Kroniek


1981-1982

 
     
     
VWB
Overzicht
 
423. - Om geïnformeerd te blijven over wat er op het gebied van de geschiedenis van het gedrukte boek verschijnt, is men in de eerste plaats aangewezen op de ABHB, waarvan de laatst verschenen jaargang 1976 is (1). Men kan ook zijn voordeel doen met de sedert 1976 verschijnende Wolfenbütleler Notizen zur Buchgeschichte (2). In de drie afleveringen die jaarlijks verschijnen, wordt een uitgebreid systematisch literatuur-overzicht geboden dat betrekking heeft op de geschiedenis van het boekwezen in het Duitse taalgebied. De Literaturberichte in het Gutenberg Jahrbuch (3), als selectieve kroniek opgevat maar niet beperkt tot het Duitse taalgebied, zijn evenmin te verwaarlozen. [E. C.-I.].
Zie ook nr. 450
(1) Annual Bibliography of the History of the printed Book and libraries. Volume 7: publications of 1976 and additions from the preceding years. Ed. H.D.L. Vervliet, The Hague-Boston-London, M. Nijhoff, 1978, x-329 p.
(2) Wolfenbütteler Notizen zur Buchgeschichte. Im Auftrage des Wolfenbütteler Arbeitskreises für Geschichte des Buchwesens herausgegeben von der Herzog August Bibliothek, 1, 1976-.
(3) Helmut URBAN, Buchdrück des 16. und 17. Jahrhunderts. Literaturbericht 1978-1979, in Gutenberg Jahrbuch 1980, p. 183-199.

424. - Ons artikel had geen andere bedoeling dan een uiterst beknopt overzicht te geven van de publikaties gewijd aan de drukkunst in de Nederlanden (België en Nederland) verschenen sedert 1945 (4). [J. M.].
(4) J. MACHIELS, L'histoire du livre dans les Pays-Bas et la Belgique d'aujourd'hui, in Revue française d'histoire du livre, 1979, p. 3-16.
425. - Het belang van de Bibliotheek ter bevordering van de belangen des boekhandels te Amsterdam, sedert 1960 in bruikleen overgegaan naar de Universiteitsbibliotheek, hoeft hier niet benadrukt te worden. Verheugen wij ons over het verschijnen van het achtste deel van deze catalogus, het werk van mevrouw Th. Jurres-van den Heuvel (5). De inhoud is als volgt : Fondscatalogi binnen- en buitenland (p. 1-112) alfabetisch en chronologisch gerangschikt; Antiquariaats- en magazijncatalogi binnen- en buitenland (p. 113-381) zelfde rangschikking; Catalogi van boeken-, prenten- en tekeningenveilingen per land, per naam en daarna de naamloze (p. 381-487). De rest van het boek (p. 488-602) bestaat uit zeer uitvoerige en zinvol gedetailleerde onderwerpsregisters. [J. M.].
(5) Catalogus der Bibliotheek van de Vereniging ter bevordering van de belangen des boekhandels te Amsterdam, Achtste deel Supplement-Catalogus 1932-1973, - Amsterdam, Universiteitsbibliotheek, 1979, (uitgegeven door B. DE. Graaf Nieuwkoop), x-602 p.
426. - De bibliografie van HOWARD-HILL over British bibliography and textual criticism (6), heeft uitsluitend op Engelstalige publikaties betrekking; zij is einde 1969 afgesloten. Vooral de afdelingen over bibliografie en tekstkritiek (nrs. 1-423) en over boekproduktie (nrs. 1993-6722) zijn hier voor ons van belang. [E. C.-I.].
(6) T. H. HOWARD-HILL, British bibliography and textual criticism; a bibliography, Oxford, Clarendon Press, 1979, xxvi-732 p. (Index to British literary bibliography, 4).
427. - Het boek van L. WOLF (7) gaat oorspronkelijk terug op een Habilitationsschrift in 1971 door de Neuphilologische Fakultät van de Universiteit Heidelberg aangenomen. Het materiaal en de kommentaar werden nadien aangevuld tot in 1977. Na een inleidend hoofdstuk waarin het onderwerp en de methode van werken worden uiteengezet volgt dan de eigenlijke Franstalige typografische woordenschat vanaf het begin tot ongeveer 1600. Alhoewel een groot deel van het vocabulaire afkomstig is uit het Französisches etymologisches Wörterbuch van W. VON WARTBURG kon de auteur toch heel wat nieuw materiaal bijvoegen of nauwkeurig dateren. Waarin bestonden de belangrijkste bronnen van haar werk? In de eerste plaats de gepubliceerde archivalia waarvan men dikwijls uittreksels vindt in de handboeken gewijd aan de geschiedenis van het ontstaan van de drukkunst (b.v. Mortet). Verder catalogi en bibliografieën van drukken (b.v. Baudrier); inventarissen van drukkers en van bibliotheken uit de 16de eeuw (b.v. Labarre); de briefwisseling van drukkers (b.v. de uitvoerige Plantijncorrespondentie) en de talrijke inleidende brieven die men in oude drukken vindt; het colofon en de privileges; de formuleringen van letterproeven; de drukkershandboeken met in de eerste plaats Les dialogues francois van Plantijn, enz. Uit deze bronnen haalde WOLF alle woorden die relevant waren voor haar onderwerp; de woorden, in chronologische volgorde gerangschikt, worden weergegeven in het oorspronkelijk zinsverband met duidelijke vermelding van de herkomst. Dit materiaal vormt natuurlijk slechts een keus maar is statistisch toch representatief voor de gebruikte woordenschat. Het kan, zoals bij de samenstelling van een woordenboek, later aangevuld worden naarmate nieuwe teksten opduiken. Dit is slechts de materiële kant van de zaak. Het wordt heel wat ingewikkelder wanneer wij naar de preciese betekenis van de woorden zoeken, wat ze voor een 16de-eeuwse drukker betekenden en hoe ze nu verstaan worden. En hier moeten wij bekennen dat tal van uitdrukkingen ons ontsnappen. Het is duidelijk dat een drukker toen niet over een zo'n preciese formulering beschikte als thans en dat de diverse werktuigen en handelingen van het drukproces niet overal in het Franssprekende taalgebied op dezelfde wijze aangeduid werden. Om nog niet te spreken over de benaming der lettersoorten en hun onderverdeling; definities en groeperingen waarin ook thans nog weinig uniformiteit heerst. Teneinde toch een zeker houvast te hebben heeft de auteur na elk woord de hedendaagse betekenis geschreven zoals ze die bij VON WARTBURG of in de Encyclopédie van 1751 gevonden heeft. Hier vragen wij ons af of deze steeds de oude betekenis dekt.
Eens haar materiaal verzameld heeft zij geprobeerd dit in diverse rubrieken onder te brengen wat wel enkele practische moeilijkheden bijbracht gezien dezelfde termen soms diverse betekenis hebben. Een eerste hoofdstuk slaat op het snijden en gieten van de letters. Zij veronderstelt, terecht of ten onrechte, dat er hierin een uniformiteit bestond zoals die beschreven is in het standaardwerk van RUPPEL over de techniek van Gutenberg. Maar bestond deze uniformiteit in het gietinstrument? Was dit van Gutenberg hetzelfde als dit van Plantijn, tenminste in de onderdelen? Zo onderzoekt ze op blz. 30-31 het woordje moule, onze handgietvorm of klemhaak; maar wat betekent precies de uitdrukking jetter en moule (molle) reeds geattesteerd vóór 1450? (zie ook p. 208 e.a.). Was er dan reeds sprake van een gietvorm of betekent dit gewoon een vorm, b.v. een houtblok waarmee men xylografieën drukte? Ook de uitdrukking formes impressoires (p. 39) blijft mij, niettegenstaande de voorbeelden, onbegrijpelijk. Ik geef toe dat het woordje forme, evenals lettres en caractères, moeilijk te systematiseren valt. De achtereenvolgende hoofdstukken behandelen verder de letters en de versieringen, de letter is hier het zichtbare gedeelte, wat op het papier komt, het letterbeeld; de schriftsoorten en de evolutie van bepaalde benamingen (de lettre françoyse of civilité, p. 71, werd toch heel wat meer dan voor reformatorische teksten bij ons gebruikt); de schriftgrootte gebaseerd op Plantijns indeling (was dit onderscheid tussen corps en beeldvorm toen reeds zo ontwikkeld?). Daarna volgen nog het zetten en de diverse instrumenten van de zetter, de pers en de drukgang. Ook voor dit technische gedeelte wordt RUPPEL, aangevuld met Plantijns handboekje, als basis genomen. Tenslotte volgen nog de correctie, de samenstelling van het boek (katern en formaat) en het drukkersberoep. Verder is er een uitvoerige bibliografie (het artikel van J. W. ENSCHEDÉ uit het T.B.B. van 1907 kon hier wel bijgevoegd worden) en een gedetailleerd register. In het geheel een degelijk en nuttig boek zoals er voor ons Nederlandstalig gebied nog steeds geen bestaat. [J. M.].
(7) Lothar WOLF, Terminologische Untersuchungen zur Einführung des Buchdrucks im französischen Sprachgebiet, Tübingen, M. Niemeyer Verlag, 1979, viii-250 p. DM 68. (= Beihefte zur Zeitschrift für romanische Philologie, Band 174).
428. - Uit het Gutenberg-Jarhbuch 1980 (8) kunnen wij de volgende bijdragen aanstippen nuttig voor onze kroniek. Norman F. BLAKE, Continuity and change in Caxton's prologues and epilogues: Westminster, p. 38-43, een voortzetting van zijn bijdrage in hetzelfde Jahrbuch in 1979 verschenen (zie vorige kroniek), behandelt de periode van de oprichting van zijn pers te Westminster. Irmgard BEZZEL, Sechs neu entdeckte Windmungsexemplare des Erasmus von Rotterdam und ihre Empfänger (p. 89-96), René HOVEN, Enseignement du grec et livres scolaires dans les anciens Pays-Bas et la Principauté de Liège de 1483 à 1600. Deuxième partie: 1551-1600 (p. 118-126) is eveneens de voortzetting van een bijdrage in 1979 verschenen. Albert LABARRE, Les catalogues de Balthazar Bellère à Douai, 1598-1636 (p. 150-154) behandelt het enig bekende exemplaar van de Thesaurus bibliothecarius sive cornu-copiae librariae Bellerianae door B. Bellerus in 1603 gedrukt. [J. M.].
(8) Gutenberg-Jahrbuch 1980, Mainz, Gutenberg-Gesellschaft, 1980.
429. - Achttien jaar na het verschijnen van de bibliografie van Maria-Elizabeth Kronenberg en negen jaar na haar overlijden, is het supplement op de lijst van haar geschriften bijzonder welkom (9). Het zijn stuk 4 en 5 van de Nederlandsche Bibliographie deel III, 24 artikelen en 29 boekbesprekingen. [E. C.-I.].
(9) D. SCHOUTEN, Supplement to the list of writings by Dr. M. E. Kronenberg, in Quaerendo, 9, 1979, p. 262-265.
430. - Uit de wereld van het boek is de titel van een reeks op het getouw gezet door uitgever Nico ISRAEL, en waarin Herman DE LA FONTAINE VERWEY een aantal in tijdschriften en andere werken verschenen artikelen bundelt (10). Tot nu toe zijn drie delen verschenen, elk met een eigen titel, waarrond de oorspronkelijke bijdragen werden gegroepeerd. Begrijpelijkerwijs heeft vooral deel 1, gewijd aan de zestiende eeuw, betrekking op de geschiedenis van het boek in de Zuidelijke Nederlanden : Pieter Coecke van Aelst, Hubertus Goltzius, de typografische schrijfboeken - om slechts deze onderwerpen te noemen. Delen II en III - resp. 17de en 18de eeuw - zijn meer op de Noordelijke Nederlanden gericht; zoals de titel van het derde deel, In en om de 'Vergulde Sonnewyser' laat vermoeden, is dit vrijwel geheel aan het huis Blaeu gewijd. De geschiedenis van het boek wordt door de auteur opgevat als "een onderdeel van de cultuurgeschiedenis" (uit de voorrede in deel I); dat zij daarenboven in een onovertroffen Nederlands is geschreven, maakt deze wetenschap tot een helder, levendig, boeiend betoog, waardoor ook de niet boekhistoricus baat bij zal vinden. [E. C.-I.].
(10) Herman de LA FONTAINE VERWEY, Uit de wereld van het boek, Amsterdam, N. Israel, 1975-. 1. Humanisten, dwepers en rebellen in de zestiende eeuw (1975, 160 p.). 2. Drukkers, liefhebbers en piraten in de zeventiende eeuw (1976, 190 p.). 3. In en om de" Vergulde Sonnewyser" (1979, 255 p.)
431. - Noch het uitstekend handboek van K. HAEBLER van 1925, noch het werk van C. BÜHLER worden door de nieuwe Inkunabelkunde van F. GELDNER (11) vervangen; wel worden bepaalde aspecten meer in het daglicht gesteld en een paar nieuwe onderwerpen toegevoegd. Beperken wij ons tot een kort overzicht van de inhoud. Hij begint met het onderwerp te omschrijven en een overzicht te geven van de incunabelkunde sedert de 15de eeuw. Vervolgens behandelt hij de technische aspecten en de nieuwe aanwinsten door de uitvinding der drukkunst bijgebracht. Dit deel, gewijd aan Gutenberg en de verspreiding der drukkunst in de 15de eeuw, hoort eigenlijk meer thuis in de geschiedenis van het gedrukte boek of van de drukkunst. Het volgende hoofdstuk is gewijd aan de letter (het snijden en gieten), de pers en de typologie. Hoe het gedrukte boek beïnvloed werd door het handschrift en hoe het zich daarvan langzamerhand losmaakte, wordt in het vijfde hoofdstuk geschetst (de illustratie, het colofon, de datering, het titelblad en het drukkersmerk worden uitvoerig met talrijke voorbeelden toegelicht). Hier bewijst de auteur zijn brede kennis, vooral van incunabelen uit Duitsland. Nieuw is een zevende hoofdstuk Die Inkunabelen im Rechtsleben waar de nadruk, het privilegie en de censuur worden besproken. Vervolgens behandelt hij de uitgeverij in de 15de eeuw, de boekhandel, de interne organisatie van een drukkerij en de boekbinderij. Merkwaardig en zeer uitvoerig is het elfde hoofdstuk Zur Literatur- und Geistesgeschichte waar de auteur nagaat wat gelezen, of beter wat gedrukt werd, in de 15de eeuw. Gans nieuw is het twaalfde hoofdstuk : Die Wiegendrücke in der Gegenwart. Hier behandelt de auteur de incunabelcatalogen en hun principes van opstellen evenals de incunabel als waardeobject (bibliofilie, antiquariaat). Verder de " nieuwe " incunabelen die opduiken en de facsimile-mode. Tenslotte volgt een uitvoerige literatuurlijst, een index en een twintigtal illustraties. [J. M.].
(11) Ferdinand GELDNER, Inkunabelkunde. Eine Einführung in die Welt des frühesten Buchdrucks, Wiesbaden, L. Reichert, 1978 (=1976), xii-288p.
432. - Van 26 tot 30 november 1979 heeft in de Deutsche Staatsbibliothek te Berlijn, DDR een "Internationale Fachtagung zu Fragen der Arbeit mit dem Gesamtkatalog der Wiegendrucke " plaatsgevonden, n.a.v. de vijfenzeventigste verjaardag van de " Kommission für den Gesamtkatalog der Wiegendrucke ". De opdracht die genoemde Commissie zich in 1904 tot doel stelde, nl. het met internationale samenwerking opbouwen en uitgeven van een wereldcatalogus van wiegedrukken, is zoals bekend door twee wereldoorlogen en de daaruit voortgevloeide politieke wijzigingen zéér in het gedrang gekomen. Van 1925 tot 1938 verschenen zeven banden en één aflevering van een achtste band; pas in 1972 kon de uitgave weer op gang gebracht worden. De moeilijkheden, voortspruitend uit het feit dat het hele werkapparaat van de GW in de DDR berust terwijl de grootste verzamelingen incunabelen in het Westen zijn, kunnen slechts met internationale samenwerking en steun overbrugd worden. Met deze bedoeling ging aan de eigenlijke Fachtagung een vergadering van het Rare Book Committee van de IFLA vooraf, dat vier aanbevelingen ter zake op haar programma heeft ingeschreven. De steun die van de Westerse landen (via de Unesco) wordt verwacht, bestaat voornamelijk uit het ter beschikking stellen van microfilmen en andere vormen van reproduktie, het bezorgen van vakliteratuur en het organiseren van fellowships voor bibliografen-incunabulisten.
Op de Fachtagung zelf waren een vijftigtal deelnemers, hoofdzakelijk incunabeldeskundigen, uit elf landen aanwezig. De onderwerpen van de veertien referaten die gehouden werden, betroffen problemen van methodische aard bij de redaktie van de GW, de GW als bron van de wetenschappelijke, culturele en druktechnische geschiedenis in de 15de eeuw, auteur en lezer van incunabelen. Ter gelegenheid van dit jubileum verscheen een speciaal nummer van het Zentralblatt für Bibliothekswesen, waarin door eenentwintig landen een bericht is bezorgd over de stand van het incunabelonderzoek en -catalogisering in de resp. landen
(12). De "Kommission für den GW" hoopt dat deze publikatie en het Colloquium zowel als de verbintenis van de IFLA een stimulans zullen betekenen tot verder incunabelonderzoek en tot een hechtere internationale samenwerking. [E. C.-I.].
(12) Der internationale Stand der Inkunabelkatalogisierung, in Zentralblatt für Bibliothekswesen, 93, 1979, Heft 10, p. 441-504.
433. - Naar aanleiding van de vijfenzeventigste verjaardag van de " Kommission für den Gesamtkatalog der Wiegendrucke " heeft E. HERTRICH van de Bayerische Staatsbibliothek een uitvoerig overzicht gepubliceerd in het Frankfurter Börsenblatt (13) van de stand van het incunabelonderzoek en -catalogisering in de Duitse Bondsrepubliek. Het is een evaluatie geworden van alles wat in het verleden is geschied, op dit ogenblik gebeurt en in de toekomst moet ondernomen worden. [E. C.-I.].
(13) Elmar HERTRICH, 75 Jahre Gesamtkatalog der Wiegendrucke; zur Erschliessung deutscher Inkunabelsammlungen seit der Jahrhundertwende, in Börsenblatt für den deutschen Buchhandel, Frankfurter Ausgabe, 1979, Nr. 87, Aus dem Antiauariat 10, p. A345-354.
434. - Nadat in 1978 het Supplement op POLAINS vierdelige incunabelcataloog verschenen was (zie in deze Kroniek nr. 400), besloot uitgever Fl. TULKENS een anastatische druk van het geheel op de markt te brengen. Dit is inmiddels gebeurd (14), in 1979, met vermelding evenwel van het jaartal 1978. In het eerste deel is een studie opgenomen van Georges COLIN, M.-Louis Polain ou l'incunabuliste malgré lui, p. III-XLVI. Aan de hand van talrijke brieven door Polain nagelaten hangt de auteur een portret op van de mens Polain, dat weliswaar niet steeds even vleiend is, maar waaruit blijkt hoe Polain door omstandigheden van velerlei aard a.h.w. gedreven is tot de uitwerking van het project, die bovendien niet altijd van een leien dakje is gelopen. [E. C.-I.].
(14) M.-L. POLAIN, Catalogue des livres imprimés au quinzième siècle des bibliothèques de Belgique. Réimpression de l'édition originale de 1932, Bruxelles, Fl. Tulkens, 1978, 5 vol. 11.000 BF.
435. - In juli 1980 verscheen het eerste deel van de "Catalogue des incunables conservés dans les bibliothèques de la région Nord et Pas-de-Calais", gewijd aan het bezit van de stadsbibliotheken van Atrecht, Sint-Winoksbergen, Rijsel en Valenciennes (15), waarbij de twee eerste samen behandeld zijn, de twee laatste elk afzonderlijk. De 451 notities, van het Goff-type, zijn doorlopend genummerd, maar het is dus zaak niet uit het oog te verliezen dat men de auteurs en de anoniemen in drie opeenvolgende alfabetische reeksen moet opsporen. Er is immers geen auteursregister, wel een register op drukkers en boekverkopers en een op de herkomsten. Behalve de verkorte titel bestaan de notities uit de voornaamste bibliografische verwijzingen, de opgave van de eigendomsmerken en ev. de vermelding van een band uit de 15de of 16de eeuw, verluchting, of onvolledig exemplaar. Eén zesde zijn wiegedrukken uit de Nederlanden : 54 uit het Zuiden, waaronder Mansion, Van der Goes en Van Westfalen de spits afbijten, en 25 uit het Noorden, waartoe ook nog een produkt van de prototypografie valt te rekenen. Eén Nederlandse druk (Polain 397) blijft ongedetermineerd. Een eenvoudig uitgevoerde maar nuttige catalogus. [E. C.-I.].
(15) Frédéric BARBIER & Jean DEGENNE, Bibliothèques municipales d'Arras, de Bergues, Lille, et Valenciennes, Lille, Bibliothèque municipale / Association des bibliothécaires français, groupe Nord, 1980, IV-107 p. (= Catalogue des incunables conservés dans les bibliothèques de la région Nord-Pas-de-Calais, I).
436. - De Königliche Niederländische Botschaft in Bonn geeft, onder de algemene titel Nachbarn geregeld brochures uit over een gemeenschappelijk onderwerp uit het Nederlandse en het Nederduitse cultuurgebied. Zo verscheen in 1978 van de hand van H. J. LELOUX (16), als nr. 23 in de reeks, een bespreking van vijf werken in de Nederlanden ontstaan en die een voorbeeld zijn van de wisselwerking tussen beide gebieden. Twee Antwerpse drukken worden besproken: Paris ende Vienna, gedrukt door Geraert LEEU in 1488 en de Historie van die seven wise mannen van Romen in hetzelfde jaar door Claes LEEU gedrukt. [E. C.-I.].
(16) H. J. LELOUX, Mittelniederdeutsche, in den Niederlanden entstandene Manuskripte und Frühdrucke. Eine Übersicht über literarische Wechselbeziehungen zwischen den Niederlanden und Niederdeutschland, Bonn, Presse- und Kulturabteilung d. Kgl. Niederländischen Botschaft, 1978, 36 p. -In zover voorradig zijn deze brochures gratis te verkrijgen bij de Presse- und Kulturabteilung der Kgl. Niederländischen Botschaft, Strässchenweg, 10, DBR 53 Bonn 1.
437. - Net voor het afsluiten van deze kroniek verscheen de feestbundel Hellinga (17). Het initiatief om de boekhistoricus en bibliograaf Wytze Hellinga met een huldealbum te vieren, ging uit van de dagelijkse redactie van het tijdschrift Quaerendo. Drieënveertig bijdragen over boek en bibliografie in het Duits, Engels, Frans en Nederlands, zijn erin opgenomen, waarbij het accent valt op de 15de en de 16de eeuw. Vooraf gaat een lijst van Hellinga's geschriften op het gebied van het handschrift en het gedrukte boek, afgesloten einde 1978. Het woord vooraf is van Ernst BRACHES en het geheel is ingeleid door A. CROISET van Uchelen. Enkele onderwerpen geheel willekeurig uit de inhoudsopgave gegrepen zijn: Nederlandse incunabelen in Stuttgart (P. AMELUNG), Dirk Martens (D. COQ), de Delftse bijbel (A. DEROLEZ), Gheraert Leeu (F. VANDEWEGHE), de incunabelen uit de abdij van Tongerlo (G. VAN THIENEN), de boekband in de Nederlanden (G. COLIN, M. FOOT), typografische schrijfboeken (A. CROISET VAN UCHELEN), en zoveel meer. Kortom, een boek dat een schat aan informatie over drukken en drukkers, letters en banden bevat. [E. C.-I.].
Zie ook nr. 848
(17) Hellinga Festschrift/Feestbundel/Mélanges. forty-three studies in bibliography presented to Prof. dr. Wytze Hellinga on the occasion of his retirement from the Chair of Neophilology in the University of Amsterdam at the end of the year 1978, Amsterdam, N. Israel, 1980, xxvii-576 p. 175.- fl.
438. - In de Nationale Bibliotheek in Boedapest wordt al jaren lang door Gedeon BORSA materiaal verzameld voor een Clavis typographorum, een nomenclatuur van 16de-eeuwse drukkers. Thans liggen de twee delen voor van de Italiaanse clavis (18), een repertorium van al de drukkers en uitgevers die vóór 1601 in het gebied dat thans ltalië heet, werkzaam waren. Het hoofdgedeelte bestaat uit een alfabetische namenlijst (Tomus I), een chronologische lijst en een alfabetische naar drukplaatsen, gevolgd door zes appendices waarvan de laatste een bronnenopgave is (Tomus II). De hoofdvorm wordt gevolgd door de aanduiding van plaats en duur van de werkzaamheid van elke drukker. Er zijn talrijke verwijzingen van variante vormen naar de hoofdvorm, waarbij een aantal in de inleiding uiteengezette kriteria doorslaggevend zijn geweest. De auteur stelt een algemene Clavis in het vooruitzicht die de hele drukkers- en uitgeverswereld vóór 1601 nominatim moet vastleggen. Intussen zijn aanvullingen en opmerkingen op de Italiaanse Clavis bij de auteur welkom. Hierbij wordt vooral gedacht aan de moeilijkheden bij drukkers wier activiteit tot in de 17de eeuw heeft voortgeduurd; hier schoot het bronnenmateriaal te kort. De Clavis belooft een nuttig werkinstrument te worden voor allen die met het boek in de 16de eeuw te doen hebben. [E. C.-I.].
(18) Gedeon BORSA, Clavis typographorum librariorumque Italiae 1465-1600, Aureliae Aquensis, V. Koerner, 1980, 2 vol.; 356 + 469 p. (= Bibliotheca Bibliographica Aureliana, XXXV, LXXXV).
439. - Met de 30ste aflevering wordt het Répertoire bibliographique des livres imprimés en France au seizième siècle (19) voltooid. Zij bevat de tafels, drie in getal : alfabetisch naar drukplaats, naar drukkers, en naar auteurs en titels van anonieme werken. Met uitzondering van Parijs, Lyon, Straatsburg, Caen en Rouen, zijn alle andere Franse drukkersplaatsen uit de zestiende eeuw in deze bibliografie opgenomen; zij vertegenwoordigen 9.600 edities, beschreven naar bestaande exemplaren of naar verwijzingen in de literatuur. Van de steden die ook voor de geschiedenis van de boekdrukkunst in eigen land niet zonder belang zijn, weze slechts Douai en Valenciennes vermeld. In de uitgebreide literatuurlijst vindt men, onder de verkort geciteerde vorm, de volledige opgave van de in de bibliografie geciteerde verwijzingen. [E. C.-I].
(19) Répertoire bibliographique des livres imprimés en France au seizième siècle, 30e Livraison: tables, Baden-Baden, Valentin Koerner, 1980, 221 p. Bibliotheca Bibliographica Aureliana, LXXVIII).
440.- In de loop van de eerste helft van 1980 is deel II van de Belgica Typographica (20) voltooid. Het bevat zes afleveringen, gaande van nrs. 4983 tot 7739 ofte 2756 nieuwe beschrijvingen. Twee registers ontsluiten de inhoud: in een eerste zijn samengebracht alle auteurs,"editors", vertalers, personen tot wie een opdracht is gericht, illustratoren, cartografen, componisten, drukkers en uitgevers; het tweede is de Index topographicus, opgesteld volgens het vroegere schema : stad, drukker, drukjaar, verkorte titel.
Het Supplementum (58 bladzijden) bevat opgave van aanvullende exemplaren bij nummers van in deel I beschreven edities; tot slot zeven bladzijden corrigenda. Behalve de nieuwe aanwinsten van de Koninklijke Bibliotheek, zijn de collecties van 45 grotere en kleinere bibliotheken onderzocht. [E. C.-I.).
(20) Geneviève GLORIEUX, Belgica Typographica 1541-1600. Catalogus librorum impressorum ab anno MDXLI ad annum MDC in regionibus quae nunc Regni Belgarum partes sunt, II, Nieuwkoop, B. de Graaf, 1977-1980, xx-495 p. Prijs 495, - fl. (= Nationaal Centrum voor de Archeologie en de Geschiedenis van het Boek, II, 2).
441. - De catalogus die Marius VAN MAANEN samenstelde omvat alle boeken - 588 nummers - gedrukt vóór 1601 die aanwezig zijn op de bibliotheek van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen te Amsterdam (21). De drukken werden beschreven volgens de regels van de Handleiding voor de medewerkers aan de Short Title Catalogue Nederland (zie in deze Kroniek nr. 353). Behalve de plaatssignatuur worden ook enkele bibliografische referentiewerken aangeduid. Er is verder een uitvoerig Index of printers, een List of places with printers, een Index of places (without printers), een Index of years en een index van persoons- en plaatsnamen. [J. M.].
(21) Marius A. VAN MAANEN, Catalogue of books printed before the seventeenth century now in the Library of the Royal Netherlands Academy Arts and Sciences, . Amsterdam, North-Holland Publishing Company, 1979, xi156 p.
442. - De Aberdeen University Library bezit een 4226 boeken op het vasteland gedrukt tussen 1501 en 1600. Van dit fonds heeft H. J. H. DRUMMOND een Short-Title Catalogue (22) opgesteld. Als model van beschrijving werden de STC catalogen van de British Library genomen met enkele geringe afwijkingen (zo werd b.v. de herkomst aangeduid). Het boek heeft verder een uitvoerige Index of printers and publishers (p. 219-272) gevolgd door een geografische index (p. 272-287) en een Index of provenances (p. 289-310). Drukken uit Antwerpen en Leuven zijn goed vertegenwoordigd [J. M.].
(22) H. J. H. DRUMMOND, A short-title catalogue of books printed on the continent of Europe, 1501-1600, in Aberdeen University Library, Aberdeen, University, 1979, xii-314 p.
443. - Op de STCN werd reeds vroeger in onze kroniek (nr. 353) de aandacht gevestigd. Een voorbeeld van uitwerking volgens deze regels vindt men in de catalogus van de boeken gedrukt te Hoorn vóór 1701 (23). Het boek vangt aan met een in het Engels en in het Nederlands opgesteld overzicht van het STCN-project en de regels volgens dewelke de Hoornse drukken beschreven werden. De eigenlijke catalogus beschrijft 322 edities, de gekende produktie van deze kleine stad waar de drukkunst circa 1580 een aanvang nam. Het werk heeft bovendien een Index of printers and publishers at Hoorn gevolgd door een chronologische lijst; een Index of printers and publishers outside Hoorn en een Index of personal names and of geographical names. [J. M.].
(23) J. A. GRUYS and C. DE WOLF, A Short-Title Catalogue of Books printed at Hoorn before 1701. A Specimen of the STCN. With an English and Dutch Introduction on the Short-Title Catalogue, Netherlands, Nieuwkoop, B. de Graaf 1979, 125 p., 65, - fl. (= Bibliotheca bibliographica Neerlandica, XII).
444. - Ongeveer gelijktijdig verscheen te Amsterdam een andere catalogus van boeken te Hoorn gedrukt (24), niet als een stadsbibliografie opgevat, maar als een bibliotheekcatalogus. Waarmee het eerste grote verschil met de hierboven besproken uitgave in het licht treedt. Het tweede grote onderscheid is de wijze van bewerken. Inderdaad, deze catalogus is geheel met behulp van de computer tot stand gekomen. Hiervoor werd in de UB Amsterdam het MARC II format van de Library of Congress, volgens welk systeem de UB haar catalogus automatiseert, verder ontwikkeld, tot men de mogelijkheid had een catalogus van oude drukken via 24 registers te ontsluiten. Als proef werd de collectie Hoornse drukken (213 nummers) uitgekozen, in overleg met de STCN-ploeg uit Den Haag. Van methodologisch standpunt uit is het bijzonder interessant beide publikaties naast elkaar te leggen. [E. C.-I.].
(24) Marja KEYSER, De computer als hulpmiddel bij bibliografische ontsluiting: catalogus van Hoornse drukken 1591-1718 in de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam, Amsterdam, Universiteitsbibliotheek, 1979, 116 p. Niet in de handel (= Speciale catalogi, Nieuwe Serie, 12).
445. - Zo er nog altijd geen volledige Erasmusbibliografie bestaat, is ons de laatste tijd toch belangrijk bibliografisch materiaal geboden. Er werd herinnerd aan de catalogus van de UB Gent door J. Machiels (zie in deze Kroniek, 1979, nr. 415), waarin de rubriek Erasmus bijzonder omvangrijk is. In het raam van de werkzaamheden aan het "Verzeichnis der im deutschen Sprachgebiet erschienenen Drucke des 16. Jahrhunderts ", heeft Irmgard BEZZEL van de Bayerische Staatsbibliothek een nevenonderneming op het getouw gezet, waarvan het resultaat nu in een fraai boekdeel voorligt (25) : al de Erasmusdrukken aanwezig in de Beierse bibliotheken (een zeventigtal), bibliografisch beschreven, mèt opgave van de eigen kenmerken van het exemplaar. De belangrijkste inbreng op bibliografisch gebied ligt vnl. in de edities uit het Duitse taalgebied, terwijl de "Rezeptionsgeschichte " van meer dan zuiver bibliografisch belang is. Deze catalogus, die terzelfdertijd een bibliografie wil zijn, vertoont een opvallend kenmerk : nergens is ook maar één verwijzing te vinden naar een bestaande bibliografie - waarbij speciaal aan de Bibliotheca Belgica wordt gedacht -, ook niet wanneer die meer informatie biedt dan Bezzels beschrijving. De klassering van E.'s werken is alfabetisch naar de titel van de eerste uitgave (en niet naar de meer gebruikelijke rangschikking van Vander Haeghen), wat in enkele gevallen wel praktische moeilijkheden bij het raadplegen voor gevolg heeft. Er zijn vijf registers. De uitvoering van het geheel is bijzonder goed verzorgd. [E. C.-I.].
Zie ook nr. 568
(25) Irmgard BEZZEL, Erasmusdrucke des 16. Jahrhunderts in Bayerischen Bibliotheken. Ein bibliographisches Verzeichnis, Stuttgart, A. Hiersemann, 1979, xi-565 p. Gebonden, 360, - DM; reeksprijs 298, - DM. (= Hiersemanns Bibliographische Handbücher, l).
446. - U. Kopp ontdekte in de Herzog August Bibliothek Wolfenbüttel een Nederlandstalige Lutherdruk, zijn Deuteronomiumcommentaar, die onbekend was gebleven aan KRONENBERG en VISSER (26). Hij onderzocht dit boekje uitvoerig naar inhoud en type en wijst op de grote gelijkheid ervan met een andere, eveneens aldaar aanwezige Nederlandstalige Lutherdruk, Een Christelijke wtlegginghe op die Propheet Jona. Zoals voor talrijke andere dergelijke Lutherdrukken is het bepalen van datum en drukker niet eenvoudig. Antwerpen, circa 1525-1530, lijkt hem de meest waarschijnlijke oplossing. [J. M.].
(26) Ulrich Kopp, Ein unbekannter und andere niederländische Lutherdrucke von ca. 1528 in der Herzog August Bibliotheek Wolfenbüttel, in Wolfenbütteler Notizen zur Buchgeschichte, 4, 1979, p. 47-53.
447. - In 1978 en 1979 verscheen resp. het eerste en het tweede deel van de beredeneerde catalogus van het grafisch werk der gebroeders WIERIX (27); het derde en laatste deel is ter perse. Deze nieuwe "Alvin" bevat het resultaat van jarenlang stelselmatig gevoerde opsporingen in talloze binnen- en buitenlandse musea en bibliotheken, en van een nauwgezet onderzoek van het hele oeuvre van Johannes, Hieronymus en Anton WIERIX. Niet enkel de losse bladen (een tweeduizendtal) in al de verschillende staten en kopieën zijn in aanmerking genomen, ook de boekillustratie. Aan de, meestal Plantijnse, uitgaven van het einde der 16de eeuw, zijn een driehonderdtal notities gewijd. Wie zich aan het geïllustreerde boek van het einde der 16de eeuw in Antwerpen interesseert, kan aan dit standaardwerk niet meer voorbijgaan. Een groot aantal reprodukties, meestal sterk verkleind, is als werkinstrument aan het eind van elk deel toegevoegd. [E. C.-I.].
Zie ook nr. 512
(27) Marie MAUQUOY-HENDRICKX, Les estampes des Wierix, conservées au Cabinet des estampes de la Bibliothèque royale Albert Ier. Catalogue raisonné, enrichi de notes prises dans diverses autres collections, Bruxelles, Bibliothèque royale Albert Ier, 1978-, xxxviii + xxij*-343 p. - Resp. 1000 en 1200 BF.
448. - Hoewel misschien niet van rechtstreeks belang voor de cartografen, is het artikel dat Werner WATERSCHOOT aan Ortelius' Theatrum wijdde (28), een meer dan lezenswaardig stuk. Er wordt ingegaan op de allegorische betekenis van de gegraveerde titelpagina en de bijhorende toelichtingen in verzen van Adolphus MEKERCHUS in het Latijn, Peeter HEYNS in het Nederlands en Gérard DU VIVIER in het Frans. [E. C.-I.].
(28) Werner WATERSCHOOT, The title-page of Ortelius' Theatrum Orbis Terrarum, in Quaerendo, 9, 1979, p. 43-68.
449. - De Inventaris van Almanakken en Kalenders (29) door F. VANDENHOLE samengesteld, beperkt zich tot deze publikaties die ofwel de woorden"almanak" of"kalender" in de titel dragen, ofwel een almanak of kalender bevatten. Uit de inleiding vernemen wij verder dat het werk 1509 titels bevat, waaronder 965 Belgische (472 Gentse en 169 Brusselse), 210 Franse en 123 Nederlandse. De Gentse almanakken met een totaal van 3083 volumes vormen natuurlijk de meerderheid : 182 zijn verschenen van 1545 tot 1699, 756 van 1700 tot 1799, 1366 van 1800 tot 1899 en 290 van 1900 af. De beschrijving, alhoewel summier gehouden, is toch voldoende : de titel, de samensteller of astronoom of wiskundige, de drukker, de jaren in het bezit van de Gentse Universiteit en het plaatsnummer. Er is tenslotte een index van de sterrekundigen, mathematici, auteurs en samenstellers van de almanakken evenals de namen van de personen in de titel vermeld. [J. M.]
(29) F. VANDENHOLE, Inventaris van Almanakken en Kalenders, Gent, Centrale Bibliotheek van de Rijksuniversiteit, 1979, 188 p. - 300 BF.

Go Top
Archives et bibliothèques de Belgique - Archief- en bibliotheekwezen in België, dl. LIII (1982), nr. 1-4 pp. 378-417: nrs. 450-582.
KRONIEK VAN DE BOEKDRUKKUNST
TOT 1700

- 9 -
Afgesloten op 31 december 1983
door
ELLY COCKX-INDESTEGE (Brussel) en
JEROOM MACHIELS (Gent)


Na een onderbreking van drie jaar is het de redactie van het tijdschrift Archief- en Bibliotheekwezen in België weer mogelijk met een nieuwe jaargang te verschijnen. Hierin is opgenomen de negende kroniek van de boekdrukkunst. Deze kroniek, in het leven geroepen door Jeroom MACHIELS, is jarenlang alleen door hem bezorgd. De rubriek over de boekenveilingen is sedert 1981 weggevallen. Overigens wensen wij ons, althans voorlopig, te houden aan de chronologische begrenzing tot 1700; methodologisch belangrijke publikaties uit later tijd worden kort gesignaleerd. De nummering van de notities is doorlopend.

450. - Na de Annual Bibliography of the History of the Book, waarvan jaargang 9 (publikaties van 1978) in 1982 is verschenen, en vooral na de Wolfenbütteler Notizen zur Buchgeschichte (cf. Kroniek nr. 423), is men enigszins verbaasd over het verschijnen van een nieuwe lopende bibliografie in Duitsland, Bibliographie der Buch- und Bibliothekgeschichte (B.B.B.) (1). Het zwaartepunt ligt hierbij op de Duitstalige gebieden. Inzover buitenlandse bijdragen thematisch of methodologisch van belang kunnen zijn, worden zij opgenomen. De lijst van geëxcerpeerde tijdschriften staat voorin, de monografieën zijn in de nationale bibliografieën opgespoord. In de inleiding worden de twee boven geciteerde bibliografieën niet vermeld. Onbekend? Het lijkt ons op zijn minst een beetje gebrek aan overleg en teveel van het goede. De eerste band bevat publikaties uit 1980 en 1981, de tweede uit 1982. [E. C.-I.].
Zie ook nr. 665
(1) Bibliographie der Buch- und Bibliothekgeschichte. Bearbeitet von Horst MEYER. Bad Iburg, Bibliographischer Verlag Horst Meyer, 1 (1982)-2 (1983). ISBN 3-923526-01-6 en 3-923526-02-4.
451. - H. Urban geeft een overzicht met een korte bespreking van de literatuur, verschenen in 1980-1982, die betrekking heeft op de boekdruk in de 16de en 17de eeuw. De kroniek (2) wordt ingedeeld per land; voor de Nederlanden is er nauwelijks één bladzijde. [J. M.].
(2) HELMUT URBAN, Buchdruck des 16. und 17. Jahrhunderts. Literaturbericht 1980-1982, in Gutenberg-Jahrbuch, 1983, p. 241-265.
452. - Het bekende Frankfurter Börsenblatt für den Deutschen Buchhandel publiceerde onder de titel Buchhandelsgeschichte van 1974 tot 1978 een bijlage. In hoofdzaak waren deze teksten overdrukken uit Archiv für Geschichte des Buchwesens, uitgegeven door de Historische Kommission van het Börsenverein (sedert 1956). Nu verschijnt sedert 1979 onder dezelfde titel Buchhandelsgeschichte een "Zweite Folge" (3) steeds als bijlage van het Börsenblatt maar enkel met oorspronkelijke bijdragen. Hoewel de titel de lading niet meer dekt - het onderwerp is inderdaad de geschiedenis van het boekwezen in de ruime zin - blijft de titel behouden wegens de bekendheid die hij al verworven heeft. Het blad zal op onregelmatige tijdstippen verschijnen maar jaarlijks ongeveer 200 bladzijden bedragen. Recensies krijgen een ruim aandeel. Het eerste nummer verscheen in 1979. Einde 1983 zijn er éénentwintig afleveringen verschenen. [E. C.-I.].
(3) Buchhandelsgeschichte. Herausgegeben von der Historischen Kommission des Börsenvereins des Deutschen Buchhandels e.V. Frankfurt a.M., II, 1 (1979), ill. (Beilage zum Börsenblatt für den Deutschen Buchhandel-Buchhandelsgeschichte, Zweite Folge, erscheint in unregelmässiger Folge). -DM. 35.00.
453. - Iedereen weet hoe nuttig, hoe onontbeerlijk soms, auctie- en boekhandelscatalogi zijn bij de bestudering van handschriften en drukken. Vaak weggeworpen na verloop van tijd, zijn zij, vooral de oudste, vrij zeldzaam. Naar analogie met Frits Lugts Repertorium van auctiecatalogi over kunst, heeft Jeanne Blogie in de Koninklijke Bibliotheek een parallelle onderneming op het getouw gezet voor het gedrukte boek. Hiervan plukken wij nu de eerste vruchten: een repertorium van Belgische catalogi aanwezig in de Koninklijke Bibliotheek (4). Het valt in twee delen uiteen: 1° de auctiecatalogi gerangschikt naar datum, 2° de prijs- of boekhandelscatalogi gerangschikt naar boekhandelaar of uitgever. De notities zijn bondig gehouden en worden afgesloten met de signatuur van het exemplaar in de K.B. Met dit eerste deel is een eerste stap gezet die moet leiden tot de ontsluiting van het hele bestand in België aan catalogi van gedrukte boeken. [E. C.-I.].
Zie ook nrs. 2779; 1147; 669
(4) Jeanne BLOGIE, Répertoire des catalogues de ventes de livres imprimés. 1. Catalogues belges appartenant á la Bibliothèque royale Albert Ier. Bruxelles, Fl. Tulkens, 1982, ix-890 kol. (Centre national de l'archéologie et de l'histoire du livre, 4). - BF. 3.800.
454. - De literatuur betreffende het onderzoek en de reproduktietechnieken van watermerken wordt alsmaar omvangrijker. De "Findbücher" van Gerhard Piccard, de inventarissen op het uitgebreide kaartsysteem in het Hauptstaatsarchiv te Stuttgart, volgen elkaar met snelle regelmaat op. Sedert 1980 beschikken wij over een hele reeks nieuwe motieven: werktuig en wapens, fabeldieren, kruis, blad-bloem-boom, lelie (5). [E. C.-I.].
(5) Gerhard PICCARD, Wasserzeichen Werkzeug und Waffen. Stuttgart, W. Kohlhammer, 1980, 2 vol. (= Die Wasserzeichenkartei Piccard im Hauptstaatsarchiv Stuttgart. Findbuch IX). - ISBN 3-17-005617-4 en 3-17-005618-2.>BR> IDEM, Wasserzeichen Fabeltiere: Greif, Drache, Einhorn. Ibid., 1980 (Findbuch X). - ISBN 3-17-005746-4.
IDEM, Wasserzeichen Kreuz. Ibid., 1981 (Findbuch XI). - ISBN 3-17-007109-2.
IDEM, Wasserzeichen Blatt-Blume-Baum. Ibid., 1982 (Findbuch XII). -ISBN 3-17-007562-4.
IDEM, Wasserzeichen Lilie. Ibid., 1983 (Findbuch XIII). - ISBN 3-17007756-2.
455. - Sedert 1980 verschijnt een jaarboek van de Internationale Vereniging van Papierhistorici (IPH). Hierin worden opgenomen studies over papiergeschiedenis die te lang zijn om in het Bulletin IPH-Information te worden opgenomen, en de congresverslagen. Tot nu toe zijn twee jaarboeken verschenen (6). In het tweede zijn onder meer een aantal artikelen in moeilijk toegankelijke Oosteuropese talen in een Westerse taal omgezet. [E. C.-I.].
(6) IPH Yearbook = IPH-Jahrbuch = Annuaire IPH. Yearbook of Paper history = Jahrbuch der Papiergeschichte = Annuaire de l'histoire du papier. Basle, IPH Edition, 1 (1980)-2 (1981), ill. - ISBN 3-85718-001-3 en 3-85718-002-1.
456. - Een oude techniek, nieuw aangewend bij het watermerkenonderzoek, is het wrijfsel. Over de toepassing ervan door Wolfgang Haupt, restaurateur bij de UB Marburg/Lahn in Duitsland, bericht Ir. Theo Gerardy (7), zelf onvermoeibaar vorser op dit gebied. Schrift en druk verschijnen niet op het wrijfsel; aan te bevelen is onder het blad papier een dunne aluminium- of staalplaat te leggen en het wrijfsel van de zeefzijde te maken. [E. C.-I.].
(7) Theo GERARDY, Abreiben-eine vorzügliche Methode zur Abbildung von Wasserzeichen, in IPH Information, 15, 1981, nr. 2, p. 48-51.
457. - Het cruciale probleem bij het watermerkenonderzoek, d.w.z. bij het identificeren en reproduceren (op welke wijze dan ook) van watermerken, ligt voornamelijk in de aanwezigheid van schrijf- of drukinkt op het papier. De betaradiografie is hier aan tegemoet gekomen, maar stuit op heel wat verzet: te langzaam en bijgevolg te duur, de onzekerheid over de al of niet gegarandeerde veiligheid voor de manipulator. Het onderzoek heeft intussen echter niet stil gestaan. Dank zij de jongste ontwikkeling op het gebied van de elektronenradiografie in de Bundesanstalt für Materialprüfung (Berlijn), liggen er nieuwe mogelijkheden open. Het papier met het te onderzoeken watermerk wordt tussen een loden folie en een Röntgenfilm gedrukt en gedurende enkele seconden, hoogstens minuten, aan de (behandelde) Röntgenstralen blootgesteld. Het resultaat is dat het wm. als een donkere lijn op lichte achtegrond verschijnt. Bij drukken kunnen veel loodfoliën gelijktijdig bestraald worden. Hierover berichten Eva Ziesche en Dierk Schnitger uitvoerig in het Archiv für Geschichte des Buchwesens (8), nu reeds drie jaar geleden. De werkwijze en de voordelen van het systeem worden overzichtelijk beschreven en aan de hand van een voorbeeld, de watermerken van het Catholicon van Mainz, 1460, geïllustreerd.
Aansluitend bij dit voorbeeld kan nog gelezen worden Gerhard Piccard, Das Mainz Catholicon von 1460 und seine Datierung, in Aus dem Antiquariat, Beilage Nr. 4 zum Börsenblatt des Deutschen Buchhandels, 30.IV.1982 en Theo Gerardy, Zum Stande der Catholicon-Datierung, in IPH Information, 17, 193, nr. 1, p. 2-7. [E. C.-I.].
(8) Eva ZIESCHE & Dierk SCHNITGER, Elektronenradiographische Untersuchungen der Wasserzeichen des Mainzer Catholicon von 1460, in Archiv für Geschichte des Buchwesens, 21, 1980, Lfg. 5/6, kol. 1303-1360, ill.
458. - De reproduktie van watermerken blijkt voor velen een uitdaging. Peter Amelung stelt in het Gutenberg-Jahrbuch een nieuwe techniek voor die door Joachim Siener (9) wordt uiteengezet. Lichtdruk, kontaktkopie, fotografische opname en xerokopie blijven beladen met schrift of druk; de betaradiografie, hoewel nu minder tijdrovend dan in het begin, blijkt toch niet geheel vrij van risico. Uitschakeling van schrift/druk en van radioaktiviteit, waren de doelstellingen van Sieners' onderzoek. Een fosforiserende emulsie achter het papier met watermerk bracht de oplossing. Het eindresultaat is aanzienlijk goedkoper dan de betaradiografie, bezit overigens dezelfde kwaliteiten. [E. C.-I.].
Zie ook nr. 669
(9) Peter AMELUNG, Die Abbildung von Wasserzeichen. Vorbemerkungen zur Beschreibung eines neuen Verfahrens, in Gutenberg-Jahrbuch, 1981, p. 97-98. Joachim SIENER, Ein neues Verfahren zur Abbildung von Wasserzeichen, in Ibidem, p. 99-102, ill.
459. - Niet enkel de watermerken, ook het papier wordt geanalyseerd. In het Department of Physics and Crocker Nuclear Laboratory van de University of California, Davis (10) wordt het onderzoek gevoerd met behulp van een stralenbundel heliumionen, afgekort tot PIXE analyse (Proton Induced X-ray Emission). Voorlopig geschiedt de toepassing op inkt en papier, beide zeer belangrijk m.b.t. datering van documenten. [E. C.-I.].
(10) T. A. CAHILL, B. KUSKO & R. N. SCHWAB, Analyses of inks and papers in historical documents through external beam pixe techniques, in Nuclear instruments & methods, 181, 1981, nog 1-3, 1-15 March, p. 205-208, ill.
460. - Wat brengt de cyclotron analyse van de inkt voor de studie van de incunabelen? In de eerste plaats zetten de auteurs (11) uiteen waarin die analyse bestaat om vervolgens over te gaan tot de resultaten. De methode zelf is "rapid, non-destructive and inexpensive". Het eerste resultaat van het onderzoek van een beperkt 'sample" van de 42-regel Bijbel was het ongewoon hoog, wellicht uniek, metaalgehalte van de inkt. Vindt men hierin een verklaring voor de zeer mooie bewaarde druk? Het tweede onderzoek was het verband te onderzoeken tussen de inkt (de metaalcompositie ervan) en de chronologie van de 42-regel Bijbel zoals deze door Schwenke werd opgesteld. Het derde onderzoek was de inkt van de 42-regel Bijbel te vergelijken met de inkt van andere incunabelen, in dit geval het Catholicon. Hier bleek het loodgehalte uiterst laag en naarmate de proeven gebeurden op recentere incunabelen (bv. de Koberger Bijbel) waren er nauwelijks nog sporen te vinden van lood of koper. Men geeft zich onmiddellijk rekenschap dat dergelijke onderzoekingen, op grotere schaal verricht, nieuwe perspektieven openen. [J. M.].
(11) Richard N. SCHWAB, Thomas A. CAHILL, Bruce H. KUSKO & Daniel L. WICK, Cyclotron Analysis of the Ink in the 42-Line Bible, in The Papers of the Bibliographical Society of America, 77, 1983, p. 285-315.
461. - Nadat Frans A. Janssen zich sedert 1974 naam heeft verworven met zijn uitgave van Van Cleefs handboek der boekdrukkunst, heeft hij ons nu verrast met een nog belangrijker boek: de teksteditie van een handschrift uit 1801, getiteld Beschrijving der boekdrukkunst door David Wardenaar (12). Het handschrift werd in 1952 door de Gemeentelijke Archiefdienst te Rotterdam verworven. Wardenaar, zelf letterzetter en meesterknecht, is hiermee de auteur van het oudste Nederlandse drukkershandboek. Aan de teksteditie met commentaar gaat een uitvoerige inleiding (ruim 100 bladzijden) vooraf: de overdracht van typografisch-technische kennis vóór 1800 in de ons omringende landen, een levensbeschrijving van de auteur, een ontleding van en een waardeoordeel over zijn werk. De tekstbezorger heeft deze uitgave, oorspronkelijk als proefschrift voor de Universiteit van Amsterdam verschenen, opgevat als een bijdrage tot de studie van de grafische technieken en van de analytische bibliografie. Een onmisbaar werkinstrument voor de bibliograaf. [E. C.-I.].
Zie ook nrs. 670; 1262
(12) Frans A. JANSSEN, Zetten en drukken in de achttiende eeuw: David Wardenaar's "Beschrijving der boekdrukkunst", 1801. Tekstverzorging, inleiding en aantekeningen. Haarlem, Joh. Enschedé en Zonen, 1982, 610 p., ill. - ISBN 90 70024 23 3.
462. - J.-F. Gilmont (13) wijdt een uitvoerig onderzoek aan de coördinatie van het werk in een drukkerij in de tweede helft van de zestiende eeuw (het zetten, de correctie en het drukken). Zijn uitgangspunt is niet langer de drukkershandboeken, noch het boek zelf of de drukkersarchieven maar de voorschriften (de wettelijke en de reglementen van de werkplaatsen). [J. M.].
(13) Jean-François GILMONT, Printers by the Rules, in The Library, Sixth series, 2, 1980, p. 129-155.
463. - H. de Kooker heeft kunnen aantonen dat, in tegenstelling tot wat Philip Gaskell beweert, in Nederland tijdens de 17de eeuw wèl per vorm is gezet. Hij doet dit aan de hand van de folio-editie van een Dordtse druk van Isaac Jansz Canin uit 1621 (14). [E. C.-I.].
(14) Henk DE KOOKER, Zetten per vorm in de Noordelijke Nederlanden in de zeventiende eeuw, in De letter doet de geest leven. Bundel opstellen aangeboden aan Max de Haan ..., Leiden, Vakgroep Nederlandse taal- en letterkunde, 1980, p. 126-137, ill. (Publikaties van de Vakgroep Nederlandse taal- en letterkunde, 9). - Fl. 23.00.
464. - W. Weisz(15) bestudeert de geschiedenis van de boekomslag of de schutbladen van het boek. Meestal onbedrukte vellen papier bij de incunabelen, die nadien door de binder zullen verwijderd worden, ziet men vanaf de 17de en 18de eeuw deze omslagen esthetische doeleinden nastreven (marmerpapier). Hij gaat de evolutie verder na tot op heden. [J. M.].
(15) Wisso WEISZ, Zur Entwicklungsgeschichte des Vorsatzpapier, in Gutenberg-Jahrbuch, 1983, p. 140-158.
465. - De tentoonstelling die in de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage plaats vond (16), richtte zich in eerste instantie op de meest luxueus versierde banden. Na een korte inleiding over de groei van de collectie en het aanstippen van de opmerkelijke banden begint de catalogus die 169 nummers omvat. Elk nummer maakt het voorwerp uit van een behoorlijke beschrijving met een korte commentaar. Inleiding en tekst zijn van de hand van Jan Storm van Leeuwen. Achtereenvolgens hebben wij tot 1600 44 nummers, en voor de volgende vier eeuwen zowat een dertigtal per eeuw. Nadien volgen de afbeeldingen van alle banden (meestal sterk verkleind maar toch duidelijk), de literatuur en de registers. [J. M.].
(16) Jan STORM VAN LEEUWEN, De meest opmerkelijke boekbanden uit eigen bezit. Catalogus van de tentoonstelling gehouden in de expositiezalen van de Koninklijke Bibliotheek 14 september-20 oktober 1983. 's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 1983, 171 p., ill. - ISBN 90-6259-050-0.
466. - Op het internationaal congres van de bibliofilie in 1979 sprak Mirjam Foot van de British Library over relaties tussen de boekband in de Nederlanden en Engeland op het einde van de vijftiende en het begin van de zestiende eeuw (17). Zij heeft aangetoond dat er enerzijds paneelstempels uit de Nederlanden in Engeland zijn ingevoerd en anderzijds invloed van de Nederlandse op de Engelse boekband is uitgegaan. Dit blijkt niet enkel uit de tekening van de stempels en het banddecor als geheel, maar is ook uit andere gegevens af te leiden als b.v. geschuinde berderen en de behandeling van de kapitaal of besteekband. [E. C.-I.].
(17) Mirjam M. FOOT-ROMME, Influences from the Netherlands on bookbinding in England during the late fifteenth and early sixteenth centuries, in Onzième congrès international de bibliophile [!] Bruxelles 21-27 septembre 1979. Communications éditées par Paul Culot et E. Rouir. [Bruxelles], Société royale des Bibliophiles et Iconophiles de Belgique, 1981, p. 39-64, ill.
467. - "Het oude boekenbezit in de bibliotheken; problemen en ontsluitingsmogelijkheden" was het thema van een internationaal congres georganiseerd in Reggio Emilia en Parma van 5 tot 7 december 1979 (18). De aanleiding was de herdenking Antonio Panizzi († 1879), geboren Italiaan maar onverbrekelijk verbonden met de geschiedenis van het British Museum. Buiten Italië zelf werd door verschillende sprekers de toestand ontleed voor Frankrijk, Engeland, Hongarije, België en Nederland. [E. C.-I.].
(18) Elly COCKX-INDESTEGE, Fonds anciens des bibliothèques: la situation en Belgique et aux Pays-Bas, in I fondi librari antichi delle biblioteche, Firenze, L.S. Olschki, 1981, p. 63-84.
468. - Naar aanleiding van het verschijnen van de catalogus van de verzameling Americana aanwezig in de Koninklijke Bibliotheek te Brussel, werd een tentoonstelling in de Nassaukapel georganiseerd die een selectie van 83 nummers uit de ± 8000 bood (19). Hieronder drukken van Dirk Martens met de brief van Chr. Colombus, met de Utopia van Th. More, incunabelen en talrijke uitgaven uit de Nederlanden. [E. C.-I.].
(19) a) Margaret Gale NICHOLSON, Catalogue of pre-1900 imprints relating to America in the Royal Library, Brussels. Millwood, N.Y.; Kraus; 1983, 3 vol. - ISBN 0-527-67200-9. - $ 230.00.
b) Margaret Gale NICHOLSON, Americana 1492-1886. Exhibit. Nassau Chapel, December 9, 1983 - Januari 7, 1984. Brussels, Bibliothèque royale Albert Ier = Koninklijke Bibliotheek Albert I, 1983, 50 p.,
469. - De tot driemaal toe geteisterde universiteitsbibliotheek te Leuven kon, vooral dankzij schenkingen van eminente geleerden waaronder Mgr. H. de Vocht († 1962), over voldoende goed en belangrijk materiaal beschikken om op het specifieke gebied van de Nederlandse letterkunde een boeiende en gevarieerde tentoonstelling (20) te organiseren. Handschriften, oude drukken waaronder verschillende emblemataboeken, om slechts dit te vermelden, zijn uitstekend beschreven en toegelicht. [E. C.-I.].
(20) Nederlandse letteren in de Leuvense Universiteitsbibliotheek. Catalogus van de tentoonstelling in de Universiteitsbibliotheek, 31 augustus-4 september, 4-22 oktober 1982. (Samenstelling en eindredactie: Marcus de Schepper). Leuven; afd. Nederlandse Literatuur en Volkskunde, Departement Literatuurwetenschap; 1982, 256 p., ill.
470. - Blijkbaar is toch niet alles teloor gegaan in de U.B. Leuven. Van de schenking S. Minns (Boston, Mass.) na WO ? zijn in ieder geval nu nog vier handschriften en ca. 200 oude drukken over. Hieruit is een aantal gekozen rond het thema dat de titel van een tentoonstelling en begeleidende catalogus is geworden (21). [E. C.-I.].
(21) Imago mortis. Preciosa uit de verzameling S. Minns in de Leuvense Universiteitsbibliotheek. Tentoonstelling ingericht naar aanleiding van het colloquium De dood in de Middeleeuwen, 21 mei-1 juni. [Leuven], Faculteit van de Wijsbegeerte en de Letteren, [1979], 27 p., ill.
471. - Naar aanleiding van een tentoonstelling over de heilige Jozef te Brugge verscheen een uitgave die eerder een inleiding tot het onderwerp is dan een eigenlijke catalogus (22). Hierin is paragraaf 15 gewijd aan "oude vlaamse drukken over Sint-Jozef", 15de-19de eeuw (p. 69-74, 88-89). Op p. 104-109 volgt een lijst van 94 drukken. Niettegenstaande de uiterst summier gehouden beschrijvingen, loont het toch de moeite hiernaar te verwijzen. [E. C.-I.].
(22) Sint-Jozef te Brugge. (Tentoonstelling 21 februari-1 maart 1981, Onthaalcentrum Bank Brussel-Lambert, Brugge). Brugge, Vrienden van Sint-Jozef, [1981], 120 p.
472. - Naar aanleiding van de grote Ruusbroectentoonstelling in de Koninklijke Bibliotheek te Brussel in 1981, publiceerde E. Cockx-Indestege een overzicht van Ruusbroecdrukken (23). Opvallend is het geringe aantal tekstedities van Ruusbroecs werken in de 15de en 16de eeuw. [E. C.-I.].
(23) Elly COCKX-INDESTEGE, Ruusbroecs werken in druk verspreid van de vijftiende tot de negentiende eeuw, in Vlaanderen, nr. 182-183, 1981, p. 176-80, ill.
473. - In Dutch Crossing, het tijdschrift uitgegeven door het Department of Dutch van Bedford College (University of London), verscheen in juli 1977 de Lijst van verkorte titels van boeken gedrukt in de Nederlanden en van Nederlandse boeken tot 1800 in Bedford College Library. Nu ligt voor ons het bezit aan Nederlandse boeken van de Dutch Church (Austin Friars) te Londen (24). Het is een summiere lijst, bedoeld om achteraf tot een degelijke catalogus te worden omgewerkt. De uitgave past in het grotere project om het hele oude Nederlandse boekenbezit in Londen buiten de British Library kenbaar te maken. [E. C.-I.].
(24) Karel BOSTOEN, Signalement van boeken gedrukt in de Nederlanden en van Nederlandstalige boeken vóór 1800 in de Dutch Church Library te Londen. Supplement to Dutch Crossing, Number 16, March 1982, 53 p.
474. - F. Wielant, de in 1441 te Gent geboren rechtsgeleerde, stelde op 20 april 1483 een Inventaris van minen boucken op. Deze catalogus, die berust in het Rijksarchief Kortrijk, wordt hier voor de eerste maal uitgegeven (25). De uitgave wordt voorafgegaan door een biografie van Wielant en een overzicht van de inhoud van de bibliotheek. Deze bestond uit 104 handschriften en 32 drukken. Na de tekstuitgave volgt een gedetailleerde identificatie van de 136 boeken. [J. M.].
(25) D. VAN DEN AUWEELE, G. TOURNOY en J. MONBALLYU, De bibliotheek van Mr. Filips Wielant (1483), in Lias, 8, 1981, p. 145-187.
475. - Cl. Sorgeloos (26) behandelt de geschiedenis en de inhoud van de bibliotheek van Karel van Lorreinen. [J. M.].
(26) Cl. SORGELOOS, La bibliothèque de Charles de Lorraine gouverneur-général des Pays-Bas autrichiens, in Revue belge de philologie et d'histoire, 60, 1982, p. 809-838.
476. - Het artikel van Rietbergen (27) is een analyse van de inhoud van een 17de-eeuwse bibliotheek. [J. M.].
(27) P.J.A.N. RIETBERGEN, The library of a Dutch country squire, Thomas Walraven van Arkel (1615-1694). A contribution to the study of Dutch aristocratic culture in the 17th century, in Lias, 9, 1982, p. 271-284.
477. - De immer aktieve Herzog August Bibliothek in Wolfenbüttel had in 1978 een "Arbeitsgespräch" georganiseerd over het onderwerp: boek en tekst in de 15de eeuw. Dit had dus betrekking zowel op het handschrift als op de druk. Aspecten als de typografische vormgeving, paleografie en paleotypie, papieronderzoek, eigendomsmerken, waren aan de orde. Uit de zestien referaten licht ik als algemeen methodologisch de belangrijkste: Gerhardt Powitz, Text und Kommentar im Buch des 15. Jahrhunderts, Paul Needham, Bibliographical evidence from the paper stocks of English incunabula, Peter Amelung, Methoden zur Bestimmung und Datierung unfirmierter Inkunabeln. Over de letter handelden Albert Derolez met zijn bijdrage over Die Italienischen Handschriften in Littera Antiqua und ihre Beziehungen zu den Italienischen Inkunabeln en Otto Mazal met Paläographie und Paläotypie. Zur Schriftgeschichte des 15. Jahrhunderts. De inmidddels overleden Frederick R. Goff behandelde in het algemeen de Characteristics of the book in the fifteenth century en Adriaan Offenberg bracht verslag uit over zijn Untersuchungen zum hebräischen Buchdruck in Neapel um 1490. Twee brilliante lezingen over een speciaal onderwerp waren die van A.?. Doyle over Early 15th-century copies of Gower's Confessio Amantis and Chaucer's Canterbury Tales en van David Rogers over A glimpse into Günther Zainer's workshop at Augsburg c. 1475. Severin Corsten belichtte de rol van de universiteit te Keulen in het boekbedrijf: Universität und Buchdruck in Köln. Versuch eines Uberblicks für das 15. Jahrhundert. Hans Lülfing raakte een typisch boekhistorisch verschijnsel aan: Die Fortdauer der Handschriftlichen Buchherstellung nach der Erfindung des Buchdrucks - ein buchgeschichtliches Problem. De geschiedenis van boeken vormt het onderwerp van Ian R. Willison: The treatment of notes of provenances and marginalia in the "Catalogue of books printed in the xvth century now in the British Museum" (BMC), terwijl het aspect receptie behandeld werd door Hans-Joachim Koppitz: Fragen der Verbreitung von Handschriften und Frühdrucken im 15. Jahrhundert en Ursula Altmann, Leserkreise zur Inkunabelzeit. Als toemaat gaf Dominique Coq toelichtingen bij de grote onderneming "La littérature imprimée en français au xve siècle": Les incunabels en langue française: problèmes de méthode pour une étude en cours. De organisatoren van dit symposium, Lotte Hellinga en Helmar Härtel, komt de grote verdienste toe codicologen en bibliografen samen rond de tafel te hebben gebracht. Bij herhaling kan hieruit slechts een vruchtbare wisselwerking groeien. De handelingen van dit driedaags symposium verschenen in 1981 (28). [E. C.-I.].
(28) Buch und Text im 15. Jahrhundert = Book and Text in the fifteenth century. Arbeitsgespräch in der Herzog August Bibliothek Wolfenbüttel vom 1. bis 3. März 1978. Vorträge herausgegeben von Lotte Hellinga und Helmar Härtel = Proceedings of a conference ... Hamburg, E. Hauswedell, 1981, 251 p., ill. (Wolfenbütteler Abhandlungen zur Renaissanceforschung, 2). -ISBN 3-7762-0206-8. - DM. 64.
478. - Begin 1981 gaf de Parijse antiquaar Pierre Berès een opmerkelijke catalogus (29) uit: 261 nummers waarvan handschriften (1-7), incunabelen (8-26) en latere drukken (zeer veel zestiende-eeuwse, verscheidene boekbanden). Oorsprong, herkomst of band van de exemplaren hebben meestal iets met de oude Nederlanden te maken en verschillende edities zijn unica. Wat de meer recente herkomsten aangaat, dient voornamelijk Generaal Willems te worden vermeld, wiens bibliotheek na zijn dood in 1957 naar de vier windstreken is verspreid, Berès heeft er een hele partij samengebracht die nu andermaal, her en der verspreid is, veelal met onbekende bestemmingen. De catalogus, overvloedig geïllustreerd, is een nuttig naslagwerk en een onmisbare schakel in de geschiedenis van de bibliofilie van ons land. [E. C.-I.].
(29) Pays-Bas anciens. Catalogue 71. Paris, [1981], 257 p., XIX pl.
479. - De bedoeling van de fraaie tentoonstelling in het prachtige Rijksmuseum Het Catharijneconvent te Utrecht was speciaal de aandacht te vestigen op het boekenbezit, afkomstig van twee bibliotheken, nl. van het Aartsbisschoppelijk Museum te Utrecht en het Bisschoppelijk Museum te Haarlem. Middeleeuwse handschriften en oude drukken gaven aldus een beeld van het religieuze boek. De begeleidende publikatie (30) is geen catalogus maar een bundeling van vier opstellen over de geschiedenis van de twee bibliotheken, liturgische boeken, de moderne devotie en het boek, de verluchting van een Utrechts getijdenboek. [E. C.-I.].
(30) Geschreven, gedrukt, versierd, verzameld. Boeken uit de bibliotheek van het Rijksmuseum Het Catharijneconvent. Utrecht, Rijksmuseum Het Catharijneconvent, 1982, 40 p., ill.
480. - F. Barbier (31) signaleert een onbekend exemplaar van de Latijnse Biblia pauperum opgedoken in de Stadsbibliotheek te Douai. Deze blokboekuitgave zou corresponderen met de editie beschreven door Schreiber in zijn Manuel, T. IV, p. 4, editie III. [J. M.].
(31) Frédéric BARBIER, Une édition xylographique á la Bibliothèque municipale de Douai, in Revue française d'histoire du livre, 1982, nr. 35, p. 187-188.
481. - De streek Champagne-Ardenne bezit 1795 incunabelen verdeeld over 17 bibliotheken. Hiervan zijn er slechts 41 van bij ons. Dit zeer kleine aantal verwondert voor een gebied dat toch aan België grenst. De auteur J.-M. Arnoult schrijft op p. 16: "La faible représentation des anciens Pays-Bas s'explique difficilement" .... Er zijn twee verklaringen volgens hem: een politieke maar vooral een geografische belemmering. Na de inleiding en een bibliografie volgt de catalogus van de incunabelen in alfabetische volgorde. Na elke beknopte titel met de belangrijkste gegevens volgt een uitvoerige bibliografische referentielijst. Tenslotte een drukkerslijst (per land en per stad), een index van drukkers en boekhandelaars, de concordantietabellen en enkele nuttige statistieken. Het laatste deel, niet het minst belangrijke, de Notes sur les bibliothèques champenoises (p. 357-457) is een geschiedenis van deze bibliotheken. Het boek heeft een 30-tal illustraties (32). [J. M.].
(32) Jean-Marie ARNOULT, Catalogues régionaux des incunables des bibliothèques publiques de France. Volume I: Bibliothèques de la région Champagne Ardenne. Bordeaux, Société des Bibliophiles de Guyenne, 1979, xi-457 p., ill. - FF. 230.
482. - Twee jaar na het verschijnen van de catalogus door J.-M. Arnoult is de reeks van Franse regionale incunabelcatalogi, ziet een nieuwe publikatie het licht (33): komen aan de beurt de bibliotheken van Béziers, Carcassonne, Lumel, Mende, Montpellier, Narbonne, Nimes, Perpignan. 507 Nummers, in de regel kort beschreven met opgave van repertoria en bezit, en een stel nuttige registers. Er is geen enkele wiegedruk uit de Nederlanden. [E. C.-I.].
(33) Martine LEFEVRE, Catalogues régionaux des incunables des bibliothèques publiques de France. Volume II: Bibliothèques de la région Languedoc-Roussillon. Bordeaux, Société des Bibliophiles de Guyenne, 1981, VIII-232 p., ill.
483. - Het rijke bezit aan incunabelen van de Bibliothèque nationale te Parijs wacht reeds lang op een stelselmatige ontsluiting. De centrale catalogus voor Frankrijk van Marie Pellechet en M.-L. Polain is, zoals men weet, onvoltooid achtergebleven (A-Gregorius). Intussen is het bezit aan Nederlandse incunabelen vastgelegd in een publikatie door G. Elliott-Loose (1976).
Sedert 1981 verschijnt nu een verkorte titelcatalogus bewerkt door een ploeg incunabulisten van de Bibliothèque nationale
(34). Om niet het reeds bestaande gedeelte van het alfabet over te doen, is men begonnen met de letter H en heeft men zich wijselijk tot het eigen bezit beperkt. De beschrijvingen geven in de regel een verkorte titel en een summiere collatie; daar tegenover staan de verwijzing naar repertoria, de verantwoording van toeschrijvingen, de eigenaardigheden van het exemplaar en de signatuur. Vier afleveringen zijn voor dit deel ?? voorzien (H-Z, + de Hebraica); deel I (A-G + de Xylographica) zal eveneens vier afleveringen bevatten; deel III zal de concordanties en de registers bevatten. [E. C.-I.].
Zie ook nr. 834
(34) Catalogue des incunables [de la] Bibliothèque nationale. (Préface: Alain GOURDON. Avant-propos et catalogue: Ursula BAURMEISTER, Annie CHARON-PARENT, Dominique COQ). Paris, Bibliothèque nationale, 1981-, ill. -ISBN 2-7177-1509-2 (Edition complète).
484. - In juni 1979 organiseerde de Scuola Vaticana di paleografia, diplomatica e archivistica een tweedaags seminarie gewijd aan "Scrittura, biblioteche e stampa a Roma nel Quattrocento. Aspetti e problemi". De uitgave van de handelingen door C. Bianca e.a. in 1980, bestaat uit twee delen. Het tweede deel (35) is een chronologisch gerangschikte bibliografie van 1828 Romeinse incunabelen, m.b.v. de computer gerealiseerd en in tabelvorm afgedrukt: ultra korte titels, repertoria en opgave van het bezit van de Vaticaanse Bibliotheek, taal, formaat, lettertype, illustratie, datum, drukker. [E. C.-I.].
(35) Indice delle edizioni romane a stampa, 1467-1500, a cura di P. CASCIANO, G. CASTOLDI, M. P. CRITELLI, G. CURCIO, P. FARENGA, A. MODIGLIANI. Cittá del Vaticano, 1980, xvi-286 p. (Littera Antiqua 1, 2). - ISBN 88-85054-005.
485. - De STC catalogus opgesteld door Rhodes beschrijft 1847 incunabelen aanwezig in een 30-tal bibliotheken te Oxford met uitzondering van het rijke fonds van de Bodleian (36). Voor elke incunabel vindt men er de belangrijkste gegevens typisch voor een STC catalogus. De beschrijving wordt aangevuld met de herkomst en een beknopte nota van de band. Het getal 1847 duidt het aantal alfabetisch geordende notities aan, want in feite zijn er meer incunabelen gezien de vele dubbels. Op het einde heeft men volgende indices: "Index of Libraries, of towns, of printers and publishers and of provenances". Deze laatste is zeer uitgebreid en belangrijk voor de geschiedenis van de Oxford Colleges. Tenslotte de concordantietabellen. Er zijn een 90-tal drukken uit de Nederlanden. Jan van Westfalen is best vertegenwoordigd met 30 incunabelen. Dit is begrijpelijk wegens zijn betrekkingen met de stationers en zijn reizen in Engeland (p. xxxii). [J. M.].
(36) Dennis E. RHODES, A catalogue of incunabula in all the libraries of Oxford University outside the Bodleian. Oxford, Clarendon Press, 1982, XLI-444 p., ill. - ISBN 0-19-818175-2.
486. - De laatst verschenen aflevering van The British Library Journal (37) is geheel gewijd aan incunabelstudies. De eerste bijdrage handelt over de techniek van de gouddruk in de vijftiende eeuw waarbij het onderzoek door V. Carter, L. Hellinga, T. Parker en J. Mullane geleid heeft tot de bevinding dat dit met goudblad en met behulp van een binderspers moet zijn geschied. Twee opstellen zijn aan Gutenbergdrukken gewijd (J. Ing.; E. König); één handelt over een Engelse (W. J. Partridge), één over een Franse (U. Baurmeister) druk en één over de Bagford- en Sloanecollecties in de British Library (M. Nickson). [E. C. I.].
(37) The British Library Journal, 9, 1983, 1, 92 p.
487. - In onze kroniek hebben wij reeds herhaaldelijk de aandacht gevestigd op de betekenis van H. Bradshaw (38). Na de uitgave van de correspondentie Bradshaw-Holtrop in 1968-78 door W. en L. Hellinga, kon David McKitterick nu de hand leggen op een nieuwe reeks brieven die hij thans met de nodige commentaar uitgeeft. [J. M.].
(38) David McKITTERICK, Henry Bradshaw and J.W. Holtrop: some further correspondence, in Quaerendo, 11, 1981, p. 128-164.
488. - I. Kok (39) begint met een overzicht te geven van het werk van W. M. Conway en de optiek waarin het werd opgesteld. Zijn standpunt was dit van een kunsthistoricus en moet volgens de auteur verlaten worden voor een meer "bibliographical approach". Tenslotte wordt een nieuw projekt uiteengezet. [J. M.].
(39) Ina KOK, A new study of woodcuts in the incunabula of the Netherlands, in Quaerendo, 12, 1982, p. 159-167.
489. - De voornamelijk ook voor de Nederlanden zo belangrijke Rosenwaldcollectie, waarvan in 1977 de volledige catalogus verscheen, twee jaar voor de dood van de schenker, geeft gelukkig nog steeds aanleiding tot studie en onderzoek. In 1982 bundelde Sandra Hindman (John Hopkins University Baltimore, Md.) de neerslag van een symposium (40): elf opstellen rond drie thema's: het vijftiende- en zestiende-eeuwse boek in de Nederlanden, het landschap en het vroege geillustreerde boek, de illustraties in de Vergiliusedities. De publikatie wordt ingeleid door een woord vooraf van John Y. Cole organisator van het symposium (Center for the book, Washington D.C.), en door twee bijdragen resp. van William Matheson (Library of Congress, Washington D.C.) en Sandra Hindman, over de verzamelaar en zijn collectie. Het accent ligt hierbij uiteraard op het geillustreerde boek. Het trieste verhaal over de Arenberg-verzameling maakt plaats voor het opbeurende relaas over de Rosenwald-collectie: bibliofiel èn mecenas, ten bate van anderen. (De Arenberg-collectie is echter niet in haar geheel door Rosenwald verworven (p. 3), W. Post en R. Pennink (niet Penninck) waren niet aan de Kon. Bibl. te Brussel, maar te Den Haag verbonden (p. 5), het kookboek door ondergetekende uitgegeven is niet "the first Belgian cookbook" maar het tweede (idem).
Aan het eerste thema zijn vier opstellen gewijd. Aan de hand van de houtsneden in Rolevincks Fasciculus temporum door Veldener gedrukt, identificeert Diane G. Scillia de Houtsnijder van Utrecht die voor Jan Veldener werkte, met de Meester van het London Passional, een miniaturist. James Snyder onderzoekt de houtsneden in Bartholomaeus Anglicus' Boeck vander proprieteyten der dinghen in de Haarlemse editie van 1485 en stelt hierbij vast dat de Meester van Bellaert zich lang niet altijd door prototypen liet leiden maar zich vaak de taal van de Haarlemse schilders wist eigen te maken. Barbara G. Lane beschouwt de relatie beeld-tekst in Ludolfus van Saksens Leven van Christus aan de hand van de Genesis-houtsnedencyclus in de edities van Gheraert Leeu 1487 en van Christiaan Snellaert 1488. Deze houtsneden blijken ten dele "nieuw" te zijn, geinspireerd door een nieuwe tekst: de Nederlandse versie is geen vertaling maar een parafrase van de Latijnse. Keith P. F. Moxey gaat in de zestiende-eeuwse Nederlandse letterkunde op zoek naar uitingen in het spoor van Sebastiaan Brants Narrenschip, sedert 1500 in het Nederlands vertaald en waarvan twee edities in de Rosenwald-collectie aanwezig zijn, die van 1548 en van 1584. De auteur gaat verder na in hoever deze literatuur Brants invloed heeft ondergaan en gaat dieper in op de rol die de dwaasheid in de Nederlandse literatuur in de eerste helft van de zestiende eeuw heeft gespeeld.
In zijn geheel een leerrijk, overvloedig geillustreerd en bijzonder fraai uitgegeven boek. [E. C.-I.]
(40) The early illustrated book. Essays in honor of Lessing J. Rosenwald. Edited by Sandra Hindman. Washington, Library of Congress, 1982, xv-260 p., ill. - ISBN 0-8444-0398-9. $ 50.00.
490. - Een oorspronkelijke bijdrage over de Brugse drukker Jan Brito leverde Marc Goetinck, Brugs kunsthistoricus (41) en sedert geruime tijd op zoek naar sporen (andere dan hun drukken) die Brito, Caxton en Mansion te Brugge hebben achtergelaten. Tot deze sporen behoren vnl. een paar grafstenen, die de auteur aanleiding hebben gegeven een hypothese op te bouwen. Hij brengt aldus biografische bijzonderheden over Brito bij en belicht zijn relatie tot de drukker Colard Mansion en de rederijker Anthonis de Roovere. [E. C.-I.].
(41) Marc GOETINCK, Jan Brito, calligraaf en drukker te Brugge, 1454-1484. Brugge, Westvlaamse Gidsenkring, 1979, 42 p., ill.
491. - In een boeiend referaat (42) toont Lotte Hellinga aan dat de bibliofilie bedreven door Karel de Stoute en zijn echtgenote Margaretha van York en door de broer van deze laatste, Edward IV van Engeland, een wezenlijke invloed heeft gehad op William Caxton toen hij als eerste in Engeland boeken begon te drukken. Verder maakt de auteur duidelijk dat het adjectief "Bourgondisch" meestal onnauwkeurig is gebruikt en een onderscheid moet worden gemaakt tussen de vormgeving van een handschrift c.q. een druk, en de inhoud. Caxtons drukken zijn Bourgondisch in hun uitzicht, doorgaans nièt wat de tekst betreft. [E. C.-I.].
(42) Lotte HELLINCA, Caxton and the bibliophiles, in Onzième congrès international de bibliophile [!] Bruxelles 21-27 septembre 1979. Communications éditées par P. Culot et E. Rouir. [Bruxelles], Société royale des Bibliophiles et Iconophiles de Belgique, 1981, p. 11-38, ill.
492. - In het raam van de werkzaamheden aan de catalogus van de Engelse wiegedrukken in de British Library, heeft Lotte Hellinga heel bijzondere aandacht besteed aan de prototypograaf in Engeland, William Caxton (43). Vooraf wordt ons de historiografie van het Caxtononderzoek geboden. De resultaten van nieuw gevoerd papier- en letteronderzoek leidden tot herschikkingen en nieuwe onderlinge verhoudingen van de drukken. [E. C.-I.].
(43) Lotte HELLINGA, Caxton in focus: the beginning of printing in England. London, The British Library, 1982, 109 p., ill. - ISBN 0-904654-76-1.
493. - Het jaar 1481 is een belangrijke datum in de geschiedenis van de boekdrukkunst in onze gewesten. Op 8 juni 1481 verscheen bij Mathias van der Goes het eerste te Antwerpen gedrukte boek, namelijk Simon van Venlo's Boexken van der officien ofte dienst der missen. De viering van deze gebeurtenis gaf aanleiding tot een belangrijke tentoonstelling, tot het publiceren van een Inventaris van incunabelen gedrukt te Antwerpen 1481-1500 en, wat ons hier aangaat, een integrale facsimile weergave van dit eerste incunabeltje (44). Dit laatste was erg nuttig vermits van deze 1481 druk slechts één exemplaar bewaard is gebleven; het bevindt zich in de Hessische Landes- und Hochschulbibliothek te Darmstadt. Het facsimile in vierkleurendruk, uitgevoerd door de zorgen van de Photogravure De Schutter n.v. te Antwerpen, kon niet anders dan van hoge kwaliteit zijn en doet volledig dit gracieuse boekje tot zijn recht komen. Het papier, een velin Lana, is niet te wit en te koud zoals vele dergelijke facsimiles; de imitatieperkamenten band past wel bij het geheel. De overige elementen, die een facsimile niet kan weergeven, zoals b.v. het watermerk, evenals de analyse van de inhoud en de beschrijving van het boek als het product van een drukker vindt men in een afzonderlijke, op dezelfde manier ingebonden aflevering, alles samen in een foedraal. Het is op dit deel commentaar dat we even terugkomen. Het bestaat uit twee elementen; enerzijds drie teksten in het Nederlands met een Engelse vertaling; anderzijds, het uitgebreidst (p. 69-125), een tekstuitgave of beter een transcriptie van de tekst door L. Simons. De bedoeling van deze transcriptie is een leesbare Middelnederlandse tekst te bieden om de lectuur van de facsimile-uitgave te vergemakkelijken (p. 126). Immers, in tegenstelling tot vele andere werken uit deze periode is Venlo's Boexken nog steeds genietbaar of beter leesbaar.
Wat de eerste tekst betreft, De drukkunst te Antwerpen in de vijftiende eeuw door H. D. L. Vervliet, deze ontgoochelt ons een weinig. De auteur kon echter moeilijk anders dan in een 8-tal pagina een algemeen en bijgevolg ietwat oppervlakkig overzicht geven van het ontstaan der drukkunst in het algemeen en van de beginperiode te Antwerpen. Deze inleiding is ongetwijfeld nuttig voor de leek maar we geloven toch dat zo een facsimile-editie zich eerder tot een beperkt publiek richt dat meer eisen mag stellen. De tweede tekst, De drukker en zijn werk door E. Cockx-Indestege (p. 21-28), beperkt zich tot een biografie en een materiële beschrijving van de editie van 1481. Het drukje, dat in feite geen grote problemen stelt want het is gedateerd, wordt er, terecht, gezien als een herzetten, regel na regel, van de eerste editie van de tekst die twee jaren tevoren door G. Leeu te Gouda gedrukt was. De auteur onderzoekt achtereenvolgens de letterkast, het papier en het formaat, hoe het zetten en drukken gebeurde en bezorgt ook enkele inlichtingen over het exemplaar dat toebehoord heeft aan Freiherr von Hüpsch te Keulen. De derde tekst, naar onze mening de belangrijkste en boeiendste bijdrage, is van J. Andriessen: De plaats van het Boexken in de liturgie- en vroomheidsgeschiedenis (p. 32-41). Hij vestigt onze aandacht op de belangrijkste plaats die de misverklaringen in de vijftiende-eeuwse devotieliteratuur innamen en situeert Venlo's traktaatje t.o.v. zijn voorgangers. Hij behandelt vervolgens de inhoud en wijst er op dat de auteur niet het doel had een volledige en nauwkeurige beschrijving van alle ceremonies te geven, maar veeleer wenste een voorstelling en overweging te verschaffen van Jezus' leven (p. 39). Venlo's boekje verwijlt niet bij een uiterlijke ritus maar streeft er naar de gelovige lezer tot in zijn diepste innerlijkheid te raken (p. 41). Door zijn gelijkenis met de gebruikelijke ritus binnen de bisdommen Luik of Keulen is het boekje tenslotte ook belangrijk voor de studie van de liturgiegeschiedenis. [J. M.]
Zie ook nr. 690
(44) Simon VAN VENLO, Boexken van der officien ofte dienst der Missen. Antwerpen, De Schutter, 1982. Twee delen in een foedraal, I, facsimile 80 p., II, commentaar uitgegeven door Ludo Simons, 132 p. - BF 2500.
494. - De eerder genoemde inventaris van Antwerpse incunabelen (45) was ook een van de initiatieven door de Antwerpse Stadsbibliotheek genomen. In een verkorte titellijst zijn alle te Antwerpen gedrukte of uitgegeven boeken tijdens de 15de eeuw, samengebracht: 432 edities, met (gecontroleerde) opgave van al de bekende exemplaren. Zonder talrijke reizen te ondernemen was het helaas niet mogelijk ook nog de kenmerken van elk exemplaar (band en eigendomsmerken in de eerste plaats) te bezorgen. [E. C.-I.].
(45) Inventaris van incunabelen gedrukt te Antwerpen 1481-1500. Antwerpen, Stadsbibliotheek, 1982, 123 p., ill. (Publikaties van de Stadsbibliotheek en het Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven, l).
495. - Er is een helder en briljant artikel van P. Needham in Quaerendo (46). Hij had het geluk 8 bladen te ontdekken van een onbekende druk van D. Martens en Joh. van Westfalen, dus van de eerste pers te Aalst (1473-74). Er is vooraf een beschrijving van de fragmenten en van het boek waaruit ze afkomstig zijn (een Latijnse vertaling van Aristoteles' Praedicamenta). Vervolgens probeert hij het boek te situeren in de reeks van de bekende Aalsterse drukken (zes waren reeds bekend; waar nu de zevende te plaatsen?). Hij situeert de druk vóór 26 mei 1474. Tenslotte komt het belangrijkste deel van zijn betoog: de relatie van dit boek met de pers van C. Braem te Leuven. Deze laatste drukte immers tweemaal deze tekst (éénmaal ongedateerd, KC 1436a en éénmaal gedateerd 1475, CA 1437). Aan de hand van tekstvarianten is Needham geneigd C. Braem als de eerste drukker te aanvaarden van de Praedicamenta: i.a.w. nog vóór 26 mei 1474. Dit heeft voor gevolg dat C. Braem in Leuven zou gedrukt hebben nog vóór zijn immatriculatiedatum van 20 juli 1474, nog vóór Joh. van Westfalen te Leuven en zelfs nog vóór Veldener, Leuven's eerste drukker: "C. Braem might be placed before Veldener als Louvain's first printer". [J. M.].
(46) Paul NEEDHAM, Fragments of an unrecorded edition of the first Alost press, in Quaerendo, 12, 1982, p. 6-21.
496. - Belangrijk voor de incunabulist is de studie van Jan Deschamps (47) over de Vita Christi van Ludolf van Saksen. De vijftiende-eeuwse uitgaven bevatten immers niet alle dezelfde redactie. De oorspronkelijke redactie van Dat boec vanden leven ons heren ihesu christi is verloren, maar vier redacties zijn in handschrift of druk overgeleverd: 1. De korte redactie o.a. in CA 1181 (G. Leeu 1487); 2. de middellange zonder de epistelen o.a. in CA 1183 (Cl. Leeu 1488); 3. de middellange mèt de epistelen o.a. in NK 1411 (Cl. de Grave 1521); 4. de lange redactie, enkel in hs. overgeleverd. Het z.g. Bonaventura-Ludolfiaanse leven van Jezus, gecompileerd uit Bonaventura en Ludolf van Saksen treft men o.m. aan in Voullième 758 (Ther Hoernen ca. 1472) en in CA 1180 (Jan van Westfalen ca. 1483). [E. C.-I.]
Zie ook nr. 856
(47) Jan DESCHAMPS, De "Vita Christi" van Ludolf van Saksen in het Middelnederlands, in Historia et spiritualitas Cartusiensis; colloquii quarti internationalis acta Gandavi-Antverpiae-Brugis, 16-19 sept. 1982. Destelbergen, J. de Grauwe, 1983, p. 157-176.
497. - Het Reinaertonderzoek houdt velen bezig. In een bundeling studies (48) is een eerste gewijd aan het probleem van de onderlinge verhouding van de Reinaertversies, waarbij de Cambridge fragmenten (Ca II 977a) centraal staan (N. Witton). In volgende bijdragen wordt aandacht besteed aan de vroege geillustreerde edities (K. Varty), aan de illustraties zelf (R. Vedder) en aan de receptiegeschiedenis van Reineke Fuchs (H. Menke). [E. C.-I.].
(48) Reynaert, Reynard, Reynke. Studien zu einem mittelalterlichen Tierepos. Herausgegeben von Jan Goossens und Timothy Sodmann. Köln-Wien, Böhlau Verlag, 1980 (Niederdeutsche Studien, 27). Wij hadden geen inzage van het boek maar kregen er kennis van door een recensie in Spiegel der letteren 1983, waaraan wij het bovenstaande ontleenden.
498. - Paul Vriesema is nagegaan (49) hoe groot de rol en de verdienste van Gheraert Leeu wel is geweest bij het drukken van een van de oudst bekende prozaromans, nl. Reynaert de Vos. Benadrukt hierbij is het onderzoek naar de kopij van de drukker. Op de vraag of Leeu ook de bewerker is geweest, valt niet zomaar een antwoord te geven. [E. C.-I.].
(49) Paul Vriesema, Gheraert Leeu en "Die hystorie van Reynaert die vos". De "Reynaert" als prozaroman, in De letter doet de geest leven. Bundel opstellen aangeboden aan Max de Haan .... Leiden, Vakgroep Nederlandse taal- en letterkunde, 1980, p. 73-84.
499. - Het tijdschrift Spiegel historiael ruimt steeds veel plaats in aan de illustratie. Voor een bijdrage die als onderwerp illustraties heeft, lijkt dit bijna de aangewezen formule. De tekst handelt over drie eeuwen Reinaertillustraties (50), te beginnen met de Leeu-editie uit 1487.
(50) P. WACKERS, Drie eeuwen Reinaertillustraties, in Spiegel historiael, 18, 1983, p. 242-248 + 298, ill.
500. - In de Nederduitse Reynaert (Reynke de Vos, 1498) die teruggaat op een Nederlands voorbeeld, komen drie reeksen houtsneden voor. Twee hiervan werden van elders betrokken (resp. uit een Aesopus van Magdeburg en een Dialogus creaturarum van Stockholm). De derde reeks, bestaande uit 30 houtsneden, gaat op een nog grotere reeks Nederlandse terug waarvan er slechts drie bewaard zijn (Cambridge, CA II 977a). Deze drie houtsneden vormen het uitgangspunt voor een reconstructie van de z.g. derde Reynaert, ontstaan tussen 1476 en 1487, door Jan Goossens (51), hoogleraar Nederlandse filologie te Münster. Deze wedersamenstelling kon geschieden door een vergelijking met de Engelse en de Nederlandse iconografie van de Reynaertgeschiedenis in de 16de en 17de eeuw. [E. C.-I.].
(51) Jan GOOSSENS, Die Reynaert-Ikonographie. Mit einer Einleitung herausgegeben. Darmstadt, Wissenschaftliche Buch-Gesellschaft, 1983, VII-34 p., ill. (Texte zur Forschung, 47). - ISBN 3-534-09144-2. - DM. 19.
501. - In een opstel in de Verslagen van de Academie gaat Jan Goossens (52) nogmaals in op de geillustreerde incunabeltraditie van Reynaerts Historie. Van de eerste editie, Leeus druk te Antwerpen (CA II 977a) zijn slechts enkele fragmenten bewaard en drie verschillende houtsneden. In jongere Nederlandse en Engelse Reinaertdrukken zoekt en vindt Goossens de ring met de drie Hebreeuwse namen (bekend uit de "tweede Reynaert"), en geeft er een verklaring van. Een boeiende zoektocht, met succes bekroond. [E. C.-I.].
(52) Jan GOOSSENS, Daer waren drie Hebreeusche namen - Reynaerts Historie, v. 5326, in Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse taal- en letterkunde, n.r., 1983, p. 160-171, ill.
502. - Na de anastatische herdruk in 1970 van de Bibliotheca Belgica van Ferdinand van der Haeghen, is bij dezelfde uitgever in 1979 een ongewijzigde herdruk (53) verschenen.
(53) Bibliotheca Belgica; bibliographie générale des Pays-Bas. Fondée par Ferdinand van der Haeghen. Rééditée sous la direction de Marie-Thérèse LENGER. (Avec) index général par Joseph DE REUCK. Bruxelles, Culture et Civilisation, 1979, 6 vol.
503. - VD 16: dit is bedoeld de geijkte afkorting te worden van het monumentale Verzeichnis (54) van in het Duitse taalgebied verschenen drukken uit de 16de eeuw. De onderneming, die van bij het begin tot het eind gedacht, geleid en tot stand is gebracht door Irmgard Bezzel van de Bayerische Staatsbibliothek, dwingt in velerlei opzicht bewondering af. Vooraf weze uitdrukkelijk vermeld dat het werk slechts mogelijk is geweest dankzij de fundamentele bijdrage van de Duitse Forschungsgemeinschaft (ons NFWO), die het belang ervan heeft ingezien en de scientia humanistica niet in de vergeethoek duwt.
Nu ter zake. Deze inventaris - géén bibliografie en géén catalogus - bevat de beschrijving van zestiende-eeuwse drukken uit de Duitstalige gebieden t.w. Duitsland, Oostenrijk, delen in Zwitserland en de Elzas. Het aantal drukken wordt op 140 á 150.000 geraamd; daarvan zijn er in de eerste werkfase meer dan 3/5 verwerkt. Planodrukken, partituren, kaarten en atlassen vallen buiten het bestek. Er zijn drie Afdelingen voorzien: I. auteurs, corporaties en anoniemen; II. editors, commentatoren, vertalers, auteurs van opdrachten, inleidingen en dgl.; III. drukplaatsen, drukkers en uitgevers. In de herfst 1983 is het eerste deel van Abt. I verschenen. De publikatie van de drie Afdelingen is berekend op 40 delen. Dat deze publikatie zo'n omvang aanneemt is te wijten aan de wijze waarop ze geschiedt: beschrijvingen, verwijzingen en registers zijn op steekkaartjes getikt en in offset gereproduceerd. Uit de inleiding vernemen we dat het hele projekt net iets te vroeg is ondernomen om op een economisch verantwoorde wijze met behulp van de computer te worden verwerkt.
Irmgard Bezzel geeft een overzicht van de genesis en de structuur van deze bibliografische onderneming. In deze korte bespreking weze in dit verband enkel gezegd dat de eerste steen in 1968 gelegd werd in de Bayerische Staatsbibliothek, wier verzameling volledig verwerkt is, dat spoedig de Herzog August Bibliothek te Wolfenbüttel haar medewerking heeft verleend, zodat twee op dit gebied zeer rijke bibliotheken, in twee ver uit elkaar gelegen en historisch sterk verschillende gebieden, met hun bezit zijn vertegenwoordigd, en tenslotte dat de beschrijvingsnormen soms wel eens afhankelijk van de omstandigheden zijn geweest. Principieel wordt een diplomatische transcriptie bezorgd, berustend op autopsie; dit geld voor al de drukken in München en in Wolfenbüttel met uitzondering van een gedeelte in W. waar bij de hercatalogisering van het oude bestand de Pruissische regels werden gevolgd. In dit Verzeichnis werden evenwel ook opgenomen de "Benzing-Kartei" (het werkinstrument van de inmiddels overleden bibliograaf Jozef Benzing), drukken geëxcerpeerd uit betrouwbare bibliografieën en catalogen, en drukken door andere bibliotheken aan het centrale bureau in München medegedeeld. Voor al deze niet op autopsie berustende beschrijvingen zijn afzonderlijke regels voorzien. In principe wordt slechts de signatuur van één exemplaar opgegeven. VD 16 vult op imposante wijze de rij bibliografische standaardwerken aan. [E. C.-I.].
Zie ook nr. 861
(54) Verzeichnis der im deutschen Sprachbereich erschienenen Drucke des XVI. Jahrhunderts - VD 16 - Herausgegeben von der Bayerischen Staatsbibliothek in München in Verbindung mit der Herzog August Bibliothek in Wolfenbüttel. (Redaktion Irmgard Bezzel). Stuttgart, A. Hiersemann, 1983, LXXII-683 p. Abteilung I: Verfasser, Körperschaften, Anonyma, Band 1: Aa-Az. - ISBN 3-7772-8319-3. - DM. 178 pro Band.
504. - Naar het voorbeeld van de fraaie catalogi die de Wellcome Historical Medical Library te Londen uitgeeft, is de catalogus van de zestiende-eeuwse geneeskundige werken in de bibliotheken te Edinburgh opgevat (55). 2509 edities (waarvan ruim 70 Antwerpse en enkele Leuvense drukken) zijn beschreven met opgave van de eigendomsmerken. De nrs. 2441-2509 zijn een supplement op de incunabelcatalogus van G. D. Hargreave (1976); dit is echter niet op het titelblad aangekondigd en riskeert dus over het hoofd te worden gezien. Er zijn registers op het onderwerp, de eigendomsmerken, de drukplaatsen, de drukkers-uitgevers. [E. C.-I.].
(55) D. T. BIRD, A catalogue of sixteenth century medical books in Edinburgh libraries. Edinburgh, Royal College of Physicians of Edinburgh, 1982, XXXII 298 p., ill. - ISBN 0-85405-0396.
505. - In 1966 verscheen van de hand van H.G. Kaplan een census van incunabelen in Australië en Nieuw Zeeland. In 1979 zag het vervolg hierop het licht (56). 1980 nummers met de beschrijving van de edities naar het voorbeeld van de BM STC'S. Een topografisch register, een drukkersregister, register van persoonsnamen, en een uitgebreid register van eigendomsmerken ronden het werk af. Tot de twaalf sterkst vertegenwoordigde drukplaatsen (op de 108) behoort Antwerpen, met 35 drukkers. [E. C.-I.].
(56) John FLETCHER & Rose SMITH, A short-title catalogue of sixteenth century printed books held in libraries and private collections in New South Wales. With a list of provenances. Sydney, The Library Council of New South Wales, 1979, VII-230 p.
506. - Het doorschoten handexemplaar van Albert Wissemans, bibliothecaris van het Musée pédagogique te Parijs (1886), ligt aan de basis van het complement op het gelijknamige werk van F. Buisson, dat Alain Choppin (57) onlangs heeft gepubliceerd. 1304 toevoegingen en 9 weglatingen, zijn een eerste stap in de richting van een definitieve herwerking van dit standaardwerk. [E. C.-I.].
(57) Alain CHOPPIN, Répertoire des ouvrages pédagogiques du XVIe siècle [des] bibliothèques de Paris et des départements. Complément 1886-1894. Paris, Institut National de Recherche Pédagogique, 1979, 267 p.
507. - Een nieuwe Van Eys zou men de bibliografie van Chambers (58) kunnen heten: in 1900-1901 eveneens te Genève gepubliceerd, was de Bibliographie des Bibles et des Nouveaux Testaments en langue française des XVe et XVIe siècles van Willem J. Van Eys een mijlpaal in de bijbelbibliografie. Van 362 is het aantal nummers tot 554 opgevoerd. Het aantal vindplaatsen is indrukwekkend: 329 verschillende bibliotheken tegenover 92. Bij deze laatste treft men Antwerpen aan, Brugge, Brussel, Gent, Leuven, Luik, Maredsous, Bergen, Namen. Helaas ontbreekt een drukkersregister. De bibliografie is chronologisch gerangschikt en geeft de beschrijving van het theoretische exemplaar (ideal copy). [E. C.-I.).
(58) Bettye Thomas CHAMBERS, Bibliography of French Bibles: fifteenth- and sixteenth century French-language editions of the Scriptures. Genève, Droz, 1983, XVII-548 p. (Travaux d'humanisme et renaissance, 192).
508. - In het kader van de "Bibliotheca bibliographica Aureliana" verschijnt een Bibliotheca dissidentium (59). De bedoeling is om van elke dissident een korte biografie te geven gevolgd door "la liste de ses écrits, imprimés ou inédits, et de ses lettres ainsi qu'un relevé des documents du XVIe siècle mentionnant l'auteur .... La notice se termine par une description bibliographique détaillée et une analyse sommaire de chaque écrit". Het eerste deel, verschenen in 1980, behandelt vier dissidenten waarvan er twee hier dienen vermeld te worden. De eerste is Johannes Campanus uit Maaseik (p. 13-36) en de tweede, belangrijker, is de medicus Justus Welsens of Velsius uit Den Haag. Deze laatste stond in betrekking met Vesalius en verwierf bekendheid, naast zijn dissidentie, door zijn medische, wiskundige en fysische publikaties (p. 49-96). Alhoewel de lijst van zijn werken behoorlijk samengesteld is, bezit de Gentse Universiteitsbibliotheek toch een niet vermelde druk van zijn Krisis verschenen te Keulen circa 1554-1555 (Acc. 37.798). Het tweede deel is volledig gewijd aan Cellarius, het derde aan Johannes Bünderlin, Wolfgang Schultheisz en Theobald Thamer; dit deel sluit af met een algemene index en een index van de bijbelcitaten. [J. M.].
(59) André SEGUENNY, Bibliotheca dissidentium. Répertoire des non-conformistes religieux des seizième et dix-septième siècles, édité par André Seguenny. Textes revus par Jean Rott. Baden-Baden, V. Koerner, 1980-1982, 3 vol. (Bibliotheca Bibliographica Aureliana, 79, 88, 93). - ISBN 3-87320-079-1, 3-87320-088-0 en 3-87320-093-7.
509. - Bescheiden uitgevoerd maar met goede inleidende teksten en beschrijvingen is deze publikatie gewijd aan het humanisme in Brabant (60). Op de tentoonstelling waren, in origineel maar vooral in reproduktie, archiefdocumenten, handschriften en oude drukken te zien, tekeningen en prenten, schilderijen en beeldhouwwerk, penningen en wandtapijten. De bedoeling van de Universitaire Faculteiten Sint-Aloysius was hiermee een didactische tentoonstelling ten behoeve van abituriënten en kandidaatsstudenten te organiseren, een uitstekend geslaagd opzet. [E. C.-I.]
(60) J. JANSSENS, C. MATHEEUSSEN, L. VERBESSELT, Het humanisme in Brabant. Tentoonstelling in de lokalen van UFSAL-Brussel, van 29 april tot 31 mei 1983. Brussel, UFSAL, 1983, 230 p., ill.
510. - Naast het Nederlandstalig toneel is er in de Nederlanden ook het minder bestudeerde Latijnse toneel geweest. J. IJsewijn bezorgt ons hier een (eerste) inventaris van deze toneelstukken voor zover het - in de Nederlanden of elders - uitgegeven of tenminste geïdentificeerde stukken uit de Nederlanden betreft (61). [E. C.-I.].
(61) Jozef IJSEWIJN, Annales theatri Belgo-Latini. Inventaris van het Latijns toneel uit de Nederlanden, in Liber amicorum Prof. Dr. G. Degroote, uitgegeven door Jozef VEREMANS. Brussel, Koninklijke Zuidnederlandse Maatschappij voor taal- en letterkunde en geschiedenis, 1980, p. 41-55. (Jaargang 34 van de Handelingen van de Koninklijke Zuidnederlandse Maatschappij voor taal- en letterkunde en geschiedenis).
511. - In de 16de en 17de eeuw werd de relatie beeld-woord sterk beklemtoond. Geleidelijk aan gaat het beeld zich van de literaire historische relatie losmaken en een autonome voorstelling worden. Om dit te illustreren heeft Hans-Joachim Raupp van de Kunsthistorische Instituten te Keulen en te Bonn, met het Institut für Niederländische Philologie van de universiteit te Keulen, een tentoonstelling georganiseerd met begeleidende catalogus, overvloedig geïllustreerd (62). Een aantal hoofdstukken, telkens bestaande uit een inleiding en beschrijving van tentoongestelde stukken, handelt o.m. over de allegorie, de emblemata, prenten met bijschriften, boekillustratie, devotieliteratuur, historieprenten. Een geslaagde opzet. [E. C.-I.].
(62) Wort und Bild, Buchkunst und Druckgraphik in den Niederlanden im 16. und 17. Jahrhundert. Köln, Belgisches Haus, 1981, 214 p., ill. - DM. 18.00.
512. - De "catalogue raisonné" van de gebroeders Wierix (63) is met het derde deel in 1982 en 1983 afgesloten (Cf. Kroniek nr. 447): aflevering 1 bevat o.m. de boekillustraties en afl. 2 biografische aantekeningen en publikatie van archiefdocumenten door Carl van de Velde, en tenslotte een indrukwekkend aantal registers. [E. C.-I.].
(63) Marie MAUQUOY-HENDRICKX, Les estampes des Wierix ... Bruxelles, Bibliothèque royale Albert Ier, 1978-1983, 3 t./4 vol., ill. - BF 5.350.
513. - De bedoeling van W. Borm is een catalogus op te stellen van "die reichen Meszkatalogbestände der Herzog August Bibliothek Wolfenbüttel".
Het repertorium
(64) omvat 523 "Meszkatalogausgaben" verschenen tussen 1571-1852. De korte titelbeschrijvingen werden chronologisch gerangschikt. Met indices. [J. M.].
(64) W. BORM, Catalogi Nundinales 1571-1852. Die Frankfurter und Leipziger Meszkataloge der Herzog August Bibliothek Wolfenbüttel. Wolfenbüttel, 1982, 140 p. (Repertorien zur Erforschung der frühen Neuzeit, 5). - DM 25.00.
514. - De bedoeling van B. van Selm (65) is "to publish a list of all the Dutch book auction sale catalogues printed before 1611". In totaal zijn er 31 en de oudste is van 1510. [J. M.].
(65) Bert VAN SELM, A list of Dutch book auction sale catalogues printed before 1611, in Quaerendo, 12, 1982, p. 95-129.
515. - In november jongstleden werd te Londen (66) een uitzonderlijk, onbekend en gekleurd exemplaar met 40 platen geveild van "Nicolaus Hogenberg, The Procession of Clement VII and Charles V after the Coronation at Bologna, 1530, [Antwerpen, 1532?] / Issue with the space above the plates unengraved but with the arms of the emperor's ancestors and their names and titles in French drawn and written in a fine Flemish hand and signed and dated by the scribe, Johan Ruchie gantois prestre en lan MDXXXII". [J. M.].
(66) Sotheby, Veilingscatalogus van 17 november 1983, nr. 35.
516. - A Labarre verbetert en brengt enkele nieuwe gegevens bij over de drukkers en boekhandelaars te Arras werkzaam in deze periode (67). [J. M.].
(67) Albert LABARRE, Les imprimeurs et les librairies d'Arras au XVIe et au XVIIe siècle, in Gutenberg-Jahrbuch, 1983, p. 223-226.
517. - Op 23 januari 1567 werd door de Utrechtse autoriteiten de hand gelegd op een reeks boeken toebehorend aan Gelis van Bathman, boekverkoper te Zwolle. Onder deze boeken bevonden zich, gemengd met "goede" boeken, enkele werken van Calvijn, Brenz, enz. Hiervan bestaat een catalogus of inventaris in het Rijksarchief te Brussel die nu door Vermaseren (68) met commentaar en identificatie van de werken wordt uitgegeven. [J. M.].
(68) B. A. VERMASEREN, An unknown bookbinder and bookseller of Zwolle: Gelis van Bathman (c. 1567), in Quaerendo, 10, 1980, p. 113-152, p. 179-210.
518. - Vaak verward met zijn homoniem Guillaume Cordier, 64ste abt van Lobbes, is de drukker Guillaume Cordier, geboortig van Lobbes, werkzaam te Binche in de jaren 40 van de 16de eeuw (69). [E. C.-I.].
(69) Jean-Marie HOREMANS, Guillaume Cordier premier imprimeur wallon, in Mélanges d'histoire de l'art et d'archéologie offerts á Jacques Stiennon á l'occasion de ses vingt cinq ans d'enseignement á l'Université de Liège. Èd. R. Lejeune et J. Deckers. Liège, P. Mardaga, 1982, p. 389-396.
519. - Niet zozeer wat het onderwerp betreft, maar wat de methode aangaat, moet hier de bibliografie van Jean Crespin (70) worden vermeld. Het vormt samen met de biografie (verschenen bij Droz te Genève in 1981) een tweeluik, de publikatie van de doctorale dissertatie (Leuven, 1976) van J.-F. Gilmont. Hij heeft hiermee o.m. het bewijs geleverd dat de analytische bibliografie van essentieel belang kan zijn bij het historisch onderzoek. [E. C.-I.].
(70) Jean-François GILMONT, Bibliographie des éditions de Jean Crespin, 1550-1572. Verviers, P. M. Gason, 1981, 2 vol., LII-288 + 296 p., ill. (Livre-Idées-Société. Série in-8°, 2). - BF 2.950.
520. - De stamvader van Jan III van Ghelen leefde en werkte te Antwerpen als drukker van 1517 tot 1549. H. de Groot (71) geeft hier eerst enkele bijzonderheden van biografische aard die, voor zover zij de Antwerpse periode betreffen, hem in hoofdzaak door L. van den Branden zijn meegedeeld. Verder onderzoekt hij in het kort de boekproduktie van Jan III (1597-1610). [E. C.-I.].
(71) Henk DE GROOT, De boekdrukkers Jan (III) van Ghelen en Weduwe Jan (III) van Ghelen te Rotterdam, in De letter doet de geest leven. Bundel opstellen aangeboden aan Max de Haan bij zijn afscheid van de Rijksuniversiteit te Leiden. Leiden, Vakgroep Nederlandse taal- en letterkunde, 1980, p. 85-97. (Publikaties van de Vakgroep Nederlandse taal- en letterkunde, 9).
521. - Men weet hoeveel verzameld en bewerkt materiaal (ik denk hier meer bepaald aan licentiaatsverhandelingen) vaak ongepubliceerd in de lade blijft liggen, ten nadele van eenieder. Een van de mogelijkheden om het licht onder de korenmaat uit te halen is - tenminste als het onderwerp er zich toe leent - een tentoonstelling organiseren en een uitgebreide catalogus samenstellen. Dit heeft Willy Le Loup (72) met succes gedaan, met de medewerking van C. Dekesel, Goltzius-kenner en -verzamelaar, en een kleine ploeg Brugse historici en kunsthistorici. De catalogus is in een aantal hoofdstukken ingedeeld; behalve over Hubertus Goltzius zelf en zijn druktechniek, is ook over de andere Brugse drukkers van dezelfde tijd sprake. [E. C.-I.].
(72) Hubertus Goltzius en Brugge, 1583-1983. Tentoonstelling ingericht door de Stad Brugge in het Gruuthusemuseum 11 november 1983-30 januari 1984. Coördinator W. Le Loup. Brugge, Stad Brugge, 1983, 209 p., ill.
522. - In zijn Julius Caesar van 1563 vermeldt Goltzius talrijke personen die hij tijdens zijn reizen zou bezocht hebben en in wiens muntkabinet hij gewerkt had. Dekesel (73) toont aan dat de vier door Goltzius aangeduide professoren tijdens zijn bezoek te Douai tussen 5-11-1560 en 14-11-1560 onmogelijk door hem ontmoet konden geweest zijn. [J. M.].
(73) C. E. DEKESEL, Hubertus Goltzius in Douai (5.11.1560-14.11.1560), in Revue belge de numismatique et de sigillographie, 127, 1981, p. 117-125.
523. - Mei 1981 verscheen met enige vertraging een studie over de Antwerpse drukker Gymnicus (74) van de vier maand later overleden Lode van den Branden. De eerste gegevens hiervoor werden verzameld in de jaren '50 met het oog op zijn doctorale dissertatie Het streven naar verheerlijking, zuivering en opbouw van het Nederlands in de 16de eeuw (uitgegeven door de Kon. Vlaamse Academie te Gent in 1956). In het raam van de grote onderneming "Het Antwerpse boekwezen in de 15de en 16de eeuw", werd de documentatie aanzienlijk uitgebreid. De biografie van Gymnicus is in ruime mate aangevuld door archiefonderzoek; de bibliografische beschrijving van 70 edities (waarvan 23 titels thans niet meer terug te vinden) is aangevuld met de opgave van exemplaren in binnen- en buitenland. [E. C.-I.].
(74) Lode VAN DEN BRANDEN, De Antwerpse boekverkoper en drukker Jan Gymnicus, ± 1502-1568, in: Archives et Bibliothèques de Belgique = Archief- en Bibliotheekwezen in België, 51, 1980, p. 203-257.
524. - In een aanvullend artikel (75) (cf. dit tijdschrift, 43, 1972 en 44, 1973) bezorgt pater Leonied Mees o.f.m. een geschiedenis en een beschrijving van een bul uit 1515, een dijkaflaat, door Leo X aan Karel V verleend. De auteur schrijft de druk toe aan Michiel Hillen van Hoochstraten te Antwerpen. [E. C.-I.].
(75) L. J. MEES, Oude drukken in Belgische rijksarchieven (2de vervolg), in Archives et Bibliothèques de Belgique = Archief- en Bibliotheekwezen in België, 52, 1981, p. 51-58.
525. - Onder een ietwat grootse titel brengt Dauwe (76) diverse algemeenheden over het Leuvense boekbedrijf. [J. M.].
(76) J. DAUWE, Het Leuvense boekbedrijf, Leuven, "de beste stad van Brabant", deel I: De geschiedenis van het stadsgewest Leuven tot omstreeks 1600, samengesteld door R. van UYTVEN, in Arca Lovaniensis, 1980, p. 263-271.
526. - Bij de aanvaarding van het ambt van gewoon hoogleraar in de historische Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam sprak H. Pleij een rede uit over de betekenis van Thomas van der Noot als tekstbezorger en uitgever (77). Het vormt een onderdeel van een groots opgezet literair-historisch onderzoek bij de burgerij in de late middeleeuwen en de vroege renaissance. Aan de hand van Van der Noots activiteiten heeft de auteur een synthetische reconstructie geschetst die kan bijgewerkt of gewijzigd worden. [E. C.-I.].
(77) Herman PLEIJ, De wereld volgens Thomas van der Noot, boekdrukker en uitgever te Brussel in het eerste kwart van de zestiende eeuw. Muiderberg, D. Coutinho, 1982, 86 p., ill. - ISBN 90-6283-593-7.
527. - Den Spieghel der duecht door Thomas van der Noot in 1515 te Brussel gedrukt, en in één exemplaar bekend (Library of Congress, Rosenwald Collectie), is geïdentificeerd als een vertaling uit het Duits van Der Ritter vom Turn, naar het oorspronkelijke Franse Livre du Chevalier La Tour (78). Legger vormde de editie van Michael Furter te Bazel in 1513. Tot slot wordt nog ingegaan op de geringe bijval die Van der Noot met dit ridderverhaal oogstte. [E. C.-I.].
(78) Wilma KEESMAN, Nico OUDEJANS, Herman PLEIJ, Een Nederlandse bewerking van de "Chevalier de La Tour" in de Rosenwaldcollectie: "Den Spieghel der duecht" van 1515, in Spektator, 12, 1982/1983, p. 89-118, ill.
528. - Een van grote ondernemingen die de ere-conservator van het Museum Plantin-Moretus op het getouw had gezet, is onlangs tot een goed einde gebracht (79). Over de bibliografie van de werken door Christoffel Plantijn van 1555 tot 1589 te Antwerpen en te Leiden gedrukt en uitgegeven, valt in zo'n kort bestek als hier niet uit te weiden. Hier weze slechts meegedeeld dat meer dan 2000 drukken zijn beschreven (facsimile-transcriptie) gevolgd door de collatie en de opgave van de inhoud, bekende exemplaren, literatuur en ten slotte de aantekeningen. Deze laatste berusten op de (gepubliceerde) correspondentie van Plantijn en gegevens afkomstig uit het Plantijnse archief, een hoogst belangrijke en oorspronkelijke bijdrage.
De bibliografie is alfabetisch naar auteurs en anoniemen gerangschikt, met uitzondering van enkele "rubrieken" als de Bijbel, de "pamfletten", gebiedscorporaties, e.a. (Waarom is de chronologische rangschikking, die door Ruelens en De Backer was gevolgd, en voor de produktie van één en dezelfde drukker toch aangewezen lijkt, niet aangehouden?). Een stel registers (deel VI), waaronder het onmisbare chronologische, een naar taal, naar de geïllustreerde drukken, een uitvoerig systematisch register, ontsluiten met evenzoveel sleutels deze ongemeen rijke mijn aan informatie uit de wereld van het boek in de Zuidelijke Nederlanden in de zestiende eeuw. [E. C.-I.].
(79) Leon VOET, The Plantin Press, 1555-1589; a bibliography of the works printed and published by Christopher Plantin at Antwerp and Leiden, by Leon Voet in collaboration with Jenny Voet-Grisolle. Amsterdam, Van Hoeve, 1980-1983, 6 vol. ill. - ISBN 90-222-02534, 90-222-0273-9, 90-222-0276-3, 90-222-0277-1, 90-222-0278-X, 90-222-0279-8.
529. - Alle maatstaven in acht genomen is Plantijn in de 20ste eeuw even ver buiten de landsgrenzen bekend als in zijn eigen tijd. Het Israel Museum in Jeruzalem heeft in 1981 een tentoonstelling gewijd aan de aartsdrukker, waarbij de nadruk lag op de Hebreeuwse boeken van zijn pers afkomstig. De catalogus (80), in het Engels en het Hebreeuws, bevat inleidende teksten die hem in zijn tijd en zijn milieu plaatsen, maar ook meer bepaald over Joodse drukkers en het Hebreeuwse boek handelen, de Hebreeuwse lettertypen in Plantijns inventaris en de stempelsnijder Guillaume Le Bé. De catalogus is overvloedig geïllustreerd. [E. C.-I.].
(80) Yona FISCHER, Plantin of Antwerp; books & prints from the Collections of the Plantin-Moretus Museum, Antwerp. Cat. n° 211, February-April 1981 [of] (a loan exhibition from the Plantin-Moretus Museum). Jerusalem, The Israel Museum, 1981, 121 p., ill.
530. - Samen met Lipsius bezocht Chr. Plantijn eind juni 1581 Utrecht, o.m. in verband met het werk van een vijftal Utrechtse auteurs dat hij zou drukken. D. Grosheide (81) werpt nieuw licht op het bekende feit, dank zij diepgaander bronnenonderzoek. [E. C.-I.].
(81) D. GROSHEIDE, Utrechtse relaties van Christoffel Plantijn, in Jaarboek Oud-Utrecht, 1981, p. 209-223.
531. - In een fraaie brochure aan muziek te Leuven in de zestiende eeuw gewijd (82), verschenen een paar korte opstellen in verband met drukken of drukkers: Dirk Snellings over Het Leuvens dansboek (1571) en de instrumentale dans in de 16e eeuw, René Bernard Lenaerts over De muziekdrukkers van Philippus de Monte en Henri Vanhulst over De muziekuitgaven van het Huis Phalesius. [E. C.-I.].
(82) Muziek te Leuven in de l6e eeuw. Samenstelling en inleiding Gilbert HUYBENS. Leuven, G. Huybens, 1982, resp. p. 60-64, 80-81 en 82-86.
532. - A. Pil onderzocht de Latijnse vertaling door L. Ammonius gemaakt van een sermoen van Chrysostomus (83). Deze uitgave verscheen bij Hillen te Antwerpen in 1527 (NK 4207). [J. M.].
(83) Albert E. PIL, Humanistica cartusiana. Levinus Ammonius als vertaler van Chrysostomus' sermoen "De providentia Dei et Fato", in Album amicorum Nicolas-N. Huyghebaert O.S.B., Sacris Erudiri, 26, 1983, p. 275-310.
533. - De doctorale dissertatie van Godelieve Tournoy-Thoen, door de Academie uitgegeven (84), bevat over ruim honderd bladzijden de bibliografie van Faustus Andrelinus' († 1518) werk. De veertig oorspronkelijke werken, de zes door hem bezorgde edities en de vier vertalingen en parafrasen zijn in handschrift en in een groot aantal drukken uit de 15de en 16de eeuw overgeleverd. [E. C.-I.].
(84) Publi Fausti Andrelini "Amores" sive "Livia". Met een bio-bibliografie van de auteur uitgegeven door Godelieve TOURNOY-THOEN. Brussel, Paleis der Academiën, 1982, XL-486 p. (Verhandelingen van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België. Klasse der Letteren, g. 44, 100). - ISBN 90-6569-307-6. - BF 3.710.
534. - In 1982 verscheen het laatste deel van de renaissance Aristotelescommentatoren (85). Voor elke commentator is er een korte biografie, een bibliografie en een lijst van de Aristoteleswerken (hss. en drukken). Lohr had deze bibliografie met de middeleeuwse commentatoren aangevat (zie Kroniek nr. 152). [J. M.].
(85) Ch. H. LOHR, Renaissance Latin Aristotle Commentaries: Authors So-Z, in Renaissance Quarterly, 35, 1982, p. 164-256.
535. - Boeiende historiek van de tiendelige editie van Augustinus Opera, bezorgd door een schare theologen onder de leiding van Thomas Gozaeus (+1571) en Joannes Molanus, gedrukt door Chr. Plantijn van 1575 tot 1577 (86). [E. C.-I.].
(86) L. CEYSSENS, L'édition louvaniste des œuvres complètes de Saint Augustin, 1577, in De eeuw van Marnix van St. Aldegonde; interuniversitair colloquium over 16de eeuwse geschiedenis = The century of Marnix van St. Aldegonde; interuniversity colloquium on the history of the 16th century. Voorzitterschap = Presidency Michel Baelde, Herman van Nuffel, Oostende, Toulon, 1982, p. 65-82.
536. - In dit fraai plaketje (87) worden de eerste resultaten vrij gegeven van het onderzoek over het werk van Jean Bodin, onderzoek dat gevoerd wordt in het "Séminaire de bibliographie historique de l'Université de l'Ètat á Mons". Het boekje bevat een kritische catalogus van exemplaren van de oude edities van de République (1576-1641). De exemplaren zijn met grote nauwkeurigheid beschreven, terwijl de editie c.q. uitgave (emissie) uiterst summier is aangegeven. [E. C.-I.].
Zie ook nrs. 1285; 1757
(87) Marie-Thérèse LENGER, Les éditions anciennes de la République de Bodin, conservées dans les bibliothèques belges. Bruxelles, E. Van Balberghe, 1983, 51 p., ill. (Documenta et Opuscula, 2). - BF 350.
537. - Een boeiende geschiedenis van leven en werk - gedrukt en in handschrift - van Anselmus Boëtius de Boodt geeft ons in enkele bladzijden samengebald M. C. de Boodt-Maselis (88). Een uitgebreidere bibliografie bezorgt de auteur in de uitvoerige inleiding tot de facsimile-uitgave van Anselmus' Latijnse kruidboek te Brugge door Jan-Baptist en Lucas Kerchove in 1640 gedrukt. Het facsimile, van een Nederlandse vertaling voorzien, is in 1981 te Handzame verschenen [E. C.-I.].
(88) a) M. C. DE BOODT-MASELIS, Anselmus Boëtius de Boodt (1550-1632), in Spiegel historiael, 17, 1982, p. 312-321 + 357, ill.
b) Marie-Christiane DE BOODT-MASELIS, Anselmus Boetius de Boodt, Brugge 1550-1632. Een Vlaams humanist met Europese faam. Gevolgd door een reproductie van het kruidboek, 1640, met Nederlandse vertaling door E.H. [Daniel] DE SCHRIJVER. Handzame, Familia et Patria, 1981, 4°.
538. - Jaren geleden aangevat door de betreurde Louis Bakelants, is thans dankzij de belangeloze inzet van R. Hoven, de bibliografie van Nicolaus Clenardus (Cleynaerts) van Diest verschenen. Bedoeld als bijdrage tot de Bibliotheca Belgica, is zij tevens het eerste nummer in een nieuwe reeks, "Boek-Ideeën-Maatschappij = Livre-Idées-Société" op het getouw gezet door de Vervierse antiquaar P.-M. Gason (89). Een korte biografie gaat aan de bibliografie van 550 nummers vooraf. Het tweede deel bevat een reproduktie van elk titelblad ter vervanging van de transcriptie. Collatie, inhoud, ev. een aantekening, alle bekende exemplaren en literatuuropgave volgen op een verkorte titel + verkort impressum. Een uniek register werd door Joseph de Reuck opgesteld naar analogie met het register in de anastatische uitgave van de Bibliotheca Belgica. Wat hier aan Zuidnederlandse drukken inzit is daardoor evenwel niet in één oogopslag te zien. [E. C.-I.].
Zie ook nr. 916
(89) Louis BAKELANTS (+) & René HOVEN, Bibliographie des œuvres de Nicolas Clénard, 1529-1700. (Avant-propos par Marie-Thérèse Lenger). Verviers, P. M. Gason, 1981, 2 vol., xxv-221 + 329 p., ill. (Bibliotheca Belgica; Livre-Idées-Société. Série in-8°, 1). - BF 2.400.
539. - Johannes Dullaert de Gandavo (niet te verwarren met Johannes de Janduno) vertrok, na zijn eerste opleiding bij de Hiëronymieten te Gent voltooid te hebben, rond 1495 naar Parijs. In 1503 is hij magister artium en vanaf dit ogenblik verschijnen een ganse reeks van filosofische traktaten en uitgaven van oudere teksten. Wij hebben gepoogd zijn biografie en zijn werken wat nader te onderzoeken en de aandacht te vestigen op een nauwelijks bekende voorstelling van de stad Gent van circa 1512 (90). [J. M.].
(90) J. MACHIELS, Johannes Dullaert. Gent, ca. 1480 - Parijs, 10 september 1513, in Professor R. L. Plancke 70. Getuigenissen en bijdragen, Gent, Centrum voor de Studie van de Historische Pedagogiek, 1981, p. 69-96.
540. - L.-E. Halkin beschrijft en onderzoekt een schijnbaar onbekende uitgave van de Apologiae omnes van Erasmus (91). Deze Froben-druk van november 1521 heeft veel gelijkenis met de uitgave van februari 1522, want beide hebben hetzelfde colofon, october 1521. De inhoud van beide uitgaven is echter niet identiek. [J. M.].
(91) Léon-E. HALKIN, Une édition rarissime des Apologies d'Erasme en 1521, in Bibliothèque d'humanisme et renaissance, 45, 1983, p. 343-348.
541. - Met dit nieuwe boek over Erasmus (92) kunnen wij de humanist op de voet volgen bij het tot stand komen van de talloze uitgaven - van 1515 tot 1536 - van zijn eigen brieven: het ogenblik waarop dit gebeurt, en bij welke drukker; welke brieven in aanmerking komen, welke weggelaten of welke gewijzigd worden en waarom. Ook gaat L.-E. Halkin in op de relaties tussen Erasmus en zijn correspondenten, zijn drukkers, én zijn lezers. Een chronologisch overzicht van de edities, aan het eind van dit origineel en boeiend werk, met verwijzingen naar de publikatie door Allen, een concordantie van de brieven met Allen, en een namenregister verhogen de bruikbaarheid ervan. [E. C.-I.].
(92) Léon-E. HALKIN, Erasmus ex Erasmo; Erasme éditeur de sa correspondance. Aubel, P. M. Gason, 1983, 251 p., ill. (Livre-Idées-Société. Série in-8°, N° 3). - BF 985.
542. - Toen F. H. Kossmann in 1936-37 het Overzicht van de werken en uitgaven van Desiderius Erasmus aanwezig in de bibliotheek der gemeente Rotterdam publiceerde, bedroeg de kategorie uitgaven door Erasmus bezorgd 275 nummers. In onderhavige catalogus (93) die Johanna Meyers, beheerder van de Erasmus-collectie in genoemde bibliotheek, thans heeft laten verschijnen, is dit aantal tot 437 aangegroeid. Bij de beschrijving heeft de auteur de STCN-norm gevolgd, dus een verkorte titel met respecteren van de schrijf- en afkortingswijzen en met opgave van de signaturen. De rangschikking is alfabetisch naar auteurs; er is een register op drukkers en een naamregister. [E. C.-I.].
(93) Johanna J. M. MEYERS, Authors edited, translated or annotated by Desiderius Erasmus. A short-title catalogue of the works in the City Library of Rotterdam. Rotterdam, Gemeentebibliotheek, 1982, 188 p., ill. - Fl. 30.00.
543. - In margine van een doctorale dissertatie (Rijksuniversiteit Gent, 1982) over de Antwerpse rederijker Cornelis van Ghistele († 1573), gaat M. Vinck-van Caekenberghe, diep in op de drie Nederlandse vertalingen die van Erasmus' Lingua in de 16de eeuw zijn verschenen (94). De twee edities uit 1555 van Symon Cock zijn niet identiek, zoals men steeds heeft gedacht. De tweede is gevoelig ingekort, minder duidelijk en juist, hoewel soms vlotter van taal dan de eerste door Van Ghistele. Een derde vertaling kwam van de pers bij Arnout Coninx en Jan Coesmans in 1583. [E. C.-I.].
(94) Mireille VINCK-VAN CAEKENBERGHE, Trilingua: drie Nederlandse vertalingen van Erasmus' Lingua uit de 16de eeuw, in Jaarboek van de Koninklijke Soevereine Hoofdkamer van Retorica "De Fonteine" te Gent, 32, 1980-1981, p. 69-94.
544. - M. Vinck-van Caekenberghe schreef het artikel Cornelis van Ghistele voor het NBW (95): een biografie met overzicht van de diverse werken en uitgaven. [J. M.].
(95) Mireille VINCK-VAN CAEKENBERGHE, Ghistele, Cornelis van, in Nationaal Biografisch Woordenboek, 9, 1981, kol. 276-287.
545. - Een convoluut met vijf 16de- en 17de-eeuwse zeldzame drukken, waaronder het enig bekende exemplaar van Cornelis van Ghisteles vertaling van Antigone, door Symon Cock in 1556 te Antwerpen gedrukt, is na een bijna vijftigjarige winterslaap weer aan het daglicht gekomen dank zij de speurzin van August Keersmaekers (96). Hij vertelt ons om welke boeken het gaat en welk hun belang is. [E. C.-I.].
(96) August A. KEERSMAEKERS, Gevonden-verloren-gevonden: Cornelis van Ghisteles vertaling van Antigone e.a. weer terecht, in Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor taal- en letterkunde, 1982, p. 128-142.
546. - Gerard Goossens, arts, dichter en pamflettist is een onvoldoend bekende figuur uit de zestiende eeuw. Als vriend van Jan vander Noot heeft Karel Bostoen hem op zijn wegen ontmoet. Wat hij over Goossens weet, heeft hij in een overzichtelijk artikel (97) samengebracht. [E. C.-I.].
(97) Karel BOSTOEN, Bio-bibliografie van Gerard Goossens, ca. 1545-1603, in Dokumentaal, 11, 1982, p. 78-86.
547. - H. de la Fontaine Verwey (98) wijdt een uitvoerig onderzoek aan de edities van Guicciardini's werk vanaf de Silvius-editie van 1567 tot en met de editie van 1662. [J. M.].
(98) Herman DE LA FONTAINE VERWEY, The history of Guicciardini's description of the Low Countries, in Quaerendo, 12, 1982, p. 22-51.
548. - Onder redactie van I. Bossuyt verscheen een belangrijke "publikatie naar aanleiding van de tentoonstelling, ingericht ter herdenking van de geboorte, 450 jaar geleden, van Orlandus Lassus, Faculteitsgebouw Letteren en Wijsbegeerte van de Katholieke Universiteit te Leuven, 11-31 maart 1982" (99). In het inleidend gedeelte wordt o.m. aandacht besteed aan de edities van Lassus' werk (G. Persoons, H. Vanhulst). [E. C.-I.).
(99) Orlandus Lassus, 1532-1594, onder redactie van Ignace BOSSUYT. Leuven, Faculteit Letteren en Wijsbegeerte Katholieke Universiteit Leuven, 1982, 228 p. + 25 p. bijlage (errata en registers), ill. - ISBN 90-334-0390-0.
549. - Het boek van A. Louis (100) is hoofdzakelijk gewijd aan het leven en het werk van M. de l'Obel. Er is wel een hoofdstuk, Les publications lobeliennes (p. 29-39), waarin de auteur probeert een juiste inventaris op te stellen van L'Obels werken. [J. M.].
(100) A. Louis, Mathieu de l'Obel, 1538-1616; épisode de l'histoire de la botanique. Ghent-Louvain, Story-Scientia, 1980, 544 p., ill.
550. - Naar aanleiding van de 175ste verjaardag van de officiële erkenning van de Kerkeraad van de Protestantse Kerk te Brussel heeft de raad een tentoonstelling georganiseerd. De begeleidende publikatie van de hand van dominee E. Braekman (101) bestaat voor de grote helft uit een historische inleiding en voor het overige uit de korte beschrijving van een 150-tal documenten van velerlei aard waaronder oude drukken uit de Nederlanden. [E. C.-I.].
(101) E. M. BRAEKMAN, Het protestantisme te Brussel, van de oorsprong tot aan het overlijden van Leopold I. Inleiding en catalogus. Tentoonstelling ingericht ter gelegenheid van de 175e verjaardag van de erkenning van de Protestantse kerk van Brussel door de overheid. Koninklijke Bibliotheek Albert I, van 16 februari tot 27 maart 1980. Brussel, Koninklijke Bibliotheek Albert I, 1980, x-133 p., ill. - In het Frans verschenen onder de titel: Le protestantisme á Bruxelles, des origines á la mort de Léopold I.
551. - Als bijdrage tot het Luther-jaar organiseerde de Protestantse Kerk te Brussel in de Koninklijke Bibliotheek een tentoonstelling (102) gewijd aan de Duitse, Franse en Nederlandse bijbelvertalingen tot in de 18de eeuw. Een drukkersregister ontbreekt evenwel, zodat met één oogopslag niet is na te gaan hoeveel en welke drukkers uit ons land hierbij actief zijn geweest. [E. C.-I.].
(102) E. M. BRAEKMAN, De Luther á Ostervald. Les traductions protestantes de la Bible en langues allemande, française et néerlandaise du XVIe au XVIIIe siècle. Introduction et catalogue par E. M. Braekman. Avant-propos par C. A. Rocheur. Index par Madeleine F. Braekman. Bruxelles, Église protestante de Bruxelles, 1983, 128 p., ill.
552. - In het boekje verschenen naar aanleiding van een kleine, maar bijzondere Luthertentoonstelling in de UB Groningen (103), geeft J. Kingma een korte historiek van de vijf opeenvolgende edities die Erasmus van het Nieuwe Testament bezorgde. Belangrijker misschien nog is de beschrijving van het exemplaar van de vierde editie door Maarten Luther overvloedig van aantekeningen voorzien en sedert 1724 eigendom van de Bibliotheek van de Academie van Groningen en Ommelanden. [E. C.-I.].
(103) J. KINGMA, De Groningse Luther-Bijbel. Tentoonstelling rond Luthers exemplaar van Erasmus' Nieuwe Testament, Bazel 1527, 3 november-23 december 1983. Groningen, Universiteitsbibliotheek. Universiteitsmuseum, 1983, 54 p., ill.
553. - "Le livre de vraye et parfaicte oraison est le manuel de dévotion en langue française le plus répandu (á côté de l'Imitation de Jésus-Christ) de l'église gallicane aux débuts de la réforme; il a été imprimé au moins 14 fois entre 1528 et 1545". F. M. Higman (104) behandelt achtereenvolgens de 14 uitgaven waarvan de vierde en de vijfde te Antwerpen gedrukt waren (NK 3414-3415) en analyseert de complexe inhoud en samenstelling van dit Betbüchlein. [J. M.].
(104) F. M.HIGMAN, Luther et la piété de l'église gallicane: Le livre de vraye et parfaite oraison, in Revue d'Histoire et de Philosophie religieuses, 63, 1983, p. 91-111.
554. - Aflevering 188 van het tijdschrift Vlaanderen (105) is gewijd aan Anthonis de Roovere. Uit de diverse bijdragen stippen wij de volgende voor onze kroniek aan: C. Lemaire-De Vaere, Nederlandse wereldlijke literatuur in de laat-Bourgondische tijd (p. 140-144) en W. Waterschoot, De uitgave van de Rethoricale Werken (p. 151-154). [J. M.].
(105) Anthonis de Roovere Brugghelinck, Vlaemsch doctoor ende gheestich poëte (± 1482-1982) samengesteld door L. ROOSE, in Vlaanderen, nr. 188, 1982, ill.
555. - Het aan het licht komen van een onbekende almanak te Antwerpen gedrukt, was de aanleiding om deze planodruk te beschrijven en een lijst van de bekende uitgaven van de arts Cornelis Schuute te geven (106). [E. C.-I.]
(106) Elly COCKX-INDESTEGE, Cornelis Schuute en een onlangs ontdekte almanak voor 1551, in Biekorf, 81, 1981, p. 101-110, ill.
556. - A. Dewitte beschrijft (107), gedetailleerd naar vorm en inhoud, 16 van de 22 eerste edities door B. Vulcanus, professor te Leiden van 1581 tot 1614, uitgegeven. [J. M.].
(107) A. DEWITTE, Bonaventura Vulcanius Brugensis (1538-1614). A bibliographic description of the editions 1575-1612 in Lias, VIII, 1981, p. 189-201 en B. Vulcanius Brugensis Hoogleraarambt, Correspondenten, Edita in Album amicorum Nicolas-N. Huyghebaert, O.S.B., Sacris Erudiri, 36, 1983, p. 311-362.
557. - Het samenstellen van een catechismus voor leken en onontwikkelden was een punt op het programma van het concilie van Trente. Vermits het concilie er niet in geslaagd was dit te verwezenlijken gaf paus Pius IV opdracht daar toe. De eerste editie van de Catechismus romanus of Catechismus van het concilie van Trente verscheen in 1566 te Rome bij P. Manutius. Van dit ogenblik af was er een ononderbroken stroom van drukken, herdrukken, vertalingen en bewerkingen van deze catechismus. Het boek van Bellinger heeft als opzet hiervan een juister inzicht te bekomen (108). Zijn onderwerp is precies afgelijnd en beperkt zich tot "den roomschen catechismus" zoals onze oude drukken aanduiden. Men vindt er dus geen gegevens in over lokale bewerkingen (b.v. de catechismus van Cambrai, Doornik of Mechelen) of b.v. over de Canisius-catechismus. Eens het onderwerp precies afgelijnd is Bellinger er op een "gründliche" manier op los gegaan. 1626 bibliotheken werden aangeschreven en kregen lijsten om na te zien; geen beschaafd land werd verwaarloosd en de indrukwekkende lijst "Sigeln" (p. 10-48) getuigt daarvan. Zo vindt men er bibliotheken uit Brazilië, Irak, Japan, Peru, ja zelfs 14 bibliotheken uit de USSR. Wij hebben de indruk, na enkele steekproeven gedaan te hebben in andere bibliografieën, dat weinig ontsnapt is aan Bellingers speurzin. Het voornaamste is dat er ongeveer 521 uitgaven van de Latijnse editie tussen 1566-1978 verschenen zijn en 353 uitgaven in vertalingen (19 talen). Het bewerken van dit enorme materiaal en de geschiedenis van de drukken wordt hier niet nagegaan en is wellicht bestemd voor een bijkomende publikatie.
Hoe is nu de materiële opvatting van het boek. Na de Sigelnlijst volgen een 7-tal pagina's bibliografie en daarna de Titelverzeichnis der Catechismus Romanus-Drucke. Elke bibliografische notitie omvat een diplomatische beschrijving van de volledige titelpagina, de aanduiding van het formaat en de paginering. Voor het formaat wordt een centimeterconventie aangenomen en niet het plooisysteem. Zo wordt de Aldus-editie van 1566, een in-folio, bij hem een in-quarto. Daarop volgt de exemplaar (aren)-locatisatie met behulp van de sigels. Gezien het aantal nageziene bibliotheken is deze soms zeer uitgebreid. Daarna volgen nog enkele bibliografische referenties; dit is het minst geslaagde deel van het werk en men begrijpt niet goed zijn keus. Zo vraagt men zich af wat de referentie naar The National Union Catalog kan bijbrengen. Voor de 16de eeuw heeft men 73 edities, voor de 17de eeuw 153, voor de 18de eeuw 120, de 19de eeuw 123 en tot 1946 nog een 30-tal edities. Na de bibliografie van de Latijnse drukken volgen de vertalingen ingedeeld in Romaanse, Germaanse, Slavische en andere taalgroepen. De vertalingen in het Frans (nr. 576-668) en in het Nederlands (nr. 794-804) omvatten de drukken die ons het meest aanbelangen. Onder de andere taalgroepen bevonden zich talrijke merkwaardige vertalingen (een in het Oekraïenisch van 1961, twee in het Japans enz.). Na deze bibliografie volgen respectievelijk een bibliografie van bewerkingen door diverse theologen (b.v. deze door Bajus, door Bellarinus), enkele anonieme bewerkingen en werken van oudere auteurs over deze catechismus. Vanaf p. 367 beginnen de uitvoerige registers: deze van de bewerkers en de vertalers, van de anonieme uitgaven, van de heruitgevers, de opdrachtgevers en de historische personaliteiten op de titelbladzijde vermeld, en tenslotte het uitvoerig drukkersregister (plaatsen van druk of uitgeverij en namen van drukkers en uitgevers). Het boek bevat ook een 44-tal afbeeldingen. Het uitgeven werd degelijk verzorgd en het boek is gemakkelijk te gebruiken wegens de chronologische rangschikking; alleen de overvloedige sigels leveren enkele moeilijkheden op. [J. M.].
(108) Gerhard J. BELLINGER, Bibliographie des Catechismus Romanus ex decreto Concilii Tridentini ad parochos, 1566-1978. Baden-Baden, V. Koerner, 1983, 442 p., ill. (Bibliotheca Bibliographica Aureliana, 87). - ISBN 3-87320-087-2.
558. - G. Huybens behandelt de diverse 16de-eeuwse uitgaven van Dit is een suuerlijk boecxken (109) waarvan de eerste druk deze van 1508 is (Antwerpen, A. van Berghen, NK 1366). Aan de bekende drukken kon hij een nog onbekende editie toevoegen: Antwerpen, Jan van Ghelen, 1565. [J. M.].
(109) Gilbert HUYBENS, Een onbekende 16de-eeuwse uitgave van "Dit is een suuerlijk boecxken", in Quaerendo, 12, 1982, p. 281-308, ill.
559. - F. Claes (110) behandelt vier Frans-Vlaamse lexicografen, d.w.z. vier auteurs die woordenboeken met een Nederlandse tekst hebben samengesteld en die afkomstig zijn uit of gewerkt hebben in het noorden van het huidige Frankrijk. Deze vier lexicografen zijn: Petrus Curius of Pieter van den Hove, Glaude Luython, Jan van Mussem en Gabriël Meurier. Voor elke auteur is er een korte biografie en een bibliografie. [J. M.].
(110) Frans CLAES, Frans-Vlaamse lexicografen, in De Franse Nederlanden = Les Pays-Bas français, 1981, p. 93-111.
560. - Het boek, gepubliceerd naar aanleiding van de tentoonstelling Paradisus Batavus (111), begint met een historisch overzicht te geven van de onderwijstuinen en particuliere tuinen (1550-1839) uit Noord en Zuid (p. 10 sq.). Vervolgens worden de kwekerscollecties en catalogi in de Noordelijke Nederlanden (1600-1838) behandeld (p. 49 sq.). Het voornaamste deel (p. 67-192) bestaat uit een degelijke bibliografie van de hand van J. Kuijlen. Deze is in twee delen gesplitst: onderwijstuinen en particuliere tuinen en vervolgens kwekerstuinen. Binnen deze indeling zijn de beschreven catalogi topografisch op alfabet gerangschikt. De onderverdeling binnen de plaats is verder chronologisch. De beschrijvingen zijn zeer uitvoerig (een quasi-facsimile-beschrijving van de titelpagina, collatie en platen) en verder is er een plaatsaanduiding waar de boeken te vinden zijn. De lijst van de nageziene bibliotheken beperkt zich niet tot Nederland. De oudste catalogus is deze van P. Coudenbergs tuin uit Antwerpen afgedrukt in V. Cordus' Annotationes van 1561. Vanaf p. 193 vindt men de eigenlijke tentoonstellingscatalogus. [J. M.].
(111) J. KUYLEN, C. S. OLDENBURGER-EBBERS, D. O. WIJNANDS, Paradisus Batavus. Bibliografie van plantencatalogi van onderwijstuinen, particuliere tuinen en kwekerscollecties in de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden (1550-1839). Wageningen, Landbouwhogeschool, 1983, 232 p.
561. - Behalve de bekende en de door Van Autenboer nieuw gevonden archiefdocumenten, vormen ook de bundel over het Landjuweel van 1561 te Antwerpen en de Spelen van sinne in 1562 door Willem Silvius gedrukt, de hoofdbronnen voor een nieuwe studie (112) over het Landjuweel. [E. C.-I.]
(112) E. VAN AUTENBOER, Het Brabants Landjuweel der rederijkers, 1515-1561. Met een woord vooraf door L. Roose. Middelburg, Merlijn, 1981, 162 p., ill. (Leuvense studiën en tekstuitgaven. N.R., 2). - ISBN 90-6465-0225.
562. - Een goed overzicht van het Landjuweel te Antwerpen in 1496 biedt ons W. Waterschoot in een fraai geillustreerd artikel (113). [E. C.-I.].
(113) Werner WATERSCHOOT, Het landjuweel te Antwerpen in 1496, in Spiegel historiael, 18, 1983, p. 310-314 + 358, ill.
563. - Van de tentoonstelling Brugge in de Geuzentijd (mei 1982) bestaat geen catalogus, maar ze heeft wel aanleiding gegeven tot de publikatie van een bundel "Bijdragen tot de geschiedenis van de hervorming te Brugge en in het Brugse Vrije tijdens de 16de eeuw" (Brugge 1982) én tot het uitgeven van een pamflet, oorspronkelijk door Cornelis Jansz. in 1582 te Delft gedrukt (114). [E. C.-I.].
(114) De hertog van Anjou en de prins van Oranje te Brugge, 17 juli-19 augustus 1582. Het mislukt complot van Juan de Salcedo en Francesco Baza. Fotomechanische heruitgave van een zeldzaam politiek pamflet met een historische toelichting door Dirk van den Bauwhede en Marc Goetinck. Brugge, Westvlaamse Gidsenkring, 1983, 80 p., ill.
564. - Het uitgeven van facsimiles van oude drukken is om diverse redenen aantrekkelijk. De uitgeverij Danthe te Sint-Niklaas heeft in 1980 een reeks "Zeldzame volksboeken uit de Nederlanden" opgezet (115). Gedrukt op (ietwat zwaar) Ingres d'Arches-papier en fraai gebonden zagen tot nu toe vier uitgaven het licht: twee drukken van Jan Berntsz. te Utrecht (1538 en ca. 1530) een van Willem Vorsterman (1531) en een van Jan van Doesborch (1528), beide laatsten te Antwerpen. De korte inleidingen van W. L. Braekman bieden een uitgangspunt om het onderzoek zowel bibliografisch en iconologisch als inhoudelijk en filologisch aan te vatten. [E. C.-I.].
(115) a) Der vrouwen natuere ende complexie. Een volksboek naar de Utrechtse druk van Jan Berntsz. van omstreeks 1538 ... Bezorgd en ingeleid door W.L. Braekman. Sint-Niklaas, Danthe, 1980, 18 + [50] p. (Zeldzame volksboeken uit de Nederlanden, l). - ISBN 90-6467008-0.
b) Van heer Frederick van Jenuen in Lombaerdien ... Een Vlaams volksboek, naar de Antwerpse druk van Willem Vorsterman uit 1531. Bezorgd en ingeleid door W.L. Braekman. Sint-Niklaas, Danthe, 1980, 16 + [40] p. (Zeldzame volksboeken uit de Nederlanden, 2). - ISBN 90-6467009-0.
c) Der IX quaesten warachtighe historien ... Een Vlaams volksboek, naar de Antwerpse druk van Jan van Doesborch uit 1528. Bezorgd en ingeleid door W.L. Braekman. Sint-Niklaas, Danthe, 1980, 17 + [65] p. (Zeldzame volksboeken uit de Nederlanden, 3). - ISBN 90-6467011 -0.
d) Int paradijs van Venus. Dye amoreuse vraghen der liefden ... Een Nederlands volksboek, naar het uniek exemplaar van de Utrechtse druk door Jan Berntsz. van ca. 1530 met de toelating van de British Library. Bezorgd en ingeleid door W. L. Braekman. Sint-Niklaas, Danthe, 1981, 22 + [26] p. (Zeldzame volksboeken uit de Nederlanden, 4). - ISBN 90-6467019-6. Per exemplaar: BF 1.350.
565. - Dezelfde behoefte voelde men in het noorden aan. Met de reeks "Facsimile-Edities der Lage Landen" wil men snel en gemakkelijk over moeilijk toegankelijke of slecht bekende teksten beschikken. Als nr. 2 in de reeks verscheen een druk van Willem Silvius, 1566, naar het enig bekende exemplaar in de British Library (116).
Het facsimile, netjes gebonden, wordt kort ingeleid en is gevolgd door een register van eigennamen en van ingrediënten. In een afzonderlijke, genaaide brochure wordt een transcriptie geboden, omdat de oorspronkelijke tekst "tegelijk moeilijk leesbaar en kort is". De auteur van het Cieraet is Gerardus Gosemius of Gerard Goossens uit Zoutleeuw, arts te Leuven. [E. C.-I.].
Zie ook nr. 1434
(116) Het Cieraet der vrouwen. Uitgegeven door K. J., S. Bostoen met medewerking van G. Kettenis. Deventer, Sub Rosa, 1983, 2 vol., XI-55 + v6-32-N3 p. (Fell, 2). - ISBN 90-70591-06-5 geb.
566. - In het raam van de steeds veelvuldiger onderzochte volksliteratuur moet het fraaie boekje, onder de véélzeggende titel Het zal koud zijn in 't water als 't vriest (117) gezien worden. Na een uitvoerige inleiding over de astrologie als koopwaar en de spotprognosticatie worden zeven Nederlandse spotprognosticaties uitgegeven en van noten voorzien. Het zijn alle Antwerpse drukken uit de 16de eeuw. [E. C.-I.].
(117) Het zal koud zijn in 't water als 't vriest. Zestiende-eeuwse parodieén op gedrukte jaarvoorspellingen. Tekstuitgave met inleiding en commentaar door Hinke van Kampen, Herman Pleij, Bob Stumpel, Annebel Venmans en Paul Vriesema. Den Haag, M. Nijhoff, 1980, 240 p., ill. - ISBN 90-2472251-9. -Fl. 26.00.
567. - Een minder bekende Nederlandse prozaroman, Robrecht de Duyvel vindt in Robrecht Resoort een tekstbezorger en inleider (118). Dat noch de editie van deze postincunabel (niet in NK), noch het enig bekende exemplaar (UB Wroclaw) worden beschreven, is een onvergeeflijke leemte. Uit verspreide mededelingen in het overigens fraaie boekje - een interessante aanwinst - kan men opmaken dat het een druk van Michiel Hillen uit 1516 betreft. Of de informatie uit een colofon komt, ofwel of de druk aan Hillen is toegeschreven, wordt niet gezegd. [E. C.-I.].
(118) Robrecht de Duyvel, uitgegeven en van commentaar voorzien door Rob Resoort. Muiderberg, D. Coutinho, 1980, 151 p. (Populaire literatuur, 2) - ISBN 90-6283-549-X. Fl. 19.50.
568. - Niet zozeer omwille van de behandelde materie dan wel omwille van de opzet en de methode, is hier vermeldenswaard een bibliografie van zeventiende-eeuwse Duitse auteurs (119) verschenen in de reeks "Hiersemanns Bibliographische Handbücher", waarin I. Bezzels Erasmusdrucke nummer één was (cf. Kroniek nr. 445). Deze bibliografie van en over honderd auteurs met telkens een korte biografie, is een eerste stap ter ontsluiting van een bibliografisch complex en omvangrijk gebied: de Duitse zeventiende eeuw. De heuristiek is ongetwijfeld grondig gevoerd wat betreft de secondaire literatuur. Wat de diplomatisch beschreven edities zelf aangaat, zijn wij minder overtuigd: er zijn weliswaar buitenlandse bibliotheken in het onderzoek betrokken maar het blijkt niet dat de enquête systematisch werd gevoerd. Per auteur alfabetisch zijn de drukken chronologisch naar de editio princeps geordend. Bij produktieve auteurs vooral zou een kort overzicht van de beschreven edities, met de oorspronkelijke titels, niet overbodig zijn geweest (zoals in de Bibl. Belgica b.v.). De nummering is binnen elk auteur per werk geschied, en verder per editie onderverdeeld. Wat met één oogopslag duidelijk maakt hoeveel werken er zijn, maar op verre na niet hoeveel edities. De ondertitel liegt er niet om: wij hebben te doen met een (willekeurige) bundeling bio-bibliografieën, niet met een - zij het onvolledige - bibliografie. Toch doen deze opmerkingen geenszins afbreuk aan het grote nut en de bruikbaarheid van dit werk. Een zo uitgestrekt bibliografisch terrein kan niet in één keer worden ontgonnen, dus beetje bij beetje en in die optiek is de keuze van honderd auteurs te verdedigen. De zoekmogelijkheden zijn dank zij registers uitgebreid tot anonieme titels, namen en pseudoniemen, drukkers en uitgevers, drukplaatsen. Onder deze laatste zien we Amsterdam, Leiden en Antwerpen als de bijzonderste in de Nederlanden. Verder is er een nuttige lijst met afkortingen en vaktermen, een literatuurlijst van meer dan 750 titels en de lijst met bibliotheken waaronder zich de belangrijkste in Nederland en België bevinden [E. C.-I].
(119) Gerhard DÜNNHAUPT, Bibliographisches Handbuch der Barockliteratur. Hundert Personalbibliographien Deutscher Autoren des siebzehnten Jahrhunderts. Stuttgart, A. Hiersemann, 1980-1981, 3 vol. (Hiersemanns Bibliographische Handbücher, 2). - ISBN 3-7772-8029-1.
569. - Nummer 33 van onze kroniek behandelde kort het werk van A. Labarre gewijd aan de 16de-eeuwse drukken uit Douai. In 1982 verscheen hierop een vervolg gewijd aan de 17de eeuw (120). Gezien het grote aantal drukken - het werk beschrijft er 2706, en dit aantal zou nog gemakkelijk aangevuld kunnen worden - heeft de auteur het geheel anders opgevat. De rangschikking gebeurt niet langer per drukker (een zestigtal), maar is nu chronologisch. De beschrijvingen zijn thans ook beknopter, wat voor deze en volgende periode te verdedigen valt, maar geven toch de belangrijkste kenmerken, evenals enkele exemplaaraanduidingen. Vestigen wij de aandacht op de uitvoerige registers: "Table des auteurs principaux et secondaires et des titres anonymes. Table des dédicataires et des illustrateurs" en natuurlijk een "Table des imprimeurs et libraires". [J. M.].
(120) Albert LABARRE, Répertoire bibliographique des livres imprimés en France au XVIIe siècle. Douai. Baden-Baden, V. Koerner, 1982, 544 p. (Bibliotheca Bibliographica Aureliana, 86). - ISBN 3-87320-086-4.
570. - N.a.v. de herdenking van de stichting van de stad Hasselt 750 jaar geleden, organiseerde de Provinciale Bibliotheek i.s.m. het Provinciaal Archief- en Documentatiecentrum een tentoonstelling gewijd aan "Hasseltse" boeken uit de 16de, 17de en 18de eeuw. De catalogus die hierbij gepubliceerd werd (121), betekent een weliswaar zeer bescheiden maar toch goede aanloop voor een breder panorama van het intellectuele leven te Hasselt tijdens het Ancien Regime. Men vindt er werken over de geschiedenis van Hasselt, Hasseltse boekbanden, Hasseltse drukken en Hasseltse auteurs. [E. C.-I.].
(121) Raf VAN LAERE, Hasselt in boek en druk. Tentoonstellingscatalogus. Hasselt, Provinciale Bibliotheek, 1982, VIII-99 p., ill.
571. - De catalogus van Willemse (122) omvat alles waarvan vaststaat dat het in Groningen is gedrukt of uitgegeven. De titelbeschrijvingen zijn voor het merendeel verkort weergegeven en anonieme titels worden gealfabetiseerd op het eerste woord met uitzondering van de lidwoorden en rangtelwoorden. Het impressum is voluit weergegeven. Er zijn diverse indices waaronder een van boekdrukkers en -verkopers. [J. M.].
(122) F. C. WILLEMSE, Groningse drukken uit de 17de en 18de eeuw. Catalogus van de werken aanwezig in de bibliotheek der Rijksuniversiteit te Groningen. Groningen, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 1979, VI-348 p. - ISBN 90-90000-99-2.
572. - Het artikel van Huybens (123) gewijd aan de geschiedenis van de muziek te Leuven omvat ook een paar bladzijden muziekdrukken (p. 85-91). [J. M.].
(123) Gilbert HUYBENS, Bouwstenen voor een geschiedenis van de muziek te Leuven, 17e en 18e eeuw, in Mededelingen van de Geschied- en Oudheidkundige Kring voor Leuven en omgeving, 21, 1981, p. 5-93.
573. - Als een aanloop tot een groter werk over de geschiedenis van de boekdrukkunst te Namen beschouwt André Goffin deze publikatie (124) die handelt over het begin van de boekdrukkunst in genoemde stad. Het is een fraaie, geillustreerde brochure op zevenhonderd exemplaren in een typografische vormgeving van Rémy Magermans, door hem gedrukt. Wij vernemen er bijzonderheden, gedeeltelijk uit archiefdocumenten gehaald, over Henry Furlet, François Vivien le jeune en Christian Ouwerx. [E. C.-I.].
(124) André-M. GOFFIN, L'imprimerie á Namur de 1616 á 1636. Namur, "Au Vieux Quartier", 1981, 44 p., ill.
574. - De licentiaatsverhandeling van H. Storme en N. Bostyn (125) is een onderzoek naar de meest gebruikte preekboeken - de best-sellers uit de predikatieliteratuur - uit de 17de en 18de eeuw. Het eerste deel vormt de inleiding, de werkwijze en de statistische bewerking; deel II-IV, in alfabetische orde, de preekboeken. Uitgangspunt om deze best-sellers op te sporen vormen de testamenten en boedelinventarissen opgemaakt bij het overlijden van een pastoor; oude veilingscatalogi (het getal van 66 bruikbare veilingscatalogi die de auteurs gevonden hebben, vinden we erg weinig rekening houdend met b.v. de uitgebreide collectie te Gent); catalogi van kloosterbibliotheken en tenslotte de boekhandelscatalogi. In het totaal zijn er 295 titels van preekboeken in het repertorium opgenomen waarvan verscheidene meer dan één uitgave kenden. De beschrijvingen zijn behoorlijk, wel iets te uitvoerig, en het verschil tussen de diverse edities kon beknopter aangeduid worden. Aan de localisatie van de exemplaren in de diverse grote Belgische bibliotheken werd zorg besteed. De gekozen data stellen wel enkele problemen; b.v. de Catholycke sermoenen van H. Adriani heeft als eerste vermelde uitgave deze van 1616 maar er is er een van 1592 die zeker in de 17de eeuw dienst heeft gedaan. Verder blijven b.v. de talrijke bundels predikatieliteratuur in handschrift overgeleverd. Deze vallen weliswaar buiten hun bestek maar zijn van aard dat ze de statistische manipulatie zouden beïnvloeden. In het geheel een degelijk werk omtrent een weinig behandeld maar boeiend onderwerp. [J. M.].
Zie ook nr. 1343
(125) H. STORME en N. BOSTYN, Repertorium en inleidende studie van uitgegeven predikatieboeken uit de 17de en de 18de eeuw (bisdommen Antwerpen, Brugge, Gent, Ieper en Mechelen). Leuven, Katholieke Universiteit, 1982, 4 vol., XXI-787 f.
575. - In de inleiding schetst J. Bouman het genre en de geschiedenis van de belangrijke verzameling gelegenheidsgedichten uit de K.B. te 's-Gravenhage (126). Om niet in het gevaar van het oeverloze te vallen worden ook de stricte criteria vooropgesteld voor de opname in de catalogus. De catalogus zelf, die in 1594 aanvangt, is chronologisch geordend op jaar van gebeurtenis en bestaat uit 648 titels van gedichten die verband houden met Nederlandse personen of ingezetenen. De titelbeschrijving omvat een transcriptie van het titelblad en colofon, een collatie en vermeldt verder de illustraties en de nodige gegevens ter identificatie van het gedicht. Er is vanzelfsprekend een uitvoerig personenregister, een lijst per stad van boekdrukkers en boekverkopers, een register op de aard van de gelegenheid, op de taal en van de steden waar de gebeurtenis plaats vond. Tenslotte volgen 66 platen. [J. M.].
Zie ook nrs. 1052; 1341; 1531
(126) José BOUMAN, Nederlandse gelegenheidsgedichten voor 1700 in de Koninklijke Bibliotheek. Catalogus van gedichten op geboorte, huwelijk, overlijden en dergelijke gebeurtenissen in het leven van particuliere personen. Nieuwkoop, B. De Graaf, 1982, 264 p., 66 pl. (Bibliotheca Bibliographica Neerlandica, 15). - ISBN 90-6004-3820. Fl. 95.
576. - In een boeiend en levendig geschreven opstel (127) over de fondscatalogus van de uitgever Cornelis Claesz - zijn boekenvoorraad werd op 10 mei 1610 te Amsterdam geveild - toont Bert van Selm aan hoe een dergelijke catalogus niet enkel voor de boekhistoricus maar ook voor de literairhistoricus van ongemeen belang kan zijn. Veel boekhandelscatalogi zijn slechts nog in één exemplaar bekend, zoals deze van Claesz. Hij wordt ontleed en beschreven (ex. Herzog August Bibliothek Wolfenbüttel). Op de meer literaire titels van bekende en onbekende werken wordt nader ingegaan. De aandacht wordt speciaal gevestigd op het belang van de publikatiegeschiedenis van literair werk. [E. C.-I.].
(127) Bert VAN SELM, Ridders te Amsterdam in de "Vroege Renaissance". Enkele aspecten van de catalogus van de magazijnveiling van Cornelis Claesz in 1610, ofwel literatuurgeschiedenis als geschiedenis van de boekhandel, in De letter doet de geest leven. Bundel opstellen aangeboden aan Max de Haan..., Leiden, Vakgroep Nederlandse taal- en letterkunde, 1980, p. 102-125.
577. - Het artikel van de Borchgrave (128) brengt interessante gegevens over de ontstaansgeschiedenis van de Flandria Illustrata en de rol van Henricus Hondius. [J. M.].
(128) DE BORCHGRAVE, Henricus Hondius en de eerste uitgave van Sanderus' Flandria Illustrata, in Handelingen van de Koninklijke Geschied- en Oudheidkundige Kring van Kortrijk, 46, 1979, p. 95-109.
578. - B. van Selm wijdt een uitvoerig en grondig onderzoek aan enkele Amsterdamse fondscatalogi met gedrukte prijsopgave van de te koop aangeboden boeken (129). Het gaat hier over de fondscatalogi van de uitgever-boekverkoper Hendrick Laurensz van 1628, 1631, 1638 en 1647. [J. M.].
(129) Bert VAN SELM, Some Amsterdam stock catalogues with printed prices from the first half of the seventeenth century, in Quaerendo, 10, 1980, p. 3-46, ill.
579. - De doctorale dissertatie van Lankhorst (130) omvat de analyse van een belangrijke uitgeverij en boekhandel uit de 17de eeuw. Er is een uitvoerige chronologische lijst van werken door R. Leers uitgegeven. [J. M.].
Zie ook nrs. 1625; 1937
(130) Otto S. LANKHORST, Reinier Leers (1654-1714). Uitgever en boekverkoper te Rotterdam. Een Europees "Libraire" en zijn fonds. Amsterdam, Apa-Holland Universiteits Pers, 1983, XIX-299 p.
580. - R. A. Verdonk (131) onderzoekt het eerste woordenboek "Nederlands-Spaans" dat te Antwerpen in 1634 gedrukt werd. Dit woordenboek, de Nieuwen Dictionaris om te leeren de Nederlandtsche ende Spaensche talen van J. Francisco Rodriguez werd door C. J. Trognesius gedrukt en kende, op minder dan twintig jaar, zes uitgaven. [J. M.].
(131) R. A. VERDONK, Het eerste woordenboek "Nederlands-Spaans": De "Nieuwen Dictionaris" van Juan Francisco Rodriguez (Antwerpen, 1634), in Handelingen van de Koninklijke Zuidnederlandse Maatschappij voor Taal- en Letterkunde en Geschiedenis, 35, 1981, p. 272-283.
581. - Het onderzoek van spot- en schertsgeschriften krijgt meer en meer aanhangers. Karel Bostoen (132) beschrijft, bestudeert en publiceert een schertsplakkaat uitgevaardigd vanwege "Mijn Heer den Vasten". Het is een planodruk (ex. K.B. Brussel) ongetwijfeld in 1686 te Brussel gedrukt door een voorlopig niet te achterhalen drukker. [E. C.-I.].
(132) Karel BOSTOEN, Mijn Heer den Vasten: een schertsoverheid en zijn plakkaten, in De letter doet de geest leven. Bundel opstellen aangeboden aan Max de Haan ...., Leiden, Vakgroep Nederlandse taal- en letterkunde, 1980, p. 139-171, ill.
582. - De N.V. De Schutter bracht in 1983 een facsimile (133) op de markt van het enig bekende Franstalige kookboek uit ons land: Ouverture de cuisine van Lancelot de Casteau, te Luik door Leonard Streel in 1604 gedrukt (ex. K.B. Brussel). Niet aangekondigd op het titelblad is een korte historische aantekening over de auteur en zijn milieu. Over de drukker zijn slechts enkele regels te lezen. [E. C.-I.].
(133) Lancelot DE CASTEAU, Ouverture de cuisine. Présentation du livre par Hernian Liebaers. Translation en français moderne et glossaire par Léo Moulin. Commentaires gastronomiques par Jacques Kother. Anvers-Bruxelles, De Schutter, 1983, 306 p. - ISBN 90-70667-05-3. BF. 1.200.

Go Top
     
     
Over deze site   Home page: www.boekgeschiedenis.be
Ontwikkeling © Johan Hanselaer
Laatste aanpassing: