Kroniek


1987-1988

 
     
     
VWB
Overzicht
  Go Top
Een uitbreiding van de redactie heeft het mogelijk gemaakt de chronologische grenzen te verleggen; alleen de allernieuwste tijd valt buiten het bestek. Dit was tevens de aanleiding om de criteria tot opname te herzien. Ongeacht waar verschenen, wordt een publikatie opgenomen indien zij de Nederlanden aanbelangt of er tenminste op enigerlei wijze mee in verband kan worden gebracht; enkel het methodologisch belang van een werk kan dit landelijk criterium overstijgen. Publikaties die de redactie ter recensie worden bezorgd, krijgen een wat uitvoeriger bespreking. De notities blijven chronologisch gegroepeerd; binnen elke periode zijn ze per thema of per onderwerp (in vetjes gedrukt) gegroepeerd volgens een vaststaand schema: 1. Literatuurbericht; 2. Bibliografie (methodologie, repertoria); 3. Drukmateriaal; 4. Zetten en drukken; 5. Drukkers, steden, regio's; 6. Boekillustratie; 7. Boekband; 8. Bibliotheken en Bibliofilie; 9. Boekhandel; 10. Auteurs en onderwerpen.
De lezers van de Kroniek worden uitgenodigd de redactie attent te maken op recent verschenen publikaties en haar overdrukken van hun eigen artikelen op te sturen. Het weze een poging om de band tussen auteur en uitgever, lezer en bibliothecaris nauwer aan te halen.
957. - Bibliographie der Buch- und Bibliotheksgeschichte (BBB). Mit Nachträgen aus den Jahren 1980 bis 1983. Bearbeitet von Horst MEYER, 4, 1984, - Bad Iburg: Bibliographischer Verlag Horst Meyer, 1986. - 556 p.; 22 cm, - ISBN 3-923526-04-0.
Voortzetting van Kroniek 12,
nr. 792.
Behalve auteursregister, ook een plaatsnamenregister en een zaakregister.
Zie ook nr. 1520
958. - Lexikon des gesamten Buchwesens - LGB2. Herausgegeben von Severin CORSTEN [et al.]. - Stuttgart A. Hiersemann. - 1986: Lieferung 3 (p. 161-240): Atlanta-Barlach; 1986 Lieferung 4 (p. 241-320): Barnard-Bernhard; 1987: Lieferung 5 (p. 321-400): Bernhard-Bibliothekseinrichtung; 1987: Lieferung 6 (p. 401-480): Bibliotheksetat-Böhlau; 1987: Lieferung 7 (p. 481-560): Böhm-Brünn.
Een greep uit de voor deze Kroniek (Cf. Kroniek 12,
nr. 795) vermeldenswaarde lemmata zijn Belgien (A. Rouzet/G. Gabel), Biblia pauperum (H. Wendland), Blaeu (F. A. Janssen), Bollandisten (C. Weismann), Bomberg (A. K. Offenberg), Brill (E. Henze), Brito (L. Mees), Brugge (S. Corsten/L. Mees), en verder algemene rubrieken zoals Bibliographie, Bibliothek en aanverwante begrippen. [E. C.-I.].
959. - Letterplank: handreiking bij het lezen van boeken in oude druk samengesteld door J. NOOTENBOOM. - Rotterdam: Lindenberg's Boekhandel, 1986. - 64 p.: ill.; 21 cm. - ISBN 90-70-35512-4. Fl. 12, 50.
Voor de absolute beginner is er nu deze hulp bij het lezen van Nederlandse boeken in gotische letter, compleet met voorbeelden en oefeningen. Voorbeelden (één per halve eeuw) zijn gekozen uit theologische boeken van 1477 (Delftse Bijbel) tot 1872 (John Bunyan, De heilige oorlog, Nijkerk, in de zgn. 'Malga-letter'). Gevorderden zullen vooral oog hebben voor de gereproduceerde bladen uit vier eeuwen Nederlandse theologische drukken, een visueel overzicht van de typografie in de 'volksletter'.
Hoe moeilijk het is een consequente en correcte transcriptie te geven bewijzen de lapsussen (of toch zetfouten?) op p. 29 (ieghenwoerdighe), p. 47 (Appostel), p. 51 (Ps 2, 2 r. 3 (dat dats), p. 63 (eene plaatse). Een intrigerende uitspraak tenslotte i.v.m. 18de- en 19de- eeuwse godsdienstige drukken: 'Het verhaal gaat dat een gedeeltelijk in rood gedrukt titelblad aangaf dat het om een zuivere, onvervalste uitgave ging' (p. 53). [M. d. S.].
960. - Huib VAN KRIMPEN, Boek over het maken van boeken. Nieuwe, herziene & vermeerderde uitgave. - Veenendaal: Gaade, 1986. - 551 p. ill.; 28 cm. - ISBN 90-6017-521-2 geb. BF 2.900; Fl. 145.
Hoe kwam en komt een boek tot stand? Hoe werd en wordt een tekst gezet, geïllustreerd, gedrukt, gebonden? Waar iets te vernemen over boekletters, papier, vormgeving? Op al deze vragen, en nog vele andere, op de weg van kopij tot afgewerkt product, geeft dit boek een antwoord. Iedereen die zich met 'boeken maken' bezighoudt, in welke zin dan ook, zal dit boek best onder handbereik hebben staan. Niet goedkoop, maar hoogst instructief en prachtig uitgevoerd. [E. C.-I.].
961. - A short-title catalogue of books printed in England, Scotland, Ireland and of English books printed abroad 1475-1640. First compiled by A. W. POLLARD & G. R. REDGRAVE. Second edition, revised and enlarged, begun by W. A. JACKSON & F. S. FERGUSON, completed by Katharine F. PANTZER. -London: The Bibliographical Society, 1976-1986. - 2 dln; 32 cm. -ISBN 0-19-7211789-3 (1), 0-19-721790-7(11).
Ook voor de niet Engels gerichte bibliograaf, bibliothecaris en vorser is de langverwachte tweede, sterk vermeerderde editie van de STC van Pollard en Redgrave (1ste ed. 1927) een blijde gebeurtenis: twee forse delen (dl. II in 1976, dl. I in 1986; een derde met drukkersregisters wordt in uitzicht gesteld), waarvan het aantal nummers (26.143) ver onder de werkelijkheid blijft, gezien het ingenieuze nummeringssysteem: de oude nummering principieel gehandhaafd, dank zij het zg. puntnummersysteem. De uitvoerige inleiding van K. F. Pantzer is het lezen waard, ook van methodologisch standpunt uit. Vergeten wij niet dat in STC 2nd ed. ook zijn opgenomen 'books with misleading or ironic imprints or without imprint', 'British books not in English' (bv. Mores Utopia), 'books printed according to British use' (bv. Lyndewode), 'books printed abroad with British imprints', 'books in English printed abroad' (denk aan de Engelse katholieken). Er is ook een rubriek 'Bookplates' (gedrukte ex-libris) en vóórgedrukte formulieren. Door de auteur(s) wordt er de nadruk op gelegd dat STC steeds een findinglist is en blijft en dat de exemplaren dus moeten gecontroleerd worden; het is ook géén census van exemplaren, hoewel het aantal medewerkende bibliotheken van 150 tot 500 is gestegen. [E. C.-I.].
962. - Short-title catalogue of books printed in France and of French books printed in other countries from 1470 tot 1600 now in the British Library. Supplement. [Edited by G. M. DEMPSEY and L. le R. DETHAN]. - [London]: The British Library, 1986. - viii, 291 p.; 23 cm. - ISBN 0-7123-0064-3.
Dit supplement op de in 1924 verschenen catalogus bevat een drukkersregister betreffende ál de Franse boeken, oorspronkelijk opgesteld door wijlen John Jolliffe. Dit op drukkersnaam geordend alfabetisch register, dat ruim twee derde van de hele publikatie beslaat, bevat een niet te verwaarlozen aantal namen uit de Nederlanden: in vogelvlucht opgemerkt: H. Alssens, J. Bellère J. van der Loe, de Phalèses, C. Plantijn (2 kolommen!), J. Richart, T. Susato e.a. [E. C.-I.].
963. - Short-title catalogue of books printed in Italy and of Italian books printed in other countries from 1465 to 1600 now in the British Library. Supplement. [By D. E. RHODES]. - [London]: The British Library, 1986.- 152 p.; 23 cm. - ISBN 0-7123-0094-5.
Bevat ook zeven bladzijden met corrigenda op de catalogus van 1958. Drie registers, waaronder die van de niet Italiaanse drukplaatsen, bestrijken zowel het basisdeel als het supplement. In dit register komt Antwerpen met veertien namen voor. [E. C.-I.].
964. - Maria Teresa MONTI, Catalogo del Fondo Haller della Biblioteca Nazionale Braidense di Milano. - Milano: Franco Angeli, 1983-. (Filosofia e scienza nel Cinquecento e nel Seicento. II. Strumenti bibliografici, 6 -).
Parte I, Libri. Vol. I. A-F: 1983, LVI, 608 p. - Lit. 35.000; Vol. II, G-0, 1984, X, 641 p. - Lit. 35.000; Vol. III, Tomo 1, P-S, 1984, X, 430 p. -Lit. 28.000; Tomo 2, T-Z, 1984, X, 739 p. - Lit. 25.000.
Parte II, Dissertazioni, Vol. I, A-F, 1985, X, 526 p. - Lit. 30.000, Vol. II, G-K, 1985, X, 451 p. - Lit. 35.000, Vol. III, L-R, 1986, X, 514 P. -Lit. 40.000.
Catalogus van de zeer grote medisch-natuurwetenschappelijke collectie van de Zwitserse geleerde Albrecht von Haller (1708-1777), bewaard in de Biblioteca Nazionale Braidense te Milaan. De reeds verschenen delen lopen tot nr. 15.145! Wegens de beschrijving van honderden Nederlandse 'dissertazioni' (theses, disputaties, academische gelegenheidsdrukjes) uit de 17de en 18de eeuw is dit een belangrijke bron voor een studie van dat soort uitgaven. Onder de grotere gedrukte werken ('Libri') bevinden zich Antwerpse postincunabelen, enkele tientallen drukken in het Nederlands en veel Latijnse edities uit de Nederlanden. Een basiscollectie voor de geschiedenis van de natuurwetenschappen. [M. d. S.].
965. - Philologia Arabica. Arabische studiën en drukken in de Nederlanden in de 16de en 17de eeuw. [Onder red. van Francine DE NAVE]. Catalogus Tentoonstelling Museum Plantin-Moretus, 25 okt.-21 dec. - Antwerpen: Museum Plantin-Moretus, 1986. - CXLIX, 236 p., ill.; 30 cm. (Publikaties MPM/PK, 3). - BF 300.
Deze behoorlijk uitgegeven catalogus bestaat uit twee delen. Het eerste deel, met Romeinse paginering en de tekst in drie talen, is meer van algemeen cultuurhistorische aard. Het tweede deel omvat de eigenlijke catalogus waar men de diverse tentoongestelde boeken en documenten beschreven vindt. De heldere indeling van het boek verschaft een goed idee over de inhoud van de tentoonstelling. Vooraf een inleidend deel waar de belangstelling voor het Oosten en het Arabisch tot aan de 16de eeuw wordt geschetst aan de hand van reisverhalen (bv. Breydenbach), atlassen en kostuumboeken (de prenten van A. de Bruyn). Het verwondert ons hier niet de prachtige fries van Pieter Coecke van 1553 te vinden. Vervolgens komen twee gelijkaardige delen: de Arabische studiën in de 16de eeuw in West-Europa eerst exclusief de Nederlanden, vervolgens in de Republiek. Deze delen zijn zoniet zeer origineel wel erg nuttig door het bijeengebrachte materiaal. Zo vindt men er bv. de eerste westerse Arabische druk (1514), een Fano druk, geleend door de Rijksuniversiteit Leiden. Het belangrijkste hoofdstuk is ongetwijfeld De arabistiek in de Nederlanden in de 16de-17de eeuw. Het geeft een overzicht van het werk van de diverse grammatici, behoorlijk geïllustreerd met diverse drukken, en licht verder de betekenis toe van de familie Raphelengius. Zij waren de eerste om hun drukkerij met Arabisch typografisch materiaal uit te rusten. Worden hier min of meer uitvoerig behandeld: N. Clenardus, J. J. Scaliger, natuurlijk Franciscus I Raphelengius met zijn Specimen characterum Arabicorum van 1595, J. Theunisz, Th. Erpenius en J. Golius. Het boek sluit met een uitvoerige bibliografie. [J. M.].
966. - L. FUKS en R. G. FUKS-MANSFELD, Hebrew typography in the Northern Netherlands 1585-1815: historical evaluation and descriptive bibliography. - Leiden: E. J. Brill, 1984-1987. - 2 dln. (VIII, 1-232 p.; VIII, p. 233-505): ill.; 27 cm. - ISBN 90-04-07056-7 (I), 90-04-08154-2 (II). - Fl. 70 (I); fl. 120 (II).
Dit uitgebreide overzicht van Hebreeuwse drukken uit de Noordelijke Nederlanden is een belangrijke publikatie. Voor het eerst werd de Nederlandse Hebreeuwse typografie in zijn historische context systematisch onderzocht.
Deze eerste twee delen (639 nrs.) bevatten de produktie tot 1790 voor Leiden, tot 1742 voor Franeker en tot 1700 voor Amsterdam. In Leiden en Franeker was de Hebreeuwse produktie gericht op een academisch en internationaal publiek. Amsterdam daarentegen was de leverancier van Hebreeuwse en Jiddische boeken voor joden in West-Europa.
Elke stad krijgt per drukkerij een historische inleiding en een chronologisch geordende beschrijving van de drukken. Enkel drukken die volledig of grotendeels in het Hebreeuws zijn, worden opgenomen. Bij de exemplaaropgave zijn geen bibliotheeksignaturen vermeld. De talrijke voetnoten bevatten veel bibliografische en archivalische verwijzingen. Er zijn in elk deel uitvoerige registers op persoonsnamen, Hebreeuwse namen, titels (Latijns en Hebreeuws alfabet), een onderwerpenregister, een register op financiers van Hebreeuwse drukken, op zetters, correctoren, approbaties, en Hebreeuwse lofdichten. [M. d. S.].
967. - Peter AMELUNG, Weitere unbekannte oder seltene Drucke in Civilité-Schrift in der Württembergischen Landesbibliothek in Gutenberg Jahrbuch,1987, p. .89-200, facsim.
Beschrijving met commentaar van twee zestiende-eeuwse (wed. G. Smits voor H. Hendrickx, J. van Waesberghe) en drie-zeventiende-eeuwse (D. Pietersz Pers) drukken. (Cf. Kroniek 12, 1986,
nr. 869). [E. C.-I.).
968. - Bernard DESMAELE, Imprimeurs et libraires dans les cités hainuyères d'Ancien régime in Autour de la ville. Mélanges d'archéologie et d'histoire urbaines offerts á Jean Dugnoille et á René Sansen,in Études et documents du Cercle royal d'histoire et d'archéologie d'Ath et de la région et musées athois,7, 1986, p. 313-320.
De afwezigheid van een universiteit in het Henegouwse en van humanisten verklaren het gebrek aan drukkers. Boekverkopers eerst, later ook uitgevers, in Bergen, Doornik en Aat, effenen het terrein. Aanvankelijk laten zij drukken in Antwerpen, Dowaai en Leuven; later, in de tweede helft van de 16de eeuw, vestigen zich de eerste drukkers in Bergen (Rutger Velpius en Lucas Rivius), Aat (Jean Maes) en Doornik (Jean Laurent). [E. C.-I.].
969. - Brochures liègeoises, XVIIe-XXe siècle. Supplément á la Bibliographie de X. de Theux par Véronique HANSOTTE, Anne HELIN et Françoise STOCKMANS. - Liège: [Bibliothèque générale de l'Université], 1987. - 224 p.: 21 x 29 cm. (Bibliotheca Universitatis Leodiensis, 33).
Onder brochures wordt i.c. verstaan plakkaten, ordonnanties, pamfletten, gedichten, toneelstukken, programma's, publiciteitsmateriaal; de terminus ante quem is op 1914 gesteld. Het is helaas een niet erg gelukkige vorm van computeruitdraai, maar erger is de afwezigheid van een drukkersregister. Hoe in deze (niet genummerde) massa een oude druk op te sporen? De al te summiere inleiding vertelt ons verder niets over de aantallen 16de-, 17de- en 18de-eeuwse drukken die gecatalogiseerd werden. [E. C.-I.].
970. - Bernard Huys, Overzicht van de muziektypografie in de Zuidelijke Nederlanden vóór 1800 in De eodem et diverso. Bundel essays over diverse themata van het oude muziek-onderzoek. - Peer: Vlaams Centrum voor oude muziek, 1986, p. 21-42, ill. (Jaarboek van het Vlaams Centrum voor oude muziek, Peer, 2).
Schematisch overzicht aan de hand van de hoofdfiguren, waarbij de nadruk op de zestiende eeuw ligt. Jan de Gheet, Christoffel van Ruremund die voor zijn Gregoriaanse muziek de twee drukgangen-methode toepast (hier ten onrechte 'dubbeldruk' geheten; cf.
nr. 1077). Verder Symon Cock, Hans de Laet, Hubert Waelrant, de Phalesii, het Plantijnse Huis, de familie Aertssens, François-Joseph Desoer, Benoit Andrez, maar met hen staan we al in de achttiende eeuw. Bernard Huys acht het ogenblik rijp om een grondige geschiedenis van de muziekdrukkunst in de Nederlanden tot omstreeks 1800 te schrijven. Wie aanvaardt de uitdaging? [E. C.-I.].
Zie ook nrs. 1042; 1057
971. - Ernest PERSOONS, Handschriftelijke en gedrukte albums van kloosterklederdrachten uit de Nederlanden in Miscellanea Neerlandica. Opstellen voor Dr. Jan Deschamps ter gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag. Onder red. van Elly COCKX-INDESTEGE en Frans HENDRICKX. - Leuven: Peeters, 1987, III, p. 203-211. - ISBN 90-6831-078-X (I), 90-6831-078-8 (II), 90-6831-080-1 (II). - BF 6.000 (2.400 (I), 2.000 (II), 1.600 (III)).
Een onderdeel van het genre 'kostuumboeken' vormen de albums met kloosterklederdrachten. Aan bod komen gedrukte uitgaven van 1585 tot 1865. Verder bibliografisch en iconologisch onderzoek blijft nodig na deze eerste verkenning. [M. d. S.].
Zie ook nrs.
1001; 1032; 1073; 1103; 1106; 1107; 1108; 983; 989
972. - André J. GEURTS, In de ban van de band. Enkele notities over boekbanden en boekbinden geillustreerd met voorbeelden uit Zutphense collecties. -Gent: Vlaamse Handboekbindersgilde, 1987. - 22 p.: omslag, ill.; 30 cm.
Een inleiding over een paar technische aspecten van het vak, enkele opmerkingen over bandversiering, iets over Zutphense blindstempelbanden en over handschrift- en drukfragmenten als bindmateriaal en tenslotte wat losse informatie over de industriële boekbanden uit de eerste helft van deze eeuw: zie daar enkele algemene, korte capita selecta. Voor de belangstellenden is er uitvoerige verwijzing naar de literatuur gegeven. Brochure uitgegeven ter gelegenheid van de tentoonstelling Boekbanden en boekbinden in het Stedelijk Museum te Zutphen. Hiervan bestaat onder dezelfde titel, enkel een getypte, geniete catalogus, eveneens van A. J. Geurts, met korte bandbeschrijving en inhoudsopgave (59 nrs.); een beetje jammer dat die onder zo'n vorm moest verschijnen. [E. C.-I.].
973. - De wereld aan boeken: een keuze uit de collectie van de Groningse Universiteitsbibliotheek tentoongesteld ter gelegenheid van de opening van het nieuwe bibliotheekgebouw 21 mei-31 augustus 1987. - Groningen: Universiteitsbibliotheek, 1987. - 149 p.: ill., 23, 5 cm. - ISBN 90-367-0045-0.
Onder redactie van G. C. Huisman werden een aantal hoogtepunten en andere interessante boeken uit bijna vier eeuwen Groningse collectievorming in deze goed geïllustreerde catalogus besproken. Enkele rariora zijn het vermelden waard: een aflaatbrief (Deventer, 1479; IDL 2995), een Gratianusincunabel uit de bibliotheek van Viglius van Aytta, de Erasmusbijbel van Luther (uit 1522 en niet '1572, ' p. 45), D. Heinsius, Quaeris quid sit amor? (ca. 1601) gebruikt als verlovingsgeschenk, een tot nu toe onbekende Almanach (Groningen, 1608) door de Bruggeling Nicolaus Mulerius (wiens Copernicus-editie uit 1607 ook wordt getoond). Voorts zijn er atlassen, boekbanden, private press-drukken enz. Er is wel een register aanwezig (p. 139-149), maar bij de exemplaarbeschrijvingen zijn jammer genoeg niet de bibliotheeksignaturen vermeld. Een mooie catalogus. een voortreffelijke collectie. Utinam Groninga esset vicinior! [M. d. S.]
974. - Het nieuwe gebouw van de Universiteitsbibliotheek te Groningen onder red. van W. R. H. Koops en Ch. J. J. KLAVER. - Groningen: Universiteitsbibliotheek, 1987. - 108 p.: ill.; 24 cm. - ISBN 90-367-0041-8. (Tevens verschenen in Open,19, 1987, p. 261-380).
Naast technische opstellen over ontwerp, inrichting, verhuizing etc. van de nieuwe U.B. zijn hier volgende artikels het vermelden waard: W. R. H. Koops, De huisvesting van de Universiteitsbibliotheek 1615-1985 (p. 11-20): het bekende patroon (zie Leiden en Franeker) van voormalige kloostergebouwen, 19de- en 20ste-eeuwse nieuwbouw; J. Kingma, De Universiteitsbibliotheek, haar collecties vroeger en nu (p. 94-101) met o.m. de zwaartepunten (Groningana, voortzetting van speciale collecties, van Horatius tot de Spoorwegen, in zijn geheel 1,8 miljoen banden); W. R. H. Koops, Het Universiteitsmuseum (p. 102-104). [M. d. S.].
975. - Vier eeuwen Universiteitsbibliotheek Utrecht. Deel I: De eerste drie eeuwen door D. GROSHEIDE, A. D. A. MONNA en P. G. N. PESCH. -Utrecht: Bibliotheek der Rijksuniversiteit: HES, 1986. - 303 p.: ill.; 22, 5 cm. - ISBN 90-6194-096-6 (geb.), 90-6194-016-8 (ing.). Fl. 59, 50 (geb.), fl. 39, 50 (ing.).
De fraaie catalogus Handschriften en oude drukken van de Utrechtse Universiteitsbibliotheek,Utrecht, 1984 (zie Kroniek 10,
nr. 620) had reeds heel wat aan het licht gebracht over boekverzamelingen in Utrecht en over enkele bijzondere collecties die thans in de UB worden bewaard. Vier eeuwen ( ... ) brengt nu het systematisch gestructureerde verhaal. Een eerste poging daartoe werd reeds in 1909 gedaan door J. F. van Someren, De Utrechtsche Universiteitsbibliotheek: haar geschiedenis en kunstschatten vóór 1880. Sindsdien zijn zoveel nieuwe gegevens bekend geworden en ontstonden nieuwe inzichten in bibliotheekgeschiedenis, dat een nieuw boek meer dan nodig was. Voor de periode tot 1878 bleken nu ook drie auteurs nodig.
In 1581 besloot de Utrechtse vroedschap de boeken van de in de stad aanwezige kapittels en kloosters samen te brengen. Zo sloot ook Utrecht zich aan bij de vele steden die na de Reformatie een goede openbare bibliotheek vormden voor de eigen burgers, vaak ook met het oog op de oprichting van een hogeschool. De feitelijke overbrenging van deze katholieke collecties verliep niet zonder vertragingspogingen vanwege de toenmalige bezitters. Nogal wat boeken en handschriften zouden in de 19de eeuw pas in de UB terechtkomen. De collectie leidde een sluimerend bestaan, ondanks de inlijving van twee belangrijke legaten: de privé-bibliotheken van Mr. Evert van de Poll (800 á 1000 banden) en van de voormalige kanunnik Huybert Edmond van Buchell (3000 titels). In 1608 verscheen de eerste gedrukte catalogus, samengesteld door enkele predikanten. De oprichting van een Illustere School (1634) en kort daarna van de Universiteit (1636) noopten ook tot een afzonderlijke functie van bibliothecaris, voorheen door de koster uitgeoefend. Cornelis Booth (1605-1678) werd in 1637 de eerste echte bibliothecaris. Na de koster een geletterd regent! De typering door G. Voetius van (de UB onder) Booth in 1644 als een 'cypres die oprijst temidden van langzame heesters' is, naar aloud humanistengebruik, een compliment met een klassiek citaat (Vergilius, Buc. 125 - dit ter aanvulling op p. 63 en n. 24). In 1664-1670 verscheen een tweede catalogus van de collectie. Van 1678 tot 1740 stond de bibliotheek onder directie van een commissie uit de vroedschap. In 1718 verscheen een derde gedrukte catalogus. Van 1740 tot 1764 waren er twee hoogleraren bibliothecaris: Arnoldus Drakenborch en Petrus Wesseling, die in 1753 een Auctarium op de catalogus liet drukken. Hij werd opgevolgd door de oriëntalist Sebaldus Rau. In de Franse Tijd slaagde de bibliotheek erin te overleven zonder verlies van schatten. Onder Ph. W. van Heusde kende zij dan een echte expansie (1816-1839) en verhuisde in 1820 van de Janskerk naar de Wittevrouwenstraat; ook kreeg zij er een museale functie bij. In 1834-35 verscheen de eerste alfabetische catalogus. Van 1839 tot 1855 was A. van Goudoever de laatste hoogleraarbibliothecaris; van 1856-1878 was er dan een archivaris-bibliothecaris P. J. Vermeulen.
De Nederlanden zijn niet rijk aan bibliotheekgeschiedenissen. Utrecht beschikt nu over een zeer goede, voortreffelijk gedrukt en uitgegeven (hoewel de vele noten achteraan dwingen tot hinderlijk heen en weer bladeren). Moge deel twee (spoedig) volgen ... [M. d. S.].
976. - Yves G. VERMEULEN., 'Tot profijt en genoegen'. Motiveringen voor de produktie van Nederlandstalige gedrukte teksten 1477-1540. With a summary in English. - Groningen: Wolters-Noordhoff: Forsten, 1986. -X. 307 p.: omslag, ill.; 24 cm. (Proefschrift Univ. Amsterdam). - ISBN 90-6243-059-7. - Fl. 55, 75.
Systematische analyse van de wijze waarop 785 Nederlandstalige eerste drukken (origineel of gereconstrueerd) uit de periode 1477-1540 door auteurs, vertalers, maar vooral door uitgevers en drukkers aan het publiek werden gepresenteerd en aangeprezen. De auteur heeft daartoe onderzocht: titel(pagina), proloog, incipit, colofon. Ook heeft hij getracht de tekstsoorten nauwkeuriger te bepalen volgens 'literaire' inzichten uit de tijd van verschijnen zelf (dit in tegenstelling tot bv. de 'moderne' genre-classificaties bij Nijhoff-Kronenberg). Hij komt tot een genuanceerde interpretatie van termen als 'ghenoechlijc', 'troostelijc', 'nieu', 'cort', 'waerachtich' enz. die voor contemporaine lezers een specifieke verwachtingshorizon opriepen. Voor boekhistorici bevat dit werk veel gegevens over de produktie van teksten in de behandelde periode. Hoofdstuk 3 is gewijd aan de drukkers: zestien doorsnede-drukkers en vier specifieke drukkers, die hun stempel drukten op het dooi hen bezorgde fonds. Het zijn Gheraert Leeu, Jan van Doesborch, Thomas vander Noot en Willem Vorsterman. Zij bepaalden in hoofdzaak hoe en welke boeken er in het Nederlands op de markt kwamen. Van deze vier wordt elk Nederlands boek kort gekarakteriseerd en onderzocht op de wijze van presentatie aan het publiek.
Niet 'tot genoegen' vinden we het uiterlijk van dit 'moderne' boek, zeker in vergelijking met het onderwerp: te schrale, dus minder goed leesbare, schrijfmachineletter en erg verkleinde, niet altijd scherpe, illustraties. Toch een instructief boek 'tot profijt' van literatuur-, boek- en andere cultuurhistorici. [M. d. S.].
977. - Chris COPPENS & Mark DEREZ, Een kijk op bouwen. Architectuur in de collecties van de Leuvense Universiteitsbibliotheek. Tentoonstelling in de Centrale Bibliotheek, Katholieke Universiteit Leuven, 9 april-6 mei 1987. -Leuven: J. Roegiers, 1987. - 94 p.: ill.; 30 cm.
110 nummers van de 16de tot de 20ste eeuw, vnl. drukken, enkele tekeningen en ontwerpen, beschreven en perfect ontsloten met een register van herkomsten, uitgevers, drukkers en grafische bedrijven benevens een algemeen namenregister. [E. C.-I.].
978. - Louis DESGRAVES, Répertoire des éditions imprimées des oeuvres d'Ausone, 1472-1785,in Revue française d'histoire du livre,54, 1985, no 46, p. 159-251, facsim.
Deze bibliografie maakt het derde deel uit van een monografie aan Ausone, humaniste aquitain gewijd, verschenen als 'Numéro spécial' van de Revue française d'histoire du livre. Er zitten een tiental vnl. 17de-eeuwse Amsterdamse drukken bij, zes vnl. 16de-eeuwse Antwerpse, één 18de-eeuwse uit Haarlem, Den Haag, vier 17de-eeuwse Leidse en één 17de-eeuwse uit Utrecht. [E. C.-I.].
979. - Richard N. SCHWAB, Thomas A. CAHILL, Bruce H. KUSKO, Robert A. ELDRED, Daniel L. WICK, Ink patterns in the Gutenberg New Testament: the Proton milliprobe analysis of the Lilly Library Copy,in The Papers of the Bibliographical Society of America,80, 1986, p. 305-321, tab.
Inktonderzoek uitgevoerd op het N.T. van genoemd exemplaar van de Gutenberg-Bijbel laat toe vroeger (typologisch en papier-) onderzoek te verfijnen en aan te vullen. De fysieke kenmerken zijn een bron voor onze kennis van de werking in een oude drukkerij. Het onderzoek wordt uitgebreid tot de hele G.B. [E. C.-I.].
980. - Herman PLEIJ, Dutch literature and the printing press: the first fifty years,in Gutenberg Jahrbuch,1987, p. 47-58, facsim.
Overzicht in vogelvlucht aan de hand van enkele titels (met reprod.), van de Nederlandstalige literatuur zoals ze tijdens de 15de eeuw in druk werd verspreid. Het begint in het graafschap Holland (G. Leeu); omstreeks 1500 wordt de fakkel aan het zuiden doorgegeven. Volgens de statistische methode van Vervliet (woorden i.p.v. titels tellen; cf. Kroniek 10,
nr. 612) wint de landstaal t.o.v. het Latijn aan belang, vnl. in de laatste vijftien jaar van de eeuw, wanneer 41% wordt bereikt! Deze bijdrage kadert in een Symposium gewijd aan de "Verbreitung von Drucken in den Landessprachen im 15. und 16. Jahrhundert " door het Institut für Buchwesen der Johannes Gutenberg-Universität te Mainz in Bad Homburg in 1986 georganiseerd. [E. C.-I.].
981. - Paul NEEDHAM, The printer & the pardoner. An unrecorded indulgence printed by William Caxton for the Hospital of St. Mary Rounceval, Charing Cross. - Washington: Library of Congress, 1986. - 101 p.: ill., 29 cm. - ISBN 0-84444-0508-6. - $ 35. Te bestellen, met vooruitbetaling (+ $ 2 verzendkosten), bij Library of Congress, Information Office, Box A, Washington, DC 20540.
Vijf eeuwen nadat William Caxton in Westminster een aflaatbrief voor het nabijgelegen hospitaal St. Mary Rounceval heeft gedrukt, zijn fragmenten van deze niet eerder bekende druk in een verzamelband met vier Caxtondrukken aangetroffen. De ontdekker, Paul Needham, heeft van deze vondst tot in alle bijzonderheden nauwkeurig verslag uitgebracht. Zijn kennis van de vroege Engelse boekdrukkunst en boekbinderskunst heeft hem in staat gesteld, mede dank zij zijn verbeeldingskracht en zin voor synthese, een beeld op te hangen van de gang van zaken destijds: in 1482 of niet lang daarna kocht iemand bij Caxton in Westminster vier folio-edities (1479-1481) en liet ze in Caxtons officina rubriceren en binden. Om te vermijden dat de draad zou gaan snijden nam de binder maculatuur (afkomstig van een aflaatbrief ca. 1480 op perkament door Caxton gedrukt) die tot repels werd versneden als hartstrookjes voor de katernen. De band die thans rond de Caxtondrukken zit, is evenwel van latere datum: hij is toe te schrijven aan John Reynes te Londen en blijkens (andere) maculatuur in de platten niet vóór omstreeks 1535 te situeren. Bij het herbinden zijn de meeste hartstrookjes verloren gegaan. De geschiedenis van de verzamelband blijft daarna ongeveer drie eeuwen in het duister gehuld. Pas in 1909 duikt hij op te Londen (Sotheby's 20-21 mei) en is, na nog in het bezit van een aantal bibliofielen te zijn geweest, door Lessing J. Rosenwald gekocht en door hem aan de Library of Congress geschonken. Niet alleen dit . verhaal' waarbij vrij uitvoerig over aflaatbrieven en St. Mary Rounceval wordt uitgeweid. is lezenswaard, maar bijzonder nuttig zijn al de appendices: de tekstuitgave van de aflaatbrief zelf (A), een (niet volledige maar toch lange) lijst van Caxton-verzamelbanden met hun geschiedenis en huidige bewaarplaats (B), een lijst van Caxtondrukken enkel als bindersmaculatuur overgeleverd (C), een lijst van alle Caxtondrukken uit Keulen, Brugge en Westminster (D). Laten wij hier voornamelijk uit onthouden dat oude banden nooit mogen opengebroken en uit elkaar gehaald worden. Wat had Caxton ons nog kunnen vertellen, indien al de oude verzamelbanden met C-drukken, in de afgelopen eeuwen of jaren intact waren gebleven? Niet onvermeld mag blijven dat deze publikatie, tot stand gekomen op uitnodiging van The Center for the Book (Library of Congress, Washington), in een prachtige vormgeving van Stephen Harvard, even prachtig door de Meriden-Stinehour Press in Lunenburg, Vermont is uitgevoerd: gezet uit monotype Bembo, rijkelijk geïllustreerd. in vollinnen band, voor een spotprijs. [E. C.-I.].
982. - Michel BALIVET, Havva KIVIRCIK, Nicolas VATIN, Les incunables de la Bibliothèque des Musées archéologiques d'Istanbul in Gutenberg Jahrbuch,1987, p. 317-323, facsim.
Lijst van 52 incunabelen waaronder drie van Gerard Leeu. Nr. 16 (R 416) is een band met twee drukken: Goff M 160 [= IDL 3063) en Goff L 364 [= IDL 3023]. Nr. 49 (R 685) is een aflaatbrief tegen de Turken, 1488; er volgt geen bibliografische verwijzing; het stuk wordt derhalve uitvoeriger beschreven en gereproduceerd (als zijnde een onbekende druk?). [E. C.-I.].
983. - W. P. GERRITSEN, Een onbekende prozaversie van Maerlants Aeneisbewerking,in Miscellanea Neerlandica ..., II, p. 163-174 (cf. nr. 971).
Op 4 juni 1479 verscheen bij Gheraert Leeu te Gouda een Nederlandse versie van Guido de Columnis, Historie van Troyen (CA 874, GW 7243). Op f. 134 r° begint een nieuwe tekst. Gerritsen heeft ontdekt dat dit Maerlants bewerking van Vergilius' Aeneis is,omgewerkt tot proza (Cf. Kroniek 12, nr. 845). Hij zoekt een verklaring hiervoor die tevens duidelijk maakt waarom deze tekst 500 jaar lang niet werd herkend: Leeu heeft alle verwijzingen naar Vergilius (en dus ook Maerlant) weggelaten omdat diens werk zijn status als historische bron had verloren. Andermaal pleit Gerritsen om Leeu in de Nederlandse literatuurgeschiedenis te beschouwen als de Nederlandse Caxton. [M. d. S.].
984. - R. BREUGELMANS, Een fragment van een onbekende druk van de "Wapene Martijn ": beschrijving, commentaar en transcriptie,in 't Ondersoeck leert: studies over Middeleeuwse en 17de-eeuwse literatuur ter nagedachtenis van Prof. Dr. L. Rens,red. G. VAN EEMEREN & F. WILLAERT. - Leuven-Amersfoort: Acco, 1986, p. 125-136, ill. - ISBN 90-334-1383-3.
Bij de 'membra'disiecta' in de Leidse universiteitsbibliotheek bevinden zich fragmenten van Jacob van Maerlants Wapene Martijn en van het Boeck vanden houte (twee fragmenten van twee verschillende, tot op heden onbekende drukken). In dit artikel wordt het Maerlant-fragment (vier hele en vier halve kolommen in schoon- en weerdruk) beschreven, gereproduceerd, getranscribeerd en geanalyseerd. Het blijkt katern d te zijn van een octavo-uitgave, vermoedelijk in 1496 te Antwerpen gedrukt door Henrick die Lettersnider (die dan ook de fragmenten van het Boeck vanden houte op zijn actief krijgt). R. Breugelmans wijdt dan enkele beschouwingen aan Lettersniders werkzaamheid als drukker: zijn boekjes zijn geen 'letterproefwerkjes' (Hellinga/Machiels) en zijn atelier was een volwaardige drukkerij. [M. d. S.].
Zie ook nrs.
1031; 1060
985. - Dutch Royal Library Disc. Bookillumination from the ninety most beautiful medieval manuscripts. Woodcuts in the incunables of the Low Countries. A videodisc production. - Utrecht: QBIT Interactive Media; The Hague: The Royal Library: Pica, [1987]. - 101 p.: omslag; 30 cm. - Omslagtitel.
Vierduizend miniaturen uit negentig handschriften van diverse origine (9de-16de e.) en 2.800 houtsneden uit Nederlandse incunabelen zijn op beeldplaat (videodisc) gebracht. De incunabelen zijn in de Conway-volgorde opgenomen. Na de beschrijving van de illustratie volgen de titel van de wiegedruk, de exemplaaraanduiding, de betrokken folio- of paginaopgave, de afmetingen, verwijzingen naar Campbell + suppl., IDL, Conway en de tentoonstellingscatalogus De vijfhonderdste verjaring ... van 1973. Deze systematische inrichting wordt dankzij gedrukte registers op de traditionele wijze consulteerbaar. Het register van de houtsneden beslaat de p. 63-101 ; het is alfabetisch op het iconografisch onderwerp gerangschikt, voorafgegaan door het beeldplaatnummer en gevolgd door CA, IDL en Co-verwijzingen. Uitgangspunt voor dit onderzoek was M. Conways The woodcutters of the Netherlands,bewerkt en aangevuld door Ina Kok. De iconografische beschrijvingen komen deels uit Conway en deels uit H. van de Waals Iconclass. Een belangrijke iconografische bronnenontsluiting, mede gerealiseerd dank zij de steun van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen.
De beeldplaat bestaat in twee versies waarvan één over een Micro-OPC -een vrije-tekstopzoeksysteem (freetext retrieval system) - beschikt, gebruik makend van een MC-Dos computer, uitgerust met 20 MB harddisk en een Philips of Sony beeldplaatspeler. Nadere informatie en bestellingen bij MEMO Medio Marketing Organization, P.O. Box 9550, NL-3506 GN Utrecht. [E. C.-I.].
986. - JOS M. M. HERMANS, Boekbanden rond 1500. Voorstel tot systematisering, van de beschrijving van bandversiering gekenmerkt door een ruitmotief, met als voorbeeld een groep banden uit Groningen, in Ontsluiting van middeleeuwse handschriften in de Nederlanden. Verslag van studiedagen gehouden te Nijmegen, 30-31 maart 1984. Uitgegeven door A. J. GEURTS. - Nijmegen; Grave: uitg. Alfa, 1987, p. 113-149, ill. (Nijmeegse codicologische cahiers, 8-9). -ISBN-4 90-70407-28-0.
Enige bijdrage in deze overigens exclusief aan de studie van het handschrift gewijde bundel lezingen, die, zij het onrechtstreeks, met drukken te maken heeft. Voorwerp van het onderzoek zijn 10 Groningse banden die 16 incunabelen (vnl. Straatsburgse, maar ook uit Deventer) omsluiten. Het hier voorgestelde beschrijvingssysteem van technisch als van decoratief oogpunt uit, is natuurlijk perfect toepasbaar op alle banden met een ruitmotief. [E. C.-I.].
987. - Cécile DOUXCHAMPS-LEFÉVRE, L'exécution testamentaire de Jean de Griboval, doyen du chapitre de la cathédrale de Thérouanne (13-21 avril 1474), in Album Carlos Wyffels, aangeboden door zijn wetenschappelijke medewerkers = offert par ses collaborateurs scientifiques. - Brussel = Bruxelles: [in eigen beheer], 1987, p. 149-159.
In de boedelbeschrijving worden uit de bibliotheek van J. de Griboval een dertigtal titels vermeld: voornamelijk handschriften maar ook enkele incunabelen. C. Douxchamps publiceert de lijst. [E. C.-I.].
988. - P. J. MARGRY, Het Katharijneconvent te Heusden. Een onderzoek naar het boekenbezit en boekengebruik van een tertiarissenklooster in de late middeleeuwen,in Ons geestelijk erf,60, 1986, p. 148-203.
Deze studie illustreert hoe boeiend een zoektocht kan zijn naar het bezit aan handschriften en oude drukken van een klooster dat begin zeventiende eeuw als gevolg van de Hervorming ophield te bestaan. Uitgangspunt was de veilingscatalogus Nijhoff uit october 1855 waarin behalve 38 handschriften. 33 incunabelen voor het onderzoek in aanmerking kwamen. Zes incunabelen konden met zekerheid (of met grote waarschijnlijkheid) geidentificeerd worden als bezit van genoemd klooster: twee drukken van R. Paffraet en één van G. Leeu. Bij ontstentenis van registers op eigendomsmerken van oude drukken, valt de reconstructie van bibliotheken erg moeilijk zo niet ondoenbaar uit. Op dat gebied is in de Nederlanden nog heel veel werk te verrichten [E. C.-I.].
989. - André J. GEURTS, Boekenbezit in Zutphen vóór 1600: een eerste verkenning,in Miscellanea Neerlandica ... III, p. 31-50, ill. (cf. nr. 971).
Status quaestionis over boeken in Zutphen tot 1600. Zij waren aanwezig in de Librije van de St. Walburgkerk, in kloosterbibliotheken, gasthuizen, de Latijnse school, bij het stadsbestuur en bij veel particulieren. Tot nog toe ging de meeste aandacht uit naar handschriften en membra disiecta. Een grondige studie van het drukken, verkopen en bezitten van zestiende-eeuwse edities blijft een desideratum. [M. d. S.].
990. - Petronella BANGE, Spiegels der christenen. Zelfreflectie en ideaalbeeld in laat-middeleeuwse moralistisch-didactische traktaten. Proefschrift ter verkrijging van de graad van doctor in de letteren aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen. - Nijmegen: Katholieke Universiteit, Centrum voor Middeleeuwse studies, 1986. - 323 p.; 24 cm. (Middeleeuwse studies, 2). -ISBN 90-800063-2-7. - Fl. 37, 50.
Dit onderzoek naar de manier om christelijk te leven, is gebaseerd op de in de Nederlanden tijdens de late 14de en de 15de eeuw geschreven of gedrukte Spiegels en Specula. Hieronder zijn talrijke incunabeluitgaven, grotendeels uit de Nederlanden. [E. C.-I.].
991. - Luc KNAPEN, Inventaire descriptif des éditions du XVIe siècle conservées à la Bibliothèque de Maredsous. - Denée: Les Amis de la Bibliothèque de Maredsous - Abbaye de Maredsous, 1986. - VIII, 524 p.; 29 cm.
Bibliothecarissen en liefhebbers van het oude boek kunnen zich gelukkig prijzen met de eind vorig jaar verschenen catalogus van zestiende-eeuwse drukken uit de benedictijnenabdij van Maredsous: ±1700 edities. Inhoudelijk ligt de nadruk op de Heilige Schrift, de kerkvaders, uitgaven van de Regula S. Benedicti en de klassieke auteurs. Extra aandacht is ook aan het exemplaar besteed: band en herkomst. De eigendomsmerken zijn verbatim gegeven met aanduiding van de plaats, en in het register van de herkomsten een interpretatie ervan: een uitstekende formule. Aan de bandbeschrijving ontbreekt elke (zelfs een approximatieve) tijdsaanduiding; met de ongebruikelijke term 'volante' wordt allicht 'feuillet de garde' (schutblad) bedoeld, of ben ik mis?
Leidraad bij de beschrijving vormde de ISBD(A) 'mits bepaalde aanpassingen' (p. II). Het is niet meteen duidelijk welke die aanpassingen 'ter bevordering van de lectuur' zijn. Dat de auteursnaam achter de schuine streep niet is hernomen - eerste afwijking - omdat hij reeds als hoofdwoord fungeert, is redelijk. Zinvoller afwijking zou zijn geweest de auteursnaam in de titelbeschrijving te herhalen op de plaats waar en in de vorm waarin hij voorkomt. Met 'Zone de l'étendue' (vanwaar die term?) wordt collatieveld ('Zone de la collation') bedoeld. Hier betreur ik het verwaarlozen van de niet genummerde bladen of bladzijden - tweede afwijking. De katernsignaturen zijn opgegeven (waarom niet volgens de Gaskell-formule?) in de regel enkel wanneer niet verwezen wordt naar een bibliografie waar ze wel te vinden zijn. Gelukkig is naast de afmeting in cm ook het vouwformaat aangegeven. Met de Biblia polyglotta van Plantin (B 60) is een goed voorbeeld van niveaubeschrijving gegeven.
Bij de beschrijving van onvolledige exemplaren (b.v. B95: 'Bible. Flamand' - 'Néerlandais' heeft nog steeds geen burgerrecht verworven -) zijn echter de instructies van de ISBD(A) niet gevolgd - derde afwijking. Wanneer exemplaren uit delen van verschillende edities zijn samengesteld (bv. L 30 II, eerste §), moet dit in een annotatie worden vermeld, maar niet naar hun fysieke kenmerken worden beschreven. Eén van de bibliografische grondregels leert dat slechts een bibliografische eenheid de beschrijving ten grondslag kan liggen. Hiertegen zondigen geeft blijk van gebrek aan inzicht in de bepalingen en voorschriften inzake bibliografie en catalografie. Indien L. Knapen alleen al maar zijn toevlucht tot bestaande bibliografieën had genomen, had hij zichzelf ongetwijfeld op dit euvel betrapt. "Lorsque l'édition a été identifiée, dans un autre catalogue, les références en sont données... " De literatuurlijst (p. vi-vii) is evenwel al te beperkt; bovendien is ze niet consequent gehanteerd. Alleen Adams blijkt stelselmatig te zijn geconsulteerd. Wanneer echter de Bibliotheca Belgica,de Belgica typographica en Vander Haeghens Bibliotheca Erasmiana in de lijst voorkomen, en resp. driemaal, éénmaal en nulmaal (zie Concordantie p. 524) worden geciteerd, is dit een lachertje. Standaard algemene en persoonsbibliogiafieën als Nijhoff & Kronenberg, Baudrier, Ritter, F. E. Cranz (Aristoteles), Darlow & Moule (Bijbel), L. Bakelants & R. Hoven (Clenardus, waar de exx. van Maredsous n.b. staan vermeld!), B. De Troeyer (Bibl. Franciscana Neerlandica), om slechts enkele te noemen, zijn spoorloos in deze Inventaire descriptif....
Een principieel punt, waartoe deze publikatie aanleiding geeft, zou ik hier even willen aansnijden: de behandeling van een convoluut of verzamelband. D.w.z. een band ('volume') waarin verschillende werken (lees: edities of drukken) zijn samengebonden en die louter inhoudelijk in relatie met elkaar kunnen staan. Een nieuw titelblad (gevolgd door nieuwe paginering en signaturen) luidt niet noodzakelijk een andere druk in: het kan gewoon een onderdeel van de voorgaande zijn; anderzijds is een zoveelste stuk in een verzamelband, ook al is de auteur dezelfde als, die van het eerste stuk, niet per se daarvan deel uit makend. Een en ander kan verduidelijkt worden met, i.c., 'Suivi de' of bijgedrukt en 'Relié avec' of bijgebonden. Eens bepaald hoeveel verschillende drukken er in één en dezelfde band zitten behoren zij in de catalogus te worden opgenomen beantwoordend aan de gestelde criteria. Zo i.c. in een verzamelband een incunabel of een 17de-eeuwse druk zit, hebben deze geen recht op een beschrijving, maar dienen ze enkel in de annotatie te worden vermeld. Bijgevolg horen de incunabelen E 42 en T 26 niet thuis in deze Inventaris, evenmin als de reeks 17de-eeuwse drukken. Belangrijker evenwel is het zoëven aangehaalde onderscheid tussen (zelfstandige) drukken en verzamelband enerzijds en tussen stukken behorend tot één en dezelfde editie anderzijds. Laat ik als voorbeeld Lipsius nemen (L 30-36). Onder L 30 staat een Operaomnia-uitgave uit de Plantijnse drukkerij met datum 1593-1630, bestaande uit 7 banden. Indien L. Knapen er de bibliografie van Lipsius in de Bibliotheca Belgica op had nageslagen, zou hij al spoedig op het goede spoor zijn gekomen. Ter illustratie geef ik voor het nummer L 30 de bibliografische referentie naar BB: I: L 403. Relié avec: L 485. II Cent. 1-3 L 257 a-c. Cent. 4-5: L 258 d-e. Epist. ad Italos: L 240; Epist. ad Germ.L 242. Epist. cent. 1-3 L. 246. Epist. instit.: L 337. III: L 369. Poliorc.: L 424. IV. L 132. Suivi de: een werk van Stapleton dat niets met een Lipsius-druk te maken heeft. Suivi de: L 509, L 141, L 524, L 200, L 308, L 392, L 356. En daarmee is nr. L 30 nog lang niet af! Hieruit blijkt ten overvloede dat de beschrijving van een exemplaar nooit in het ijle mag geschieden. Zo dat niet aan een homogene druk, een 'ideaal exemplaar' beantwoordt, loopt men het grote gevaar bibliografische schimmen op te roepen als b.v. een 0.0.-editie van 1593-1630!, Epistolarum selectartim cent. 1-3 behorend tot één editie; 4-5 tot een latere, enz.). Voor catalograaf en bibliograaf geldt immer als eerste vuistregel: edities of drukken onderkennen en identificeren; tweede vuistregel: verzamelbanden per druk nummeren en dit ondernummer aan de signatuur toevoegen, waardoor de z.g. puntnummers als volgnummers van de catalogus vervallen, evenals de verwijzingen van 'meegebonden' auteurs. De aanduiding over de fysieke eigenschappen van het ex. volgen dan in een annotatie.
Deze catalogus, waarin wij een groot aantal Antwerpse, Bazelse, Keulse, Frankfortse, Leuvense, Lyonese, Parijse en Venetiaanse drukken aantreffen, is op een voortreffelijke wijze van registers voorzien: Bijkomende auteurs (vertalers, tekstbezorgers, enz.); Drukkers en boekverkopers [en uitgevers], alfabetisch op naam; Drukplaatsen, met verwijzing naar de drukkers/ uitgeversnaam; Chronologische index; Eigendomsmerken, waarbij de corporaties op de plaatsnaam met stelselmatige verwijzing van de kloosterorden en met het goede idee ook de niet (zeker) geïdentificeerde eigendomsmerken op te nemen; Concordanties met de bibliografieën waarnaar verwezen wordt.
Zo bij een aantal beschrijvingen enige behoedzaamheid bij het raadplegen is geboden, betekent deze catalogus, met bescheiden middelen keurig uitgevoerd, een waardevolle aanwinst: een minder bekende collectie wordt hierdoor in al haar facetten ontsloten. (Voor de incunabelen cf. Kroniek 12, 1986,
nr. 831). [E. C.-I.].
Zie ook nr. 1618
992. - Brigitte MOREAU, Inventaire chronologique des éditions parisiennes du XVIe siècle d'après les manuscrits de Philippe Renouard, III: 1521-1530. (Rédigé avec le concours d'Annie LASKOWSKI). - Paris: Service des travaux historiques de la ville de Paris; Abbeville: Impr. F. Paillart, 1985. - 678 p.; 25 cm. (Histoire générale de Paris. Collection de documents publiée sous le patronnage du Conseil de Paris).
Een paar kleine wijzigingen t.o.v. de twee voorgaande delen (I in 1972 en II in 1977) zijn de vermelding van de aanwezigheid van (ook maar één) illustratie en de signatuur van unica of rariora in de Bibl. nat. en Bibl. de l'Arsenal. In dit verband rijst de vraag of de beschreven exemplaren ook wel gecollationeerd zijn; men mag aannemen van wel, en dan is het jammer dat de binderssignaturen niet stelselmatig zijn opgegeven. Nieuw is ook dat het boek gebonden is.
De opsporing van de edities is niet beperkt tot Frankrijk; er is een indrukwekkende lijst buitenlandse bibliotheken. Het Bisschoppelijk Museum te Haarlem is echter al enkele jaren in het Rijksmuseum Het Catharijneconvent te Utrecht ondergebracht (wat in de lijst ontbreekt). Hoe moet 'Liège, Bibliothèque centrale' en 'Liège, Bibliothèque de l'Université' geinterpreteerd worden? Het 'Petit Séminaire' te Sint-Truiden is voltooid verleden tijd; de meeste boeken uit die bibliotheek zijn sedert 1979 in het Provinciaal Documentatiecentrum in dezelfde stad ondergebracht. Evenmin bestaat de bibliotheek van het Groot Seminarie in Warmond nog; de collectie is verdeeld over een aantal bibliotheken, waaronder die van het Catharijneconvent te Utrecht (boeken vóór 1540). In het drukkersregister zijn ook die drukkers/uitgevers opgenomen die in een korte annotatie na de beschrijving van een druk, zijn geciteerd. Toch zijn er ook enkele uitgevers bij die Parijse drukken hebben gepubliceerd of samen met hen publiceerden, vnl. te Antwerpen (negen namen), Brugge (één), Leuven (vier) en Bergen Hg. (één). Erasmus is bijzonder goed vertegenwoordigd. De inventaris is doorlopend genummerd: 2322 nummers. [E. C.-I.].
Zie ook nr.
2076
993. - Pierrette LIMACHER, Inventaire des livres du XVIe siècle de la Bibliothèque de la Sorbonne. Tome I, Sciences, science politique, médecine. Préface d'André Tuilier, - Paris: Aux Amateurs de livres, 1984, xxvii p., 312 kol., 60 p.: front., ill.; 24 cm. (Collection des Mélanges de la Bibliothèque de la Sorbonne, l). - ISBN 2-905053-01-1.
Met enige vertraging moet deze goed gepresenteerde, systematisch geordende inventaris toch vermeld worden omwille van de (vnl. Zuid)nederlandse drukkers/uitgevers: 15 in Antwerpen (waaronder meer dan 20 Plantijnse drukken), één te Brussel, vier te Leiden, twee te Leuven. Signaleren wij nog kort dat 'Limacher' 'Beaulieux' (1923) vervangt met uitbreiding tot 1600 en met registers en dat bovendien van de bibliotheek een korte historiek is gegeven. Er is ook aandacht aan de eigendomsmerken besteed. De delen 'Histoire' en 'Littérature et théologie' zijn in het vooruitzicht gesteld. [E. C.-I.].
994. - Jeanne VEYRIN-FORRER, La lettre et le texte: trente années de recherches sur l'histoire du livre. - Paris: Ecole Normale Supérieure de Jeunes Filles, 1987. - xxx, 484 p.: ill., 24 cm. (Collection de I'Ecole Normale Supérieure de Jeunes Filles, 34). - ISBN 2-85929-027-3. - FF 300.
Uit de verzamelde opstellen (over het Franse boek) van de oud-conservator van de Parijse (B.N.) Réserve signaleren we Autour d'une édition clandestine des "Colloques d'Erasme " (1532) (p. 51-62, cf. Kroniek 10,
nr. 638) en het algemene artikel Fabriquer un livre au XVIe siècle (p. 273-319, eerder verschenen in Histoire de l'édition française, I,Parijs, 1983, p. 278-301). [M. d. S.].
995. - Kristine K. FORNEY, Orlando di Lasso's 'Opus I': the making and marketing of a renaissance music book,in Revue belge de musicologie = Belgisch tijdschrift voor muziekwetenschap,39-40, 1985-1986, p. 33-60.
De analyse van de Lassus-drukken van Tielman Susato (1550-1560) op grond van de bestaande exemplaren heeft tot de herziening geleid van de geschiedenis van die publikaties. Van de eerste editie, 1555, bestaan er twee uitgaven', één met een Frans en één met een Italiaans titelblad; de eerste uitgave, de 'Franse', bestaat bovendien in twee staten (verbeterde zetwijze van de tekst in katernen B en E); de tweede staat stemt voor wat de correcties aangaat, met de tweede, Italiaanse, uitgave overeen. Van een andere, 1555 gedateerde druk in slechts één exemplaar overgeleverd, blijkt nu dat het om een tweede editie gaat (nieuw, Frans, titelblad maar ook nieuw zetsel van tekst en nieuw gegoten notatie); deze laatste duikt pas in 1558 op, vermoedelijke datum van deze tweede druk. De derde editie tenslotte - die bekend was -heeft ook weer het Franse titelblad en, behalve alle voorgaande correcties, een nieuw chanson. De uiteenzetting die Kristine Forney hier biedt, is een instructief voorbeeld van analytische bibliografie toegepast op muziekdrukken. [E. C.-I.].
996. - Petra VAN BOHEEMEN, Nico P. J. VAN DER LOF, Ellen VAN MEURS, Het boek in Nederland in de 16de eeuw. [Catalogus van de] (tentoonstelling in het Rijksmuseum Meermanno-Westreenianum / Museum van het Boek, . s-Gravenhage, 12 september tot en met 22 november 1986. - 's-Gravenhage: Rijksmuseum Meermanno-Westreenianum / Museum van het Boek: Staatsuitgeverij, 1986. - 108 p.: co., ill.; 30 cm. (De eeuw van de beeldenstorm).
Zoals de inleider tot de catalogus, R. Ekkart, het zegt, heeft de periode van 1500 tot 1600 de evolutie van de 'handschriftelijke' periode naar de grote bloeitijd van de boekdrukkunst beleefd. Dit werd duidelijk gemaakt aan de hand van de vormelijke aspecten van het boek: bladschikking, letters, versiering en illustratie. Het inhoudelijke aspect kwam hierbij slechts op de tweede plaats. Dat enkel de Noordelijke Nederlanden zijn vertegenwoordigd, vindt zijn verklaring hierin dat dit Noorden niet door de veel grotere bloei in het Zuiden mocht overschaduwd worden. In drie zeer goede inleidende kapittels worden resp. de boekdrukkers en hun werk (Van der Lof), Noordnederlandse handschriften in de 15de eeuw (Van Meurs) en De vorm van het gedrukte boek in de Noordelijke Nederlanden in de 16de eeuw (Van Boheemen) besproken. De catalogus zelf beslaat 94 nummers. Er is een uitgebreide literatuurlijst èn een register. [E. C.-I.].
997. - De lagere school in België van de middeleeuwen tot nu. [Catalogus bij de tentoonstelling] 10 oktober 1986-11 januari 1987 ASLK-Galerij [Brussel]. - (Brussel: R. Reyns, 1986). - 287 p.: ill.; 21 x 21 cm.
Kort te signaleren omwille van de enkele boeken (handschriften en drukken) en de inleidende paragrafen gewijd aan de lagere school van de achtste eeuw af, aan het schrijfmateriaal en aan de rol van de boekdrukkunst in het onderwijs, resp. door A. D'HAENENS en C. BRUNEEL. Helaas krijgen wij een zó onverkwikkelijk Nederlands te lezen dat wij moeten hopen dat geen enkele scholier deze publikatie in handen krijgt. Want wat te denken van 'De lagere school in de lange duur van het westen' (p. 7), 'De (lagere) school als scribalisatieproject', 'Europa ... overstelpt door een uitgebreide golf van oraliteit', "Scribalisatie als antwoord op dislocatie' (p. 8)? En wat is een 'alfabetische code' en een 'scripturaire code' (p. 12)?; 'De school openbaarde de doenbaarheid van de alternatieve dagelijksheid' (p. 20). Misschien klinkt dit begrijpelijk en alleszins heel geleerd in het Frans, maar als Nederlands is dit verfoeilijk. Daarnaast zijn Servais Sassenus (280), Théodore Galle (284) en Henri Van den Keere (287), hoe storend ook in een Nederlandse tekst, slechts kleine vergrijpen; Kristoffel Plantin (333) kan dit niet goedmaken. [E. C.-I.].
998. - P. J. A. FRANSSEN, Jan van Doesborch (?-1536), printer of English texts in Quaerendo, 16,1986, p. 259-280, ill.
Grondig onderzoek naar de Engels-Nederlandse paralleluitgaven te Antwerpen gepubliceerd door Jan van Doesborch, vooral naar de artistieke en commerciële beweegredenen. Gebleken is dat Van Doesborch, naast Engelse schoolboeken, vooral prozavertalingen uitbracht van teksten die nog niet eerder in het Engels waren verschenen. Er wordt ook een nieuwe verklaring geboden voor verschillen tussen Mariken van Nieumeghen en Mary of Nemmegen. We zijn benieuwd naar de Doesborch-monografie die de auteur in het vooruitzicht stelt. [M. d. S.).
999. - Martin TIELKE, Das Rätsel des Emder Buchdrucks (1554-1602). Ausstellung vom 10.5 bis 24.5 in der Landschaftsbibliothek Aurich. - Aurich: Ostfriesische Landschaft, 1986. - 127 p.: ill.; 23 cm. (Einzelschriften, 21). -ISBN 3-925365-09-5. - DM 8.
Veel meer dan louter een tentoonstellingscatalogus bevat deze publikatie een chronologisch geordend 'Verzeichnis' van de Emdense drukken (ca. 1524-1602) (289 nrs.), met opgave van bronnen en literatuur, èn van exemplaren. Géén bibliografie - waarschuwt de auteur zelf - want meestal niet op autopsie berustend, maar een uitstekende aanzet daartoe. Registers vergemakkelijken nu al het zoeken. Uit deze lijst zijn een twintigtal drukken gekozen voor de tentoonstelling. Uit de (zeer goede) inleiding blijkt hoe complex het Emdens verschijnsel aan de typografische hemel is en hoeveel onderzoek er nog moet gebeuren om de mazen van het net tussen de Liesveldt-Bijbel en de Statenbijbel te dichten en een beeld met duidelijke contouren op te hangen van drukkers als S. Mierdman, J. Gailliart, G. vander Erven, U. van Collen, N. Biestkens, Lenaert der Kinderen, G. Goebens e.a. [E. C.-I.].
Zie ook nrs.
1189; 2202
1000. - Paul VALKEMA BLOUW, Augustijn van Hasselt as a printer in Vianen and Wesel,in Quaerendo,16, 1986, p. 83-109, 163-190, facsim.
De boeken en pamfletten die Augustijn van Hasselt in de jaren zestig van de 16de eeuw op de markt bracht, behoren eigenlijk alle tot de controverse literatuur zodat hij veiligheidshalve zorgvuldig zijn naam heeft verzwegen. Dit heeft het de latere bibliografen natuurlijk niet gemakkelijk gemaakt en zo is te verklaren dat pas nu de sluier over deze anonieme drukken is gelicht. Eerder al waren er toeschrijvingen aan Van Hasselts drukkerij in Vianen en in Kampen gebeurd (cf. Quaerendo 14, 1984). Rond Wesel bleef nog dichte mist hangen In het licht van een nieuwe lectuur van de bekende historische bronnen, zoals de Chronika van het Huis der Liefde, en van wat daar "tussen de regels' staat, heeft Valkema Blouw typografisch onderzoek verricht. Zo gaat hij bv. opnieuw en diep in op de relatie Van Hasselt-Plantin. De interpretatie van al deze gegevens heeft de auteur in staat gesteld 17 drukken in Wesel te situeren; ze zijn aan het eind van het artikel beschreven, met exemplaaropgave. Deze studie is tegelijkertijd een fundamentele bijdrage tot de geschiedenis van onze boekdrukkunst en een meesterlijke zestiende-eeuwse detective-story. [E. C.-I.].
1001. - Werner WATERSCHOOT, Een verwaarloosde Houwaert-druk uit 1563, in Miscellanea Neerlandica ... II, p. 325-335 (cf. nr. 971).
Beschrijving en analyse van de Retrogratie Incarnatie (Antwerpen, Hans de Laet,1563) bewaard in de Stadsbibliotheek van Haarlem (88 A l), een totnogtoe niet teruggevonden werk van J. B. Houwaert. Het boekje is gedrukt in romein, civilité en cursief (alle van A. Tavernier), en is dus een vroeg Renaissance-specimen in de Nederlandse literatuur. [M. d. S.].
1002. - J. MACHIELS, Een onbekende aflaatbrief van 1541 in de Gentse Universiteitsbibliotheek,in Taal, mythe en religie - Huldeboek Roger Thibau. Ed. F. DECREUS en F. VANDAMME. - Gent: Communication & Cognition, 1986, p. 237-247, facsim. (Studies in culture). - ISBN 90-70963-17-5.
In 1984 verwierf de UB Gent een onbekende druk van een aflaatbrief (Res. 1414/1) uit 1541, uitgevaardigd voor en door de Trinitariërs. Hij vertoont veel gelijkenis met een brief uit 1531 (NK 3605, eveneens UB Gent, Res. 1414). Beide zijn uit Textura's van het Lettersnydertype gezet en hebben twee grote houtsnee-initialen. Een drukker kon niet bepaald worden. De oudst bekende druk is van 1467. [E. C.-I.].
1003. - Herman PLEIJ, Humanisten en drukpers in uit begin van de zestiende eeuw,in Eer is het lof des deuchts: opstellen over renaissance en classicisme aangeboden aan dr. Fokke Veenstra onder red. van H. DUITS, A. J. GELDERBLOM en M. B. SMITS-VELDT. - Amsterdam: De Bataafsche Leeuw, 1986, p. 211-224, ill. - ISBN 90-6707-121-8. - Fl. 49, 50.
Kritische beschouwingen over het beeld van de zestiende-eeuwse drukkersateliers in E. L. Eisenstein, The printing press as an agent of change,en over humanistische tirades tegen bepaalde drukkerspraktijken. Een mooie vondst vormt een Latijns gedichtje in de door de Vlaamse humanist Jacobus Meyerus verzorgde uitgave van een Middellatijns episch fragment, Bellum ( ... ),Antwerpen, Merten de Keyser,1534 (NK 1035). Dat was nl. gericht tegen wat een boek in Antwerpse drukkershanden kan overkomen. Meyerus had immers te klagen gehad over een piraatdruk door W. Vorsterman van zijn Flandricarum rerum l. X (NK 1517 en 1518). Zijn schimpdicht werd in De Keysers atelier door een hulpvaardige medewerker van de drukker, Petrus Libbus, gecounterd met een lofdichtje op De Keysers bedrijf. Pleij mag zijn exemplaarlijst nu aanvullen: het ene Brusselse exemplaar (VH 11.610 A LP) bevat Meyerus' gedicht én de Errata,het andere (1175.760 A LP) het gedicht én Libbus' antwoord, echter zonder Errata. Nader bibliologisch onderzoek- leidt tot volgende conclusie: er bestaan twee oplagen: (A) vel G (gesigneerd G, F2, G3) met op G3 r°-v° de Iambi in malos typographos en op G4 r°-v° de Errata, - (B) vel G (gesigneerd F, F2, F3) net op F3 r°-v° de Iambi .... op F3 v° Petrus Libbus Ad libellum ( ... ) en G4 blanco. Er is duidelijk sprake van nieuw zetsel (vgl. r. 8 v.o. 'panomphaei paulü' (A) en 'panonohaei paulum' (B); ook verschilt de signatuurpositie van F2). Het Gentse exemplaar BL 5699 behoort eveneens tot oplage (A). Met het andere exemplaar (Acc 2926) is bovendien nog wat aan de hand: het bevat enkel de tekst van Bellum,zonder Meyerus' gedichten. dus tot E1r°. Merkwaardig is nu dat de versozijde vermoedelijk blanco is (wel met een stuk papier overplakt, maar er is geen weerdruk zichtbaar - vriendelijke mededelingen van collega W. Waterschoot). Daar Meyerus' gedichten niet worden aangekondigd op het titelblad, is het dus mogelijk dat Bellum ook afzonderlijk werd verspreid. Zo komen we tot drie oplagen! Een mooie vondst van Pleij én nogmaals het bewijs dat men alle exemplaren moet vergelijken. [M. d. S.].
Zie ook nrs.
1010; 1035; 1043; 1047
1004. - Bertram HALLER, Der Buchdruck Münsters 1485 bis 1583 eine Bibliographie. -- Münster: Regensberg, 1986. - 142 p. + 16 p., pl. ill.; 24 cm. - ISBN 3-7923-0551-8. - DM 28.
Op de grens van deze kroniek, maar binnen de historische contacten van de Oude Nederlanden ligt Westfalen, met Münster als belangrijkste ontwikkelingspool in de geschiedenis van het (vroege) humanisme. B. Haller heeft alle bekende gegevens over de eerste eeuw boekdrukkunst in Münster overzichtelijk samengebracht. In 1485 drukte Johannes Limburg de Latijnse schoolkomedie Codrus van Johannes Kerckmeister. Nog zes andere incunabelen zijn van hem bekend. In de zestiende eeuw (166 drukken) waren vooral actief: Laurentius Bornemann (19 drukken), Dietrich Tzwyvel Sr. en Jr. (resp. 74 en 27 nrs.), Gottfried Tzwyvel (13) en de kortstondige pers van de Wederdopers (1533-1535, 6 nrs.). Er werden veel schooluitgaven van klassieke auteurs geproduceerd, naast plaatselijk drukwerk (hiervan zijn 191 'Plakatdrucken' niet in deze bibliografie opgenomen - verwezen wordt naar een inventaris door Joseph Prinz uit 1968). Bij de beschrijving wordt er onderscheid gemaakt volgens nauwkeurigheid (autopsie, op basis van microfilms e.d., of enkel bekend uit andere schriftelijke bronnen). Per eeuw worden de drukken alfabetisch op hoofdwoord geordend. Er zijn - zeer nuttig - verwijzingen naar bijgevoegde teksten. Daarom is het te betreuren dat vertalers en tekstbezorgers geen verwijzing krijgen in loco (al zijn ze wel in het personenregister opgenomen). Bij de exemplaaropgave ontbreken de bibliotheeksignaturen. Veel drukken komen niet voor in VD 16 en nogal wat zijn slechts in één exemplaar bewaard. Zeer veel is wellicht voorgoed verloren ('Kriegsverluste', etc.). Caveant librorum custodes! [M. d. S.].
1005. - H. Paul VALKEMA BLOUW, Van Friese herkomst: de Chronyc Historie, Noortwitz 1579, in Philologia Frisica 1984, 1986, p. 96-112.
De Chronyc. Historie der Nederlandtscher Oorlogen. Troublen ende oproeren oorspronck, anvanck ende eynde ... Beschreven durch Adam Henricipetri. met het impressum Noorwitz 1579, is in werkelijkheid in 1580 door Peter Hendricksz van Campen te Leeuwarden gedrukt en hoogstwaarschijnlijk ook door hem samengesteld. Hoe de auteur tot dit resultaat is gekomen, verhaalt hij in deze bijdrage op een even boeiende als methodologisch voorbeeldige wijze. Dit onderzoek is een mooi staaltje van analytische bibliografie ter oplossing van bibliografische én historische problemen. [E. C.-I.].
1006. - William K. SESSIONS & David STOKER, The first printers in Norwich from 1567 - Anthony de Solempne, Albert Christiaenz & Joannes Paetz. -York The Ebor Press: Produced by Jackson Morley Sessions Ltd., 1987. -106 p. facsim.; 30 cm. - ISBN 1-85072-025-8.
De in de titel genoemde drukkers zijn in 1567 resp. uit Brabant, Holland en Leiden, naar Norwich in Oost-Engeland gevlucht. Tussen 1567 en 1570/72 verschenen 'tot Noorwitz' òf s.l. twaalf, vnl. Nederlandse godsdienstige werken die in de loop der jaren aan Solempne zijn toegeschreven. W.K. Sessions geeft een stand van zaken, rekening houdend met de publikaties van o.m. D. Stoker die Solempne speciaal heeft bestudeerd, B. A. Vermaseren en H. de La Fontaine Verwey, en met informatie die hem door anderen is verstrekt. Hieruit meent bij te mogen afleiden dat het trio in hecht verband heeft samengewerkt resp. als uitgever, drukker en boekverkoper, en dat er van de twaalf titels zeven in Norwich gelokaliseerd blijven; de overige verhuizen naar Emden, Leeuwarden, of wachten nog op verder onderzoek. Deze publikatie is als een soort werkdocument te beschouwen, waarvan de auteur zich voor aanvullingen en correcties aanbevolen houdt. [E. C.-I.].
Zie ook nr.
2481
1007. - Middelnederlandse verfrecepten voor miniaturen en 'alderhande substancien'. Uitgegeven door W. L. BRAEKMAN. - Brussel: Omirel-Ufsal, 1986. - 129 p.: ill.; 24 cm. (Scripta, 18). - ISBN 0774-0549. - Te verkrijgen bij Prof. dr. W. Braekman, Univers. Faculteiten St.-Aloysius, Vrijheidslaan 17, B-1080 Brussel.
Uit vier bronnen, waaronder één druk (Tbouck van wondre,Brussel, Thomas vander Noot,1513; NK 433), zijn verfrecepten uitgegeven. Ze zijn gegroepeerd per bestemming; hieronder de boekband. Met een glossarium, [E. C.-I.].
1008. - Bibliothèque Nationale. Imprimeurs et libraires parisiens du XVIe siècle. Ouvrage publié d'après les manuscrits de Philippe Renouard. Fascicule Cavellat; Marnef-Cavellat. Par Isabelle PANTIN. - Paris: Bibliothèque Nationale, 1986. - 570 p.: facsim.; 27 cm. - ISBN 2-7177-1745-5. -FF500.
In 1964 verscheen het eerste deel van de in alfabetische volgorde opgevatte Imprimeurs et librairies parisiens du XVIe siècle. Het derde deel verschenen in 1975 bracht ons tot de naam Billon. De eerste drie delen waren gepubliceerd door de Service des Travaux historiques de la Ville de Paris, daarna werd het uitgeven overgenomen door de Bibliothèque Nationale zelf. Een eerste fascikel, Breyer verscheen in 1982; een tweede Brumen in 1984; thans verschijnt het derde fascikel Cavellat. Marnef-Cavellat. Het is de bedoeling de drie fascikels samen als deel IV te doen verschijnen. Dit fascikel gewijd aan het geslacht Cavellat werd op dezelfde manier opgevat als de vorige delen. Ook hier vinden wij de kwaliteit en vooral de nauwkeurigheid in de beschrijvingen terug-, eigenschappen die door de boekbesprekers van de eerste delen werden beklemtoond. Achtereenvolgens heeft men in dit deel Guillaume Cavellat (vanaf 1547-); zijn samenwerking met Jérôme de Marnef (vanaf 1563-) en de opvolging door de drie zonen Cavellat. Met uitzondering van de tweede zoon van Cavellat, Léon, de enige drukker, waren de overigen alleen boekhandelaars-uitgevers. Voor elke figuur vindt men er een biografie (gebaseerd op onderzoek van archiefdocumenten) en een overzicht van hun publicaties. Zo was bv. Guillaume de eerste Parijse boekhandelaar om zich te specialiseren in het uitgeven van wetenschappelijke teksten. In totaal bevat het boek 603 uitvoerige bibliografische beschrijvingen met exemplaarlocalisatie en een nuttige illustratie. De typografische voorstelling van het werk is zoals in de eerste delen. De ruimtelijke ordening en het gebruik van diverse lettertypen maken van het naslaan een waar genoegen. Met uitvoerige index. [J. M.].
1009. - H[erman] P[LEY], 'Ridder Welghemoet' in Wenen,in Literatuur,4, 1987, p. 97-98. ill.
De Österreichische Nationalbibliothek te Wenen heeft de laatste jaren al vaker het bezoek gekregen van buitenlanders die onbekende edities of exemplaren aan het licht brengen. Nu gaat het om een volledig ex. van NK 3358: een bewerking in het Nederlands van Olivier de La Marche's Le chevalier délibéré,omstreeks 1510 door Jan Seversz te Leiden gedrukt. [E. C.-I.].
1010. - Ilja M. VELDMAN, De boekillustratie als inspiratiebron voor de Nederlandse prentkunst van de zestiende eeuw,in Eer is het lof...,p. 261-277, Il. (cf. nr. 1003).
Een aantal prenten van Maarten van Heemskerck blijken geïnspireerd op geïllustreerde (religieuze) volksboekjes. Van beïnvloeding in omgekeerde richting is in de Noordnederlandse zestiende eeuw weinig sprake [M. d. S.].
1011. - Chr. COPPENS, De boeken van de Kortrijkse Sint-Maartenskerk en de bibliotheek van Jan de Hondt (1486-1571),in De Leiegouw,29, 1987, p. 39-55.
In de universiteitsbibliotheek te Kortrijk bevinden zich nu de resten (ca. 82 drukken) van de oude bibliotheek van de Sint-Maartenskerk aldaar. Een groot aantal daarvan (33) komen uit de bibliotheek van Jan de Hondt, correspondent van Erasmus en kanunnik van de Kortrijkse Lievevrouwekerk. Een Voorlopige lijst van de bewaarde werken uit het Sint-Maartensfonds (p. 49-55) biedt een short-title catalogus van wat nu nog bekend is. Daaronder drie Polainnummers (o.m. een Brito-druk uit 1477/78), drie NK-nummers (niet in NK: Commentaria in Aristotelis dialectica,Leuven, Servatius Sassenus, 1535) en vele andere zeldzame 16de-eeuwse drukken (uit Basel, Keulen, Lyon, Parijs). Vele banden zijn in niet al te beste staat. Hopelijk worden deze resten van een typisch religieus-humanistische bibliotheek eerlang vakkundig gerestaureerd. Te weinig vroege collecties zijn relatief homogeen door de ongunst der tijden (en der mensen!) tot ons geraakt. (M. d. S.].
Zie ook nr.
1101
1012. - J.-M. DE BUJANDA, Index de I'Université de Louvain 1546, 1550, 1558. Introduction historique de Léon-E. HALKIN. Analyse des condamnations en flamand avec la collaboration de Patrick PASTURE et Geneviève GLORIEUX avec l'assistance de René DAVIGNON et Ela STANEK. - Sherbrooke (Québec): Centre d'Etudes de la Renaissance, Université de Sherbrooke: Biblairie; Genève: Libr. Droz, 1986. - 587 p.: facsim.; 24 cm. (Index des livres interdits, 2). - ISBN 2-7622-0033-4.
Voor opzet en uitwerking van deze publikatie, zij verwezen naar deel 1 (Index de l'Université de Paris),gesignaleerd in Kroniek 12,
nr. 866. De drie catalogen van verboden boeken die de Leuvense Universiteit resp. in 1546, 1550 en 1558 uitvaardigt en door Karel V en Filips II zijn bekrachtigd, zijn telkens in het Latijn, het Frans en het Nederlands verschenen. Enkel de Latijnse wordt volledig in facsimile gegeven, van de Franse en de Nederlandse uitgave wordt enkel de titelpagina gereproduceerd, gezien de inhoud uiteraard dezelfde is. De nummering in de marge bij elke titel verwijst naar de titels die, per cataloog, in het hoofdstuk 'Analyse des condamnations' één na één worden hernomen en besproken. Dit vormt uiteraard de hoofdmoot van het werk. Hieraan vooraf gaat een 'Introduction historique' waarin de politieke en vooral godsdienstige situatie in de Nederlanden uitgebreider had moeten geschilderd worden. Over de rol (en het lot) van de drukkers bij het drukken en verspreiden van verboden lectuur bijvoorbeeld wordt niets gezegd. In de 'Etude du Contenu' van de drie Indices die daarop volgt, wordt ook even aandacht besteed aan de wettelijke beschikkingen ter zake door de wereldlijke overheid getroffen, m.n. de begeleidende mandementen (edicten of ordonnanties) van Karel V en Filips II. Van de voorafgaande edicten evenwel m.b.t. verboden boeken, is slechts op onvolledige en niet zeer duidelijke wijze melding gemaakt; de Recueil des ordonnances des Pays-Bas stelselmatig er op naslaan of Reusch consulteren zou al een stap vooruit geholpen zijn om een stukje voorgeschiedenis te schiijven. Betreffende verboden boeken zijn er minstens een vijftiental verordeningen geweest, van in 1521. De Indices zelf worden statistisch naar genre, auteur en naar plaats van uitgave & drukker, en datum besproken. Geplaatst in de Europese context zijn de Leuvense Indices onafhankelijk van de elders genomen maatregelen tot stand gekomen, het resultaat van het onderzoek naar boeken in de Nederlanden. Op initiatief van Keizer Karel is in de publikatie van de Indices mee opgenomen een lijst van niet verboden boeken die op school konden worden gebruikt.
De uitgave zelf van de Indices is als volgt opgevat: 1. auteurs en/of titels uit de plakkaten door de Keizer uitgevaardigd in 1526, 1529 en 1540 (nr. 1-36); 2. de index van 1546 (nr. 1-190); 3. de index van 1550 (nr. 1-349); 4. de index van 1558 (nr. 1-391); 5. de schoolboeken (z. nr.). Om dubbel gebruik te vermijden zijn de eerder geciteerde titels niet hernomen maar wordt van de nummers naar de voorgaande Index verwezen. De analyse van elke titel komt ten slotte hierop neer: verwijzing naar voorgaande of volgende Index ingeval de titel in meer dan één Index voorkomt; woordelijke weergave van de in de Index geciteerde titel -, identificering - met volledige titel -van de in aanmerking komende edities, gevolgd door opgave van bekende exemplaren en betreffende repertoria; desgevallend een toelichting betreffende de auteur, de inhoud, de druk(ken) en aanvullende literatuur. Van deze toelichtingen verwacht de zoeker veel, want hier moet hij antwoord kunnen vinden op de vele vragen betreffende identiteit van de auteur, van de drukker, van de vertaling en verspreiding, reden van de veroordeling, bestaan van exemplaren. Tabellen geven een goed overzicht van de talrijke bijbeluitgaven, het aantal buitenlandse auteurs en dito drukkers, maar er is verder niets mee gedaan. Van een veroordeelde druk worden in de regel de latere drukken en vertalingen meegedeeld - en dit is voorwaar zeer nuttig - maar al die verschillende drukken zijn niet als product van hun drukker beschouwd; over de drukkers valt trouwens bitter weinig te vernemen. Over de reden of de aanleiding die tot de veroordeling hebben geleid, b.v. waarom staat een werk over de anatomie van het hoofd (1546, nr. 53) op de index?, - hebben de auteurs zich niet gebogen, hoewel F. H. Reusch en C. Sepp daar wel duidelijk belangstelling voor hadden.Onbegrijpelijk komt het mij dan ook voor dat niet eens stelselmatig naar Reusch en vooral Sepp is verwezen: daar immers lezen wij vaak wat we hier missen. De literatuuropgave bij elke titel blijft trouwens erg beperkt, doorgaans tot de repertoria die betrekking hebben op de vermelde exemplaren (géén Darlow & Moule b.v.). Uit de Bibliotheca Belgica is niet altijd profijt gehaald; b.v. 1546, nr. 60 (cf. BB III, p. 703 e.v.). Toch moet hier gezegd worden dat de Nederlandstalige drukken doorgaans met meer aandacht zijn behandeld dan de Latijnse, de Franstalige en de Duitstalige (uitzonderingen niet te na gesproken), d.w.z. dat er een beter literatuuronderzoek is gevoerd.
Dit werk is - dit is nu al wel gebleken - géén nieuwe 'Sepp', het hoort samen mèt Sepp te worden gebruikt vnl. dan voor het bibliografisch aspect: gedurende een eeuw (Sepp is van 1889) zijn er enerzijds veel "nieuwe " oude drukken aan het licht gekomen en heeft anderzijds het onderzoek niet stilgestaan en kent men nu veel meer dan Sepp kòn kennen. De onmisbare registers zijn: 1. auteurs met hun titels van de veroordeelde werken en titels van de anoniemen - op het lidwoord gerangschikt! - (verwijzend naar nummers); 2. drukkers en boekverkopers topografisch geordend; 3. algemeen namenregister en register van anonieme veroordeelde werken (verwijzend naar pagina's); konden 1 en 3 niet in één worden verwerkt? Daartussen in staan 1. de 'Bibliographie': a. Lijst van al de indices van verboden boeken uit de 16de eeuw; b. catalogi, inventarissen en belangrijke gebruikte literatuur (waar nog wel wat aan te schaven valt); 2. de gebruikte afkortingen; 3. de geciteerde bibliotheken.
In de vormgeving zijn er een paar storende zaken: de drukplaats van de beschreven editie en de bewaarplaats van het exemplaar onderscheiden zich typografisch niet van elkaar; de repertoria staan telkens bij het betreffende exemplaar, zodat het geheel wat confuus aandoet. Een bezwaar van geheel andere aard is dit: terwijl al de namen van steden in resp. het Deens, Duits, Engels, Frans, Italiaans en Pools, met inbegrip van de Nederlandse stad Leiden (Fr: Leyde), zijn opgenomen, staan de Zuid-Nederlandse steden in het Frans. Dat bovendien doorheen heel het werk 'flamand' in plaats van 'néerlandais' is gebruikt, is helaas niet het gevolg van onbedachtzaamheid of verstrooidheid: 'L'utilisation du terme 'flamand' ... est une décision du comité d'édition' (p. 17). Ter informatie van het Canadese comité (en anderen): Vlaams (= flamand, Flemish) is de gewesttaal van Oost- en West-Vlaanderen en overigens een geografisch begrip; Nederlands (néerlandais, Dutch) heet de taal die gesproken en geschreven wordt o.m. in het huidige Nederland en in België, ook al was die taal in de zestiende eeuw niet identiek met het hedendaagse Nederlands. Maar welke is dat wel?
Samenvattend moet gezegd worden dat deze tekstuitgave met historisch en bibliografisch karakter, vooral waarde heeft als publikatie van lijsten titels van verboden boeken die bibliografisch zijn geïdentificeerd en, in de mate dat er behoorlijk literatuuronderzoek is verricht, een uitstekend uitgangspunt vormen voor verder onderzoek. Een historische studie is dit boek niet, het levert een gedeelte van het materiaal aan om die aan te vatten. [E. C.-I.].
Zie ook nr. 1613
1013. - Henri VANHULST, Lassus et ses éditeurs. Remarques á propos de deux lettres peu connues,in Revue belge de musicologie,39-40, 1985-1986, p. 80-100.
In een eerste gedeelte van zijn studie behandelt de auteur de kwestie van de bescherming van de auteur, i.c. Lassus, tegen de uitgevers, en terzelfdertijd van de uitgevers zelf. Dit gebeurt aan de hand van een autografische brief van de componist en een bemiddelend schrijven van Willem V van Beieren aan keizer Rudolf II (Musée de Mariemont). Ongezonde concurrentie tussen uitgevers onderling valt ten nadele van dezen of genen uit, maar ongeoorloofde drukken of heruitgaven kunnen de auteur in diskrediet brengen; immers, wie anders kan de juiste instructies aan de uitgever bezorgen, tenzij de auteur? In het tweede gedeelte onderzoekt Vanhulst in dit licht de betrekkingen tussen Lassus en zijn uitgevers in de Nederlanden; Petrus Phalesius neemt hierin een vooraanstaande plaats in. [E. C.-I.].
1014. - Gerda C. HUISMAN, Rudolph Agricola: a bibliography of printed works and translations. - Nieuwkoop: De Graaf, 1985. - XIV, 262 p.; ill.; 24 cm. (Bibliotheca bibliographica neerlandica, 20). - ISBN 90-6004-387-1. -Fl. 125.
De vijfhonderdste verjaardag van het overlijden van Rudolf Agricola was de aanleiding tot het samenstellen van deze bibliografie, de organisatie te Groningen van een colloquium én een tentoonstelling (cf. volgend nr.). Op vrij korte termijn heeft G. C. Huisman (nomen est omen) de bibliografie moeten afsluiten. Dat heeft geleid tot enkele onvolkomenheden qua conceptie en, onvermijdelijk, tot omissies. Idealiter zouden alle bibliografische sporen van Agricola én van de door hem bewerkte en vertaalde auteurs (Aphthonius, Isocrates, (Ps.-) Plato - én de hier niet behandelde commentaren op Boethius, Quintilianus en Seneca) moeten worden nagetrokken. Dat veronderstelt veel tijd én een nauwkeurig inzicht in Agricola's teksten. Daarop aansluitend dienen alle in aanmerking komende collecties oude drukken te worden aangeschreven en/of bezocht.
De hier geboden bibliografie biedt reeds zeer veel Agricoladrukken; meer dan wat tot dan toe was samengebracht. Tijdsdwang en het keurslijf van een strikt computerprogramma hebben het aantal vervulde desiderata beperkt. Het zou bv. mogelijk moeten zijn de ongedateerde drukken (die steeds vooraan worden geplaatst) nauwkeuriger te ordenen (via incunabelcatalogi, vergelijking van drukkersmerken en -adressen, studies over afz. drukkers en drukken, etc. De beschrijvingen omvatten: titelpagina (in transcriptie), collatie, inhoud, verwijzingen naar andere bibliografieën en catalogi, exemplaaropgave (zonder exemplaarkenmerken en bibliotheeksignaturen). Veel titelpagina's zijn gereproduceerd. De vier indices (titels, jaar van publikatie, drukkersplaatsen, drukkers en uitgevers (= "publishers. niet 'editors'!) zijn helaas automatische produkten van de computer, niet van een bibliografische geest. Een van de allerbelangrijkste registers ontbreekt: op namen m.b.t. Agricola's teksten: mede-auteurs, vertalers, bewerkers, inleiders, lofdichters, auteurs van toegevoegde teksten. Een bibliografie van Agricola is tevens een bijdrage tot de bibliografie van Erasmus, Vives, H. Junius en van vele klassieke auteurs. Dit aspect komt nu helemaal niet tot zijn recht. Zo zijn de nummers 256-351 met de Isocrates-vertaling een belangrijke aanzet tot een bibliografie van de Disticha Catonis (meestal in Erasmus' uitgave). Auteur en uitgever zijn hier te nederig geweest. Plus est en vous ...
Het is hier niet de plaats om een lijst aanvullingen en correcties te geven. Wij wijzen slechts op de studie van L. Gualdo Rosa, La fede nella 'paideia' (Rome, 1984) met veel gegevens over Isocratesvertalingen tot 1600. Veel Latijnse Plato-uitgaven bevatten Agricola's Axiochus-vertaling naast die van Marsilio Ficino. Hopelijk kan over een aantal jaren een uitgebreidere bibliografie verschijnen die rekening zal houden met de bezwaren van gebruikers. G. C. Huisman heeft alleszins de vereiste ervaring daartoe. Agricola verdient het ook! Tot zolang kan dit boek goede diensten bewijzen. [M. d. S.].
1015. - Rudolph Agricola . Gronings humanist 1485-1985: tentoonstellingscatalogus (eindred. J. KINGMA). - Groningen: Universiteitsbibliotheek, 1986. - 128 p. ; ill.; 23, 5 cm. - ISBN 90-367-0009-4. - Fl. 15.
Rudolf Agricola (Baflo 1444-Heidelberg 1485) is de eerste echte grote humanist uit de Nederlanden. Op Erasmus heeft hij voor dat zijn Latijn zelfs in Italië werd gewaardeerd. Bij de 500ste verjaardag van zijn overlijden heeft Groningen hem herdacht met een congres, een bibliografie (cf. nr. hierboven) en een tentoonstelling. De catalogus hiervan is een geslaagde inleiding tot zijn leven en werk: opstellen van E. H. Waterbolk, F. Akkerman, R. Ekkart (over de portretten), C. H. Edskes en P. Kooiman schetsen het beeld van de Groningse intellectueel en kunstenaar (muziek). Het eigenlijke catalogusgedeelte bevat inleidende teksten bij de rubrieken en notities over handschriften, drukken en kunstvoorwerpen. De drukken komen in hoofdzaak uit Nederlandse collecties en bevatten werk van Agricola, zijn kennissen en tijdgenoten in incunabelen en postincunabelen. Enkele handschriften en incunabelen uit Agricola's bibliotheek zijn bewaard in Stuttgart. [M. d. S.].
1016. - Arturus Rex. Volumen I: Catalogus: Koning Artur en de Nederlanden / La matière de Bretagne et les Anciens Pays-Bas,ed. W. VERBEKE, J. JANSSENS, M. SMEYERS. Tentoonstelling Stedelijk Museum L. Vander Kelen-Mertens te Leuven, 25 juli-25 oktober 1987. - Leuven: Leuven University Press, 1987. - xx, 322 p., 24 p. pi.: ill.; 24 cm. (Mediaevalia Lovaniensia. Series I: Studia, 16). - ISBN 90-6186-243-4. - BF 1.300.
Hoewel de nadruk, uiteraard, valt op de rijke middeleeuwse handschriftelijke Arturtraditie, zijn toch enkele oude drukken present: o.m. de editio princeps van Geoffrey of Monmouth, Historia Regum Britanniae (Parijs, J. Badius, 1508: ex. Gent, UB, Hist. 4372), de invloedrijke editie van hetzelfde werk door Hieronymus Commelin (Heidelberg, 1587, hier in de deeloplage op naam van René Postellier te Lyon: ex. Antwerpen, SB, K 8021), de editio princeps van Sigebert van Gembloers, Chronicon (Parijs, H. Estienne, 1513: ex. Leuven, UB, Res. 3 A 35915). En er is natuurlijk het unieke fragment van de enige gedrukte Middelnederlandse Arturroman: de Historie van Merlijn (Antwerpen, Symon Cock, ca. 1540: ex. Brussel, KB, VH 27.526 A LP; NK 3169 - cf. Kroniek 11,
nr. 753 en Kroniek 12, nr. 875). [M. d. S.].
1017. - Johannes Calvijn. Inleiding en catalogus door E. M. BRAEKMAN. Tentoonstelling Brussel, Koninklijke Bibliotheek Albert I, Nassaukapel van 25 oktober tot 6 december 1986. - Brussel: Koninklijke Bibliotheek Albert 1, 1986. - x, 96 p., 24 bl. pl.: ill.; 26 cm. (Catalogi van tentoonstellingen georganiseerd in de Koninklijke Bibliotheek Albert 1, C 212). - ISBN 90-6637-029-7. -BF200.
Franse versie: Jean Calvin. - ix, 93 p., 24 bl. pl. - ISBN 2-87093-029-1. -BF.200.
Ter gelegenheid van de 450ste verjaardag van de publikatie van Calvijns Institutio (1536) organiseerde de Protestantse Kerk van Brussel een tentoonstelling over Calvijn en zijn invloed in de Nederlanden (vertalingen, Guido de Bres, de Gentse Academie, Marnix van St Aldegonde). Bij gedrukte werken worden titel en impressum in extenso vermeld, met opgave van de bibliotheeksignatuur, gevolgd door een kort commentaar over betekenis van tekst en editie. Op het einde van de catalogus is er een namenregister. [M. d. S.].
1018. - Bibliotheca dissidentium: répertoire des non-conformistes religieux des seizième et dix-septième siècles,éd. par André SÉGUENNY ( ... ). Tome VIII Daniel Bielinski ( ... ). Préface Waclaw URBAN. - Baden-Baden & Bouxwiller: Valentin Koerner, 1987. - 221 p.: ill.; 24 cm. (Bibliotheca bibliographica Aureliana, 109). - ISBN 3-87320-109-7.
Dit deel is gewijd aan Poolse dissidenten uit de zestiende eeuw. Naast Poolse en enkele Latijnse drukken worden ook drie drukken vermeld van een pamflet over de houding van de Republiek tegenover de antitrinitarische theoloog Andrzej Wojdowski (ca. 1565-1622). Tijdens een reis door de Republiek (1598-1600) werden antitrinitarische boeken in zijn bezit gevonden en in beslag genomen. Volgens Zdzislaw Pietrzyk, Wojdowski's bibliograaf, werd de Latijnse versie te Raków gedrukt in 1600, een Nederlandse vertaling in 1600 ergens in de Republiek (ex. in Kraków en Utrecht) en een herdruk daarvan in Raków (1600). [M. d. S.].
1019. - Desiderius Erasmus, Gedachten over goede en slechte drukkers gekozen uit het adagium Festina lente. Uit het Latijn vertaald en toegelicht door C. REEDIJK. - (Rotterdam): Ad. Donker, 1986. - 30, [2] p.; 19 cm. -Niet in de handel.
In 1923 gaf Bonaventura Kruitwagen vier brieven van en aan Erasmus uit waarin over diens relaties met de drukkers-uitgevers sprake is. Voor dit nieuwe bijzonder fraai gedrukt boekje heeft Cornelis Reedijk een tekst gekozen waarin Erasmus principiële uitspraken doet over de boekdrukkunst. [E. C.-I.].
1020. - Erasmus en Leiden: catalogus van de tentoonstelling gehouden in het Academisch Historisch Museum te Leiden van 23 oktober tot 19 december 1986 (eindred. R. BREUGELMANS). - Leiden: Academisch Historisch Museum, 1986. - 95 p.: ill.; 20 x 21 cm.
Een van de aardigste tentoonstellingen van het Erasmusjaar was deze 'Erasmus en Leiden'. Een ogenschijnlijk kleine band tussen deze termen werd uitgewerkt tot een fascinerend onderzoek van Erasmusoverlevering, -receptie en -studie. Naast de historische contacten tussen Erasmus en Leiden, handelen hoofdstukken over handschriften in de UB, Erasmuswaardering bij Leidse geleerden en op de Latijnse school, Erasmiana in de UB, vertalingen en portretten, filologische en historische Erasmusstudie te Leiden in recenter tijden. Dit alles met een bondige, maar zeer degelijke inleiding per onderdeel en een schitterende selectie van relevante stukken. Voor deze kroniek zijn van belang de hoofdstukken over Erasmusuitgaven te Leiden 1575-1640,het Erasmusproject van Joannes Maire 1641-1652,de Leidse editie van de Opera omnia door Johannes Clericus 1703-1706 en de Lijst van [Leidse] Erasmusdrukken tot 1800. [M. d. S.].
1021. - Ex domo Erasmi: catalogus van de tentoonstelling in de lokalen van de Nationale Bank van België te Leuven,27.11.86-27.02.87, red. J. P. VANDEN BRANDEN en Christine DERBOVEN. - [Brussel: Nationale Bank van België, 1986]. - 92 p.: ill.. 29 x 21 cm.
Het Erasmushuis te Anderlecht kon wegens restauratiewerken zelf geen tentoonstelling houden. Gastvrijheid werd gevonden bij de Nationale Bank die te Leuven ruimte bood voor een selectie uit de rijke, nagenoeg onbekende, verzameling van Anderlecht (waar de humanist van 31 mei tot 14 oktober 1521 verbleef bij kanunnik Pieter Wichmans). De goed geïllustreerde catalogus biedt slechts een summiere beschrijving van de drukken en andere voorwerpen, niet zonder enige leesfouten en nogal wat (zet?)fouten tegen het Latijn ( "Collegium Trilinguae "). Toch een revelatie. [M. d. S.].
1022. - Catalogus van werken door Erasmus van Rotterdam geschreven of uitgegeven, aanwezig in de Provinciale Bibliotheek van Friesland samengesteld door M. H. H. ENGELS. - Leeuwarden: Provinciale Bibliotheek van Friesland, 1986 (bijdruk met correcties, 1987). - 72 p.: ill.; 27 cm. - Fl. 12.
In het Erasmusjaar 1986 heeft M. H. H. Engels de Erasmusuitgaven die op Boterhoek 1 te Leeuwarden worden bewaard, in een degelijke catalogus beschreven. Het gaat om vier collecties: de Provinciale Bibliotheek van Friesland, de Buma-bibliotheek, de bibliotheek van het Hof van Friesland en die van de vroegere Jezuïetenstatie. De beschrijvingen vermelden titel, impressum, omvang. Er zijn verwijzingen naar Erasmusbibliografieën. Bijzonder nuttig zijn de exemplaargegevens: bibliotheeksignatuur, band, herkomst. Een register van drukkers/uitgevers en één van eigenaars horen erbij (uiteraard met veel namen van Friese Erasmusverzamelaars). Een register op andere auteursnamen (bv. nr. 100 Isocrates en R. Agricola, nr. 102 B. Platina) had de catalogus helemaal kunnen ontsluiten. Hadden we maar zulke catalogi van andere Erasmuscollecties! [M. d. S.].
1023. - Keuzelijst van boeken van en over Erasmus aanwezig in de Provinciale centrale openbare bibliotheek. - Hasselt: Centrale openbare bibliotheek Provincie Limburg, [1986]. - 8 p.: ill; 21 cm.
De Provinciale bibliotheek te Hasselt bewaart ook een, relatief kleine, collectie oude drukken met een Limburgse herkomst. Deze keuzelijst m.b.t. Erasmus brengt het bestaan aan het licht van enkele interessante oudere uitgaven, naast een goede voorraad moderne studies. Te vermelden zijn de Leidse Opera omnia (1703-1706, 11 banden), Adagiorum epitome (Antwerpen, M. Hillen, 1545), Colloquia (Delft, Beman, 1729), Selectae e novo testamento historiae (Parijs, Barbou, 1769), Parabolae (Lyon, De Harsy, 1573) en Seneca, Flores (Keulen, Fabricius, 1555). [M. d. S.].
1024. - Erasmiana Lovaniensia: catalogus van de Erasmus-tentoonstelling in de Centrale Bibliotheek te Leuven, november-december 1986,red. Chr. COPPENS, J. IJSEWIJN, J. ROEGIERS en G. TOURNOY. - Leuven: Leuven University Press, 1986. - 315 p.: ill., 24 cm. (Supplementa Humanistica Lovaniensia, 4). ISBN 90-6186-226-4. - BF 1.200.
Dit is wellicht de grondigste Erasmus-catalogus van het herdenkingsjaar 1986. Doel was het Leuvense bezit aan Erasmushandschriften en -drukken te beschrijven. Dat is dan ook voorbeeldig gebeurd (al is het geen volledige catalogus van het hele Erasmusbezit). Het mag een wonder lijken dat Leuven na twee branden en een halvering van de collecties nog iets dergelijks bij mekaar kon brengen. Het hoe er wat verklaart J. Roegiers in 'Erasmiana te Leuven' (p. 13-18). Dat Erasmus in de eerste plaats een auteur van boeken was, en geen theoloog of politicus, beklemtoonde J. IJsewijn in 'Erasmus tussen humanisme en theologie' (p. 19-35) niet zonder enige licht provocerende uitspraken. G. Tournoy stelde een verhelderend chronologisch overzicht samen ('Ephemerides', p. 37-42). De eigenlijke catalogus is geordend naar Erasmus' levensfasen. De uitvoerige commentaren bij de 130 nummers vormen haast een doorlopende intellectuele biografie. De drukken worden door Chr. Coppens beschreven, met klemtoon op de exemplaarkenmerken: band en herkomst, waar nodig tevens met aanduiding van het specifieke belang van een bepaalde editie of exemplaar. Vele goed gekozen illustraties (titelpagina's, sierlijsten, drukkersmerken etc.) verhogen de documentaire waarde. Er is bovendien een afdeling gewijd aan Erasmusportretten. Uit zoveel boeiends en fraais wijzen wij slechts op het convoluut nr. 87, met vier zeldzame drukken in een Cambridge-band door Garret Godfrey. Zoals het hoort ontsluiten enkele registers de rijkdom aan informatie: een op titels van Erasmusteksten, op drukkers en uitgevers, herkomsten en boekbinders, en een algemeen namenregister. [M. d. S.].
Zie ook nr.
2087
1025. - Mariia L'vovna MALAHOVSKAIA, Prižiznenye izdaniia Erazma Rotterdamskogo v fondah GPB,in Issledovanie pamiatnikov pis'mennoj kul'tury, v sobraniiah i arhivah otdela rukopisej i redkih knig: sbornik naucnyh trudolv. -Leningrad: Biblioteka Saltykova-Scedrina, 1985, p. 125-131.
In deze bundel opstellen over speciale documenten in de afdelingen handschriften en kostbare werken van Leningrad, is voor ons van belang het artikel over de Erasmuscollectie. De verzameling in Leningrad is hier nagenoeg onbekend. Zij is echter onmisbaar voor de Erasmusbibliografie en -studie. Het artikel spreekt over 360 exemplaren van edities verschenen tijdens Erasmus' leven (d.i. vóór 1537!). Behandeld worden vooral de herkomstgegevens: uit het bezit van bv. de reformator Martin Kromer en uit Poolse benedictijnenkloosters (gecensureerde exemplaren). Even wordt een Leuvense editie van de Sileni Alcibiadis vermeld (D. Martens, 1517: NK2976). Een afzonderlijke catalogus van de Leningradse Erasmuscollectie ware uitermate welkom. (Met dank aan Roger Tavernier, UB-K.U. Leuven, voor lectuur en transcriptie). [M. d. S.].
1026. - Het godsdienstig leven in de tweede helft van de 16de eeuw: Ketters en papen onder Filips II. [Catalogus van de tentoonstelling in het] Rijksmuseum Het Catharijneconvent [Utrecht]. - ['s-Gravenhage]: Staatsuitgeverij, 1986. 184 p.: omslag, ill.; 30 cm. (De eeuw van de beeldenstorm).
De eeuw van de beeldenstorm is in Nederland met zeven tentoonstellingen herdacht, waarvan één exclusief en één voor een belangrijk deel met boeken te maken hadden. De catalogus van de eerste, Haagse, tentoonstelling is onder nummer 996 besproken; die van de tweede wordt hier even belicht. 'Ketters en papen onder Filips II', zoals de ondertitel luidt, was een uitstekende tentoonstelling, het boek verdient hetzelfde epitheton (al heeft men een titelpagina vergeten!). Een eerste deel bevat capita selecta, waarbij uiteraard de ontwikkeling van de protestantse kerkverbanden in de Nederlanden (J. DECAVELE) en het spiritualisme (R. P. Zijp) niet ontbreken. Het tweede deel is de catalogus waarin de boeken kort zijn beschreven. Er is helaas geen register [E. C.-I.].
1027. - H. A. M. VAN DER HEYDEN, Emanuel van Meteren's History as source for the cartography of the Netherlands,in Quaerendo,16, 1986, p. 3-29, ill.
Een nauwkeurige analyse van het kaartmateriaal bij Van Meterens geschiedwerk over de Opstand werpt ook een nieuw licht op de verwarde produktiegeschiedenis van dat werk; incidenteel ook op die van verwante auteurs als Aitzinger, Hogenberg, Guicciardini e.d.m. [M. d. S.].
1028. - Karel BOSTOEN, Dichterschap en koopmanschap in de zestiende eeuw. Omtrent de dichters Guillaume de Poetou en Jan vander Noot. - Deventer: Sub Rosa, 1987. - 422 p.: ill.; 24 cm. (Deventer studiën, l). - ISBN 90-70591-18-9. - Fl. 38.50; BF 725.
In deze dissertatie heeft de auteur aangetoond hoe de Antwerpse renaissance dichter Jan vander Noot beïnvloed is door de dichters van de Pléiade. Uitgangspunt voor dit onderzoek vormde de figuur van de vrijwel onbekende Franstalige uit Artesië afkomstige en te Antwerpen gevestigde dichter Guillaume de Poetou. Aan deze sleutelfiguur is het grootste gedeelte van deze dissertatie gewijd: biografie, bibliografie, analyse en bespreking van zijn werk. Voor zover bekend zijn Poetou's werken alle te Antwerpen verschenen tussen 1561 en 1566. Bovendien zijn er gedichten van Poetou opgenomen in werken van Vander Noot. Een uitvoeriger bespreking van dit boeiende werk zal in Quaerendo verschijnen. [E. C.-I.].
1029. - Hans VAN DE VENNE, Cornelius Schonaeus, 1541-1611. A bibliography of his printed works IV. Appendices,in Humanistica Lovaniensia,35, 1986, p. 219-283.
Vierde en laatste stuk van de bibliografie van C. Schonaeus. Het omvat bijdragen van S. in werken van andere auteurs (I), vertalingen en bewerkingen van toneelstukken (II) en de indices. Deze laatste zijn met de grootste zorg samengesteld: persoonsnamen, plaatsnamen met belangrijkste thema's, drukkers-uitgevers-boekverkopers, plaatsnamen van uitgave, de 'lucubrationes' van de auteur, de vertalers en bewerkers van toneelspelen. dichters met verzen in S' werk vertegenwoordigd, schrijvers van opdrachten en voorreden in S' werken, en tenslotte een literatuurlijst. De vier bijdragen maken samen een boek uit: een uitstekende bibliografie van de humanist Schonaeus, met grote nauwgezetheid opgesteld en in een keurige vorm gegoten. [E. C.-I.].
1030. - Alfred M. M. DEKKER, Janus Secundus (1511-1536): de tekstoverlevering van het tijdens zijn leven gepubliceerde werk-. - Nieuwkoop: De Graaf, 1986. - 324 p.: ill.; 24 cm. (Bibliotheca humanistica & reformatorica, 38) (Proefschrift Utrecht). - ISBN 90-6004-380-4. - Fl. 95.
In deze erg gedetailleerde, erg goede filologische studie worden de bronnen voor leven en werk van onze eerste renaissancedichter kritisch beschreven en onderzocht. Daaronder ook volgende drukken: NK683, 768/769, 872/873, 917, 1029, 1227 en 1406; en enkele niet-Nederlandse drukken. [M. d. S.].
1031. - Ingrid VAN DE WIJER, En geen mens die de achtergrond niet onmiddellijk zag. Naar een interpretatie van de Middelnederlandse 'Seghelijn',in 't Ondersoeck leert .... p. 65-77 (cf. nr. 984).
Korte samenvatting en poging tot zingeving van de lange Middelnederlandse ridderroman Seghelijn. Zowel Seghelijn als zijn zeven zonen, de Zeven Wijzen van Rome, zijn in incunabel- en postincunabeledities bekend. [E. C.-I.].
1032. - Paul J. BEGHEYN, De Nederlandse Tauler-uitgave van 1593 en de Tauleristen in Noord-Holland,in Miscellanea Neerlandica ..., III,p. 189-199 (cf. nr. 971).
Gegevens over de publikatiegeschiedenis en receptie van de Tauler-vertaling van Bartholt François, rector van het St. Gertrudisklooster in Hoorn. Reeds in 1571 voltooid werd zij slechts in 1593 gedrukt (Antwerpen, H. Verdussen). Oorzaak hiervan waren de binnenkerkelijke twisten over de opportuniteit van de lectuur van mystieke geschriften. In bijlage bevindt zich een lijst (door Sasbout Vosmeer) met verboden en aanbevolen boeken (voor Noord-Hollandse katholieken). [M. d. S.].
1033. Alda ROSSEBASTIANO BART, Antichi vocabolari plurilingui d'uso popolare la tradizione del 'Solenissimo Vochabuolista'. - Alessandria: Edizioni dell'Orso, 1984. - 379 p.: ill.; 24 cm. - ISBN 88-7694-003-0. -Lit. 40.000.
Het eerste deel (tot 1522) van dit Turijns proefschrift (Dizionari a stampa italiano-inglesi-tedeschi--fiamminghi del Quattrocento e del Cinquecento,1969) verscheen in De Gulden Passer (55, 1977, p. 67-152) en is hier herdrukt (p. 9-97). Door publikatiemoeilijkheden kon de secundaire literatuur van na 1970 slechts sporadisch worden benut. Toch is dit een belangrijke studie van de Europese meertalige gedrukte woordenboeken tot 1600. De bibliografische beschrijving omvat: weergave van titel (evt. colofon), vaak met facs., collatie, exemplaaropgave, literatuur en aantekeningen over druk en inhoud. De Solenissimo vochabuolista begon als Italiaans-Duits woordenboek (Venetië, Adamo de Rodwila, 1477), werd in 1502 te Perpignan bewerkt als Catalaans-Duits lexicon en begon vanaf 1510 (Rome, J. Mazochius) als Latijns-Italiaans-Frans-Duits een Europese carrière. In 1513 (Venetië, Melchior Sessa) werd het Spaans toegevoegd, in 1531 (Neurenberg, Friedrich Peypus) het Tsjechisch, in 1532 (Krakow, Florian Ungler) het Pools, in 1534 te Antwerpen bij Jan Steels het Nederlands. In 1537 verscheen te Southwark (James Nicholson voor John Renys) een zestalig woordenboek met ook het Engels; in 1538 te Wenen (Johann Singriener) een zestalig met het Hongaars. Nederlandse drukken na 1534: 1° Antwerpen, Joannes Crinitus (1540, 7 talen), 2° Henrick Petersen van Middelburch (1540, 7 talen, NK 0358) en bij dezelfde nog twee drukken ca. 1540-1551 (verschillen besproken op p. 274-275); 3° Parijs, Pasquier le Tellier (1545, herdr. 1548, 8 talen); 4° Parijs, Guillaume Thiboust (1550, 8 talen, geen exemplaar bekend, herdr. 1552); 5° Parijs, z.n. (1552, 8 talen); 6° Lyon, Jean d'Ogerolles voor Michel Jove (1558, herdr. 1573, 8 talen); 7° Antwerpen, Jan van Ghelen (1569, 7 talen); 8° Parijs, Weduwe Jean Bonfons (1569, 8 talen); 9° Parijs, Nicolas Bonfons (1580, 8 talen); 10° Rouen, Claude de Villain (1611, 6 talen); Rouen, David Ferrand (1631, herdr. 1636, 6 talen).
Het is opvallend dat er zelden meer dan één volledig exemplaar is overgebleven. Een systematische verspreiding van microfilms e.d. zou wellicht een niet overbodige voorzorg kunnen zijn ... [M. d. S.].
Zie ook nr.
1149
1034. - Erik DUVERGER, Antwerpse kunstinventarissen uit de zeventiende eeuw. - Brussel: Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België, 1984. - 26 cm. (Fontes historiae artis neerlandicae = Bronnen voor de kunstgeschiedenis van de Nederlanden I, 1).
I. 1600-1617, 1984, xiv, 509 p. - ISBN 90-6569-347-5. - BF 2.100.
II. 1618-1626, 1985, 520 p. - ISBN 90-6569-359-9. - BF 2.300.
Wat laat, maar met des te meer nadruk, deze aanbeveling van een bronnenuitgave. Blijkens het voorwoord van H. Pauwels, komen alle geschreven bronnen van de kunstgeschiedenis in deze reeks aan bod, ook voor bv. de boekdrukkunst (p. vi). Voor deze Antwerpse sub-reeks is een algemeen register voorzien bij afsluiting. Ondertussen zijn hier reeds te melden documenten m.b.t. Antoon Thielens, boekhandelaar (15 mei 1601, nr. 8 - lijst van schulden); Jan van Keerberghen, drukker en boekhandelaar (3-17 maart 1606, nr. 68, p. 128-142 - staat van goederen in zijn bezit: papier en boeken, evenals lijst van schulden van klanten en collega's); Gerard Noppen, priester (15 juni 1606, nr. 73 - bibliotheek); Catharina van Tongeren, echtgenote van Gelijn Janssen (9 aug. 1609, nr. 120 - testament; zie ook nrs. 381 en 448!); Martinus I Nutius, boekhandelaar (28 juli 1612, nr. 166, p. 272-282 - staat van goederen); Margriet Beys, echtgenote van Peter I Pautonnier, drukker en boekhandelaar jan. 1616, nr. 205; zie ook nr. 219). Guislain Janssens, boekhandelaar (5 dec. 1616, nr. 240); Isabella de Vega, echtgenote van Emmanuel Ximenez (13-28 juni 1617, nr. 253, p. 400-461 (!!!) een imposante inboedelbeschrijving met op p. 434-461 de boeken en handschriften, ook in het Nederlands); Cornelis Thymenssen, priester (12 april 1618, nr. 281 - bibliotheek); Jan van Keerberghen en Hieronymus II Verdussen (14 mei 1618, nr. 284 - contract i.v.m. liturgische boeken); Marcus Voitier, priester (14 juli 1619, nr. 316 - bibliotheek); Jean Ferreux, geneesheer (3 aug. 1620, nr. 354, p. 109-133 (!) -medische bibliotheek); Pauwels I Stroobant, drukker en boekverkoper (20-23 febr. 1621, nr. 367 - drukkersmateriaal); Hans Coninckx, boekverkoper (3 febr. 1625, nr. 507 - testament); Maria Steelsius, weduwe van Arnout I Coninckx, boekhandelaar (4 sept. 1625, nr. 538 - testament); Jan I Nicolai, notaris (4 nov. 1626, nr. 584 - bibliotheek). Kleinere boekencollecties zijn nog vermeld in nrs. 326, 332, 389. 439, 466, 511, 522 en 529. Een goudmijn ... [M. d. S.].
Zie ook nrs.
1211; 1615; 1619; 1914
1035. - P. J. VERKRUIJSSE, Varianten met gevolgen,in Eer is het lof p. 252-260 (cf. nr. 1003).
Onder deze intrigerende vlag schuilt een vertrouwde lading: Mattheus Smallegange, Nieuwe cronyk van Zeeland (cf. Kroniek 10, nr. 662). De ingewikkelde drukgeschiedenis, met nogal wat overheidsingrijpen, heeft geleid tot perscorrecties en vervangbladen. In 1768-1778 hebben dergelijke bibliografische problemen zelfs een rol gespeeld in een proces. Een (al dan niet partiële) collatie van alle exemplaren is essentieel om tot verantwoorde uitspraken te komen over de drukgeschiedenis van een tekst. [M. d. S.].
1036. - Albert LABARRE, Répertoire bibliographique des livres imprimés en France au XVIIe siècle. Tome XV. Artois, Flandre, Picardie: Abbeville ( ... ) Valenciennes; Douai supplément. - Baden-Baden & Bouxwiller: Valentin Koerner, 1987. - 285 p.; 24 cm. (Bibliotheca bibliographica Aureliana, 111). -ISBN 3-87320-111-9.
Dit deel bevat de kleinere drukkersplaatsen uit Noord-Frankrijk, evenals een supplement op de bibliografie van Dowaai. Ook na de annexatie door Lodewijk XIV werden er in Frans-Vlaanderen Nederlandse boeken gedrukt, hoofdzakelijk religieuze teksten, o.m. in Sint-Winoksbergen (10 Nederlandse drukken en 1 Spaanse, geen Franse of Latijnse!) en Duinkerke (11 Nederlandse drukken op 23). Ook duiken zelfs Engelse en Italiaanse teksten op. Opmerkelijk is de reeks herdrukken van Latijnse schoolboeken door Nederlandse humanisten: zo werd Hadrianus Junius' Nomenclator te Atrecht gedrukt in 1611, te Valencijn in 1608, 1611, 1615 en 1623! Daarnaast zijn er uiteraard ook talrijke plaatselijke gelegenheidsdrukken. Nu de Fransen (in casu de onvermoeibare Labarre) het Noorden hebben ontsloten, valt de Vlaamse achterstand nog meer op. Waar blijft de bibliografische ontsluiting van de Zuidnederlandse zeventiende eeuw? [M. d. S.].
Zie ook nr.
1059
1037. - Catalogue of seventeenth century Italian books in the British Library (ed. D. E. RHODES). - London: The British Library, 1986. - 3 dln. (IX, 1229 p.); 22 cm. - ISBN 0-7123-0065-1.
Eerste van de 17de-eeuwse STC's van de British Library: boeken in Italië gedrukt of elders (hoofdzakelijk) in het Italiaans. Deel 3 omvat registers op uitgevers en drukkers, plaats van druk of uitgave, plaatsen vermeld in onvolledige of valse impressa, boeken zonder impressum. In de Nederlanden werden Italiaanse boeken gedrukt te Amsterdam, Antwerpen, Brussel, Dowaai, Franeker, 's-Gravenhage, Haarlem, Kamerijk, Leiden, Luik, Middelburg, Rotterdam. Deze catalogus is dus ook een bijdrage tot de bibliografische ontsluiting van onze zeventiende eeuw. - [M. d. S.].
1038. - Bernard DESMAELE, Répertoire bibliographique des ordonnances publiées dans les Pays-Bas espagnols conservées á la bibliothèque royale Albert Ier. Gouvernement de l'archiduchesse Isabelle (1621-1633). Mémoire présenté en vue de l'obtention du grade de post-gradué en bibliographie historique, Université de l'Etat á Mons, 1986. - xxviii, 228 p.: facsim.; 30 cm. -Pro manuscripto.
Overheidspublikaties uit het Ancien Régime zijn steeds ondankbaar materiaal voor de catalograaf: geen persoonlijke auteur, soms moeilijk vast te stellen corporatieve auteur, vaak lange titels waarin het niet eenvoudig is op een oordeelkundige wijze te snoeien, meerdere uitgaven van eenzelfde ordonnantie, ordening van de beschrijvingen; kortom een type publikatie dat zowel van de catalograaf als van de bibliograaf inzicht in de bibliografische problematiek én een geoefend oog vergt.
B. Desmaele is voor zijn postgraduaat-verhandeling (Historische bibliografie) op de uitdaging ingegaan. Bij wijze van proeve is deze catalogus beperkt enerzijds tot de jaren 1621-1633 in de Spaanse Nederlanden, anderzijds tot de collectie van de Koninklijke Bibliotheek te Brussel. Dat er nog drukken zouden ontsnapt zijn, is op zich zelf niet zo erg - het gaat hem hier vnl. om de methode - maar toch had het aantal beschreven drukken ergens moeten meegedeeld worden. Vooraf gaat een inleiding over het historisch kader, over 'les modalités législatives' en een 'définition du concept d'ordonnance'. In de verwijzingen naar de literatuur (lijst op p. iv-vii) waarin de betreffende informatie is opgespoord, mis ik o.m. de publikaties van Hugo de Schepper, speciaal bevoegd inzake geschiedenis van de instellingen in de oude Nederlanden; van de Algemene Geschiedenis der Nederlanden is evenmin spoor. De literatuurlijst bevat overigens te zeer uiteenlopende zaken om niet systematisch te worden opgesteld: historisch, bibliografisch (anal. bibl.), repertoria. Wat deze laatste betreft, is enkel Van der Wulp aanwezig. Bij de beschrijving van de ordonnanties is ook nooit naar dergelijke catalogi (ook al bevatten ze hoofdzakelijk pamfletten) verwezen, tenzij om te vermelden dat de bewuste druk er niet in staat! De hele lijst verdient te worden aangevuld en gecorrigeerd. Over de verschillende collecties in de Kon. Bibl. had ik gaarne wat meer informatie gevonden: het kan de lezer interesseren te vernemen waar de coll. 'Ville de Bruxelles' vandaan komt, wie Vandenpeereboom was, enz.
De beschrijvingen zijn genummerd per jaar van uitvaardiging met een kapitaal A en B voor 'n Franse en 'n Nederlandse uitgave, een onderkast a, b, ... voor een afwijkende druk. Aangezien de titelpagina's stelselmatig gereproduceerd zijn, worden titel en impressum (1) verkort gegeven, gevolgd door de collatie (2) (inclusief de vingerafdruk), de zetgewoonten ter drukkerij (3), typografische ornamenten (4), inhoudsopgave (5), staat en herkomst van het beschreven exemplaar (6), signatuur, staat en herkomst van al de gecollationeerde exemplaren (7), de annotatie (8). Nieuw of althans weinig gebruikelijk in dit beschrijvingsschema zijn punt 3 en 4. Met de zetgewoonten worden bepaalde handelwijzen bij het zetwerk bedoeld die een spoor nalaten en voor ons evenzoveel aanwijzingen zijn, bv. de plaats van de signaturen en van de reclamanten, de afmetingen van de zetspiegel. Die 'plaats' mag echter niet beperkt worden tot b.v. A verso (voor de reclamanten) of tot de opgave van de facto gesigneerde bladen, b.v. A3/4. Bepalend zal zijn i.c. waar ten opzichte van de onderste regel druks de signatuur of de reclamant staat: de signatuurpositie en de reclamantpositie. Het Nederlandse vingerafdruksysteem heeft hiervoor een formule uitgewerkt en toegepast ( zie P. C. A. Vriesema, The STCN Fingerprint,in Studies in bibliography,39, 1986; in het Nederlands verschenen in Dokumentaal,15, 1986); waarom daar geen gebruik van gemaakt? Punt 4 betreft de typografische ornamenten (sierinitialen, sierlijsten, vignetten en drukkersmerken); in een repertorium achteraan zijn ze gereproduceerd en van een identificatienummer voorzien. Jammer dat de houtsneden op het titelblad hierbij niet betrokken zijn én dat van de lijst ornamenten geen verwijzing naar de drukken bestaat: hoe de drukken met dezelfde ornamenten terug te vinden? Zo had ik b.v. gaarne op het origineel gecontroleerd of B10 met de buitenrand van B13 identiek is of niet, en of het binnenstuk van B13 gelijk is aan B14. En is B10 verschillend van B17? Bij het reproduceren moet er voor gewaakt worden dat samengestelde randen gescheiden worden en elk stuk afzonderlijk een nummer krijgt. Overigens betekent dit punt een uitstekende bijdrage en verdient het aanbeveling dit in de mate van het mogelijke voor alle oude drukken te doen.
Nu blijkt uit deze catalogus niet meteen of het opsporen en vastleggen van drukkersgebruiken of -gewoonten en van typografische ornamenten iets wezenlijks heeft opgeleverd. Zijn er conclusies te trekken? Zijn er op grond van wat gevonden is, toeschrijvingen te doen? Misschien staan de antwoorden her en der verspreid en heeft het inderdaad de moeite geloond. Maar dan ontbreekt dienaangaande elke mededeling in de inleiding. Daarin is trouwens evenmin iets gezegd over 'les différences d'exemplaires' (p. xxviii): gaat het over verschillende exemplaren, verschillende 'uitgaven' of verschillende drukken, òf varianten? Indien deze studie 'se veut d'étre dans cette nouvelle tradition [de la bibliographie matérielle]', zal op al deze aspecten dieper moeten worden ingegaan. De eerste stap is gezet - de tweede moet nog volgen. De registers geven toegang tot de drukkers (die ik echter gaarne iets nader geïdentificeerd zag: Jan van den Steene I, II, of III ... ), de onderwerpen (zeer nuttig voor dit soort publikaties), de eigendomsmerken (altijd leerrijk) en ten slotte een concordantie met de signaturen van de KB (erg praktisch).
Summa summarum: een catalogus voornamelijk van methodologisch belang, die een goede aanzet is tot een verderreikende bibliografische analyse èn beschrijving. Voor enkele van de bij het begin aangehaalde specifieke moeilijkheden zal pas een oplossing kunnen gevonden worden, wanneer de thans gestelde grenzen in tijd en ruimte worden overschreden. Dan zal ook de inleiding grondig kunnen worden herzien en bijgewerkt, vooraleer het tot een échte publikatie kan komen. [E. C.-I.].
1039. - Paula P. WITKAM, Double use of type matter in the print shop of Joannes and Cornelius Blaeu (1640-1),in Quaerendo,16, 1986, p. 63-65.
Aan Hugo de Groots Annotationes in libros Evangeliorum (Amsterdam, Blaeu, 1641, folio) zijn op het einde vier kleinere traktaten toegevoegd, die in 1640 of 1641 ook afzonderlijk bij Blaeu verschenen in octavo-formaat. Op basis van Grotius' correspondentie, een nauwkeurige vergelijking en wellicht ook dankzij haar eigen typografische ervaring (de Haagse Cristalba-pers) heeft P. P. Witkam in dit postuum gepubliceerde artikel kunnen aantonen dat voor twee van die vier werkjes hetzelfde zetsel is gebruikt als in de foliouitgave! [M. d. S.].
1040. - Frans A. JANSSEN, Some notes on setting by formes, in Quaerendo,16, 1986, p. 191-197.
Het is opvallend dat Moxon (1683-1684) de enige schrijver van een drukkershandboek is, die iets over het zetten per vorm zegt. De onduidelijkheid van zijn uitspraak lijkt er volgens F. Janssen op te wijzen dat de genoemde zetpraktijk in zijn tijd niet (meer) algemeen was. In een ordonnantie van het gilde van de Utrechtse en van de Haarlemse drukkers en boekverkopers, resp. uit 1599 en 1616, wordt er ook melding van gemaakt. [E. C.-I.].
1041. - Willem Godschalck VAN FOCQUENBROCH, Afrikaense Thalia,uitgegeven door Jan HELWIG. - Deventer: Sub Rosa, 1986. - xix, 218 p.: ill.; 16 cm. (FELL, 5). - ISBN 90-70591-17-0. - Fl. 32, 50.
Facsimile-uitgave van de derde bundel van de burleske dichter Focquenbroch (1640-1670). Hij verscheen te Amsterdam bij Jan ten Hoorn in 1678. Zoals steeds in de FELL-reeks is de keuze van het exemplaar gebeurd na bibliologisch onderzoek. Het gereproduceerde exemplaar komt uit de Athenaeumbibliotheek te Deventer. Toegevoegde registers staan op eerste regels, titels, melodieën en persoonsnamen. In Dokumentaal 16, 1987, p. 4 gaf Frans A. Janssen enkele bedenkingen bij de bibliografische beschrijving in de inleiding. [M. d. S.].
Zie ook nr.
1434
1042. - Rudolf RASCH, Nogmaals 't Uitnement Kabinet,in De eodem et diverso,p. 115-138 (cfr. nr. 970).
Na een kort overzicht van de oude drukken - te Amsterdam, 1646-ca. 1655, Paulus Matthysz. - met het eerder zeldzame sexto-oblongformaat, is het grootste deel van deze bijdrage aan musicologisch onderzoek gewijd en wordt het belang van deze bundel instrumentale muziek aangetoond. [E. C.-I.]
1043. - M. S. GEESINK, Josephus vander Nave, boekverkoper in Amsterdam en Leiden,in Eer is het lof...,p. 246-251 (cf. nr. 1003).
Josephus vander Nave (° Leiden ca. 1607) was een omstreden boekhandelaar van contraremonstrantse signatuur. Hij werd o.m. door Vondel gehekeld. Als uitgever publiceerde hij te Amsterdam in 1628-1629 negen boeken, waaronder zeven toneelstukken. In Leiden was hij actief in de periode 1630-1635. Ook daar verschenen heel wat toneelstukken bij hem. [M. d. S.].
1044. - Margery CORBETT, The Dutch mission to Peking in 1655 in Quaerendo,16. 986, p. 131-136, ill.
Iconologische analyse van de titelprent van Wenzel Hollar voor John Ogilby's An Emabassy sent (.. .) to the Grand Tartar Cham ( ... ) (Londen 1669), een kopie van de titelprent in het Nederlandse origineel: Johan Nieuhof, Het Gezantschap ( ... ) (Amsterdam 1665) - tekenend voor de 17de-eeuwse visie op China.[M. d. S.].
1045. - Catalogi redivivi: a reprint series of Dutch auction and stock catalogues from the XVIIth and XVIIIth centuries,ed. by R. BREUGELMANS. -Utrecht: HES, 1977-.
2. The auction catalogue of the library of H. Goodyear, English reformed minister at Leiden: a facsimile edition with an introduction,by J. D. BANGS, 1985. - 19, (40) p.: ill.; 22 cm. - ISBN 90-6194-164-4. - Fl. 75.
3. The auction catalogue of the library of Dirk Canter: a facsimile edition with an introduction,by J. A. GRUYS, 1985. - 12, (58) p.: ill.; 23 cm. -ISBN 90-6194-174-1. - Fl. 75.
4. The auction catalogue of the library of J. Arminius: a facsimile edition with an introduction by C. O. BANGS, 1985. - 11, (50) p. ill.; 22 cm. - ISBN 90-6194-184-9. - Fl. 75.
5. The Catalogus universalis 1986: zie volgend nr.
In 1977 startte de reeks Catalogi redivivi met een facsimile van de veilingcatalogus van de beroemde bibliotheek van Josephus Justus Scaliger, de grote Franse classicus van Leiden. De reprint werd ingeleid door H. J. de Jonge en omvatte (in een lichtgroen omslag) een fraai portret van Scaliger, een inleiding die een model zou vormen voor volgende delen en het facsimile. Na een aantal jaren windstilte verschenen - nu in een olijfgroen omslag - in 1985 drie nieuwe reprints van veilingcatalogi. Alleen van Arminius is een portret opgenomen; van Canter een afbeelding op een politieke gedenkpenning uit 1612; over een portret van H. Goodyear wordt niets gezegd (wellicht is er ook geen bekend).
De drie delen worden vakkundig ingeleid door een kenner. Gruys publiceerde in 1978 The correspondence of Theodorus Canterus (Dirk Canter 1545-1616): an inventory (Nieuwkoop); J. D. Bangs is de specialist van de Leidse archieven m.b.t. de 'Pilgrim Fathers' en C. O. Bangs promoveerde in 1958 (Chicago) op een proefschrift over Arminius, in 1971 gevolgd door de monografie Arminius: a study in the Dutch Reformation (New York-Nashville).
Over deze inleidingen niets dan goeds. Mijn enige ernstige bezwaar geldt het ontbreken van registers op deze vier delen (dit gaat gelukkig niet op voor de Catalogus universalis,zie volgend nr.). Twee indices zijn onontbeerlijk: op namen en op titels (liefst beide). Een derde register wordt in enkele inleidingen reeds ter sprake gebracht: dat op de huidige vindplaats (voor zover bekend) van de boeken.
Wie nu wil weten of een bepaalde editie in één van de geveilde collecties aanwezig is, wordt gedwongen alle catalogi door te lezen (op zich natuurlijk een verrijkende ervaring, maar wel erg tijdrovend). Een namenregister zou ook een bron kunnen vormen voor de receptiestudie van auteurs en genres; het is bovendien een minimumvereiste voor een wetenschappelijke publikatie, die deze reeks ongetwijfeld is. De enige pagina's extra zouden wellicht de hoge prijs van Fl. 75 voor 60 á 70 pagina's (nog) aanvaardbaarder hebben gemaakt.
Ad 2: Hugh Goodyear (1589/90-1661) was jarenlang predikant van de Engelse Hervormde Kerk te Leiden. Diens betekenis in het Leidse theologische milieu wordt bondig en helder geschetst door J. D. Bangs. Zijn welvoorziene bibliotheek werd op 15 maart 1662 te Leiden geveild bij David Lopez de Haro, uitgever en boekhandelaar, van wie Goodyear een goede klant was blijkens de enkele op p. 9-10 gepubliceerde ontvangstbewijzen voor geleverde boeken. De inleiding bevat ook enkele gegevens uit Goodyears correspondentie over zijn boeken. Het gereproduceerde exemplaar (Gemeentearchief Leiden, W.A. 1355) bevat alle prijzen én (achteraan) de totale opbrengst en de afrekening met de erfgenamen; het is wellicht dat van de veilinghouder. Uiteraard zijn er zeer veel theologische werken van Engelse auteurs aanwezig, zelfs literaire (op p. 33, nr. 36 'Poëms of Master W. Shake- Speare').
Ad 3: Dirk Canter (1545-1616) was een politicus en humanist. Door zijn optreden in Utrecht werd hij in 1611 zelfs verbannen; hij keerde in 1612 terug en vestigde zich in Leeuwarden. Als humanist is hij bekend als Graecus. Zijn collectie is dan ook die van een classicus: verscheidene edities van een bepaalde tekst zijn geen zeldzaamheid. Gruys twijfelt terecht aan de volledigheid van wat er in de veilings catalogus werd opgenomen. Belangrijke boeken (en alle handschriften) ontbreken daarin. De aanwezigheid van enkele titels uit 1616 en 1617 wijst op toevoegingen (door de veilinghouders?). Vier exemplaren zijn bekend van de anoniem verschenen catalogus (Leiden, Isaac Elzevir, 1617). Eén daarvan, in een belangrijk convoluut, is spoorloos sedert een Gentse veiling van 1864. Gekozen werd voor reproductie van het exemplaar dat later heeft toebehoord aan een ander, groter, classicus: Nicolaas Heinsius (thans Parijs, Bibliothèque Nationale, Q 2140). Bij de theologische boeken vooraan zijn enkele prijzen vermeld. Het facsimile is prima leesbaar.
Ad 4: Ook Jacobus Arminius (1560-1609) beschikte over een welvoorziene handbibliotheek. Vermoedelijk om geldelijke redenen, lieten zijn erfgenamen de boeken veilen op 26 mei 1610 (de gedrukte datum van 19 mei werd met de hand gewijzigd in 26 mei). De veiling geschiedde ten huize ( "ad Coemiterium S. Petri') en de catalogus werd gedrukt door Thomas Basson. C. O. Bangs wijdt enkele beschouwingen aan de samenstelling en groei van de collectie, inz. aan de talrijke werken van Britse auteurs. Eén zin uit zijn inleiding is ondertussen reeds achterhaald: 'the copy in the British Library (shelf-mark 11901.e.27.) in the only one known to exist...'. Wellicht lag deze tekst al lang klaar voor publikatie, anders had de inleider kunnen wijzen op een tweede exemplaar (Parijs, Bibliothèque Nationale, Q 2133). Beide exemplaren staan immers vermeld in 'A list of Dutch book auction sale catalogues printed before 1611' samengesteld en van commentaar voorzien door Bert van Selm (Quaerendo,12, 1982, p. 95-129, inz. p. 109), later overgenomen in Jan van Dorsten 'Thomas Basson (1555-1613), English printer at Leiden' (Quaerendo,15, 1985, p. 195-224, inz. p. 223). In deze veilingcatalogus is zelden het impressum, of zelfs maar het jaar, van de opgenomen boeken vermeld. Latere catalogi zijn meestal explicieter. Het gereproduceerde exemplaar heeft op verscheidene plaatsen te vet gedrukte regels, wat in het facsimile nog wordt benadrukt; daardoor zijn enkele van die regels moeilijk leesbaar.
Een boeiende reeks, die een grote belangstelling verdient van boekhistorici en van alle anderen die met oude boeken omgaan. [M. d. S.].
Zie ook nrs.
1408; 2721
1046. - The Catalogus universalis: facsimile edition of the Dutch booktrade catalogues compiled and published by Broer Jansz, Amsterdam 1640-1652. With an introduction and indexes by H. W. DE KOOKER. - Utrecht: HES, 1986. - 438 p.: ill., 22 cm. (Catalogi redivivi, 5). - ISBN 90-6194-056-7. -Fl.200.
Hoe konden boekhandelaars en ijverige lezers in de 17de eeuw vernemen welke nieuwe titels er in de Republiek op de markt verschenen? Er was natuurlijk de catalogus van de Frankforter Mis, maar die was erg internationaal gericht. In 1639 nam de Amsterdamse krantenuitgever en stadsdrukker Broer Jansz (1579/80-1652) het initiatief tot het samenstellen van een nieuwsblad met betrouwbare informatie over nieuwe publikaties uit de Republiek. De eerste aflevering van deze verre voorloper van het Boekblad verscheen in 1640: Catalogus universalis ( ... ) Dat is: Een vertoogh van de meeste Boecken, die in 't Jaer onses Heeren M DC XXXIX in dese Vereenighde Nederlanden, ofte gantsch nieuw, ofte verbetert ende vermeerdert, ghedruckt ende uytgegeven zijn. H. W. de Kooker heeft de zestien verschenen afleveringen -alweer enkel buiten de Nederlanden bewaard gebleven - in één band gereproduceerd. Zijn voortreffelijk gedocumenteerde inleiding bevat een korte biografie van Broer Jansz, een analyse van de samenstelling van de Catalogus en een verkenning van diens bruikbaarheid als bibliografische bron. Ontsloten wordt de Catalogus door registers op 1° "auteurs " en titels van anonieme werken, 2° drukkers en boekverkopers (ook nog in een geografische lijst samengebracht). In afwachting van de (nog verre) voltooiing van de STCN, is dit boek een buitengewoon nuttig werkinstrument voor al wie met Nederlandse boeken uit het tweede kwart van de 17de eeuw te maken heeft. Voor de bibliograaf is het een bron vol boeiende informatie over het boekbedrijf (bv. VIII 131 over het privilegie van de Faces Augusta[e] van Barlaeus-Boyus). De schaarse bibliografieën over deze periode kunnen nu worden getoetst aan contemporaine boekhandelsgegevens over de periode 1637-1652. Een voorbeeld (zie voorts Dokumentaal 15, 1986, p. 154 voor enige literaire vondsten): afl. IX, nr. 9 vermeldt een Grotiustekst die diens bibliografen niet nauwkeurig konden thuisbrengen (Ter Meulen-Diermanse, p. 650). Het boekje uit 1644, dat nu een werk van Lud. Capellus blijkt met een commentaar van Grotius, is door de exacte bibliografische beschrijving vindbaar (o.m. in viervoud in de Parijse B.N.). Interessanter nog zijn onbekende uitgaven van composities op teksten van De Groot (afl. III, nrs. 93 en 97) Lofsanghen op de Geboorte Christi ghetrocken uyt het Nieuwe Testament,door M. Hugo de Groot. Op Musijck ghebracht met 3 stemmen, met een generale bas. t'Amsterdam by Broer Jansz, in 8, resp. Christelijcke betrachtinghe des lijdens Christi op den goeden Vrydagh. Door M. Hugo de Groot. Op Musijck gestelt met 3 stemmen, met een Basso Continuo. Door Cornelis Ianz van Edam, by Broer Jansz, in 8°, beide uit 1640. En dan is er nog het extra-lijstje in afl. IX (1644-1645), nrs. 148-156: "t Amsterdam by Cornelis de Leeuw, ten Huyse van Salomon de la Tombe, Stadts-schilder, inde Stael-straet, zijn uytgegeven en te vinden dese naervolgende Musijck-boecken; als mede by Broer Ianz.' (volgen titels van Camphuysen, De Groot en ook een Hollandtsche Vreught (...) à 4,in twee delen).
Zoals de inleider terecht beklemtoont: er is veel in te vinden, maar bibliografen dienen op hun hoede te blijven. Vele titels zijn vermeld op naam van de boekhandelaar waar ze te verkrijgen waren. Deze vermelding is dus geen kopie van het oorspronkelijk impressum! Het is niettemin boeiend (en nieuw!) om te vernemen bij wie welke boeken verkrijgbaar waren (zie bv. het toegevoegde blad bij afl. XIV, waar Pieter Niellius en Abraham de Wees aankondigen welke boeken zij uit de voormalige stock van Hendrick Laurensz. kunnen aanbieden). Dit is een prachtig werkstuk, uitstekend ingeleid en ontsloten zoals het hoort. Tolle, lege! Ad fontes! [M. d. S.].
Zie ook nrs.
1054; 2367
1047. - S. GROENVELD, Het Mekka der schrijvers? Statencolleges en censuur in de zeventiende-eeuwse Republiek,in Eer is het lof..., p. 225-245 (cf. nr. 1003).
Hoe groot was de overheidscensuur in het land van de vrije drukpers? S. Groenveld onderzocht systematisch de boekverboden door de centrale overheid en het gevolg daaraan gegeven. Hij komt tot een genuanceerd besluit: geen volledige vrijheid, beperkingen op publikaties i.v.m. religieuze en politieke twistpunten, vaak zelfcensuur bij drukkers (vooral buiten Amsterdam), enige repressieve en soms preventieve censuur. Dit wat betreft de centrale overheid. Plaatselijk kon de situatie sterk verschillen! Onderzoek van enige representatieve grotere en kleinere plaatsen zou erg zinvol zijn om de verhouding boekbedrijf-overheid te kunnen evalueren. [M. d. S.].
1048. - P. G. HOFTIJZER, The Utrecht Hebraist Johannes Leusden and his relations with the English booktrade,in Miscellanea Anglo-Belgica: papers of the annual symposium, held on 21 November 1986. - Leiden: Werk Engels-Nederlandse betrekkingen / Sir Thomas Browne Institute, p. 18-26.
De produktieve Utrechtse hebraïcus Johannes Leusden (1624-1699) investeerde zelf in de produktie van zijn boeken. Hij zorgde ook goed voor hun verspreiding. Uit zijn correspondentie met de Londense boekhandelaar Samuel Smith blijkt dat hij veel exemplaren ter verkoop naar Engeland stuurde en zelfs 600 exemplaren van zijn Compendium Graecum in Utrecht liet drukken met Smiths Londens uitgeversadres op het titelblad. Ook zorgde hij voor Engelse vertalingen van zijn werken. [M. d. S.].
1049. - Peter T. VAN ROODEN & Jan Wim WESSELIUS, Two early cases of publication by subscription in Holland and Germany: Jacob Abendana's 'Mikhlal Yophi' (1661) and David Cohen de Lara's 'Keter Kehunna' (1668),in Quaerendo,16, 1986, p. 110-130, ill.
Tot nog toe is er vrij weinig bekend over het ontstaan van 'publikatie bij voorintekening'. Onderzoek van twee Hebreeuwse taalkundige drukken heeft dit fenomeen voor Nederland en Duitsland aangetoond. J. Abendana vroeg een privilegie evenals een dedicatie-vergoeding aan de Staten-Generaal en zocht intekenaars in zijn kennissenkring. David Cohen de Lara voegde een gedrukte lijst van 'begunstigers' toe aan zijn in Hamburg gepubliceerd lexicon. Wel ging in beide gevallen het initiatief uit van de auteur. In 1678 zocht uitgever Joannes Janssonius van Waesberge in een catalogus intekenaars voor Athanasius Kirchers Onder-aertsche werelt. [M. d. S.].
Zie ook nr.
1659
1050. - Frans A. JANSSEN, Böhme's 'Wercken' (1682): its editor, its publisher, its printer,in Quaerendo,16, 1986, p. 137-141.
De vraagtekens rond de publikatie van Böhmes Duitse Alle theosophische Wercken (Amsterdam, 1682) zijn opgelost. De tekstbezorger Johann Georg Gichtel trad op als uitgever, kocht het drukkersmateriaal en stond zelfs borg voor de wedde van het drukkerijpersoneel van (eerst) Lucas Bijsterus en (daarna) Andries en David van Hoogenhuysen. [M. d. S.].
1051. - Anton GERITS, 'Le détail de la France': a contribution towards a better bibliographical record,in Quaerendo,16,1986, p. 198-207, ill.
Een nauwkeurige collatie van enkele exemplaren ( "in handen ") heeft de Amsterdamse antiquaar Gerits in staat gesteld wat meer profiel te brengen in de erg onduidelijke publikatiegeschiedenis van Le détail de la France (1695), een invloedrijk politiek-economisch traktaat van Pierre Le Pesant de Boisguilbert. Van dit werk bestaan verschillende Nederlandse drukken al dan niet met een fictief adres. Gelukkig zijn er ook antiquaren die verder kijken dan de eerste en de laatste pagina ... [M. d. S.].
1052. - Adèle NIEUWENBOER, Meer 17de-eeuwse gelegenheidsgedichten in de Koninklijke Bibliotheek,in Dokumentaal,16, 1987, p. 7-18, ill.
In 1982 verscheen van José Bouman de catalogus Nederlandse gelegenheidsgedichten vóór 1700 in de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage (cf. Kroniek 9,
nr. 575). Deze was in de eerste plaats een ontsluiting van twee grotere, haast onbekende, collecties. Tijdens de voorbereiding van een vervolg over de 18de eeuw, heeft A. Nieuwenboer ook in de handschriftenafdeling gezocht naar gedrukte gelegenheidsgedichten. Daar heeft zij nog 23 zeventiende-eeuwse drukken gevonden, die hier met twee andere aanvullingen en twee nieuwe aanwinsten worden beschreven op dezelfde wijze als in 1982. De 27 drukken (van 1621 tot 1699) worden tevens verwerkt in een personenregister én in registers op plaats van uitgave en drukkers (etc.), op aard van de gelegenheid, op taal en op plaatsen waar de gebeurtenis plaatsvond. [M. d. S.].
1053. - Huygens herdacht: catalogus bij de tentoonstelling in de Koninklijke Bibliotheek ter gelegenheid van de 300ste sterfdag van Constantijn Huygens, 26 maart-9 mei 1987,onder redactie van Arthur EYFFINGER. - Den Haag: Koninklijke Bibliotheek, 1987. - 182 p.: ill.; 24 cm. (Tentoonstellingscatalogi en brochures van de Koninklijke Bibliotheek, 26). - ISBN 90-6259-075-6. -Fl.20.
Artikels over de veelzijdigheid van Constantijn Huygens, over zijn kinderen (met editie van het 'verdwenen' Leidse handschrift Hug. 30) en over het geheimschrift en de tekeningen van Constantijn Jr.; dat vormt het leesmateriaal van deze geslaagde catalogus. Onze aandacht richt zich op de 'Beknopte bibliografie van de werken van Constantijn Huygens (1596-1687): opgave van het bezit van de Koninklijke Bibliotheek en het Museum Meermanno-Westreenianum te 's-Gravenhage, met een verwijzing naar de vindplaatsen in de overige bij de Centrale Catalogus aangesloten bibliotheken' (p. 47-74): een handige lijst voor de Huygensliefhebber (mét de signaturen van de Haagse collecties). [M. d. S.].
1054. - C. A. HÖWELER & F. H. MATTER, Fontes hymnodiae Neerlandicae impressi 1539-1700 = De melodieën van het nederlandstalig geestelijk lied 1539-1700: een bibliografie van de gedrukte bronnen. - Nieuwkoop: B. de Graaf, 1985. - LXII, 400 p.: ill.; 25 cm. (Bibliotheca bibliographica Neerlandica, 18). - ISBN 90-6004-385-5. - Fl. 140.
Dit boek heeft een lange wordingsgeschiedenis, die haar sporen heeft nagelaten in de uiteindelijke verschijningsvorm. In 1968 werd aan het P. J. Meertens-Instituut begonnen met de Nederlandse medewerking aan het Duitse project Das deutsche Kirchenlied (DKL): kritische Gesamtausgabe der Melodien. Doel was een Nederlandse bronnenlijst (tot 1800) samen te stellen. Na jaren van werk aan het project, werd in 1980 besloten tot publikatie van het materiaal van vóór de achttiende eeuw. Daardoor verminderde het aantal bronnen van 1400 tot een bewerkelijk aantal van 800. In dit boek zijn beschreven de gedrukte boeken tot 1700 waarin melodieën van Nederlandse geestelijk liederen voorkomen. Onder geestelijk lied verstaan de auteurs 'een in het Nederlands gestelde geestelijke tekst van christelijke signatuur (ongeacht confessie of modaliteit), bestaande uit metrische verzen in strofische geleding en niet gebonden aan één bepaalde gelegenheid' (p. ix-x). Deze definitie wordt genuanceerd geïnterpreteerd. Voor de geestelijke liedboeken bestrijkt het dus het terrein dat reeds zeventig jaar eerder door D. F. Scheurleer was in kaart gebracht in zijn Nederlandsche liedboeken: lijst der in Nederland tot het jaar 1800 uitgegeven liedboeken ('s-Gravenhage 1912, (enig) supplement 1923). Een vergelijking tussen beide is leerrijk en leidt tot verbluffende resultaten, vooral m.b.t. de 'populaire' bundels: Datheens psalmberijming klimt van 90 tot 313 gerepertorieerde uitgaven, die van Willem van Haecht van 11 tot 39. Vele drukken zijn unica, nl. 364 (=45%) waarvan 200 buiten Nederland bewaard. Over de resultaten kunnen we in kwantitatief opzicht tevreden zijn. Wat betreft onderzoeks- en beschrijvingsmethode zijn er veel bezwaren mogelijk - die werden ondertussen reeds door B. van Selm glashelder verwoord in Dokumentaal 15, 1986, p. 31-35. Zo is de heuristiek (mede door de lange, onderbroken bewerkingstijd) niet zonder haperingen uitgevoerd. Belangrijker nog is de bepaald niet orthodoxe beschrijvingswijze (bv. het zeer ongewone aanduiden van ongesigneerd voorwerk als '18' etc.). De kennismaking met de principes van de analytische bibliografie is klaarblijkelijk te laat tot stand gekomen. De gebruiker van het boek doet er dus goed aan geregeld de 'Aanwijzingen voor het gebruik' te herlezen. Eén lacune valt hier nog te vermelden: in een bibliografie van bronnen (in casu boeken met liederen) is het wel vreemd dat er geen informatie wordt verstrekt over het aantal liederen. Er zijn drukken opgenomen met 1 lied (bv. Haecmundanus 1554), terwijl andere er tientallen bevatten. Ook had kunnen worden vermeld hoeveel liederen er in een bepaalde bundel met/zonder muzieknotatie gedrukt zijn. Nu is een druk beschreven van zodra er één lied met notatie aanwezig is. Een aantal bundels bevatten ook anderstalige liederen (Frans, Latijn); ook die informatie ontbreekt. De ultieme wens is natuurlijk een repertorium van liederen (titels, incipits) en wijsaanduidingen. Het is wel duidelijk dat dit buiten de bibliografie van de bronnen valt.
En toch ... dit is een belangrijke, betrouwbare (zonder "spoken ") en vruchtbare bibliografie, niet het minst door de registers: 1° op titels, auteurs, componisten etc. (p. 315-349!); 2° op drukkers, uitgevers en boekverkopers (p. 350-374); 3° op plaatsen van druk, uitgave en verkoop (p. 375-398). Eenendertig titelpagina's zijn gereproduceerd, waaronder nr. 16 met de ontdekking: Vondels Davids tranen of Boetpsalmen op muziek van Cornelis Leeuw, Amsterdam 1646 (cfr. XI 94 in Broer Jansz' Catalogus universalis,zie in deze Kroniek
nr. 1046). Het exemplaar, met de handtekening van Jacob van Heemskerck, bevindt zich met nog vele andere Nederlandse unica te Stuttgart. Een catalogus van de 'Neerlandica' uit die collectie zou wel eens een revelatie kunnen worden. Het is onze wens dat de ca. 600 bronnen die voor de periode 1701-1800 reeds zijn opgespoord, met bekwame spoed worden beschreven en ontsloten. Dat zou een waardig vervolg zijn op dit voortaan onmisbare naslagwerk. [M. d. S.].
1055. - P. P. SCHMIDT, Zeventiende-eeuwse kluchtboeken uit de Nederlanden: een descriptieve bibliografie. - Utrecht: HES, 1986. - 165 p.: ill.; 23 cm. (Publicaties van de Vakgroep Nederlandse Taal- en Letterkunde Leiden, 13). - ISBN 90-6194-235-7. - Fl. 75.
Nu de populaire literatuur weer populair wordt (verklaard), lijkt het zinvol via deelbibliografieën het moerassige terrein te verkennen, c.q. ontsluiten. Een duidelijke groep hierin vormen de kluchtboeken of ancedotenverzamelingen (korte prozaverhaaltjes). De auteur heeft zijn terrein duidelijk afgebakend (Uilenspiegel-verhalen zijn echter niet opgenomen omdat in Duitsland aan een bibliografie wordt gewerkt - maar eigenlijk hadden ze er bijgehoord). Ook heeft hij aangeduid hoe, waar en op welke hoofdwoorden hij heeft gezocht. Chronologisch is de bibliografie beperkt tot 1600-1700, al worden wel latere herdrukken van 17de-eeuwse bundels beschreven. De beschrijvingen berusten op autopsie en zijn in hoofdzaak gebaseerd op Verkruijsses Smallegangebibliografie (cfr. Kroniek 10,
nr. 662). De 70 beschreven nummers (er is ook een nr. 10a en een 51a) slaan op 26 verschillende titels. Twee werken kenden bijzonder veel succes: De geest van Jan Tamboer (12 edities) en Het leven en bedrijf van Clément Marot (19 edities). Exemplaargegevens hebben betrekking op: volledigheid, provenance en, voor convoluten, bijgehouden drukken; over de boekband wordt niets gezegd. Er is een uitgebreid register, waarin enkele lemmata zijn gegroepeerd, zoals voormalige bezitters, drukkers en boekverkopers etc. Goede biblioglafieën zijn schaars. Dit is er een. Wellicht kan de auteur zijn ervaring gebruiken om de even populaire almanakken met hun vaak kluchtig bijwerk aan te pakken. [M. d. S.].
Zie ook nrs. 1331; 1454
1056. - Ivo W. WILDENBERG, Johan & Pieter de la Court (1622-1660 & 1618-1685): bibliografie en receptiegeschiedenis: gids tot de studie van een oeuvre. - Amsterdam & Maarssen: APA-Holland Universiteits Pers, 1986. - xiii, 180 p.: ill.; 23 cm. (Bibliotheca historico-politica, 2). - ISBN 90-302-1163-6. - Fl. 45.
Johan en Pieter de la Court hebben met hun, anoniem gepubliceerde, geschriften een flink aandeel gehad in de discussie over de constitutie van de Republiek. Enkele teksten hebben ook langer doorgewerkt in economische (en politiek-filosofische) theorieën uit latere tijd. I. W. Wildenberg heeft, met veel omhaal van woorden, getracht klaarheid te scheppen in auteursbibliografie en receptiegeschiedenis. Hij baseert zich op Verkruijsses methode in diens Smallegange-bibliografie (cfr. Kroniek 10,
nr. 662), maar mist overduidelijk diens boekhistorische inzichten en heldere formuleringen. Het onderzoek was daarenboven beperkt tot vier bibliotheken. Enkele opmerkingen: waarom wordt enkel de opbouwformule van een toevallig genomen exemplaar gegeven, en niet de klassieke collatie? (bv. nr. 1031: er worden toch zes exemplaren beschreven - of niet soms?); in een auteursbibliografie wekt het verbazing (en verwarring) dat werken tot 1800 uitvoerig worden beschreven (hoewel dan weer niet de vertalingen uit die periode) en uitgaven en vertalingen van na 1800 niet eens een vermelding van omvang of afmetingen waard zijn. Een irriterend detail tenslotte: in persoonsnamen wordt naar modieus Hollands gebruik de letter 'y' geregeld als 'ij' weergegeven bv. C. Huijgens (in de tekst, niet in het register)-, in het alfabetisch register wordt 'y' als 'i + j' beschouwd, in de eveneens alfabetisch geordende secundaire bibliografie dan weer als 'y'[M. d. S.].
Zie ook nr. 1315
1057. Alain CLAES, Historische schets van het opera-libretto in de zeventiende eeuw in De eodem et diverso,p. 81-92 (cf. nr. 970).
Speciaal kan hier vermeld worden de lijst van 76 libretti uit genoemde periode, bewaard in de KB te Brussel. De titelbeschrijvingen zijn opgesteld volgens de ISBD-regels en geven ook de signatuur van het exemplaar op. [E. C.-I.].
1058. - G. O. VAN DE KLASHORST, H. W. BLOM & E. O. G. HAITSMA MULIER, Bibliography of Dutch seventeenth century political thought: an annotated inventory 1581-1710. - Amsterdam & Maarssen: APA-Holland University Press, 1986. - xix, 162 p.: ill.; 23 cm. (Bibliotheca historico-politica, l). -ISBN 90-302-1161-X. - Fl. 45.
Deze bibliografie werd samengesteld in het kader van een onderzoeksproject: een filosofische en historische analyse van politieke theorieën en denkbeelden in de 17de-eeuwse Republiek. De context waarin de twee reuzen Grotius en Spinoza schreven, is immers nog slechts zeer onvoldoende bekend.
Selectiecriteria waren: 1° periode: van 1581 (Placaet van Verlatinge: de rechtvaardiging van de Opstand) tot 1710 (het debat over de constitutie van de Republiek); 2° 'Nederlands': geboren Nederlanders én personen werkzaam in de Republiek (bv. de Schot William Makdowell, hoogleraar te Groningen) én dissertaties van buitenlandse studenten aan Nederlandse universiteiten; 3° 'politiek denken': dit ter onderscheiding van de massa ongestructureerde pamfletten (gebonden aan de actualiteit). Elke geselecteerde titel krijgt een 'abstract': de voornaamste thema's en de genoemde autoriteiten (via het register goed ontsloten voor de receptiegeschiedenis!). De bibliografische beschrijving is inhoudelijk gericht en komt neer op een short-title beschrijving van de eerste (en eventueel ook een herziene) uitgave. De structuur is als volgt: kopje, titel, gegevens i.v.m. auteurschap, dissertatie etc., impressum, collatiegegevens (bibliografisch formaat en aantal pagina's van de hoofdtekst) en exemplaaropgave (1 exemplaar, zonder bibliotheeksignatuur, soms met Knuttel-nummer). Bij auteurs als De la Court, Huber, Grotius, Lipsius en Spinoza wordt verwezen naar de standaardbibliografie. De 361 drukken worden in chronologische volgorde gepresenteerd; de beschrijvingen zijn gebaseerd op autopsie van het vermelde exemplaar (soms op een fotocopie). Zoals het hoort zijn er voldoende registers gemaakt: op anoniemen, op auteurs; studenten, tekstbezorgers en vertalers; op landen en plaatsen van herkomst van buitenlandse studenten; op drukkers, uitgevers en boekverkopers, en op namen en zaken. Andermaal blijken heel wat drukken niet in een Nederlandse openbare collectie aanwezig (van belang voor de volledigheid van de STCN). Een enkele correctie: nr. 42 werd gedrukt door H. van Haestens (niet 'Hoestens'). Een vergelijking met de Thesaurus van Gruys en De Wolf leverde volgende aanvullingen op: nr. 106 J. Jansonius te Rotterdam (ontbreekt in Thes. hoewel een KB-exemplaar wordt vermeld); nr. 163 C. Thomaeus te Deventer in 1649 (Thes. enkel 1647); nr. 208 J. de la Noix te Utrecht (niet in Thes). Slotsom: een handige en leerrijke thema-bibliografie. [M. d. S.].
1059. - Louis DESGRAVES, Répertoire des programmes des pièces de théâtre jouées dans les Collèges de France (1601-1700). - Genève Droz, 1986. -197 p.; 23 cm. (Ecole pratique des hautes études. IVe section Sciences historiques et philologiques. VI. Histoire et civilisation du livre, 17). - FS. 45.
Dit repertorium brengt een overzicht van het schooltoneel in Franse colleges in de 17de eeuw. Meestal werd slechts een inhoudsopgave ('programma') van het vertoonde spel gedrukt, zelden het volledige stuk. Van dit efemere lokale gelegenheidsdrukwerk is slechts weinig bewaard, vaak in maar één exemplaar. Daarom bestaat de meerderheid van de 1500 items meestal slechts uit een verwijzing naar bibliografieën van religieuze ordes (bv. Sommervogel) of plaatselijke drukkersmonografieën. Deze inventaris van de bronnen voor theater- en onderwijsgeschiedenis in Frankrijk omvat de gebieden binnen de huidige grenzen: vandaar zijn er ook Nederlandse titels opgenomen voor Frans-Vlaanderen (cf.
nr. 1036). Er is enkel een register op titels opgenomen. Hoewel de meeste stukken anoniem zijn, ware het toch wenselijk geweest enkele namenregisters op te nemen: auteurs, toneelpersonages in titels vernoemd en ... drukkers en uitgevers! Jammer van deze lacune. Nu moet elke gebruiker dat weer voor zichzelf doen. Belangrijker evenwel blijft dat nu kan worden gezocht naar exemplaren van de honderden niet-geziene titels. [M. d. S.].
1060. - M. VAN VAECK, Herdrukken van de Zeeusche Nachtegael (Middelburg 1623),in 't Ondersoeck leert ..., p. 247-269. (Cf. nr. 984).
Een grondige vergelijking van de herdrukken Rotterdam 1632, Amsterdam 1633 en 1651 brengt M. van Vaeck tot een ander stemma dan dat van Meertens en Verkruijsse in de inleiding tot de facsimile-uitgave van de Zeeusche Nachtegael,Middelburg 1982 (cf. Kroniek 10, nr. 663). [M. d. S.].
Zie ook nr. 1315
1061. - Renaud GAHIDE, Inventaire des pamphlets de la Révolution brabançonne conservés au Musée Royal de l'Armée. - Brussel: Koninklijk Legermuseum, 1985. - 131 p.; 30 cm. (Centrum voor Militaire Geschiedenis. Inventarissen, 26).
Het Koninklijk Legermuseum te Brussel bezit een rijke verzameling vlugschriften die verschenen kort vóór en tijdens de Brabantse Omwenteling (1789-1790) en haar naweeën. De zowat 1300 pamfletten (vooral polemische strijdschriften, maar daarnaast ook officiële publikaties en verzoekschriften) werden door R. Gahide tijdens zijn legerdienst geordend en beschreven. Dat vond zijn weerslag in deze inventaris.
In de inleiding weidt de auteur uit over enkele specifieke problemen die hij bij zijn werk ontmoette. Zie daarover R. GAHIDE, L'intérêt et les problèmes posés par le classement des pamphlets de la Révolution brabançonne conservés au Musée Royal de l'Armée,in Archief- en Bibliotheekwezen in België,56, 1985, p. 93-120. De inventaris zelf is een goede weerspiegeling van de evolutie, in de loop der jaren, van het aantal werkelijk verspreide pamfletten: vrij zeldzaam vóór 1787, worden ze voor die periode samengenomen in jaargroepen (1650 tot 1779 en 1780 tot 1786); nadien en tot 1793 worden de zeer talrijke titels jaar per jaar, en daaronder alfabetisch, opgesomd; tenslotte volgen nog zeven brochures, waarvan de recentste dateert van 1833. Wegens het groot aantal anonieme pamfletten houdt de klassering slechts rekening met de (steeds volledig weergegeven) titel, en niet met de auteursnaam. Wanneer het druksel geen titel heeft, wordt op basis van de inhoud een fictieve titel opgesteld. De beschrijving van de werkjes blijft heel kort. Zo wordt de collatie beperkt tot het aantal bladzijden, en krijgen we geen informatie over het formaat. noch over de - niet steeds uit de titel af te leiden - inhoud of strekking van het pamflet. Het register van plaats- en eigennamen en de lijst van geciteerde boekdrukkers en -verkopers zijn nuttig, maar de thematische index is te oppervlakkig om werkelijk bruikbaar te zijn: achter het (op zich al zeer algemene) trefwoord 'Religion' volgen bijvoorbeeld een 120-tal verwijzingen! Te betreuren is ook de afwezigheid van de vingerafdruk: deze zou van de inventaris een nuttig werkinstrument gemaakt hebben bij verder onderzoek over de drukwerken die tijdens deze rumoerige periode in 'België' verschenen. [P. D.].
1062. - Patriots and Orangists. Revolutionary pamphlets and caricatures in the Netherlands 1780-1800. An Exhibition. - [Z.p.]: The University of Michigan Library, 1986. - 32 p.: ill.; 28 cm., - $ 4. Besteladres: Department of Rare Books and Special Collections, The University of Michigan Library, Ann Arbor, Michigan 48109-1205, U.S.A.
Een kleine maar verzorgde catalogus van de tentoonstelling die in juni 1986 gelijktijdig werd georganiseerd met de 'Third Biennial Interdisciplinary Conference on Netherlandic Studies' van de 'American Association for Netherlandic Studies'. Het overgrote deel van de tentoongestelde stukken bestaat uit karikaturale gravures. Pamfletten werden in de catalogus niet gereproduceerd. [P. D.].
1063. - Bernard DESMAELE, Les imprimeurs et libraires des Pays-Bas au XVIIIe siècle. Un premier relevé,in Archief- en Bibliotheekwezen in Belgié,56, 1985, p. 295-320.
Eerste aanzet tot wat een volledige lijst moet worden van boekdrukkers en -verkopers, actief in de Zuidelijke Nederlanden (waarin dus noch het prinsbisdom Luik, noch de hertogdommen Bouillon en Stavelot-Malmédy begrepen zijn). Per stad worden de drukkers-boekverkopers alfabetisch gerangschikt, met naast hun naam de periode waarin ze hun beroep uitoefenden en een korte bronnenvermelding. Archieven werden enkel geraadpleegd voor de Brabanders onder hen. De auteur is er zich dan ook van bewust dat hij hier geen definitief werk levert. Niettemin moet deze eerste bijdrage toegejuicht worden; mogen we dromen dat er door teamwerk ooit een werkinstrument uit zou groeien dat aanspraak mag maken op volledigheid? [P. D.].
1064. - Daniel D'HERDT, J. L. D'Herdt een 18de eeuws Aalsters boekdrukker,in Flanders' Printing 1987. - Aalst: Dirk Martenscomité, 1987, p. 70-93: ill; 21 cm. - Besteladres: Flanders' Printing, Secretariaat, Keizerlijk Plein 21, B-9300 Aalst.
Na een opleiding in Gent, Bergen, Hg. en Brussel, waar hij werkte bij J. van den Berghen, verkreeg Judocus-Ludovicus D'Herdt (1737-1802) in 1767 het octrooi van boekdrukker en boekverkoper. In dat jaar werd hij ook aangesteld als drukker van het Landscollege van Aalst, dat hem een renteloze lening toestond voor het oprichten van zijn drukkersbedrijf. Op basis van o.a. staten van goed (telkens opgemaakt bij het overlijden van zijn echtgenotes: D'Herdt werd driemaal weduwnaar) en bewijsstukken van betalingen, biedt dit artikel een gedetailleerd beeld van D'Herdts drukkerscarrière en van de evolutie van zijn bedrijf. Op te merken is zijn klacht, in 1782, tegen boekverkopers zonder octrooi die o.a. verboden boeken aanboden maar door de keizerlijke controleurs ongemoeid werden gelaten, in tegenstelling tot de boekverkopers en drukkers met een octrooi. Het artikel wordt afgesloten met een titellijst van door J. L. D'Herdt gedrukte werken (met bewaarplaats). Naast devotieboekjes en het Leven der Groote Catharina van Alexandrien,van D'Herdts stadsgenoot Willem Caudron jr., zijn vooral twee almanakken het vermelden waard: de Nieuwen Aelsterschen Almanak werd onafgebroken uitgegeven van 1771 tot 1796; van de meer humoristische Nieuwen Aelsterschen guychelaer ofte gemetamorphozeerde logenaer verscheen de eerste jaargang in 1773, de laatste gekende in 1787. [P. D.].
1065. - Jeroom VERCRUYSSE, Helvétius imprimé á Bouillon,in Le livre & l'estampe,33, 1987, nr. 127, p. 7-46.
Gedetailleerd verhaal van de uitgave van Helvétius' volledig werk door de Société typographique van Bouillon. Achtereenvolgens worden behandeld: het verloop (van 1779 tot 1781) en de kosten van de onderneming, de wegen van verspreiding en de magere verkoopresultaten. Ook deze bijdrage beëindigt de auteur met een zorgvuldige bibliografische beschrijving van de verschillende types van de uitgave. In een appendix weerlegt hij de bewering als zou er te Rijsel al eerder een uitgave zijn geweest van de Oeuvres complètes.
Vercruysse breekt een lans voor het samenbrengen van interne (t.w. de materiële eigenschappen van het boek) èn externe kriteria (correspondentie, rekeningen, politionele bronnen enz.) bij de identificatie van clandestiene uitgaven [P. D.].
1066. - C. B. F. SINGELING, Literaire genootschappen, 1748-1800: aanvullingen en correcties,in Documentatieblad werkgroep achttiende eeuw,18, 1986, p. 65-74.
Aansluitend bij de inventarisatie die verricht werd door een Utrechtse werkgroep o.l.v. J. J. Kloek, verschenen in Documentatieblad werkgroep achttiende eeuw,15, 1983, p. 21-89. [P. D.].
1067. - H. HOUTMAN-DE SMEDT, "Le gros libraire " Joannes Petrus Josephus Grangé,in Cultuurgeschiedenis in de Nederlanden van de Renaissance naar de Romantiek. Liber amicorum J. Andriessen s.j., A. Keersmaekers, P. Lenders s.j. - Leuven, Amersfoort: Acco, 1986, p. 179-202. - ISBN 90-334-1344-2.
J. Grangé (1720-1794) stamde uit een familie van drukkers. Zelf was hij boekdrukker, boekhandelaar en handelaar in allerlei papierwaren te Antwerpen. Hij drukte publikaties van de geestelijke en wereldlijke overheid, werken van Jean Des Roches en veilingcatalogi. Als boekhandelaar was hij aanvankelijk vooral op Brussel georiënteerd: hij plaatste vrij aanzienlijke bestellingen bij Brusselse collega's, vooral bij het echtpaar J. van den Berghen. Grangé leverde zowel Bossuet als Voltaire en - minder - Rousseau. Later legde hij contacten met boekhandelaars te Leuven, Brugge, Luik, Genève (vanwaar hij de Dictionnaire Encyclopédique betrok) en in Nederland. In de noten bij dit artikel is heel wat archiefmateriaal verwerkt. [W. W.].
Zie ook nrs.
1079; 1104
1068. - Frédéric HAŸEZ & Jeroom VERCRUYSSE, L'Imprimerie privée des princes de Ligne au XVIIle siècle,in Nouvelles Annales Prince de Ligne,2, 1987, p. 7-75, ill.
Wie geboeid wordt door de geschiedenis van het boek mag zich verheugen over de uitgave van dit nieuwe jaarboek (red. Jeroom Vercruysse, Olmenlaan 5, B-1681 Lennik) dat de draad hervat waar de Annales Prince de Ligne hem hadden laten liggen. Het wordt heel fraai gedrukt door Hayez te Brussel. (Cf.
nr. 1071).
In het achttiende-eeuwse Brussel is ons, naast de privé-pers van Karel van Lotharingen, ook deze van de prinsen de Ligne bekend. Prinsen, omdat zowel 'de' prins, Charles-Joseph, als zijn oudste zoon Charles, een tijdlang op het vlak van de typografie bedrijvig waren. De bedoeling van de auteurs is alle tegenstrijdigheden en legenden die in de loop van deze en de vorige eeuw over deze drukpers werden verspreid, op hun waarheidsgehalte te toetsen. Ze kunnen daar voor steunen op uitzonderlijk bronnenmateriaal: in de bibliotheek van de Gentse Rijksuniversiteit, en vooral in het kasteelarchief van Beloeil vonden ze twaalf rekeningen met uitgaven, gedaan voor de privé-pers tijdens de periode januari 1781-mei 1783. Verschillende van deze rekeningen worden in extenso en met de nodige terminologische verklaringen opgenomen.
Na een bondig overzicht over zet- en druktechnieken in de achttiende eeuw volgen heel wat interessante gegevens over de privé-pers, die gevestigd was in de Lignes herenhuis te Brussel: zo o.a. over de drukker die voor de prinsen werkte (Adrien-François Pion, schoonvader van Frédéric-Maximilien Haÿez); over diens (vorstelijk) salaris; over het gebruikte materiaal; en tenslotte over het rendement van de drukkerij, dat betrekkelijk laag bleef omdat ongeveer alles er door A. F. Pion alleen moest gedaan worden.
Het artikel eindigt met een uitvoerige bibliografische beschrijving van de acht werken die met zekerheid aan de Lignes privé-pers worden toegeschreven. Titelblad, illustraties en vignetten zijn telkens met zorg gereproduceerd. [P. D.].
1069. - Claude SORGELOOS, Quelques relieurs bruxellois du XVIIIe siècle,in Le livre & l'estampe,32, 1986, nr. 125, p. 75-94.
Overzicht van twaalf boekbinders (die tegelijkertijd ook boekdrukker en/of boekverkoper konden zijn) en hun produktie, gebaseerd op achttiende-eeuwse rekeningen. Velen onder hen hebben gewerkt voor Karel van Lotharingen en voor graaf Von Cobenzl. Het valt op hoezeer de landvoogd een open oog had voor mooie boekbanden, terwijl laatstgenoemde meer belangstelling toonde voor de kwaliteit van grafiek en typografie, en voor de inhoud van de tekst. [P. D.].
1070. - Raf VAN LAERE, Heraldiek en boekbanden. Een keuze uit de bibliotheek van het voormalig Klein Seminarie te Sint-Truiden en het Provinciaal Archief- en Documentatiecentrum (Hasselt). - Hasselt: Provincie Limburg, Culturele Aangelegenheden, 1987. - [4], 26 p.: ill.; 21 cm. - BF. 20. Te verkrijgen bij het Provinciaal Documentatiecentrum, B-3800 Sint-Truiden.
Sedert 1979 wordt de omvangrijke bibliotheek van het Klein Seminarie te Sint-Truiden, samen met andere grotere of kleinere collecties, in het in dat jaar opgerichte Provinciaal Documentatiecentrum in dezelfde stad bewaard. Uit deze collectie en die van het Hasselts PAD-centrum, is een eerste tentoonstelling opgezet: éénenvijftig wapenbanden, voor ruim de helft met Noord- en Zuidnederlandse stadswapens, die vnl. 18de-eeuwse drukken van verschillende origine - Leiden, Amsterdam, Antwerpen e.a. - omsluiten. Een verdienstelijke catalogus bevat de beschrijvingen van de banden. [E. C.-I.].
Zie ook nr.
1720
1071. - Bernard DESMAELE, Lectures de la noblesse bruxelloise du XVIIIe siècle,in Nouvelles Annales Prince de Ligne,1, 1986, p. 109-125.
In de eerste jaargang poogt B. Desmaele een antwoord te geven op de vraag welke boeken de Brusselse adel las ten tijde van de Verlichting. Het betreft hier een kwantitatieve benadering, die eens te meer steunt op veilingcatalogi (nl. 9 van de 58 Brusselse catalogi die in het bezit zijn van de Koninklijke Bibliotheek te Brussel). Typisch voor de Brusselse adel is het zeer geringe aandeel van het religieuze boek in zijn verzamelingen; daartegenover staat dan weer een ruime belangstelling voor de geografie en de geschiedenis van de eigen regio (auteurs als Sanderus en Cantillon, Gramaye, Le Roy, Strada en Puteanus). Wat de verboden literatuur betreft moet de auteur ontgoocheld toegeven dat Voltaire, Rousseau en de Encyclopédie maar zelden in deze privé-bibliotheken voorkwamen, en dat de Brusselse elite de Verlichtingsideologie dus zeker niet eensgezind onderschreef. [P. D.].
Zie ook nr.
1068
1072. - Jean-Jacques HEIRWEGH & Michèle MAT, François-Bonaventure Dumont, marquis de Gages (1739-1787),in Etudes sur Ie XVIIIe siècle,13,1986, p. 67-100.
Een wat misleidende titel: slechts enkele bladzijden handelen over afkomst, leven en vermogen van deze Henegouwse edelman, en over zijn belangrijke rol als organisator van de vrijmetselarij in de Oostenrijkse Nederlanden; de aandacht van beide auteurs gaat veel meer uit naar de bibliotheek van het 'hôtel de Gages' in Bergen, Hg., waar de markies zijn verblijf had. Op zijn verzoek werd in 1786 een catalogus van de bibliotheek opgesteld. Het ca. 200 pagina's tellende handschrift berust in het Rijksarchief te Bergen, en maakt een uitvoerige analyse mogelijk van de rijke verzameling, waarvan tenminste 60 % zeker door François-Bonaventure zelf (en niet door zijn erflaters!) werd aangekocht. Voorzichtig in hun interpretaties (de catalogus licht ons immers niet in over de reacties van de lezer(s) op het lectuuraanbod), gaan de auteurs op zoek naar de culturele interesses en de leesgewoonten van een Henegouwse adellijke familie tijdens de tweede helft van de 18de eeuw. De beschrijving van de collectie gebeurt aan de hand van de vijf traditionele categorieën: theologie en godsdienst, rechtsgeleerdheid, wetenschappen en kunsten, letterkunde en geschiedenis. Het besluit is genuanceerd: "'une collection perméable aux modes nouvelles mais plus significative, dans son économie générale, d'une curiosité pour la controverse que de sympathies pour les audaces des Lumières'. (p. 100). [P. D.].
1073. - Jozef SMEYERS, De veilingcatalogus van de bibliotheek van W. F. G. Verhoeven (1738-1809),in Miscellanea Neerlandica ... III, p. 51-58 (cf. nr. 971).
Regelmatig verschijnen artikels over achttiende-eeuwse privé-bibliotheken. Meestal zijn ze gebaseerd op veilingcatalogi en pogen de auteurs ervan -begrijpelijkerwijze - te achterhalen in hoeverre de Verlichtingsideeën ingang vonden bij de intellectuele elite in de Nederlanden. Deze Kroniek biedt een drietal dergelijke analyses. Bovengenoemde bijdrage over de bibliotheek van de bekende Zuidnederlandse letterkundige en historicus, is hoofdzakelijk een opsomming van auteurs en titels. De veilingcatalogus die aan de basis ligt, is van de hand van Verhoevens stadsgenoot J. B. Rymenans; hij werd te Mechelen bij P. J. Hanicq gedrukt, en beslaat bijna 4000 nummers. De bibliotheek was rijk aan kerkelijke geschiedenis (ook met aandacht voor sekten), geschiedenis van de Europese staten (met natuurlijk speciale aandacht voor de Zuidelijke Nederlanden), antieke letterkunde, Franse literatuur (van Marot tot Marmontel), 16de-en 17de-eeuwse Nederlandse literatuur, humanisten en filosofen. Intrigerend is de afwezigheid van tijdschriften; minder verrassend het ontbreken van Engelse en Duitse literatuur. De collectie getuigde van Verhoevens ruime visie, historische gerichtheid en onafhankelijk standpunt. [P. D. & W. W.].
Zie ook nr. 2036
1074. - 300 jaar chemie te Leuven 1685-1985. Tentoonstelling in de Universiteitshal, 14 november-7 december 1985. - Leuven: J. Roegiers, 1985. -207 p.: ill.; 27 cm.
Heel wat achttiende-eeuwse drukken krijgen een plaats in deze catalogus, voornamelijk in deel 1 ('Scheikunde aan de oude universiteit Leuven 1685-1797'). Zo komen werken aan bod van Herman Boerhaave (over wie in het inleidend hoofdstuk wordt uitgeweid) en van de 'Leuvense Boerhaave' H. J. Rega. Laatstgenoemde bezat een rijke bibliotheek, die in mei 1755 werd geveild (op de tentoonstelling kwamen zijn ex-libris voor evenals een geannoteerde veilingcatalogus van zijn verzameling, gedrukt bij Martinus van Overbeke). Daarnaast werden o.a. ook werken opgenomen van A. D. Sassenus, H. J. Vounck, K. Van Bochaute en, hoe kon het anders, J. P. Minckelers. Een personenregister sluit de catalogus af. [P. D.].
1075. - De satiricus Jacob Campo Weyerman, de luis in de pels van de Verlichting. Catalogus van de tentoonstelling ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de Stichting Jacob Campo Weyerman in de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage, 16 januari-28 februari 1987. - 's-Gravenhage: Koninklijke Bibliotheek, 1987.- 66 p.: ill.; 22 cm. (Tentoonstellingscatalogi en -brochures van de Koninklijke Bibliotheek, 25). - ISBN 90-6259-074-8.
Het catalogusgedeelte wordt voorafgegaan door vier hoofdstukjes, handelend over resp. leven, oeuvre en (zowel eigentijdse als posthume) reputatie van de satiricus, én over de Stichting Jacob Campo Weyerman, die driemaal per jaar de Mededelingen van de Stichting J. C. W. uitgeeft. De tentoonstelling zelf bood een zeer compleet zicht op Weyermans bewogen leven (1677-1747), en vooral op zijn literaire productie. Het valt alleen te betreuren dat niet méér illustraties in de catalogus konden worden opgenomen. [P. D.].
1076. - D'un livre l'autre. [Une exposition du] Musée royal de Mariemont. Catalogue. 12 déc. 1986-1er mars 1987. - Morlanwelz: Musée royal de Mariernont, 1986. - 225 p.; ill.; 23 x 22 cm. - BF 650; Fl. 30.
Vier afdelingen: 'Max Elskamp et la presse privée' (inl. Pascal DE SADELEER) voorstelling van 6 drukken, contacten met Paul Buschmann sen. en Henry van de Velde; 'Edmond Deman, éditeur' (inl. Adrienne en Luc FONTAINAS) met notities van 22 werken; "Les reliures de Charles de Samblanx et Jacques Weckesser à Mariemont' (inl. Pierre-Jean FOULON) met beschrijving en afbeelding van 31 banden; hoofdmoot van het boek: "Cette conversation du 15', gesprek op 15 juni 1986 in de Bibliotheca Wittockiana over richtingen in de moderne bibliofilie (objecten, drukken, banden). De tentoonstelling werd licht gewijzigd door de Kon. Bibl. te 's-Gravenhage overgenomen onder de titel Samenspel van boek en kunst. [W. W.].
Zie ook nr.
1476
1077. - A. KETS-VREE, Een onbekende druk van 'Max Havelaar' uit de negentiende eeuw,in De nieuwe taalgids,78, 1985, p. 330-340.
Tussen de 2de (1860) en 3de (1871) druk van Max Havelaar heeft De Ruyter (drukker v.d. 2de druk) een dubbeldruk bezorgd (= door de gewone uitgever gemaakt zonder medeweten van de auteur en zonder dit via de gewone kanalen bekend te maken). Bedoeling was wel een minutieuze kopie van de 'echte' tweede druk te leveren. Toch zijn er 90 verschillen in de tekst. ook verschilt de witverdeling (achterhaald door vergelijking van transparantkopieën). [W. W.].
Zie ook nr.
970
1078. - J. A. A. M. BIEMANS, Lithografische facsimile's van twee Spiegel Historiael-fragmenten,in Miscellanea Neerlandica ... 1, p. 145-165 (cf. nr. 971).
In hoeverre is een 19de-eeuwse reproduktie bruikbaar voor paleografisch en codicologisch onderzoek? Men beschikte toen over twee methoden: de tekst kon gecalqueerd worden op een transparant (overtrek), die op zijn beurt omgekeerd op de lithografische steen gelegd werd; onder matige druk werd dit geheel door de cylinderpers gehaald, zodat de inkt zich aan de steen hechtte. Een tweede methode was het natekenen door een vakbekwaam tekenaar of graveur. Vergelijking in een aantal gevallen tussen origineel en reproduktie leert: geen van beide procédés garandeert betrouwbaarheid. [W. W.].
1079. - A. K. L. THIJS, Devotie, winst en politiek: achtergronden van de produktie van neogotische devotieprenten in Vlaanderen tijdens de tweede helft van de 19de eeuw,in Cultuurgeschiedenis in de Nederlanden .... p. 279-295 (cf. nr. 1067).
Vanaf ca. 1840 beheerste de Franse bidprentjes-industrie de Belgische markt. Tegen deze al te commercieel gerichte produktie kwam een 'Verein zur Verbreitung religiöser Bilder' in Düsseldorf tot stand, dat bij ons door G. Gezelle warm gesteund werd. Gezelle propageerde ook Engelse neogotische bidprentjes. Er ontstond een 'H. Beeldekensgilde' die de Brugse lithograaf Jacob Petyt de gelegenheid bood zich te specialiseren in neogotische bidprenten. Daarnaast ontstonden de 'Société de Saint Jean l'Evangéliste' (Doornik) en de 'Société de Saint Augustin' (Brugge) onder leiding van Henri Desclée. Voor beide laatste genootschappen was het drukken van deze materie meer een ideologische aangelegenheid dan een economische onderneming. [W. W.].
1080. - A. VERSCHAFFEL, Een overzicht van Het Limburgsch Jaarboek (1892-1896), in Archief- en Bibliotheekwezen in Belgiè,57, 1986, p. 455-461.
Onvindbaar geworden tijdschrift. Gedrukt te Bilzen bij L. Simoens en J. Bollen. Stichter was vermoedelijk Camille Huysmans. Het tijdschrift nam zowel creatief proza en poëzie als meer wetenschappelijke bijdragen op. [W. W.].
1081. - A. VAN DEN ABEELE, De Brugse drukkers Bogaert,in Biekorf,85, 1985, p. 47-74.
Zij bestaan vooreerst uit: Joseph (1752-1820) en zijn twee zonen Daniël (1777-1849) en Jan Frans (1779-1844). Daniël werd opgevolgd door zijn zoon Alphonse (1821-1869), deze op zijn beurt door zijn zoon Leon (1845). Jan Frans werd opgevolgd door zijn zoon Jules (.1827). Allen gaven vooral nieuwsbladen en periodieken uit. [W. W.].
1082. - Marianne FLEURUS, L'activité des graveurs, imprimeurs, éditeurs et marchands de partitions de musique á Bruxelles, entre 1830 et 1914. - Bruxelles: Commission belge de Bibliographie, 1985. - 53 p.; 30 cm. (Bibliographia Belgica, 139). - ISBN 2-87093-020-8.
Historische inleiding over de muziekdruk in de Zuidelijke Nederlanden. Daarna twee lijsten: een chronologisch panorama van de grote firma's, beginnend met einde 18de eeuw; daarna een alfabetische lijst van kleinere uitgevers, drukkers en verkopers, telkens met hun (opeenvolgende) adressen. Tot slot een bibliografie en index van persoonsnamen. [W. W.].
1083. - A. VAN DEN ABEELE, De Brugse drukkers Amand Delplace-Beernaert en Modest Delplace,in Biekorf,85, 1985, p. 131-144.
De activiteit van deze twee drukkers, vader en zoon, wordt in dit artikel nader omschreven. Tot nu toe kwam slechts een van beiden aan bod of werd hun produktie aan één man toegeschreven. Amand (1810-1890) was vooral actief als uitgever van weekbladen. Modest (1832-1884) had connecties met G. Gezelle, A. Vyncke en Z. Maelfait, H. Verriest en A. Rodenbach; hij was dan ook de uitgever van o.a. 't Jaer 30 (later: 't Jaer 70), De Vlaamsche Vlagge, Het Pennoen, 't Manneke uit de Mane. Beide drukkers behoorden tot het Brugse Vlaamsgezinde en ultramontaanse milieu. [W. W.].
1084. - Luc & Adrienne FONTAINAS, Biographie et bibliographie d'Edmond Deman,in Bulletin du bibliophile,1986, p. 309-379, 485-582, ill.
Grondige studie. Na een biografische schets van deze Brusselse uitgever volgt de beschrijving van de uitgaven in chronologische volgorde, met nadruk op de grafische verzorging; in de nota's bij elk nummer wordt interessant materiaal verwerkt aangaande de samenwerking tussen uitgever, auteur en illustrator; tevens is veel aandacht geschonken aan individuele, afwijkende luxe-exemplaren van de edities (vooral de 'exemplaires nominatifs'). De publikaties worden ingebed in het algemene culturele kader van de tijd, b.v. via appreciaties van literatoren (in hun correspondenties). Indices op auteurs en illustrators. Onontbeerlijk voor de studie van het literaire klimaat tussen 1888 en 1912. [W. W.].
1085. - A. D[EWITTE], Geschiedenis van de uitgeverij-drukkerij Desclée De Brouwer. De periode 1877-1896,in Biekorf, 85, 1985, p. 107-108.
Beknopte recensie van de Leuvense licentieverhandeling (1984) van S. van Hoonacker. Nadruk wordt gelegd op de band met de neogotiek. Het atelier telde 11 persen, 6 van Britse en 5 van Franse origine. Profane en religieuze titels houden elkaar ongeveer in evenwicht. De produktie is in de periode 1884-1896 voor 89 % Frans en voor 6, 5 % Nederlands. [W. W.].
1086. - A. VAN DEN ABEELE, De eerste jaren van de drukkerij Herreboudt,in Biekorf,85, 1985, p. 240-249, 320-339.
Het Brugse bedrijf Bogaert werd overgenomen door Louis Bernard Herreboudt in 1845. Begonnen als politiek unionist had Herreboudt, samen met de Gazette van Brugge die hij uitgaf, kortstondige liberale sympathieën; uiteindelijk kwam hij in het Brugse klerikale kamp terecht. [W. W.].
1087. - Colette BAUDET, Grandeur et misères d' un éditeur belge: Henry Kistemaekers (1851-1934). - Bruxelles. Editions Labor, 1986. - 277 p.; 22 cm. (Archives du Futur). - ISBN 2-8040-0146-6. - BF 595.
Een eerste deel van deze studie brengt een overzicht van het leven van deze Brusselse uitgever. Aanvankelijk, beïnvloed door de Communards, gaf hij werken van socialistische strekking uit: later trekt hij jonge, naturalistische auteurs aan. Dit literair credo blijft hij getrouw, wat tot afstandelijkheid van La Jeune Belgique leidt. Financieel stond hij sterk door de uitgave van erotische literatuur in luxe-uitvoering - maar hierdoor kreeg hij last met justitie. Een veroordeling leidde in 1903 tot zijn vertrek naar Parijs. Afzonderlijk behandeld worden Kistemackers' relaties met belangrijke auteurs. Het tweede deel brengt een beschrijving van zijn uitgaven, ingedeeld volgens genre. In geval geen autopsie plaats had, is dit aangegeven. In bijlage een nuttige lijst van niet teruggevonden 'publications annoncées' en eveneens een chronologische lijst van zijn boeken, per jaar van verschijnen gerangschikt. Indices van persoonsnamen en anonieme werken. Grondige studie, zeer rijk aan details betreffende het literarie en geestesleven tussen 1880 en 1900. [W. W.].
1088. - Les éditeurs belges de Victor Hugo et le banquet des 'Misérables', Bruxelles 1862. - Bruxelles: Crédit Communal, 1986. - 93 p.: ill.; 30 cm.
Over de opeenvolgende verblijven van Hugo in België. De Brusselse uitgever Albert Lacroix,die de eerste druk van Les Misérables uitgeeft, viert het succes van dit boek met een groots banket ter ere van Hugo op 16 sept. 1862. Deze catalogus reproduceert de druk van het verslagboekje met de toespraken. [W.W.].
1089. - A. VAN DEN ABEELE, Drukkerscompagnon Florent Lagravière de medewerker van priester Benoit Beeckman,in Biekorf,85, 1985, p. 414-416.
Lagravière was de informant van de gevreesde Brugse publicist Beeckman in diens strijd tegen Louis Herreboudt. [W.W.].
1090. - Kamiel STEVAUX & Raf VAN LAERE, Geschiedenis van de 19de-eeuwse boekdrukkunst in Limburg. Een probleemstelling,in Hulde-album F. van Vinckenroye. - Hasselt: Provinciaal Hoger Handelsinstituut, 1985, p. 283-298.
Verkenning in de activiteit van 19de-eeuwse drukkers te Sint-Truiden (J. B. Smits), Maaseik (J. J. Titeux), en Hasselt (P. F. Milis): zij vormden de eerste generatie. Later neemt het aantal drukkers en hun verspreiding toe; niet zelden zijn de drukkersgeslachten onderling verwant. Het overgrote deel van hun efemere produktie bleef niet bewaard. Ondanks deze ongunstige omstandigheid biedt dit initiërend artikel in zijn noten een merkwaardige hoeveelheid van materiaal ter zake. [W. W.].
1091. - Charles Nypels, meester-drukker. Catalogus samengesteld door Marianne en Karel VAN LAAR. - Maastricht: Charles Nypels Stichting, 1986. - 95 p.: ill.; 20 cm. (Goodwill-serie van Drukkerij Rosbeek, 22).
Catalogus van de tentoonstelling te Maastricht (1986) en te Gent (1987), gewijd aan Nypels als typograaf. Bijdragen van o.a. Dick Dooijes, Ernst Braches en Albert Heiman. Afbeeldingen in kleur van het geëxposeerde materiaal. Bibliografie van Nypels' uitgaven op basis van de colofons (die wel kritisch bekeken en aangevuld worden). Fraaie publikatie. [W. W.].
Zie ook nr.
1292
1092. - A. VAN DEN ABEELE, Oostendse drukkers van 1780 tot 1940,in Biekorf,85, 1985, p. 425.
Signaleert een Gentse licentieverhandeling van Patrick vanden Abeele, De Oostendse drukkerijen: 64 drukkerijen worden behandeld; opvallend is hun produktie van periodieken: meer dan 230 kranten en tijdschriften. 150 van de 230 titels zijn in het Frans. [W. W.].
1093. - J. VAN ISEGHEM, Een drukke tijd voor drukker De Plancke: Biekorf bij de dood van Gezelle,in Biekorf,86, 1986, p. 62-80.
Over de varianten in het 'bijvoegsel' van Biekorf dat verscheen bij de dood van Gezelle: er blijken drie versies van te bestaan. [W. W.].
1094. - Valéry LARBAUD & A. A. M. Stols, Correspondance 1925-1951. -Paris: Editions des Cendres, 1986. - 2 din. (320, 112 p.).
Correspondentie die grotendeels handelt over de verzorging van Larbauds boeken door Stols. Dl. I bevat de eigenlijke correspondentie, dl. II het commentaar, de bibliografie en de index. (Deze mededeling berust niet op autopsie). [W. W.].
1095. - De boekband in België in de 19de en 20ste eeuw. Beschrijvende catalogus door Georges BERNARD. Historische inleiding door Paul CULOT = La reliure en Belgique aux XIXe et XXe siècles. Catalogue descriptif par Georges BERNARD. Introduction historique par Paul CULOT. - Brussel: Bibliotheca Wittockiana, 1985. - 294 p.: ill.; 30 cm.
Zeer fraaie tweetalige catalogus met uitvoerige technische beschrijving van 168 banden, die representatief worden geacht voor de Belgische produktie uit die periode. Voorzien van een historische inleiding en een zeer nuttig register van boekbinders. Onontbeerlijke studie. [W. W.].
1096. - Nederlandse literatuur van de negentiende eeuw. Twaalf verkenningen. Redactie: W. VAN DEN BERG en Peter VAN ZONNEVELD. - Utrecht: HES, 1986. - 296 p.; 21 cm. - ISBN 90-6194-146-6.
Interessante keuze van bijdragen: B. LUGER, Wie las wat in de negentiende eeuw? (p. 46-68) (over leesbibliotheken); J. J. KLOEK en W. W. MIJNHARDT, Het lezerspubliek als object van onderzoek (p. 69-91) (over boekaanschaf te Middelburg via één boekhandelaar); Peter van Zonneveld, Het leesgezelschap Miscens Utile Dulci te Leiden in de periode 1830-1840 (p. 92-103) (welke titels werden aangeschaft?); B. P. M. DONGELMANS, Johannes Immerzeel Junior, een veelzijdig negentiende-eeuwer (p. 104-122) (boekhandelaar en uitgever); Tineke JAcoBi, Tesselschade, jaarboekje van 1838, 1839 en 1840 (p. 123-145) (de jaarlijkse almanak als staalkaart van het literaire bedrijf). [W. W.].
1097. - H. DE LA FONTAINE VERWEY, Herinneringen van een bibliothecaris. 8, in De boekenwereld,3, 1987, p. 114-121, ill.
Handelt over Emile van der Borch van Verwolde als bibliofiel en liefhebber van typografie; als volontair bij Stols heeft Verwolde aan drie boeken meegewerkt. [W. W.].
1098. - Lori VAN BIERVLIET, Aantekeningen over Charles Carton en de Vlaemsche Bibliophilen,in Biekorf,86, 1986, p. 380-394.
De Brugse priester Ch. Carton had contacten met bibliofielen als F. Vergauwen, C. P. Serrure maar vooral met Ph. Blommaert. Carton wist burggraaf de Croeser ertoe te bewegen het Gruuthuse-handschrift voor uitgave aan hem toe te vertrouwen. Maar het was Blommaert die de tekst interpungeerde, corrigeerde, collationeerde en die de proeven las. Hij schreef zelfs het woord vooraf. Dl. 1 verscheen in augustus 1848, dl. II met de inleiding in mei 1849. Ook voor een tweede werk, dat Carton in de reeks van de Vlaemsche Bibliophilen uitgaf, Het Boeck van al 't gene datter gheschiedt is binnen Brugghe, sichtent jaer 1477, 14 februarii, tot 1491 (1859), genoot Carton hulp van Blommaert bij de correctie. In dezelfde reeks gaf Carton nog een derde werk uit: de Lamentatie van Zegher van Male (1859). [W. W.].
Zie ook nrs.
1276; 1278
1099. - Lori VAN BIERVLIET, De bibliotheek van Ignace de Coussemaker,in Biekorf,86, 1986, p. 183-187.
De Coussemaker overleed in 1890. Zijn bibliotheek bleef in familiebezit tot 1958. Dan werd zij ten dele aangekocht door een Parijse antiquaar. Van het restant kwamen 854 boeken naar de St.-Andriesabdij te Zevenkerken. Deze groep bevat Vlaamse devotieboekjes uit de 17de en 18de eeuw, historische werken en tijdschriften. [W. W.].
1100. - E. VANSTEENKISTE, Het boekenbezit van Hemelsdale,in Claudine VANTHOURNOUT, De abdij van Hemelsdale. Tentoonstellingscatalogus. -Kortemark: Gemeentebestuur, 1986, p. 63-75.
Van de in 1286 te Werken (Kortemark) gestichte en in 1827 opgeheven cisterciënzerinnenabdij is het boekenbezit slechts zeer gedeeltelijk te reconstrueren. 43 titels van 1620 tot 1724 en één handschrift zijn bewaard: drie liturgica (Parijse drukken), evenveel geschiedkundige werken over de orde en voor het overige devotieliteratuur in het Nederlands en vnl. in het Frans. De huidige bezitter is vrijwel uitsluitend de Sint-Sixtusabdij te Westvleteren. Na het systematisch inleidend overzicht, volgen in het catalogusgedeelte beschrijvingen en afbeeldingen van enkele van deze drukken en banden. [E. C.-I.].
1101. - P. SOETAERT, De bibliotheek KU Leuven Kortrijk,in Ex officina,3, 1986, p. 74-80, ill.
Bezit o.a. het resterend gedeelte van de bibliotheek van Jan de Hondt (Canius), een 16de-eeuwse kanunnik van de Kortrijkse O.L.V.-kerk (cf.
nr. 1011). Doordat het boekenbezit van Jean-Marie Gantois hier ondergebracht is, bezit deze instelling een unieke collectie voor de studie van de Franse Nederlanden. Te Kortrijk berusten ook de archieven van Gery Helderenberg en Flor Grammens. [W. W.].
1102. - Chris COPPENS, Une bibliothèque imaginaire: de Leuvense universiteitsbibliotheek 1914-1940,in Ex officina,2, 1985, p. 64-69.
Chris COPPENS, Une bibliothèque imaginaire. De medisch-historische bibliotheek van Gustav Klein (1862-1920),in Ex officina,2, 1985, p. 125-152, ill.
Chris COPPENS, Une bibliothèque imaginaire. (Droom)bibliotheek en universiteit: de dualiteit Stainier-Van Cauwenbergh,in Ex officina,3, 1986, P. 25-38, ill.
Chris COPPENS, Une bibliothèque imaginaire. Duitse bibliofilie voor Leuven: de bibliotheek van Fedor von Zobeltitz (1857-1934),in Ex officina,3, 1986, p. 81-102, ill.
In deze reeks bijdragen wordt de samenstelling van de nieuwe universiteitsbibliotheek te Leuven na de brand van 1914 behandeld. Deze bibliotheek is 'imaginaire' omdat zij op haar beurt in 1940 ten gronde ging. Met geld van de Duitse herstelbetalingen begon Louis Stainier in 1919 aan te kopen. Hij verwierf systematisch complete geleerdenbibliotheken. Een aantal specimina worden hier behandeld: vooreerst de medische bibliotheek van Gustav Klein; die was louter historisch gericht en telde 1400 banden van de 15de tot de 20ste eeuw: slechts 20 nummers overleefden de brand van 1940. De bibliotheek van Zobeltitz had een bibliofiel karakter: hij was de oprichter van Zeitschrift für Bücherfreunde (1897). Tegen de aankooppolitiek van Stainier, die tot dubbele aanschaf aanleiding gaf, nam de Leuvense bibliothecaris Etienne van Cauwenbergh stelling. Hij was de tolk van de professoren, die een wetenschappelijke bibliotheek wensten, onmiddellijk gericht op het onderzoek. Van Cauwenbergh haalde het in 1927. [W. W.].
Zie ook nr.
1287
1103. - Ludo SIMONS, Een bibliothecaris in last. F. H. Mertens en de Cluyte van playerwater,in Miscellanea Neerlandica ... II, p. 309-323 (cf. nr. 971).
Het handschrift van de Cluyte werd in het archief van de Antwerpse St-Lucasgilde ontdekt door J. C. E. van Ertborn. De Antwerpse stadsbibliothecaris F. H. Mertens kende de tekst dan ook via Van Erthorns Geschiedkundige aenteekening aengaende de Ste Lucas Gilde. Hij besloot de tekst uit te geven, verwierf daarvoor de steun van J. F. Willems, maar stuitte op tegenkanting in de rederijkerskamer De Olyftak: de leden vonden het stuk te cru en antipaaps en wensten hun vereniging niet geassocieerd te zien met deze onderneming. Gevolg: er zijn twee staten van het titelblad, een eerste met de naam van de editeur Mertens en een tweede die naamloos is. De receptie van de uitgave in het literair-historisch milieu wees op een zelfde terughoudendheid als bij De Olyftak. [W. W.].
1104. - J. DESCHAMPS, De veiling van de bibliotheek van de Brusselaar Anton Jozef Nuewens in 1811,in Cultuurgeschiedenis in de Nederlanden .... p. 133-149 (cf. nr. 1067).
Deze bibliotheek bevatte zeer belangrijke handschriften, zoals het (naar de toenmalige koper genoemde) hs.-Van Hulthem en het rederijkershandschrift van Willem de Gortter. Onder de 16de-eeuwse drukken vallen werken van Anna Bijns en Jonker Jan van der Noot op. Via Van Hulthem zijn een aantal van Nuewens' preciosa uiteindelijk in de Brusselse Koninklijke Bibliotheek terechtgekomen. [W. W.].
1105. - Ada DEPREZ, De bibliotheek van dr. F. A. Snellaert. Rondom de verwerving door de U.B. Gent 1872-1874,in Verslagen en Mededelingen van de Kon. Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde,1985, p. 343-391.
Vooral dank zij de bemoeiingen van F. van der Haeghen heeft de Gentse universiteitsbibliotheek deze belangrijke collectie kunnen aankopen. Deze uitvoerige studie is gebaseerd op brieven (vooral die, gewisseld tussen de Gentse en Brusselse administratie) en archivalia. [W. W.].
1106. - Ada DEPREZ, De verwerving en de structuur van de bibliotheek van dr. F. A. Snellaert,in Miscellanea Neerlandica ... III, p. 85-96 (cf. nr. 971).
Reeds op jeugdige leeftijd begon Snellaert te verzamelen. Nadat hij een praktijk als geneesheer te Gent begonnen was, collectioneerde hij doelbewust oudere Nederlandse literatuur, vooral volksboeken, liederenbundels en toneelspelen. Hij zag af van het verwerven van mooie banden en van prestigieuze uitgaven op groot formaat. Veel kon hij verwerven via de Amsterdamse korenfactor J. J. Nieuwenhuizen. In latere jaren werd Snellaert in zijn aankooppolitiek gehinderd door de antiquaar Frederik Muller en de Gentse bibliothecaris F. van der Haeghen. Dit belette niet dat zijn collectie, die uiteindelijk in de Gentse universiteitsbibliotheek belandde, indrukwekkend was: ca. 1900 nummers dichtwerken uit de 16de tot 18de eeuw, 470 liedbundels, 790 toneelspelen, 146 prozaromans. [W. W.].
1107. - Albert AMPE, Nogmaals Valckenaeres handschriften,in Miscellanea Neerlandica ... I, p. 229-239 (cf. nr. 971).
Een erg gehavend bandje uit de bibliotheek van het Ruusbroec-genootschap, met twee Antwerpse postincunabelen (NK 3392 en 2719) blijkt te zijn benut door Julius Valckenaere (1866-1930) bij zijn (verwarde en onwetenschappelijk gepresenteerde) Het gheestelijc harpenspel van den lijden ons Heren,1902. [M. d. S.].
1108. - Jan ROEGIERS, Jan Frans van de Velde (1743-1823) bibliograaf en bibliofiel,in Miscellanea Neerlandica ... III, p. 59-83 (cf. nr. 971).
In zijn vlot lezende bijdrage besteedt de hoofdbibliothecaris en archivaris van de Leuvense Universiteit aandacht aan de bibliografische en bibliofiele interesses van zijn illustere voorganger, die overigens ook één van de leiders was van het ultramontaanse verzet tegen de hervormingspolitiek van Jozef II. Als bibliothecaris zorgde J. F. van de Velde voor een verdubbeling van het bezit van de oude universiteitsbibliotheek, vooral dankzij aankopen op veilingen van jezuïetenbibliotheken. In die functie was Van de Veldes hoogste streefdoel het ontwerpen van een volledig waterdichte, systematische catalogus: een plan dat door zijn talrijke andere activiteiten echter niet kon worden gerealiseerd, temeer daar hij de zaken wel heel grondig wenste aan te pakken. Van de Velde bouwde ook één van de meest uitgebreide privéverzamelingen van zijn tijd op: bij de veiling in 1833 werden zowat dertigduizend titels te koop aangeboden! Daaronder bevonden zich vooral boeken over theologie en geschiedenis (aansluitend bij de specifieke interesses van de verzamelaar, die ook als hoogleraar in de Schriftuur en als kerkhistoricus bedrijvig was), maar ook heel wat kostbare handschriften en incunabelen. Van de enorme omvang van zijn collectie én van zijn zin voor volledigheid en precisie getuigen de door Van de Velde zelf opgestelde Catalogues systématiques (thans in het bezit van de Koninklijke Bibliotheek te Brussel): het werden 36 banden in folio! De auteur voert ons mee naar belangrijke veilingen van het eind van de achttiende eeuw, duidt aan wie Van de Veldes commissionairs waren in het buitenland, en verhaalt uitgebreid over diens verblijf in Duitsland, vanaf 1798, 'het verhaal van zijn reizen van de ene bibliotheek naar de andere' (p. 71). Tenslotte komen ook Van de Veldes contacten met andere vooraanstaande bibliofielen aan bod: duurzame relaties knoopte hij vooral aan met Carlos de Laserna Santander en met Karel van Hulthem. [P. D.].
Zie ook nr. 1286
1109. - Jacques HELLEMANS, La contrefaçon des revues françaises en Belgique (1815-1854),in Le livre et l'estampe,31, 1985, nr. 123, p. 91-114.
Na een lijst van 100 tijdschriften, die in België nagedrukt werden, volgt een typologie: niet alle nadrukken waren een reproduktie 'cover to cover': gevallen van selectie zijn bekend. Opvallend waren de snelheid en nauwkeurigheid waarmee gewerkt werd. Tenslotte worden de Franse tegenmaatregelen geschetst. [W. W.].
1110. - Hilda VAN AsscHE, Conscience in Scandinavië. Een bibliografische verkenning,in Hulde-album F. van Vinckenroye. - Hasselt: Provinciaal Hoger Handelsinstituut, 1985, p. 299-310.
Van Conscience werden 22 werken vertaald in Scandinavische talen onder de vorm van 37 vertalingen in boekvorm. Geen van deze vertalingen beleefde een herdruk, maar tot 1860 verschenen zij nog in het jaar zelf van het origineel of slechts één jaar later. Vooral werd gesteund op Duitse en Franse tussenvertalingen. De bibliografische beschrijving van de behandelde titels (achtereenvolgens Deens [het merendeel), Zweeds, Noors, IJslands, Fins) berust op autopsie. [W. W.].
1111. - Staf LOOTS, Vlaamse kinder- en jeugdboeken van 1830 tot heden. Bibliografie met biografische gegevens. Deel 1: 1830-1930. - Antwerpen: Vlaamse Bibliotheek Centrale, 1986. - xix, 370 p.: ill. -, 23 cm. - ISBN 90-7053-016-3.
Inventarisatie van deze literatuur, verschenen als monografie. Berust ten dele op autopsie (in dat geval worden de afmetingen van het exemplaar opgegeven); titels die enkel via secundaire literatuur bekend zijn werden eveneens opgenomen. De volgorde is alfabetisch per auteur en daarna per titel. Van elke auteur wordt een korte biografische noot gegeven. Van elk boek krijgt men titel, plaats van uitgave, uitgever, jaar van uitgave, formaat (niet altijd), afmetingen en aantal blz. Anonieme werken zijn in een afzonderlijke afdeling samengevoegd. Registers op titels en namen (opgelet: een verbeterde versie van deze laatste lijst is als afzonderlijke katern toegevoegd). Het gehele werk is begroot op 3 delen. [W. W.].
1112. - 't Is vol van schatten hier ... Nederlandse literatuur tentoongesteld in het Letterkundig Museum. Hoofdredactie Anton KORTEWEG en Murk SALVERDA. - Amsterdam: De Bezige Bij, 1986. - 2 dln. (336 en 240 p.): ill.; 31 cm. - ISBN 90-234-5292-5.
Bedoeld als begeleiding bij de permanente tentoonstelling in het Museum. Aangezien het werk zich alleen baseert op aldaar bewaard materiaal, zijn lacunes onvermijdelijk. Dl. I heeft betrekking op de Nederlandse literatuur van 1750 tot 1940, dl. II behandelt de periode na 1940. De opzet is chronologisch; aan elke schrijver wordt een essay gewijd waarvan de lengte evenredig is met de ruimte die de auteur in de expositie inneemt. Er volgt een (selectieve) bibliografie. Belangrijk is het iconografisch materiaal: 600 afbeeldingen, gekozen uit handschriften, portretten, rijmprenten, affiches, boekomslagen, waarvan er veel hier voor het eerst (vaak in kleur) afgebeeld worden. [W. W.].
1113. - Evert WISKERKE en Marita MATHIJSEN, Bibliografie literaire tijdschriften 5, 1840-1849,in De Negentiende Eeuw,9, 1985, p. 25-47.
Alfabetische lijst met begin- en eindjaar van verschijnen, plaats en uitgever. Indien jaargangen spoorloos zijn, worden deze gespecificeerd. [W. W.].
1114. - Ada DEPREZ & Lut TROCH, Nederlandsch Museum 1874-1894. -Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1986. - 238 p.; 21 cm. (Bouwstoffen voor de geschiedenis van de Vlaamse literatuur in de negentiende eeuw, II. Bibliografie van de Vlaamse tijdschriften in de negentiende eeuw, 11).
Ada DEPREZ & Hans VANACKER, De Roskam 1847-1848. De Schrobber 1847-1848. Het Vaderland 1848. - Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1986. - 189 p.; 21 cm. (Bouwstoffen voor de geschiedenis van de Vlaamse literatuur in de negentiende eeuw, 11. Bibliografie van de Vlaamse tijdschriften in de negentiende eeuw, 12).
Ada DEPREZ & Marc CARLIER, Almanak voor de leerende jeugd van Vlaanderen 1875-1876. De Vlaamsche vlagge 1875-1899. - Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1986. - 200 p.; 21 cm. (Bouwstoffen voor de geschiedenis van de Vlaamse literatuur in de negentiende eeuw, II. Bibliografie van de Vlaamse tijdschriften in de negentiende eeuw, 13).
Elk nummer van deze reeks repertorieert de inhoud van de tijdschriften. Als inleiding fungeert een evaluatie en beknopte geschiedenis van de publikatie in kwestie. Uitvoerige auteurs- en trefwoordenregisters. [W. W.].
1115. - R. VAN LAERE, De Zangschool (1889-1898). - Hasselt: Provincie Limburg Culturele Aangelegenheden, 1986. -- xiv-64 p.: ill.; 21 cm. (Bibliografische Analyses, l).
R. VAN LAERE, De Kabouter uit het land van Loon (Hasselt, 1888-1898). -Hasselt: Provincie Limburg Culturele Aangelegenheden, 1986. - XV-78 p. ill.; 21 cm. (Bibliografische Analyses, 2).
R. VAN LAERE, Geschiedkundige verscheidenheden ... De Vlaemsche Broeders (Hasselt, 1862) en Letteroefeningen Utile Dulci (Sint-Truiden 1852-1893). -Hasselt: Provincie Limburg Culturele Aangelegenheden, 1986. - XXXI-23 p. ill.; 21 cm. (Bibliografische Analyses, 3).
Deze reeks is gewijd aan Limburgse tijdschriften. Na een korte geschiedenis van het tijdschrift volgt een lijst van de medewerkers (met biografische gegevens), facsimile's van titelpagina's en karakteristieke bladzijden, een lijst van bijdragen (niet per nummer of jaargang, maar alfabetisch op naam van de auteur), indices op persoons- en plaatsnamen en trefwoorden. [W. W.].

Archives et bibliothèques de Belgique - Archief- en bibliotheekwezen in België, dl. LIX (1988), nr. 3-4 pp. 268-334: nrs. 1116-1299.
KRONIEK VAN HET GEDRUKTE BOEK
IN DE NEDERLANDEN TOT 1940

-14-
Afgesloten op 1 oktober 1988
door
ELLY COCKX-INDESTEGE (Brussel)
PIERRE DELSAERDT (Leuven)
JEROOM MACHIELS (Gent)
MARCUS DE SCHEPPER (BRUSSEL)
WERNER WATERSCHOOT (Gent)

Redaktieadres: E. Cockx-Indestege,
Koninklijke Bibliotheek, Keizerlaan 4,
B-1000 Brussel

Go Top
1116. - Nationaal biografisch woordenboek,XII. - Brussel Paleis der Academiën, 1987. - ISBN 90-6569-012-3.
Deze twaalfde band is rijk aan biografieën van drukkers-uitgevers. Belangrijk zijn de artikelen van A. van den Abeele aan het Brugse drukkersgeslacht Bogaert gewijd, aan Joseph de Busscher, de krantenuitgevers Deplace en drukker-boekhandelaar-boekbinder Pieter de Sloovere. De meest substantiële bijdrage is allicht die van R. Baetens over het geslacht Verdussen (elf notities). A. Schouteet behandelt de postincunabeldrukker H. van den Dale (titel nr. 4 zal vermoedelijk wel van 1609 dateren, met een jezuïet als auteur, en derhalve niet door V. D. gedrukt zijn). Verder zijn er levensbeschrijvingen gewijd aan de Mechelse drukker-uitgever Dessain (H. de Lannoy), Jef Hinderdael te Temse (M. Hinderdael), P. F. Milis te Hasselt (F. van Vinckenroye), J. J. Stock (M. de Bruyne) en D. A. Vanhee (id.), en aan de bibliofielen C. L. Carton (L. van Biervliet), A. Nuewens (A. Delva) en P. Oris (J. Biemans). Belangrijk vanuit bibliografisch oogpunt is de notitie over G. van den Hoecke (P. Bockstaele). [E. C.-I.].
1117. - Lexikon des gesamten Buchwesens - LGB² -. Herausgegeben von Severin CORSTEN [et. al.]. - Stuttgart: A. Hiersemann. - 1987. Band 1, Lieferung 8: Brüssel-Buchzubringer (p. 561-639) - Band 2, Lieferung 9: Buch-Catholicon (p. 1-80). 1988. Band 2, Lieferung 10: Catnach-Columbia (p. 81-160), Lieferung 11: Columbia-Degen (p. 161-240).
Hier speciaal te vermelden zijn volgende lemmata: Bry, de (H. Wendland) en alle samenstellingen met 'Buch', Caesaris, Arnoldus (S. Corsten), Caesaris, Petrus (id.), Campbell, Marius Frederik Andries Gerardus (id.), Chevalier délibéré (Red.), Cholinsu (H.-G. Schmitz), Civilité-Schrift (P. Amelung), Cock, Hieronymus (Red.; echter niet met de recente literatuur), Coeck van Aelst, Pieter (Red., Dict. van A. Rouzet onbekend!), Collaert (E. König). [E. C.-I.].
1118. - Gerhard PICCARD, Wasserzeichen: Vierfüssler. I Hirsch, II Raubtiere, III Verschiedene Vierfüssler. [Redaktion: Hermann BANNASCH]. -Stuttgart: W. Kohlhammer, 1987, 3 dln. (Die Wasserzeichenkartei Piccard im Hauptstaatsarchiv Stuttgart, Findbuch XV). - ISBN 3-17-008269-8.
Cf. Kroniek 10,
nr. 590. Het ritme van verschijnen is veranderd! Het nieuwe Findbuch bevat viervoeters als watermerk. [E. C.-I.].
1119. - Bé VAN GINNEKEN-VAN DE KASTEELE, A history of the Paper Publications Society (Labarre Foundation) in IPH Yearbook, Yearbook of paper history,4, 1983/84. - Basle: IPH Edition, 1986, p. 207-228, ill.
Met vertraging maar toch het vermelden waard is dit overzicht van groei en werkzaamheden van de befaamde reeks 'Paper Publications Society', een monumentale reeks betrekking hebbend op papier in de breedste zin, doch in de praktijk voornamelijk op de watermerken. De reeks werd opgezet in 1950 door Emile Joseph Labarre (1883-1965) uit Hoei, spoedig Engelsman bij adoptie en later in Nederland gevestigd. Zijn bibliotheek bevindt zich nu in de U.B. Amsterdam, waar B. van Ginneken-van de Kasteele jaren voor de Labarre-Collectie heeft ingestaan. Veertien forse delen van de P.P.S. zijn verschenen; materiaal in bewerking ligt te wachten op een opvolger en op financiële middelen. [E. C.-I.].
1120. - Friedrich-Adolf SCHMIDT-KÜNSEMÜLLER, Bibliographie zur Geschichte der Einbandkunst von den Anfängen bis 1985. - Wiesbaden: L. Reichert, 1987. - xviii, 511 p.; 25 cm. - ISBN 3-88226-391-1. DM 340.
Systematisch ingerichte bibliografie. De oude Nederlanden, het huidige België en Nederland komen aan bod in hoofdstuk 10 Geschiedenis van de boekband, en in de daarop volgende hoofdstukken die chronologisch geordend zijn, maar de landen niet altijd specifiek vermelden. Er zijn registers op naam van de auteurs, de boekbinders, de boekbandverzamelaars, een zakenregister en een geografisch register. Keurig uitgegeven in handzaam formaat, over twee kolommen, in vollinnen band. Helaas véél te duur. [E. C.-I.].
1121. - Vriendschap in vereniging. Catalogus van de tentoonstelling ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de Vereniging 'Vrienden der Koninklijke Bibliotheek'. Met een geschiedenis van de Vereniging 1938-1988. - 's-Gravenhage: Koninklijke Bibliotheek, 1988. - 142 p.: ill.; 24 cm. (Tentoonstellingscatalogi en -brochures van de Koninklijke Bibliotheek, 29). -ISBN 90-6259-083-7. Fl. 25.
Honderdzesentachtig documenten - handschriften, gedrukte boeken, banden, papier - zijn door acht stafmedewerkers min of meer uitvoerig beschreven. Het jubileumgeschenk, een z.g. 'chemise'-band, behoort tot een van de zeldzaamste soorten band, die in de 15de en ook nog 16de eeuw voornamelijk in de Zuidelijke Nederlanden zullen zijn vervaardigd, getuige hiervan de talrijke afbeeldingen van zo'n band op schilderijen. I.c. betreft het een Spaanse band uit ca. 1460, die als tweede beschermende platbekleding wijnrood fluweel heeft, versierd met passement en zilveren slot. Hij omsluit een getijdenboek uit Valencia. Zeer lezenswaard is de commentaar bij vijf Nederlandse postincunabelen die dank zij de speurzin van M. E. Kronenberg voor de Haagse K.B. konden verworven worden. De nalatenschap van de bibliografie wordt eveneens kort besproken. Bij de latere en recente drukken zit uiteraard ook Nederlands materiaal. De catalogus die voor elk wat wils te bieden heeft, is bijzonder smaakvol uitgevoerd, met zwart-wit en acht kleurreprodukties verlucht, een waardevol geschenk van de Vereniging aan haar leden. [E. C.-I.].
Zie ook nr.
1361
1122. - Répertoire des librairies belges de livres anciens et d'occasion = Repertorium van Belgische antiquariaten en tweedehandsboekhandels. - Bruxelles: Emile van Balberghe, 1986 - ; 21 cm.- 1986; n.p.
- Nouvelle édition = Nieuwe uitgave. 1988; n.p. - BF 500. Besteladres Vautierstraat 4, B-1040 Brussel.
Onmisbare repertoria voor (Belgische) verzamelaars. Beide edities behouden hun waarde dankzij de inleidende artikeltjes over allerlei aspecten i.v.m. het boek. We vermelden hier uit 1986: J.-F. Gilmont: 'La bibliologie, pourquoi?', J.-M. Horemans: 'Le Musée de l'Imprimerie' (K.B. Brussel), J. Roegiers: 'De Brabantse Omwenteling en het begin van de persvrijheid in België', F. Sartorius: 'Les métiers du livre á Bruxelles durant les années 1860-1880, une voie inexplorée', L. Simons: 'Een pionier van het Vlaamse boek: Leo J. Kryn (1878-1940)' en E. van Balberghe: 'Un catalogue d'un cabinet de lecture anversois du début du XIXe siècle'.
De uitgave 1988 bevat o.m. E. Cockx-Indestege: 'Over " bibliofiele " uitgaven, privé-persen en marginale drukkers', en de elders besproken artikels van G. Colin, D. van den Auweele en A. Verrycken (cf. nrs.
1225, 1199, 1180). [M. d. S.].
Zie ook nrs. 1180; 1199; 1225; 1289
1123. - XLIXe CONGRÉS DE LA FÉDÉRATION DES CERCLES D'ARCHÉOLOGIE ET D'HISTOIRE DE BELGIQUE ET 3e CONGRÉS DE L'ASSOCIATION DES CERCLES FRANCOPHONES D'HISTOIRE ET D'ARCHÉOLOGIE DE BELGIQUE, Congrès de Namur, 18-21 août 1988. Actes. Tome I. - Namur: [s.n.], 1988. - xxxvii, 482 p.; 24 cm.
Op dit congres was een afzonderlijke sectie gewijd aan Geschiedenis en beheer van het gedrukte boek. In dit eerste - reeds lijvige - deel zijn de samenvattingen opgenomen. Het vermelden waard in onze Kroniek zijn de lezingen van C. Coppens over François Vivien et Henri van Hastens: une collaboration entre Namur et Louvain; A. M. Goffin over L'inventaire d'une imprimerie-librairie namuroise en 1795. La séparation Stapleaux-Legros; L. Knapen, La bibliothèque de l'ancienne abbaye de Saint-Hubert. État de la question,J.-M. Kreusch, La bibliothèque du Musée royal de l'armée à Bruxelles: historique er analyse des fonds; B. Liesen, Le livre et ses lecteurs dans les bibliothèques populaires au XIXe siècle; R. Plisnier, Les récits de voyage publiés en français et conservés á la Bibliothèque de l'Université de Mons (des origines á 1800); C. Sorgeloos, L'analyse scientifique des imprimés anciens et l'histoire des idées. Un cas de la fin du XVIIIe siècle: les Mémoires historiques er politiques sur les Pays-Bas autrichiens de P. F. de Neny. [E. C.-I.].
1124. - Raymond H. KEVORKIAN, Les imprimés arméniens des XVIe et XVIIe siècles. Catalogue [de la] Bibliothèque nationale, Département des livres imprimés, Département des entrées étrangères. - Paris: Bibliothèque nationale, 1987. - 33 p.: facsim.; 30 cm. (Etudes, guides et inventaires, 5). -ISBN 2-7177-1754-4. FF 50.
Evenzeer als geschriften van Galilei of Descartes slechts in het vrije Nederland konden worden gedrukt en gepubliceerd, was dit ook het geval met de Armeense boeken. Op het ogenblik dat de Romeinse censuur in Venetië of Marseille toesloeg, weken de drukkers uit naar Amsterdam. Van de 78 Armeense drukken in het bezit van de B.N., zijn er 20 te Amsterdam door S. Ejmiacin en S. Sargis, en door M. Vanandec'i, resp. in 1658-1669 en 1685-1718 gedrukt. In de beknopte becommentarieerde literatuurlijst ontbreken evenwel de studies over het onderwerp van F. Macier in Revue des études arméniennes (1928), A. N. Bijvanck in Oudheidkundig jaarboek (1933), F. Dubiez in Ons Amsterdam (1961) en J. D. M. van Santen in Magnus (1962). De lectuur daarvan zou dan wel de onjuiste vermelding 'reliure flamande' rond een Amsterdamse druk van 1664 (cat. nr. 5: Hymnaire, Res. B. 3602) vermeden hebben. Een algemene catalogus van de Armeense 'incunabelen' (1511-1695), waarin het bezit van een vijftiental bibliotheken is opgenomen, is ter perse. [E. C.-I.].
1125. - J. GHYSSAERT, Lofdichten in de stedelijke bibliotheek van Brugge,in Vlaamse stam,23, 1987, p. 457-462.
De Brugse stadsbibliotheek bezit 172 gedrukte lofdichten. Hiervan wordt een alfabetische lijst op naam van de gevierden opgesteld. Naast de datum van het feest komen achtereenvolgens de actuele bibliotheeksignatuur en een signum dat het soort dichtwerk aanduidt (ter gelegenheid van huwelijk, professie, jubileum). Het oudste stuk is van 1717, het meest recente uit 1911. [W. W.].
1126. - A. DEROLEZ, Het fonds 'Vliegende Bladen' in de universiteitsbibliotheek Gent in De Leiegouw,29, 1987, p. 77-84.
Dit fonds, opgezet door Ferdinand vander Haeghen, vormt een zeer heterogeen geheel: archiefstukken, officieel drukwerk, propagandamateriaal en industrieel drukwerk (waarbij zelfs verpakkingen) zijn er naast elkaar aanwezig. Het vormt een belangrijke bron voor mentaliteits- en sociale geschiedenis. De eerste, noodzakelijke maatregelen ter ontsluiting worden thans genomen. [W. W.].
Zie ook nr.
1282
1127. - Jos DE GELAS, Inventaris van de Brabantse papiermolens,in Industrieel erfgoed,nr. 7 (1985-1987), 1987, p. 15-25.
In dit tijdschrift van de Vlaamse Vereniging voor industriële archeologie (Postbus 30, Postkantoor Maria Hendrikaplein te B-9000 Gent-12) is gepubliceerd in alfabetische orde van de gemeenten (van vóór de fusie van 1976), de lijst met papiermolens (van de 14de/l5de eeuw af) en papierfabrieken in de Belgische provincie Brabant. Van de niet meer bestaande werden de sporen in documenten teruggevonden. Welke documenten dat zijn, wordt echter niet meegedeeld. [E. C.-I.].
1128. - Filip CREMERS, De Turnhoutse papierverwerkende industrie en haar nalatenschap in Industrieel erfgoed,nr. 7 (1985-1987), 1987, p. 26-38, ill.
Overzicht in vogelvlucht van de Turnhoutse papierbedrijven (19de-20ste eeuw) met lijst namen en data. Ook namen van speelkaartenmakers zijn opgegeven. Selectieve, recente literatuurlijst. [E. C.-I.].
1129. - Paul HOFTIJZER, 'In de Wereld vol Druckx'. Drukkers en boekverkopers en hun uithangtekens in De Boekenwereld, 4,1987-1988, 2, jan. 1988, p. 42-53.
Kort overzicht van het uithangbord als kenteken van boekhandels in Nederland (16de-20ste eeuw). [M. d. S.].
1130. - Jan Frans VANDERHEYDEN, Verkenningen in vroegere vertalingen in Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse taal- en letterkunde,1985, p. 147-200, 294-342; 1986, p. 165-290; 1987, p. 58-182.
Met deze vier bijdragen wordt de reeks afgesloten die J. F. Vanderheyden sedert 1978 aan vertaalwerk in de 15de en 16de eeuw heeft gewijd. De lectuur ervan is boeiend en gevarieerd en voor ons belangrijk in zover blijkt dat drukken uit genoemde periode een belangrijke bron zijn voor tekstkritiek en -geschiedenis en dat drukkers daarin vaak een onverwachte of minder bekende rol hebben gespeeld. Een uitnodiging tot voortgezet onderzoek. Een namen- en titelregister heeft de auteur († 1987) niet meer kunnen publiceren; een goede en erg nuttige oefening voor degene die zich daartoe voelt aangetrokken! [E. C.-I.].
Zie ook nr.
1305
1131. - Albert SCHOUTEET, Weinig of niet bekende drukkers van Brugge uit de 16de en het eerste kwart van de 17de eeuw in De Gulden Passer,65, 1987, p. 5-41.
Vierenveertig slecht of niet bekende Brugse drukkers werden door de oud-stadsarchivaris van Brugge, A. Schouteet, uit archiefdocumenten opgedolven. Of en wát ze geproduceerd hebben, blijft voorlopig een onbeantwoorde vraag. De meesten zijn leerling geweest aan de stedelijke Bogardenschool en genoten hun opleiding bij een meester-drukker, vnl. te Antwerpen. Wat Schouteet over deze drukkers heeft gevonden, wordt ons in de vorm van alfabetische geordende biografische notities gepresenteerd - supplement op A. Rouzets Dictionnaire des imprimeurs uit 1975. Toch zijn er enkele bekende namen bij zoals H. Eckert van Homberch - mag Hendrik van Hecke met Eckert v. H. vereenzelvigd worden? -, Jan Gailliart, Joris Tant. Het belang van deze publikatie is evident. [E. C.-I.].
1132. - H. Dessain (1719-1988). Catalogue de l'exposition organisée par la Bibliothèque 'Chiroux-Croisiers'. - Liège: H. Dessain, 1988. - 77 p.: ill.; 23 cm. (Les Editeurs Liégeois). - ISBN 2-502-00249-4.
Na een schets van het geslacht Dessain wordt de activiteit van de opeenvolgende onderscheiden drukkers kort aangegeven. De eigenlijke catalogus bevat per drukker zowel een keuze van documenten, zijn persoon betreffend, als van door hem gedrukte boeken. De catalogus is overvloedig geïllustreerd; de foto's tonen zowel documenten als titel- en tekstbladzijden, omslagen, boekbanden (in kleur), ontwerpen en gelegenheidsdrukwerk. [W. W.].
1133. - R. LEENAERTS, Gazette van Gend. Gentse drukkersgeslachten en aanverwanten in Vlaamse stam,24, 1988, p. 111-116.
Alfabetisch overzicht van de Gentse drukkers die achtereenvolgens de 'Gazette van Gend' (1667-1940) uitgegeven hebben. Schr. verstrekt familiale bindingen, geboorte- en sterfdata en data van overneming van het blad. [W. W.].
1134. - Piet VISSER, Jan Philipsz Schabaelje and Pieter van der Borcht's etchings in the first and final state. A contribution to the reconstruction of the printing history of H. J. Barrefelt's 'Imagines et Figurae Bibliorum' in Quaerendo,18, 1988, p. 35-76, ill.
In het Alkmaarse exemplaar van Den Grooten Figuer-Bibel (1646) van de doopsgezinde schrijver Jan Philipsz Schabaelje bevinden zich 33 prenten van de graveur Pieter van der Borcht in een tot nog toe niet bekende eerste staat. Grondig onderzoek hiervan leidt tot een duidelijker inzicht in de complexe drukgeschiedenis van Hiëls Imagines. In bijlage: gegevens over de gebruikte lettertypen, overzicht van staten en onderschriften van de prenten, opgave van ornamenten op tekstbladzijden (alle afgebeeld). [M. d. S.].
1135. - Emblem books. A microfiche project. [+ Supplement 1. Ed. Wim VAN DONGEN). - Zug: Zug: Inter Documentation Company AG, z.j. -2 afl. (23; 10 p.): ill ; 29 cm.
Short-title-lijst van 354 + 135 titels van embleemboeken die in microfichevorm leverbaar zijn. (Bestellingen te richten aan IDC-Order Department, Poststrasse 14, CH 6300 Zug). Zoals te verwachten zitten hier veel drukken uit de Nederlanden bij. De bibliografieën van J. Landwehr en M. Praz vormden het uitgangspunt om de lijst aan te leggen. [E. C.-I.].
1136. - A short title catalogue of the emblem books and related works in the Stirling Maxwell Collection of Glasgow University Library (1499-1917). Originally comp. by Hester M. BLACK, ed. and rev. by David WESTON. -Aldershot (Hants): Scolar Press, 1988. - vi, 99 p.; 30 cm. - ISBN 0-85967751-6. £ 12.50.
Eindelijk is deze schatkamer toegankelijk! De 1777 items, meest verzameld door Sir William Sterling Maxwell (1818-1878), worden, in alfabetische orde, zeer kort geïdentificeerd (auteur, korte titel, plaats en jaar van publikatie, bibliotheeksignatuur). Nog korter is de chronologische lijst achteraan, gevolgd door een 'Appendix of manuscripts in the Stirling Maxwell and other collections' (nr. 3 Barbonius, maar vooral nrs. 16-17 Roemer Visscher: drukkopij??). Helaas ontbreekt een drukkersregister, en één op taal. Toch is de inbreng van de Nederlanden op elke bladzijde overduidelijk. Een must voor bibliotheken en liefhebbers van dit beeldig genre. [M. d. S.].
Zie ook nr.
1315
1137. - Wilco C. POORTMAN, Deel IIa Boekzaal van de Nederlandse prentbijbels. 1. Een beschrijving van prentbijbels en prentenreeksen waarvan de prenten in bijbels of in gedeelten van bijbels voorkomen. 2. Een chronologisch register van prentbijbels en prentenreeksen van de 15de tot de 20ste eeuw. Deel IIb Boekzaal van de werken van Flavius Josephus in de Nederlandse taal -'s-Gravenhage: Uitgeverij Boekencentrum B.V., 1986 - 305 p.: ill., 31 cm. (Bijbel en prent, 2). - ISBN 90-239-12.241. Fl. 185.
Vervolg op deel I gewijd aan de eigenlijke bijbels (cf. Kroniek 12, 1986,
nr. 824). Tot de oudste prentbijbels (de bijbel in beeld voorzien van onderschriften, ev. een verhaal, maar niet de bijbeltekst zelf) rekent Poortman het Leven ons Heeren van Ludolphus de Saxonia, Dat licht der kerstene van P. Ximenez de Prexano, e.a. Theatrum biblicum van N. J. Visscher, de Bybelsche figuren van Hiël enz. Het werk van kunstenaars als M. Merian, J. P. Schabaelie, R. de Hooghe, Jan en Caspar Luyken, B. Picart wordt besproken. Het tweede onderdeel behandelt Flavius Josephus in het Nederlands. Poortman gaat uitgebreid in op de geschiedenis van de uitgaven. Aan het slot volgt een chronologische verkorte titellijst van prentbijbels van ca. 1440 tot 1959. De publikatie bevat veel nuttige informatie en rijkelijke illustratie maar is met omzichtigheid te consulteren - de bezwaren n.a.v. deel I geuit blijven bestaan. [E. C.-I.].
1138. - Leon VOET, Het grafisch oeuvre van het geslacht Wierix. Beschouwingen bij een recent verschenen standaardwerk in De Gulden Passer,65, 1987, p. 109-116.
Het standaardwerk is M. Mauquoy-Hendrickx' Les estampes des Wierix ... (Brussel, 1978-1983, 3 dln. in 4 bdn.). Het kapittel Boekillustratie moet onze aandacht krijgen, evenals wat Voet dienaangaande in zijn bespreking meedeelt. [E. C.-I.].
1139. - David PEARSON & Richard OVENDEN, Dutch prize bindings in Durham libraries in Quaerendo,17, 1987, p. 148-156.
Summiere presentatie + lijst van edities (17de en 18de e.) die in Nederlandse prijsbanden steken, bewaard in Durhamse collecties. [E. C.-I.]
1140. - Georges COLIN, Esquisse d'une histoire de la reliure ornée en Belgique in International Association of Bibliophiles. XIVth Congres, Los Angeles-San Francisco, 30 September-11 October 1985. Transactions. Ed. by Stephen TABOR. - Los Angeles. 1987, p. 13-20, ill.
Summier overzicht van de boekbandversiering in ons land voornamelijk vanaf de 15de eeuw tot de 20ste eeuw. [E. C.-I.].
1141. - J. C. BEDAUX, De collectie van de Stads- of Athenaeumbibliotheek Deventer in De Boekenwereld,4, 1988, p. 60-67, ill.
Oorspronkelijk was het merendeel van de collectie afkomstig uit geconfisqueerd kerkelijk bezit, zo uit het Heer Florenshuis, het belangrijkste broederhuis van de Moderne Devotie (20 hsn. en 200 gedrukte werken). Revius was hier bibliothecaris (1618-1641) en redde veel kloosterboeken. De voornaamste aangroei kwam door de hss. uit de vroegere hogeschool van Harderwijk. De bibliotheek is sterk toegenomen na 1950. [W. W.].
1142. - Joseph M. M. HERMANS, Boeken in Groningen vóór 1600. Studies rond de librije van de Sint-Maarten. Proefschrift ... Rijksuniversiteit Groningen ... 1987. - Deeluitgave. VI, 383 p.; ill.; 24 cm.
Deze uitgave bevat slechts een gedeelte van de resultaten. Bij de samenvattende tekst van het proefschrift horen nog tabellen, illustraties, een reeks appendices en een dossier met boekbeschrijvingen. In deze ingekorte versie krijgen we de volledige tekst, terwijl de appendices en dossiers er slechts exemplarisch bij betrokken zijn. Registers komen in de definitieve uitgave. Toch zijn in deze uitgave ook al een aantal appendices opgenomen die het mogelijk maken een overzicht van de 'dossiers' te krijgen, informatie over personen en instellingen, boekproducenten, bindwerk, de boeken in en rond Sint-Maarten.
Anders dan de Ommelanden bleef Groningen lang standhouden als katholieke stad; pas in 1594, met het traktaat van Reductie, unieerde de stad zich met de Verenigde Nederlandse Provinciën. Vandaar dat 'vóór 1600' als terminus ante quem is gekozen voor deze studie over boekenbezit en -gebruik in Groningen met de belangrijkste verzameling centraal geplaatst: die van de Sint-Maartenskerk. Van het samengebrachte materiaal zijn achtereenvolgens de bezitters, de producenten, de binders; voornamelijk de eerste en de derde kategorie zijn hier belangrijk gebleken. Hoewel er vóór 1598 in het Groningse geen drukkers aanwezig waren, betreft het geenszins uitsluitend handschriften. Alles samen 362 nummers, waarvan een tachtigtal incunabelen en een 240tal oude drukken. De exemplaargebonden kenmerken zijn grondig doorgelicht wat tot geschiedenis van de oude collecties heeft geleid (hoofdst. 2). Tot de makers van boeken behoren de scribenten, de rubricatoren (incl. penwerk), de drukkers die buiten Groningen werkten maar hun producten ingevoerd zagen. Hierbij is opvallend - maar verklaarbaar - het grote aantal drukken uit het Duitse rijk en - minder evident - het geringe aantal uit de Nederlanden; voor de 15de eeuw is Deventer, voor de 16de vnl. Antwerpen te vermelden. Over de boekhandel in deze streken zijn evenwel nog onvoldoende gegevens bekend (hoofdst. 3). Het volgende hoofdstuk (4) is gewijd aan de boekbanden zoals ze in stad en lande voorkwamen tot ca. 1600. Om de bevindingen dienaangaande beter te kunnen interpreteren, heeft de auteur een beschrijvingsmodel met codering ontworpen, gebaseerd, uit de aard der op het type banden dat voorhanden was, nl. het type met ruitenveld en het type met rolstempelversiering. Op de beschrijving van banden en de interpretering van de gegevens wordt uitvoerig ingegaan; dat hierbij grote aandacht is besteed aan de vaktermen zal niemand ontgaan en de lectuur van dit hoofdstuk is aan te bevelen aan eenieder die zich met banden bezighoudt, Behalve uit de banden zelf, is ook uit de archivalische en verhalende bronnen alle mogelijke informatie over binders opgespoord en meegedeeld. Als belangrijkste boekenverzameling wordt de Sint-Maartenskerk voorgesteld: opbouw, aard en beheer van de collectie (hoofdst. 5) met als naspel de opname - over tientallen jaren verspreid - van de collectie in die van de Academie, na de Reductie.
De vlotte hantering van dit proefschrift lijdt misschien een beetje onder de omstandigheid dat het, wat de talrijke en substantiële appendices betreft, sterk ingekort is. Wachten is het - hoe dan ook - op de handelseditie die naar het zich laat aanzien, vrij snel zal volgen. Als voorlopige en deeleditie te beschouwen, mag tenslotte nog gezegd worden dat dit boek met - steeds veelvuldiger voorkomende - huismiddelen zeer keurig en overzichtelijk tot stand is gekomen. [E. C.-I.].
1143. - Goed gezien. Tien eeuwen wetenschap in handschrift en druk. Leiden: Universiteitsbibliotheek / Universitaire Pers, 1987. - 192 p.: ill.~ 27 cm. - ISBN 90-6385-141-3. Fl. 25.
Voorbeeldige catalogus van de tentoonstelling, gehouden ter gelegenheid van het 400-jarig bestaan van de Universiteitsbibliotheek te Leiden. De expositie was gewijd aan tien eeuwen wetenschap in handschrift en druk: zo kwamen de 4 departementen van de bibliotheek (de Westerse drukken, de Westerse handschriften, de Oosterse handschriften en drukken, de kaarten en topografische prenten) gelijkelijk aan bod. De tentoonstelling was gecentreerd rond bepaalde kennisgebieden: schrift en beeld, de aarde, het heelal, de mens, het dieren- en plantenrijk, het krijgsbedrijf. Elk onderdeel wordt ingeleid door een specialist; daarna volgt de objectbeschrijving met afbeelding in zwart-wit van alle voorwerpen; de belangrijkste hiervan worden naderhand ook op groter formaat en in kleur gereproduceerd. De tentoonstelling omvatte 120 nummers. De eindredactie was in handen van R. Breugelmans. Het geheel is een fraai voorbeeld van beperking in de keuze en tegelijk grondigheid in de beschrijving (met literatuuropgaven). Ook grafisch staat de catalogus op een hoog peil. Een (hopelijk niet exclusief bibliofiele) wens: op de herkomst van tal van deze prachtige stukken kon wel eens nader ingegaan zijn. [W. W.].
1144. - I. W. WILDENBERG, Catalogus van de oude drukken van het Rotterdamsch Leeskabinet. - Rotterdam Rotterdamsch Leeskabinet, 1988. - XVI, 365 p.: ill.-, 24 cm. (Historische publicaties Roterodamum. Grote reeks, 33). - ISBN 90-70874-08-3.
Na de vernietiging van de stichtingscollectie in 1940 heeft het Rotterdamsch Leeskabinet een tweede collectie opgebouwd, vooral op basis van enkele geschonken privé-collecties (N.P. van den Berg, E. van Rijckevorsel, A. Bogaers). Het bezit aan drukken tot 1800 is nu goed ontsloten door de catalogus van I. W. Wildenberg. De collatie beperkt zich tot formaat en aantal pagina's. Herkomstgegevens zijn vermeld. Het boek is systematisch ingedeeld volgens vakgebied. De collectie omvat 17de- en 18de-eeuwse Nederlandse drukken over godsdienst, recht, taal- en letterkunde, aardrijkskunde (reizen) en vooral (vaderlandse) geschiedenis. Enkele rariora: Psalmi et hymni ecclesiastici (Brussel, J. Mommartius, 1593 - een kettingband!: afb. p. 30 met onderschrift 'Bruxelles'!!), Lijck-dichten over ( ... ) Garbrant Adriaensz. Brederode (Amsterdam, N. Biestkens, 1619), een Cats, Alle de wercken (1658) met autografe opdracht (afb. p. 92), een Grooten atlas (Blaeu 1664), een convoluut met plano-pamfletten tegen Vondel uit 1647 (sign. K 740).
Er zijn registers op 1° auteurs / hoofdwoorden, 2° tekstuitgevers, etc., 3° uitgevers, drukkers en boekverkopers (per plaats), 4° vroegere eigenaars, schenkers enz. Met een andere lay-out was wellicht heel wat minder papier nodig geweest (bv. p. 233-246). Alweer is een minder bekende collectie toegankelijk geworden (te raadplegen in de Bibliotheek van de Erasmus Universiteit te Rotterdam). [M. d. S.].
1145. - STEDELIJKE OPENBARE BIBLIOTHEEK Sint-Niklaas, Catalogus fonds merkwaardige boeken. - Sint-Niklaas, 1987. - 97 p.; 30 cm.
Het bezit aan enkele 16de-, maar voornamelijk 17de- en 18de-eeuwse drukken wettigt zeer zeker het opstellen van een catalogus. De kern ervan is de verzameling juridische en historische werken die toebehoord heeft aan het Hoofdcollege van het Land van Waas. Hoofdbibliothecaris André Stoop licht dit in een korte inleiding toe. De catalogus, met behulp van een computer verwerkt en uitgedrukt, bestaat uit een auteurslijst, een titellijst en een SISO-lijst. Mag de deskundige inzake oude drukken het betreuren dat niet aan een drukkers-ontsluiting is gedacht? Dergelijke catalogi van kleinere maar belangrijke collecties in een openbare bibliotheek, waar ze geen hoofdbekommernis zijn, verdienen navolging. [E. C.-I.].
1146. - K. O. MEINSMA, De Librye te Zutphen. [Herdr.]. Ingeleid door B. LOOYER en A. J. GEURTS. - Zutphen: De Walburg Pers, 1988. - 64 p.: ill.; 21 cm. - ISBN 90-6011-594-5. Fl. 15.
Herdruk van Meinsma's nog steeds niet vervangen geschiedenis van de unieke kettingbibliotheek te Zutphen. In de inleiding wordt de merkwaardige auteur boeiend geportretteerd. Daarop volgt een kort overzicht van 'De Librye na Meinsma', met recente literatuur. Een 'klassieker' uit de Nederlandse bibliotheekgeschiedenis. [M. d. S.].
1147. - F. VANDENHOLE, Inventaris van veilingcatalogi 1615-1914 [in de] Centrale Bibliotheek [van de] Rijksuniversiteit Gent. Met topografische, alfabetische en inhoudsindexen. - Gent: R.U.G. Centrale Bibliotheek, 1987. -2 dln. (X, 656, 181 p.); 23 cm. (Bijdragen tot de bibliotheekwetenschap, 5). BF 1500.
Het belang van boekhandels- en veilingcatalogi voor de boekgeschiedenis is nu wel algemeen erkend (cfr. het proefschrift van B. van Selm in deze Kroniek,
nr. 1233). Dr. F. Vandenhole heeft na de inventaris van de Gentse krantencollecties (1967, 1977²) en van de almanakken en kalenders (1979), nu de omvangrijke collectie veilingcatalogi van de Gentse Universiteitsbibliotheek geordend en zorgvuldig ontsloten door een indrukwekkende reeks registers. Deze rijke bron was voorheen niet optimaal toegankelijk. De drukken zijn nu opnieuw systematisch beschreven. De ellenlange overladen titelpagina's zijn gelukkig niet verbatim weergegeven. De informatie is geïnterpreteerd volgens een hele reeks codes, en ook op die wijze gepresenteerd: 11 formele kenmerken (gegevens over de veiling, omvang e.d.) en 63 onderwerpcodes, van waaruit dan ook de registers werden opgebouwd. Deze codes staan vooraan in alfabetische orde afgedrukt in vier talen: Nederlands, Frans, Engels en Duits. Zo zijn de beschrijvingen voor een ruim publiek bruikbaar. Handig is dat de lijst met codes ook nog eens los is bijgevoegd.
Het resultaat zijn twee banden van gelijke omvang. maar met ongelijke inhoud (p. 419 is in beide aanwezig). Na 9 catalogi zonder datering, komen er drie van vóór 1650: nr. 11 van uitgeverij Commelinus (Leiden, G. Basson, 1615), nr. 12 van J. J. Orlers (Leiden 1623) en nr. 13 van H. Laurensz. (Amsterdam 1649), drie bibliografisch belangrijke uitgeverscatalogi. Dan stijgen de aantallen: 1676-1700 (20), 1701-1750 (106), 1751-1800 (395), 1801-1850 (1676), 1851-1875 (2640), 1876-1900 (3662), 1900-juli 1914 (2830), gevolgd door 78 addenda; het geheel bijna 11.000 nummers! Het herkomstenregister vermeldt de vroegere bezitters (in 2 alfabetten: initialen en sterk afgekorte namen, eigennamen: personen, plaatsen, instellingen als abdijen, verenigingen, etc.).
De topografische index bevat de veilingsplaatsen met Gent en Parijs als toppers. Het onderwerpsregister is opgemaakt volgens de reeds vermelde codes. Enkele voorbeelden: (3) manuscripten, (4) incunabels, (5) postincunabels, (6) pretiosa, (9) ex-libris, (12) muziekwerken, (22) schilderijen, (29) foto's, (62) postzegels, (63) bidprentjes. Ook voor kunsthistorici een goudmijn!
Naast deze catalogus beschikken we voor België ook over die van de Brusselse Koninklijke Bibliotheek samengesteld door J. Blogie. Hiervan verschenen reeds twee delen met (1) Belgische prijs- en veilingscatalogi tot 1980 en (2) Franse catalogi tot 1980. Delen over Engeland, Duitsland en Nederland zijn ter perse, c.q. persklaar (cfr. Kroniek 9 nr. 453 en 12 nr. 822). Er zijn verschillen in aanpak merkbaar: beide geven meer én minder. Verschilpunten zijn bv. chronologie (Gent 1914, Brussel 1980), geografisch (Brussel per land), inhoudelijk (Gent enkel veilingcatalogi, Brussel ook prijscatalogi). Wat de ontsluiting betreft geeft Gent, via de 63 codes, veel meer onderwerpen. Belangrijk is echter dat we, ondanks deze verschillen, met beide catalogi over goed ontsloten collecties beschikken. Dr. F. Vandenhole verdient alle lof voor dit geduldig opgebouwd werk! De boekhistoricus kan er zijn voordeel mee doen. [M. d. S.].
Zie ook nrs. 1844; 2043
1148. - Christiane PIERARD, La Bible dans les collections montoises. [Exposition á la] Maison du Cerf blanc, Ruelle du Cerf blanc, Parc, Mons, octobre-novembre 1987. - [Mons]: Offset de l'Université, 1987. - 26 p.: omslag; 21 cm.
Bescheiden tentoonstellingscataloogje van minder dan vijftig gehele of gedeeltelijke Bijbeluitgaven in verschillende talen, van de 15de tot de 19de eeuw. Speciaal te vermelden is natuurlijk het enige (onvolledig) exemplaar in Belgisch bezit van de Gutenberg-Bijbel, op papier gedrukt en tot twee verschillende oplagen behorend. Al de beschreven boeken zijn bezit van de universiteitsbibliotheek te Bergen, Hg., en de daar ondergebrachte opmerkelijke verzameling van Kan. Puissant. [E. C.-I.].
1149. - Nicole BINGEN, Le Maitre italien (1510-1660). Bibliographie des ouvrages d'enseignement de la langue italienne destinés au public de langue française, suivie d'un Répertoire des ouvrages bilingues imprimés dans les pays de langue française. - Bruxelles: E. Van Balberghe, 1987. - LIX, 358 p.: ill.; 24 cm. Documenta et opuscula, 6). BF 2.400.
Op welke wijze konden franstaligen Italiaans leren? Naast persoonlijk contact gebeurde dit vooral via het gedrukte boek. N. Bingen heeft diepgaand onderzocht welke grammatica's, woordenboeken en -lijsten, leerboeken er verschenen zijn tussen 1510 (de Vochabuolista,cfr. Kroniek 13
nr. 1033) en de dood van Mazarin (het einde van de eerste grote italianizeringsgolf in Frankrijk). Naast dit voor de hand liggende didactische materiaal heeft zij ook aandacht besteed aan geannoteerde edities van 'klassieke' Italiaanse literaire teksten (Dante, Ariosto, etc.) en aan tweetalige uitgaven (Italiaans-Frans).
Opzet, criteria en gevolgde werkwijze worden helder en uitvoerig uiteengezet in de inleiding. Dl. I (p. 1-264) beschrijft woordenboeken, grammatica's en leerboeken van Alberto Accarisi tot de Vochabuolista,waaronder veel meertalige woordenboeken met vaak tientallen herdrukken. Dl. II (p. 265-288) behandelt de edities van Italiaanse literatuur in Frankrijk gedrukt of voor Fransen bestemd (belang van Lyon!). Dl. III (p. 289-309) geeft dan een lijst van 123 tweetalige (Italiaans-Franse) drukken tot 1660.
Er zijn uitvoerige registers (chronologische, op drukkers en uitgevers, ook per plaats, op personen en anoniemen). De beschrijvingen zijn analytisch-bibliografisch (met zorgvuldig onderscheid tussen drukken en oplagen, etc.). Alle gekende exemplaren worden vermeld, met aanduiding van de gecollationeerde. Teksten met veel uitgaven worden ook afzonderlijk ingeleid en voorgesteld. Het drukkersregister wijst voor België op namen uit Antwerpen, Brussel, Gent, Leuven en Luik, en voor Nederland uit Amsterdam, Delft, Den Haag, Leiden, Middelburg, Nijmegen, Rotterdam en Vlissingen. Le Maitre italien heeft dus ook veel te leren over de boekgeschiedenis van de Nederlanden! [M. d. S.].
Zie ook nr. 1887
1150. - Hilde SELS & Jozef SCHILDERMANS, De verstandige kok: de Zuidnederlandse kookboeken van 1500-1800. Een cultuurhistorische benadering in Mededelingsblad en verzamelde opstellen [van de] Academie voor de streekgebonden gastronomie,6, 1988, nr. 2, 187 p., ill.
Herwerkte en aangevulde uitgave van de licentieverhandeling (K.U. Leuven) van H. Sels. De 'kennismaking met de bronnen' die als bijlage is opgevat, beslaat zowat de helft van het boekje. Na elf culinaire handschriften en receptenboeken, volgen tien drukken waarvan sommige in meer dan één editie. Achtereenvolgens wordt de druk beschreven, bijzonderheden omtrent druk en exemplaar gegeven, en de aard van de tekst (typologie) besproken. Met uitzondering van een receptboekje te Rees gedrukt, zijn al deze kookboeken in de Nederlanden, vnl. de Zuidelijke, verschenen; vaak zijn ze ook maar in één exemplaar meer bekend. [E. C.-I.]
1151. - C. COPPENS, Boeken voor dokters, dokters voor boeken: de bibliotheek Piet Boeynaems in Ex Officina,4, 1987 [versch. 1988], p. 134-177, ill.
Een eerste analyse van de 500 medisch-historische drukken vóór 1800 uit de bibliotheek van Dr. P. Boeynaems (1903-1986), in 1987 door de Leuvense Universiteitsbibliotheek aangekocht. De collectie is belangrijk, niet zozeer omwille van de 'klassiekers' op dit domein, dan wel door de aanwezigheid van vele, ogenschijnlijk minder kostbare, drukken met 'populaire' en 'toegepaste' geneeskunde: eten en drinken, vrouwen en kinderen, modeziekten, dokterslatijn, magische remedies, boerenwijsheid, curiosa etc., in hoofdzaak m.b.t. de Nederlanden. Uitvoerig geïllustreerd. Appendices met lijsten van: (a) Zestiende-eeuwse drukken (18 nrs., 1529-1600), (b) Britse drukken (9 nrs., 1667-1795), (c) 16 banden uit een Gentse collectie (G. J. en E. J. Hulin), gebonden door twee plaatselijke binders - van belang voor de geschiedenis van de 'gewone' boekband. [M. d. S.].
1152. - Van appel tot atoom: natuurkunde na Newton. Tentoonstelling in de Universiteitshal 7 november-6 december 1987. - Leuven: druk. Ceuterick, 1987. - 47 p.: ill.; 28 cm.
In 1687 verscheen Newtons baanbrekend werk Philosophiae naturalis principia mathematica. Deze verjaardag is herdacht met o.m. een tentoonstelling over het vóór-newtoniaanse tijdperk met nadruk op de Z. Nederlanden, Newton zelf, de receptie en de verspreiding van de nieuwe theorieën in de universiteitsstad Leuven, en tenslotte de school voor Experimentele Fysica (1755). 175 stukken zijn door Carl Vandenghoer beschreven voor de niet-specialist; de inleiding is van Geert Vanpaemel. Met één uitzondering komen alle stukken uit Belgische collecties. De boeken, waaronder een aanzienlijk aantal Noord- en Zuidnederlandse drukken, zijn uiterst summier beschreven, maar mét opgave van het boeknummer. Geen register. [E. C.-I.].
1153. - Pretiosa neerlandica. Schatten uit de Nederlandse taal- en letterkunde in de Gentse Universiteit. Catalogus van de tentoonstelling in de Centrale Bibliotheek van de Rijksuniversiteit te Gent, 30 augustus-14 oktober 1988. - Gent: Rijksuniversiteit te Gent, Centrale Bibliotheek, 1988. - 256 p.: ill.; 27 cm (Schatten van de Universiteitsbibliotheek, 6). - ISBN 90-5223-001-3. BF380.
De Gentse Universiteitsbibliotheek bezit vele cimelia. Ter gelegenheid van het Congres van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek werden de belangrijkste documenten m.b.t. de Nederlandse taal- en letterkunde samengebracht. Na een inleiding door Ada Deprez ('De neerlandistiek te Gent van 1817 tot 1988') volgen de chronologische rubrieken 'Middeleeuwen' (J. Reynaert), 'Zestiende tot achttiende eeuw' (W. Waterschoot en D. Coigneau), 'Negentiende eeuw' (Ada Deprez) en 'Twintigste eeuw' (Anne Marie Musschoot). Als laatste is er een afdeling 'Taalkunde' (H. Ryckeboer). Vooral uit de oudere literatuur zijn er een aantal rarissima en unica geselecteerd: de Delftse Bijbel (1477), de Boethius (1485) van Arend de Keyser (fraaie kleurenill. op stofwikkel), Refreynen van Jan van Doesborch (1528-1530), Anthonis de Roovere (1567), Lucas d'Heere (1565), Jan Utenhove (1561), Jan van der Noot (1570-71, 1579, 1593), Justus de Harduwijn (1613), 19de-eeuwse tijdschriften etc. Bijna steeds wordt de provenance vermeld, de boekband slechts in bijzondere gevallen. Literatuuropgaven zijn niet steeds up to date (bij nr. 41 hoort A. Derolez, 'Een merkwaardig exemplaar van de Delftse Bijbel' in Hellinga Festschrift, 1980, p. 135-150, bij nr. 44 in deze Kroniek
nr. 1201, bij nr. 223 het artikel van F. Claes in De Gulden Passer 1987). Registers ontbreken. De tekstverwerkingsprocedure is niet zonder haperingen verlopen (niet opgevulde regels e.d.) en door fotografische vergroting is de letter niet altijd scherp. Vooral wegens de inhoudelijk rijke notities is dit een belangrijke catalogus. Het geheel laat zich lezen als een literatuurgeschiedenis op basis van de bronnen. Een aanwinst voor elke neerlandicus en liefhebber van boekgeschiedenis. [M. d. S.].
Zie ook nr. 2182
1154. - Neerlandica rara & rarissima Bibliothecae Guelpherbytanae. Niederländische Drucke der Herzog August Bibliothek Wolfenbüttel. Ausstellung ( ... ) während des Deutsch-Niederländischen Kolloquiums 2.-3. April 1987. Katalog Mathieu KNOPS. - Wolfenbüttel: Herzog August Bibliothek, 1987. - 24 p.: ill.; 30 cm.
Deze kleine gelegenheidspublicatie beklemtoont andermaal het uitzonderlijk belang van de Herzog August Bibliothek voor de studie van het Nederlandse boek. Komen aan bod: Erasmusdrukken, incunabelen, postincunabelen (o.a. Vulgaria Therentii. Deventer 1504, niet in NK) en latere drukken, vaak unica (Een schoon liedekens-boeck,Antwerpen 1544, Hebreeuwse drukken, veilingcatalogi, polyglotte woordenboeken etc.). Er is een register op drukkersplaatsen (waarom in godsnaam toch 'Bruxelles'?!), drukkers, auteurs en anoniemen, titels, genres, signaturen etc.). Hadden we maar een volledige catalogus van de Neerlandica ... [M. d. S.]
1155. - Paul VRIESEMA, Verzeichnis niederländischer Drucke in deutscher Sprache (1540-1700) der Koninklijke Bibliotheek zu 's-Gravenhage in Wolfenbütteler Barock-Nachrichten, 14. 1987, p. 49-67.
In het kader van de STCN wordt hier als specimen de lijst van Hoog- en Nederduitse teksten in Nederland gedrukt (1540-1700), voorgesteld, mét STCN-vingerafdruk. De 135 nummers bevatten nogal wat aanvullingen op de bibliografieën van Bruckner (1971) en Borchling-Clausen (1931-1936, 1957). Veel gedrukte auteurs waren Jakob Böhme (nrs. 22-47), Albrecht Dürer (58-61), Emanuel van Meteren (88-97), Philipp von Zesen (129-133).
Er zijn drukkersregisters (naast Amsterdam en Leiden ook Arnhem, Delft, Deventer, 's-Gravenhage, Groningen, Kampen, Steenwijk en Zutphen, ook schuilnamen als 'Danzig, Franckfort, Wesel'), registers op vertalers, bewerkers, editeurs, concordanties met Bruckner en Borchling-Clausen. [M. d. S.].
1156. - Craig E. HARLINE, Pamphlets, printing, and political culture in the early Dutch Republic. - Dordrecht etc.: Martinus Nijhoff, 1987. - XIV, 309 p.: ill.; 24 cm. (Archives internationales d'histoire des idées, 116). -ISBN 90-247-3511-4. Fl. 160.
De Nederlandse Opstand kende als invloedrijk medium het pamflet. Hoewel individuele teksten geregeld worden bestudeerd, is het verschijnsel zelf zelden in toto geanalyseerd. C. E. Harline heeft dit nu gedaan voor de periode 1565-1648. Wie schreef er pamfletten en waarover? Voor wie waren ze bestemd? Hoe, waar en wanneer werden ze verkocht, in beslag genomen etc.? Producenten (auteurs, uitgevers), maar vooral verbruikers (lezerspubliek) komen aan bod. Afzonderlijke vermelding verdient Dl. I. Hoofdst. 3 'Political interest and the booktrade' (p. 72-106). Dl. II spitst zich toe op de houding van de wereldlijke en kerkelijke overheid. Dl. III bespreekt vier typische pamfletten: Knuttel 497 (door Gaspar Schetz, 1579), Kn. 1450 (Schuyt-Praetgens 1607-08), Kn. 5290 (Munsters Praetie 1646) en Kn. 4626a (Zee Pratien 1639). Enkele statistische bijlagen ordenen het materiaal volgens allerlei gezichtspunten. [M. d. S.].
1157. - Kräuter- und Pflanzenbücher vom 16. Jahrhundert bis zur Gegenwart. Eine Ausstellung der Universitätsbibliothek Düsseldorf 6. August bis 6. September 1986. 2. verbesserte Auflage. - Düsseldorf: Universitätsbibliothek, 1986. - 41 p.: ill., 25 cm. (Schriften der Universitätsbibliothek Düsseldorf. Hrsg. von Günter Gattermann, 2).
Drie inleidingen gaan de korte beschrijvingen van ongeveer zestig boeken vooraf. De Nederlanden zijn vertegenwoordigd met drukken uit Leiden, Amsterdam, Antwerpen. [E. C.-I.].
1158. - A new Rabelais bibliography. Editions of Rabelais before 1626 by Stephen RAWLES and M. A. SCREECH with the collaboration of Sally BURCH NORTH and Anne REEVE, and incorporating preliminary work done by and with Gwyneth WILKIE. - Genève: Droz, 1987. - XVI, 691 p.: ill.; 25 cm. (Travaux d'Humanisme et Renaissance, 219; Etudes rabelaisiennes, 20). FS170.
Een échte analytische bibliografie van Rabelaisdrukken tot 1626, met gedetailleerde collatie, inhoudsopgave en gegevens over alle gekende exemplaren. Interessant is de vermelding, per editie, van 'shibboleth' (specifieke kenmerken van een (groep) editie(s) die aanwijzingen kunnen geven bij het maken van een stemma).
M.b.t. de Nederlanden zijn te vermelden: NRB 67 (Oeuvres 'A Anvers Par François Nierg 1573' (= Montluel, Sébastien Jacquy en Claude Lescuyer voor Charles Pesnot); NRB 68 Cinquiesme livre, ibidem,NRB 70 (Oeuvres, idem 1579; NRB 82-84 Oeuvres 'A Anvers Par Jean Fuet 1602-1608'. Belangrijkst is echter NRB 125 Les Cronicques du Roy Gargantua (...)' Imprime en Anvers par moy Guilliaume Vorsterman. Lan M.D. XXXVII.': exemplaar in Dublin, Dr Steeven's Hospital (Worth Library): H.S.19. - NK 4473. [M. d. S.].
Zie ook nr.
2341
1159. - Lovanium docet. Geschiedenis van de Leuvense Rechtsfaculteit (1425-1914), tentoonstelling Leuven, Centrale Bibliotheek, 25 mei-2 juli 1988. Uitg. door Guido VAN DIEVOET, Dirk VAN DEN AUWEELE, Fred STEVENS, Michel OOSTERBOSCH, Chris COPPENS. - Leuven: Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Afdeling Romeins recht en rechtsgeschiedenis / Centrale Bibliotheek, 1988. - 211 p.: ill.; 29 cm. - BF 300.
Boeiende geschiedenis van de Leuvense rechtsfaculteit beschreven en geïllustreerd aan de hand van originele documenten, vaak recente aanwinsten van de Universiteitsbibliotheek. De exemplaarkenmerken (band, herkomst, staat) worden systematisch vermeld. Uitvoerige registers (namen, drukkers tot 1800 -uiteraard veel Leuvense drukken - kunstenaars, herkomsten - o.a. G. Corselius). [M. d. S.].
Zie ook nr.
1199
1160. - René PLISNIER, Les récits de voyage publiés en français et conservés á la Bibliothèque de Mons des origines á 1800. - [Mons]: Université de Mons, Hainaut, Bibliothèque, 1987. - 207 p.; 21 cm. (Catalogues raisonnés de la bibliothèque, 2). - BF 320 (binnenland), 350 (buitenland). Besteladres: Université de l'Etat. Bibliothèque, Place Warocqué 17, B-7000 Mons.
Eindwerk voor het 'Seminaire de bibliographie historique' (Universiteit Mons), voor publikatie herzien. 112 edities tussen 1488 en 1800 zijn in het bezit van de U.B. Mons (speciaal rijk op het gebied is de collectie Drapiez († 1856) en beschreven volgens de ISBD(A)-normen. Vermeldenswaard is het hanteren van de voorgeschreven én de oorspronkelijke interpunctie samen (behalve waar ze samenvalt); misschien is het alleen even wennen en is het resultaat niet zó vreemd als het op het eerste gezicht uitziet. Op die wijze heeft men het voordeel van beide. R. Plisnier heeft verder zonder schroom veld 7, het annotatieveld, benut: vermelding van het privilege, van de drukker, de signaturen, typografische ornamenten, marginalia, aantal regels per bladzijde, ev. iets over de inhoud, over de band en 'gebruikssporen' waarmee in feite vnl. aantekeningen en eigendomsmerken bedoeld zijn. Jammer dat de informatie over auteur, vertaler, oorspronkelijke titel, los van veld 7, ná het boeknummer van het beschreven exemplaar en de bibliografische verwijzingen, volgt. In zijn korte inleiding over de gevolgde methodiek heeft de auteur het niet over de niveaubeschrijving, die hij nochtans toepast. Een bijzonder nuttige bijlage vormt de rijk gestoffeerde index van auteurs, reizigers, opstellers en vertalers, elk met een korte biografische aantekening. Er volgt nog een topografisch register naar drukplaats, een alfabetisch op drukkers, boekhandelaars, uitgevers, op bestemmingen, op vroegere bezitters. Amsterdam is vertegenwoordigd met 15 drukken, Antwerpen met 2, Brussel met 2, Den Haag met 3, Leiden met 1, Luik met 1. [E. C.-I.].
Zie ook nr.
1311
1161. - Christianus van Varenbrakens " Die edel conste arithmetica ". Uitgegeven door Marjolein KOOL. - Brussel: Omirel-Ufsal, 1988. - 24 cm.; ill., 181 p. (Scripta, 21). - ISSN 0774-0549. Besteladres: Omirel, Ufsal, Vrijheidslaan 17, B-1080 Brussel.
De inleiding tot deze uitgave van hs. 2141 van de U.B. Gent, een arithmeticatraktaat in het Nederlands uit 1532, is vermeldenswaard voor de lezers van deze Kroniek. Er is een summier overzicht van de oudste gedrukte rekenboeken in de Nederlanden tot en met ca. 1540. Het oudste in de Nederlanden gedrukte, Georgius de Hungaria, Arithmetica summa tripartita,(niet 'Smeur 1960', maar Smeurs Aanvulling op de bibliografie verschenen in Scientiarum historia 1966, p. 157) komt van de pers van de Regulieren van Den Hem te Schoonhoven (= Kronenberg, Contributions [KCI], 796b). De herdruk door W. Vorsterman ca. 1510 (= NK 3494) van het oudste Nederlandstalige gedrukte rekenboekje van T. vander Noot uit 1508 (= NK 1482) is vermoedelijk de belangrijkste rechtstreekse bron van Varenbrakens geweest. Het 'vermoeden dat een deel van het rekenboek uit 1508 herdrukt is in Kalengier ende maniere om te leeren cijffren (Antwerpen, 1527)' (p. 10) is in 1940 reeds door M. E. Kronenberg geuit (NK 3295) waarnaar niet wordt verwezen. Verder zijn er nog Gielis van den Hoeckes Sonderlinghe boeck ..., S. Cock 1537 (= NK 3175) en Gemma Frisius' Arithmeticae practicae methodus facilis,G. Coppens van Diest voor G. de Bonte, 1540 (= NK 970). [E. C.-I.].
1162. - Duizend jaar christendom in Rusland 988-1988. Catalogus van de expositie in de bibliotheek van de Faculteit der Godgeleerdheid 19 april 1988 - 29 april 1988. Realisatie: W. YAGELLO & N. VENUTI, Parijs-Troyes; adaptatie: A. KONOVALOV, Leuven. - Leuven: K.U., 1988. - 14, 15* p.: facsim.; 30 cm.
De rondreizende tentoonstelling over duizend jaar christendom in Rusland, is door de K.U. Leuven aangegrepen om een luik met 39 titels uit eigen bezit toe te voegen: kaartwerken, reis- en landbeschrijvingen, publikaties over Rusland, Moskou en het godsdienstig leven. Boeken van de 16de tot de 20ste eeuw vnl. uit Leiden, maar ook Amsterdam, Den Haag, Antwerpen e.a. plaatsen. Er is o.m. een Plantijndruk (Possevinus, PP 2095) uit de bibliotheek van de Faculteit Godgeleerdheid, waarvan het ex. niet bij Voet is vermeld. De bewerkers van dit onderdeel zijn J. SCHARPÉ en R. TAVERNIER. [E. C.-I.].
Zie ook nr.
1417
1163. - Bibliography and the study of 15th century civilisation. Papers presented at a Colloquium at the British Library 26-28 September 1984. Organised in conjunction with the Warburg Institute of the University of London. Edited by Lotte HELLINGA and John GOLDFINCH. - London: The British Library, 1987. - xii, 260 p. ill.; 24 cm. (British Library Occasional Papers, 5). - ISBN 0-7123-0049-X. £20.
Deze congresverslagen bevatten geen echt historische bijdragen, maar zijn op methodologisch vlak voor de boekhistoricus van de 15de eeuw hoogst leerrijk. Het Londens colloquium sloot logischerwijze aan bij twee vorige, gehouden te Wolfenbüttel in 1978 en in het Warburg Institute van de Universiteit te Londen in 1982. De belangstelling was steeds uitgegaan naar de noodzaak van samenwerking tussen zeg maar bibliologen en codicologen op het gebied van de tekst, de illustratie en de 'physical make-up' van het vijftiende-eeuwse boek. Ditmaal wilde de initiatiefnemer, met name Lotte Hellinga de door haar opgezette ISTC (Incunable Short Title Catalogue) toetsen aan de hoge verwachtingen die op deze onderneming gesteld zijn, en aandacht vragen voor de ISTC als een werkinstrument voor de historici.Verschillende bijdragen bieden heel wat materie ter overweging. [E. C.-I.].
1164. - Lotte HELLINGA-QUERIDO en Clemens DE WOLF, Laurens Janszoon Coster was zijn naam. Met een ten geleide van Ernst BRACHES. - Haarlem: Joh. Enschedé en Zonen. 1988. - 133 p.: ill.; 29 cm. - ISBN 90-70024-51-9. Fl.39.50.
Neen: dit is geen rehabilitatie van Coster als uitvinder van de boekdrukkunst ! Vierhonderd jaar geleden werd Costers naam voor het eerst gedrukt en wel in H. Junius' Batavia. Dit betekende de aanleiding om ter gelegenheid van de grafische week 'Met Coster naar 2000' te Haarlem, een tentoonstelling in Teylers Museum te organiseren en een publikatie - géén catalogus - aan de zaak Coster te wijden. Het verhaal dat Lotte Hellinga (sedert jaren in de British Library) van de 'overleveringen over de uitvinding van de boekdrukkunst' schrijft komt over als een historische roman: boeiend en vlot geschreven zonder verzwarende voetnoten maar met een verantwoording achteraan en alles van naadje tot draadje gefundeerd. Stapvoets volgen wij de verschillende fasen: verwijlen wij met de geleerden in de drukkerij, worden wij de taaie kracht van de traditie, van het horen zeggen, gewaar. De mededelingen uit de tijd aangaande de nieuwe kunst kunnen wij verbatim en in 'close-up' lezen: het betreft uitspraken van Guillaume Fichet (1471), Werner Rolevinck (1474), Omnibonus Leonicenus (1471), Johannes Brito (ca. 1476), de Aalstenaars die in 1534 voor een grafsteen van Dirk Martens zorgden, Polydorus Vergilius (1499), Johannes Trithemius (1514), Erasmus (1519). De draad van de Haarlemse traditie loopt van Ulrich Zell, via D. V. Coornhert en Jan van Zuren, Ludovico Guicciardini, Joannes (niet Petrus!) Stradanus, Hadrianus Junius tot bij Petrus Scriverius die als de aanzet van de eigenlijke Costerverering is te beschouwen. Daarna keert L. Hellinga terug naar de vroegste produkten van de drukpers: de Gutenberg-bijbel, de blokboeken en wat nu de Nederlandsche prototypografie heet - vroeger 'Costeriana' -. Besluit: de systematische en de analytische bibliografie (o.a. papieronderzoek) van de afgelopen eeuw wijzen ten overvloede naar Mainz als de plaats waar de nieuwe uitvinding tot ontwikkeling kwam. Wat niet uitsluit dat in Haarlem misschien ook pogingen zijn ondernomen - evenwel zonder succes; naast Erik de Rode en Sint Brandaan, is Colombus toch dé ontdekker van Amerika geworden! Het vermogen van de auteur om zich in een omgeving of een situatie van eeuwen terug in te leven en daarover te rapporteren alsof ze er lijfelijk bij aanwezig was, is een benijdenswaardige gave - ten bate van al wie haar leest.
In het tweede deel geeft Clemens de Wolf van de Haagse K.B. een overzicht van het Coster-onderzoek vanaf de 18de tot in de 20ste eeuw. Hij stelt daarbij dat er nu geen Costervraagstuk meer bestaat en het onderzoek naar de uitvinding en naar de 'costeriana' buiten Haarlem en zonder Coster gebeurt. Op een onderhoudende, soms licht ironiserende toon laat De Wolf alle Costerverdedigers de revue passeren en gooit ze mét hun tegenstanders in het strijdperk: Scriverius, Jacobus Koning, A. de Vries aan de ene kant, A. van der Linde, B. Kruitwagen en de Hellinga's aan de andere kant. De rol van Charles Enschedé (ca. 1900) beperkte zich eigenlijk tot de technische zijde van de zaak. Tenslotte wordt nog een hoofdstuk aan de feestelijkheden en de iconografie van Coster gewijd. Met Dürerworst en Rubensbier was er enkele jaren geleden niets nieuws onder de zon: in 1823 was er Costersoep te verkrijgen ...
Wie zich voor het Costervraagstuk interesseert en voor de geschiedenis van de vroegste boekdrukkunst in de Nederlanden, vindt in dit boekje gesneden brood. Het is overigens bijzonder fraai gedrukt - hoe kan het anders -door J. Enschedé en zonen en rijkelijk verlucht met uitstekend gekozen afbeeldingen. [E. C.-I.].
1165. - David McKITTERICK, Cambridge University Library. A history, II. The eighteenth and nineteenth centuries. - Cambridge; Sydney: Cambridge University Press, 1986. - xvii, 812 p.; 24 cm. - ISBN 0-521-30655-8. £ 65.
Incunabulisten die met Nederlandse wiegedrukken te maken hebben komen vroeg of laat in aanraking met Henry Bradshaw (1831-1886), de man die sedert 1867 als bibliothecaris van Cambridge University Library een ongeëvenaard hoog aantal incunabelen heeft aangekocht. De monografie die hij over Caxton zou schrijven is nooit verschenen, maar wat hij aan o.m. Nederlandse incunabelen heeft opgespoord, verworven en bestudeerd, kent buiten de Nederlanden geen weerga. Zijn geografisch en chronologisch ordenen van drukkersateliers en van lettertypen ligt aan de basis van de incunabulistiek; hieruit groeide het systeem van Proctor.
Aan deze figuur heeft David McKitterick in zijn lijvige tweede deel van de geschiedenis van de U.B. Cambridge, een omvangrijk hoofdstuk gewijd. Wij volgen er - met spanning haast - Bradshaw op de voet bij zijn actie om op veilingen van Nederlandse en vooral Belgische collecties boeken te verwerven die de bibliotheek in Cambridge konden aanvullen: wie hier meer wil over weten leze dit hoofdstuk; hij zal er trouwens oude bekenden ontmoeten als Enschedé, de Antwerpse boekhandelaar Kockx, de Parijse Tross, Ferdinand Van der Haeghen, Holtrop, Delprat, Jules Capron, senator Vergauwen e.a. [E. C.-I.].
1166. - Martine LE MANER, Les incunables de la Bibliothèque municipale de Saint-Omer in De Franse Nederlanden = Les Pays-Bas français,jaarboek 13 = Annales 13, 1988, p. 213-223, ill.
Ontstaan en collectievorming van een bibliotheek zoals die te Sint-Omaars is geen uniek verschijnsel in Frankrijk. De incunabelen zijn alle herkomstig van kloosters of seculiere geestelijkheid, zij verraden hoegenaamd geen humanistische belangstelling. Een lijst van de drukken is niet gegeven; het overzicht van de drukkers vermeldt echter één druk van G. Leeu te Gouda, 2 van Martens te Aalst, 1 van R. Paffraet te Deventer. [E. C.-I.].
1167. - Richard N. SCHWAB, Thomas A. CAHILL, Bruce H. KUSKO, Robert : KUSKO A. ELDRED, Daniel L. WICK, The Proton milliprobe ink analysis of the Harvard B42, volume II in The Papers of the Bibliographical Society of America,81, 1987, p. 403-432.
De ontleding van de drukinkt kan bijdragen tot het veelzijdige onderzoek van oude drukken. Voor de Gutenberg-bijbel zijn de eerste bevindingen van de inktanalyse van in 1983 in dit tijdschrift gepubliceerd. [E. C.-I.].
Zie ook nr.
1168
1168. - Richard N. SCHWAB, An Ersatz leaf in the Doheny Gutenberg Bible, volume I in The Papers of the Bibliographical Society of America,81, 1987, p. 479-485.
Cf.
nr. 1167.
1169. - Dominique COQ en EZIO ORNATO, Les séquences de composition du texte dans la typographie du XVe siècle. Une méthode quantitative d'identification in Histoire & Mesure,2, 1987, p. 87-136.
In een ietwat omslachtig artikel proberen de auteurs na te gaan in welke volgorde de pagina's van een katern gezet werden in de 15de eeuw. Om hierop te antwoorden ontwerpen ze een methode die de door de zetter gevolgde weg (séquences de composition, p. 89) moet aanduiden.
Vooreerst komen enkele beschouwingen die niets nieuws bijbrengen en ook enkele veronderstellingen. Zo beschikte bv. de drukker in de 15de eeuw over weinig letter; hij kon slechts enkele pagina's zetten en drukken en moest onmiddellijk weer loskooien om de letters voor de volgende pagina's te kunnen gebruiken. Deze bewering is zeker overdreven; lettergoed met een uitgebreide polis was duur, maar het papier voor een specifiek boek vormde een veel duurdere post. Er is zeker geen reden hierin de oorzaak te zoeken voor een gefragmenteerd zetten; trouwens ze verklaren zelf (p. 91) dat bij langere teksten de kopij verdeeld werd over meerdere zetters, maar met welke letters werkten die dan? Een tweede punt waarin de auteurs moeilijk kunnen gevolgd worden is hun uiteenzetting over de volgorde waarin de tekst gedrukt werd. Zij verwarren of beter maken geen nauwkeurig onderscheid tussen zetten, impositie en de uiteindelijke drukgang. Maar keren wij terug naar hun eigenlijk onderwerp: 'les butoirs de jonction, révélateurs des séquences de composition'. Hoe regelmatiger een tekst gezet hoe minder interessant de druk voor het onderzoek, want het zijn precies die onregelmatigheden die ons iets mededelen over het zetten. De zetter is niet vrij, hij moet rekening houden met de 'calibrage' of de 'casting off' van zijn kopij. Hij voorziet die moeilijkheden en zal zijn zetsel verticaal (aantal regels) en horizontaal (spatie en afkortingen) wijzigen. Nochtans is het vaststellen van deze punten waar de zetter strop zat en tegen een 'butoir' botste, nog niet voldoende en de auteurs ontwerpen bijgevolg een veel uitvoeriger en ingewikkelder methode. Zo spreken ze b.v. van 'matrices d'abréviations' (een combinatie van afkortingen, bladzijden en katern). Zij hechten veel belang aan het aantal afkortingen die de zetter gebruikt heeft per bladzijde en inderdaad dit varieert erg; maar het is iets anders dit variërend aantal per bladzijde vast te stellen en dit te interpreteren. Ja, uiteindelijk komt het daarop neer: waarom varieert het aantal afkortingen per pagina zo in een incunabel en wat betekent dit?
De auteurs onderzochten 18 incunabelen. Eén ervan, Petrus de Crescentiis, een Westfalen-druk uit Leuven van 1474 (H. 5829) bevindt zich ook te Gent en gaf ons alzo de gelegenheid dit even na te zien. Over hun methode gaat het niet zo zeer, wel over de resultaten en de interpretatie. Spijtig genoeg bekennen de auteurs dat deze Westfalen-druk en ook nog een druk uit Utrecht uit dezelfde groep van 18 'soulèvent des problèmes' (p. 124). Inderdaad er zijn veel variaties in het aantal afkortingen per bladzijde die niets te maken hebben met deze 'séquences de composition'; dit moet volgens de auteurs beschouwd worden als 'bruit' of 'information cachée' (p. 125). Wij stellen inderdaad vast dat in onze Leuvense incunabel heel wat pagina's breed gezet zijn (met bv. ruime spaties en blanco regels tussen de korte hoofdstukken), maar dit belette de zetter toch niet ruimschoots gebruik te maken van vele afkortingen. Wij vragen ons af of er niet, evenals er bepaalde schrijfgewoonten bestonden bij de kopiisten, en bij de zetters ook niet bepaalde zetgewoonten waren. Zetgewoonten die het gevolg waren van leesgewoonten gebaseerd op talrijke afkortingen. Wijzigt die gewoonte zich, dan evolueert de uitgebreidheid van de zetkast en de manier van zetten. [J. M.].
1170. - Margaret M. SMITH, Printed foliation: forerunner to printed page-numbers? in Gutenberg Jahrbuch,1988, p. 54-70.
S. onderzoekt het geringe succes van foliëring en peilt naar de mogelijke oorzaken. Onder de aangehaalde voorbeelden zijn drukken van G. Leeu, Paffraet, Van Os. [E. C.-I.].
1171. - Biblia pauperum. A facsimile edition by Avril HENRY. - Aldershot, Hampshire - Scolar Press: Gower Publishing Company Ltd, 1987. - 178 p. ill.; 32 cm. - ISBN 0-85967-542-4.
Het tegelijk wel bekende en onvoldoend gekende boek Biblia pauperum laat niet na onderzoekers aan te zetten tot studies en uitgaven. Dat dit blokboek inderdaad intrigerende facetten vertoont, wéét men doorgaans; aan de hand van A. Henry kan men er nu weer eens opnieuw dieper op ingaan. Het is een facsimile 'for use not as a monument' wat ongetwijfeld zijn goede kanten heeft (betaalbaar?). Het ongekleurde ex. van Dresden ligt er ten grondslag aan, voor zes bladen aangevuld met het ex. van Chantilly. Het behoort tot de door Schreiber als eerste editie gekenmerkt. In een uitvoerige inleiding gaat de auteur in op de stereotiepe indeling van de veertig bladen, de prototypen en de antitypen, de houtsneden, de bronnen zowel voor het beeld als voor de tekst. Zij gaat wel bewust in tegen de algemeen verspreide opvatting dat dit blokboek voor ongeletterden zou zijn of een hulp voor de predikant; inderdaad: de bijhorende tekst is noodzakelijk voor de juiste interpretatie van het beeld. Echter kan de vraag rijzen, in welke zin is 'pauperes' te verstaan (zijn analfabeten bedoeld, of armen van geest die hun heil enkel in het heilsverhaal van Christus zien?). Bovendien is het niet vermetel te stellen dat de middeleeuwen door dit heilsverhaal veel meer en op directe wijze werd aangesproken dan wij. De B.P. moet volgens Henry tot de devotie- of beter nog meditatieliteratuur gerekend worden, en dit kan moeilijk anders. Zij suggereert zelfs een parallel met het verluchte getijdenboek. De B.P. wordt ook in een ruimere Nederlandse blokboek-context geplaatst. Tenslotte waagt de auteur zich aan de invloed van de B.P. op kunst en letterkunde. Zij geeft een uitgebreide literatuurlijst, géén lijst van de verschillende drukken en edities (of staten) van het blokboek zelf, enkel van de 'extant impressions of Schreiber Edition I'.Naast het facsimile bezorgt A. Henry bij elke paarsgewijs opgebouwde dubbele pagina commentaar en een Engelse vertaling van de Latijnse tekst, met de expliciete bedoeling de lezer een leidraad te zijn bij het aanschouwen van het beeld en het mediteren van de tekst. Tekst én commentaar van dit met zorg uitgegeven boek stemt tot overweging zo devotioneel als wetenschappelijk [E. C.-I.].
Zie ook nr.
1737
1172. - Lotte HELLINGA, 'Aesopus moralisatus', Antwerp 1488 in the hands of English owners. Some thoughts on the study of the trade in Latin books in De captu lectoris. Wirkungen des Buches im 15. und 16. Jahrhundert dargestellt an ausgewählten Handschriften und Drucken. Hrsg. Wolfgang MILDE und Werner SCHUDER. - Berlin; New York: Walter de Gruyter, 1988, p. 135-143, ill.
Eigendomsmerken en aantekeningen van niet nader genoemde of identificeerbare gebruikers van oude drukken, kunnen al naar gelang van het geval een groter of kleiner steentje bijdragen tot de boekhandels- en receptiegeschiedenis. Ter illustratie geeft Lotte Hellinga haar overwegingen ten beste n.a.v. een met Engelse namen in zestiende-eeuws handschrift 'verrijkt' exemplaar van een Antwerpse Leeu-druk uit 1488. De lectuur van deze korte bijdrage kan bij catalografen en bibliografen slechts stimulerend werken. [E. C.-I.].
Zie ook nr.
1174
1173. - Das christliche Gebetbuch im Mittelalter. Andachts- und Stundenbücher in Handschrift und Frühdruck. [Ausstellung: Bonn-Bad Godesberg, Wissenschaftszentrum 11.2-10.4.1988] [Ausstellung und Katalog Gerard ACHTEN u. M.v. Eva BLIEMBACH]. 2. verb. und verm. Aufl. - Berlin Staatsbibliothek Preussischer Kulturbesitz, 1987. - 154 p.: ill.; 24 cm. (Staatsbibliothek Preussischer Kulturbesitz, Ausstellungskatalog 13). - ISBN 3-88226-410-1, ISSN 0340-0700.
Tot de enkele vroege drukken behoren, uit de Nederlanden, M. van der Goes (Hain 9082), het klooster Den Hem (CA 1110 en 1220), C. Snellaert (Hain 1467); er zijn ook een paar eigentijdse Vlaamse banden. [E. C.-I.].
1174. - Ute SCHWAD, In illo tempore cum audissent apostoli. Liber secundus missarum liber primus missarum ... apud Tylmannum Susato ... Cum priuilegio in De captu lectoris..., p. 257-272, ill. (cf. nr. 1172).
Tielman Susato, bekend musicus en muziekdrukker te Antwerpen van 1543 tot 1561 geeft er in 1545 en '46 drie boeken uit met meerstemmige missen. Naar aanleiding van de weinige volledige exemplaren die er nog van bekend zijn, knoopt U. Schwab, auteur van een monografie over Susato, daar bedenkingen aan vast, die te maken hebben met de verspreiding destijds van dit soort werken. [E. C.-I.].
1175. - La gravure et la mort. (Catalogue: Albert LEMEUNIER et Régine REMON ... ). Exposition organisée par le Musée d'Art religieux et d'Art mosan, du 26 novembre 1987 au 10 janvier 1988, Liège, Espace rencontre du Crédit á l'Industrie. - [Liège]: Crédit á l'Industrie, [1987], 104 p.: ill.; 22 x 22 cm.
Op de acht bruikleengevers zijn er zes Belgische collecties, één uit Utrecht en één uit Aken. Voornamelijk het geïllustreerde boek, waaronder handschriften (fragmenten) en prenten zijn tentoongesteld en kort toegelicht (155 nrs.); we ontmoeten er de namen van Arend de Keysere, J. Veldener, G. Leeu, P. van Os, C. Snellaert, de Collaciebroeders, naast Duitse en Franse drukkers. De catalogus bestrijkt zes eeuwen (15de-20ste); de inleiding geeft een historisch overzicht van de vroegste tijden tot nu. Overvloedig geïllustreerd, is het een goed verzorgde publikatie. [E. C.-I.].
1176. - JOS M. M. HERMANS, Rudolph Agricola and his books, with some remarks on the scriptorium of Selwerd in Rodolphus Agricola Phrisius 1444-1485. Proceedings of the International Conference at the University of Groningen 28-30 october 1985. Ed. F. AKKERMAN & A. J. VANDERJAGT. - Leiden; Köln: E. J. Brill, 1988, p. 123-135.
Niet dat er vandaag veel boeken bewaard zijn die evident uit Agricola's bibliotheek stammen, is de aanleiding geweest tot dit artikel. Maar er wordt een lofwaardige poging gedaan om aan de hand van geschreven bronnen (levensbeschrijvingen, brieven) te achterhalen wat dan wél in Agricola's bibliotheek voorhanden zal zijn geweest. H. acht het vermetel te stellen dat ál de Nederlandse incunabelen in de Württembergische Landesbibliothek te Stuttgart bewaard, en waarvan er slechts één een duidelijke herkomst verschaft, aan Agricola zouden hebben toebehoord. De intrigerende vraag of Johannes Agricola de 'typographus' van zijn broer was, vervalt want berustte op een verkeerde lezing (tyro- of chyrographus)! [E. C.-I.].
1177. - Schatten uit de Biekorf-bibliotheek: incunabels. Tentoonstelling [in de] Centrale Openbare Bibliotheek De Biekorf 3 september-12 november 1988. [Onder de redaktie van W. LE LOUP en Ludo VANDAMME ... ]. - [Brugge: Stadsbestuur Brugge - Historisch Fonds van de Centrale Openbare Bibliotheek, 1988]. - 78 p.: facsim.; 24 cm. - 220 BF.
Het lijkt welhaast onwaarschijnlijk dat de oudste drukken van de Brugse stadsbibliotheek nu pas voor de eerste maal worden tentoongesteld: de kern van dit bezit, de Mansion-drukken, is immers tot buiten onze grenzen beroemd. Beroemd wil echter nog niet zeggen volledig bekend en bestudeerd; er is al een en ander gebeurd, maar er valt allicht nog wat te doen. Adjunctconservator Willy Le Loup bezorgt een algemene inleiding 'Van handschrift tot incunabel' en 'De Brugse incunabeldrukkers' in het bijzonder, bestemd voor de leek. Interessant is de bijdrage van L. Vandamme over 'De herkomst van het Brugse incunabelbezit'. Centraal staan hierbij de confiscatie van de Westvlaamse kloosterbibliotheken via de École centrale en de genereuze schenkingen van de conservator van de Bibliothèque nationale te Parijs, Joseph van Praet († 1837), geboren Bruggeling. Uit de lijst van die kloosterbibliotheken kan worden opgemaakt dat de Duinenabdij veruit het grootste aantal opleverde. De Mansion-drukken kwamen echter uit een andere hoek. De schenkingen van Van Praet (tussen 1800 en 1828) bestaan uit 16 drukken; in 1837 kon de Stad er nog één kopen. Zeventien drukken van Colard Mansion - voorwaar een mooi getal.
Deze tentoonstelling, de eerste in een reeks van kostbare werken uit het z.g. Historisch Fonds, toont twee handschriften, een blad uit een Biblia pauperum en een uit een Ars Moriendi,vrijwel alle Mansions, zeven andere wiegedrukken uit de Nederlanden, twaalf niet-Nederlandse wiegedrukken en twee zestiende-eeuwse drukken van H. de Croock en C. Plantijn. De incunabelen zijn kort beschreven (met verwijzing naar uitgebreide beschrijvingen) en uitgebreider toegelicht. Die toelichting heeft vnl. betrekking op de inhoud, de auteur, in mindere mate de druk. Geheel ontbreken echter bijzonderheden omtrent band en herkomst van elk exemplaar: zit het in een oorspronkelijke band? Hoe ziet die er uit? Zijn er eigendomsmerken aanwezig, en welke? We weten dat de Mansion-drukken van Van Praet komen, maar weet men iets over het bezit daarvóór? Wáár heeft Van Praet zijn Mansions gevonden? Nog andere vragen rijzen: welk kriterium heeft hij bij de schenking gehanteerd: Parijs kreeg wat het niet had, Brugge de rest, ja - maar hoe zit het met de exemplaren waaraan iets ontbreekt, die dubbel zijn? In sommige gevallen zijn varianten geconstateerd. Het spreekt voor zich dat in het raam van deze tentoonstelling niet op ál deze vragen kon worden op ingegaan; maar misschien had het probleem duidelijk gesteld kunnen worden. Er ligt inderdaad materiaal tot onderzoek voor het grijpen, maar de uitnodiging - de uitdaging - klinkt niet luid genoeg!
Er is het blad, uit een blokboek Biblia pauperum,dat niet tot de reeks edities met de bekende vormgeving behoort. Bij Le quadrilogue invectif van Alain Chartier (nr. 13) vraagt L. Van Damme zich af of de aangebrachte correcties soms op het werkexemplaar van de drukker duiden die daarmee een verbeterde teksteditie voorbereidde. Van J. Beets' Commentum super X praeceptis Decalogi (nr. 23) wordt de 'tirage A' van Polain aangehaald, vermoedelijk wordt hiermee een 'staat' bedoeld, en misschien betreft het hier wel correcties op de pers. Er liggen een paar fragmenten van Brito-drukken: een dubbelblad uit Maerlants Harau Martin en een fragment van een blad met Disticha Catonis.
In de literatuuropgave mis ik de namen van mensen die zich, in een recent verleden, over Mansion en de boekdrukkunst te Brugge gebogen hebben: G. Colin, M. Goetinck, L. Hellinga, C. Lemaire. Het oorspronkelijke werk, dat zij in de Catalogus van 1973 hebben geleverd, hoeft niet schuil te gaan achter een anonieme, banale titel. (In 't voorbijgaan, de geijkte afkorting van de Printing Types is niet 'Hellinga' maar HPT: in blinddruk op de band!). Een uitstekend idee is het geweest om in calce het volledige incunabelbezit van de Brugse stadsbibliotheek in te leiden en te inventariseren-- 63 nummers. Een register van drukkers en van drukplaatsen rondt dit gedeelte af. Misschien ware het interessant geweest een lijst van al de bekende drukken van Mansion samen te stellen - wat nog meer het belang van de Brugse verzameling had kunnen belichten.
De catalogus is met bescheiden middelen en enkele illustraties in de Stadsdrukkerij fraai uitgevoerd. Indien met deze tentoonstelling en de bijhorende publikatie de belangstelling van een geïnteresseerd publiek is gewekt én bij de lokale overheid het besef hernieuwd aanwezig is van de grote verantwoordelijkheid die zij heeft voor deze meest unieke incunabel-collectie - ik denk hierbij aan conservatie maar ook aan consultatie -, dan is een goed doel bereikt. [E. C.-I.].
Zie ook nr.
1883
1178. - Gunther FRANZ, Die Schicksale der Trierer Gutenbergbibeln. Zwei Makulaturblätter mit Druckvarianten in Gutenberg Jahrbuch 1988, p. 22-42, ill.
Begin negentiende eeuw gaf Johann Hugo Wyttenbach, de stichter van de stadsbibliotheek te Trier, een blad van de Gutenberg-Bijbel weg. In 1985 kon het opnieuw worden verworven en hoe belangrijk dit wel was, bleek toen daarmee de sleutel werd geleverd voor de herkomst van de G.B. die in Mons wordt bewaard: het is blad 11 en hoort thuis in de bijbel van Mons waar, o.m., een hiaat is tussen bl. 10 en 31 (van het eerste deel). C. Piérards vermoeden dat de Bijbel van Mons uit een Triers klooster moest stammen, wordt hiermee bevestigd: St. Maximin. Nog andere fragmenten (blz. 261-265; 267-324), in 1828 in Trier ontdekt en nu in particulier bezit, behoren eveneens tot hetzelfde exemplaar. Het tweede deel van dit exemplaar, in 1828 in Trier ontdekt, is door Franz aan de hand van fragmenten en verschillende eigenaars, als een puzzel weer in elkaar gepast. Alles samen bezit Mons het grootste aantal bladen van deze tweedelige Bijbel, onmiddellijk gevolgd door de Lily Library in Bloomington, Indiana. [E. C.-I.].
1179. - Rudolf HIRSCH, Classics in the vulgar tongues printed during the initial fifty years, 1471-1520 in The Papers of the Bibliographical Society of America,81, 1987, p. 249-337.
Vergelijkende studie van de vertalingen van klassieke auteurs, van Aesopus tot Vergilius, m.b.t. aantal, tempo, uiterlijk, genres, lezerspubliek etc. Uit de Nederlanden vallen 23 drukken op (1471-80: 1, 1481-90: 10, 1491-1500: 5, 1501-10: 5, 1511-20: 2), met als oudste de Disticha Catonis (Brugge, J. Brito, ca. 1477-1481, GW 6382). In de Nederlanden was er een meertalige markt, met Gerard Leeu en Colard Mansion als belangrijkste producenten. [M. d. S.].
1180. - Amber VERRYCKEN, De 'Mensa philosophica', een bestseller uit de incunabeltijd in Répertoire ... 1988, [6 p.] (cf. nr. 1122).
Zeven edities tot 1500 (o.a. Leuven en Antwerpen), 26 tot 1640. Opmerkelijk is het vierde deel van de tekst: een verzameling grappen.om aan tafel te vertellen. Verder onderzoek door A.V. is in voorbereiding. [M. d. S.].
Zie ook nr. 1122
1181. - E. W. MOES en C. P. BURGER, De Amsterdamsche boekdrukkers en uitgevers in de zestiende eeuw. Herdruk, vermeerderd met registers en een literatuurlijst samengesteld door P. C. J. VAN DER KROGT. - Utrecht: Hes Publishers, 1988. - 4 dln. in 2 bdn.; 22 cm. - ISBN 90-6194-455-X (Cpl.). Fl. 500.
Herdruk van de editie Amsterdam 1910. Dit is een reprint van het goede soort: de aanvullende lijsten en registers ontsluiten nu optimaal de bibliografie van Amsterdamse drukkers en uitgevers. In de literatuurlijst zijn 'alle in de tekst en noten voorkomende bronnen verzameld'; compact gezet beslaat de lijst achttien en een halve bladzijde. De Index van persoonsnamen, ten overvloede op voor- en familienaam geplaatst, beslaat 62 bladzijden. Volgen nog een register van bibliotheken waar de besproken werken bewaard worden - ten dele werden - (5 blz.); een register van plaats-, straat- en huisnamen (9 blz.); een alfabetische lijst van boektitels (30 blz.) en één bladzijde prenten. [E. C.-I.].
1182. - Brigitte MOREAU, Une impression clandestine á Paris au temps du concile de Sens, 1' " Epistola Luciferi " in Le livre dans l'Europe de la renaissance. Actes du XXVIIIe Colloque international d'études humanistes de Tours ... [Paris]: Promodis: Ed. du Cercle de la Librairie, [1988], p. 343-360, ill.
In haar onderzoek naar de verschillende edities van de Epistola Luciferi van Petrus de Ceffons is Brigitte Moreau (Bibl. nationale, Paris) gestuit op een niet gedetermineerde druk, die zij met een vraagteken in Antwerpen omstreeks 1525 plaatst (nr. 11 in haar lijst). Een ex. hiervan is in de Beinecke Library te New Haven, Conn. Het betreft niet de oorspronkelijke tekst van Petrus de Ceffons, maar een herwerkte versie van Guillaume Budé. Acht Antwerpse drukkers hebben o.a. de textura 62 waaruit de tekst is gezet, gebruikt. [E. C.-I.].
1183. - Josse Bade, dit Badius (1462-1535): préfaces de Josse Bade (1462-1535); humaniste, éditeur-imprimeur et préfacier. Traduction, introduction, notes et index par Maurice LEBEL. - Louvain: Peeters, 1988. - VI, 237 p.; 24 cm.
Presentatie van een selectie inleidende teksten bij Badius' drukken: opdrachten en commentaren, opgedragen aan de machtigen der aarde, aan boekhandelaars, studenten, leraars, humanisten, letterlievenden 'et alii'. Een veertigtal zijn door Lebel in het Frans vertaald en geannoteerd. Bij wijze van inleiding wijdt hij enkele bladzijden aan Badius als drukker-uitgever, als schrijver van een woord vooraf en een inleiding, als auteur. De uitgekozen inleidende teksten zijn in vier kategorieën onderverdeeld: de Bijbel (1), Griekse auteurs (7), Latijnschrijvende (26), andere (5). Een register besluit het geheel. [E. C..I.].
1184. - Werner WATERSCHOOT, Een facsimile en zijn origineel: De Const van Rhetoriken in Jaarboek [van de] Koninklijke Soevereine Hoofdkamer van Retorica 'De Fonteine' te Gent,35-36, 1985-1986 (versch. dec. 1987], p. 33-43.
Bespreking van een facsimile-uitgave van Matthijs de Casteleins De Const van Rhetoriken,Jan Cauweel, 1555, in 1986 door de rederijkerskamer te Oudenaarde bezorgd naar een niet genoemd exemplaar, ja! W. kon door eliminatie vaststellen dat het om het ex. G. 235 van de Gentse U.B. (die er drie bezit) ging. Esthetisch gezien is de keuze zeker te verantwoorden maar is het wel de beste versie? (Cf. de druk van Ghil. Manilius). Het facsimile mag geslaagd genoemd worden. W. bekijkt verder de originele druk met een kritisch analytisch-bibliografisch oog en komt tot de bevinding dat Cauweels lettermateriaal minder uitgebreid is dan Vanderhaeghen beweert, maar dat de modern aandoende lay-out goed bestudeerd is en van De Const een praktisch te gebruiken leerboek maakt. De talrijke zetfouten zullen dan ook een andere oorzaak hebben. [E. C.-I.].
1185. - E. VAN DE VIJVER, De eerste gekende druk van 'Den Wijngaert der sielen' op naam van Jacob Roecx in Ons geestelijk erf,61, 1987, p. 210-214, ill.
Met hetzelfde impressum (S. Cock te Antwerpen, 1544) Verschenen drie drukken van J. Roecx' Wd.S.: A uit 1544, B tussen 1548 en 1556, a gesitueerd tussen A en B in. Behalve zet- en andere verschillen valt op te merken dat A anoniem verscheen. [E. C.-I.].
1186. - A. AMPE, De twee drukken van Roecx' 'Gheestelijcken steen' met eenzelfde colofon in Ons geestelijk erf,61, 1987, p. 215-218, ill.
Het lijkt er wel op dat de geestelijke schrijver Jacob Roecx en de drukker Symon Cock met elkaar overleg hebben gepleegd inzake de publikatie van Roecx' geschriften. Een enigma als hierboven aangehaald (cf. vorig nr.) zien we ook hier weer van de GS zijn twee drukken bekend met hetzelfde impressum, Cock 1556 A (M.P.M. Antwerpen en K.B. Brussel) als anoniem verschenen, B (U.B. Gent) met auteursnaam. [E. C.-I.].
1187. - Constant MATHEEUSSEN, Quelques remarques sur le De subventione pauperum in Erasmus in Hispania, Vives in Belgio. Acta Colloquii, Brugensis 23-26 novembre 1985. Ed. J. IJSEWIJN et A. LOSADA. - Lovanii: Peeters, 1986, p. 87-97.
In de Kroniek zij deze bijdrage over de Brugse postincunabel van Hubert de Croock [NK 4066] vermeld enkel wegens Matheeussens opmerkingen over de datering: de drukker hanteert de oude Paasstijl (1525), terwijl de opdracht - en andere elementen - eenduidig naar 1526 verwijzen. Door Nijhoff & Kronenberg - niet vermeld - aldus geïnterpreteerd. [E. C.-I.].
1188. - Paul VALKEMA BLOUW, The secret background of Lenaert der Kinderen's activities, 1562-7 in Quaerendo,17, 1987, p. 83-127, facsim.
In dit lang en boeiend verhaal wordt het verband gelegd tussen de bedrijvigheid van Der Kinderen in de Officina Plantiniana en het lettermateriaal dat in de vijf Nederlandse Bijbel-edities waar Der Kinderen als uitgever vermeld staat, is aangewend. Zo blijkt dat Plantijn hem naar Kampen zond om zijn zaken met Hendrik Niclaes te behartigen. Samen met Der Kinderen stond daar ook Augustijn van Hasselt aan de zetbok. Eind 1563 neemt Der Kinderen een deel van het materiaal mee naar Emden, waar hij voor Willem Gailliart ging werken. In '66 is hij al weer bij Plantijn in Antwerpen maar duikt vóór het jaar verstrijkt in Sedan op, waar een Nederlandse drukkerij bedrijvig was. Bij de overbrenging hiervan naar Emden verhuisde Der Kinderen mee. Na 1567 is men zijn spoor bijster. [E. C.-I.].
1189. - Johan DECAVELE, Enkele gegevens betreffende de relaties tussen het drukkerscentrum Emden en het gebied Gent-Oudenaarde tijdens het' Wonderjaar' in Liber amicorum Dr. J. Scheerder. Tijdingen uit Leuven over de Spaanse Nederlanden, de Leuvense Universiteit en Historiografie. - Leuven: Vereniging Historici Lovanienses, 1987, p. 17-28.
Nadat P. Valkema Blouw onlangs nog de drukker van een aantal boeken heeft ontmaskerd en M. Tielke het over de raadsels te Emden had (cf. Kroniek 13,
nr. 999), licht nu de Gentse stadsarchivaris J. Decavele een andere tip van de sluier over de boekdrukkunst te Emden op. Dank zij een proces dat de zwager van de Gentse naar Emden uitgeweken drukker Gillis vander Erven, met name Filips van Wissekercke na het overlijden van de drukker in april 1566, instelt, komen er onbekende gegevens aan het licht: Filips zuster Anna d'Hollain was Gillis' vrouw. Wissekercke verbleef in 1566 een tijd bij haar te Emden. Bij zijn vertrek uit E. eind september stuurde hij drie tonnen vol boeken uit de drukkerij van Van der Erven naar Antwerpen: A. van Haemstede, S. Franck, M. Micron e.a. De vermoedens van Wijnman en anderen betreffende enkele van deze anoniem verschenen drukken worden aldus bevestigd. [E. C.-I.].
Zie ook nrs. 1194; 1204
1190. -Ulenspiegel, Antwerpen 1580. Facsimile. Verzorgd en van een inleiding voorzien door Loek GEERAEDTS. - Antwerpen: Uitgeverij B. Promotion, 1987. - 43, [69] p.; 21 cm. (Gloriant, l). - ISBN 90-70959-11-9. BF 895.
De facsimilemode is nog lang niet voorbij! Getuige de nieuwe reeks, 'Gloriant' geheten en gewijd aan literatuur uit de Lage landen; de reeks staat o.r.v. G. J. Buitink en L. Geeraedts. Het facsimile is vervaardigd naar het enig bekende en volledige exemplaar van deze druk, bewaard in de Niedersächsische Staats- und Universitätsbibliothek Göttingen. In een 43 pagina's tellende inleiding wordt voor de boek- en andere historici misschien wat veel uitgeweid over Antwerpen als centrum van handel en cultuur, van boekdrukkunst en van literatuur, niettemin is dit een goed overzicht(je) en zal dit voor de belangstellende leek zeker zijn nut hebben. Belangrijker dan weer voor de al genoemde boekhistoricus is de passage over de Van Ghelens en de vergelijking van twee bekende drukken. De druk die aan dit facsimile ten grondslag ligt komt uit het atelier van Jan van Ghelen III de Jonge en is gedateerd 1580. Bovendien stelt L. Geeraedts vast dat de houtsneden die ook in de druk van 1575 zijn gebruikt, daar talrijker beschadigingen vertonen dan de hier gereproduceerde druk; hij zal dus eerder uit 1585 dan uit 1575 stammen. Belangrijk ook is het overzicht van de Nederlandse Uilenspiegel-overlevering, reeds zeer spoedig na de oorspronkelijke Duitse ingezet. Het onderzoek naar die oorspronkelijke uitgave (in het Duitse taalgebied) wordt inmiddels verder gezet. De reeds vroeger vermoede auteur, Herman Bote, wordt voorlopig aangehouden. Geraedts gaat nog in op de teksttraditie, ook in de anderstalige versies.
Het facsimile zelf wil 'de druk in al haar onvolkomenheden ... zo authentiek mogelijk weer[ge]geven, ten einde de lezer van nu het boek te presenteren zoals de lezer van toen het heeft gekocht'. Te dien einde zijn op de binnenzijde van de stofwikkel 'leestips' bezorgd. In hoever dát zal lukken bij de Ulenspiegelfans die niet met gotische letter zijn vertrouwd, valt af te wachten. Het geheel is mooi gepresenteerd, in een imitatie-perkamenten band met stofwikkel waarop de titelpagina in rood en zwart is gereproduceerd. [E. C.-I.].
1191. - J. TRAPMAN, Überlegungen zu einer unbekannten Ausgabe des 'Summario de la Santa Scrittura' in Nederlands Archief voor Kerkgeschiedenis,67, 1987, p. 143-155, ill.
Terloops wordt in dit artikel vermeld dat het enig bekend exemplaar van de (Economica christiana (later als Summa bekend geworden), met drukplaats Straatsburg, in feite door Marten de Keyser te Antwerpen is gedrukt. [E. C.-I.].
1192. - Carsten-Peter WARNCKE, Bild, Wort und Dekor. Zu einer Kartuschenfolge von Hans Liefrinck aus dem Jahre 1556 in Imprimatur,N.F. 12, 1987, p. 63-79, ill.
De Antwerpse drukker Hans Liefrinck, is voornamelijk bekend als uitgever en graveur (hout en koper) van kaarten en prenten. Uit 1560 was een uitgave van een reeks modellen van cartouches of 'compartimenten' bekend. De Herzog August-Bibliothek in Wolfenbüttel blijkt twee exemplaren van de éérste uitgave te bezitten: 'Varii generis partitionum, seu (vt Italis placet) compartimentorum formae ... Excudebat Joan. Lievrinck, An. Chr. M.D.LVI. Prostant Antuerpiae, via longobardica, in signo capitis Turcici'. Het is een reeks van 24 houtsneden waarin de cartouche telkens in overdadig rolwerk met grotesken is gevat, en enkele korte regels tekst heeft die - te oordelen op verkleinde reprodukties - gegraveerd is. Uitzondering hierop maakt de titelpagina. [E. C.-I.].
1193. - Anna BIJNS, Schoon ende suverlijc boecxken inhoudende veel ... constige refereinen (1528). Facsimile-uitgave naar het Heber-Serrure exemplaar (Koninklijke Bibliotheek Albert I, Brussel). Bezorgd en toegelicht door Lode ROOSE. Met een nawoord door Marnix GIJSEN. - Leuven etc.: Acco; Brussel Koninklijke Bibliotheek Albert 1, 1987. - 2 din. (VIII, 176 p.; 211 p.) ill.; 12 x 17 cm. - ISBN 90-334-1032-X. BF 2.490.
Fraai uitgevoerd facsimile van een der belangrijkste dichtbundels uit de Nederlandse literatuur. In de inleiding ook enige bibliologische gegevens, o.a. over drukker Jacob van Liesvelt. Alle vraagtekens rond deze druk zijn nog niet opgelost: wat is de geschiedenis van de houtsnede op het titelblad? hoe is de verhouding tot het afwijkende Maastrichtse exemplaar? [M. d. S.].
1194. - Jos ANDRIESSEN, Een weinig bekend boekje (1571) van Cornelius Vrancx bij de inzet van de contrareformatie te Gent,in Liber amicorum Dr. J. Scheerder ...,p. 63-71 (cf. nr. 1189).
In het Ruusbroecgenootschap te Antwerpen berust een druk van Ghileyn Manilius uit 1571 (BT 7149), uit de literatuur bekend maar niet bij C. Vrancx' werken in de Bibl. Belgica' beschreven: Den Sluetel [sic] der Missen [E. C.-I.].
1195. - Imprimeurs & libraires parisiens du XVIe siècle. Ouvrage publié d'après les manuscrits de Philippe RENOUARD. T. IV: Binet-Blumenstock. [Volume rédigé par Sylvie POSTEL-LECOCQ et Marie-José BEAUD-GAMBIER]. - Paris: Service des travaux historiques de la ville de Paris, 1986. - XXXI, 228 p.: facsim.; 27 cm.
Worden hier o.m. behandeld 1. Franz Birckmann, boekverkoper van 1504 tot 1530 te Keulen, Londen en Antwerpen van boeken die hij o.m. te Parijs laat drukken; er volgt een verkorte titellijst van deze Parijse drukken. 2. Arnold I Birckmann, boekverkoper van 1522 tot 1542 in dezelfde steden. 3. Zijn weduwe, Agnes von Gennep, boekverkoopster te Parijs van 1547 tot 1549. 4. Arnold II Birckmann, boekverkoper te Antwerpen vanaf 1549. Louis Blaubloom, alias Cyaneus, Gentenaar van geboorte, werkzaam als uitgever en drukker te Parijs, en steeds in betrekking blijvend met de wereld van de Vlaamse humanisten. [E. C.-I.].
1196. - Ton CROISET VAN UCHELEN, The mysterious writing-master Clemens Perret and his two copy-books in Quaerendo,17, 1987, p. 3-44, ill.
Herziene en vermeerderde versie van het artikel in het Festschrift Erasmus in 1984 verschenen (cf. Kroniek 11,
nr. 721), handelend over C. Perrets twee z.g. 'materieboeken' (copybooks). Clement Perret, geboren te Brussel in 1551 en overleden vóór of in 1591, is in het Plantijns archief geattesteerd. Croiset van Uchelen, de kenner bij uitstek van deze materie, heeft 26 exemplaren van de Exercitatio alphabetica (1569) onderzocht en daarbij twee edities vastgesteld; de tweede, waarvan een variant bestaat, werd door Plantijn te Antwerpen en Cornelis Claesz te Amsterdam in de handel gebracht. Perret heeft de teksten 'geschreven' en is ook de ontwerper van de sierranden, maar de graveur met het monogram ATA is niet bekend. Het Eximiae pueritiae alphabetum (1571) is in zes exemplaren bekend; het werd eveneens door Plantin en Claesz verspreid. [E. C.-I.].
1197. - Leon VOET, Un humaniste et son éditeur au XVIe siècle: Ogier Ghiselin de Busbecq et Christophe Plantin in Mémoires de la Société d'histoire de Comines- Warneton et de la région,16, 1986, p. 27-46, ill.
Op basis van brieven, archivalia (privilegies) en geannoteerde exemplaren, beschrijft L. Voet de drukgeschiedenis van Busbequius' Itinera (Plantin Press 851-852). Boeiend zijn de archiefgegevens over de distributie van beide edities (editie 1581: 450 exemplaren verkocht aan handelaars, 41 gratis voor relaties; editie 1582: 275 aan handelaars, 1 gratis). [M. d. S.].
Zie ook nr.
1608
1198. - Lavern John WAGNER, Some considerations on Plantin's printing of 'De la Hele's Octo missae' in De Gulden Passer,64, 1986 [versch. 1987], p. 49-59.
De auteur antwoordt op de vragen die hij zich gesteld heeft: hoe komt Plantin er toe een muziekdruk op het getouw te zetten van zo'n afmetingen en van een (nog) niet gevestigde beroemdheid, terwijl hij zich nooit op het drukken van muziek heeft toegelegd. [E. C.-I.].
1199. - Dirk VAN DEN AUWEELE, Het advies van Lodewijk van Schore over het huwelijk van Hendrik VIII en Catharina van Aragon (1534) in Répertoire ... 1988, [7 p.] (cf. nr. 1122).
In 1534 drukte Servaas van Sassen te Leuven het Consilium super viribus matrimonii Henrici VIII et Catharinae (NK 3860). Historische en juridische achtergrond van 'een klein meesterwerkje van " dubbelzinnigheid " worden helder voorgesteld, n.a.v. de aankoop van deze zeldzame postincunabel door de Leuvense Universiteitsbibliotheek (cf. nr. 1159, p. 54-59 nr. 11: aanwinst uit 1982 of 1983?). [M. d. S.].
Zie ook nr. 1122
1200. - J. A. J. M. VERSPAANDONK, Een beeldhouwer op de vingers gekeken. Grafische voorbeelden voor de zittertjes van het koorgestoelte in de Leuvense kerk van Onze-Lieve-Vrouw ter-Predikheren in Arca Lovaniensis,15-16 (1986-1987), 1987, p. 145-221, ill.
Als één reeks van deze grafische voorbeelden noemt de auteur de houtsneden van Jan Swart en Lucas van Leyden in de Vorstermanbijbel van 1528. Zijn dat echt de enige houtsneden die als model voor vrij stereotiepe taferelen uit het Oude Testament konden dienen? [E. C.-I.].
1201. - Loek GEERAEDTS, Enkele kanttekeningen bij 'De Stove' van Jan van den Dale in De Gulden Passer,65, 1987, p. 43-53, ill.
Behalve de editie uit 1528 (NK 677) en de 17de-eeuwse (Bib. Belgica, II p. 6 D.2) van De Stove,moeten er minstens nog twee andere drukken zijn geweest: één vóór 1548 en één vóór 1584. In die jaren verschenen twee drukken van Brants Sottenschip resp. bij M. Ancxt en J. van Ghelen, waarin (verschillende) kopieën van het blok voorkomen. L. Geeraedts beschouwt het als onaannemelijk dat die voor het Sottenschip zouden zijn ontworpen, en besluit derhalve dat de uitgevers van S. Brants werk een bestaand blok hebben gebruikt dat voorheen voor een onbekende uitgave van De Stove moet hebben gediend. [E. C.-I.].
Zie ook nr.
1153
1202. - Chris COPPENS, Uit de band gesproken 1 - Een band voor de H. Geest in Ex Officina, 3,1986, p. 155-164, ill.
Als 'triplet' eind 19de e. door de Bibl. Mazarine afgevoerd kwam de band terecht in de collectie H. Omont († 1940) door de K.U. Leuven in 1948 aangekocht. Het gaat hier om een exemplaar van de statuten van de Orde van de H. Geest (door Hendrik III in het leven geroepen) in een sprekende band: een strooipatroon van Franse lelies en vlammen, afkomstig uit het atelier van Nicolas Eve. [E. C.-I.].
1203. - Chris COPPENS, Uit de band gesproken 2 - Cadeautjes van Pighius en Tapper in een Leuvense band in Ex Officina,4, 1987, p. 36-52, ill.
Twee banden met rolstempels, in de Centrale Bibliotheek van de Leuvense Universiteit, zouden best Leuvens kunnen zijn. De eerste omsluit een Keulse druk uit 1537 met werk van Albertus Pighius die het boek ten geschenke gaf aan Ruard Tapper, kanselier van de universiteit (autografische aantekening op de titelpagina). De band bevat nog een paar andere teksten en het geheel heeft Tapper (1487-1559) van talrijke aantekeningen voorzien. Zeer waarschijnlijk heeft Tapper deze drukjes in één band laten binden. De verdere lotgevallen zijn in Coppens' goed gestoffeerde artikel na te lezen. De tweede band, ook een convoluut, bevat een werk van Tapper in 1555 te Leuven gedrukt. Tapper schonk onmiddellijk na het verschijnen ervan een exemplaar aan een overigens onbekende Clemens van Dale; in 1590 kwam het in andere handen. Coppens veronderstelt dat, de ene met de andere band in relatie gebracht, beide in Leuven zullen zijn ontstaan, vermoedelijk rond de jaren 50: de opvallende gelijkenis zowel wat de techniek als de decoratie betreft, wijst in die richting. Tot slot wordt de 'link' gelegd naar nog een paar andere banden die derhalve ook in Leuven zullen zijn te situeren. [E. C.-I.].
1204. - Aloïs JANS, Voorschriften over het boekenbezit van de pastoors in het aartsbisdom Mechelen (1574-1597) in Liber amicorum Dr. J. Scheerder ...,p. 73-74 (cf. nr. 1189).
Behalve de Bijbel, de Romeinse Catechismus en het klassieke Manipulus curatorum van G. de Montrocher, worden nog enkele titels vermeld die tot de aanbevolen lectuur van de Mechelse pastorale geestelijkheid horen. [E. C.-I.].
1205. - Peter H. MEURER, Atlantes Colonienses. Die Kölner Schule der Atlaskartographie 1570-1610. - Bad Neustadt a.d. Saale: D. Pfachler, 1988. - 244 p.: kaarten; 32 cm. - ISBN 3-922923-33-X. DM 198.
Ortelius' graveur Frans Hogenberg werd in Keulen de spil van een groep cartografïen die voor allerlei kaartwerk zorgden, meestal verkleinde uitvoeringen van de oorspronkelijke atlassen in folioformaat van Ortelius, De Jode en Mercator. Opvallend is dat de meeste van deze auteurs en kopergraveurs van Nederlandse origine zijn. De edities door de leden van deze Keulse school zoals P. Meurer ze noemt, bezorgd, zijn in deze publikatie bibliografisch vastgelegd. De uitvoering is royaal, overvloedig geïllustreerd en goed verzorgd. [E. C.-I.].
Zie ook nr.
2030
1206. - W. H. NEUSER, Bibliographie der Confessio Augustana und Apologie 1530-1580. - Nieuwkoop: De Graaf, 1987. 132 p.: ill.; 24 cm. (Bibliotheca humanistica et reformatorica, 37). ISBN 90-6004-378-2. Fl.80.
Behandelt niet alleen zelfstandige edities van de Duitse tekst: ook in verzamelwerk van Luther en Melanchthon en in vertaling (Latijn, Grieks, Engels, Frans, Nederlands, Pools, Sloveens, Kroatisch, Italiaans en Tsjechisch).
In het Nederlands werd de tekst gedrukt door Hans de Braeker (Wesel 1558 en 1563), door H. de Laet (Antwerpen 1566) en Hans Wolff (Frankfort 1567). Er zijn helaas geen registers. Kritische recensie door R. Bodenmann in Bibliothèque d'Humanisme et Renaissance (50, 1988, p. 224-226). [M. d. S.].
1207. - Memorabilia Erasmiana: die 'Adagia'. Führer durch die Ausstellung im Globenraum der Bibliotheca Augusta 3. November-3. Dezember 1986 (-4. April 1987), zusammen gestellt von Mathieu KNOPS. - Wolfenbüttel: Herzog August Bibliothek, 1986 [oplage 1987]. - 21 p.: ill.; 30 cm.
Het Erasmusjaar werd in Wolfenbüttel gevierd met een tentoonstelling rond de collectie Erasmusportretten en rond één van diens hoofdwerken, de Adagia (Latijnse edities, vertalingen, afzonderlijke essays etc.). Registers op namen, trefwoorden, Erasmustitels. Ook Wolfenbüttel bezit dus een van de grotere Erasmuscollecties, naast nog zo heel veel meer. [M. d. S.].
1208. - Franz BIERLAIRE, La première édition falsifiée des 'Colloques' in Dix conférences sur Erasme: éloge de la folie - Colloques. Actes des Journées organisées par l'Université de Bâle et le Centre culturel suisse, á Paris, les 11 et 12 avril 1986. - Paris-Genève: Champion-Slatkine, 1988, p. 79-93.
In 1523 verscheen te Parijs bij Pierre Gromors een door Lambertus Campester O.P. gecastigeerde editie van Erasmus' Familiarium colloquiorum formulae. Lang heeft men vruchteloos naar een exemplaar hiervan gezocht. F. Bierlaire identificeerde de druk in de grote collectie van het Erasmushuis te Anderlecht. Nader onderzoek leidde naar een andere 'falsificatie' door Campester bij dezelfde drukker en nog een Normandische piraatdruk. De Erasmusbibliografie heeft nog voor jaren stof in overvloed. [M. d. S.].
1209. - Paul VERHUYCK & Corine KISLING, Het Mandement van Bacchus, Antwerpse kroegentocht in 1580. - Antwerpen & Amsterdam: C. de Vries-Brouwers p.v.b.a., 1987. - 125 p.: ill.; 31 cm. - ISBN 90-6174-398-2. BF. 1.550.
Hoeveel kroegen er in het Antwerpen van 1580 wel waren, hoe ze heetten en wat voor wijn- en biersoorten er geschonken werden, daarop geeft dit boek een antwoord. De bron: een Antwerps spotmandement of parodie vol toespelingen op vastenavondvieringen en andere uitspattingen. Het vooralsnog enig bekend exemplaar wordt in het Museum Plantin-Moretus bewaard (R 1-12, 20). Het stuk is in facsimile, transcriptie en 'vertaling' bezorgd en in zijn historisch en literair kader geplaatst. De meeste aandacht is, terecht, uitgegaan naar de panden waar de 92 kroegen gevestigd waren, en naar al het edele nat en zijn benamingen. Er is heel wat archiefonderzoek verricht, mede dank zij mevr. G. Degueldre die aan een 'Kadastrale ligger van Antwerpen, 1584-1585' werkt.
Jammer alleen dat aan "een nieu mandement' als druk wat weinig aandacht is besteed: we vernemen niets over formaat en juiste aantal bladen; het is een octavo van 4 bladen (A4), een half vel dus. Een Lettersnijdertype kan inderdaad geen uitsluitsel geven over de drukker, maar zijn de vignetten, de sierinitiaal en de toch ongebruikelijke houtsnede onderzocht? Wie achter Bacchus als auteur schuil gaat is allicht moeilijker uit te maken. Tenslotte vraag ik me af hoe het komt dat het facsimile, in dit overigens zeer goed verzorgde en overvloedig en zinvol geïllustreerde boek, een misbaksel moet zijn: de eerste en de laatste bladzijde zeer sterk vergroot, de rest minder vergroot met twee pagina's naast elkaar. De afmetingen van de zetspiegel bedragen in werkelijkheid voor het titelblad 123 x 68, voor de houtsnede 81 x 58, voor A2 r. 120 x 65 mm. [E. C.-I.].
1210. - Christian COPPENS, Une collaboration inconnue entre Caroline Guillard et Hugues de La Porte en 1544: le 'De Civitate Dei' d'Augustin édité par Juan Luis Vives in Gutenberg-Jahrbuch,1988, p. 126-140, ill.
Vives' Augustinus-editie (op aanraden van Erasmus) verscheen voor het eerst te Basel bij J. Froben in 1522. Een eeuw later verscheen de 53ste (!) druk te Genève bij J. Stoer. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de drukgeschiedenis (met stemma). Vooral een onbekende Parijs-Lyonese co-editie wordt nader onderzocht. In de Nederlanden verscheen de Latijnse tekst te Antwerpen bij Plantin (1576-77) en Jan Moretus (1600), een Nederlandse vertaling te Delft bij Adriaan Gerrits in 1621. [M. d. S.].
1211. - Erik DUVERGER, Antwerpse kunstinventarissen uit de zeventiende eeuw. Dl. III: 1627-1635 documenten 591-879. - Brussel: Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en schone Kunsten van Belgié, 1987. -IV, 516 p.; 26 cm. (Fontes historiae artis neerlandicae = Bronnen voor de kunstgeschiedenis van de Nederlanden I, l). - ISBN 90-6569-380-7. BF 2.500.
Voortzetting van Kroniek 13, 1987,
nr. 1034. Ook hier enkele bronnen voor boek- en bibliotheekgeschiedenis: nr. 617 (p. 63-67) 1627, 13 aug., staat van goederen van Cathelijne Pauwels (overl. sept. 1621), weduwe van Maarten I Huyssens, boekverkoper (schulden); nr. 639 (p. 103-111) 1628, 6-8 juli, kunstwerken nagelaten door Steven II Wils, schilder (inz. p. 108-111 geïllustreerde boeken en gravurereeksen); nr. 691 (p. 181-184) 1630, 16 jan., meubels en drukkersmateriaal, evenals voorraden van Jan II van Keerberghen; nr. 720 (p. 218-219) 1631, 22 maart, o.a. boeken van Louis I Rustici, chirurgijn; nr. 732 (p. 232-236) 1631, 21/26-28/31 mei, o.a. bibliotheek van Jacques Happart, dijkgraaf; nr. 736 (p. 241-244) 1631, 11-12 juli, o.a. boeken van Jan Reulin; nr. 738 (p. 245-246) 1631, 11 aug. o.a. boeken van Daniël Le Mesureur, kanunnik te Cambrai; nr. 830 (p. 398-399) 1634, 22 juli, boeken van Jaspar Steelsius; maar vooral nr. 870 (p. 449-491!) 1635, 27 sept.-3 okt., nagelaten goederen van Jeronimus I Verdussen (overl. 27 sept. 1635), een inventaris kamer per kamer, plank per plank van huisraad, boekenvoorraad (veel school-, devotie- en volksboeken), lettermateriaal (per gewicht), drukkersmateriaal, schulden - een goudmijn voor de boekhistoricus. [M. d. S.].
Zie ook nrs. 1615; 1619; 1628; 1914
1212. - J. L. M. GIELES & A. P. J. PLAK, Bibliografie van het Nederlandstalig narratief fictioneel proza 1670-1700. Bibliography of prose fiction written in or translated into Dutch 1670-1700. Ingeleid door L. R. POL. - Nieuwkoop: .De Graaf Publishers BV, 1988. - 229 p.: facsim.; 25 cm. (Bibliotheca bibliographica Neerlandica, 24). - ISBN 90-6004-397-9 geb. Fl. 90.
De zeventiende- en achttiende-eeuwse roman in Nederland kan pas sedert een paar decennia op echte belangstelling bogen. Vandaar dat een bibliografie op dit gebied onmisbaar werd. Wat precies met roman of met verhalend proza (La fiction narrative en prose is klakkeloos vertaald) wordt bedoeld, vergt enige toelichting - wat trouwens uit de vijf bladzijden lange 'Afbakening' blijkt. Duidelijkheidshalve herneem ik de bepaling door de auteurs gegeven: 'fictioneel narratief proza, Nederlandstalig (oorspronkelijk én vertaald), groter dan drie pagina's en afzonderlijk uitgegeven' (p. 10). Theoretisch gezien zal men er geen moeite mee hebben, in de praktijk wel en dat geven de auteurs ook toe. Waar ligt nu de grens tussen verhaal en beschouwingen, tussen fictie en historie? Is dit op een schaaltje af te wegen? 'Vele gevallen [zijn] niet werkelijk oplosbaar' (p. 11): het verbaast me dan wel enigszins dat er slechts acht twijfelgevallen (via een speciaal register) zijn gesignaleerd. Wij treffen in deze bibliografie titels aan als Batavische Arcadia, Den Berg Parnas, De Ontschakinge van de schoone Clarinde, Het kluchtige leven van Don Francisco de Pocaropa,enz. in het gezelschap van Eens Christens reyse na de eeuwigheyt van John Bunyan, De heyr-baene des cruys van Benedictus van Haeften, Der zielen troost! Dit geeft mij toch een enigszins onbehaaglijk gevoel. Want waar ligt dan de grens met de - zo overvloedige - devotieliteratuur? M.a.w. wanneer is die 'fictie'? De begindatum 1670 is ingegeven door de overweging dat literair-historici op dat moment de 18de eeuw laten beginnen; de (voorlopige) einddatum 1700 berust op zuiver praktische gronden. Met deze publikatie is de eerste stap gezet van het grote project dat de jaren 1670-1830 zal bestrijken.
De bibliografie is alfabetisch op naam van auteur en titel (eerste woord) van de anoniemen geordend. De beschrijving van de titels en het impressum houdt het midden tussen diplomatisch en vereenvoudigd (of aangepast zo men wil); nogmaals wil ik hier een lans breken voor het aanwenden van reprodukties van de titelpagina, i.c. liefst op verkleind standaardformaat, ter vervanging van z.g. facsimile-beschrijvingen die het niet zijn. Daarnaast volgt, in een aanmerkelijk kleiner corps, de annotatie. Die bestaat uit de inhoudsbeschrijving, ev. informatie m.b.t. vertalingen, de collatie, opsomming van exemplaren met ev. mededelingen over conditie en herkomst, aanvullende editie-technische gegevens, bijzonderheden (waaronder gebruikssporen), vindplaatsen (met nogal ongebruikelijke afkortingen), bibliografische verwijzingen. Op zich kunnen al deze elementen nuttige, ja onontbeerlijke informatie verstrekken. Het komt echter een beetje rommelig over: de collatie is na de beschrijving het belangrijkste editiekenmerk maar staat er ver vanaf, exemplaren worden tweemaal vermeld (eens met en eens zonder kenmerken), annotaties betreffende auteur of vertaling en bibl. verwijzingen staan daartussen wat verloren. Informatie betreffende exemplaren is van een andere orde dan die over de editie en het verdient derhalve aanbeveling die gescheiden op te geven. Vindplaatsen zijn de belangrijkste bibliotheken in Nederland en België, de Herzog August Bibliothek te Wolfenbüttel en de British Library te Londen. Dan zijn er de registers - gelukkig. Naar mijn smaak echter te talrijk: 17. Ik geef toe dat ik als niet literair-historicus niet onmiddellijk het belang van al die afzonderlijke registers inzie. Dat verschillende opzoekmogelijkheden bestaan betekent alleen maar voordeel: persoonsnamen en geografische namen op de titelpagina, significante woorden uit de titel, persoonsnamen in de aanhef en de ondertekening van voorwerk; drukkers, uitgevers en boekverkopers, censors en ondertekenaars van privileges, plaatsen van uitgave. Vertalers zijn in een apart register opgenomen al komen ze reeds op de titelpagina voor. Een algemene index op alle persoonsnamen groepeert een aantal van de andere ... De functie van een register bestaat er in, via een bekende naam snel na te slaan of die wel in het werk voorkomt. Men raadpleegt ongetwijfeld sneller één dan tien registers. Is een differentiëring wenselijk, dan kan dit b.v. via een geijkte afkorting in de aard van 'vert.', 'dr.'. Afzonderlijke registers moeten in ieder geval blijven: een chronologisch, een topografisch (waar de drukkers onder de stad horen) en uiteraard een register van bibliografische verwijzingen. De kapitalen in de registers bevorderen de leesbaarheid niet en zijn niet mooi; bij ontstentenis van klein-kapitalen lijkt mij onderkast verkieslijk. Overigens is het werk verzorgd gezet en goed gedrukt: zwart (en niet grijs!). De reeks Bibliotheca bibliographica Neerlandica in de vertrouwde blauwlinnen uitgeversbanden is nu al aan haar 24ste deel toe. Er is nog werk genoeg op de plank om de voortzetting ervan verzekerd te weten. [E. C.-I.].
Zie ook nrs.
1315; 1430; 2551
1213. - J. A. GRUYS, Ornamental bears and other animals. An excursus on some head and tail pieces in The Pilgrim Press,p. 161-169 (cf. nr. 1223).
Het toeschrijven van een druk aan een (niet genoemde of betwiste) drukker dient met de grootste omzichtigheid te geschieden. Defecten aan ornamenten kunnen een aanwijzing geven, maar vormen geen bewijs. Het ontbreken van een defect is geen afdoend argument om een toewijzing uit te sluiten. Drukkers kunnen over verschillende exemplaren hebben beschikt. Gruys wijst erop dat deze ornamenten geen unieke houtsneden waren, maar dunne stukjes metaal op houtblokjes genageld. Dit wordt in concreto aangetoond voor o.m. het beer-ornament dat voorkomt in de drukken die aan de 'Pilgrim Press' worden toegeschreven. Een les in methodologische voorzichtigheid! [M. d. S.].
1214. - Chris COPPENS, Religieuze literatuur, verspreiding en gebruik. Een voorbeeld bij de celiebroeders in Arca Lovaniensis,15-16 (1986-1987), 1987, p. 69-93, ill.
Een naklank bij de alexianententoonstelling te Leuven van 1985: twee handschriften resp. uit 1724 en zonder datum maar uit ongeveer dezelfde tijd, blijken kopieën te zijn naar twee drukken. Het Directorium van Theodoor de Vrye werd oorspronkelijk gedrukt door Godgaf Verhulst de Jongere in 1673 en Den oprechten religieus van Jan Tack verscheen by Guiliam Stryckwant in 1686. C. Coppens weidt n.a. hiervan uit over het drukkersmerk van Verhulst en de illustraties (pentekeningen) die de kopiïst van het tweede werkje liet aanbrengen. [E. C.-I.].
1215. - J. B. H. ALBLAS, Johannes Boekholt (1656-1693), the first Dutch publisher of John Bunyan and other English authors. With a descriptive bibliography of his publications. (Proefschrift Amsterdam). - Nieuwkoop: De Graaf, 1987. - 535 p.: ill.; 24 cm. (Bibliotheca bibliographica neerlandica, 22). - ISBN 90-6004-390-1. Fl. 150.
Evenals de studie van P. G. Hoftijzer (cf.
nr. 1234) is dit een belangrijke bijdrage tot de geschiedenis van uitgeverij en boekhandel in de Republiek. Alblas behandelt 1° Boekholts leven en familiale achtergond (p. 19-32), 2° zijn betekenis als uitgever en boekverkoper (p. 33-166: hij is de verspreider van het Engelse piëtisme), 3° zijn relaties met collega-uitgevers (p. 167-224), 4° zijn betekenis als auteur (p. 225-259). Als hoofdonderdeel fungeert de bibliografie (p. 261-484): 127 uitgaven worden beschreven met transcriptie van titelblad, collatie, inhoudsopgave, varianten en exemplaren. In bijlage (p. 485-494) nog twee lijsten van 10 werken met 'trade-lists' (chronologisch) en 20 andere drukken door Boekholt verkocht (alfabetisch, 107 nrs.). Registers op drukkers, uitgevers en boekverkopers, evenals op persoonsnamen, ontsluiten deze geslaagde studie. In de transcriptie is de gotische letter weergegeven door olde worlde 12. [M. d. S.].
1216. - N. GEIRNAERT, Drukwerk van Pieter Zoetaert en Willem de Neve. Een kleine aanvulling uit een Brussels handschrift in Handelingen van het Genootschap voor geschiedenis (Brugge), 124, 1987, p. 77-82.
Handschriftencollecties bevatten niet zelden onbekend (gelegenheids)drukwerk. In Hs. Brussel, K.B., 8582-85, een reeks documenten i.v.m. de Brugse H. Bloed-legende, ontdekte N. Geirnaert twee Brugse drukjes van resp. Pieter Zoetaert (uit 1608) en Willem de Neve (uit 1611). Met nog enkele kleinere gegevens is dit een mooie aanvulling op de studies van A. Schouteet uit 1977 en 1984. [M. d. S.].
1217. - Francesco BARBERI, Gli Elzevier e l'Italia in Accademie & biblioteche d'Italia,53 (36 n.s.), 1985, p. 279-298.
Italiaanse auteurs en teksten, uit de bibliografie van de Elzeviers door A. Willems, gelicht en in alfabetische orde geplaatst. Geen aanvullingen. [E. C.-I.].
1218. - L. J. VANDEWIELE, Broeder Petrus Gillis S.J. (1620-1697), auteur van Medicina pharmaceutica of Drogbereidende geneeskonst in Farmaceutisch tijdschrift voor Belgiè,62, 1985, p. 305-315, facsim.
Het eerste stuk van dit artikel handelt over het auteurschap van het in de titel genoemd werk. Dat het bekend is als zijnde van Robert de Farvacques, is te wijten aan drukker Fr. Foppens die het (onverkochte) restant met een nieuwe titelpagina te koop aanbood. De Pharmacia Galenica & chymica,waarop de Medicina pharmaceutica teruggaat, is met de initialen IBSI gesigneerd, door P. Boeynaems reeds eerder als Jan Bisschop S.J. geïdentificeerd. [E. C.-I.].
1219. - Christian COPPENS, Steadfast I hasten: the Louvain printer Henrick van Ha(e)stens in Quaerendo,17, 1987, p. 185-204.
Anna Simoni heeft in 1985 de overgang van de protestantse Leidse drukker Van Haestens naar het katholieke Leuven beschreven (cf. Kroniek 12, 1986,
nr. 931). C. Coppens besteedt hier vooral aandacht aan de Leuvense periode (1621-1629), met o.m. de relatie tot Erycius Puteanus. In het tweede deel worden de Leuvense drukkersmerken (inz. de gevleugelde schildpad) beschreven en iconografisch geïnterpreteerd. [M. d. S.].
Zie ook nr. 2370
1220. - Harm DEN BOER, Ediciones falsificadas de Holanda en el siglo XVII: escritores sefarditas y censura judaica in Varia bibliographica: homenaje a José Simón Diaz. - Kassel: Reichenberger, 1988, p. 99-104. (Teatro del Siglo de Oro. Bibliografias y catálogos, 8). - ISBN 3-923593-55-4.
Een aantal Spaanse teksten van Miguel de Barrios (1635-1701) en José Penso de la Vega (1650-1692), leden van de joodse gemeenschap te Amsterdam, waren om literaire, ideologische en politieke redenen niet aanvaardbaar voor de censuur van de Mahamad (joods bestuursorgaan). Toch werden zij bij hun 'gewone' drukker gedrukt, met een fictief impressum ('Brussel' of 'Antwerpen'). Lettertypen, vignetten en vooral initialen verwijzen naar de Amsterdamse drukkers van hun andere teksten. De bijlage (p. 108) bevat een korte beschrijving (met collatie en exemplaaropgave) van 12 edities van Penso de la Vega. [M. d. S.].
1221. - P. WACKERS & R. VAN DAELE, Antwerpse Reynaert-scribanen van omstreeks 1700 in Antiek,22, 1988, p. 377-392, ill.
Als iconografische bron voor de acht voorstellingen op vijf schrijfkabinetten wijzen de auteurs een druk van Jacob Mesens (Antwerpen) uit 1651 aan. Deze bewerking van het Reynaertverhaal als volksboek door Seger van Dort bevat 21 verschillende houtsneden die de signatuur van E. Quellijn en J.-Chr. Jegher dragen. Elke cyclus op de schrijfkabinetten vertoont niet per se dezelfde voorstellingen, maar vormt toch een geheel. De tinnen platen zijn 'gelijktijdig uitgesneden' maar 'afzonderlijk bewerkt met de graveernaald'; dit verklaart dat men niet steeds van echte kopieën kan spreken. [E. C.-I.].
Zie ook nr.
1227
1222. - Mathieu KNOPS, Drucke aus den Niederlanden in der Sammlung des Herzogs in Barocke Sammellust. Die Bibliothek und Kunstkammer des Herzogs Ferdinand Albrecht zu Braunschweig Lüneburg (1636-1687). - Weinheim: VCH, Acta Humaniora, 1988, p. 97-110. (Aussteltungskataloge der Herzog August Bibliothek, 57). - ISBN 3-527-17818-X.
Overzicht en beschrijving van enkele populaire en 'actuele' Nederlandse drukken, meest erotica, tijdens en na Hertog Ferdinands reizen in de Nederlanden verworven. Naast de drukgeschiedenis worden - nuttig! - ook gegevens vermeld over andere edities en verwante teksten in Wolfenbüttel aanwezig. [M. d. S.].
1223. - Rendel HARRIS & Stephen K. JONES, The Pilgrim Press. A bibliographical & historical memorial of the books printed at Leyden by the Pilgrim Fathers. With a chapter on the location of the Pilgrim Press in Leyden by Dr. PLOOIJ. Partial reprint with new contributions by R. BREUGELMANS, J. A. GRUYS & Keith L. SPRUNGER. Edited by R. BREUGELMANS. - Nieuwkoop: De Graaf, 1987. - X, 179 p.: ill.; 24 cm. (Bibliotheca bibliographica Neerlandica, 23). - ISBN 90-6004-391-X (niet in het boek afgedrukt!). Fl.90.
In 1922 verscheen de eerste uitgave van The Pilgrim Press. Buiten de kring van historici van het Puritanisme in Engeland en de Verenigde Staten en van de Mayflower-verzamelaars heeft het weinig weerklank gevonden, ook niet bij de geschiedschrijvers van het boek in Nederland. R. Breugelmans brengt het boek opnieuw onder onze aandacht en dat op een zeer geslaagde wijze, die navolging verdient.
P. 1-71 zijn een reprint van de oorspronkelijke uitgave. Passages die correcties, c.q. aanvulling behoefden zijn met een asterisk gemerkt in margine - de aanvullingen bevinden zich op p. 153-156. 'Appendix II: Collations' heeft Breugelmans vervangen door een nieuwe,analytisch-bibliografische beschrijving van de twintig drukken. Alle titelpagina's zijn gereproduceerd (op één na op ware grootte). Veel meer dan een toch beperkte en voor fouten vatbare facsimile-transcriptie, geven zij een kijk op het boek. De beschrijving omvat: collatieformule, paginering, gegevens over zetspiegel en koptitels, opgave van gebruikte ornamenten, lettertypes en initialen (alle afgedrukt op p. 134-152), inhoudsoverzicht, bibliografische verwijzingen en exemplaaropgave; het commentaar van Harris & Jones is ook afgedrukt, met verwijzing naar nieuwere interpretaties. 'Were the books with Brewster's address on their title-pages printed by him?' (p. 157-160) is een aanvullend onderzoek van Breugelmans die, op basis van de uiterlijke verschijningsvorm, een negatief antwoord geeft voor drie (of vier) titels. J. A. Gruys (p. 161-169) onderzoekt het eertijds 'typisch' geachte beer-ornament (cf. nr. 1213) en K. L. Sprunger de motivering voor de drukkersactiviteiten van Brewster en Brewer en hun selectiecriteria (p. 170-177).
De Pilgrim Press van Brewster en Brewer, slechts enkele jaren actief te Leiden (1617-1619), is thans een volwaardig onderdeel van de Nederlandse boekgeschiedenis. R. Breugelmans heeft dat duidelijk gemaakt door deze analytisch-bibliografische demonstratie. Alle vragen rond deze drukkerij zijn nog niet opgelost; het materiaal staat nu echter ter beschikking. Een register van namen en zaken had nog meer kunnen bijdragen tot de waarde van deze verbeterde editie. [M. d. S.].
Zie ook nrs.
1213; 2381
1224. - Diane VAN DAELE, Gerardus Rivius, drukker te Leuven & pedel van de theologische faculteit (1597-1634). Onuitgegeven licentiaatsverhandeling K.U. Leuven 1986-1987. 120 bl.: ill.; 29 cm. (Te raadplegen in de Leuvense Universiteitsbibliotheek en in de Afdeling Kostbare Werken van de Koninklijke Bibliotheek te Brussel).
Een eerste verkenning van de loopbaan van Gérard du Rieu (Luik ca. 1570-Leuven 10 april 1634). Opgeleid bij Joh. Bellerus, gehuwd met een dochter van Joh. Bogardus, zwager van Balthazar Bellerus, drukte Rivius eerst te Luik (3 drukken 1593-1597), vooraleer hij in Leuven het bedrijf van Bogardus overnam. Deze laatste concentreerde zich daarna op de hoofdzetel te Dowaai. Te Leuven drukte Rivius voor de universiteit, maar ook wel voor de Augustijnen (schoolmateriaal - helaas niet bewaard). Hij was tevens pedel van de theologische faculteit. Een vijftigtal drukken worden beschreven (met exemplaarvermelding voor Belgische bibliotheken). Daarnaast is er een lijst van (ook al schaars overgeleverde) eenbladdrukken met repetitiones. In bijlage worden de gebruikte ornamenten afgebeeld. Een nuttige materiaalverzameling. [M. d. S.].
1225. - Georges COLIN, La véritable histoire de Lancelot de Casteau in Répertoire ... 1988,[8 p.] (cf. nr. 1122).
Het ware verhaal van een belangrijke aanwinst voor de Koninklijke Bibliotheek: het 'onvindbare' Franse kookboek in 1604 te Luik gedrukt door Leonard Streel. [M. d. S.].
Zie ook nr. 1122
1226. - Jean-Pierre DE PAUW, Drie boekjes ter ere van het H. Kruis van Asse in 650 jaar heilig Kruis van Asse. Situering, legende en verering. - Asse: Gemeentelijk Feestcomité 650 jaar H. Kruis te Asse, 1987, p. 231-236, facsim.
Herdenkingen kunnen stimulerend werken en tot vondsten leiden. Zo werd onlangs een speurtocht ingesteld - en met succes bekroond - naar een Brusselse druk uit 1614, in de Stadsbibliotheek te Maastricht. Het betreft van Henricus Calenus, Cort verhael van den eersten oorspronck van twee miraculeuse crucifixen, berustende inde prochiekercke der vryheyt van Asche .... voor het eerst verschenen te Brussel bij Rutgeert Velpius in 1614.
De literatuur over het H. Kruis van Asse is overvloediger dan men zou vermoeden; ze vormt een niet te verwaarlozen bijdrage tot een bibliografie van Brussel. [E. C.-I.].
1227. - Reynaert den Vos oft Der Dieren Oordeel. Facsimile van het rond 1700 in de drukkerij van Hieronymus Verdussen vervaardigde volksboek. Verzorgd en van een inleiding voorzien door Erwin VERZANDVOORT en Paul WACKERS en met een voorwoord van Loek GEERAEDTS. - Antwerpen-Apeldoorn: Berghmans, 1988. - 39 p. + 64 p. facs. + 2 p.: facs.; 21 cm. (Gloriant: Literatuur der Lage Landen in facsimile, 2). - ISBN 90-70959-16-X. BF 1195.
Na de incunabelversies met hun uitlopers in Engeland en Neder-Duitsland, werd de Reinaert in de 16de eeuw bewerkt voor schoolgebruik. C. Plantin drukt een Nederlandse en een tweetalige, Nederlands-Franse bewerking (Plantin Press 2138-39). Daarna ontstonden, parallel met de historische evolutie, twee 'volksboek'-tradities: een Noordnederlandse (1589-1795) en een Zuidnederlandse (tot in de negentiende eeuw). De oudst bewaarde editie van deze Zuidnederlandse tak wordt hier in facsimile gepubliceerd, met een inleiding over de hele traditie van Reinaert-drukken. Verdussens druk is ongedateerd en is verschenen tussen 1695 en 1738: 'rond 1700' lijkt nauwkeuriger, maar blijft hypothetisch. Deze druk bevat een 'Approbatie' door Max. van Eynatten gedateerd 1631 (wellicht een, drukfout voor 1613). Vroegere drukken zijn helaas niet bewaard gebleven. De Verdussendruk (gereproduceerd naar ex. U.B. Amsterdam 1514 G 1 - er zijn ook twee exempl. in de Antwerpse Stadsbibliotheek) is tevens belangrijk wegens de illustratiereeks, door Erasmus Quellijn (1606-1678) ontworpen voor 'T Vonnis der dieren over Reynaert den Vos, oft Spiegel der Archlisticheyt (Antwerpen,Jacob Mesens, 1651), een versbewerking door Seger van Dort (cf.
nr. 1221). De prozabewerking bij Verdussen wijst in de richting van een schoolboek, misschien zelfs van een moraliserend jeugdboek. De 'lastige ironie' is duidelijk weggecensureerd.
Het facsimile is tamelijk vet, overigens best leesbaar voor wie de gotische letter gewend is. Een aanwinst voor Reynardianen en liefhebbers van oudvaderlandse volksboeken. [M. d. S.].
1228. - J. F. HEIJBROEK, Bij de voorplaat in De Boekenwereld, 4, 1987-1988, 1, okt. 1987, p. 22-25.
Over de beroemde drukkerij-ets in S. Ampzings Beschryvinge ende Lof der Stad Haerlem in Holland (1628), tevens in de bijhorende Laure-Crans voor Laurens Coster van Petrus Scriverius. De tekening van P. Saenredam werd gegraveerd door J. van de Velde. Een gelijkaardige atelier-scène komt voor in het drukkersmerk van Adriaen en Gilles Rooman (Haarlem). [M. d. S.].
1229. - Anshelmus Faust, Beschrijvinghe ende onderwijsinghe ter discreter ende vermaerder consten des boeckbinders handwerck = Prescription et enseignement de la discrète et fameuse science de la manifacture des relieurs de livres. Edité avec une introduction et des notes par Georges COLIN. -Bruxelles: Bibliotheca Wittockiana & Fl. Tulkens, 1987. - 137 p.: ill., facsim.; 31 cm. (Studia Bibliothecae Wittockianae, 2). BF 2.600.
Eerste uitgave van hs. M 352 bewaard in het Museum Plantin-Moretus, het op één na oudst bekende handboek voor boekbinders. Het handschrift dateert uit 1612 en zit in een tweelingband. In het Duits geschreven door A. Faust, zou het in Nederlandse en Franse versie aan de kloostergemeenschap van Sint-Bernardus-aan-de-Schelde te Hemiksem geschonken worden. De begunstigde was Michel Gobau (+ 1659), subprior en bibliothecaris. In een eerste gedeelte handelt Faust over de techniek van het boekbinden en van de boekbanddecoratie. Het tweede gedeelte bevat recepten voor verven, inkten, en dgl. In de inleiding wordt uitvoerig ingegaan op de auteur en zijn werk, het handschrift en zijn band. Terwijl de Nederlandse tekst vrijwel geen voetangels schijnt te bevatten (?), behoefde de Franse meer toelichtingen wegens de ongebruikelijke Franse woorden of gewoon de onvertaalde Nederlandse woorden. Het spreekt vanzelf dat deze tekstuitgave, waarop een 'Interpretatie' (volgens de tekstbezorger géén vertaling of omzetting in hedendaags Frans) volgt, zowel de filoloog als de boekbanddeskundige ten zeerste zal interesseren. Het 'Boeckbinders handwerck', nummer 2 in de reeks door de Bibliotheca Wittockiana opgezet, is royaal uitgegeven, met talrijke facsimile's geïllustreerd, in bordeaux linnen band. [E. C.-I.].
1230. - Peter J. A. N. RIETBERGEN, Lucas Holstenius (1596-1661), seventeenth-century scholar, librarian and book-collector. A preliminary note in Quaerendo,17, 1987, p. 205-31.
Boeiende inleiding op een typische zeventiende-eeuwse geleerde bibliothecaris. Als noorderling (° Hamburg) in Rome (Vaticaan en Barberini) bestelde hij vaak boeken bij de Nederlandse firma in Venetië 'Combi-La Noue' - een nauwelijks bekend aspect van de Nederlandse boekhandelsgeschiedenis. [M. d. S.].
1231. - Bert VAN SELM, De bibliotheek van Pieter Saenredam in Kunstschrift,32, 1988, nr. 1, p. 14-19.
In 1976 'ontdekte' B. van Selm in (alweer) Wolfenbüttel de veilingcatalogus uit 1667 van de boeken uit de nalatenschap van kunstschilder Pieter Saenredam. Hier analyseert hij deze uitzonderlijke bibliotheek, grotendeels bestaande uit werken in het Nederlands. Dit leert veel over de kennisdrang van een 17de-eeuwse 'artifex'. [M. d. S.].
1232. - L. J. VANDEWIELE, 400 jaar geleden werd te Enkhuizen kanunnik Bernard Wynhouts, norbertijn en botanicus, geboren in Farmaceutisch tijdschrift voor België,65, 1988, p. 97-101, ill.
Bernard Wynhouts (1588-1662) heeft in de abdij van Dielegem te Jette bij Brussel, waar hij in 1618 was ingetreden, een aantal wetenschappelijke publikaties 'ad usum' - in gebruik - gehad. Sporen hiervan bleven achter in de oude verzameling van de Stad Brussel, bewaard in de Koninklijke Bibliotheek Albert I. [E. C.-I.].
1233. - Bert VAN SELM, 'Een menighte treffelijcke Boecken'. Nederlandse boekhandelscatalogi in het begin van de zeventiende eeuw. With a summary in English. - Utrecht: Hes Uitgevers, 1987. - XII, 432 p.: facsim.; 25 cm. ISBN 90-6194-366-3. Fl. 125.
Over een op het eerste gezicht waardeloze maar toch zeldzame, want efemere, en dus ook weggegooide soort publikaties, met name boekhandelscatalogi, een proefschrift schrijven is een prestatie die de auteur alle eer aandoet en waarvoor wij hem erg dankbaar moeten zijn. De ongemene rijkdom aan realia maar vooral aan daaraan vastgeknoopte overwegingen in zake interpretatie en bronnenmateriaal voor historisch onderzoek niet enkel van de boekproductie maar voornamelijk van het ver- en aankopen van boeken, maakt van deze analyse een voorbeeld van methode dat voortzetting en navolging verdient. De chronologische grens is op 1611 vastgesteld en de geografische valt (ongeveer) samen met die van de Noordelijke Nederlanden.
Een eerste belangrijk punt is de typologie van de boekhandelscatalogus de universele catalogus, de fonds- en de magazijncatalogus, de catalogus van fondsveilingen en van magazijnveilingen, de veilingcatalogus van particuliere bibliotheken. In een eerste hoofdstuk behandelt de auteur de opkomst van de gedrukte boekveilingcatalogus; er wordt o.m. duidelijk gesteld dat geruime tijd vóór de eerste gedrukte boekveilingcatalogus in 1599 verscheen, veilingen van boeken uit nalatenschappen plaats hadden, in de Nederlanden noord en zuid. De idee om dergelijke lijsten van te verkopen boeken, te gaan drukken, komt toe aan Leiden. Ook is de boekveilingcatalogus in het Noorden niet meer weg te denken uit het leven van de boekhandel. Hieruit resulteerde op de duur dat enerzijds deze gedrukte catalogus de veilingen winst opleverde en anderzijds een stimulans betekende voor de verrijking van bibliotheken. In hoofdstuk II komt de geschiedenis van de boekveilingcatalogus aan de orde: behalve de fysische kenmerken en de inhoud worden ook de waarde ervan onderzocht voor het boekhistorisch onderzoek in het algemeen en het particuliere boekenbezit in het bijzonder. In dit verband is niet uitsluitend aandacht besteed aan de gedrukte catalogi maar ook aan de inventarissen en boedelbeschrijvingen; van twee verzamelaars, Daniel van der Meulen († 1600) en Lucas II Trelcatius († 1607) worden de gedrukte en de handgeschreven boekenlijst getoetst. Hoewel de gedrukte veilingcatalogus zelden of nooit het volledige boekenbezit weerspiegelt, vormt hij, weliswaar niet de enige maar wel de belangrijkste bron voor de studie van dat boekenbezit. Zo was de auteur in staat een beeld op te hangen van het type van laat-zestiende-eeuwse geleerdenbibliotheek in Nederland, op basis van het dertigtal overgeleverde veilingcatalogi tot 1611, beschreven in hoofdstuk III. Enkele namen: Jacobus Arminius, Carolus Clusius, Janus & Georgius Dousa, Philips van Marnix van Sint-Aldegonde.
Om er achter te komen welke niet-wetenschappelijke boeken door een niet-geleerd publiek werden gelezen, gekocht of althans konden gekocht worden - dus beschikbaar waren -, moeten andere bronnen aangeboord worden, nl. fondscatalogi (van uitgevers) en magazijncatalogi (van boekverkopers) en daarbij de veilingcatalogi van dergelijke fondsen en magazijnvoorraden. Ter illustratie hiervan bestudeert Van Selm de fonds- en magazijncatalogi van de Amsterdamse boekverkoper Cornelis Claesz, zijn catalogus met de nieuwe publikaties van de Frankfortse boekenbeurs, de voorjaarsmis van 1604, en nog andere. Al deze Claesz-catalogi worden bovendien uitvoerig beschreven en de genoemde Frankfortse gepubliceerd, met registers op drukkers en boekverkopers en op drukplaatsen. Nog andere bijlagen geven lijsten met titels uit dit soort boekhandelscatalogi; we treffen er woordenboeken en spraakkunsten aan, volksboeken en klassieke letterkunde, schoolboeken en z.g. 'materieboeken' of schrijfmethoden, stichtende literatuur. Tot slot bespreekt de auteur de Amsterdamse boekverkoper Hendrik Laurensz en diens prijscatalogi: fonds- en magazijncatalogi waarin de prijzen gedrukt staan. Een 35 pagina's tellende unieke alfabetische index bevat een schat aan namen.
De auteur is op dit ogenblik ongetwijfeld de beste kenner van dit soort publikaties, die niet alleen zeldzaam zijn, maar, juist daardoor allicht; als bron al te spaarzaam zijn gebruikt, en die bovendien in grote bibliotheken vaak stiefmoederlijk zijn behandeld, want geen gemakkelijke publikatie voor de catalograaf. In margine zijn twee projecten ontstaan: het eerste een lijst van alle publikaties over 'privé' bibliotheken uit de Nederlanden, welhaast voltooid; het tweede een bronneninventaris. De uitvoerige Engelse summary, met verwijzing naar de eerder verschenen deelstudies in Quaerendo,ontsluit deze rijke inhoud ook voor Nederlandsonkundigen.
Rest nog een woord te zeggen over de materiële uitvoering van dit boek. De scharlaken stofwikkel met enkel de auteursnaam, de titel en het uitgeversmerk H & S erop in zwarte en witte onderkast, getuigen van goede smaak, evenals de vollinnen dito band alleen van een rugtekst voorzien, en met zwarte dek- en schutbladen. Maar vooral de inhoud is op bijzonder heldere, evenwichtige en fraaie wijze en uit een klassiek goed leesbaar - ook in het kleine corps - lettertype gezet. Typografisch vormgever, zetter en drukker zijn niet bij name vermeld, maar toch verdienen zij, samen met de uitgever, een pluim op hun hoed. Dit is in alle opzichten een prachtig boek. [E. C.-I.].
Zie ook nr.
1147
1234. - P. G. HOFTIJZER, Engelse boekverkopers bij de Beurs. De geschiedenis van de Amsterdamse boekhandels Bruyning en Swart 1637-1724. Proefschrift K.U. Nijmegen. - Amsterdam/Maarssen: A.P.A.-Holland Universiteitspers, 1987. xxi + 398 p., 23 cm. (Studies van het Instituut voor intellectuele betrekkingen tussen de westeuropese landen in de Moderne Tijd, 16). -ISBN 90-302-1016-8. - Fl. 75.
De geschiedenis van boekhandel en uitgeverij in de Nederlanden is een nog te weinig ontgonnen onderzoeksterrein, mede door het ontbreken van nationale bibliografieën. Hoftijzer levert een dubbele bijdrage: hij behandelt twee van de tientallen Amsterdamse boekverkopers/uitgevers (mét reconstructie van hun fonds) en hij brengt een uitvoerige studie van de Noordnederlandse boekhandel in relatie tot Engeland. Beide families, Bruyning (Browning!) en Swart, kwamen uit het Engels milieu te Amsterdam. In hoofdzaak op dat milieu gericht, ontwikkelden zij zich tot grote importeurs van Engelse publikaties én tot exporteurs naar Engeland van in Nederland gedrukte werken. Vooraal dit laatste aspect komt goed uit de verf: vanuit Nederland werd het Engelse publiek bevoorraad met partijdige pamfletten, goedkope nadrukken van al dan niet erkende bijbelvertalingen, zakedities van klassieke auteurs en wetenschappelijke uitgaven van Engelse en continentale auteurs. Vaak leidden de razendsnel gedrukte en vertaalde pamfletten tot Engels diplomatiek protest, meestal zonder resultaat overigens.
Deze studie bevat, in bijlage, de interessante correspondentie tussen de firma Swart en de Londense boekverkoper Samuel Smith uit de jaren 1683-1691 (naar Ms. Rawlinson, Letters 114, Bodleian Library, Oxford), een van de schaarse bronnen voor onderzoek naar Engels-Nederlandse boekhandelscontacten. De deskundig opgestelde bibliografie van werken uitgegeven door Bruyning en Swart verruimt onze kennis van wat er in de tweede helft van de zeventiende eeuw in de Amsterdamse boekhandel te koop was. Anglisten, historici (intellectuele, politieke, economische en kerkgeschiedenis) en ieder wiens onderzoek Engelse raakpunten heeft, vinden hier de weg naar een aantal wellicht onvermoede bronnen. [M. d. S.].
Zie ook nrs.
1215; 2235
1235. - C. GILLY, Johann Valentin Andreae 1586-1986. Die Manifeste der Rosenkreuzerbruderschaft. Katalog einer Ausstellung in der Bibliotheca Philosophica Hermetica. 2. Aufl. - Amsterdam, 1987. - 144 p.: ill.; 20 x 19 cm. - ISBN 90-71608-02-6.
Conservator Frans Janssen duidt in het woord vooraf zeer duidelijk de kriteria aan die de bibliofiel Joost R. Ritman aanlegt bij de uitbouw van zijn bibliotheek: hermetische filosofie, (christelijke) mystiek, alchemie en Rozenkruisers. Die bevat o.m. 100 handschriften en ruim 2700 oude drukken (tot 1800), hieronder een groot aantal Amsterdamse drukken met werk van J. Böhme e.a. [E. C.-I.].
1236. - Marijke BAREND, In de 'Oost-Indische Spiegel' van Nicolaus de Graaff in De zeventiende eeuw,4, 1988, p. 51-69.
Heeft ook aandacht voor 'Drukgeschiedenis' (p. 53-54) en 'Receptie in de achttiende eeuw' van deze contemporaine informatiebron over het leven onder de Compagnie (eerste uitgave Hoorn 1701, uitgebreide herdruk 1704, Franse vertaling 1719; later bewerkt in verwante publikaties). [M. d. S.].
1237. - Katlijne VAN DER STIGHELEN, Anna Maria van Schurman of Hoe hooge dat een maeght kan in de konsten stijgen'. - Leuven: Universitaire Pers, 1987. - 333 p.: ill.; 24 cm. (Symbolae, ser. B, 4). - ISBN 90-6186-254-X. BF 950.
In haar doctoraal proefschrift heeft K. van der Stighelen een paragraaf aan de schrijfkunst van Schurman (1607-1678) gewijd (p. 212 e.v., 275); evenals C. Perret, J. Hondius e.a. zal S. de boekhistoricus interesseren - ook al betreft het geen typografie. Hetzelfde geldt voor de paragraaf over de borduurkunst (p. 240 e.v., 277) waar vier banden of foedralen worden beschreven. [E. C.-I.].
1238. - W. L. BRAEKMAN, Zestiende-eeuwse veterinaire literatuur uit de Nederlanden uitgegeven -. Brussel: Omirel-Ufsal, 1987. - 178 p.: ill.-I 24 cm. - Scripta, 20). Besteladres: cf. nr. 1161.
De ijverige graver naar Nederlandse vakliteratuur ook uit de na-middeleeuwse periode, prof. Braekman, zet eerst 21 handschriften op een rijtje gevolgd door 14 drukken (15de-17de e.); deze laatste stammen uit de Nederlanden (in Reesz) maar de lijst is 'zeker nog voor verdere aanvullingen vatbaar'. Ze zijn niet exclusief aan veeartsenijkunde gewijd. Exemplaren zijn sporadisch opgegeven (National Library of British Library?). De hoofdmoot van de publikatie bestaat uit de tekstuitgave van twee handschriften en één druk, te weten Meesterye voor de paerden,geschreven te Brussel in 1547 maar slechts in latere drukken overgeleverd en in een niet nader gedetermineerde editie door D. W. C. bezorgd. De interessante vondsten kunnen helaas het overhaast karakter van de hele publikatie niet geheel compenseren. De geïnteresseerde lezer blijft té veel vragen stellen. [E. C.-I.].
1239. - A. C. SCHUYTVLOT, Catalogus van werken van en over Vondel gedrukt vóór 1801 en aanwezig in de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam. Met een inleiding van Johan GERRITSEN. - Nieuwkoop: De Graaf, . 1987. -XXXII, 290 p.; 24 cm. (Bibliotheca bibliographica Neerlandica, 25). -ISBN 90-6004-393-6. Fl. 75.
Vondel in Nijmegen. Catalogus van Vondel-drukken tot en met 1855, aanwezig in de Bibliotheek van de Katholieke Universiteit te Nijmegen samengesteld door Robert ARPOTS, in samenwerking met Geert DIBBETS, Wim HÜSKEN en Ben SALEMANS. - Nijmegen: (Universiteitsbibliotheek), 1987. - 68; 24 cm. - Fl. 10.
B. VAN SELM, De raadsels van de Vondel-drukken. Bij het verschijnen van twee Vondel-catalogi in Dokumentaal,17, 1988, p. 19-25.
Het Vondeljaar 1987 heeft geen nieuwe 'Unger' (J. H. W., Bibliographie van Vondels werken,Amsterdam 1888) opgeleverd, wel twee catalogi van grote Vondelcollecties, maar vooral de ontwikkeling van nieuwe inzichten in de complexiteit van de Vondeldrukken. Immers, niet alleen door de materiële omvang (verzameledities, convoluten e.d.), maar vooral door de verwarrende reeksen drukken met eenzelfde jaartal, dient de Vondelbibliograaf een Sisyfusarbeid te verrichten. Des te groter was de bewondering voor Ungers prestatie; terecht heeft zijn werk decennia het Vondelonderzoek gesteund. Pas met het doordringen van de analytische bibliografie in de neerlandistiek, beschikken we nu over een apparaat en methodes om de problemen grondig aan te pakken. Dat echte vooruitgang mogelijk is heeft J. Gerritsen bewezen met zijn artikels in de bundels voor Grosheide (1978, over Palamedes) en Hellinga (1980: 'Vondel and the new bibliography'). Het is daarom verheugend dat Gerritsen de Amsterdamse catalogus inleidt met een methodologische demonstratie. Hij wijst op het nut van de analytische bibliografie voor tekstedities, receptiegeschiedenis én boekgeschiedenis. Als hulpmiddel ter onderscheiding van edities pleit hij voor vermelding van de 'vingerafdruk' (zie verder). Om de drukken nauwkeurig te dateren en te rangschikken hebben we gegevens over hun drukkers nodig. Van de meeste Vondeledities is echter alleen de uitgever bekend (of wordt er op het titelblad een uitgever gesuggereerd!). Jaartallen op titelbladen blijken vaak onbetrouwbaar! Om de drukker te identificeren dienen gegevens te worden verzameld m.b.t. typografie (zetkast, ornamenten, beschadigingen) en papier; ook de (originele) boekband kan soms een richting aanwijzen. Gerritsen illustreert zijn betoog met een onderzoek naar de gezamenlijke edities van Palamedes en Hekeldichten uit 1705, 1707 of 1736 - een vijftiental! Dit detailonderzoek kan, om materiële redenen, vaak maar voor één tekst of uitgever of periode worden gevoerd. Daarom zijn betrouwbare catalogi van Vondelcollecties van belang. Door een goede beschrijving van de essentiële bibliografische gegevens, stellen zij de onderzoeker in staat andere exemplaren te vergelijken of aandacht te vragen voor boekhistorische cruces. Pas dan kan een stemma worden opgemaakt, drukkers geïdentificeerd, uitgeversinitiatieven gesitueerd enz. Teksteditie en receptiegeschiedenis zijn daarna mogelijk.
Naast de gegevens over titel en impressum, collatie en illustraties, vermelden beide catalogi een vingerafdruk,gemaakt volgens de regels van de STCN (Cf. Kroniek 12,
nr. 802). Door op een systematische en identiek uitgevoerde wijze de positie van welbepaalde katernsignaturen t.o.v. de laatste regel tekst weer te geven, krijgt elke druk een eigen, uniek kenteken. Verschillen in vingerafdruk wijzen ipso facto op verschillen in zetsel. De STCN-vingerafdruk is ook ontworpen om door de computer te worden gelezen en vergeleken. Om bruikbaar te zijn moeten exemplaren van eenzelfde editie bij beschrijving door eenzelfde en/of andere beschrijver met toepassing van de regels eenzelfde vingerafdruk opleveren. Dat blijkt nu in de catalogi van Amsterdam en Nijmegen niet overal zo te zijn. Blijkbaar laten de regels toch nog een verschillende interpretatie toe (vaak gaat het om niet meer dan 1 of 2 tekens). Een steekproef op drie Lucifer-edities uit '1654' in de Brusselse Koninklijke Bibliotheek (Unger 515, 516 en 520) aan de hand van de regels van de STCN, leidde tot vingerafdrukken waarvan 6 (van de 12) onderdelen overeenstemden met Schuytvlot én 6 met Arpots. Het lijkt moeilijk om deze elementen eenduidig te interpreteren. In vergelijkbare complexe gevallen lijkt het aangewezen de vingerafdruk per signatuurpositie én per vel te nemen (systeem-Verkruijsse, cf. Kroniek 10, nr. 662). Bij pagina-per-pagina-herdrukken kunnen de elementen van buiten het tekstblok een aanwijzing geven, en als laatste oplossing is er de optische collatie van alle exemplaren. Gelukkig is dit voor de meeste edities niet zo uitgebreid nodig. De bibliograaf die een 'definitieve' oplossing wil, weet echter wel wat hem te wachten staat.
De Amsterdamse Universiteitsbibliotheek bezit de grootste Vondelverzameling, mede dankzij de aanwezigheid van het Vondelmuseum en enkele religieuze bruikleencollecties. Tot 1800 worden er in de catalogus bijna 900 drukken beschreven, met in totaal een 3000 exemplaren, waaronder enkele zeer bijzondere. De catalogus die deze rijkdom presenteert, had dan ook een historische inleiding verdiend over herkomst en groei van de verzameling. En ook de Vondelhandschriften hadden erbij gekund. Een groot deel van de collectie wordt gevormd door vaak unieke plano-drukken met gedichten van en tégen Vondel. Dat maakt de Amsterdamse collectie zo onvervangbaar. A. C. Schuytvlot verdient onze dank voor zijn vakkundige ontsluiting van de basisverzameling voor de Vondelstudie.
Nog een woord over de Nijmeegse collectie: die is in 1982 sterk aangegroeid door de aankoop van de bibliotheek van het voormalig Klein Seminarie Apeldoorn (met 71 Vondeldrukken). De 273 beschreven nummers (tot 1855) bewijzen dat ook in de 20ste eeuw een belangrijke Vondelcollectie kan worden aangelegd.
Beide catalogi hebben uiteraard registers op titels, portretten, drukkers etc. De kritische opmerkingen van B. van Selm in Dokumentaal delen we volkomen. Hij geeft bovendien een aantal voorbeelden waar een catalogusbeschrijving geen antwoord voor heeft. Het woord is nu aan een Unger redivivus! [M. d. S.].
Zie ook nrs. 1594; 1645; 1942; 1971; 2306; 2548
1240. - Daniel DROIXHE, Systèmes ornementaux: le cas liégeois in Études sur le XVIIIe siècle,14, 1987, p. 39-74, ill.
Het onderzoek naar de druktechniek en het gebruikte typografische materiaal kan een middel zijn om uitgaven met een vals adres te identificeren. Twee gevallen kunnen zich voordoen. In het eerste is de publikatie geïllustreerd met gravures. Dan kan de onderzoeker deze confronteren met decoraties van uitgaven waarvan de uitgever met zekerheid gekend is, en het boek zonder al te veel moeilijkheden thuisbrengen. In het tweede geval heeft de drukker elke houtgravure uit zijn werk geweerd, omdat hij wist dat hij erdoor ontmaskerd kon worden bij de censuur of bij collega's waarvan hij de naam gebruikte. Toch werden ook die uitgaven voorzien van typografische composities, waarin verschillende elementen als kronen, bloemmotieven en kruisen tot een abstract geheel werden samengebracht. Zulke sierelementen bieden in se geen hulp bij het identificatiewerk, omdat de drukkers ze bestelden bij andere bedrijven die zich speciaal op de produktie ervan toelegden. Niettemin meent D. Droixhe soortgelijke piraatedities te kunnen ontmaskeren door de manier waarop de motieven werden samengebracht, en door de regelmaat waarmee ze in het boek opduiken. Sommige elementen werden door een drukker nooit gebruikt in diens werken met een correct adres, zodat de boeken die er wél mee versierd zijn, hem nooit kunnen worden toegeschreven. Bovendien kan men van alle drukkers een corpus van gebruikte typografische composities samenstellen, waarmee anonieme of clandestiene edities geconfronteerd kunnen worden.
D. Droixhe heeft de grafiek en de typografische composities, gebruikt door de Luikse drukker J. F. Bassompierre, geanalyseerd voor de periode 1744 tot 1772. Even belangrijk als zijn genuanceerde tekst zijn de bijlagen. Men vindt er een opsomming van 1) de Bassompierre-edities die bij de samenstelling van het corpus zijn gebruikt; 2) de houtgravures die erin voorkomen, met voorbeelden van nabootsing; 3) enkele kenmerkende typografische composities; 4) een lijst van de motieven of elementen die daarbij werden bestudeerd; en 5) een schema waarin de recurrentie van deze motieven in de Bassompierre-uitgaven wordt weergegeven. Het artikel is zeer boeiend niet alleen om de methodologie die erin wordt gehanteerd, maar ook om de talrijke (open) vragen die de auteur bij zijn onderzoeksresultaten durft te stellen [P. D.].
1241. - Andries VAN DEN ABEELE, Nog over drukker Joseph Bogaert in Biekorf,88, 1988, nr. 1, p. 109-110.
Antwoord op enkele correcties en toevoegingen die E. Duverger in hetzelfde tijdschrift publiceerde bij Van den Abeeles Bogaert-biografie. [P. D.].
1242. - Rika ROOVERS, Aegidius Denique, drukker te Leuven (1684-1728) en pedel van de artesfaculteit. Onuitgegeven licentiaatsverhandeling K.U. Leuven 1987-1988. XV, 105 bl. (+ bijlagen): ill.; 29 cm. (Te raadplegen in de Leuvense Universiteitsbibliotheek en in de Afdeling Kostbare Werken van de Koninklijke Bibliotheek te Brussel).
Aeg. Denique is vooral bekend als drukker van Leuvense theologen en canonisten op het einde van de 17de eeuw. Deze eerste studie bevat biografieën van Aeg. Denique én van zijn opvolgers Petrus-Augustinus, Aegidius-Petrus en Petrus-Josephus, zodat ook een stuk Leuvense drukgeschiedenis uit de 18de eeuw wordt behandeld. De bibliografie beschrijft 124 nrs. voor Aegidius (1684-1728), 12 voor P.-A. (1716-1745), 11 voor A.-P. (1740-1772) en 3 voor P.-J. (1778-1793). In bijlage: statistische gegevens en afbeeldingen van titelbladen en ornamenten. [M. d. S.].
1243. - W. L. BRAEKMAN, Een belangrijke Oudenaardse bundel marktliederen in Volkskunde,88, 1987, p. 1-37, ill.
'Handschriften en zeldzame drukken' nr. 36 in het Stadsarchief te Oudenaarde blijkt een belangrijke bundel marktliederen te zijn: 162 stuks grotendeels door Van Paemel te Gent in de 18de eeuw gedrukt. Lijsten van de incipits, de zangwijzen en de marktzangers. Belangrijke vondst. [E. C.-I.].
1244. - P. SCHUURMAN, Estienne Roger en de Amsterdamse muziekuitgeverij in de achttiende eeuw in Spiegel Historiael,22, 1987, nr. 4, p. 196-200, ill.
Na de herroeping van het Edict van Nantes vestigde de hugenoot E. Roger zich te Amsterdam. Hij werd er de meest succesvolle muziekuitgever van de achttiende eeuw. Dat had hij te danken aan een gunstige economische conjunctuur (met de aanwezigheid van een gegoede, melomane middenklasse) en aan het zeer gering economisch nationalisme van de Republiek. Vooral ook wist hij innovaties in de druktechniek (piauter-drukplaten) aan te wenden, en verspreidde hij zijn produktie via een net van agenten in geheel West-Europa. De auteur vertelt ook over Rogers concurrentieslag met Pierre Mortier, zijn landgenoot die de nadruk van zijn uitgaven tot systeem had verheven. [P. D.].
1245. - J. ROEGIERS, De helden van de Revolutie. Een portrettengalerij uit de Brabantse Omwenteling in Ex Officina,4, 1987 [versch. 1988], p. 22-35, ill.
In 1986 verwierf de Leuvense Universiteitsbibliotheek een exemplaar met titelblad en opdracht van een bundel portretten van prominenten uit de Brabantse Omwenteling (cf.
nr. 1261). Dit artikel behandelt de historische context, de graveur (André Bernard de Quertenmont, 1750-1835) en het totstandkomen van de reeksen portretten (met gedetailleerde inhoudsopgave). [M. d. S.].
1246. - Claude SORGELOOS & Claudine LEMAIRE, Un fer de reliure inédit aux armes de Charles de Lorraine in Le livre & l'estampe,34, 1988, nr. 129, p. 61-68.
Acht verschillende typen wapenband voor Karel-Alexander van Lotharingen waren bekend. Een negende is onlangs opgedoken in het Handschriftenkabinet van de Kon. Bibl. te Brussel (II 1735). De inhoud die in de band steekt, negen bladen, is nader onderzocht. De band zelf is vermoedelijk van Lotharingse oorsprong. [E. C.-I.].
1247. - Bernard DESMAELE, Coup d'oeil sur quelques bibliothèques privées bruxelloises du XVIIIe siècle in Etudes sur le XVIIIe siècle,14, 1987, p. 101-124.
21 Brusselse privé-collecties werden in het onderzoek betrokken, wat een corpus opleverde van 7423 titels. Ook sociaal-economisch heeft de auteur zijn onderzoeksgebied zo ruim mogelijk willen kiezen: hij baseerde zich niet alleen op veilingcatalogi (want een openbare veiling met gedrukte catalogus was slechts rendabel bij de verkoop van heel grote collecties), maar ook op staten van goed, die niet het monopolie waren van de allerrijkste bevolkingslagen. Toch wordt ook hier de nodige nuance aangebracht: de kosten voor een notaris lagen hoog, het boek bleef duur en werd slechts gekocht door een publiek dat een minimum aan onderwijs genoten had. B. Desmaele wil m.a.w. vermijden dat men zijn studie zou opvatten als een weergave van de leesgewoonten van de Brusselaars.
Volgende vragen worden in de enquête gesteld: welke zijn de meest courante uitgavedata en -plaatsen? (vooral de periode 1675-1750, met boeken uit Antwerpen, Brussel, Leuven, en buiten de Zuidelijke Nederlanden, Luik, Frankrijk en de Verenigde Provincies). In hoeverre zijn verboden boeken aanwezig? (slechts ca. 5 %, wat opvallend minder is in vergelijking met Antwerpen). In welke taal zijn de boeken gesteld? (waarbij de verfransing van de sociale elites zeer duidelijk op de voorgrond treedt, terwijl het Latijn de wetenschappelijke en religieuze taal blijft). En tenslotte: welke thema's krijgen de voorkeur? (in volgorde van afnemend belang: theologie en godsdienst; geschiedenis en aardrijkskunde; wetenschappen en kunsten; recht; bellettrie; al deze kategorieën worden verder gedetailleerd). [P. D.].
1248. Treasures of the Library, Trinity College Dublin. Ed. by Peter Fox. 2nd ed. Dublin: Royal Irish Academy, 1986. - XIV, 258 p.: ill., 24 cm. - ISBN 0-901714-45-3 (geb.) / 0-901714-46-1 (pbk).
Deze bundel opstellen vormt een schitterende introductie tot de befaamde Ierse bibliotheek. Er komen ook enkele aspecten van de Nederlandse boekgeschiedenis aan bod. De Bibliotheca Quiniana (p. 184-196) bevat o.a. een zeer fraaie band voor Marcus Laurinus (afgebeeld en besproken p. 189 en 192). Vooral te vermelden is het artikel van Vincent KINANE over The Fagel Collection (p. 158-169): de in 1802 verworven bibliotheek van de 18de-eeuwse Nederlandse diplomaat Hendrik Fagel. Deze omvangrijke verzameling (ca. 20.000 banden) omvat o.m. atlassen, natuurwetenschappelijke werken, geschiedenis en theologie, vaak in schitterende boekbanden (p. 168 een Magnus band). [M. d. S.].
Zie ook nr.
1781
1249. - Claude SORGELOOS, De bibliotheek van Karel van Lotharingen: encyclopedisch en gericht op de Nederlanden in Karel Alexander van Lotharingen. Gouverneur-generaal van de Oostenrijkse Nederlanden. Catalogus van de Europalia-tentoonstelling. Onder red. van Claudine LEMAIRE. - Brussel: C. Coessens, 1987, P. 96-105.
Eén van de hoogtepunten van Europalia-Oostenrijk was deze uitgebreide tentoonstelling die gewijd was aan de beroemdste van onze Oostenrijkse landvoogden, en die plaatsvond in diens prachtig gerestaureerd paleis op het Museumplein te Brussel.
De privé-bibliotheek van Karel van Lotharingen was het onderwerp van Sorgeloos' licentieverhandeling; ze werd door hem ook beschreven in het Belgisch Tijdschrift voor Filologie en Geschiedenis,60, 1982, p. 809-838. De voornaamste aspecten van deze rijke boekenverzameling komen ook in deze catalogus aan bod. De nucleus van zijn bibliotheek bouwde prins Karel al op in zijn geboortestreek. Ze groeide aan dankzij aankopen, erfenissen en schenkingen. De landvoogd hield er verschillende residenties op na, waar hij telkens een deel van zijn verzameling kon raadplegen of er zich in vermeien: in het paleis te Brussel werd zijn bibliotheek opgesplitst in de 'Kleine Bibliotheek' of 'Bibliothèque belgique' (ca. 1800 banden over de Nederlanden, vooral rechtengeschiedenis) en de 'Grote Bibliotheek' (5669 banden over alle mogelijke materies); daarnaast kregen ook het kasteel van Tervuren en Mariemont hun bibliotheek.
Het artikel behandelt in vogelvlucht de meest voorkomende interessegebieden van de gouverneur-generaal, het personeel dat de belangen van de bibliotheek behartigde (en zijn invloed op het aankoopbeleid), de grote betrokkenheid van de prins bij de samenstelling en het gebruik van zijn collectie, en tenslotte de verspreiding ervan na diens overlijden op 4 juli 1780. Tekenend voor Karels belangstelling voor het boek is zijn eigenhandige schets van een 'draagbare (d.i. demonteerbare en dus verplaatsbare) bibliotheek'. Ze is weergegeven in het eigenlijke catalogusgedeelte, waarvan hoofdstuk VI (p. 297-330) zijn bibliofiele verzameling behandelt: men treft er ook karakteristieke boekbanden aan, naast talrijke exemplaren van drukken en manuscripten die de prins hebben toebehoord. [P. D.].
Zie ook nr.
1250
1250. - Jacques VAN LENNEP, Hercules chemicus. De laboratoria, bibliotheken en alchemistische versieringen van het paleis van Karel van Lotharingen te Brussel in Karel Alexander van Lotharingen ..., p. 147-172 (cf. nr. 1249).
Zoals in zovele zaken was Karel van Lotharingen ook geïnteresseerd in de alchemie. In zijn paleis te Brussel beschikte hij over twee laboratoria; ook in het kasteel van Mariemont was er één ondergebracht. Geen wonder dat men van die fascinatie voor de mythe van de steen der wijzen ook duidelijke sporen terugvindt in zijn bibliotheek: de auteur telde een totaal van 400 alchemistische traktaten. Naast de klassiekers uit deze gespecialiseerde literatuur bezat de landvoogd ook werken van de kabbalistische alchemie, van Rozenkruizers en door Paracelsus beïnvloede alchemie. Meer op de praktijk gerichte traktaten waren zeldzamer, alchemistische handschriften konden niet rekenen op de bijzondere belangstelling van de prins.
J. van Lennep, die verbonden is aan de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten te Brussel, doorloopt deze overvloedige literatuur niet, maar beperkt zich tot de rijke iconografie die erin voorkomt. Verder beschrijft en verklaart hij de alchemistische symboliek in de versiering van een deel van het prinselijk paleis te Brussel. Het artikel is rijk geïllustreerd met vreemde prenten afkomstig uit Karels alchemistisch boekenbezit. Méér dan een curiosum, zijn ze kenmerkend voor de ondergang van het voor-wetenschappelijk tijdperk, waarin esoterisch denken en occultisme een grote bloei hebben gekend. [P. D.].
Zie ook nr. 2569
1259. - Michèle MAT, Boeken, ideeën, genootschappen in het Oostenrijkse 'België' in Oostenrijks België, 1713-1794. De Zuidelijke Nederlanden onder de Oostenrijkse Habsburgers. Onder red. van Hervé HASQUIN. - [Z. pl.]: Gemeentekrediet, 1987, p. 239-262, ill. - ISBN 90-5066-024-X.
In een luxueuze en uitvoerig geïllustreerde uitgave geeft M. Mat een overzicht van de 'infrastructuur' van het geestesleven in de Oostenrijkse Nederlanden (België?). Voor een breed publiek weidt ze uit over de censuur, over de privé-bibliotheken die modernisme en traditie verenigen, over het drukken ván kranten en tijdschriften, en over de stichting van leeskabinetten en literaire genootschappen. De ondertoon is wat eenzijdig, en het situeren van troebelen tussen jacobijnen en conservatieven bij het begin van de jaren tachtig is een onoplettendheid die we de auteur graag vergeven. Maar we betreuren de erbarmelijke Nederlandse vertaling van de Franse tekst.
Wezen hier ook vermeld: R. Mortier met een hoofdstuk over de Franstalige literatuur (p. 263-300) en J. Smeyers over traditie en vernieuwing in de Zuidnederlandse letterkunde (p. 301-346). [P. D.].
1252. - Claude SORGELOOS, L'économie politique et les bibliothèques de grands commis dans les Pays-Bas autrichiens in Études sur le XVIIIe siècle,14, 1987, p. 125-143.
Dat de geschiedenis van het boek en de leesgewoonten de zuiver bibliografische bibliofiele of cultuurhistorische bekommernissen kan overstijgen, bewijst deze bijdrage die de economische lectuur van een tiental politici uit de Oostenrijkse Nederlanden voor het voetlicht plaatst. Sommige van deze hoge ambtenaren waren tegelijk succesvolle particuliere ondernemers (bv. de Antwerpenaar Karel-Jozef Van Heurck), wat de onderzoeksresultaten dubbel interessant maakt.
De auteur stelt een merkelijke verschuiving vast in hun bibliotheken. In de eerste helft van de achttiende eeuw tonen ze een uitgesproken interesse voor handels- en monetaire aangelegenheden, wat een erfenis moet zijn van het mercantilisme. Maar nadien is een kentering waarneembaar. Liberale auteurs als David Hume treden op de voorgrond, en over het algemeen wordt de landbouw gerehabiliteerd: de fysiocraten zochten de rijkdom van een land niet meer in zijn geldmassa, maar in zijn bevolkingsaantal en dus in zijn capaciteit om die bevolking te voeden.
Meer nog dan die evolutie is vooral het pragmatisme kenmerkend voor het economisch denken van deze hoge ambtenaren. Zelfs in de tweede helft van de achttiende eeuw bleven ze openstaan voor alle mogelijkheden, en lazen ze nog de werken van neo-mercantilisten als Melon of Dutot.
Van het belang dat deze staatslieden hechtten aan hun boeken over politieke economie, getuigt hun gewoonte om onderling bibliografische informatie uit te wisselen en om elkaars mening over de boeken te vragen. Het artikel van C. Sorgeloos is dus belangwekkend om tweé redenen: niet alleen werpt het een licht op de boekenverzameling van enkele invloedrijke personen, maar bovendien komt men erdoor te weten hoe de eigenaars met (een deel van) hun collectie omgingen. [P. D.].
1253. - Daniel JOZIC, La bibliothèque de Charles-Nicolas d'Oultremont, prince-évéque de Liège in Études sur le XVIIIe siècle,14, 1987, p. 75-99.
Na analyse komt de auteur tot drie vaststellingen. In de eerste plaats valt de analogie op tussen de in deze bibliotheek voorkomende boeken enerzijds, en twee werken i.v.m. het verzamelen van boeken anderzijds: 'Conseils pour former une bibliothèque peu nombreuse mais choisie' van J. Formey, en 'Catalogue des livres de la Bibliothèque ( ... ) de Jean-Théodore duc de Bavière'. Beide werken maakten ook deel uit van de collectie van de prinsbisschop, en hebben ongetwijfeld zijn keuze beïnvloed.
Voorts nemen Luikse drukken in deze verzamelingen een zeer ruime plaats in. Dat valt te verklaren door het feit dat de prinsbisschop de drukkersoctrooien verleende: waarschijnlijk zagen de Luikse drukkers zich verplicht een exemplaar van hun publikaties te schenken in ruil voor het hun verleende octrooi.
Een derde vaststelling volgt uit de prijsanalyse: ondanks de snelle groei van de boekdrukkunst in de 18de eeuw bleef het boek een luxeproduct, en het persoonlijk gebruik van zelfgekozen werken mag beschouwd worden als het voorrecht van de kapitaalkrachtige elites. [P. D.].
1254. - J. SPOELDER, De Latijnsche Erasmiaansche School en haar bibliotheek in 1788. Catalogus met inleiding. - Rotterdam: Erasmiaans Gymnasium, 1987. - 40 p.: ill.; 21 cm.
Fraai uitgegeven boekje over de bibliotheekcatalogus in 1788 samengesteld door rector J. A. Nodell. De auteur gaat in op de geschiedenis van de collectie en de op school gebruikte uitgaven. Het restant (66 edities) is nu in bruikleen afgestaan aan de Gemeentebibliotheek Rotterdam (gevoegd bij de grandioze Erasmuscollectie): Latijnse auteurs (1-43), Griekse (44-52) en leerboeken (53-66); hieraan kan het, wellicht unieke, Compendium grammaticae graecae in usum Scholae Erasmianae (Rotterdam, Isaac Waesbergius, 1637) worden toegevoegd (na 1788 opnieuw verworven). Er is een drukkersregister (meest Amsterdamse drukken, toch ook 18 Rotterdamse). [M. d. S.].
1255. - C. DOUXCHAMPS-LEFÈVRE, Het culturele leven in onze provincies onder Frans bewind. Het departement van Samber en Maas in Gemeentekrediet van België,41, 1987, nr. 160, p. 3-14, ill.
M. DORBAN, Het culturele ... Het departement van de Wouden in Gemeentekrediet van België,41, 1987, nr. 161, p. 49-59, ill.
M.-R. THIELEMANS, Het culturele ... Het departement van de Dijle in Gemeentekrediet van België,41, 1987, nr. 161, p. 61-82, ill.
P. LENDERS, Het culturele ... Het departement der twee Nethen in Gemeentekrediet van België,41, 1987, nr. 162, p. 37-50, ill.
M. BRUWIER, R. DARQUENNE, C. PIÉRARD, Het culturele ... Het departement Jemappes in Gemeentekrediet van België,42, 1988, nr. 163, p. 63-76, ill.
H. COPPEJANS-DESMEDT, J. HUYGHEBAERT, Het culturele ... Het departement van de Schelde in Gemeentekrediet van België,42, 1988, nr. 164, p. 55-73, ill.
Deze reeks over het culturele leven in de 'Verenigde Departementen' vult een leemte in de Belgische historiografie; tegelijk maakt ze duidelijk dat verder onderzoek over deze periode zich blijft opdringen. In de overzichten wordt per departement ook steeds kort uitgeweid over drukkerijen, pers en lectuur. Een algemene lijn is alvast de verfransing van de productie der drukkersateliers en, onder Napoleon, de toenemende achterdocht van de censuur. Uit de bijdrage van P. Lenders blijkt dat het Napoleontisch bewind de modernizering van het boekenbedrijf nadrukkelijk heeft bevorderd in Antwerpen en Mechelen. Maar in het departement van de Wouden moesten de drukkers zich beperken tot minder prestigieuze projecten (schoolboeken, officiële publikaties ... ) omdat heel wat vruchtbare auteurs waren ondergedoken of uitgeweken [P. D.].
1256. - Jozef GHYSSAERT, De bibliotheken der minderbroederskloosters in West-Vlaanderen en de Franse revolutie in Franciscana,43, 1988, p. 13-29.
Van 1797 tot 1800 werden alle boeken afkomstig uit de kloosterbibliotheken in West-Vlaanderen op bevel van de Franse regering samengebracht: ± 77.000. Toen de bibliotheek van de E.C. in 1804 aan de stad werd overgedragen, was nog amper één tiende aanwezig. Van wat er nu nog is overgebleven heeft Jozef Ghyssaert lijsten van het bezit per kloosterorde aangelegd. Hier is het bezit van de minderbroeders gepresenteerd 110 titels, van de 15de tot de 17de eeuw. [E. C.-I.].
1257. - Raymond BIRN, De Liège á Paris: la route du livre á l'aube du XVIIIe siècle in Études sur Ie XVIIIe siècle,14, 1987, p. 11-37.
De Zuidelijke Nederlanden namen in de achttiende eeuw maar zelden deel aan de uitdrukking van nieuwe, verlichte ideeën, maar hun rol bij de verspreiding ervan is niet te onderschatten. De werken van Franse verlichte auteurs werden immers dikwijls in het buitenland gedrukt, niet in het minst in aangrenzende gebieden als Genève, Avignon, Bouillon en Luik. Daar kon men zonder risico's het monopolie van de Parijse drukkers én de controle van de Parijse autoriteiten omzeilen. Franse boekhandelaars uit de provincie werkten mee aan de uitbouw van een clandestien distributienet, omdat deze piraatuitgaven ondanks de vervoers- en distributiekosten goedkoper bleven dan de producten van de erkende Parijse handelaars.
Deze beweging kwam al vroeg in de achttiende eeuw op gang. In zijn detailstudie beschrijft R. Birn de ondergrondse handelsrelaties tussen de Luikse drukker-verkoper Jean-François Broncart en de Franse bibliofiel Joseph Huchet, van eind 1702 tot de lente van 1705. Huchet onderhield goede relaties met Franse edelen, hoge ambtenaren en diplomaten, allen gretig op zoek naar goedkope of verboden uitgaven. Hoewel die invloedrijke figuren vaak hun medewerking verleenden bij de organisatie van de handel, moest deze door zijn artisanaal karakter toch slecht aflopen: de maanden juni 1705 tot april 1706 bracht Huchet door in de Bastille. De autoriteiten waren zijn handel op het spoor gekomen en hadden beslag kunnen leggen op een reeks brieven met Broncart. Samen met bijkomende facturen en rekeningen vormen ze de documentatie van de auteur, die vooral de kwetsbaarheid van deze vroege smokkelhandel benadrukt. [P. D.].
1258. - Agnes M. ZWANEVELD, Munnikhuizens Sterne-uitgave en de betekenis van de Duitse literatuur voor de Sterne-receptie in Nederland in Documentatieblad Werkgroep Achttiende eeuw,19, 1987, p. 67-84.
Waarom kwam Laurence Sternes onconventionele roman The Life and Opinions of Tristan Shandy (1759-1767) niet vóór 1776 in Nederlandse vertaling uit, terwijl vanaf 1740 in Nederland toch veel Engels literair proza vertaald werd? En waarom gebeurde dat wel in 1776-1779? Op beide vragen wordt afdoend geantwoord. Er wordt vooral gewezen op de bemiddelende rol van Duitse literatoren als Rabener, Nicolai en Wezel, die door Sterne waren beïnvloed en via vertalingen van hun werk ook in Nederland belangstelling voor hem wekten. Voor onze Kroniek is vooral de ontstaansgeschiedenis van de Nederlandse vertaling van Sternes roman van belang: zij verscheen in vier delen bij de Amsterdamse boekhandelaar A. E. Munnikhuizen, die van Duitse afkomst was en openstond voor minder klassiek proza omdat hij geen academische vorming genoten had. De ondernemersmoed die hij bij deze uitgave opbracht, werd waarschijnlijk niet beloond: de enige commentaar op de uitgave (in de Vaderlandsche Letter-oefeningen van 1777) was positief, maar getuigde niet van geestdrift. Dat verklaart voor een deel waarom Munnikhuizen maar een jaar of tien als uitgever actief is geweest. [P. D.].
1259. - Françoise WEIL, François MOUREAU, Jean-Daniel CANDAUX, Deux siècles de contrefaçons (XVIIe-XVIIIe siècles). Bibliothèque municipale de Dijon 1-25 avril 1987. - Dijon: Bibliothèque municipale, 1987. - 71 p.: ill.; 29 cm. [Getypt].
Van 1 tot 5 april 1987 vond te Dijon een internationaal colloquium plaats over valse drukken. Parallel hiermee liep een tentoonstelling, die zich beperkte tot de frauduleuze nabootsing van geprivilegieerde drukken tijdens de twee eeuwen waarin 'cette lèpre de l'édition européenne' (p. 1) het meest bloeide. In de catalogus vinden we Hollandse uitgaven van o.m. Montesquieu, Rousseau en de Mercure galant (resp. bij Jacques Desbordes, Amsterdam; Marc-Michel Rey, Amsterdam; en T. Johnson, Den Haag). [P. D.].
1260. - Frieda DE HAAS, Bert PAASMAN, J. F. Martinet en de achttiende eeuw. In ijver en onverzadelijken lust om te leeren. - Zutphen: Vrienden van de Stedelijke Musea / De Walburg Pers, 1987. - 79 p.: ill.; 21 cm. -ISBN 90-6011.549.X.
'Oock kleyn geeft schyn' is blijkens de omslag het motto van de Zutphense Vereniging van Vrienden van de Stedelijke Musea. Men kan zich geen betere commentaar inbeelden bij dit kleine boekje dat een breed overzicht geeft van de talrijke verschijningsvormen van de Nederlandse Verlichting. Het boek, het spectatoriale tijdschrift, de encyclopedie, koffiehuizen, leesgezelschappen en literaire genootschappen, het kinderboek: ze krijgen elk een apart hoofdstukje. Tegen die intellectuele achtergrond wordt dan de figuur van Martinet geplaatst: een korte biografie, zijn ideeën en betekenis voor de achttiende eeuw, en een overzicht van zijn voornaamste werken. De auteurs zijn erin geslaagd, tot nut van 't algemeen, de meest recente bevindingen over de Nederlandse achttiende eeuw voor iedereen toegankelijk te maken. [P. D.].
1261. - Brabant in Revolutie 1787-1801. - Leuven: Centrale Bibliotheek Katholieke Universiteit Leuven, 1988. - 90 p.: ill.; 24 cm.
Catalogus bij een tentoonstelling die de 'kleine' Brabantse Revolutie van 1787 herdenkt. In hoofdzaak wordt de politieke evolutie in Brabant en meer bepaald te Leuven belicht. De tentoonstelling omvat enkel drukwerk: pamfletten, brochures, traktaten, (spot)prenten en periodieke drukken (238 nummers). De opstelling van de stukken is chronologisch. Aangezien er uit Leuvens bezit geput werd (voor het overgrote deel uit de collecties van de universiteit; daarnaast zijn er enkele bruiklenen uit privé-bezit) ligt de klemtoon op de conservatieve en klerikale vleugel van de Omwenteling: daarvan was de universiteitsstad het centrum. Na een korte inleiding bij elke chronologische onderafdeling volgt een korte karakterisering van de hierbij horende geëxposeerde nummers. Het werk is verzorgd geïllustreerd. [W. W.].
Zie ook nr.
1245
1262. - F. GRIJZENHOUT, N. C. F. VAN SAS, Voor Vaderland en Vrijheid. Revolutie in Nederland 1780-1787. Tentoonstelling in het Centraal Museum te Utrecht 4 september-18 oktober 1987. - Utrecht: Centraal Museum, 1987. - 62 p.: ill. ; 21 cm.
Voor het eerst in de geschiedenis van het Nederlandse museumwezen werd in het najaar van 1987 de aandacht gevestigd op de patriottentijd. De tentoonstelling in het Centraal Museum Utrecht was nationaal opgevat en een voorbeeld van klare en verzorgde prezentatie. Dit laatste geldt zeker ook voor de begeleidende catalogus. Uit de grote rijkdom aan getoonde stukken en behandelde thema's selecteren we hier het derde hoofdstuk: de slag om de publieke opinie, waarin heel wat pamfletliteratuur is opgenomen. Een subthema hierbij is de publikatiepolitiek van nieuwe spectatoriale tijdschriften als De Post van den Neder-Rhijn en De Politieke Kruyer. Met de verschijning van deze bladen werd in Nederland de periodieke politieke opiniepers geboren. [P. D.].
1262. - De boekdrukkerij: Johan Coenraad Zweijgardt's Beknopte beschrijving ... Bezorgd door Frans A. JANSSEN en José BOUMAN. - Haarlem: Joh. Enschedé en Zonen Grafisch Studie-centrum, 1986. - 219 p., ill.; 24 cm. ISBN 90-70024-41-1.
Zeer fraaie en gedegen uitgave van een drukkershandleiding, in 1821-1822 geschreven door Johan Coenraad Zweijgardt (1787-1857). Bij zijn leven verscheen het werk nooit in druk. Zweijgardt is een ervaren letterzetter, maar een man met gering ontwikkelingsniveau: zijn tekst wemelt van stijlfouten. Een eerste deel, een tiental bladzijden lang, is gewijd aan de geschiedenis van de boekdrukkunst. Hij verdedigt Laurens Janszoon Coster aan de hand van een werk van Jacobus Koning (1816). Het tweede stuk gaat over de typografische techniek in Nederland bij het begin van de 19de eeuw. Dit is eigen werk, maar geïnspireerd op een bestaande tekst in een versie uit 1784. De weg van kopij naar druk wordt chronologisch gevolgd. De derde en uitvoerigste afdeling van het handschrift (120 blz.) is een formaatboek. De inslagschema's worden naar het formaat geordend (van folio tot in-128) en er worden varianten getoond zoals het werken met halve vellen. De tekst van Zweijgardt is diplomatisch uitgegeven; de tekeningen van het formaatboek zijn gereproduceerd. Van detailcommentaar is afgezien; daarvoor verwijzen de editeurs naar de uitgave van het handschrift van Wardenaar door Janssen (Haarlem, 1982) (cf. Kroniek 9,
nr. 461), dat als verbonden met het huidige werk wordt beschouwd. [W. W.].
1264. - T. BÖHM, Bibliografische problemen in het werk van Cd. Busken Huet in Dokumentaal,16, 1987, p. 95-100.
De 25-delige reeks 'Litterarische Fantasiën en Kritieken' van Cd. Busken Huet is geen homogeen geheel: de schrijver bezorgde soms meer dan één druk van één deel; daarnaast hebben ook de uitgevers (achtereenvolgens D. A. Thieme, G. L. Funke en H. D. Tjeenk Willink) gewerkt met fondsrestanten. Overeenkomst en verschil van het zetsel wordt vastgesteld met de lineaal-methode. [W. W.].
1265. - P. MAES, Drukker-uitgever Georges Beyaert uit Kortrijk in Biekorf,87, 1987, p. 95-97.
Georges Beyaert (1856-1904) nam in 1879 de zaak van zijn vader Eugène over. Hij was een succesvol drukker en te Kortrijk vooral bekend als uitgever van katholieke kranten en periodieken. Hij werkte ook voor het stadsbestuur, drukte publikaties van Gezelle en de 2de uitgave van De Bo's Idioticon. [W. W.].
1266. - Piet C. Cossee 50 jaar typograaf. - Utrecht: CPC (in samenwerking met het Rijksmuseum Meermanno-Westreenianum/Museum van het Boek), 1987. - 99 p.; ill.; 24 cm. - ISBN 90-12-05595-4.
Vriendenboek voor Cossee bij zijn 70ste verjaardag. Het merendeel van de bijdragen (o.a. van Henri Friedländer, Kurt Löb, Guus Sötemann, Reinold Kuipers, Huib van Krimpen) huldigt de hoge ambachtelijke waarde van het werk van deze meester-typograaf, die zowel de jaarverslagen van de Nederlandse PTT verzorgde als de uitgaven van de Stichting Castrum Peregrini naast gelegenheidsdrukwerk. Ri Cossee-Bommeljé levert een biografische schets en T. van Deel bezorgt een bibliografie van Cossees eigen Duindoornpers. Het boek is rijk en fraai geïllustreerd (ook in kleur) en typografisch zeer verzorgd. [W. W.].
1267. - Ernst BRACHES, Nypels and book art in the 1920s in Quarendo,17, 1987, p. 163-184, ill.
Charles Nypels en Alexander A. M. Stols (cf.
nrs. 1292 en 1293) kozen voor hun eerste uitgaven als letter de Hollandsche Mediaeval van S. H. de Roos, gecreëerd in 1912 door de Lettergieterij 'Amsterdam'. Later gaf Stols de voorkeur aan de oude lettertypes in het bezit van de firma Enschedé te Haarlem en aan Jan van Krimpens Lutetia en Romanee. Nypels daarentegen gebruikte een grote variëteit van letters, verstrekt door Lettergieterij 'Amsterdam'; daarbinnen bleef het werk van De Roos (Mediaeval, Erasmus, Grotius) zijn voorkeur genieten. Tegenover andere bibliofiele persen valt Nypels' grote produktie op in het decennium 1920-1930. Te midden van zijn bibliofiele collega's was hij de man die plaats inruimde voor illustraties (houtsneden) in zijn boeken. Zijn samenwerking met De Gemeenschap te Utrecht bracht een modern, expressionistisch effect in zijn werk. Na 1930 bleek dat het recente werk van Van Krimpen meer toekomst had dan dat van De Roos (en Nypels). Als bijlage van deze grondige en originele studie volgen 23 reproducties van boeken, door Nypels gemaakt. [W. W.].
1268. - Ludo SIMONS, Twee Vlaamsgezinde drukkers uit Temse: Hinderdael en de Landtsheer in Liber amicorum André Stoop, hoofdbibliothecaris-archivaris 1946-1987. - Sint-Niklaas, 1987, p. 177-179.
Vluchtige schets die niets nieuws brengt t.o.v. Simons Geschiedenis van de uitgeverij in Vlaanderen. [E. C.-I.].
1269. - Tom VERSCHAFFEL, Beeld en geschiedenis. Het Belgische en Vlaamse verleden in de romantische boekillustraties. - Turnhout: Brepols, 1987. -223 p.: ill.; 25 cm. - ISBN 90-72100-02-6. BF 995.
Dit boek is geen eigenlijke bibliografische studie. In het spoor van E. H. Gombrich bestudeert Schr. het iconografisch materiaal als middel om historische kennis door te geven. Zijn analyse van de historische illustratie wil globaal zijn; hij maakt geen afzonderlijke studie van boeken, uitgevers of illustrators. De aandacht wordt toegespitst op de middelen waarmee de kunstenaar effect bereikt (theatraliteit, standpunt van de toeschouwer, formaat van de voorstelling) en op de inhoud van de voorstelling (types, herkenbaarheid van personages, decor, vaste compositieschema's). Naast boekillustratie behandelt Schr. ook historische stoeten, drama's en historieschilderijen. De 'Bibliografie' biedt onder de rubriek 'Bronnen' wel een nuttige lijst 'Geïllustreerde werken' en 'Albums van feesten en stoeten'. Geen indices. [W. W.].
1270. - C. H. SLECHTE, Johan Braakensiek, commentator en chroniqueur in De Boekenwereld,4, 1987, p. 2-13.
Studie over deze illustrator als tekenaar van politieke spotprenten voor het radicaal-liberale weekblad De Amsterdammer (of De Groene). Zijn prenten waren gebonden aan bepaalde situaties en historiserend. Braakensiek was ironisch en nooit kwetsend. [W. W.].
1271. - R. E. O. EKKART, N. J. P. VAN DER LOF & J. OFFERHAUS, John Buckland Wright 1897-1954, boekillustrator. Een overzicht van het materiaal rond de boekillustraties van John Buckland Wright in het Museum van het Boek. - Den Haag: Rijksmuseum -Meermanno Westreenianum/Museum van het Boek, 1988. - 35 p.: ill.; 21 cm.
C. VAN DIJK, John Buckland Wright en Alexander A. M. Stols in De Boekenwereld,4, 1988, p. 154-166, ill.
Naar aanleiding van de tentoonstelling verscheen een uitstekend artikel van Van Dijk. Stols leerde Buckland Wright te Brussel kennen in 1929 op instigatie van Greshoff. Tot 1933 ontving Buckland Wright illustratie-opdrachten uitsluitend van Stols of via hem. Illustreren was voor Buckland Wright nooit een routineklus: hij was hyperkritisch, zowel voor zichzelf als voor de drukker. Stols leerde technisch en artistiek veel van hem. [W. W.].
1272. - K. SIERMAN, Scherven en snippers: de documentaire nalatenschap van S. H. de Roos (1877-1962) in De Boekenwereld,4, 1988, p. 149-152, ill.
Het S.H. de Roos-Archief berust als onderdeel van de Typografische Bibliotheek Amsterdam v.h. N. Tetterode in de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek. Het documenteert De Roos als letterontwerper, boekverzorger en graficus. Het archief is niet in alle opzichten compleet: een deel van 'De Roos' correspondentie is in de stedelijke bibliotheek te Haarlem beland. [W. W.].
1273. - C. H. SLECHTE, Jan Sluijters (1881-1957) als politiek tekenaar in De Boekenwereld,4, 1988, p. 123-134, ill.
Sluijters werkte als illustrator en ontwerper van affiches. Te Parijs was hij onder invloed van P. Bonnard en F. Valloton gekomen. Bekendheid zou hij verwerven met zijn oorlogsprenten (1915-1920) voor De Nieuwe Amsterdammer in felle expressionistische trant. In bijlage volgt een overzicht van Sluijters' spotprenten. (W. W.].
1274. - Fons VAN DER LINDEN, In linnen gebonden. Nederlandse uitgeversbanden van 1840 tot 1940. - Veenendaal: Gaade, 1987. - XII, 170 p.: ill.; 22 cm. - ISBN 90-6017-841-6.
Uitstekende studie over Nederlandse linnen uitgeversbanden tussen 1840 en 1940. Eerst worden historische correcties aangebracht: B. S. Nayler is niet langer de invoerder van deze oorspronkelijk Engelse manier van inbinden, maar in het beste geval nog de instigator. Het verschil tussen particuliere band en uitgeversband wordt helder uiteengezet. Er volgt een overzicht van binders, graveurs en ontwerpers. Relevant is ook de visie op vorm en functie: tussen 1840 en 1890 heersen de decorateurs, na 1890 moet de band de inhoud, de sfeer, de materiële constructie van het boek aantonen: het is de tijd van de ontwerpers. Het boek besluit met de afbeeldingen van 284 banden uit die periode; elke band wordt becommentarieerd inzake linnensoort en decoratie. De illustratie van het boek is zeer verzorgd. In het tekstdeel zijn een aantal afbeeldingen in kleur opgenomen; opvallend aldaar is een collectie 19de-eeuwse boekbindersetiketten (p. 55): die ziet men zelden in kleur afgebeeld. [W. W.].
1275. - Joost NIJSEN, De ogen van Vers-luys. Correspondentie over Het recht van den sterkste in Optima,6, 1988, p. 62-80, ill.
Door bemiddeling van W. Kloos kon Versluys Buysses Het recht van den sterkste uitgeven. Buysse verkocht hem het eigendomsrecht van het boek voor 400 BF. Hij stelde voor om de bandtekening te laten bezorgen door Henry van de Velde. Denkelijk is hij tot dit voorstel gekomen door hun beider medewerking aan Van Nu en Straks. [W. W.].
1276. - Lori VAN BIERVLIET, Een extravagante club van bibliofielen 1. Les bibliophiles campagnards te Ardooie 1841 in Biekorf,87, 1987, p. 56-64.
Hoewel de circulaire betreffende de stichting van de 'Société des Bibliophiles Campagnards' te Ardooie als een grap werd beschouwd door F. de Reiffenberg, heeft dit genootschap inderdaad bestaan. Twee publikaties (uit 184 en 1842) van deze vereniging zijn bekend; luidens het prospectus zouden 25 exemplaren op speciaal papier voor de leden gedrukt worden en 5 exemplaren op gewoon papier voor de handel. De leden werden met een schuilnaam of een letter van het alfabet aangeduid. Voorzitter zou Charles Carton (cf. Kroniek 13,
nr. 1098) geweest zijn. Het is mogelijk dat een aantal bekende bibliofielen lid geweest zijn van dit genootschap. [W. W.].
1277. - Lori VAN BIERVLIET, Een extravagante club van bibliofielen II. La société des Six in Brugge 1833 in Biekorf,87, 1987, p. 121-128.
Deze club, die zichzelf de 'Académie des Six' noemde, was geen echte bibliofielenvereniging maar een gezelschap van zes Brugse academici met als meest bekende leden John Steinmetz en Octave Delepierre. Zij werd gesticht in 1833 en bleef bestaan tot 1851. Op de vergaderingen moesten de leden zelfgemaakte dichtstukjes (doorgaans van burleske aard) naar voren brengen, die in het verslagboek opgenomen werden. De club was er meer voor de intieme gezelligheid: zij publiceerde deze bijdragen niet. [W. W.].
1278. - A. DEWITTE, Bibliotheken te Brugge in Biekorf,88, 1988, p. 106-107.
Kort overzicht van het bestand te Brugge: naast de Stadsbibliotheek zijn te Brugge nog rijke bibliotheken voorhanden: de Seminariebibliotheek, het Europacollege, de St.-Andriesabdij, Steenbrugge, de West-Vlaamse Cultuurbibliotheek, de Provinciale bibliotheek en het Rijksarchief. Oudere literatuur vindt men ook in de Boeverie, Spermalie (de bibliotheek Ch. Carton, cf. Kroniek 13,
nr. 1098), het Engels Klooster, de Godelieven, Male, de Geschoeide Carmelieten. [W. W.].
1279. - J. GHYSSAERT, Resten van Ieperse kloosterbibliotheken in de Stadsbibliotheek van Brugge in Iepers kwartier,23, 1987, p. 22-24.
Deze boeken waren tijdens de Franse tijd naar Brugge overgebracht om er een selectie voor de 'Ecole Centrale' van het Leiedepartement uit te maken. Een aantal exemplaren uit Ieperse kloosters (van Augustijnen (het meest), Capucijnen, Carmelieten, Discalsen, Minderbroeders, Dominicanen en het klooster van St.-Jans) konden geïdentificeerd worden. Er blijkt ook dat deze kloosters tevoren boeken als legaat ontvingen van de kanunniken van St.-Maartens te Ieper. [W. W.].
1280. - Hilde PEETERS & Tom VANLEEUWE, Archibald Harrison Corble 1883-1944. His biography and donation to the Catholic University of Leuven. -Leuven: Instituut voor Lichamelijke Opleiding, 1987. - 107 p.: ill.; 24 cm. (Rapporten van de onderzoekseenheid Sociaal-culturele Kinantropologie, 8).
De Engelse schermkampioen A. H. Corble schonk bij testament zijn collectie boeken over schermen en duelleren aan de zwaar geteisterde Leuvense Universiteitsbibliotheek, waar ze nu nog wordt bewaard. Deze studie omvat 1° een biografie van Corble en 2° een verkennende analyse van de groei en samenstelling van de verzameling (1895 nrs.). De verwerving door de Leuvense U.B. wordt in extenso beschreven. [M. d. S.].
1281. - H. DE LA FONTAINE VERWEY, Herinneringen van een bibliothecaris 9 in De Boekenwereld,3, 1987, p. 151-157.
Schr. herdenkt de Rotterdamse collectioneur W. A. Engelbrecht, de grootste verzamelaar van oude Nederlandse reisverhalen. [W. W.].
Zie ook nr.
2171
1282. - R. VAN EENOO, Bibliotheken te Gent na 1850. Stand van het onderzoek in Colloquium over leescultuur en boekverspreiding in Noord en Zuid in de 19de eeuw. - Gent: Contactgroep 19de eeuw - Dr. F. A. Snellaertcomité. 1987, p. 35-52.
Opgave van bronnen voor dit onderzoek: de 'Vliegende Bladen' (cf.
nr. 1126) van de Gentse Universiteitsbibliotheek, het AMVC te Antwerpen, het Archief en Museum van de Socialistische Arbeidersbeweging te Gent, het KADOC te Leuven, het Liberaal Archief en Documentatiecentrum te Gent. Van de meeste verenigingen die aan de basis lagen van de Gentse bibliotheken in deze periode zijn de beheerspapieren verdwenen. Toch is een lijst van 205 bibliotheken aangelegd. Op de ideologische gerichtheid, samenstelling en organisatie van deze bibliotheken zal verder gewerkt worden. [W. W.].
1283. - A. DEROLEZ, Oorsprong en beginjaren van de Universiteitsbibliotheek te Gent (1797-1830) in Boek en bibliotheek,4, 1987, juli-aug., p. 16-23, ill.
Dit overzicht is gesteund op Apers en aangevuld door archiefdocumenten. Het bespreekt de werkzaamheid als hoofdbibliothecaris van K. van Hulthem, J. A. Walwein en P. F. C. Lammens. De bibliofiele gerichtheid van Van Hulthem heeft duidelijke sporen nagelaten. [W. W.].
1284. - H. DE LA FONTAINE VERWEY, Herinneringen van een bibliothecaris 10 in De Boekenwereld,4, 1988, p. 14-21, ill.
H. DE LA FONTAINE VERWEY, Vincent van Gogh (1866-1911). Art dealer and bibliophile in Quaerendo,18, 1988, p. 3-16, ill.
Levensverhaal van Vincent van Gogh (1866-1911), neef van de gelijknamige schilder. Hijzelf was kunsthandelaar en bibliofiel. In 1918 werd uit zijn nalatenschap pen collectie van 900 nummers geveild van uitzonderlijke kwaliteit: handschriften, emblemata, drukken van Coornhert en Van der Noot, liedboeken en Nederlandse topografie waren erin vertegenwoordigd. Opmerkelijk was Van Goghs bekende voorliefde voor oblong-boeken.
Uitgebreide versie van het vorige nummer: in voetnoot is nieuwe informatie aangebracht; ook de tekst is met allerlei details verrijkt, o.m. aangaande de relatie van de bibliofiel met zijn neef, de schilder Vincent van Gogh. [W. W.].
Zie ook nr.
2171
1285. - Marie-Thérèse LENGER, Les éditions anciennes de Bodin dans la bibliothèque de Charles van Hulthem. - Bruxelles: Emile Van Balberghe: 1988. - 65 p.: facsim.; 24 cm. (Documenta et Opuscula, 9). - BF 450. (Besteladres: Vautierstraat 4, B-1040 Brussel).
Auteur én uitgever schijnen een traditie op te bouwen met als resultaat de puik verzorgde publikaties in de inmiddels bekende reeks 'Documenta et Opuscula', van bijdragen over de drukken van Jean Bodin in Belgisch bezit (cf. Kroniek 9
nr. 536; 11 nr. 744). Ditmaal wordt niet één werk van Bodin onderzocht, maar alle werken die ooit in het bezit van Karel van Hulthem waren: 13 edities uit de 16de en 3 uit de 17de eeuw. Het bezit van de andere Belgische bibliotheken is ook opgegeven. Editie en exemplaar worden nauwkeurig beschreven. Zo blijkt deze kleine verzameling zeker niet lukraak te zijn samengesteld: de titels horen in verschillende rubrieken thuis. De exemplaren zijn doorgaans in goede conditie, op één na in de band zoals Van Hulthem die verworven heeft. De eigendomsmerken waaronder vier ex-libris van V.H., zijn besproken en - wat deze laatste betreft - gereproduceerd. [E. C.-I.].
1286. - Jan ROEGIERS, Jan Frans Van de Velde (1743-1823) bibliograaf en bibliofiel. - Leuven; 1987, [26] p. (Historica Lovaniensia, 210).
Overdruk uit Miscellanea Neerlandica, - cf. Kroniek 13,
nr. 1108.
1287. - Chris COPPENS, Une bibliothèque imaginaire. Duitse bibliofilie voor Leuven: de bibliotheek van Fedor von Zobeltitz (1857-1934) (deel 2) in Ex officina,3, 1986, p. 165-180, ill.
Chris COPPENS, Une bibliothèque imaginaire. Duitse bibliofilie voor Leuven de bibliotheek van Fedor von Zobeltitz (1857-1934) (deel 3) in Ex officina,4, 1987, p. 53-74, ill.
Deze bibliotheek (cf. Kroniek 13,
nr. 1102) was rijk aan Duitse prozaromans, barokke en heroïsch-galante literatuur, Franse werken uit de 18de eeuw, Goethe en Schiller, ridder-, rovers- en avonturierenromans en robinsonades.
In 1920 werd via Martin Breslauer in Berlijn de bibliotheek (5.517 banden) naar Leuven verkocht. Het enige werk dat de brand van 1940 overleefd heeft, is J. A. de Thou, Historia sui temporis (Duitse editie Frankfurt, Peter Kopff, 1621-1622). [W. W.].
1288. - Ludo SIMONS, Geschiedenis van de uitgeverij in Vlaanderen II. De twintigste eeuw. - Tielt: Lannoo, 1987. - 251 p.; ill.; 24 cm. -ISBN 90-209-1390-5. BF 960.
Als vervolg op dl. I van deze studie, gewijd aan de 19de eeuw (verschenen in 1984), verschijnt thans dl. Il over de 20ste eeuw. De volle aandacht gaat naar de literaire uitgeverijen; de firma's die educatieve en wetenschappelijke werken bezorgen komen slechts volledigheidshalve ter sprake en de import uit Nederland ontbreekt geheel. Het overzicht is chronologisch; de 1ste en 2de wereldoorlog fungeren als scharnieren. Tot 1914 wordt het terrein voornamelijk geografisch verkend, van Brugge tot Tongeren, met daarnaast een behandeling van enkele markante individuen (Kryn, Meert, Resseler). De situatie tijdens W.O. I wordt gezien vanuit het onbezette België achter het front (met nieuwe bladen en onregelmatig verschijnende frontblaadjes). Aan de grote opbloei van de Vlaamse uitgeverij in het interbellum (1918-1940) is het leeuwedeel van het boek besteed; het uitgangspunt is hier niet langer het geografisch kader maar wel de afzonderlijke bedrijven: Lannoo, De Standaard, De Sikkel, Manteau, De Nederlandsche Boekhandel, Desclée de Brouwer; daarna komen ook ideologisch gegroepeerde kleinere firma's ter sprake. Bij de behandeling van de toestand in W.O. II wordt herhaaldelijk het verschil met de Nederlandse situatie aangestipt ten gevolge van het militair bestuur alhier. Het laatste hoofdstuk 'Van 1945 tot nu' gaat uitvoerig in op de lotgevallen van één uitgeverij (Heideland) en hanteert daarnaast inhoudelijke criteria (Jeugd- en kinderboek) naast socio-culturele (Maatschappelijk engagement) en historische (Repressiejaren).
Als geheel genomen is dit eerste overzicht van de uitgeverij in Vlaanderen een imponerende prestatie: er wordt enorm veel informatie geboden; zeer instructief is de (steeds onderstreepte) personele band: verwantschap blijkt niet zelden een stimulans te zijn voor het opzetten van nieuwe vestigingen; anderzijds leert men uit dit boek wie waar met meer of minder onvrede wegging om elders zijn geluk te beproeven. De cijfers van beginkapitalen en aandelenpaketten spreken nuchtere, duidelijke taal: zij zeggen waar de beslissingsmacht zit en verklaren de gevolgde bedrijfspolitiek. Bepaalde bladzijden leest men als een roman: zo de geschiedenis van Standaard Boekhandel, Manteau en De Sikkel en de ondergang van het fonds Orbis-Orion. Het overzicht is bijgehouden tot de deadline in 1987 met de strijd tussen Elsevier en Wolters Samson om Kluwer. Het boek is geïllustreerd met (soms zeldzame) foto's van uitgevers en hun werk. Drie opmerkingen: wie als leek dit werk ter hand neemt, zal vlug duizelen van de overstelpende vloed van namen (de ingewijde echter zal dankbaar veel oude bekenden ontmoeten); de keuze van de gepubliceerde titels per uitgever is arbitrair: iedereen zal wel bij bepaalde uitgevers andere auteurs of andere titels willen voorstellen; voor de periode na 1945 is er dienaangaande te weinig reliëf en te veel proliferatie: een aantal minder belangrijke auteurs konden gemist worden. Het boek zal ongetwijfeld dienst doen als vraagbaak (er is een register op namen van personen, uitgeverijen, drukkerijen en boekhandels, dat 23 blz. beslaat) en het zal hopelijk stimuleren tot verder onderzoek. [W. W.].
1289. - Emile VAN BALBERGHE, Étiquettes anciennes de libraires belges. Première série. - Bruxelles; Emile van Balberghe, 1987. - Zonder paginering: ill.; 24 cm. - (Documenta et Opuscula, 7). Besteladres: cf. nr. 1122.
25 etiketten van Belgische boekhandelaars worden hier bestudeerd. Zij vertegenwoordigen 19 handelszaken en lopen van de 2de helft van de 18de eeuw tot de 1ste helft van de 19de eeuw. De reeks is alfabetisch opgezet. De etiketten worden op ware grootte afgebeeld en bieden niet zelden nadere informatie over de boekhandel of over andere activiteiten van de zaakvoerder. Zo mogelijk wordt bij elke naam naar bibliografische literatuur verwezen. Dit zinrijk initiatief zal hopelijk niet tot deze eerste serie beperkt blijven. Een opmerking: misschien ware het in een volgende reeks niet overbodig ook het boek te vermelden waarin het etiket aangetroffen werd: zo is nadere datering van het gebruik van dit etiket mogelijk. [W. W.].
1290. - J. J. KLOEK en W. W. MIJNHARDT, Negentiende-eeuwse boekaanschaf. Twee steekproeven in Colloquium over leescultuur en boekverspreiding in Noord en Zuid in de 19de eeuw. - Gent: Contactgroep 19de eeuw -Dr. F. A. Snellaertcomité, 1987, p. 5-22.
Twee peilingen, nl. voor de decennia 1801-1810 en 1840-1850, bij de boekhandel Salomon van Benthem te Middelburg in Zeeland. Dank zij Van Benthems zorgvuldig bijgehouden administratie is het mogelijk gebleken zijn klantenkring en de aard van diens besteding vast te leggen. Vermoedelijk kocht 15 % van de Middelburgse huishoudens per jaar één of meer boeken. De scholingsgraad stond niet noodzakelijk gelijk met meerdere of mindere aankoop. In het latere decennium stelt men tegenover 1801-1810 een teruggang van theologische en stichtelijke lectuur bij particulieren vast ten voordele van tijdschriften, zowel algemene als gespecialiseerde. Maar het functionele gebruik genoot de voorkeur: het literaire tijdschrift De Gids telde slechts 3 abonnees; het waren dan nog 3 leesgezelschappen. [W. W.].
1291. - A. G. VAN DER STEUR, Curieuze boeken. Brieven en Dagboek van A. G. Bilders in De Boekenwereld,3, 1987, p. 158-162.
In 1868 bezorgde J. K. Kneppelhout op zijn kosten een uitgave van het werk van zijn protégé A. G. Bilders. Van deze uitgave zou Kneppelhout slechts een twaalftal exemplaren aan vrienden en bekenden weggeschonken hebben. In 1876 laat hij een titeluitgave bezorgen van het restant van de eerste uitgave, eveneens op zeer kleine schaal. Na Kneppelhouts dood (1885) is de resterende oplage vernietigd. [W. W.].
1292. - C. VAN DIJK, De jeugd van Alexander A. M. Stols in De Boekenwereld,4, 1988, p. 114-119, ill.
Dit kort overzicht is gebaseerd op eigen herinneringen van Stols. Het handelt hoofdzakelijk over zijn kennismaking met Charles Nypels (cf. Kroniek 13,
nr. 1091) en het schriftelijk verkeer met R. M. Rilke. [W. W.].
Zie ook nr. 1267
1293. - Ad. HODINIUS, Du Perron en zijn uitgevers in Optima,5, 1987. p. 90-112, p. 181-207.
Goed overzichtsartikel met veel feitenmateriaal en verwerkte detailkennis. Voor een aanzienlijk deel is dit de geschiedenis van de liefde/haat-relatie tussen Du Perron en A. A. M. Stols. Toen Du Perron in Brussel leefde, liet hij zijn werk bezorgen door De Driehoek (met Jozef Peeters) en door Raoul Simonson. Te Brussel kwam hij met Stols in contact, die hem aansluiting met Nederland bezorgde en hem onder de aandacht van publiek en critici bracht. Als tekstbezorger werd Stols door Du Perron hoog aangeslagen, als zakenman minder. Door bemiddeling van Ter Braak en Greshoff kon zijn werk verschijnen bij Querido. Zijn reis naar Nederlands Indië (1936-1939) vergemakkelijkte zijn uitgeverscontacten niet. Na zijn terugkeer in Nederland nam hij weer contact met Stols op. [W. W.].
Zie ook nr.
1267
1294. - C. VAN DIJK, Stols & Van Oorschot in Optima,5, 1987, p. 375382, ill.
Overzicht van de werkzaamheid van Geert van Oorschot als colporteur voor A. A. M. Stols; het stuk is gebaseerd op materiaal in de stedelijke bibliotheek te Haarlem. [W. W.].
1295. - Leonard FORSTER, Notizen zu zwei deutschen Drucken der Niederländischen Privatpresse 'De Waelburgh' in Blaricum 1924 und 1925 in De captu lectoris. Wirkungen des Biiches um 15. und 16. Jahrhundert. - Berlin; New York: Walter de Gruyter, 1988, p. 117-128.
In 1924 en 1925 verschenen bij De Waelburgh te Blaricum als bibliofiele drukken twee anonieme Duitse teksten: Der Aeon en Romanze von der Wittib und dein keuschen Braeutigam. Het zijn dramatische teksten die voorgesteld worden als afkomstig uit de 2de helft van de 16de eeuw en geschreven in het dialect van Zwaben. Beide ondernemingen worden door prof. Forster als mystificaties ontmaskerd, en dit zowel op editeurs- als op taalkundige gronden: de manier waarop de herkomst van de teksten omsluierd wordt en het ontbreken van elk filologisch apparaat zijn al zeer verdacht; de thematiek vindt geen aansluiting bij de Duitse literatuur van de 16de eeuw; de bewerker houdt het dialect uit Zwaben niet vol; ook worden een aantal taalkundige anachronismen aangewezen. Ten slotte laat Schr. een aantal mogelijke 'moderne' auteurs de revue passeren; de schrijver moet een speelse, ietwat dilettantische geest geweest zijn. Het artikel is een even scherpzinnige als plezierige demonstratie van academisch vernuft. [W. W.].
1296. - Andries VAN DEN ABEELE, De uitgeverijen van Martha van de Walle in Verschaeviana. Jaarboek 1986 (Brugge), p. 167-240.
Eerste aanzet tot een geschiedenis van het uitgeverswerk van Martha van de Walle (1902-1980). Vooraf wordt de Vlaamse drukkers- en uitgeverswereld in Brugge na 1875 geschetst, meer bepaald de activiteit van 'Kerlinga' en 'Excelsior'. Een overvloed aan namen van uitgevers en uitgeverijen vooral in het midden van de jaren dertig, op een ogenblik dat Van de Walle plannen koestert om zelf te gaan uitgeven, is natuurlijk niet zonder belang. De hoofdmoot bestaat uiteraard uit een overzicht van de 'Zeemeeuw' (1934-1963) met het doel het werk van C. Verschaeve te publiceren, en van 'Wiek Op' waar Van de Walle werk van andere Vlaamse auteurs uitgaf. In de naoorlogse periode heeft zij ook nog enkele boeken gepubliceerd onder de namen 'Voorland', 'Occident ", 'Biblion' en 'De Fontein'. Een drukkerij heeft Van de Walle nooit gehad; zij liet drukken vooral bij Walleyn, maar ook bij Vonksteen, St.-Catharina, Desclée de Brouwer, Strobbe, Erasmus, Hellinck, Wellens en Godenne en anderen. Zij werkte nauw samen met vormgever Jos Leonard. Zij had zin voor het vak, smaak voor typografie, grafische vormgeving, goed papier, kortom het mooi verzorgde boek. In bijlage volgt een lijst van 193 titels, chronologisch geordend. [E. C.-I.].
1297. - Joop WITTEVEEN, Aaltje and her publishers in Quaerendo,16, 1986, p. 281-297, ill.
Aaltje, de Volmaakte en Zuinige Keukenmeid was een zeer populair kookboek gedurende de vorige eeuw. Schr. schetst de voorgangers van dit werk, bespreekt de verschillende edities en geeft informatie over de uitgevers. Hij besluit met een lijst van de 18 bekende edities van 1803 tot 1893. Ter illustratie zijn 8 titelbladzijden gereproduceerd. [W. W.].
1298. - F. GODFROID, Nouveau panorama de la contrefaçon belge in Bulletin de l'Académie Royale de Langue et de Littérature Françaises, 64,1986, p. 79-113, p. 201-251.
Overzicht van de Belgische nadruk 1814-1854, die zich niet beperkte tot het literaire boek: ook toneelstukken, wetenschappelijke werken en periodieke publikaties werden te Brussel en elders nagedrukt. Ter illustratie van deze handelwijze wordt de tekst van enkele prospectussen opgenomen. Ook vertalingen van elders ontsnapten niet aan het commerciële oog van de Belgische uitgevers: zo Franse vertalingen van Byron, Janus Secundus en Tasso en een Engelse vertaling van Paul et Virginie; tot de Belgische nadruk wordt hier ook gerekend het type van de niet-geautoriseerde vertaling, zoals een Histoire du Soulèvement des Pays-Bas contre la Domination Espagnole door J. J. de Cloet naar Schiller (1821) of Balladen van V. Hugo, vertaald door E. Stroobant (1845). Ook muziekpartituren werden door niet weinig Belgische uitgevers nagedrukt. De twee bijdragen beogen geen bibliografie te geven, maar wel een overzicht van de diversiteit der betrokken sectoren. [W. W.].
1299. - J. DAUWE, Gelegenheidsdrukwerken, een belangrijke genealogische bron in Vlaamse stam,24, 1988, p. 215-223.
Interessant overzicht waarbij aandacht gevraagd wordt voor o.m. schoolpalmaressen, hulde- en professiegedichten, feest- en lijkredes, devotionalia, pamfletten en vliegende bladen, affiches en merkwaardige juridische drukwerken zoals rechterlijke bekendmakingen (vonnissen, opsporingsberichten). [W. W.].

Go Top
     
     
Over deze site   Home page: www.boekgeschiedenis.be
Ontwikkeling © Johan Hanselaer
Laatste aanpassing: