke zijn betekenis voor de Nederlanden was.
(35) R. WATSON, The privilege for Philip van Marnix's Het Boeck- der Psalmen Antwerp 1580, and the translation of the Psalms into Dutch verse in the 16th century, in The Book Collector, 1978, dl. 27, p. 191-204.
386. - Auvermann und Reiss, Glashütten im Taunus. Katalog (sept. 1977). 35, M. Coignet, Instruction nouvelle ... touchant l'art de Naviguer, Ant., H. Hendrix, 1581, 4200 mark. Auktion 16, oct. 1977, 15, W. Rolevinck, Fasciculus temporum (ndl.), Utrecht, J. Veldener, 1480, Ca 1479. Auktion 17, april 1978, 11, Michael de Hungaria, Sermones tredecim uniuersales, Deventer, [R. Pafraet], 1491, Ca 1252.
387. - Van Gendt, Amsterdam. Veiling van 20 sept. 1977. 55, Bartholomaeus Anglicus, Vande eygenscappen der dingen, ... Haarlem, J. Bellaert, 1485, Ca 258, ff. 31, 162, 457 ont., 16.000 gulden. 216, Rolewinck, W., Fasciculus temporum, (ndl.), Utrecht, J. Veldener, 1480, Ca 1479, ff. 71, 185 ont., 8000 gulden. 328, Bonaventura pseud., Sermones de tempore et de sanctis, Zwolle, [P. Van Os], 1479, Ca 336, gerubriceerd te Elzeghem, 16.000 gulden.
388. - M. Hertzberger, Baarn, Cat. 284 (nov. 1977). 23, Johannes de Sancto Laurentio, Postillae Evaligeliorum, Brussel, [F.V.C.], 1480, Ca 1041, 9400 gulden. 32, N. Salicetus, Antidolarium animae, Delft, Ch. Snellaert, 1495, Ca 1498, 7000 gulden. Cat. 285 (april 1978), 1, Aesopus. Les fables ..., Ant. J. Bellere, A. Tavernier, 1561, 6000 gulden.
389. - N. Israel, Amsterdam, Cat. 19 (oct. 1977). 17, Amadis de Gaule, Le premier (-douzième) livre ... Ant, Ch. Plantin, 1560-61, 12 dln., 16.500 gulden. 148, Rolevinck, W., Fasciculus temporum (ndl.), Utrecht, J. Veldener, 1480, Ca 1479, 24.500 gulden.
390. - F. Knuf, Buren, Cat. 125 (oct. 77). 95, Philips II, Edictum de librorum prohibitorum ... met de Index, Ant., Plantijn, 1570, 8 ff. + 108 pp., 3250 gulden. 107, Karel V, Die catalogen, oft inventarissen vanden quaden verboden boecken ... met een edict ... Leuven, S. van Sassen, april 1550, 12 en 12 ff., (exemplaar Sepp), 4500 gulden.
391. - Kornfeld und Klipstein, Bern, Veiling van 9 juni 1978. 177, gekleurd blad afkomstig uit een blokboek uit de Nederlanden, de Biblia pauperum, met latijnse tekst.
392. - Lathrop C. Harper, New York, Cat. 228 (october 1977). 139 P. Martyr en Brocardus, Descriptio terrae sanctae ... De novis insulis repertis ... Ant., J. Steels, 1536, 12°, 48 ff. niet in NK, 750 dollar.
393. - M. Nijhoff, Standard Catalogue, sept. 1977. 169, J. Boutillier, Somme ruyrael, Ant., Cl. de Grave, 27 juni 1520, NK 481, 4500 gulden. 390, L., Guicciardini, Descrittione ..., Ant., W. Silvius, 1567, 4500 gulden.
394. - H. Schumann, Zürich, Cat. 512 (aug. 1977). 103, H. Holbein, Historiarum veleris instrumenti icones, Ant., J. Steels, 1540, NK 1102, 4350 Zw. Fr. Cat. 513 (nov. 1977). 143, Plato, Minos, Leuven, R. Rescius voor B. Gravius, 1531, NK 1730, 420 Zw. Fr.
395. - Sotheby, Londen. Werken uit de Broxbourne Library (John Ehrman). Het eerste deel van deze zeer belangrijke verzameling, gaande van Abbeville tot Lyon (de boeken zijn gerangschikt per stad), werd geveild op 14 en 15 november 1977. Wij kunnen hier slechts het voornaamste vermelden. Bij de prijs moeten 10 % kosten gevoegd worden. 6, Augustinus, Manuale de salute ..., Aalst, [J. van Westfalen en D. Martens, c. 1473], Ca 197, 7500 pond. 7, J. Chrysostomus, De providentia Dei, Aalst, D. Martens, 22 maart 1487, Ca 425, 2000 pond. 10, Libellus de modo confitendi et penitendi, Ant., G. Leeu, 28 jan. 1485, Ca 1129 (variant setting of colophon), 1700 pond. 11, Casus papales ..., Ant., G. Back, [na 1500?], Ca 401, 1600 pond. 12, Rosemondt, Confessionale, Ant., M. Hillen, 1519, NK 1821, 420 pond. 82, J. Damhouder, Patrocinium pupillorum, Brugge, H. Crocus, 1544, 2600 pond. 84, A. de Geilhoven, Gnotosolitos, Brussel, F.V.C., 25 mei 1476, Ca 830, M pond. 107, Thomas van Aquino, Incipit tituli questionii de XII quodlibet, Keulen, A. ter Hoernen, 1471, Voulliéme 493, Seventeenth century ownership inscription of the Rouge-Val Monastery at Brabant (Auderghem, Roodenclooster), 2400 pond. 108, Bartholomaeus Anglicus, De proprietatibus rerum, [Keulen, drukker van de Flores Sancti Augustini (J. Veldener), c. 1472), GW 3403, 34.000 pond. 130, J. de Turrecremata, Tractatus de venerabili sacramento, Delft, J. Jacobszoon van der Meer, [c. 1480), Ca 1695, 1500 pond. 131, Epistelen ende evangelien ..., Delft, [J. Jacobszoon van der Meer), 1481, Ca 691 (variant), Bibliotheca Elseghemensis, 1.200 pond. 132, Legenda aurea, Passionael ..., Delft, [Ch. Snellaert], oct. 1489, Ca 1765, 14.500 pond. 133, P. Berchorius, Liber Bibliae moralis, Deventer, R. Pafraet, 1477, Ca 286, 3.200 pond. 134, [Dionysius Cartusianus], Exhortationes ... Deventer, [R. Pafraet], 1491, Ca 719, 850 pond. 135, Boethius, De disciplina scholarium, Deventer, J. de Breda, 15 mei 1496, Ca 328, 480 pond. 136, Prudentius, Opera, [Deventer, R. Pafraet, niet na 26 april 14981, Ca 1456, BMC IX, 59, 750 pond. 137, Ordinarius congregationis Wyndesemensis, Deventer, A. Pafraet, 1521, NK 1649, 420 pond. 190, Boethius, De consolatione philosophiae, Gent, A. de Keysere, 3 mei 1485, Ca 322, 8.000 pond. 191, John of Hoveden, Carmen de passione domini, Gent, P. de Keysere, 24 april 1516, NK 1142, 3.000 pond. 192, Ordonnatië statuten permissië der K.M. van den gauden en zelveren penninghen cours, Gent, J. Lambrecht, [c. 1548], 700 pond. 193, Gesta romanorum, Gouda, G. Leeu, 23 aug. 1480, Ca 823, 9.500 pond. 194, Marco Polo, De consuetudinibus .... [Gouda, G. Leeu, c. 1484], Ca 1434, 18.000 pond. 206 G. Macropedius, Asotus evangelicus, ['s Hertogenbosch impensis G. van der Hatard? Mainz?], Joh. Schoeffer excudebat, 1541, 600 pond. 222, Thomas van Aquino, De humanitate Christi, Leiden, H. Heynrici, 4 juni 1484, Ca 1670, 1300 pond. 315, P. de Crescentiis, Liber ruralium comodorum, Leuven, J. van Westfalen, 9 dec. 1474, Ca 501, 3.000 pond. 316, Rolevinck, Fasciculus temporum, Leuven, J. Veldener, 29 dec. 1475, Ca 1478, 3.000 pond. 317, Cicero, De officiis, Paradoxa, De amicitia, Leuven, J. van Westfalen, [1483], Ca 438, Ca 445, Ca 433, of the Abbey of St. Alban, 2.200 pond. 318, P. de Rivo, Opus responsivum .. -, 2 ff. ont., Leuven, L. de Ravescot, [niet vóór 1488], Ca 1405, 1.800 pond. 319, Plutarchus, opuscula, Leuven, D. Martens, 1 mei 1514, NK 3755, 750 pond. 320, H. Amerotius, Compendium Graecae grammatices, Leuven, D. Martens, 15 oct. 1520, NK 195, 950 pond. Het tweede en laatste deel van de Broxbourne Library werd geveild op 8 en 9 mei 1978. 393, Eng. Cultrificis, Epistola de symonia vitanda, Nijmegen, [Drukker van de Cultrificis], 23 aug. 1479, Ca 514, 6.500 pond. 394, [Marnix van St.-Aldegonde?], Chronyc, Norwich, [A. de Solempne], 1579, STC 17450, 950 pond. 575, Statuti capituli Windesemensis, Den Hem bij Schoonhoven, Regulieren, 1508, NK 1950, 100 pond (3 ff. ont.). 584, Sielen Troest, a binding fragment, 1 f., [Sint Maertensdyk, P. Werrecorren, 14781, Ca 1543, 500 pond. 619, Pontanus, Singularia ... [Utrecht, Drukker van het Speculum, niet na 1472], Ca 1186, 8.000 pond. 620, Gregorius I, Omelie, ndl., [Utrecht, J. Veldener, 22 april 1479, Ca 854, 303 van de 312 ff., 1600 pond. 621, Rolevinck, Fasciculus temporum, (ndl.], Utrecht, J. Veldener, 14 feb. 1480, Ca 1479, 3.600 pond. 622, Otto van Passau, Het boeck des gulden throens, Utrecht, tC, 30 maart 1480, Ca 1342, 12.000 pond. 696, Bonaventura, Sermones ..., Zwolle, [P. van Os], 1479, Ca 336, 2.200 pond. 697, Ludolfus de Saxonia, Leven Ihesu ... Zwolle, P. van Os, 20 nov. 1495, Ca 1184, 9.500 pond. 698, Acciaiolus, Donatus, Hannibalis ...historie, Zwolle, H. Kempen, 14 mei 1502, NK 2225, 950 pond. Uit dezelfde bibliotheek, als gift aan de Cambridge University Library, twee drukken uit Schoonhoven (Den Hem): Leven ons Heren Jesu Christi van 28 feb. 1497 en de Oefeninghe vander Passien ... van 10 nov. 1497. Sotheby, veiling van 28 en 29 november 1977. 5186, Homerus, Ulyssea, ... [Venice, A. Manutius, 1504], Contemporary Flemish dark calf, each cover stamped in blind with two impressions of a panel (86 x 60 mm.) of eight animals in foliage surrounded by the legend Illumina oc[u]los meos / ne unq[uam] obdormia[m] in morte / ne quando dicat / inimic[us] meus p[rae] valui adversus eu[m] (Psalm 12, 4-5); the two impressions separated by an oblong panel of a stag hunt (28 x 86 mm.). The binding may be from Utrecht. 1.400 pond. 5386, Hordenanzas echas por los consules de la Naçion de Espanna residentes en esta Civdad de Brugas, ... Bruges, Pedro Clerico, 1568, Peeters-Fontainas 905bis, 600 pond. 5530, Cronike van Brabant, Antwerpen, R. van den Dorp, 28 feb. 1497, Ca 508, 203 van de 216 ff., 1.100 pond. Veiling van 24 april 1978. 62 Biblia pauperum, 15de eeuws blokboek in 't latijn, 37 ff. van de 40, [c. 1460, Noord-Nederland], Schreiber, IV, p. 3, poor condition, ingehouden. Veiling van 22 en 23 mei 1978: Spanish books printed in the Spanish Netherlands formed by the late J. Peeters-Fontainas. Deze veiling omvatte 544 nummers. (totale prijs 155.080 pond). Veiling van 12 juni 1978. 1. Alexandre de Villa Dei, Doctrinale, fragment van 2 ff. op perkament, [Utrecht, Drukker van het Speculum, c. 1470-1471], GW 936, Ca 98, 3.000 pond. 8 Biblia pauperum, [Nederlanden, vóór 1470), slechte toestand, weerhouden.
396. - Tulkens, Fl., Brussel, april 1978. Jacobus de Voragine, Passionael, 2 dln., Ant., H. Eckert van Homberch, 1505, NK 1193.
397. - Buiten catalogus. Costuymen uuette / ende Usantien vande steden en Casselrie van Cassele. / houtsnede. Gheprent Typre by Ants va[n] Volde[n]. / In fine: Gheprent Typre by Anthonis van Volden inden Pellicaen, ghezworen Drucker der Coninclicker M. Anno 1572. Merk. In 8°. Deze tot op heden volledig onbekende druk van A. van Volden (waarvan slechts 3 drukken bekend), bevat niet alleen de tekst van de Costuymen van Cassele zoals die verscheen in 1534 bij P. de Keysere te Gent (NK 630), maar Van Volden gebruikte tevens dezelfde houtblok (zonder de randen) op de titelbladzijde als de Keysere (zie afbeelding in Gent Duizend Jaar kunst en cultuur, deel II, afb. 4.

Go Top
     
     
Over deze site   Home page: www.boekgeschiedenis.be
Ontwikkeling © Johan Hanselaer
Laatste aanpassing: