Kroniek


1989-1990

 
     
     
VWB
Overzicht
  Go Top
1300. - Bert VAN SELM, In memoriam Paul Vriesema (1951-1989) in Dokumentaal,18, 1989,2, p. 50-52.
Paul Vriesema, hoofd van het STCN-bureau in de Haagse Koninklijke Bibliotheek overleed onverwacht op 30 maart 1989. Hij was een kenner én bibliograaf van de Nederlandse 'volksboeken', en werkte met name aan een Nederlandse Uilenspiegel-bibliografie. Van Selm brengt ook een 'beknopte bibliografie' van onze betreurde collega. [M. d. S.].
1301. - Inge DAEMS & Carine VAN TUYCOM, Répertoire des fonds de livres anciens en Belgique = Repertorium van het oude boekenbezit in België. Onder leiding van = sous la direction de Marie-Thérèse ISAAC & Frank VANDEWEGHE. - Mons: Université de Mons; [Hasselt: Provincie Limburg, Archief- en Documentatiecentrum, 1989. - XXIV, 241 p., 26 cm. - (Editions universitaires de Mons. Répertoires, 1). - ISSN 0776-7862. BF 220 (verzendingskosten binnenland + BF 30, buitenland 50). Besteladres : Université de l'Etat à Mons. Bibliothèque, Rue Marguerite Bervoets. 2, B-7000 Mons.
432 instellingen. voor het publiek toegankelijk, zijn hier gerepertorieerd, met opgave van adres, raadplegingsmodaliteiten en summiere informatie over de collecties zelf. In aanmerking genomen zijn handschriften vóór 1500 en gedrukte werken vóór 1800. Het bestaan van een al of niet gepubliceerde catalogus wordt vermeld. Uitvoerige klapper. Een onontbeerlijk naslagwerk voor de vorser [E. C.-I.].
1302. - ABHB - Annual Bibliography of the History of the printed book and libraries. Volume 17A :. cumulated Subject Index volume 1 (1970) - volume 17 (1986). - Volume 18 .. Publications of 1987 and additions from the preceding years. Ed. H. D. L. VERVLIET under the auspices of the Comittee on rare and precious books and documents of the International Federation of Library Associations. - Dordrecht; Boston; London : Kluwer Academic Publishers. (1989). - (209. XI, 430 p.); 25 cm. - ISBN 0-7923-0039-4, 07923-0385-7; ISSN 0303-5964.
In één alfabet zijn opgenomen persoonsnamen, corporaties, titels - vnl. tijdschriften - en plaatsnamen voor zover deze als onderwerp fungeren. Net voor het afsluiten van deze aflevering van de Kroniek, verscheen deel 18. [E. C.-I.].
1303. - Quaerendo. Cumulative contents & index to volumes 1 (1971) to 16 (1986). - Leiden, New York. Kobenhavn; Köln : E. J. Brill. 1989. -73 p., 24 cm. - ISBN 90-04-08798-2.
Vier secties : bijdragen op naam van de auteurs ; register op naam van de auteurs van de korte rubrieken en de boekbesprekingen en op onderwerpen ; lijst van de gerecenseerde publikaties, besproken tentoonstellingen op de plaatsnaam. [E. C.-I.].
1304. - Bibliographie de 1'humanisme des Anciens Pays-Bas; avec un répertoire bibliographique des humanistes et poètes néo-latins. Supplément 1970-1985 avec compléments à l'édition de A. GERLO et H. D. L. VERVLIET (Bruxelles 1972) sous la rédaction de Marcus DE SCHEPPER avec la collaboration de Chris L. HEESAKKERS. - Bruxelles: Koninklijke Academie voor wetenschappen, letteren en schone kunsten van België. 1988. - VI, 439 p.; 27 cm. - ISBN 906569-397-7. BF 1.700.
Lang verwachte en met vreugde begroete publikatie, voor onze Kroniek geheel niet onbelangrijk. Publikaties over het humanisme en het onderwijs (per streek of stad gerangschikt) en over de humanisten zelf (alfabetisch) leveren voor de boekhistoricus heel wat materiaal op. Een register op de moderne auteurs besluit het werk.
De logica van de al dan niet gekozen Latijnse naamsvormen voor de lemmata is niet glashelder : nogal eens verfranst (Hulse, Liévin; Foreest, Pierre van; Wree, Olivier de) of in de streektaal daar waar de Latijnse vorm bekender of vaker geattesteerd is in de tijd (Baerland, Andriaan van ; Cruyce, Liévin vander; Platevoet, Petrus; Spouter, Jean de). Van deze bibliografie hadden wij verwacht dat de Latijnse naamsvorm toonaangevend zou zijn geweest! De reden waarom dit niet is gebeurd ontgaat ons. Overigens enkel waardering voor de bewerkers die een grote oogst hebben binnen gehaald. [E. C.-I.].
1305. - Jan Frans VANDERHEYDEN (+), Verkenningen in vroegere vertalingen 1450-1600 in Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse taal- en letterkunde,1988, p. 1-67.
In de nagelaten papieren van de auteur trof Marcel de Smedt deze bijna persklare tekst aan. Met deze bijdrage is de reeks nu definitief afgesloten. (Cf. Kroniek 14
nr. 1130). [E. C.-I.].
1306. - Het oude en het nieuwe boek, de oude en de nieuwe bibliotheek. Liber amicorum H. D. L. Vervliet hem aangeboden door vrienden, collega's en oud-studenten bij zijn afscheid als hoofdbibliothecaris van de Universitaire Instelling Antwerpen en zijn emeritaat als hoogleraar aan de universiteiten van Antwerpen en Amsterdam op 31 december 1988. (Redactie: J. VAN BORM en L. SIMONS). - Kapellen : DNB/Pelckmans, 1988. - 664 p.: portr., ill.; 25 cm. -ISBN 90-289-0555-165. BF 2.000.
In omvang zijn de twee hoofdstukken welhaast gelijk; daarmee is aan de boekhistoricus en aan de bibliothecaris die Vervliet is en was gelijkelijk aandacht besteed. Het tweede hoofdstuk is voor deze Kroniek eigenlijk niet relevant: voor de bibliothecaris én de gebruiker van catalogi die met oude drukken te maken hebben, zijn er niettemin een paar informatieve bijdragen; zij hebben met automatisering te maken (L. Hellinga [waarom in hoofdstuk 1 ondergebracht ?], E. Cockx-Indestege, P. Goossens). De bijdragen in het eerste hoofdstuk opgenomen, worden elk afzonderlijk besproken. In dit algemeen signalement weze nog vermeld dat Vervliet een dubbel portret heeft gekregen : een biografisch door Van Borm, een 'typisch' door Liebaers die hem terecht typeert als de geleerde bibliothecaris met het Janusprofiel. Dat de bibliothecaresse Irma Vervliet door Simons bij de huldebetuigingen is betrokken is meer dan billijk. Vervliets bibliografie strekt zich van in 1952 over 35 jaar uit - en is uiteraard nog niet voltooid.
Van de 42 bijdragen zijn er zes niet in het Nederiands gesteld; alle zijn ze echter van een samenvatting in het Engels voorzien. Aan dit boek met zijn rijke en gevarieerde inhoud ontbreekt helaas een register. Post factum heeft R. Rousseau op het tweede hoofdstuk een index gemaakt (5 getypte bladzijden) die helaas niet iedere bezitter van het boek in handen zal krijgen. Niets blijkt soms zo moeilijk als een goede titelpagina te maken; i.c. moeten op drie bladzijden de elementen van de titel samengezocht worden: de hoofdtitel op de titelpagina, aanvullende titelgegevens op het volgende blad en op de versozijde daarvan de tekstbezorgers. Dat de titel van deze publikatie vaak onvolledig zal worden geciteerd, blijkt al uit de overdrukken waar men niet verneemt dat het om een Liber amicorum Vervliet gaat. Dat is van bibliothecarissen èn typograaf niet goed te begrijpen. Overigens is dit boek zéér goed verzorgd en bevredigt het vormelijke aspect, met inbegrip van de petroleumblauwe vollinnen band ten volle. [E. C.-I.].
Zie ook nrs.
1314; 1325; 1352; 1365; 1373; 1376; 1401; 1407; 1408; 1431; 1418; 1447; 1460; 1468; 1470; 1477; 1486; 1516
1307. - Lexikon der Buchkunst und Bibliophilie. Herausgegeben von Karl Klaus WALTHER. - Leipzig: VEB Bibliographisches Institut, 1987. - 386 p. ill.. facsim. ~ 30 cm. - ISBN 3-323-00093-5. DDR.M 65. DM 138.30 (Ausland).
Lexikon met voornamelijk aandacht voor het kunstzinnige aspect van het boek - dus niet het boekwezen als zodanig. Het bestaat uit alfabetisch gerangschikte trefwoorden die enkel op zaken en begrippen betrekking hebben, niet op personen. Zo vindt men er b.v. 'Aldinen' maar niet 'Manutius'. Persoonsnamen van drukkers en kunstenaars zijn in een register opgenomen met verwijzing naar al de bladzijden waar zij besproken of aangehaald worden. Dit geldt ook voor zaken die niet als trefwoord zijn behandeld zoals b.v 'Biblia pauperum', 'Buchdruck', Gesamtkatalog der Wiegendrucke'. Ten overvloede zijn de eigenlijke trefwoorden nog eens in het algemeen register opgenomen, Wordt naar een van de 396 afbeeldingen (waarvan meerdere in kleur) verwezen, dan staat het cijfer cursief. Deze conceptie heeft het nadeel dat informatie betreffende één zoekelement vaak in een hele bladzijde groot formaat moet worden opgespoord, soms in drie lemmata. Sommige trefwoorden zijn tot kleine opstellen uitgegroeid wat wel eens tot een systematisch overzicht leidt (b.v. 'Buchillustration'). Anderzijds is de systematiek ook weer niet zo ver doorgedreven dat b.v. alles wat boekband aangaat onder één lemma is samengebracht; om ons hier over dit onderwerp te informeren moeten we gaan kijken s.v, Beutelbuch, Buchbeschläge, Buchbinderei, Buchschnitt, Einband. Elke notitie wordt besloten met een literatuuropgave en aan het eind van het boek staat een korte selectieve literatuuropgave, deze laatste welhaast exclusief Duits gericht.
De lectuur van vijf bladzijden van het register leverde ons voor de Nederlanden vermeldenswaard op : Biblia pauperum; Blaeu, Joan en Willem Jansz; Blockbuch, Bomberg, Daniël; Cock, Hieronymus; Dyck, Christoph van, Elzevier (Familie); Emblembücher; Enschede; Erasmus. Dit lexikon is niet zozeer voor boekhistorici dan wel voor de doorsnee boekenliefhebber een nuttig naslagwerk. Zeventien auteurs hebben hieraan hun medewerking verleend. Op de typografie van dit boek valt niets aan te merken : klassieke vormgeving, goede letter, vollinnen band met stofwikkel, [E. C.-I.].
1308. - Lexikon des gesamten Buchwesens - LGB2 -. Herausgegeben von Severin CORSTEN [et al.]. - Stuttgart : A. Hiersemann. - 1988. Band 2, Lieferung 12: Degener-Diplomatik (p. 241-320), Lieferung 13: Diplomatisch getreu-Duvet (p. 321-400), Lieferung 14: Duxochromverfahren-Erfurt (p. 401-480), Lieferung 15: Hans von Erfurt-Federico da Montefeltro (p. 481-560),
Hier te vermelden zijn o.m. volgende lemmata: Delft (R. Breugelmans); Den Haag (E. Plassmann); Deventer (F. A. Janssen); Deventer, Jacob van (P. H. Meurer); Dijck, Antonis van (H. Wensland)., Dijck, Christoffel van (A. K. Offenberg), Doesborch, Jan van (F. A. Janssen); Donatfragmente (S. Corsten); Dorpe, Roelant van den (A. Rouzet); H. Eckert van Homberch (S. Corsten); Elzevier (R. Breugelmans), Enschedé (J. Biemans), Erasmus (W. Rüegg), T. Erpenius (A. Offenberg); Exercitium super pater noster (red.), dit laatste aan te vullen met het lemma 'Pomerius, Henri' in Diction. de spiritualité van A. Ampe. [E. C.-I.].
1309. - Handleiding voor de medewerkers aan de STCN. Tweede herziene uitgave. (Woord vooraf : J. A. GRUYS). - 's-Gravenhage: Koninklijke Bibliotheek, 1988. - xi. 115 p.: facsim.; 25 cm. Fl. 25.
De werkgroep STCN, in 1972 op voorstel van de toenmalige Rijkscommissie van advies inzake het bibliotheekwezen opgericht, met zetel in de Haagse Koninklijke Bibliotheek, heeft in 1977 een eerste maal beschrijvingsregels opgesteld voor het uitwerken van een 'Short Title Catalogue Netherlands' (zie Kroniek [6], 1978,
nr. 353). Inmiddels zijn de regels grondig getoetst en is het geautomatiseerd bibliotheeknetwerk PICA zowel wat de uitvoerprogramma's als wat de online zoekmogelijkheden betreft, aan bepaalde desiderata tegemoet gekomen. In dit licht werden de regels herzien, de neerslag ervan is in deze publicatie te vinden.
In Afdeling 1 komen de catalogus en de catalogusbouw aan de orde. Opgenomen worden alle in Nederland gedrukte en alle in de Nederlandse taal elders gedrukte of uitgegeven boeken (met uitsluiting van België wegens het bestaan van de Belgica Typographica). De criteria voor het al dan niet opnemen van sine loco's zijn uitstekend. Minder gelukkig komt het mij voor dat planodrukken en tijdschriften 'voorlopig' zijn uitgesloten en dat voor gravures en atlassen de aanwezigheid (in de editie) van een titelblad de doorslaggevende factor is. Bibliografisch worden drukken, oplagen en uitgaven afzonderlijk opgenomen. De staten krijgen een onderkomen in de annotatie. Dit moet nu langzamerhand als een verworvenheid worden beschouwd en noopt tot navolging. Toch blijven de nuances tussen 'reissue' en 'titeluitgave' (59.1) wel erg subtiel en voor de beschrijver niet steeds eenduidig. Elke bibliografische eenheid wordt beschreven, d.w.z. dat zelfstandige onderdelen (of 'stukken') van een complexe publikatie ook een beschrijving krijgen; de samenhang blijkt zowel uit hoofd- als deelbeschrijving. De regel voor meerdelige werken, waarvan niet consequent elk deel wordt beschreven, is door de traditie (?) ingegeven, maar beantwoordt niet aan de logica van computergesteunde verwerking. Voor zover de algemene principes.
Al de specifieke voorschriften van dit handboek de revue laten passeren is zinloos; ik zal dus enkel dat aanhalen wat mij bijzonder gelukkig voorkomt - of juist niet! Als hoofdwoord kunnen optreden de auteur en het eerste genormaliseerde woord van een anoniem. Auteur wordt in de strikte zin beschouwd.
Tekstbezorgers, bloemlezers, inleiders, bewerkers enz. worden naar gelang vande belangrijkheid opgenomen; zo zien we in vb. 5 de commentator G. vander Muelen als secundaire auteur opgenomen, de auteur van de aantekeningen J. F. Gronovius echter niet; beide namen staan nochtans op het titelblad. De keuze tussen de namen op het titelblad en de verwaarlozing van secundaire auteurs niet op het titelblad, komt mij arbitrair voor. Bovendien valt te betreuren dat zoveel namen 'in' het boek niet aan de oppervlakte komen. Een ander aspect is de auteursvermelding: enerzijds wordt de vorm waarin de naam, op het titelblad staat, gerespecteerd, anderzijds wordt die uit zijn oorspronkelijke plaats gelicht en nà de titel, ingeleid door het Engelse 'By' geplaatst. Is de auteursnaam grammaticaal niet uit zijn verband te rukken, dan blijft hij staan. Het is genoegzaam bekend dat auteursnamen in oude drukken nogal eens vaak met de titel zijn verweven. Aangezien bovendien in de catalogus een hoofdwoord met de genormaliseerde naamvorm is voorzien, kan de oorspronkelijke vorm gerust op de oorspronkelijke plaats blijven staan. De mededeling in een titelbeschrijving 'By Hugo de Groot' houdt het reëel gevaar in dat men die als een toevoeging van de beschrijver kan interpreteren - wat het formeel ook is. Op analoge wijze wordt de vertaler, de illustrator, enz. ingeleid. Er zijn geen corporatieve auteurs voorzien. Bijgevolg worden alle overheidspublikaties op het eerste, genormaliseerde woord van de titel gerangschikt: dit moet een onoverzichtelijke reeks ordonnanties, edicten enz. als resultaat hebben. Al wat niet van de titel (titelblad of koptitel) is af te lezen wordt in een annotatie geredigeerd, te weten de uitvaardigende overheid, het betrokken rechtsgeldig gebied, het onderwerp, de uitvaardigingsdatum. Het online zoeken levert hiermee geen probleem op omdat ook in de annotatie kan worden gezocht; in de gedrukte catalogus echter kon het probleem maar worden opgevangen door te voorzien in een geografisch register; ik vraag mij hierbij enkel af waarom niet voor de eenvoudiger formule van corporatieve auteur als hoofdwoord is gekozen.
Een goede beslissing was het voor een boek dat slechts een incipit heeft en noch titelblad noch koptitel, een titel te smeden tussen vierkante haken terwijl het incipit in de annotatie komt. Verduidelijking van een nietszeggende titel komt eveneens in de annotatie. De uitgavevermeldingen worden in een 'redactionele formulering' genoteerd. Zo wordt 'Nieuwe druk' van het titelblad weergegeven als 'New impr.', 'Vertaald uit' als 'Tr. from the...' enz. Deze oplossing biedt het voordeel dat de formulering stereotiep is en doorgaans korter dan het citaat uit de titel, maar in sommige gevallen gaat er veel van de oorspronkelijke titelformulering verloren; die bevat vaak elementen die helpen een druk eenduidig te identificeren. Ook het impressum wordt geredigeerd, d.w.z. dat de oorspronkelijke formulering wordt herleid tot genormaliseerde drukkers- of uitgeversnamen, met initiaal, terwijl de plaatsnaam niet wordt genormaliseerd, enkel vereenvoudigd. De zin van deze tweeslachtigheid ontgaat mij. Het kopijimpressum dat al of niet met het echte impressum optreedt, is m.i. als een editiegegeven te beschouwen, ev. in de betreffende annotatie; er wordt immers mee aangeduid dat de nieuwe druk gemaakt is 'na de copy tot...', d.i. een voorgaande druk.
In de paragrafen over de catalogusbouw wordt o.m. bepaald welke verwijzingen gemaakt worden (een goed overzicht voor de catalograaf). Essentieel is het stelselmatig toepassen van een eenvormige titel (of sorteertitel). Dit principe is voor de anoniemen veel moeilijker te hanteren (met uitzondering van de klassieke anoniemen); doorgaans worden deze dan ook in zuiver alfabetische orde geplaatst met het eerste woord zo nodig in genormaliseerde spelling.
In afdeling II wordt het dossier besproken, het werkblad van vroeger. In feite bevat dit alle gegevens die met het oog op de titelbeschrijving werden verzameld. méér dus dan deze laatste biedt, met name transcriptie of reproduktie van het titelblad, van de colofon of andere relevante plaatsen in het boek, de vingerafdruk en typografische kenmerken. Over de STCN-vingerafdruk heb ik het al eerder gchad (Cf. Kroniek 12 nr. 801). Ten slotte kunnen nog werkaantekeningen en opmerkingen volgen. In bijlagen staan de lijst van bijbelboeken en die van anonieme klassieken, deze laatste niet exclusief voor de Nederlandse literatuur. Sommige titels blijken niet conform met de in 1978 door de IFLA gepubliceerde lijst. Overigens staan in de bijlage meer Nederlandse titels.
Afdeling III bezorgt ons tien voorbeelden op ideale wijze gepresenteerd: reproduktie van het titelblad, invoergegevens op het werkblad en de uiteindelijke STCN-beschrijving bestemd voor de catalogus. Een register met trefwoorden en een met de voorbeelden, zowel in de tekst voorkomend als in afd. III, ronden de handleiding af.
Summa summarum: ik heb bewondering voor het wel doordachte beschrijvingssysteem waar - zo komt het mij voor - niets aan het toeval of de fantasie is overgelaten. Beoogd wordt zowel een gepubliceerde catalogus waarvoor een stel registers is voorzien, als online zoeken. Dit moest, en is, bij de uitwerking van de regels steeds in gedachte gehouden. Mijn twee bezwaren hebben niets te maken met het concept op zich. Een bezwaar, van formele aard, zie ik in het overmatig gebruik van 'geredigeerde' formules en afkortingen. Het hanteren hiervan loopt als een rode draad doorheen de handleiding. Met uitzondering van de Latijnse afkortingen in het impressum zijn ze alle in het Engels (het Latijn van vandaag!). Zo wordt de auteur ingeleid door 'By', 'Te koop bij' wordt 's.' [sold), boekverkoper wordt 'bsr.'. Brr ... Kort is goed, té kort en niet meteen herkenbaar deugt niet, de lectuur wordt erdoor bemoeilijkt. Een tweede bezwaar zie ik in de criteria wat betreft het opnemen van auteursnamen en secundaire auteurs, zowel wat het principe van opname betreft als de vorm waarin ze worden opgenomen. Ik weet wel, de short title catalogue zou er minder short door worden. Maar komt dergelijke plaatswinst (want géén tijdswinst: het onderzoek van elke druk is veel grondiger dan de finale beschrijving laat vermoeden) het uiteindelijk resultaat werkelijk ten goede ? [E. C.-I.].
Zie ook nr. 1710
1310. - Henk BORST, Cor VAN DER KOGEL, Paul KOOPMAN & Piet VERKRIJSSE, Wonen in het Woord - Leven in de letter: analytische bibliografie en literatuurgeschiedenis in Literatuur, 5,1988, 6, p. 332-341, ill.
Aan de hand van enkele case-studies rond de zeventiende-eeuwse Amsterdamse uitgever C L. vander Plasse, wordt inzicht gegeven in de werkwijze van analytisch-bibliografisch en typografisch onderzoek en & literair-historische resultaten die ermee kunnen worden bereikt. Vooral het nauwkeurig onderscheiden van 'identieke' drukken en het identificeren van de drukker van anonieme uitgaven komen aan bod. Er wordt sterk gepleit om een letterbank aan te leggen, op basis waarvan drukkersgewoonten kunnen worden vergeleken en geïdentificeerd. De aangehaalde voorbeelden zijn een sprekend bewijs van de (literair-historische) relevantie van soortgelijk onderzoek. Het gaat met name om de scandaleuze Amsterdamsche Maneschijn (1639),Karel van Manders postuum verschenen bundel Bethlehem,illegale nadrukken en bezwarende zetfouten in de Arabische Alkoran (Hamburg 1641).
Uitvoeriger publikaties over zowel de letterbank als over Vander Plasse worden in het vooruitzicht gesteld. [M. d. S.].
1311. - [Marie-Thérèse ISAAC], 1968-1988 : XX anniversaire du Séminaire de bibliographie historique. [René PLISNIER], Les livres de voyage dans les collections montoises. - Mons : Université, [1988]. - 50 p., 21 cm.
De hoofdmoot van deze publikatie is de tentoonstellingdcatalogus van reisverhalen door René Plisnier (cf. Kroniek 14
nr. 1160). Belangrijker voor deze Kroniek is de historiek van het Séminaire de bibliographie historique door Marie-Thérèse Isaac: doelstellingen, werking, publikaties. [E. C.-I.].
1312. - H. D. L. VERVLIET, Een variatie op varianten : Lipsius' 'De constantia'en de New Bibliography. Afscheidscollege gehouden in de aula van de Universiteit van Amsterdam op 18 april 1989. - Amsterdam : Universiteit, Vakgroep Boek-, Bibliotheek- en Informatiewetenschap, 1989. - 22 p., 21 cm.
Geen wereldschokkende overwegingen zijn het die V ons ten beste geeft inzake toepassing van de analytisch bibliografische methode. Voor de tekstbezorger en de boekhistoricus ziet het er naar uit dat een middenweg zal moeten worden bewandeld: beperking van het aantal te collationeren exemplaren en partiële collatie. Het voorbeeld van een Leidse Lipsiusdruk uit 1584 toont echter aan dat een totale collatie meer dan wenselijk is. Want ook bij goed werkende drukkerijen inzake correctie, waar men normaliter geen noemenswaardige persvarianten zal te verwachten hebben, kan het gebeuren dat zetfouten of lichte fouten niet via een erratalijst maar als perscorrecties zijn doorgevoerd. [E. C.-I.].
1313. - Emile VAN DER VEKENE, Copie ou fac-similé? Catalogue descriptif de 90 éditions fac-similées et de réimpressions remarquables conservées à la Bibliothèque nationale de Luxembourg. - Luxembourg: Bibliothèque nationale, 1988. - 163 p. : co., ill., facsim. ; 21 cm.
De Luxemburgse nationale bibliotheek heeft systematisch facsimile-uitgaven gekocht van waardevolle, zeldzame of unieke drukken en handschriften. Echte facsimile's (Vollfaksimile) zijn hier bedoeld : getrouwe weergave van de tekst, maar ook van de kleuren, het oorspronkelijk formaat, de bladrand, het papier, de staat waarin het origineel zich bevindt, ja zelfs de band. Goede edities : voorzien van een uitgebreid historisch en codicologisch commentaar. Tegelijkertijd worden aldus de geleerde, de kunstenaar en de bibliofiel bedacht. De beschouwingen die Van der Vekene bij wijze van inleiding aan het fenomeen wijdt, zijn lezenswaard, al is men geneigd hier en daar een vraagteken te plaatsen. Terecht breekt V een lans voor het publiceren van wetenschappelijke facsimile-edities; niet enkel de van goud schitterende handschriften mogen de uitgevers aantrekken
De notities zijn chronologisch naar datum van het origineel gerangschikt, niet naar datum van het facsimile zoals men zou verwachten. Er is o.m. een Canticum canticorum, 'Alosti in Flandria 1473',de Guicciardini uit 1612 en een aantal belangrijke wiegedrukken. Tot de Nederlandse of Belgische drukkers van facsimile's behoren het Dirk Martens-Comité en de Koninklijke Bibliotheek, het Gemeentekrediet van België, Ch. Weckesser, A. Oosthoek, Van Holkema & Warendorf, Facsimile uitgaven-Nederland, De Schutter. Er zijn registers. [E. C.-I.].
1314. - Fernand BAUDIN, L'anti-Emile in Het oude en het nieuwe boek .... p. 241-254 (cf. nr. 1306).
Meditatie over het blijvend belang van de beheersing van o.m. typografie in onze 'desktop publishing'-maatschappij. Bronnen van reflectie zijn Plato, Rousseau, Locke, Fleury, Rollin, en enkele recentere teksten over opvoeding en informatisering. [P. D.].
1315. - John LANDWEHR, Emblem and fable books printed in de Low Countries 1542-1813: a bibliography; third rev. and augm. ed. - Utrecht: HES, 1988 ; - 444 p. : ill.; 25 cm. ISBN 90-6194-177-6. Fl. 250.
In 1962 resp. 1963 verschenen Landwehrs bibliografieën van embleem- en fabelboeken uit de Nederlanden voor het eerst. De embleembibliografie kende een tweede uitgave in 1970. Beide werken verschijnen nu samen als 'third revised and augmented edition' - dat 'third' geldt natuurlijk enkel de embleembibliografie. Wie verwacht dat er nu een nauwkeurige, correcte en wellicht volledige definitieve bibliografie van embleem- en fabelboeken bestaat, zal zwaar worden teleurgesteld. Inhoudelijk noch formeel heeft de auteur enige lering getrokken uit wetenschappelijke kritieken op eerdere uitgaven. Het is overduidelijk dat hij noch in emblematicis noch in bibliographicis een vakman is. Een verstandig gebruik van (vaak recente) goede auteurs- en genrebibliografiën had veel verwarring én erger onheil kunnen voorkomen. Wij kunnen ons alleen maar bedroefd aansluiten bij de recensie van B. van Selm in Dokumentaal (17, 1988, pp. 152-157) die stelt : "foutloze beschrijvingen heb ik in de nieuwe Landwehr nog niet aangetroffen ".
Na een uiterst korte 'Preface' (1 p.) en een (willekeurige) lijst van 'Reference works (a choice)' (1 p.) en van 'Anonyms and pseudonyms (cross-references)' (1 p.), een 'List of librairies' (1 p.: hoe geraadpleegd?) bestaat het boek uit drie gedeelten (1) Emblem books met een reeks portretten (10, noodzaak ? selectie-criteria ??), de "bibliografie " (918 nrs.. maar ... álles kreeg een nummer, zelfs persvarianten ... ) en een reeksje 'concordances, new editions, variants' (2, 5 p.); (2)Fable books met een reeksje 'illustrators' (in werkelijkheid volstrekt willekeurige 'illustrations') en de "bibliografie " (genummerd F 1-F 235); (3) Indexes op publishers' (per plaats. 21 p. : bedoeld zijn natuurlijk drukkers en boekverkopers), 'printer/bookseller (!) unknown or not given' (0.5 p.. hopeloos onvolledig : zo ontbreken bv. de anonieme drukken uit de reeks 739-749), 'Selbstverlag' (1 p, ), 'book illustrators' (7, 5 p.), 'original plates', 'manuscripts or copies with ms. notes' (hier ontbreken een aantal hss. vermeld in de STC van Glasgow (Kroniek 14
nr. 1136) die L zogezegd heeft geraadpleegd; tientallen exemplaren van embleemboeken werden, vaak zeer toepasselijk, gebruikt als album amicorum : hier wordt zelfs niet over gesproken, zie de lijst in W. Klose, Corpus alborum amicorum, 1988); tot slot is er een 'general index' waarin echter slechts die namen die niet in de andere registers voorkomen zijn opgenomen.
Hoewel Landwehr goochelt met '(re-)issues', 'variants', 'states' enz. is het overduidelijk dat elke bibliografische theorie hem vreemd is. Enkele voorbeelden : 463 is een apart nr. omdat in 2 exemplaren één embleem niet is afgedrukt ; 379 verschilt van 378 omdat er 2 variante afbeeldingen zijn: bij 898 (G. Whitney) lijkt er dan weer niets aan de hand, hoewel ... : niet alleen zijn er in de transcriptie van de titel acht fouten geslopen (waaronder by 'Peruse and heede' i.p.v. 'Peruse with heede'), bovendien had raadpleging van de (New) STC (toch een must bij Engelse werken) het bestaan van twee 'issues' opgeleverd (NB met ondermeer één verschillend embleem!). In 1988 verscheen eveneens de 'Bibliografie van het Nederlandstalig narratief fictioneel proza 1670-1700' (Kroniek 14 nr. 1212). Enkele titels komen in beide bibliografieën voor. Zo is L 275 (Van Haeften) bij Gieles/Plak terecht twee nrs. (99-100): L vermeldt de titeluitgave onder hetzelfde nummer en geeft slechts 3 exemplaren, terwijl Gieles/Plak er 8 vermelden. L 276 (2 ex.) = Gieles/Plak 102 (12 ex. !), doch is slechts een titeluitgave van Gieles/Plak 101 (niet in L!). De exemplaarvermelding van L 433 (La Court : 7 ex.) schiet flink te kort bij Gieles/Plak 263 (17 ex. waarvan sommige op groot papier). Landwehr F 047 (Aesopus 1699) vermeldt geen exemplaar; Gieles/Plak 296 kent er een in Leiden. Trouwens : L vermeldt enkel de naam van de bibliotheek, niet de signaturen, hoewel vele bibliotheken meer dan één exemplaar bezitten.
Recente vakliteratuur is niet benut: de bibliografieën van bv. Krul (Kroniek 10 nr. 660) en De La Court (Kroniek 13, nr. 1056) ontbreken, evenals de facsimile-uitgave van de Zeeusche Nachtegael (Kroniek 10 nr. 663 - toch geen embleemboek stricto sensu!) en de bibliografische correctie door M. van Vaeck (Kroniek 13 nr. 1060). Het artikel van Anna E. C. Simoni 'Laurels for the Bishop : a school celebration in words and images, Antwerp, 1711' in Jaarboek Koninkiijk Museum voor Schone Kunsten - Antwerpen (1985) pp. 289-308, had zo een nieuwe titel opgeleverd : Illustrissimo ( ... ) D. Petro Josepho de Francken-Sierstorpff Xl. Antverpiensium Episcopo ( ... ) Societas Jesu Antverpiae (1711 : 'Antverpiae. apud viduam Petri Jacobs' - ex.: British Library); te plaatsen tussen L 745-746. Rangschikking onder de corporatie is handig, maar de Augustijnen kunnen terecht protesteren tegen hun inlijving bij de Societas Jesu (L 745 en 747) (Tussen haakjes: wat doet het archaische 'Yperen' trouwens in een Engelstalige bibliografie met. in casu, Latijnse titels ?).
Landwehr heeft afgezien van een inhoudelijke genre-omschrijving - toch de basis voor elke genre-bibliografie... De kern van Nederlandse embleemboeken is hier wel te vinden, met die verstande dat een correcte bibliografische beschrijving, (dus van het zetsel van elk vel!) ontbreekt. Randgevallen uit de emblematische gelegenheidsliteratuur [bij inhuldigingen, inwijdingen e.a. openbare festiviteiten) zijn ook opgenomen. Daar zijn vast nog talrijke aanvullingen bij mogelijk (zo bv. hogervermeld artikel van A. Simoni - uit eigen bezit vermelden we nog Ludus emblematicus in scutum gentilitium ( ... ) D. Joannis Henrici Comitis a Franckenberg (... ) 1778 : Gent, Pieter de Goesin). Het ware wenselijk beide categorieën gescheiden te presenteren. Verdere randgevallen horen o.i. hier dan weer niet thuis (de Zeeusche Nachtegael bv.).
De fraaie linnen band bevat helaas een minder fraaie inhoud; waarom ook bestaat dit allesbehalve goedkoop naslagwerk uit garenloos gelijmde bladen ? Menige referentiecollectie zal wel snel een stel 'vliegende bladen' moeten (op)vangen De derde editie van 'Landwehr' is onmisbaar, doch slechts met grote argwaan en voorzichtigheid te hanteren. Praktisch gesproken blijft er slechts een eerste check-list over - voor een boek met de titel 'bibliografie' een wel erg mager resultaat. In afwachting van een wetenschappelijke inventaris kunnen wij slechts enkele aanbevelingen doen: 1° de omslachtige, en meestal foutieve, transcripties van titelpagina's vervangen door reprodukties : juist bij dit beeldig genre zou dat voor lezers en verzamelaars een aantrekkelijk resultaat opleveren ; 2° (recente) vakliteratuur verwerken ; 3° vollediger exemplaaropgave (met bibliotheeksignaturen). Dat moet toch allemaal kunnen voor 250 gulden?! Op naar Landwehr 4! [M. d. S.].
1316. - Niedersächsische Staats- und Universitätsbibliothek Göttingen, A catalogue of English books printed before 1801 held by the University Library at Göttingen. Compiled by Graham Jefcoate and Karen Kloth. Edited for the library by Bernhard Fabian. - Hildesheim; Zürich; New York : Olms Weidmann, 1987-1988. - 3 pts. in 7 vols. ; 31 cm. - ISBN 3-48707887-2.
Part one Books printed before 1701.
Part two Books printed between 1701 and 1800.
Part three: Indices.
Bevat o.a. alle Engelstalige publikaties waar ook verschenen, publikaties van Engelstalige auteurs in welke taal ook verschenen én publikaties met schijnadressen in werkelijkheid vermoedelijk in een Engelstalig land gedrukt. Het plaatsnaamregister laat meteen zien hoeveel drukken uit Amsterdam, Antwerpen e.a. steden in de Nederlanden er bij zijn. Ook voor de Nederlandse bibliograaf dus goed om te weten. Bij de beschrijving zijn de normen van de ESTC gehanteerd (Cf. The eighteenth century short title catalogue .. the cataloguing rules New edition revised by J. C. Zeeman. - London: The British Library. 1984) [E. C.-I.].
1317. - Ornementation typographique et bibliographie historique.. Actes du colloque de Mons (26-28 août 1987) édités par Marie-Thérèse ISAAC. -Mons: Université; Bruxelles : E. Van Balberghe, 1988. - 161 p.: ill., facsim. . 24 cm. - (Documenta et opuscula, 8). - Besteladres: Vautierstraat 4, B-1040 Brussel. BF 650.
In de inmiddels wel bekende reeks van E. Van Balberghe verschenen de verslagen van het colloquium over typografische ornamenten. Op één na (zie
nr. 1400) zijn de bijdragen niet relevant voor deze Kroniek, tenzij het methodologisch karakter ervan. Wie met sierinitialen, vignetten en dergelijke meer iets wil ondernemen, doet er goed aan van deze bundel opstellen kennis te nemen. [E. C.-I.].
Zie ook nrs. 2169; 1400
1318. - Naomi FEUCHTWANGER, Sie werden lernen von deinen Worten: kostbare hebräische Bücher in der Herzog August Bibliothek. - Wolfenbüttel: Herzog August Bibliothek. 1988. - 47 p. : facsim. ; 26 cm.
In het raam van de Israel-week in Nedersaksen werd een bescheiden tentoonstelling opgezet in de schatkamer van de Bibliotheca Augusta. Achtendertig boeken uit de 404 boeken in het Hebreeuws of het Jiddisch van de 15de tot de 19de eeuw werden gekozen voor een tentoonstelling. De hele collectie Hebraica is d.m.v. een overzichtelijke tabel gepresenteerd. Amsterdam is met 36 drukken vertegenwoordigd (vnl. 17de e.), Antwerpen met 6 (vnl. 16de e.), Franeker met 1 (17de e.) en Leiden met 7 (16de en 17de e.). De inleiding handelt over de geschiedenis van de Hebreeuwse boekdrukkunst en het bestand van de Wolfenbüttelse bibliotheek. Belangrijk was Daniël Bombergen uit Antwerpen in de 16de en het drukkerscentrum Amsterdam in de 17de eeuw. Een fraai verzorgde publikatie die een deelcollectie uit een grote bibliotheek bekend maakt. [E. C.-I.].
1319. - Gesneden en gedrukt in de Kalverstraat. De kaarten- en atlassendrukkerij in Amsterdam tot in de 19e eeuw. Onder red. van Paul VAN DEN BRINK en Jan WERNER. - Utrecht : HES, 1989. - 112 p. : ill.; 24 cm. -ISBN 90-6194-387-6 (geb.) en 90-5194-327-2 (pbk.). Fl. 27, 50.
Heel de wereld was te zien op de schitterende tentoonstelling in het Amsterdams Historisch Museum (26 juni- 10 sept. 1989). Van de moeizame produktie van houtsnedekaarten uit de vroege zestiende ceuw tot de glorieuze uitgaven van Blaeu, van zakboekjes tot de reuzenatlas uit Rostock : de geschiedenis van de kartografie te Amsterdam illustreert op een boeiende wijze die van de Amsterdamse drukkunst. Inleidende opstellen van G. Schilder (kartografie), B. Speet (Amsterdam), E. van Blankenstein en A. Koenhein (kaartmakers en -uitgevers), P. van den Brink (produktie, distributie en gebruik van kaarten en atlassen), Dez. en J. Werner (Amsterdams aanbod) schetsen het kader waarin de topstukken in het catalogusgedeelte worden beschreven. Als Appendix is er een nuttige 'Adreslijst van in het kartografisch bedrijf te Amsterdam werkzame personen (voor 1800)' (p. 105- 112). Het spreekt vanzelf dat er gepaste illustraties zijn toegevoegd, deels in kleur. Een register ontbreekt. [M. d. S.].
1320. Hildegard FÖHL & Anita BENGER, Katalog der Stiftsbibliothek Xanten. Kevelaar : Butzon & Bercker, 1986. - 664 p. : ill.; 31 cm. - (Die Stiftskirche des Hl. Viktor zu Xanten, 5). - ISBN 3-7666-9492-4.
Laat, maar toch de moeite om nog to vermelden is deze lijvige catalogus van meer dan 10.000 titels, herkomstig uit de oude Stiftsbibliothek, het oude kloosterbezit en de bibliotheken van enkele lokale kanunniken, alles nu eigendom van de katholieke Propsteigemeinde St. Viktor. Er zijn geen handschriften maar wel 435 wiegedrukken ; zij maken in de publikatie een afzonderlijk hoofdstuk uit. Het eerste gedeelte van de catalogus bestaat uit een alfabetisch geordende auteurscatalogus, het tweede is een topografisch gerangschikte drukkerscatalogus en een alfabetische lijst per drukker met verwijzing naar de plaats. De titelbeschrijving is verkort maar met opgave van een uniforme titel, alleszins een belangrijk gegeven; de impressa zijn in het Duits - een minder gelukkige formule. Er is een groot aantal Antwerpse drukken maar ook tal van andere steden in noord en zuid zijn vertegenwoordigd. In kisten verpakt en in de kruisgang van de dom begraven heeft de verzameling het oorlogsgeweld overleefd. Dank zijn de opdracht van het land Nordrhein-Westfalen kon deze indrukwekkende publikatie tot stand komen [E. C.-I.].
1321. - Indrukken: de Gentse drukkerswereld belicht in Tijdschrift voor geschiedenis van techniek en industriële cultuur,7, 1989, nrs. 1 et 2, ill. -BF 400. Te verkrijgen door storting op rekening 001-0951892-10 (ASLK) van de Vereniging voor Industriële Archeologie on Textiel, B-9000 Gent.
De eerste aflevering bevat een overzicht van de 'Gentse drukkers en drukkerijen' door Johan van de Wiele, waarbij de nadruk op de economisch-institutionele evolutie van het Gentse drukkersbedrijf ligt; daarbij sluit een nomenclatuur van de Gentse drukkers tussen 1483 en 1899 aan. Een tweede bijdrage is van Guido Deseyn 'Vier eeuwen sociale strijd in de drukkerswereld'. Vermeldenswaard is dat deze bijdragen niet enkel op compilatie berusten maar ook op oorspronkelijk bronnenonderzoek. Serge Snoeck behandelt 'Het drukkersgeslacht Snoeck-Ducaju'. De tweede aflevering bevat negen interviews die Gerda Verheecke van een drukker, een papiermaker, een zetter, een fotograveur, een typograaf en een bookbinder afnam. Het historisch karakter hiervan is uiteraard beperkt maar toch zijn deze teksten niet zonder belang, al was het maar voor de vakspecialist en de terminoloog (er ligt nog veel werk op de plank !) Tot slot een stukje geschiedenis van het Instituut Glorieux met zijn afdeling grafische technieken, van het HIGRO (Hoger Instituut voor Grafisch Onderwijs) en van de Stedelijke Drukkersschool van de stad Gent. Alle teksten zijn met interessant materiaal rijkelijk geïllustreerd, het geheel is keurig verzorgd. [E. C.-I.].
1322. - Universitair leven in Groningen 1614-1989 : Professoren en studenten / Boek en uitgeverij. Red. J. KINGMA, W. R. H. KOOPS & F. R. H. SMIT. - Groningen: Universiteitsmuseum: Universiteitsbibliotheek, 1989. - 202 p.: ill.; 24 cm. - ISBN 90-367-162-7. Fl. 32, 50.
Het tweede deel in de begeleidende publikatie van deze lustrumtentoonstelling kan voor onze lezers interessant zijn. Het handelt over de officiële academiedrukkers die disputaties, dissertaties, programmata, carmina, catalogi en dies meer te verzorgen kregen in opdracht van het bestuur van de Universiteit, de hoogleraren en de studenten zelf. Een aantal van deze documenten is beschreven en toegelicht, met de titelpagina gereproduceerd. Daarna wordt met de drukkers zelf kennis gemaakt. [E. C.-I.].
1323. - J. KINGMA & F. R. H. SMIT, Groninger academisch drukwerk ... Bedum: Profiel, 1989. - 48 p.: facsim.; 24 cm. - ISBN 96-70287-80-3.
Overvloedig geïllustreerde geschiedenis van de academische drukkerij te Groningen, n.a.v. de Koppermaandagprent voor 1989 gepubliceerd. Het oud gebruik Koppermaandag te vieren met de uitgave van een prent is sinds 1977 door de Groningse drukkers in ere hersteld. Eerstgenoemde auteur heeft het over academisch drukwerk in Groningen. de tweede over het boekbedrijf en de universiteit. De noten zijn weggelaten maar er is een beknopte oriënterende literatuurlijst. Een fraai boekje dat er zeker mag wezen. [E. C.-I.].
1324. - " In de Gekroonde Lootsman ". Het kaarten-, boekuitgevers en instrumentenmakershuis Van Keulen te Amsterdam 1680-1885. Onder red. van E. O. VAN KEULEN, W. F. J. MÖRZER BRUYNS en E. K. SPITS. - Utrecht : HES, 1989. - 104 p. : ill.; 24 cm. - ISBN 90-6194-397-3 (geb.); 90-6194337-X (pbk.). Fl. 27, 50.
Met de gelijknamige tentoonstelling in het Nederlands Scheepvaart Museum te Amsterdam (28 juni-20 aug. 1989) werd de aandacht gevestigd op een maritieme uitgeverij die twee eeuwen lang de Hollandse en Europese scheepvaart van kaarten en instrumenten heeft voorzien. Na de inleiding van C. Koeman volgen opstellen van M. Kok (kartografie bij Van Keulen), C. A. Davids (vakliteratuur voor de zeeman), W. F. J. Mörzer Bruyns (instrumenten), W. C. Crama en A. C. J. Vermeulen (de laatste jaren van het bedrijf) en de catalogus met beschrijving van de stukken. Er is een persoonsnamenregister. [M. d. S.].
1325. - J. ROEGIERS, De reglementering van het boekbedrijf aan de oude universiteit Leuven in Het oude en het nieuwe boek .... p. 75-88 (cf. nr. 1306).
Als middeleeuwse universiteit had ook Leuven een eigen regeling voor boekhandelaren, later ook voor drukkers. Slechts wie lidmaat werd van de universiteit kon er het bedrijf uitoefenen en de universitaire privilegies genieten. Hoe de reglementering zich aanpaste aan veranderende gebruiken wordt hier beschreven voor de periode 1425-1797. [M. d. S.].
1326. - Nati KRIVATSY, Plantin books in Sir Edward Dering's library in Ex Officina Plantiniana .... p. 381-389 (cf. nr. 1383).
Identificatie van negen Plantijn- (en Moretus-)drukken in de bibliotheekcatalogus (Washington, Folger Shakespeare Library, V.b. 297) van Sir Edward Dering (1598-1644). [M. d. S.].
1327. - Paul CULOT, Quatre siècles de reliure en Belgique 1500-1900 : catalogue. Préface de Michel WITTOCK. - Bruxelles: Eric Speeckaert, (1989). -315 p. : ill. ; 31 cm. - BF 1.000.
Eric Speeckaert, sedert tien jaar als antiquaar in Brussel gevestigd, is ook bibliofiel. Daar levert hij een bewijs van met deze publikatie : 144 banden, van omstreeks 1500 tot omstreeks 1900, ontstaan op het territorium van het huidige België, beschreven en gereproduceerd (acht in kleur!). Ook de bindersetiketten zijn gereproduceerd, een uitstekende idee. De somptueus uitgegeven catalogus is thematisch chronologisch geordend. De banden zijn kort maar deskundig beschreven; in de inleiding gaat de auteur in op enkele voorname richtingen in de bandversiering. Er is niet alleen een bekende maar uiterst zeldzame Brugse registerband, een paneelstempelband met de Fortuna en met Isabella van Portugal, maar ook minder zeldzame stukken en wapenbanden. In de 19de eeuw ontmoeten we de binders Schavye vader en zoon, Masquillier, Claessens vader en zoon, e.a. Een register van binders en bezitters maakt van dit boek een waardevol werkinstrument. Niet weinig exemplaren stammen uit een beroemde Belgische verzameling zoals die van generaal Willems en recenter, Charles Vander Elst. De hoop wordt uitgesproken dat deze verzameling banden, hoewel ongelijk in kwaliteit en periode, onverdeeld zou blijven. Op het ogenblik dat deze Kroniek verschijnt, is het lot ervan misschien al bezegeld ! [E. C.-I.].
Zie ook nrs.
2033; 2801
1328. - C. COPPENS, Uit de band gesproken 4 - Wanneer een band een andere verbergt: een prijsband uit Arras in Ex Officina. 6,1989, p. 31-46, ill.
Een recente aanwinst, een exemplaar van Augustinus' De civitate Dei (Parijs-Lyon, 1544) bleek een verrassing te bevatten. Nog tijdens de 16de eeuw werd een exemplaar van deze editie gebonden en versierd met blindgestempelde lijnen en kleine goudgestempelde hoekfleurons met centraal een klein wapen. In de loop van de 18de eeuw oordeelden de Jezuïeten te Atrecht het boek goed als prijsboek en lieten er derhalve een gepaste band rond maken -over de andere heen ! De nieuwe band heeft een goudgestempeld kader en centraal het stadswapen. N.a.v. deze vondst gaat C uitvoerig in op de praktijk van prijsbanden, met een even uitvoerige literatuurverwijzing. [E. C.-I.].
1329. - Theatrum Orbis Librorum : boeken, handschriften, kaarten en prenten uit Nederlands openbaar bezit, tentoongesteld t.g.v. de zeventigste verjaardag van de Amsterdamse antiquaar Nico Israel. - Amsterdam : Universiteitsbibliotheek, 1989. - 31 p. : portr. ; 22 cm.
Met deze uitstekend gekozen titel - variante op Israels uitgeverij Theatrum Orbis Terrarum - zijn zeventig stukken geselecteerd die Nico Israel aan Nederlandse openbare instellingen heeft geleverd: boeken, kaarten en handschriften. Veel Noord- en Zuidnederlandse titels. Systematisch onderwerpsregister. [E. C.-I].
1330. - Verrassingen uit een decennium. Catalogus van een tentoonstelling van aanwinsten, 1977-1987, verworven tijdens het bibliothecariaat van prof. Dr. Ernst Braches. - Amsterdam: Universiteitsbibliotheek, 1989. - 61 p. : ill., 24 cm. - ISBN 90-6125-431-0. Fl. 5.
Dat een grote bibliotheek zelfs in een crisisperiode nog kan worden verrijkt met belangrijke aanwinsten bewijst deze tentoonstelling (31 aug.-20 okt. 1989). Ernst Braches, gezaghebbend boekhistoricus (Het boek als Nieuwe Kunst 1892-1903,1973), heeft de aanwezige zwaartepunten nog in de diepte versterkt : natuurwetenschappen, boekillustratie, literatuur, humanisme, bibliofilie, kerkgeschiedenis enz. werden nog beter gedocumenteerd met internationale en locale aanwinsten. Niet minder indrukwekkend zijn de jaarlijkse geschenken van de Vrienden. Exempli gratia wezen hier vermeld : een onbekend werkje van Menasseh ben Israel, een Vondelautograaf, eerste drukken van Locke, Galilei en Stevin, uitgaven van de Renildis Handpers (Utrecht 1957-1987 : G. W. Ovink), twee Plantijnbijbeltjes met Hendrik Niclaes' naamstempel, unieke Hebraica etc. etc. Bibliografen zijn dankbaar voor de Appendix met een overzicht van tentoonstellingen en publikaties van de bibliotheek 1977-1987. [M. d. S.].
1331. - P. P. SCHMIDT, Oude drukken in de bibliotheek van de Hoge Raad der Nederlanden. Catalogus. - Zwolle : Tjeenk Willink, 1988. - 236 p. : ill.; 25 cm. - ISBN 90-271-2927-4. Fl. 75.
De Hoge Raad der Nederlanden (opgericht in 1838) is niet alleen de juridische erfgenaam van de (Bourgondische) Grote Raad (van Mechelen) en van het Hof en de Hoge Raad van Holland en Zeeland. Ook het boekenbezit van die Hollandse instellingen uit het Ancien Régime werd in de nieuwe instelling opgenomen, hoewel een gedeelte in de Koninklijke Bibliotheek en in de Provinciale Bibliotheek van Zeeland terecht kwam. De niet-juridische werken en de archivalia werden in 1856 aan het Algemeen Rijksarchief overgedragen. Het resterende bezit (1274 oude juridische drukken, waarvan een tachtigtal uit de zestiende eeuw) is thans, 150 jaar na de oprichting van de Hoge Raad, vakkundig gecatalogiseerd door P. P. Schmidt (cf. Kroniek 13,
nr. 1055). Enkele bijzondere collecties zijn (nog) niet beschreven (publikaties 1789-1800 over de Franse en Bataafse Republiek, evenals de academische dissertaties en oraties). Merkwaardig is de opname van drie handschriften tussen de gedrukte boeken (nrs. 262 en 929-930).
Na een korte inleiding volgt de alfabetische catalogus. De beschrijvingen zijn voldoende diepgaand en bruikbaar (hoofdwoord, titel, editie-aanduiding, impressum, bibliografisch formaat en opbouwformule). Tevens worden enkele exemplaarkenmerken vermeld (convoluut, herkomst). Vermiste exemplaren (die in oudere catalogi worden vermeld) zijn beschreven naar een exemplaar in een andere bibliotheek (en gemerkt met een asterisk). Dat blijkt een handige oplossing om naast het actuele boekenbezit ook de bibliotheekgeschiedenis te documenteren. De beschrijvingen lijken erg betrouwbaar. Slecht twee opmerkingen 1° in vergelijking met enkele afgebeelde titelpagina's zijn titel en impressum vaak bekort en gestandaardiseerd - dus geen, exacte regel-per-regel-transcriptie, anderzijds is de auteursnaam niet overal gestandaardiseerd: 'Groot, Hugo de' en 'Grotius, Hugo' zijn door anderen gescheiden - 2° mijn enige echte bezwaar betreft de meerdelige werken : naar aloude (veel te oude) gewoonte worden afzonderlijke drukken wel diepgaand beschreven, terwijl van meerdelige werken slechts het aantal banden wordt vermeld; deze (gemakzuchtige) catalografische traditie is niet langer verantwoord: wat baat het (terecht) ingewikkelde opbouwformules te geven van eendelige werken, terwijl men de meerdelige boeken onbeschreven op één hoopje laat; een bibliograaf dient elke bibliografische eenheid en adequaat en op identieke wijze te beschrijven - vaak blijken bovendien sets van meerdelige werken te zijn samengesteld uit delen van verschillende edities: ook dat is in bibliografisch én boekhistorisch relevant.
De catalogus eindigt met: 1° een concordans op de signaturen; 2° een alfabetisch register, met nuttige verzamelrubrieken (iconografie, provenancegegevens etc.) ; 3° een typografisch register op plaats geordend (met Amsterdam, Frankfurt 's-Gravenhage, Leiden, Leipzig en Utrecht als koplopers). Een goede catalogus heeft steeds een meerwaarde. Ook deze: zo treffen we naast elders onvermelde exemplaren (bv. Plantijndrukken) heel wat boeiende herkomsten aan A. Beverland (cf. Kroniek nr. 1440), P. Burmann, D. Graswinckel, Hof van Holland enz. Een dertigtal afbeeldingen (titelpagina's, portretten enz. - afb. 17 toont een band met eigendomsmerk) vormen een nuttige illustratie bij dit juridisch-bibliografisch naslagwerk. De bibliotheekhistoricus mag hopen dat ooit de catalogus uit 1788 boven water komt en dat de in de negentiende eeuw afgesloten niet-juridische werken worden getraceerd en in hun historische samenhang beschreven. [M. d. S.].
1332. - Uit de schelp gekropen: schelpenboeken in de Leuvense Universiteitsbibliotheek. Tentoonstelling in de Centrale Bibliotheek Katholieke Universiteit Leuven. 27 juli- 14 oktober 1989. - Leuven, 1989. - 166 p.: ill. ; 30 cm.
Tentoonstelling georganiseerd n.a.v. het Internationale Symposium 'Invertebrate dioxygen carriers'. De redactie van de catalogus was in handen van C. COPPENS en R. TAVERNIER. De 74 beschreven publikaties, gaande van facsimile's van twee handschriften, over vier herbaria en lapidaria, 25 drukken uit vnl. de 17de en 18de eeuw en 43 uit vnl. de 19de eeuw, behoren alle tot het bezit van de Leuvense UB; dit verklaart meteen enkele lacunes. In de beschrijving is aandacht besteed aan de collatie, de bandbeschrijving, de eigendomsmerken; deze paragraaf wordt gevolgd door een uitvoerige commentaar over de auteur en zijn werk en ev. andere voorname aspecten van het boek. Een catalogus waar een boel werk in zit en die eigenlijk een betere uitvoering verdiende, ook met huismiddelen moet het beter kunnen (kwaliteit van papier en brocheren). [E. C.-I.].
1333. - Ex libris : Livres rares et précieux des couvents de l'ancien diocèse de Liége conservés à la bibliothèque du Grand Séminaire de Liège. Catalogue. - [Liège, 1988]. - V, 103 p.: facsim. ; 23 cm. - Besteladres: Générale de Banque, Place Xavier Neujean 8, B-4000 Liège. 100 BF.
Uit 1836 en 1851 dateren resp. een systematische en een auteurscatalogus van het oude-boekenbezit van het Grootseminarie te Luik ; zij bleven onuitgegeven. Behalve 294 handschriften zijn er minstens 12.000 drukken tot 1800. De kern van het bezit is afkomstig van de opgeheven kloosters uit het bisdom. De BTK-ploeg die zich nu ruim drie jaar geleden aan het werk heeft gezet, heeft ons een voorsmaakje bezorgd van de grootscheepse onderneming die er in bestaat het hele bezit volgens hedendaagse normen te catalogiseren: een tentoonstelling van plus minus 350 titels, georganiseerd in de lokalen van de Société générale te Luik, met een begeleidende catalogus. Zeer modest in uitvoering verdient deze omwille van de inhoud onze aandacht. Achtereenvolgens komen de verschillende kloosters aan de orde, telkens met een bondig overzicht in vogelvlucht. De titels zijn volgens de ISBD-norm beschreven, gevolgd door een toelichting over de inhoud, soms - doch lang niet stelselmatig -over het exemplaar. Te betreuren is dat er geen enkele bibliograftsche referentie is opgegeven - de vraag rijst of bibliografieën en repertoria geconsulteerd zijn -, ook niet voor de 187 incunabelen die in Polain zullen beschreven staan. Tweede en erger bezwaar is het ontbreken van een register. Overigens lijken de beschrijvingen met zorg te zijn gemaakt. Een pretentieloze maar interessante publikatie. [E. C.-I.].
1334. - Anne-Marie BOGAERT-DAMIN & Jacques PIRON, Livres d'animaux du XVIe au XXe siècle dans les collections de la Bibliothèque universitaire Moretus Plantin. - Namur: Bibliothèque universitaire Moretus Plantin, 1987. -223 p.: ill: ; 26 cm. - (Bibliothèque universitaire Moretus Plantin. Publication, 3). - BF 1.000.
Vijf jaar geleden werd een gelijkaardige tentoonstelling aan plantenboeken gewijd (cf. Kroniek 10
nr. 602). Goede beschrijvingen en toelichtingen, bibliografische verwijzingen, overvloedige goed gekozen afbeeldingen, maar helaas geen register. [E. C.-I.].
1335. - Georges VANDE WINKEL, De Ninoofse abdijbibliotheek in De abdij van Sint-Cyprianus .. 700 jaar premonstratenzerleven te Ninove. Catalogus van de tentoonstelling Ninove 1-23 april 1989. - [Ninove : Werkgroep Abdij Ninove, 1989], p. 16-22, ill.
Van de middeleeuwse bibliotheek van deze premonstratenzer abdij is maar bitter weinig overgebleven: in 1578 ging de bibliotheek in de vlammen op. Het boekenbezit dat daarna tot stand kwam is beter bekend, drie handgeschreven catalogi (uit 1746, 1747 et 1795) zijn bewaard, benevens de veilingcatalogus (Gent, C. J. Fernand) uit 1813 (ex. UB Gent). Bijzonder vermeldenswaard is de bijlage die Vande Winkel publiceert van titels afkomstig uit de Ninoofse abdijbibliotheek en waarvan de huidige bewaarplaats bekend is (vnl. KB Brussel en UB Gent). Een korte maar goede bijdrage die een uitgangspunt betekent voor het verder onderzoek van de geschiedenis van deze bibliotheek. Overigens zijn een aantal drukken (waaronder nogal wat planodrukken) en een paar wapenbanden beschreven en geproduceerd. [E. C.-I.].
1336. - SOCIÉTÉ ROYALE DES BIBLIOPHILES ET ICONOPHILES DE BELGIQUE, Reflets de la bibliophilie en Belgique V. Exposition à la Bibliothèque royale Albert Ier du 5 au 26 novembre 1988. - [Bruxelles: Société royale des bibliophiles et iconophiles de Belgique, 1988]. - 81 p.: ill.; 25 cm. - BF 500.
Ongeveer om de drie jaar organiseert de Belgische Vereniging van bibliofielen een tentoonstelling met begeleidende catalogus. Niet door een thema gebonden, biedt zij een eclectisch maar boeiend en gevarieerd beeld van de recentste aanwinsten door haar leden. Ditmaal was er toch een zwaartepunt : enkele oude (waaronder Vlaamse) en vooral moderne (vnl. Franse en Belgische) banden. Ook een paar handschriften, een Brusselse wiegedruk (Polain 1558) en een paar Antwerpse drukken. [E. C.-I.].
1337. - Jos M. M. HERMANS & Aafje LEM, Middeleeuwse handschriften en oude drukken in de collectie Emmanuelshuizen te Zwolle. (Tentoonstelling Provinciaal Overijssels Museum 9 september-22 oktober 1989). - Zwolle : Stichting Emmanuelshuizen, 1989. - 64 p. : ill.; 24 cm. - Fl. 12.50.
350 jaar Stichting Emmanuelshuizen te Zwolle bood de gelegenheid om met de weinig bekende collectie boeken naar buiten te treden. Grotendeels afkomstig uit de regio, blijkt nog maar eens dat Zwolle een boekenstad was. Samen met de archiefstukken worden ze nu in het Gemeentearchief bewaard. De hier gepresenteerde publikatie heeft niet de pretentie de definitieve wetenschappelijke catalogus te zijn, maar vormt wel een aanzet daartoe; ze heeft de grote verdienste een vrijwel onbekende verzameling voor het eerst te ontsluiten en de aandacht op de interessante kenmerken ervan te vestigen: eigendomsmerken, bind- en penwerk. 19 handschriften en 16 drukken zijn kort bescheven en toegelicht. Er is o.m. de Bijbel van Moretus uit 1599 (BT 474), een druk van Jansz van Woerden (NK 3388), een van R. Paffraet (IDL 1924) en een van A. Paffraet uit 1545; overigens zijn het vnl. Bazelse drukken. De catalogus is bovendien suggestief en fraai geillustreerd. [E. C.-I.].
1338. - Theatrum orbis librorum. Liber amicorum presented to Nico Israel on the occasion of his seventieth birthday,ed. Ton CROISET VAN UCHELEN, Koert VAN DER HORST and Günter SCHILDER. - Utrecht : HES/Forum, 1989. - xii, 518 p.: ill., facsim.; 25 cm. - ISBN 90-6194-367-1. Fl. 265.
De grote Nederlandse antiquaar Nico Israel heeft een waardig Festschrift gekregen, dat bovendien een belangrijke verzameling studies over Nederlandse boekgeschiedenis bevat. Er zijn drie grote rubrieken : 'geografie en reizen', 'oude en zeldzame boeken' en 'boekhandel, verzamelingen en bibliotheken'. Bijdragen aan de laatste twee rubrieken worden in deze kroniek afzonderlijk besproken (indien van toepassing). Israels specialiteit zijn de fraaie atlassen en kaarten uit de Hollandse Gouden Eeuw. Dit Festschrift - waarvan de naam zeer toepasselijk zinspeelt op die van zijn Amsterdamse kartografische uitgeverij Theatrum Orbis Terrarum (Ortelius!) - besteedt daar dus ook ruim aandacht aan. Voor boekhistorici valt hier te vermelden : Cor. Koeman 'The making of Atlantes neerlandici' (p. 8-14) over de grote atlasbibliografie; Louis Loeb-Larocque 'Ces Hollandaises habillées à Paris ou L'exploitation de la cartographie hollandaise par les éditeurs parisiens au XVIIe siècle' (p. 15-30); Willem F: J. Mörzer Bruyns 'Nico Israel, Ernst Crone and Pedro de Medina's De Zeevaert oft Conste van ter Zee te varen' (p. 31-38); en vooral Adriaan Plak 'The editions of the Atlas Minor until 1628' (p. 57-77), die aantoont dat met de nieuwe methoden van analytisch-bibliografisch onderzoek (collatie, signatuurposities enz.) ook de bibliografische beschrijving van atlassen een nieuwe impuls krijgt en inzicht kan verschaffen in de publikatiegeschiedenis.
Deze bundel hoort, mede om zijn keurige en aangename vormgeving, thuis bij iedereen die een hart heeft voor de geschiedenis van het boek in de Nederlanden. [M. d. S.].
Zie ook nrs.
1340; 1361; 1368; 1370; 1398; 1432; 1443; 1443; 1451; 1453; 1469; 1497; 1508
1339. - C. KOEMAN, Miscellanea cartographica. Contributions to the history of cartography, ed. Günter SCHILDER, Peter VAN DER KROGT. - Utrecht: HES, 1988. - XL, 390 p.: ill.; 25 cm. (HES studies in the history of cartography and scientific instruments, 5). - ISBN 90-6194-167-9. Fl. 159.
Ter gelegenheid van de zeventigste verjaardag van de kaarthistoricus der Nederlanden, C. Koeman, werden een aantal van zijn verspreide publikaties gebundeld. Dat gebeurde op een voorbeeldige wijze : de oorspronkelijke paginering van de artikels is behouden, met toevoeging van een nieuwe doorlopende nummering tussen haakjes; het voorwerk bevat o.m. de bibliografie van de auteur (211 nummers, 1946-1988 - met inbegrip van de originele bijdrage over Pedro de Medina in deze bundel); het boek wordt helemaal ontsloten door een register (door Paul van den Brink). Bij (her)lezen valt op hoeveel boeiende informatie over kaarten en atlassen werd samengebracht. Voor boekhistorici blijven van belang : (3) 'Een plan voor een bibliografie van de atlassen, uitgegeven in de Nederlanden vóór 1880' (1962), (4) 'Lucas Janszoon Waghenaer : a sixteenth century marine cartographer' (1965); (5) 'Pieter van den Keere, Germania Inferior,Amsterdam 1617. Bibliographical note to the facsimile-edition' (1966); (6) 'A catalogue of atlases. globes and maps published by Joan Blaeu (1670-71), preserved in the Plantin-Moretus Museum, Antwerpen' (1967), (11) 'Willem Barentsz. Caertboeck van de Midlandtsche zee,Amsterdam 1595. Bibliographical note to the facsimile-edition' (1970); ( 12) 'Arent Roggeveen, The Burning Fen, First part,published by Pieter Goos, Amsterdam 1675 and Second part,published by Jacob Robijn, Amsterdam 1687 Bibliographical note to the facsimile-edition' (1971) ; (14) 'Krijgsgeschiedkundige kaarten' (1973); (15) 'Willem Blaeu's Catalogus Librorum of 1633. Analysis of the cartographic books' (1973); (16) Willem Jansz. Blaeu, The Sea-Bacon,Amsterdam 1643. Bibliographical note to the facsimile-edition' (1973); (17) 'Kaarten zonder drukletters. Enkele voorbeelden van de ontwikkeling van het kaartschrift in de loop der eeuwen' (1976); (21) 'The Chart Trade in Europe from Its Origin to Modern Times' (1980). [M. d. S.].
1340. - John LANDWEHR, A bouquet of bookish emblems in Theatrum orbis librorum .... p. 447-458, ill. (cf. nr. 1338).
Bloemlezing emblemen m.b.t. boekdrukkunst. eindigend met een leuke allusie uit Roemer Visschers Sinnepoppen. [M. d. S.].
1341. - Adèle NIEUWEBOER, De Maatschappij en haar gelegenheidsgedichten in een haat/liefdeverhouding in Nieuw Letterkundig Magazijn,7, 1979, 1, p. 21-23, ill.
Tijdens de voorbereiding van een (ruimer) vervolg op J. Boumans catalogus van gelegenheidsgedichten in de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage (1982, Kroniek 9
nr. 575), bleken zich in het bezit van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden (in de Leidse Universiteitsbibliotheek) een zeer groot aantal gelegenheidsgedichten te bevinden, die (meestal) haast niet in de gewone catalogus vindbaar bleken. Een collectie van ca. 300 drukjes uit het bezit van J. A. Alberdingk Thijm (verworven in 1890!) bleek nog onaangeroerd (met alle voordelen van dien) en onbeschreven aanwezig. Daaronder bevinden zich tientallen unica (meest uit Amsterdam en Enkhuizen).
De (geautomatiseerde) catalogus (17de en 18de eeuw) zal ca. 6700 titelbeschrijvingen bevatten - een geweldige aanwinst van, vrij efemeer, 'plaatselijk drukwerk', met meestal prachtige prenten en ornamenten. [M. d. S.].
Zie ook nr. 1531
1342. - Catalog der Kochbücher - Sammlung van Theodor Drexel. Als Manuscript gedruckt. Frankfurt a.M., Druckerei von August Österrieth,1885 - [Bruxelles]: Le grenier du collectioneur: E. Van Balberghe. [1989). -Meervoudige paginering; 24 cm. - (Trésors gastronomiques, 2). - BF 1.500.
Ongewijzigde fotomechanische herdruk op 75 exemplaren van een belangrijke Duitse collectie kookboeken uit de vorige eeuw. Binnen elke taal is de rangschikking chronologisch. De Nederlandse drukken zijn in hoofdzaak de bekende traktaten uit de 17de en 18de eeuw. Met de vijf Nachträge,tot in 1891, zijn er 1214 nummers.
De idee om deze oude verzameling opnieuw bekendheid te geven is goed. Alleen is het jammer dat er noch een woord vooraf is - welk exemplaar ligt ten grondslag aan de reprint ? - noch een inleiding : we vernemen niets over Drexel, de geschiedenis van zijn collectie en de verspreiding ervan. De bruikbaarheid van deze herdruk zou bovendien verhoogd zijn indien het viertal registers tot één enkel was verwerkt en als 'nawerk' was gepubliceerd. Dat zou pas zinvol zijn geweest. [E. C.-I.].
1343. - Hans STORME, Gedrukte preekboeken : een verwaarloosde bron voor de geschiedenis van godsdienst: mentaliteit en dagelijks leven in Godsdienst, mentaliteit, en dagelijks leven. Religieuze geschiedenis in België sinds 1970. Handelingen van het colloquium van 23 en 24 september 1987. Onder red. van Michel CLOET en Frank DAELEMANS. (Archief- en Bibliotheekwezen in België). Extranummer 35. Brussel, 1988), p. 89-109.
Omdat geschreven sermoenteksten aangewezen, maar verwaarloosde, bronnen zijn voor de geschiedenis van de prediking in de Nieuwe Tijd, stelden Hans Storme en Nicole Bostyn een repertorium samen van in de 'Vlaamse' bisdommen tussen 1600 en 1800 uitgegeven preekboeken (cf. Kroniek 9
nr. 574). In dit artikel gaat de aandacht uit naar de methodologische problemen waarmee de historicus moet rekening houden, wil hij uit deze preekboeken elementen opdiepen van godsdienst, mentaliteit en dagelijks leven uit het verleden. Over de boekhistorische aspecten van zijn onderzoek weidt de auteur hier niet verder uit.[P. D.].
Zie ook nr. 1344
1344. - Eddy PUT, Schoolboeken in de Nieuwe Tijd : status quaestionis en perspectieven voor verder onderzoek in Godsdienst, mentaliteit en dagelijks leven ..., p. 111- 128 (cf. nr. 1343).
Detailstudie over én status quaestionis van het onderzoek naar leerboeken (de facto steeds leesboeken) in de kleine, lagere scholen van het Ancien Régime. Bij ontstentenis van volledige oplagecijfers is men voor de vraag over het effectief gebruik van schoolboeken aangewezen op minder direct bronnenmateriaal. Op basis van twee dekenale enquêtes (eind 18de eeuw, Herentals en Mechelen-West) kon de auteur een bestsellerlijst samenstellen van 20 schoolboektypes : ABC-boekjes, 'spelkonsten', oudtestamentische verhalen, moraliserende traktaatjes, de Mechelse catechismus (naast de Historische Geloofsonderwijzing van Fleury), wellevendheidsboekjes, ja zelfs kranten. In bijlage worden de titels opgesomd met hun volledig bibliografisch adres. De voetnoten vormen samen een handige literatuurlijst voor het schoolboekenonderzoek in de Zuidelijke Nederlanden en in de Duitstalige wereld. [P. D.].
1345. - H. MENKE, Een nieuwe bibliografie van Reinaert de Vos in Dokumentaal,17, 1988, 3, p. 87-90.
Overzicht van de Nederlandse Reinaert-drukken, ter aankondiging van een ca. 1990-1991 in Stuttgart te verschijnen volledige (Europese) Reinaert-bibliografie tot 1800. [M. d. S.].
1346. - Jan GOOSSENS, De gecastreerde neus. Taboes en hun verwerking in de geschiedenis van de Reinaert. - Leuven, Amersfoort : Acco, 1988. -152 p. : ill. ; 24 cm. - (Leuvense Studiën en Tekstuitgaven. Nieuwe Reeks, nr. 8). - ISBN 90-334-1910-6.
Deze studie behandelt in hoofdzaak de omgang van latere uitgevers en nadichters met twee scabreuze scènes in het Middelnederlandse dierenepos: in Reinaert I de passage waar de kater Tybaert de dorpspastoor ten dele castreert, en in Reinaert II het tweegevecht tussen Reinaert en Izegrim, waarbij de vos zijn vijand op dezelfde plek mishandelt. De meer of minder grote duidelijkheid van de latere teksten gaat mee met de geest van de tijd en de maatschappij: het katholieke volksboek uit de Zuidelijke Nederlanden (16de tot 18de eeuw) is behoedzamer dan zijn protestantse Noordelijke tegenhanger. In de 18de eeuw zet een toenemende taboeisering in tot halfweg de 20ste eeuw. Dezelfde evolutie in de illustratie wordt met voorbeelden verduidelijkt. Boekhistorisch interessant is de beschrijvende bibliografie van 19de- en 20ste-eeuwse bewerkingen : daarin zijn curiosa opgenomen, die men in wetenschappelijke overzichten niet aantreft. zoals (p. 140 nr. 42) een plakboek waarvan de Franse tekst (een vertaling van de versie van J. de Geyter) het werk zou zijn van Camille Huysmans. [W. W.].
1347. - Johan HANSELAER, Virgil's Aeneid : editions and translations printed in the Southern Netherlands. 1475-1650 in Lias,15, 1988, p. 243-285.
Gebaseerd op zijn licentiaatverhandeling (RU Gent) presenteert Hanselaer hier de drukgeschiedenis van Vergilius' werk in Europa tussen 1469 en 1650. Daarna gaat hij dieper in op de verspreiding van de Aeneis in de Zuidelijke Nederlanden. Als appendices zijn gepubliceerd o.m. het woord vooraf van drukker J. Bellerus tot de Spaanstalige editie uit 1557 en een (niet volledige) lijst met de Aeneis-drukken uit de Zuidelijke Nederlanden, 1475-1650. Een bibliografie van deze drukken staat op het getouw. [E. C.-I.].
1348. - Volk en boek 1450-1800. Spec. nr. van Leidschrift (Leiden: Vakgroep Geschiedenis). 5, 1988-1989, 3, Juni 1989, 138 p. - ISSN 0923-9146. Fl. 8.50.
Het fenomeen 'volksliteratuur' en 'volksboek' heeft altijd een wat zweverige, moeilijk te definiëren omschrijving gehad, vooral in samenhang met weinig onderzochte zaken als geletterdheid, het onderwijs buiten de Latijnse scholen en 'orale cultuur'. De boekhistoricus vindt in deze bundel drie bijdragen : Bert van Selm noemt in 'Almanacken, lietjes, en somwijl wat wonder, wat nieus' volkslectuur in de Noordelijke Nederlanden (1480-1800) : een onbekende grootheid (p. 33-68). In zijn voortreffelijke status quaestionis ruimt hij nog eens de misverstanden rond de Nederlandse 'volksboeken' en 'populaire literatuur' op en wijst nieuwe wegen van onderzoek aan : studie van boekenbezit, boekproductie (bv. almanakken) en handel in boeken. Twee andere studies gaan eerder van literair-historische categorieën uit : R. J. Resoort situeert de Prozaromans in druk van 1500-1800 (p. 69-86) met als voorbeeld de Historie van Malegijs. Paul Wackers behandelt de vraag Hoe volks zijn de Reynaertboeken ? (p. 87106).
De term 'volksboek' kunnen we maar beter schrappen - dat zal ons ertoe aanzetten om nauwkeuriger omschrijvingen te vinden voor concrete (volks)lectuursituaties. [M. d. S.].
1349. - Der Buchdruck im 15. Jahrhundert: eine Bibliographie. Hrsg. Severin CORSTEN und Reimar Walter FUCHS u.M.v. Kurt Hans STAUB. Teil 1 : Bibliographie. - Stuttgart : A. Hiersemann, 1988. - xviii, 699 p. ; 28 cm. -(Hiersemanns Bibliographische Handbücher, 7, 1). - ISBN 3-7772-8813-6. DM 1.300.
De geschiedenis herhaalt zich vaker dan wij denken - dit geldt ook voor de soms lange en moeizame wordingsgeschiedenis van een boek, zoals de nu voorliggende bibliografie over de boekdrukkunst in de 15de eeuw. De oorspronkelijke idee Der Buchdruck des 15. Jahrhunderts (1929-1936) te herdrukken en aan te vullen, is gelukkig spoedig van tafel geveegd, ten voordele van een geheel nieuw bewerkte uitgave, waarin naast het nieuwe ook het oude materiaal mee is opgenomen. De voortijdige dood in 1975 van Hans Widmann is o.m. oorzaak van de vertraging. Maar dank zij de vereende krachten van S. Corsten, R. W. Fuchs, K. H. Staub en diens echtgenote, zijn de 15.000 titels verzameld, gecontroleerd en systematisch geordend. Geheel voltooid is de bibliografie evenwel nog niet : in een kleiner tweede deel komen de registers en de aanvullingen. Wijselijk hebben de auteurs geen termijn bepaald, maar wij hopen zeer dat die niet te ver in het verschiet ligt.
De bibliografie is systematisch opgebouwd: I Algemeen: 1 Boekdruk en Boekhandel; 2 Het Boek; 3 Incunabelonderzoek; II Regionaal : A Landen, B Plaatsen. De systematiek beantwoordt in principe aan die van de vooroorlogse bibliografie; nieuw - en beslist zeer praktisch - is de unieke alfabetische rangschikking van de drukplaatsen. Men zal zich dus niet meer moeten afvragen in welk land Breslau of Wroclaw ligt! Opgenomen is de relevante wetenschappelijke literatuur, een criterium dat natuurlijk niet over de hele lijn eenduidig haalbaar is, maar het verklaart in ieder geval de afwezigheid van vulgariserende artikelen. In meervoudig opzicht belangrijke titels daarentegen zijn op meer dan één plaats opgenomen. Zo nodig volgt een annotatie in cursief. De uitgevers hebben op zevenendertig medewerkers in verschillende landen een beroep kunnen doen. Voor Nederland heeft Wolfgang Borm uit Wolfenbüttel ingestaan - hoe komt het dat er niemand uit Nederland zelf bij betrokken is ? -; voor België is de in 1976 voortijdig overleden pater Kamiel Heireman opgevolgd door Jérôme Machiels (UB Gent).
Een zo omvangrijke bibliografie (de titels zijn niet genummerd!) kan maar op haar deugdelijkheid getoetst worden na veelvuldig gebruik. Daarom beperken zich enkele indrukken nu slechts tot wat een eerste kennismaking oplevert; daarbij gaat de aandacht voornamelijk naar het meest vertrouwde. In de rubriek 'Inkunabelsammlungen' staat p. 208 s.v. Bruxelles-Brussel de tentoonstellingscatalogus 'Oude drukken uit de Nederlanden ...' s.v. de drie auteurs, terwijl hij als anoniem beschreven op zijn plaats is opgenomen p. 267 s.v. Washington, waar de boeken thuishoren; een aanvullend artikel daarop staat echter alleen in het regionale deel (p. 352). In de rubriek 'Länder' zijn 'Belgien und Niederlande' gelukkig samen behandeld. De catalogus van de Nederlandse incunabelen te Parijs staat, volgens het aangelegde criterium, in 'Inkunabelsammlungen s.v. 'Paris' en in 'Belgien und Niederlande'. Het bestaan van een rubriek 'Buchillustration' die o.m. een onderverdeling naar landen heeft, verklaart natuurlijk de opname van Conways Woodcutters (p. 145); toch staan die ook in het algemene regionale deel (p. 350). In datzelfde deel B 'Orte' zijn binnen elke stad de drukkers alfabetisch ondergebracht. Eindelijk vinden wij nu eens in een internationaal standaardwerk Dirk Martens onder Aalst (denk er aan : hij is ook nog in Antwerpen en Leuven te vinden!).
Deze bibliografie is te belangrijk om niet meteen het verschijnen ervan te signaleren ook al ontbreken de registers nog. Zij bevat een ongehoorde schat aan informatie die niet uitsluitend de incunabulist van pas zal komen. Het boek is klassiek en sober (bijna streng zelfs, met de zwartlinnen band waarop de titel in goudstempeling) uitgevoerd. Echter, helaas, voor dit éne deel moet plus minus 26.000 BF ofte 1.450 gulden neergeteld worden. Laat ons niet al te veel klagen dat de boeken bij ons veel te duur zijn. Dit boek is het en zal door weinig of geen particulieren gekocht worden; dit is dan ook meer te betreuren voor de auteurs dan voor de uitgever. [E. C.-I.].
1350. - Paul NEEDHAM, The Bradshaw method: Henry Bradshaw's contribution to bibliography. - Chapel Hill, NC : Hanes Foundation, Rare Book Collection, University Library, The University of North Carolina, 1988. -35 p. : facsim. ; 23 cm. - (The Hanes Lectures, 7). - Single copies of lectures in print are available upon request.
Needham is nagegaan wat Bradshaw (+ 1886) voor de wetenschap vandaag betekent. Hij deed dit toen hij te Cambridge gedurende een jaar uiteenlopend bibliografisch onderzoek verrichtte en zijn nieuwsgierigheid hem naar de ongepubliceerde 'Bradshaw papers' voerde. Toen bleek dat Bradshaw hem - en anderen - met bepaalde vondsten inzake oude drukken meer dan een eeuw voor was geweest ! N illustreert dit met een drietal voorbeelden (de twee zetsels in de Gutenbergbijbel, de twee zetters van de Straatsburgse Bijbel van J. Mentelin, 1460 en twee Caxtondrukken uit 1481). Er is - zo kan men derhalve stellen - niet zoveel vooruitgang gemaakt sinds Bradshaw als men wel dacht.
N onderscheidt in Bradshaw's methode drie hoofdpunten: 1 de bouw van het boek en het verband tussen tekst en band (collatieformule). 2 de bepaling van typografische identiteit en variatie, 3 de zetgewoonten of -praktijken. Op deze drie aspecten gaat N nader in. I.v.m. punt 2 is het echter opvallend dat namen en werk van de Nederlandse geleerden Holtrop en Campbell, nauwelijks worden opgeroepen. Zonder hen zou Bradshaw immers niet hebben kunnen doen wat hij gedaan heeft. En zeggen dat die lijn nu is doorgetrokken tot die andere Nederlandse geleerden, de Hellinga's, zou niet misstaan hebben. Waar zijdelings de methode van Proctor en Häbler, die in de BMC en de GW leidinggevend is geweest, ter sprake komt, waarschuwt N voor uitspraken als 'a very similar type'; vaak gaat het immers gewoon om een nieuw gietsel van hetzelfde type! Als een Appendix volgt ten slotte 'Henry Bradshaw and the development of the collational formula'. Aanbevolen lectuur aan elke incunabulist (in spe). [E. C.-I.].
1351. - BAYERISCHE STAATSBIBLIOTHEK, Inkunabelkatalog. BSB - Ink. -Wiesbaden : L. Reichert, 1988-.
De lang verbeide incunabelcatalogus van de Bayerische Staatsbibliothek te München begon eind '88 te verschijnen. In 'Die Erschliessung der Inkunabelsammlung der Bayerischen Staatsbibliothek in Vergangenheit und Gegenwart' schetst Elmar Hertrich, de projektleider, op zeer uitvoerige en nauwgezet gedocumenteerde wijze de historiek van deze bibliografische onderneming en de huidige opzet. Met de steun van de Deutsche Forschungsgemeinschaft is de BSB er in geslaagd 9.573 edities in 16.785 exemplaren te beschrijven naar druk én naar exemplaar. Aan de gedrukte boekversiering is ook extra aandacht geschonken. Een registerband en een platenband liggen in het verschiet. Wij hebben op dit ogenblik nog geen kijk op de Nederlandse drukken in de BSB aanwezig, maar dat er heel wat zijn, is bekend. Een duur maar voor bibliotheken onmisbaar werkinstrument. [E. C.-I.].
1352. - S. VAN DER WOUDE, De Keulse bijbels tussen Bartholomaeus von Unckel en Henricus Quentel in Het oude en het nieuwe boek..., p. 45-56 (cf. nr. 1306).
S. van der Woude neemt nog eens het probleem van de Keulse tweelingsbijbels ter hand (Keulen, circa 1478-1479). Op grond van het lettermateriaal veronderstelt hij dat Quentel het door von Unckel begonnen werk voortgezet heeft. Vervolgens gaat hij nog de volgorde van het zetwerk na. [J. M.].
1353. -A. VANDEWALLE, De vroege boekdrukkunst in Bretagne en Jan Brito in Genootschap voor geschiedenis. Handelingen. 125, 1988, p. 250-253.
Naar aanleiding van J.-F. Gautier, Jean Brito de Bretagne en Flandre 1417-1484 (Rennes, 1986), 32 pagina's, kan V enkel maar de vernieuwde belangstelling voor Brito in Bretagne signaleren; nieuws is er niet. [E. C.-I.].
1354. - N. GEIRNAERT, Jan Brito's weduwe in 1484 in Biekorf,89, 1989, p. 59-60.
Dank zij een rekeningpost in het Brugse stadsarchief kon G er toe besluiten dat Brito vóór 16 juli 1484 moet zijn overleden. Zijn weduwe zet de schrijfactiviteit verder, of zij ook de drukpers heeft gehanteerd, is nog niet uitgemaakt. [E C.-I.].
1355. - Margie N. FUIT-OVERDUIN, Some unknown fragments of 'Die ieeste van iulius cesar' in Quaerendo,18, 1988, p. 200-210, facsim.
In hs. 75 B 14 van de Haagse KB vond Margie Fuit twee tot hartstrookjes verknipte papieren fragmenten van maculatuur. Zij blijken afkomstig te zijn van het in de titel genoemde werk, door de Drukker van Die ieeste van iulius ceasar te Gouda tussen 1486 en 1493 gedrukt (CA 393). Deze tekst is een vertaling van een hoofdstuk in Jacques de Guise's Annales du Hainaut. Vergelijking van de fragmenten (hier gereproduceerd) met de Franse tekst leidde tot de identificering. [E. C.-I.].
1356. - Jo BECKERS, Van hoofse toneeltekst naar leestekst voor burgers. Enkele opmerkingen bij 'Een seer ghenoechlike ende amoroeze historie vanden eedelen Lantsloet ende die scone Sandryn' (±1486) in Literatuur,6, 1989, p. 222-228, facsim.
Tekstvergelijking tussen de oudst bewaarde druk door de Goudse drukker Govert van Ghemen ca. 1486 [CA 974] en de oudst bekende versie in het handschrift-Van Hulthem. [E. C.-I.].
1357. - Kamiel HEIREMAN (+), De jonge boekdrukkunst en de Leuvense Universiteit in Ex Officina,5, 1988. p. 48-61, ill.
Oorspronkelijk als een bijdrage tot de tentoonstellingscatalogus 550 jaar Universiteit te Leuven (1976) bedoeld, bezorgde pater Heireman van deze tekst een bijgewerkte versie voor een tijdschrift. Zijn dood nu meer dan dertien jaar geleden, heeft dit verhinderd. Jan Roegiers lost nu een belofte in. H. wijdt enkele algemene beschouwingen aan belang en kenmerken van de nieuwe kunst binnen de muren van de universiteit, waarbij Dirk Martens in de kijker staat. [E. C.-I.].
1358. - C. COPPENS. Recente aanwinsten - Een handjevol zielzorg: een exemplaar van de 'Manipulus curatorum' van Guy de Montrocher gedrukt te Leuven door Jan van Westfalen (1483). Met een handschriftelijk fragment van het 'Liber Floretus' in Ex Officina,6, 1989, p. 46-53, ill.
Diepgaand onderzoek van een druk van Jan van Westfalen (cf. BMC IX 514), de band. toevoegingen en aantekeningen, eigendomsmerken. De laatste eigenaar was Charles Vander Elst (+ 1982), oud-voorzitter van de Société royale des bibliophiles et iconophiles de Belgique, wiens waardevolle collectie in verspreide orde werd geveild. De verwerving door de Leuvense UB was mogelijk dank zij het mecenaat van A. Vandeplas. [E. C.-I.].
1359. - Barbara H. JAYE, The hart in the hortus, the swan in the cella : animal imagery in the Bogaerdus blockbooks in Fifteenth-century studies. Volume 12. Ed. Edelgard E. DU BRUCK [and] William C. MCDONALD. - Stüttgart : Hans-Dieter Heinz : Akademischer Verslag, 1987, p. 57-85. - (Stuttgarter Arbeiten zur Germanistik, 181).
De blokboeken Exercitium super Pater Noster en het Spirituale pomerium van Henricus Pomerius of Uten Bogaerde zijn bedoeld als een leidraad bij het gebed. De voorstellingen begeleiden de lezer bij de contemplatie. De afbeeldingen van hert, zwaan en zwaluw die in deze blokboeken worden aangetroffen, hebben dan ook een symbolische waarde : het hert graast bij de boom der wijsheid, de zwaan zwemt in het water van het doopsel, de zwaluw brengt een geestelijke boodschap aan het mensdom. [E. C.-I.].
1360. - J. P. FILEDT KOK, Een Biblia Pauperum met houtsneden van Jacob Cornelisz. en Lucas van Leyden gereconstrueerd in Bulletin van het Rijksmuseum,36, 1988, nr. 2, p. 83-116.
Aan de hand van 9 fragmenten uit het Rijksprentenkabinet en 46 fragmenten uit Brunswijk reconstrueert de auteur de ganse, 3 meter lang metende fries. Vervolgens behandelt hij Doen Pietersz. als uitgever van reuzenprenten, de toeschrijving van de houtsneden, de invloed en de relatie met de 15de-eeuwse Biblia Pauperum uitgaven. De laatste Biblia Pauperum druk wordt ca. 1530 gesitueerd. [J. M.].
1361. - Jan STORM VAN LEEUWEN, The well-shirted bookbinding; on chemise bindings and Hülleneinbände in Theatrum orbis librorum .... p. 277-305, ill. (cf. nr. 1338).
Andermaal (cf. Kroniek 14 nr. 1121) wordt hier, maar nu veel uitvoeriger, ingegaan op de zg. 'chemise'-band in 1988 door de Haagse KB verworven. Een lijst van bekende banden die hun oorspronkelijk omhulsel in leer of textiel hebben bewaard (chemise-banden en Hülleneinbände), 56 nummers tellend, maakt deze studie bijzonder waardevol. [E. C.-I].
1362. - G. J. JASPERS. De blokboeken en incunabelen in Haarlems Libry. - Haarlem De Vrieseborch, 1988. - 309 p.: ill., facsim.; 25 cm. - ISBN 906076-290-0 (geb.). Fl. 50.
Met 'Haarlems Libry', opgericht in 1596, wordt natuurlijk de huidige Stadsbibliotheek te Haarlem bedoeld. De blokboeken en incunabelen daar bewaard, worden onder vele aspecten beschouwd en voorgesteld; de uitvoerige inhoudsopgave biedt een uitstekend overzicht van alles wat in dit boek aan de orde komt. En dat is veel: de vroegste geschiedenis van de Stadsbibliotheek in vogelvlucht, iets over blokboeken, prototypografie en incunabelen in het algemeen, over de oorspronkelijke bezitters, over de drukkers en uitgevers van de Nederlandse én de buitenlandse incunabelen, over datering en inhoud en iets over verluchting, illustratie en boekband, steeds in verband met de incunabelen te Haarlem. Wat daarop volgt is eigenlijk een tweede luik: een catalogus van 1 de incunabelfragmenten en van 2 de blokboeken en incunabelen. De belangrijkste inbreng in dit boek is het catalogusgedeelte en al de informatie over de geschiedenis van het exemplaar, zijn vroegere bezitters, maar ook de eventuele rubricering en de band, de rest is niet van wezenlijk belang maar past in een globale voorstelling van het incunabelbezit van de Haarlemse Stadsbibliotheek, ook voor de belangstellende leek toegangelijk gemaakt. En dit is ten slotte geen kleine verdienste.
Laten wij even stilstaan bij de vroegere bezitters. De eerste plaats wordt hier ingenomen door de Commanderij van Sint Jan, de geestelijke ridderorde der Johannieters, waarvan de SB nu 44 exemplaren bezit. Er zijn verder de talrijke kloosters, uit wier bezit echter soms pas in de 19de eeuw, boeken in de SB terecht zijn gekomen, zoals van de Reguliere Kanunniken uit Haarlem zelf. Zo ook zijn er boeken bij afkomstig uit buitenlandse kloosters, en natuurlijk van particulieren. In het meer recente verleden zijn voornamelijk twee verzamelaars van gewicht geweest voor de SB Haarlem, nl. Jacobus Koning (1770-1832), de man die Laurens Jansz Coster op een standbeeld plaatste, maar zelf een groot boekenverzamelaar was, een belangrijk deel uit zijn collectie handelend over de uitvinding van de boekdrukkunst of zijnde de 'eerste en hoogstmerkwaardige voortbrengselen van de drukpers'. Van A. H. Hoffmann von Fallersleben (1798-1874), waarmee Koning heeft gecorrespondeerd, zijn er ook enkele drukken aanwezig; van hem is, via Koning, een collectie incunabelfragmenten afkomstig (cf.
nr. 1502). Voorts kon de SB op de veiling Enschedé in 1867 haar bestand oude drukken nog uitbreiden.
In het catalogusgedeelte komen eerst de 160 fragmenten aan de orde - van 28 incunabelen is volgens de IDL geen exemplaar in Nederland voorhanden -met opgave van bibliografische verwijzing en eventuele eigendomsmerken. Er zijn negen blokboeken. waardonder vier Specula humanae salvationis,in combinatie overigens met prototypografie, en veertien produkten van de prototypografie hoofdzakelijk uit donaten bestaande. De rest (nr. 25-215) betreft wiegedrukken. De beschrijving bestaat uit een verkorte standaardtitel, genormaliseerd impressum, collatie, informatie over staat, rubricering, band en provenance, bibliografische verwijzingen, huidige signatuur in de SB, op zich een uitstekend stramien voor het repertoriëren van incunabelen.
Het nawerk bestaat uit een lijst met technische termen, literatuur, een register van de voormalige bezitters, concordanties tussen verschillende repertoria en het nummer in dit boek, een lijst van afbeeldingen. Deze laatste zijn overvloedig, helaas niet altijd van goede kwaliteit voornamelijk wanneer het kleurenreprodukties betreft. De bedoeling was, dunkt mij, wel duidelijk ook een kijkboek te maken, maar dit heeft het voordeel dat er toch weer altijd verrassende plaatjes instaan.
Alles samen beschouwd moet mij van het hart dat ik een beetje moeite heb met dit overigens mooie en interessante boek: het biedt tegelijkertijd te veel en te weinig aan de boekhistoricus; vruchten van nieuw onderzoek moet men er zeker niet in zoeken - dat was allicht ook de bedoeling niet - maar toch vraag ik me af of alle bestaande relevante literatuur gekend en verwerkt werd. Dit nagaan wordt trouwens bemoeilijkt door de afwezigheid van verantwoorde noten ; de verwijzingen hier en daar tussen haakjes zijn onvoldoende. Een stand van zaken weergeven in een vlot geschreven, overzichtelijke synthese kan uitstekende diensten bewijzen maar elke lezer heeft recht op een nauwkeurige bronopgave. Een boek dus dat de ontwikkelde leek te stade zal komen en door de boekhistoricus vooral voor het catalogusgedeelte zal worden gewaardeerd. [E. C.-I.].
Zie ook nrs. 2689; 2963
1363. - Luc KNAPEN, Les incunables de Saint-Hubert conservés à la Société archéologique de Namur in Le livre et l'estampe,35, 1989, nr. 131, p. 47-87, ill.
Luc Knapen spant zich sedert geruime tijd in om de bibliotheek van de benedictijnenabdij van Saint-Hubert in de Ardennen te reconstrueren. Het dertigtal incunabelen dat zich sedert de Franse revolutie in de Société archéologique te Namen bevindt, is tot op heden de belangrijkste partij boeken waarvan de thuishaven bekend is. K schetst de geschiedenis van de collectie gedrukte boeken o.m. aan de hand van een inventaris uit 1665,een reglement uit 1703 en bruikleenregisters uit 1703 en 1750. Daarna wordt ingegaan op bijzonderheden van deze wiegedrukken (niet de enige die Saint-Hubert ooit bezat!): eigendomsmerken (wapenband, handgeschreven ex-libris), de boeknummers en de organisatie van de bibliotheek. Tot slot volgt een verkorte-titellijst met uitgebreide exemplaarbeschrijving. Een registertje van de drukplaatsen laat zien dat er twee drukken van Jan van Westfalen bij zijn, één van Ketelaer & De Leempt en één van P. van Os. [E. C.-I.].
Zie ook nr.
1551
1364. - Gerda C. HUISMAN & Catrien SANTING. Wessel Gansfort en het noordelijk humanisme. (Catalogus bij de tentoonstelling gehouden in de Universiteitsbibliotheek Groningen van 29 augustus tot 1 oktober 1989). - Groningen: Universiteitsbibliotheek, 1989. - 77 p.: facsim.; 24 cm. - ISBN 90367-0137-2.
De vijfhonderdste verjaring van het overlijden van de Groningse geleerde en humanist Wessel Gansfort gaf aanleiding tot een internationaal congres en een tentoonstelling. Hoewel hij in Groningen geboren is, er lang in zijn onmiddellijke nabijheid gewoond heeft - in de cisterciënserabdij Aduard - en er gestorven is, heeft hij Europa in verschillende richtingen doorkruist en had er overal vrienden. In de catalogus bij de tentoonstelling, aan zijn figuur en zijn werk gewijd, zijn 96 documenten samengebracht en kort toegelicht : archiefdocumenten, handschriften, drukken, iconograftsch materiaal. Uiteraard zijn Wessels werken aanwezig, maar ook boeken uit zijn bezit en werken uit de kring van de 'Aduarder Academie' (te vergelijken met een geleerd genootschap). De haast en spoed waarmee alles wel weer tot stand zal zijn gekomen - helaas meestal het geval met tentoonstellingen - zal er vermoedelijk schuld aan hebben dat er geen exemplaren zijn beschreven, er niet verwezen is naar (recente) relevante literatuur en dat er geen register is. Overigens een fraaie catalogus met enkele interessante afbeeldingen. [E. C.-I.].
1365. - J. STELLINGWERFF, Een Vlaamse vredesbeweging uit 1482 .. een versleten maar uniek manuscript in Het oude en het nieuwe boek .... p.57-73, ill. (cf. nr. 1306).
De auteur vraagt hiermee aandacht voor de betekenis van de broederschap van de Zeven Weeën. Devotieboekjes met dit thema verschenen van in de 15de eeuw. [E. C.-I.].
1366. - Michael A. PEGG, German and Dutch books (1516-1550) in the Royal Library, Copenhagen: a short-title catalogue. - Baden-Baden : V. Körner, 1989. - xvi, 357 p. : front. ; 24 cm. - (Bibliotheca Bibliographica Aureliana, 122). - ISBN 3-87320-122-4; ISSN 0067-7884.
In 1830 verscheen de eerste catalogus van de oude drukken van de KB Kopenhagen ; hij wordt niet in zijn geheel overgedaan, maar volgens haalbare formules. De zopas verschenen catalogus bevat binnen de aangegeven periode enkel drukken in het Duits, Nederlands en Latijn, die bovendien niet tot de klassieke literatuur of de exacte wetenschappen behoren ; de protestantse literatuur is vnl. met Luther bijzonder goed vertegenwoordigd. De titels zijn zeer kort, alfabetisch op auteur of anoniem hoofdwoord gerangschikt, impressum, formaat, één of twee bibliografische verwijzingen en een volgnummer; desgevallend volgt een korte aantekening over het exemplaar (staat, herkomst). Drie alfabetische registers helpen verder de 3.992 drukken te ontsluiten : op drukkers, op tekstbezorgers, bewerkers en vertalers, op bezitters. ('Gronimius' voor 'Crom' in BT 1625 (cat. 1558) zal vermoedelijk op een verkeerde lezing berusten). Weerom een niet te verwaarlozen bron bij om aan te boren ! [E. C-I.]
1367. - W. WATERSCHOOT, De kopij van J. B. Houwaerts Pegasides Pleyn in Ex Officina Plantiniana .... p. 253-268 (cf. nr. 1383).
Van het boek van J. B. Houwaert, Pegasides Pleyn ... (Antwerpen. Plantin. 1582-1583) is de kopij bewaard gebleven. De auteur onderzocht die kopij naar de samenstelling, het schrift, de correcties en de behandeling door de zetter ondergaan. [J. M.].
1368. - R. BREUGELMANS & E. DEKKER, Adriaan Anthonis: and the Gregorian calendar in Theatrum orbis librorum .... p.137-157, facsim. (cf. nr. 1338).
Van de wis- en meetkundige Adriaan Anthonisz uit Alkmaar (1541-1620) is onlangs in een particuliere collectie een onbekende druk opgedoken : een planodruk bevattend instructies voor het gebruik van de Gregoriaanse ofte eeuwigdurende kalender. Het document is gedrukt te Alkmaar bij Jacob de Meester en te koop bij Cornelis Jacobsz; het privilege is 1595 gedateerd. De kalender zelf die er moet bij gehoord hebben, ontbreekt helaas. De tekst zelf is in dit artikel ook onderzocht en bestudeerd. [E. C.-I.]
1369. - J. VAN ROEY, Het boekbedrijf te Antwerpen in 1584-1585 in Ex Officina Plantiniana...,p. 418-433 (cf. nr. 1383).
Voor de periode van het beleg en de capitulatie van Antwerpen heeft de stadsarchivaris Van Roey 113 namen van mensen die in de Scheldestad bedrijvig waren in de wereld van het boek samengelezen. Hij gaat daarbij volgende punten na : de verhouding in aantallen tussen het boekbedrijf en andere beroepsgroepen, hun woonplaats (geconcentreerd rond de Vrijdagmarkt), de sociale status (de overgrote meerderheid zijn armen), de godsdienstige overtuiging (ongeveer evenveel protestanten als katholieken). In bijlage volgt de nomenclatuur. Bronnen voor dit onderzoek waren verschillende fondsen van het Antwerpse Stadsarchief, de (gepubliceerde) Liggeren en Rouzets Dictionnaire. De lijst zal moeten getoetst worden aan de in voorbereiding zijnde Archiefstukken betreffende het Antwerpse boekwezen in de 15de en 16de eeuw door L. van den Branden (+). [E. C.-I.].
1370. - Paul VALKEMA BLOUW, Nicolaas Biestkens van Diest, 'in duplo', 1558-1583 in Theatrum orbis librorum .... p. 310-331, ill. (cf. nr. 1338).
Het grondig historisch onderzoek dat H. F. Wijnman 25 jaar geleden voerde in een poging om de mysterieuze drukker Nicolaes Biestkens van Diest te ontmaskeren, vertoonde slechts één manco: de letter en het andere drukmateriaal werden nooit geanalyseerd. Dit typografisch onderzoek heeft PVB ondernomen. Nu blijkt dat Biestkens geen pseudoniem meer zijn kan van Willem Gailliart zoals Wijnman veronderstelde. Biestkens, die de Bijbel in 1560 en een NT in 1562 drukt, doet dit inderdaad onder zijn echte naam. Het bestaan van de naam Biestkens in Diest was bekend. Maar er is meer : uit een handgeschreven aantekening van 1590 van Arnold van Buchell uit Utrecht is af te lezen dat een Nicolaes Biestkens in Groessen moet hebben gedrukt (protestantse geschriften, tussen 1558 en 1562). Zijn zaak wordt overgenomen door Willem Gailliart te Emden en verder gezet door Biestkens II van wie bekend is dat hij tussen 1578 en 1583 te Amsterdam werken uitgaf. Dezes zoon ten slotte, nog een Nicolaes Biestkens, de Jonghe bijgenaamd, of Biestkens III volgt hem op. Tot slot volgt een lijst met drukken van Biestkens I te Groessen. [E. C.-I.].
1371. - Guido PERSOONS, Joannes I Bogardus, Jean II Bogard en Pierre Bogard als muziekdrukkers te Douai van 1574 tot 1633 en hun betrekkingen met de Officina Plantiniana in Ex Officina Plantiniana .... p. 613-666, ill. (cf. nr. 1383).
Uitvoerige, rijk geïllustreerde en gedocumenteerde studie over de uit Leuven afkomstige drukkersfamilie Bogardus, die in Dowaai als universiteitsdrukkers een grote activiteit ontwikkelden. Op basis van het onvolprezen Plantijnse archief, m.n. de boekhandelsregisters van Jan en Balthasar Moretus, wordt hun muziektypografie opnieuw bekeken. Dat resulteerde in een lijst van 53 uitgaven - met belangrijke aanvullingen op de bibliografie van Labarre. Tevens wordt het muziekhistorisch belang van Frans-Vlaanderen benadrukt. [M d. S.].
1372. - Albert AMPE, Matthias Weynsens's 'Verweckinghe der godlijcker liefden' 1535: new edition or re-issue? in Quaerendo. 18, 1988, p. 191-199, ill.
Matthias Weynsen is de tweede vertaler in het Nederlands van Stimulus divini amoris,algemeen toegescheven aan Bonaventura. Zijn vertaling verscheen bij G. de Bonte in 1535 (NK 470). Het zetwerk stemt overeen met de druk van H. Eckert van Homberch in 1519 (NK 469) behalve bij het begin en het einde waar o.m. het woord 'Stimulus' niet meer met 'Prickel' maar met 'Verweckinghe' is vertaald. NK 470 is dus geen nieuwe editie maar een andere 'uitgave' van NK 469 (In de Summary is een foutje geslopen : de editie van Eckert is van 1519, niet van 1511). [E. C.-I.].
1373. - Paul VALKEMA BLOUW, Gilles Coppens van Diest als ondergronds drukker. 1566-1567 in Het oude en het nieuwe boek .... p.143-163, ill. (cf. nr. 1306).
In het spoor van de Angelsaksische analytische bibliografie en met behulp van Vervliets Sixteenth-century printing types of the Low Countries heeft P. Valkema Blouw de Noordnederlandse typografische produktie 1541-1600 in kaart gebracht. Daarbij heeft hij vanzelfsprekend de grote voorraad zonder drukkersnaam verschenen pamfletten (hét medium tijdens de Tachtigjarige Oorlog) bijzonder nauwkeurig geanalyseerd. Dat kon nadat hij ook het materiaal van de veel talrijkere Zuidnederlandse drukkers had geordend. Niet alleen de klandestiene uitgaven uit Emden, Wesel, Vianen enz. zijn thans met typografische en historische argumenten aan een welbepaald atelier toegeschreven. Ook over de niet-officiële uitgaven van de grootmeester uit de Officina Plantiniana zijn nu heel wat meer gegevens bekend.
Chr. Plantijn was echter niet de enige die in het Wonderjaar 1566 actief was in de politieke en religieuze pennestrijd. Eén van zijn grote concurrenten, Gillis Coppens van Diest (ca. 1496-1572), werd herhaaldelijk door de autoriteiten aan de tand gevoeld m.b.t. 'verdachte' pamfletten. Hij wist echter steeds vrijuit te gaan. Na vierhonderd jaar is zijn betrokkenheid bij een aantal belangrijke anonieme pamfletten overtuigend bewezen. Hoewel Coppens, net als zijn collega's overigens, zorgvuldig had vermeden herkenbare initialen, ornamenten of speciale lettertypen te gebruiken, toch is Valkema Blouw erin geslaagd hem op typografische gronden als drukker van verboden publikaties aan te wijzen. Bepaalde kenmerken of combinaties van lettertypen en eigen zetgewoonten kunnen met enige zekerheid wijzen op de betrokkenheid van een atelier. Bij Coppens ging het vooral om het gebruik van verouderde varianten die bij 'moderner' vakgenoten ontbraken. In 1566-1567 drukte hij bijna uitsluitend klandestien, na 1567 werd het té gevaarlijk en werden subversieve boeken aan de rand van de Nederlanden geproduccerd. [M. d. S.].
1374. - Piet J. A. FRANSSEN, Jan van Doesborch's departure from Antwerp and his influence on the Utrecht printer Jan Berntsz in Quaerendo. 18, 1988, p. 163-190. facsim.
M. E. Kronenberg uitte in 1937 de hoop typologisch en typografisch onderzoek te verrichten op Jan van Doesborch en Jan Berntsz. Zijzelf kwam er nooit toe - de steeds maar aanzwellende Nederlandsche Bibliographie,hoewel de aanleiding, had daar schuld aan! De Amsterdamse neerlandicus Piet Franssen is nu al enige tijd met Van Doesborch bezig. In deze bijdrage onderzoekt hij meer bepaald waarom Van Doesborch, na een dertigjarige bedrijvigheid als drukker te Antwerpen, naar Utrecht trekt en zich bij Berntsz aldaar vestigt. Zijn invloed op Berntsz blijkt hoe langer hoe sterker te worden: bij de keuze van te publiceren teksten loopt hij geheel in Van Doesborchs spoor. [E. C.-I.].
1375. - C. E. DEKESEL, Hubertus Goltzius, the father of ancient numismatics, Venlo-Weertsburg 30.10.1526 - Bruges 24.10.1583 ; an annotated and illustrated bibliography. - Gandavum Flandrorum: Bibliotheca Numismatica Siliciana, 1988. - viii, 213 p. : omslag, portr., ill. ; 21 cm. - (Printed in draft-form in one hunderd numbered copies). Adres : Begijnhoflaan 37, B-9000 Gent.
Dit is géén publikatie maar een op relatief grote schaal verspreid ontwerp. De bedoeling is zoveel mogelijk informatie over het onderwerp te oogsten vooraleer tot informatie over te gaan. Toch heeft de auteur zelf al heel wat bibliotheken bezocht en een uitgebreide correspondentie gevoerd. Het uitgangspunt van Dekesel, zelf ook verzamelaar, is de numismatiek. Het resultaat van vijftien jaar onderzoek ligt hier nu voor.
D toont aan dat Goltzius niet van Würzburg in Beieren maar van Weertsburg in Gelderland afkomstig is en geboren in Venlo. Opmerkelijk in de korte biografische schets is dat slechts naar Goltzius' eigen werken en enkele eigentijdse bronnen wordt verwezen. Hiermee is niet meteen duidelijk gemaakt of D het al dan niet eens is met wat in de literatuur bekend is, en waarom. D gaat in op de druktechniek van titelprent en medaillons in de Icones imperatorum : de medaillons zijn géén houtsneden en de kleur is met behulp van sjablonen (stencil) aangebracht. Of koperplaten goedkoper zullen uitgevallen zijn dan houtblokken (p. 21) is echter zeer de vraag. Goltzius' œuvre is in vijf 'generations' verdeeld. Met generatie wordt bedoeld een groep boeken verschenen in dezelfde periode en 'which have some basic similarities with each other'. Bij de beschrijving hanteert D de begrippen 'edition', 'issue' en 'state' zoals die nu langzaam maar zeker tot elke boekbeschrijver doordringen. Maar wat betekent 'stream'? Overigens ontbreekt elke methodologische verantwoording. De beschrijving bestaat uit een diplomatische transcriptie, collatie, mededelingen over lettertypen, illustratie en papier. De exemplaren zijn zonder verdere infortnatie per 'issue' opgegeven. Aan dit werkdocument ontbreken helaas een lijst met gebruikte afkortingen en een titelregister. Een bepaalde titel opzoeken in deze 'generaties' is alles behalve eenvoudig. Misschien ligt het alleen aan de benaming van die groepen die niet met een (eenvormige) titel overeenstemt
Met deze 'draft' heeft Dekesel ongetwijfeld al heel wat bereikt; het is normaal dat daaraan nog kan toegevoegd en geschaafd worden. Het loont beslist de moeite. Hubertus Goltzius is een boeiende persoonlijkheid. Wie zich geroepen voelt om met de auteur hierover in contact te treden, kan dit doen via bovenstaand adres. [E. C.-I.].
1376. - Ernst BRACHES, Waarom zwegen zij? Van Zuren, Coornhert en Coster in Het oude en het nieuwe boek .... p. 89-101 (cf. nr. 1306).
De aanvraag die Jan van Zuren, Dirk Volckertsz Coornhert en twee personen uit de bedrijfswereld in 1560 aan de stad Haarlem richtten om een drukkerij op te richten, is gekenmerkt door drie zaken : 1 drukken is een voorname aangelegenheid die aanzien en welvaart bijbrengt, 2 Haarlem is, gezien zijn verleden, zichzelf verplicht de boekennering op een hoog peil te brengen, 3 de naam van de uitvinder van de boekdrukkunst te Haarlem wordt nergens vermeld. Op de achtergronden hiervan, vnl. van punt 3, gaat B dieper in en probeert voor de handelwijze van het kwartet een aannemelijke reden te vinden [E C.-I.].
1377. - Paul VALKEMA BLOUW, A further book printed in Vianen and Wesel in Quaerendo,18, 1988, p. 96-103.
Christoffel Plantijn was er de man niet naar om in de vraag naar bepaalde boeken op de leesmarkt niet met aanbod te voorzien. Midden in de jaren zestig steeg de vraag naar Nederlandstalige uitgaven van de Psalmen on het Nieuwe Testament. Een N.T. uit 1567 heeft PVB al eerder kunnen toeschrijven aan Augustijn van Hasselt toen hij in opdracht van Plantijn eerst in Vianen en daarna in Wesel drukte. Opmerkelijk aan deze druk is het gebruik van geheel verschillend letterrnateriaal in de eerste en de tweede helft van het boek, een dwingende noodoplossing die te maken had met de politieke ontwikkelingen en het onorthodoxe karakter van de vertalingen die in het 'Spaanse Antwerpen niet konden verschijnen. Dit N.T. krijgt nu het gezelschap van een Psalmboek : Den geheelen Souter, 1567 (ex. Brussel, Londen en Wolfenbüttel), ook al is de typografie niet over de hele lijn dezelfde als in het N.T. PVB durft zelfs aan een derde zetter te denken, meer bepaald Gillis II Coppens van Diest. [E. C.-I.].
1378. - Hubert MEEUS, Zacharias Heyns, een leerjongen van Jan Moretus in Ex Officina Plantiniana .... p. 599-612 (cf. nr. 1383).
Zacharias Heyns, zoon van Plantijns vriend schoolmeester Peeter Heyns, is bekend als succesrijk uitgever te Amsterdam en als literair auteur. Het boekenvak leerde hij bij Jan Moretus. Dat dit niet zonder wrijvingen verliep, bewijzen de hier gepubliceerde brieven uit de jaren 1589-1592 over zijn verblijf te Antwerpen, de opleiding in Frankfort en Heyns' pogingen om, met steun van Moretus, een boekhandel op te zetten in Amsterdam. [M. d. S.].
Zie ook nr. 1434
1379. - Frans CLAES, Kiliaan als lexicograaf in de Officina Plantiniana in Ex Officina Plantiniana .... p. 443-454 (cf. nr. 1383).
Zonder Cornelis Kiliaan en zijn bedrijvigheid als corrector en als lexicograaf, zou de Officina Plantiniana er wel wat anders uit gezien hebben. De jezuiet Claes, zelf lexicograaf, heeft zich reeds sedert jaren in de geschiedenis van zijn vak verdiept, meer bepaald in de figuur van Kiliaan, en hij heeft daarover talrijke studies en artikelen gepubliceerd. In deze bijdrage vat hij samen welke lexicografische opdrachten Kiliaan van Plantijn kreeg, waaruit Kiliaans eigen werk bestond, welke zijn bronnen waren, voorhanden in de werkbibliotheek van de Officina en ten slotte welke bronnen door de Officina zelf werden uitgegeven. [E. C.-I.].
1380. - R. J. RESOORT, Een schoone historie vander borchgravinne van Vergi. Onderzoek naar de intentie en gebruikssfeer van een zestiende-eeuwse prozaroman. - Hilversum : Verloren, 1988. - 320 p. : ill. ; 24 cm. - (Middeleeuwse Studies en Bronnen IX). - ISBN 90-6550-215-7. Fl. 49.
Goede studie. Waar deze ongedateerde prozaroman, gedrukt door de weduwe van Jacob van Liesveldt, vroeger ca. 1550 gedateerd werd, stelt de auteur, op basis van de lay-out en van bepaalde formuleringen in het colofon, de jaren 1558-60 voor. Hij acht dit type van boek door de drukkers speciaal aangepast voor een publiek dat van luisteren naar (individueel) lezen overgeschakeld was. Als mogelijk lezerspubliek komt op de eerste plaats de schoolgaande jeugd in aanmerking, wat de (veroordelende) adaptatie in strikt ethisch waarschuwende zin van het middeleeuwse hoofse liefdesverhaal zou verklaren. [W. W.].
1381. - Herman PLEIJ, 'De sneeuwpoppen van 1511': literatuur en stadscultuur tussen middeleeuwen en moderne tijd. - Amsterdam : Meulenhoff; Leuven : Kritak, 1988. - 438 p. : ill. ; 22 cm. - ISBN Nederland 90-290-3741-5, België 90-6303-267-6.
'Dwonder dat in die stat van bruesel ghemaect was van claren ijse en snee die wel gheraect was' is de titel van een boekje in 1511 te Brussel door Thomas vander Noot gedrukt en uitgegeven (NK 4280). Auteur van dit lange gedicht - 34 twaalfregelige strofen - is de stadsrederijker Jan Smeken (+ 1517) met wie de Brusselse drukker al langer contacten onderhield. In 1946 werd de tekst uitgegeven door R. Pennink en D. Th. Enklaar, voorzien van inleiding en verklaringen. Beide auteurs lieten zich door Smeken bij de hand nemen en volgden het parcours zoals het was uitgestippeld. Andermaal is iemand zich gaan verdiepen in deze hoogst merkwaardige tocht langs sneeuw- en standbeelden tijdens een harde winter (op zich een niet uniek gebeuren) te Brussel. De tekst is doorspekt met actuele en allegorische zinspelingen, met platvloerse toespelingen, soms van moraliserende aard, zeker niet altijd begrijpeiijk voor de hedendaagse lezer, misschien ook af en toe onduidelijk voor de kijker/lezer van toen. Herman Pleij is op zoek gegaan naar verhelderend materiaal, en heeft dat doorgaans ook gevonden, hij wilde nl. aan de hand van deze tekst vooral zijn beeld van de laatmiddeleeuwse stadscultuur opbouwen. P ziet immers in Smekens tekst een 'beschavingsoffensief " (klinkt wel een beetje militair!), géén uiting van volkscultuur maar wel van (wordende) stadscultuur. Deze laatste veronderstelt een nieuwe klasse : naast de geestelijkheid en de adel komen nu de 'burgers' aanzetten die o.m. gekenmerkt worden door werklust (economie), orde (sociaal) en vormelijkheid (zelfbeheersing) en die bovendien hier in Brussel, naast het Latijn en het Frans, een andere taal gaan hanteren, die van het volk, het Nederlands.
P's belezenheid dwingt bewondering en respect af (zie de uitgebreide literatuurlijst); uit een veelheid aan diverse bronnen als archiefbescheiden, prenten, kronieken en andere geschreven en gedrukte boeken uit de middeleeuwen. aangevuld met studies uit de 19de en 20ste eeuw, heeft hij gegevens, data, wetenswaardigheden, beelden opgedolven, waaraan hij beschouwingen vastknoopt, waarvan hij interpretaties geeft en waarmee hij parallellen trekt, om daarmee zijn stadsbeeld te stofferen. De sneeuwbeelden zelf worden daarbij in functie hiervan ten tonele gevoerd, blijven soms ook op de achtergrond. Het kan ook moeilijk anders want Smekens gedicht levert beslist niet als enige bouwstoffen aan tot de middeleeuwse stadscultuur. De andere bouwstoffen zijn, gezien het uitgangspunt, matig of niet benut: over geestelijkheid en adel wordt slechts terloops gerept en hun inbreng in het beeld wordt nauwelijks aangeroerd. Dit zal men bij het lezen van de titel (en het boek) indachtig zijn (nota bene dat de omslagtitel 'Stadscultuur in de late middeleeuwen' verschilt van de titel op de titelpagina, zie boven). Het boertige en het triviale, losbandigheid en onbeheerstheid, seks en erotiek komen in P's boek welhaast op elke pagina ter sprake - alsof in Smekens gedicht niet ook een ander geluid klinkt -. Immers, zo beweert P, dit is niet te zien als een uiting van volkscultuur maar als een voorbeeld voor de burgerij hoe het niet moet ... Het komt mij voor dat het gedicht voor P niet echt het uitgangspunt was maar veeleer de belangrijkste onder vele bronnen die hem de stof leverden om een beeld van de laatmiddeleeuwse stadscultuur in Brussel te construeren. Dat dit beeld tegelijk overvloedig gestoffeerd en eenzijdig is, ligt meer aan het plan dan aan het materiaal. Die rijkdom aan mededelingen en wetenswaardigheden, hoe lezenswaardig ook heeft helaas zijn schaduwzijde : door de bomen ziet men het bos niet meer.
Aanleiding om dit boek in de Kroniek op te nemen is natuurlijk de drukker van Smekens gedicht. Thomas vander Noot, een figuur waarvoor P al vaker belangstelling heeft getoond. In dit boek komt de drukker op meerdere plaatsen ter sprake en is één kapittel aan hem gewijd. P belicht de figuur van Van der Noot, geeft een overzicht van zijn fonds en benadrukt zijn rol van drukker/uitgever als opvoeder, 'humanist in de moedertaal'. Ook hier is P's opzet tot Brussel beperkt - er zijn geen echte parallellen getrokken met andere steden in Vlaanderen waar andere drukkers een al of niet analoge rol vervulden - wat niet uit de titel blijkt. Toch hoeft de brede analyse (uitgebreide bronnenonderzoek) op zich echt niet alleen op Brussel betrekking te hebben.
Het is P natuurlijk opgevallen dat de Nederlandstalige gedrukte boeken lang op zich hebben laten wachten in Brussel, de verklaring die hij hiervoor aanhaalt is dat Brussel een bloeiend centrum van schrijf- en verluchtingskunst was dat nog een hele poos na de invoering van de boekdrukkunst stand hield. Ter nuancering kan men er aan toevoegen dat de produktie van de drukpers van de Broeders des gemenen levens in de 15de eeuw in een ander licht moet gezien worden dan P's 'beschavingsoffensief ". P schildert Vander Noot terecht af als de drukker die de geschikte teksten op het juiste moment bij het gewenste lezerspubliek wist te brengen.
Het systeem van eindnoten, in erg gecondenseerde vorm, is niet bevorderlijk voor de lectuur, zeker in een werk als dit waar naar zoveel bronnen wordt verwezen. Het boek is overvloedig geillustreerd, niet altijd even relevant, maar het zijn aardige plaatjes. de onderschriften zijn verhelderend wat de inhoud aangaat, het exemplaar is vermeld (zonder signatuur) maar de druk is niet expliciet geidentificeerd, ook niet in een lijst van afbeeldingen. Een literatuuropgave en een algemeen register ronden het geheel af. [E. C.-I.].
1382. - Piet J. A. FRANSSEN, De bruidstocht van Maximiliaan van Oostenrijk in de kroniek van Brabant uit 1530 in Literatuur,6, 1989, p. 2-9, ill.
Zoals algemeen bekend liet Maximiliaan van Oostenrijk het verhaal van de verovering van zijn bruid Maria van Bourgondië te boek stellen in een soort autobiografie waar de held Teuerdank de keizer zelf is. Voor dit verhaal bestond in de Zuidelijke Nederlanden begrijpelijkerwijs grote belangstelling; Maria was immers uitermate geliefd bij het volk, de Brusselse drukker Thomas vander Noot heeft het verhaal 'uut die overlantsche spraeke ghetranslateert' en zal dat in 1523 hebben gepubliceerd; helaas is zelfs nog geen fragment van deze druk tot ons gekomen (NK 0882). Franssen nu toont aan dat het heel goed mogelijk is dat de Brusselse druk aan de basis heeft gelegen van het betreffende onderdeel in Van Brabant die excellente cronike in 1530 door Jan van Doesborch uitgegeven (NK 654). [E. C.-I.].
1383. - Ex Officina Plantiniana: studia in memoriam Christophori Plantini (ca. 1520-1589). Ed. Marcus de SCHEPPER & Francine de NAVE. - Antverpiae : Vereeniging der Antwerpsche Bibliophielen, 1989. - 692 p. : portr., ill., facsim. ; 25 cm. - (Tevens jaargang 66-67 (1988-1989) van de Gulden Passer). - BF 4.500 (of 3.000 zonder de prent).
Deze dubbele jaargang - in omvang welhaast een driedubbele - van de Gulden Passer, het tijdschrift van de Vereeniging der Antwerpsche Bibliophielen, is een prachtig boek, naar inhoud en vorm. Het eerste was maar mogelijk dank zij de prompte medewerking van een dertigtal auteurs; voor het tweede aspect zijn zowel drukker Govaerts, als maecenas Agfa-Gevaert, als de uitgevers verantwoordelijk. Van de presentatie van de bijdragen hebben de 'editors' zich op zorgvuldige en voorbeeldige wijze gekweten. Uit de aard der zaak -alles draait vrijwel exclusief rond Plantijn - worden de meeste bijdragen afzonderlijk besproken; die welke niet direct met de geschiedenis van het boek to maken hebben, worden hier aangehaald. L. Voet schetst een biografische synthese, K. Bostoen heeft het over de vriendschapsbanden tussen Plantijn en Jan van Hout in 1583-1585. C. Heesakkers publiceert en bespreekt zeven albumbijdragen van Plantijn en M. Mund-Dopchie heeft de Plantijnse edities van de Griekse tragici bezorgd door W. Canter onderzocht, de reeks wetenschappelijke artikelen is gelardeerd met een omvangrijke suite illustraties, terwijl de inhoud met een index nominum nog toegankelijker is gemaakt. Een bibliofiel tintje werd aan de publikatie verleend door er voor de liefhebbers een portret van Plantijn door J. Wierix, op de persen van de Officina gedrukt, als inlegvel aan toe te voegen. [E. C.-I.].
Zie ook nrs.
1326; 1367; 1369; 1371; 1378; 1379; 1384; 1385; 1386; 1387; 1388; 1390; 1392; 1393; 1395; 1396; 1403; 1404; 1405; 1412; 1413; 1414; 1415; 1416; 1423; 1425; 1428; 1429; 1613
1384. - M. SOMERS, De Plantijnstudies van Max Rooses in Ex Officina Plantiniana .... p. 45-53 (cf. nr. 1383).
Op instigatie van de Gentse universiteitsbibliothecaris F. van der Haeghen schreef M. Rooses (1839-1914) als antwoord op een academische prijsvraag 'Plantijn en de Plantijnsche drukkerij' (1877, 1892²), waarmee hij zich tevens qualificeerde als eerste conservator van het door de stad Antwerpen opgerichte Museum Plantin-Moretus. In deze functie stelde hij zich als opdrachten : een wetenschappelijke biografie van Plantijn en zijn opvolgers, een beschrijving van het gebouw en zijn verzamelingen, een bronnenpublikatie over Plantijn. Stuk voor stuk voerde hij deze voornemens uit : in 1882-1883 verscheen 'Christophe Plantin. Imprimeur anversois', de biografie met aandacht voor de boekenproduktie en voor het geestelijke milieu rond Plantijn; eveneens in 1883 bezorgde hij het eerste deel van de 'Correspondance de Christophe Plantin' (hiervan zou hij nog dl. II-III bezorgen; dl. IV-IX werden uitgegeven door Jan Denucé); als synthese van zijn werkzaamheid, en ten dele gesteund op het boek uit 1883, schreef hij 'Le Musée Plantin Moretus' (postuum verschenen in 1916). Met deze werken legde hij de basis voor de latere Plantijn-studie. Het artikel is gebaseerd op wetenschappelijke literatuur en op materiaal over Rooses in het AMVC en de Antwerpse Stadsbibliotheek. [W. W.].
1385. - Dirk SACRÉ, Een vergeten brief aan Plantin. Fr. Cicereius over P Manutius in Ex Officina Plantiniana .... p. 107-120 cf. nr. 1383).
Kritische editie van een verwaarloosde brief (26 juli 1575) aan Plantijn. De Milanese humanist Franciscus Cicereius (1521-1596) verzoekt Plantijn om zijn lofrede op Paulus Manutius (overl. 1574) uit te geven en hem honderd auteursexemplaren te bezorgen. Plantin is daar - als hij de brief al zou hebben ontvangen - niet op ingegaan. [M. d. S.].
1386. - Johan GERRITSEN, Plantin aan het werk : het tweede begin in Het oude en het nieuwe boek .... p. 115-127 (cf. nr. 1383).
Hoeveel er over Plantijn en zijn Officina al is geschreven, toch zijn de bronnen nog lang niet opgedroogd. Dat bewijst ten overvloede Gerritsen die naar kleine gegevens en realia graaft om de grote synthese te nuanceren, bij te vijlen en aan te vullen. Zo heeft Voet in zijn Golden Compasses vnl. gebruik gemaakt van Plantijns dag- en grootboeken; de werkliedenboeken die veel meer gedetailleerde informatie bevatten, zijn nog niet grondig ontsloten. G heeft zich vnl. met het eerste daarvan (Archief 31) beziggehouden en geeft hier een aantal bijzonderheden daaruit betreffende zet- en drukwerk van bepaalde teksten door bepaalde werklieden. Wij willen gaarne met G geloven dat de computer het middel bij uitstek is om al dit detaillistisch feitenmateriaal op te slaan en te verwerken, om pas daarna antwoorden op de vele vragen te kunnen vinden. Tot slot bezorgt G de beschrijving van twee niet in de PP opgenomen drukken. [E. C.-I.].
1387. - Chris COPPENS, Plantins fondscatalogus uit 1567 in Ex Officina Plantiniana .... p. 275-299, facsim. (cf. nr. 1383).
In 1890 gaf H. Omont te Parijs een facsimile uit van het toen enig bekende exemplaar van Plantijns fondscatalogus uit 1567; van die van 1566 is geen ex. meer bekend. Omonts exemplaar, dat tot voor kort verloren gewaand was, is terecht : in de universiteitsbibliotheek van Louvain-la-Neuve. Het facsimile dateert uit de tijd toen men gaarne 'retoucheerde'. De catalogus zelf, 146 nummers, wordt door C besproken en gepubliceerd met identificering aan de hand van de PP van L. Voet. C pleit tot slot voor een 'corpus catalogorum typographorum'. [E. C.-I.].
1388. - B. VAN SELM, De fondscatalogus van Christoffel Plantijn uit 1570 in Ex Officina Plantiniana .... p. 305-324, facsim. (cf. nr. 1383).
Ook deze fondscatalogus is slechts in één exemplaar bekend: Stadtbibliothek Mainz. Opmerkelijk is dat hij ook een rubriek met boeken van andere uitgevers bevat 'quorum copia est apud Christophorum Plantinum'; Plantijn is immers uitgever én boekverkoper. Ook deze catalogus is alfabetisch geordend. Het gebruik van een asterisk duidt vermoedelijk op nieuwe uitgaven. Er zijn 239 Plantijnse titels en 46 andere, deze laatste worden hier gepubliceerd en geidentificeerd. Er zijn noemenswaardig veel drukken van A. Bergaigne bij, verder van Goltzius en Gymnicus. [E. C.-I.].
1389. - Christoffel Plantijn en de exacte wetenschappen in zijn tijd. Onder redactie van Elly COCKX-INDESTEGE en Francine de NAVE. - Brussel: Gemeentekrediet, 1989. - 191 p.: ill.: 30 cm. - ISBN 90-5066-049-5. BF 650.
Zeer verzorgde catalogus van een tentoonstelling in het Museum Plantin-Moretus (maart-mei 1989) waarin 104 nummers beschreven zijn, gewijd aan wiskunde, astronomie, natuurkunde, plantkunde, dierkunde (slechts één boek), geneeskunde, scheikunde, technologie en aardrijkskunde. Plantin drukte 2/3 van alle wetenschappelijke boeken die toen in Antwerpen van de pers kwamen - wat tegelijkertijd 55 % van de hele produktie in de Nederlanden betekende. Hij bracht veel aardrijkskundige en geneeskundige literatuur op de markt, naast werken over plantkunde en wiskunde. Tegenover het hoge gehalte van deze boeken treft de lagere kwaliteit van de astronomische literatuur.
Voor de commentaar bij de beschrijving van de stukken is gebruik gemaakt van Voet, 'The Plantin Press' en, waar mogelijk, is nog bijkomende informatie verstrekt. Van elk boek is ten minste een pagina afgebeeld; van dankbare objecten (kaarten, planten, titels in tweekleurendruk) zijn reproducties in kleur opgenomen. Aan de eigenlijke catalogus gaan 3 systematische overzichten vooraf . F. de Nave, 'Antwerpen, centrum van humanisme en wetenschappen in de 16de eeuw', L. Voet, 'Christoffel Plantijn (ca. 1520-1589), drukker van het humanisme' en E. Cockx-Indestege, 'Plantijn en de exacte wetenschappen'. Hierin krijgt men een overzicht van de enorme geestelijke vitaliteit in Plantijns milieu en van de dynamische activiteit van de drukker zelf tot 1576, maar ook van de onomkeerbare malaise daarna ten gevolge van de oorlogsomstandigheden en - na 1585 - van het uitwijken van vele geleerden. In de catalogus wordt niet alleen de inhoud van het getoonde werk besproken : er is ruim aandacht besteed aan een systematische beschrijving van de band en van andere exemplaargegevens. Via de vermelding van de herkomst werden hier voor het eerst enkele boeiende exemplaren gesignaleerd met autografe opdrachten. Er is een naamregister en een concordantie met de Plantijnbibliografie van L. Voet.
De catalogus is ook typografisch een fraai werk - op één detail na : de portretten in grisaille van een aantal geleerden dienen als onderlegger voor de boekdruk. Wie de profielen van Th. Poelman (p. 18) en Guy Le Fèvre de la Boderie (p. 20) tussen de drukletters wil identificeren, moet over goede ogen beschikken! [W. W. & M. d. S.].
Zie ook nrs.
1596; 1891
1390. - R. BREUGELMANS, Twee anonieme Leidse Plantijndrukken uit 1584 in Ex Officina Plantiniana .... p. 163-170, ill. (cf. nr. 1383).
Discours sur les moiens de conserver l'estat (Knuttel 703) en de Nederlandse versie Verhaal vande rechte middellen (Knuttel 702) blijken, na typografische analyse, te zijn gedrukt door Plantijn te Leiden - anoniem vanwege de actueel-politieke inhoud. Tevens wordt een reconstructie gegeven van een Plantijnse initialenserie die ontbreekt bij S. Harvard (1974). [M. d. S.].
1391. - R. BREUGELMANS, Christoffel Plantijn in Leiden (1583-1585). Catalogus bij een tentoonstelling gehouden in de Universiteitsbibliotheek Leiden van 4 augustus tot 20 september 1989. - Leiden Bibliotheek der Rijksuniversiteit te Leiden. 1989. - 41 p.: ill.: 21 cm. (Kleine publikaties van de Leidse Universiteitsbibliotheek, 4). - Fl. 3, 50.
In dit Plantijnjaar besteedt de Leidse Universiteitsbibliotheek terecht aandacht aan de man die het wetenschappelijk boekbedrijf rond de eerste universiteit in de Republiek tot stand bracht. Door vooral de bewaarde documenten (archivalia, teksten én de boeken zelf) te analyseren, heeft de auteur andere, gefundeerde accenten gelegd.
Plantijns overgang was een weloverwogen daad van een doortastend zakenman met oog voor de nieuwe economische perspectieven geboden door een staat op weg naar onafhankelijkheid. Betekenisvol is dat Plantijn een der grootste huizen van de stad aankocht om er te wonen en te drukken.
Na deze inleidende beschouwingen volgt een beknopte catalogus en een Appendix met aanvullingen op de lijst van de Leidse Plantijndrukken. Een keurig verzorgde aanwinst voor het Plantijnonderzoek [M. d. S.].
1392. - Paul VALKEMA BLOUW, Plantin's betrekkingen met Hendrik Niclaes in Ex Officina Plantiniana .... p. 121-158, ill. (cf. nr. 1383).
De hypothesen en conjecties over de houding van Plantijn ten overstaan van het Huis der Liefde en meer bepaald t.o.v. zijn stichter en geestelijke leider Hendrik Niclaes, komen door resultaten van typografisch onderzoek en de interpretatie van bepaalde gegevens uit Plantijns boekhouding in een nieuw daglicht te staan. Tot deze laatste bronnen behoren aantekeningen omtrent werktijden van de zetters en de aard van hun werkzaamheden. Eigenlijk is het opmerkelijk dat zoveel onbeantwoorde vragen in Plantijns doen en laten niet geleid hebben tot de zoektocht naar die bronnen die daarop een licht kunnen werpen. Die speurtocht heeft P. V. Blouw met succes ondernomen; daarover en over de resultaten schrijft hij een uitvoerig en boeiend verslag, met als mijlpalen : Plantin als drukker voor H. Niclaes, Niclaes' drukkerij in Kampen, de bijbeluitgaven van Lenaert der Kinderen, Plantin en Niclaes als compagnons. Inzake Plantijns geloofsopvattingen is er nu aanleiding om de algemeen gangbare mening te herzien en zijn lidmaatschap van de religieuze sekte het Huis der Liefde zeer in twijfel te trekken. [E. C.-I.].
1393. - Andries WELKENHUYSEN, Plantijns drukken van de 'Testamenten der XII patriarchen' (1561, 1564, 1566) in hun 'boekhistorische' context in Ex Officina Plantiniana .... p. 505-515, facsim. (cf. nr. 1383).
In de genoemde jaren drukte Plantijn drie keer de Testamenten der XII patriarchen voor rekening van P. van Keerberghen (PP 712-714). W gaat dieper in op de voorgeschiedenis van dit populaire boekje (de zg. testamenten van Jacobs 12 zonen) : het ontstaan van de tekst, de verspreiding in druk in de Nederlanden, de verlening van het octrooi. Uit dit laatste viel af te leiden dat Plantijn de Liesvelt-druk uit 1558 als legger heeft gebruikt en dat het enige echte octrooi in 1551 aan Joos Lambrecht was verleend. Een kleine maar boeiende detective story! [E. C.-I.].
1394. - B. VAN SELM, De eerste druk van Lavaters Boeck vande spoocken in Dokumentaal,17. 1988, 3, p. 109.
Signalering van een totnogtoe niet bekende druk uit 1591 (Franeker, Gillis van den Rade) van Ludwig Lavaters De spectris lemuribus (etc.) in het Nederlands vertaald door Sibrandus Vomelius. De opdracht is gezet uit een civilitéletter (niet in Carter-Vervliet). Het beschreven exemplaar bevindt zich in de HAB te Wolfenbüttel, met signatuur 472.5 Quod.(1). [M. d. S.].
1395. - Francine de NAVE, Franciscus I Raphelengius (1539-1597), grondlegger van de Arabische studiën in de Nederlanden in Ex Officina Plantiniana .... p. 523-555, ill. (cf. nr. 1383nr. 1383).
Uitvoerige synthese over de wijze waarop Plantijns schoonzoon Raphelengius zich ontwikkelde tot de vader van de arabistiek in de Nederlanden. [M. d. S.].
1396. - Alastair HAMILTON, 'Nam tirones sumus'. Franciscus Raphelengius' Lexicon Arabico-Latinum (Leiden 1613) in Ex Officina Plantiniana .... p. 557-589, ill. (cf. nr. 1383).
Analyse van de bronnen en werkwijze van Fr. Raphelengius bij de samenstelling van zijn opus magnum. Daaruit is ook gebleken dat Raphelengius de bezitter was van een aantal belangrijke Arabische (en Hebreeuwse) handschriften die later - ten onrechte - bij Scaligers collectie werden gerekend. Hierdoor is een genuanceerd oordeel over zijn prestaties als arabist mogelijk geworden. [M. d. S.].
Zie ook nr. 1750
1397. - Karin TILMANS, Aurelius en de Divisiekroniek van 1517 : historiografie en humanisme in Holland in de tijd van Erasmus. Proefschrift ... Rijksuniversiteit Groningen ... - Hilversum : Verloren, 1988. - 288 p. : omslag, facsim.. tab.; 26 cm. - (Hollandse studiën, 21). - ISBN 90-70403-22-6.
In deze dissertatie wordt hoofdzakeiijk gehandeld over wat de ondertitel te kennen geeft; de drukgeschiedenis van de Divisiekroniek vormt slechts een onderdeel ervan. Dit is meteen de verklaring waarom dit mooie, zeer lezenswaardige en vloeiend geschreven boek hier maar een partiële recensie krijgt. Van meetafaan wil ik onderstrepen dat het zuiver historisch gedeelte ver boven het boekhistorische en technische aspect van het onderzoek staat.
Ook al ontbeekt een sluitend bewijs dat Cornelius Aurelius (ca. 1460-1531) de auteur van genoemde kroniek is - er is nl. geen handschrift noch een contract bewaard -, de gegevens waarmee T aantoont dat hij toch de auteur moet zijn, zijn zo overtuigend dat sinds Fruin, maar nu met veel meer zekerheid sinds Tilmans, Aurelius als de samensteller van de Divisiekroniek moet worden beschouwd. Wat wij vernemen over de structuur van het werk is interessant, in het bronnenonderzoek voelt T zich perfect thuis.
De drukgeschiedenis is de titel van kapittel IV; toch lezen wij al eerder (in kap. II) mededelingen over bepaalde aspecten ervan, zo b.v. waar T omstandig de toedracht verhaalt van de opmerkelijke samenwerking tussen de geleerde in het klooster Lopsen buiten Leiden die vnl. in het Latijn schreef, en de ketterse drukker, Jan Seversz, die hoofdzakelijk devotieboeken liet verschijnen. Parallellen met het Liber chronicarum van H. Schedel (Neurenberg 1493) heeft T aangegrepen als hypothesen, met name wat betreft de voorbereiding van de kopij (p. 58), het veilig stellen daarvan, de gelijkenis van een gotische door Aurelius geschreven letter met de gotische textura, die de voorberekening moest vergemakkelijken, allemaal veronderstellingen die toch wat met te veel nadruk geuit zijn. Over de illustratiehoutsneden wordt niets nieuws gezegd, tenzij dat Seversz hier uiteindelijk meer in de pap te brokken had dan de auteur. De drukker had ten slotte niet bijzonder veel oog voor de kritische zin van Aurelius, wil echter voor de toegankelijkheid van het werk. Hoewel de drukker al geruime tijd wist dat hij de kroniek zou te drukken krijgen, bleef dit ondememen voor hem een financieel waagstuk (epiloog). Seversz zou bijgevolg niet met drukken begonnen zijn vooraleer hij het keizerlijk privilege verkregen had (9 okt. 1516), en het zetten zou op 18 aug. 1517 (colofon) beëindigd zijn: dit kan best, maar het staat niet als een paal boven water. In een schema (I) heeft T de hele produktie van Seversz in vellen berekend wat een heel gelukkige gedachte was. Daaruit blijkt o.m. dat er twee pieken waren : in 1508 en in 1517. Voor de eerste was het Breviarium Traiectense verantwoordelijk, dat ongetwijfeld een verzekerde afzet had. Dat was niet het geval met de Divisiekroniek. T legt dan ook bij de produktie van dit boek de schuld dat kort na 1517 Seversz snel achteruitboert. Aan de vellenberekening zit een (terminologisch) angeltje vast: '226 vellen of 226 mallen met zetsel voor de recto- en versozijden van deze vellen papier' (p. 70). Het zetsel voor het bedrukken van een vel werd per vorm in formaat gebracht; dit betekende voor een folioformaat, zoals dat van de Kroniek, twee pagina's per vorm zodat schoon- en weerdruk elk in twee teugen konden worden afgedrukt. Daar komt geen mal aan te pas - dat reserveren we desnoods voor de stereotypen.
Hoofdstuk IV begint meteen al met de receptiegeschiedenis. Oplagecijfers zijn niet bekend - op zich niet ongewoon -. Weerom parallellen met Kobergers Kroniek getrokken : beide werken zijn inderdaad kronieken, maar hoe verschillend in opzet, omvang en uitvoering, om over de taal te zwijgen! Rekening houdend met de 66 exemplaren die in de loop van deze eeuw bestaan (hebben), suggereert T een oplage van 150 exemplaren. Waarschijnlijk is één derde daarvan onverkocht gebleven en in 1530 door Jan van Doesborch van een vervolg voorzien en opnieuw op de markt gebracht. Dat niet alle exemplaren van de hand gingen, schrijft T toe aan de relatief hoge prijs van het boek, aan de beperkte lezerskring van een 'welvarende én geletterde bovenlaag van de Hollandse maatschappij' en ten slotte aan de niet bijzonder verzorgde uitvoering (dit in tegenstelling tot Seversz' andere werk). Aan foutieve foliëringen hoeft niet té zwaar getild, het komt frequent voor, ook bij verzorgd drukwerk. Behalve een groot aantal zetfouten, zijn er evenwel ook tekstvarianten waarvan er vier in NK zijn gesignaleerd en tien door T. Een en ander is het resultaat van een zeer partiële collationering; deze leverde als belangrijkste varianten, waarbij opnieuw gezet en opgemaakt is, de katernen B, R en Z op. De eerste vraag die nu rijst is : welke waren de redenen om houtsneden te verwisselen (in B) en tekst te herzetten ? Is in B schoon- én weerdruk herzet ? Vervolgens zijn er nog andere niet-incidentele varianten die herzetten tot gevolg hadden? Lijvige boeken zoals de Divisiekronick stellen weliswaar een materiëel probleem wat de volledige collationering van al de bewaarde exemplaren betreft, die nu beperkt is tot de 'verdachte' plaatsen. Het belangrijkste is dan nog niet die varianten vast te stellen maar er een verklaring voor te vinden : wat is er gebeurd met de tekst, in de drukkerij, en wat kan de reden daarvoor zijn geweest ?
In verband met het vervolg van Van Doesborch is niet gewezen op de binderssignatuur 'q' van dat vervolg ; zij sluit natuurijk op de 'p' van Van Doesborchs eigen Excellente Cronike (NK 654) aan. Van alleen dat vervolg bezit de KB Brussel overigens ook een exemplaar (VH 26.100 C LP), terecht als het tweede stuk van NK 654 gezien, maar in de praktijk evengoed tot NK 614 horend. Tussen haakjes, alle door T opgegeven boeknummers van de Brusselse exemplaren zijn met 'C LP' aan te vullen.
De met een groot woord - want in de mode - aangekondigde 'receptie' van de Kroniek heeft mij enigermate teleurgesteld. Er is weliswaar 'n lijst van al de te traceren en niet meer te traceren exemplaren, met hun resp. boeknummers. Maar het enige wat we er verder over vernemen is de verdeling naar NK 613 en 614, zonder en met het vervolg dus, en luttele bijzonderheden over enkele ervan. Hier had ik eigenlijk een volledige, overzichtelijk gepresenteerde exemplaarbeschrijving verwacht; dit zou ons ongetwijfeld nog heel wat hebben bijgebracht over het boek en zijn bezitters. Betreft b.v. de bijzonderheid die T over een ex. van Meerman geeft (p. 169) het Brusselse ex. VH 28.322 C LP? Welk gerepertoriëerd ex. is dat in Kraus' Catalogue 91 (1960), nr. 318, het zal te herkennen zijn aan het hs. ex-libris van J. A. Bazin (1719). Als gelukkige bezitster van ook een exemplaar - proficiat! - moeten T toch de kenmerken van het exemplaar zijn opgevallen. Order de 'min of meer interessante bezitters' (p. 174) worden G. Meerman en baron van Westreenen geciteerd. Daar hadden we dan toch minstens Karel van Hulthem in hun gezelschap moeten zien; deze beroemde Gentse bibliofiel had nota bene niet minder dan vijf exemplaren plus nog een van het vervolg! Om over de andere illustere boekenverzamelaars maar te zwijgen. In de oude inventaris van de bibliotheken van de hertogen van Bourgondië uit 1577-79 (Hs. KB Brussel 11.675-76, fol. 267v-271r) staat een ex. vermeld; of dit nog te traceren is, is natuurlijk een andere vraag. In de bibliotheek van de Hertog van Arenberg is zowel van de kroniek van Van Doesborch uit 1530 als van de Divisiekroniek uit 1517 een exemplaar aanwezig geweest. Misschien is het laatste wel een van de door T geregistreerde exemplaren, maar zonder exemplaarbeschrijving is dit niet uit te maken. Over al deze bezitters vernemen we niets bij T. Het inkleuren van houtsneden is in deze periode hoegenaamd niet uitzonderlijk, rubricering evenmin, maar ook over welke exemplaren gerubriceerd, ev. ingekleurd zijn vernemen wij niets. Toch kunnen dergelijke zaken een aanwijzing zijn van extra belangstelling vanwege de eigentijdse koper. En in het Brusselse ex. VH 28.327 C LP staat bovenaan het Vervolg in een zestiende-eeuwse hand volgende aantekening : 'Nota ick heb noch een darde stick en vervolch tot 1565 van dese twe cronijcken gedruct tantwerpen bij Willem silvius in folio. Ergo drie sticken'. Is onderzocht waarop dit slaan kan ? Het zou beslist de moeite lonen om het exemplaaronderzoek te hernemen en bovendien bij te houden. Deze gegevens zijn uit de aard der zaak voortdurend in beweging; zo verscheen vrijwel gelijktijdig met T's dissertatie Catalogue 94 van Forum waar order nr. 51 een ex. staat dat in 1568 in het bezit was van ene Adelbert Nijenburgh.
Alles wel beschouwd is dit een zeer interessant boek dat elkeen die geinteresseerd is in oude drukken uit de Nederlanden en in Nederlandse geschiedenis moet lezen. De boekhistoricus blijft uitzien naar een vervolg : ik spreek de hoop uit dat Karin Tilmans het bibliografisch dan niet zo ingewikkeld maakt als Jan van Doesborch het met zijn vervolg deed. [E. C.-I.].
Zie ook nrs.
1741; 2699
1398. - Ton CROISET VAN UCHELEN, Willem Silvius as writing-master in Theatrum orbis librorum .... p. 158-178, ill. (cf. nr. 1338nr. 1338).
Aan de basis van deze bijdrage ligt Eenen nieuwen ABC of materi-boeck door Dirck Volckertsz Coornhert, gedrukt en uitgegeven door Willem Silvius in 1564 (enig bekend ex. UB Amsterdam). Met Mercator was Silvius de enige tijdens de 16de eeuw in de Nederlanden die deze 'exemplars' zelf in hout sneed en publiceerde. Terwijl de eerste vnl. op wetenschappelijke en technische teksten gericht was, had Silvius vooral school en opvoeding op het oog. V U onderzoekt hoe Silvius de pen voerde (in de letterlijke zin!) en geeft zeven exemplars in reproduktie; alle zeven zijn ze opgenomen in schoolboeken die alle van Silvius' pers komen. [E. C.-I.].
1399. - Peter VANDERMEERSCH, Een uitzonderlijk egodocument : Maarten Snouckaert (1514-1569 ?) over zijn jeugd, zijn opvoeding, zijn studies in Liber amicorum Achiel de Vos. - Ertvelde, 1989, p. 219-228.
De vondst van een memorieboekje uit 1567 leidde tot deze biografie van de Gentse jurist die in 1543 een drukkerij wilde beginnen - hij kocht een papiermolen en 'italique, latynsche ende griecksche' lettertypen en drukt in 1545 1300 exemplaren van Tnieuw testament naer Ste Jeronimus translatie (geen exemplaar bekend). Dat was meteen ook zijn laatste publikatie, vermits hem het drukkersprivilegie werd geweigerd. [M. d. S.].
1400. - G. GLORIEUX & A. ROUZET, Les Velpius à Louvain. Formation d'un atelier in Ornementation typographique .... p. 67-85 (cf. nr. 1317).
Op basis van een 25-tal edities uit de Leuvense werkplaatsen verschenen tussen 1540-1580, gaan de auteurs de oorsprong na van de versierde initialen door R. Velpius gebruikt. Zij rangschikken verder de gevonden initialen volgens bepaalde criteria. Rekening gehouden met de beperkte keus van de onderzochte Leuvense drukken geldt hun onderzoek vooral als voorbeeld. [J. M.].
Zie ook nr. 1317
1401. - W. WATERSCHOOT, Wie drukte Jonker Jan van der Noots Op een Lucrece van Roomen ? in Het oude en het nieuwe boek .... p. 179-188 (cf. nr. 1306).
De Poeticsche Werken (1581) van Jan van der Noot hebben als folio 5 een eenzijdig bedrukt blad ingelast dat geen deel uitmaakt van de Werken. Wie heeft dit blad gedrukt? Op grond van het lettermateriaal komt de auteur tot de conclusie : Jan Verwithagen. [J. M.].
1402. - Sibilia, een zestiende-eeuwse Karelroman in proza. Voor het eerst uitgegeven en van commentaar voorzien door B. BESAMUSCA, W. KUIPER en R. RESOORT. - Muiderberg : Dick Coutinho, 1988. - 102 p. : ill. ; 22 cm (Populaire Literatuur nr. 5). - ISBN 90-6283-736-0. Fl. 22.50.
Uitgave van een prozaroman, behorende tot de epiek rond Karel de Grote. Het boek, waarvan slechts één exemplaar bekend is (Wenen, Oesterreichische Nationalbibliothek), werd gedrukt door Willem Vorsterman te Antwerpen, vermoedelijk rond 1538 (het titelblad ontbreekt) [NK 3173]. Deze Nederlandse tekst is de ingekorte bewerking van een Spaanse versie. Vermoedelijk werd de tekst bekort om materiële redenen : de druk van Vorsterman telt 24 bladen, het Spaanse origineel 36. Ook in de illustraties is gesnoeid : de houtsneden zijn vooral aanwezig in de eerste helft van het verhaal ; het boek was duidelijk op weg te duur te worden. De inleiding van deze uitgave brengt voorts een goede situering van de roman te midden van zestiende-eeuwse 'historische' literatuur, ook wordt de aandacht gevestigd op het mogelijke publiek en op de functie van het boek als leestekst. [W. W.].
1403. - Chris COPPENS, Een kijk op het woord: de titelbladen van Plantins bijbels, . een iconografische verkenning in Ex Officina Plantiniana .... p. 171-211, ill. (cf. nr. 1383))
Uitvoerige studie, waaraan heel wat lezenswaardige beschouwingen zijn vastgeknoopt, van de geillustreerde titelpagina's van drie Bijbels door Plantijn gedrukt Den Bibel van 1566, de Polyglotta uit 1568-1573 en de Biblia sacra van 1583. Voor de eerste stond een Franse prent model, terwijl dezelfde iconografie, gekenmerkt door de tegenstelling tussen rechts en links, ook in protestantse bijbels voorkomt. Protestantse iconografie in katholieke bijbels, een symbool van verdraagzaamheid? Titelblad en frontispice van de Polyglot weerspiegelen de triomf die Plantijn en de bijbelwetenschap met deze publikatie ten deel viel, symboliseren de eenheid onder de christelijke vorsten en zijn een spiegel voor Filips II. In de derde titelprent heeft de hartsymboliek een centrale plaats evenals Mozes en Airon. C leidt ons binnen in de arcana van symboliek en interpretatiemogeiijkheden en leert ons vooral zien. Alleen dit al is een grote verdienste. [E. C.-I.].
1404. - Jean-Pierre TRICOT, Originele tekeningen van Valverde. Vesalius en Valverde in Ex Officina Plantiniana .... p. 481-489, ill. (cf. nr. 1383).
Medisch-historisch commentaar op drie platen uit de Plantijnse Valverde-editie (Vivae imagines 1566). [M. d. S.].
1405. - Georges COLIN, Le Compas d'or sur des reliures in Ex Officina Plantiniana ...,p. 325-336, ill. (cf. nr. 1383).
Tot wat men in de wandel 'Plantijnse banden' noemt, behoren drie categorieën banden : 1 de meestal luxueuze banden door Plantijn zelf vervaardigd vooraleer hij drukker wordt; 2 de meer of minder eenvoudige banden in opdracht van Plantijn vervaardigd rond Plantijnse en andere drukken die Plantijn kocht (en verkocht); 3 de banden met in het midden van de platten het Plantijnse merk van de gulden passer. Aan deze laatste categorie is deze bijdrage gewijd. Na P. Verheyden, die banden met vier verschillende passerstempels had teruggevonden, heeft G. Colin nu nog drie typen bijgevonden. Zelf gebonden heeft Plantijn deze banden hoogstwaarschijnlijk niet. Evenmin zullen het uitgeversbanden zijn. C gaat nader in op de stelling van Goldschmidt ter zake die nog steeds de meest plausibele verklaring biedt. [E. C.-I.].
1406. - C. COPPENS, Uit de band gesproken 3 - Van Turnhout uit Den Bosch : een boekband van Jan van Turnhout in Ex Officina,5, 1988, p. 68-81, ill.
In 1499 vestigde zich boekbinder Jan van Turnhout te 's Hertogenbosch; later werd hij ook uitgever en ten slotte drukker, de eerste in een reeks van vijf naamgenoten. Banden door hem vervaardigd waren niet bekend. De hier beschreven stempelband met ruitenveld omsluit twee postincunabelen, één van Badius te Parijs en één van Martens te Leuven, beide uit 1518 ; de band dateert vermoedelijk van kort daarna. Een van de losse stempels is een banderol waarin het woord TVRNHOVT en levert de sleutel voor de toeschrijving. [E. C.-I.].
1407. - L. VOET, Het lezend publiek en het gedrukte boek in de Nederlanden in de zestiende eeuw. Enkele kanttekeningen in Het oude en het nieuwe boek .... p. 103-113 (cf. nr. 1306).
De auteur doet in deze bijdrage een poging om de wisselwerking na te gaan tussen lezers en makers van boeken ten tijde van Plantijn. Hij stelt hierbij dat het lezend publiek meer richtinggevend is dan de uitgevers. Hij overloopt stelselmatig, per vakgebied, Plantijns eigen produktie te Antwerpen en te Leiden. [E. C.-I.].
1408. - J. A. GRUYS, Ne quid, quod literis prodesse posset, mea negligentia periret in Het oude en het nieuwe boek .... p. 165-177, ill. (cf. nr. 1306).
Een niet geadresseerde, niet ondertekende en niet gedateerde brief over enkele aspecten van het boekbedrijf werd door Arnold Buchelius ter bewaring gekopieerd. Het blijkt een brief te zijn uit (zomer) 1587, van de Heidelbergse uitgever Hieronymus Commelin (1550-1597) aan de Utrechtse geleerde Theodorus Canter (1545-1616 ; zie Kroniek 13 nr. 1045), en die vooral handelt over een Apuleius-editie. [M. d. S.].
1409. - M. H. H. ENGELS, Postincunabelen in de PB : Nederlandse drukken uit de periode 1501-1540. Catalogus van een tentoonstelling. - Leeuwarden, Provinciale Bibliotheek van Friesland, 1988. - [12] f. : facsim.; 21 cm.
Van vijftien NK-nummers is de titelpagina gereproduceerd en zijn een verkorte titel gegeven, het boeknummer, een bondig bandsignalement en de eigendomsmerken. Over hoe en wanneer die boeken in de PB kwamen, vernemen wij jammer genoeg niets. [E. C.-I.].
1410. - Heinz FINGER & Anita BENGER, Der kölner Professor Gisbert Longolius - Leibarzt Erzbischof Hermanns von Wied - und die Reste seiner Bibliothek in der Universitätsbibliothek Düsseldorf. - Düsseldorf : Universitätsbibliothek, 1987. - 172 p. : ill. ; 30 cm. - (Schriften der Universitätsbibliothek Düsseldorf, 3). - ISBN 3-7779-0418-X.
Net als 'verdwenen' steden kunnen ook oude bibliotheken worden ontdekt en opgegraven, soms op een onverwachte plaats, onder een andere stad/bibliotheek Als iedere echte humanist leefde ook Gisbert Longolius met en in zijn boeken. Daarom is het verheugend dat (een gedeelte van) zijn boekenschat tevoorschijn is gekomen in een vrij recente universiteitsbibliotheek.
Gisbert van Langerack (1507-1543) verlatijnste zijn naam tot Longolius naar het voorbeeld van de bekende Franse humanist Christ. Longolius (ca. 1488-1522). Toch blijkt er geen verwantschap te hebben bestaan tussen beiden. Na studies te Utrecht en Keulen ging hij naar Italië waar hij tot arts promoveerde. Bij zijn terugkeer in de Nederlanden werd hij rector in Deventer. Voor de befaamde Latijnse School stelde hij nieuwe statuten op - uitgegeven door F. Bierlaire en R. Hoven : L'école latine de Deventer vers 1536 : un règlement oublié (in dit tijdschrift, ABB,45, 1974, 602-617 : wat jammer dat Finger en Benger deze uitgave niet kennen! - ook de korte biografie door F. Bierlaire in Contemporaries of Erasmus (Toronto 1986) bd 2, p. 342, waar Longolius' relaties met Erasmus worden geschetst, blijkt hun onbekend te zijn gebleven) anderstalige vakliteratuur blijkt nog steeds moeilijk door te dringen ...
In 1538 werd Longolius hoogleraar aan de nog erg scholastieke universiteit te Keulen en tegelijkertijd ook lijfarts van aartsbisschop Hermann von Wied. In 1542-1543 verhuisde hij naar Rostock. In 1543 overleed hij tijdens een bezoek aan zijn vorige standplaats Keulen. Zijn biografie illustreert de nauwe relaties tussen Oostelijk Nederland en de Nederrijn. De auteurs zijn erin geslaagd, aan de hand van archivalia en gedrukte documenten, zeer veel gegevens over zijn Keulse periode en relaties op te diepen en tot een leesbare biografie te verwerken (p. 9-84).
Longolius blijkt een exponent van het medisch humanisme in de Lage Landen te zijn geweest. Beide aspecten, medische vakliteratuur én pedagogische activiteiten komen aan bod in het bewaarde gedeelte van zijn bibliotheek. Zijn weduwe verkocht de boeken aan de humanist Johannes Cincinnius (= Kruyshaer) uit Werden, die ze legateerde aan het Werdense Ludgerusklooster. Na de secularisatie kwamen ze terecht in de stadsbibliotheek van Düsseldorf. Het oude fonds van die instelling werd bij de oprichting van de universiteit overgedragen als stichtingscollectie (een nog steeds toegepast procédé, recentelijk bv. in Tilburg en Maastricht). Bij de nieuwe catalogisering werden de bibliotheken van Longolius en Cincinnius 'herkend'. Een eerste resultaat daarvan is deze biografie en catalogus. Longolius' bibliotheek bevat in hoofdzaak filologisch-historische teksten (veel Grieks) en rnedisch-natuurwetenschappelijke uitgaven (inz. Galenus). Nogal wat exemplaren zijn geannoteerd. De 123 drukken zijn in hoofdzaak afkomstig uit Bazel (47), Parijs (16) en Venetië (15), uit de periode 1494-1542. Vele boeken hebben hun oorspronkelijke Keulse band bewaard. Uit de Nederlanden komen vier postincunabelen : Leuvense drukken van D. Martens (1523: Homerus, NK 1106; 1525: Herodianus, NK 1060) en S. Sassenus (1535 : Thriverius, NK 2022) en één Antwerpse druk van M. Crom (1538 : Thriverius, NK 2020) - geen van deze exemplaren wordt vermeld in NK.
De drukken worden beschreven (p. 89-147) naar het model van de VD-16, dus zonder collatieformule (jammer, want relevant én haalbaar bij een niet te omvangrijke collectie). Veel aandacht gaat er terecht naar de exemplaarkenmerken (staat en volledigheid, band, herkomsten). Bibliografische verwijzingen naar regionale en auteursbibliografiën ontbreken.
Tot slot is er een korte bibliografie van Longolius' werken : meest commentaren op klassieke auteurs. De samenstellers vermelden hier twee Deventer drukken (1533 Institutiones,z.n.; 1537 Dialectica l. IV Wed. Theod. de Borne) [NK 0816-0817] - helaas is het niet duidelijk of de auteurs een exemplaar hebben kunnen localiseren. Enkele lofdichten op Longolius (in facs.), een 'Zeittafel' en een literatuurlijst (p. 163-171) sluiten het boek af. In zijn geheel een geslaagde bijdrage tot de geschiedenis van het humanisme en de bibliotheekgeschiedenis! Hopelijk volgen er nog gelijkaardige ontdekkingen en catalogi ... [M. d. S.].
1411. - F. M. A. ROBBEN, Brandstichters en boekenkopers. Spaanse militairen als klanten van Plantijn en Raphelengius na de 'Furie' van Antwerpen in november 1576 in Tussen twee culturen. De Nederlanden en de Iberische wereld. Opstellen onder redactie van P. J. N. A. RIETBERGEN, F. M. A. ROBBEN, H. de SCHEPPER. - Nijmegen: Instituut voor Nieuwe Geschiedenis, 1988. - (Nijmeegse Publicaties over de Nieuwe Geschiedenis. 2), p. 135-150.
Het Spaanse leger dat Antwerpen had geplunderd, werd kort daarop een goede klant van de Antwerpse boekhandel. Op basis van verkooplijsten en voorraadgegevens over Spaanse drukken wordt onderzocht naar welke literaire en religieuze literatuur er vraag was. In bijlage een overzicht van 'Antwerpse Spaanstalige drukken in de boekhandel van Plantijn, november 1576-juni 1577' (p. 146-149). [M. d. S.].
1412. - Guido PERSOONS, De Antwerpse zending boeken naar de beurs van Frankfurt in 1567 in Ex Officina Plantiniana .... p. 301-303, ill. (cf. nr. 1383).
Publikatie van een archiefdocument m.b.t. het verzenden naar Frankfurt van vaten en balen met boeken van Plantijn en enkele andere Antwerpse drukkers. Een gedeeltelijke reproduktie van het document laat hun merktekens zien. [E. C.-I.].
1413. - Gustaaf JANSSENS, Plantijndrukken in de Henegouwse boekhandel in 1569 in Ex Officina Plantiniana ..., p. 349-379 (cf. nr. 1383).
Op 9 maart 1569 beval Alva in Henegouwen alle verboden boeken op te sporen, met het oog op een nieuwe editie van de Index librorum prohibitorum. In acht Henegouwse steden werd een hele schare boekverkopers bezocht (hiervan staan er slechts twee in Rouzets Dictionnaire vermeld). Het visitatieverslag is bewaard in het Algemeen Rijksarchief; de lijst met titels is vrij nauwkeurig opgemaakt. Uit de ca. 2180 titels heeft J 115 Plantijndrukken opgespoord en in bijlage gepubliceerd, geïdentificeerd en kort toegelicht. Eén bewaarplaats is vermeld, behalve bij een twaalftal waarvan het bestaan enkel uit deze inventaris blijkt. Eén druk, niet in de PP, kon worden gelokaliseerd (nr. 110 in de PP). [E. C.-I.].
1414. - Kees VAN DEN OORD, Nederlandse boekhandelaren in de grootboeken van de Officina Plantiniana 1566-1589 in Ex Officina Plantiniana,p. 391-397 (cf. nr. 1383).
Schematisch overzicht van bestellingen door (Noord-) Nederlandse boekhandelaren, met opgave van het totaalbedrag van hun aankopen en de periode van de contacten. De grootste bestellingen kwamen uit Amsterdam en Utrecht. De nog hogere cijfers uit Breda en 's-Hertogenbosch moeten vanuit historisch perspectief worden gerelateerd aan hun regionale economische en culturele banden met Antwerpen (hertogdom Brabant!). [M. d. S.].
1415. - Johan HANSELAER, De prijs van antieke teksten gedrukt door Plantijn in Ex Officina Plantiniana .... p. 337-348 (cf. nr. 1383).
Vergelijking van de prijzen van Plantijns uitgaven van klassieke auteurs (van schoolboekjes tot standaardwerken) en de levensduurte en lonen in dezelfde periode. [M. d. S.].
1416. - Frans M. A. ROBBEN, De relaties van Christoffel Plantijn met de boekhandel in Spanje. Een voorlopige inventaris in Ex Officina Plantiniana .... p. 399-418 (cf. nr. 1383).
Plantijns contacten met Spanje waren van vitaal belang voor zijn bedrijf. De opdrachten van Filips II en de uitvoer van liturgische boeken vormden een van de hoekstenen van zijn activiteiten (en van die van zijn opvolgers). Daarnaast wordt hier ook aandacht geschonken aan Spaanse klanten van de Antwerpse boekwinkel en de relaties met boekhandelaren op het Iberische schiereiland. [M. d. S.].
1417. Biblia Vulgata Lovaniensis 1547-1574. Tentoonstelling ter gelegenheid van = Exhibition on the occasion of the XIII Congres of the International organisation for the study of the Old Testament, August 25 - Sept 8 1989; comp. Luc DEQUEKER - Frans GISTELINCK. - Leuven : Bibliotheek van de Faculteit der Godgeleerdheid, 1989. - 29 p. : ill. ; 24 cm. - (Documenta Libraria, 9).
Tweetalige catalogus (Nederlands-Engels) met vier rubrieken: (1) 'De eerste uitgave van de Biblia Vulgata Lovaniensis - Johannes Hentenius, 1547'; (2) 'De Leuvense theologen en de Antwerpse Biblia Polyglotta van Plantijn, 1568-1573' ; (3) 'Een nieuwe uitgave van de Biblia Vulgata Lovaniensis -Franciscus Lucas Brugensis, 1574'; (4) 'De Biblia Vulgata Lovaniensis en de Romeinse Vulgaat, 1569-1592'.
De nieuwe reeks Documenta Libraria bundelt de soms kleine, maar steeds nuttige (want informatieve) catalogi van de Leuvense theologische bibliotheek. Bij de (retro-actief genummerde) delen 1-8 bevindt zich o.m. Kroniek 14
nr. 1162 (= nr. 7). [M. d. S.].
1418.- Willem HEIJTING, Protestantse confessies in het Wonderjaar 1566 in Het oude en het nieuwe boek .... p. 129-142 (cf. nr. 1306).
1566 is een even turbulent als produktief jaar geweest voor de drukkers/uitgevers en hun lezerspubliek. Elke gebeurtenis op politiek of godsdienstig vlak gaf immers aanleiding tot reeksen publikaties. H heeft hieruit de protestantse confessies gelicht om hun onderling verband na te gaan. Het betreft de in het Nederlands of in de Nederlanden of in Nederlandse context verschenen belijdenissen tussen zegge april 1566 en april 1567, te weten twintig drukken van zes verschillende teksten. Achtereenvolgens bespreekt H de Confessio Belgica en de rijksdag van Augsburg (met o.m. het fictief impressum Federic Mourhard te Antwerpen), Franciscus Junius en zijn Scriptum de fide,de Korte belijdinge des geloofs,de Augsburgse Confessie en de eigen belijdenis van de Antwerpse lutheranen. Het grote aantal en het Nederlandse karakter van deze teksten zijn volgens H redenen te over om een grondig tekstonderzoek door te voeren. [E. C.-I.].
1419. - C. COPPENS, Cornelius Gemma, Petrus Bacherius & Laurent de Vos : een addendum en wat meer in Ex Officina,6, 1989, p. 112-123, facsim.
Een Plantijnse druk van C. Gemma uit 1575 hoort bij de lijst in onderstaand artikel (
nr. 1420). Belangrijker dan 'een druk meer' is de geschiedenis van het exemplaar : de auteur droeg het op aan Petrus Bacherius (hs. op titelpagina) die op de schutbladen twee zestienregelige gedichten schreef (die C publiceert), het ene opgedragen aan de musicus en Gentse cantor Laurentius de Vos, het andere aan Viglius Aytta Zuichemus. In de 18de eeuw werd het drukje, steeds in zijn oorspronkelijk copertorium of koperkel gevat, eigendom van de jurist graaf F.-C.-G. de Cuypers, heer van Rijmenam, en in de 20ste eeuw van Henry de Vocht. Een schat die er zijn mag! [E. C.-I.].
1420. - C. COPPENS, Recente aanwinsten - Een berekende ezelsliefde: Gemma Frisius, Tristan l'Hermite en Blaeu junior in een rekenkundige rij. Met een lijst van Gemma Frisius-edities in de U.B. in Ex Officina. 5, 1988, p. 160-182, ill.
Tot de aanschafpolitiek van de Leuvense U.B. behoort het verwerven van publikaties van de eigen hoogleraars. Onder hen de arts Gemma Frisius. N.a.v. een aankoop stelde C een lijst op van al de drukken van Gemma Frisius thans in het bezit van de U.B. Het zijn er 26. Een uitstekend idee om van bekend bibliografisch materiaal, binnen een collectie, de exemplaargebonden kenmerken mee te delen. Het herkomstregister geeft een kijk op de verspreiding van de hoofdzakelijk Parijse en Antwerpse drukken; zo vinden we een Antwerpse druk uit 1545 in de handen van de Italiaanse humanist Benedetto Varchi, een uit 1556 bij het begin van de 17de eeuw reeds in het klooster Weingarten, een bij de Franse kerkhervormer Lamennais. Vooral te vermelden is het exemplaar van de editie Antwerpen Loëus 1581 afkomstig van de Franse dichter Tristan L'Hermite en daarna in het bezit van Joan Blaeu jr. (+ 1712) die zich op een schutblad aan een wiskundig vers waagt. De concordantie met Van Ortroy ontbreekt niet. Een indrukwekkende verzameling van een herhaaldelijk geteisterde bibliotheek. [E. C.-I. & M. d. S.].
Zie ook nr.
1419
1421. - De Vlaamse horticultuur in de vroege 16de eeuw .. Drie 'Profijtelijcke' traktaten over poten en enten, zaaien en planten. Ingeleid en uitgegeven door W. L. BRAEKMAN. - Brussel : Omirel, Ufsal, 1989. - 163 p. : facsim. 24 cm. - (Scripta, 23).
Een nyeu seer schoon ende profitelijck plantboecxken dat in 1556 bij Jan van Ghelen verscheen [BT 2209] is de eerste monografie in het Nederlands over land- en tuinbouw. Toch is het niet zonder meer de oudste druk over het onderwerp : in 1538 vormt dezelfde tekst onderdeel van Den groten herbarius (NK 1054) met de titel 'Een boecxken ... van menigerley plantingen ende potingen der boomen...' Bovendien komen in Thomas vander Noots Tbouck van wondre uit 1513 (NK 433) een zestigtal paragrafen voor over 'planten ende greffien'. Beide teksten geeft B hier uit, voorzien van aantekeningen, gevolgd door de uitgave van een Engelse bewerking van een gedeeelte van Tbouck van wondre verschenen te Londen in 1583 (STC 17.590 e.v.). [E. C.-I.].
1422. - W. L. BRAEKMAN, Zonderlinge luchtverschijnselen boven het zestiende-eeuwse Gent in pamfletten van die tijd in Handelingen der Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent,nr. 42, 1988, p. 139-151, ill.
Bespreking van drie pamfletten met een moraliserende interpretatie van natuurfenomenen : (1) De l'estrange apparition advenue sur la ville de Gand, en Flandres, le lundy neufiesme Febvrier 1579. dernier (Parijs: Jean d'Ongoys, ex.: BN); (2) Een wonderlijcke nieu gheschiedenisse gebeurt buijten Ghendt op de Bylock Anno M.D.LXXIX in Augustus (Antwerpen, BT 7183) - op grond van het drukkersadres toegeschreven aan de Weduwe van H. Braeckevelt; (3) Erschröckenliche Zeytung von einem Grausamen Vngewytter den 18. Augusti Anno 1586. Jar zü Gennt fürgangen ist (Augsburg : Josias Wörly, 1587), volgens de laatste pagina van de Duitse tekst vertaald naar een Antwerps pamflet uit 1586, waarvan geen exemplaar bekend lijkt. [M. d. S.].
1423. - J. ANDRIESSEN, Joannes Fredericus Lumnius en zijn Evangelica Strena (1568) in Ex Officina Plantiniana .... p. 439-442 (cf. nr. 1383).
Kanttekeningen bij de drukgeschiedenis van een Latijns gedicht door de pastoor van het Antwerpse begijnhof, J. F. Lumnius (1533-1602). [M. d. S.].
1424. - Nine MIEDEMA, Die 'Mirabilia urbis Romae' in den Niederlanden in Quaerendo,18, 1988, p. 278-285.
De als pelgrimsgids bekende Mirabilia urbis Romae mag niet verward worden met de Historia et descriptio urbis Romae die aan eerstgenoemd werk én aan de Indulgentiae urbis Romae schatplichtig is. In de teksttraditie neemt de Nederlandse een aparte plaats in. Behalve een lijst met 22 handschriften, heeft M dertien postincunabelen samengebracht : twaalf in NK, één in Borchfing & Claussen. [E. C.-I.].
1425. - Erwin VERZANDVOORT, Over de door Plantijn gedrukte uitgaven van Reynaert de Vos in Ex Officina Plantiniana .... p. 237-252, ill. (cf. nr. 1383).
Tweemaal (in 1564 on 1566) heeft Plantijn een versie van het Reinaert-verhaal gedrukt. Vooral de Nederlands-Franse uitgave van 1566 is opmerkelijk om zijn illustratie. Hier wordt erop gewezen dat die illustraties zeer 'modern' waren, geinspireerd op de emblemata-prenten. [M. d. S.].
1426. - Elly COCKX-INDESTEGE, Tafelmanieren ten tijde van Keizer Karel in Dokumentaal,17, 1988, 3, p. 102-104.
Overzicht van de bewaarde drukken van deze berijmde tafelmanieren (NK 1484, Bibl. Belg. T-115 en T-116) naar aanleiding van het opduiken in een Parijs antiquariaat van een onbekende planodruk (Zuidelijke Nederlanden, eerste helft 16de eeuw?), (natuurlijk) afkomstig uit de verzameling van C. P. Serrure (1805-1872). De verzen die enkel in deze planodruk staan, worden tevens afgedrukt. [M. d. S.].
1427. - Jelle KOOPMANS & Paul VERHUYCK, Ulenspiegel, de sa vie de ses oeuvres: édition critique du plus ancien Ulespiègle français du XVIe siècle. -Antwerpen ; Rotterdam: C. de Vries-Brouwers, 1988. - 327 p. : facsim. 23 cm. - ISBN 90-6174-400-8.
Naar aanleiding van de kritische tekstuitgave van de eerste druk in het Frans van Tyl Ulenspiegel, geven de auteurs een overzicht van de Duitse, de Vlaamse en de Franse traditie. De eerste Franstalige druk waarvan het impressum Antwerpen 1539 luidt, is in werkelijkheid te Parijs bij Alain Lotrian verschenen, er is niet verwezen naar Nijhoff en Kronenberg 4531 waar deze druk is beschreven en als niet Nederlands bestempeld. Van de Franse 'Ulespiègle' uitgaven is een bibliografie van 91 nummers bezorgd, met opgave van exemplaren en een stemma. De Duitse, Nederlandse, Franse en Engelse drukken zijn bondig opgegeven. Er is ook nog ingegaan op de drukkers, de auteur, de taal en de iconografie. De literatuuropgave en het namenregister (titels zijn verwisseld!) sluiten het boek af. [E. C.-I.].
1428. - Elly COCKX-INDESTEGE, Vesaliana Plantiniana. De drukken van Valverde en Van Mauden en hun exemplaren in Belgische collecties. Bijdrage tot een 'Belgian Census' van H. Cushings Bibliografie van Vesalius in Ex Officina Plantiniana .... p. 455-479, ill. (cf. nr. 1383).
Grondige bespreking van de in België aanwezige exemplaren van Plantijns edities van J. Valverde (Vivae imagines 1566) en D. van Mauden (Bedieninghe der anatomien 1583), met hun bewerkingen (Valverde : 1579, Nederl. 1568). Boekband en herkomst worden systematisch geanalyseerd. [M. d. S.].
1429. - A. DEWITTE, Bonaventura Vulcanius en de Officina Plantiniana (1573-1600) in Ex Officina Plantiniana ..., p. 591-597 (cf. nr. 1383).
Plantijn en Raphelengius hebben te Leiden een aantal werken gedrukt van hoogleraar Grieks Vulcanius (ca. 3650 pagina's druks). Hier wordt tevens gewezen op gedichten van Vulcanius op de dood van Plantijn en op zijn Oratio funebris op Raphelengius. [M. d. S.].
1430. - J. MATEBOER en M. DE SCHEPPER, Aanvullingen op de 'Bibliografie van het Nederlandstalig narratief fictioneel proza 1670-1700' in Dokumentaal,18, 1989, 3, p. 106-110.
In de Parijse Bibliothèque Nationale werden enkele, meest anonieme werken aangetroffen die een eerste aanvulling vormen op de in 1988 verschenen romanbibliografie (Kroniek 14
nr. 1212). Het gaat om : (a) extra exemplaren van reeds beschreven werken (waaronder een auteursexemplaar van P. D. Huet!) ; (b) werken waarvan nog geen exemplaar was beschreven (drie titels) en (c) niet in de deelbibliografie genoemde werken (vier titels). [M. d. S.].
1431. - A. R. A. CROISET VAN UCHELEN, Over een gegraveerde prijs in Het oude en het nieuwe boek .... p. 225-233, ill. (cf. nr. 1306).
Prijs in de betekenis van 'beloning bij schoolprestaties' bestaat in de Noordelijke Nederlanden al van het einde van de zestiende eeuw. Meestal waren dat boeken: prijsbanden. De prijsopdracht op een afzonderlijk blad voorin was doorgaans gedrukt en verder met de hand ingevuld. Het gebeurt ook dat die in zijn geheel fraai geschreven is. Van Uchelen laat in deze bijdrage zijn aandacht enkel uitgaan naar de vormen waarin prijsopdrachten zich kunnen voordoen, hierbij uitgaande van de collectie in de Amsterdamse UB die de gelukkige behoedster is van de prijsbandencollectie Oldewelt. Eén boek bevat een gegraveerde prijsopdracht uit 1625 (Haarlem); Van Uchelen ziet de schrijver ervan in David van Horenbeeck, Haarlems schoolmeester en uitgever van exemplaarboeken, terwijl de graveur Gerard Gauw zal zijn geweest. [E. C.-I.].
1432. - Isabella H. VAN EEGHEN, The printing-house of Dr Joan Blaeu behind the New Church in Theatrum orbis librorum .... p. 404-415, ill. (cf. nr. 1338).
Reconstructie van de aankoop door Joan Blaeu van het voormalige gebouw van de Latijnse School. De nieuwe drukkerij werd kort na de ingebruikneming (met het drukken van deel IV van de Acta Sanctorum) door brand verwoest. Bevat tevens archiefgegevens over de ligging van het pand en de financiële positie van Joan Blaeu en zijn erfgenamen. [M. d. S.].
1433. - Gerhard DÜNNHAUPT, Von der Etsch bis an den Belt ? Bibliographische Abgrenzungsprobleme in den Randgebieten des Heiligen Römischen Reichs in Aus dem Antiquariat,10, p. A389-A397, facsim. (Börsenblatt für den deutschen Buchhandel, Frankfurter Ausgabe, 1988, nr. 86).
In de loop van de Dertigjarige oorlog is het zwaartepunt van drukkerij en uitgeverij van de Duitse staten naar de grensgebieden verlegd: Amsterdam, Leiden, Straatsburg, Basel, Praag, Dantzig e.a. Al deze plaatsen waren trouwens cultuurcentra waar de nieuwe uitgaven ook gelezen werden. In margine van de 'Deutsche Barockdrucke' heeft de auteur bij zijn onderzoek vastgesteld dat veel van deze 'buitenlandse' drukken in het buitenland gebleven zijn, hoewel - zo schrijft hij - er toch ook een culturele wisselwerking tot stand was gekomen, ook al omdat de grenzen niet altijd vast lagen. De ter wille van de godsdienst vervolgden namen vaak de wijk naar Nederland waar een vloed van Duitstalige pamfletten ontstond. Dat de Nederlanders in de 17de eeuw hun taal als een Duits dialekt aanzagen en niet als 'Nationalsprache' lijkt mij een boude uitspraak. [E. C.-I.].
1434. - Zacharias HEYNS, Dracht-Thoneel [1601],met een inl. van Hubert MEEUS uitgeg. door J. A. VAN LEUVENSTEIJN. - Amsterdam : Buijten & Schipperheijn, 1989. - XXVI, 150 p. : facs. ; 20 cm. - (FELL, 6). - ISBN 906064-699 Fl. 37, 50.
In de FELL-reeks (Facsimile-Edities der Lage Landen) zijn reeds enkele zeer zeldzame Nederlandse literaire teksten verschenen, alle voorzien van een degelijke inleiding die tot verder onderzoek aanspoort (cf. Kroniek 9
nr. 565, 12 nr. 937 en 13 nr. 1041). Deel zes, bij een andere uitgever, bevat een om velerlei redenen interessant boekje. Er is vooreerst de figuur van Zacharias Heyns (Antwerpen 1566 - Zwolle 1630), succesrijk uitgever te Amsterdam en Zwolle en tevens auteur van een veelzijdig literair oeuvre, meest in dichtvorm. De inleiding van H. Meeus is, in afwachting van zijn proefschrift over Heyns, de beste status quaestionis over de man die begon als een leerjongen van Plantijn en Moretus (cf. nr. 1378). In 1601 verscheen te Amsterdam, met zijn uitgeversmerk en -naam, en met een eigen lofdicht en opdracht, het Dracht-Thoneel,een honderdveertig houtsneden met afbeeldingen van klederdrachten van Europese en niet-Europese volkeren, benevens enkele curieuze dieren; alle afbeeldingen zijn vergezeld van een vierregelig verklarend onderschrift in Nederlandse verzen.
Ook de voorgeschiedenis van het boekje komt aan bod. In 1562 verscheen te Parijs bij Richard Breton een Recueil de la diversité des habits ( ... ),met herdrukken in 1564 en 1567. Een Nederlandse versie Alderhande Habijt ( ... ) volgde in 1570 te Antwerpen bij G. van Parijs. De Westvlaamse Neolatijnse dichter Jacobus Sluperius bracht in 1572 een humanistische bewerking, Omnium fere gentium ( ... ) habitus,gedrukt voor Jan Bellerus door Gilles van den Rade. Deze laatste week in 1585 uit naar Franeker. Zeer waarschijnlijk verwierf Heyns van hem de houtblokken die hij, met enkele aanpassingen en nieuwe houtsneden, in 1601 voor zijn eigen Dracht-Thoneel benutte. Uit de opdracht aan de in 1598 opgerichte Amsterdamse rederijkerskamer 'Het Wit Lavendel' kan wel worden geconcludeerd dat dit boekje nuttig kon zijn geweest voor de kostuumvoorraad van de acteurs. Naast Heyns' eigen lofdicht zijn er nog twee sonnetten in het voorwerk, door resp. Cornelis Ketel en Antonie Smijters. Na de inleiding volgt nog een verantwoording van de herdruk, een bibliografie, het facsimile en enkele registers op de voorstellingen.
Vijf exemplaren zijn ervan bekend (in Amsterdam, Den Haag, Londen, Wolfenbüttel en één in onbekend privé-bezit). Een anomalie in de katernsignering verdeelt de vier toegankelijke exemplaren in twee staten. Voor reproduktie werd het Haagse exemplaar gekozen, met enkele retouches in de afdruk en de toevoeging van een doorlopende paginering tussen teksthaken. De kwaliteit van het facsimile had beter gekund: te glanzend papier met een erg vette opdruk (zo ook de titelpagina). Met een zachtere en fijnere papiersoort was een beter resultaat mogeiijk geweest (scherpere afdruk van de houtsneden enz.). Ook de stevige groene linnen band kreeg een te zware vergulde belettering. De inleiding bevat enkele zetfouten: tweemaal onderkast 'l' voor bovenkast 'I', en in de titel van Erasmus' colloquium Vxor Mempsigamos een transcriptiefout (waarom het tweede woord vetter??). Een kleine bibliografische aanvulling : de auteur van het artikel uit 1875 over Sluperius is F. Vandeputte (cf. de Tables générales uit 1886 van het tijdschrift).
Het is verheugend over een herdruk van het eerste Nederlands kostuumboek te beschikken. Nieuwe delen van de FELL-reeks met deskundige inleiding en registers helpen niet alleen de literatuurhistoricus vooruit ; ook de boekhistoricus kan er zijn voordeel mee doen. [M. d. S.].
1435. - P. J. KOOPMAN, De drukkers van Bredero's Kluchten in Dokumentaal,18, 1989, 1, p. 24-29.
De Amsterdamse uitgever C. L. vander Plasse bracht in 1619, 1620, 1622 en 1629 uitgaven op de markt met Bredero's Kluchten. Problemen bij de bibliografische beschrijving ervan leiden tot de conclusie dat niet alle katernen in één drukkerij werden gezet en gedrukt - waarschijnlijk wegens de haast bij de produktie (er waren piraatdrukken in omloop) is een en ander niet foutloos verlopen. Tevens wordt nogmaals gewezen op het bestaan van made-up-copies (exemplaren samengesteld uit katernen van verschillende drukken). Soortgelijk onderzoek is wel een vereiste vóór filologen nieuwe tekstedities op de markt willen brengen! [M. d. S.].
1436. - Pieter VISSER, Broeders in de geest. De doopsgezinde bijdragen van Dierick en Jan Philipsz. Schabaelje tot de Nederlandse stichtelijke literatuur in de zeventiende eeuw. - Deventer : Sub Rosa, 1988. - 2 dln. (446, 469 p.) : ill. ; 24 cm. - (Deventer Studiën, 7). (Proefschrift Universiteit van Amsterdam). - ISBN 90-70591-25-1. Fl. 64.
Indrukwekkende studie over twee vruchtbare auteurs uit het doopsgezinde milieu. Naast, uiteraard, biografisch, literair-historisch en kerkhistorisch onderzoek, is ook veel aandacht besteed aan de bibliografie van hun werken en aan de honderden bijbelprenten. Eigen, vaak herdrukt, werk is beschreven, evenals de fondslijst van uitgever Jan Philipsz. Schabaelje (actief 1646-1657). Boeiend is de druk- en verspreidingsgeschiedenis van de Lusthof des gemoets (12 herz. edities en 125 drukken ! van 1635 tot 1981, waaronder heelwat in de Verenigde Staten). Een belangrijke bijdrage tot een minder bekend aspect van de Gouden Eeuw, ook op typografisch en kunsthistorisch vlak. [M. d. S.].
1437. - Romeyn de Hooghe-nummer van De Boekenwereld,5, 1988-1989, 1, okt. 1988, 64 p., ill.
Nuttige status quaestionis met enkele nieuwe gegevens en archiefvondsten. Basis voor verder onderzoek is ongetwijfeld Christiaan Schuckman, 'Ruim een eeuw onderzoek naar Romeyn de Hooghe : beredeneerde bibliografie' (p. 51-57). [M. d. S.].
1438. - Chris COPPENS, Eindpunt of erepoort : de dood in het licht van een zeventiende-eeuwse prentencyclus in De Zeventiende Eeuw, 5, 1989, 1, p. 44-59, ill.
Op het Leuvense congres 'Kerken en cultuur in de zeventiende-eeuwse Nederlanden' (september 1988) was uiteraard de fascinerende prentencyclus Miroir de la bonne mort (illustraties van Romeyn de Hooghe, teksten van David de la Vigne) op zijn plaats. De thematisch-inhoudelijke analyse bouwt voort op de bibliografisch-historische studie uit 1984 (cf. Kroniek 11,
nr. 780). [M. d. S.].
Zie ook nr. 2530
1439. - Ubbo EMMIUS, Friesland tussen Eems en Lauwers en de stad Groningen. Herziene en vermeerderde uitgave vertaald door P. SCHOONBERG. (Met een bijdrage van E. H. WATERBOLK). - Groningen: Uitg. Holmsteriand/SKF, 1989. - 112 p. : portr., ill., kaarten; 25 cm.
De oorspronkelijke druk De agro Frisiae verscheen in 1605 bij de Groningse drukker Gerard Ketel. Deze vertaling biedt een keuze uit Emmius' werk met de nadruk op Groningen en Ommelanden omstreeks 1600. In zijn inleiding heeft Waterbolk het o.m. over de relaties tussen Emmius en zijn drukker-uitgever Ketel: ze zijn af te lezen van aantekeningen die de auteur maakte op de achterkant van velletjes papier die langs de voorzijde al voor iets anders hadden gediend. Van de 200 exemplaren in losse vellen krijgt hij er 20 gratis terwijl hij de 30 andere 8 stuiver per stuk moet betalen. 21 exemplaren krijgt Marten Hubbelding te binden; per stuk kost het bindwerk eveneens 8 stuiver. Eén boek, in zijde gebonden, kost 10 st. Emmius stipuleert verder wie een gebonden en wie een ongebonden exemplaar zal ontvangen. [E. C.-I.].
1440. - R. DE SMET, Hadrianus Beverlandus (1650-1716). Non unus e multis peccator. Studie over leven en werk van Hadriaan Beverland. - Brussel: Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België, 1988. - 187 p.: ill.; 26 cm. - (Verhandelingen. Klasse der Letteren. 126). - ISBN 90-6569-393-8. BF 800.
De uit Middelburg afkomstige kenner van de antieke erotische literatuur was uiteraard een groot verzamelaar : hij bezat o.m. een Grolier (cf. Kroniek 12,
nrs. 897 -8). Deze monografie bevat naast een bibliografie van Beverlands publikaties, ook gegevens over zijn collectie, die werd aangekocht door Charles Spencer, Earl of Sunderland in wiens familie ze bleef tot de Blenheim Library op een reeks veilingen werd verkocht in 1881-1883. [M. d. S.].
Zie ook nr. 1331
1441. - Dennis E. RHODES, Some Frisian book-owners identified in Quaerendo,18. 1988, 2, p. 83-86.
Drie leden van de Friese geleerdenfamilie Gutberleth en een verwante jurist, S. (de) Bucquoy - hun namen komen voor op incunabelen in Oxford en een Terentius (1558) in de British Library. Die instelling bezit tevens de veilingcatalogus van Tobias Gutberleth Jr. (Franeker : A. Jelmer, 1709). Een latere eigenaar van de Terentius was nog een Fries geleerde, J. Stinstra. [M. d. S.].
1442. - B. VAN SELM, Schama and the library of Gulielmus Goesius (1687) in Quaerendo,18, 1988, 3, p. 222-224; Nederlandse tekst in Dokumentaal,18, 1989, 3, p. 110- 113.
Schama's succesboek The embarassment of riches (1987) bevat ook een interpretatie van veilingresultaten van boeken. Zijn gegevens zijn, op zijn zachtst gezegd, onvolledig, onnauwkeurig en derhalve onbetrouwbaar. In Appendix 1 van zijn book behandelt hij de veilingcatalogus van 'D. Guiliemi, sold at Goes, Zeeland, 1687' als voorbeeld van de rijke collecties van een Zeeuws edelman. Van Selm bewijst hier dat het ging om de bibliotheek van Gulielmus Goesius, raadsheer bij het Hof van Holland, zwager en (deels) erfgenaam van Nicolaas Heinsius. Niet zomaar een adellijke collectie dus, wel een van de schitterendste geleerdenbibliotheken uit de Republiek ... of The embarassment of Simon Schama! [M. d. S.].
1443. - Bert VAN SELM, The auction catalogue of Frans Koerten's books (1668) in Theatrum orbis librorum .... p. 477-491, ill. (cf. nr. 1338).
Naast geleerdenbibliotheken blijken er in de Republiek ook echte bibliofiele collecties te zijn aangelegd. Een der vroegste is wel die van Frans Koerten (1603-1668), een bekende 'afsetter' (boekverluchter). Zijn handelsvoorraad werd mét zijn persoonlijke collectie geveild op 11 september 1668. de veilingcatalogus (Parijs, BN : Q 2237) is om meer dan een reden uitzonderlijk: de titel is in het Nederlands evenals 80 % van de geveilde boeken (voorts nog 14% Duits en slechts 5 % Latijn). Even opmerkelijk is de ruime aanwezigheid van incunabelen en vroeg-zestiende-eeuwse boeken (vgl. Peeter Oris: deze Kroniek nr. 1445). In bijlage worden de Nederlandstalige incunabelen vermeld : een indrukwekkend geheel!
Andermaal draagt de analyse van een veilingcatalogus bij tot de Nederlandse boekgeschiedenis. [M. d. S.].
1444. - Boeken van Oranje. De Oranje-Nassaubibliotheek ten tijde van Willem III. Catalogus van de tentoonstelling in de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage 12 november 1988-7 januari 1989. Samengesteld door Joke KUIJPERS en Anne-Dirk RENTING, met bijdragen van Anne S. KORTEWEG en Jan STORM VAN LEEUWEN. - 's-Gravenhage : Koninklijke Bibliotheek, 1988. -103 p. : ill. ; 22 cm. - (Tentoonstellingscatalogi en -brochures van de Koninklijke Bibliotheek, 30). - ISBN 90-6259-084-5. Fl. 20.
De stichtingscollectie van de Haagse Koninklijke Bibliotheek wordt gevormd door het door Willem V in 1798 achtergelaten boekenbezit (voor zover dat niet door de Fransen geplunderd was). Daarin was een deel van de verzamelingen van de Oranjes samengebracht. In 1984 werd de zestiende-eeuwse verzameling rond Willem van Oranje bestudeerd (cf. Kroniek 10,
nr 648). Thans worden de verzamelactiviteiten van de zeventiende-eeuwse Oranjes belicht, met name de stand van de collectie ten tijde van Willem III. Hs 78 D 14 bevat namelijk de catalogus van de Oranje-Nassaubibliotheek in 1686, opgemaakt door bibliothecaris Anthonie Smets, onder toezicht van Constantijn Huygens. Op basis daarvan werd een overzicht getoond van de collectie uit die periode. A. S. Korteweg beschrijft de geschiedenis van de stadhouderlijke bibliotheek (p. 10-33) en de handschriften (p. 52-57), J. Storm van Leeuwen de boekbanden (p. 58-72). J. Kuijpers en A.-D. Renting geven een voorlopig overzicht van de aard van de gedrukte werken ; een uitvoerig geannoteerde editie van de catalogus is in voorbereiding. In een aantal gevallen is een stadhouderlijk exemplaar geïdentificeerd (met titel en signatuur). [M. d. S.].
Zie ook nr. 2098
1445. - Jos A. A. M. BIEMANS, The seventeenth-century Antwerp book collector Peeter Oris : new discoveries and new questions in Quaerendo,18, 1988, 4, p. 243-279, ill.
Als een Sherlock Holmes redivivus slaagt Jos Biemans erin de lezers te boeien met zijn fascinerende reconstructie van een vroeg-zeventiende-eeuwse privé-bibliotheek, samengesteld door een Antwerpse kunsthandelaar, Peeter Oris (ca 1582-ca 1647; cf. Kroniek 10,
nr. 636). De man had een zwak voor de 'verwaarloosde' oudere Nederlandse literatuur. Acht handschriften en vijf drukken zijn thans bekend met zijn, vaak uitvoerig geannoteerde, eigendomsmerk Een convoluut te Gent (UB, Res 401) bevat een gedrukt ex-libris : een imitatie van het titelblad van De Triumphe van Antwerpen (1550) van C. Grapheus - een bewuste en toepasselijke keuze. Uitvoerig wordt er ingegaan op twee curieuze lofdichten op Oris, waarvan er één wel van de Antwerpse bibliograaf en bibliothecaris A(ubertus) M(iraeus) is. Wordt zeker vervolgd ... [M. d. S.].
Zie ook nrs. 1443; 1905
1446. - Jean-Pierre LE BOULER. La bibliothèque de Spinoza. L'exposition du tricentenaire de la naissance de Spinoza à la Bibliothèque Nationale (24 décembre 1932 - 15 janvier 1933) organisée par Georges Bataille et Armand Dandieu in Revue de la Bibliothèque Nationale,1989, nr. 31 (printemps), p. 4457, ill.
In het jaar 1932 hebben auteur-conservator G. Bataille en zijn collega A. Dandieu zich gewaagd aan een Spinoza-tentoonstelling, waarbij zij een deel van diens bibliotheek reconstrueerden met exemplaren uit de B.N. Uit het archief van deze instelling wordt hier de onuitgegeven handschriftelijke catalogus van deze tentoonstelling gepubliceerd.
Al bij al een curiosum: een reconstructic van een efemere tentoonstelling. Toch nog nuttig voor Spinoza-bibliografen. [M. d. S.].
1447. - B. VAN SELM, Jan Jansz Orlers en de veiling van zijn fonds in 1623 in Het oude en het nieuwe boek .... p. 209-223, ill. (cf. nr. 1306).
Biografie van de Leidse boekverkoper Orlers (1570-1646) en vooral, op basis van fondsartikelen. Opmerkelijk is de vermelding in de catalogus van het aantal exemplaren per titel en van het kopijrecht bij bepaalde publikaties. [M. d. S.].
Zie ook nr. 1928
1448. - The auction catalogue of the library of William Ames. A facsimile edition with an introduction by K. L. SPRUNGER. - Utrecht: HES, 1988. - 9 [+ 22] p.: facs., 23 cm. - (Catalogi redivivi, 6). - ISBN 90-6194-147-4. Fl. 47, 50.
Opnieuw is een unicum naar zijn land van herkomst weergekeerd. William Ames (1576-1633) was een Engelse puritein die, als zovelen, zijn heil moest zoeken in de Republiek. Van 1622 tot 1633 was hij hoogleraar theologie te Franeker. De veilingcatalogus van zijn bibliotheek (Amsterdam, Johannes Janssonius, 1634), bewaard in Boston Public Library is thans keurig gereproduceerd, met een inleiding van de kenner van het (Engelse) puritanisme in de Republiek. De collectie (570 nummers, met veel Engelstalige drukken) was uiteraard theologisch geörienteerd. De aanwezigheid van een voorraad ongebonden controversiële teksten laat Ames' betrokkenheid bij hun publikatie vermoeden. Een index had de gebruikswaarde van dit facsimile nog kunnen verhogen. [M. d. S.].
Zie ook nr.
2381
1449. - Johan de Brune de Oude 1588-1658: descriptieve auteursbibliografie. Subjectieve bibliografie samengesteld door P. J. VERKRUIJSSE met medewerking van studenten Historische Letterkunde van het Instituut voor Neerlandistiek van de Universiteit van Amsterdam. Objectieve bibliografie samengesteld door W. A. HENDRIKS en J. MATEBOER. - Amsterdam: Schiphouwer en Brinkman, 1988. - 282 p. : ill.; 22 cm. - (Thesaurus, 1). - Fl. 85.
Met het oog op een herdenking van de Zeeuwse auteur Johan de Brune (de Oude) in 1988 werd de basis gelegd voor een hernieuwde filologische aanpak. De onbevredigende bibliografische gegevens in de monografie van C. H. O. M. von Winning (1921, reprint 1979) en de verworvenheden van de analytische bibliografie maakten een nieuwe aanpak noodzakelijk. Tijdsgebrek beperkte de bibliografie tot de beschrijving van het gedrukt 'literaire' werk (geen archivalia, officiële stukken of brieven - die zijn de auteurs ons dus nog verschuldigd!). Om dezelfde reden is niet exhaustief gezocht - wel zijn de bezochte bibliotheken vermeld evenals de exemplaren in andere bronnen gesignaleerd. Tekstediteurs kunnen dus in ieder geval een voldoende betrouwbare grondslag vinden om hun werk gericht te beginnen.
De bibliografie van De Brunes werken (p. 21-229) is chronologisch geordend. Bij titeluitgaven wordt de titelpagina afgebeeld of getranscribeerd en wordt er verwezen naar de beschrijving van de eerste oplage. In de beschrijving zijn ook signatuurposities opgenomen. De bibliografie over De Brune (p. 230-267) is eveneens chronologisch geordend en bevat zowel studies als belangrijk geachte gegevens voor de waarderingsgeschiedenis (bv. krantenadvertenties uit de zeventiende eeuw). De 26 drukken en uitgaven bekend aan Von Winning zijn thans aangegroeid tot 62! - wellicht ontbreken er nog verspreide lof- en drempeldichten. De bibliografie over De Brune kan vast nog worden aangevuld : er zullen nog veel meer veilingcatalogi bestaan met edities van zijn werken tussen de geveilde boeken. Een enkele opmerking bij nr. 1007 (exempl. 6) : Edouard B. H. J. van den Corput (1821-1908) was een befaamd hoogleraar geneeskunde aan de Brusselse universiteit en geen veilinghuis! (zie Biogr. Nat. 26, kol. 289-292); zijn collectie werd in 1911 geveild door Fred. Muller.
Het boek is uitgevoerd in een grijze linnen band. Te betreuren valt de zwakke afdruk van een aantal afbeeldingen en de erg lichte cursiefletter van de computerprinter. Een aanwinst, toch! [M. d. S.].
Zie ook nr.
1639
1450. - J. MATEBOER, Uniek 'verzameld' werk van Cats? in Dokumentaal,17, 1988, 3, p. 97-99.
In de Utrechtse Universiteitsbibliotheek is onder signatuur AB: 132 B (1-18) een Cats-collectie in 18 banden te vinden, samengebracht na 1829 en in 1961 verworven op de veiling van de bibliotheek van de Amsterdamse (VU) neerlandicus J. Wille. Te noteren voor een nieuw Museum Catsianum - de tijd is er zo langzamerhand wel rijp voor ... [M. d. S.].
1451. - Frans A. JANSSEN, Dutch translations of the 'Corpus hermeticum' in Theatrum orbis librorum .... p. 230-241, facsim. (cf. nr. 1338).
Het Corpus hermeticum is de naam voor een verzameling Griekse traktaten (2de-3de e. na C.) uit Grieks Alexandrië, op naam van de fictieve auteur Hermes Trismegistus. Tijdens de Renaissance herontdekt, is het door Marsilio Ficino's Latijnse vertaling in het westen bekend geraakt. Vertalingen in de landstaal volgen. Dit artikel handelt over drie vroege Nederlandse vertalingen, onafhankeiijk van elkaar ontstaan tussen ca. 1580 en ca. 1640 : de eerste, niet in druk verschenen, is in hs. bewaard in het MPM te Antwerpen; de tweede is een onderdeel van Wonder-vondt van de eeuwighe bewegingh ... van Cornelis Drebbel (Alkmaar, Jacob de Meester voor Gerrit Pietersz Schagen, 1607); de derde werd gedrukt te Amsterdam bij Nicolaes van Ravesteyn voor Ysbrant Ryvertsz, 1643. Vrijwel alle edities van het CH bevinden zich in de Bibliotheca Philosophica Hermetica te Amsterdam. [E. C.-I.].
1452. - W. WATERSCHOOT, Eenheid van kerk en staat bij de intrede van kardinaal-infant Ferdinand in De Zeventiende Eeuw,5, 1989, 1, p. 21-31.
Bespreking van de gelegenheidspublikaties verschenen bij de intrede in 1634-1635 (o.m. Erycius Puteanus, Purpura austriaca). [M. d. S.].
1453. - Bob DE GRAAF, Theodorus Janssonius ab Almeloveen (1657-1712) ; life. writings, bibliographical activities in Theatrum orbis librorum .... p. 179-192 (cf. nr. 1338).
Nuttige synthese over een ten onrechte verwaarloosde Nederlandse bibliograaf. Th. ab Almeloveen was via zijn moeder verwant aan de uitgeversdynastie Janssonius en voegde hun naam bij de zijne. Als medicus en later professor Grieks te Harderwijk beschikte hij over kennis en tijd om zich aan zijn bibliografische interesses te wijden. Naast zijn edities van klassieke auteurs, is hij vooral bekend om zijn bio-bibliografie van de Estiennes (De vitis Stephanorum 1683), eerder berucht is de Plagiorum syllabus (1686, herz. 1694), nuttig voor de geleerdengeschiedenis blijft zijn Bibliotheca promissa et latens (1692). [M. d. S.].
Zie ook nr. 2159
1454. - Jelle KOOPMANS, Aanvullingen op P. P. Schmidt, Zeventiende-eeuwse kluchtboeken uit de Nederlanden. Een descriptieve bibliografte, Utrecht 1986 in Dokumentaal. 17, 1988, 3, p. 89-102.
Aanvullingen uit de Bibliothèque Nationale (Parijs) en de Koninklijke Bibliotheek (Brussel) op de bibliografie van Schmidt (cf. Kroniek 13,
nr. 1055). Het betreft : 1° De Gasconse Kluchtholster,2 dln (Amsterdam, B. Schouwen. 1659-1660); 2° De Gulde Annotatiën van Jan de Grieck (Antwerpen, Wed. Thieullier, zj.); 3° een bijkomend exemplaar van Schmidt 33, 4° een Franstalig kluchtboek Facetieux resveilmatin des esprits melancolique (Leiden, D. Lopez de Haro, 1644 - niet in de fondslijst van S. Binsma) (cf. Kroniek 12, nr. 934). [M. d. S.].
1455. - Willem Jan OP 'T HOF, Engelse piëtistische geschriften in het Nederlands, 1598-1622. - Rotterdam : Lindenberg, 1987. - 731 p. : ill.; 24 cm. -(Monografiën Gereformeerd Piëtisme, 1). (Proefschrift Utrecht). - ISBN 9070355-15-9. Fl. 89, 50.
Uitvoerige en nauwgezette kerkhistorische studie over de vloed vertalingen van Engelse piëtistische auteurs die in de eerste decennia van de zeventiende eeuw in Nederland verschenen.
Na een inleiding over 'piëtisme' en 'piëtistische' uitingen in de zestiende-eeuwse Nederlanden (bij Frans- en Duitstalige predikanten). worden de behandelde drukken bibliografisch beschreven (p. 83-168). Dat geschiedt kort maar erg duidelijk : een verkleinde afbeelding van de titelpagina, collatie, korte inhoud, colofon, beschreven exemplaar - een procédé dat de auteur ook later hanteert (cf.
nr. 1456). Samen met registers op vertalers, drukkers en uitgevers, evenals een chronologische lijst, vormt dat een vrij omvangrijk en goed bruikbaar corpus minder bekende drukken. Pièce de résistance is het lange hoofdstuk over de vertalingen (een gedetailleerde inhoudsanalyse) en de vertalers. Volgen nog kapittels over vertalingen van gelijkaardige Franse en Duitse teksten, over de historische betekenis van al die vertalingen en over de evolutie naar een Nederlands piëtisme. Uitvoerige registers op persoons- en geografische namen ontsluiten, zoals het hoort, deze grondige verkenning van een wat verwaarloosd aspect van de religieuze cultuur uit de Gouden eeuw. [M. d. S.].
1456. - W. J. OP 'T HOF, Bibliografie van de werken van Eeuwout Teellinck - Kampen: De Groot Goudriaan, 1988. - 45 p. : ill. ; 24 cm. - ISBN 90-6140-302-2. Fl. 14, 90.
Eeuwout Teellinck (1571-1629), broer van de theoloog Willem Teellinck, schreef een twintigtal werken die in een vijftigtal drukken werden verspreid. Hij is een van de typische auteurs van de Nadere Reformatie, de piëtistische richting in het Nederlandse Calvinisme.
W. J. op 't Hof, auteur van Engelse piëtistische geschriften in het Nederlands 1598-1622 (cf. nr. 1455), heeft Teellincks produktie vakkundig in beeld gebracht De bibliografie omvat : een afbeelding van het titelblad (navolgenswaardig - het enige bezwaar is de soms minder scherpe weergave van gegraveerde elementen bij de toegepaste verkleining), collatie, korte inhoud (met tekst van colofon), signatuur van het beschreven exemplaar. Er volgen registers op drukkers (vooral te Dordrecht), uitgevers (vooral M. J. Bran(d)t te Amsterdam), een chronologisch register (veel uit de pamflettenoorlog 1617-1621), een naar omvang (in pagina's/ chronologisch). Een geslaagd initiatief dat hopelijk geregeld zal worden voortgezet. [M. d. S.].
Zie ook nr.
1455
1457. - R. TAVERNIER, Van verstandige en Nederlandse Hoveniers. Anderhalve eeuw populaire tuinboeken in Noord en Zuid in Ex Officina,5. 1988, 1-3, p. 91-130, ill.
Uitgebreide, rijkelijk geillustreerde, geschiedenis van laat-zeventiende- eeuwse handboeken voor tuinaanleg en tuinbouw, op basis van de collecties van de Universiteitsbibliotheek te Leuven en de Koninklijke Bibliotheek te Brussel. Aan bod komen de Nederlandse bewerkingen van Charles Estiennes Praedium rusticum (vooral de editie Dordrecht 1662), De verstandige hovenier van Pieter van Aengelen (vanaf 1661 te Amsterdam), Den Nederlandtsen hovenier van Jan van der Groen (vanaf 1669), enkele tractaten van P. Nijland (de laatste drie samen onder de verzamelnaam 't Vermakelyck Landtleven). Nederlandse landlevenpoëzie, dat alles met gegevens over de Amsterdamse (familie De Groot) en Brusselse (familie Vleugaerts) drukkers ervan. Tot slot nog gegevens over Den verstandighen hovenier (1665) van de Antwerpse priester-botanicus Frans van Sterbeeck, over de Nieuwe naauwkeurige Nederlandse hovenier (vanaf 1713) en enkele hybride recente facsimiles (van J. van der Groen : Utrecht 1988, en van de Medicyn-winckel daaruit : Roeselare 1980). In bijlage een lijst gegevens over gelocaliseerde edities van al deze best-sellers. [M. d. S.].
1458. - Han BROUWER, Rondom het boek. Historisch onderzoek naar leescultuur, in het bijzonder in de achttiende eeuw. Een overzicht van bronnen en benaderingen, resultaten en problemen in Documentatieblad Werkgroep Achttiende Eeuw,XX, 1988. p. 51 - 119.
Zeer gedegen studie over de nouvelle histoire du livre zoals ze wordt beoefend in Frankrijk, de Angelsaksische wereld, Duitsland en Nederland. Voor de helderheid wordt de boekhistorische produktie van de laatste jaren ingedeeld in drie categorieën: aanbod van boeken, vormen van toegang tot het boek, en tenslotte lezerspubliek, leesgedrag en boekgebruik. Telkens worden bronnen en bevindingen met een gezond - anderen zullen zeggen : ontmoedigend -scepticisme benaderd. De lijst van aangehaalde werken en bijdragen is zonder meer indrukwekkend, hoewel Belgische literatuur over het onderwerp systematisch werd genegeerd. Dat er ook in België interessant en vernieuwend onderzoek wordt verricht, ook over de achttiende eeuw, bewijst onze reeks Kronieken voldoende. [P. D.].
1459. - Anton GERITS, A short contribution towards better bibliographical recording of important eighteenth-century publications in Quaerendo, 18, 1988, p. 286-297, ill.
Hoe kan men van twee of meer achttiende-eeuwse uitgaven van eenzelfde titel, die hetzelfde jaar verschenen, uitmaken welke als eerste van de persen rolde ? Een heel probleem, dat verklaart waarom de meeste handboeken (Barbier, Cioranescu, Peignot ...) hierover vaak in het ongewisse blijven. Om het (althans gedeeltelijk) op te lossen, pleit Gerits ervoor om zoveel mogelijk gegevens over de verschillende uitgaven in de beschrijving ervan op te nemen. Ter illustratie beschrijft hij zo nauwkeurig mogelijk twee werken, waarvan hij op deze wijze de eerste uitgaven juister kan identificeren dan bovengenoemde naslagwerken: van Les Mœurs,van François-Vincent Toussaint, vergelijkt hij twee edities van 1748 met elkaar, en drie van de vier bekende uitgaven uit 1749 van Diderots Lettre sur les aveugles worden naast elkaar geplaatst. Uit deze vergelijking kan met grote waarschijnlijkheid opgemaakt worden welke uitgave in het jaar 1749 het eerst het licht zag. [P. D.].
1460. - Frans A. JANSSEN, Ploos Van Amstels Beschryving der letter-gietery in Het oude en het nieuwe boek .... p. 255-269, ill. (cf. nr. 1306).
De achttiende eeuw kende verschillende pogingen om een Nederlands typografisch handboek uit te geven. Alle mislukten ze, en pas in het midden van de negentiende eeuw kon een dergelijke onderneming tot een goed einde worden gebracht. Ook de Amsterdamse lettergieterij van de gebroeders Ploos van Amstel heeft in de jaren 1760 het plan opgevat om een groot technisch handboek te publiceren over het snijden en gieten van drukletters en over het zetten en drukken van boeken. Het kwam niet verder dan een veertigtal pagina's onder de titel Beschryving der letter-gietery (Amsterdam, M. Magerus en Weduwe K. van Tongerlo en Zoon), waarschijnlijk van de hand van de meest ontwikkelde broer, Jacob Ploos van Amstel.
F. A. Janssen beschrijft hier een handschriftje met een ontwerptekst voor het vervolg op de reeds verschenen katernen. Voor het grootste deel betreft het een tekst over het 'letterstempelsnijden ' (met een duidelijke voorkeur voor het gebruik van de ponsoen, ten nadele van de burijn), waarna ook drie pagina's worden gewijd aan de creaties van de 'letterstempelsnijder' J. M. Fleischman. Er wordt overvloedig uit het handschriftje geciteerd, en het geheel vormt een originele bijdrage tot de geschiedenis van de Nederlandse lettergieterij in de achttiende eeuw. [P. D.].
Zie ook nr. 1648
1461. - C. MOEYAERT, Een Nederlandse almanak met een revolutionair lied te Sint-Winoksbergen in 1792-93 in Biekorf,89, 1989, p. 28-36.
Beschrijving van een zeldzame Nieuwen almanach dienende voor het jaer Ons Heeren Jesu Christi M.DCC.XCIII. Door Jan Van Vlaenderen,te Sint-Winoksbergen gedrukt bij Pieter Barbez: hypothesen rondom het auteurschap van een revolutionair lied dat erin voorkomt, identificatie van de melodie waarop het geschreven is, spelling en woordgebruik. Het enige bekende exemplaar van de almanak is in privé-bezit. [P. D.].
1462. - J. M. GORIS, 'Tot de Nederlandsche jeugt ...', Strijdgedicht van P. Corbeels in Historisch jaarboek van Herentals,3, 1988, p. 122-125, ill.
Korte beschrijving van een tweetalig (Nederlands-Frans) pamfletje in vers-vorm uit het revolutiejaar 1790, te Leuven gedrukt door Pieter Corbeels. Dat het stuk zeldzaam is, lijkt ons wat overdreven. Het wordt anastatisch weergegeven op p. 124-125. [P. D.].
1463. - Guus N. M. WIJNGAARDS, De 'Bibliothèque Choisie' van Jean Le Clerc (1657-1736). Een Amsterdams geleerdentijdschrift uit de jaren 1703 tot 1713 Amsterdam, Maarssen: APA-Holland Universiteitspers, 1986. - xv, 320 p. ill.; 23 cm. - (Studies van het Instituut voor intellectuele betrekkingen tussen de Westeuropese landen in de zeventiende eeuw, XI). - ISBN 90302-1011-7
Met enige vertraging in deze Kroniek opgenomen: Wijngaards zeer volledige analyse van zowel uitwendige als inhoudelijke aspecten van dit geleerdentijdschrift. De lopende tekst is niet zo uitgebreid; wél is er zeer veel plaats ingeruimd voor een analytisch-thematische index, die een lijst geeft van alle in het tijdschrift besproken boeken en artikelen. Dat maakt van dit proefschrift meteen een onmisbaar naslagwerk voor de studie van de wetenschappelijke, theologische en filosofische discussies van het begin van de achttiende eeuw.
Een personenregister en drie bijlagen sluiten bij de index aan. Bijlage 1 geeft een lijst van de drukkers (gerangschikt per stad) van werken die in de Bibliothèque Choisie werden besproken; bijlage II is een chronologische inventaris van alle brieven van en aan Le Clerc, zoals die in handschrift of in gedrukte vorm bewaard zijn gebleven in grote Europese en Amerikaanse bibliotheken; bijlage III, tenslotte, brengt een korte lijst van Le Clercs tegenstanders, en verwijst naar de passage in het tijdschrift waarin hij zijn argumentatie tegen hen ontwikkelt (met opvallend veel vermeldingen van Bayle). [P. D.].
1464. - Christiane BERKVENS-STEVELINCK, Prosper Marchand: la vie et 1'œuvre, 1678-1756. - Leiden: E. J. Brill, 1987. - ix, 254 p: ill., 24 cm. -(Studies over de geschiedenis van de Leidse Universiteit, IV). - ISBN 90-0408354-5.
In deze uitstekende studie weet de schrijfster haar eruditie perfect te paren aan een zeer heldere en aangename stijl. Het is verplichte lectuur voor ieder boek- en literatuurhistoricus van de Franse en Nederlandse achttiende eeuw. Omdat C. B.-S. verantwoordelijk was voor de inventarisering van het fonds Prosper Marchand in de universiteitsbibliotheek van Leiden, beschikte ze over voordien amper ontgonnen bronnenmateriaal. Een vluchtig overzicht van de behandelde onderwerpen moge aantonen dat dit boek zeker geen onrecht aandoet aan de rijkdom van Marchands leven. Na een korte maar indringende biografische schets worden de grote projecten van Marchand belicht : de eerste werken, voornamelijk de catalogi van de collecties Bigot, Giraud en Faultrier, waaruit blijkt dat Marchand op het gebied van bibliografische beschrijving en systematisering een alom geprezen voorloper was, een uitgebreid dossier over L'Histoire de l'origine et des premiers progrès de l'Imprimerie en het Dictionnaire historique ; het onuitgegeven werk (waaronder een interessante lijst Anonymi et Pseudonymi detecti),Marchands activiteiten als journalist, boekhandelaar en uitgever. Een index op titels en persoonsnamen sluit het geheel af. [P. D.].
Zie ook nrs.
1952; 2341
1465. - Jozef HUYGHEBAERT, Oud en nieuw toneel in het graafschap Vlaanderen 1750-1815. - Brussel: Facultés universitaires Saint-Louis, 1987 (versch. 1988). - 146 p.: ill. ; 25 cm. - (Cahiers van het Studiecentrum 18de-eeuwse Zuid-Nederlandse Letterkunde, 1). - Besteladres : Facultés universitaires Saint- Louis, Kruidtuinlaan 43, B- 1000 Brussel (700 BF of 40 fl. voor één jaargang met twee Cahiers).
Elk initiatief dat de studie van de Zuidnederlandse letterkunde van de achttiende eeuw wil bevorderen, verdient aanmoediging. Zo ook deze nieuwe reeks, die aandacht vraagt voor alle aspecten van het literaire leven, niet alleen voor het toneel, de dichtkunst en het volkslied, maar ook voor de pamfletliteratuur, de pers, volksboeken en almanakken. Afleveringen over Voltaires invloed op de Zuidnederlandse letteren en over de Vlaemschen Indicateur worden in het vooruitzicht gesteld. Men kan bezwaarlijk beweren dat de koper voor de vrij hoge prijs bibliofiele juweeltjes krijgt aangeboden, maar wellicht verandert dat in de toekomst, wanneer de reeks haar nut zal hebben bewezen.
De titel van dit eerste Cahier laat niet vermoeden dat ook het boek en de boekdrukkunst erin aan bod komen. Hier wordt inderdaad vooral een beeld geschetst van het zeer rijke amateur-theaterleven in het oude graafschap Vlaanderen tijdens de laat-Oostenrijkse en Franse periodes: de wedstrijden, het repertoire met de plaats daarin van traditie en vernieuwing, de typisch achttiende-eeuwse opvattingen over het nut van het toneel, enz.
Opvallend is de stimulerende rol, gespeeld door de Gentse verlichte drukker J. F. van der Schueren. Hij drukte talloze toneelprogramma's (de zgn. argumenten) en beschrijfbrieven voor toneelwedstrijden, naast de speciale wedstrijduitgaven van de stukken die er werden opgevoerd.
De hoofdbrok van dit Cahier (p. 23-140) vormt het corpus gegevens i.v.m. het volkstoneel, alfabetisch gerangschikt op de plaatsnamen, waarin de schrijver ook details opneemt over de druk van de beschrijfbrieven en tekstuitgaven. Naast de wel zeer actieve J. F. van der Schueren worden volgende drukkers vermeld J. F. Moerman, T. F. Walwein en P. A. Annoy uit Ieper, M. de Sloovere uit Brugge; Ph. Gimblet en C. J. Fernand uit Gent; P. Callewaert uit Kortrijk, de weduwe Du Caju uit Dendermonde en de weduwe E. Laurenz uit Duinkerke. Titelpagina's van hun producties worden, indien mogelijk, gereproduceerd. Wie ze snel wil vinden is zeker gediend met de aanduiding van de vindplaats in de Centrale Bibliotheek van de R.U.Gent, in het Stadsarchief van Oudenaarde of in de Stadsbibliotheek van Kortrijk. Een plaatsnamenregister sluit de studie af. [P. D.].
1466. - H. H. M. VAN LIESHOUT, Traces of the collection of Pierre Bayle in the auction catalogue of the library of Jacques Basnage in Lias, XV, 1988, p. 287-299.
Over de boeken die hij niet bij de hand had, schreef Pierre Bayle ooit: 'Il m'en manque un si grand nombre, que ce seroit un opéra, que d'en vouloir dresser un Mémoire'. Toch lijkt Bayles bibliotheek niet onaanzienlijk te zijn geweest. Vanuit zijn belangstelling voor de bronnen van diens Dictionnaire Historique et Critique,probeert Van Lieshout die bibliotheek te reconstrueren. Zijn artikel vormt daartoe een bijdrage, gebaseerd op de veilingcatalogus van de boekenverzameling van Jacques Basnage, aan wie Bayle al zijn werken over theologie en kerkgeschiedenis had nagelaten. De veiling van de bibliotheek van Basnage had plaats op 26 juni 1724, en bood de kopers o.m. een blok aan van 24 nummers 'Collectanea varia, ab illustriss. P. Baelio collecta' naast een viertal andere Bayliana, voornamelijk pamfletliteratuur. Ongetwijfeld is dit maar een klein residu van wat ooit het hele legaat van Bayle aan Basnage is geweest. Deze laatste had waarschijnlijk veel vroeger al zélf verkocht wat hij daarvan reeds bezat of wat hem niet interesseerde. De lijst 'Collectanea varia' wordt hier weergegeven zoals ze voorkomt in Basnages veilingcatalogus: (voorlopig) zonder verdere identificaties dus, maar als leidraad bij het opsporen van nog niet opgedoken volumes die aan Bayle hebben toebehoord. [P. D.].
1467. - Daniel DROIXHE, Avocats, chanoines et lectures éclairées à Liège au XVIIIe siècle in Revue française d'histoire du livre,56, 1987, n' 56, p. 355-380.
Uit de belangrijke verzameling achttiende-eeuwse veilingcatalogi van de Luikse stadsbibliotheek (in de collectie U. Capitaine) koos D er een vijftiental uit waar naast de titels in margine de naam van de kopers staat. Dit partitiële onderzoek naar 'verlichte lezers' is in deze studie toegespitst op juristen en advokaten. [E. C.-I.].
1468. - Claude BRUNEEL, Les annonces littéraires dans le Wekelyks Nieuws uyt Loven in Het oude en het nieuwe boek ..., p. 271-283 (cf. nr. 1306).
Over het belang en (vooral) de beperkingen van literaire aankondigingen in een lokaal blad voor de studie van het boekaanbod in een gegeven periode. Het Wekelyks Nieuws uyt Loven verscheen van 1773 tot 1789, en ruimde nu eens één volledige pagina, dan weer slechts enkele regels in voor boekhandelsberichten.
De analyse van Bruneel houdt geen rekening met aankondigingen voor almanakken en kranten, en leidt tot volgende hiërarchie in de categorieën : theologie, geschiedenis (met vooral biografie en genealogie), recht, wetenschappen, letteren. De vergelijking met Esprit des Gazettes,eveneens een Leuvense publikatie, toont volgens de auteur aan hoezeer men bij soortgelijk onderzoek gegevens moet betrekken over het lezerspubliek. Bovendien licht ook dit type bron ons niet in over de titels die slechts onder de toonbank werden verkocht. [P. D.].
1469. - Herman DE LA FONTAINE VERWEY, Pieter van Damme, the first Dutch antiquarian bookseller in Theatrum orbis librorum .... p. 416-436, ill. (cf. nr. 1338).
Een waardige tekst over een koninklijk beroep: dat is de bedenking die je maakt na het lezen van dit verhaal over leven en werk van Pieter van Damme (1727-1806). De auteur besteedde reeds vroeger enkele bijdragen aan deze voorloper van N. Israel, en kan zich hier daarom beperken tot nieuwe informatie : Van Dammes leerjaren bij Willem van Welbergen, te Amsterdam, bij wie hij een gedegen opleiding kreeg in het veilen van boeken; de twee grote boekveilingen van 1764 en 1769 (de titelpagina van de catalogus van 1764, vol superlatieven over de waarde van de geveilde collectie, zou Prosper Marchand hebben doen steigeren - zie het artikel van C. Berkvens-Stevelinck, nr. 1470); zijn betrokkenheid bij de Uitvinding der boekdrukkunst ... van H. Gockinga; zijn bibliofiele betrekkingen met P. A. Crevenna; de laatste jaren van zijn leven en de bestemming van zijn eigen boeken- en muntenverzameling.
Wat Van Damme zo bijzonder maakt is dat hij de eerste boekhandelaar in de Republiek was die zich enkel specialiseerde in het opsporen en verkopen van oude boeken en handschriften. Hij hield geen boekhandel open, was niet bedrijvig als uitgever, en liet zijn boeken veilen door anderen. Vernieuwend was ook de belangstelling die hij opbracht voor incunabelen: in 1789 zette hij samen met Crevenna de eerste Nederlandse veiling van incunabelen op stapel.
Dit alles bezorgde hem een sleutelpositie in de geschiedenis van de Nederlandse boekhandel. Hij bevond zich op het punt waar het humanistisch ideaal van de volledige bibliotheek overging in de bibliofiele smaak voor de 'livres rares et singuliers'. [P. D.].
Zie ook nr. 2568
1470. - Christiane BERKVENS-STEVELINCK, 'Rarus, rarior. rarissimus' ou de la qualification exagérée des livres dans les catalogues de vente in Het oude en het nieuwe boek .... p. 235-240 (cf. nr. 1306).
Van commentaar voorziene uitgave van een tekst van Prosper Marchand over de geldzucht die boekhandelaars ertoe aanzet om zelfs de meest ordinaire boeken een aura van zeldzaamheid mee te geven in hun catalogi. Aanleiding tot deze vrolijke tekst was de veiling van de collectie van de Zwitserse bibliothecaris Samuel Engel in 1743. [P. D.].
Zie ook nr. 1469
1471. - Maurice VAN DURME, Neerlandeses ante la Inquisición en España. Segun documentos inéditos del Archivo Historico Nacional en Madrid: fondo Inquisición in Liber amicorum Dr. J. Scheerder. Tijdingen uit Leuven over de Spaanse Nederlanden, de Leuvense universiteit en Historiografie. Leuven: Vereniging Historici Lovanienses, 1987, p. 145-162.
Op de pagina's 149-150 komen enkele achttiende-eeuwse documenten voor i.v.m. de censuur van boeken: werken van Maturin, Hume, de Banclair, Drelincourt, Le Clerc, gedrukt te Amsterdam, Den Haag en Leiden. [P. D.].
1472. - Claude SORGELOOS, Les Mémoires historiques et politiques sur les Pays-Bas autrichiens de Patrice-François de Neny. Rédaction, diffusion et publication. - Brussel : [S.n.], 1989. - 232 p., ill.. 24 cm. - (Archief- en Bibliotheekwezen in België, Extranummer 38).
Een studie waar veel dix-huitiémistes op zaten te wachten: de eerste exhaustieve uitwendige geschiedenis van de belangrijkste achttiende-eeuwse tekst over de Zuidelijke Nederlanden. Reeds herhaaldelijk had men in het verleden gewezen op de noodzaak van een grondige analyse van Neny's bronnenmateriaal, van de totstandkoming en de verspreiding van zijn Mémoires. Dat is nu gebeurd in het kader van een postgraduaat in de historische bibliografie.
De auteur zocht alle handgeschreven exemplaren op, alle uitgaven en vertalingen, en bezocht of contacteerde hiervoor een indrukwekkende reeks bibliotheken in binnen- en buitenland. Zo vond hij zeven Franstalige uitgaven (de recentste dateert van 1841 !), één Nederlandse (C. M. Spanoghe) en twee Duitse vertalingen: in totaal 255 gedrukte exemplaren verspreid over België, Duitsland, Nederland, Oostenrijk, Frankrijk, de Verenigde Staten, Zwitserland, Luxemburg, Zweden, Noorwegen, Hongarije, Italië. Polen, Tsjechoslowakije en het Verenigd Koninkrijk! De geografische spreiding bevestigt het historisch belang en bewijst de populariteit van Neny's tekst.
Verschillende bijlagen vergroten de waarde van dit boek. Voor de toekomstige onderzoekers hoeft de auteur een lijst voorzien, met vindplaats, van alle teruggevonden minuten en al dan niet volledige kopiën (het zijn er 42), waarvan de onderlinge hiërarchie zoveel mogelijk wordt aangegeven, nadien volgt een complete beschrijving van deze manuscripten en van alle uitgaven (met vingerafdruk).
Een bibliografische aanvulling m.b.t. de 'tekstbezorger' uit 1841 P. Brachin, 'Een pionier van de Franse neerlandistiek : Louis de Backer (1814-1896)', in Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1982,p. 143-184 (met opgave van oudere literatuur).
Als men de mindere kwaliteit van de reproducties van verschillende titelbladen en illustraties van de Mémoires buiten beschouwing laat, is dit een uitstekend boek, een voorbeeld in het genre, dat talrijke historici, verzamelaars en boekhandelaars een grote dienst zal bewijzen. [P. D. & M. d. S.].
Zie ook nr.
1647
1473. - De erfenis van de Franse Revolutie 1794-1814. [Tentoonstelling in de] Galerij ASLK, 17 maart - 11 juni 1989. - Brussel: ASLK, 1989. -249 p.: ill.; 28 cm.
Zeer fraai en vaak origineel geïllustreerde catalogus van de Belgische Bicentenaire-gebeurtenis. De culturele aspecten van de periode kwamen slechts terloops aan bod. Daniel Droixhe heeft het over de prijsboeken die werden uitgedeeld in de Centrale School van het departement van de Ourthe, en maakt een vergelijking met de boeken die in 1775 werden toegekend aan de meest verdienstelijke leerlingen van het Luikse Grand Collège. In dezelfde context somt Maurits De Vroede de nieuwe leerboeken op die in de openbare scholen werden geintroduceerd, terwijl particuliere schoolmeesters vasthielden aan de oude titels, die soms nog in gotische letter werden herdrukt (Gent, J. Beghyn en B. Poelman).
Leuk om te zien is ook de afbeelding van een kleine sluikpers, gebruikt tijdens de Boerenkrijg (p. 203). De catalogus bevat verder enkele afbeeldingen van pamfletten en éénbladdrukken uit deze periode. [P. D.].
1474. - Frederik J. A. JAGTENBERG, Jonathan Swift in Nederland (1700-1800). - Deventer : Uitgeverij Sub Rosa, 1989. - 344 p.: ill.; 24 cm. -(Deventer Studiën, X). - ISBN 90-70591-28-6.
In Nederland verstaat men de kunst van het uitgeven. Zelfs een proefschrift over een gespecialiseerd domein vindt er zijn bekroning in een boek waarin zowel typografie als illustratie zeer verzorgd zijn.
Ik schreef 'gespecialiseerd', maar anderzijds komen er bij deze receptiegeschiedenis zoveel andere zaken de kop opsteken, dat het werk veel meer is dan louter een bijdrage tot de kennis van het Engelse of Nederlandse literaire verleden. Uiteraard handelen de voornaamste hoofdstukken over de opinie van
Swift over de Republiek, over de Nederlandse kritiek op Swift, over de interactie tussen deze beide, enz. Maar daamaast wordt ook ruim aandacht besteed aan de rol die de vertalers van zijn werk hebben gespeeld bij de appreciatie ervan in Nederland én in Frankrijk. A Tale of a Tub werd in Frankrijk immers voornamelijk verspreid in de vertaling van de Nederlander Justus Van Effen.
Dat maakt van Jagtenbergs boek meteen ook een boeiende studie over de cultuurbemiddelende positie die de Republiek in de achttiende eeuw innam tussen Engeland en Frankrijk En tenslotte, maar dat volgt automatisch uit het voorgaande, is dit een belangrijke bijdrage tot onze kennis van de Nederlandse 'bibliotheek' in de achttiende eeuw. Voornamelijk omdat Jagtenberg aan zijn essay een goed gestoffeerde bibliografie heeft toegevoegd van in Nederland verschenen Franse en Nederlandse vertalingen van Swifts werken. De bibliografische beschrijving is vrij compleet, en voor verder onderzoek zijn de opgave van de vindplaats en de talrijke bijzonderheden van onschatbare waarde [P. D.].
1475. - Jozef SMEYERS, Jozef de Wolf en zijn gevecht met 'den geest der reden'. - Brussel : Facultés universitaires Saint-Louis, 1987 (versch. 1988). -29 p.: ill.; 25 cm. - (Cahiers van het Studiecentrum 18de-eeuwse Zuidnederlandse Letterkunde, 2).
In dit mooie panorama van diens œuvre bevestigt J. Smeyers het auteurschap van De Wolf (1748-?) voor het fel rationalistische en antireligieuze, in 1777 te 'Amsterdam' (= Gent) zonder drukkers- of uitgeversnaam verschenen werk Den geest der reden, behelzende deftige aanvallen en overtuyghingen tegen de onkundige leeraers. De talrijke echo's die men ervan terugvindt in de latere dicht- en prozawerken van de auteur, zijn hiervoor even zovele aanwijzingen. De geschriften van De Wolf, waarin hij het bestaan van God op 'redelijke' gronden wilde bewijzen, vormen een levendige getuigenis van de receptie van de Franse (vooral Voltaire) en Engelse verlichte literatuur in de Nederlanden, en van de discussies rond de morele waarde van het toneel en de roman. In dit Cahier wordt overvloedig geciteerd, maar wie méér over De Wolf wil lezen, wordt hier althans niet ingelicht over de bibliotheken waar hij zijn teksten kan vinden. Het raadsel van De Wolfs latere levensloop blijft, ondanks enkele hypothesen, voorlopig onopgelost. [P. D.].
1476. - L'art et le livre. - Morlanwelz : Musée Royal de Mariemont, 1988. - 124 p. : ill.; 22 cm.
Vervolg op 'D'un livre l'autre' (cf. Kroniek 13
nr. 1076); bevat vooreerst een tekst van Michel Butor, 'L'art et le livre', waarin hij drie begrippen behandelt 'le livre d'art', het kunstboek, dat in de 19de eeuw nog geen (goede) reproducties in kleur kende, zodat de kunstkritiek in hoofdzaak er een van horen zeggen was; 'le livre d'artiste', het kunstenaarsboek, dat wij thans kennen als bibliofiele creatie, maar dat de normale situatie was in de westerse middeleeuwen en in de mohammedaanse beschaving; 'le livre-objet', waarbij het niet meer nodig is een zeldzaam boek te manipuleren om kennis te nemen van de inhoud, dank zij allerlei kopieermogelijkheden. Vervolgens is de tekst van een debat opgenomen (deelnemers: Guy Schraenen, Anne Moeglin-Delcroix, Ignace Vandevivere, Jean Viardot) over de rol van een boekmuseum inzake de actuele bibliofiele productie: ofwel neemt men alles op, in de mening dat een selectie pas later, na een distantiëring in de tijd, mogelijk zal zijn, ofwel moet het museum zich engageren en in zijn ogen typisch-actuele creaties ondersteunen. Jean-François Gilmont en Jan Storm van Leeuwen geven beiden hun (positieve) appreciatie van de tentoonstelling. Ten slotte observeert Xavier Canonne in 'D'un musée l'autre' de negatieve reacties van een conservatief publiek tegenover het 'livre-objet'. [W. W.].
1477. - Paul SCHNEIDERS, Een fase uit de geschiedenis van documentaire informatie in Het oude en het nieuwe boek,..., p. 293-317 (cf. nr. 1306).
Volgens de auteur gaat het hier om een 'bescheiden-overmoedige ( ... ) proeve van een reconstructie die de samenhang wil blootleggen binnen de groei naar informatisering van de samenleving'. Meer bepaald wordt de intensivering van de bibliografische beheersing van wetenschappelijke literatuur beschreven in de jaren 1830-1870: die wordt gekoppeld aan de professionalisering van produktie, distributie, beheer en ontsluiting van de wetenschappelijke informatie, en aan de grotere efficiëntie in het gebruik ervan. [P. D.].
1478. - L. G. SAALMINK, Nederlandse bibliografie 1801-1832, enige bevindingen in Dokumentaal,18, 1989, nr. 1, p. 17-23.
Commentaar vanuit de praktijk: het werk aan de 'Brinkman 1801-1832': restrictieve hantering van het aantal ingangen tot de standaardbeschrijving (geen aparte ingang voor de tweede en derde medewerker aan een boek); nadere datering van enkele vroeg-19de-eeuwse Vondelparodieën (op basis van de 'Naamlijst' van Saakes); voor anoniemen en pseudoniemen worden met vrucht buitenlandse lexica op dit gebied geraadpleegd; verdwenen boeken. waarvan (nog) geen vindplaats bekend is, worden toch opgenomen. [W. W.].
1479. - Stanley Morison and Jan van Krimpen, A survey of their correspondence. Ed. by Sebastian CARTER. Part I : 1926-32 in Matrix. 8, 1988, p. 115-144.
In het (typografisch) exclusieve jaarboek Matrix met de ondertitel A review for printers and bibliophiles,gedrukt en gepubliceerd door de Whittington Press, heeft S. Carter de correspondentie tussen de grote Engelse typograaf Stanley Morison en de grote Nederlandse letterontwerper Jan van Krimpen gepubliceerd. Niet integraal, want van de eerste zijn er plus minus 225 brieven van vóór WO I, van de tweede weliswaar minder. Voor zover bewaard, bevinden ze zich, eventueel in fotocopie, resp. in de UB Cambridge en Amsterdam. Het onderwerp van de brieven is in hoofdzaak The Fleuron. The New Fleuron en Van Krimpens Lutetia en Romanée. De vrij uitvoerige toelichtingen van de tekstbezorger vullen de onvermijdelijke gapingen. Zeer instructief. [E. C.-I.].
Zie ook nr.
1671
1480. - Matthieu LOMMEN, Letterontwerpers. Gesprekken met Dick Dooijes, Sem Hartz, Chris Brand, Bram de Does, Gerard Unger. Met een voorwoord van John DREYFUS. - Haarlem: Joh. Enschedé en Zonen, 1987. -75 p. : ill. ; 23 cm. - ISBN 90-70024-46-2.
Dit boekje verscheen parallel aan de tentoonstelling 'Nederlandse letterontwerpers na 1945' (aug. 1987 in het Rijksmuseum Meermanno-Westreenianum/Museum van het Boek te 's-Gravenhage). Het woord vooraf van John Dreyfus biedt een kort overzicht van Nederlandse letterontwerpers sinds De Roos en Van Krimpen. Daarop komen de aangekondigde kunstenaars aan het woord. Men krijgt biografische details, mededelingen over beïnvloeding door en afstand nemen van vorige ontwerpers (Dooijes t.o.v. De Roos, Hartz t.o.v. Van Krimpen). Meest relevant lijken de bladzijden waarin de eigenheid, leesbaarheld en geïntegreerdheid van letters en lettertypes ter sprake komen (De Does, Unger). Op het einde van elk stukje wordt een overzicht van of een keuze uit de publikaties van de betreffende ontwerper geboden. Het boekje zelf is grafisch zeer verzorgd. [W. W.].
Zie ook nr.
1508
1481. - Ernst BRACHES, 'Nieuwe Kunst' in New York - A Quaere in Quaerendo,18, 1988, p. 218-221, ill.
Elbert Hubbard (1856-1915), stichter van de utopische Roycroft Community (in East Aurora, USA), publiceerde in 1905 een werk 'Respectability'. Voor ons is dat van belang omdat de titelpagina, de initialen en het colofon moeten teruggaan op tekeningen van Theo Neuhuys (1878-1921), een van de voormannen van Nederlands 'Nieuwe Kunst', die in 1903 naar Amerika trok en in East Aurora werkte. [W. W.].
1482. - Dick DOOIJES, Over de drukletterontwerpen van Sjoerd H. de Roos. - (Zutphen) : Bührmann-Ubbens Papier, (1987). - 62 p.: ill. ; 25 cm.
Bijzonder fraai verzorgde uitgave - het zou ook niet anders kunnen! - over Sjoerd de Roos als letterontwerper. Zijn Hollandse mediaeval (1912) is wel de meest beroemde en gebruikte letter ; zijn laatste creatie (1948/51) is de 'De Roos'. In de classificatie van de Franse typograaf Maximilien Vox (1894-1974) behoort de eerste tot de humanen, de laatste tot de garalden. Tot op heden is geen enkele letter van De Roos naar een digitaal systeem vertaald. Terecht breekt Dooijes een lans om dit te doen. Het lijdt geen twijfel dat dit een verrijking zou betekenen van het hedendaagse loodarme typografische arsenaal. [E. C.-I.].
1483. - Dick DOOIJES, Wegbereiders van de moderne boektypografie in Nederland. - Amsterdam: De Buitenkant, 1988. - 121 p.: ill.; 16 cm. -ISBN 90-70386-11-9.
Bundeling van een serie artikelen uit 'Boekblad' (jg. 1986 en 1987). Dooijes beschouwt er het werk van grondleggers en normstellers van de 20ste-eeuwse Nederlandse boektypografie: S. H. de Roos, J. van Krimpen, J. F. van Royen. Charles Nypels, A. A. M. Stols, Theo van Doesburg, H. Th. Wijdeveld. H. N. Werkman, Piet Zwart, Fré Cohen en Wil Sandberg. Hij schetst hun achtergrond, laat hen zelf aan het woord en reproduceert enkele karakteristieke bladzijden per typograaf. Deze afbeeldingen zijn bij voorkeur ontleend aan normale handelsoplagen, slechts zelden aan bibliofiele edities - dit om een waarheidsgetrouw beeld te creëren van de Nederlandse typografie in de eerste helft van deze eeuw. De afbeeldingen worden gecommentarieerd. In een epiloog pleit Dooijes voor logica en leesbaarheid tussen de uitersten van enerzijds exhibitionistische wanorde en anderzijds typografische sleur.
De illustraties van dit werk verdienen extra vermelding om de kwaliteit van de reproduktie. [W. W.].
1484. - Kurt LÖB, Drei deutschsprachige graphische Gestalter aus Emigranten in Holland 1925-1950 in Philobiblon,33, 1989, p. 177-207, ill.
Aanzet tot de geschiedenis van de 'Exil-Gestaltung', wat een doctorale dissertatie moet worden o.l.v. E. Braches (Univ. Amsterdam). Stefan Schlesinger (+ 1944), Henri Friedlaender (nog in leven) en Paul L. Urban (?) behoren tot de generatie grafici die, gevlucht voor het nazi-regime, in ballingschap in Nederland hebben gewerkt: ontwerpen voor boekbanden, stofwikkels, ex-libris, boekverzorging zijn slechts een deel van hun veelzijdige activiteit op grafisch gebied. De uitgeverijen Querido en Allert de Lange boden hun werkgelegenheid. [E. C.-I.].
1485. - Frans A. JANSSEN, Der Beginn der Industrialisierung der Technik der Buchherstellung in Holland in Archiv für Geschichte des Buchwesens,1987, Bd 29, p. 316-323, facsim.
De geschiedenis van de techniek van de boekdrukkunst in Nederland is nog niet geschreven. Hier behandelt J. aan de hand van twee negentiende-eeuwse boekdrukkershandboeken de techniek van de boekproduktie in Nederland in genoemde periode. [E. C.-I.].
1486. - A. J. M. PELCKMANS, Het Plantin-genootschap. Hoger Instituut voor Drukkunst in Het oude en het nieuwe boek .... p. 377-384 (cf. nr. 1306).
Dit genootschap werd gesticht op 8 maart 1951 te Antwerpen. Gedurende ruim 20 jaar heeft het cursussen ingericht om de typografische verzorging van het drukwerk bij ons te verbeteren en tot werk van hoge kwaliteit te komen. Daartoe werd een uitzonderlijk lerarencorps bereid gevonden op zaterdag in het Museum Plantin-Moretus college te komen geven. De omvorming tot Hoger Instituut van het technisch ondewijs is helaas niet gelukt, in 1974 werd de werking gestaakt. Getuigenis uit de eerste hand van de stichter van het genootschap. [W. W.].
1487. - Het ontstaan van Van Nu en Straks, een brieveneditie 1890-1894. Ingeleid en van aantekeningen voorzien door Leen VAN DIJCK, J. Paul LISSENS, Toon SALDIEN. - Antwerpen: Centrum voor de Studie van het Vlaamse Cultuurleven, 1988. - 2 dln., xvil, 461 en 353 p.: ill., 24 cm. - (Studia Flandrica, nr. 3). - ISBN 90-72180-01-1. BF 1.500.
Zeer belangrijke uitgave rond het ontstaan van Van Nu en Straks. Het betreft hier de onderlinge correspondentie (459 brieven) van Emmanuel de Bom, Cyriel Buysse, Alfred Hegenscheidt, Prosper van Langendonck, Henry van de Velde en August Vermeylen uit de periode mei 1890 (eerste contact van Vermeylen met De Bom) tot 31 dec. 1894 (eindjaar van de eerste reeks van het tijdschrift). Het aantal brieven is zeer ongelijk verspreid : het merendeel zijn brieven van Vermeylen aan De Bom (302 nrs., d.i. 66%); zij stammen uit de nalatenschappen van De Bom, Vermeylen en Hegenscheidt. Daardoor komt Vermeylen het meest uitvoerig aan het woord en blijft het aandeel van De Bom in de oprichting van Van Nu en Straks minder duidelijk. Ondanks deze beperkingen in en door het materiaal vormt deze collectie fascinerende lectuur : niet alleen volgt men de wording van het tijdschrift op de voet, maar de brieven leren heel wat over hun schrijvers en bieden daarnaast een bijzonder treffend beeld van het culturele leven, gezien door een jonge generatie.
Boekhistorisch is natuurlijk de rol van Henry van de Velde, die de presentatie van het tijdschrift in handen had, het meest interessant ; er zijn 12 brieven van Van de Velde aan De Bom opgenomen, 3 aan Hegenscheidt en 2 aan Vermeylen; ook in brieven van Vermeylen aan De Bom komt Van de Velde ter sprake. Dikwijls moet hij zich beklagen over het contrast tussen zijn drang naar perfectie en de (typografische) werkelijkheid. Hij zou trouwens niet meer meewerken aan de latere jaargangen van Van Nu en Straks.
De brieven zijn integraal en diplomatisch uitgegeven in chronologische volgorde (461 p.). In het tweede deel komen annotaties, bronnenopgave en register (351 p.). Het werk is een must voor de studie van de literatuur, de cultuurgeschiedenis en de boekhistorie. [W. W.].
1488. - Johannes OFFERHAUS, Henry van de Velde in Duitsland in Drukwerk in de marge. Bulletin 17, 1989, p. 9-15, ill.
De collectie van Rademacher-Schorer (+ 1956) uit Utrecht, die de kern vormt van het Museum Meermanno-Westreenianum te 's-Gravenhage biedt een opvallende lacune : er zijn geen boeken van Henry van de Velde onder. Offerhaus gaat na hoe dit komt en onderzoekt hoe Van de Veldes belangrijkste werken, Zarathustra en Ecce Homo,beide uit 1968,zijn ontstaan, de rol analyserend die Elisabeth Förster-Nietzsche en Graf Kessler daarbij hebben gespeeld. O komt tot de conclusie dat dit veeleer 'kunstenaarsboeken' dan wel 'bibliofiele uitgaven' of 'goed verzorgde boeken' zijn. Terecht oordeelt hij dat de kans de twee boeken alsnog te verwerven met beide handen moest aangegrepen worden. [E. C.-I.].
1489. - B. P. M. DONGELMANS, Van Alkmaar tot Zwijndrecht: Alfabet van boekverkopers, drukkers en uitgevers in Noord-Nederland 1801-1850. Aangevuld met boekbinders, steen- en plaatdrukkers, colporteurs, leesbibliotheekhouders en andere verwante beroepen. - Amsterdam: Stichting Neerlandistiek VU, 1988. - 247 p.: omslag: 24 cm. - ISBN 90-72365-03-8.
De auteur noemt deze nomenclatuur het resultaat van compilatie van gegevens betreffende boekverkopers, drukkers, uitgevers, boekbinders, prenthandelaren, enz. uit een diversiteit van bronnen. Een bronnenlijst van een dertigtal titels bevat zowel archieffondsen als publikaties, alle gerangschikt naar de gebruikte afkorting. Voor de periode 1810-1813, toen Nederland deel uitmaakte van het Franse Keizerrijk, is gebruik gemaakt van inventarissen m.b.t. het boekbedrijf op last van Parijs aangelegd. Deze enquêtes hebben heel wat gegevens opgeleverd en het is goed dat aan deze bron in de Inleiding uitvoerig aandacht wordt besteed. De hoofdrangschikking van deze nomenclatuur is per plaats, daarbinnen volgens de namen in alfabetische orde. Op elke naam volgt de opgave van de bron(nen) d.m.v. een vrij kryptisch siglum en tot slot de data van activiteit met daarbij de specifieke bronaanduiding. In de lemmata die het resultaat zijn van het Parijse onderzoek is dezelfde genummerde orde voor de informatie aangehouden. In vermoedeiijk al de andere gevallen geeft het lemma enkel de bronnenopgave en vernemen wij niet of het nu om een drukker, boekverkoper, binder of wat ook gaat. De schrijver is zich wel bewust van de voorlopige, oriënterende waarde van dit werk : de gegevens zijn indicatief en konden niet getoetst worden op hun waarachtigheid. Voor conclusies, ook inzake de toestand in elke plaats (zoals de titel belooft) is verdere categorisering noodzakelijk.
Slotindruk : konden alle gegevens, uit zo uiteenlopende bronnen bijeen gelezen niet tot een korte biografische notitie worden verwerkt ? Het zou de gebruiker veel geblader en veel zoekwerk besparen. Maar ach, laten wij tevreden zijn dat dit boek er is en dat de indrukwekkende hoeveelheid namen, mede door een globaal namenregister, gemakkelijk toegankelijk wordt gemaakt. [E. C.-I. & W. W.].
1490. - Salma CHEN, A. A. M. Stols als promotor van de Limburgse kunst in Teruggedaan. Eenenvijftig bijdragen voor Harry G. M. Prick ter gelegenheid van zijn afscheid als conservator van het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum. - 's-Gravenhage: Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum, 1988, p. 81-87.
Nadere situering van Stols in zijn vroege Maastrichtse milieu, waaruit hij een aantal beeldende kunstenaars zou recruteren als illustratoren voor zijn uitgaven (Henri Jonas, Charles Eyck, Hubert Levigne). Stols was toen ook actief als kunsthandelaar. [W. W.].
Zie ook nrs.
1513; 1492
1491. - H. Vaillant-Carmanne 1838-1988. Catalogue de l'exposition organisée par la Bibliothèque 'Chiroux-Croisiers'. - Liège: Vaillant-Carmanne, 1988. - 87 p.: ill.; 23 cm. (Les Editeurs Liégeois). - ISBN 2-87021-04-4.
Overzicht (340 nrs.) van de produktie van deze Luikse uitgeverij met een wetenschappelijk en literair fonds. Binnen vijf afdelingen (overeenkomstig de activiteiten van de opeenvolgende administrateurs) worden de tentoongestelde stukken niet chronologisch geordend, maar wel alfabetisch, ook wanneer men, zoals bij affiches, een gefingeerd lemma moet aannemen. Er is duidelijk gestreefd naar volledigheid, wat blijkt uit de opneming van zeldzame brochures (nr. 155), vlugschriften (nr. 74), pamfletten (nr. 19), periodieken (nr. 48), waarbij in de mate van het mogelijke de personalia van de auteurs beknopt opgenomen worden. Het werk is voorzien van een naamregister en enkele illustraties (die helaas onscherp zijn).
Onder de produktie van Vaillant-Carmanne komen ook twee Nederlandstalige (nrs. 148, 155) en Duitse (nrs. 309, 314) publikaties voor, men is er in geslaagd geen enkele van deze vier titels foutloos te transcriberen. [W. W.].
1492. - S. A. J. VAN FAASSEN, P. N. van Eyck, Willem Kloos en De Zilverdistel in Teruggedaan .... p. 115-123 (cf. nr. 1490).
In 1913 wisselden Van Eyck en Kloos brieven over de bloemlezing uit Kloos' werk (periode 1880-1890), die Van Eyck bezorgde voor de bibliofiele reeks De Zilverdistel. Pas in 1919 of 1920 verscheen deze uitgave, waarin Van Eyck gestreefd had naar een cyclische opbouw - hierbij niet altijd gesteund door Kloos' poëzie zelf. Het artikel is gebaseerd op de briefwisseling. [W. W.].
1493. - Paul RITTER, Ein Erneueren der modernen Holzschnittkunst: Leben und Werk Frans Masereels in Aus dem Antiquariat. 5, p. A153-A166, ill. (Börsenblatt für den deutschen Buchhandel, Frankfurter Ausgabe, 1989, nr. 43).
Masereel illustreerde ongeveer 190 boeken met houtsneden en maakte verder houtsneden, zincografieën en tekeningen voor verschillende tijdschriften en dagbladen. [E. C.-I.].
1494. - Paul RITTER. Frans Masereel und Henry van de Velde : zum 100. Geburtstag von Frans Masereel am 30. Juli 1989 in Philobiblon,33, 1989, p 117-126, ill.
Publikatie van een brief van Van de Velde aan Masereel (Van de Velde-archief, KB, Brussel) n.a.v. Mon livre d'heures. Er wordt ook gerefereerd aan de Franse Ulenspiegel verschenen bij De Sikkel (1937) en Sire Halewijn (1928), tweede druk van het ISAD te Brussel. [E. C.-I.].
1495. - Raf VAN LAERE & Andries WELKENHUYSEN, Een prijsboek van een Hasselts student te Luik (1790) in Limburg,68, 1989, 5. 23-25. ill.
Op het heetst van de Luikse revolutie kreeg Petrus Mathias Brouwers uit Hasselt (1772-1839) op 30 augustus 1790 in het gymnasium te Luik een exemplaar van J.-B. Blanchard [= J.-B. Dusquesne], Ecole des mœurs (Lyon, Bruyset frères, 1788) in drie leren banden als prijsboek. In het eerste deel zitten twee gedrukte etiketten, een van boekhandelaar Demazeaux te Luik, het andere met de gebruikelijke formule voor Luikse prijsboeken. Vijf jaar later was het boek echter al van eigenaar veranderd. [E. C.-I.].
1496. - R. VAN LAERE. Een gesigneerde Hasseltse prachtband van 1878 in Limburg,68, 1989, p. 117-122, ill.
Gesigneerde band in rood marokijn versierd met beslag in vermeil met twee amethisten cabochons. De binder is Joannes Henricus Poppe (1822-1888) afkomstig uit de streek rond Hannover, in 1847 in ieder geval te Hasselt gevestigd. Tot dusverre is hij niet als binder bekend, wel als drukker-uitgever. De inhoud is een hulde-album ter ere van kan. H. Pelsers, directeur van de Normaalschool te Sint-Truiden in 1878. [E. C.-I.].
1497. - Elly COCKX-INDESTEGE, Books printed in the Netherlands in the fifteenth and sixteenth centuries from the Arenberg Collection, now in the Royal Library of Belgium in Theatrum Orbis Librorum .... p. 373-393. ill. (cf. nr. 1338).
Het lot van de legendarische Arenberg-collectie laat geen boekhistoricus of bibliofiel onberoerd. De spolia van deze bibliotheek zijn wijdverspreid geraakt; men weet dat Lessing J. Rosenwald een deel van de oude Nederlandse drukken en bloc aangekocht heeft: 167 nummers (thans in The Library of Congress, Washington D.C.). Maar ook andere bibliotheken en privé-verzamelaars bezitten restanten van deze collectie. De oude Nederlandso drukken erin stamden voor een groot deel uit het bezit van C. Ph. Serrure (1805-1872). Thans wordt de aanzet geboden van een reconstructie van het Arenbergbestand inzake deze categorie van boeken. Als eerste instelling komt de Brusselse Koninklijke Bibliotheek Albert I aan bod: die heeft van verscheidene antiquaren een aantal Arenberg-nummers gekocht. Ook waar de originele etiketten op de boekruggen verdwenen zijn, heeft de schrijfster ze kunnen identificeren dank zij een inventaris in het Arenberg-archief. Aldus worden 57 15de- en 16de-eeuwse drukken in alfabetische orde gesignaleerd, waarbij telkens informatie verstrekt wordt over de identiteit van het werk (door verwijzing naar bibliografische literatuur), de band en de provenance. [W. W.].
1498. - P. J. BUIJNSTERS. Het bibliofiele tijdschrift IMP. (1940-1942) in De Boekenwereld,5, 1989, p. 178-182, ill.
Nuttige schets van dit zeldzame tijdschrift (IMP. staat voor: Imprimatur), dat alleen in de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam compleet zou zijn (4 losse afleveringen en twee dichtbundels, lopend van 1 mrt. 1940 tot 1 mrt. [in feite: aug.) 1942). Het was het initiatief van het nieuwe bestuur (sedert 1938) van het Nederlandsch Verbond van Boekenvrienden (cf. nr. 1507) met als redacteur Reinold Kuipers. De oplage was gering: het Verbond telde toen geen honderd leden. Blijkens de programmaschets in het openingsnurnmer werd een bundeling van losse artikelen beoogd. zo over illustraties, de roverroman (van de expert Buisman. cf.
nr. 1500) en over typografie. Buijnsters acht een stuk van H. A. Warmelink over dit laatste aspect de knapste bijdrage in het tijdschrift. [W. W.].
1499. - Marie VAN DIJK, Boeken in boedelinventarissen in Dokumentaal,18. 1989, nr. 1, p. 30-32.
Kort overzicht van een onderzoek betreffende 4562 inventarissen uit 105 kleinere Nederlandse gemeenten (periode 1810-1895). In 858 gevallen (1/5) was er sprake van boekenbezit. In 117 inventarissen kon dit bezit gespecifieerd worden (auteurs en/of titels). Geliefd waren boeken op het gebied van geschiedenis (18%), literatuur (16 % Nederlands, 14% buitenlands), godsdienst (14%. zonder bijbels en kerkboeken), aardrijkskunde (9%, voor de helft reisbeschrijvingen) en kunsten en wetenschappen (8%). [W. W.].
1500. - P. J. BUIJNSTERS, The hunt for popular prose: the correspondence between J. F M. Scheepers and M. Buisman, from 1929 until 1942 in Quaerendo. 18, 1988, p. 104-133. ill.
P. J. BUIJNSTERS, Michiel Buisman J. Fzn. in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden,1986-1987, p. 71-76.
Uitstekend, uitvoerig gedocumenteerd (ook op basis van mondelinge getuigenissen) artikel over de relatie tussen de twee grote verzamelaars van populair proza. Van hun correspondentie bleven meer dan 200 postkaarten en brieven bewaard. Buisman begon te verzamelen ca. 1914 en specialiseerde al vlug in populaire literatuur. Scheepers collectioneerde daarnaast meer 'officiële' letterkunde uit de 16de tot 18de eeuw: hij kon er meer geld aan besteden. Aanvankelijk was Buisman de expert; hij lette op zeldzaamheid en volledigheid van de boeken, niet op hun uitzicht. Scheepers had meer bibliofiele bekommernissen. En beiden lázen hun boeken. Scheepers stierf in het concentratiekamp Dachau. Zijn bibliotheek werd bij Beijers te Utrecht geveild in 1947 en 1949. In appendix volgt een chronologische lijst van de bewaarde correspondentie.
Het tweede stuk biedt een overzichtelijke schets in de reeks 'Levensberichten' van de Maatschappij. Schr. handelt beknopt over afkomst, leven (1891-1986) en werkzaamheid van deze grote verzamelaar van populair proza. Tussen de regels wordt het portret van de mens Buisman met sympathie getekend. [W W.].
Zie ook nr.
1498
1501. - A. VERSTRAETE-AUGUSTYN, I. BAUWENS-DE JAEGERE, P. DEBRABANDERE. L. DE DONCKER, A. G. PAUWELS, P. VANCOLEN, Jacques Goethals-Vercruysse en zijn tijd. Tentoonstelling Stedelijk Museum Kortrijk 29 oktober-18 december 1988. - Kortrijk : Stad Kortrijk, 1988. - 213 p.: ill. . 24 cm. -ISBN 90-71579-03-4.
De honderdvijftigste verjaardag van het overlijden van de Kortrijkse zakenman, geschiedkundige, bibliofiel en graficus J. Goethals-Vercruysse (1759-1838) vormde de aanleiding tot een tentoonstelling die de talrijke facetten van zijn persoonlijkheid voor het voetlicht plaatste. Ons interesseert hier uiteraard vooral zijn bibliofiele aktiviteit. Die wordt ruimschoots beschreven op basis van tot nu toe ongebruikt (vooral correspondentie-) materiaal. Daaruit blijkt dat G.V. contacten onderhield met Van Hulthem, en meer nog met Georges Joseph Gérard, die belast was met de catalogisering van de opgedoekte jezuietenbibliotheken in de Oostenrijkse Nederlanden. Niets wijst erop dat G.V. dit contact rechtstreeks heeft uitgebuit om zijn collectie op te bouwen. Wél hebben de vroegere jezuïetenbibliotheken inspirerend gewerkt bij zijn aankooppolitiek : getuige daarvan het feit dat hij vrijwel alle catalogi bezat van de verkoping van die bibliotheken in de Nederlanden. Tijdens de revolutionaire decennia profiteerde hij, net als alle andere bibliofielen van zijn tijd, van de opheffing van de kloosters en van de verbeurdverklaring van hun goederen. Daarnaast kocht hij natuurlijk ook op veilingen van privébibliotheken (zijn pronkstuk, het handschrift Tres tractatus van Gilles Li Muisis, was afkomstig van de verzameling van C. F. de Nelis) en deed hij een beroep op handelaars te Rijsel, Kortrijk, Brugge en Ieper.
Uit de analyse van zijn boekenverzameling blijkt overduidelijk de lokaal-historische belangstelling van deze historien du dimanche,wiens publikaties over de stad en kasselrij Kortrijk in de dertiende en veertiende eeuw o.m. Conscience wisten te inspireren. Dat hij zijn bibliotheek helemaal zelf heeft opgebouwd, verklaart waarschijnlijk het overwicht van achttiende-eeuwse boeken, terwijl nauwelijks enkele incunabelen de rekken sierden. De rijkdom van zijn collectie was vooral te danken aan een aantal handschriften van uitzonderlijke kwaliteit.
De bibliotheek van G.V. is één van de zeldzame achttiende-eeuwse collecties , die integraal bleven bestaan. Tot vandaag toe wordt ze bewaard in de Stedelijke Openbare Bibliotheek te Kortrijk. Heel wat elementen ervan waren op de expo te zien, en worden voor een breed publiek getypeerd in de catalogus. Specialisten zullen uit de beschrijving van de stukken niets nieuws leren, en men kan zich afvragen of Foppens' Bibliotheca Belgica wel een plaats verdient naast andere, meer zeldzame werken. Maar afgezien daarvan is dit een verzorgd boekwerk geworden, waarin ook ruim aandacht wordt besteed aan het Kortrijkse stadsbeeld in de eerste helft van de negentiende eeuw. [P. D.].
1502. - G. J. JASPERS. De Correspondentie tussen Hoffmann von Fallersleben en Jacobus Koning in de Haarlemse Stadsbibliotheek in De Boekenwereld, 4, 1988. p. 66-79, ill.
De Haarlemse Stadsbibliotheek bezit 42 incunabelen uit de collectie van de Amsterdamse bibliofiel Jacobus Koning (1770-1832). 7 daarvan kon Koning verwerven van Hoffmann von Fallersleben, die hem in 1821 bezocht en met hem in correspondentie bleef. Beide verzamelaars ruilden nogal wat stukken; daarvan getuigt de Silezische provenance van een aantal der besproken incunabels (Hoffmann was sinds 1823 custos van de universiteitsbibliotheek te Breslau). Als appendix bij het goed gedocumenteerde artikel zijn 6 brieven (3 van elke correspondent), aanwezig in de Haarlemse Stadsbibliotheek, diplomatisch afgedrukt. [W. W.].
Zie ook nrs.
1362; 1689
1503. - J. K. F. VAN BERKEL, De collectie Anny Antoine-Louis Koopman in de Koninkiijke Bibliotheek te Den Haag in De Boekenwereld. 5, 1989, p. 117-122, ill.
Ter nagedachtenis aan zijn verloofde Anny Antoine (een lerares Frans, (U 1933) bouwde L. Koopman (U 1968) een verzameling Franse literatuur op in bibliofiele exemplaren, die hij aan de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage legateerde. Uit de rente van een kapitaal dat hij tegelijkertijd schonk wordt de collectie thans nog aangevuld met nadruk op het geillustreerde boek met literaire inhoud, vooral uit Frankrijk na 1900. De verzameling telt thans ca. 7000 delen. [W. W.].
Zie ook nr.
1504
1504. - J. K. F. VAN BERKEL, In liefde verzameld. Franse bellettrie in bibliofiele uitgaven uit de collectie Anny Antoine-Louis Koopman. Met medewerking van Paul VAN CAPELLEVEEN, Johanneke VAN DORP en Veronica VAN VERSCHUER en een bijdrage over de boekbanden door Rens Top. -'s-Gravenhage Koninklijke Bibliotheek, 1989. - 119 p.: ill.; 22 cm. - (Tentoonstellingscatatogi en -brochures van de Koninklijke Bibliotheek, nr. 31). - ISBN 90-6259-085-3
Naast de biografieën van Anny Antoine en Louis Koopman (cf.
nr. 1503) bevat deze catalogus de geschiedenis van de collectie; zij was sterk getekend door actualiteit, persoonlijke voorkeur en kennissenkring, terwijl ook de Parijse boekhandel, waarlangs Koopman zijn aankopen plaatste, diens politiek voor een deel bepaalde. Thans wordt de collectie aangevuld tot een representatief geheel van Franse bellettrie uit de periode 1900-1950 in geïllustreerde beperkte oplagen. De huidige catalogus bevat een keuze, geordend volgens illustratoren, uitgevers, motieven en auteurs. [W. W.].
1505. - Muriel VERBEECK, Les bibliothèques de Liège de 1789 à 1914 in Archief- en Bibliotheekwezen in België,49, 1988, nr. 1-2, p. 103-126.
De eerste openbare stedelijke bibliotheek werd te Luik opgericht in 1732. Zij werd ondersteund door prins-bisschop Karel van Veldbruck via een soort van legaal depot. Deze bibliotheek werd op het einde van de 18de eeuw door de Fransen aangeslagen en over bibliotheken van de Franse departementen verspreid. Een nieuwe bibliotheek werd samengesteld uit de resterende bestanden van religieuze instellingen uit het voormalige prinsbisdom. Bij de stichting van de Luikse universiteit werd de collectie aan haar zorgen toevertrouwd. In 1862 startte de stad een 'bibliothèque populaire' voor de verspreiding van kennis onder het gewone volk; deze bibliotheek breidde zich uit via filialen. In 1908, na het gereedkomen van een nieuw centraal gebouw, werden de boeken, die in 1816 aan de universiteit toevertrouwd waren, terug in het stedelijk bezit opgenomen. [W. W.].
1506. - Werner WATERSCHOOT, Luxe-exemplaren van De Borchgrave 'Gedichten' (1861) in Huldenummer prof. dr. Ada Deprez aangeboden bij haar zestigste verjaardag. - Gent, 1988, p. 235-245 (Studia Germanica Gandensi 16). - ISSN 0081-6442.
In 1861 drukte I. S. van Doosselaere te Gent de Gedichten van Petrus Judocus de Borchgrave ( 1758-1819). Er is een lijst van 236 intekenaren. Twee oplagen werden voorzien : een gewone, gebrocheerde in een lichtroze omslag, en een luxe oplage. Deze laatste is gekenmerkt door een andere papiersoort, een enigszins andere behandeling van illustratiemateriaal, maar vooral door de band van de hand van Joseph Bisez te Brussel. [E. C.-I.].
1507. - P. J. BUIJNSTERS, Het Nederlandsch Verbond van Boekenvrienden. Een vergeten hoofdstuk uit de geschiedenis van de bibliofilie in De Boekenwereld ,5, 1989, p. 106-111, ill.
Na de oprichtingsvergadering van dit Verbond op 28 feb. 1925 werd C. P. Burger, oud-bibliothecaris van de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam tot voorzitter aangesteld. Van bij het begin manifesteerden zich verschillende standpunten : sommige leden wensten een soort culturele volksuniversiteit, anderen hadden wetenschappelijke, puur-technische of bibliofiele ambities. Op initiatief van Burger werd tussen 1926 en 1932 enkele keren een tentoonstelling georganiseerd van de 50 beste in Nederland vervaardigde boeken van dat jaar. Na enkele wisselingen in het bestuur en door de ongunstige tijdsomstandigheden kwam de vereniging in 1942 de facto aan haar einde. [W. W.]
1508. - Cees VAN DIJK, M.B.B. Nijkerk, book collector in Theatrum Orbis Librorum .... p. 394-401 (cf. nr. 1339).
Bij de aanleg van zijn collectie had de Amsterdamse bibliofiel Nijkerk (1894-1987) vooral oog voor de typografie ; vandaar zijn belangstelling voor bibliofiele reeksen als die van de Zilverdistel, Kunera Pers, Palladium, Trajectum a Mosam. Een deel van zijn collectie gaf hij in bruikleen aan het Stedelijk Museum te Amsterdam ; de keuze werd gemaakt door S. H. de Roos en Dick Dooijes (cf. nr. 1480). Tijdens een verblijf voor zaken te Brussel (1921) kwam hij in contact met A. A. M. Stols en Jan Greshoff. Zo ontstond de bibliofiele reeks 'Ursa Minor', waarin negen delen verschenen. Greshoff koos de teksten, Stols zorgde voor de lay-out en Nijkerk financierde de onderneming. Deze interessante bijdrage steunt op materiaal uit het Archief Stols in de Haarlemse Stadsbibliotheek en op bijkomende informatie van D. Dooijes. [W. W.].
1509. - Mathieu LOMMEN, S. H. de Roos, The Studio en Verwers blikfabriek in Drukwerk in de marge. Bulletin 17, 1989, p. 25-32, ill.
Uit 1904 zal vermoedelijk de 'Inventaris-boeken' dateren die de letterontwerper De Roos voor eigen gebruik aaniegde. Lommen somt een aantal titel op die De Roos in zijn bibliotheek had staan. Hij gaat in op één daarvan, The Studio dat hem een inspiratiebron zal zijn geweest tijdens de luttele jaren (1903-1907) toen De Roos ontwerpen voor blikken dozen maakte. [E. C.-I.].
1510. - A. VAN ELSLANDER, Willem de Vreese (1869-1938). Een bio-bibliografische schets in Wetenschappelijke Tijdingen. 47, 1988, p. 169-183, p. 219-227.
Sterk gedocumenteerd overzicht van leven en werk van deze bekende geleerde. De klemtoon ligt in zijn wetenschappelijke bedrijvigheid op zijn talrijke publikaties en op de Bibliotheca Neerlandica Manuscripta; daarnaast wordt ook De Vreeses politieke stellingname in 1916 en de consequenties hiervan niet uit het oog verloren. In bijlage twee belangrijke documenten : een brief van gouverneur-generaal von Bissing (16 mei 1916) aan de toen nog weigerachtige De Vreese en de tekst van De Vreeses toespraak bij zijn afscheid te Rotterdam (31 jan. 1934). [W. W.].
1511 - Jos A. A. M. BIEMANS, Vijftig jaar BNM in de Leidse UB : uitgegeven in het kader van een tentoonstelling gehouden in de Universiteitsbibliotheek te Leiden van 1 tot 30 mei 1989. - Leiden: Universiteitsbibliotheek, 1989. -[59] p. ill., portr.; 21 cm. - (Kleine publicaties van de Leidse Universiteitsbibliotheek, 3). - ISBN 90-6385-147-2.
Tentoonstelling en begeleidende publikatie n.a.v. de overdracht, nu vijftig jaar geleden, aan de Leidse UB van de Bibliotheca Neerlandica Manuscripta. Dit levenswerk van de Vlaming Willem de Vreese (U 1938), tussendoor ook nog bibliothecaris, is sedert 1939 toegankelijk voor filologen, codicologen en bandenvorsers, voor zover het Nederlandse manuscripten betreft. Het waardevolle van Biemans' initiatief is - en dat komt in deze brochure erg goed tot uiting - dat hij de vorser als het ware een handleiding bezorgt : hoe is dit apparaat opgebouwd en vooral hoe is het ontsloten : hoe kan men er in zoeken, wat kan men er van verwachten. Enkele voorbeelden illustreren dit sprekend. [E. C.-I.].
1512. - S. A. J. VAN FAASSEN, Cyriel Buysse en de Nederlandse uitgever C. A. J. van Dishoeck. I : 1905-1914 in Mededelingen van het Cyriel Buysse Genootschap,4, 1988, p. 7-38, - ill.
Interessante en deskundige bijdrage over de contacten tussen auteur en uitgever, gesteund op Buysses brieven (192 stuks) aan Van Dishoeck (de brieven van V. D. aan B. zijn verloren gegaan). In de geselecteerde brieffragmenten komt B. naar voren als een alert zakenman. Vóór V. D. had hij reeds bij een hele reeks Noord-Nederlandse uitgevers titels laten verschijnen ; zijn keuze in 1905 lijkt dan ook om pragmatische redenen gebeurd te zijn. In de brieven is hoofdzakeiijk sprake over honoraria, herhaaldelijk wordt de uitgever op nieuw te verwachten werk geattendeerd. B. had aandacht voor de uiterlijke vorm van zijn boeken : over het bandontwerp van Herman Teirlinck voor zijn roman 'Het leven van Rozeke van Dale' is hij weinig enthousiast (p. 20). Interessant is zijn positieve reactie op de nieuwe letter voor 'De nachtelijke aanranding' (1912) : het boek is gezet uit de Hollandsche Mediaeval van S. H. de Roos, die juist in dat jaar was uitgebracht door lettergieterij Amsterdam v.h. Tetterode. Samen met zijn permanente aandacht voor de boekomslagen bewijst dit dat B. zich wel erg met zijn boeken bemoeide. [W. W.].
Zie ook nr.
1697
1513. - Th. A. P. BIJVOET, Over de geschiedenis van uitgeverij De Gemeenschap in Teruggedaan .... p. 36-44 (cf. nr. 1490).
Gesticht als uitgeverij van het bekende gelijknamige tijdschrift in 1925 door drie vennoten, onder wie Albert Kuyle (ps. van L. M. A. Kuitenbrouwer) als beherend vennoot. Het fonds droeg een duidelijke, hoewel niet uitsluitend katholieke signatuur. Charles Nypels zorgde vanaf 1927 voor de uiterlijke vorm (letters van S. H. de Roos, houtsneden van Cantré). Door financiële moeilijkheden werd de relatie met Leiter-Nypels onmogelijk en werd als drukker Lumax (onder leiding van A. M. Oosterbaan) te Utrecht aangezocht. Zijn typografische vormgeving sloot aan bij de strak-zakelijke stijl van b.v. Piet Zwart. Ook toen bleef commercieel succes uit. Na Kuyles vertrek (1932) verslechterde de toestand nog meer. In 1941 nam Het Spectrum te Utrecht het Gemeenschapsfonds over. Interessante bijdrage, gebaseerd op archivalische bescheiden van alle betrokkenen. [W. W.].
1514. - B. P. M. DONGELMANS, Een boekwinkel te Rotterdam anno 1825 in De achtervolging voortgezet. Opstellen over moderne letterkunde aangeboden aan Margaretha H. Schenkeveld onder redactie van W. F. G. Breekveldt. J. D. F. van Halsema, E. Ibsch, L. Strengholt. - Amsterdam : Bert Bakker, 1989, p. 71-85.
J. L. A. Immerzeel (1801-ca. 1870), oudste zoon van de bekende uitgever Johannes Immerzeel Jr., begon een boekhandel te Rotterdam in mei 1825. Daarvan wordt in juli 1825 een inventaris opgesteld (ter gelegenheid van een procuratie, aan vader Immerzeel verstrekt). Aangezien de zaak pas gestart was, bestaat de voorraad uit recent materiaal. Er zijn 463 titels die 2.311 boeken uitmaken, hoofdzakelijk Franse (nr. 1-250) en Hollandse (nr. 262-418) werken (de zaak heette een 'Franse boekhandel' te zijn). ldentificatie van de Nederlandse titels wijst op een beperkt aantal leveranciers; de Franstalige uitgaven komen bijna alle van Parijse uitgevers (weinig uit de Zuidelijke Nederlanden : van A. Wahlen en P. J. de Mat te Brussel, van G. de Busscher te Gent). Van een aantal Franse werken is meer dan één editie voorhanden (b.v. La Fontaine), bij Nederlandse werken nauwelijks (Heimers). Het Franse aanbod is het meest representatief; Verlichting en Romantiek zijn gelijkelijk aanwezig. Bij de Nederlandse voorraad ontbreken Vondel en Cats. De zaak was overwegend gericht op een letterkundig geïnteresseerd en/of ontwikkeld publiek. Goede studie op basis van archivalisch materiaal. [W. W.].
1515. - Frank DE GLAS, Nieuwe lezers voor het goede boek. De Wereldbibliotheek en Ontwikkeling/De Arbeiderspers voor 1940. - Amsterdam : Wereldbibliotheek. 1989. - 336 p. : ill.: 22 cm. (Historische Reeks). --ISBN 90-284-1554-8. Fl. 49.50.
Goede empirische studie over twee uitgeverijen waarvan het opzet identiek was: het verschaffen van goede boeken tegen een voordelige prijs aan een nieuw publiek. De Wereldbibliotheek word gesticht door Leo Simons in 1905 en gaf in de periode 1905-1938 1333 titels uit. Ontwikkeling was een initiatief van de SDAP (Sociaal Democratische Arbeiders Partij in Nederland) in 1915, het partijbestuur stelde dan ook de directie van de uitgeverij aan. In 1929 werd Ontwikkeling ingelijfd bij De Arbeiderspers, die de hele socialistische pers, kranten inbegrepen, groepeerde. Tussen 1916 en 1939 publiceerde Ontwikkeling/De Arbeiderspers 1070 titels. De Wereldbibliotheek ondervond tegenkanting van uitgeverij en boekhandel door haar goedkope politiek en rechtstreekse verkoop aan abonnees. In de eerste jaren trok zij een aantal auteurs aan, die grote successen bleken te zijn, maar na 1930 raakte de uitgeverij achterop in het literaire debat. Ontwikkeling/De Arbeiderspers maakte een sterke groei door en beschikte over een steviger structuur voor de verkoop dan de Wereldbibliotheek: zij had een net van colporteurs, die ook op andere gebieden van de socialistische beweging actief waren en hun publiek rechtstreeks bereikten en beïnvloedden. Hierdoor en dank zij de vervlechting met de socialistische dagbladpers kon de uitgeverij de crisisjaren na 1930 doorstaan en haar produktie kwalitatief op peil houden.
Deze studie is in hoofdzaak sociologisch gericht: zij bestudeert de werking van de uitgeverijen als bedrijven en de evolutie van hun respectieve fondsen tegen de achtergrond van de verkoopcijfers. Aangaande de Wereldbibliotheek worden twee gegevens van boektechnische aard vermeld : in de beginperiode werden ontwerpen van boekomslagen geleverd door S. H. de Roos en Wilm Klyn en rond de jaren 1920 droeg de grafisch ontwerper Herman Hana bij tot de boekverzorging. [W. W.].
1516. - Cornelis REEDIJK. Festina lente. Noch einmal .. Johan Huizinga, Werner Kaegi und ihr Erasmus in Het oude en het nieuwe book .... p. 319-354 (cf. nr. 1306).
Deze studie is het vervolg op Reedijks bijdrage in het Liber amicorum Herman Liebaers. Toen beschikte hij nog niet over Huizinga's brieven aan Kaegi, thans wel (137 stuks) - hoewel niet de complete briefwisseling van beide geleerden bewaard gebleven is. Dit is een secuur, levendig, bijwijlen humoristisch (p. 336) verslag van de wordingsgeschiedenis van een vertaling : de Duitse versie, door Kaegi, van Huizinga's Erasmus voor de Baselse Firma Benno Schwabe & Co. Tussen het eerste contact van de uitgeverij met Huizinga (juli 1924) en het verschijnen van het boek (aug. 1928) lag meer tijd dan alle betrokkenen wensten - een klassiek gegeven voor wie met het uitgeven van boeken vertrouwd is. De briefwisseling is niet alleen belangrijk voor de wording van de editie in kwestie : Huizinga blijkt een goed oog in typographicis te bezitten ; hij had dan ook reeds vroeger een beroep op S. H. de Roos gedaan (p. 337). [W. W.].

Archives et bibliothèques de Belgique - Archief- en bibliotheekwezen in België, dl. LXI (1990), nr. 3-4 pp. 567-648: nrs. 1517-1705.
Go Top
KRONIEK VAN HET GEDRUKTE BOEK
IN DE NEDERLANDEN TOT 1940

-16-
Afgesloten op 15 december 1990
door
Elly COCKX-INDESTEGE (Brussel)
Pierre DELSAERDT (Leuven)
Raf Van LAERE (Hasselt)
Jeroom MACHIELS (Gent)
Marcus de SCHEPPER (BRUSSEL)
Werner WATERSCHOOT (Gent)

Redaktieadres: E. Cockx-Indestege,
Koninklijke Bibliotheek, Keizerlaan 4,
B-1000 Brussel


Na de algemeenheden zijn de notities chronologisch gerangschikt en per thema of onderwerp (in vetjes) volgens een vast schema gegroepeerd: 1. Literatuurbericht en Vakwoordenboeken; 2. Bibliografie (methodologie en repertoria); 3. Drukmateriaal; 4. Zetten en drukken; 5. Drukkers, steden, regio's; 6. Boekillustratie; 7 Boekband; 8. Bibliotheken en Bibliofilie; 9. Boekhandel en Uitgeverij; 10. Onderwerpen.
De lezers van de Kroniek worden er aan herinnerd dat zij de redactie attent kunnen maken op recent verschenen publikaties en haar overdrukken van eigen artikelen kunnen doen toekomen. Een en ander wordt in dank aanvaard.

1517. - Gutenberg-Preis der Stadt Mainz und der Gutenberg-Gesellschaft verliehen an Lotte Hellinga-Querido, London, am 24. Juni 1989. - Mainz: Gutenberg-Gesellschaft, 1990. - 83 p.: portr.; 23 cm. - (Kleiner Druck der Gutenberg-Gesellschaft; N° 108). - ISBN 3-7755-2108-9.
De verlening van de eervolle Gutenbergprijs aan de befaamde en velen onder ons bekende incunabuliste Lotte Hellinga, gaf prof. dr. Severin Corsten, ere-directeur van de Stadt- und Universititsbibliothek te Keulen, de gelegenheid een laudatio te houden, die zeer lezenswaard is. Het dankwoord van de 'Preisträgerin' is het eveneens. [E. C.-I.].
1518. - J. F. HEIJBROEK, Herman de la Fontaine Verwey 1903-1989 in De Boekenwereld,6. 1990, p. 78-83. ill.
Van weemoed doordrongen in-memoriam voor de grote boekengeleerde en -liefhebber, die o.m. mee aan de wieg stond van het tijdschrift De Boekenwereld, Tijdschrift voor boek en prent. J. F. Heijbroek beschrijft in vogelvlucht de afkomst van Herman de la Fontaine Verwey, zijn bijzondere interesse voor het Franse en het Amsterdamse antiquariaat (Paul Jammes, resp. de familie Israel), zijn carrière aan de Groningse en de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek en zijn aanschouwelijk onderricht als bijzonder hoogleraar in de wetenschap van het boek en de bibliografie. Men kondigt een posthume bundel aan van zijn Herinneringen van een bibliothecaris. waarvan hij er 21 heeft kunnen publiceren in De Boekenwereld. [P. D.].
1519. - Wolfgang VON STROMER. " Der Piccard "-Findbücher der Wasserzeichen in IPH Information. 1989, p. 119-136.
Peter Amelung, Nachruf auf Gerhard Piccard (1909-1989) in Gutenberg-Jahrbuch 1990, p. 386-391.
Twee necrologieën van Gerhard Piccard (1909-1989), de auteur van de indrukwekkende reeks Findbücher waarin overtekeningen van watermerken systematisch zijn samengebracht, gereproduceerd en van archivalische data voorzien. Aansluitend bij von Stromers tekst publiceert Fr. Schmidt de "Bibliographie der Veröffentlichungen des Wasserzeichenforschers und Papierhistorikers Gerhard Piccard " (p. 131-136). [E. C.I.].
1520. - Bibliographie der Buch- und Bibliothekvgeschichte (BBB). Mit Nachrigten ... Bearbeitet von Horst MEYER. - 1985: 5. 605 p., 1986: 6. 604 p.; 1987: 7, 626 p., 1990: 8, 628 p. - ISBN 3-923526-05-9. 3-92352606-7; 3-923526-07-5: 3-923526-08-3.
Is niet beperkt tot de Duitse regio. Cf. Kroniek 13
nr. 957.
Zie ook nr. 2150
1521. - Lexikon des gesamten Buchwesens - LGB² -. Herausgegeben von Severin CORSTEN [et al.]. - Stuttgart: A. Hiersemann. - 1989-1990. Band 2. Lieferung 16: Federleichtdruckpapier - Foster (p. 561-640). Band 3. Lieferung 17: Fotochemigrafische Verfahren - Funktionen des Buches (p. 180), Lieferung 18: Funktionsausgliederung - Gespräche (p. 81-160), Lieferung 19: Gespritzte Papiere - Graphische Systeme (p. 161-240).
Hierin te noteren Fétis, François-Joseph (G. Gabel). Fingerprint (S. Corsten), Gavere, van (Schmidt-Künsemüller); Gent (G. Gabel); Ghelen. Johann Peter van (W. Neuheuser); Ghemert, Govert van (F. A. Janssen); Goeree, Jan (Red.): Goes, Mathias van der (J. L. Flood); Goethals, Félix Victor (A. Rouzet). [E. C.-I.].
1522. - Nationaal biografisch woordenboek. 13. - Brussel: Paleis der Academiën, 1990. - ISBN 90-6569-013-1.
Te vermelden vallen artikelen over enkele drukkers, uitgevers of boekhandelaars: Jan Emile Bouchery, 19de e. (J. Verschaeren). verschillende leden van de familie Ceysens. 19de-20ste e. (F. van Vinckenroye), Camille Moeyaert, 19de-20ste e. (F. van Campenhout), Willem de Neve, 17de e. (A. Schouteet). Martha van de Walle, 20ste e. (P. J. Verstraete). Tenslotte wijdt A. van Elslander een lange notitie aan Willem de Vreese, codicoloog en bibliothecaris. [E. C.-I.].
1523. - Des révolutions à Waterloo. Bibliographie sélective d'histoire de Belgique (1789-1815). Sous la direction de Claude BRUNEEL. - Brussel, 1989. - 402 p.; 24 cm. - (Archief- en Bibliotheekwezen in België; extranummer 36). - BF. 900.
Drie hoofdstukken van deze breed opgezette kritische bibliografie kunnen van nut zijn voor de boekhistoricus die wat meer wil vernemen over de revolutionaire en de Napoleontische jaren in België: " Littérature francophone " (J.L. Pire. p. 361-371), "Littérature néerlandaise (1792-1814) " (J. Huyghebaert, p. 373-376, louter literatuurlijst, zonder commentaren), en vooral "La presse et les courants d'opinion " (J. Vercruysse, p. 377-388). In laatstgenoemde bijdrage worden vooral persstudies opgesomd en kort getypeerd, maar ook artikels en werken over almanakken en boekdrukkers. De lijsten laten overigens vooral zien hoe lacunair onze kennis van deze periode is gebleven. [P. D.].
1524. - Jean-François GILMONT, Le livre, du manuscrit à l'ère électronique. - Liège: Centre de Lecture Publique de la Communauté française. 1989. - 116 p. ill.; 24 cm. - (Bibliothèque élémentaire du bibliotécaire; 1). ISBN 2-87130-019-4. BF 560.
De titel geeft precies weer waar het om gaat: géén geschiedenis van het gedrukte boek, maar wel een inleiding daartoe: materialen en technieken waarmee een boek wordt gebouwd en alles wat daarbij komt kijken, zoals werkverdeling, financiële en economische structuren, afzet, censuur. Enkele beschouwingen over correctie, analytische bibliografie en bibliofilie ronden deze cursus (voor wie bestemd ?) af. Bewust is niet gekozen voor een encyclopedische, systematische aanpak; daarom ook is de literatuuropgave uiterst beknopt gehouden én in hoofdzaak Frans gericht. Een lezenswaardig boek, voornamelijk omwille van de benaderingswijze door de auteur van deze materie. [E. C.-I.].
1525. - Jacques DEVOLDER, Algemene bibliografie van publicaties uitgegeven in de Zuidelijke Nederlanden voor de periode 1800-1829. - Gent: Rijksuniversiteit te Gent, Centrale Bibliotheek, 1989. - 3 bdn. (xx, 1884 p.); 30 cm. - (Bijdragen tot de bibliotheekwetenschap: VI). ISBN 90-5223002-1. BF. 3.300.
In onze tijd van teamwork en informatisering mag het verwondering wekken dat nog zulk indrukwekkend geheel door één man en zonder computer tot stand is gekomen. Met meer dan 19.000 referenties, waarvan bijna driekwart werd gecontroleerd op een concreet exemplaar, vormt deze bibliografie voortaan een onmisbaar instrument voor de historici, letterkundigen, bibliografen, ... die zich verdiepen in de eerste dertig jaren van de negentiende eeuw.
Het naslagwerk is eenvoudig opgevat, en beantwoordt daardoor al aan de voornaamste eis van de gebruiker. Het eerste gedeelte is algemeen en bevat dus alle boeken waarvan de auteur gekend is. Naast anonieme werken, almanakken, catalogi. kranten, weekbladen, periodieken en reeksen. De informatie die over deze publikaties wordt geboden, omvat naast auteur en titel de plaats en het jaar van uitgave, de uitgever, het formaat, de paginering, het aantal banden en illustraties, eventuele opmerkingen, de vindplaats met signatuur of een bibliografische aanwijzing. De titelbeschrijving is steeds uitvoerig, wat een zekere verkorting niet uitsluit.
Het tweede gedeelte kan volgens de auteur minder aanspraak maken op volledigheid. Het somt alle officiële (gedrukte) documenten op die uitgingen van het kerkelijk en wereldlijk gezag, gerangschikt per bisdom, resp. per provincie, departement, stad, bestuur enz. Tenslotte volgen nog een persoonsnamenregister (met de personen die niet de auteur zijn van het werk maar wel in de titelbeschrijving voorkomen) en een zakenregister. Dat is heel wat, een ware luxe voor de gebruiker, die het boek maar moet openslaan om zijn weg te vinden in de gedrukte productie van een bewogen periode!
Enkele schoonheidsfoutjes zijn er wel. We zouden ze typisch Belgisch willen noemen: waarom moest de Koninklijke Bibliotheek te Brussel zonodig als 'B. R.' worden afgekort ? En waarom worden de officiële publikaties van het bisdom Doornik wel onder de hoofding 'Bisdom Doornik' gerangschikt, terwijl de stad Doornik in het zakenregister onder 'Tournai' moet worden gezocht ? De consequentie is ook wat zoek in de gebruikte afkortingen: 'zonder plaats' wordt als 's.l.' (sans lieu, sine loco ?) afgekort, maar voor 'volgende dagen' wordt 'vvd.' gebruikt. Daarnaast is het de vraag waarom de registers plots geen kopregels meer krijgen, terwijl de twee basisgedeelten die wel hebben verdiend. Het werkt vooral remmend in het zakenregister, waar het vaak zoeken is naar het hoofdwoord. En getuigt het van luiheid als we ook graag een register op de uitgevers hadden gezien ? Het werk had m.a.w. nog wat meer gebruiksvriendelijk kunnen zijn.
Ons voornaamste bezwaar richt zich echter niet tot de auteur van het werk, voor wie we trouwens niets dan bewondering hebben. Maar waarom werd deze bibliografie geen 'rijkere' uitvoering waardig geacht ? Nu ziet het geheel eruit als een vulgaire - weliswaar uitgebreide - licentieverhandeling, terwijl het een belangrijk deel van ons patrimonium bevat en bedoeld is om de eeuwen te trotseren. Men had tenminste het voorwoord en de inleiding van de auteur op een wat aantrekkelijker manier kunnen voorstellen. In 1989 bestonden tekstverwerker en laserprinter wél al. [M. D. S. en P. D.].
1526. - BPH - Belgian paper historians. - Info: édition spéciale, juin 1990 XV (Malmédy). p. 158-177, ill.
N.a.v. het 20ste internationaal congres van papierhistorici uitgegeven; met bijdragen van M. A. Arnould, L'industrie et le commerce du papier à Bruxelles en 1864 (p. 161-162); J. de Gelas, De sporen van de oudste Brabantse papiermolen ? (p. 163-166), met name die gelegen in het gehucht Tenbroek in Sint-Genesius-Rode, daterend uit de eerste helft van de 15de eeuw; D. van Coillie-Renard, Le commerce du papier dans les Anciens Pays-Bas méridionaux du XVe au XVIIe s. (p. 168-174), een (al te summier) uittreksel van een niet gepubliceerde studie; L'industrie du papier en Belgique: évolution de la fabrication mécanique au cours du 19' siècle (p. 175-176). [E. C.-I.].
1527. - Albert J. ELEN, Het liep in de papieren: selectie nieuwe aanwinsten 1986-1989 van de papierhistorische collectie in de Koninklijke Bibliotheek. - 's-Gravenhage: Koninkiijke Bibliotheek, 1989. - 107 p.: ill.; 22 cm. - (Tentoonstellingscatalogi en -brochures van de Koninklijke Bibliotheek; 32). -ISSN 0169-3557, nr. 32); ISBN 90-6259-086-1. Fl. 50.
De papierhistorische collectie van de Haagse KB is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een van de belangrijkste documentatiecentra in Europa op het gebied van het papier. Papier in veelzijdig opzicht: oosters en westers, ongebruikte papiersoorten, monsters, sierpapieren, literatuur over papierfabricage en -handel, watermerken. Na de collectic van Henk Voorn, zelf een tijdlang aan de KB verbonden geweest, is in 1973 de collectie oosterse papieren van Ph. F. von Siebold en J. Cock Blomhoff verworven en in 1977 een grote verzameling sierpapieren van Guido Dessauer. De belangrijkste inbreng voor de boekhistoricus is evenwel de volledige watermerkdocumentatie van wijlen Theo Gerardy: plus minus 10.000 calques of overtekeningen en fotografische opnamen van watermerken, op systematische wijze, met bijhorend contra-merk, ketting- en waterlijnenaanzet geregistreerd. Dit zal ongetwijfeid een onderdeel moeten vormen van een watermerken-databank en anderzijds aanleiding geven tot een universeel genormaliseerde registratiewijze van watermerken. De tentoonstelling waaraan deze publikatie ten grondslag ligt, liep van 21 september tot 4 november 1989. [E. C.-I.].
1528. - Anthony HOBSON & Paul CULOT, Italian and French 16th-century bookbindings. La reliure en Italie et en France au XVIe siècle. - [Bruxellis]: Bibliotheca Wittockiana, 1990. - 181 p.: facsim.; 34 cm. - ISBN 2-87305024-1. BF. 4.900.
De eerste publikatie uit de verzameling van Michel Wittock is gewijd aan de zestiende-eeuwse Italiaanse en Franse banden: resp. 21 en 50 stuks, doorgaans van een zeldzaam hoog gehalte. Met de beschrijving en toelichting van twee uitmuntende deskundigen ter zake mag de Belgische bibliofiel Wittock zich waarlijk gelukkig prijzen. Na een uiterst summiere beschrijving van de inhoud (géén bibliografisch formaat !) volgen een standaardbeschrijving van de band en opgave van al de vorige bezitters van het exemplaar, waarna dieper wordt ingegaan op het voorkomen en de al of niet bekende binder en op de geschiedenis van het exemplaar. Hierbij zijn soms nieuwe standpunten ingenomen en oudere herzien. Er is een register: helaas zijn er enkel de bezitters in opgenomen (de vet gedrukte namen zullen de opdrachtgevers zijn). Het is onjuist auteurs, anonieme titels, drukkers en uitgevers als onbelangrijk af te doen onder het mom dat het enkel om de band gaat: boek en band vormen één geheel. En dan zou men meteen zien dat namen als Manutius, Gryphe, Estienne meer dan eens in deze collectie aanwezig zijn, benevens géén Plantijn. Deze statige publikatie is een zeer waardevol boek, gelukkig goed gedrukt (door Chauveheid in Stavelot) op getint papier en met reprodukties van elke band, waarvan drie in kleur. (E. C.-I.].
1529. - Frans A. JANSSEN, Auteur en drukker in de geschiedenis van de typografische vormgeving: rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar in de boek- en bibliotheekgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam op dinsdag 24 oktober 1989. - Amsterdam: De Buitenkant. 1989. - 47 p.: facsim.. 21 cm. - ISBN 90-70386-291, ISBN (luxe) 90-70386305. Fl. 25. resp. 100.
Voorbeeldig gedrukt en uitgegeven plaquette - mag het anders? - over een erg aantrekkelijk onderwerp: de relatie tussen de auteur van een tekst en zijn typografisch vormgever. J gaat deze relatie na aan de hand van enkele voorbeelden: Schedels Liber chronicorum,Rolevincks Fasciculus temporum,Dee's Monas hieroglyphica en Euclides' The elements of geometrie met inleiding van dezelfde John Dee. In zijn besluit poneert J dat de analytische bibliografie, deeluitmakend van de archeologie van het boek, zich ook dient bezig te houden met de typografische vormgeving in het verleden; hij pleit o.m. voor het ontwikkelen van beschrijvingstechnieken 'die kenmerken van typografische vormgeving in gecondenseerde en geformaliseerde vorm vastleggen'. Het impliceert het bestuderen van een boek in zijn context (uitgeversfonds, provenance). [E. C.-I.].
1530. - A. F. ALLISON & D. M. ROGERS, The Contemporary Printed Literature of the English Counter-Reformation between 1558 and 1640. An annotated catalogue. Vol. I Works in languages other than English,with the collaboration of W. LOTTES. - Aldershot: Scolar Press, 1989. - xxviii, 291 p.; 24 cm. - ISBN 0-85967-640-4. £ 55.
Wegens de bijzondere geografische positie (eiland !) heeft de Engelse overheid publikaties van andersdenkenden lang kunnen onderdrukken. De concentratie van het boekbedrijf in Londen en de universiteitssteden Cambridge en Oxford dwong dissidenten in de clandestiniteit. Dat heeft dan ook een grote invloed gehad op de Contra-Reformatie. Geschriften van Engelse katholieken konden slechts in zeer beperkte mate en met grote risico's in Engeland worden gedrukt. Haast alles moest worden geimporteerd via diverse smokkelroutes. Het drukken van Engelse teksten was echter geen sinecure op het vasteland, en bleef vaak het monopolie van Engelse emigranten (Fowler, Kellam enz.). Latijnse werken daarentegen konden overal verschijnen waar Engelse auteurs werkzaam waren of waar er op Engeland gerichte activiteiten werden ontplooid (Rome. Parijs enz.).
Het geheel vormt een uitgelezen domein voor bibliografische speurders. A. F. Allison (The British Library) en D. M. Rogers (Bodleian Library) hebben zich veertig jaar in de materie verdiept. In 1956 publiceerden zij A Catalogue of Catholic Books in English printed abroad or secretly in England, 1558-1640 (Bognor Regis 1956 = Biographical Studies,vol. 3, nos. 3-4) - een echte aanvulling op dé STC (Pollard & Redgrave).
Thans hebben zij het noodzakelijke complement gepubliceerd met de anderstalige drukken, hoofdzakelijk in het Latijn, als eerste deel van de definitieve inventaris. Een grondig herziene en aangevulde versie van de 'Engelse' catalogus uit 1956 zal later volgen. Het hier besproken eerste deel bevat twee groepen teksten: 1. werken van Engelse katholieken in andere talen dan Engels, Iers of Schots en 2. werken van niet-Engelse katholieken m.b.t. de positie van de katholieke kerk in Engeland. Chronologisch zijn de grenzen 1558 en 1640: de eerste datum omdat het aantreden van Elizabeth I katholieke publikaties illegaal maakte, de tweede is eerder van bibliografische aard, nl. aansluiting bij de STC, hoewel er ook inhoudelijke argumenten zijn (in het volgende decennium veranderde de binnenlandse religieuze politiek van de overheid grondig met de 'Civil War').
Met nadruk wijzen de samenstellers erop dat hier geen volledige auteursbibliografieën worden geboden. Enkel titels i.v.m. de Engelse Contra-Reformatie worden opgenomen, zij het met ruime marges voor bv. filosofie of literaire activiteiten in de Engelse colleges en seminaries op het vasteland. Er is een speciaal teken om die auteurs aan te wijzen die ook in het Engels hebben gepubliceerd (en dus ook in deel II aan bod zullen komen). De catalogus bestaat uit twee onderdelen, in overeenstemming met hogervermelde criteria (Engelsen en niet-Engelsen). Op pp. 1-188 Engelse auteurs en corporaties, op pp. 189-211 Europese publikaties over 19 specifieke onderwerpen (bv. de excommunicatic van Elizabeth I). Per auteur komen aan bod: eigen werk (hoofdzakelijk in het Latijn), vertalingen van eigen Engelse en/of Latijnse teksten, editoriale activiteiten (bv. uitgaven van kerkvaders of als 'praeses' van theses) en afzonderlijke publikaties over de 'auteur' (met bv. in nrs. 762-814 de contemporaine teksten over Mary Stuart!). Corporaties zijn per plaats geordend: bv. Douai, Jesuits of Louvain, Irish Franciscans.
Iedere druk wordt als volgt beschreven: a. een verkorte titel die toch ruim genoeg is ter onderscheiding; b. bibliografische gegevens (formaat, aantal delen, impressum, gekende exemplaren en aantekeningen). Per nummer worden tot 15 vindplaatsen vermeld (slechts occasioneel met bibliotheeksignatuur). terwijl het '+'-teken aangeeft dat er nog meer bekend zijn. Meteen is de relatieve zeldzaamheid van elke druk duidelijk. In de aantekeningen komen aan bod: collatie indien titel/formaat, impressum identiek zijn (bv. nrs. 1255-56) of verwijzingen naar moderne edities en vertalingen.
Het geheel wordt ontsloten door registers op titels (een voortreffelijke eerste invalshoek !), op drukkers/uitgevers, een chronologische index en een voorbeeldig algemeen naamregister (met uitzondering van de hoofdwoorden van pp. 1-188): een bijzonder nuttig aspect is de vermelding van (religieuze) functies (bv. 'bishop of ...', 'S.J.' enz.).
De 1619 beschreven drukken vormen het resultaat van decennia-lange opzoekingen, met vertakkingen over heel Europa (en verder!). Meer dan vierhonderd bibliotheken werden aangeschreven of bezocht tot in plaatsen als Brno, Granada. Lugo, St. Mihiel, Walberberg; vele klooster- en seminariecollecties blijken vaak unieke exemplaren te bezitten. Heel veel niet-Engelse literatuur over het onderwerp is verwerkt (bv. E. Rombauts' studie uit 1933 over R. Verstegen). Onder de opgenomen vertalingen bevinden zich bv. Hongaarse en Poolse titels. Gelukkig hebben de samenstellers voldoende kruisverwijzingen aangebracht van de gelatiniseerde auteursnamen naar de echte Engelse of Ierse naam die als hoofdwoord werd gebruikt.
Door hun intensieve speurtocht hebben de auteurs een (gedeeltelijk) ondergronds propagandanetwerk aan het licht gebracht dat via het gedrukte boek heeft getracht de publieke opinie in en buiten Engeland te beïnvloeden. We beschikken nu over betrouwbare (deel)bibliografieën van auteurs als Campion, Sander, Stapleton of Verstegen, van polemische en literaire werken over Mary Stuart enz.. van drukken uit Engeland, heel Europa, tot zelfs in India (Engelse Jezuieten te Rachol) en Peru (Lima).
De (Zuidelijke) Nederlanden komen uitgebreid aan bod, met Franse en Nederlandse vertalingen naast de alomtegenwoordige Latijnse teksten. Als drukkersplaatsen zijn hier te vermelden: Amsterdam, Antwerpen, Atrecht, Bergen (Hg.), Brugge, Brussel, Dendermonde, Doornik, Dowaai, Gent, Ieper, Kortrijk. Leuven, Leiden, Luik, Mechelen, Rijsel en Sint-Omaars. De auteurs verdienen dan ook grote dank voor hun bijdrage tot een 'Bibliotheca Belgica' !
Een enkele kritische opmerking is hier op zijn plaats, vooral met het oog op de gebruikers. Juist in een onderwerpsbibliografie als deze wordt wat historisch samenhangt weer bij elkaar gebracht. Daarom is het jammer dat het register op drukkers en uitgevers enkel de huidige politieke situatie weerspiegelt. Zo komen de Nederlanden ('Low Countries') niet als één geheel tevoorschijn en wordt de uiterst belangrijke Engelse katholieke activiteit te Dowaai en St-Omaars onder Frankrijk gerangschikt. Dat levert een vertekend beeld op - de kerkelijke mentaliteit en activiteit was in de Zuidelijke Nederlanden anders ('Romeinser' en 'Spaanser') dan in de gallicaans-nationalistische Franse kerkprovincie. Helaas blijft het 19de-eeuwse Franse cultuurimperialisme retro-actief. Dowaai en Rijsel waren geen Franse cultuurcentra vóór de achttiende eeuw, net zomin als Straatsburg en de Elzas dat waren. Wie vanuit deze bibliografie locale situaties wil onderzoeken, dient zich dan ook van de contemporaine institutionele toestand bewust te zijn.
Verwant hiermee is het eeuwige kunstmatige onderscheid 'Dutch/Flemish': zeker vóór 1640 zijn de talrijke (maar secundaire !) regionale verschillen niet eenduidig in twee 'talen' te scheiden - ook hier wordt een 19de-eeuws cultuurverschil (veeleer dan 'taal'-verschil) retro-actief aangewend. Bij Duitse vertalingen wordt het even grote (en dus relatief even kleine) onderscheid niet gemaakt (bv tussen 'Saksisch, Beiers of Oostenrijks'). Tot slot nog wat concrete suggesties. In het nr. 737 wordt met de initialen 'D.C.Q.' geen persoon bedoeld, wel de Latijnse epigrafische afkorting 'D[edicat] C[onsecrat] Q[ue]'. In nr. 222 wordt verwezen naar exemplaren in D en D7 - die laatste bibliotheek komt niet voor in de lijst op p. xiv.
Aanvullingen biijven mogelijk - zeker m.b.t. exemplaren. Zo bevat de recente catalogus van Matagne (kroniek
nr. 1618) extra-exemplaren van o.m. nrs. 130, 170, 209, 1132-3. 1180-1, 1199, 1234, 1238, 1306-9. De erg slecht overgeleverde categorie van disputaties en theses zal nog wel eens wat nieuws opleveren. Uit eigen collectie kunnen wij volgende plano-druk toevoegen: PHILOSOPHIA. ( ... ) Praeside Reuerendo P. Ignatio DER KENNIS, Societatis Iesu. Philosophiae Professore. Defendet Thomas AYNSCOMBE, eiusdem Societatis, Louanii in Collegio eiusdem Societatis die [16: in hs. toegevoegd] Augusti ( ... ). Lovanii Anno M.DC.XXXII. Apud Viduam Henrici Hastenij.
A. F. Allison en D. M. Rogers hebben een voorbeeldige catalogus samengesteld die voortreffelijk toegankelijk is voor bibliografen en boekhistorici, onderzoekers van kerk- en cultuurgeschiedenis en al wie belang stelt in de Europese kerkgeschiedenis van Engeland. Zij verdienen daarvoor grote lof en dank ! [M. d. S.].
1531. - Marjan DAAMEN en Albert MEIJER, Catalogus van gedrukte Nederlandse gelegenheidsgedichten uit de zeventiende en achttiende eeuw in de Zeeuwse Bibliotheek te Middelburg. - Middelburg: Zeeuwse Bibliotheek. 1990. - 144 p.: ill. . 24 cm. - ISBN 90-72151-05-4.
J. Boumans catalogus van gelegenheidsgedichten in de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage uit 1982 (Kroniek 9
nr. 575) krijgt terecht navolging. Terwijl A. Nieuweboer aan een vervolg tot 1800 werkt (zie Kroniek 15 nr. 1341), hebben ook andere bibliotheken dit belangrijke regionaal-bibliografische ontsluitingswerk aangepakt. De Zeeuwse Bibliotheek (wetenschappelijk erfgenaam van de Provinciale Bibliotheek van Zeeland) bezit een verzameling van 441 Zeeuwse gelegenheidsgedichten, die ook de oorlogsramp van 1940 overleefde.
In de inleiding wordt ingegaan op een curieuze groep huwelijksgedichten door Anthony Jansen, vader van de Vondelepigoon Antonides van der Goes. De titels van de drukken worden, hoewel niet integraal, toch 'ruim' geciteerd in chronologische orde. De collatie vermeldt formaat en aantal pagina's. Alle dichters worden vermeld (ook kenspreuken en initialen). Bibliotheeksignaturen en verwijzingen naar Bouman zijn terecht vermeld.
Het is opvallend hoezeer deze collectie de Haagse aanvult. Juist dit efemere drukwerk wil wel eens verloren gaan. Bibliografen vinden hier een rijke oogst (soms met verrassingen: mij was reeds het eerste nummer (Leiden, H. L. van Haestens) onbekend !). Het geheel is voortreffelijk ontsloten door een register op persoonsnamen, met een extra lijst van drukkers en boekverkopers naar plaats (1 buiten de Republiek: nr. 432 een gedicht van C. M. Spanoghe te Brussel gedrukt door G. Huyghe 'op de Kaese-Merkt'); voorts nog registers op de aard en de plaats van de gelegenheid, en op nummers afkomstig uit collecties van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen.
Alle lof voor de samenstellers en de Zeeuwse Bibliotheek, die een handige en keurig verzorgde catalogus hebben tot stand gebracht. [M. d. S.].
Zie ook nr. 1535
1532. - J. A. GRUYS & C. DE WOLF. Thesaurus 1473-1800: Nederlandse boekdrukkers en boekverkopers, met plaatsen en jaren van werkzaamheid = Dutch printers and booksellers, with places and years of activity. - Nieuwkoop. De Graaf. 1989. - xxiii. 293 p.; 25 cm. - (Bibliotheca Bibliographica Neerlandica; 28). - ISBN 90-6004-403-7. Fl. 125.
Minder dan tien jaar na het verschijnen van de eerste Thesaurus in 1980 ligt een tweede editie op tafel: ze bevat aanvullend materiaal voor de periode tot 1700 en, geheel nieuw, betrekt de hele achttiende eeuw erbij. Alles samen 5.730 namen van drukkers, uitgevers en boekverkopers in Nederland, waarbij nog een groot aantal variante naamsvormen moet gevoegd worden. Waarachtig een indrukwekkende nomenclatuur, die bij een eerste gebruik al spoedig vraagtekens in margine van Ledeboer gesteld, beantwoordt. Toch mogen we ons geen alomvattende nomenclatuur voorstellen, waar alle bekende namen in opgenomen zijn en waar de jaren en plaatsen van werkzaamheid aan de werkelijkheid beantwoorden. Immers, zoals voor de vorige editie van de Thesaurus,zijn de bronnen waaruit de auteurs hun gegevens hebben geput, de drukkerscatalogi van de vier grote Nederlandse bibliotheken (Den Haag, Amsterdam, Leiden. Utrecht) + de bibliografieën voor de periode 1473-1540 (geheel) en voor 1541-1600 (gedeeltelijk) + een beperkt aantal bronnen voor de zeventiende en achttiende eeuw. Men mag aannemen dat voor de vijftiende en zestiende eeuw de volledigheid benaderd wordt. Tegen deze pragmatische aanpak kan men gewis niet veel inbrengen; het ideale, namelijk een biografisch woordenboek gesteund op enerzijds de bekende drukken, anderzijds op de (exhaustieve) literatuur is in deze tijd van personeels- en ander tekort misschien niet haalbaar. Wat hier is samengebracht, verdient slechts lof. Indien ik één bezwaar heb, dan ligt dat in de titel: die is misleidend omdat hij ons voorspiegelt dat deze thesaurus inderdaad allesomvattend is - wat hij dus niet is (zie de aangewende bronnen). De gebruiker weze dus op zijn hoede bij het raadplegen van de Thesaurus: de jaren van activiteit zijn niet noodzakelijk beperkt tot wat is opgegeven, namen en naamsvormen kunnen ontbreken. Dergelijke lijst zal permanent aan wijzigingen onderhevig zijn. In dit verband is te lezen de uitvoerige recensie met aanvullingen door Bert van Selm gepubliceerd in Dokumentaal,19, 1990, p. 11-21. In de daaropvolgende aflevering van hetzelfde tijdschrift hebben de auteurs van de Thesaurus zelf Aanvullingen op ... gepubliceerd (p. 74-78).
Laat ons echter gelukkig zijn met deze nieuwe publikatie die naast de 'terminal' van elke catalograaf en beschrijver van oude drukken moet liggen, met Benzing, Borsa, Rouzet en al de andere standaardwerken van dit soort. Stevig in blauw linnen gebonden zal het boek het komende decennium zeker overleven. [E. C.-I.].
Zie ook nrs.
1716; 1847; 2947
1533. - W. COSTER en H. D. VAN DER STAAK, De lezer tot gemak en mij tot voordeel: een Arnhems uitgevershuis 1739-1989. - Arnhem: Gouda Quint, 1989. - 87 p.: ill.; 21 cm. - ISBN 90-6000-656-9. Fl. 29, 50.
In 1739 begon Gideon de Gast zijn Arnhemse uitgeversloopbaan die werd voortgezet door zijn zoon Louis. In de 19de eeuw volgden de Nijhoffs die zich in 1868 in Den Haag vestigden (zie Kroniek
nr. 1701). Van 1868 tot 1913 leidde Paulus Gouda Quint uitgeverij en boekhandel. Thans is het een onderdeel van Kluwer. Aardig geillustreerde studie. [M. d. S.].
1534. - Geschiedenis van het boek, in het bijzonder te Deventer. Catalogus van de tentoonstelling ter gelegenheid van de Hanze-dagen 1990 in de Stads- of Athenaeumbibliotheek 8 juni - 9 september 1990. - Deventer: Stads- of Athenaeumbibliotheek, 1990. - 40 p.: ill., 21 cm.
Summier gelegenheidsoverzicht van het geschreven en gedrukte boek te Deventer: van de vijftiende-eeuwse handschriften uit de kring van de Moderne Devotie tot de CD-ROM van Kluwer, getoond aan de hand van 145 stukken. De korte beschrijvingen vermelden wel de huidige signatuur van het getoonde exemplaar. Iets uitvoeriger worden belicht: almanakken (16de-20ste eeuw), Jan de Lat ( "Konst-, Kaart- en Boekverkoper ", 1724-1750), journalistiek, kinderboeken, Æ. E. Kluwer, Drukkerij De IJsel (W.O. II). Een korte aanloop naar een volledige Deventer-bibliografie (als voor Nijmegen -Kroniek nr. 1538)? [M. d. S.].
1535. - Margreet J. A. M. AHSMANN, Collegia en colleges: juridisch onderwijs aan de Leidse Universiteit 1575-1630, in het bijzonder het disputeren. Proefschrift Leiden. - Groningen: Wolters-Noordhoff/Egbert Forsten, 1990. - xii + 641 p.: ill.; 24 cm. - (Rechtshistorische studies. Nieuwe reeks; 1). - ISBN 90-6243-114-3. Fl. 95.
Onmisbaar basiswerk voor de geschiedenis van de Leidse universiteit. m.n. de rechtsfaculteit. De auteur had reeds eerder (Kroniek 11
nr. 682) een bibliografie gepubliceerd van de Leidse hoogleraren. Ook deze institutionele geschiedenis bevat belangrijk bibliografisch materiaal: een chronologische lijst van disputaties (p. 376-457, met op p. 383-384 een lijst van drukkers - helaas zonder verwijzing naar de nummers!) en een alfabetische lijst van carmina gratulatoria (p. 458-463). Telkens worden exemplaar of bibliografische bron vermeld. Mede daardoor is dit ook bronnenmateriaal voor de bibliografie van de 27 Leidse drukkers en uitgevers.
Ter illustratie: van H. L. van Haestens worden er voor de periode 1606-1617 liefst 32 disputaties vermeld (in 46 exemplaren, waarvan 15 in de National Library of Scotland). Het overgrote deel hiervan was tot op heden volslagen onbekend. De sprongen in de tijd tussen de disputaties onderling laten slechts vermoeden hoeveel van dit gelegenheidsdrukwerk verloren is gegaan of nog op ontdekking wacht. Uit eigen bezit kunnen wij hier een disputatie toevoegen: 'Nr. 581bis / 12.5.1607 / Pollius, Gisbertus. De locatione et conductione / Praes.: Pynacker' (Pollius' carrière is te vinden op p. 531: deze disputatie was niet bekend vanuit het archiefmateriaal). De lijst van carmina gratulatoria kan nog worden aangevuld met het nummer 1 uit de Zeeuwse Bibliotheek (zie Kroniek nr. 1531), gedichten voor Henricus ten Haeff (Ahsmann p. 507). [M. d. S.].
1536. - Th. LUNSINGH SCHEURLEER, C. WILLEMIJN FOCK en A. J. VAN DISSEL, Het Rapenburg: geschiedenis van een Leidse gracht. - Leiden: Rijksuniversiteit Leiden, Afdeling Geschiedenis van de Kunstnijverheid. 1986... - 6 dln.; 27 cm.
Een fascinerend project: de geschiedenis van een beroemde straat, huis per huis, van de oudste documenten tot de huidige bewoners. Hier valt bijzonder te vermelden: deel V (1990; ISBN 90-6471-241-7; Fl. 55) met de huizen van Lowijs Elzevier, C. Plantijn en vele latere boekhandelaren/uitgevers. Bij de illustratie ook talrijke uitgeversmerken etc. Een goudmijn voor de geschiedenis van het Leidse boekbedrijf. [M. d. S.].
1537. - Pierre DELSAERDT, Les règlements sur la production et la vente des livres, promulgués par l'ancienne université de Louvain; édition critique in Lias,17, 1990, p. 63-89.
Letter, papier en druk behoren van goede kwaliteit te zijn; één exemplaar zal goed gebonden worden naar wens van de bibliothecaris. Dit en nog veel meer kunnen we lezen in de tekstuitgave met toelichting, van de vijf reglementen uit 1644, 1690, 1702, 1716 en 1750 van de oude Leuvense Universiteit. Het beroep van kopiist/drukker, binder en verkoper zou aantrekkelijk gemaakt worden door het te beschermen, niet echter zonder tegenprestatie. Bescherming, controle en belasting zijn de drie elementen die in de verschillende statuten en reglementen van de oude Leuvense Universiteit (1425-1797) werden opgenomen. Vanaf de zeventiende eeuw was o.m. het overmatig groot aantal drukkers in de stad de aanleiding om de voorschriften nauwkeuriger te formuleren dan voorheen het geval was. Deze bijdrage kadert in de werkzaamheden van de auteur aan een doctoraal proefschrift over de boekhandel in de oude Leuvense Universiteit, voornamelijk in de achttiende eeuw. [E. C.-I.].
1538. - Paul BEGHEYN en Els F. M. PETERS, Gheprint te Nymeghen: Nijmeegse drukkers, uitgevers en boekverkopers 1479-1794. - Nijmegen Nijmeegs Museum 'Commanderie van Sint-Jan': Gemeentearchief, 1990. -188 p.: omslag. ill., portr., facsim.; 31 cm. - (Catalogi van het kunstbezit van de gemeente Nijmegen; 6). - ISBN 90-6829-033-9. Fl. 25.
De geschiedenis van het boekwezen te Nijmegen was nog goeddeels onontgonnen terrein. Met deze publikatie is echter veel meer dan een aanzet geleverd. Twee mensen, met evenveel kennis als belangstelling en enthousiasme uitgerust, hebben gedurende enkele jaren gespit, materiaal verzameld en nu uitgewerkt: de oogst is rijk en het boek is prachtig geworden. We krijgen een overzicht van de geschiedenis van het gedrukte boek te Nijmegen tussen 1497 en 1794, een biografisch woordenboek van de Nijmeegse drukkers en uitgevers (47 in aantal) en van de Nijmeegse boekverkopers (28). Last but not least volgen de fondslijsten van de genoemde uitgevers ofte een Nijmeegse bibliografie.
Het belang van dit onderzoek ligt niet in de kwantiteit, zelfs niet direct in de kwaliteit, maar in het feit dat van deze kleinere doch historisch belangrijke stad zo weinig bekend was inzake de boekproduktie. Hieraan is nu in hoge mate verholpen. In het Ten geleide volgen wij de onderzoekers in hun zoektocht naar de bronnen: de heuristiek heeft hen geleid langs bibliotheken, bibliografieën en catalogen, waarbij het Nijmeegse stadsarchief niet over het hoofd is gezien. In het historisch overzicht is aandacht besteed o.m. aan het gildelidmaatschap, de opdrachtgevers (de stad, de hertog van Gelre, de keizer - de Keizerlijke Rijksstad Nijmegen gaat trots op haar titel ! -, de Staten van Gelre, de Academie van het kwartier Nijmegen), verder de censuur (Lutherse boeken), privileges, de boekillustratie en de boekenveilingen (met catalogi vanaf de tweede helft van de 17de eeuw). Het 'biografisch woordenboek' is chronologisch geordend: van Gherard van der Leempt (1479) tot Clemens van Demmeltraat (4de kwart 18de eeuw) en van Daniel Tryssens (1555-91) tot Frans Lodewijk van Kalker (1792). Het nut van twee gescheiden lijsten zie ik niet in; de functie van drukker, resp. uitgever, boekverkoper is gemakkelijk na de naam aan te geven en daar komt bij dat in meer dan één geval de drie functies in één persoon verenigd zijn. Aan de weinig grijpbare maar toch reële, Nijmeegse, figuur van Gherard de Leempt kon misschien iets meer aandacht zijn besteed, met verwijzing naar de overigens in de Literatuurlijst geciteerde literatuur. De twee lijsten betekenen een belangrijke aanvulling voor de Thesaurus,de nomenclatuur van Nederlandse drukkers en uitgevers (die per definitie niet volledig is omdat hij op het bezit van een aantal grote bibliotheken is gesteund). Daarop volgen de fondslijsten van de uitgevers met als laatste nummer de lijst van de verloren gegane Nijmeegse drukken waarvan de uitgever onbekend is maar het bestaan uit de literatuur is gebleken. Hierdoor krijgt deze publikatie een plaats naast Moes & Burger en soortgenoten. Elke titel is spellinggetrouw weergegeven, gevolgd door de collatie, de bewaarplaats en ev. bibliografische verwijzing. Meer is in dit stadium niet te verwachten. Eén register heeft betrekking op de fondslijsten, het andere op vindplaatsen van Nijmeegse drukken. Tenslotte is er een lijst met de geraadpleegde bronnen en een literatuuropgave. Het ongewone maar royale formaat van deze publikatie heeft het mogelijk gemaakt veel afbeeldingen in de tekst op te nemen, zodat dit boek ook a.h.w. een typografisch album inhoudt: de verschillende houtsneden die het wapen van de stad, het kwartier of het hertogdom voorstellen; verder drukkersmerken, decoratieve vignetten, portretten en wat wij de gewone illustraties plegen te noemen. (Tussen haakjes, op het titelblad van 2.9 zijn wel degelijk zeven figuren te zien: van één alleen maar neus, ogen en voorhoofd!). Zoals de inhoud is ook de typografische vormgeving van dit boek voorbeeldig. Het gekozen formaat maakt het mogelijk van de voetnoten randnoten te maken wat de consultatie ervan ongetwijfeld bevordert en waardoor de regellengte van de tekst binnen de perken blijft. Het geheel is helder en overzichtelijk gezet, goed gedrukt en in een bijzonder fraaie kleurenlitho-omslag gestoken. Een opzet en een publikatie die beslist navolging verdient. [E. C.-I.].
Zie ook nrs.
1651; 1718; 1938; 2111; 2272; 2440
1539. - P. G. HOFTIJZER, De 'belabbering' van het boekbedrijf: de Leidse Officina Raphelengiana, 1586-1619 in De Boekenwereld,7, 1990-1991, 1, September 1990, p. 8-19.
Boeiende beschrijving van de opkomst en (vooral) de ondergang van Plantijns Leidse vestiging: een zeer geleerde drukkerij, uitgeverij en universitaire boekhandel. De auteur werkt aan een editie van de correspondentie van de Raphelengii met het Antwerpse zusterbedrijf der Moretussen. [M. d. S.].
1540. - J. H. LANDWEHR, De VOC in de wereld van het boek: sponsor en uitgever in De Boekenwereld,6, 1989-1990, 4, mei 1990, p. 134-146, facsim.
Voorstelling van publikaties voor en door de Verenigde Oost-Indische Compagnie uitgegeven in de periode 1602-1827: administratieve documenten en catechismussen in verscheidene talen, maar ook lectuur en gelegenheidsliteratuur in Batavia, Colombo etc. De auteur kondigt ook een volledige bibliografie van deze uitgaven aan. [M. d. S.].
Zie ook nr.
1846
1541. - Middeleeuwse handschriftenkunde in de Nederlanden 1988; verslag van de Groningse codicologendagen 28-29 april 1989. Uitgegeven door Jos M. M. HERMANS. - Grave: Alfa, 1989. - 346 p.: ill., facsim.; 26 cm. - (Nijmeegse codicologische cahiers; 10-12). - ISBN 90-7040-730-2. Fl. 70.
Bijzondere aandacht is aan het penwerk besteed, een vorm van boekdecoratie die niet enkel in handschriften maar ook in vroege drukken voorkomt; vandaar het belang van deze publikatie ook voor bibliologen. Met name te vermelden zijn volgende bijdragen:1. J. M. Hülsmann, Penwerk: een eigen vorm van boekdecoratie in vijftiende-eeuwse Noordnederlandse handschriften (p. 13-28). Schrijfster ontleedt de penwerkdecoratie in haar technische (tracé, contrasten, kleuren, arceringen, hoogsels, enz.) en functionele (relatie tot de initialen, tot de tekst) aspecten. 2. Idem, Penwerk in opbouw: codering als beschrijvingsmethode voor de structuur van marginaal penwerk (p. 45-58).3. J. Hermans, Laatmiddeleeuwse boekdecoratie en penwerk in Noordnederland: methodologische overwegingen bij een 'atlas' van Groningse boekversiering alsmede een beknopte bibliografie (p. 29-44). Twee rubricatoren, Johannes Klover (1490) en de monogrammist F. G. (1512) hebben drukken gedecoreerd; overigens is te Groningen nog naamloos penwerk uitgevoerd in incunabelen. 4. J. W. Klein, Marginale problemen .. penwerk in enkele Goudse handschriften en drukken (p. 97-114). K staat wat langer stil bij het penwerk in het Goudse ex. van Leeus Epistelen en Evangelien uit 1477 [CA] waarover Lotte Hellinga in 1973 schreef dat blad 24 waarvan de kim overbleef, was uitgeknipt. Nu blijkt dat zijn wederhelft, blad 19, is toegevoegd - vandaar de kim - met andere gevolgtrekkingen t.a.v. de penwerkdecoratie. 5. W. C. M. Wüstefeld, Haarlemse kerkmeesters als bestellers van boeken (p. 291-307) heeft in de rekeningen van de Bavokerk, bewaard van 1400 tot 1548, gegraven en aldus nieuwe gegevens opgedolven. In de tweede helft van de 15de eeuw groeit het boekenbezit aan én wordt het onderhouden, te oordelen naar de posten voor schrijf- en bindwerk; sporadisch is op te maken dat het om drukken gaat. Het onderzoek over de Haarlemse boekband krijgt ook even de aandacht. 6. J. Storm van Leeuwen, Het Bandengenootschap: doelstellingen en activiteiten (p. 331-334). Geenszins begrensd in de tijd vormt de band hier het onderzoeksterrein waarvan de inhoud zowel drukken als handschriften kunnen zijn. Drie werkgroepen leggen zich toe resp. op het wrijfselarchief (opbergen, ontsluiten), de terminologie (in het Nederlands) en de richtlijnen om banden te beschrijven. Tot slot van dit zeer interessante boek is een Index opgenomen van de geciteerde handschriften en drukken, gerangschikt per collectie. De uitgevers, de wetenschappelijke en de commerciële verdienen enkel lof voor hun produkt. [E. C.-I.].
1542. - Eckhard SCHAAR, Vom Blockbuch zu Holzschnitt und Kupferstich. Frühe niederländische Graphik. Ausstellung 29. Juni - 20. August 1989. -[Hamburg]: Hamburger Kunsthalle, 1989. 1 vouwblad ([8] p.): ill.
Uit eigen bezit organiseerde de Hamburger een tentoonstelling over vroege Nederlandse grafiek, te beginnen met blokboeken (Biblia pauperum, Speculum humanae salvationis, De negen helden) over Jacob Cornelisz van Oostzaan, Jan Gossaert, Lucas van Leyden e.a. tot Dirk Vellert. De tekst is een uiterst summiere begeleiding en deelt niets nieuws mee. [E. C.-I.].
1543. - W. K. GNIRREP & J. A. SZIRMAI, Spines reinforced with metal rods in sixteenth-century limp parchment bindings in Quaerendo,19, 1989. p. 117-140.
Onderzoek naar de constructie van soepele perkamenten banden op het einde van de middeleeuwen, gebaseerd op zesendertig exemplaren in de UB Amsterdam en Nijmegen. Metalen in het naaisel zelf verwerkt, moeten de rug versterken. In de uitvoerige technische beschrijving worden andere verstevigingsmethoden onder de loep genomen, die men van de 14de tot de 18de eeuw aantreft. Bovendien is het type van soepele perkamenten band ook op andere details nagekeken. Zeer belangrijke bijdrage tot de geschiedenis van de techniek van een bepaald type band; te betreuren valt de afwezigheid van equivalente Nederlandse termen. [E. C.-I.].
1544. - Jos M. M. HERMANS, Wat lazen Friezen aan het einde van de Middeleeuwen. " Verkenningen rond boekproduktie, boekenbezit en boekengebruik in Westerlauwers Friesland in De vrije Fries,70, 1990, p. 7-38.
Friesland, Groningen en Oost-Friesland vormen eigenlijk een gebied met eenzelfde boekcultuur. Dit artikel stelt nieuwe onderzoeksresultaten in het licht en roept op tot het samenbrengen van bekende informatie. Belicht worden hier de bezitters c.q. lezers van de boeken, aard en taal van de teksten, de herkomst van de handschriften en gedrukte boeken. Als voorbeeld wordt, op een na te volgen wijze, de oudst-bewaarde boekenlijst uit Friesland uitgegeven en besproken: de inventaris van de Sint-Maartenskerk te Franeker. ca. 1540. De geciteerde titels, 63 in aantal, kunnen zowel op drukken als op handschriften slaan. [E. C.-I.].
1545. - Jos M. M. HERMANS, De kerk in het midden: aspecten van Groningen als cultureel en religieus centrum aan het eind van de Middeleeuwen in Geloven in Groningen: capita selecta uit de geloofsgeschiedenis van een stad. Onder redactie van G. VAN HALSEMA THZN., Jos M. M. HERMANS. F. R. J. KNETSCH. - Kampen: J. H. Kok, 1990. p. 43-56.
Het derde besproken aspect is de boekerij voor kerk en stad: de librije bij de Sint-Maartenskerk in de 15de en 16de eeuw. Uit de nagelaten sporen was op te maken dat er godsdienstige (waaronder hervormingsgezinde) werken in niet-godsdienstige (waaronder humanistische literatuur) aanwezig waren. [E. C.-I.].
1546. - Bibliotheek, wetenschap en cultuur: opstellen aangeboden aan mr. W. R. H. Koops bij zijn afscheid als bibliothecaris der Rijksuniversiteit te Groningen. - Groningen: Universiteitsbibliotheek, 1990. - 613 p.: ill. . 24 cm. - ISBN 90-367-0209-7. Fl. 65.
Uiteraard veel over Groningen in deze bundel. Te vermelden: "Minder nut dan bij ons ". Collectievorming in de Universiteitsbibliotheken te Franeker en Groningen omstreeks 1815' (p. 408-416: J. J. M. van Gent), 'Een 'sanctuaire des sciences " of een boekenmagazijn ' (p. 455-463: Ch. Klaver over 19de-eeuwse ontwerpen voor de Groningse U.B.), 'Groningana-bibliotheken te Groningen' (p. 570-589: W. K. van der Veen), zie voorts de artikels over Mulerius, Hofsnider en Emmius (Kroniek
nrs. 1636, 1655, 1635). [M. d. S.].
Zie ook nrs. 1655; 1635; 1636; 1664; 1690; 1794
1547. - Oogst van een kwart eeuw: een keuze uit de aanwinsten van de Universiteitsbibliotheek, verworven tijdens het bibliothecariaat van mr. W. R. H. Koops 1964-1990,samenst. J. KINGMA. - Groningen: Universiteitsbibliotheek, 1990. - 104 p.: ill.; 24 cm. - ISBN 90-3670-231-3.
Verzorgde publikatie bij een afscheidstentoonstelling. Niet alleen aan kostbare en 'grote' werken is gedacht bij de selectie. Het hele terrein waarop de UB actief is komt aan bod. Hier valt extra te vermelden: een bijdrage over de eerste Groninger drukker-uitgever Gerhard Ketel (begin 17de eeuw) met (p. 20-29) een eerste fondslijst. [M. d. S.].
1548. - B. A. M. VASKE, Boekvermeldingen in archivalia: over de omgang met boeken door begijnen te Haarlem en elders in De Boekenwereld,6, 1990, p. 162-170. ill.
De belangrijkste bronnen voor genoemd onderzoek zijn testamentaire beschikkingen en eigendomsmerken in handschriften en drukken. I.c. beperkt de auteur zich tot het archiefonderzoek van het Haarlemse begijnhof (15de17de eeuw). [E. C.-I.].
1549. - F. VAN LAMOEN, De hermetische gnosis: catalogus van een tentoonstelling door de Bibliotheca Philosophica Hermetica Amsterdam. - Amsterdam: Bibliotheca Philosophica Hermetica, 1990. - 88 p.: facsim.; 30 cm.
Eenvoudig uitgevoerde catalogus bij een selectic van 49 boeken uit genoemde verzameling (van de heer J. R. Ritman), die in de bibliotheek zelf te bezichtigen zijn. Deze is opgebouwd op vier pijlers, nl. hermetisme, mystiek, alchimie en vroege Rozenkruisers-geschriften. Bedoeling van de tentoonstelling is 'de doorwerking te laten zien van de basisprincipes van de gnosis: vanuit zelfkennis streven naar overbrugging van de dualiteit [stoffelijke/geestelijke wereld), om uiteindelijk naar de goddelijke oorsprong terug te keren'. We vinden er dus de Bijbel, Plato, Plotinus, Origenes, de Hypnerotomachia Poliphili,en natuurlijk de werken van de oude Hermes Trismegistus, sterk afhankelijk van de Genesis,het Corpus Hermeticum (voor het eerst in het Nederlands gepubliceerd in 1607), Johannes Tauler, Heinrich Seuse, Nicolaus de Cusa, Marsilio Ficino, Franciscus Mercurius van Helmont, Agrippa, Paracelsus, Robert Fludd, Giordano Bruno, om de voornaamste te noemen. Voorwaar, een heel bijzondere collectie handschriften en drukken waaronder zeldzame en fraaie exemplaren. [E. C.-I.].
Zie ook nrs.
1573; 1562; 1570; 1578; 1601; 1610; 1624; 1630
1550. - Ulla SANDER OLSEN, Handschriften en boeken uit het Birgittinessenklooster Maria Troon te Dendermonde in Spiritualia Neerlandica: opstellen voor Dr. Albert Ampe S.J. hem door vakgenoten en vrienden aangeboden uit waardering voor zijn wetenschappelijk werk. - Antwerpen: Ufsia. Ruusbroccgenootschap, 1990, p. 89(389)-106(406). (= Ons Geestelijk Erf, 63, 1989, 2-4; 64, 1990, 1-3).
Overzicht in vogelvlucht van het dubbelklooster Maria Troon te Dendermonde, gesticht in 1466 en opgeheven in 1784. Na de lijst van de bewaarde en de nog niet teruggevonden handschriften, van bekende kopiisten en van bezitters, volgen titels van drukken (15de-17de eeuw) die het klooster in zijn bibliotheek heeft gehad. (E. C.-I.].
1551. - Luc KNAPEN, La bibliothèque de l'ancienne abbaye de Saint-Hubert: Etat de la question in Archief- en Bibliotheekwezen in België,60, 1989, p. 59-66.
Status quaestionis van een poging tot reconstructie van het boekenbezit van de abdij van Saint-Hubert. Na een eerder onderzoek van de incunabelen (Kroniek 15
nr. 1363), richt de auteur zich thans tot de nog meer verspreide handschriften. [M. d. S.].
1552. - B. VAN SELM, Een nieuwe toekomst voor oud 'handelsdrukwerk': de bibliografie van Nederlandse boekhandelscatalogi gedrukt vóór 1801 in Open. 22, 1990, p. 335-339, ill.
Voorstelling van een fascinerend documentatieproject: het samenstellen van een bibliografie en de systematische reproduktie (op microfiche) van de Nederlandse boekhandelscatalogi (fonds- en veilingcatalogi). Dan zal boekhistorisch onderzoek daarvan pas echt grondig en in de breedte kunnen geschieden. [M. d. S.].
Zie ook nr.
1725
1553. - Alba amicorum: vijf eeuwen vriendschap op papier gezet: het album amicorum en het poëziealbum in de Nederlanden,eindred. K. THOMASSEN. - Maarssen/'s-Gravenhage: Gary Schwartz/SDU, 1990. - 184 p.: ill.; 27 cm. - ISBN 90-6179-105-7 (geb.) en 90-6179-127-8 (pbk.). Fl. 59, 50 (geb.).
Schitterend uitgegeven catalogus bij een prachtige tentoonstelling. Hoe kon het ook anders bij dit beeldige onderwerp! Hier zij gewezen op het gebruik van emblematabundels als album, de fraaie boekbanden en het curieuze verschijnsel van voorgedrukte alba (met randlijsten en meertalige spreuken). [M. d. S.].
1554. - R. JANSEN-SIEBEN, Repertorium van de Middelnederlandse artes-literatuur. - Utrecht: H & S, 1989. - XXV, 533 p.; 25 cm. - ISBN 906194-437-6 geb. Fl. 265.
Het lang verbeide Repertorium heeft in december 1989 het daglicht gezien en ik stel mij voor dat alle belangstellenden er zich meteen op gestort hebben om te gaan lezen, zoeken en ... schrijven. De auteur moet bergen verzet hebben om te kunnen opdelven wat een goudmijn betekent voor allen die zich tot het oude stiefkind, dat de artes-literatuur in ons land tot voor zéér kort is geweest, aangetrokken voelen: het Repertorium stelt een onvermoede rijkdom ten toon die velen ongetwijfeld zal aanzetten om nog braakliggende terreinen te betreden en met de ontginning een aanvang te maken. Beslist een uitdaging voor velen, want nu de moeilijkste opdracht goeddeels haar beslag heeft gekregen, met name de heuristiek, liggen de onderwerpen voor het grijpen.
Toch zal de heuristiek moeten verder gezet worden, voornamelijk op het gebied van de gedrukte boeken. In deze bespreking zal trouwens enkel aan dit soort bronnen aandacht worden geschonken, om een voor de hand liggende reden: de recensenten zijn niet voldoende vertrouwd met de wereld van het handschrift. Nochtans is het deze wereld die het uitgangspunt van dit Repertorium uitmaakte en waar ook het zwaartepunt ligt. Aangezien de auteur echter de tijdsgrens van de Middelnederlandse artes-literatuur tot 1600 heeft verlegd, betekent dit dat de drukken, weliswaar voor een kortere periode, een evenwaardige bron zijn. Precies op dit punt komen wij ietwat bedrogen uit. De behandeling van de handschriften en de drukken is namelijk zeer ongelijk, zozeer zelfs dat men zich kan afvragen of het wenselijk was de drukken bij dit onderzoek te betrekken.
Laten wij eerst zeggen hoe dit R opgebouwd is. Het bestaat uit drie delen systematische inventaris, handschriften, incipits, met aan het eind een register van persoonsnamen. Deel 1 wordt in de Inleiding een 'analytische catalogus' geheten, wat hij ook is, veeleer dan een systematische. In één alfabet zijn hier ondergebracht onderwerpen en auteursnamen. Onder elk lemma volgen zie- en zie-ookverwijzingen, een lijst handschriften met hun eventuele tekstbezorgers, een lijst drukken met volledige titelbeschrijving, in chronologische orde. Wie in een handschrift is geïnteresseerd, gaat naar deel 2 kijken, waar hij in alfabetische orde van de huidige bewaarplaats, de handschriften aantreft, van elk hs. is een zeer korte beschrijving gegeven gevolgd door een duidelijk overzicht van de inhoud voor zover aan het criterium van dit R beantwoordend en met opgave van het incipit. De drukken evenwel komen slechts in deel 1 aan bod. In se betekent dit natuuriijk geen enkel bezwaar, was het niet dat deel 1 aldus een halfslachtige behandeling biedt, ook al door de soms ellenlange titels van de gedrukte uitgaven in extenso weer te geven, waarbij de auteurs telkens tussen vierkante haken staan (wat heeft dit te betekenen ?). Het aandeel drukken had veel simpeler kunnen behandeld worden: primo een doorlopend genummerde titellijst op auteur of anoniem hoofdwoord, met impressum, stelselmatige verwijzing naar bibliografische repertoria (dit is nu, bewust, doorgaans achterwege gelaten), exemplaaropgave; secundo een onderwerpsregister. Het zoekwerk zou hierdoor ongetwijfeld vergemakkelijkt zijn, nu blijft de zoeker nog al eens zitten met het gevoel van 'heb ik nu alle ingangen wel gehad ?'. Ook voor de hss. zou een analoge formule dienstig geweest zijn. Inderdaad zowel druk als hs. bevatten vaak meer onderwerpen en/of meer teksten in één editie c.q. handschrift.
Welk het criterium was om de auteurs op te nemen in wat eigenlijk een onderwerpscatalogus is, is niet meteen duidelijk. Doordat deze in feite zeer analytisch is, zijn er talrijke verwijzingen van verschillende soort opgenomen. Die brengen de gebruiker naar een aantal lemmata, die op hun beurt ook weer (kunnen) doorverwijzen, m.a.w. je krijgt wat het onzekere gevoel van links naar rechts te worden geslingerd zonder zekerheid te hebben al het gezochte wat in het boek staat ook te hebben gevonden. En er stáát veel in! Het is niet duidelijk of de zie-ookverwijzingen van een breder begrip naar een enger verwijzen, of gewoon een relatie aangeven, of beide. Bovendien zijn er moeilijk te rubriceren (of indexeren) gevallen omdat ze bij meer dan één onderwerp kunnen worden ondergebracht, bv. Tscep vol wonders,hier naar 'Medecijnboek' verwezen.
Enkele voorbeelden: 1. Bij 'Lanfranc. Chirurgia Magna' staat geen enkele verwijzing; onder het lemma 'Chirurgie' staat vooraan een hele reeks namen van 'heelkundigen', waaronder bovengenoemden, gevolgd door een lijst handschriften, waarna de drukken volgen, die bevatten op hun beurt ook een paar verwijzingen, doch de meeste drukken staan hier, ongeacht hun auteur, beschreven. 2. Van Avicenna wordt naar enkele onderwerpen verwezen, o.a. 'Gezondheidsregels': daar vinden we een hele reeks z.o.v. naar o.m. Avicenna (!), gevolgd door een reeks handschriften en drukken. 3. Van 'Baardemaker' wordt verwezen naar 'Chirurgen', waar hij blijkbaar uit de boot gevallen is; dat is natuurlijk een accident. 4. s.v. 'Anatomie' staan vier zie-ookverwijzingen, drie naar auteurs, één naar een titel, een lijst van zes hss. (die dus uitvoeriger in deel 2 aan bod komen), vijf zie-ookverwijzingen naar drukken, een reeks drukken, chronologisch naar drukjaar. Gaan we nu kijken naar de eerst vermelde zie-ookverw., dan zien we dat we daar ook nog eens doorverwezen worden: Galenos: 2 hss. (in deel 2), Guido de Cauliaco: 4 hss., een aantal drukken. Henri de Néondeville: 2 hss., Van smenscen lede: zie ook Jacob van Maerlant en s.v. Gynaecologie, zes hss. Voor de drukken moeten we dan nog gaan kijken driemaal s.v. Medicijnboek, éénmaal s.v. Kruiden, Monsters; daarna volgt de lijst van de drukken onder het lemma 'Anatomie'. Dit is te veel over en weer gereis! 5. s.v. Chirurgie staan 10 zie-ookverw. naar auteursnamen, lijst met hss., drie zie-ookverwijzingen voor drukken naar auteurs, vier van auteurs naar andere lemmata, lijst drukken. Wat betekent dat voor Chirurgie onder dit lemma moet worden gezocht, onder een aantal auteursnamen en onder Medicijnboek.
Dat het systeem niet zo goed functioneert als men zou wensen, mag ook blijken uit onderstaand voorbeeld: Thomas van der Noot staat in het register met verw. naar 195 en 372. Op p. 195 vind ik s.v. Visieren eerst een zieverw. naar Maten - wat ons hier niet interesseert -, en daarna een naar ' 1513 Thomas van der Noot: sub Rekenboek'; daar vind ik (niet onder 1513 maar onder 1508) Die maniere om te leeren cyffren (p. 158). Op p. 372 vind ik Van der Noots naam in de titel van een artikel uit 1968 betreffende zijn Notabel boecken van cokerijen,artikel dat betrekking heeft op een hs. Maar waar staan de andere Van der Noots ? Laatstgenoemd drukje staat s.v. Culinaire recepten (p. 44), Tbouck van wondre vind ik s.v. Kunstboek (p. 86) en Tscep vol wonders s.v. Medicijnboek (p. 99). Dat men Dlicht der apothekers niet via Van der Noot vind is aannemelijk; hij is er evident niet de auteur van; van 'Farmacie' wordt je doorverwezen naar Apothekers waar echter géén Quiricus de Augustis staat. Het boek is te vinden enkel onder 'Medicijnboek'.
Over het selectiecriterium valt ook wat te zeggen. Zijn juridische teksten, met name gedrukte overheidspublikaties, hier op hun plaats ? (p. xiv). Kijk s.v. 'Dijkwezen': na een reeks hss. volgt één enkele druk; idem voor 'Hygiëne': hierover bestaan talloze gedrukte uitgaven. Maar moet dat hier ? De 'Kalender' stelde de auteur begrijpelijkerwijs voor een probleem: er zijn er nu veel en veel te veel (zie p. 75), zelfs in de wetenschap dat er misschien evenveel verdwenen zijn.
Het Register bevat persoonsnamen, oude - de behandelde auteurs - en moderne - de auteurs van publikaties over hen -; de eerste zijn hierbij zonder uitzondering op de voornaam gerangschikt, ook de humanisten, een val waar je een paar keer intrapt, want wie zoekt nu Favolius op Hugo, Ortelius op Abraham, Vesalius op Andreas ? Een moeilijkheid is ook dat de titels in het corpus niet genummerd zijn, zodat vanuit het register slechts naar een bladzijde kan worden verwezen. In de inleiding wordt niet voldoende uiteengezet hoe de heuristiek is gevoerd; voor drukken die de auteur niet zelf in handen kon hebben, moest zij zich verlaten op 'aanwezige catalogi of steekkaarten met meestal alleen maar short-titles'. Bij gebrek aan een bibliografische referentie of een ander spoor in de literatuur is natuurlijk toch een exemplaar opgegeven wanneer het ergens in een bibliotheek is aangetroffen; indien echter de vermelding van die bibliotheek of haar (kaart)catalogus niet is opgegeven, is men geneigd aan bibliografische schimmen te denken. Met de heuristiek heb ik dan ook grote moeite, want in een te groot aantal gevallen is een titel (van een druk) opgegeven, zonder literatuurverwijzing, en met de vraag waar wel een exemplaar aanwezig is. Mijn vraag: vanwaar komt die informatie dan ? (zie bv. s.v. Almanak). Ik geef toe dat dit soort vragen misschien alleen bij de bibliograaf rijzen die steeds zijn bronnen wil kennen en die bijgevolg onvoldoende rekening houdt met wat duidelijk in de Inleiding van dit R staat, te weten dat het enkel op de inhoud van de geïnventariseerde teksten slaat en de doelgroep uit neerlandici, sociologen, historici en wetenschapshistorici bestaat (p. xi). Opgaven van moderne tekstuitgaven of studies zijn verkort opgegeven (bv. op p. 10 'moderne ed. J. de Meyer, Brugge, s.d.'). Een literatuurlijst is er niet (naar de literatuur wordt immers niet stelselmatig verwezen). Wel is er een Lijst van de verkort geciteerde werken (p. xvii-xix). Een paar aanvullingen hier: Campbell heeft na het vierde supplement in 1890 nog andere; het laatst verschenen supplement op Nijhoff & Kronenberg dateert van 1971 en niet van 1958. De bibliograaf is allicht te veeleisend: hij had gaarne vernomen of volgende repertoria onderzocht zijn: Incunabula in Dutch Libraries, Borchling & Claussen, Adams, Machiels, Van der Haeghens Bibliographie gantoise (Moes & Burger zijn wel aanwezig!), Bibliotheca Belgica. de Plantin Press. Bij de speciale bibliografieën of catalogi mis ik Klebs, Bibliotheca Medica Neerlandica, Bierens de Haan, Durlings cataloog van de Library of medicine in Bethesda, Md., de bibliografie van Paré, A. J. J. Van de Velde's waardevolle aanzetten (want niet vervangen) tot bibliografie van de geneeskundige en andere wetenschappen, en van de bromatologie, Ferro's lijst van culinaire geschriften. Tijdschriften als Biekorf en Scientiarum historia zullen wel geëxcerpeerd zijn, maar wij weten het niet. Bepaalde verwijzingen bij sommige drukken lijken eerder toevallig te zijn, bv. bij '1550 Dat profijt der vrouwen' wordt C. Broeckx vermeld, maar Broeckx kent natuurlijk meer dan alleen maar dit werk.
Een paar bibliografische aanvullingen:
Van Clutius' Bijenboek (p.31-32) bestaat een facsimile (Leiden 1977)
Van het Antwerps Liedboek (p. 134) geldt thans als standaardeditie die van Hermina Joldersma (diss. Princeton 1982)
Conclusie m.b.t. de gedrukte werken: 1° een bronvermelding bij niet-gevonden edities zou de heuristiek kunnen voorthelpen, vooral omdat boekhistorici de gegevens met meer ervaring zouden kunnen inschatten; 2° naast de handschrifteninventaris hoort als evenwaardig pendant een drukkersregister ! Het samenstellen daarvan zou veel onnauwkeurigheden kunnen vermijden en onterecht ingeslopen teksten/edities verwijderen. Enkele voorbeelden:
p. 18 voor '1581' lees '1481' (A. de Keysere is een incunabeldrukker!)
p. 28 de ongedateerde druk van het Planeten Boeck is van na 1600 (Corn. Dircks Cool was actief 1614-1666)
p. 150, sub 1573-74 De Heere: op p. 390 is het vraagteken opgelost (L800: handschrift, geen druk!)
p. 163, sub 1595: Joost van Colster was actief 1614-1619, Jac. Marcus 1607-1648, dus ook een 17de-eeuwse druk
p. 182: geen exemplaren van de Plantijnse Reinaert uit 1566 ? ! (er bestaan twee facsimile's, een bibliografie van Plantijndrukken en een hele kast Reinaert-studies ... )
p. 195-6, sub Vogels, 1500: CA301 = ca. 1506 (NK 2534) en sub ca. 1503, ex. Cambridge = ca. 1507 (NK 2535), of twee schimmen opgelost.
Thans zijn de namen van drukkers niet in het register opgenomen. Aan de hand van een goed opgezet drukkersregister (als bij Simoni bv., zie Kroniek nr. 1617) kan de vakliteratuur over drukkers en uitgevers leiden tot betere dateringen en correcte toeschrijvingen. Via Rouzet, Gruys & De Wolf en het toch toegankelijke materiaal van P. Valkema Blouw (UB Amsterdam) moeten de Noord- en Zuidnederlandse drukken nauwkeuriger te beschrijven zijn en veel omvattender te localiseren - wat het eerste doel is van dit boek. De einddatum 1600 valt te verdedigen. Toch lijkt het ons moeilijk de Nederlandse vertalingen en wetenschappelijke werken uit de Renaissance als 'Middelnederlandse' artes-literatuur te kwalificeren (denk aan Ortelius bv.). De erg gewenste aangevulde versie van dit boek zou dan als titel kunnen dragen: Nederlandse artes-literatuur tot 1600: bibliografische inventaris.
Het Repertorium is een mooi uitgevoerd boek, op uitstekend papier gedrukt, in een formaat dat goed in de hand ligt - wat voor een naslagwerk als dit van zeer groot belang is - en gehuld in een wijnrode linnen band met goudgestempelde titel op voorplat en rug. [E. C.-I. & M. d. S.].
1555. - Bernard POUDERON, Les éditions d'Athenagore imprimées aux XVIe et XVIIe siècles in Bibliothèque d'Humanisme et Renaissance,52, 1990, p. 643-661.
Eerste verkenning van de gedrukte traditie van de Grieks-christelijke apologeet Athenagoras Atheniensis (einde 2de e. A.D.). De editio princeps van de Griekse tekst werd bezorgd door Petrus Nannius te Leuven (Barth. Gravius 1541), die ook een eigen Latijnse vertaling toevoegde. Interessant is dat deze druk ook te Parijs verscheen met C. Wechel als uitgever. Een andere druk uit de Nederlanden is die van 1588 te Leiden bij F. Raphelengius (met enkel de Griekse tekst). Onder de 'spoken' worden enkele Plantijndrukken vermeld uit 1560, 1583 en 1588. [M. d. S.].
1556. - Bernardus en de Cisterciënzerfamilie in België 1090-1990. Tentoonstelling 26 oktober - 8 december 1990. ed. M. SABBE, M. LAMBERIGTS en F. GISTELINCK. - Leuven: Bibliotheek van de Faculteit der Godgeleerdheid, 1990. - xiv + 614 p.: ill., 24 cm. - (Documenta Libraria, 11). - ISBN 9073683-01-7. BF 1.350.
De grote Bernardustentoonstelling was uiteraard vooral gericht op de kloostergeschiedenis, en voor het boek op de middeleeuwse codices. Toch zijn hier ook interessante gegevens te vinden m.b.t. het gedrukte boek: boekbanden met abdij- of abtswapens, incunabels, Bernardus-drukken, boekillustraties (grote plaatwerken etc.) tot en met de 19de- en 20ste-eeuwse liturgische drukjes uit Westmalle. Aparte vermelding verdient het artikel van Chris Coppens: 'De cisterciënzers en het boek: hun bibliotheken in België' (p. 181-194). In de bijdragen van M. Standaert, J. Bonny, G. Hendrix en M. Rombaut komen de Cisterciënzer-auteurs uit de grote abdijen aan bod. Het boek is voortreffelijk uitgevoerd, met een fraai voorplat in kleur. [M. d. S.].
Zie ook nrs.
1869; 2953
1557.- Guido HENDRIX, Bernardina en Cisterciensia in de Universiteitsbibliotheek leesboek-kataloog. Gent: Rijksuniversiteit, 1990. - xviii, 254 p.: omslag, ill.; 28 cm. (Schatten van de Universiteitsbibliotheek; 7). - ISBN 90-5223-004-8. BF 300.
De ondertitel legt de nadruk op 'leesboek' - wat deze publikatie ook is -;de 'kataloog' komt echter slecht uit de verf. De tentoongestelde en besproken documenten zijn in negen hoofdstukken ingedeeld; de drukken komen hier vooral ter sprake in gelegenheidsgedichten (A), boekbanden (D), drukken (F), en Gentse auteurs (G). Bij het lezen in dit boek blijft de bibliografisch en boekhistorisch geinteresseerde echter in de kou staan want elementaire informatie die in de regel in tentoonstellingscatalogi wordt geboden zoals bibliografisch adres, formaat, band- en herkomstbeschrijving, ontbreekt grotendeels.
Gelukkig wordt men doorverwezen naar Nijhoff (niet Nyhoff!) en Kronenberg, Machiels, de Bibliographia Bernardina van L. Janauschek en een paar publikaties over boekbanden, maar daarin staat niets of weinig over de geschiedenis van het exemplaar. De concordanties achteraan kunnen dit niet goed maken; registers ontbreken helemaal. Het komt op zijn minst bevreemdend voor dat 'technische beschrijvingen, die alleen de specialist kunnen interesseren [ ...] achterwege [zijn] gelaten' (Woord vooraf, p. xi). M.i. moet in een tentoonstellingscatalogus het ene met het andere samengaan: enerzijds een vlot leesbare informatieve tekst die door de niet-specialist van het onderwerp kan worden begrepen en gesmaakt en anderzijds een bondige maar accurate beschrijving van het besproken object, waar méér mensen dan enkel de bibliograaf c.q. bibliothecaris iets aan hebben. Conceptie van de tentoonstelling en keuze van de documenten lijken mij overigens geheel verantwoord én de tekst is ook vlot leesbaar. [E. C.-I.].
Zie ook nrs.
1869; 2953
1558. - Anne-Marie VAN PASSEN, Lodovico Guicciardini, L'ore di Ricreatione': bibliografia delle editioni in La Bibliofilia,98. 1990. p. 145-214. facsim.
Van de bekende auteur van de 'Beschrijving van de Nederlanden' heeft A-M. van Passen een ander werk bibliografisch in kaart gebracht. Van de 70 edities, de 'uitgaven' niet meegerekend, zijn er slechts een viertal in de Nederlanden (te Antwerpen) verschenen. [E. C.-I.].
1559. - G. Richard DIMLER, Short Title Listing of Jesuit Emblem Books in Emblematica. 2, 1, 1987. p. 139-187.
Wil een bibliografisch overzicht geven van alle emblemata-boeken uitgegeven door Jezuieten als auteur of door Jezuietencolleges. De lijst telt 1710 titels, waarvan 501 eerste edities. De overige zijn heruitgaven. Zuidnederlandse drukken zijn ruim vertegenwoordigd. [R. V. L.].
1560. - Alan R. YOUNG, Facsimiles, Microfilm Reproductions, and Modern Editions of Emblem Books in Emblematica,1.1. 1986, p. 109-156.
Geeft een overzicht van oude emblemata-drukken, die in de vorm van facsimile, microfilm of fiche of moderne herdruk opnieuw uitgegeven werden. De samensteller wijst in zijn korte inleiding op de gevaren, die kritiekloos gebruik van dergelijke heruitgaven met zich meebrengt. Verscheidene van de geciteerde titels werden oorspronkeiijk in de Nederlanden uitgegeven. Deze bibliografie telt ongeveer 800 titels. [R. V. L.].
1561. - De geneeskunde in de Zuidelijke Nederlanden (1475-1660). Onder redactie van Francine DE NAVE en M. DE SCHEPPER. - Antwerpen: Stad Antwerpen. Museum Plantin-Moretus en Stedelijk Prentenkabinet. 1990. -366 p.: ill.; 30 cm. - (Publikaties van het Museum Plantin-Moretus en het Stedelijk Prentenkabinet, 18). - BF 650.
Deze catalogus van een tentoonstelling in het Museum Plantin-Moretus (september-november 1990) telt 170 nummers. Daarvan zijn 111 nummers handschriften en (vooral) gedrukte werken; de overige stukken zijn prenten. met o.a. de 45 originele koperplaten van Plantins editie 'Vivae imagines partium corporis humani' van Juan Valverde (1566). Het merendeel van de stukken is geleverd door de oude bibliotheek van het Museum Plantin-Moretus zelf; daarnaast zijn boeken opgenomen uit de Koninklijke Bibliotheek Albert I en uit de universiteitsbibliotheken van Gent en Leuven; uit een privéverzameling komt een merkwaardige plano-druk met gebeden voor pestheiligen (nr. 103).
Alle nummers werden beschreven door een comité van 15 specialisten. Van elk boek wordt gegeven: de titel (verkort), herkomst, eigendomsmerken, een beschrijving van de band, actuele bewaarplaats met signatuur, inlichtingen over auteur en inhoud van het werk en literatuur; elke beschrijving is ondertekend met de initialen van een der medewerkers. Aan de eigenlijke catalogus gaan vier studies vooraf: over de renaissance van de geneeskunde (J.-P. Tricot), de chirurgie in de Zuidelijke Nederlanden (R. van Hee), Zuidnederlandse hoogleraren in de geneeskunde tijdens de renaissance (C. Gysel) en over pest en pestboekjes (D. A. de Poorter).
Het geheel vormt fascinerende lectuur. Enerzijds wordt men getroffen door de grote - ook en vooral literaire (!) - onderlegdheid van tal van medici: een man als Johannes Sturm die in de geleerde wereld vooral faam geniet als pedagoog te Straatsburg, was ook in de geneeskunde allesbehalve een leek. Meer dan één Leuvense hoogleraar in de medicijnen was tegelijk verbonden aan het Collegium Trilingue. Anderzijds kijkt men als niet-medicus enigszins bevreemd aan tegen speculatieve theorieën zoals 'derivatio' en 'revulsio' bij aderlating (p. 45). Aan plastische details ontbreekt het niet: van Vesalius is het bekend dat hij een lijk stal voor zijn anatomische studies; ik wist niet dat de tengere Gemma Frisius hem daarbij hielp (p. 45). De anatoom David van Mauden die leert hoe een skelet te prepareren, heeft (ter adstructio?) het geraamte van zijn vader in een doos liggen ! De nota's over belangrijke auteurs (Vesalius, Valverde, Dodoens) maar ook over meer nederige literatuur zoals pestboekjes bevatten veel, ook cultuurhistorisch belangrijke informatie. Het boek besluit met handige registers op drukkers (per stad), herkomsten, titels en personen.
Toch moet ik op enige mankementen van dit fraaie werk wijzen: inzake biografische details zijn er overlappingen. Waarom zijn bepaalde illustraties vergroot (zelfs zo, dat het lelijk wordt: p. 222) en andere niet (p. 80) ? Komen alleen in mijn exemplaar de pagina's 67/68 en 243/244 dubbel voor ? Ten slotte zij men medicinaal gewaarschuwd: het omslag geeft af; aan langdurige raadpleging houdt de lezer gifgroene vingers over. [W. W.].
Zie ook nr.
1869
1562. - Jan DESCHAMPS, De Middelnederlandse vertalingen en bewerkingen van de Hundert Betrachtungen und Begehrungen van Henricus Suso in Spiritualia Neerlandica .... p. 309(193)-369(253). (cf. nr. 1550).
Tien Middelnederlandse versies en twee in de Nederlanden ontstane Latijnse versies van Suso's Honderd Artikelen zijn geïdentificeerd en besproken. Van elk worden de bekende handschriften en incunabeluitgaven plus één postincunabel geregistreerd, de drukken goeddeels uit de Nederlanden. [E. C.-I.].
1563. - A. M. KOLDEWEIJ, In Buscoducis 1450-1629: kunst uit de Bourgondische tijd te 's Hertogenbosch; de cultuur van late middeleeuwen en renaissance. - Maarssen: G. Schwartz; 's-Gravenhage: SDU, 1990. - 352 p.: ill.; 30 cm. - ISBN 90-6179-084-0. Fl. 50.
Groots opgezette tentoonstelling met dito catalogus, in deze kroniek te vermelden omwille van het betrekkelijk groot aantal boeken - handschriften, drukken en banden - die er ter sprake komen. Bossche drukken en Bossche banden zijn uit verspreid bezit samengebracht en van commentaar voorzien; de beschrijving zelf is nogal summier vooral wat de banden betreft en verwijzingen naar repertoria zoals Nijhoff en Kronenberg ontbreken. Maar er is een schat aan gegevens bijeen gebracht die Den Bosch werkelijk uit de verf doen komen. Er is een uitgebreide literatuurlijst en een register. Bij zo'n luxueus uitgevoerde catalogus - géén prijs voor zo'n boek ! - is het wel jammer dat de noten achteraan zijn geplaatst; noten zijn echt geen overbodige luxe: men leest ze graag maar men zoekt er niet graag naar. [E. C.-I.].
1564. - The image of the word: Jewish tradition in manuscripts and printed books,ed. by Saskia R. DE MELKER, Emile G. L. SCHRIJVER, Edward VAN VOOLEN. - Amsterdam: Jewish Historical Museum, Leuven: Peeters. 1990. -80 p.: ill., 30 cm. - ISBN 90-6831-273-1.
Fraaie catalogus bij de schitterende tentoonstelling 'Schrift in Beeld' (14 september - 25 november 1990). Hier te vermelden wegens het belang van Amsterdam in de joodse boekproduktie. Met twee nuttige overzichten: 'The spread of Hebrew printing' (p. 23-32: Adriaan K. Offenberg) en 'Hebraica in Dutch public libraries' (p. 33-42: Saskia R. de Melker). [M. d. S.].
1565. - De hele Bibelebontse berg. De geschiedenis van het kinderboek in Nederland & Vlaanderen van de middeleeuwen tot heden. Eindredactie: Nettie HEIMERIKS en Willem VAN TOORN. - Amsterdam: E. Querido, 1989. -710 p.: ill.; 24 cm. - ISBN 90-214-6554X. Fl. 125.
Uitvoerige studie waarin de (mogelijke) kinderliteratuur of -lectuur behandeld wordt vanaf de middeleeuwen en daarna per eeuw tot nu toe. Er blijkt dat sinds de zestiende eeuw, met de uitvinding van de boekdrukkunst, eigen boeken voor de jeugd geproduceerd worden. Opvallend is de diversiteit die vanaf de achttiende eeuw optreedt. Alle bijdragen zijn door specialisten geschreven en stuk voor stuk lezenswaardig. Om de bibliografische wetenswaardigheden dienen afzonderlijk vermeld de bijdragen van P. J. Buijnsters over de achttiende eeuw en die van E. Willekens over 'Het kinderboek in Vlaanderen 1830-1985 '. Veel informatie biedt het slothoofdstuk van de eindredacteuren, 'Een marssekorff met prenten', waarin zij per eeuw een overzicht opstellen van de in dit soort literatuur werkzame drukkers en uitgevers met hun produktie. Het boek is fraai uitgegeven en sluit met een uitvoerig register. [W. W.].
1566. - De Minderbroeders en de Oude Leuvense Universiteit. Tentoonstelling 20 oktober - 18 november 1989; ed. M. SABBE. - Leuven: Bibliotheek van de Faculteit der Godgeleerdheid, 1989. - 71 p.: ill.; 24 cm. - (Documenta Libraria; 10).
De Leuvense Theologische Faculteit verwierf in 1989 de minderbroedersbibliotheek van Vaalbeek (met uitzondering van de handschriften en franciscaanse incunabels: die bevinden zich nu in Sint-Truiden). Een op Leuven toegespitste selectie werd tentoongesteld. De catalogus bevat tevens een opstel van Chris Coppens 'Armoede der wetenschap versus wetenschap der armoede: de franciscanen en het boek' (p. 11-21), een algemene schets van boekproduktie en boekengebruik door deze werkzame orde. De catalogus beschrijft ook een aantal incunabelen en andere vroege drukken, tevens is er ook een historisch overzicht van 'De boekencollectie van Vaalbeek' (p. 61-71).
De opmaak van de catalogus is nogal rommelig met een onfraaie schikking en een overdaad van haakjes en vet. Er is een lijst van afkortingen. maar die werden niet gebruikt bij de beschrijvingen. Geen verwijzingen dus naar Polain, Mees, De Troeyer etc. ... Jammer. [M. d. S.].
1567. - Hubert J. W. M. PETERS, The Crone Library. Books on the art of navigation left by Dr Ernst Crone to the Scheepvaart Museum in 1975 and books on the same subject acquired by the museum previously. Including a biography, a short history of the art of navigation in The Netherlands and a list of the Crone collection of nautical instruments. A descriptive special catalogue with annotations, indexes and an introduction to the catalogue. - Nieuwkoop: De Graaf for the Vereeniging Nederlandsch Historisch Scheepvaart Museum te Amsterdam. 1989. - LX, 805 p.: ill.; 25 cm. - (Bibliotheca Bibliographica Neerlandica. 26). ISBN 90-6004-372-3. Fl. 200.
Het Nederlandsch Historisch Scheepvaart Museum te Amsterdam bezit een omvangrijke, totnogtoe onbekende, bibliotheek. Het grootste deel van de oude drukken werd geschonken door Ernst Crone (1891-1975), verzamelaar van zeevaartboeken en -instrumenten. In deze catalogus worden de boeken chronologisch beschreven, de edities 1483-1850 (p. 43-488) wat uitvoeriger dan die uit de periode 1850-1971 (p. 489-610). Vermeld worden titel, impressum en collatie, gevolgd door een rubriek met aantekeningen: bibliografische referenties, historisch commentaar, exemplaarkenmerken). Er zijn uitvoerige registers (p. 611-750), o.a. op drukkers/uitgevers en op plaats van uitgave - daarin zijn de naamsvormen niet gestandaardiseerd (bv. 'Jean Mommaerts, Brussels'). De inleiding bevat vier artikels: 'Dr Ernst Crone (1891-1975): a biography' (p. xi-xxvi: Harald G. Th. Crone), 'A bibliography of the works by Dr Ernst Crone, chronologically ordered' (p. xxvii-xxxii: H. J. M. W. Peters), 'Survey of the history of the art of navigation in The Netherlands' (p. XXXVI-XLIX C. Koeman) en 'The Crone collection of nautical instruments' (p. LI-LX W. F. J. Mörzer Bruyns). Een belangrijke collectie, ook voor aanverwante domeinen als cartografie, techniek, wiskunde! [M. d. S.].
1568. - M. M. KORS, Gerlacus Peterssen nerstelyck ghecorrigeert: veranderende opvattingen in de Nieuwnederlandse 'Soliloquium'-vertaling in Wat duikers vent is dit!: opstellen voor W. M. H. Hummelen,onder red. van G. R. W. DIBBETS en P. W. M. WACKERS. - Wijhe: Quarto, 1989, p. 195-218, ill. - ISBN 90-5088-015-0.
Hernieuwde studie van uitgaven en vertalingen van Gerlach Peters' Soliloquium. uitmondend in een (voorlopig) stemma. Alles draait om enkele drukken uit 's-Hertogenbosch (1597, 1613 e.a.). [M. d. S.]
1569. - Antonio IGLESIAS-DIESTRE & Jean-Paul ODDOS avec la collaboration de Christian PELIGRY. Deux siècles espagnols: catalogue des livre espagnols des XVI° et XVII° siècles conservés à la Bibliothèque de Troyes. - Bordeaux: Société des bibliophiles de Guyenne. 1988. - 355 p.: facsim., 26 cm. - (Patrimoine des Bibliothèques de France; 4). - ISBN 2-904532-11 -0. FF. 220.
Het lijkt in Frankrijk gebruikelijk te zijn geworden de Zuidnederlandse steden, met inbegrip van Luik, onder het land 'Pays-Bas' te plaatsen! Zo vinden wij hier gerangschikt in het topografische drukkersregister de - overigens talrijke - drukkers uit Antwerpen, verder Brugge, Brussel, Leuven en Luik. De Noordnederlandse steden staan, correcter, s.v. 'Provinces Unies'; vertegenwoordigd zijn Amsterdam, Franeker, Gouda, Groningen, Den Haag ('Haagen'), Leyden, Rotterdam en Utrecht. Al bij al heel wat Spaanse teksten of auteurs gedrukt of uitgegeven in de Oude Nederlanden (Pays-Bas anciens). [E. C.-I.].
1570. - Jos ANDRIESSEN, Nog drie Nederlandse Stabat Mater-vertalingen uit de 17de en de 18de eeuw in Spiritualia Neerlandica,p. 39-53. (cf. nr. 1550).
Aanvulling op studies van P. Maximilianus in Ons Geestelijk Erf (1958), met chronologische lijst van vertalingen en een titellijst van gebedenboeken, lieden dichtbundels 1595-1800 waarin die voorkomen. De nieuwe drukjes komen uit Brugge (1710), Antwerpen (1753) en Brussel (1766). [M. d. S.].
1571. - Marja KEYSER, Het 'verboden boek' in de Bibliotheek van de Vereeniging ter bevordering van de belangen des Boekhandels in Geschiedenis godsdienst letterkunde: opstellen aangeboden aan dr. S. B. J. Zilverberg ter gelegenheid van zijn afscheid van de Universiteit van Amsterdam,onder red. van E. K. GROOTES en J. DEN HAAN. - Roden: Nehalennia, 1989 [versch. 1990], p. 233-239 (ISBN 90-71340-02-3).
Overzicht van het bronnenmateriaal voor de studie van het 'verboden boek': documenten en studies in verband met persvrijheid, wetgeving, overheidsprocedures, boekverboden, processen enz. Ook bibliografische gegevens over verboden boeken en hun verzamelaars (godsdienst, politiek, erotica enz.). Belangrijke categorie: de verzameling uitgaven van de Index librorum prohibitorum (o.m. de Leuvense van 1546). Ten overvloede: de 'verboden boeken' zelf worden niet verzameld ! [M. d. S.].
Zie ook nrs.
1586; 1623; 1643; 1646
1572. - Lotte HELLINGA, Editing texts in the first fifteen years of printing in New directions in textual studies,ed. Dave OLIPHANT and Robin BRADFORD. -Austin: University of Texas, Harry Ransom Humanities Research Center. 1990. p. 126-149.
Wat hebben tekstvarianten in vijftiende-eeuwse drukken ons te vertellen ? Kunnen het auteurscorrecties op de pers zijn ? Of drukproeven ? Gaat het om ingrijpende veranderingen aan de tekst ? Beoogt de drukker/uitgever een 'correcte' versie, een 'autentieke' versie, zoals moderne tekstbezorgers dit nastreven ? Het zijn vragen die de analytische bibliograaf zich moet stellen. Aan de hand van vier vroege voorbeelden uit Mainz (het Rationale van Durandus uit 1459, Bonifatius' Decretales uit 1465, het Catholicon en de Epistolae van Hieronymus uit 1470) is Lotte Hellinga dit nagegaan. Zij kwam aldus tot de bevinding dat de eerste drukkers/uitgevers, die vaak in de plaats van de auteurs optraden, vooral om twee zaken bekommerd waren: een zo compleet mogelijke tekst bieden die ook als 'nieuw' moest overkomen, ontdaan van de ballast van de onvermijdelijke tekstwijzigingen doorheen de eeuwen. [E. C.-I.].
1573. - Margaret L. FORD, Christ, Plato, Hermes Trismegistus: the dawn of printing; catalogue of the incunabula in the Bibliotheca Philosophica Hermetica. - Amsterdam: In de Pelikaan, 1990. - 2 bdn. in schuifdoos (207; 203 p.): facsim., 30 cm. - (Pimander. Text and studies published by the Bibliotheca Philosophica Hermetica, l). - ISBN 90-6004-406-1. Fl. 350.
In de rij catalogen van privé verzamelingen neemt die van de BPH wel een bijzondere plaats in naar inhoud én naar vorm. Zeer bewust rond bepaalde thema's opgebouwd (cf.
nr. 1549) speelt de tekst een primordiale rol; dit blijkt al meteen uit de programmaverklaring door de verzamelaar Joost Ritman zelf geschreven. Dit betekent echter niet dat bij het aanschaffen van boeken geen aandacht aan de vorm zou worden geschonken, wel integendeel. De conservator, F. A. Janssen is het bijna een tweede natuur geworden de mooiste of interessantste exemplaren, vaak met beroemde herkomsten, op de markt beschikbaar, te verwerven.
Met de incunabelcataloog wordt een nieuwe reeks ingezet: 192 wiegedrukken. verworven tussen 1978 en augustus 1989, zijn beschreven en toegelicht. Dat hiervan 55 edities niet eerder in Nederlandse collecties aanwezig waren, duidt al op het 'bibliologisch' belang van de BPH. De titelbeschrijving is, zeer terecht, kort gehouden: het werk van de goede incunabelrepertoria, waarnaar verwezen wordt, hoeft niet te worden overgedaan. Eigendomskenmerken en band worden uitvoeriger opgegeven, maar het meest gaat de aandacht uit naar de verantwoording van opname in de collectie en naar de bespreking van de inhoud. Zeer instructief hierbij is dat herhaaldelijk het verband wordt gelegd tussen deze en gene tekst, bv. tussen de Biblia Pauperum (ca. 1460-1470) en de mystieke geschriften van Ludolf van Saksen en Pseudo-Bonaventura. De Italiaanse en Duitse drukken zijn veruit het talrijkst, gevolgd door de Franse en de Zwitserse: Engeland is met één druk vertegenwoordigd en de Nederlanden met twaalf: G. Leeu, Ketelaer en De Leempt, J. van der Meer, A. de Keysere, J. Vollenhoe, Jan van Westfalen, J. Veldener, P. van Os, J. Bellaert, alle in IDL beschreven. De beschrijvingen zijn alfabetisch op auteur: al de andere namen (drukplaatsen inbegrepen) zijn in een uniek register opgenomen. Dit biedt voor- maar ook nadelen: men krijgt geen overzicht van de drukkers en bepaalde categorieën, zoals vroegere bezitters, zijn tussen andere namen verspreid.
De uitvoering van dit boek is in alle opzichten en zonder overdrijving schitterend. Gezet uit een Bemboletter naar een typografische vormgeving van Charles Jongejans, is de tekst op volmaakte wijze gedrukt door Mart. Spruijt te Amsterdam. De twee banden in mosterdkleurig linnen getuigen door hun sober decor van goede smaak; de openingen van dek- en schutbladen zijn vier bladzijden uit het boven geciteerd blokboek, uiteraard in kleur. Bij elke beschrijving is een kleurreproduktie opgenomen. Dit is alles mogelijk geweest niet enkel dank zij de beschikbare middelen, maar evenzeer dank zij een zekere en feilloze smaak berustend op kennis van het maken van boeken. Deze eerste catalogus van de BPH is een must voor alle bibliotheken met oude-boekenbezit én voor particulieren, geïnteresseerd zowel in incunabelen als in vroeg humanisme, christendom, mystiek en Rozenkruisers, als tenslotte in smaakvol uitgevoerde boeken van nu. De publikatie wordt verspreid door Bob de Graaf te Nieuwkoop in wiens fonds dergelijke catalogus natuurlijk geheel past. [E. C.-I.].
1574. - Christiane PIERARD, Xylotypes, incunables, post-incunables conservés á la bibliothèque de Mons. Préface de Maurice-A. ARNOULD. - Mons: Université de Mons-Hainaut. 1989. - xxxvi. 259 p.: facsim., 26 cm. - (Editions universitaires de Mons. Répertoires -, 2). - ISBN 2-87325-000-3. FB 750.
De catalogus die Ch. Piérard heeft samengesteld omvat achtereenvolgens een uitvoerige inleiding waarin de geschiedenis van de verzameling wordt uiteengezet, de eigenlijke catalogus, die een 337 beschrijvingen omvat, een Index des accedunt, des commentateurs, des éditeurs scientifiques et des traducteurs, een Index des imprimeurs, des éditeurs, des libraires, een topografische index en een zeer uitvoerige Index des provenances. Tenslotte nog een index van de illustraties, van de watermerken, van de banden ... Wat wenst men nog meer ? De eigenlijke notities worden onderverdeeld in diverse rubrieken. De eerste groepen omvatten de eigenlijke catalografische gegevens, de bibliografische referenties en de collaties. Vermits dit werk reeds vroeger gedaan was en te vinden is in de heruitgave van Polain valt hier niets nieuws aan te stippen (behalve nr. 265). Het belang van deze catalogus echter ligt voor mij op een ander vlak: de uitstekende rubrieken d en e: Indices de provenance en de Annotations manuscrites. Hier heeft de auteur origineel en belangrijk werk gedaan. Onze nieuwsgierigheid nochtans wordt noch voldaan bij nr. 1: welke uitgave is het hier, een Schreiber referentie is steeds nuttig, noch bij nr. 14 waar ze het over de Martensband heeft. [J. M.].
1575. - A. K. OFFENBERG, A short-title catalogue of Hebrew books printed in the fifteenth century now in the Bibliotheca Rosenthaliana. - Amsterdam: (University Library), 1990. - xxxi, 55 p.: ill.; 25 cm. - ISBN 90-6125-491-4. Fl. 50.
In beperkte oplage verscheen deze inventaris van Hebreeuwse incunabelen in de Amsterdamse Bibliotheca Rosenthaliana. Het betreft hier een bijprodukt van Offenbergs grote internationale catalogus: Hebrew incunabula in public collections: a first international census. Bibliotheca Humanistica & Reformatorica 47 (Nieuwkoop, De Graaf, 1990). [M. d. S.].
1576. - G. CLAESSENS, De Historie van Godevaert van Boloen in Wat duikers vent is dit!: opstellen voor W. M. H. Hummelen. Red. G. R. W. Dibbets & P. W. M. Wackers. - Wijhe: Uitg. Quarto, 1989, p. 105-119, ill.
De druk van deze historieroman, door de Hellinga's aan een Anonymus toegeschreven, bekend onder de noodnaam de Drukker van de Godevaert van Boloen, wordt als tekst aan een onderzoek onderworpen: de auteur en zijn bronnen, functie van een 12de-eeuwse tekst in de vijftiende eeuw, relatie tot de Historie van den Ridder metter swane. Een zin in laatstgenoemd verhaal was de aanleiding en de aanzet voor dit onderzoek. [E. C.-I.].
1577. - A. M. DUINHOVEN & G. A. VAN THIENEN, Een onbekende druk van de 'Karel ende Elegast' in Leningrad in Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde,106, 1990, p. 1-14, facsim.
In de Deutsche Staatsbibliothek te Berlijn trof G. van Thienen een verwijzing aan naar een onbekende druk van genoemd werk, in een onvolledig exemplaar in de Saltykov-Shchedrinbibliotheek te Leningrad bewaard. Gedrukt in het Lettersnidertype, kan geen drukker worden aangewezen, aangezien er te veel van dit type gebruik hebben gemaakt. Op bibliografische én inhoudelijke (redactie) gronden kan enkel gezegd worden dat de druk ontstaan is in de Nederlanden, gezet uit het Lettersnidertype, na 3 juli 1496. In een later te verschijnen supplement op Campbell (XIII) krijgt deze druk nr. 973a. Duinhoven geeft zijn bevindingen na een eerste 'vluchtige tekstvergelijking': L krijgt een plaats tussen C en D. [E. C.-I.].
1578. - Carine LINGIER, Over de verspreiding van Sint-Bernardus' Liturgische sermoenen in het Middelnederlands in Spiritualia Neerlandica .... p. 18(318)-40(340). (cf. nr. 1550).
Behalve eenendertig handschriften zijn twee wiegedrukken van Bernardus' prekenbundel overgeleverd. In 1484 en nogmaals in 1495 drukt Peter van Os te Zwolle de derde redactie van de Middelnederlandse vertaling. [E. C.-I.].
1579. - Diane SCILLIA, The Jason Master and the woodcut designers in Holland. 1480-85 in Dutch crossing,dec. 1989. nr. 39, p. 5-44, ill.
Onderzoek naar de houtsneden die de Jason Meester of de Meester van R. Lefèvre's Historie van Jason in de jaren 1480-1485 voor G. Leeu maakte. Enerzijds verraden zij invloeden van zowel miniaturen in handschriften als van Duits graveerwerk, anderzijds liggen zij aan de basis van wijd verspreide houtsneden tot begin 16de eeuw toe. Scillia's uitgangspunt was de gelijkenis tussen houtsneden over het leven van Jezus in drukken van Leeu in Gouda en Antwerpen en Bellaert in Haarlem, en de miniaturen in bepaalde handschriften die met de Jason Meester in verband zijn gebracht. [E. C.-I.].
1580. - Jan VAN DER NOOT, Verscheiden Poetixe Wercken (Keulen, 1572): het voorwerk. Ingeleid, uitgegeven en toegelicht door Karel PORTEMAN en Werner WATERSCHOOT. - Leuven; Amersfoort: Acco. 1990. - 161 p.: portr., facsim.; 24 cm. - (Leuvense studiën en tekstuitgaven, nieuwe reeks; 9). ISBN 90-334-2215-8. BF 890.
In april 1985 ontdekte Karel Porteman in de Universiteitsbibliotheek te Wroclaw een exemplaar van de VPW van Jan van der Noot: Waterschoot kon bevestigen dat het om een verloren gewaande bundel ging! Laatstgenoemde auteur heeft het analytisch-bibliografisch onderzoek gevoerd waarvan hier de eerste resultaten te lezen zijn. Zo blijkt uit de collatieformule dat de hoofdmoot van deze bundel bestaat uit het restant van Het Bosken (Londen, ca. 1570). De 'Keulse' toevoegingen, over twee katernen verdeeld en vooraan geplaatst, bevatten gedichten opgedragen aan Keulse juristen en Nederlandse calvinistische uitwijkelingen. De wel gelokaliseerde (Keulen) en gedateerde (1572) maar zonder naam verschenen druk heeft W aan Eucharius Cervicornus kunnen toeschrijven. Verder heeft W een aantal materiële feiten geobserveerd zoals varianten in de custoden, zetfouten, smet in katern B,en vooral de plaatsing van B,en er een verklaring voor gegeven. De tekst van deze Keulse katernen is hier uitgegeven en gevolgd door een facsimile (op ware grootte). VPW is de eerste bundel die Van der Noot in het Rijnland heeft laten drukken. Het exemplaar heeft toebehoord aan Thomas Rehdiger (+ 1576), jurist uit Breslau, leerling en vriend van Clusius. De hele Keulse context is door Porteman belicht. Behalve een bibliografisch vertoont deze studie ook een historisch belang: ze betekent een bijdrage tot de geschiedenis van de Nederlanders die naar het Rijnland vluchtten. [E. C.-I.].
Zie ook nrs.
1882; 2332; 2460
1581. - Willem HEIJTING, De catechismi en confessies in de Nederlandse Reformatie tot 1585 = The catechisms and confessions of faith in the Dutch Reformation to 1585. With a summary in English. Academisch proefschrift Universiteit van Amsterdam. - Nieuwkoop: B. de Graaf, 1989. - 2 dln. (ix, 413 . v, 380 p.): facsim. . 24 cm. - (Bibliotheca bibliographica Neerlandica 27). -ISBN 90-6004-402-9. Fl. 250.
Voor 1585, d.w.z. gedurende de eerste halve eeuw van de Reformatie, zijn minstens een tweehonderdtal drukken verschenen van 39 Nederlands gereformeerde catechismi en confessies of geloofsbelijdenissen. H heeft de hele produktie binnen de aangegeven begrenzing in de tijd onderzocht: de in de Nederlanden verschenen drukken, de elders in het Nederlands verschenen drukken, de uitgaven bestemd voor Nederlanders in ballingschap; daarenboven de vertalingen en herdrukken van teksten die oorspronkelijk in de Nederlanden of in het Nederlands of voor Nederlandse vluchtelingen zijn verschenen. De catechismi en confessies behoren tot de lutherse (A: 16 edities), de gereformeerde (B: 18 edities) en de 'radicaal' reformatorische strekking (C: 5 edities). Omdat de catechismi en de belijdenissen slechts twee van de vele soorten teksten zijn die met godsdienst te maken hebben moeten ze in hun context worden gezien, waardoor bepaalde fenomenen in de wereld van het boek dan allicht kunnen worden verklaard. H wijst terecht in zijn inleiding op de werken over dogma en exegese, devotieliteratuur en preken, martyrologia, bijbelvertalingen, psalm-berijmingen en gezangboeken en niet in het minst de pamfletliteratuur. Dat dit aspect niet uit de verf komt is allicht te betreuren maar anderzijds volkomen billijk: de opzet van dit werk zou er geheel anders uitzien en dit boek zou nog jaren op zich hebben laten wachten - wat bijzonder jammer zou zijn geweest.
Van de ongeveer 200 verschillende drukken van catechismi en confessies kon H een vijfhonderdtal exemplaren opsporen, bijna voor de helft buiten de bibliotheken in Nederland en België: voorwaar een belangrijke oogst! Het belang van enquête en onderzoek schuilt o.m. in het aantal niet eerder opgedoken drukken, in het erkennen van auteur of vertaler van een aantal teksten. Zo is bv. Andreas Althamer de auteur van de Kinderleere (A2.1-5) en kon er een onbekende Antwerpse druk van T. de Bèze (B 17) worden gevonden. Van een Duitse vertaling uit 1563 (B 1 l- 12) en een Franse druk uit 1566 (B 11.5) kon het auteurschap van G. de Brès erkend worden (geen van drie in Gilmont). En zo zijn er meer voorbeelden aan te halen.
Na de stand van het onderzoek (I), de begrenzing en werkwijze (II) biedt H in een synthese-overzicht (III) het resultaat van zijn tekstonderzoek en bespreekt achtereenvolgens de (1) Vroege teksten met een vernieuwende strekking, (2) Lutherse teksten en hun auteurs, (3) Gereformeerde teksten en hun auteurs, (4) Katholieke teksten, (5) de 'radicale reformatie'. Vooral de leek krijgt hierdoor een goed inzicht in de strekking van de verschillende catechismi en confessies en de rol en invloed die daarbij van niet-Nederlanders is uitgegaan. In (1) ontmoeten wij bv. Christelijke onderwijzing tot den rijke Gods (E7), Hoe Christus ons leert bidden (E8), teksten waarin het Lutherse karakter afgezwakt is of die geen eigenlijke catechismus of belijdenis zijn. In (2) zijn vnl. de Kleine catechismus uit 1529 en de Confessio Augustana uit 1530 toonaangevend. In (3) - zo heeft H vastgesteld - is de inbreng van Nederlanders aanzienlijker geworden: G. de Brès, M. Micron, J. Utenhove, F. Junius. Aan (4) wijdt H enkele regels om te wijzen op het bestaan van de contra-reformatorische catechismi en geloofsbelijdenissen. Tot (5) behoort een geheel van dissidente bewegingen, waaronder de individualistische geloofsbelijdenis van een Hendrik Niclaes. In een volgende paragraaf onderzoekt H vorm en indeling van de inhoud van beide soorten geschriften: dialoogvorm voor de catechismus, indelingprincipes, opname als onderdeel in een groter geheel - speurwerk voor de teksthistoricus en de bibliograaf ! -, begeleidend materiaal (liminaria, marginalia), van groot belang om oriëntering en doelgroep vast te stellen.
Vervolgens plaatst H de besproken teksten in een historische context (IV). Een kwantitatieve benadering van de edities gespreid over de betreffende jaren 1529-1585 wijst aldus uit dat er zich globaal twee perioden aftekenen: 1550 betekent inderdaad een cesuur, want pas daarna stijgt het aantal drukken in grote mate, met als topjaren 1561, 1563, 1566-1567 (het Wonderjaar), 1579, 1581 en 1582. De chronologische indeling wordt nog verfijnd en biedt zicht op het verband van de edities met de kerkelijke en politieke toestand van het ogenblik. Jammer dat in de tabellen 1 tot 5 (p. 53-55) de drukplaatsen - voor zover die dan al bekend zijn - of althans de regio's niet zijn aangegeven.
In kap. V wordt uitvoerig aandacht besteed aan druk én verspreiding van de betrokken geschriften, waarmee de boekhistoricus en de bibliograaf zeer hun profijt kunnen doen. Ook al is de kopij in geen der gevallen bewaard, toch zijn er andere bronnen aan te wijzen die de gang van zaken - redigeren, zetten, corrigeren. drukken, verspreiden - toelichten. Het zal niemand verbazen dat de helft van de hier beschreven drukken zonder of met een fictief impressum zijn verschenen. Toch kon daarvan in de loop der jaren de helft aan een drukker worden toegeschreven - mede dank zij het typografisch onderzoek van Paul Valkema Blouw -, zodat het panorama voor 3/4 'terra cognita' wordt. Antwerpen neemt hierbij de eerste plaats in, en blijft actief, ook in de jaren 60 wanneer er minder namen worden genoemd. De oorden in ballingschap, voornamelijk na 1550, zijn Londen, Emden, Frankfort, Heidelberg, Wezel, Kampen, Vianen. Drukkers als Marten de Keyser, Matthias Crom, Steven Mierdmans, Nicolaas van den Berghe (pseud.: Collinus Volckwinner), Gillis van der Erven, Willem Gailliart (pseud.: Theophilus Brugensis), Hans de Braeker, Jan Canin, Augustijn van Hasselt, Dirk Buyter, Gillis Coppens van Diest, Hans de Laet en anderen. Al of niet om den brode, al of niet uit overtuiging, drukten zij de protestantse geschriften en verkochten ze voor zover zij niet door kramers aan de man werden gebracht of gewoon door de auteurs aan belangstellenden bezorgd. Het aantal herdrukken en vertalingen van een tekst geeft een kijk op de verbreiding of de bekendheid ervan. Ook hiervan geeft H getallen op, naar herkomst van de teksten en naar taal. Ook al is de doelgroep van deze literatuur en de houding van kerkelijke en wereldlijke instanties bekend, toch beweert H met recht en reden dat deze bibliografie niets wezenlijks kan zeggen over de receptie van bedoelde teksten, slechts als uitgangspunt van zo'n onderzoek kan dienen. Het ligt voor de hand hierbij te denken aan wat in het voorbericht tot de drukken staat en na te gaan welke titels in de indices van verboden boeken voorkomen.
De hoofdmoot bestaat uit de 'bibliografische' lijst (VI). Volledigheidshalve moeten we even terug naar het inleidend hoofdstuk II waarin H zijn bibliografische methode uiteenzet. De drukken waarop hij Bowers' principes wil toepassen, laten niet toe dit over de hele lijn te doen (en wel elk exemplaar bij het onderzoek betrekken, wat al onmogelijk is bij unica). Toch heeft H heel wat exemplaren aan autopsie onderworpen. Niettemin valt te prijzen dat in zijn uiteenzetting de grenzen zeer duidelijk aangegeven zijn; te vaak gebeurt dit niet en gaat men op de duur denken dat het 'ideal copy'-systeem gehonoreerd wordt in élke descriptieve bibliografie zonder meer. Fotografie stelt hij terecht boven quasi-facsimile transcriptie, zonder dat de eerste een transcriptie van welke soort dan ook moet/kan vervangen, al was het maar omdat een foto per definitie de weergave van één bepaald exemplaar is. Hoewel de 'Nederlandse' vingerafdruk de analytische bibliografie dienstiger is dan de Schots-Franse, vond H bij het materiaal verzamelen het ogenblik nog niet rijp om het systeem toe te passen. Ik vraag me overigens af in hoever de vingerafdrukopname in een beperkte en gepubliceerde bibliografie zinvol is, bij het onderscheiden van uitgaven van één editie zou ze wel de proef op de som hebben kunnen maken. Titel, impressum en collatieformule worden gevolgd door de vermelding van het typografisch materiaal, voornaamste lettertype, ornamenten, overige. Het zijn elementen die een determinerende rol kunnen spelen bij een poging tot oplossen van de naamloze en schijnadressen. Daarom is het te betreuren dat H niet tot stelselmatige reproduktie ervan is overgegaan, of tenminste naar bestaande afbeeldingen heeft verwezen. Het zijn bouwstenen tot een typografisch album zoals we dat kennen voor de postincunabelperiode (hoe onvolledig ook) en dat we node missen voor de latere zestiende eeuw. De vindplaatsen, bibliografische verwijzingen en aantekeningen volgen hierop in logische orde. Het is een uitstekend idee geweest om de titelpagina's in een aparte band te bundelen, zodat de reproduktie handig naast de rest van de beschrijving kan worden gelegd. Het volume van het geheel vergde toch al een tweede band, en op die wijze kan veel nodeloos wit worden vermeden. Zoals reeds aangeduid zijn de beschrijvingen per categorie gegroepeerd in A, B en C. Daarop volgen enkele appendices: onzekere en onjuiste vermeldingen en verzamelwerken, meestal in geen exemplaar bekend (D), verwante publikaties (E), handschriften (F). Men mag aannemen dat deze laatste door H zijn onderzocht met het oog op de relatie met de bekende drukken, maar duidelijk uitgesproken is het niet.
De eerste band bevat ten slotte de Gebruikte literatuur (ongeveer 25 bladzijden). De registers sluiten de tweede band af: 1. een op de bibliografie (A-C), naar titel, naar jaar van uitgave, topografisch naar drukker/uitgever en naar exemplaren; dit laatste register is tweevoudig opgevat - hoe nuttig! - naar bibliotheek en naar volgnummer van de bibliografie; hierbij zijn de niet de visu onderzochte exemplaren gemerkt met 'cr' of 'pr' (i.e. complete of partiële reproduktie). 2. een algemeen register van namen en zaken betrekking hebbend op de hele tekst, met uitzondering van de impressumgegevens.
Mijn besluit is kort samen te vatten: dit is een voortreffelijk boek dat ons een brok geschiedenis biedt gebouwd op de analyse en de beschrijving van gedrukte teksten. Analytische bibliografie schept dus, samen met tekstonderzoek, niet enkel de voorwaarden om teksten te editeren, maar is tevens historisch onderzoek. Dat heeft Heijting aangetoond. Daarmee toont hij zich een waardig en veelbelovend leerling van Herman de la Fontaine Verwey en Wytze Hellinga. Geschiedenis van het boek is een van de vele uitingen van cultuurgeschiedenis, om haar de juiste plaats daarin toe te kennen is evenwel detaillistisch onderzoek van de hoofdbron, het gedrukte boek. noodzakelijk.
Wat de materiële uitvoering van deze studie betreft. wil ik niet in herhaling vallen: ze getuigt voor de zoveelste maal van het vakmanschap van de uitgever wiens marineblauwe reeks BBN in de bibliotheek van elke Nederlandse (boek)historicus thuishoort. [E. C.-I.].
1582. - Ben J. P. SALEMANS, Jacob Bathen, printer, publisher and bookseller in Louvain, Maastricht and Düsseldorf c. 1545 to c. 1557 in Quaerendo,19. 1989, 1-2, p. 3-47, ill.
Jacob Bathen (1516-1558) is een van die 'kleinere' drukkers die door hun herhaalde verhuizingen ook boekhistorici het leven hebben zuur gemaakt. Toch is ook hij belangrijk geweest: hij wordt in verband gebracht met de befaamde Leuvense 'SPES'-paneelstempelbanden én hij was de drukker van veel van Phalesius' muziekuitgaven. Vanuit een onderzoek naar het Maastrichtse liedboek uit 1554 heeft de auteur getracht Bathens levensloop en carrière uitvoerig te reconstrueren. In bijlage geeft hij een chronologische lijst van uitgaven (p. 34-41). Een kleine opmerking: de 'leghe(r) straat' in noot 30 was zeker geen 'Army Street', maar wel, in goed Brabants, een 'lage(re) weg'. [M. d. S.].
1583. - C. COPPENS, A Monomachia against Alciato: a hitherto unknown pacifist tract dedicated to Cardinal Granvelle and printed by Gillis Coppens of Diest, Antwerp, 1563,in Gutenberg Jahrbuch 1990, p. 143-161, ill.
Dit is het overvloedig geillustreerde verhaal van een speurtocht met heel wat zijwegen, uitgaande van de Monomachia,een tot voor kort onbekend boek van Angelus a Sancto Joanne. Lid van de Hoge Raad van Mechelen, richt hij zich tegen de jurist Andrea Alciato en draagt het werk op aan Granvelle. C heeft de druk ervan kunnen toeschrijven aan Gillis Coppens. Toch blijven er nog vragen onbeantwoord en kan het onderzoek vooralsnog niet worden afgerond. [E. C.-I.].
1584. - Robin A. LEAVER, A unique broadsheet in the Scheide Library, Princeton in The papers of the Bibliographical Society of America,83, 1989, p. 337-352.
De besproken planodruk, Londen, William Seres, 1561, met als auteur Maarten Micron (STC 17863.7), zit vastgeplakt op de versozijde van het laatste blad van een exemplaar van de Engelse Bijbelvertaling van Thomas Matthew, gedrukt te Antwerpen in 1537 (STC 2066). Het gaat om (niet vermeld) NK 2497: een vermoedelijke druk van M. Crom voor twee Londense uitgevers. Vondst en identificering werpen weerom een licht op de betrekkingen tussen Holland en Engeland op godsdienstig vlak. [E. C.-I.].
1585. - P. VALKEMA BLOUW, Een onbekende doperse drukkerij in Friesland in Doopsgezinde bijdragen,nr. 15, 1989, p. 37-63.
Diepgaand en contrastrijk onderzoek naar de ware drukker van een Biestkens-Bijbeluitgave uit 1564, gezet uit Taverniers nonpareil (Vervliet T 51), de kleinste Nederlandse textura in die tijd en die voorkomt in Plantijns Index van lettertypen uit 1567. Het enige bronnenmateriaal dat PVB ter beschikking stond waren lettertypen, ornamenten en initialen en de combinaties hiervan. De verrassende resultaten zijn dat vierentwintig doopsgezinde boeken, bestemd voor de volgelingen van Menno Simmons, tussen 1556 en 1570 te Franeker gedrukt werden: de eerste zestien door Jan Hendricksz van Schoonrewoerd uit Utrecht, de overige acht door zijn niet bij name bekende opvolger. [E. C.-I.].
1586. - C. C. DE BRUIN, Utenhove te Rooborst (1543): het keerpunt in de gang van zijn leven in Geschiedenis godsdienst letterkunde .... p. 45-48 (cf. nr. 1571).
De reformator Jan Utenhove (1516-1565) schreef op jeugdige leeftijd het toneelspel De Evangelische Leeraer,gedateerd ' 1532' en opgevoerd in ' 1543', dat na zijn dood verscheen (S.l. 1570). De anonieme drukker was Willem Gheylliaert te Emden. [M. d. S.].
1587. - Paul VALKEMA BLOUW, A Haarlem press in Sedan and Emden (1561-9). Part one: Haarlem. Part two: Sedan and Emden,in Quaerendo,19, 1989, p. 225-250, 253-298, facsim.
Na meer dan zeventig jaar heeft Haarlem opnieuw een drukker binnen zijn muren gekend: Jan van Zuren (1517-1591). Hij heeft van de Coster-stad een drukkerscentrum willen maken waar ook alle nevenactiviteiten van het boek zouden bloeien, naar het voorbeeld van Antwerpen en Lyon. Van Zurens drukkerij die tot in 1564 werkt, produceert niet veel (in bijlage zijn 14 drukken beschreven): kwaliteit van het gedrukte, lettertypen en genre teksten echter hebben een keerpunt betekend. Wat met Van Zurens typografisch materiaal na 1564 is gebeurd was tot nog toe een open vraag gebleven. Tot PVB op de drukken zelf onderzoek is gaan verrichten wat, gekoppeld aan archiefonderzoek, geleid heeft tot de oplossing van het probleem. Hij trof het typografisch materiaal aan in Sedan; Goossen Goebens drukte er in 1565, opgevolgd door Lenaert der Kinderen. In 1567 verhuisde de pers andermaal, nu naar Emden, al langer bekend als drukcentrum van pamfletten en verboden literatuur. In bijlage de beschrijving van dertien drukken uit Sedan en zes uit Emden. [E. C.-I.].
1588. - R. M. Th. E. OOMES, De weduwe Arent Henricxzoon in Uit Leidse bron geleverd: studies over Leiden en de Leidenaren in het verleden,aangeboden aan drs. B. N. Leverland bij zijn afscheid als adjunct-archivaris van het Leidse Gemeentearchief. onder red. van J. W. MARSILJE ... et al. - Leiden: Gemeentearchief, 1989, p. 347-353.
Grondige biografische studie gebaseerd op diepgaand archief-onderzoek naar (de weduwe van) de Delftse drukker Arent Henricxzoon. Deze blijkt af te stammen van de grote Hendrick (Lettersnider). De weduwe publiceerde o.m. Laurens van Oorschot, Almanach ende Prognosticatie (Delft 1575; enig ex. in Museum De Lakenhal te Leiden). Gewezen wordt o.m. op contacten met Plantijn. [M. d. S.].
1589. - Den Sack der consten: een Vlaams volksboek, gereproduceerd naar de Antwerpse druk van Jacob van Liesvelt uit 1528. Ingeleid door W. L. BRAEKMAN. -Brugge: M. van de Wiele, 1989. - 79 p.: omslag. front. ill., facsim. 21 cm. - ISBN 90-6966-050-4. BF 761.
Het facsimile van dit secretenboek werd gemaakt naar het enig bekende exemplaar van NK 1843, bewaard in de UB te Amsterdam. In de inleiding gaat B kort in op de verzamelingen 'experimenten, secreten en consten allerlei' die sedert de middeleeuwen in handschrift en druk zijn verspreid. Hij geeft een lijst op van de drukken die bestaan of althans in de literatuur bekend zijn. Als bronnen voor de samensteller van Den sack (is het Van Liesvelt geweest ?) konden twee drukken van Thomas vander Noot aangewezen worden (NK 725 en 433). Als Appendix bezorgt B de belangrijke toevoegingen uit latere zestiende-eeuwse drukken. Weerom is een zeldzame druk toegankelijk gemaakt voor het onderzoek. In tegenstelling tot verscheidene voorgaande uitgaven door Braekman, is dit boek niet in een collectie opgenomen. [E. C.-I.].
1590. - De Craneveltcorrespondentie. [Editor: D. ALLARD; redactie: J. IJSEWIJN e.a.]. - [Brussel: Koning Boudewijnstichting, 19901. - 22 p.: omslag, ill., facsim.; 30 cm. - ISBN 90-5130-068-9. BF 150.
Ruim honderd brieven door verschillende humanisten aan Frans Cranevelt (1485-1564) in de jaren 1520-1523 gericht zijn vorig jaar aan het daglicht gekomen. Dank zij een reddingsoperatie konden zij door het Fonds Roerend Cultureel Erfgoed van de Koning Boudewijnstichting worden aangekocht op de auctie bij Christie's in juni 1989. N.a.v. de officiële overhandiging hiervan verscheen een gelegenheidspublikatie met o.m. de publikatie met vertaling van een brief van Vives. In deze brief, van 20 december 1520, is sprake over Béraults vertaling van 'Vitarum auctio' van Lucianus door Dirk Martens s.d. gedrukt (NK 1405). De vooropgestelde datum van de druk, 1519, moet hierdoor misschien opnieuw bekeken worden. [E. C.-I.].
1591. - Paul VALKEMA BLOUW, De eerste drukkers voor de stad Leiden (1574-1578): Jan Moyt Jacobsz. en Andries Verschout in Uit Leidse bron geleverd: studies over Leiden en de Leidenaren in het verleden,aangeboden aan drs. B. N. Leverland bij zijn afscheid als adjunct-archivaris van het Leidse Gemeentearchief. Onder red. van J. W. MARSILJE et al. Leiden: Gemeentearchief. 1989. p. 407-416.
Over twee minder bekende Leidse drukkers vóór W. Silvius en hun relaties met stadssecretaris Jan van Hout. Curieus is het gebruik van de naam van Moyt in 1582 op publikaties van Cornelis Claesz. te Amsterdam. [M. d. S.].
1592. - Herman PLEIJ en Saskia RAUE. De pantoffels der ootmoedigheid: een ouderwetse deugdenleer voor de vroegmoderne burgervrouw in Literatuur, 7, 1990, p. 265-273, ill.
Bij wijze van inleiding tonen de auteurs aan hoe voor de eerste eeuw van de boekdrukkunst in de Nederlanden (1477-1540) met vrij grote zekerheid de succesuitgaven zijn aan te wijzen. De bronnen van verspreiding en receptie zijn immers niet enkel de bewaarde exemplaren; er zijn ook de boedelbeschrijvingen, indexen en andere min of meer ambtelijke bescheiden én, wat de teksten zelf aangaat, verwijzingen, ontleningen, vertalingen. De rol van uitgever is een andere als die van drukker, ook toen, maar in die eerste periode zijn beide functies (misschien al te) vaak nog in één persoon verenigd. Dit verklaart het bestaan van de 'geleerde drukker', die vertrouwd was met de literatuur en contacten met auteurs onderhield. Thomas vander Noot is één van hen. Met de publikatie o.a. van Den triumphe ende 't palleersel vanden vrouwen (1514), een tekst door Vander Noot zelf naar het Frans bewerkt en met moraliserend-didactische inslag, heeft de Brusselse drukker-uitgever volgens de auteurs de bal evenwel misgeslagen: er is immers geen herdruk of imitatie op gevolgd of zelfs maar vermeld. Tpalleersel is een deugdenleer waarbij vrouwelijke kledingstukken allegorisch gebruikt worden (zoals in de titel van deze bijdrage), een type allegorie dat - aldus de auteurs - blijkbaar op een ongelegen moment en misschien ook wel op een ongelegen plaats in het licht werd gegeven. Dat het boek druktechnisch niet zo puik verzorgd is, zal wel geen reden geweest zijn voor het geringe succes en is bovendien niet uitzonderlijk. De tweede auteur van dit artikel bereidt een dissertatie voor over aard en betekenis van Tpalleersel. Wij kijken er benieuwd naar uit om te zien of de hier aangegeven lijn wordt volgehouden. [E. C.-I.].
1593. - Marcus DE SCHEPPER, Erasmus' letter to Cornelius Crocus (re)discovered in Humanistica Lovaniensia,39. 1990. p. 85-92.
De brief die Erasmus vanuit Freiburg aan C. Crocus te Amsterdam richtte op 23 januari 1530 (niet in Allen), komt voor in Crocus' Propaedeumatum grammaticae institutionis libelli duo,gedrukt door Doen Pietersz te Amsterdam in 1532 (niet in NK). Het ex. is in privé bezit. Het bestaan van de brief was gebleken uit het (bewaarde) antwoord van Crocus. Erasmus' autograaf is tot op heden niet teruggevonden. [E. C.-I.].
Zie ook nr.
2491
1594. - Robert ARPOTS, Plantijn in Nijmegen. Catalogus van Plantijn-drukken aanwezig in de Bibliotheek van de Katholieke Universiteit te Nijmegen. Nijmegen: (Universiteitsbibliotheek), 1989. - v. 61 p.: ill.; 24 cm.
In het Plantijnjaar 1989 heeft ook Nijmegen een catalogus van zijn Plantijndrukken gepubliceerd. Een nuttig initiatief, en dat niet alleen omdat er in L. Voets The Plantin Press slechts 11 Nijmeegse exemplaren werden vermeld - het zijn er thans 116 (uiteraard enkel te vinden via een goed drukkersregister - wat nog niet bestond toen Voet zijn inventaris aanlegde). Belangrijker nog is de grondige beschrijving van deze exemplaren. Bij vergelijking met The Plantin Press werden vijf onbekende onderdelen ontdekt (nrs. 50. 70, 80, 84 en 107), vijf varianten (afwijkend zetsel) en vijfentwintig staten (correcties tijdens de drukgang). Het blijft inderdaad nodig elk exemplaar te vergelijken met de 'ideal copy' - in dezen is het overigens de vraag of het in The Plantin Press beschreven exemplaar steeds die 'ideal copy' vertegenwoordigt.
Naast titelbeschrijving, paginering, formaat en collatieformule is ook de STCN-vingerafdruk opgenomen (zie Kroniek 15 nr. 1309): een goede zaak, want een verrijking van de bibliografische gegevens bij Voet. De catalogus wordt gevolgd door registers op titels (steeds handig bij oude drukken), chronologie der uitgaven, secundaire auteurs, andere drukkers, staten en varianten. Exemplaarkenmerken, andere dan bibliografische volledigheid, worden niet vermeld (band, provenance etc.). Kortom, een degelijke catalogus van een goede, hoewel kleine, Plantijncollectie: blikvangers zijn de Polyglot (nr. 9) en een band met Valverde (nr. 114) en Van Mauden (nr. 80). Vondel (Kroniek 14
nr. 1239) is te Nijmegen waardig opgevolgd door Plantijn! [M. d. S.].
1595. - Alastair HAMILTON & Chris. L. HEESAKKERS, Bernardus Sellius Noviomagus (c. 1551-93), proof-reader and poet in Quaerendo,19, 1989, p. 163-224.
Corrector was Sellius of Zelius bij Plantijn. Als poëet is één werk van hem bekend, Emblemata sacra. De ingewikkelde geschiedenis van de drie uitgaven (1593, 1613, 1617, te Leiden en te Amsterdam) wordt hier uit de doeken gedaan. Bovendien wordt het leven van Sellius, voor zover niet in het duister gehuld, verteld, zijn godsdienstige opvattingen belicht, en zijn dichterschap besproken. De tekst van de Emblemata sacra - vierregelige verzen met titel bij gravures van Pieter van der Borcht over het Oude en het Nieuwe Testament - is uitgegeven naar de drie edities (resp. een ex. te Wolfenbüttel, te Amsterdam, en in de Arsenal te Parijs); een Engelse vertaling is toegevoegd. [E. C.-I.].
1596. - 'Exacte' wetenschappen rondom Christoffel Plantijn (ca. 1520-1589). Publikatie van de referaten gehouden in het Museum Plantin-Moretus op 18 maart 1989, onder red. van Francine DE NAVE. - Antwerpen: Stad Antwerpen (Museum Plantin-Moretus en Stedelijk Prentenkabinet), 1990. 95 p.: ill.; 30 cm. - (Publikaties van het Museum Plantin-Moretus en het Stedelijk Prentenkabinet; 17).
Naast de tentoonstelling 'Christoffel Plantijn en de exacte wetenschappen in zijn tijd' (Kroniek 15
nr. 1389) was er in het Plantijnjaar ook een colloquium gewijd aan dat deelgebied. Thans zijn daarvan de handelingen verschenen, opnieuw goed geillustreerd, echter zonder register. De algemene synthetische bijdragen van F. de Nave worden gevolgd door teksten van J.-P. Tricot ('Christoffel Plantijn als wetenschappelijk uitgever', p. 33-43), R. van Hee ('Geneeskunde en farmacie rond Christoffel Plantijn', p. 45-53), R. Jansen-Sieben ('Christoffel Plantijn en zijn, Nederlandstalige drukken op het gebied van de artes mechanicae',p. 55-65), L. J. Vandewiele ('De relatie tussen P. van Coudenberghe en Plantijn', p. 67-71), R. A. Blondeau ('Wiskunde en astronomie ten tijde van Plantijn', p. 73-87) en G. Vanpaemel ('Over drukkers en geleerden: wetenschapshistorische bemerkingen omtrent de rol van het drukkersbedrijf in de Renaissance', p. 89-95). [M. d. S.].
1597. - Francine DE NAVE, Eine Druckerei von Weltrang im Antwerpen des 16. Jahrhunderts, Christophe Plantins 'Gulden Passer 'in Gutenberg: 550 Jahre Buchdruck in Europa; [Ausstellung im Zeughaus der Herzog August Bibliothek Wolfenbüttel vom 5. Mai bis 30. September 1990]. [Ed. Paul RAABE]. - Weinheim: VCH, Acta Humaniora, 1990, p. 65-87, ill. - (Austellungskataloge der Herzog August Bibliothek, 62).
Een inleiding over leven en werk van Plantijn wordt gevolgd door 24 catalogusnummers; niet enkel boeken en banden, ook typografisch materiaal en archiefdocumenten uit het MPM zijn tentoongesteld en beschreven. De Duitse versie van dit artikel leest vlot. Ik plaats slechts een vraagteken bij het woord Prägestempel als vertaling van letterstempel; heet dit niet Schriftstempel ? [E. C.-I.].
1598. - Francine DE NAVE, Cristobal Plantino (1520-1589): impresor del humanismo y de las ciencias,vert. Rosario Merchan Guisado. - Madrid: Bibliotheca Nacional, 1990. - 34 p.: ill.; 22 cm.
Spaanse synthese over Plantijn als drukker van humanisme en wetenschappen, met, uiteraard aandacht voor Spaanse auteurs. Enkele welgekozen afbeeldingen en een selectieve bibliografie vullen de tekst aan. [M. d. S.].
1599. - Claude SORGELOOS, Labore et Constantia 1589-1989. A collection of 510 editions issued by Christopher Plantin from 1555 till 1589,introd. Leon VOET. - Brussels: E. Speeckaert, 1990. - 465 p.: ill.; 24 cm. BF 3.000.
In navolging van de fraaie Estienne-collectie verzameld door de New-Yorkse collega Fred Schreiber (1982), heeft de Brusselse antiquaar Eric Speeckaert een schitterende verzameling Plantijndrukken bij mekaar gebracht, mede ter gelegenheid van de vierhonderdste sterfdag van de Aartsdrukker der Nederlanden. 'Mede' omdat ook nog andere overwegingen een rol hebben gespeeld: o.m. het verwerven van een Antwerpse collectie Plantijnse overheidspublikaties en de genealogische stimulans van afstamming van Plantijns financiers, de Van Bomberghens. Het resultaat van dit alles is een verzorgd uitgegeven catalogus: een mooie blauw linnen band met verguld Plantijns merk, veel afbeeldingen (de foto van de banden in een al even fraaie kast, afgedrukt als dekblad, laat geen bibliofiel onverschillig), tamelijk opdikkend papier. En dan zijn er nog enkele bibliografische en boekhistorische aanvullingen op L Voets Plantin Press!
De verzameling is opgebouwd rond twee kernen: een aantal topstukken uit de internationale handel (o.m. de Polyglot van de Franse koning Henri II, banden voor De Thou, Colbert etc.. boeken uit de verzameling-Willems enz.) én de reeds vermelde overheidspublikaties, afkomstig van de erven van de laatste bezitter van De Gulden Passer, E. Moretus, en dus rechtstreeks teruggaand op Plantijns familiebezit. Het geheel vormt een erg aanlokkelijk ensemble voor echte bibliofielen met zin voor traditie. De verzameling werd dan ook terecht als geheel te koop aangeboden.
Na een 'preface' (E. Speeckaert) en de 'introduction' waarin L. Voet het voornaamste nieuws samenvat, volgt als aanloop een niet erg diepgaand, ietwat opgeklopt, stuk o.d.t. 'Plantin's everlasting fame', de catalogus, een overzicht van Plantijns merken (overgenomen uit The Plantin Press,doch niet erg scherp gereproduceerd), een concordans met PP en register op namen en anoniemen, bezitters, kunstenaars en boekbinders.
Minder gelukkig zijn wij over de geboden beschrijvingen. Dat de inhoudelijke gegevens over de drukken nogal algemeen-encyclopedisch zijn, of werden overgenomen uit PP is niet eens zo erg, mede gezien de ruime doelgroep. Heeft het echter zin Voets beschrijvingen (vooral van de titels) zo uitgebreid over te nemen ? Veel beter ware geweest alle titelbladen te reproduceren met korte gegevens over het bekende. Zo zou de aandacht nog meer zijn gegaan naar het nieuwe/afwijkende; tevens hadden wij dan een homogener 'beeld' gehad van een representatief corpus Plantijn-titels (dan met de warrige illustraties in PP). Er is inderdaad ook genoeg nieuws: enkele onbekende drukken (soms zelfs niet geattesteerd in de Plantijnse archivalia), belangrijke varianten (andere 'oplagen', anders samengestelde edities dan de door Voet beschreven exemplaren, vaak met extra-materiaal) en nogal wat variante 'staten' (perscorrecties tijdens de drukgang - onvermijdelijk gezien het produktieproces). Ook geeft de samensteller hierbij de (Franse) vingerafdruk.
De ondermaatse wijze waarop alles wordt gepresenteerd wekt echter enig wantrouwen. Teveel slordigheden springen zo in het oog: foutieve transcripties (pijnlijk wanneer de titelpagina in de buurt staat afgebeeld - o.m. nrs. 43, 120, 132 etc.); verouderde literatuurverwijzingen (of het ontbreken ervan: bv. van nr. 110 bestaat een moderne editie, bij nr. 425 is er geen verwijzing naar de Kiliaanbibliografie), hoewel dient erkend dat in vele gevallen dan weer wel recente Plantijnstudies werden gesignaleerd. Voortdurend wordt de lectuur gehinderd door foutieve details, waarschijnlijk als gevolg van onvoldoende terreinkennis (de samensteller is een specialist van de achttiende eeuw): bv. p. 27 'auction' van Gen. Willems (geen veiling-, wel prijscatalogus bij Berès), nr. 134: geen ex-libris (er staat wel " from adam to christe 3944 " !), nr. 143 'Bibliothecae Colbertinae', nr. 158 'Simon Steinberghen' (de Deventer drukker Simon Steenbergen), nr. 202 'Hageveld Abbey' (geen 'abbey', wel het R. K. Seminarie van het bisdom Haarlem) enz.
Het hele boek door ergert mij vooral de bedroevende kwaliteit van het Engels. Men proeft de Franse onderlaag er doorheen (Alde, Venise etc.). Meest storend is de term 'emission' voor 'issue' (nooit gehoord van Bowers of Gaskell?), evenals het Franse gebruik van 'Flemish' voor 'Dutch' (bv. nr. 158 " A First Flemish translation had been published in Deventer " !). Jammer dat de opdrachtgever een na-lezing door een native speaker niet heeft overwogen. Dat had veel tandengeknars kunnen voorkomen.
Ondanks al deze kritiek kan men toch blij zijn met dit boek. Mits omzichtig gebruikt is het (samen met de reprint van Ruelens-De Backer) een handig eerste naslagwerk voor wie niet over de peperdure Plantin Press beschikt, vooral dankzij de vele afbeeldingen en analytisch-bibliografische gegevens. De aantrekkelijke presentatie heeft Plantijn weer gebracht waar hij thuishoort: bij de echte boekenliefhebber. De collectie is thans gekocht door een Belgisch verzamelaar die, naar verluidt, ook toegang wil geven voor wetenschappelijke doeleinden. Hopelijk wordt dit de (unieke !) start voor een fascinerende verzameling rond Antwerpens Gouden Eeuw, aan te vullen 'labore et constantia'. [M. d. S.].
1600. - L. VANDAMME, Bruggelingen bij Plantijn in Biekorf,89. 1989, p. 360-372.
Antwoord op de vraag die de Brugse collega's zich stelden naar aanleiding van de herdenkingstentoonstelling in het Museum Plantin-Moretus, nl. hebben de talrijke contacten van Plantijn met het Brugse humanistenmilieu niet 'geresulteerd in een brede waaier publicaties bij de Officina Plantiniana'? Komen resp. aan bod Gillis Wijts, de kring rond de Officina Goltziana, Lipsius' Brugse vrienden, de katholieke geestelijkheid. De auteur ziet de aantrekkingskracht van Plantijn terecht als een onderdeel van het hele zestiende-eeuwse boekbedrijf. [E. C.-I.].
1601. - Elly COCKX-INDESTEGE, De Passie Delbecq-Schreiber houtsneden in drukken 1500-1550 in Spiritualia Neerlandica, p. 129-162, facsim. (cf. nr. 1550).
Status quaestionis en materiaalverzameling met het oog op nieuw onderzoek naar een der meest succesvolle series van devote (boek)illustraties: de zgn. Passie Delbecq-Schreiber, waarvan twintig houtsneden thans in het Prentenkabinet van de Brusselse Koninklijke Bibliotheek. De blokken werden, voor zover bekend, voor het eerst gebruikt in Leven ons liefs Heeren Ihesu Christi (Antwerpen, A. van Berghen, 1500; NK 3385). Afdrukken van de oorspronkelijke blokken en/of van kopieën verschenen daarna geregeld in Nederlandse postincunabelen of nog wat later. Ook was de serie aangegroeid tot 58 prenten.
De houtsneden zijn hier in een beredeneerde lijst samengebracht. Daarna volgt een chronologisch overzicht van 115 edities waarin houtsneden uit de lijst voorkomen. De meeste uitgaven verschenen te Antwerpen: enkele waren tot voorheen onbekend (o.m. aan NK). Het is nu wachten op een kunsthistoricus die dit rijke materiaal wil ontginnen. [M. D. S].
1602. - C. COPPENS, Uit de band gesproken 6 - Antwerpse vriendschapsbanden: twee Antwerpse boekbanden uit de tijd van Plantin in Ex Officina,6, 1989. p. 169-184. ill.
Beschrijving en bespreking van twee goudgestempelde banden uit Antwerpen, een gedateerd 1566, de andere niet maar uit dezelfde tijd stammend. De laatste bevat een Plantijndruk uit 1567 (PP 1180), een tekst van A. L. Florus bezorgd door Joannes Stadius, hoogleraar te Leuven. Een exemplaar van de druk schonk hij aan de Zeeuw Joachim Polites die in zijn woning te Antwerpen een goed voorziene bibliotheek bezat en naar alle waarschijnlijkheid het boekje liet binden - te Antwerpen. Naderhand kwam het in bezit van Adriaan Dyck, griffier in dezelfde stad. Hij is ook de bezitter geweest van de andere hier besproken band, hij omsluit een muziek-handschrift, een stemboekje voor de baspartij met een verzameling motetten, waarschijnlijk te Antwerpen overgeschreven. Beide banden berusten in de UB Leuven. [E. C.-I.].
1603. - Georges COLIN, La fourniture de reliures par l'Officine plantinienne in Gutenberg-Jahrbuch 1990, p. 346-359, ill.
Licht gewijzigde tekst van de lezing die de auteur in 1989 op het colloquium gewijd aan C. Plantijn heeft gegeven. Uitgangspunt is de vraag of de boeken destijds gebonden werden verkocht; de vraag is van cruciaal belang i.v.m. de oorsprong van de band uit de tijd. De Plantijnse archieven bevatten veel gegevens over het binden en het verkopen van boeken; C heeft zijn onderzoek evenwel toegespitst op de figuur van Plantijn, aansluitend bij zijn vorige publikaties over het onderwerp. De banden met het goudgestempelde merk van de Gulden Passer op het plat zijn geen uitgeversbanden, evenmin betreft het persoonlijke exemplaren of dedicatie-exemplaren. Hoogstwaarschijnlijk waren zij voor de winkel bestemd. Plantijn heeft die trouwens vermoedelijk ook niet zelf gebonden, maar liet binden, in- en buitenshuis. Op de organisatie van dit bindersbedrijf gaat C dieper in; in bijlage een lijst van 45 namen van binders die voor Plantijn hebben gewerkt. Belangrijke studie. [E. C.-I.].
1604. - Jan W. J. BURGERS, The library of Johan van Hogelande in Quaerendo,19, 1989, p. 48-82, ill.
Johan van Hogelande, bij leven deken en schatbewaarder van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Utrecht, liet bij zijn dood in 1578 een bibliotheek na van plus minus 250 boeken (rekening gehouden met meerdelige werken en convoluten). B publiceert de lijst van 218 items en doet een poging om zoveel mogelijk teksten te identificeren. Edities identificeren is een welhaast onmogelijke onderneming, de identificatie heeft eerder betrekking op de tekst. Van Hogelande was jurist (van de Leuvense Universiteit) wat zich weerspiegelt in zijn collectie; buiten de juridische werken zijn er ook literaire. vnl. Latijnse (klassieke auteurs, Erasmus, J. Secundus), en uit de vroege Italiaanse renaissance. Verder had hij belangstelling voor historiografie en theologie en een beetje voor de exacte wetenschappen. Twee boeken van Erasmus die op de Index kwamen, kunnen van Van Hogelande echter geen hervormingsgezinde maken, wat trouwens onverenigbaar zou zijn met zijn functie bij het kapittel, zo merkt B op. Vergeleken met een paar andere bibliotheken uit dezelfde periode, valt H's bibliotheek niet zo klein uit, ook al behoorde hij niet tot het politieke of (beroepshalve) intellectuele milieu. [E. C.-I.].
1605. - Catalogus van de bibliotheek van Jan de Hondt (1486-1571). Onder redactie van Chr. COPPENS, P. SOETAERT, P. THURMAN, G. TOURNOY. - Kortrijk: Bibliotheek Katholieke Universiteit Leuven Campus Kortrijk, 1990. 161 p.: ill. facsim., portr.; 24 cm. - (= De Leiegouw, 32, 1990. p. 189449). - ISBN 90-73682-10-0. BF 450.
De Kortrijkse kannunik en pastoor van Sint-Maartenskerk, Jan de Hondt of Joannes Canis, heeft zijn boekenschat nagelaten aan zijn wettige erfgenamen. Hiervan heeft een niet onbelangrijk gedeelte de eeuwen getrotseerd en is, weliswaar soms in bedenkelijke staat tot ons gekomen. Naar aanleiding van een met grote zorg bestudeerde en doorgevoerde restauratie is te Kortrijk een tentoonstelling opgezet en is deze publikatie verschenen. Ze bevat enkele korte inleidende opstellen over De Hondt en zijn boeken (aan Tournoys bijdrage over de mens De Hondt blijkt wel zijn vertaling van de twee Latijnse grafdichten te ontbreken). Het grootste gedeelte wordt in beslag genomen door de catalogus van de boeken, uitvoerig beschreven en toegelicht. Ze worden in de bibliotheek van KULAK (Katholieke Universiteit Leuven. Afdeling Kortrijk) bewaard en zijn hier samen met een tiental andere niet-liturgische werken van genoemde universiteitsbibliotheek gepresenteerd. De Hondts boeken werpen niet enkel een licht op een privé bibliotheek van een zestiende-eeuws kannunik in Vlaanderen, maar ook op de geschiedenis van de boekband in datzelfde gebied: De Hondt liet immers o.m. te Brugge en te Gent binden en noteerde vaak de prijs in zijn exemplaar. Een stel uitstekende registers ontsluiten perfect een geheel nieuwe schat aan gegevens. Deze monografie is opgenomen in het tijdschrift De Leiegouw en is prima verzorgd. [E. C.-I].
Zie ook nr.
2080
1606. - Karel PORTEMAN, The Early Reception of Alciato in the Netherlands in Emblematica,4, 2, 1989, p. 243-255, ill.
Het werk van Alciato werd nooit in het Nederlands vertaald en werd pas laat in de Nederlanden gedrukt (Plantijn 1565). De auteur gaat ervan uit dat aan een dergelijke vertaling geen behoefte bestond omdat het geïnteresseerde publiek de Latijnse of de Franse edities probleemloos kon lezen. Het ontbreken van een vertaling en van vroege plaatselijke edities wekt ten onrechte de indruk dat Alciato's werk in de Zuidelijke Nederlanden onbekend was. De auteur haalt verschillende voorbeelden aan o.a. het merk van de Antwerpse drukker Joannes Steelsius (1536), om het tegendeel te bewijzen. [R. V. L.].
1607. - E. M. BRAEKMAN, Propos sur les traductions du 'Baston de la foy' de Guy de Brès in Archief- en bibliotheekwezen in België. 60, 1989. p. 34-57. ill.
Van de Baston de la foy in 1555 te Gent door De Brès (Mons 1522 -Valenciennes 1567) voltooid, moet volgens bronnen uit de tijd een Nederlandse vertaling bestaan (hebben) . Reeds in de 16de eeuw was het bekend onder de titel Staf des geloofs. Er is echter geen exemplaar bekend. De vertaler is Karel de Koninck (of Charles de la Porte of Carolus Regius), een karmeliet uit Gent. Voor de plaats van druk wordt gedacht aan Emden, echter zonder bewijs. In appendix volgen een lijst van de Franse edities (geen uitgaven in de Nederlanden), een stemma hiervan en een overzicht van de inhoud per groep edities. [E. C.-I.].
1608. - Z. R. W. M. VON MARTELS, Augerius Gislenius Busbequius: leven en werk van de keizerlijke gezant aan het hof van Süleyman de Grote. Een biografische, literaire en historische studie met editie van onuitgegeven teksten. Proefschrift Groningen. - (NL-7722 HS) Dalfsen: Z. R. W. M. von Martels (Tolhuisweg 11), 1989. - xx. 599 kol.: ill. . 27 cm. - ISBN 90-9002963-X. Fl. 75.
Grondige biografie van de grote Nederlandse diplomaat en humanist. Hier valt vooral het tweede deel te vermelden: 'Ontstaan- en drukgeschiedenis van de Legationis Turcicae epistolae quatuor' (kol. 52-102) - van de Plantijnse editie 1581 is een gecorrigeerd exemplaar bewaard dat werd benut voor de tweede editie uit 1582 (zie Kroniek 14
nr. 1197). [M. d. S].
1609. - A. C. SCHUYTVLOT, Coornhert 1522-1590: catalogus van een tentoonstelling van brieven, documenten en vroege uitgaven uit eigen bezit. Amsterdam: Universiteitsbibliotheek. 1990. - vi. 63 p.: ill., 25 cm. - ISBN 90-6125-462-0.
Belangrijke publikatie bij de tentoonstelling (8 november 1990 - 4 januari 1991) over Coornhert. Zestiende- en zeventiende-eeuwse uitgaven van werk van Coornhert in het bezit van de Amsterdamse UB worden kort beschreven (titel, impressum; geen collatie), daaronder vijf unica. Nieuw is de toeschrijving aan drukkers. Dat werd mogelijk op basis van het materiaal verzameld door P. Valkema Blouw. Net zo belangrijk is de aanvulling op p. 41-50: niet in UBA aanwezige edities, mét vindplaatsen. Een index op persoonsnamen en een op titels maken het geheel tot de beste Coornhertbibliografie sedert Arnold (Bibliotheca Belgica). [M. d. S.].
1610. - Paul J. BEGHEYN. Die Evangelische Peerle: nieuwe gegevens over auteur en invloed in Spiritualia Neerlandica .... p. 170(55)-190(74). (cf. nr. 1550).
Het artikel wordt besloten met de lijst van de thans bekende edities met opgave van nieuwe exemplaren: 32 onbekende kwamen er aan het licht sedert de inventarisatie in 1984 door dezelfde auteur in Ons Geestelijk Erf gepubliceerd. De negentien drukken verschenen van 1535 tot 1706, waarvan twaalf in de Nederlanden. [E. C.-I.].
1611. - La réforme et le livre: l'Europe de l'imprimé (1517-v. 1570). Dossier conçu et rassemblé par Jean-François GILMONT. - Paris: Ed. du Cerf, 1990. - 531 p.: co., ill., facsim., 24 cm. - ISBN 2-204-04130-0. BF 746.
Het resultaat van uitgebreid onderzoek over het zestiende-eeuwse boek heeft Gilmont aangezet een comparatistische studie op te zetten over het boek en de Hervorming. Hiertoe werd een internationale ploeg samengesteld waarvan de leden, tot verschillende disciplines behorend, elk voor zich volgens eenzelfde schema zouden gaan werken om aldus vergelijkingen van land tot land mogelijk te maken. Drie aspecten van het boek werden bestudeerd: het materiële, het inhoudelijke, zijn verspreiding en receptie. Het laatste is natuurlijk van het grootste belang, wil men rol en impact die het gedrukte boek in de zestiende eeuw op de gemeenschap had, bepalen. De rollen zijn echter misschien ook om te keren: nagaan in hoever de Hervorming effect heeft gehad op het drukken, verspreiden en lezen van boeken. Om dit vergelijkend onderzoek te voeren leek het aangewezen per taalgebied te werken (en niet per land). Van de zestien opstellen hebben er drie betrekking op de Nederlanden: Andrew G. Johnston, 'L'imprimerie et la Réforme aux Pays-Bas 1520-c. 1555' (p. 155-186); Jean-François Gilmont, 'Trois villes frontières: Anvers, Strasbourg et Bâle' (p. 187-190); Johnston & Gilmont, 'L'imprimerie et la Réforme á Anvers' (p. 191-216).
De conclusies van Gilmont, aan het eind van deze bundel, zijn lezing en overweging zeker waard. Een persoonsnamenregister sluit het geheel af. [E. C.-I.].
1612. - Dat batement van recepten: een secreetboek uit de zestiende eeuw. Ingeleid en uitgegeven door W. L. BRAEKMAN. - Brussel: Omirel. Ufsal, 1990. - 144 p.: facsim.; 24 cm. - (Scripta; 25). - Besteladres: UFSAL, Vrijheidslaan 17, B-1080 Brussel.
Tekstuitgave van Een nieuw tractaet, ghenaemt dat Batement van recepten, inhoudende drye deelen van recepten,Antwerpen, Hans de Laet, 1549 [Machiels T-315], naar het enig bekende exemplaar in de UB Gent, Res. 491. Bij wijze van inleiding geeft Braekman de hem bekende edities uit de 16de eeuw van de Franse en de Nederlandse vertalingen op. 'Volledigheid werd betracht maar kan uiteraard niet worden gegarandeerd' (p. 8); niettemin rijst enige twijfel over de gevolgde heuristiek: op minder dan twee minuten vind ik in de NLM, 488, een Bastiment de receptes,in 1552 bij J. Richart te Antwerpen verschenen en bij Adams, B-373 eveneens een Franse versie bij Richart in 1560 gedrukt; ik bedoel maar dat de voor de hand liggende bibliografieën niet geconsulteerd zijn. Hoewel B op één uitzondering na (p. 11, n. 1) geen enkele bibliografische verwijzing opgeeft, zijn de meeste zo niet alle negen vermelde drukken bekend; het volstaat STC Dutch, Machiels, BT, NLM er op na te slaan. Een van de eisen van het historisch onderzoek is dat men zijn bronnen citeert, maar dat schijnt niet iedereen te liggen. Intussen beschikt de artes-literatuur weer over een teksteditie meer, en dat is goed. [E. C.-I.].
1613. - J. M. DE BUJANDA, Index d'Anvers 1569, 1570, 1571. Introduction historique de Léon-L. HALKIN. Avec l'assistance de René DAVIGNON et Ela STANEK. - Sherbrooke (Québec): Centre d'Etudes de la Renaissance. Université de Sherbrooke: Biblairie; Genève: Libr. Droz, 1988. - 974 p.: facsim. 24 cm. (Index des livres interdits; 7). - ISBN 2-7622-0045-8.
Nadat in Leuven resp. in 1546, 1550 en 1558 op last van de overheid door de Leuvense Universiteit een index van verboden boeken was gepubliceerd (cf. Kroniek 13
nr. 1012), blijkt tien jaar later weeral nood aan dergelijke verordeningen. In 1569 en 1570 verschijnen te Antwerpen herdrukken van de officiële Index librorum prohibitorum uit 1564 die bekend staat als de Romeinse Index of de Index van het Concilie van Trente. In feite is in ons land de eerste druk verzorgd door Henricus Hovius te Luik, al in 1568. Op bevel van Alva moet het jaar daarop een nieuwe verschijnen waarin ook de nieuwe veroordelingen uit de Nederlanden zijn opgenomen: Hovius én Plantijn zorgen voor de publikatie hiervan. Er zou slechts een miniem aantal varianten tussen beide drukken zijn, maar welke verklaring moet men geven aan deze twee officiële publikaties naast elkaar ? In 1570 drukt Plantijn nogmaals de Romeinse Index, nu voorzien van een uitgebreide Appendix van per taal alfabetisch gerangschikte verboden boeken. In 1571 ten slotte wordt op bevel van Alva een Index expurgatorius samengesteld van systematisch geordende boeken die mogen gelezen worden nadat bepaalde passages gezuiverd zijn (censuur).
In onderhavige publikatie worden de drie uitgaven van 1569, 1570 en 1571 bestudeerd. Analyse en editie zijn opgevat zoals in de voorgaande delen en er wordt hier dan ook niet verder op ingegaan. Omdat het hele boek zo'n rijke documentatie aan titels biedt, hebben we ons laten verleiden enkel de 'Duytsche verboden boecken' van naderbij te bekijken en er enkele kanttekeningen bij te maken of aanvullingen te geven. De kern bestaat uit plus minus 74 boeken die ook al in de Leuvense Index van 1558 voorkwamen, in 1570 zijn er nog 132 bij gekomen; we ontmoeten er Erasmus, L. d'Heere, J. Fruytiers, M. Micron, Jan van den Dale en ettelijke Franse en Duitse auteurs in Nederlandse vertaling. Van de in 1570 anoniem opgegeven titels zijn er inmiddels aan auteurs toegeschreven: Coornhert, C. Adriaensz., Menno Simmons en de schoolmeester Valerius. 26 titels konden niet worden geïdentificeerd omdat er nergens een spoor van terug te vinden was. Men kan ook vernemen dat van de vele drukken, destijds zonder impressum verschenen, er een goed deel aan een drukker kon worden toegeschreven. Het typologisch onderzoek heeft vooral de laatste decennia niet stil gestaan! Over Erasmus, Lingua in Nederlandse vertaling (nr. 580) verscheen een fundamenteel artikel van M. Vinck-Van Caekenberghe in Opstellen voor A. van Elslander = Jaarboek Koninklijke Souvereine Hoofdkamer van Retorica 'De Fonteine' te Gent 1980-1981. 32, 1981, p. 69-94. In de titel Refereynen soo amoureus ende wijs (nr. 605) is 'soo' als 'sic pour int sot' gelezen, wat de betekenis natuurlijk niet is; men versta: zowel amoureus als wijs! Cropelen calendrier (nr. 610) is niet als 'calendrier de Cropel' te verstaan; cropel of cruepel = kreupel. Jan van den Dale heeft het in De stove niet over een kachel ('poèle') (nr. 619) maar een badhuis (cf. de uitstekende studie van Gilbert Degroote over Jan van den Dale .. gekende werken met inleiding. bronnenstudie. aanteekeningen en glossarium,Antwerpen. 1944). ' In het volgende nr. 620 - en er zijn nog andere - wordt "duytsch' niet vertaald (terwijl alle Nederlandse titels integraal vertaald worden) zodat de kans groot is dat niet aan 'flamand' = Nederlands is gedacht maar wel aan Duits allemand; voor alle duidelijkheid nog eens: duytsch = diets (Fr.: thiois) Nederlands. Bij nr. 631 kan een recente publikatie ter aanvulling gesignaleerd worden: A. Welkenhuysen, Plantijns drukken van de 'Testamenten der XII Patriarchen' (1561, 1564, 1566) in hun boekhistorische context in Ex Officina Plantiniana (zie Kroniek 15 nr. 1383), p. 505-515. T'Gevecht der minnen (nr. 632) is door Robrecht Lievens op voorbeeldige wijze naar het enig bekende exemplaar te München uitgegeven: Tghevecht van minnen ; naar de Antwerpse postinkunabel van 1516 (Leuven 1964). Het volksboek Vanden X esels (nr. 633) is door A. van Elslander uitgegeven, ingeleid en toegelicht (Antwerpen 1946), terwijl J. Gessler zorgde voor Virgilius: facsimile van de oudste druk van het Vlaamse volksboek (Antwerpen 1950)(nr. 652). Kan men voor een 'kerstelijck lotboec' spreken van 'un livre de présages chrétiens' (nr. 635)? Dat Der sielen troost tegelijk een troost voor 'zieken' is, klopt wel -'dat blijkt trouwens verder uit de titel -maar de vertaling mag toch niet luiden 'la consolation des malades' (nr. 639).
Dit boek is rijk aan titels en bibliografische gegevens en houdt voor de zoeker ongetwijfeld een grote stimulans in. Wie gebrek aan ideeën heeft, vindt er hier ongetwijfeld; ook dit maakt van deze publikatie een nuttig werkinstrument. [E. C.-I.].
1614. - A. DEWITTE, J. L. Vives 1540-1990. Tentoonstelling in het " Hof van Watervliet ", Oude Burg 19 te Brugge, van 1 tot 31 augustus 1990. Brugge: [Maatschappij van de Brugse], 1990. - 16 p. ill.; 30 cm.
Fraaie catalogus bij een aardige kleine tentoonstelling n.a.v. het 450-jarig overlijden van Vives te Brugge. Getoond werden werken van Vives en Erasmus in exemplaren uit Brugs privé-bezit. De boeken worden vooral inhoudelijk beschreven, maar band en exemplaarkenmerken worden passend vermeld. [M. d. S].
1615. - Erik DUVERGER, Antwerpse kunstinventarissen uit de zeventiende eeuw. Dl. IV: 1636-1642. documenten 880-1200. - Brussel: Koninklijke Academie voor Wetenschappen. Letteren en Schone Kunsten van België, 1989. - iv. 508 p., 26 cm. - (Fontes historiae artis neerlandicae = Bronnen voor de kunstgeschiedenis van de Nederlanden. 1) ISBN 90-6569-424-2. BF 2.500.
Voortzetting van Kroniek 13
nr. 1034 en 14 nr. 1211, met opnieuw enkele bronnen voor boek- en bibliotheekgeschiedenis: o.m. nr. 893 (20 mei 1636) met koperplaten, boeken etc. van Catharina Moerentorff, weduwe van Th. Galle. 1012. 1025 en 1139. [M. d. S].
Zie ook nrs. 1773; 1914
1616. - Rudolf HARNEIT, Fingierter Druckort: Paris. Zum Problem der Raubdrucke im Zeitalter Ludwigs XIV in Wolfenbütteler Notizen zur Buchgeschichte,14, 1989, p. l- 117, p. 149-312, facsim.
Zeer belangrijke studie over roofdrukken tijdens de regeerperiode van Lodewijk XIV n.a.v. de 'Parijse' drukken in het drukkersregister van de Herzog August Bibliothek te Wolfenbüttel. Diepgaand onderzoek toonde aan dat een groot gedeelte van de uitgaven met als vermelde uitgever Claude Barbin niet diens originele edities zijn, maar Franse (provinciale) of niet-Franse roofdrukken (o.m. te Amsterdam en Brussel). De auteur gaat echter veel verder dan deze bij vakgenoten reeds gekende opvatting. Aan de hand van enkele welgekozen types van teksten (van luxueuze naslagwerken tot populaire fictie) reconstrueert hij hun exacte drukgeschiedenis. Hij tracht daarenboven regionale verschillen bij produktie (wijze van zetten, pagineren etc.) én bij distributie te omschrijven. Vooral dit laatste is vernieuwend: waar werden de roofdrukken verhandeld? Waren zij ook in Parijs te koop ?
Van groot belang zijn hierbij goede catalogi van oudere homogeen bewaarde privé-collecties, bij voorkeur met vermelding van plaats én datum van verwerving van het exemplaar. Ook hier hebben de hertogelijke verzamelaars te Wolfenbüttel het goede voorbeeld gegeven.
De talrijke afbeeldingen tonen ook visueel de verschillen tussen echt (?) en (namaak van) namaak. Slotsom: verplichte lectuur voor (literair)historici en al wie met veel-verspreide teksten ('sellers') omgaat: het dichtstbijzijnde exemplaar is niet steeds wat het voorgeeft te zijn ... [M. d. S].
1617. - Anna E. C. SIMONI, Catalogue of Books from the Low Countries 1601-1621 in the British Library. - London: The British Library, 1990. xviii, 842 p.: ill.; 24 cm. - ISBN 0-7123-0066-X. £ 95.00.
Dit is een kapitale catalogus voor de Nederlanden! In tegenstelling tot de STC Dutch (1470-1600) uit 1965 is dit geen 'short-title' lijst, maar een heuse 'catalogue' met ruime annotaties, samengesteld door iemand die als geen ander de Nederlandse drukken uit de British Library kent.
Na een 'Preface' van J. M. Smethurst, worden in de 'Introduction' (p. ix-xiv) grenzen, inhoud en beschrijvingswijze voorgesteld, gevolgd door een flinke lijst van verkort geciteerde werken. Het leeuwedeel is uiteraard de 'Alphabetical catalogue' (p. 1-719) met een 'Appendix. Chronological list of news reports' (p. 721-768). Twee fundamentele registers (op drukkers, uitgevers en op namen) voltooien het boek.
De grenzen zijn goed verantwoord: alle boeken uit de Nederlanden, inclusief Frans-Vlaanderen (Dowaai etc.) - eindelijk wordt de geschiedenis recht gedaan! (al blijven de 'modernen' hardleers: op de verso-zijde van het titelblad heeft de CIP het over "Books with Benelux countries imprints " ... ). Chronologisch sluit het aan op de hogervermelde STC Dutch en eindigt het in 1621 (afloop van het Twaalfjarig Bestand) - een zinvolle beslissing, mede gezien de benodigde tijd voor een werk van deze omvang; bovendien vormt dit een homogene 'tranche de vie' uit de geschiedenis der Nederlanden. Er zijn enkele uitlopertjes: meerdelige werken worden integraal beschreven, evenals de verzameling nieuwstijdingen van Abraham Verhoeven (tot 1622). Voorts worden enkel uitgesloten: werken die volledig in een 'Oosterse' taal zijn gedrukt, losse kaarten en boeken uit de bibliotheek van het 'Department of Prints & Drawings' van het 'British Museum' (institutioneel gescheiden van de 'British Library'). Wél opgenomen zijn dus plano's, prenten en atlassen.
Tevens zijn nogal wat werken opgenomen die niet uitdrukkelijk als 'Nederlands' vermeld staan, maar die blijkens hun inhoud daar thuishoren - dit vraagt om 'twijfelgevallen' en die zijn gelukkig ruim meegenomen, zodat ze bij onderzoek naar Nederlandse bronnen niet langer zullen worden verwaarloosd. Het spreekt bovendien vanzelf dat er voor de behandelde jaren nogal wat correcties zijn aangebracht t.o. de 'General Catalogue'.
De catalogus is genummerd per letter van het alfabet: een combinatie van letters en cijfers dus als bij de catalogi van Adams en Machiels (16de eeuw). Zoveel mogelijk anoniemen werden aan een auteur toegeschreven; de andere staan op het eerste titelwoord. Er zijn geen kruisverwijzingen bij vertalers, tekstbezorgers etc. - die zijn via het algemeen naamregister te vinden. De titels worden voldoende ruim geciteerd, impressum en colofon eveneens. Het aantal pagina's of folia is vermeld; soms ook de collatie (bij niet-gepagineerde werken, onderbroken reeks en bij de nieuwstijdingen). Vaak worden auteurs van opdrachten en liminaria vermeld, illustratoren, evenals (bijzondere) exemplaarkenmerken (herkomst, band).
Duidelijk is wel dat er niets vergelijkbaars is voor het begin van de Nederlandse 17de eeuw. Deze catalogus biedt veel meer informatie dan andere bibliotheekcatalogi of bibliografieën. De STCN is immers beperkt tot het huidige Nederland, is nog verre van voltooid en is bovendien slechts toegankelijk voor wie het kan (laten) betalen! Mede door de vele extra's zal 'Simoni' nog heel lang de eerste vraagbaak blijven voor de cruciale periode 1600-1621.
Wat een rijkdom aan bronnen is hier bijeengebracht! Neem bv. de 335 nieuwstijdingen van Abraham Verhoeven uit de jaren 1619-1622 - waar kan men er zoveel ontsloten vinden ? Ze zijn hier in de catalogus te vinden op hun alfabetische plaats én ook nog eens in een apart chronologisch overzicht (p. 721-768). Of raadpleeg het exemplarische 'drukkersregister': eerst (p. 770-777) een alfabetische lijst (inclusief naamsvarianten) van drukkers en uitgevers met verwijzing naar de plaatsen van hun activiteit, daarna (p. 778-804) het eigenlijke register per plaats en daarbinnen alfabetisch (per persoon, voorts chronologisch). In één oogopslag krijgt men ook een kijk op het geheel per stad. Twee plaatsen steken torenhoog boven alle andere uit, met een derde op de hielen: Amsterdam én Antwerpen met ieder 8 kolommen. Leiden met 7. Alle andere volgen op grote afstand. En dan is er nog de 'General Index' met 1. alle namen (andere dan hoofdwoorden): auteurs van toegevoegde teksten, vertalers, editeurs, lofdichters, auteurs van opdrachten of voorwoorden. auteurs geïdentificeerd bij initialen, pseudoniemen of motto's, vroegere bezitters van het exemplaar etc.: maar tevens met 2. een onderwerpslijst (inclusief per literair genre). Wie wil er niet meteen aan de slag bij volgende trefwoorden: 'biographies, chambers of rhetoric, comets, dictionaries, drama, education, emblems, engravings ( " single sheets, suites and other engravings of special interests "), love, manuscript additions ( " other than textual annotations "), money, plague & pestilence, poetry, portraits' enz. enz.
Daarmee is niet gezegd dat alle mogelijke wensen van alle categorieën gebruikers maximaal zijn vervuld. Het boek vertoont de sporen van elk mensenwerk over langere termijn. Het is echter slechts met enige schroom, en vanuit de weldoende omgang met de catalogus, dat wij hier enkele bedenkingen formuleren en correcties geven. Zij nemen niets weg van onze heel grote bewondering voor de geleverde prestatie en het voortreffelijke resultaat.
Achteraf bekeken was het wellicht toch beter geweest collatie- of opbouwformules te geven - die bieden nog meer houvast dan de vaak misleidende pagina- of folia-aanduiding, voor vele probleemgevallen is gelukkig wel een (gedeeltelijke) collatie vermeld ! De auteur heeft getracht zoveel mogelijk anonieme teksten aan een auteur toe te wijzen of de titels van de oorspronkelijke versies op te sporen. Dat daarbij toeschrijvingen worden gedaan of gehandhaafd die bij de huidige stand van het onderzoek niet onbetwist zijn is onvermijdelijk (bv. de Apollo-bundel aan Bredero, of de identificatie van de illustratoren van Hoofts Emblemata amatoria). Het is vergeeflijk omdat er ook kruisverwijzingen zijn vertrekkend van de 'anonieme' titel. Meer moeite hebben wij met het feit dat voor de toeschrijving aan auteur(s) vaak geen argumenten worden gegeven. Het zal in de meeste gevallen wel kloppen, maar er is toch het risico (voor de onwetende gebruiker) van ongegronde gezagsargumenten. Dat geldt helaas ook voor de toeschrijving aan welbepaalde drukkers. Zolang wij niet beschikken over betrouwbare archivalia en dito inventarissen van typenmateriaal blijft dat vaak een (meestal goede) gok.
Er zit een zeker onevenwicht in de vermelding van auteurs van liminaria, wellicht het gevolg van een kleine koerswijziging onderweg. De gebruiker moet er steeds op bedacht zijn dat er nog meer secundaire auteurs kunnen voorkomen in de hier beschreven drukken. Wie veel krijgt wil soms nóg meer. Er zijn nogal wat Engelstalige drukken opgenomen: waarom dan niet meteen het nummer van dé STC erbij gevoegd ? Idem wanneer er auteurs- of drukkersbibliografieën bestaan, al kan de gebruiker natuurlijk zelf de verwijzing aanbrengen naar bv. Ter Meulen & Diermanse (Hugo de Groot) of Willems (Elzevier).
Nog enkele feitelijke correcties ten slotte. Onnauwkeurigheden zijn onvermijdelijk bij een werk van deze omvang: bv. bij de transcriptie van titels (controleerbaar als ook een foto is afgedrukt: D111 of N206). Storender zijn foutieve of weggevallen verwijzingen in de registers (bv. E48 is niet vermeld onder 'Poetry Latin' . Aem. Rosendalius hoort bij L64 i.p.v. L69). Men moet er ook op bedacht zijn dat niet alle bibliografische eenheden apart vermeld zijn: zo zijn er van V230 ook nog eens twee exemplaren te vinden onder L51. Het risico is groot dat wie een titel gevonden heeft, niet meer via de registers verder zal zoeken ... Een vraagje nog: is H 89 niet uit 1556 ? (de drukkersnaam wijst daar al op; zie bv. ook Hummelens Repertorium).
Wij hopen dat de British Library werk maakt van de volgende decennia van de Gouden Eeuw; meer nog: dat bibliotheken uit de Nederlanden er eindelijk eens aan zouden beginnen ... De auteur wensen wij van harte geluk met dit voortaan onmisbare werk. Finis coronat (magnum) opus ! [M. d. S].
Zie ook nrs.
1628; 1759; 2370
1618. - Charles MATAGNE S.J., Répertoire des ouvrages du XVIIe siècle de la Bibliothèque du C.D.R.R. (1601-1650). - Namur: Centre de Documentation et de Recherche Religieuses, 1990. - vi, 590 p.; 24 cm. - BF 1.500.
Langzamerhand wordt ook in België de magische grens overschreden. Tot nu werd er vooral gewerkt aan nationale repertoria van drukken tot 1600: Polain (incunabelen) en de Belgica Typographica ('Belgische' drukken 1541-1600); daarnaast verschenen er goede bibliotheekcatalogi met alle zestiende-eeuwse drukken van een collectie: voor Gent (Machiels), Maredsous (Knapen; zie Kroniek 13
nr. 991) en Namen (C.D.R.R. en Moretus-Plantin: Kroniek 10 nr. 628 en 12 nr. 867). Beide laatste waren het werk van de ijverige bibliograaf Charles Matagne. Hij heeft daarna nog de moed gehad de zeventiende-eeuwse drukken aan te pakken. Thans is het eerste deel beschikbaar: de edities uit de periode 1601-1650 van de bibliotheek van het C.D.R.R. (= van de franstalige Belgische Jezuïeten - olim te Heverlee). Volgens de auteur bestaat de hele 17de eeuw ca. 9.500 banden, waarvan er thans een derde zijn beschreven.
De gedrukte catalogus (opnieuw genummerd bij elke letter van het alfabet - als bij Adams en Machiels) omvat volgende elementen per beschrijving (uiteraard na autopsie!): hoofdwoord, titel, impressum en collatie. Als hoofdwoord fungeert de auteursnaam of het eerste titelwoord van de anonieme werken. De titel is vrij ruim geciteerd, met vermelding van editeurs, vertalers etc. (niet de namen uit de liminaria); deze 'tekstbewerkers' worden (zonder eigen nummer, maar mét verwijzing) opgenomen in het auteursalfabet - nuttig én handig. Meerdelige werken worden terecht apart beschreven indien het bibliografische eenheden betreft: dat vraagt veel collatiewerk, maar bibliografen zullen deze prestatie naar waarde schatten! Het impressum wordt volledig weergegeven, met, waar nodig, de aanvullende informatie uit het colofon. De collatie is voldoende uitgebreid om een eerste vergelijking met andere exemplaren mogelijk te maken. Het enige wat ontbreekt zijn de bibliotheeksignaturen van de beschreven exemplaren, soms blijkt er meer dan één exemplaar van een bepaalde druk aanwezig (bv. D-32). Exemplaargegevens worden geregeld vermeld (bv. B-298, B-317, C-335. G-63 etc.). er wordt echter niets gezegd over de boekband.
Het geheel wordt ontsloten door verscheidene registers: a. chronologisch, b. op plaats van uitgave, c. op drukkers. uitgevers etc. en d. op onderwerp. Plaatsen vertegenwoordigd met meer dan 10 drukkers uitgevers zijn: Antwerpen, Bologna, Brussel, Dowaai, Frankfort, Genève, Keulen, Leiden, Leuven, Luik, Lyon, Madrid, Mainz, Milaan, München, Napels, Rome, Rouen en Venetië - Parijs spant de kroon met niet minder dan 177 adressen ! Best vertegenwoordigde drukkers uitgevers zijn: H. Aertssens, B. Bellerus, H. Cardon, J. Cnobbaert (en Wed.), S. Cramoisy, B. Gualteri, P. Henningius, A. Hierat, J. Kinckius, J. Meursius, de Moretussen, Officina Plantiniana, M. Nutius (en Erven), H. Verdussen. Vooral het onderwerpsregister (p. 551-590!) is erg nuttig bij het zoeken naar inhoudelijke informatie. De collectie is uiteraard sterk gericht op religieuze onderwerpen en kerkgeschiedenis; toch lijkt ze ook op andere domeinen representatief voor de Zuidelijke Nederlanden, behoudens misschien literaire werken. Ook deze verzameling heeft echte verrassingen: we vermelden hier slechts de catalogus uit 1620 van de Bodleian Library (J-7), een folio-druk uit Murcia (C-94) of een werk in 1639 gedrukt te Manilla (P-69) !
Bij gebruik zijn enkele, onvermijdelijke, foutjes opgevallen. De keuze van het hoofdwoord is soms betwistbaar: 'Delobel' i.p.v. 'Lobelius'; bij Statius wordt wel verwezen naar een bloemlezing (F-40), maar de Opera van deze Latijnse dichter vindt men enkel onder 'Papinius' (P-29). Gerardus Vossius (Limburgs-Romeins patristicus) en Gerardus Joannes Vossius (Leids filoloog en oud-historicus) worden ten onrechte als één auteur beschouwd (maar dat is in de meeste bibliotheken zo ... ). Een enkele maal is een collatie-formule vergeten (R-229) of zijn drie drukken (Opera van A. Rivet) te vroeg ingeslopen: R-153-154-154 [= 1551 stammen uit 1651-1660 en horen in het vervolgdeel. Willem van der Hoeve drukte niet te 'Gandae', wel te 'Goudae' (A-177) en de drukker 'Basson of (p. 507)/op (p. 517) Ravenburch Golaert' is een ongelukkige verhaspeling van het Nederlandse drukkersadres van Govert Basson.
Het boek is uitgevoerd in een eenvoudige, maar keurig verzorgde schrijfmachinetypografie - soms met een erg korte marge en wel eens moeilijk leesbare (J-88) met de hand aangebrachte Griekse letters. Tot slot: deze doordachte en goed ontsloten catalogus moge velen tot navolging strekken. Het is onze wens dat de auteur spoedig de vervolgdelen publiceert! Hem zijn wij reeds veel dank verschuldigd voor zijn bekwame ijver. [M. d. S.].
Zie ook nrs. 1530; 1628; 1915; 2811
1619. - Jan LAMPO, Boeken en drukkers in Antwerpen in de XVIIde eeuw. - [Antwerpen:] Genootschap voor Antwerpse geschiedenis, 1989. p. 203-220.
Oppervlakkig overzicht dat geen rekening houdt met belangrijke studies uit het laatste decennium: zo ontbreken verwijzingen naar de ABHB (!), de artikels van R. Baetens over de Verdussens (Nationaal Biografisch Woordenboek en Cultuurgeschiedenis in de Nederlanden) (Kroniek 12
nr. 936), de boedelbeschrijvingen door E. Duverger (Kroniek 13 en 14 nrs. 1034 en 1211) en de publikaties van Judson over Rubens' boekillustraties. De Appendix (p. 211-218) geeft een lijst van drukkers en boekhandelaars in de 17de eeuw werkzaam te Antwerpen: die is echter gebaseerd op de studie van F. Olthoff uit 1891 en niet op basis van de drukkersregisters in Belgische en Nederlandse bibliotheken ... (M. D. S].
1620. - Cis VAN HEERTUM, Pierre de la Primaudaye's 'The French Academie': the source text for 'Houwelycschen Staet ende Houwelycschen Voorwaerde' (1644) in Quaerendo. 19, 1989, 4, p. 314-318.
De Leidse drukker en boekverkoper Willem Christiaens van der Boxe was ook een vertaler uit het Engels. Een anoniem traktaat uit 1644 over het huwelijk blijkt thans een vertaling te zijn van enkele hoofdstukken van de Engelse versie van l'Académie Françoise van een Franse protestant. [M. d. S.].
1621. - J. A. JACOBS, Jan Claesz. van Dorp en enkele door hem in 1618 gedrukte pamfletten in Uit Leidse bron geleverd: studies over Leiden en de Leidenaren in het verleden,aangeboden aan drs. B. N. Leverland bij zijn afscheid als adjunct-archivaris van het Leidse Gemeentearchief. Onder red. van J. W. MARSILJE ... et al. - Leiden: Gemeentearchief, 1989, p. 285-288.
Wegens zijn betrokkenheid bij pamfletten tegen Oldenbarnevelt werd tegen Jan Claesz. van Dorp in 1618 een proces gevoerd. Het betrof met name Nootwendich ende levendich Discours en Practijcke vanden Spaensschen Raedt. [M. d. S.].
1622. - Christian COPPENS, La 'Namur-connection' de l'imprimeur louvaniste Van Hastens in Archief- en Bibliotheekwezen in België,60, 1989, p. 75-95, facsim.
Pleidooi voor een nieuwe studie van de regionale en lokale boekproduktie en -distributie. Tevens een detailstudie van de Leuvense drukker H. L. van Ha(e)stens, die om den brode ook opdrachten van buiten de universiteitsstad aanvaardde, in casu van de religieuze overheid van Namen. [M. d. S.].
1623. - Piet VISSER, 'Siet den Oogst is Ryp': het fonds van de Waterlandsdoopsgezinde boekverkoper Claes Jacobsz. te De Rijp in Geschiedenis godsdienst letterkunde .... p. 98-108, ill. (cf. nr. 1571).
Tussen 1624 en 1647 publiceerde de doopsgezinde uitgever Claes Jacobsz. een dertigtal werken (m.b.t. het gemeentelijk leven, liedbundels en stichtelijk proza), hoofdzakelijk in duodecimo. Hij graveerde ook zelf de titelpagina's. De boeken werden gedrukt te Alkmaar, Amsterdam, Haarlem en Hoorn. Met een handige fondslijst. [M. d. S.]
1624. - Anna E. C. SIMONI, The hidden trade-mark of Laurence Kellam, printer at Douai in Spiritualia Neerlandica,p. 430-443, ill. (cf. nr. 1550).
Laurence Kellam drukte van 1595 tot 1601 te Leuven, van 1601-1603 te Valenciennes en dan tot zijn dood in 1613 te Dowaai. Naast werk onder eigen naam, drukte hij ook voor rekening van andere uitgevers, zonder dat hij op de titelpagina of in het colofon wordt genoemd. Toch is hij soms verdoken aanwezig: een ornament met zijn initialen LK. De auteur bezorgt hier een lijst van 15 dergelijke drukken in het bezit van de British Library, meest voor Balthasar Bellerus, enkele ook voor Jan Keerberghen te Antwerpen.
Te zelden weten wij wie de (echte) drukker was van de talrijke publikaties van grote uitgevershuizen. Die onwetendheid vertekent wel eens de bibliografische en economische achtergrond van de publikatiegeschiedenis van een tekst. [M. d. S.].
1625. - H. H. M. VAN LIESHOUT, Verkoopstrategieën in de internationale boekhandel van Reinier Leers in De Zeventiende Eeuw. 6, 1990, 1. p. 122-128.
De Rotterdammer Reinier Leers (Kroniek 9
nr. 579) was van 1676 tot 1709 een leidend figuur in het boekbedrijf van de Republiek. Hij was vooral internationaal actief, o.m. via zijn geleerdentijdschrift Histoire des Ouvrages des Savans (1687-1709) waarin hij het Europese publiek op nieuwe uitgaven attendeerde. Tevens heeft hij via (gedeeltelijke) fonds- en magazijnncatalogi collega's en klanten op de hoogte gebracht van leverbare titels. [M. d. S.].
Zie ook nr. 1937
1626. - Ingrid A. R. DE SMET, Amatus Fornacius, 'Amator ineptus ' (Palladii, 1633): a seventeenth-century satire in Humanistica Lovaniensia,38. 1989, p. 238-306.
Kritische editie van een Neolatijnse satire, waarschijnlijk door een Fransman geschreven. De druk (6 exemplaren gerepertorieerd) wordt omzichtig op basis van typografische argumenten toegeschreven aan Joannes Maire te Leiden. [M. d. S.].
1627. - Alice VAN DIEPEN, Jacob de Meester (?-1612) - een opmerkelijk drukker in De Zeventiende Eeuw,6. 1990, 1. p. 117-121.
Verslag van een onderzoek naar het boekbedrijf in een kleinere stad, in casu Alkmaar. Als voorbeeld wordt de uit Brugge afkomstige drukker Jacob de Meester gepresenteerd. Hij is vooral bekend met het Schilder-Boeck van Karel van Mander (zie Kroniek 11
nr. 764). [M. d. S.].
1628. - Rik VAN DAELE, Een Reynaertdrukje in de winkel van H. Verdussen in 1635 in Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 1989, afl. 2 [versch. 1990], p. 275-289.
Beschouwingen bij de boedelbeschrijving van Hieronymus (I) Verdussen (uitgegeven door E. Duverger, zie Kroniek 14
nr. 1211). De aandacht gaat vooral naar een mogelijke Reynaert-druk en een aantal volksboeken. Eerst zal echter moeten worden begonnen met het systematisch catalogiseren van de bestaande exemplaren (zie de recente catalogi van Matagne en Simoni, Kroniek nrs. 1618 en 1617). Pas dan kunnen deze voorraadlijsten echt worden getoetst. Wel is het reeds zinvol om (nog maar eens) via de anonieme titels te zoeken. De opmerking in noot 23 is aan het verkeerde adres gericht! [M. d. S.].
1629. - G. R. W. DIBBETS, Vossius' 'Latina Grammatica' : twee onopgemerkte uitgaven uit 1643 in De Zeventiende Eeuw. 5. 1989, 2. p. 50-68. facs.
De Nijmeegse Universiteitsbibliotheek verwierf in 1985 een bandje met een onbekende Latijnse én een Nederlandse editie van de officiële Latijnse schoolgrammatica van G. J. Vossius (1577-1649). Beide waren gedrukt door Jan Pietersz Waelpot te Delft. De auteur heeft de drukjes grondig geanalyseerd en hun plaats in de teksttraditie vastgesteld: het blijken niet-geautoriseerde bekorte versies te zijn, wellicht voor de Delftse Latijnse school bestemd. Vooral de Nederlandse versie is een opmerkelijk nieuw feit in de geschiedenis van het grammatica-onderwijs. De houtsnede (een klasscène) op beide titelpagina's wordt eveneens onderzocht. [M. d. S.].
1630. - August KEERSMAEKERS, Een onbekend contrareformatorisch liedboek: 'Triumphus Iesu oft Godliicke Lof-sangen in Spiritualia Neerlandica,p. 269-300. (cf. nr. 1550).
In 1633 drukte Geeraerdt van Wolschaten te Antwerpen het in de titel vermelde liedboek (enig, onvolledig, exemplaar: Stadsarchief Turnhout). Het werd samengesteld door een religieuze uit het Lierse klooster Sion. [M. d. S.].
1631. - 'Doorgaens verciert met kopere platen': Nederlandse geïlllustreerde boeken uit de zeventiende eeuw,onder red. van Marjan BALKESTEIN ... et al. Leiden: Universiteitsbibliotheek, 1990. - 140 p.: ill.; 21 cm. - (Kleine publikaties van de Leidse Universiteitsbibliotheek; 8).
Enkele Leidse kunsthistorici presenteren hier de resultaten van hun onderzoek naar aspecten van de boekillustratie in de Gouden Eeuw. Het betreft 'Bijbels en Prentbijbels' (p. 11-31: Dorien Willemse), 'Zes mnemotechnische werken en een rederijkersfeestboek' (p. 33-55: Hannah Leuvelink over o.a. De schadt-kiste der philosophen ende poeten,Mechelen, H. Jaye, 1621), 'Het beeld van verre landen en vreemde volken' (p. 57-73: Willemien van Velzen), 'De nieuwskaarten en historieprenten van Frans Hogenberg' (p. 75-95 Marjan Balkestein) en 'Schrijversportretten in de 17de eeuw' (p. 97-121 Eveline Heuves). [M. d. S.].
1632. - Eduardo BÁEZ MACíAS & Judith LEóN, Libros y grabados en el fondo de origen de la Biblioteca Nacional. - México: Universidad Nacional autónoma de México, 1989. - 62 p.: ill., 23 cm. - (Instituto de Investigaciones estéticas. Cuadernos de historia del arte, 51).
Uitgave naar aanleiding van twee herdenkingen: de boekdrukkunst in Mexico is 450 jaar oud én Christoffel Plantijn stierf 400 jaar geleden. Tweeënveertig boeken werden uitgekozen, gaande van 1606 tot 1625. Ze zijn hoofdzakelijk in het Plantijnse Huis gedrukt en uitgegeven, maar ook door Jacob Meursius, de Verdussens, Joannes Cnobbaert en de Brusselse drukkers Franciscus Foppens en Joannes Meerbeke. Het veertigtal reprodukties betreft vnl. titelprenten van Plantijnse uitgaven. Aan dit aspect is in de toelichting het meeste aandacht besteed. [E. C.-I.].
1633. - Marc VAN VAECK, Adriaen van de Venne and his Use of Homonymy as a Device in the Emblematical Process of a Bimedial Genre in Emblematica,3.1. 1988. p. 101 - 119, ill.
Adriaen van de Venne's bijdrage als illustrator van Jacob Cats' werken, speelde ongetwijfeld een belangrijke rol in de populariteit en de uitstraling van diens werk. De auteur gaat kort in op de relatie tussen Cats en Van de Venne en de ogenschijnlijke discordantie, die soms bestaat tussen tekst en afbeelding. Deze wordt in grote mate veroorzaakt door de wijze waarop de gedrukte tekst door auteur en illustrator werd voorbereid. Een meer diepgaand onderzoek van de literaire werken van deze laatste maakt een beter begrip van zijn grafisch oeuvre mogelijk. [R. V. L.].
1634. - Reimer ECK, A binding by Albert Magnus, Amsterdam, c 1670 in The Book Collector,39, 1990, Spring, p. 74-75, ill.
In de reeks 'English and foreign bookbindings' wordt als nummer 51 beschreven een band van Albertus Magnus (inhoud een Parijse druk van 1633), bewaard in de SuUB Göttingen (2° H.E.Rit.I, 7710). [E. C.-I.].
1635. - E. H. WATERBOLK, 'Ubo Emmius me possidet': Ubo Emmius en het geschiedwerk van Emanuel van Meteren in Bibliotheek, wetenschap en cultuur,p. 590-604. (cf. nr. 1546).
Over Emmius' werkexemplaar van Van Meterens Belgische oft Nederlantsche historie (Delft 1599), thans in de Universiteitsbibliotheek Groningen. [M. d. S.].
Zie ook nr. 1546
1636. - G. C. HUISMAN, Boeken en brieven van Nicolaus Mulerius in Bibliotheek, wetenschap en cultuur,p. 283-296. (cf. nr. 1546).
De uit Brugge afkomstige Groningse hoogleraar wiskunde en astronomie Mulerius (1564-1630) bezat een interessante boekenverzameling die in 1646 te Groningen werd geveild. [M. d. S.].
Zie ook nr. 1546
1637. - B. VAN SELM, '... te bekomen voor een Civielen prijs': De Nederlandse boekprijs in de zeventiende eeuw als onbekende grootheid in De Zeventiende Eeuw,6, 1990, 1, p. 98-116. Full text
Fundamenteel artikel over een ' kapitaal' aspect van het boek. Naast een overzicht van de bronnen en hun waarde voor onze kennis van boekprijzen, wordt via fondscatalogi van Johannes van Ravesteyn (1656), Hendrick Laurensz. (1628) en Daniel Elzevier (1675), gezocht naar constanten en prijsbepalende factoren. Met name het papier was het belangrijkste kostenelement. Vergelijking van boekprijzen is mogelijk via omzetting naar de prijs per vel. Dan blijken nieuwsbladen en ook bv. de Elzevier 'republiekjes' bepaald niet goedkoop te zijn geweest. De auteur hoopt dat boekhistorici voortaan ook systematisch prijsgegevens zouden opsporen en hanteren. [M. d. S.].
1638. - Margery CORBETT, John Ogilby's 'Africa' (London 1670); some notes on the illustrations in Quaerendo. 19, 1989, 4, p. 299-307, ill.
Nederlandse geïllustreerde reisbeschrijvingen oefenden een onuitputtelijke aantrekkingskracht uit op Engelse lezers. Zij werden dan ook snel vertaald. John Ogilby's plaatwerk over Afrika blijkt flink wat te hebben ontleend aan Olfert Dapper, Naukeurige beschrijvinge der Afrikaensche gewesten ... (Amsterdam 1668). De eerste twee paragrafen van Corbetts artikel zijn wat moeilijk to verstaan: tienmaal speelt zich iets af in het jaar 1600. [M. d. S.].
1639. - P. J. VERKRUIJSSE, Vier gangen en twee toetjes - de drukgeschiedenis van 'Banket-werk' en andere Brunaeana in Johan de Brune de Oude (1588-1658) : een Zeeuws literator en staatsman uit de zeventiende eeuw,red. P. J. VERKRUIJSSE. - Middelburg: Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, 1990. - (Werken uitgegeven door het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen; dl. 6), p. 8-13.
W. A. HENDRIKS en P. J. VERKRUIJSSE, Supplement op de descriptieve auteursbibliografie van Johan de Brune de Oude in Idem,p. 120-146. facsim.
Synthese van de gegevens uit de grote De Brune-bibliografie van 1988 (Kroniek 15
nr. 1449). In het Supplement vindt men niet enkel extra exemplaren, maar ook enkele aanvullingen én correcties (m.n. over de edities van het Banket-werk). Ook de literatuur over De Brune is flink aangevuld. Voorbeeldig is dat ook op dit alles een register wordt gemaakt (p. 145-146).
Hadden wij maar (veel) meer van dergelijke betrouwbare persoonsbibliografieën! [M. d. S.].
1640. - E. P. BOS en H. A. KROP, Franco Petri Burgersdijk (1590-1635) en het aristotelisme in Leiden: catalogus bij een tentoonstelling gehouden in de Universiteitsbibliotheek Leiden van 1 december 1990 tot 15 januari 1991.- Leiden: Bibliotheek der Rijksuniversiteit. 1990. - 38 p.: ill.; 21 cm. - (Kleine publikaties van de Leidse Universiteitsbibliotheek., 9). Fl. 5.
De Leidse hoogleraar wijsbegeerte Franco Petri Burgersdijk (1590-1635) heeft in zijn korte carrière (1620-1635) een belangrijke invloed uitgeoefend op het Filosofisch denken, m.n. via het internationale studentenpubliek en via zijn werken die o.m. in het Nederlands en het Engels werden vertaald: de Nederlandse vertaler was Adriaan Lodewijk Kok (1616-1653). Na een artikel en enkele vertaalde documenten volgt het catalogusgedeelte (p. 33-38) met edities etc. uit Leids bezit. Telkens worden andere uitgaven van een werk opgesomd. Nogal wat teksten vielen, blijkens herdrukken en vertalingen, erg in de Engelse smaak. Een praktisch vertrekpunt voor een grotere studie! [M. d. S.].
1641. - Harm DEN BOER, De Spaans- en Portugeestalige literatuur van de Sefardische joden van Amsterdam: tussen status en identiteit in De Zeventiende Eeuw. 6, 1990, 1, p. 152-158.
Voorstelling van een onderzoek naar dit geheel eigen circuit, met name naar opdrachtgevers, drukkers en publiek. [M. d. S.].
1642. - P. J. VERKRUIJSE, Het boekenmecenaat in de zeventiende eeuw in De Zeventiende Eeuw,6. 1990. 1, p. 137-143.
Verslag van een eerste systematisch onderzoek naar mecenassen en opdrachten (van auteur of uitgever) in het voorwerk van enkele honderden Nederlandse drukken. Belangrijker nog dan privé-personen was het overheidsmecenaat: dedicaties gericht tot burgemeesters, rectoren, Staten(-Generaal) leverden vaak niet-onaardige bedragen op. Onderzocht moet worden of er verschillen waren tussen de genres (atlassen, literaire werken) of bv. het aantal geleverde (ruil)exemplaren. [M. d. S.].
1643. - P. J. VERKRUIJSE, Een oordeel over bronnen en de bronnen van een veroordeling: de bronnen voor Smalleganges 'Cronyk van Zeeland' geïnventariseerd in Geschiedenis godsdienst letterkunde .... p. 167-177. (cf. nr. 1571).
Een berucht boek met een ontstaansgeschiedenis van veertig jaar (in 1700 verschenen). Dat heeft zijn sporen nagelaten. Perscorrecties werpen ook een licht op de gehanteerde bronnen, die worden systematisch gepresenteerd. [M. d. S.].
Zie ook nr. 2102
1644. - Michiel DE SWAEN, De gecroonde leersse. A. Inleiding en tekst. [Uitgegeven door Jozef Smeyers. - Brussel: Facultés universitaires Saint-Louis. 1989. - xxxv. 116 p. . 25 cm. - (Cahiers van het Studiecentrum 18de-eeuwse Zuidnederlandse Letterkunde. 3A). - Besteladres: cf. Kroniek 15 nr. 1465.
Heruitgave van het komische toneelstuk De verheerlyckte schoenlappers of de gecroonde leersse (eerste opvoering 1688), van de hand van de heelmeester-barbier uit Duinkerke (1654-1707). Ondanks de verfransing van de plaatselijke hogere standen, koos De Swaen voor het Nederlands: nostalgie naar de tijd toen zijn geboortestreek nog geen Frans bezit was.
Bij dit Cahier hoort nog een deel 38, waarin woord- en tekstverklaring is opgenomen. In deel 3A vernemen we meer over de biografie en het werk van De Swaen (met uiteraard bijzondere aandacht voor De gecroonde leersse),en wordt de tekst overgenomen uit het eerste deel van de Werken van Michiel de Swaen in de editie van V. Celen, C. Huysmans en M. Sabbe (Brussel, 1928). Voor de Kroniek lichten we uit dit deel enkele gegevens over de publikatiegeschiedenis van De Swaens werken. Met uitzondering van zijn Andronicus-vertaling, uitgegeven door Van Ursel, Duinkerke, verschenen de teksten van De Swaen zonder zijn medeweten (bij dezelfde Van Ursel) of na zijn dood. Drukkers waren Pieter Labus (Duinkerke), Cornelis Meyer (Gent) en J. van Praet (Brugge), telkens in de achttiende eeuw. De rest van de manuscripten belandde in de abdij van Sint-Winoksbergen. Ook over de later herontdekte werken van 'de Vondel van Duinkerke' wordt hier uitgeweid. [P. D.].
1645. - José BREEUWSMA m.m.v. H. W. DE KOOKER, Leidse Vondeliana. Catalogus van werken van en over Vondel in druk verschenen vóór 1856, aanwezig in de collecties van de Bibliotheek der Rijksuniversiteit, de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde en de Bibliotheca Thysiana te Leiden. - Leiden: Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 1990. - 160 p.: ill.; 21 cm. - (Kleine publicaties van de Leidse Universiteitsbibliotheek; nr. 7). ISBN 90-6385-157X. Fl. 7, 50.
Een derde grote Vondelcollectie is thans vakkundig ontsloten voor Vondelspecialisten en bibliografen. In navolging van Amsterdam en Nijmegen (zie Kroniek 14
nr. 1239) werd naast de algemeen gangbare elementen (titel, impressum/colofon, opbouwformule, bibliotheeksignatuur, annotatie) ook de STCN-vingerafdruk opgenomen. Dat verhoogt de controleerbaarheid van de beschrijving zeer, al blijven wij bij de bezwaren vermeld in nr. 1239. Hier zijn dus 461 beschrijvingen gepresenteerd, met meer dan 500 exemplaren (boeken, pamfletten en portretten). De selectie gebeurde volgens Ungers criteria, wat te verdedigen valt; al is het vreemd om in 1990 nog steeds enkel de aan Unger bekende strijdschriften vóór en tegen Vondel aan te treffen - zo worden latere vondsten nog steeds buiten beeld gehouden! De catalogus bevat gelukkig wel een historische inleiding over de drie collecties en is voorbeeldig afgewerkt met de onontbeerlijke registers (titels, namen (algemeen), initialen en motto's, auteurs/vertalers/bewerkers, graveurs en ontwerpers, drukkers/boekverkopersluitgevers. vroegere eigenaars en 'Niet in Unger'). Aanbevolen! [M. d. S.].
Zie ook nr. 1971
1646. - Hans DEN HAAN, "Of is sint Pieter Harmiaens ": over Vondels hekeldicht ' Op het ontset van Piet Heyns buyt' in Geschiedenis godsdienst letterkunde .... p. 121-133, ill. (cf. nr. 1571).
In 1629 verschenen vier verschillende anonieme drukken van dit actuele hekelvers (Unger 169-171 + 1 hem onbekend). [M. d. S.].
1647. - Claude SORGELOOS, L'analyse scientifique des imprimés anciens et l'histoire des idées. Un cas de latin du XVIII° siècle .. les Mémoires historiques et politiques de P. F. de Neny in Archief- en Bibliotheekwezen in België,60, 1989, p. 9-34.
Historici zijn meestal erg behoedzaam wanneer ze teksten gebruiken die uitsluitend in handgeschreven vorm zijn overgeleverd. Anders is het met gedrukte bronnen: de typografie geeft aan een tekst zeer vaak een aura van juistheid en volledigheid mee. Wat gedrukt is zou probleemloos overeenkomen met de intentie van de auteur. En de historicus neemt meestal niet de zware taak op zich om oude of minder oude bronnen aan een kritisch bibliografisch onderzoek te onderwerpen.
Dit artikel bevat een pleidooi om dat voortaan wel te doen. Uitgangspunt zijn de Mémoires historiques et politiques van P. F. de Neny, een tekst waaruit alsmaar geciteerd wordt wanneer men het heeft over het Ancien Régime in de Zuidelijke Nederlanden. Nadere bestudering (waarvan neerslag in extra-nummer 38 van Archief- en Bibliotheekwezen in België,cf. Kroniek nr. 15
nr. 1472) heeft aangetoond dat het gebruik ervan in gedrukte vorm tot verkeerde conclusies kan leiden. Men gebruikt dus best het handschrift dat zo dicht mogelijk Neny's autograaf benadert; of men past op de verschillende uitgaven de technieken toe van de historische bibliografie. C. Sorgeloos heeft dat zeer nauwkeurig gedaan voor de belangrijkste Zuidnederlandse historische produktie uit de achttiende eeuw. [P. D.].
1648. - Frans A. JANSSEN, Ploos van Amstel's description of type founding in Quaerendo,20, 1990. p. 96-110, ill.
Vermeerderde versie van Janssens artikel in het Nederlands (zie Kroniek 15
nr. 1460).
1649. - Christian COPPENS, Un règlement de l'imprimerie de Jéan-Louis de Boubers en 1781 in Quaerendo,19, 1989, p. 83-116, ill.
J.-L. de Boubers (1731-1806) was, na kortere periodes in Duinkerke en Luik, voornamelijk actief in Brussel. Hij bezat er een lettergieterij en leidde er een prestigieus drukkersatelier, waar o.m. een befaamde geïllustreerde uitgave van het volledig werk van Rousseau het licht zag. Zijn atelier telde vier á vijf drukpersen en stelde dus een behoorlijk aantal mensen te werk. Om de arbeid efficiënt, veilig en discreet te doen verlopen drong een intern reglement zich op. Het werd in 1781 in-plano uitgegeven en aan elke nieuwe werknemer overhandigd.
Van dit reglement is vandaag maar één exemplaar bekend. C. Coppens achtte het terecht waardevol genoeg om alle artikels ervan uit te geven en van commentaar te voorzien. Elke term wordt verklaard aan de hand van gelijkaardige reglementen, drukkershandboeken en boekhistorische studies. Zo duiken heel wat parallellen op. De grote gelijkenis tussen dergelijke reglementen, waar en wanneer ze ook tot stand zijn gekomen, vormt een mooie illustratie van het gewicht van traditie en continuïteit in het drukkersvak tijdens het Ancien Régime, zowel op technisch als op sociaal vlak.
Het geheel werpt een levendig licht op het dagelijks leven, de beroepsernst en de sociale controle in een drukkersatelier van voor de Industriële Revolutie. Met literatuurlijst en meertalig register op drukkersterminologie. [P. D].
1650. - B. P. L. LAGARRIGUE, Les coulisses de la presse de langue française dans les Provinces-Unies pendant la première moitié du XVIIIe siècle d'après la correspondance inédite de Charles de La Motte (1667?-1751), correcteur à Amsterdam in Documentatieblad Werkgroep Achttiende Eeuw, 22, 1990, p. 77-110.
Met haast elk nummer van het Documentatieblad vernemen we meer over de rol van Franse emigranten in het culturele leven van de Republiek op het einde van de zeventiende en in het begin van de achttiende eeuw. B. Lagarrigue richt haar onderzoek op de Bibliothèque raisonnée des ouvrages des savans de l'Europe,en heeft in dit kader ook de correspondentie (402 brieven) van Charles Pacius de La Motte opgezocht en geanalyseerd. De La Motte was voor dit tijdschrift tegelijk actief als corrector en als redactioneel secretaris, althans tot 1741. Zijn bewaarde briefwisseling is niet zozeer van belang omdat ze zijn biografie verrijkt. Wel werpt ze een interessant licht op zijn correctietechniek: een aspect van de boekgeschiedenis dat tot nu toe onterecht in de vergeethoek is gebleven. De La Motte maakte er een erezaak van om de teksten die hem door de grote Amsterdamse uitgevers werden voorgelegd, nauwkeurig te controleren. Hij gebruikte daartoe vorige uitgaven van het boek en ging de juistheid van citaten vaak na in andere naslagwerken. Bovendien had hij oog voor een efficiënte, gebruiksvriendelijke tekstpresentatie.
Zijn brieven lichten ons tevens in over zijn functie als bemiddelaar tussen auteurs en uitgevers. Dankzij zijn takt wist hij de eisen van de erudieten veelal te verzoenen met de winstverwachtingen van de boekverkopers. Zijn stevige 'technische' reputatie, gecombineerd met enkele essentiële sociale vaardigheden, heeft hij ook kunnen waarmaken als redactiesecretaris van de Amsterdamse versies van de Journal des savans,de Bibliothèque germanique en de Bibliothèque raisonnée ...
Al met al is De La Motte dus een belangrijker figuur dan algemeen werd aangenomen. Hij leverde een belangrijke bijdrage tot de faam van de Hollandse uitgevers, en in zekere mate ook tot die van de auteurs die op hem een beroep deden. Dat bewijst ook het bijvoegsel bij dit artikel: het is een lijst van alle uitgaven waarvoor De La Motte fungeerde als corrector of als bemiddelaar tussen auteur en uitgever, althans zoals de briefwisseling ons daarover inlicht. [P. D].
Zie ook nr.
1789
1651. - P. J. BEGHEYN, De Nijmeegse drukker Willem van Goor en zijn Materie- of Speldeboeksken in De boekenwereld, 6, 1989-1990, 1, okt. 1989, p. 12-15. ill.
Van Willem van Goor (1702-1743), drukker in Nijmegen (stadsdrukker vanaf 1729). nadien in 's-Hertogenbosch, wordt hier een Gents exemplaar beschreven van een tot nog toe onvermeld typografisch schrijfboek uit zijn Nijmeegse periode. Bescheiden voorproefje van een aangekondigde overzichtstentoonstelling over de geschiedenis van de boekhandel te Nijmegen van 1479 tot 1800 (zie
nr. 1538). [P. D.].
1652. - André-Marie GOFFIN, L 'inventaire d'une imprimerie-librairie namuroise en 1795. La séparation Stapleaux-Legros in Archief- en Bibliotheekwezen in België,60, 1989, p. 97-108.
In de jaren 1780 stond de Naamse boekverkoper Jean-François Stapleaux (°1741) bekend om zijn produktie en verspreiding van verboden boeken. Tijdens de Franse overheersing in België koos hij meteen partij voor het nieuwe regime, en drukte hij het eerste echte Naamse opinieblad (Le Courrier de Sambre et Meuse). In 1795 maakte hij gebruik van de revolutionaire huwelijkswetgeving en scheidde hij officieel van zijn tweede echtgenote, Marie-Joseph Legros. Beiden ( " nos deux héros ", zo noemt de auteur ze) bleven na de scheiding actief in het boekenvak.
Bij hun echtscheiding werd een inventaris opgemaakt van hun bezit, waaronder een drukkersatelier, boekbindersgerief en een goed voorziene boekhandel. De inventaris van het drukkersatelier bleef oppervlakkig omdat Stapleaux dit en bloc wou overnemen. De boekenvoorraad (zowel het eigen fonds als het assortiment van de boutique) werd grondiger beschreven, hoewel er geen deskundige aan te pas kwam en de gegevens kennelijk werden gedicteerd.
Er wordt wat geciteerd uit de inhoud van deze inventaris, en in bijlage worden de 25 titels van medische werken uit het assortiment, de inventaris van de boekbinderij en de schulden in extenso gereproduceerd. Kortom: interessant vergelijkingsmateriaal. [P. D].
1653. - B. C. SLIGGERS, Het werk van de Haarlemse kunstenaar en Hernhutterpredikant Johannes Swertner (1746-1813) in De Boekenwereld,6, 1990, p. 41-54, ill.
Voor de Kroniek stippen we aan dat Johannes Swertner instond voor de illustratie van de vertaling uit het Hoogduits van de Historie van Groenland van David Cranz (eerste druk: Haarlem, C. H. Bohn en Amsterdam, H. de Wit, 1767; tweede druk: ibid., 1770). Daarnaast etste hij in 1767 een titelvignet naar een tekening van de kunstverzamelaar en amateurtekenaar Joannes de Bosch (1713-1785), waarschijnlijk voor een veilingcatalogus van deze laatste. [P. D].
1654. - P. J. BUIJNSTERS, Literatuur en bibliofilie in De Gids,152, 1989, p. 877-885.
Kort overzicht over het verband tussen beide begrippen met nadruk op de evolutie in de achttiende eeuw. Tot dan toe was de habituele lezer een geleerde die de meest betrouwbare en dus meest recente studies en uitgaven op alle wetenschapsgebieden verzamelde, geen romans. In de achttiende eeuw komt daar de gefortuneerde liefhebber bij die een keurcollectie van bibliofiele boeken aanlegt. In de loop van dezelfde eeuw neemt de boekproduktie sterk toe, evenals het aantal lezers, ook onder vrouwen en kinderen. Romans veroveren een plaats in de bibliotheek van de man met smaak. De zich emanciperende burgerij komt samen in leesgezelschappen om kennis te nemen van leerzame geschriften. Daartegenover zoekt de sentimentele vroeg-romantische lezer de eenzaamheid op om zich aan het genot van één, maar hem dan wel zeer dierbaar boek over te leveren. [W. W.].
1655. - J. GERRITSEN, Een Groninger boekenverzamelaar: Hendrik Hofsnider in Bibliotheek, wetenschap en cultuur, p. 417-432. (cf. nr. 1546).
Studie van een Groningse collectie verzameld door H. Hofsnider (1671-1744). Analyse van de veilingcatalogus. [M. d. S].
Zie ook nr. 1546
1656. - Rudolf RASCH, De muziekoorlog tussen Estienne Roger en Pieter Mortier (1708-1711) in De Zeventiende Eeuw,6. 1990, 89-97. ill.
Dat muziek al in de vroege achttiende eeuw een echte business was, bewijst deze bijdrage aan het symposium van de Werkgroep Zeventiende Eeuw over de wisselwerking tussen cultuur en economie. Vanaf 1708 werd de Amsterdamse muziekuitgever Estienne Roger (1664/5-1721) plots beconcurreerd door Pieter Mortier (1661-1711), die door zijn lagere prijzen zorgde voor een neerwaartse escalatie van de prijzen voor muziekuitgaven. R. Rasch bestudeert die escalatie voor vier publikaties die in beider fonds voorkwamen, voornamelijk op basis van advertenties. Daaruit blijkt dat de concurrentie van Mortier ook na diens dood nog een belangrijke daling van het prijspeil van Roger tot gevolg had. Succes in de uitgeverswereld werd bepaald door lage prijzen en door de kwaliteit van de uitgave, nl. door de correctheid ervan. Wat die correctheid betreft kan de eindredacteur van De zeventiende eeuw beslist wat leren van Roger en Mortier: in dit artikel zijn ál te veel storende (computer- ?) fouten geslopen. [P. D.].
Zie ook nr.
1957
1657. - Otto S. LANKHORST, 'Au siècle des catalogues'. Een eerste inventarisatie van fonds- en sortimentscatalogi van Haagse boekverkopers,1680-1780 in Documentatieblad Werkgroep Achttiende Eeuw, 21, 1989, p. 55-96.
Aan het Nijmeegse Instituut Pierre Bayle is een onderzoeksproject opgezet rond de internationale rol van de Haagse boekverkopers in de jaren 1680-1780. Deze chronologische afbakening wordt verantwoord op grond van belangrijke wijzigingen die zich toen telkens voordeden in het intellectuele leven en in de wereld van de boekhandel.
Hier worden de eerste resultaten voorgesteld van een onderdeel binnen het project: een inventarisatie van de (ook) internationaal georiënteerde Haagse boekverkopers en van hun tot nu toe gelokaliseerde fonds-, sortiments- en fondsveilingcatalogi. De catalogi zijn nu eens verschenen als afzonderlijke publikatie, dan weer als bijlage in een ander produkt van de boekverkopers. Ze werden hier alfabetisch geordend op naam van de boekverkoper en vervolgens per boekverkoper chronologisch op het jaar van uitgave. De lijst vermeldt om welk soort catalogus het gaat, wijst op de aan- of afwezigheid van gedrukte prijzen en vermeldt de vindplaats. We herhalen graag de vraag van de auteur: "Aanvullingen van nieuwe vindplaatsen en vooral van nieuwe titels worden met spanning en ongeduld tegemoet gezien. " [P. D.].
Zie ook nr.
1659
1658. - Françoise BLéCHET, Hans BOTS, Le commerce du livre entre la Hollande et la Bibliothèque du roi (1694-1730) in Documentatieblad Werkgroep Achttiende Eeuw,21, 1989, 23-53, ill.
Uitgave van een correspondentiedossier (1729-1730), voornamelijk brieven van de Bibliothécaire du Roi Jean-Paul Bignon aan Jacques-Philippe Laugier de Tassy. Deze Franse koninklijke commissaris verbleef in Amsterdam vanaf 1729. Hij werd door Bignon aangezocht om als tussenpersoon op te treden bij zijn relaties met de gebroeders Wetstein, die hij als leveranciers van de gedrukte produktie uit Holland aan de Koninklijke Bibliotheek wou aanstellen. Laugier de Tassy nam deze verzamelingsen toeleveringsopdracht echter zelf op zich. In de briefwisseling die erop volgde vinden we het credo van de moderne bibliothecaris: " Pour nous, il n'y a presque point de choix á faire. Souvent le plus mauvais livre ne nous laisse pas de nous estre nécessaire. "
De briefwisseling bevat vele gegevens over de concurrentie tussen de boekhandelaars, over de wisselkoers die werd gehanteerd bij Frans-Hollandse transacties, over de handelsroutes (over het land, via Brussel, of over zee, via Rouen) en hun respectieve voordelen, en over het belang van de tijdschriften voor de achttiende eeuwse bibliograaf. Interessant zijn verder de opmerkingen i.v.m. de verkoop van de privé-bibliotheek van Samuel van Hulst (1730).
De handel via tussenpersonen bleef duren tot 1734. Vanaf dan nam de Bibliothèque du roy rechtstreeks contact op met de Hollandse boekverkopers. [P. D.].
Zie ook nrs.
1864; 1956
1659. - Otto S. LANKHORST, 'Die snode uitwerkzels van een listige eigenbaat'. Inventarisatie van uitgaven bij intekening in de Republiek tot 1750 in De Zeventiende Eeuw,6, 1990, p. 129-136.
Ondanks de titel van het tijdschrift betreft deze korte bijdrage vooral de achttiende eeuw. O. Lankhorst, die de uitgavepolitiek van Haagse boekverkopers bestudeert in de periode 1680-1780 (cf.
nr. 1657), zet hier het belang uiteen van het verschijnsel intekening voor de boekhistoricus: het verschaft informatie over de productie(-duur), de prijsberekening, de consumptie, de relaties van de uitgever met boekverkopers in binnen- en buitenland, enz.
Er werden gegevens over intekening verzameld tot en met 1750. In de Republiek was de uitgave van de Mikhlal Yophi van Jacob Abendana (1661) waarschijnlijk het eerste boek dat bij intekening werd gepubliceerd (Kroniek 13 nr. 1049). Na dit eerste voorbeeld was het bijna steeds de uitgever (en niet de auteur) die zich met het werven van intekenaren inliet. De bedoeling was drieledig: een marktonderzoek verrichten, contant geld in kas krijgen, dat dan vooral aan het papier voor het te produceren boek werd besteed; en tenslotte was de intekening een vorm van reclame. Mogen we dit artikeltje (met een wel erg abrupt einde) beschouwen als reclame voor een te publiceren lijst, waarvan de auteur de publikatie hier aankondigt ? [P. D.].
1660. - Christiane BERKVENS-STEVELINCK, Prosper Marchand (1675-1756): Remarques sur la " Bibliotheca Bultelliana ". Lettre ouverte á Gabriel Martin, 1711 in Lias,17, 1990, p. 91-107.
Uitgave van een lange brief die Marchand in 1711 schreef aan zijn collega Gabriel Martin. Aanleiding was de publikatie van Martins veilingcatalogus van de bibliotheek van Charles Bulteau. Marchand, die zichzelf beschouwde als een Historien des Livres,voelde zich verplicht aanmerkingen te formuleren bij de indeling van de stof. En als protestant kon hij niet verkroppen dat de categorie Theologia reformata in de catalogus was aangeduid met de titel Heterodoxi. Een mooie bezinning over tolerantie en consequentie in het boekenvak. [P. D.].
1661. - Bruno MERCKX, Les catalogues de ventes de libraires édités à Mons au XVIIIe siéclé: perspectives et problémes d'exploitation in La critique historique á l'épreuve: Liber discipulorum Jacques Paquet. Sous la direction de Gaston BRAIVE [et de] Jean-Marie CAUCHIES. - Bruxelles: Facultés universitaires Saint-Louis, 1989, p. 197-204. - (Publications des Facultés universitaires Saint-Louis, Travaux et recherches, 17). - ISBN 2-8028-0065-5.
In tegenstelling tot wat de titel laat vermoeden, behandelt de auteur alleen de magazijncatalogi van de Henegouwse boekverkoper Henri Hoyois (1749-1784, actief in Bergen [België] van 1772 tot 1782). Deze verspreidde in 1774 een reeks van drie Extraits du catalogue des livres qui se trouvent chez -. Vijf jaar later volgde daarop een volledige assortimentscatalogus, die tot in 1780 werd aangevuld met tenminste acht supplementen.
De auteur formuleert enkele vragen die aan deze documenten kunnen worden gesteld en geeft een overzicht van de problemen die zich zullen voordoen bij de interpretatie van de gegevens. Ter compensatie voor deze problemen wijst hij op het bestaan van een (onvolledige) inventaris van deze boekhandel.
Enkele detailfouten zal men de auteur wel vergeven (bv. de onnauwkeurige verwijzing naar het repertorium van veilingcatalogi van J. Blogie); de zware bibliografische lacunes echter niet. De Nederlandse en Duitse literatuur over het onderwerp werd stelselmatig over het hoofd gezien. Ook in de opsomming van bibliografische naslagwerken die moeten helpen bij de identificatie van de titels, toont de auteur zich ál te eenzijdig op Frankrijk gericht. [P. D.].
1662. - H. H. M. VAN LIESHOUT, De materiaalvoorziening voor de Histoire des ouvrages des savans in Documentatieblad Werkgroep Achttiende Eeuw,21, 1989, p. 97-137.
Reconstructie van de materiaalvoorziening voor Henri Basnages geleerdentijdschrift (Rotterdam, 1687-1709). Bedoeling is via deze reconstructie uit te maken in hoeverre de Histoire zijn Nederlandse lezers een representatief beeld kon bieden van de internationale wetenschappelijke bedrijvigheid, en vice versa, in hoeverre de Europese lezer er een adequate uitdrukking in vond van de boekenproduktie uit de Republiek.
De inhoud van het tijdschrift werd daartoe getypeerd en gekwantificeerd. De auteur gaat vooral in op de twee hoofdcategorieën: de " Extraits de diverses Lettres " (geleerdennieuws, aankondigingen van nieuwe boeken. summiere recensies) en de uitgewerkte boekbesprekingen. De geografische toewijzing hiervan laat een zeer levendige belangstelling zien voor boeken uit Frankrijk en Engeland (ook, en zelfs vooral in het Engels), terwijl veel minder plaats werd ingeruimd voor de geleerde produktie uit de Noordse landen, Zwitserland, Italië en de Zuidelijke Nederlanden. De Duitse landen waren dan weer sterker vertegenwoordigd dan Basnage het wenste, vooral in de jaren van de Spaanse successieoorlog, toen de contacten met Frankrijk uiterst moeilijk verliepen. Dat het merendeel van de besproken boeken uitgegeven was in de Republiek, is ook zo te verklaren, maar vloeit natuurlijk tevens voort uit de nauwe contacten tussen Basnage en zijn uitgever, Reinier Leers. Diens rechtstreekse invloed op de herkomst en inhoud van de gerecenseerde werken is vooral aanwijsbaar in de regelmaat waarmee Duitse werken en jansenistica werden besproken. Maar hij heeft de Histoire niet misbruikt als advertentiemedium voor zijn uitgeverij. Wél zijn het zijn talrijke handelscontacten en zijn correspondentienet die aan het tijdschrift de door Basnage zo gewenste internationale signatuur hebben meegegeven. [P. D].
1663. - F. A. M. SCHAARS en M. TE WILT, Jacobus Nyloë (1670-1714) en zijn 'Aanleiding tot de Nederduitsche taal' in Wat duikers vent is dit!: opstellen voor W. M. H. Hummelen,onder red. van G. R. W. DIBBETS en P. W. M. WACKERS. -Wijhe: Quarto, 1989, p. 267-294, ill. - ISBN 90-5088015-0.
Het taalkundig geschrift van de Drentse dominee Jacobus Nyloë, Aanleiding tot de Nederduitsche taal kende van 1703 tot 1779 acht drukken (zes te Amsterdam en twee te Leeuwaarden). De studie van Schaars en Te Wilt bevat ook een beschrijving van deze drukken (met collatie en exemplaaropgave).
De opgegeven collatie van de eerste druk is niet correct: niet "†-2†²A-F²(...); 30 bladen " maar wel (4°:) "†4††² A-E4F², 28 ff., pag. [12] 1-43 44 " (volgens beide exemplaren in de Haagse Koninklijke Bibliotheek: op te merken valt tevens dat het exemplaar 651 E 27:1 uitvoerig is geannoteerd). De collatieformules voor de vierde, vijfde, zesde en zevende druk moeten luiden " 4°: *4**2A-K8L4, 90 ff. " in plaats van " 4°: *42*2A-L4 " (dat zou maar 50 ff. opleveren). De tweede en achtste beschrijving lijken correct (niet gecontroleerd). Omzichtig te raadplegen! [M. d. S].
1664. - S. L. RADT, Valckenaer 'en pantoufles' in einem Rarissimum der Groninger Universitätsbibliothek in Bibliotheek, wetenschap en cultuur .... p. 321-332. (cf. nr. 1546).
Lucas Valckenaer, beroemd Leids classicus, vertoefde geregeld in een "delirium'. Tijdens een dergelijke periode in 1781 schreef hij een commentaar bij zijn Callimachuseditie. Het boek was reeds door Luchtmans gedrukt, toen zijn zoon Jan ingreep en de oplage liet vernietigen. Enkele exemplaren bleven echter gespaard, o.m. het thans in Groningen bewaarde, afkomstig van Valckenaers kleinzoon Luzac. [M. d. S].
1665. - Jozef SMEYERS, Voltaire dans la littérature néerlandaise des Pays Bas autrichiens in Septentrion, 18, 1989, p. 48-55, portr., facsim.
Over Nederlandse vertalingen verschenen o.m. te Gent en te Amsterdam. Met reprodukties van een paar titelpagina's. [E. C.-I.].
1666. - August KEERSMAEKERS, Felix Timmermans, wonder van eenvoud. Leuven Davidsfonds. 1990. - 123 p., 21 cm. - ISBN 90-6152-593-4. BF 475.
In dit essay dat een aantal thema's uit Timmermans' omvangrijke oeuvre bestudeert, heeft K daarbij grote aandacht voor de wordingsgeschiedenis van een tekst. De overgang van manuscript naar eerste publikatie - in tijdschrift of in boekvorm (eerste editie) - is tot in de details onderzocht. Niet enkel stilistische ingrepen, ook schrappingen en toevoegingen die in opeenvolgende drukken en/of edities plaatsvonden, verduidelijken het groeiproces van het boek. K schrikt er niet voor terug twintig drukken van één tekst met elkaar te vergelijken en aldus het voorbereidend werk voor tekstedities te leveren: de 'Engelse' (filologische) analytische bibliografie van de twintigste eeuw vindt hier een waardig beoefenaar. [E. C.-I.].
1667. - Marita MATHIJSEN, Nieuwe druktechnieken en oude valkuilen: ontwikkelingen in de boekdrukkunst en hun gevolgen voor het editeren in Spektator,19, 1990. 3, september, p. 351-366.
Bij onderzoek van drukken uit de handperstijd heeft de analytisch-bibliografische methode reeds ruim toepassing gevonden. In haar boeiende lezing op het colloquium De teksteditie: theorie en praktijk (van de Contactgroep 19de eeuw Dr. F. A. Snellaertcomité te Leuven op 8 november 1989) heeft M. Mathijsen aangetoond dat veranderde druktechnieken evenzeer konden leiden tot tekstverandering, met name bij het proces van kopij naar druk en in het mijnenveld van oplagen en drukken. Ingrepen van auteur en of uitgever werden aangevuld met die van typografén (als bij het 'oude' boek) en redacteuren (nieuw), corruptie kan op allerlei wijzen binnensluipen.
Na een voorstelling (mét voorbeelden) van enkele technische vernieuwingen (machinepers, rotatiepers, machinaal papier en vooral stereotypie) komt de auteur tot volgende conclusies: collatie van exemplaren van één druk blijft nodig in drie gevallen: a. bij alle drukken die direct gezet zijn van losse loden letters, zonder dat clichés gemaakt werden; b. als een bepaalde druk verschillende verschijningsvormen heeft, bijvoorbeeld een luxe-uitgave naast een "gewone ", kan het drukproces onderbroken zijn voor veranderingen, c. als er een nieuwe oplaag van een bepaalde druk gemaakt is (m.n. auteurscorrecties of wegmonteren van (zet)fouten). Algemene regel blijft: 'de geringste afwijking moet wantrouwen opwekken'. Verplichte lectuur voor tekstediteurs, filologen en boekhistorici ! [M. d. S.].
1668. - Pluk de Dag. Een kleine historiek over het ontstaan, de vorm en de inhoud van de dagblokkalender in Vlaanderen en Wallonië. - Izegem: Strobbe. 1989. - 89 p.: ill., 24 cm. BF 250.
De drukkerij Strobbe uit Izegem geeft in 1990 de 75ste Druivelaar, een dagblokkalender, uit. Bij die gelegenheid verschijnt een geschiedenis van de scheurkalender, waarvoor op een aantal specialisten een beroep gedaan werd.
F. Claes omschrijft de begrippen almanak en kalender, L. Strobbe ging op zoek naar het ontstaan van het huidig type scheurkalender. Aangezien die uit de aard der zaak een wegwerpvoorwerp is, valt het moeilijk hierover uitsluitsel te verkrijgen. De oudste sporen wijzen naar Frankrijk halfweg vorige eeuw. Met medewerking van Jean van Cleven neemt Strobbe ook enkele Nederlandstalige en Franstalige scheurkalenders in België onder de loep. Zo blijkt de St.Augustinusdrukkerij van Desclée De Brouwer massaal verschillende types van kalenders uitgegeven te hebben voor specifieke doelgroepen. Uiteraard komt Gezelle ter sprake die op instigatie van Desclée De Brouwer zijn Duikalmanak uitgaf (1886). Bij het overzicht van De Druivelaar zelf (sinds 1915, eerst uitgegeven door R. Nuttin te Zwevegem, sinds 1942 door Strobbe) valt op dat in het bedrijfsarchief geen exemplaren van sommige jaren aanwezig zijn ! Er wordt nader ingegaan op inhoud en redactie. Verschuivingen in de belangstelling leiden tot vermindering van stichtelijke en moraliserende teksten op de versozijden van de blaadjes ten voordele van een meer lichte, grappige inhoud. Deze laatste wordt door J. Verberckmoes omschreven als stereotiep, zeker niet kwetsend en eerder behoudsgezind. Interessant is de korte uiteenzetting van zet- en druktechnische aspecten. Het blijkt dat aanvankelijk de produktie van scheurkalenders een specialiteit was die zeer goede technische kwaliteit leverde. Pas in het begin van deze eeuw werd een neergang geconstateerd door gebruik van verouderd en versleten materiaal. In de tijd van hand- of regelzetsel kwam het meer dan eens voor dat de voorziene informatieve tekst op de versozijde te lang bleek voor de beschikbare ruimte, zodat storende wijzigingen onvermijdbaar waren. Thans wordt De Druivelaar via een systeem van Desktop Publishing geproduceerd, waardoor dit soort van problemen niet meer kan voorkomen.
Het boek is een overzichtelijk geheel en goed geïllustreerd (de stijl van de grote dagcijfers blijkt sterk te evolueren !), maar duidelijk is wel dat een homogeen historisch overzicht van dit soort drukwerk nog moet geschreven worden.
Tegelijk met het boek werd een tentoonstelling gehouden, achtereenvolgens te Brugge (najaar 1989) en te Gent (voorjaar 1990). In 160 nrs. worden niet alleen tal van scheurkalenders getoond, maar ook technische aspecten van de fabricatie (vellen, lijmtafel, draaitafel). [W. W.].
1669. - C. DEVYT, De stichters en de eerste drukker van Biekorf. Een gemiste kans voor Desclée De Brouwer in Biekorf,90, 1990, p. 27-48, ill.
Het Westvlaamse tijdschrift Biekorf bezit geen archief, maar wel is een bundeltje documenten aangaande de stichting ervan bewaard gebleven. Op de eerste twee prospectussen werden als drukkers vermeld: 'Desclée, De Brouwer en An[oniemen ?]' (21 maart en 8 mei 1889). Gezelle die de spiritus rector van het tijdschrift was, had een voorkeur voor Desclée De Brouwer, waar in 1886 zijn Duikalmanak voor het eerst verschenen was. Uit brieven van Eduard van Robaeys aan Gezelle blijken bezwaren tegen de kostprijs (Desclée was duur) en de Franstaligheid van het bedrijf. De derde prospectus, met dezelfde tekst als in de vorige versies, was gedrukt bij de gebroeders De Plancke. De bijdrage is geïllustreerd met facsimile's in kleur van brieven, kopij, gecorrigeerde proeven en prospectussen. [W. W].
1670. - Mathieu LOMMEN, J. W. Enschedé en zijn Mededeelingen over boekkunst in Bulletin van del Stichting Drukwerk in de marge,18. 1990, p. 18-26.
Jan Willem Enschedé (1865-1926), halfbroer van Charles (van de Fonderies de caractères),is enkele jaren bibliothecaris geweest in de Haarlemse Stadsbibliotheek en in de UB Amsterdam. In de reeks 'Mededeelingen over boekkunst' (Ipenbuur & Van Seldam) publiceerde hij drie opstellen over letter, leesbaarheid en vormgeving (resp. 1902, 1904, 1907): het begin, in Nederland, van de moderne boektypografische opvattingen. [E. C.-I.].
1671. - Stanley Morison and Jan van Krimpen: a survey of their correspondence. Ed. by Sebastian CARTER. Part II: 1933-1940. Part III: 1945-54 in Matrix,9, 1989, p. 97-127; 10, 1990, p. 92-119, facsim.
Zie voor het eerste stuk Kroniek 15
nr. 1479.
Zie ook nr. 1978
1672. - Fine Print: the review for the arts of the book,15. nr. 4. October 1999, p. 159-214.
Deze aflevering is geheel gewijd aan 'Printing arts in the Netherlands'. Behalve artikelen over hedendaagse boekdrukkunst en typografie vermelden wij de bijdrage van M. Strauss over 'The Avant-Garde Tradition' in het boekenontwerpen in Nederland (H. Werkman, P. Zwart, W. Sandberg). H. van Krimpen heeft het over 'Type Design in the Netherlands and the Influence of the Enschedé Foundry'. Dit smaakvol geïllustreerd en aantrekkelijk en op royaal formaat uitgevoerd tijdschrift, verschijnt vier maal per jaar bij de stichting Pro Arte Libri in San Francisco. [E. C.-I].
1673. - Sjoerd H. DE ROOS, Typografische geschriften 1907-1920. Jan P. BOTERMAN: inleiding, Sjaak HUBREGTSE: eindredactie. - 's-Gravenhage: SDU uitgeverij, 1989. - 153 p.: ill., foto's. facsim.; 29 cm. - ISBN 90-1206224-1. Fl. 50.
Fraaie boeken uitgeven behoort tot de traditie van de Staatsdrukkerij-uitgeverij in Nederland; niet alleen maar fraaie, ook goede. Een boek over de typografische geschriften van De Roos was als een uitdaging te beschouwen en de verwachtingen over de aangekondigde tentoonstelling in het Museum Meermanno-Westreenianum met publikatie waren hooggespannen - althans bij mij. Des te groter was mijn ontgoocheling. Laat ik meteen zeggen dat het verwijt geenszins de SDU treft: de typografische vormgeving lag duidelijk niet in de handen van Karel Treebus. Aanleiding tot dit boek was 'de " ontdekking " van zijn [De Roos] typografische geschriften, die nooit werden herdrukt' (p. 9). Deze uitspraak is op zijn minst bevreemdend, wanneer men weet dat het werk van De Roos in de vakkringen zeer goed bekend is. Erger is dat er in feite slechts vijf teksten aan bod komen (de titel is dus veel te ruim); nog erger dat er passages uit weggelaten zijn en redactionele bewerkingen hebben plaatsgevonden. Dit vormt geen goede basis voor eerlijk onderzoek. De typografische vormgeving lag bij eindexamenstudenten van de Gerrit Rietveld Academie onder leiding van Jan Boterman. Ik zal ze niet beoordelen - want leek in het vak -. Toch voel ik voor dit geval meer voor 'de schoone traditie' (uit het motto op de voortitel), laten wij ook nooit vergeten dat de typograaf werk verricht ten dienste van de lezer en niet om zijn eigen inventieve kundigheden in de kijker te stellen. De Roos had veel en veel beter verdiend. [E. C.-I.].
Zie ook nr.
1674
1674. - H[uib] [VAN] K[RIMPEN], Gewoon slecht in Bulletin [van de] Stichting Drukwerk in de marge, 18, 1990, p. 39-40.
Vernietigende kritiek, o.i. terecht, van de publikatie die een hulde aan S. de Roos wou zijn (zie
nr. 1673), en daarom alleen al misplaatst is. [E. C.-I.].
1675. - R. VAN LAERE, Bij een titelvignet van drukker J. B. Smits in Limburg, 69, 1990, p. 59, ill.
Het titelvignet stelt een eenhoorn voor met tussen de poten een schild waarop een huismerk. Het is gebruikt door J. B. Smits te Sint-Truiden in 1808 en blijkt het drukkersmerk van de Leuvense drukker Petrus Zangrius te zijn (mid. 17de e.). [E. C.-I].
1676. - Catalogus der Bibliotheek van de Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels te Amsterdam. Negende deel: Catalogus van de verzameling betreffende G.T.N. en Hugo Suringar, uitgevers te Leeuwarden 1822-1900. Eerste deel: Brieven. Bewerkt door Paul SEEBREGTS. - Nieuwkoop: De Graaf. 1990. - 401 p.: ill.. 25 cm. - ISBN 90-6004-409-6. Fl. 120.
Een verheugende publikatie! In 1979 was deel 8 verschenen van de catalogus der bibliotheek van de 'Vereniging met de lange naam'. Thans verschijnt een eerste (deel)catalogus betreffende haar brievenbezit. Het gaat om losse brieven aan G(erard) T(jaard) N(icolaas) (1804-1874) en zijn zoon Hugo (1834-1911) Suringar, drukkers, uitgevers en boekverkopers te Leeuwarden. Eerstgenoemde was werkzaam van 1822 tot 1874, zijn zoon tot 1900. In een korte inleiding wordt hun werkzaamheid gekarakteriseerd. GTN kende vlug succes als uitgever om de zorg die hij aan zijn boeken besteedde: hij liet drukken bij firma's van kwaliteit als Spin te Amsterdam en Enschedé te Haarlem, later drukte hij zelf. Ook voerde hij een vooruitstrevende uitgeverspolitiek: in plaats van te wachten op manuscripten entameerde hij projecten, soms van grote omvang. H.T.N. was een literaire uitgever die Tollens uitbracht naast werk van predikanten (gedichten en prekenbundels) en schoolboekjes. Zoon Hugo gaf taalkundig werk uit (Verdam, Verwijs, Ten Brink), begon de reeks van tekstuitgaven 'Nederlandsche Klassieken' en verspreidde atlassen.
De catalogus inventariseert 6.933 brieven. Hij is alfabetisch geordend op naam van de afzenders en daarbinnen chronologisch. Omschrijvingen van de inhoud worden slechts uitzonderlijk gegeven (bv. bij brieven van E. J. Brill en J. ten Brink). Wel krijgt elke correspondent een korte biografische noot. Onder de Zuidnederlandse briefschrijvers tellen wij Jan van Beers, Prudens van Duyse, P. van Hauwaert en J. C. H. Nolet de Brauwere van Steeland. De bewerker kent geen biografische gegevens aangaande de jurist Victor Delecourt (1806-1853) en Domien Sleeckx (1818-1901), de opvolger van Jan van Beers aan de Normaalschool te Lier. Er zijn registers van geadresseerden, van andere personen, en van plaatsen van afzending.
Terecht wordt in het woord vooraf gesteld dat deze brievencollectie niet alleen belangrijk is voor de boekhistoricus en de specialist van de negentiende eeuw: ook de mechanisering van het drukwerk kan gevolgd worden. [W. W.].
[1677.] - Johannes OFFERHAUS, De exil-illustrator Léon Holman 1906-1943: Nederlandse boekillustratie in het interbellum in Bulletin [van de] Stichting Drukwerk in de marge,18, 1990, p. 10- 15, ill.
Bijdrage tot de nog ongeschreven geschiedenis van de Nederlandse boekillustratie tussen de twee wereldoorlogen. Holman (eigenlijk Kratzenstein), in 1933 uit Duitsland naar Nederland gevlucht, is hoofdzakelijk boekillustrator. Zijn collectie illustraties, boekomslagen, ex-libris en tekeningen zijn in 1989 aan het Rijksmuseum Meermanno-Westreenianum geschonken. [E. C.-I.].
1678. - M. DE BRUYNE, Frank Steinmetz en Jacques de Chastellus over René Bazins boek Baltus le Lorrain, een uitgave van Desclée De Brouwer in 1928, in Biekorf,89, 1989, p. 329-336, ill.
Jacques de Chastellus (1894-1957), een Franse kunstenaar, woonde sinds 1921 te Roeselare. Vanaf 1924 heeft hij veel illustratiewerk geleverd aan Desclée De Brouwer. In november 1927 ontving de uitgeverij het voorstel een roman van de Franse katholiek-traditionalistische auteur René Bazin uit te geven. Frank Steinmetz, de directeur van Desclée De Brouwer, stuurde de Chastellus naar Metz om illustraties te maken bij deze roman, die zich afspeelt in Elzas-Lotharingen gedurende de Eerste Wereldoorlog. De ontwerpschetsen sluiten nauw aan bij de tekst, maar ook bij het natuurlijke kader. Na 1931 heeft de Chastellus niet meer voor Desclée De Brouwer gewerkt. [W. W.].
1679. - S. A. J. VAN FAASSEN, "Zingend, Zingend, Zingend': een correspondentie over de illustraties door S. A. Rijkmans-Kaijser bij de bundel 'De Tors' van C. S. Adama van Scheltema in De Boekenwereld,7, 1990, p. 56-64, ill.
Over de wordingsgeschiedenis van de illustratie van dit boek gedrukt door G. J. Thieme te Nijmegen en in 1924 door W. L. & J. Brusse te Rotterdam met een bandontwerp van S. de Roos uitgegeven. De illustraties werden geleverd door Suzanna Anthonia Rijkmans-Kaijser (1900-1954), uit de school van Toorop. De uitspraak in de titel is van de recensent van de Haagsche Post die zich over de tekeningen nochtans niet onverdeeld gunstig uitliet. [E. C.-I.].
1680. - J. F. HEIJBROEK, Bij de voorplaat in De Boekenwereld,7, 1990, p. 20-22.
De omslagillustratie is een affiche voor de boekbinderij Elias P. van Bommel uit 1897. Van Bommel (1863-1944) werkte te Amsterdam, zowel voor uitgevers als voor particulieren. De nalatenschap is vrijwel geheel bewaard. [E. C.-I.].
1681. - Claude SORGELOOS, Paul Claessens, De Samblanx-Weckesser et Josse Schavye: cinq portefeuilles des collections royales in Le livre et l'estampe,36, 1990, n° 133, p. 97-115, ill.
In het archief van het Koninklijk Paleis te Brussel worden vijf portefeuilles - geen echte banden dus - bewaard met documenten uit de tijd van Leopold II. Josse Schavye maakte er één in 1865; de vier overige dateren uit 1905: drie zijn van de hand van Paul Claessens en één is in het atelier van De Samblanx-Weckesser gemaakt, alle boekbinders te Brussel gevestigd. De banden zijn uitvoerig beschreven en afgebeeld. [E. C.-I.].
1682. - Boris ROUSSEEUW, De boekbanden van Laurent Peeters. - Wildert: De Carbolineum Pers, 1990. - 67 p.: ill.; 23 cm. - BF 2.500; Fl. 130.
Deze bibliofiele uitgave is de eerste monografie over Laurent Peeters (1878-1955), de belangrijkste Vlaamse boekbinder van zijn tijd. Hij was autodidact en werkte strikt ambachtelijk. Zijn eerste banden zijn nog negentiende-eeuws van factuur, later is er invloed van Jugendstil en Art Déco waar te nemen. Peeters' eigen voorkeur ging uit naar sobere jansenistische banden. Hij werkte zowel voor particulieren als voor (vooral Antwerpse) uitgeverijen. Peeters schreef ook drie handboeken over zijn vak. Hij stopte zijn bedrijf in 1944 en verkocht zijn atelier in 1947 aan Hugo Puylaert.
De studie is met kennis van zaken geschreven. De auteur wijst tal van details aan die karakteristiek zijn voor Peeters' werk. Ter illustratie zijn een aantal kleurfoto's ingeplakt.
Bij dezelfde Carbolineum Pers verscheen als plaquette 'Vaarwel aan mijnen stiel', een brief (29 oktober 1930) van de bekende Gentse-binder August de Decker-Lemaire, waarin hij Peeters gelukwenst met diens werk dat op de Wereldtentoonstelling te Antwerpen blijkbaar te bewonderen was; tevens geeft De Decker enige toelichting bij zijn eigen werkwijze en kondigt hij zijn retraite aan op vijfenzeventigjarige leeftijd. [W. W].
1683. - F. VAN DER LINDEN en A. S. A. STRUIK, De jas van het woord. De boekband en de uitgever 1800-1950. - Alphen aan den Rijn: Samson, 1989. 48 p.: ill.; 30 cm. - ISBN 90-14-04362-7.
Op basis van 160 boeken en tijdschriften in het bezit van beide auteurs wordt de ontwikkeling van de uitgeversband tussen 1800 en 1950 in West-Europa geschetst. Ter inleiding krijgt men de evolutie van het ingenaaide boek (aanvankelijk niet als een voltooid produkt beschouwd), de papieren band (als bandzetter; in den beginne met niet af- of opengesneden boekblok, later bont versierd) en de linnen banden (in 1820 te Londen ingevoerd door W. Pickering). Er wordt nader ingegaan op de evolutie van dit laatste type in de negentiende eeuw met doorgaans overdadige ornamentatie. Rond de eeuwwende is er de invloed van W. Morris' Arts and Crafts Movement, Jugendstil en Art Nouveau (eerlijk materiaalgebruik; overeenkomst tussen band en inhoud); de opkomende stofomslag biedt nieuwe wervende mogelijkheden. Daarop volgt een catalogus van 160 nrs., geordend naar bindwijze, land van herkomst en chronologische samenhang. Voor zover bekend worden de namen van bandontwerpers, stempelgraveurs en binders opgenomen.
Deze publikatie is om twee redenen waardevol: om de precieze en verhelderende beschrijvingen, waarbij niet gespaard wordt met technische details, en om de zeer fraaie illustratie: alle banden zijn via lithografie gereproduceerd. Een aantrekkelijke gelegenheidspublikatie van Samson uitgeverij, ze is niet in de handel, op aanvraag (misschien nog) te verkrijgen Postbus 4. NL2400 MA Alphen aan de Rijn. [W. W].
1684. - Florence F. J. M. PIETERS (m.m.v. Anne Mique COMPIER en Kristin GERRITSEN), De Artis Bibliotheek te Amsterdam in De Boekenwereld. 6, 1989-1990, p. 88-107, ill.
Goed gedocumenteerde bijdrage over geschiedenis en samenstelling van de bibliotheek van het 'Koninklijk Zoologisch Genootschap Natura Artis Magistra'. De collectie is internationaal vermaard: zo bezit zij de tweede (of derde) grootste collectie ter wereld omtrent Carolus Linnaeus. Thans maakt zij deel uit van de collecties van de Amsterdamse Gemeente Universiteit. [W. W].
1685. - Bruno LIESEN, Bibliothèques populaires et bibliothèques publiques en Belgique (1860-1914). - Liège: Editions du C.L.P.C.F., 1990. - 278 p. ill.: 24 cm. - ISBN 2-87130-021-6.
Deze veelomvattende studie bestaat uit twee delen. In een eerste wordt een overzicht gegeven van de ontwikkeling van de volksbibliotheken in de negentiende eeuw, zowel in ons land als daarbuiten. In feite is de Angelsaksische wereld het lichtend voorbeeld geweest in de opbloei van het bibliotheekwezen. In België werd de opkomst van de volksbibliotheken sterk gestimuleerd door een circulaire van minister A. Vandenpeereboom in 1862. Onmiddellijk stelt men de concurrentie vast tussen liberale en katholieke initiatieven, waarbij zich na 1880 ook de socialistische beweging voegt. De volksbibliotheken zijn doorgaans door leden van de burgerij opgezet die het intellectuele, morele en materiële niveau van de lagere klasse willen optrekken. Vandaar een groot aandeel didactische en moraliserende literatuur in het bestand van deze bibliotheken - dat echter door het gewone volk weinig geapprecieerd werd: dat zocht in de eerste plaats ontspanning via romans, die door de organisatoren slechts node binnengelaten werden.
Het tweede deel behandelt de werking van twee specifieke gevallen: de propaganda van de 'Ligue de l'enseignement' en de volksbibliotheken van de stad Brussel. De 'Ligue' propageerde verplicht, laïcistisch en kosteloos onderwijs. Om de opvoeding te completeren was een bibliotheek aangewezen. Er werden in verschillende gemeenten bibliotheken opgericht, waarbij men moest vaststellen dat aldus de plattelandsbevolking nauwelijks beroerd werd. Dat werd verholpen, sinds 1899, door het invoeren van 'bibliothèques circulantes': zo ontstond een netwerk van bibliotheken die na een tot twee jaar een nieuw bestand ter beschikking van het publiek konden stellen. Uiteraard werd dit experiment toegejuicht door het liberale milieu en bestreden door het katholieke kamp.
In 1848 stelde E. Ducpétiaux aan de Brusselse gemeenteraad de oprichting van stedelijke volksbibliotheken voor. Pas in 1862 werd de verwezenlijking daarvan een feit. In 1880 werd een netwerk gevormd in de stadsscholen die daartoe geschikt waren. Voor het personeel deed men een beroep op de onderwijzers ter plaatse. Het bestand bestond uit literaire werken, vulgariserende publikaties en boeken over elementaire technologie. Het publiek zou in hoofdzaak uit arbeiders en scholieren bestaan hebben.
Deze studie heeft kwaliteit. De schrijver heeft zich grondig gedocumenteerd en komt dan ook tot een genuanceerde voorstelling van zaken. Zo is het tekenend dat hij bij de behandeling van deze twee Franstalige initiatieven herhaaldelijk wijst op hun beïnvloeding door, c.q. belang voor Vlaamse creaties (bv. het Willemsfonds. de maatschappij Vlamingen Vooruit!). Wat opvalt in het notenapparaat: de schrijver heeft gebruik kunnen maken van (enkel gestencilde) licentieverhandelingen en hij verschaft uitvoerige biografische overzichten van de talrijke personages die in zijn studie optreden. [W. W].
Zie ook nr.
1686
1686. - Bruno LIESEN, Le livre et ses lecteurs dans les bibliothèques populaires au XIXe siècle in Archief- en Bibliotheekwezen in België,60, 1989, p. 121-136. ill.
Herneemt enkele elementen uit zijn uitvoerige studie (zie Kroniek
nr. 1685) de meest gelezen werken waren drie soorten romans: de avonturenroman (Verne, A. Dumas, Fenimore Cooper) (hierbij rekent Liesen ook de historische roman: Dumas, Conscience, Erckmann-Chatrian); de exotische roman (Verne, Loti, Hugo's Les Orientales); de zedenroman (Hugo: Les Misérables; Balzac: Le père Goriot; Conscience: De arme edelman). [W. W].
1687. - Bilderdijks boekenwijsheid. Symposium 28-29 april 1988. Bijdragen over de veilingcatalogi van Bilderdijks bibliotheek. Uitgegeven door M. VAN HATTUM en J. ZWAAN. - Amsterdam: Vereniging 'Het Bilderdijk-Museum', 1989. - 138 p.: ill. . 21 cm. - ISBN 90-800289-1-6.
Bilderdijk heeft in de loop van zijn leven twee bibliotheken opgebouwd. De eerste werd na zijn gedwongen vertrek uit Nederland (1795) verkocht in 1797 om zijn schulden te betalen, de tweede kwam in 1832 onder de hamer na de dood van de dichter. In het onderhavig symposium is aandacht besteed, zowel aan de eigen samenstelling van elke bibliotheek als aan de verschuivingen in de verschillende vakgebieden binnen deze twee verzamelingen. Voor elke aanwezige discipline heeft men een beroep gedaan op een specialist om tot een weloverwogen inschatting te komen: M. van Hattum (vergelijking tussen de twee verzamelingen), J. Roelevink (historie), H. C. Gall (juridica), P. Knolle (beeldende kunst), L. Engelfriet (filosofie), P. L. Schram (theologie), H. A. M. Snelders (natuurwetenschappen), M. J. van Lieburg (geneeskunde), J. Noordegraaf (taalkunde), J. Zwaan (klassieke letteren), C. de Deugd (buitenlandse romantici) en P. J. Buijnsters (Nederlandse letterkunde). Als historicus bezat Bilderdijk vooral standaardwerken, als jurist was zijn eerste bibliotheek op de praktijk gericht, de tweede met minder overgave samengesteld. Op het gebied der schone kunsten bezat hij fraaie werken over bouwkunst. Filosofie, zowel oude (Plato) als nieuwe (Kant) was goed vertegenwoordigd. Inzake theologie had hij zich geen vakbibliotheek aangeschaft, maar wel een schatkamer: H. Schrift (vele bijbels in verschillende talen), geestelijke stromingen uit de eigen tijd, kerkgeschiedenis, meditatieve teksten. Zijn belangstelling inzake natuurwetenschap was erop gericht geloof en wetenschap te verzoenen. Bilderdijk bezat een aanzienlijke kennis van de geneeskundige praktijk (en kon daarbij putten uit de bibliotheek van zijn vader die medicus was). Taalkunde was breed vertegenwoordigd (Bilderdijk kende vele talen) evenals antieke literatuur. Inzake eigentijdse romantici overheersen in zijn eerste bibliotheek Duitse auteurs als Wieland, Klopstock en Lessing (geen Goethe of Schiller), in zijn tweede bibliotheek is de Franse en Engelse romantiek veel sterker vertegenwoordigd. Wat de Nederlandse literatuur aangaat: in 1797 zijn geen middeleeuwse handschriften aanwezig, geen (post)incunabelen. geen zestiende-eeuwse drukken, weinig uit de zeventiende eeuw (Vondel, Luyken), maar veel achttiende-eeuwse literatuur. In 1832 is de zeventiende-eeuwse literatuur nog meer gereduceerd, het accent ligt op de eigentijdse poëzie.
Door elk vakgebied aan een specialist ter zake toe te vertrouwen is een gediversifieerde beoordeling van deze twee collecties mogelijk geworden, wel zijn daardoor verschillen in de aanpak onvermijdelijk gebleken: de ene bijdrage is meer interpreterend (Buijnsters), de andere meer enumeratief .(Zwaan). [W. W.].
1688. - P. COUTTENIER en A. DE VOS, De Guido Gezellebibliotheek in het Gezelle-Archief te Brugge in Gezelliana. 1989, nr. 2, p. 21-68.
De bibliotheek van Guido Gezelle was groter dan de huidige collectie (c. 1200 nrs.). Gezelle schonk tijdens zijn leven wel eens boeken weg (o.a. Vondeluitgaven aan de Kon. Vlaamsche Academie); na zijn dood werd de bibliotheek tussen zijn erfgenamen verdeeld. Wat nu te Brugge berust is in feite het lot van Jozef Gezelle. Dit werd verworven door prof. L. Scharpé, wiens erfgenamen de collectie aan het Gezelle-Archief verkochten. Zo zijn er ook boeken van Jozef Gezelle en van Scharpé zelf in verzeild geraakt. Voor het huidige artikel werd de bibliotheek getrieerd: alleen de boeken die duidelijk van Gezelle zelf afkomstig zijn, werden opgenomen. Zij zijn herkenbaar doordat zij (karakteristieke) aanstrepingen en/of notities bevatten, door Gezelle gesigneerd zijn of aan hem werden opgedragen of toegestuurd. Binnen deze drie categorieën zijn de boeken in chronologische volgorde opgenomen. Er is nog relatief veel zeventiende-eeuwse religieuze literatuur aanwezig: Poirters, Verstegen, David, De Harduwijn. [W. W.].
1689. - G. J. JASPERS, Vijf merkwaardige (post)incunabelbladen in de Haarlemse Stadsbibliotheek en de ontwarring van een 'Campbell-knoop' in De Boekenwereld,6, 1989, p. 5-11, ill.
Het verhaal van een 'crime passionel': de Amsterdamse bibliofiel J. Koning (cf. Kroniek 15
nr. 1502) moet in 1828 een goed deel van zijn boekenverzameling verkopen; het snijdt hem in het hart en zo 'snijdt' hij uit enkele drukken een of twee bladen om niet álles kwijt te zijn! Toen Konings zonen in 1833 het restant van de vaderlijke bibliotheek veilden, kwam de stad Haarlem in het bezit van o.a. een portefeuille met deze bladen. Vijf van deze bladen werden nu door J onder de loep genomen. Voor vier slaagde hij er in het exemplaar op te sporen waaruit ze verwijderd waren, nl. 1 IDL 417 (ex. nu in KB Den Haag). 2 CA 1327 (ex. onbekend waar). 3 NK 4129 (ex. nu in Vatikaanstad). 4 NK 721 (ex. Heber, nu in British Library), 5 CA 1143a (ex. Heber. nu in Houghton Library, Harvard Univ.). Nrs. 4 en 5 zijn belangrijke convoluten. Nr. 5 gaf bovendien aanleiding om de zes onder CA 1146 beschreven exx. van naderbij te onderzoeken; resultaat: vier verschillende CA-nummers: 1146, 1147, 1143a, 1146a. [W. W. & E. C.-I.].
1690. - C. REEDIJK, 'Een fraay gezigt': museale verschijnselen in en om de Koninklijke Bibliotheek in Bibliotheek, wetenschap en cultuur .... p. 333-369. (cf. nr. 1546).
Tenminste van in de Griekse oudheid kan worden aangetoond dat bibliotheek en museum doorgaans een soort van tweeëenheid uitmaakten/uitmaken, beantwoordend aan een 'antiquarisch en universeel georiënteerd cultuurideaal' naar de woorden van Pieter Teyler († 1778), de stichter van het oudste museum in Nederland. Na deze aanloop gaat R in op de historiek van de Haagse KB, waarvan de eerste bibliothecaris, C. S. Flament († 1835) (al te) groot belang hechtte aan het fraai gezicht van een bibliotheek. Zijn opvolgers J. W. Holtrop en M. F. A. G. Campbell gooiden het roer evenwel niet om. Met Willem H. J. baron van Westreenen van Tiellandt († 1848) werden banden gesmeed met de KB die zouden uitmonden in de schenking van zijn collectie aan de staat; het museum dat zijn naam draagt werd in 1852 voor het publiek opengesteld. R gaat, niet zonder uitgesproken oordeel, uitgebreid in op W. G. C. Byvancks museumplannen in de KB zelf. Voor P. C. Molhuysen is een bibliotheek een bibliotheek en geen museum! L. Brummel ten slotte heeft een 'Museum van het Boek' kunnen oprichten, in het Museum Meermanno-Westreenianum, aanvankelijk onder één hoed verenigd met de KB, sedert 1965 naast elkaar (ressorterend onder twee verschillende ministeries) maar in vriendschappelijke collegialiteit met de KB werkend. Met Reedijks eigen handelingen en bijdragen inzake museumbeleid wordt deze glasheldere, instructieve en niet van humor gespeende bijdrage afgesloten. [E. C.-I.].
1691. - C. COPPENS, Uit de band gesproken - 8 Een bibliofiel van formaat: Nicolas-Claude Fabri de Peiresc (1580-1637) in Ex Officina,7, 1990, p. 89-110, ill.
Lang artikel over deze Franse bibliofiel, van wie vier banden in de Leuvense UB aanwezig zijn. [E. C.-I.].
1692. - P. JANSSENS, Corbleana in Ex Officina,7, 1990, p. 67-88, portr.
De Brit Archibald Harrison Corble (1883-1944), schermkampioen en boekenverzamelaar, had bij testament zijn unieke collectie van om en bij de tweeduizend schermboeken aan de Leuvense Universiteit vermaakt. Deze eerste bijdrage handelt niet direct over de verzamelaar maar gaat uit van een aantal zeldzame pamfletten. [E. C-I.].
1693 - Anthony HOBSON, Appropriations from foreign libraries during the Revolution and Empire in Bulletin du bibliophile,1989, n° 2, p.255-272.
Oorlogen geven vaak aanleiding, vooral vanuit Frankrijk, om niet enkel mensen gevangen te nemen maar ook boeken en kunstschatten aan te slaan. In deze zeer instructieve bijdrage belicht Hobson in dit verband de figuur van J.-B. van Praet, deze geboren Bruggeling die later hoofdconservator werd van de Parijse Bibliothèque nationale heeft bij het jacht maken op kostbare boeken voor zijn nieuwe vaderland een toch wat bedenkelijke rol gespeeld. In dezelfde aflevering van het BdB wordt een tentoonstelling(scatalogus) besproken door T. Bodin, getiteld 'Le patrimoine libéré' (BN zomer 1989) 'ou confisqué', waarin Van Praet opnieuw uitvoerig ter sprake komt. [E. C.-I.].
1694. - P. J. BUIJNSTERS, Een goede onbekende: de boekenverzamelaar J. C. Versnel (1899-1967) in De Boekenwereld,7, 1990-1991. p. 2-7, ill.
Naast M. Buisman en J. F. M. Scheepers is deze - tot nu toe enigmatische - verzamelaar de derde grote collectioneur van 'populaire' literatuur in Nederland geweest. Met Scheepers was Versnel bekend, met Buisman niet. Als kantoorbediende had hij, in vergelijking met de twee voorgenoemden, vermoedelijk het minst geld te besteden, maar hij bezat de meest verfijnde smaak: hij lette op de toestand van zijn exemplaren, wat Buisman niet deed. De collectie Versnel werd op 13 januari 1959 bij J. L. Beijers te Utrecht geveild (992 nrs.). Zijn verzameling bleek uit drie grote afdelingen te bestaan: antipapistische werken (met uitgaven van Broer Cornelis en van Marnix Biënkorf), eigenlijk populair proza (romans, kluchtboeken, anekdotenverzamelingen) en galante literatuur. Met deze laatste soort boeken was Versnel een uitzondering onder Nederlandse verzamelaars. Of men deze libertijnse literatuur op best papier en geïllustreerd met kopergravures nog 'volks' mag noemen, is - stelt Buijnsters terecht - zeer aan twijfel onderhevig. [W. W.].
1695. - Kurt LÖB, Die Buchgestaltungen Henri Friedlaenders für die Amsterdamer Exil-Verlag Querido und Allert de Lange 1933-1940: ein bibliographischer Ansatz in Philobiblon,34, 1990, p. 107-217.
De in Frankrijk geboren Friedlaender ontwikkelde zich tot typograaf in Duitsland vanwaar hij in 1932 naar Nederland emigreerde en er tot in 1940 voor de uitgeverijen Querido en Allert de Lange de typografische vormgeving verzorgde. 51 uitgaven van Querido en 23 van Allert de Lange vormen de aanzet van een bibliografie van Friedlaender. [E. C.-I.].
1696. - Gert Jan HEMMINK, Het antiquarische boek in Nederland en Vlaanderen: persoonlijke impressie in Ons Erfdeel. 32, 1989, p. 505-512. ill.
Realistische schets van de huidige trends in antiquarische belangstelling: Schrijver stelt een verschuiving vast van het literaire boek naar kunst en naar bijzondere exemplaren: Cobraboekjes met illustraties van Constant of Appel gaan hogere prijzen dan De Zilverdistel. En zoals in de ons omringende taalgebieden is het opdrachtexemplaar in opmars: toch is de markt daarbij kieskeurig: zowel de signerende auteur als zijn adressant moeten bekende namen hebben. [W. W].
1697. - S. A. J. VAN FAASSEN, Cyriel Buysse en de Nederlandse uitgever C. A. J. van Dishoeck, II: 1914-1931 in Mededelingen van het Cyriel Buysse Genootschap, 5,1989, p. 36-66, ill.
Vervolg op een eerste aflevering (Kroniek 15
nr. 1512). In de periode 1914-1931 is Van Dishoeck niet Buysses enig uitgeversadres: 'De Strijd' gaf hij uit bij Nijgh & Van Ditmar, de 'Roman van den schaatsenrijder' bij de Wereldbibliotheek. In 1919-1920 publiceerde Van Dishoeck risicoloze herdrukken. Vanaf 1921 verschenen bijna alle boeken van Buysse bij Van Rijsselberghe & Rombaut te Gent; Van Dishoeck zou daarvan slechts licentie-uitgaven in de handel brengen. De correspondentie verloopt; beide partners rekenen correct met elkaar af. Goede studie, gebaseerd op de briefwisseling.[W. W.].
1698. - R. TAVERNIER, De literaire vingeroefeningen van De Doedelzak en De Goudkever. Over enkele jongeren uit de jaren '20 in Ex Officina,7, 1990, p. 11-31. ill.
In 1928 publiceerde De Goudkever 'De Doedelzak. Jaarboek van Vlaamse jongeren', in 1929 'Wij. Stemmen van jongeren'. De Goudkever was geen echte uitgeverij, maar een initiatief van een aantal jonge auteurs uit het Gentse die in 1926-1927 het tijdschrift Pan uitgegeven hadden: Maurits de Doncker, Hubert Devoghelaere, René Ide, Jan Schepens en Staf Wijckaert. Hun drukker was Vyncke te Gent. Naast de twee jaarboeken publiceerden zij vier dichtbundels, geillustreerd door Jan Frans Cantré en Berten Schepens. Het artikel is goed gedocumenteerd en verschaft bio-bibliografische informatie over alle medewerkers, van wie een aantal elders weinig literaire sporen nagelaten heeft. [W. W.].
1699. - G. L. J. LEERDAM, J. C. van Kesteren (1793-1860). Biografie en fonds van een 19de eeuwse uitgever. - Amsterdam,1987. - 2 dln. (121, 228 p.); 30 cm. - (Doctoraalscriptie Vrije Universiteit Amsterdam).
Historisch-bibliografische studie over Johannes Christoffel van Kesteren, Amsterdams uitgever, boekverkoper, boekdrukker en fondsveiler. Schrijver werkt vanuit twee kernen: een uitgebreide biografische schets van Van Kesteren en een reconstructie van zijn fonds. Van Kesteren was zoon van een boekverkoper; na diens dood (1816) zette hij de zaak voort, eerst in associatie met zijn moeder, vanaf 1818 zelfstandig. Hij genoot een goede reputatie als vertrouwensman in de boekenwereld. Van Kesteren was lid van de Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels en van het Amsterdamsch Boekverkoopers Collegie en hij trad op als (hoofd)correspondent voor collega's in den lande. In de latere jaren van zijn uitgeversloopbaan was hij minder als uitgever dan als fondsveiler actief. Het opstellen van deze uitgebreide biografische schets werd bemoeilijkt door het ontbreken van eigenlijke egodocumenten.
De fondstijst telt 587 nrs. Zij is chronologisch aangelegd aan de hand van titels in naamlijsten van uitgekomen boeken over de periode 1790-1860 en na autopsie in de Kon. Bibliotheek te 's-Gravenhage of de bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam. Onder de boeken is de afdeling letterkunde het best vertegenwoordigd: 315 nrs. (61, 4 %). Daarbinnen is de meerderheid vertaald werk, in de eerste plaats uit het Duits, daarna uit het Frans, ten slotte uit het Engels. De boeken worden ook materieel bekeken: 70 % is gedrukt in groot octavo. Pamfletten waren de goedkoopste soort drukwerk, gevolgd door toneelstukken. Bij de groot octavo-uitgaven bedroeg de prijs doorgaans 1 cent per pagina druks. De raadpleging van deze chronologische lijst wordt vergemakkelijkt door een register van auteurs, vertalers en bewerkers en door een tweede register van titels (gerangschikt op het hoofdwoord).
Deze doctoraalscriptie is een uitstekend werk, methodologisch gefundeerd, doordacht uitgewerkt en van een niet geringe omvang. [W. W.].
1700. - Ada DEPREZ, De Franse en Nederlandse nadruk in België in Vlaamse literatuur van de negentiende eeuw. Dertien verkenningen. Red. Ada DEPREZ en Walter GOBBERS. - Utrecht: HES, 1990, p. 120-141.
Interessant stuk over enige onverwachte effecten van de Belgische nadruk (1815-1854). Die vormde niet enkel een bloeiende industrie, maar had ook nefaste gevolgen voor de eigen letterkunde: tegenover de belangrijke Franse auteurs die men nadrukte voor de Europese markt (tegen gemiddeld de helft van de prijs in Frankrijk !) stond de Franstalige Belgische auteur in een onmogelijke positie: hij moest driekwart van de aanmaakkosten van zijn werk zelf dragen ! Pas na het bilateraal akkoord Frankrijk-België van 1852 inzake auteursrechten (effectief in 1854), waarmee er een einde kwam aan de nadruk, waren de drukkers-uitgevers geneigd financiële risico's te nemen voor uitgaven uit het eigen land. Ook Nederlandse werken werden nagedrukt: te Gent door L. Hebbelynck en H. Hoste (boekhandelaar) - I. S. van Doosselaere (drukker), te Antwerpen door J. P. van Dieren & Co.: men gaf woordenboeken van Weiland uit en ook auteurs die men nog kende uit de tijd voor 1830: Van Alphen en Tollens. Hiertegen werd scherp geprotesteerd door de machtige Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels. De Vlamingen voerden hiertegen aan dat het om geringe oplagen ging en dat de Hollandse boeken voor de jongeren uit de Vlaamse burgerij te duur waren. [W. W.].
1701. - Nop MAAS, Het uitgevershuis Martinus Nijhoff in Keur van werken uitgegeven door Martinus Nijhoff. (Catalogus 11). - Nijmegen: De Keerkring, (1989). p. 1-2, ill.
Overzicht van de geschiedenis van de Haagse uitgeverij Nijhoff (inz. Martinus en Wouter N. ) als inleiding op een antiquariaatscatalogus met uitsluitend Nijhoff-uitgaven. Alle merken zijn afgebeeld. [M. d. S.].
Zie ook nr.
1533
1702. - A. DEWITTE, Eenfondscatalogus van Félix-François de Pachtere uit 1832 in Biekorf,89, 1989, p. 426-429. ill.
In een boek, gedrukt bij De Pachtere in 1831, is een fondslijst van 1832 ingeplakt met twintig nog voorhanden titels, vier ervan zijn nieuw tegenover de lijst van De Pachtere's uitgaven in de Biographie Nationale (dl. XVI. kol. 445-446, art. A. C. De Schrevel). Stichtelijke en historische lectuur zijn overwegend vertegenwoordigd; er zijn ook twee nrs. liturgica. Het verbaast dan ook niet dat De Pachtere de eerste officiële drukker werd van het herstelde bisdom Brugge in 1834. In bijlage wordt de lijst uit 1832 afgedrukt en worden De Pachteres drukkersmerk en handtekening gereproduceerd. [W. W.].
1703. - Pieter HAGERS, Het doel der Vereeniging is vereniging: [ 175 jaar Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekkandels 1815-1990]. Zwolle: Waanders, 1990. - 143 p.: ill.; 27 cm. - ISBN -6630-224-0. Fl. 45.
Fraai uitgegeven overzicht van dé Vereeniging, fascinerend wegens het overvloedige beeldmateriaal (geselecteerd door Marja Kayser en Marleen van Vollenhoven). Onmisbaar voor de geschiedenis van de boekhandel in Nederland sedert 1815. [M. d. S].
Zie ook nr.
1824
1704. - Joost NIJSEN, Twee zulke goede namen. Willem Versluys en Annette Versluys-Poelman, uitgevers te Amsterdam in Optima, 7,1989, p. 93-135, ill.
Willem Versluys (1851-1937) was de uitgever van de Tachtigers. Administratie, exploitatie, secretariaat, directie en redactie verzorgde hij grotendeels zelf. In de correspondentie met de auteurs werd vooral plaats ingeruimd voor financieel-juridische kwesties; aan literair-inhoudelijke onderwerpen werden opvallend weinig woorden besteed; nergens valt een glimp van waarachtige betrokkenheid met de boeken en periodieken op te merken. Er waren nog geen standaardcontracten (de auteurswet kwam er pas in 1912); als standaardmodel van Versluys gold: auteur en uitgever delen de netto-winst (een zeer gunstige regeling in vergelijking met nu). Het literair fonds zag Versluys niet als winstobject: de meeste titels bleven steken onder de verkoop van 1.000 exemplaren; alleen Mei van Gorter werd een groot succes: 12.000 exemplaren in de periode 1905-1925. Aanvankelijk bezat Versluys een schoolboekenfonds, vooral m.b.t. taal- en leesonderwijs; een aantal van die boeken waren geschreven door zijn broer Jan, die ook De Nieuwe Gids aanbracht (hij was als Multatuliaan een bekende van W. Paap). Al de literaire publikaties vanaf 1895 zijn direct te herleiden tot het besluit De Nieuwe Gids uit te geven. Na 1894 nam zijn vrouw Annette een aanzienlijke invloed op het beleid: er komen feministische uitgaven; de contacten met de literaire auteurs liepen in toenemende mate via haar. Na haar dood (1914) trok Versluys zich langzaam terug. Zijn zoon Synco vormde de zaak terug om tot een educatieve uitgeverij. [W. W].
1705. - Joëlle MONVOISIN, L'essor d'une maison d'édition namuroise: Wesmael (1795-1940) in Archief- en Bibliotheekwezen in België,60, 1989, p. 109-120, ill.
Korte geschiedenis van deze uitgeverij, waarvan de ware stichter Jean-Joseph Legros was (c. 1817-1818). Hij streefde naar institutionele klanten en werd hierbij geholpen door de toenemende schoolopleiding in de loop van de 19de eeuw. Legros (en na hem zijn schoonzoon Adolphe Wesmael) werd de belangrijkste Franstalige uitgever van schoolboeken in België. Na de vernederlandsing van het onderwijs in Vlaanderen hield de uitgeverij daar rekening mee: zij verzorgde ook Nederlandse uitgaven. De opgang werd ondersteund door het uitbaten van technische vernieuwingen in de 19de eeuw (stoom, electriciteit, linotype), door deelneming aan tentoonstellingen, aanvankelijk ook door nadruk. In 1829 werd Legros drukker van het bisdom Namen: dat leverde een regelmatige stroom van missalen, catechismussen en kerkelijke publikaties op. In 1868 werd de naam van de firma gewijzigd in 'Wesmael-Charlier' na het huwelijk van Adolphe Wesmael met Elise Charlier, in 1920 kwam een naamloze vennootschap tot stand: vlak voor 1940 schijnt de firma haar grootste bloei gekend te hebben. [W. W.].
Go Top
     
     
Over deze site   Home page: www.boekgeschiedenis.be
Ontwikkeling © Johan Hanselaer
Laatste aanpassing: