Kroniek


1991-1992

 
     
     
VWB
Overzicht
  Go Top
Na de algemeenheden zijn de notities chronologisch gerangschikt en per thema of onderwerp (in vetjes) volgens een vast schema gegroepeerd: 1. Literatuurbericht en Vakwoordenboeken; 2. Bibliografie (methodologie en repertoria); 3. Drukmateriaal; 4. Zetten en drukken; 5. Drukkers, steden, regio's; 6. Boekillustratie; 7 Boekband; 8. Bibliotheken en Bibliofilie; 9. Boekhandel en Uitgeverij; 10. Onderwerpen.
De lezers van de Kroniek worden er aan herinnerd dat zij de redactie attent kunnen maken op recent verschenen publikaties en haar overdrukken van eigen artikelen kunnen doen toekomen. Een en ander wordt in dank aanvaard.

1706. - Paul PRIECKAERTS, Catalogi van Nederlandse boekenveilingen 1973-1982: een bibliografie. - Amsterdam: Discom, 1990. - (Bibliografische bijdragen; 100). - ISSN 0168-2156. Te bestellen bij Stichting Discom, Postbus 71944, NL 1008 EC Amsterdam. Fl. 18.
Sedert 1976 verschijnt, in een kleine oplage, de reeks 'Bibliografische bijdragen' waarin werkstukken (in het kader van de opleiding GO-D) over boek-, bibliotheek- en informatiewetenschap worden opgenomen.
De afsluiting van de catalogus van de Vereeniging BBB in 1973 heeft voor de voorliggende publicatie de begindatum geleverd. De ordening is chronologisch en elke veilingcatalogus krijgt een unieke codering bestaande uit de datum en de naam (bv. 810602/Burgersdijk). Twee registers ontsluiten de inhoud: namen van verzamelaars en bibliotheken, namen van bijzondere collecties (lees: onderwerpen). De beschrijvingen zelf hernemen doorgaans de vrij uitvoerige titels van de veilingcatalogi, maar niet het adres van de veilinghuizen; die staan, twaalf in aantal, in een lijst achteraan. [E. C.-I.].
1707. - J. VAN ROEY, In memoriam H.L.V. de Groote in De Gulden Passer,68, 1990, p. 169-171;
Marcus DE Schepper, Bibliografie van H.L.V. de Groote (1900-1986) in Idem,p. 173-189.
Henry de Groote was de auteur van een studie over Vijftig jaar boekdrukkunst te Antwerpen 1764-1814 (Antwerpen 1961). Daarnaast had hij zich vooral verdiept in zestiende-eeuwse rekenboekjes. Zijn talrijke publicaties werden chronologisch beschreven en via een onderwerpsregister ontsloten. [M. d. S.].
1708. - Gerard POST VAN DER MOLEN, In memoriam Bert van Selm (1945-1991) in De Boekenwereld,7, 1991, p. 180-181.
Hannie van Goinga, Bert van Selm, 1945-1991 in Open,23, 1991, p. 230-231.
In memoriam Bert van Selm in Dokumentaal,20, 1991, 45-46.
'Wie kijkt en leest, leeft' aldus onze betreurde collega (De Boekenwereld,p. 181). Bert van Selm heeft het terrein van de boekgeschiedenis grondig bekeken, er alles over gelezen (en veel nieuws en zeer zinnigs over geschreven!) en het voor een nieuwe generatie cultuurhistorici als een vruchtbaar onderzoeksterrein klaargemaakt. Terecht ontving hij daarvoor op 6 februari 1991 de Menno Hertzbergerprijs - niemand van de aanwezigen zal zijn gloedvol dankwoord vergeten. Zijn genereuze en inspirerende persoonlijkheid blijft ons, in dankbare herinnering, een lichtend voorbeeld. [RED.].
1709. - BDI-terminologie: verklarend woordenboek van Nederlandse termen op het gebied van bibliotheek en documentaire informatie, met vertalingen in het Engels, Frans, Duits, Spaans. Red. P.J. VAN SWIGGHEM en E.J. SLOT. - Den Haag: Nederlands Bibliotheek en Lektuur Centrum, 1990. - XLVII, 493 p.; 25 cm. - ISBN 90-6252-123- 1. Fl. 125.
Beweren dat dit vakwoordenboek aan een reële nood beantwoordt en daarom het gevoelen heeft gewekt dat het (veel) te lang op zich heeft laten wachten, is een open deur intrappen. De in 1967 verschenen Bibliotheekterminologie,waarin voor het eerst ook Nederlandse termen zijn opgenomen, is inmiddels bijna vijfentwintig jaar oud. Het bestreken gebied betrof toen 'het bibliotheekwezen in eigenlijke zin... en verwante gebieden waarmee de bibliothecaris te maken heeft: typografie, boekbinden, grafische technieken en reprografie'. Uit de aard der zaak vertoont het een grote leemte in verband met bibliotheekautomatisering en informatietechnieken. Aan dit nieuwe aspect is in het nieuwe woordenboek bijzondere aandacht besteed, ook en vooral met de bedoeling voor de meestal anderstalige termen goede Nederlandse equivalenten te kiezen en ze een normerende waarde te verlenen. Dat er voor sommige begrippen toch geen Nederlandse term is gekozen, is de samenstellers niet steeds ten kwade te duiden: sommige, voornamelijk Engelse termen op het gebied van de automatisering zijn al zo sterk ingeburgerd, dat een nieuwe term enkel maar verwarring kan stichten.
Niet enkel voor de zogenaamde 'verwante gebieden', voor élk specialisme is men bij specialisten te rade gegaan (vandaar de indrukwekkende lijst medewerkers drieëndertig), ja voor elke taal - wat natuurlijk voor de hand ligt. Tot de gebieden worden bij voorbeeld gerekend 'grafische technieken, papier, Engelse terminologie, automatisering, maar ook Zuidnederlandse terminologie'! Jawel, er zijn zelfs drie specialisten in Zuidnederlandse terminologie, wier inbreng op ik weet niet welk vakgebied ligt. Voor een publicatie die de bescherming van de Nederlandse Taalunie geniet, is het een bevreemdende zaak dat het Zuidnederlands op één rij wordt gezet met het Engels, het Spaans enzovoort. Uit de rij medewerkers blijkt dat er geen enkele Zuidnederlandse vakspecialist bij is (althans niet als zodanig aangeduid).
In tegenstelling tot de oude Bibliotheekterminologie is dit woordenboek niet systematisch maar alfabetisch opgezet. De UDC-code was inderdaad een onoverzichtelijke rij cijfers geworden en niet goed hanteerbaar. Andere systematieken zijn echter mogelijk, met onder een breed lemma verfijningen zodat, a.h.w in één oogopslag het hoofdbegrip en alle daaraan vasthangende begrippen te vatten zijn. Het is mij niet bekend of een dergelijke formule is overwogen Hoe dan ook, er is geopteerd voor een alfabetisch geordende lijst op het Nederlandse lemma en met een bondige verklaring in het Nederlands, gevolgd door de equivalenten in het Engels, Frans, Duits en Spaans, die ook elk hun eigen alfabetisch register hebben achter in het boek. Een standaardafkorting rechts van elk lemma geeft het grotere vakgebied aan waarbinnen de behandelde term thuishoort. Nieuw zijn vnl. termen op gebied van de boekproductie, documentreproductie, onderwerpsontsluiting, audiovisuele media, informatiedragers, computer. Dit betekent dus véél meer dan een herziene druk van 1967. De inleiding en de gebruiksaanwijzing zijn in het Nederlands en het Engels. Per heel grote rubriek volgt dan nog een literatuuropgave: 1. bibliotheek en documentaire informatie, 2. boeken en andere gedrukte dokumenten, 3. micrografie, audiovisuele media, automatisering.
Na een (nog te zuinig) gebruik van BDI, wil ik enkele glossen maken (vragen, bedenkingen, suggesties); het is een willekeurige greep van zaken die mij opvielen of waarnaar ik gezocht heb.
- 40: hoewel verouderd lijkt mij de uitdrukking 'horn-book' toch nog verantwoord om op te nemen; je komt het nl. in de literatuur vaker tegen.
- 55: achterplat van een band heet in het Frans ook second plat, en niet 'plat de derrière' maar 'plat arrière'.
- het woord afbrekingsteken of woordafbrekingsteken mis ik.
- agendaformaat eveneens.
- 171: misschien ware het nuttig te specifiëren dat de annotatie, in geautomatiseerde systemen, een al of niet gestructureerde vorm kan hebben.
- 183: ook second hand book catalogue.
- approbatie: goedkeuring door meestal de kerkelijke overheid tot het drukken van een geschrift, ontbreekt. Soms levert alleen maar de approbatie het jaartal op en naam van auteur of tekstbezorger en moet daarom in een annotatie vermeld kunnen worden.
- 279: décoration extérieure du livre.
- 414: als bepaling van 'bibliologie' zou ik voorstellen 'de wetenschap van het gedrukte boek als materieel object'; de bibliografie is hier een onderdeel van.
- 422 en 429: waarom de Nederlandse term 'bibliotheekbeheer' inruilen voor de Engelse Bibliotheekmanagement? '
- Bij het woord 'code' had ik graag de afleidingen coderen, codering aangetroffen.
- 794: te onderscheiden in zelfstandige en meervoudige collatie (het is nl. nuttig om de uitdrukking hier te vinden).
- 876: als verwijzing is ook op te nemen verzamelband.
- 944: in het Frans hier liever niet 'tome' (zie 943).
- samenstellingen met het woord 'diskette' zijn niet overbodig: diskettestation of diskette-eenheid (drive).
- 1114: een 'drukproef' is niet hetzelfde als een proef! (zie 2065)
- 1169: 'eigendomsstempel' is te beperkt: er bestaan anderssoortige eigendomsmerken.
- 1370: ik had gaarne de benaming 'Franse titel' zien wijken voor 'voortitel': een titel die voor de eigenlijke titel komt; hoevelen hebben er al gezocht naar een in het Frans gestelde titel? Franse titel moet als verwijzing fungeren, samen met bastaardtitel.
- 1446: een 'gegraveerd titelblad' is niet per sé tegenover het gewone gedrukte titelblad opgenomen. Er kan best een (uniek) gegraveerd titelblad zijn.
- ik mis gesmede titel, ten minste als verwijzing bij 'toegevoegde titel'.
- 1742: gravure sur bois de fil (houtsnede).
- 1788: een incunabel is een met losse letter gezet boek gedrukt vóór 1 januari 1501.
- informaticus ontbreekt.
- misschien kan informatieverwerking als synoniem van 'informatieverzorging' fungeren?
- 1876: ik mis het synoniem formaatmaken.
- 1918: naast 'entrée' en 'introduction' zou ook saisie en enregistrement kunnen worden opgenomen.
- naast 'invoer' verwachtte ik ook invoeren,en het Franse encoder, saisir, enregistrer.
- 2350: jammer dat 'sprekende hoofdregel' heeft moeten onderdoen voor 'lopende titel'.
- 2517: een 'monografie' is niet per se een ééndelige publicatie.
- t.o.v. 'voorwerk' is nawerk, postface ook een nuttig begrip.
- 2962: duidelijker is m.i. buitentekstplaat.
- 3065: 'drukproef' is geen alternatief van 'proef' die beter proefdruk zou heten : een proefdruk laat men maken vooraleer met het zetten van het hele werk te beginnen met de bedoeling lettertype, bladschikking enzovoort te beoordelen; een drukproef is de afdruk van de hele tekst om door de auteur te worden gecorrigeerd.
- 3873: 'twee-niveau methode' is te restrictief; beter kan in alle gevallen, ook als er maar twee niveaus zijn, 'meer-niveau beschrijving of methode' gebruikt worden.
Volmaakt kan een woordenboek nooit zijn; herziene en aangevulde edities zijn op tijd en stond noodzakelijk. Dit is een uiterst nuttig en handzaam werkinstrument. De boekhistoricus wordt evenwel aangeraden het met enige omzichtigheid te hanteren, maar elk bibliothecaris en bibliotheekinformaticus moet het beslist onder handbereik hebben. [E. C.-I.].
1710. - P.J. VERKRUIJSSE, Opmerkingen bij een handleiding in Dokumentaal, 1991, p. 37-44.
(Erg) kritische bemerkingen bij de Handleiding voor de medewerkers aan de STCN, 's-Gravenhage 1988 (zie Kroniek 15
nr. 1309). [M. d. S.].
1711 - W.C.M. WÜSTEFELD, N.H. KOERS, M.L. CARON, Rondom Kerst: prentkunst uit eigen bezit (1475-1750), Rijksmuseum Het Catharijneconvent. - Utrecht . Stichting Het Catharijneconvent, 1990. - 78 p.: omslag, ill. ; 30 cm.
Een gelegenheidstentoonstelling uit het rijke bezit van het Catharijneconvent te Utrecht kan aanleiding geven tot een begeleidende waardevolle publicatie. De auteurs van deze fraai verzorgde catalogus zijn er ongetwijfeld in geslaagd elke belangstellende te bevredigen, zowel de bibliograaf als de geïnteresseerde lezer. In het eerste van de twee inleidende opstellen zet W. Wüstefeld bondig maar duidelijk uiteen hoe de prentkunst zich van in de vijftiende eeuw ontwikkeld heeft als zelfstandige kunst en als boekillustratie. De nadruk is, terecht, op de productie in de Nederlanden gelegd. Twee devotieprenten hebben onze bijzondere aandacht gewekt: 'Christus op de Koude Steen', een anonieme houtsnede uit het laatste kwart van de vijftiende eeuw en een 'Verschijning van Maria aan een regulier kanunnik', een anonieme kopergravure, ca. 1480? Vele zo niet alle houtsneden van vóór en na 1500 zijn anoniem. Toch worden er sommige aan bepaalde meesters met een noodnaam toegeschreven; zo is afb. 55 bekend als behorend tot de reeks van de Passie Delbecq-Schreiber. Het tweede opstel, van N.H. Koers, geeft aan de hand van voorstellingen in boek en prent een chronologisch, eenvoudig maar expressief verhaal van Christus' Geboorte, geheel in overeenstemming met het bijhorend beeld; elke gebeurtenis wordt afgesloten met een citaat uit Tleven Ons Heren Jhesu Christi. In het catalogusgedeelte worden, in dezelfde orde, 84 nummers summier maar correct beschreven, met verwijzingen naar standaardwerken. Aan het einde is er een alfabetische lijst van de meest gebruikte termen en begrippen uit de prentkunst. Wat wij evenwel node missen is een register waardoor het terugvinden zowel van titels van werken als namen van tekenaars, graveurs en uitgevers (vanaf de 16de eeuw steeds talrijker bekend) grotelijks zou zijn vereenvoudigd om van de andere mogelijkheden tot ontsluiting niet te gewagen. [E. C.-I.].
1712. - Christian BALISTER, La reproduction photographique par contact des frottis de reliures in Gutenberg Jahrbuch 1991, p. 351-352, ill.
De fotograaf van de Brusselse Koninklijke Bibliotheek is tot de bevinding gekomen dat wrijfsels van bandstempels veel beter te reproduceren zijn via een contactfoto dan via gevoelige plaat of film. Een lamp, een glazen plaat en fotografisch papier volstaan. [E. C.-I.].
1713. - Staffan FOGELMARK, Flemish and related panel-stamped bindings evidence and principles. - New York: Bibliographical Society of America, 1990. - xviii, 252 p.: ill.; 29 cm. - ISBN 0-914930-14-1. $ 100.
In afwachting van een diepgaandere recensie van dit (vrij laat ontvangen) belangrijke boek, kan nu bondig worden meegedeeld waarover het gaat. Centraal stelt F de productiemethode van de zogenaamde paneelstempels. Indien deze niet gegraveerd maar wel gegoten zijn, zoals uit materieel onderzoek is gebleken, dan heeft dit grote consequenties voor het historisch onderzoek, met name wat betreft de toeschrijving aan een bepaalde stad of streek of binder op grond van het paneelstempel. Het onderzoek gaat over Vlaamse paneelstempels maar ook over de gelijksoortige Franse en Engelse. [E. C.-I.].
Zie ook nr.
1754
1714. - La reliure: parure du livre du XVe au XXe siècle. [Exposition] du 1er au 31 mars 1991. - [Liège]: Pd. du Perron, 1991. - 87 p.: co., in. ; 23 x 21 cm. - ISBN 2-87114-057-X. BF 450, inclusief portokosten 530. Bestelling via storting op rekening 240-0022497-94 van 'éditions du Perron', Liège.
Deze tentoonstelling is ingericht door de oude 'Société libre d'Émulation' te Luik (gesticht in 1779),het 'Centre de conservation des bibliothèques de l'Université de Liège' en het 'Atelier de reliure d'art Mireille Poulet', in de lokalen van de Generale Bankmaatschappij te Luik. Een honderdtal oude en moderne banden was met veel smaak in mooie en functionele toonkasten opgesteld. Verschillende panelen met didactische uitleg vormden een niet te versmaden bijdrage tot het geheel. De Société d'Émulation heeft na de brand in 1914 een nieuwe verzameling banden aangelegd, vrijwel onbekend bij het publiek. De Universiteit heeft haar rijke collectie vnl. te danken aan de schenking van Baron Wittert in 1903.
Dit overzicht is niet beperkt tot alleen maar Zuidnederlandse, Luikse en Belgische banden, hoewel daar toch duidelijk de nadruk op ligt. Het begint met het bindersatelier van de Kruisheren te Hoei (vijftiende eeuw) en gaat tot het hedendaagse Luikse atelier Mireille Poulet. Welbewust is bovendien de aandacht gevestigd op het restauratie-atelier van de Universiteit; dit wordt op de tentoonstelling zelf vertaald in enkele gerestaureerde banden en in een collectie stempels, sierpapier, een naaibank en enkele andere voorwerpen. Verantwoordelijken voor de catalogus zijn N. Haesenne-Peremans, C. Opsomer-Halleux en de restaurateur A. Danze. Elk tentoongesteld stuk is volgens een vast stramien beschreven: kopje (identificering van de band), uitvoeriger beschrijving van de band, eigendomsmerken, inhoud, plaatsnummer, ev. korte toelichting over handschrift of druk, literatuuropgave. Op deze wijze zijn alle belangrijke elementen aanwezig. Vrijwel alle banden zijn gereproduceerd (de blindgestempelde helaas zeer slecht), waarvan sommige in kleur. De reproducties zijn helaas op verschillende grootten weergegeven, maar zonder rekening te houden met de ware grootte van de band; dit geeft wel eens valse voorstellingen. Er zijn interessante dingen bij: boekbeslag aan een overigens geschoeide zestiende-eeuwse band, bestaande uit een ronde staaf in messing langs de rugzijde en langs de voorsnede (tussen de twee sloten) op beide platten (cat. 3); er is een Sint-Rochuspaneel (cat. 9); een fraaie goudgestempelde prijsband in perkament van het jezuietencollege te Luik (cat. 14), enkele romantieke uitgeverskartonnages, een huwelijksgeschenk (cat. 28), een goudgestempelde met het monogram van het Collège du Plessis-Sorbonne (cat. 13),een paar textielbanden. Terecht werd aandacht besteed aan een stel fraai beschilderde en bewerkte sneden en aan de schut- en dekbladen in leer, textiel of marmerpapier. Onder de Belgische binders zij vermeld E. Bosquet, P.F. Eenhaes, L Claessens, J. Schavye, Ch. De Samblanx, J. Weckesser, monogrammist G.H., een prachtige band van Berthe Van Regemorter, V. Tchékéroul. Onder de jonge ploeg is er behalve M. Poulet, A. Danze, C. Delvaux, P. Sarlet B. Scherrer-Schnoz, P. Thielen (van wie een niet onaardig boek-object) en A Zedet.
De zestiende-eeuwse mozaïekband (cat. 11) is niet in fanfarestijl, doet veeleer aan de filigraanversiering van Le Gascon denken. De fraaie roodmarokijnen band (cat. 17) zal wel achttiende-eeuws zijn en de interessante vrijmetselaarsband (cat. 31) is Hollands.
Achterin de catalogus is een oriënterende literatuurlijst gegeven en een klein glossarium van termen dat voor de geinteresseerde leek ongetwijfeld zijn nut zal hebben; er is géén register: jammer. In de kast met materialen lag een band met 'tranchefile à oreille ou monastique', een speciaal soort kapitaal. In een beschrijving (cat. 2) staat 'tranchefiles ... tressées sur bâti'; dit laatste woord staat niet in het glossarium. Het zijn slechts kleinigheden die de waarde van deze catalogus geenszins in het gedrang brengen. [E. C.-I.]
1715. - Rijkdom bedreigd. Eindredactie: René DE HERDT en Patrick VIAENE. - [Brussel]: Gemeentekrediet, 1990. - 231 p.: omslag, ill.; 30 cm. - ISBN 90-5066-066-5. BF 500.
Het bewustzijn van een bedreigd papieren patrimonium wordt sedert jaren bij de behoeders ervan levendig gehouden: op geregelde tijden vinden er studiedagen over conservatie en restauratie plaats, verschijnen er artikelen en studies over deze problematiek en, meer recent, worden er tentoonstellingen opgezet. De bedoeling is evident: niet alleen de overheid, ook de man in de straat moet voor het steeds groter wordend gevaar gevoelig worden gemaakt. Deze reizende tentoonstelling, langs zeven Vlaamse steden, kan daartoe een belangrijke bijdrage zijn; ze wordt als het begin van een grote sensibiliteitscampagne gezien. Het initiatief gaat uit van de werkgroep Preservering, conservering en restauratie van de sectie Archiefwezen van de Vlaamse Vereniging voor bibliotheek-, archief- en documentatiewezen (Antwerpen). Met bedreigde rijkdom worden de schatten in archieven en bibliotheken bedeeld. R. De Herdt (Museum voor industriële archeologie en textiel, Gent) weet op een heldere gedegen wijze de problematiek in te leiden. J. Wouters (?) heeft het in een technische bijdrage over de opbouw van de verschillende grondstoffen: papier, leer, perkament, textiel, inkt. Samen met L. Danhieux neemt hij in een ander artikel mogelijke beschadigingen onder de loep en evalueert de te nemen maatregelen. C. Coppens onderzoekt de onderscheiden elementen aan het boek met het oog op conservering en restauratie: de band (maculatuur en platten, schutbladen, bekleding), het boekblok (papier, puncturen, verbeterbladen of cancellantia, convoluten); daarna verstrekt hij richtlijnen hoe de mens - in eerste instantie de bibliothecaris, de antiquaar, de verzamelaar - zich tegenover het boek moet gedragen, vooral wanneer het in nood verkeert.
De tentoonstelling bestaat uit een vaste kern beschadigde documenten en boeken (47) en een per provincie wisselende groep documenten die er nog niet zo erg aan toe zijn, maar die vooraleer het te laat is, van verdere degradatie moeten worden gevrijwaard. De beschrijving van de eerste groep is uiterst summier, die van de tweede uitgebreid. Terecht wordt, voor de bezoeker en lezer, aandacht besteed aan de inhoud van de bedreigde documenten en boeken; het moet iedereen duidelijk blijken dat het inderdaad de moeite loont ze van de ondergang te redden, willen wij onze geschiedenis kunnen schrijven. De keuze die hier gemaakt werd, lijkt representatief te zijn en men heeft zich geen moeite gespaard om een zo groot mogelijke waaier behoeders van dit erfgoed bij de onderneming te betrekken; de lijst ervan is, met naam en adres, achterin de publikatie opgenomen.
Ik zou niets dan lof voor dit boek overhebben, ware er niet een evident gebrek aan coördinatie bij de redactie van het catalogusgedeelte te merken: zeer ongelijke behandeling van de materiële beschrijving van het document en van de toelichting, vaak onbeheerst en houterig taalgebruik en slecht woordgebruik bij de beschrijving van steeds weerkerende gegevens. Ik verheel niet dat mij de haren soms ten berge gerezen zijn bij het lezen van bv. een 'lederen geslagen band', p. 64; 'een incunabel vervat in houten borden ... type fasimile soc., twee kolommen, zonder signatuur, 28 omslagen ... Beschermingsnoppen ontbreken', p. 95; 'Gekartonneerde omslag met leder overtrokken'. Wat is een lederen rugband, een gestrieerd watermerk, een valse titelpagina, een staartbeeld? In het Nederlands hebben wij het niet over filigranen maar over watermerken, niet over cartons maar over verbeterbladen, niet over témoins maar over snijoren. De band rond het renteboek van de H. Geesttafel is geen klapband maar een registerband of een band met overslag. Een Sammelband is niet hetzelfde als een convoluut, de papierbrij - niet de papierpulp - wordt met een schepraam - niet een papierschep - geschept. En zo voort. Het begin van de wijsheid is te vinden bij het besef dat men iets niet kent. Nummering van de notities bespaart altijd zoekwerk en een register kan langs velerlei wegen de rijkdom ontsluiten; beide ontbreken helaas. Er schort duidelijk nog wat aan de beroepsopleiding van mensen die met boeken te maken hebben [E. C.-I.].
Zie ook nr.
1722
1716. - J.A. GRUYS, [Addenda & Corrigenda bij] J.A. Gruys & C. de Wolf, Thesaurus 1473-1800 in Dokumentaal,20, 1991, p. 79-83.
Tweede serie aanvullingen bij de Thesaurus (zie Kroniek 16,
nr. 1532). [M. d. S.]
Zie ook nr. 1847
1717. - Paul VALKEMA BLouw, Printers to the 'arch-heretic' David Joris: Prolegomena to a bibliography of his works in Quaerendo,21, 1991, p. 163-209, facsim.
Van de 'Nederlandse aartsketter' zijn veel geschriften, in handschrift of in druk, bekend. Van in de zestiende eeuw al heeft David Joris de nodige bibliografische aandacht gekregen, te beginnen met Dirck Volckertsz. Coornhert over Gottfried Arnold tot Van der Linde in 1867. Toch geven zij geen antwoord op essentiële vragen die het oeuvre van Joris doen rijzen: waar en wanneer zijn zijn werken wel verschenen? De overgrote meerderheid vermeldt nl. geen impressum en als er al een jaartal is opgegeven is dit meestal de datum waarop het geschrift voltooid werd en niet het drukjaar. Aangezien het voor de verspreiding van zijn oevre van belang is te weten wanneer de oorspronkelijke drukken zijn verschenen, moest worden onderzocht welke drukkers het aankonden, -durfden ketterse geschriften te drukken. Hierbij kan vrijwel uitsluitend het typografisch materiaal, ornamenten en lettertypen, als bron dienen; archiefstukken moet men hier niet verwachten.
Er is alleen Paul Valkema Blouw die deze uitdaging heeft aangedurfd. Zoals wij intussen van hem gewend zijn heeft hij de bijzonder complexe en duistere materie op een heldere wijze voorgesteld; een geslaagde poging om een chronologie in de drukken aan te brengen en een deel daarvan aan een drukker toe te schrijven. De eerste drukkers moeten in Deventer worden gezocht, daarna Adriaan van Berghen te Antwerpen, drukkers in Duitsland, Dierck Mullem in Rotterdam en de laatste, nog niet geïdentificeerde drukkers. In fine volgt een lijst van 227 titels met de toeschrijving aan de drukkers, plus nog achttien titels niet in Van der Linde's Bibliografie. Weerom een ongemeen boeiende studie, waarvoor we de auteur slechts zeer erkentelijk kunnen zijn, in de hoop dat zijn methode en uitdrukkingsvermogen bij jongeren navolging vindt. [E. C.-I.]
1718. - Vijf eeuwen boekdrukkers en uitgevers in Kampen: Tentoonstelling in het Stedelijk Museum van Kampen 2 februari 1991 - 9 maart 1991. - Kampen: Stedelijk Museum, 1991. - 38 p.: ill.; 21 cm.
Overzicht in vogelvlucht van het boekbedrijf in de IJsselstad Kampen. Dat wordt gekenmerkt door de relatie tot de Reformatie. Bekende figuren zijn o.m. Peter Warnersz. (16de eeuw), J.A. de Chalmot (18de), maar vooral de firma Kok, grootmeester van het protestants-christelijke boek in Nederland. Nuttig is zeker de lijst van tentoongestelde werken (p. 35-38), een boeiende chronologische presentatie van Kamper publicaties. Hopelijk krijgt ook Kampen een pendant van Gheprint te Nymeghen (zie Kroniek 16
nr. 1538). [M. d. S.].
1719. - Ina KOK, Overijssel in druk: Overijsselse boeken uit de periode 1600-1900: catalogus van de tentoonstelling ter gelegenheid van de aankoop door de Stads- of Athenaeumbibliotheek van de collectie-Hartong. - Deventer: Stads- of Athenaeumbibliotheek, 1991. - [32 p.]: ill. ; 21 cm.
Eadem, Stads- of Athenaeumbibliotheek verwerft collectie-Hartong in Dokumentaal,20, 1991, p. 48-49.
Georg Hartong heeft in vijftien jaar tijds een fraaie collectie Overijsselse boeken aangelegd. De ongeveer 1200 gedrukte werken uit de periode 1600-1900 zijn alle in Overijssel gedrukt of hebben door inhoud of auteur daarop betrekking (o.m. veel gelegenheidspoëzie en redevoeringen, meest door predikanten en onderwijzers). Zeventig procent ervan was nog niet aanwezig in de Deventer bibliotheek. De gemeente Deventer (en haar bibliotheek!) zij geprezen voor het wijze besluit de verzameling aan te kopen. Naast de reeds genoemde categorieën is er ook veel werk van A. Moonen, R. Feith, A.C.W. Staring en J. van Vloten, kinderboeken, almanakken, overheidspublicaties, evenals vroege Kluwer-drukken. Een vijftigtal nummers zijn in de tentoonstellingscatalogus beschreven. Er is ook een selectief overzicht van Hartongs publicaties, waarbij wij hier vooral wijzen op 'Overijsselse boekdrukkers en boekverkopers in de 17de eeuw' (in Overijsselse historische bijdragen,103, 1988, p. 60-83). [M.d.S. & W.W.].
1720. - Chris COPPENS, De prijs is het bewijs: vier eeuwen prijsboeken. Met een inleiding door Jan STORM VAN LEEUWEN. - Leuven: Centrale Bibliotheek K.U. Leuven, 1991. - 228 p.: omslag, ill.; 27 cm. BF 550.
Weerom is de Leuvense universiteitsbibliotheek er in geslaagd een opmerkelijke tentoonstelling in te richten met hoofdzakelijk eigen bezit. Bovendien betreft het de eerste grote tentoonstelling op het speciale gebied van het prijsboek (een bescheiden maar niet onbelangrijke expositie op het verwante gebied van de wapenband staat op naam van Raf Van Laere; cf. Kroniek 13
nr. 1070). De auteur, C. Coppens, beschouwt de hele onderneming niettemin slechts als een boekhistorische verkenning. M.i. houdt hij het midden tussen een verkenning en een synthese. In zijn inleiding gaat hij uitvoerig in op het geven van prijzen in het onderwijs, in het bijzonder bij de jezuïeten, en op de Franse situatie. Het opstel van J. Storm van Leeuwen over de prijsband in de Nederlanden handelt meer specifiek over de band en is rijk aan concrete informatie over het type, de versiering, de plaats van oorsprong en de (meestal onbekende) binders, de aanschaf door de scholen. Elke band wordt vervolgens zeer uitvoerig beschreven als object en in zijn historische context geplaatst. [E. C.-I.]
Zie ook nrs. 1853; 2860
1721. - W.C.M. WÜSTEFELD, De boeken van de grote of Sint-Bavokerk een bijdrage tot de geschiedenis vah het middeleeuwse boek in Haarlem. - Hilversum: Verloren: Historische Vereniging Holland, 1989. - 152 p.: ill., facs.; 26 x 21 cm. - (Hollandse studieën; 24). - ISBN 90-70403-25-0. Fl. 40.
Haarlem was tijdens de uitgaande middeleeuwen en het begin van de nieuwe tijd een belangrijk cultureel centrum en binnen de stad vervulde de St. Bavokerk een belangrijke rol, mede onder invloed die van de kloosters en abdijen in stad en lande uitging. Met de Alteratie in 1578 komt hier een einde aan en zijn ook veel boeken verspreid geraakt. Uit de rijke boekenschat die er bestaan heeft, is in deze studie aan één groep speciale aandacht besteed, namelijk de boeken die in de St. Bavokerk werden gebruikt en bewaard. Dit kon omdat het archief van de St. Bavo tot op de dag van vandaag is bewaard en heel wat gegevens ter zake bevat (oorkonden en rekeningen; deze laatste tot in 1547). Ook het Haarlems archief bleek een interessante bron. Alle boeken waarover sprake zijn natuurlijk niet meer bewaard, of niet meer aan te wijzen, maar dank zij de wel nog bewaarde oude boekencollecties van het voormalige Bisschoppelijk Museum te Haarlem, nu in het Catharijnconvent te Utrecht ondergebracht, konden er heel wat boeken worden geïndentificeerd. Dit is een niet geringe verdienste van deze studie. De boeken die besproken worden zijn hoofdzakelijk handschriften. Toch zijn er zelfs nieuwe gegevens over drukken bij en de mededelingen die over bind- en penwerk worden verstrekt moeten ook de bibliograaf interesseren. Zo wordt de relatie tussen de Haarlemse regulieren en het klooster Agnietenberg, waarover P. Verheyden het heeft gehad, opnieuw bekeken. Er zijn namelijk verschillende paneelstempels met Johannes de Doper, die al of niet samen met een Lam-Godspaneel of een Salvator-Mundipaneel optreden, al of niet met de bekende Haarlemse boog- en blaadjesstempels. Vijf stempelbanden, afkomstig van het regulierenklooster, worden onderzocht; of zij er ook gemaakt zijn, is niet met zekerheid aan te tonen. Om het penwerk aan hetzelfde klooster toe te schrijven, ontbreken vooralsnog evenzeer goede gronden. Er is te weinig vergelijkingsmateriaal beschikbaar. Of Cornelis de Boekbinder (1474-1515), ook kopiist en rubricator, ook drukken heeft gebonden, is waarschijnlijk. Uit de bewaarde rekeningen blijkt alleen dat hij oplagen aflaatbrieven (400 en 100) heeft 'gestoffeerd', d.w.z. versierd, gerubriceerd (p. 57).
Deze studie is opgebouwd rond een reeks capita selecta, waarvan ik hier citeer: De boekenkamer of 'libri'(1), Gegevens over schrijf- en bindwerk in de kerkrekeningen van de eerste helft van de vijftiende eeuw (5), Banden en penwerkdecoratie van enkele boeken van het regulierenklooster Onze Lieve Vrouwe Visitatie buiten Haarlem (6), Uitbreiding en onderhoud van het boekenbezit in de tweede helft van de vijftiende eeuw (8), Een geschenk uit 1483 (9), Enkele nieuwe gegevens over de gedrukte aflaten uit de eerste jaren van de zestiende eeuw (12), Gegevens over boeken uit de eerste helft van de zestiende eeuw (13). Het onvolledig ? ex. (KB Den Haag) van het Missale Traiectense van 1540, met interessante aantekeningen, is een druk van H. Peetersen van Middelburch (= NK 1531). Behalve de in NK 471 beschreven 'dubbele' planodruk uit 1505 van Hugo Jansz van Woerden te Leiden, is er de niet teruggevonden aflaatbrief uit 1502 gedrukt door de enigmatische 'has back' (cf. B. KRUITWAGEN in Het Boek,1926 en NK 0244). Er zal toch niet aan Govaert Back (Antwerpen) moeten gedacht worden ? Een Hans Back is er niet bekend, een Hasback evenmin. Een aflaatbrief hoeft niet noodzakelijk ter plekke te zijn gedrukt.
Gedurende anderhalve eeuw hebben de Haarlemse kerkmeesters hun rol, ook ten opzichte van het boek, ter harte genomen. Over de activiteiten van gilden en broederschappen is jammer genoeg veel minder bekend.
Deze enigszins losse maar bijzonder leerrijke aantekeningen zijn op zeer aantrekkelijke wijze gepresenteerd, doorspekt met tal van goed gekozen afbeeldingen, waarvan achterin een complete lijst is opgenomen. Nuttig is ook bijlage IV, de lijst van vermelde boeken van St. Bavo en bijlage V, de lijst van Noordhollandse en Haarlemse boeken tot ca. 1550 nu in het Catharijnconvent. Hier zijn 33 drukken bij, in binnen- of buitenland verschenen. In het algemeen register zijn gelukkig ook al de auteurs- en drukkersnamen hiervan opgenomen, alle op de voornaam weliswaar, ook een Joannes Grapheus en een Johann Amerbach! Hieruit alleen al blijkt dat de auteur een historica van het middeleeuwse boek is: de humanisten worden over dezelfde kam geschoren.
Over de materiële uitvoering valt alleen maar goeds te zeggen. De typografische vormgeving, met de talrijke voetnoten en afbeeldingen (zes in kleur!), in handen van Rombus te Hilversum met assistentie van J. van de Wouw lijkt mij uitstekend. De reeks waarin dit boek is opgenomen zal trouwens ook haar 'eisen' hebben gesteld, maar het resultaat is, afgezien van enkele reprodukties die te grijs en te vlak zijn, meer dan bevredigend. [E. C.-I.]
1722. - A. ROUSSEAU & R. VAN LAERE, Boeken van adel: ex libris in situ uit het Ancien Régime. - Sint-Truiden: Provincie Limburg, Culturele aangelegenheden, 1991. - 41 p.: omslag, ill.; 30 cm.
Begeleidende publikatie bij een tentoonstelling naar aanleiding van de reizende expositie 'Rijkdom bedreigd' (cf.
nr. 1715) in de Begijnhofkerk te Sint-Truiden. Uit de verzameling van het Provinciaal Documentatiecentrum Abdij Sint-Truiden, in de afgelopen jaren door samenvoegen van bibliotheken tot een niet onbelangrijke collectie uitgegroeid, zijn een veertigtal oude drukken gekozen met interessante eigendomsmerken. De meeste ex-libris stellen het wapen van de bibliofiel voor en zijn fraai graveerwerk (van Fruytiers, Harrewijn, maar ook veel anoniemen), soms ook typografisch uitgevoerd. De wapens worden beschreven en afgebeeld, de eigenaar geïdentificeerd en het boek beschreven. Een lofwaardig initiatief dat navolging verdient: er is immers nog veel te weinig bekend over de talloze boekenverzamelaars uit het Ancien Régime. [E. C.-I.].
1723. - Johannes OFFERHAUS & Rigo STARINK, Venetië, stad van de drukkunst: pronkstukken uit de vijftiende en zestiende eeuw in Nederlands bezit: tentoonstelling georganiseerd in het kader van de Amsterdam-Venetië-manifestatie 3 juli tot en met 8 september 1991. Gids. - Amsterdam: Stichting Koninklijk Paleis te Amsterdam, 1991. - 47 p.: omslag, facs. ; 24 cm.
Smaakvol uitgegeven boekje (dank zij de steun van de eigenaar van de Bibliotheca Philosophica Hermetica te Amsterdam) met een summier overzicht van de geschiedenis van de boekdrukkunst te Venetië in genoemde periode en een korte beschrijving van honderd Venetiaanse drukken. De korte toelichting die bij de nummers wordt gegeven heeft enkel betrekking op de druk, niet op het exemplaar - dat is jammer. Overigens een lofwaardig initiatief: niet alleen is dit de eerste tentoonstelling over het onderwerp in Nederland maar alle exemplaren komen uit Nederlands openbaar en particulier bezit. [E. C.-I.]
1724. - David PAISEY, Printed books in English and Dutch in early printed catalogues of German university libraries in Across the Narrow Seas .... p. 127-148 (cf. nr. 1734).
Verkenning van boeken in de volkstaal vermeld in de oudste gedrukte catalogi van Duitse universiteiten (inclusief die van de Natio Germanica te Orléans en Padua) tot het midden van de achttiende eeuw. Engels- en Nederlandstalige boeken vormden slechts een minieme fractie (resp. 0, 16 % en 0, 24 %): 107 resp. 72 titels, meest theologische boeken. De Nederlandstalige boeken zijn in een alfabetische lijst te vinden op p. 144-147. [M. d. S.].
1725. - B. VAN SELM (ed.), Book Sales Catalogues of the Dutch Republic, 1599-1800. Catalogue numbers 1-806 (Installments 1-5). Comp. E. HOFLAND, Guide to the microfilm collection. - [Leiden]: IDC, 1990. - 98 p.; 30 cm.
Het grote project van B. van Selm om de meer dan 2.600 bewaarde Nederlandse boekhandelscatalogi op microfiches samen te brengen (zie Kroniek 16
nr. 1552) is van wal gestoken. De begeleidende publikatie bevat een korte inleiding op het project, gevolgd door titelbeschrijvingen van de eerste vijf afleveringen. Die hebben betrekking op een achthonderdtal catalogi, voor het merendeel bewaard in de bibliotheek van de Vereeniging (Amsterdam). De beschrijvingen staan alfabetisch geordend op naam van de eigenaar van de geveilde collectie (o.a. Daniel en Nicolaas Heinsius en Christiaan Huygens). Er is ook een chronologische index (1627-1800) en een op boekverkopers, drukkers, veilinghouders e.d.m. [M. d. S.].
Zie ook nr. 1861
1726. - Bert VAN SELM, Dutch book trade catalogues printed before 1801 now in the British Library in Across the Narrow Seas ... (cf. nr. 1734), p. 55-65.
De betreurde Bert van Selm evalueert de meer dan driehonderd Nederlandse boekbandelscatalogi vóór 1801, die deze bibliotheek bezit. Daaronder zijn unica: vijftien uit de zeventiende eeuw, zesendertig uit de achttiende. De aandacht wordt speciaal gevestigd op een paar opmerkelijke nummers, zo op de veilingcatalogus van de bibliotheek van ene Joannes Heemskerckius (1688), die identiek moet zijn met de gelijknamige auteur van de Batavische Arcadia. [W.W.].
1727. - Caroline GODFRIED, Nederland en Denemarken = Danmark og Holland: een expositie over de wederzijdse relaties sinds de zestiende eeuw; een keuze uit de zestigjarige Bibliotheca Danica en een selectie uit de collecties van de Algemene Bibliotheek, Universiteit van Amsterdam. Tentoonstelling van 27 april t/m 18 mei 1990. - Amsterdam: Universiteitsbibliotheek (Algemene Bibliotheek), 1990. - 57 p.: ill.; 21 cm. - ISBN 90-6125-482-5.
In 1930 verwierf de Amsterdamse UB een bruikleen van Deense werken van het Genootschap Dansk Samfund i Holland. Deze Bibliotheca Danica (gedrukte catalogus 1939) werd recentelijk weer verrijkt. Om de aandacht te vestigen op deze wellicht minder bekende collectie, werd een selectie getoond met materiaal i.v.m. de Deens-Nederlandse betrekkingen van Christian II (1481-1559) over H.C. Andersen tot heden, met een nuttige literatuurlijst over het onderwerp. [M. d. S.].
1728 - Catalogue of the Erasmus Collection in the City Library of Rotterdam. - New York; Westport, Conn.; Londen: Greenwood Press, 1990. xviii, 678 p.; 29 cm. - (Bibliographies and Indexes in Philosophy; 2). ISBN 0-313-27698-6; ISSN 0742-6887. - $ 145.
Onmisbare catalogus van de grootste Erasmuscollectie ter wereld (Gemeentebibliotheek Rotterdam). Na een korte inleiding over ontstaan en groei van de verzameling, volgt een reproductie van de kaartcatalogi. Hoewel dat bezwaarlijk een échte Erasmusbibliografie kan worden genoemd, is het toch een handig, snel te controleren vertrekpunt voor al wie met Erasmus in aanraking komt. Het vervangt bijna de Bibliotheca Erasmiana van Vander Haeghen (niet helemaal, want zelfs deze collectie is niet compleet) en geeft langere titels, paginering, verwijzingen naar Bibliotheca Belgica en de signatuur van een (soms meer) beschreven exemplaar.
De indeling volgt de drie rubrieken van de Bibliotheca: 1. Werken van Erasmus; 2. Werken door Erasmus uitgegeven (klassieke en patristische auteurs); 3. Werken over Erasmus (per onderwerp en per moderne auteur). De derde afdeling kan natuurlijk geen aanspraak maken op volledigheid, maar is wel (met Margolins bibliografieën) een sleutel op de talloze Erasmusstudies. [M. d. S.].
Zie ook nr.
2082
1729 - E.O.G. HAITSMA MULIER en G.A.C. VAN DER LEM, m.m.v. P. KNEVEL, Repertorium van geschiedschrijvers in Nederland 1500-1800. - Den Haag: Nederlands Historisch Genootschap, 1990. - xvii, 470 p.; 25 cm. - (Bibliografische reeks van het Nederlands Historisch Genootschap; 7). - ISBN 9073069-04-1. Fl. 135.
Geen bibliografie stricto sensu,maar toch een uiterst nuttig naslagwerk. Vermeld zijn de gedrukte historische werken van auteurs uit het huidige Nederland evenals zestiende-eeuwse auteurs uit de Zuidelijke Nederlanden. Hiervoor werd 1609 als grens genomen (Twaalfjarig Bestand). Opgenomen zijn dus bv. Aitsinger, Haraeus, Lipsius, Meyerus en Molanus, doch niet Burgundius, Gramaye en Miraeus. Wellicht was 1648 hiervoor een betere scheidslijn geweest. Vóór 1500 is slechts één auteur vermeld: Mattheus Herbenus (terecht, want de eerste humanistische historicus in de Nederlanden). De geselecteerde genres worden eveneens voorgesteld in de inleiding met argumenten voor opname of ontbreken in het repertorium (wel antiquarische studies en biografieën, niet: rechtsbronnen, lijkredevoeringen, egodocumenten, reisverhalen etc.). Beschreven zijn dan 533 auteurs (sommige met tot 15 verschillende werken, bv. G. Hornius) of anoniemen: korte situering, 'lange' titels, (her)drukken en literatuur over auteur of werk. Er is een goede index op persoons- en plaatsnamen, onderwerpen (bv. Augsburgse Confessie, doopsgezinden, jodendom, zeeslagen). Boekhistorici hadden naast de plaats van uitgave ook graag drukker en/of uitgever vermeld gezien, liefst met ook nog een afzonderlijk register daarop. [M. d. S.].
1730. - Eddy PUT, De jezuïeten in de Nederlanden en het prinsbisdom Luik (1542-1773): tentoonstelling in het Algemeen Rijksarchief van 1 februari 1991 tot 6 april 1991. - Brussel: Algemeen Rijksarchief, 1991. - 74 p.: ill.; 30 cm. - (Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de provinciën, Educatieve Dienst, Catalogussen; 102).
Aansluitend daarbij verscheen De Jezuïeten in de Nederlanden en het prinsbisdom Luik (1542-1773): dossier bij de gelijknamige tentoonstelling in het Algemeen Rijksarchief te Brussel. - Brussel, 1991. - 119 p.: omslag, ill. ; 30 cm. - (Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de provinciën. Educatieve dienst. Dossiers; Tweede reeks, 5). - Bestelnummer: Publ. 1426 ; besteladres: Ruisbroekstraat 2-10, B-1000 Brussel. BF 650.
Ter gelegenheid van het 450-jarig bestaan van de orde en het 500-jarig overlijden van de stichter Ignatius van Loyola werden in 1990-1991 ook een aantal documentaire tentoonstellingen ingericht. De Brusselse biedt een overzicht van organisatie en activiteiten van de orde in de Zuidelijke Nederlanden. Daarbij werden ook talrijke, thans uiterst zeldzame, publicaties getoond (vaak enkel bewaard in familie-archieven): o.m. schoolreglementen en schoolboeken, theses, devote en wetenschappelijke werken etc. Het toegevoegd 'Dossier' is rijkelijk geïllustreerd (zo bv. enkele rariora als plano's). Te vermelden in deze Kroniek is de bijdrage van Jos Andriessen sj., 'Apostolaat met de pen, intellectuele en artistieke activiteiten' (over auteurs, groepspublicaties, boekencensuur e.a.). Beide overigens voortreffelijke en erg nuttige overzichten bevatten helaas geen registers. [M. d. S.].
1731. - Willy L. BRAEKMAN, 'Hier heb ik weer wat nieuws in d'hand', marktliederen, rolzangers en volkse poëzie van weleer. - Gent: Stichting Mens en Kultuur, 1990. - 639 p.: ill. ; 25 cm. - ISBN 90-72931-13-0. BF 1280.
Regionaal sensatienieuws werd vooral door marktzangers verspreid. Vaak verkochten zij deze meestal slordig gedrukte liedteksten bij hun optreden. Een aantal teksten werd ook via almanakken bekend. Braekman heeft in een aardige bloemlezing een thematisch overzicht gebracht van dit populaire genre. Het boek bevat occasioneel gegevens over regionale drukkers en hun liedbladen. Belangrijker is evenwel de Appendix (p. 515-597): 'Repertorium van een Gentse liederenverzameling', waarin een collectie, overwegend achttiende-eeuwse, marktliederen bewaard in de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde te Gent, wordt geïnventariseerd. Het boek heeft nuttige indices op incipits en namen. [M. d. S.].
1732. - Actes du XXXIIe Congrès international d'histoire de la Médecine Anvers, 3-7 septembre 1990 = Proceedings of the XXXIInd International Congress on the History of Medicine, Antwerp, 3-7 September 1990,edit. Eric Fierens ... [et al.]. - Bruxelles: Societas Belgica Historiae Medicinae, 1991. - 1315 p.: ill.; 25 cm. BF 3000.
Een sectie was gewijd aan 'The medical book - Le livre medical' (p. 671-753). Te vermelden zijn: L. Voet, 'Printing and sciences: the vital interaction in the 16th century' (p. 673-676); Jean-Pierre Tricot, 'Les éditions médicales plantiniennes' (p. 687-693); A. Neetens, 'The textboek of optics by Franciscus Aguilonius (1613) and its illustrations by Rubens' (p. 709-714); Carlos Manuel Vieira Reis, 'Coloquios dos simples,Garcia D'Orta, Charles de l'Ecluse: un livre, deux hommes, un même destin' (p. 747-753); Michel Thiery, 'The Dutch translation of Willughby's Observations in Midwifery' (p. 929-943: Percival Willughby's Engelse tekst werd pas in 1863 gedrukt; in 1754 was reeds een Nederlandse vertaling gedrukt als appendix bij Jacobus de Visscher & Hugo van de Poll, Het Roonhuysiaansch geheim, in de vroedcunde ontdekt (...) Leiden: bij Johannes Heiligert). [M. d. S.].
1733. - Jochen HOOCK & Pierre JEANNIN, Ars mercatoria: eine analytische Bibliographie. Band I: 1470-1600. Mit einer Einleitung in deutscher und französischer Sprache. Paderborn; München; Wien; Zürich: Schöningh, 1991. - LIV,432 p. facsim.; 25 cm. - (Handbücher und Traktate für den Gebrauch des Kaufmanns = Manuels et traités à l'usage des marchands, 1470-1820). - ISBN 3-506-74401-1. DM 220.
Eerste van de zes in het vooruitzicht gestelde delen. Met handboeken voor de koopman worden bedoeld de praktische instructies die hem bij de uitoefening van zijn taken en bij het aanleren ervan dienstig zullen zijn. Zijn niet opgenomen periodiek verschijnende publicaties (na de zestiende eeuw) en almanakken. Wel daarentegen een selectie uit de brievenmodellen en gesprekboekjes. De handboeken over rekenkunde stellen een probleem. De criteria van opname zijn gebaseerd op kennisname van de inhoud: zo bv. geen Arithmeticae practicae methodus van Gemma Frisius want niet speciaal voor de koopman opgevat, wel publicaties waarin interesttafels zijn opgenomen.
De heuristiek is van drieërlei aard geweest: rechtstreeks bibliotheekonderzoek, secundaire literatuur, de grote catalogen van Parijs, Londen en Amerika. De beschrijvende notities zijn uit 22 (!) elementen samengesteld die weliswaar niet in alle gevallen aan de orde zijn. Deze wat onwennig en niet erg 'sprekende' structuur is de perfecte weerspiegeling van een vragenlijst. Met haar niet steeds mnemotechnische codes, fungeert zij uitstekend als vragenlijst maar niet als stramien voor bibliografische beschrijving. Ze bevat 'eenvoudige bibliografische gegevens', 'diepgaande bibliografische beschrijving dank zij de materiële analyse' en 'beschrijving van de inhoud'. De notities zijn alfabetisch per auteur geordend, de anoniemen achteraan, gevolgd door twee appendices: het zeerecht en de muntpublicaties. Na de eerste - of eerst bekende - druk zijn alle latere drukken opgegeven. Het onderscheid en de relatie tussen 'uitgaven' en 'edities' is, naar de auteurs zelf meedelen, niet altijd gemaakt. Zij zijn er zich ook van bewust dat hun 'description matérielle' eigenlijk niet veel te zien heeft met 'bibliographie materielle' of analytische bibliografie. Het woord 'analytisch' in de titel moet dus slechts gezien worden als een naast elkaar stellen van een aantal gegevens afkomstig uit één druk, zonder meer.
Er is geen systematisch onderzoek naar alle bekende exemplaren gevoerd.
Bijzonder nuttig zijn de tabellen en grafieken: naar inhoud, drukplaats, herkomst van de auteurs, talen. Hieruit is af te lezen dat van al de Europese landen in de periode 1470-1599 als boekproducent de Nederlanden op de derde plaats komen met Antwerpen op kop, na Duitsland en Italië, dat dezelfde lijn te zien is bij de nationaliteit van de auteurs. Wat de talen betreft komt het Nederlands op de vierde plaats, na weerom Duits en Italiaans met nu Frans erbij. Tot slot zijn er talrijke registers: op auteurs, op drukkers (per stad), op uitgevers (per stad), op plaatsen van uitgave, op inhoudscategorieën, een chronologisch register. Dit nawerk weegt zwaarder dan het voorwerk: met uitzondering van een lange inleiding ter verantwoording, is er de voor de consultatie onontbeerlijke lijst afkortingen, een lijst bibliotheken (180 à 200) en het 'Verzeichnis der Sekundärquellen'. Dit laatste voldoet niet: er zijn leemten en de referentie zelf is vaak slordig: van Benzing bestaat een nieuwe editie; de anastatische druk van de Bibliotheca Belgica hoeft niet vijf maar zes (of zeven) banden; Nijhoff en Kronenberg stopt niet in 1934; De Roover is niet de auteur maar de inleider van de tentoonstellingscatalogus La comptabilité à travers les âges,terwijl Stevelinck de auteur is; Henry L.V. de Groote ontbreekt tenemale; uitgevers en collecties zijn nooit opgegeven. [E. C.-I.].
1734. - Across the Narrow Seas. Studies on the history and bibliography of Britain and the Low Countries. Presented to Anna E. C. Simoni. Edited by Susan ROACH. - Londen: The British Library, 1991. - xv, 223 p.; ill.; 24 cm. - ISBN 0-7123-0260-3. £ 35.00.
Voor de Nederlandstalige bezoeker van de British Library is Anna Simoni een begrip: zeer velen heeft zij er gedurende vele jaren geïntroduceerd en begeleid bij hun verkenningen in de rijkdom van de Londense collecties. Dat het bezit van deze bibliotheek daarbij ontsloten werd, is voor een aanzienlijk deel aan haar werk te danken: zij publiceerde in 1974 Publish and be Free: a Catalogue of Clandestine Books printed in The Netherlands 1940-1945 in the British Library en, zeer recent, Catalogue of Books from the Low Countries 1601-1621 in the British Library (1990), een lang verhoopt boek van 860 bladzijden (zie Kroniek 16 nr. 1617). In de marge hiervan schreef zij menige bijdrage in de gespecialiseerde tijdschriften over bibliografische problemen betreffende onze zeventiende-eeuwse boekenproduktie. De Nederlandse collectie van de British Library bouwde zij uit tot de omvangrijkste buiten de Nederlanden.
Redenen genoeg opdat haar een huldealbum zou aangeboden worden door erkentelijke collega's en vrienden; de bijdragen beslaan de hele periode van het gedrukte boek, van Caxton tot de negentiende eeuw. Het is ook een boek geworden dat goed in de hand ligt, stevig gebonden is in blauw linnen en een fraaie illustratieve stofwikkel heeft. [W.W.].
Zie ook nrs.
1724; 1726; 1739; 1740; 1752; 1762; 1763; 1765; 1768; 1769; 1776; 1779; 1781
1735. - J. DE BRUYN, Psalmzingen in de Nederlanden, vanaf de zestiende eeuw tot heden: een bundel studies, met de catalogus van de gelijknamige tentoonstelling. Samengesteld door W. HEITING m.m.v. M. VAN DEN HEUVEL (eindred.). - Kampen: Kok, 1991. - 326 p.: ill. ; 24 cm. - ISBN 90-2426805-2. Fl. 34, 50.
Naar analogie met de grote tentoonstelling Le Psautier de Genëve 1562-1865 (Genève 1986) bleek er ook in de Nederlanden voldoende materiaal aanwezig om een overzichtstentoonstelling te houden in Antwerpen (UFSIA) en Amsterdam (VU). Het bijbehorende boek bevat een aantal studies over de verschillende stromingen, over zingen en melodieën (notatie !) enz. Hier zijn te vermelden: G. Huybens, 'Een spieghel der ghenade Gods: psalmzang en psalmbeleving in Vlaanderen in de zestiende en zeventiende eeuw' (p. 27-34) over Souterliedekens en contrareformatorische liedboekjes; W. Heijting, 'Het gereformeerde psalmboek en het boekenbedrijf' (p. 163-183) over hoge oplagen, typografie, bindwerk (o.a. zilverwerk), boekverkopers, drukkers en uitgevers (het gevecht over monopolies!). Jammer genoeg is de aandacht haast uitsluitend gericht op de volkstaal en komen bv. de talloze Neolatijnse herdichtingen niet aan bod.
De tentoonstellingscatalogus (p. 253-316) behandelt vijf thema's: psalmzingen nu, psalmboek als pronkstuk, dichten en berijmen, zang en spel (koraalboeken), psalmen in synagoge en kerk. Afgezien van het tweede thema blijft de boekhistoricus toch wel op zijn honger: geen bibliotheeksignaturen, exemplaarkenmerken etc. - gelukkig zijn er nogal wat afbeeldingen van titelpagina's enz. De bundel wordt afgesloten met een naamregister. [M. d. S.].
1736 - Wolfgang Borm, Incunabula Guelferbytana (IG): Blockbücher und Wiegendrucke der Herzog August Bibliothek Wolfenbüttel; ein Bestandsverzeichnis Wiesbaden: Harrassowitz, 1990. - xxii, 564 p.: facs. ; 28 cm. -(Repertorien zur Erforschung der frühen Neuzeit; 10). - ISBN 3-447-030364 DM 195.
Ruim 2.800 drukken zijn op de gebruikelijke summiere wijze beschreven, met verwijzing naar de algemene en regionale standaardrepertoria. De Nederlanden zijn vertegenwoordigd met Aalst: 5 drukken, Antwerpen: 19, Brussel: 3, Delft: 8, Den Hem: 1, Deventer: 80, Gouda: 1, Haarlem: 3, Leuven: 20, Utrecht: 10 en Zwolle: 8. De Drukker van Augustinus, Explanatio psalmorum en de Drukker van de Mensa Philosophica zijn in de 'Südliche Niederlande' gesitueerd. Van al de exemplaren wordt de signatuur vermeld, niet de andere bijzonderheden zoals soort van band of aanwezigheid van eigendomsmerken. Behalve de drukkersregisters en de concordanties met de belangrijkste repertoria is er een register met de signaturen of boeknummers; voor Wolfenbüttel met zijn 'systematische' en nogal omslachtige signaturen geen overbodige luxe. De literatuuropgave is vrij uitgebreid, bevat echter een paar ongewone afkortingen: CCB voor Polain (met een overigens onnauwkeurige titelbeschrijving) en Ce3 voor Goff. De inleiding is kort en overzichtelijk gehouden. Er schijnt echter enige onduidelijkheid over de functie van IDL en Polain (cf. p. ix en xii): is met het bezit van de 'Niederlande' Noord en Zuid bedoeld; ik wil aannemen van ja want 'Belgien' ontbreekt. Maar dat bezit wordt slechts gedeeltelijk door IDL (Incunabula in Dutch libraries) gedekt; Polain is de Belgische tegenhanger en dient dus expliciet naast IDL, IGI, IBP, Goff enzoverder te worden vermeld. Al met al zijn wij weer een nuttig werkinstrument rijker. [E. C.-I.].
1737 - Blockbücher des Mittelalters: Bilderfolgen als Lektüre. Hrsg. Gutenberg-Gesellschaft und Gutenberg-Museum. (Katalogredaktion: Sabine MERTENS und Cornelia SCHNEIDER). [Ausstellung] Gutenberg-Museum Mainz, 22. Juni bis 1. September 1991. - Mainz: von Zabern, 1991. - 454 p.: omslag, ill., facs.; 23 x 21 cm. - ISBN 3-8053-1257-1, ISBN 3-8053-1387-X (Museum). - DM 48 (tijdens de tentoonstelling) + 11 DM portokosten.
Naar aanleiding van een tentoonstelling over blokboeken heeft het Gutenberg-Museum een lijvig boek gepubliceerd, waarin het catalogusgedeelte het minst omvangrijke is: 71 nummers met een eenvoudig kopje (in een van de appendices wordt de technische beschrijving gegeven) en een vrij uitvoerige toelichting. Met inbegrip, van een groot aantal facsimile's komt het grootste aantal uit eigen bezit. De verdienste van de organisatoren ligt dan ook op een ander vlak: de meer algemene inleidende opstellen, de thematische opstellen i.v.m. het onderwerp en de appendices. Tot de tweede reeks opstellen hebben bijgedragen Anneliese Schmitt die een weliswaar genuanceerd maar toch positief antwoord probeert te geven op de vraag of blokboeken volksboeken zijn. Hellmut Rosenfelds bijdrage over de rol van papier en houtsnedetechniek bij het ontstaan van het blokboek is weinig origineel; van A. Stevenson schijnt hij niet te hebben gehoord. Verrassend is het dan ook na dit artikel een postume bijdrage van Allan Stevenson aan te treffen! Het behoort tot het beste in dit boek. 'The problem of the blockbooks' is de tekst van vier lezingen die Stevenson vijfentwintig jaar geleden te Amsterdam hield: de neerslag van het papieronderzoek, onderdeel van een door ZWO gefinancierd onderzoek naar de Nederlandse prototypografie en door het ontijdig overlijden van de auteur nooit geheel voltooid noch gepubliceerd. Dit is nu voor het eerst gebeurd dank zij de goede zorgen van C. van Dijk, voormalig directeur van de Haarlemse Stadsbibliotheek, waar het document berust. Avril Henry's bijdrage over de iconografie van de Biblia pauperum is voorzeker de moeite waard, maar na zijn publicaties over het onderwerp (zie o.m. Kroniek 14
nr. 1171), brengt dit stuk eigenlijk niets nieuws. Renate Kroll waagt zich aan een onderzoek over de 'Ausgabenfolge der 40 blättrigen Biblia pauperum', echter in een te beperkt kader. Gerard van Thienen verrast ons met zijn opstel 'Eine letzte Spur des 'Speculum humanae salvationis' bei Johannes de Westfalia in Löwen'. Ik laat de nieuwsgierige lezer liever zelf het spoor vinden dan dat ik het zou verklappen; boeiende lectuur die elk geïnteresseerde in de vroege (boek)drukkunst niet mag ontgaan. Volgen nog artikelen van Max Engammare over het Canticum canticorum, van Nine Miedema over de Mirabilia Romae en van Martha W. Driver over het verdere lot van het beeld in de blokboeken. De appendices bevatten erg nuttige want overzichtelijk geordende en naar ik aanneem volledige praktische informatie over de blokboeken: 1. Per bewaarplaats is het bezit aangegeven (in de Nederlanden zijn te vermelden de Bibliotheca philosophica hermetica, het Stadsarchief te Brugge, de Koninklijke Bibliotheek te Brussel, de KB en het Museum Meermanno-Westreenianum te Den Haag, de Stadsbibliotheek te Deventer, het Museum Enschedé en de Stadsbibliotheek te Haarlem, het Gemeentearchief te Hoorn, de Universiteits-bibliotheek te Mons; twee bladen in Luiks privé bezit naar Schreiber zijn niet meer te achterhalen). Hier wordt de technische beschrijving, met eigendomsmerken en Schreibernummer, gegeven. 2. Titellijst gevolgd door de bewaarplaatsen. 3. Selectieve algemene literatuur (16 p.), en literatuur over specifieke blokboeken (22 p.). Het boek is bovendien overvloedig geïllustreerd. Al bij al een nuttig boek ook, dat evenwel soms met een licht voorbehoud moet worden geraadpleegd. [E.C.I.].
1738. - Ernst BRACHES Gutenberg's 'scriptorium' in Quaerendo, 21, 1991, p. 83-98, ill.
Niet wereldschokkend maar zeer lezenswaard is dit artikel over de vroegste drukkerij (te Mainz), de lettertypen van de Gutenberg-Bijbel en andere vroege drukken. De schijnwerper wordt nl. gericht op de nauwe relaties die bij het ochtendgloren van de boekdrukkunst tussen een scriptorium en een drukkerij moeten hebben bestaan: geen B42 en andere lettertypen en geen gedrukte 42-regelige Bijbel zonder een scriptorium ter plekke dat een textura formata hanteert, teksten editeert naar een 'exemplar' en een 'lay out' verzorgt. B trekt de lijn van C.F. Bühler (1960) door en pleit voor een nauwere samenwerking bij de studie van het handgeschreven en het (vroege) gedrukte boek [E. C.-I.]
1739. - Lotte HELLINGA-QUERIDO, Reading an engraving: William Caxton's dedication to Margaret of York, duchess of Burgundy in Across the Narrow Seas ... (cf. nr. 1734), p. 1-15, ill.
De auteur bespreekt de unieke kopergravure in een exemplaar van de Engelse vertaling van Raoul le Fèvres Recueil des Histoires de Troies (ex. nu in The Huntington Library): de vertaler, William Caxton zelf, overhandigt geknield zijn werk aan Margareta van York, echtgenote van Karel de Stoute. De afbeelding wordt geconfronteerd met andere aanbieding-scènes. Interessant zijn de verklaringen, ontleend aan Nederlandse uitdrukkingen, waaruit o.a. de identificatie van een figuur als Karel de Stoute zelf resulteert. [W.W.].
1740. - J.A. GRUYS, Post-Incunabula: a Dutch contribution to bibliographical vocabulary in Across the Narrow Seas ... (cf. nr. 1734), p. 17-22, ill.
Gruys gaat na waar het woord postincunabel en het begrip 'boek gedrukt tussen 1500 en 1540' vandaan komt: het blijkt afkomstig te zijn uit de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage, waar Holtrop zulk een verzameling als afzonderlijke collectie had laten opstellen. Nijhoff heeft zich bij de samenstelling van de Nederlandsche Bibliographie,waarvoor hij eerst het bezit van de Haagse Bibliotheek beschreef, laten leiden door de schikking ter plaatse. [W.W.].
1741. - Johan GERRITSEN, Jan Seversz prints a Chronicle in Quaerendo,21, 1991, p. 99-124, tab.
Analytisch bibliografisch onderzoek van Jan Seversz' Cronycke van Hollandt Zeelandt ende Vrieslant,Leiden 1517 (cf. Kroniek 15
nr. 1397). De omstandigheid dat het boek in kwestie sprekende hoofdregels heeft en met versleten letter is gedrukt, is voor de bibliograaf die Gerritsen is, bijzonder gelukkig. Exhaustief is hij niet willen zijn, maar dat was niet nodig om de gang van zaken uit de doeken te doen. Hij heeft aangetoond dat de kopij voorberekend werd en dat de buitenvormen eerst werden gedrukt (wat niet de regel is); dat er persvarianten zijn maar ook varianten als gevolg van herzetten en herdrukken van bepaalde vellen (door - zeer waarschijnlijk - Vorsterman); dat er twee letterkasten en twee zetters aan te pas kwamen; dat schoon- en weerdruk van hetzelfde vel ook hetzelfde skelet hebben, maar dat er twee skeletten zijn. De letter vertoont sleet en levert dus ook dankbare doch moeilijke materie tot een analyse. Dan zijn er nog de houtsneden (366 afdrukken van 192 blokken waaronder sierinitialen en -lijsten), met een voorliefde voor wapenschilden; vele zijn oud, enkele nieuw, en alle hebben hun rol gespeeld in het hele zetwerk. De houtsneden in de herzette vellen en het supplementdeel van Doesborchs Cronike van Brabant uit 1530, wijzen eerder in de richting van Willem Vorsterman. Conclusie van dit alles: de analytisch werkende bibliograaf zal zich bij alle vaststellingen vragen stellen en ze niet zo maar voor waar aannemen! [E. C.-I.].
1742. - Stephen KOSTYSHYN, An important landscape by Peeter Baltens. Vienna: Galerie Sanct Lucas, [ 1990 or 1991]. - [4], 43, [31 p.: ill.; 28 cm.
Publikatie n.a.v. de verwerving door de genaamde galerij van een schilderij van Peeter Baltens alias Custodis, overigens bekend als uitgever, graveur, prentdrukker, boek- en prenthandelaar (cf. ROUZET, Diction. des imprimeurs,p. 4-5). De auteur heeft de gelegenheid aangegrepen om een doorwrochte biografie van Baltens op te maken, gesteund op eigen archiefonderzoek, getoetst aan de notitie die hierover door wijlen Lode van den Branden is opgesteld (en bestemd om te worden opgenomen in de publikatie, in voorbereiding, van de Archiefstukken betreffende het Antwerpse boekwezen in de 15de en 16de eeuw). De uitvoerige stamboom is hoofdzakelijk die van Van den Branden, maar uitgebreid betreffende de kinderen en verwanten. [E. C.-I.].
1743. - Lodovico GUICCIARDINI, Lore di ricreazione. A cura di Anne-Marie VAN PASSEN. - Roma: Bulzone; Leuven: University Press, 1990. -548 p.: omslag ; 21 cm. - ('Europa delle Corti': Centro studi sulle società di antico regime. Biblioteca del Cinquecento; 49). BF 1250.
Teksteditie naar de tweede Antwerpse druk uit 1583, verschenen bij Petrus Bellerus. Varianten met de Venetiaanse druk uit 1565 en de Antwerpse van Silvius uit 1568 zijn opgenomen in het kritisch apparaat. [E. C.-I.].
1744. - Peter J.A. FRANSSEN, Tussen tekst en publiek. Jan van Doesborch, drukker-uitgever en literator te Antwerpen en Utrecht in de eerste helft van de zestiende eeuw. - Amsterdam: Rodopi/Atlanta, GA, 1990. - 285 p. 24 cm. - ISBN 90-5183-225-7. Fl. 75.
Van Doesborch werkte als drukker te Antwerpen tussen ca. 1501 en ca. 1531, daarna nog tot 1536 in Utrecht. Zijn fonds bestaat voor een groot deel (meer dan bij veel van zijn collega's) uit fictionele teksten in de volkstalen Nederlands en Engels. Franssen tracht de invloed van de drukker op vorm en inhoud van de teksten die hij drukte, te reconstrueren. Jammer genoeg verricht hij daarvoor geen analytisch-bibliografisch onderzoek. De fondslijst van Van Doesborch (49 nummers bij Nijhoff-Kronenberg) wordt enerzijds ingekort en anderzijds uitgebreid tot een nieuwe lijst van 69 titels. Dubieus hierbij is wel dat de auteur in vele gevallen werkt per analogiam: Van Doesborch drukte dikwijls een Nederlandse en een Engelse versie van een bepaalde tekst; wanneer in een aantal gevallen de parallelle anderstalige versie niet voorhanden is, wordt het bestaan daarvan toch aangenomen: zo in het geval van een druk van Mariken van Nieumeghen (de thans oudst bekende druk is een Vorsterman-editie van ca. 1518); Franssen reconstrueert een voorganger hiervan uit Van Doesborchs officina ca. 1515. De nieuwe fondslijst lijdt aan nog een ander euvel: zij werkt met een relatieve chronologie. Aangezien slechts negentien drukken gedateerd zijn, worden de resterende boeken 'rond' een bepaald jaar geplaatst. Hier had analytisch-bibliografisch onderzoek (evolutie van het lettermateriaal, mogelijke slijtage van weerkerende illustraties) uitkomst kunnen bieden.
Beter zijn de bladzijden, gewijd aan de drukker-uitgever en de tekst: van elf fictionele teksten hebben er twee een aanzienlijke bekorting ondergaan, werden er zes uitgebreid en zijn er drie compilatieteksten (die bevatten materiaal dat al in oudere teksten is gebruikt). Dit laatste procédé zou er op wijzen dat Van Doesborch aan het einde van zijn Antwerpse periode moeite had om aan geschikte kopij te geraken.
Een derde deel handelt over de tekst en de lezer: uitgaande van het drukkersmerk van Van Doesborch en zijn kenspreuk 'Ken uzelf' (in het Grieks) wordt het element Rede in de door hem gedrukte literatuur geconfronteerd met de andere machten Fortuna en Venus. Dat komt geforceerd over: de pogingen om de personages in de prozaromans steeds stelling te doen kiezen tegenover deze drie krachten zijn wel eens te nadrukkelijk. Daarna wordt 'het beeld van de vrouw en de adolescent' nagegaan - wat ook als wat te willekeurig overkomt: waarom niet de volwassene in de wereld ? Het beeld is alleszins vrij stereotiep.
Ontegensprekelijk zijn de bladzijden over Van Doesborch als redacteur van de teksten die hij drukte, de beste van het hele boek. Tegenover de samenstelling van de fondslijst is methodologische twijfel geboden. En het boek is helaas niet vrij van (taal)slordigheden. [W.W.].
1745. - Lode VAN DEN BRANDEN (+), Drukoctrooien toegekend door de Raad van Brabant tot 1600 in De Gulden Passer,68, 1990, p. 5-88.
Zoals uit de inleidende nota van de hand van Elly Cockx-Indestege blijkt, had de auteur deze bijdrage (in 1968-69 ontstaan) voor De Gulden Passer bestemd. Zij omvat de lijst van al de drukoctrooien tot 1600 uit de rekeningen van het zegel van Brabant en bewaard in het Algemeen Rijksarchief te Brussel, Rekenkamer nrs. 20781 tot 20797. De octrooien werden chronologisch gerangschikt (464 inschrijvingen) en er is eveneens een uitvoerig register waarin men vindt: 1. de namen van drukkers, boekverkopers en van degenen aan wie een octrooi verleend werd; 2. de namen van de auteurs van de in de rekenposten genoemde werken voor zover die daarin vermeld worden; 3. de titels van de werken zoals die in de rekenposten vermeld staan, met uitzondering van al te vage of globale aanduidingen; 4. de plaatsnamen. Ook is door de auteur even ingegaan op de vroeger gebruikte termen waarvan de precieze betekenis helaas niet altijd duidelijk is: admissie, commissie, consent, octroy. [J.M.].
1746. - Frank VAN DER POL, De Reformatie te Kampen in de zestiende eeuw. Kampen: Kok, 1990. - 494 p.: ill.; 24cm. (Proefschrift Kampen). - ISBN 90-242-5268-7. Fl. 75.
Kerkhistorisch proefschrift met o.a. (archivalische) gegevens over verboden boeken, drukkers en boekhandelaars, bibliotheken. Als bijlage XI een 'Lijst van in 1593 door het stadsbestuur voor de bibliotheek van de Kamper predikanten aangeschafte boeken'. [M. d. S.]
1747. - Henri VANHULST, Catalogue des éditions de musique publiées à Louvain par Pierre Phalèse et ses fils 1545-1578. - Bruxelles: Palais des Académies, 1990. - xlviii, 383 p.: co., facsim.; 25 cm. - (Académie royale de Belgique, Mémoires de la classe des beaux-arts. Collection in-8° - 2e série, t. xvi - fascicule 2). - ISSN 0378-7923, ISBN 2-8031-0079-7. 1600 BF. Te bestellen bij de uitgever, Palais des Académies, rue Ducale 1, B-1000 Bruxelles, of bij Alain Ferraton, Charleroisesteenweg 162, B-1060 Brussel.
In 1975 kondigde Anne Rouzet in haar Dictionnaire des imprimeurs ... s.v. Phalesius, Petrus (I) een studie aan van Vanhulst over de muziekdrukken van de Phalesiusfamilie te Leuven. Ongeveer tien jaar later kwam dit werk klaar en tot verdriet van elke belangstellende moest nog eens zes jaar op het verschijnen ervan worden gewacht. Het boek dat nu voorligt, vormt het bibliografische onderdeel van de oorspronkelijke studie; het historisch gedeelte is in een inleiding van veertig bladzijden samengebald. De bibliothecaris en de bibliograaf vinden er globaal gezien alle wezenlijke informatie over de Leuvense muziekdrukken uit de bewuste periode.
Het korte biografische gedeelte is gesteund op gepubliceerd en gedeeltelijk op bronnenmateriaal. Rouzet heeft destijds behoorlijk gestoffeerde notities aan Petrus I en zijn zoons gewijd, met uitgebreide literatuuropgave; ik begrijp dan ook niet waarom V daar niet naar verwezen heeft. Zoveel biografische bijzonderheden brengt hijzelf niet bij.
Belangrijker is zijn analyse van de drukker Phalesius. Een aantal karakteristieken zijn vertrouwd maar het is goed dat ze eens op een rijtje gezet worden: het veelvuldig gebruik van het quarto oblongformaat, gebruik van steeds dezelfde lettertypen, steeds hetzelfde typografisch materiaal, drie typen sierletters, vier reeksen notentypen (van onbekende herkomst), het gebruik van Duitse neumen voor de monodische kerkzang en van Franse tabulaturen. V onderscheidt drie verschillende typen titelpagina's. Een interessante opmerking gaat over de orde waarin Phalesius zijn stempartijen heeft gedrukt en die niet noodzakelijk samenvalt met de orde van de stemmen. Zo is, in de nummers 21, 27, 36 en 81 de superius telkens een jaar later gedateerd ; terecht vermoedt de auteur dat dit te maken heeft met het (te laat) verkrijgen van het privilege dat immers in de superius staat afgedrukt. Maar wat zegt ons dit over de drukorde van de andere partijen ? Het 'Liber secundus' van Fétis 1686 is hiervan een voorbeeld: superius, tenor, quinta en sexta zijn 1555 gedateerd, contratenor en bassus 1554. Met zetten en drukken heeft Phalesius in de aanvang enige moeite gehad, zo merkt V verder op: het systeem waarbij de tekst in een tweede drukgang wordt uitgevoerd brengt de nodige problemen mee betreffende de juiste plaatsing van de woorden onder de noten. Vanaf de jaren 70 schijnt hem dit beter te lukken.
Ook als uitgever wordt Phalesius onder de loep genomen. Vóór 1573 is hij inzake vocale muziek verantwoordelijk zowel voor origineel werk als voor ontleningen aan eerder verschenen liedbundels; hij publiceerde veel religieuze muziek van reeds overleden componisten én van jonge plaatselijke musici: , collector' noemt Phalesius zich en schuwt daarbij geen wijzigingen of plagiaat! Dat er over de grootte van oplagen niets bekend is, ligt in de lijn der verwachtingen. Alleen is duidelijk dat er na '69 geen herdrukken meer komen van de 'nieuwigheden'; betekent dit echter dat de oplagen groter waren ? Of is er minder belangstelling voor ? Elders blijkt immers dat Phalesius na een drietal jaren verkiest opnieuw te drukken eerder dan iets 'oud' op de markt te brengen.
De hoofdmoot van Vanhulsts boek bestaat uit wat hij noemt een chronologische catalogus. Het heeft evenwel meer weg van een bibliografie, niet zozeer omwille van de diplomatische transcripties dan wel omdat de inhoud diepgaand geanalyseerd is en de bekende exemplaren zijn opgegeven. V heeft een groot aantal drukken de visu beschreven (welke is echter niet aangegeven) en een ander groot aantal op microfilm. Er zijn ruim zeventig bibliotheken in een lijst (p. 347) opgenomen, maar op welke wijze de heuristiek is gevoerd, wordt niet meegedeeld. 189 drukken zijn beschreven. De auteur heeft tal van groeperingen (zoals de verdeling in vocale en instrumentale muziek) gemaakt die Phalesius' produktie en voorkeur goed belichten, en hij wijdt daar lezenswaardige beschouwingen aan. De ordening van de bibliografie is dus chronologisch; binnen elk jaar volgen resp. de religieuze vocale muziek, de profane vocale, de instrumentale. Aangezien de titelpagina's van de verschillende partijen van één editie dezelfde zijn - enkel de stemaanduiding varieert - is stelselmatig de superiuspartij beschreven; het bestaan van andere partijen wordt daaronder op een wat cryptische vorm aangegeven evenals eventuele varianten in de andere stemmen of in de colofon. Persoonlijk heb ik behoefte aan een explicietere vermelding van al de stemmen. Over het nut van een zogenaamde diplomatische transcriptie, in het tijdperk van de fotografie, heb ik het al vaker gehad. Na de exemplaaropgave volgen de verwijzingen naar RISM, Browns Instrumental music before 1600 en andere standaardwerken. Om duistere redenen ontbreekt hier Huys' Catalogus van de niet-Fétis muziekdrukken aanwezig in de Brusselse KB (1965) waarin al een inhoudsopgave van de liedbundels is gegeven. V geeft dus ook stelselmatig een complete inhoudsopgave van elke bundel en geeft ook eventuele vroegere of latere edities, in de bibliografie beschreven, aan, evenals facsimile-uitgaven en studies waarin enkele pagina's zijn gereproduceerd (voor zover de gegevens binnen het bereik van V vielen). Tot en met de bibliografische schimmen (enkel in de literatuur gesignaleerd) zijn opgegeven.
Van niet te onderschatten belang zijn de registers en bijlagen die van dit boek een in velerlei opzichten een bruikbaar instrument maken: 1. de chronologisch geordende tabel stelt de gebruiker in staat snel een editie terug te vinden ; 2. alfabetisch register op de edities (lees de titels) ; 3. alfabetisch register op de incipits, met opgave van de komponist, het aantal stemmen, het nummer van de bibliografie en het nummer van het lied; 4. alfabetisch register van de componisten; 5. lijst van de bibliotheken; 6. 24 documenten in bijlage (voorberichten van de drukker, privileges, opdrachten, gedichten, zonder hier evenwel verder op in te gaan). Tot slot volgt een literatuurlijst en de korte lijst van de afbeeldingen. Het boek is keurig verzorgd en heeft een fraaie stofwikkel. [E. C.-I.].
1748. - Henri VANHULST, A fragment of a lost luteboek printed by Phalese (Louvain, c 1575) in Tijdschrift van de Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis,40, 1990, 2, p. 57-80, ill., mus. ,
In het Rijksarchief in Limburg in Maastricht worden drie fragmenten bewaard met gedrukte luittabulatuur; vroeger hadden ze als schutbladen gediend van een register van Nederkanne. Bij de eerste twee bladen blijkt het om een proefdruk te gaan van Theatrum musicum longe amplissimum (Leuven, Phalesius, 1571). Het derde blad, behorend tot een quarto oblong uitgave, is niet meteen te identificeren. Na vele mogelijkheden te hebben onderzocht kan de auteur het blad niet met zekerheid thuiswijzen maar het wel in relatie stellen met Des chansons reduictz en tabulature de lut (Phalesius, 1575). [E. C.-I.]
1749. - Gösta CARLEBERG, Christopher Plantin och Officina Plantiniana i Finspengssamlingarna,in Nordisk tidskrift för bok- och biblioteksväsen (Stockholm), 77, 1990, p. 3-23, facs.
De Finspongcollectie in de Stadsbibliotheek Norrköping gaat o.m. terug op boekenverzamelingen van de 17de-eeuwse Amsterdamse koopman Louis de Geer (overl. 1652) en diens verwanten, wier erfgenamen zich in Zweden vestigden. Dat verklaart mede de aanwezigheid van nogal wat zeldzame drukken uit de Officina Plantiniana (9 Plantijn- en 10 Raphelengiusdrukken). Er zijn veel teksten van klassieke auteurs, maar ook bv. Kiliaans Etymologicum (1599). Allerzeldzaamst zijn wel de Duitse Pompa funebris uit 1559 (Voet 939B: dit ex.), het vijfde boek van de Aeneis uit 1576 (Voet 2461: geen ex. bekend!), en een boek VII en VIII van Homerus' Ilias (afzonderlijke drukjes uit 1588 bij F. Raphelengius te Leiden). Een keurig gepresenteerde aanvulling op de bibliografie van de Officina Plantiniana. [M. d. S.].
1750. - Alastair HAMILTON, Franciscus Raphelengius: the Hebraist and his Manuscripts in De Gulden Passer,68, 1990, p. 105-117.
Vervolg op een eerdere studie over Raphelengius' Arabische woordenboek (zie Kroniek 15
nr. 1396) met gelijkaardige resultaten: hij was ook een belangrijk hebraicus en zijn Hebreeuwse handschriften werden nadien ten onrechte als van Scaliger afkomstig beschouwd. [M. d. S.].
1751. - Paul VALKEMA BLOUW, Willem Silvius' remarkable start, 1559-1562 in Quaerendo,20, 1990, p. 167-206.
In een merkwaardig en boeiend artikel onderzoekt Valkema Blouw nog eens het probleem van de drukker van de Constitutiones ordinis velleris aurei (Latijnse en Franse edities): Plantijn of Silvius. Het probleem stelt zich als volgt. Enerzijds is er de historische documentatie, de autentieke brieven die zomaar niet opzij gezet kunnen worden en waaruit blijkt dat de boeken gedrukt werden in de Officina. Anderzijds is er de typografische analyse. De initialen en bepaalde typen stemmen niet overeen met het Officina-bezit. Dus werd het niet daar maar door Silvius gedrukt. Bijgevolg vindt men de Constitutiones niet opgenomen in het werk van Voet. 'If, as in this case, documentary information contradicts the outcome of a typographical analysis the former should yield to the latter - words can lie, not types' (p. 173). Welnu, Valkema Blouw beweert overtuigend - maar ja men zou hetzelfde werk moeten herdoen - dat de Latijnse en de Franse edities van het Gulden Vlies typografisch (i.e. typologisch) toch in de Officina tot stand zijn gekomen. Want Plantijn bezat de Ascendenica romaine van F. Guyot (Index 18) en de initialen, die blijkbaar alleen bij Silvius voorkomen, bezat Plantijn eveneens tijdens zijn eerste periode 1555-1562. Zij werden echter door Silvius op de boedelveiling van 28 april 1562 aangekocht. Beide moeilijkheden zijn zo opzij gezet en de Constitutiones kunnen dus in Voets supplement opgenomen worden.
Het volgende punt behandelt de ontstaansgeschiedenis van de Spelen van Sinne van 1562, Silvius' belangrijkste publikatie. Ook hier probeert de auteur op grond van typologische analyse, maar minder overtuigend, aan te tonen dat Silvius het boek helemaal niet heeft gedrukt. Begonnen door Plantijn werd het voltooid door G. Coppens van Diest en A. Tavernier. Dus W. Silvius, onze typographus regii, zou er in geslaagd zijn gedurende de eerste drie jaren van zijn carrière geen enkel boek te hebben gedrukt ! Tot slot onderzoekt de auteur nog het ontstaan van Silvius' Officina en zijn relatie met Plantijn vanaf de zomer 1563 ... [J.M.].
1752. - Lotte HELLINGA, [Recensie van] The Dialoges of creatures moralysed: a critical edition. Eds. Gregory Kratzmann & Elizabeth Gee. (Leiden: E.J. Brill, 1988. - xiii, 246 p. - (Medieval and Renaissance Texts; 4). -ISBN 90-0408515-7. - Fl. 75), in The Library,sixth ser., vol. 12, p. 348-349.
H draagt belangrijke informatie aan betreffende de invloed uitgegaan van de Dialogus creaturarum tijdens de tweede helft van de zestiende eeuw te Antwerpen en wijst op het belang van de illustratie van het boek. [E. C.-I.]
1753. - C. COPPENS, Uit de band gesproken 9: Een Nederlander in Cambridge: Garret Godfrey in Ex Officina,7, 1990, p. 161-171, ill.
Zoals gebruikelijk bij C is ook dit artikel rijkelijk gestoffeerd. Eerst wordt even stilgestaan bij de rol van de Nederlandse immigranten in Engeland bij de produktie en verspreiding van boeken, bij de figuur van G. Godfrey in het bijzonder en zijn banden in het algemeen. Tweehonderd banden zijn op grond van aan hem toe te schrijven stempels bekend: twee paneelstempels, drie kleine stempels en vijf rolstempels; C beschrijft ze alle. De twee paneelstempels zijn het koninklijk wapen en de Tudorroos. Zij zijn o.m. op een band uit de Leuvense Universiteitsbibliotheek (Caa A 282) geprent; het betreft een convoluut met twee Bazelse, een Antwerpse en een Leuvense postincunabel, alle uit 1524. Bij de restauratie - de rug was al eerder vemieuwd - in 1988-89 werden de platkernen, bestaande uit maculatuur, vernieuwd met zuurvrij papier en konden de fragmenten worden bestudeerd. In appendix volgt de lijst hiervan; van de zeven items is er één bestaande uit twee bladen van NK 3179 (Van Berghen). [E. C.-I.]
Zie ook nr.
1903
1754. - Georges COLIN, L'image de saint Roch estampée sur des reliures in Le livre et l'estampe,37, 1991, no 135, p. 7-69, ill.
In de hem bekende Sint-Rochuspanelen onderscheidt de auteur drie groepen, hierbij steunend op de variante inschriften. Elk van die groepen is verder in een aantal typen onderverdeeld, resp. 2, 4 en 12. Terecht maakt hij melding van de risico's inzake typering, veroorzaakt door slechte wrijfsels c.q. foto's, die op hun beurt veroorzaakt kunnen zijn door een gesleten afdruk van het plaatstempel. De inmiddels verschenen publikatie van S. Fogelmark (cf.
nr 1713) grijpt de auteur aan om het probleem van de gegraveerde of gegoten plaatstempels aan te roeren, maar er wordt verder niet op ingegaan. Hobsons artikel uit 1931 over Parijse banden vormde het uitgangspunt van deze bijdrage, het wordt niet als zodanig onderschreven maar evenmin geheel afgewezen. Terecht merkt C op dat een aantal kenmerken van de beschreven exemplaren eerder op de regio begrensd door Picardië, Deventer en Keulen dan op Frankrijk wijzen. Anderzijds is het zo dat vnl. de genoemde streek op het hedendaags bibliotheekbezit is onderzocht. Het interessante van C's bijdrage ligt in de groepering van de panelen, de beschrijving ervan, de beschrijving van de inhoud en de kenmerken van de exemplaren. Alles samen zijn er dit bijna vijftig, voorwaar niet weinig! [E. C.-I.]
1755. - Chris COPPENS, 'Vita mortalium vigilia': aantekeningen rond Viglius en het boek in De Gulden Passer,68, 1990, p. 89-104, ill.
Viglius ab Aytta Zuichemius (1507-1577), jurist en hoge ambtenaar, was o.m. verantwoordelijk voor de Brusselse Koninklijke bibliotheek. Bovendien was hij een bibliofiel met een ruimere belangstelling dan zijn juridisch vakgebied. C. Coppens heeft enkele banden uit Viglius' bibliotheek onderzocht en werd vooral getroffen door een fraai dubbel-ex-libris. Dat was o.m. in Duitsland bekend, maar in de Nederlanden hoogst ongewoon. Het ex-libris wordt ook iconografisch gesitueerd. [M. d. S.].
1755 . - Chris COPPENS, De burger leest ! Leest de burger? in Stad in Vlaanderen, cultuur en maatschappij 1477-1787. Wetenschappelijke coördinatie Jan VAN DER STOCK. - Brussel: Gemeentekrediet: Vlaamse Gemeenschap, Administratie Externe Betrekkingen, 1991, p. 209-218, ill.
De co-produktie van het Gerneentekrediet van België en de Administratie Externe Betrekkingen van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap is uitgemond in een monumentaal boek dat duidelijk als een visitekaart in het buitenland moet dienen. De wetenschappelijke coördinator is de jonge kunsthistoricus Jan Van der Stock die hiermee bewezen heeft een groots opgezet plan tot een goed einde te kunnen brengen. Het boek oogt mooi, is stevig gebonden en overvloedig geïllustreerd (met wisselende kwaliteit van reprodukties). Het valt in twee delen uiteen: 1. een reeks inleidende opstellen door een schare befaamde en minder bekende historici en andere wetenschappers over een aantal facetten van het leven in de Vlaamse steden tussen 1477 en 1787, grofweg terug te voeren tot vier aspecten: het politieke, officiële leven, het economische, het socio-culturele en het leven zoals het zich binnenkamers afspeelt 2. Het catalogusgedeelte, dat met zijn 396 materiële sporen van deze stedelijke cultuur, hiervan een beeld poogt op te hangen. Zowel in de bijdragen als in de beschrijvingen komen (gedrukte) boeken of andere vormen van drukwerk aan de orde. Speciale vermelding verdient het artikel van C. Coppens die de bibliotheek van de Antwerpse stadsgriffier, Dominicus Wagemakers (+ 1576) onder de loep neemt. Omdat er over lectuur in de betrokken periode nog veel te weinig onderzoek is gedaan, kon hij geen algemene synthese brengen, wat het voordeel biedt dat hier echt iets nieuws wordt gebracht. Het nadeel is evenwel dat deze bijdrage in dit boek dat een algemene stand van zaken biedt, eigenlijk verloren zit. Daarom ook is de inventaris zelf niet gepubliceerd en wordt slechts uitgeweid over methodologische principes, de rol van het boek, de man zelf en zijn bibliotheek in het algemeen.
Het indrukwekkende aantal mensen dat bij deze catalogus is betrokken, heeft de coördinatie van de teksten zeker bemoeilijkt; mij treft wat mij het meest vertrouwd is, het boek en de beschrijving daarvan. Die is weerom zeer ongelijk en onnauwkeurig; één boekspecialist bij al de andere specialisten is toch geen overbodige luxe, of wel ? Te betreuren valt verder dat op de tentoonstelling geen summiere lijst van de tentoongestelde stukken was te verkrijgen; wie kan zo'n zwaar boek al wandelend torsen? De bijschriften zijn, althans in Brussel (want de tentoonstelling gaat in een enigszins andere versie naar het kasteel van Schallaburg in Oostenrijk) zeer slecht leesbaar. Gelukkig blijft een mooi boek over. [E. C.-I.].
1757. - Marie-Thérèse LENGER, L'émission sur grand papier de la troisième édition (deuxième autorisée) de la République de Bodin. - Bruxelles: F. Van Balberghe, 1991. - 27 p.: facsim. ; 24 cm. - (Documenta et Opuscula 14). - 350 BF.
Het aantal exemplaren op groot papier van in de titel genoemde druk van Bodin (zie Kroniek 9
nr. 536) is sindsdien van twee op vijf gebracht. Naast dat van de UB Gent en de KB Kopenhagen wordt er ook een bewaard in de centrale bibliotheek van de Université catholique de l'Ouest te Angers, in een privé-collectie te Parijs en in de KB Brussel (LP 6.803 C). Alle vijf worden de exemplaren naar band en herkomst beschreven. [E. C.-I.].
1758. - C.E. DEKESEL, Bibliothecae Guelferbytanae numismatica selecta: twelve highlights from the numismatic book collection in the Herzog August Bibliothek (Augusteer) in Wolfenbüttel (BRD). - Gandavum Flandrorum: Bibliotheca Numismatica Siliciana, 1991. - 106 p.: front., ill.; 30 cm. -(Printed in draftform in one hundred copies). Adres: Begijnhoflaan 37, B-9000 Gent.
Als volbloed numismaat heeft de auteur deze privé-uitgave bezorgd naar aanleiding van het 11de internationaal numismatisch congres, gehouden te Brussel van 8 tot 12 september 1991. In de Herzog August Bibliothek is hij stelselmatig op zoek gegaan naar de numismatische boeken. Hij maakt zich sterk om ze uiteindelijk allemaal aan een diepgaand onderzoek te onderwerpen, er de regels van de analytische bibliografie op toe te passen. Met deze uitgave wil hij aan de hand van twaalf voorbeelden (waaronder twee Antwerpse drukken) zijn werkwijze duidelijk maken. Dit onderzoek moet dan een eerste stap zijn tot wat hij noemt 'a complete comparative bibliography of the numismatic publications' van de HAB Wolfenbüttel. [E. C.-I.]
1759 - B. VAN SELM, De Nederlandse cultuur 1601-1621 geboekstaafd in Dokumentaal, 19, 1990, p. 177-184.
Overwegingen van een vakman bij Anna E.C. Simoni, Catalogue of books from the Low Countries 1601-1621 in The British Library,Londen 1990 (zie Kroniek 16
nr. 1617). [M. d. S.].
1760 - Judit V. ECSEDY, The printer's device of the Elzeviers in Hungary in Quaerendo, 21, 1991, p. 125-138, facs.
In tenminste achtentwintig in oostelijk Hongarije gedrukte boeken komt een variant voor van het beroemde Elzeviermerk met de tekst 'Non solus', en dat in de periode 1650-1701 (met nog een uitloper in 1718 en 1794). De vier gekende varianten wijken licht af van de bewaarde 'Nederlandse' versies. Hoe is deze merkwaardig geconcentreerde imitatie te verklaren? De auteur meent dat er wellicht moet worden gedacht aan een sterk piëtistische tendens, waarbij aan inhoud en vorm van de betreffende publicaties extra zorg werd besteed. [M. d. S.].
1761 - Dermot McGUINNE, The 'Louvain Irish' printing type in De Gulden Passer, 68, 1990, P. 119-138, facsim.
Katholieke boeken konden in de zeventiende eeuw niet in Ierland zelf worden gedrukt. Daarom hebben Ierse Franciscanen een aantal malen te Leuven religieuze handboeken en polemische teksten gedrukt. De auteur brengt een overzicht van het onderzoek naar dit lettermateriaal en het gebruik ervan tot in de achttiende eeuw. Er zijn nog veel onopgeloste raadsels in dezen. [M. d. S.].
1762 - Cis VAN HEERTUM, Willem Christiaens van der Boxe's translation of 'The Parlament of Women' (1640) in Across the Narrow Seas ... (cf. nr. 1734), p. 149-161, facs.
De Leidse drukker en boekhandelaar Willem Christiaens van der Boxe publiceerde in 1649 of 1650 zijn vertaling van de Engelse antifeministische satire The Parliament of Women (1640). Die wordt hier geanalyseerd als een typisch specimen van zijn Engelse vertaalarbeid. [M. d. S.].
Zie ook nr. 2381
1763 - Theo BÖGELS, The City of Leiden v. Jan Claesz van Dorp, bookseller in Across the Narrow Seas ... (cf. nr. 1734), p. 99-106.
Bögels bestudeert hier een geval van repressie: de remonstrantsgezinde Leidse magistraat veroordeelde in 1618 de drukker Jan Claesz van Dorp tot een geldboete voor het drukken van opruiende pamfletten; van een der documenten in kwestie bestaan drie staten; de beschuldiging verwijst naar een exemplaar van de derde staat. Enkele maanden later zuiverde Prins Maurits het Leidse stadsbestuur van remonstrantse elementen; de Staten-Generaal en de Staten van Holland keken zelf in de volgende jaren tot 1625 (U van Maurits) scherper toe op publicaties: in die jaren verboden zij meer drukwerken dan in overeenkomstige periodes daarvoor. [W.W.].
1764. - Jean-Luc SOLERE, Fricx, imprimeur-libraire bruxellois, et les éditions jansénistes (1675-1695) in Revue de la Bibliothèque nationale,n° 33, 1989, p. 54-59, ill.
Onderzoek in verband met de niet gedetermineerde of onder schijnadres verschenen jansenistische werken van de drukker Eugène-Henri, gesteund op de sierlijsten en vignetten maar ook op andere criteria. Zo blijkt dat hij heel wat werken heeft uitgegeven of verkocht maar niet gedrukt. [E. C.-I.].
1765. - Chris COPPENS & Marcus DE SCHEPPER, Printer to Town and University: Henrick van Haestens at Louvain. With a check-list (1621-1628) in Across the Narrow Seas ... (cf. nr. 1734), p. 107-126, facsim.
Beide auteurs gaan nader in op deze intrigerende figuur. Tegen de algemene trend in verliet Van Haestens Leiden na een beroepsactiviteit van vijfentwintig jaar en vestigde hij zich te Leuven. Zowel financiële als ideologische motieven kunnen deze verhuizing verklaren. Van Haestens genoot eerst de gastvrijheid van Lipsius' opvolger Erycius Puteanus, maar wist zich, met steun van de magistraat, binnen acht jaar een gevarieerde kring van belangstellenden op te bouwen: hij drukte zowel voor professoren en geestelijken als voor de steden Leuven en Namen. De auteurs kennen thans 77 drukken uit de periode 1621-1628 en bieden daarvan een check-list; zij onderstrepen de geringe restanten van ephemera. [W.W.].
Zie ook nr. 2370
1766. - Hubert MEEUS, 'In dees spieghel zal de domme jeucht met vreucht leeren' in De Zeventiende Eeuw,7, 1991, p. 127-143.
Het anoniem verschenen Nederlands embleemboekje Jeucht-Spieghel (1610) is zeker het werk van dichter-uitgever Zacharias Heyns. Wat later verscheen, nog anoniemer, een met liederen uitgebreide editie: Nieuwen Ieucht Spieghel. Deze blijkt te zijn gepubliceerd door Jan Jansz in Arnhem in 1617, met gravures van o.a. Crispijn van de Passe sr. Een dergelijke combinatie van liedboek met gravures en liefdesembleembundel is typisch voor de eerste decennia van de Gouden Eeuw. H. Meeus beschrijft inhoud, drukgeschiedenis en literair-historische situering van beide boekjes. Uiteindelijk blijken zij terug te gaan op een Duitstalig gedrukt album amicorum (Straatsburg 1608) van de graveur Jacob van der Heyden (1573-1645): Pugillus faceliarum iconographicarum in studiosorum (...) gratiam. De cirkel is in 1626 weer rond wanneer Z. Heyns moraliserende bijschriften uit de 'Jeugdspiegels' in het Duits worden vertaald door Heinrich Hudemann (1595-1627). Deze exemplarische verkenning wijst nogmaals op onze geringe kennis van uitgeverspraktijken in Oostelijk Nederland - soms meer op het Duitse cultuurgebied gericht dan men vanuit Holland beseft(e). [M. d. S.].
1767. - René WEZEL, 'Fons amoris', een nog niet bestudeerde emblematische bron in Spektator: tijdschrift voor neerlandistiek,19, 1990, 2 (juni), p. 160-170.
In Washington (LC) en Moskou (GPIB) bevindt zich een weinig bekend oblong embleemboekje: Fons amoris sive emblemata amatoria,uitgegeven door Crispijn van de Passe sr., waarschijnlijk 1618-1619, o.m. als reactie op Willem Jansz (Blaeu) die Van de Passes Tronus Cupidinis (1618) had beconcurreerd met een Thronus Cupidinis, editio altera (1618). Fons amoris blijkt een herziene uitgave te zijn van Tronus Cupidinis. Een nuttige aanvulling op H. de la Fontaine Verwey (Uit de wereld van het boek,dl. 3, 1979, p. 97-128). [M. d. S.].
Zie ook nr.
2372
1768. - Gervase HOOD, A Netherlandic Triumphal Arch for James I in Across the Narrow Seas ... (cf. nr. 1734), p. 67-82, ill.
Bespreking van een triomfboog, bewaard in een publikatie van Richard Schilders uit 1604 (uniek ex. in de Brusselse Koninklijke Bibliotheek Albert I, afkomstig uit de collectie-Van Hulthem). Deze triomfboog vormde het aandeel van de Nederlandse ingezetenen te Londen in de huldiging van koning Jacobus I (15 maart 1604). De poort was versierd met allegorische schilderijen, waarvoor men een beroep gedaan had op twee Antwerpse schilders: Daniël de Vos en Paul van Overbeke. De opschriften werden ter plaatse geleverd door Rafael Thorius, door Jacob Cool, de neef van Ortelius, en door Simeon Ruytinck, predikant van de Nederlandse gemeente te Londen. De architect van het geheel was Conrad Iansen, die ook de publicatie van het boekwerk bekostigde [W.W.].
1769. - Arie-Jan GELDERBLOM, The publisher of Hobbes's Dutch 'Leviathan' in Across the Narrow Seas ... (cf. nr. 1734), p. 162-166.
Jacobus Wagenaar, Amsterdams boekverkoper 1666-ca. 1678, was, via Spinozistische familierelaties, uitgever van o.m. de Nederlandse vertaling van Leviathan en van Jan Luykens Duytse Lier. Zijn boekhandel was genoemd 'Des-Cartes' en zijn merk droeg het motto 'Illustrando' - hij was een overtuigd modernist! [M. d. S.].
1770. - Werner KAYSER, Thomas von Wiering und Erben: ein bedeutendes Kapittel hamburgischer Druckgeschichte in Auskunft: Mitteilungsblatt Hamburger Bibliotheken, 10, 1990, p. 343-371, ill.
IDEM, Der Verleger Thomas von Wiering (und Erben): eine Ausstellung in Hamburg in Wolfënbütteler Barock-Nachrichten,17, 1990, p. 102-103.
Het boekbedrijf in de Nederlanden heeft m.n. sedert de Reformatie steeds geregelde contacten gehad met drukkers, uitgevers en boekhandelaren in Hamburg, o.m. voor Nederduitse publicaties. Thomas van Wieringen (°31.3.1640 in Deventer) vestigde zich ca. 1669 in Hamburg ('im gülden A.B.C.') en verwierf er een stevige positie als drukker en uitgever van nieuwsbladen en actuele publicaties. Hij overleed op 19.10.1703. Zijn erfgenamen hebben het bedrijf tot het midden van de 18de eeuw voortgezet. W. Kayser heeft hun activiteiten diepgaand onderzocht en is o.m. via contemporaine advertenties meer dan 430 pamfletten op het spoor gekomen (van 238 is er reeds een exemplaar beschreven), bijna alle bewaard in Noord- en Westeuropese bibliotheken. Tevens zijn er gegevens over 82 planodrukken (36 bewaard) en over enkele tientallen 'populaire' titels, vaak vertalingen van Nederlands materiaal (o.a. Cats), maar ook talrijke reisbeschrijvingen en andere topografische publicaties. In het totaal zijn tot op heden ca. 950 drukken gerepertorieerd (410 boeken, 455 pamfletten, 82 plano's). Kaysers artikel en tentoonstelling in Hamburg vormen de aanloop naar een geplande monografie die ook voor de Nederlandse boekgeschiedenis nuttig en inspirerend kan werken. [M. d. S.].
1771. - Christian COPPENS, A 'De Imitatione' for Queen Christina in The Book Collector,39, 1990, p. 529-531, ill.
In de rubriek 'English and Foreign Bookbindings 53' bespreekt C een band rond een Imitatio-uitgave van de Imprimerie royale uit 1640. Hij komt misschien wel uit het atelier van de zg. Cramoisy's binder uit de jaren tachtig. De band, afkomstig uit franciscaans kloosterbezit, maakt thans deel uit van de bibliotheek van de Faculteit Godgeleerdheid van de KU Leuven. In Campuskrant,periodiek van de KU Leuven verscheen de Nederlandse versie, 1991, nr. 4, p. 5). [E. C.-I.].
Zie ook nr.
2236
1772. - J.A. GRUYS, Stocklists on spare pages: a neglected phenomenon in Quaerendo,20, 1990, p. 310-321.
In margine van het grote STCN-project wijdt Gruys een eerste bijdrage aan fondslijsten op overgebleven blanco pagina's achterin drukken: dertien lijsten van de Leidense drukker en boekverkoper Daniël van Gaasbeeck (actief 1655-1692). Tot nog toe is het fenomeen in Nederland slechts sedert 1668 bekend. G heeft voor de dertien lijsten elke titel nagetrokken: 82 die alle geïdentificeerd moesten worden en soms interessante en onverwachte bibliografische implicaties vertonen. Dit onderzoek is zeer de moeite waard om te worden verder gevoerd en zal vooral, zo hopen wij, een stimulans betekenen voor anderen, bibliografen en bibliothecarissen, om aan dit miskend onderdeel van de boekproduktie en -handel voldoende aandacht te gaan besteden. [E. C.-I.].
1773. - Alfons K.L. THIJS, Van Geuzenstad tot katholiek bolwerk: maatschappelijke betekenis van de Kerk in contrareformatorisch Antwerpen. - Turnhout: Brepols, 1990. - 250 p., 8 p. pl.; 19 cm. - ondertitel omslag Antwerpen en de Contrareformatie. - ISBN 90-72100-28-X. BF 750.
Met dit boek wil de auteur de werking van de Contrareformatie in de stad Antwerpen belichten vanuit andere dan de traditionele (dogmatisch-institutionele) invalshoeken. Hij benadert de maatschappelijke evolutie na 1585 (einde van de protestantse machtsdroom in de Zuidelijke Nederlanden) vanuit sociaal-economisch in cultuurhistorisch perspectief. Gebaseerd op een diepgaande kennis van archivalische en gedrukte bronnen slaagt hij erin een genuanceerd synthetisch beeld te schetsen van de evolutie in een (groot)stedelijke microcosmos waar uiteenlopende invloeden heterogeen worden verwerkt. Uitgelezen middelen tot maatschappelijke en religieuze beinvloeding waren beeldende kunst en het (gesproken en geschreven) woord. Met name de samenvloeiing van beide elementen in devotieprenten vormde de basis voor een diepgaande en wijdverspreide religieuze beeldvorming.
Boekhistorische aspecten komen aan bod in Hoofdstuk IV: 'Het arsenaal van de geloofsverdediging' (p. 97-125), m.n. de onderdelen 'Miljoenen devotieprenten' (over suffragia en andere religieuze grafiek) en 'Het boek, een machtig medium' (boekillustratie, devote teksten en liedbundels, de spreiding van leesvaardigheid etc.). Ook Hoofdstuk VI: 'Naar een ander cultuurpatroon' is van belang, inz. gegevens over 'Lectuur en de culturele eigenheid van de lagere klassen' (p. 178-185). Bibliografische informatie en noten volgen op de vlot geschreven tekst. Het boek is keurig verzorgd en geïllustreerd. Enkel een register ontbreekt.
Dankzij deze geslaagde verkenning beschikken wij thans over een fraaie situatieschets en een genuanceerd kader om verder gericht onderzoek te doen. Er is immers zeer weinig uitvoerig of recentelijk geanalyseerd bronnenmateriaal gepubliceerd. Wie waren de uitgevers van die devotieprenten en vrome teksten? Waar vinden wij exacte en ruime informatie over oplagen en andere bedrijfseconomische aspecten? Wat was het concrete boekenaanbod (gedifferentieerd naar plaatselijke sociale gegevens en naar periode)? De Bibliotheca Catholica Neerlandica Impressa uit 1954 is na 35 jaar intensief gebruik aan aanvulling toe (uitgebreidere beschrijvingen, recentere exemplaargegevens en vooral bibliografische extra-ontsluiting als bv. registers op drukkers en uitgevers). Daarnaast is er nog veel onontgonnen archiefmateriaal over produktie (m.n over de Moretussen) en receptie (zoals de bibliotheekinventarissen bij Duverger Kroniek 16
nr. 1615).
De auteur van 'Antwerpen en de Contrareformatie' moge in deze overwegingen een aansporing vinden om detailonderzoek voort te zetten en te stimuleren. Hij beschikt over het nodige materiaal (getuige de illustraties bij zijn studie) en weet als geen ander de weg in contrareformatorisch Antwerpen. [M. d. S.].
1774 - Piet VISSER, Van offer tot opera: doopsgezinden en kunst in de zeventiende eeuw: tentoonstelling ter herdenking van de 350 jaar geleden tot stand gekomen vereniging van Vlaamse, Friese en Hoogduitse doopsgezinden te Amsterdam. Van 27 oktober tot 24 november 1989. - Amsterdam: Universiteitsbibliotheek (Algemene Bibliotheek), 1989. - 57 p.: ill. ; 22 em. - ISBN 90-6125-432-9.
Fascinerend overzicht van de literaire en artistieke produktie van doopsgezinden in Nederland (Van Mander en Vondel !). Tevens een schets van het dopers boekbedrijf (p. 52-54). [M. d. S.].
1775. - Edith BAYLE, Agnès BRESSON & Jean-François MAILLARD, La bibliothèque de Peiresc: Philosophie. - Paris: CNRS, 1990. - 143 p. 24 cm. ISBN 2-222-04517-7. 95 FF.
De bibliotheek van Peiresc (1580-1637) is door zijn tijdgenoten op zowat zesduizend banden geschat. Er bestaan twee handgeschreven inventarissen (Carpentras, Bibl. Inguimbertine, ms. 640; Aix-en-Provence, Bibl. Méjanes, ms. 1218) die grotendeels maar niet geheel parallel zijn. Deze eerste aflevering is aan de wijsbegeerte in de ruime zin gewijd; behalve Franse drukken is voornamelijk de boekproduktie uit Duitsland, de Nederlanden en Zwitserland goed vertegenwoordigd. In een tweede aflevering komen kunsten en wetenschappen aan de orde. Een twintigtal drukkers uit de Nederlanden zijn in de catalogus aanwezig. De betrekkelijk korte beschrijvingen zijn gevolgd door de verwijzing naar de twee inventarissen en desgevallend de huidige bewaarplaats van een van de banden met het monogram van Peiresc. [E. C.-I.]
1776. - Jonathan I. ISRAEL, Propaganda in the making of the Glorious evolution in Across the Narrow Seas ... (cf. nr. 1734), p. 167-177.
Ontstaans- en drukgeschiedenis van Willem III's Declaration (1688), maar vooral een pleidooi voor meer aandacht voor deze constitutionele sleuteltekst. [M. d. S.].
1777 - Jeroom VERCRUYSSE, Réflexions sur l'identification des fausses marques in Le livre et l'estampe,36, 1990, p. 163-178.
Het werk van R.A. Sayce over zetpraktijken en de localisering/datering van gedrukte boeken (Oxford 1979) is door V als leidraad gebruikt bij de bestudering van het werk van de te Amsterdam gevestigde Geneefse drukker Marc-Michel Rey (1746-1780). Vijf punten zouden voor de descriptieve bibliografie moeten worden onderzocht: de signaturen, de custoden, de paginering, de (Engelse) 'press figures' en de dateringswijze. Echter, zo stelt V terecht, moeten hierbij betrokken worden: de ornamenten, de lettertypen, het papier. Goede methodologische bijdrage. [E. C.-I.].
1778. - Claude SORGELOOS, Le livre dans les Pays-Bas autrichiens et à Liège. Une esthétique rocaille ? in Études sur le XVIIIe siècle, 18, 1991, p. 139-150.
De algemene vraagstelling van dit boek is of de Rococo en zijn zuiderse variant, de Rocaille, mogen beschouwd worden als een volwaardige stijl, dan wel of ze moeten worden herleid tot een vorm van 'Spätbarock'. Sorgeloos richt zijn aandacht hierbij op de esthetica van het boek, om zich af te vragen of ook zij de invloed van de Rococo heeft ondergaan.
Wat de boekversiering betreft is deze invloed onmiskenbaar, en heeft ze zich trouwens veel langer doen voelen dan de 'officiële' Rococo-periode (1720-1750). De boekbanden werden versierd met meer soepele en elegante motieven, maar van overdaad was er in de Zuidelijke Nederlanden zeker geen sprake. Althans niet in de achttiende eeuw, want in de negentiende eeuw kende de Rocaille-bindkunst er een ware vogue. In de supra-libros en de ex-libris uitte de Rococo zich aanvankelijk uitsluitend in het decor van de wapens, waar asymmetrie en een effect van beweging werden gesuggereerd. Later werd het schild zelf asymmetrisch, wat soms ten koste ging van de klassieke regels van de heraldiek.
Rococo en Rocaille hebben zich m.a.w. zeker laten voelen in de wereld van het boek. Maar het zou te ver gaan om te spreken van hét Rococo-boek. Een boek was het resultaat van ploegarbeid, en dat maakte de uniforme toepassing van één stijl volgens Sorgeloos praktisch onmogelijk. Elke ambachtsman interpreteerde die stijl naar eigen goeddunken en schrok er niet voor terug om ze te vermengen met barokke of neo-klassieke elementen. [P.D.].
1779. - Frits KNUF, For Anna in Across the Narrow Seas (cf. nr. 1734), p 207-209, ill.
Korte voorstelling van een uitzonderlijk exemplaar van een gelegenheidsdruk van Theodorus Crajenschot uit 1770. [M. d. S.].
1780. - Raf VAN LAERE, Een 'eigentijdse' Luikse boekband uit de 18de eeuw in De Boekenwereld,7, 1991, p. 111-113, ill.
Op last van uitgever of boekhandelaar vervaardigde 'standaard'banden zijn vrijwel nooit het voorwerp van onderzoek geweest; als alleenstaand geval heeft zo'n band inderdaad ook niets of niet veel te vertellen. Nauwkeurig in de tijd te situeren standaardbanden zouden stelselmatig moeten bekend worden gemaakt omdat deze chronologische aanknopingspunten verdere studie pas mogelijk maken. In deze korte bijdrage worden vier dergelijke banden gepresenteerd (rond een druk van Evrard Kints, 1740-1741): maculatuur in de banden, afkomstig van verschillende drukkers (1734 tot 1747), wijst op een bindersatelier dat vermoedelijk niet dat van de drukker Kints is. Het betreft volleren banden met goudgestempelde rug en titelschild. Goed geïllustreerd kort artikel dat aanzet tot kijken en nadenken. [E. C.-I.].
1781. - Ernst BRACHES, The first years of the Fagel Collection in Trinity College, Dublin in Across the Narrow Seas ... (cf. nr. 1734), p. 189-196, ill.
Details over aankomst en opstelling in Trinity College Library van de schitterende aanwinst uit 1802: de bibliotheek van de Nederlandse diplomaat Hendrik Fagel (1765-1838) (zie Kroniek 14 nr. 1248). [M. d. S.].
1782. - Claude SORGELOOS, La bibliothèque des États de Hainaut in Le livre et l'estampe,37, 1991, nr. 135, p. 91-198.
In 1782 achtte baron Lancelot-Ignace-Joseph de Gottignies het absoluut noodzakelijk dat de Staten van Henegouwen zouden kunnen beschikken over een eigen bibliotheek, die hun werkzaamheden moest leiden. Hijzelf schonk 17 banden uit zijn imposante collectie, en wist anderen te overhalen om zijn voorbeeld na te volgen. Toen de bibliotheek in de jaren van de Franse overheersing werd verbeurd verklaard en opging in de bibliotheek van de Ecole centrale van Bergen, omvatte zij 214 titels. Dat is niet veel, maar uit verschillende getuigenissen blijkt dat ze kwalitatief op een zeer hoog niveau stond. In 1811 werd de collectie toegankelijk gemaakt voor het publiek in de Stadsbibliotheek van Bergen, die in 1966 haar hele verzameling afstond aan de plaatselijke universiteit.
Van de collectie zijn drie laat achttiende-eeuwse inventarissen bewaard. Dat stelt Sorgeloos in staat om de bibliotheek te reconstrueren. Hij ontleedt 17 verder heel gedetailleerd naar inhoud en herkomst, en maakt een - misschien wat overbodige - vergelijking met enkele privé-bibliotheken. [P.D.].
1783. - Claudine LEMAIRE, La comtesse Anne-Philippine-Thérèse d'Yve: Figure de proue de la révolution brabanconne et grande bibliophile 1738-1814 in Archief- en Bibliotheekwezen in België,61, 1990, p. 121-142.
De vrijgevochten gravin d'Yve stond in contact met talrijke kopstukken van de Brabantse Omwenteling. In haar correspondentie verspreidde zij al wat haar informanten haar vertelden, wat haar - samen met haar vurig temperament - maakte tot één van de katalysatoren van de opstand tegen Oostenrijk. Uit haar correspondentie blijkt ook hoeveel ze heeft bijgedragen tot de verspreiding van de pamfletliteratuur in die dagen. Zo beloofde de Gentse drukker De Goesin haar vier exemplaren van elk pamflet dat bij hem van de pers kwam, als de gravin hem maar op de hoogte hield van 'chaque nouveauté imprimé'. De gravin kwam overigens meer dan eens zelf voor in die pamfletten, als heldin of als slachtoffer. Het artikel eindigt met de aankondiging van een vervolg, waarin meer over haar privé-bibliotheek zal worden onthuld. [P.D.].
Zie ook nr.
2258
1784. - Paul G. HOFTIJZER, Nederlandse boekverkopersprivileges in de achttiende eeuw: Kanttekeningen bij een inventarisatie in Documentatieblad Werkgroep Achttiende Eeuw,22, 1990, p. 159-180.
Het is kenmerkend voor de Republiek dat de verlening van privileges aan uitgevers en auteurs niet zozeer een controlemiddel was op de boekproduktie. Daarvoor was de macht te weinig gecentraliseerd, en de invloed van de gereformeerde kerk te beperkt. Vanaf het begin van de zeventiende eeuw werden privileges alleen nog verstrekt ter bescherming van het kopijrecht. En nog in de zeventiende eeuw gaven de Staten-Generaal deze nationale bevoegdheid uit handen aan de Staten van Holland, waar trouwens de meeste en invloedrijkste boekverkopers waren gevestigd.
P.G. Hoftijzer werkt aan een inventarisatie van alle privileges die vanaf het ontstaan van de Republiek tot aan haar einde zijn verleend door de Staten-Generaal en door de Staten van Holland. Na enkele meer algemene beschouwingen over de octrooien en over de methodologische problemen die ze oproepen voor de boekhistoricus, stelt hij hier een eerste onderzoeksresultaat voor: een telling en analyse van de privileges die de Staten van Holland hebben verleend in de achttiende eeuw. Het zijn er maar zo'n 750. Het aantal gepriviligieerde uitgaven kan men dan op ongeveer 1000 schatten, wat bijzonder weinig is in vergelijking met de ca. 45.000 door François Furet voor Frankrijk geregistreerde titels.
Hoewel Hoftijzer waarschuwt voor te snelle gevolgtrekkingen ten aanzien van produktie en consumptie van het Nederlandse boek, heeft hij zijn gegevens hier geordend en geïnterpreteerd. Opvallend is dat men van de 'désacralisation' in de Franse boekproduktie geen echo hoort in de Republiek. Andere cijfers bevestigen dan weer de toename van het aantal publicaties in het Nederlands ten koste van het Latijn en het Frans. De ontleding van de groep octrooibezitters en de groei van het relatieve aandeel van octrooiverlengingen (tegenover een dalend aantal privileges voor nieuwe uitgaven) zijn een graadmeter voor de neergang en verstarring van het Nederlandse boekbedrijf op het einde van de achttiende eeuw. [P.D.].
1785. - P.G. HOFTIJZER, Business and pleasure: a Leiden bookseller in England in 1772 in Across the Narrow Seas ... (cf. nr. 1734), p. 178-187, ill.
Johannes Luchtmans (1726-1809), vooraanstaand Leids uitgever, bezocht in 1772 Engelse collega's, als zakenman en als toerist. Zijn reisaantekeningen laten ons over zijn schouder meekijken. [M. d. S.].
1786 - Pierre DELSAERDT, In de achterkamer van een veilinghuis: de registers van de Leuvense boekverkoper J.F. van Overbeke (1727-1810) in Documentatieblad Werkgroep Achttiende Eeuw,22, 1990, p. 133-157.
Belangrijke studie over regionale veilingen, m.n. aan de (Oude) Universiteit Leuven. De bewaarde normatieve gegevens werden getoetst aan reacties bewaard in het Universiteitsarchief (ARA), maar vooral aan een fascinerende, welhaast onbestudeerde, eersterangsbron: de veilingregisters van Jan Frans van Overbeke, pedel, stads- en universiteitsdrukker en boekverkoper te Leuven. Deze veilde van 1757 tot 1796. Registers zijn bewaard (zeven banden in het Universiteitsarchief K.U.Leuven, een achtste in de Kon. Bibliotheek te Brussel) voor de periodes 1762-1796 en bevatten gegevens over verkopers, opbrengst en kopers van de geveilde boeken. Als eerste ontsluiting werden grafieken opgesteld over het aantal veilingen per decennium en per maand, en over de herkomst van de bibliotheken.
De samenstelling van een veiling wordt in concreto geanalyseerd aan de hand van de bibliotheek van de Leuvense theoloog Petrus Ignatius de Bisschop (1717-1780). Bewezen kon worden dat slechts 26% van de op diens naam geveilde boeken uit De Bisschops privé-bibliotheek stammen; de rest was door de veilinghouder toegevoegd. Verder verfijnd onderzoek zal een grondige bijdrage kunnen vormen tot de boekgeschiedenis van de Zuidelijke Nederlanden. [M. d. S.].
Zie ook nr.
2389
1787. - Jan ROEGIERS, Un janséniste devant la révolution: les avatars de Josse Leplat de 1787 à 1803 in 'Houd voet bij stuk'. Xenia iuris historiae G. van Dievoet oblata. Ediderunt F. Stevens et D. van den Auweele. - Leuven: K.U.Leuven, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Afdeling Romeins Recht en Rechtsgeschiedenis, 1990, p. 75-103. - ISBN 90-800576-1-4. BF 1.850.
Josse Leplat (1732-1810), hoogleraar kerkelijk recht aan de oude Leuvense universiteit, jansenist en jozefist, kan er niet van worden beschuldigd zijn leven in een ivoren toren te hebben gesleten. Hij kwam volmondig uit voor zijn anti-ultramontaanse opvattingen en kwam daardoor in de rumoerige jaren 1780-90 geregeld in een hachelijke situatie.
J. Roegiers gebruikte Leplats onuitgegeven correspondentie met de leiders van de jansenistische internationale (Gabriel Dupac de Bellegarde, nadien J.B.S. Mouten) om een erg levendige biografie samen te stellen. Het zal de lezers van deze kroniek niet verwonderen dat in Leplats brieven ook heel wat informatie zit over de publikatiewoede van de jozefistische activist. Meer bepaald ontmaskert hij zich als de auteur van enkele beruchte anonieme pamfletten die verschenen rond de Brabantse Omwenteling. Leplats oudste zoon Victor-Alexandre-Chrétien blijkt dan weer de ware auteur te zijn van schotschriften die tot nu toe aan zijn vader werden toegeschreven. Deze bijdrage is m.a.w. niet alleen bedoeld voor politieke-, rechts- en kerkhistorici. Het is ook nuttige lectuur voor bibliografen. [P.D.].
1788. - R.H. VERMIJ, Een aantekening over de schrijver van 'Les voyages de Jacques Massé' (1710) in Documentatieblad Werkgroep Achttiende Eeuw,22, 1990, p. 111 - 115.
Het boek 'Voyages et avantures de Jacques Massé' (Bordeaux [Den Haag], 1710) is één van de meer bekende staaltjes van de achttiende-eeuwse literaire onderwereld, meer bepaald in het genre van het imaginaire reisverhaal. Het werd vanzelfsprekend anoniem gepubliceerd, en als schrijver wordt algemeen Simon Tyssot de Patot aangeduid. In een brief aan Prosper Marchand schreef J. de Beyer dat hij niet geloofde aan het auteurschap van Tyssot de Patot. Daarmee weten we echter nog niet wie het boek wel heeft geschreven. Als mogelijke auteur suggereert Vermij een zekere Macé, obscuur schrijvelaar van ondermeer Le Prosélite en belle humeur en van Les trois justaucorps. [P.D.].
Zie ook nr.
1967
1789. - B.P.L. LAGARRIGUE, La correspondance inédite de Charles Pacius de La Motte (1667 ?-1751): source remarquable pour l'histoire du livre et du journalisme de la première moitié du XVIIIe siècle in Lias,17, 1990, p. 147-162.
In Kroniek 16,
nr. 1650 kwam deze hugenoot, die zich na 1685 in Amsterdam vestigde als corrector en literaire agent, al uitgebreid aan bod. Lagarrigue gaat in deze bijdrage meer in het bijzonder in op zijn briefwisseling, die bewaard is in de bibliotheek van de Société Historique du protestantisme français (Parijs). Hier worden de brieven chronologisch gerangschikt op naam van de correspondent. Het grootste belang van deze briefwisseling ziet Lagarrigue in het feit dat ze de identificatie mogelijk maakt van heel wat anonieme auteurs van de Bibliothèque raisonnée des ouvrages de savans de l'Europe,waarvan De La Motte redactiesecretaris was. In een tweede lijst volgen daarom alle ontmaskeringen die ze heeft kunnen vaststellen. De Franse journalistiek in de Verenigde Provincies heeft weer één van haar geheimen prijsgegeven. [P.D.].
1790. - P.J. BUIJNSTERS, Spectatoriale geschriften. - Utrecht: HES, 1991. - 120 p.: ill..; 21 cm. - (Hes literatuur) - ISBN 90-6194-018-4. Fl. 22, 50.
Het spectatoriale weekblad ontstond vrijwel gelijktijdig in Engeland (1709, door R. Steele en J. Addison) en in de Republiek (1711, J. van Effen). Het eigen profiel van dit nieuwe genre ten opzichte van de drie bestaande vormen van bladen (nieuwstijdingen, geleerdenjournaals en satirische tijdschriften) lag in de economie van de taalmiddelen, in het zoeken naar evenwicht tussen moralisatie en geestige scherts, en in de anonimiteit van de auteurs. De spectator verspreidde zich vooral in Engeland, in Duitsland en in Nederland, en werd verder gekenmerkt door een uitgesproken internationaal karakter. Niet alleen waren er veel vertalingen over en weer, maar ook sierden de spectators van Justus van Effen ondermeer de bibliotheek van koningin Ulrika Eleonore van Zweden.
Over deze door literatuurhistorici verwaarloosde bladen heeft P.J. Buijnsters een bijzonder goed gedocumenteerde en toch lichtvoetige synthese geschreven. Hij beperkt zich daarbij niet tot een voor de hand liggende analyse van de literaire aspecten en van de ideologische achtergrond van de spectators. Als een ware antropoloog gaat hij ook in op het belang van het koffiehuis en van de bloeiende genootschapscultuur voor de ontwikkeling van het genre. Bovendien schenkt hij ook de nodige aandacht aan de speciale vorm van communicatie tussen de schrijver en de lezers van het spectatoriale geschrift. Voornamelijk door de opname van talrijke lezersbrieven maakte de redacteur een einde aan de traditionele, gedwongen zwijgzaamheid van de lezer. Het gaat hier m.a.w. om een integrale literair-historische studie. Ze wordt afgerond met een chronologisch overzicht van (1) oorspronkelijk Nederlandse, (2) Zuidnederlandse en (3) in het Nederlands vertaalde spectators. Van elke titel worden plaats en jaar van uitgave en (indien mogelijk) de hoofdauteur vermeld. Voor de vertaalde bladen wordt tevens de vertaler aangeduid. In een op p. 104 aangekondigde 'descriptieve bibliografie annex geschiedenis van de spectatoriale geschriften in Nederland' mogen we hiervoor een precieze verantwoording verwachten. [P.D.].
1791. - Luc FRANCOIS, Progressief en cultuurbewust. Prototypes van de Gentse burgerij eind 18de-begin 19de eeuw - Brussel: Facultés Universitaires Saint-Louis, 1990. - 92 p. ; 25 cm. - (Cahiers van het Studiecentrum 18de-eeuwse Zuidnederlandse Letterkunde; 5). - Besteladres: Facultés Universitaires Saint-Louis, Kruidtuinlaan 43, B-1000 Brussel (375 BF of 20 Fl.).
De auteur schetst de politieke, sociale en culturele achtergronden van drie Gentse figuren: twee publicisten (Jozef Cannaert, 1768-1848, en Karel Broeckaert, 1767-1826) en één bibliofiel (Karel van Hulthem, 1764-1832). Ondanks uiteenlopende individuele ervaringen deelden de drie generatiegenoten toch een gematigd progressieve politieke opstelling en een actieve interesse voor een deelname aan het culturele leven in de Zuidelijke Nederlanden. Het is wel goed om wat meer te vernemen over de achtergronden van 'burgers' die van zo dichtbij betrokken waren bij de boekenwereld, maar persoonlijk had ik een wat meer expliciete vraagstelling en een meer synthetische verwerking gewenst. [P.D.].
1792. - Jan VAN KIMPEN , Over het ontwerpen en bedenken van drukletters. [Vertaling: Huib van Krimpen]. - Amsterdam: De Buitenkant, 1990. -163 p.: facs. ; 19 cm. Fl. 42, 50 (luxe-ed. Fl. 175).
Jan van Krimpen heeft de meeste van zijn artikelen over letter en typografie in het Engels, in soms moeilijk toegankelijke tijdschriften gepubliceerd. Zijn zoon heeft de uitstekende idee gehad een aanvang te maken met de gebundelde uitgave hiervan, vakkundig in het Nederlands vertaald. Deze is gemaakt met de lezer van nú voor de geest: de vertaler heeft het wenselijk geoordeeld niet spaarzaam te zijn met verhelderende aantekeningen en een soepeler taalgebruik. Dit eerste deel is oorspronkelijk order de titel 'On designing and devising type' in 1957 verschenen. Wij ontmoeten er de Lutetia, de Griekse Antigone, de Romanée, de Romulus, de Cancellaresca en andere lettertypen. Een mooi en leerrijk boekje. [E. C.-I.].
1793 - Ernst BRACHES, The Scheffers type in Quaerendo, 20, 1990, p. 262-309, ill.
Zeer instructieve bijdrage. Johannes I Enschedé verwierf in 1786 een (niet-complete) set van een letter (Augustijn Romein), vervaardigd met matrijzen uit het bezit van de drukker Jacobus Scheffers te 's-Hertogenbosch. Hij nam aan dat deze letter afkomstig was van Peter Schoeffer uit de prille beginperiode van de boekdrukkunst. Rond 1900 werd deze set aangevuld voor modern gebruik In de Fonderies de caractères van Charles Enschedé (1908) werd deze moderne versie aangewend voor de 'facsimile' van een Italiaanse druk uit 1488. Dit type werd voorts met succes gebruikt voor bibliofiele drukken, zo voor vijf publicaties van De Zilverdistel (1913-1915,vooraleer Van Royen een eigen pers bezat). De Engelse bibliograaf A.F. Johnson achterhaalde dat het oudste gebruik van de oorspronkelijke set uit 1527 dateerde, bij de Keulse drukker Peter Quentell. En ook aan de blik van mej. M.E. Kronenberg was in 1943 de eigenaardige samenstelling van dit amalgaam niet ontgaan, waartegen zij in duidelijke bewoordingen stelling nam. Deze Augustijn Romein, die in colofons voorgesteld werd als 'de letter van Petrus Schoeffer van Gernsheim' heet in de toekomst beter, zoals Braches voorstelt, 'Scheffers', niet 'Schoeffer'. [W.W.].
1794. - F.R.H. SMIT, De Senaatscommissie 1914 en de voorbereiding van het derde eeuwfeest der Groningse Universiteit in Bibliotheek, wetenschap en cultuur: opstellen aangeboden aan mr. W.R-H. Koops by zijn afscheid als bibliothecaris der Rijksuniversiteit te Groningen. - Groningen: Universiteitsbibliotheek, 1990, p. 539-556, ill. (cf. Kroniek 16 nr. 1546).
Eén van de taken van de Senaatscommissie was het uitgeven van een waardig gedenkboek; de stuwende kracht hierachter was Huizinga. Mede dank zij een twaalftal brieven van Huizinga aan Sjoerd de Roos, wiens pas gecreëerde Mediaeval de eerste Nederlandse letter was sedert die van Fleischman in 1761, is de hele wordingsgeschiedenis van het boek Academia Groningana MDCXIV-MCMXIV verteld. Het hele proces van de boekverzorging is te volgen van de verschillende aanbiedingen door uitgevers tot en met de publikatie door Noordhoff. Boeiend en instructief! [E. C.-I.].
1795 - Reinold KUIPERS, Gerezen wit. Noties bij boekvormelijks en zo. - Amsterdam: Em. Querido, 1990. - 183 p.: ill.; 20 cm. - ISBN 90-2147235X. Fl. 30.
Kuipers (1914) leidde de uitgeverij van de Arbeiderspers (1946-1960) en was daarna directeur van Querido (1960-1979). Gerezen wit (tegelijk de naam voor Kuipers' vaste rubriek in Het oog in 't zeil) bundelt een aantal verspreide bijdragen uit de periode 1978-1988. De auteur, met zijn grote aandacht voor de boekvorm, verschaft inside-informatie, meestal uit zijn herinnering puttend. Moeiteloos somt hij op welke typografische ontwerpers bij welke uitgeverijen tijdens het interbellum werkzaam waren. Wat hij met typografische blik schrijft over Richard Minnes In den zoeten inval (de edities 1926 en 1927) verdient alle aandacht: de teruggehouden eerste druk heet 'zielig slecht gedrukt' en bij een vergelijking tussen de twee edities worden 'zo'n tachtig veranderingen' geconstateerd. Speciale belangstelling heeft Kuipers, als Groninger, behouden voor de Groningse uitgeverij Ebonhaëzer, waarin H.N. Werkman betrokken was. Als voornaamste boekvormers van deze eeuw gelden in Kuipers' ogen: Jan van Krimpen, Giovanni Mardersteig en Jan Tschichold; hij acht de Romanée als Van Krimpens meest volmaakte letter. [W.W.].
1796. - Matthieu LOMMEN, De grote Vijf: S.H. de Roos, J.F. van Royen, J. van Krimpen, C. Nypels en A.A.M. Stols. - Zutphen: Bührmann-Ubbons Papier, 1991. - 62 p.: ill.; 21 cm. - ISBN 90-71180-16-6. Te verkrijgen bij Bührmann-Ubbens, Postbus 33, NL-7200 AA Zutphen.
De 'grote vijf' hebben het gezicht van typografisch Nederland bepaald in de eerste helft van deze eeuw. Maar een 'beweging' hebben zij nooit gevormd: daarvoor waren de verschillen in leeftijd en opvattingen over typografie te groot. De auteur biedt een chronologisch overzicht van de reacties over en weer op elkaars werk, zoals die vooral tot uiting komen in recensies en tijdschriftartikelen. Wat zeer duidelijk is: hoe Van Krimpen zich afzet tegen de meer versierende typografen De Roos, Van Royen en Nypels. Achterin is zeer overzichtelijk een kroniek van telkens één bladzijde per figuur gegeven, waar alle belangrijke data aan te treffen zijn.
Het boek is, zoals wij dat gewend zijn, fraai geïllustreerd en verzorgd gedrukt door de Walburg Pers. [W.W.].
1797. - Jos Leonard (1892-1957): de moderne jaren: (catalogus bij de tentoonstelling in het ICC. Redactie catalogus: J.F. Buyck, Eric Pil, Greta Van Broeckhoven). - (Antwerpen): KMSK/ICC, 1991. - 16 p.: omslag, ill.; 42 cm. - In losse vellen. - 100 BF. Te verkrijgen bij het Internationaal Cultureel Centrum, Meir 50, B-2000 Antwerpen.
Poging tot een status quaestionis van de artistieke activiteit van de veelzijdige kunstenaar uit Antwerpen, Jos Leonard, schilder, graficus, typograaf, ontwerper, reclametekenaar. In deze tentoonstelling is vnl. aan de vroege periode aandacht besteed, toen hij in de kring van Van Ostaijen, Paul Joostens, Floris Jespers, Jozef Peeters verkeerde. Als 'man van het boek' verzorgde Leonard boekomslagen, boekillustratie (ook van tijdschriften), boekverzorging en publiciteit; hij werkte een tijdlang samen met de drukker Willy Godenne te Mechelen, waar zij in Studio Novio o.m. veel smoutwerk leverden, steeds in de strenge, sobere typografie eigen aan het Constructivisme en De Stijl. Dit aspect is door Van Broeckhoven belicht. Zeer verdienstelijke aanzet tot een aangekondigde uitvoeriger publikatie die de miskende Leonard recht zal moeten laten wedervaren. [E. C.-I.].
1798. - Huib VAN KRIMPEN, De Drukkers Jaarboeken van Berend Modderman in De Boekenwereld,7, 1990-1991, p. 123-138, ill.
Boeiende analyse naar vorm en inhoud van deze Jaarboeken (verschenen te Amsterdam in 1906, 1907, 1908 en 1910). Boek- en bandversiering in 1907 waren van de hand van S.H. de Roos; ook aan het nummer van 1910 heeft hij meegewerkt; voor de jaargang 1908 werd hij afgelost door Georg Rueter. Er waren drie groepen artikelen: over de esthetiek van het drukken, over stromingen en persoonlijkheden in het buitenland, over technische kwesties. Naast Modderman was als mede-redacteur zijn zwager J.W. Enschedé actief. Onder de medewerkers treffen wij aan: pater Bonaventura Kruitwagen, Th. Molkenboer en ook de Antwerpse drukker P. Buschmann. De auteur besteedt gepaste aandacht aan de advertenties in de jaarboeken die zich vooral tot de drukkerswereld richtten: advertenties voor letter, machines, papier en inkt. Mogelijk zijn de jaarboeken ook in handen gekomen van de oprichters van de Zilverdistel. [W.W.].
1799. - 'Beste Sander, Do it now!.. briefwisseling J. Greshoff -A.A.M. Stols. Deel 1, 1922-1941. Bezorgd door Salma CHEN en S.A.J. VAN FAASSEN. - 's-Gravenhage: Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum, 1990. - XXVIII, 696 p.: ill.; 24 cm. - (Achter het Boek; 24). - ISBN 90-72731-02-6. FL 65.
Zeer belangrijke uitgave van 659 documenten (brieven, briefkaarten, prentbriefkaarten, telegrammen en een adreswijziging) uit de correspondentie Greshoff-Stols, bewaard in het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum (een ander deel van de correspondentie bevindt zich in de stadsbibliotheek te Haarlem); 461 stuks zijn van de hand van Greshoff, 198 afkomstig van Stols. Zoals zo dikwijls is de correspondentie niet in haar geheel bewaard gebleven: uit de beginperiode zijn er alleen brieven van Greshoff aanwezig, in latere jaren overwegen die van Stols. In de 'Verantwoording' stellen de editeurs dat zij de correspondentie tussen Greshoff en de uitgever Stols openbaar maken: correspondentie uit de tijd nadat Stols zijn uitgeefactiviteit had gestaakt, wordt niet opgenomen.
Als geheel vormt deze uitgave voor boek- en literairhistorici meeslepende lectuur. Aanvankelijk valt vooral het grote enthousiasme van Greshoff op, die Stols overstelpt met adviezen en plannen; ook is hij zeer positief over Stols' werk: kritiek valt aanvankelijk nauwelijks. Wanneer de brieven later heen en weer gaan over boeken die in de maak zijn, heeft de lezer de indruk lijfelijk aanwezig te zijn. Dat is zowel te danken aan de ongedwongen, zeer natuurlijke briefstijl als aan de behandelde ontwerpen: het boekenmaken komt tot in alle details ter sprake. Voor de praktische wordingsgeschiedenis van de door Stols in het interbellum uitgegeven boeken is deze uitgave een goudmijn.
Elke brief is zorgvuldig geannoteerd; ook aan illustraties is niet gespaard in de traditie van de reeks Achter het Boek. Het uitvoerig register neemt ook lettertypes en papiersoorten op. In bijlage volgen overzichten van Greshoffs boeken, die bij Stols (of Boosten & Stols) verschenen, en van de door Stols uitgegeven reeksen (tot 1945). [W.W.].
1800. - Jozef WEYN, De typografie als één der schone kunsten: Henry van de Velde en het boek in De Boekbinder,9, 1990, 3, p. 1-32, ill.
'Deze studie wil een overzicht zijn van de evolutie van Van de Velde in het specifieke domein van de boekkunst' en de auteur voegt er onmiddellijk aan toe: 'ik streef hierin niet naar een onmogelijke volledigheid', bij gebrek aan een 'exhaustieve catalogus' of 'een overzicht van de rol die hij [Van de Velde] speelde in het tot stand komen' van werken waar hij op een of andere manier bij betrokken was. Deze studie biedt bijgevolg slechts een overzicht in grote lijnen. Achtereenvolgens heeft W het over Van de Velde als theoreticus van de vormgeving, het boek van buiten (band) naar binnen, zijn invloed. Erg nuttig zijn de lijsten (ook al zijn ze onvolledig, naar de eigen woorden van W) van werken door Van de Velde verzorgd (de uitgaven van het Hoger Instituut voor Sierkunsten staan apart) en van zijn geschriften. Er is een kleine literatuurlijst. [E. C.-I.].
1801. - J.F. HEIJBROECK, Bij de nieuwe voorplaat,in De Boekenwereld,8, 1991-1992, p. 28-31, ill.
Een bijdrage over drie affiches rond een tijdschrift. Frans Netscher (1864-1923) richtte in 1898 De Hollandsche Revue op,een tijdschrift met vaste rubrieken als 'Wereldgeschiedenis', 'Belangrijke onderwerpen' en 'Karakterschets', bijdragen die nog door Jan Romein in 1951 als waardevol erkend werden. Om het nieuwe tijdschrift, dat uitgegeven werd door Vincent Loosjes te Haarlem, onder de aandacht van een groot publiek te brengen, werd een affiche vervaardigd door Johann Georg van Caspel; het is deze affiche die in dit nummer van De Boekenwereld als voorplaat fungeert. Tien jaar later kwam er een nieuwe affiche door P.M.v.W. (Petrus Marinus van Walcheren?). Uit 1913 dateert een derde affiche, ontworpen door Willem Sluiter, toen het blad van uitgever veranderde: het werd toen geproduceerd door A.W. Bruna te Utrecht. [W.W.].
1802. - Victor GEETS, Brieven van Anton Bergmann aan Willem Geets (1871-1873) in Handelingen van de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen,94, 1990, p. 197-239, ill.
Interessante publicatie uit een familie-archief: de editeur is de kleinzoon van Willem Geets. Het betreft hier een uitgave van (in hoofdzaak) de 22 brieven en briefkaarten die Anton Bergmann tussen 19 augustus 1871 en 25 december 1873 aan Willem Geets stuurde in verband met de illustraties bij de eerste druk van Ernest Staas. Geets maakte dertien etsen tussen 18 juli en november 1872. Tussen de eerste eigenlijke drukproef (juni 1873) en het verschijnen van de eerste druk (vóór kerstmis 1873) verliep een half jaar. In enkele presentexemplaren noteerde Bergmann een persoonlijke opdracht op een speciaal ingeschoten blad. Na zijn overlijden (21 januari 1874) werden in de tweede oplage van de eerste druk twee etsen ingelast: een ter vervanging van een minder geslaagd geachte illustratie en een nieuw vervaardigd frontispice (voorstelling van een grafmonument met uitgespaard medaillon, waarin een foto geplakt werd). [W.W.].
1803. - S.A.J. VAN FAASSEN, 'Zingend, zingend, zingend'. Een correspondentie over de illustraties door S.A. Rijkmans-Kaijser bij de bundel De Tors van C.S. Adama van Scheltema,in De Boekenwereld,7, 1990-1991, p. 56-64, ill.
De bundel De Tors (1924) van Adama van Scheltema valt uiterlijk op door de band naar een ontwerp van S.H. de Roos. Verder is hij aantrekkelijk door de illustraties, acht tekeningen van Suzanna Anthonia Rijkmans-Kaijser (1900-1954), van wie als tekenares verder weinig werk bekend is. Scheltema zelf had contact met haar opgenomen. In de conceptie van de tekeningen heeft de dichter een niet onaanzienlijk aandeel gehad: hij begeleidde de proeven, die hij daarvan kreeg, met veel vragen en commentaar. Scheltema overleed vooraleer de druk afgewerkt was. Zijn weduwe Annie Adama van Scheltema-Kleefstra bleek niet minder kritisch te zijn ten opzichte van typografie en tekeningen. Voor deze bijdrage werd gebruik gemaakt van het archief van Scheltema, berustend in het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum. [W.W.].
1804. - Paul RITTER, Die Exlibris und Verlagszeichen von Frans Masereel in Philobiblon, 35, 1991, p. 18-43, ill.
De verzamelaar Paul Ritter bespreekt eerst in het kort de publicaties die over de ex-libris van Masereel zijn verschenen en daarna de ex-libris zelf. Talrijke afbeeldingen van ex-libris. [E. C.-I.].
1805. - R. VAN LAERE, Een Sint-Truidense band uit 1852 in Limburg, 69, 1990, p. 249-251, ill.
De eerste voorzitter van de Vlaamse 'lettergilde' Utile Dulci van het Kleinseminarie te Sint-Truiden, L. Rubens, kreeg een exemplaar van Letteroefeningen (Vanwest-Pluymers, 1852) aangeboden in een band die toe te schrijven is aan de uit Hamm bij Hamburg afkomstige Sint-Truidense boekbinder Henri Mathieu Behn (+1897). De band is van rood marokijn en in goud- en blindstempeling versierd. [E. C.-I.].
1806. - Boekbanden van Laurent Peeters (1879-1955). Catalogus bij de tentoonstelling, gehouden in de Centrale Bibliotheek van de Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius te Antwerpen, 24 mei - 22 juni 1991. - Antwerpen UFSIA, 1991. - 23 p.; 21 cm.
Eerste tentoonstelling van een der voomaamste Vlaamse binders uit de eerste helft van deze eeuw. De Catalogus omvat 69 nummers. De beschrijvingen zijn het werk van Peeters' opvolger Hugo Puylaert. [W.W.].
1807. - Boekbanden Laurent Peeters. - Antwerpen: Universiteit Antwerpen UFSIA, 1991. - zonder paginering: ill.; 24cm. - (Cimelia; 4). - ISSN 0774-8914. BF 200.
Dit is een luxe-plaquette, verschenen naast het voorafgaand nummer. Hierin zijn de openingstoespraak van Boris Rousseeuw bij de tentoonstelling, een waarderende brief van de Gentse binder August de Decker-Lemaire aan Peeters en een korte biografie van deze laatste opgenomen. Enkele banden van Peeters werden in deze plaquette mooi in kleur gereproduceerd. [W.W.].
1808. - Ch. BILS-LAMBERT, Gh. DE SPIEGELEER-LAMIROY & W. VAN HEMELRIJCK, Een blik op de Afrika Bibliotheek: haar geschiedenis, haar werking, haar collecties. - Brussel: Ministerie van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, 1991. - 67 p.: omslag, kaarten, portr., facs. ; 28 cm. - Te bestellen bij de Afrika Bibliotheek, Belliardstraat 65, B-1040 Brussel.
De eerste catalogus is welhaast een eeuw oud. Van 12.000 titels is de bibliotheek nu uitgegroeid tot een half miljoen banden, waaronder heel wat oude drukken. Van de belangrijkste is een lijst afgedrukt, grofweg geschat op 250 titels, alfabetisch op auteursnaam gerangschikt, zonder enige andere ontsluiting; Amsterdamse drukken zijn er heel wat bij. Er is ook aandacht besteed aan de kaarten en de catografen. Een fraai uitgegeven brochure van een wat miskende en vergeten bibliotheek: een nuttig werkinstrument. [E. C.-I.]
1809. - B. VAN SELM, Portretten van Nederlandse boekverzamelaars in De Boekenwereld,8, 1991, p. 20-22.
Ter inleiding van een reeks 'Portretten van Nederlandse boekverzamelaars' wijst Van Selm op de onbekendheid van vroegere boekenliefhebbers. Systematisch onderzoek over grote en kleinere particuliere bibliotheken ontbreekt in Nederland. Toch waren de zeventiende-eeuwse verzamelingen van Theodorus Canterus, Daniël en Nicolaas Heinsius, Petrus Scriverius, Gerardus en Isaac Vossius in Europa beroemd. En de prachtige negentiende-eeuwse collecties van Baron van Westreenen, Adriaan van der Willigen, J.T. Bodel Nijenhuis en Isaac Meulman kan men niet meer wegdenken uit de bibliotheken, waar zij terechtgekomen zijn. Van Selm plande een werkgroep om enkele verzamelaars te portretteren aan de hand van veilingcatalogi (een onvolmaakt, maar helaas dikwijks uniek middel). Na het voortijdig overlijden van de initiator zou de reeks toch in De Boekenwereld van start gaan. [W.W.].
1810 - P.J. BUIJNSTERS, Bibliofilie als geheime hartstocht: het verborgen leven van Hugo Willem Bosscha (1904-1979) in De Boekenwereld, 7, 1990-1991, p. 118-122, ill.
Als - prijzenswaardige - bijdrage tot de eens te schrijven geschiedenis van de Nederlandse bibliofilie levert prof. Buijnsters hier een boeiende bijdrage over de jurist Bosscha, die een uitgelezen collectie (411 nummers) unica, hoofdzakelijk op het gebied van de Nederlandse literatuur uit de periode 1780-1950, kon samenbrengen. De verzameling omvatte zowel de correspondentie tussen Bilderdijk en zijn uitgever Uylenbroek als brieven van Multatuli, kostbare banden en bijzondere exemplaren (zo een exemplaar van Feiths Julia met de oorspronkelijke tekeningen). Over al zijn boeken wenste Bosscha zoveel mogelijk te weten, zodat hij in correspondentie trad met veel informanten; een dankbare vraagbaak was Mea Nijland-Verwey. Bosscha liet vier boeken binden door Meentje Rietema. Zijn collectie werd op 11 maart 1980 bij Beijers te Utrecht geveild. [W.W.].
1811. - JEAN-LÉO, Le catalogue de la bibliothèque du comte de Fortsas. Une savante mystification de Renier Chalon. - Bruxelles, Le grenier du collectionneur, 1990. - 39 p.: ill.; 23 cm. - D/ 1505/ 1990/3. BF 890.
Reprint van de meest bekende mystificatie uit de geschiedenis van de Belgische bibliofilie. In de inleiding wordt verhaald hoe Renier Chalon uit Bergen de hele boekenwereld beetnam met deze gefantaseerde collectie van louter unica. Blijkens de bibliografie heeft het geval ook in buitenlandse bibliofiele milieus onafgebroken aandacht gekregen. [W.W].
1812 - Boris ROUSSEEUW, De bibliofielenvereniging In de Vier Winden en haar uitgave van Willem Elsschots Gedichten. - Wildert: De Carbolineum Pers, 1991. - [12] eenzijdig bedrukte bladen; 18 cm.
De diplomaat Georges Kellner (1910-1982) nam samen met Albert Pelckmans van De Nederlandsche Boekhandel het initiatief de Gedichten van zijn schoonvader Willem Elsschot in een bibliofiele editie uit te geven. Er werd een vzw gesticht, genoemd In de Vier Winden naar de befaamde zestiende-eeuwse kunsthandel van Hieronymus Cock; ook Herman Liebaers en Hendrik Vervliet traden tot deze vereniging toe, maar ze werden niet betrokken bij de produktie van de Gedichten. Rousseeuw geeft deskundige informatie op een prettige manier: Kellner en Pelckmans installeerden een handpers te Bonn, waar Kellner toen attaché was, schaften zich in Duitsland een cursieve Euphorion-letter aan en betrokken Zerkall-Bütten papier van Armin Renker. Zetten en drukken werd uitbesteed (respectievelijk aan een Antwerpse zetter en een Keulse drukker!). Het verwondert dan ook niet dat het geheel wel eens een hybridische indruk wekt. Alle 110 exemplaren werden door Van Rijmenam te 's-Gravenhage in karton gebonden. Ze werden niet verkocht via de boekhandel, maar in familie- en vriendenkring gedistribueerd.
Het vignet van In de Vier Winden,een windroos, is in het fraai gedrukte boekje gereproduceerd. [W.W.].
1813. - Joan VAN DER WYCK, Het genus bibliomaan J.L.C. Jacob: een inheemsche variant? in De Boekenwereld,8, 1991-1992, p. 23-27, ill.
Jean Louis Charles Jacob (1806-1865), van Zwitserse afkomst, kwam in de leer bij de Haagse boekhandelaar Johannes Immerzeel, waarna hij zich als zelfstandig handelaar te Rotterdam vestigde. Later werd hij antiquaar in 's-Gravenhage. Hij was redacteur van het Nieuwsblad voor den Boekhandel en richtte samen met Frederik Muller in 1845 de bibliotheek op van de Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels. Na zijn dood werd zijn collectie boeken, die tegelijk voor een deel winkelvoorraad moet geweest zijn, in drie aucties geveild bij Van Stockum (1865-1866). Uit de katalogen met 9.000 kavels blijkt een encylopedische verscheidenheid van onderwerpen. Toch was Jacob geen bibliomaan: hij verzamelde weliswaar met hartstocht, maar tegelijk methodisch en doelbewust. [W.W.].
1814 - Ewoud SANDERS, De bibliotheek van C.H.A. Kruyskamp,in De Boekenwereld,7, 1990-1991, p. 91-94, ill.
Dr. C.H.A. Kruyskamp, redacteur van het WNT, bezat bij zijn dood zo'n 35.000 boeken (het moeten er ooit meer dan 45.000 geweest zijn!). Geen wonder: hij kocht van in zijn jeugd en bijna dagelijks. Gezien zijn werkkring verwondert het niet dat hij een enorme hoeveelheid woordenboeken, biografische woordenboeken en encyclopedieën bezat. Wel was de gebruikswaarde voor hem van meer belang dan het eigenlijk bibliofiele aspect: hij was niet bijzonder geinteresseerd in eerste drukken. Zoals verwacht las en excerpeerde Kruyskamp zijn boeken: vele zijn van aantekeningen voorzien. De bibliotheek werd geveild bij Burgersdijk & Niermans te Leiden. [W.W.].
1815 - Lori VAN BIERVLIET, Nieuw licht op Joseph B.B. van Praet met aantekeningen over zijn relatie met J. Goethals-Vercruysse in Biekorf,90, 1990,p. 262-271, ill.
Tot nog toe is geen eigenlijke biografie verschenen van Joseph Bernard Basile van Praet (Brugge 1754 - Parijs 1832). Als oudste zoon van een gelijknamige Brugse boekdrukker en -verkoper volgde hij de lessen aan het college te Atrecht en werkte daarna bij de Parijse boekhandelaars N. Desaint en G. de Bure. Zijn aandeel aan de beschrijving van de collectie de la Vallière (1783-1784) effende hem de weg naar Versailles, waar hij de bibliotheek van Marie-Antoinette mocht ordenen. Tijdens de Revolutie moest hij even onderduiken, maar werd weldra aan de nieuw gecreëerde Bibliothèque Nationale geroepen, waar hij onmisbaar bleek bij het kanaliseren van de boekenbuit uit de Zuidelijke Nederlanden en het Rijnland. Na 1815 weigerde hij bepaalde werken te restitueren. Zijn functie bracht hem in contact met tal van geleerden en verzamelaars: zo ageerde hij als tussenpersoon voor enkele aankopen van Goethals-Vercruysse. Na de dood van Van Praet ontving de Brugse stadsbibliotheek een legaat van negen Mansion-drukken. In bijlage volgen drie brieven van Van Praet aan Goethals-Vercruysse en een lijst van Van Praets publicaties; het eerste nummer hiervan, gewijd aan Colard Mansion, verscheen nog in het Nederlands in 'Den Vlaemschen Indicateur' (1780). [W.W.].
1816 - Pierre-Jean FOULON, Raoul Warocqué (1870-1917), collectionneur de livres illustrés français contemporains. - Morlanwelz: Musée royal de Mariemont, 1991. - 186 p.: ill.; 28x23 cm. - (Monographies du Musée royal de Mariemont; 5). BF 500.
De auteur schetst ons een bijzonder boeiend portret van de opmerkelijke persoonlijkheid die Raoul Warocqué is geweest en een even boeiende kroniek van de geschiedenis van zijn collectie. De hoeveelheid boeken - om niet van de kwaliteit te gewagen - die de Henegouwse bibliofiel bijeen gebracht heeft, staat omgekeerd evenredig tot zijn levensjaren. Dat dit geheel nog bestaat, voor de onderzoeker en de bezoeker bewaard wordt, verzorgd, ontsloten en tentoongesteld, mag verbluffend heten maar moet in ieder geval tot vreugde stemmen
In deze collectie moet men niet speciaal drukken uit de Nederlanden verwachten; wel is het van belang te weten dat Warocqué omstreeks 1905 kennismaakte met twee Brusselse boekbinders, Charles De Samblanx en Jacques Weckesser die honderden banden voor hem hebben gemaakt. Zij gaan van de goede, meestal in halfleer gebonden gebruiksband tot de heelleren band met versiering zowel in retrospectieve als in eigentijdse stijl. Warocqués verzameling banden is evenwel niet beperkt tot werk van deze twee binders; ook de gebroeders De Doncker en J. Dubois d'Enghien zijn er vertegenwoordigd.
Bovendien heeft hij oudere, blindgestempelde én goudgestempelde banden, aangekocht. Dat deze rijke verzameling nu de kern uitmaakt van een speciale collectie in het Museum van Mariemont en op voortreffelijke manier wordt kenbaar gemaakt strekt het Museum en de bibliothecaris van de 'Bibliothèque précieuse' tot eer. De besproken publicatie bevat een zorgvuldig samengestelde bronnenlijst, een literatuurlijst over Mariemont en Warocqué en een register en is overvloedig geïllustreerd. [E. C.-I.].
1817 - J. VAN LOO, G.B. van Goor Zonen. Ruim een eeuw uitgeversarchief te Gouda, in Dokumentaal,20, 1991, p. 19-24.
Kort overzicht van het voorhanden archief van deze uitgeverij, dat door Elsevier in bruikleen is gegeven aan het Streekarchief Hollands Midden te Gouda. Stichter van de firma was Gerrit Benjamin van Goor (1816-1871), die zich in 1839 als boekhandelaar en drukker te Gouda vestigde. Hij bezorgde van meet af aan uitgaven op de meest verscheiden gebieden. Veel zorg besteedde hij aan de Kramers-woordenboeken (sinds 1847). Bij elke nieuwe generatie veranderde de aard van het bedrijf: het fonds werd enerzijds kleiner, anderzijds kwamen er afdelingen recht en jeugdliteratuur bij. De woordenboekenreeks, waaraan voortdurend verbeterd werd, bleef de voornaamste pijler van de zaak. Met de spellingswijziging (1935) werd het school- en jeugdfonds plots waardeloos; de verliezen werden beperkt door verkoop in België, waar de nieuwe spelling pas later werd ingevoerd! Uiteindelijk kwam de firma in handen van Elsevier. Het artikel biedt een overzicht van het (helaas niet volledig bewaard) archief. [W.W.].
1818 - Roger TAVERNIER, De Insel-Bücherei - een Duitse reeks 2: Anton Kippenberg, uitgever in Ex Officina,7, 1990, p. 172-188, ill.
Anton Kippenberg (1874-1950) nam de leiding van de Insel-Verlag over in 1905. Hij was een veelzijdig man: een harde werker, een goed zakenman, academicus, groot muziekliefhebber en verzamelaar van Goethe-drukken. Zijn verdiensten liggen in de verspreiding van het mooie, zelfs bibliofiele en toch goedkope boek. Zijn geliefkoosde auteurs waren Rilke en Hofmannsthal; voor modernere, expressionistische auteurs had hij weinig achting. Tijdens zijn academische studietijd maakte hij kennis met Nederlandse studieboeken en literaire werken. Tijdens de eerste wereldoorlog werd hij o.m. hoofdredacteur van een legerkrant in Tielt. Hij zag toen mogelijkheden voor zijn uitgeverij in Vlaanderen: via Duitse vertalingen zou de Vlaamse literatuur meer bekendheid kunnen verwerven. Reeds in 1915 was hij de rechten aan het verwerven voor vertalingen van Streuvels, Teirlinck, Jan Eekhoud, Van de Woestijne, Timmermans en Gezelle. In 1916 zette hij een 'Vlaamse reeks' op (met vertalingen van Anton Bergmann en Streuvels). Zijn vertalingen van Timmermans en Vermeylen (Der ewige Jude) werden herhaaldelijk herdrukt. [W.W.].
Zie ook nrs.
2010; 2011
1819 - Susi EISENBERG-BACH, Dutch publishers of German exile literature,in Quaerendo,20, 1990, p. 216-219.
Korte bijdrage over de twee belangrijkste Nederlandse uitgeverijen die werk van Duitse emigranten drukten: Querido en Allert de Lange. Zowel Emanuel Querido als Gerard de Lange namen hiertoe het initiatief in 1933. Querido gaf literair werk van ca. 43 auteurs uit (o.a. Lion Feuchtwanger, Erika, Heinrich en Klaus Mann, Anna Seghers en Arnold Zweig), Allert de Lange trok 34 schrijvers aan (o.a. Bertold Brecht, Oedön von Horvath, Egon Erwin Kisch, Max Brod en Alma Mahler). De boeken werden ten dele in Nederland, ten dele in Tsjechoslowakije gedrukt. Tussen 1933 en 1940 drukte Querido ca. 110 titels, Allert de Lange ca. 70.
Ter aanvulling zij hierbijgevoegd dat na de Duitse hereniging het verdwenen archief van Allert de Lange in Berlijn ontdekt is. [W.W.].
1820. - Bert VAN SELM, Alles komt teregt. - Leiden: De Ammoniet, 1991. - [11 p.]: ill., 21 cm. Fl. 20.
Bibliofiele Koppermaandaguitgave, gewijd aan het uitgeversmerk van Wouter Nijhoff. [M. d. S.].
Zie ook nr.
2184
1821 - A.L. SÖTEMANN, Querido van 1915 tot 1990. Een uitgeverij. - Amsterdam: Em. Querido, 1990. - 248 p.: ill. ; 22 cm. - ISBN 90-214-72368. Fl. 37, 90.
Emanuel Querido, broer van de schrijver Israël, begon zijn uitgeverij in 1915 als dochterbedrijf van Van Holkema en Warendorf. Reeds daarvoor was hij sinds 1898 in de boekhandel werkzaam en had hij sporadisch uitgaven verzorgd, zo Wroeging van Cyriel Buysse (1907). Van bij het begin werd hij geassisteerd door Alice van Nahuys (later: von Eugen-van Nahuys) die als vluchtelinge uit Antwerpen gekomen was. De uitgeverij kende een snelle start (reeds acht uitgaven in 1915) en Querido gaf haar een politieke kleur: een van de eerste boeken was een biografie van Jean Jaurès. Van bij het begin vielen twee constanten op: Querido geloofde in reeksen, wat zou culmineren in De Salamanders (sinds 1934) en hij besteedde grote aandacht aan de typografische verzorging. Aanvankelijk werd veel werk hierrond verzorgd door J.B. Heukelom. In 1926 werd Jan van Krimpen aangetrokken, die in de volgende jaren zowel vignetten en stofomslagen als banden en gehele boeken voor Querido zou ontwerpen. Voor het ontwerp van een band ontving de kunstenaar in het interbellum veertig gulden: dat bedrag kreeg Van Krimpen in 1926 voor de band van een werk van V.E. van Vriesland en S.H. de Roos in 1934 voor M. Nijhoffs Nieuwe gedichten. Voor sommige boektypes werd met succesvolle buitenlandse voorbeelden rekening gehouden: 'De Literaire Luxe-reeks' (1921) bood kleine boekjes in soepele, buigzame bandjes naar het model van Eugen Diederichs en Insel-Verlag; een dundrukeditie van Merijntje Gijsen van A.M. de Jong werd gemaakt naar het voorbeeld van Th. Manns Zauberberg,uitgegeven door Fischer. In april 1933 nam Querido contact met F.H. Landshoff van G. Kiepenheuer Verlag voor de oprichting van Querido Verlag, waar boeken, die in Duitsland verboden waren, zouden kunnen verschijnen. Ondanks de gereputeerde namen (zie nr. 1819) werd deze afdeling geen groot succes. Querido kwam om in Sobibor (23 juli 1943). Na de oorlog werd de afdeling boeken omtrent 'sociale en politieke vraagstukken' niet meer verdergezet: dit initiatief bleek gebonden geweest te zijn aan Querido zelf. In meer recente jaren valt een spectaculaire aangroei van het kinderboek op. Na Meulenhoff is Querido thans de grootste literaire uitgeverij in Nederland; op het gebied van de specifiek Nederlandse literatuur is zij de grootste.
Het boek is in de Querido-traditie fraai verzorgd uitgegeven, biedt veel illustraties van banden en omslagen en bezit minder dan 23 bladzijden register. [W.W.].
1822 - Lisa KUITERT, De verkoop van een verboden boek: over de lotgevallen van Henri Barbusse's De Hel in De Boekenwereld,8, 1991-1992, p. 3-9, ill.
In het voorjaar van 1919 verscheen de vertaling van L'enfer in de reeks 'De Populaire Editie' van Emanuel Querido. Ten gevolge van zedelijkheidsoverwegingen werd het boek in beslag genomen, echter niet overal (dit hing af van de individuele officieren van justitie). De maatregel was uitzonderlijk: noch L. van Deyssels Een Liefde,noch J.I. de Haans Pijpelijntjes werden ooit verboden. Vandaar dat vele critici de anti-nationale, anti-militaristische en anti-godsdienstige passages in het werk van de communist Barbusse hiervoor verantwoordelijk achtten. Zoals te verwachten had dit verbod een averechts effect: in oktober 1919 ging een zevende druk (van telkens tienduizend exemplaren!) ter perse. Na enig juridisch touwtrekken bleek het boek als geheel toch niet pornografisch; het verbod werd opgeheven, en de verkoopcijfers werden eveneens normaal. [W.W.].
1823. - Cees VAN DIJK, Alexandre A.M. Stols en Marnix Gijsen in Ons Erfdeel,34, 1991, p. 387-395, portr.
Over de relaties tussen Stols en enkele van zijn auteurs, voornamelijk Marnix Gijsen. [E. C.-I.].
1824. - J. VAN WATERSCHOOT, De Leeuwarder uitgever G. T.N. Suringar, de dichter Hendrik Tollens en de Gezamelijke Dichtwerken in De Boekenwereld,7, 1990-1991, p. 158-167, ill.
Op basis van de correspondentie, bewaard in de bibliotheek van de Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels (zie Kroniek 16
nr. 1703), wordt de totstandkoming van de bundels van Tollens, die bij Suringar zijn uitgegeven, nagegaan. De populaire dichter Tollens nam afstand van zijn vorige uitgever, J. Immerzeel Jr., omdat deze laatste intekenlijsten liet rondgaan: dat vond Tollens opdringerig en vernederend voor zichzelf. Zo kwam hij bij Suringar terecht, die er nadien naar streefde, van zoveel mogelijk werk van Tollens het kopijrecht te verwerven. Hun samenwerking culmineerde in de uitgave van de Gezamelijke Dichtwerken in twaalf delen. Tollens overleed tijdens het corrigeren van deel 10. In bijlage wordt een - bestraft - geval van nadruk door Van Dieren te Antwerpen uiteengezet. [W.W.].
1825. - Catalogus van de Couperus-collectie, geschonken door W.M.S. Pitlo-van Rooyen aan de Stads- of Athenaeumbibliotheek Deventer. -Deventer: Stads- of Athenaeumbibliotheek, 1990. - 34 p. ; 30 cm. - ISBN 90-900-3741-1. Fl. 5.
Deze schenking betreft een Couperus-verzameling van meer dan zeshonderd nummers. De collectie omvat zowel primaire als secundaire literatuur. Meest uitgebreid binnen de eerste categorie is de rubriek proza, gevolgd door de vertalingen. De werken van Couperus zijn alfabetisch geordend. Per titel worden de verschillende drukken geïdentificeerd en hun volgorde, zo nodig tussen [], aangegeven. De collectie wordt uitgebouwd door aankoop van antiquarische en vooral van nieuwe uitgaven. [W.W.].
1826 - Documenta typographica Belgica. [Ontwerp en vormgeving = Conception et mise en pages: Emile VAN BALBERGHE]. - [Leuven]: Ceuterick, 1990. - 1 map: facs.; 33 cm. - Niet in de handel.
Twee zeldzame - zo niet unieke - planodrukken, op ware grootte gereproduceerd en voorzien van een inleiding: Het verhaal van een plakalmanak door Jan Roegiers en Un fou litteraire à l'affiche! door Francis Sartorius. Eerstgenoemde druk is een Leuvense 'Comptoir-Almanach' voor 1791 van Petrus Corbeels, boekdrukker en -verkoper te Leuven, wellicht ook de samensteller van de almanak. Roegiers verstrekt interessante biografische bijzonderheden over hem. De almanak wordt bewaard in de UB Leuven. Het tweede van deze efemera is een affiche op textiel gedrukt, vermoedelijk tussen januari 1848 en mei 1853 door de weduwe Grégoire. Inhoud en presentatie ervan zijn confuus, absurd, het produkt van 'un fou litteraire'. Zeer verzorgd en origineel eindejaarsgeschenk van drukkerij Ceuterick. [E. C.-I.]
1827 - Maarten VAN DIGGELEN & Hans-Dieter STEINMETZ, Die holländischen Karl-May-Ausgaben: 100 Jahre Karl May in den Niederlanden. - Hamburg: Karl-May-Gessellschaft, 1990. - 72 p.: ill. ; 21 cm. (Sonderheft; 87). Besteladres: Maximiliankorso 45, D-1000 Berlin 28.
Inleidende studie, maar vooral (p. 26-71) 'Bibliographie der niederlandischen Karl-May-Ausgaben 1890-1990'. Een goed werkstuk, zeker gezien de moeilijke vindbaarheid van (gegevens over) oudere edities van populaire literatuur. Vertalingen en bewerkingen verschenen vóór 1940 o.m. bij Van Goor (Gouda), H.J.W. Becht (Amsterdam), A.G. Schoonderbeek (Laren) en Hollandsch Uitgeversfonds (Amsterdam) ('Verlagsregister', p. 70-71). De talrijke goede illustraties van omslagen en titelpagina's zullen allicht bij velen herinneringen oproepen ...
De correcte formulering (p. 7) 'die in den Niederlanden und Belgien zwischen 1890 und 1990 in Niederländisch erschienen Kari-May-Ausgaben' wordt gevolgd door de boude uitspraak 'ins Flämische erfolgte bis zur Gegenwart noch keine Übersetzung' (sic!!!) - misschien kan dat als er ooit een Beierse, Hamburgse of Pommerse vertaling verschijnt (om op hetzelfde niveau te blijven). [M. d. S.].

Go Top
Archives et bibliothèques de Belgique - Archief- en bibliotheekwezen in België, dl. LXIII (1992), nr. 1-4 pp. 321-388: nrs. 1828-2020.
KRONIEK VAN HET GEDRUKTE BOEK
IN DE NEDERLANDEN TOT 1940

-18-
Afgesloten op 15 februari 1993
door
Elly COCKX-INDESTEGE (Brussel)
Pierre DELSAERDT (Leuven)
Marcus de SCHEPPER (BRUSSEL)
Werner WATERSCHOOT (Gent)
m.m.v. Jeroom MACHIELS (Gent)

Redaktieadres: E. Cockx-Indestege,
Koninklijke Bibliotheek, Keizerlaan 4,
B-1000 Brussel


Na de algemeenheden zijn de notities chronologisch gerangschikt en per thema of onderwerp (in vetjes) volgens een vast schema gegroepeerd: 1. Literatuurbericht en Vakwoordenboeken; 2. Bibliografie (methodologie en repertoria); 3. Drukmateriaal; 4. Zetten en drukken; 5. Drukkers, steden, regio's; 6. Boekillustratie; 7 Boekband; 8. Bibliotheken en Bibliofilie; 9. Boekhandel en Uitgeverij; 10. Onderwerpen.
De lezers van de Kroniek worden er aan herinnerd dat zij de redactie attent kunnen maken op recent verschenen publikaties en haar overdrukken van eigen artikelen kunnen doen toekomen. Een en ander wordt in dank aanvaard.

1828. - For Bob de Graaf, antiquarian bookseller, publisher, bibliographer: Festschrift on the occasion of his 65th birthday, ed. by Anton GERITS. - Amsterdam: A. Gerits & Sons, 1992. - 192 p.: ill.; 29 cm. - ISBN 90-7077504-2 Fl. 132, 50.
Antiquaar en uitgever Bob de Graaf werd terecht bedacht met een fraai boekwerk waarin zijn belangstellingssferen mooi aan bod komen: antiquariaat en uitgeverij, humanisme en reformatie, individu en gemeenschap. Naast de hartelijke stukjes als blijk van vriendschap en waardering, zijn er een aantal essayistische bijdragen over boeken, bibliografieën en dies meer. Enkele artikels binnen het domein van deze kroniek komen elders afzonderlijk aan bod. Uitdrukkelijk wijzen wij hier nog op twee nuttige bibliografische bronnen: een lijst van de 88 antiquariaatscatalogi (1960-1991; p. 53-55) en vooral de 'Bibliografie van Bob de Graaf (een keuze)' door zijn echtgenote en compagnon Emilie (p. 188-191). Daarin vallen vooral de belangrijke publikaties over vroege Nederlandse humanisten op. [M. d. S.]
Zie ook nrs.
1843; 1876; 1898; 1916; 1925; 1996
1829 - Ton CROISET VAN UCHELEN, Herman de la Fontaine Verwey, 1903-1989 in Quaerendo, 21, 1991, p. 242-266, portr.
Kees GNIRREP, Herman de la Fontaine Verwey's principal publications: a bibliographical survey in Ibidem, p. 266-312.
Prachtig getekend portret van de drie jaar geleden overleden Nederlandse boekhistoricus en bibliograaf. De lange ondertitel (hier niet opgenomen) van de tweede bijdrage verduidelijkt met welke sleutels deze bibliografie verder te ontsluiten valt: een titelregister, een lijst met boekrecensies en gelegenheidsgeschriften, en naamregister. Zal daar nog iets aan toe te voegen zijn ? [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2171
1830 - Elly COCKX-INDESTEGE, In memoriam Herman de la Fontaine Verwey (30.12.1903 - 17.12.1989) in De Gulden Passer, 69, 1991, p. 201-207, portr.
1831 - Hannie VAN GOINGA, In memoriam Bert van Selm, 1945-1991 in Quaerendo, 22, 1992, p. 83-88, portr.
Fijne schets van Bert van Selms persoonlijkheid en belangstellingssfeer: de geschiedenis van het Nederlandse boek, inz. de boekhandel. Dat onderzoeksgebied heeft hij rijp gemaakt voor verdere bewerking. Zijn studies en suggesties blijven inspirerend. [M. d. S.]
1832 - Elly COCKX-INDESTEGE (red.), Handleiding bij de beschrijving van oude en bijzondere drukken. - Brussel: Archief- en Bibliotheekwezen in België, 1991. - xix, 444 p.: facs.; 25 cm. - (Archief- en Bibbotheekwezen in België, Extranummer 42). - Bestaat ook in het Frans onder de titel Guide pour la description bibliographique des imprimés . anciens et précieux. - BF 3.500 BF.
Uitgebreide en op enkele punten aangepaste ISBD(A)-handleiding. Alle aspecten van een systematische, geautomatiseerde titelbeschrijving komen aan bod mét voorbeelden. Bijzondere aandacht is besteed aan het vastleggen van het hoofdwoord (autoriteiten!). De uitgebreide literatuurlijst geeft basiswerken op het gebied van het oude boek. De meertalige verklarende woordenlijst (p. 203-245) is een handig vaklexicon. De tachtig voorbeelden - alle afgebeeld! - illustreren de behandelde onderwerpen en vormen tevens een platenatlas bij de geschiedenis van het (westerse) boek. Twee registers: zakenregister (behandelde onderwerpen) en Register op de voorbeelden. [M. d. S.]
1833 - A.K. OFFENBERG, Hoe waterdicht zijn dateringen met watermerken? in De boekenwereld, 9, 1992, p. 2-11.
Korte maar heldere en overzichtelijke uiteenzetting in het Nederlands van methode van en relevantie bij het watermerkenonderzoek. [E. C.-I.]
1834 - IPH - International Paper History = Papiergeschichte International = Histoire internationale du papier. With IPH - Communications... Ed. Jenny HUDSON. 1, 1991- . - Redactie: J. Hudson, c/o Wiggins Teape, Research & Development Ltd., Butler's Court, Beaconsfield, Buckinghamshire HP9 IRT, UK.
Dit mededelingenblad dat ook kortere artikelen bevat is de opvolger van IPH- Information en Papiergeschichte en fungeert als het orgaan van de internationale vereniging van papierhistorici, IPH. [E. C.-I.]
1835 - Henk VOORN, Wonen in papiermakersland: papiermolens in Velp, Laag-Soeren en Rozendaal. - Zutphen: Bührmann-Ubbens Papier, 1991. - 48 p.: omslag, ill.; 20 cm.
Kort historisch overzicht, iconografisch gesteund, van een vijftiental papiermolens op de Beekhuizer- en Rozendaalse beken. [E. C.-I.]
1836 - 500 Jahre Buchdruck in Münster: eine Ausstellung des Stadtmuseums Münster in Zusammenarbeit mit der Universitätsbibliothek Münster, 5. Juli 1991 - 10. November 1991. Red. Gerd DETHLEFS. - Münster: Verlag Regensberg, 1991. - ISSN 0934-3288, ISBN 3-7923-0617-4. DM 24.
De vijfhonderdste verjaring van de boekdrukkunst te Münster, in 1985 was de aanleiding om een overzicht hiervan in een tentoonstelling te brengen. Een gedegen catalogus is er de neerslag van. Tussen 1485 en 1488 drukte Johann Limburg er zeven drukken in dezelfde geest waarin de Broeders des gemenen levens geschreven hadden. In 1507-1508 deed ene Os van Breda, Gregor, familie van de Zwolse drukkers, een poging doch zonder blijvend succes. In een veertigtal bladzijden geeft Bertram Haller een historisch overzicht van de boekdruk in Münster. Het catalogusgedeelte is hoofdzakelijk chronologisch opgevat waarbij speciaal de aandacht uitgaat naar schoolboeken en humanisme, reformatie en doopsgezinden, overheid en wetenschap, het boekwezen in de baroktijd (belangrijke periode), Aufklärung, Biedermeier, 'politiek katholicisme', industriële revolutie en privé persen, nationaal socialisme, naoorlogse tijd, om te eindigen met een bladzijde over moderne informatiesystemen en dragers niet van papier. De catalogus is met zorg en smaak uitgegeven, overvloedig geïllustreerd en vooral, met lezenswaardige teksten. [E. C.-I.]
1837 - A short-title catalogue of books printed in England, Scotland, & Ireland and of English books printed abroad 1475-1640. First compiled by A.W. POLLARD & G.R. REDGRAVE. Vol. 3 A printers' & publishers' index. Other indexes & appendices. Cumulative addenda & corrigenda by Katharine A. PANTZER, with a chronological index by Philip R. RIDER. - London: The Bibliographical Society, 1991. - xix, 405 p.; 32 cm. - £ 125.
In Index 2, 'Places other than London' staat p. 215-217 'Belgium'. De grote meerderheid van de chronologisch geordende verwijzingen betreft Antwerpen. P. 222-225 beslaat 'The Netherlands' met veel voor Amsterdam en Middelburg. [E. C.-I.]
1838 - Répertoire d'imprimeurs/libraires XVIe-XVIIe siècle: état au 31 décembre 1990 (2000 notices). - Paris: Bibliothèque nationale, 1991.-VIII, 306 p.; 30 cm. - (Etudes, Guides et Inventaires: 9). - ISBN 2-7177-1843-5; ISSN 0761-3385.
Aanzet tot een autoriteitenbestand van drukkers/uitgevers/boekhandelaars, 16de-18de eeuw. De inhoud van de eerste aflevering in 1988 verschenen is opnieuw opgenomen en het bestand is aanzienlijk uitgebreid, gesteund op de catalogus van anoniemen in de Bibliothèque nationale. Er is een topografisch register en een lijst van 550 bronnen. Op dit ogenblik zijn in dit repertorium 140 Noordnederlandse en 78 Zuidnederlandse namen aanwezig. De opnamen zijn geschied in het Intermarc-format en geven de essentiële informatie. Voor de naamsvorm heeft men zich, terecht, verlaten op de meest recente repertoria als Benzing e.a. of, bij ontstentenis hiervan, op de grootste frequentie in de drukken zelf. Toch plaats ik een vraagteken bij 'Plantin, Officine'; wat dekt die autoriteit? Het adres is evenwel in het Frans gegeven 'pour les pays étrangers dont le français est l'une des langues officielles'; Jacob van Liesvelt woont dus 'rue de la Chambre, sur le Pont'. Bij het opbouwen van autoriteitenbestanden komt het mij hoogst wenselijk voor dit aan de betrokken landen c.q. taalgemeenschappen over te laten: ook het aantal opnamen en de relevante informatie over minder bekende figuren kan hier slechts profijt bij hebben. [E. C.-I.]
1839 - W.K. GNIRREP, J.P. GUMBERT en J.A. SZIRMAI, Kneep en binding: een terminologie voor de beschrijving van de constructies van oude boekbanden. - Den Haag: Koninklijke Bibliotheek, 1992. - 126 p.: ill.; 30 cm. -ISBN 90-6259-096-9. Fl. 35.
Onontbeerlijk werkinstrument van de 'Terminologie-werkgroep' binnen het Belgisch-Nederlands Bandengenootschap. Van het boek worden achtereenvolgens de materialen, het boekblok, het naaien, de platten, de bekleding en de uiteindelijke afwerking behandeld. Per onderdeel worden een aantal termen aangereikt en besproken. Het boek is overvloedig geïllustreerd, wat een noodzaak is om een aantal aspecten toe te lichten of zelfs maar te bespreken. Van elke term worden Duitse, Engelse en Franse equivalenten verstrekt. De bibliografie is systematisch geordend en kritisch: de titels gaan vergezeld van een omschrijving van de inhoud en krijgen een beoordeling. Het boek sluit met registers in vier talen: Duits, Engels, Frans, Nederlands. [W.W.]
Zie ook nr.
2783
1840 - Elly COCKX-INDESTEGE en Jan STORM VAN LEEUWEN, Boekbandstempels. Systeem voor het ordenen van wrijfsels in Archief- en Bibliotheekwezen in België, 62, 1991, p. 1-98, ill.
In Nederland en Vlaanderen zijn vier grote wrijfselcollecties: die van de Bibliotheca Neerlandica Manuscripta (Leiden), die van de Koninklijke Bibliotheek (Den Haag), de collectie Hermans (Groningen) en de collectie Verheyden-Indestege (Dilbeek). Zij omvatten voornamelijk wrijfsels van banden uit de Nederlanden, van de late middeleeuwen tot de achttiende eeuw. Van dit bestand uitgaande hebben de auteurs de onderhavige systematisering opgezet, met nadruk op het Nederlandse gebied en op de genoemde periodes. Als eerste criterium wordt onderscheiden volgens het soort bandstempel (stempel, plaat, rol). Meest uitgewerkt en verfijnd is het beeldend criterium: heraldiek, mens, dier, plant, object, letters en cijfers, geometrische vormen. Elke bepaling levert een code op. De publikatie is goed en uitvoerig geïllustreerd en door een paar uitgewerkte voorbeelden verduidelijkt, zodat men ziet hoe het systeem in de praktijk werkt. De systematische codering maakt het makkelijker wrijfsels in te voegen in een groter geheel en ze daaruit op te roepen.
Deze publikatie is het resultaat van een werkgroep in het Belgisch-Nederlands Bandengenootschap, en waaraan verder hun medewerking verleenden Willem G.H. Barends, Wim van Dongen, Jos M.M. Hermans en Rens Top. [W.W.]
1841 - P.J. BUIJNSTERS, Het verzamelen van boeken: een handleiding. -Utrecht: H&S, 1992. - 320 p.: omslag, facs.; 21 cm. - ISBN 90-6194-128-8 geb., 90-6194-108-3 pbk. Fl. 49, 50.
Sterk uitgebreide druk van de eerste uit 1985. De twintig hoofdstukken behandelen niet uitsluitend te verzamelen boeken, maar 'en marge' ook een brok geschiedenis van het maken van boeken, met een overzicht in vogelvlucht van wat de aankomende boekenverzamelaar moet weten over papier, boekband en illustratie, over incunabelen en postincunabelen, handschriften, moderne eerste drukken en de zg. 'press books' of privé-drukken en -uitgaven. De eigenlijke thema's die B de revue laat passeren zijn Nederlandse literatuur, emblemata en fabelboeken, vertalingen van de klassieken, volksboeken en ander populair proza, liedboeken, kinderboeken, reisverhalen en atlassen, topografie en geschiedenis, architectuurboeken, sport en spel, natuurlijke historie en tuinboeken, kostuumboeken. Kookboeken kunnen behoren tot de populaire teksten, maar toch verwacht je een extra vermelding van dit zozeer in trek zijnde onderwerp! De geneeskunde is slechts heel even aangeraakt, omdat men hier te veel van het vak moet kennen. Dat is ook zo, maar er zijn, althans in Vlaanderen, heel wat geneesheren die ook bibliofiel zijn (of het willen worden).
De opdracht die B zich gesteld heeft, was niet eenvoudig: waar de grens te trekken tussen wat wel en wat niet verteld? Daarom is de systematisch geordende literatuurlijst achterin uiterst welkom. Het boek is in een goede toonaard geschreven, leest vlot en bevat heel veel wetenswaardigs. Ik betreur maar één zaak: het is vrijwel exclusief Noordnederlands gericht. Een hoofdstukje geschiedenis van de bibliofilie in Nederland (of Nederland en Vlaanderen) met verwijzingen naar enkele grote namen, had niet misstaan. Maar laten wij niet te veel wensen en verheugd zijn over deze uitstekend geschreven handleiding die de aankomende verzamelaar niet meer kan ontberen. [E. C.-I.]
1842 - Bert VAN SELM, Inzichten en vergezichten: zes beschouwingen over het onderzoek naar de geschiedenis van de Nederlandse boekhandel. Bewerkt en van noten voorzien door Hannie VAN GOINGA en Paul HOFTIJZER, met een bibliografie van de auteur samengesteld door Piet VERKRUIJSSE. - Amsterdam: De Buitenkant, 1992. - 124 p.: ill.; 23 cm. - ISBN 90-70386-47-X. Fl. 35.
Bert van Selm heeft zich vooral toegelegd op de studie van boekhandel en boekenbezit/lectuur. Pas benoemd tot bijzonder hoogleraar in de geschiedenis van de uitgeverij en boekhandel aan de Universiteit van Amsterdam, gaf hij in 1990 een reeks colleges waarin hij de huidige stand van het onderzoek op dat terrein voorstelde. Belangrijker evenwel waren de nieuwe hypotheses die hij voorstelde en enkele mogelijke, maar minder benutte, andere bronnen. Vijf van deze colleges werden hier uitgegeven. Toegevoegd is een zesde lezing (over Bontekoe), evenals een chronologische bibliografie van zijn werk (345 nrs.; inclusief enkele (nog) niet gepubliceerde lezingen). De zes exemplarische lezingen handelen over: (1) Mogelijkheden en beperkingen van fondsreconstructie (p. 12-31); (2) De studie van magazijnvoorraden: inzichten en vergezichten (p. 32-45); (3) Uit de voorgeschiedenis van de vaste winkelprijs (p. 46-61; overigens blijkt hij daarvan bepaald geen voorstander!); (4) Onderzoek naar volkslectuur in de vroegmoderne tijd (p. 62-76); (5) Particuliere bibliotheken en boekbezit in de Republiek (p. 78-95); (6) Wat las schipper Bontekoe? (1587-1657) (p. 96-107). Het boek is fraai vormgegeven, met o.m. elk hoofdstuk in een andere, gedekte, kleur. Het gebruik van de Gill Sans Light voor de cursief, naast de Times, levert echter geregeld een minder fraaie combinatie op.
Verplichte lectuur voor (boek)historici en voor al wie zich met de verspreiding van teksten bezighoudt: 'de geschiedenis van de boekhandel vormt de ruggegraat van de Nederlandse cultuurgeschiedenis' (p. 42) citeert Van Selm met grote instemming. [M. d. S.]
Zie ook nrs.
1865; 2235
1843 - J.A. GRUYS, Nolite thesaurizare vobis thesauros in For Bob de Graaf..., p. 121-126, ill. (cfr. nr. 1828).
Aardige kijk in de keuken bij het klaarstomen van een 'drukkersregister' [M. d. S.]
1844. - Jeanne BLOGIE, Répertoire des catalogues de ventes de livres imprimés. IV. Catologues néerlandais appartenant à la Bibliothèque royale Albert Ier. - Bruxelles: Tulkens, 1992. - vii p., 570 kol.; 28 cm. - BF 5.830.
Na de Belgische, Franse en Britse catalogi (1982, 1985, 1988) verschijnt thans het repertorium met het bezit van de Brusselse K.B aan catalogi uit Nederland. Opgenomen werden veiling- en prijscatalogi (incl. facsimiles) tot 1980. De veilingcatalogi zijn chronologisch geordend (kol. 1-262) met vermelding van datum, plaats, veilinghouder, verzamelaar, collatie, onderwerp, andere objecten dan gedrukte boeken (handschriften, prenten etc.), redacteurs en inleiders, bijkomende gegevens, bibliotheeksignatuur. De prijscatalogi (kol. 265-402) zijn geordend per verkoper (in chronologische c.q. numerieke orde), met grosso modo dezelfde gegevens. Het lijkt wel nuttig hier nogmaals te wijzen op het criterium dat de catalogi gedrukte boeken dienden te bevatten. Veilingen of prijscatalogi met bv. uitsluitend handschriften of grafiek zijn dus niet opgenomen !
De lijst van geraadpleegde werken (p. V) is een goede bibliografische introductie. Er zijn 247 catalogi tot 1800 - daaronder enkele hele vroege uit 1604 (J. Dousa) en 1619 (Raphelengii), of belangrijke als A. Commelin (1646, boekverkoper), H. Laurens (1649, boekverkoper), D. Heinsius (1655), P. Scriverius (1663), N. Heinsius (1683: drie exemplaren!), F. Halma (1710, boekwinkel), P. vander Aa (1729, drukker-uitgever) etc. etc. Er zijn ook vrij wat prijscatalogi uit dezelfde periode. Die zijn echter niet chronologisch, doch slechts op naam van de boekverkoper terug te vinden (en die moet men dan eerst kennen ... ): zo Joannes Blaeu (1659 - met handschriftelijke aanvullingen!), A Blussé (1779/1781), J.-B.-N. Dusaulchoy (1787), de Elzeviers (kol. 306), E. Foulque (1694), B. Gibert (1737), P. Gosse (1730, 1740), J.J. Hummel (1780), Th. Johnson (1706), J.A. Langerak (1740), M.C. Le Cene (zj.), J. Le Mair (1780), Luzac & Van Damme (1777), P. Marret (1699), A. Moetjens (1696, 1699), J. Morterre (1758), (frères) Murray (1793), J. Neaulne (1744), E. Roger (1699, 1702), H. Scheurleer (1720, 1729), J. ten Hoorn (1678), P. vander Aa (1715), J. van Duren (1740), Janssonius van Waesberghe (1721, 1730), B. Wild (1791, 1792, 1794).
De registers op namen (op het geheel, kol. 403-564 - let wel: op 'de' en 'van' i.p.v. op de stam) en onderwerpen (enkel voor veilingen, kol. 565-570) ontsluiten dit repertorium voor verder onderzoek. Naast bibliografische meerwaarde (zoals identificatie van verzamelaars bij 'anonieme' veilingen), is er jammer genoeg ook een boekhistorische lacune: de naam van de drukker als die niet identiek is met veilinghouder of boekverkoper, bv. H. van Haestens staat op de titelpagina vermeld van de Raphelengii-veilingcatalogus, maar dat gegeven is helaas niet verwerkt in het repertorium. Samen met delen 4 en 8 van de Catalogus der Bibliotheek van de Vereeniging ( ... ), de repertoria van Frits Lugt (1938-1987) en F. Vandenhole (UB Gent 1987 - zie Kroniek 14,
nr. 1147), is dit een onmisbaar naslagwerk voor de Nederlandse boekhandelsgeschiedenis. Het boek is keurig gedrukt op getint papier en gebonden, ut decet. [M. d. S.]
Zie ook nrs. 2043; 2779
1845 - Robert AMIET, Missels et bréviares imprimés (supplément aux catalogues de Weale et Bohatta). Propres des saints (édition princeps). - Paris: CNRS, 1990. - XIV, 623 p.; 25 cm. - (Documents, études et répertoires).
De lijst van de missaaldrukken (per bisdom en per orde) door J. Weale dateert van 1886, die van de breviaria (Romeinse, per orde, per bisdom) door H. Bohatta van 1937. Daarop volgt, voor het eerst gepubliceerd, de Catalogus proprium sanctorum (per bisdom, per orde, per abdij, per specifieke kerk). Registers van de bewaarplaatsen, een korte literatuurlijst, een chronologische index en een alfabetisch register van de drukkers en boekverkopers maken van dit repertorium een nuttig werkinstrument. [E. C.-I.]
1846 - John LANDWEHR, VOC: a bibliography of publications relating to the Dutch East India Company 1602-1800. Ed. by Peter VAN DER KROGT; introd. by C.R. BOXER; pref. by G. SCHILDER. - Utrecht: HES, 1991. -xlii p., xvi p. pl., 840 p.: ill.; 28 cm. - ISBN 90-6194-497-X. Fl. 850.
Belangrijke bibliografie van publikaties voor, door en over de Verenigde Oost-Indische Compagnie (zie Kroniek 16
nr. 1540). Diepgaande beschrijving (titel, collatie, inhoud, drukgeschiedenis) van boeken, ephemera en plano's, gedrukt in Nederland (o.a. officiële drukkers in Amsterdam en Middelburg), maar ook Batavia (ca. 1660- ), Colombo (1737- ) enz. De 1674 werken zijn systematisch geordend (per genre). Er zijn registers op (1) boekverkopers, uitgevers, drukkers (p. 755-762); (2) drukken te Batavia (chronologisch, p. 763767); (3) drukken te Colombo (chronologisch, p. 769-770); (4) titels (alfabetisch, p. 771-783); (5) namen en zaken (p. 785-834!). In de inleiding wordt o.m. aandacht besteed aan drukkersmerken (p. xxxi-xiii) en boekbanden. [M.d.S]
1847 - J.A. GRUYS, [Addenda & Corrigenda bij] J.A. Gruys & C. de Wolf Thesaurus 1473-1800 in Dokumentaal, 21, 1992, p.68-72.
Derde serie aanvullingen bij de Thesaurus (zie Kroniek 16
nr. 1532 en 17 nr. 1716). [M. d. S.]
Zie ook nr. 2029
1848 - Huib VAN KRIMPEN, Meestal uitzonderlijk. - Utrecht: Matrijs, 1991. 32 p.: facs.; 21 cm. - ISBN 90-5345-009-2. Fl. 12, 50.
Fraaie plaquette over drukkers- en uitgeversmerken doorheen de eeuwen, naar aanleiding van het tienjarig bestaan van de Stichting Matrijs. De besproken vignetten zijn alle in de rand gereproduceerd. [E. C.-I.]
1849 - Jan MATERNÉ, Archivering rond de eeuwwisseling: de vroegste inventarisatie van het Plantjns archief (1876-1926) in De Gulden Passer, 69, 1991, p. 182-199.
Onder 'Plantijns archief' wordt verstaan de bedrijfsboekhouding van de Officina Plantiniana, de boekhoudkundige stukken m.b.t. de Moretussen e.a., het huishoudelijk archief van Plantijn zelf en zijn opvolgers, resten van de correspondentie door Plantijn en de Moretussen gevoerd. In 1926 verscheen hiervan een inventaris, aangevat door Max Rooses en gepubliceerd door Jan Denucé. Materné gaat in dit artikel na hoe deze beide (eerste) conservatoren van het Museum Plantin-Moretus te werk gegaan zijn. Naar het blijkt is het ordenen niet volgens een vooropgezet plan geschied: de historische belangstelling voor de aartsdrukker vormde de eigenlijke leidraad, waardoor de oorspronkelijke ordening soms grondig werd verstoord en ook niet altijd een spoor heeft achtergelaten. Bovendien heeft Denucé de inventaris in bijzonder ongunstige omstandigheden moeten afwerken en publiceren. De conclusie luidt dat een nieuwe inventarisatie zich opdringt. [E. C.-I.]
1850. - De hemel op aarde: Vlaamse devotieprenten uit de 17de en 18de eeuw. Samenstelling: Jean Luc MEULEMEESTER in Vlaanderen, 41, 1992, p. 138-224 (met eigen paginering: 1-88), ill. (Themanummer van het tijdschrift Vlaanderen; beheer/administratie: Adiel van Daele, . Lindenlaan 18, B-8700 Tielt).
De hier besproken grafiek loopt grotendeels parallel met de boekillustratie; daarom wordt de uitgave van dit speciale nummer hier meegedeeld. Eén opstel dient in dit verband speciaal te worden vermeld: Jos Andriessen geeft 'Een verkenning van de geestelijke literatuur in de 17de en 18de eeuw' (p. 211-216). [E. C.-I.]
1851 - Manfred VON ARNIM, Europäische Einbandkunst aus sechs Jahrhunderten: Beispiele aus der Bibliothek Otto Schäfer Schweinfurt 1992. (Ausstellung vom 11. Oktober 1992 bis 28. März 1993). - Schweinfurt: Bibliotheek Otto Schäfer, 1992. - XVII, 494 p.: ill.; 33 cm. - DM 150.
Somptueus boek met voor de keuze van 219 banden telkens de opening van beschrijving en toelichting, en de kleurenreproduktie. In het register staan s.v. Belgien vijf banden (tussen 1537 en 1605): drie Antwerpse, één Brugse en één Brusselse (de in 1992 verworven schitterende goudgestempelde prijsband voor Hendrik Smits, student bij de jezuïeten te Brussel in 1605). S.v. Niederlande staan zeven banden: één Amsterdamse, één niet gedetermineerde en... de vijf Zuidnederlandse. [E. C.-I.]
1852 - Goud en velijn: Middelburgse boekbanden van de 17de tot de 19de eeuw. [Tentoonstelling] Zeeuwse Bibliotheek Middelburg 28 augustus tot en met 10 oktober 1992. - Middelburg: Zeeuwse Bibliotheek, 1992. - 56 p.: omslag, W.; 21 cm.
[Bundel opstellen door] Jan STORM VAN LEEUWEN, Arnold WIGGERS, Marijn DE VALK; inleiding Ronald RIJKSE. - Middelburg: Stichting Zeeuwse Katernen, 1992. - 92 p.: ill.; 21 cm . - (Zeeuwse Katernen; 9).
Onder deze gezamenlijke titel verschenen twee afzonderlijke publikaties, de tweede met enige vertraging. Uit verschillende bibliotheken in Nederland en de KB te Brussel was een stel zeer fraaie en interessante Zeeuwse banden samengebracht en summier beschreven. Jan Storm van Leeuwen behandelde 'De achttiende eeuw: hoogtij van fraai Middelburgs bindwerk', Arnold Wiggers deed een poging om Jan Dane te identificeren met de zg. Satisfactie-binderij. Marijn de Valk, als restauratrice aan het Zeeuwse Archief verbonden, bestudeerde de gebruiksboekbanden voornamelijk uit perkament en kon daar in enkele gevallen rekeningen uit het archief aan relateren. [E. C.-I.]
1853 - Aanvulling op de tentoonstellingscatalogus De prijs is het bewijs: vier eeuwen prijsboeken. - Den Haag: Koninklijke Bibliotheek, 1992. - 42 p.; 21 cm. - ISBN 90-6259-104-3.
De overbrenging van de tentoonstelling in de UB Leuven (cf. Kroniek 17
nr. 1720) naar de KB Den Haag, heeft aanleiding gegeven tot een supplement. Jan Storm van Leeuwen verantwoordt dit in een woord vooraf: de rijkdom aan prijsbanden in Nederland is immers groot. Bovendien is ook aandacht geschonken aan het fenomeen prijsuitreiking zelf. Het catalogusgedeelte is betrekkelijk summier gehouden maar er gaan twee opstellen aan vooraf: Jan Spoelder, 'Over promotie en prijsuitreiking op de Latijnse school' en Jan Storm van Leeuwen, 'Prijsbanden van andere scholen'. [E. C.-I.]
Zie ook nr. 2860
1854 - Xavier DE GHELLINCK VAERNEWYCK & Eric SPEECKAERT, Répertoire des fers à reliures publiés en dehors de l'Armorial belge du Bibliophile (1930) in Le livre et l'estampe, 37, 1991, n° 136, p.341-346.
Aanvulling op het in 1930 verschenen Armorial van De Jonghe d'Ardoye, Havenith en Dansaert: een negentigtal niet eerder gerepertorieerde super-exlibris van meer of minder bekende personages uit onze gewesten. [E. C.-I.]
1855 - Voor de kruyd-lievende leser: de bibliotheek van de Amsterdamse Hortus in de 17e en 18e eeuw. Catalogus bij de tentoonstelling 23 juli - 11 september. Met een alfabetische catalogus van de 18e-eeuwse bibliotheek samengesteld door de sectie Zeldzame en Kostbare Werken. Het erfgoed van de Commelins 23 juli - 11 september: wandelroute door de Hortus botanicus plantage, toegelicht door Bob Ursem. - Amsterdam: Universiteitsbibliotheek, 1992. -128 p.: omslag, front., ill.; 30 cm. - ISBN 90-6125-422-1.
De titel van deze fraaie catalogus is genomen uit het voorwoord van de eerste plantencatalogus die de eerste botanicus, Jan Commelin (+ 1692), samenstelde. De boeken die tijdens de zeventiende en achttiende eeuw zijn verzameld, bevinden zich nu in de UB. Een keuze hieruit was hier ook tentoongesteld: handschriften, tekeningen, prenten en drukken; hieronder enkele zéér opmerkelijke documenten. Ze zijn rond negen thema's gegroepeerd. Daarop volgt de 'Alfabetische catalogus van de 18e-eeuwse Hortus-Bibliotheek', gereconstrueerd naar de handgeschreven catalogus van ca. 1765, omstreeks 1800 bijgewerkt. Kees Gnirrep heeft o.m. de inleiding geschreven en het geheel gecoördineerd. De lijst van gebruikte literatuur en het onmisbare register ontbreken niet! Voortreffelijk werk. [E. C.-I.]
1856 - Zeldzaam & kostbaar: vijf jaar aanwinsten Bijzondere Collecties 1987-1991 (Eindred. Ad LEERINTVELD & Henk PORCK). - Den Haag: Koninklijke Bibliotheek, 1992. - 286 p.: ill.; 21 cm. - (Tentoonstellingscatalogi en -brochures van de Koninklijke Bibliotheek; 43). - ISBN 90-6259107-8; ISSN 0169-3557. Fl. 40.
Tot voor vijf jaar werden de voorname aanwinsten van de Haagse KB in het jaarverslag vermeld. Het was beslist een goede gedachte om de sedert 1987 verworven stukken in een tentoonstellingscatalogus op te nemen. Die valt in twee delen uiteen: 1. de eigenlijke catalogas waarin een keuze uit de aanwinsten beschreven en soms toegelicht is, te weten middeleeuwse handschriften, wiegedrukken en postincunabelen, oude drukken 1540-1800, namiddeleeuwse handschriften, zeldzame en kostbare werken van de negentiende en twintigste eeuw, papierhistorische documenten en boekbanden; 2. de aanwinstenlijst, waarin de onder 1 beschreven stukken niet weer zijn opgenomen en op handschriften, papierhistorische documenten en boekbanden betrekking hebben.
Het catalogusgedeelte is doorlopend genummerd, de aanwinstenlijst per type document (H = handschriften, P = papierhistorische documenten, B = boekbanden). Of nu àlle in de betrokken jaren verworven documenten zijn gesignaleerd dan wel beschreven en toegelicht, is mij niet geheel duidelijk. Maar goed, als men het gebodene bekijkt, kan men alleen maar versteld staan van het vele goede dat in moeilijke tijden is bijeen gebracht. Een paar aanwinsten hebben zelfs de krant gehaald - en dat wil wat zeggen! Van de incunabelen en postincunabelen (waarvoor 'het magere jaar' 1986 wordt meegerekend) wordt een beknopt overzicht gegeven. Er zijn voornamelijk drukken uit de Nederlanden gekocht, maar ook enkele buitenlandse. Van de Oude drukken 1541-1800 is geen uitputtende lijst gegeven. Hier ook maar een kleine selectie bieden is weinig zinvol want ze zou te subjectief zijn.
De titelbeschrijvingen zijn gevolgd door de vermelding van de herkomst (aankoop of schenking) en het plaatsnummer. Een toelichting ontbreekt soms geheel. De catalogus, in een bescheiden formaat uitgevoerd, heeft een aantal illustraties waaronder acht in kleur (van matige kwaliteit). Waar de tekst gezet is, wordt niet vermeld (wel de drukker: Enroprint). Het is niet slecht, maar de hand van Treebus is niet te bespeuren. Zeker niet in het omslag dat mij gedachten geeft over een bloederig lijk uit een koelkast gevallen; de lettercombinatie deugt evenmin: goede wijn behoeft wél een krans! [E. C.-I.]
1857 - Emile VAN BALBERGHE, Les manuscrits médiévaux de l'abbaye de Parc. - Bruxelles: A. Ferraton: E. Van Balberghe, 1992. - 183 p.: ill.; 24 cm. - (Documenta et Opuscula; 13). - ISBN 2-930053-00-3; ISSN 07791283. BF 1.200.
De praemonstratenzerabdij Park te Heverlee bij Leuven, gesticht in 1129, bestaat nog steeds. Haar oude-boekenbezit is helaas niet meer wat het ooit was. Aan de lotgevallen van de middeleeuwse handschriften heeft Emile Van Balberghe, historicus, uitgever en boekhandelaar, gedurende de afgelopen twintig jaar een aantal opstellen gewijd die in feite een brok bibliotheekgeschiedenis zijn. De idee om ze gebundeld uit te geven en de wijze waarop ze gepresenteerd zijn, verdienen alle lof. Het voorbericht door Jean-François Gilmont, ad personam, getuigt van hun beider vriendschap en kennis van het oude boek in al zijn facetten.
De studies zijn onder drie hoofdingen samengebracht. In het eerste kapittel worden de opeenvolgende catalogen van Park besproken. De oudste is van Joannes Masius (1635) en opgenomen in de Bibliotheca Belgica manuscripta van Sanderus. In 1789 is er een catalogus opgesteld in opdracht van Jozef II met het oog op verplichte verkoop (niet meer integraal bewaard gebeleven). Toch bleven de handschriften tot in 1829 in de abdij, jaar waarin ze door het klooster zelf zijn verkocht op de veiling van Henri Baumans, drukker-boekverkoper te Leuven (vier exemplaren van deze veilingcatalogus zijn bekend). Vooraleer ze in handen van de verkoper te geven, hebben de paters evenwel opdracht gegeven het goudgestempelde super-exlibris (doorgaans drie lelietjes van dalen) weg te schrapen... Er zijn ook enkele drukken bekend met zo'n geschonden band. Bij de kopers was o.m. Sylvain van de Weyer die voor de Koninklijke Bibliotheek kocht. Post factum, bij het begin van deze eeuw, had de toenmalige archivaris van Park, R. Van Waefelghem, een inventaris opgesteld van de handschriften van de oude abdij. In het tweede hoofdstuk gaat VB de herkomstkenmerken na: de band (vnl. de rug), het wapen op de band, de oude plaatsnummers, de handgeschreven inscripties. In het derde hoofdstuk gaat de auteur nader in op de teksten en de auteurs. Vermelden we hier een fragment van een Brusselse wiegedruk (CA 810a; Polain 4380), een andere druk van dezelfde drukkers, de Fratres vitae communis (CA 398; Polain 1011), een druk van Colard Mansion (CA 1683).
Hoewel dit werk geen synthese kan worden genoemd, is het niet moeilijk de draad van de geschiedenis te volgen, onder meer dank zij de goede pen en de nauwgezetheid van de auteur. Deze zeer smaakvol en keurig uitgevoerde publikatie, op papier van uitstekende kwaliteit, goed gezet en natuurlijk met voetnoten (en geen eindnoten) bevordert ontegenzeglijk de lectuur en de raadpleging. [E. C.-I.]
1858. - De 'wereld' binnen handbereik: Nederlandse kunst- en rariteitenverzamelingen, 1585-1735. Hoofdredactie: Ellinoor BERGVELT, Renée KISTEMAKER; eindredactie: Hinke WIGGERS. - Zwolle: Waanders Uitgevers; Amsterdams Historisch Genootschap, 1992. - 368 p.: W.; 29 cm. -ISBN 90-6630-352-2 geb. ISBN 90-6630-353-0 pbk. Fl. 69, 50; BF 1.385 (verdeler in België Diogenes Boeken BVBA, Paulus Beyestraat 135, B-2100 Deurne)
Het grootste aantal Nederlandse verzamelaars woonde in de zeventiende eeuw in Amsterdam. Verzamelaars op velerlei gebied: schilderijen, prentkunst, rariteiten (met name de naturaliënkabinetten), handschriften, drukken, atlassen, munten, exotische objecten. Deze brede waaier van voorwerpen was nog nooit eerder als geheel bestudeerd, omkaderd door de historische, maatschappelijke en religieuze achtergronden, nog minder gepresenteerd. Met vereende krachten van velen is het uitgebreide onderzoek in twee publikaties geresulteerd: een deel met essays (het hier voorliggende) en een deel met de beschrijving van over de vierhonderd voorwerpen. Elk hebben hun eigen literatuurlijst en eigen register.
Boeken zijn normaliter geen rariteiten (tenzij bedoeld wordt dat ze zeer zeldzaam, ja uniek zijn!). Wel hebben rariteiten, aanvankelijk de uit Oost- en West-Indië afkomstige voorwerpen, later ook uit andere overzeese gebieden aanleiding gegeven tot het inventariseren van collecties en het uitvoerig beschrijven en illustreren van de objecten in meestal prachtige publikaties. Rariteiten kunnen verder nog opgedeeld worden in naturalia en artificialia. Tot de eerste behoren de dieren (veelal opgezet), anatomische preparaten, planten (levend of op sterk water), schelpen, gesteenten, enzovoort. Tot de tweede zijn te rekenen gesneden stenen, archeologische vondsten, munten en alle andere uitingen van kunst, het boek inbegrepen. Die collecties, al of niet op één van deze specialismen toegespitst, konden het privé bezit zijn van één verzamelaar, maar zij konden ook als zodanig door een wetenschapper zijn bestudeerd, ongeacht in welke collectie de stukken zich bevonden. 'In 't kleen, de groote weerelt': een soort encyclopedie in beeld!
De collecties kwamen tot stand door aankoop (liefst ter plekke, op reis dus), ruil, schenking of vererving - het is met bibliotheken niet anders - en vielen uit elkaar, meestal op een veiling, zoals het geval was met Jan Jacobsz. Swammerdam (+ 1678); de catalogus beslaat 143 bladzijden. Maar Swammerdam had intussen al wel een standaardwerk over de microscopische diertjes uitgegeven. Eerder uitzonderlijk werd de wens van de verzamelaar gerespecteerd en bleef de collectie in haar geheel, vooral dan dank zij de wilsbeschikking van de eigenaar, zoals Michiel Hinloopen (+1708) wiens collectie van 7000 prenten aan de stad Amsterdam is nagelaten. In de bijdrage van Jaap van der Veen, 'Met grote moeite en kosten' wordt op de totstandkoming van dergelijke verzamelingen ingegaan. Kleinere voorwerpen worden in kabinetten bewaard, een typisch meubel dat aanvankelijk in Nederland werd geïmporteerd, o.m. uit Antwerpen (C. Willemijn Foch).
C.L. Heesakkers wijdt een opstel aan de 'Schatkamers van geleerdheid: verzamelingen van humanistische geleerden'. Hun visie op de oudheid, en niet zozeer hun lust om te verzamelen, heeft hen aangezet om te zoeken naar antieke teksten (in handschrift of druk), inscripties, oudheden van eigen bodem, munten, contemporaine teksten, brieven, alba amicorum, handtekeningen. In de Noordelijke Nederlanden begon die zoektocht in de tweede helft van de zestiende eeuw: een Janus Dousa (+ 1604), zijn zoon Georgius (+1599), de Leidse arabist Thomas Erpenius (+1624), Levinus Warner (+1665), Josephus Scaliger (+1609), Bonaventura Vulcanius (+1614), Petrus Scriverius (+1660). Van de bibliotheek van deze laatste bestaan twee veilingcatalogi die een beeld geven van zijn grote en gevarieerde boekenverzameling. Verder zijn nog te noemen Janus Gruterus (+1627) met zijn beroemde album amicorum, Jan van Hout (+1609), Joannes Georgius Graevius (+1703), Isaac Vossius. Op het gebied van de inscripties moet Oger Ghislain Busbequius (+ 1591) extra worden vermeld, evenals Martinus Smetius (+ ca.1578). Hadrianus Junius (+1575) publiceerde zijn Batavia, aanzet tot een geschiedenis van het graafschap Holland.
Ook de Italiaanse kunst en de klassieke cultuur wekt belangstelling: zie bv. het Groot stedeboek van geheel Italië,gepubliceerd door Christoffel Alberts te 's-Gravenhage in 1724. Jaap van der Veen bestudeert in zijn opstel 'Liefhebbers, handelaren en kunstenaars: het verzamelen van schilderijen en papierkunst' vnl. twee bronnen, te weten boedelinventarissen en veilingcatalogi. Deze laatste verschenen pas tegen het einde van de zeventiende eeuw. Eén zo'n verzamelaar doet zich kennen door in zwarte banden gebonden albums en boeken met het jaartal 1637, die in prentenkabinetten en bibliotheken worden aangetroffen (afb. 94).
K. van Berkel onderzoekt de band tussen de 'Zeventiende-eeuwse Nederlandse naturaliënkabinetten en de ontwikkeling van de natuurwetenschap' en brengt ons bij de voorname publikaties op dit gebied: de naturaliënkabinetten zijn het bronnen- en bewijsmateriaal voor hun publikaties. In Nederland is Bernardus Paludanus de eerste verzamelaar van naturalia; de inventaris van zijn collectie is de eerste gedrukte. Swammerdam was de andere grote verzamelaar. Albertus Seba's collectie is beschreven en afgebeeld in een vierdelig werk te Amsterdam uitgegeven, evenals Georg Rumphius' Amboinsche rariteitkamer die ook objecten uit andere Nederlandse collecties bevatte.
Over het boeken- en atlassenbezit van verzamelaars schrijft Jan van der Waals. Het begint met de handleiding van Joannes Lomeier voor het inrichten van een bibliotheek (Zutphen 1663); veilingcatalogi van belangrijke boekenverzamelaars, zoals die van Nicolaus Heinsius uit 1683 (13.000 nummers), vormden hierbij een richtsnoer. In de doorgaans kleinere bibliotheken trof men vnl. catalogi van verzamelingen muntboeken (Goltzius!), klassieke geschiedenis, boeken over naturalia en atlassen aan. Met atlassen wordt bedoeld de collectie tekeningen en prenten, horend bij de boeken en/of objecten. Uit de briefwisseling van de verzamelaars blijkt ook dat er tijdens de zeventiende eeuw althans, boeken werden uitgeleend.
Jaap van der Veen behandelt in zijn opstel, dat de ondertitel heeft 'Negentig Amsterdammers en hun kabinetten', de bibliotheken van deze verzamelaars, overigens grotendeels met een Zuidnederlandse achtergrond. Minstens veertig van de negentig hadden een bibliotheek, d.w.z. méér dan enkele tientallen titels; de boeken hadden een ondersteunende functie bij de collectievorming; toch was het geïllustreerde en fraai gebonden boek verzamelobject bij uitstek! De auteur heeft een lijst gepubliceerd met biografische informatie (bijlage 1) en onderzocht de motieven van de verzamelactie.
De laatste bijdrage belicht een ander aspect, te weten de bezoekers van de Nederlandse kabinetten (Roelof van Gelder). Deze auteur geeft een topograflische lijst van de niet- Amsterdamse verzamelaars (bijlage 2).
Dit boek is ongemeen rijk aan inhoud. Het bevat grotendeels nieuwe gegevens of plaatst bekende gegevens in hun juiste context of in een nieuw daglicht. De publikatie is het resultaat van ongetwijfeld ingespannen arbeid van velen, die bovendien op een gestelde tijd moest klaarkomen (tentoonstelling!). Het komt mij voor dat hier en daar sporen van 'werken onder druk' te merken zijn: herhalingen binnen één artikel, redundantie bij de lectuur van het geheel. Het is natuurlijk ook geen synthese, eerst moest dit verkennend onderzoek gebeuren. En daarvoor kunnen we de auteurs alleen maar van harte dankbaar zijn. Bovendien is het een prachtig boek met een overvloed aan wel gekozen afbeeldingen (waaronder heel wat in kleur). Tot het resultaat van deze niet eenvoudige publikatie heeft ook de vormgever Harry Veltman een belangrijke bijgedrage geleverd. Eindnoten (per opstel genummerd) in plaats van voetnoten is weliswaar geen schoonheidsfout maar wél een fout: het lezen moet een plezier blijven en alleen voetnoten worden met plezier gelezen. [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2378
1859 - Han BROUWER, Lezen in de provincie. Zwolle in de late achttiende en negentiende eeuw in J.J. KLOEK en W.W. MIJNHARDT (red.), Balans en perspectief van de Nederlandse cultuurgeschiedenis. De productie, distributie en consumptie van cultuur. - Amsterdam: Rodopi, 1991, p. 127-134.
De auteur vraagt zich af of de these van Engelsing over de toename en de democratisering van het lezerspubliek in de tweede helft van de achttiende en in de negentiende eeuw ook toepasbaar is op Nederland. Voor zijn antwoord richt hij zich op de boekaanschaf, 'want aangenomen mag worden dat het boekenkopend publiek een belangrijk segment van het lezerspubliek vormt.'
Als bron gebruikt hij de klantenboeken van drie Zwolse boekverkopers, die samen de periode 1777-1901 dekken. Zo komt hij tot een drietal - soms verrassende vaststellingen. Ten eerste: het boekenkopend publiek was gering in aantal, en bleef dat ook lange tijd. Wanneer dit publiek verder wordt opgedeeld naar de omvang van zijn bestedingen, is het beeld nog minder fraai: Ca 60% waren incidentele kopers, en een kwart van de bestedingen was bestemd voor papier, pennen, inkt enz.
Twee: de sociologische benadering van cultuur, volgens dewelke de verdeling van cultuurgoederen zou verlopen langs de lijnen van de sociale stratificatie, gaat niet op. Weliswaar bleef de onderste sociale laag volledig afwezig bij de boekhandelaars, maar ook hoger opgeleiden behoorden voor de helft tot de incidentele kopers. Anderzijds kende de groep regelmatige en frequente kopers ook uitlopers tot in de kleine burgerij.
En tenslotte: de complementaire kanalen van lectuurverwerving, de bibliotheken en leesgezelschappen, waren wel belangrijk. Maar hier groeide het ledenaantal zelden boven enkele procenten van de totale bevolking.
Of hoe de boekgeschiedenis haar nut doet met nauwkeurig onderzoek en genuanceerd denken. [P.D.]
1860 - A.H. LAEVEN, The Frankfurt and Leipzig book fairs and the history of the Dutch book trade in the seventeenth and eighteenth centuries in Le Magasin de l'Univers... (cfr. nr. 1865), p. 185-197.
Belangrijk overzicht van de stand van zaken m.b.t. een sleutelactiviteit van de Europese boekhandel: de beurzen van Frankfort en Leipzig. [M. d. S.]
1861 - Otto S. LANKHORST, Vijftien pakketten catalogi teruggevonden: Nederlandse boekhandelscatalogi in Sint Petersburg in De boekenwereld,9, 1992-1993, p. 66-76, ill.
Verslag van een fascinerende vondst: 728 Nederlandse boekhandelscatalogi in de Nationale Openbare Bibliotheek van Rusland (olim Saltykow-Shchedrin Bibliotheek). Daarvan zijn er 392 unica! Er zijn 595 veilingcatalogi van particuliere collecties (318 unica), 93 fonds- en magazijncatalogi en 38 fonds- en magazijnveilingcatalogi; daarnaast nog 2 aparte gevallen (als een leesbibliotheek uit 1792!). In de aantekeningen wordt nog verwezen naar nieuwe vondsten in Rome en Parijs. Na Amsterdam (VBBB) en Wolfenbüttel bezit Sint-Petersburg de grootste collectie op dit gebied. Hopelijk komt ook die verzameling ter beschikking via Bert van Selms microficheproject (Kroniek 17
nr. 1725). [M. d. S.]
Zie ook nr. 1959
1862 - Th. CLEMENS, The trade in Catholic books from the Northern to the Southern Netherlands, 1650-1795 in Le Magasin de l'Univers ... (cfr. nr. 1865), p. 85-94.
Wordt de religieuze verhouding (Roomse) meerderheid (Zuidelijke Nederlanden) - (Roomse) minderheid (Republiek) ook weerspiegeld op (boek)handelsgebied? Kwamen de katholieke liturgica en devotionalia vanuit het Zuiden naar het Noorden, of was de noordelijke economische machtspositie ook hier van toepassing ? Er zijn vage aanwijzingen dat noordelijke uitgevers ook invloed hadden op de markt in het Zuiden. Wegens de schaarste aan archivalia beroept Clemens zich ook op de drukgeschiedenis van enkele bestsellers. Veertig jaar na L. Leuvens proefschrift over De boekhandel te Amsterdam door katholieken gedreven tijdens de Republiek (1951) verdient dit onderzoeksgebied wel weer aandacht, in confrontatie dan met de nieuwe boekhistorische inzichten. [M. d. S.]
1863 - Jean-Dominique MELLOT, Relations ambiguës des libraires rouennais et hollandais à la fin du XVIIe et au début du XVIIIe siècle in Le Magasin de l'Univers... (cfr. nr. 1865), p. 211-222.
Rouen was een belangrijke invoerhaven voor Nederlandse boeken. Invoerrechten en censuurmaatregelen bepaalden de doorstroming naar Parijs. Plaatselijke uitgevers zagen soms brood in roofdrukken. [M. d. S.]
1864. - Françoise BLÉCHET, Quelques acquisitions hollandaises de la Bibliothèque du Roi (1668-1735) in Le Magasin de I'Univers... (cfr. nr. 1865), p. 33-47.
De Parijse Bibliothèque du Roi had met sterk wisselend succes contacten met het Nederlandse boekbedrijf. Censuur (verboden boeken werden in de Republiek gretig (her)uitgegeven) en hoge invoerrechten (o tempora!) bemoeilijkten de verwerving van belangrijke buitenlandse werken). Met elf interessante brieven van (en aan) bibliothecaris Jean-Paul Bignon, o.m. aan Boerhaave. Zie ook Kroniek 16 nr. 1658. [M. d. S.]
1865 - Le Magasin de l'Univers: the Dutch Republic as the centre of the European book trade: Papers presented at the International Colloquium, held at Wassenaar, 5-7 July 1990; ed. by C. BERKVENS-STEVELINCK, H. BOTS, P.G HOFTIJZER and O.S. LANKHORST. - Leiden [etc.]: Brill, 1992. - x, 319 p.: ill.; 25 cm. - (Brill's studies in intellectual history, 31). - ISBN 9004-09493-8. Fl. 135.
De Republiek was in de zeventiende en achttiende eeuw de draaischijf van de internationale boekhandel. Het was dan ook een uitstekend idee om, onder Voltaires motto, daarover een internationaal colloquium te houden. Vreemd genoeg immers was die sleutelpositie tot voor kort slechts zelden diepgaand onderzocht De hier gebundelde bijdragen (in deze kroniek besproken in de respectieve rubrieken) bieden meestal een voortreffelijke status quaestionis van het onderzoek op hun terrein. Zij worden omringd door twee algemene teksten Frans A. Janssen 'The Dutch Republic and book history: some desiderata' (p. 1-9) pleit voor het tot stand komen van twee nieuwe boekhistorische projecten: (1) een modelcatalogus van een vijfhonderd gedetailleerd beschreven drukken, waarbij alle elementen van de boekproduktie aan bod komen, ingebed in een echte drukgeschiedenis van het werk; (2) een Nederlandse tegenhanger van de Histoire de l'édition française - beide vanzelfsprekend het resultaat van teamwork. Roger Chartier 'Magasin de l'Univers ou Magasin de la République?: le commerce du Livre néerlandais aux XVIIe et XVIIIe siècles' (p. 289-307) brengt een goede synthese van het Nederlandse boekbedrijf in diens Europese context en doet een aantal interessante suggesties voor vergelijkend onderzoek. Deze voortreffelijke bundel is ook voorbeeldig vormgegeven. Keurig gedrukt, goed gebonden en voozien van een namenregister is hij, met Bert van Selms programmatische colleges (zie
nr. 1842), een ideaal vertrekpunt voor de studie van de Nederlandse boekhandel in Europees perspectief. [M. d. S.]
Zie ook nrs. 1860; 1862; 1863; 1864; 1866; 1867; 1875; 1932; 1939; 1936; 1945; 1952; 1955; 1956; 1958; 1959; 1960; 1961; 1962; 1964; 1968
1866 - Hans BOTS, Le rôle des périodiques néerlandais pour la diffusion du livre (1684-1747) in Le Magasin de l'Univers... (cfr. nr. 1865), p. 49-70.
De franstalige (recensie)tijdschriften uit de Republiek (bv. Nouvelles de la République des Lettres) werden een onmisbare bron van informatie over recente publikaties. Deze laatste drongen soms pas laat door in bepaalde landen (Frankrijk bv.) wegens economische (invoerrechten) en politieke (censuur) belemmeringen. De auteur analyseerde 12 dergelijke tijdschriften en vergeleek ze met de Mémoires de Trévoux. De resultaten, overigens goed grafisch weergegeven, bevestigen hun belang voor de boekhandel. [M. d. S.]
1867 - Paul RAABE, Die niederländische Büchererwerbungen in der fürstlichen Bibliothek Wolfenbüttel im 17. und frühen 18. Jahrhundert in Le Magasin de l'Univers... (cfr. nr. 1865), p. 223-235.
De omvangrijke bibliotheek van de hertogen van Braunschweig-Wolfenbülttel werd o.m. gevormd en aangevuld door talloze aankopen in Nederland (bij boekhandelaars of op veilingen). Dat geschiedde via agenten (als Lieuwe van Aitzema) of rechtstreeks bij boekhandelaar/veilinghouder. In de achttiende eeuw was er een terugval en werden nog slechts hoofdzakelijk franstalige drukken uit Nederland aangeschaft. Een groot aantal Nederlandse veilingcatalogi bleven in Wolfenbüttel bewaard, evenals een deel van de handelscorrespondentie. [M. d. S.]
1868 - Kaarten van Amerika in de verzamelingen van de Koninklijke Bibliotheek Albert I. [Door] Hossam ELKHADEM [e.a.]. Tentoonstelling georganiseerd in de Koninklijke Bibliotheek Albert I van 13 november tot 31 december 1992. - Brussel: Koninklijke Bibliotheek Albert I, 1992. - xiii, 168 p.: ill.; 26 cm. - (Catalogi van tentoonstellingen georganiseerd in de Koninklijke Bibliotheek Albert 1; C 237). - Bestaat ook in het Frans onder de titel: Cartes des Amériques dans les collections de la Bibliothèque royale Albert Ier). - BF 400.
Tentoonstelling kaderend in de herdenking van vijf eeuwen Amerika ontdekt. Behalve kaarten en plans zijn ook gedrukte werken -vnl. atlassen getoond en beschreven met als bedoeling te wijzen op de weerslag van deze ontdekking op cartografisch gebied zowel kwantitatief als inhoudelijk: er is de tijd vóór en de tijd na Colombus. Van Ptolemaeus (2de eeuw) tot Willem Blaeu Amsterdam (1665) is een lange weg; pas omstreeks 1500 is een nieuw wereldbeeld gegroeid. De grote rol die cartografen als Mercator en Ortelius, De Jode en Hondius hierbij speelden, springt meteen in het oog. Uitstekende catalogus die niet alleen zeer informatief is maar ook onbekende schatten uit de Brusselse KB heeft opgedolven. [E. C.-I.]
1869 - Guido Hendrix, Bibliotheca auctorum, traductorum et scriptorum Ordinis Cisterciensis Vicariatus Generalis Belgii. Tomus primus. - Leuven Bibliotheek van de Faculteit der Godgeleerdheid, 1992. - xxxvii, 415 p. facs.; 24 cm. - (Instrumenta theologica, 11). - ISBN 90-73683-08-4. BF 1.250 + port.
De Cisterciënzerauteurs uit de Zuidelijke Nederlanden werden reeds herhaaldelijk bestudeerd door S., o. m. in de Gentse en Leuvense tentoonstellingscatalogi uit het Bernardusjaar 1990 (zie Kroniek 16 nrs
1556-1557). Thans heeft hij het eerste deel gepubliceerd van een magnum opus. Daarvoor is hem nu reeds veel dank verschuldigd. De religieuze orden hebben een belangrijk deel van de literaire produktie (sensu lato) in de Zuidelijke Nederlanden beïnvloed. Het is meer dan tijd om hun rechtmatig aandeel systematisch te documenteren. De Bibliotheca Cisterciensis is een geslaagd voorbeeld van een dergelijke onderneming. De inleiding formuleert de doelstellingen en de gekozen werkwijze. Het corpus van auteurs en anoniemen (p. 1-375) vermeldt biografische gegevens, informatie over gepubliceerde en ongepubliceerde teksten, evenals secundaire literatuur. Behandeld worden personen (auteurs, vertalers en kopiisten) én instellingen (Baudelo, Sint-Bernards op de Schelde etc.) Terecht is gekeken naar de plaats van activiteit, zodat wij hier overzichten aantreffen voor bv. C. Henriquez (zie ook nr. 1922) of J. Caramuel. S. noemt zijn werk een 'wegwijzer' i.p.v. 'catalogus' (want zonder codicologische of bibliografische beschrijvingen). Voor de gebruiker is het even wennen aan het door mekaar behandelen van biografische realia, teksten van en over, archivalia, boekhistorische gegevens (als herkomsten van exemplaren). Toch is men snel vertrouwd met de gekozen aanpak, al blijft het vreemd in één alfabet de 'middeleeuwers' op voornaam en de 'lateren' op achternaam aan te treffen.
Boekhistorisch is hier veel nieuws te vinden: talloze gelegenheidsteksten (in handschrift of druk), verwijzingen naar exemplaren, herkomstgegevens. Enkele voorbeelden p. 83 nr. 39 (afrekening tussen drukker en auteur); p. 90 (afb. van boekenrekening uit 1779); p. 106 (hs. ex-libris); p. 109 nr. 3.1 (druk op zijde; in 3.2 archiefstuk met rekening van drukker!); p. 153 (afb. van typische boekband zie ook p. 301 nr. 9); p. 300 nr. 7 (archiefstuk i.v.m. Willem Silvius) enz. enz. S. is zich ervan bewust dat een eerste inventaris niet exhaustief kan zijn. Daarom hier enkele aanvullingen: (1) ad p. 50-60 (Godfried Bouvaert auteur én bibliothecaris): een contemporain hs. van de vermakelijke Lof van den ezel werd te Amsterdam geveild op 29 november 1983 (Van Gendt, nr. 454, thans in privébezit); twee belangrijke artikels van M. de Smedt ontbreken (a) G. Bouvaert: een 18de-eeuws Zuidnederlands kloosterbibliothecaris en zijn bibliotheek (in Handelingen Kon. Zuidned. Mij Taal- en Letterkunde en Geschiedenis,35, 1981, p. 67-86) en (b) Een bibliotheekreglement in verzen (in Ex officina,2, 1985, p. 122-124). (2) Ad p. 103 (Marcus Cruyt): het majestueuze. schitterend verluchte Arenberg-missaal (ca. 1520), op 11 december 1984 te Londen geveild (Sotheby's, nr. 55, catalogusbeschrijving van 10 pagina's!, met afb. van miniaturen en band). (3) De Antwerpse stadsbibliotheek bezit, als opvolgster van de centrale bibliotheek van het 'Département des Deux Nethes', een groot gedeelte van de inbeslaggenomen kloosterbibliotheken (inz. Latijnse en Nederlandse religieuze en literaire werken die niet in de smaak vielen van de Franse bezetters-verzamelaars): daar moeten dus nog meer werken te vinden zijn uit bv. Sint-Bernards (een specimen: nr. 41 p. 157 in De geneeskunde in de Zuidelijke Nederlanden (1990 - zie Kroniek 16 nr 1561). S. heeft zijn boek ontsloten met de vereiste registers (p. 397-415): o.m. op handschriften, archivalia, drukken; op drukkers (p. 410-414); concordantie met bv. de Bibliographie gantoise (p. 414-415: 26 aanvullingen). [M. d. S.]
Zie ook nrs. 1922; 2410; 2953
1870. - Reinhold VAN LENNEP, La tradition manuscrite et les l'impressions incunables et postincunables du texte et des adaptations de la Légende dorée' de Jacques de Voragine in Le livre & l'estampe, 38, 1992, nr. 137, p.7-74.
Opzet en inhoud van de L.A., datering, bewerkingen en varianten, toevoegingen, speciale legende, onderlinge relatie van teksten, plaatsen van uitgave van de belangrijkste drukken, illustrate worden onderzocht. Tot de belangrijke drukken zijn de Nederlandse gerekend; zij zijn vnl. in het Noorden te situeren. Tot slot volgt de auteur het spoor van een aantal exemplaren doorheen de eeuwen. [E. C.-I.]
1871. - L. DEQUEKER & F. GISTELINCK, De uitdryving van de Joden uit Spanje (1391-1492) en de gevolgen voor de Zuidelijke Nederlanden.: Tentoonstellingscatalogus 17 november - 11 december 1992. - Leuven: K.U. Leuven. Bibliotheek Faculteit der godgeleerdheid, 1992. - 32 p.: omslag; 24 cm.
In een fraai verzorgde, in het Nederlands en het Engels uitgegeven plaquette is de in de titel genoemde geschiedenis 'uitgebeeld' en toegelicht aan de hand van boeken en publikaties, samengebracht onder een aantal noemers. Deze geven het hele proces in chronologische orde aan: De bekering met Vicente Ferrer, het dispuut van Tortosa, Paulus a Sancta Maria, Hieronymus de Sancta Fide, het Westerse schisma; vervolgens de Inquisitie met Alphonsus de Spina, en ten slotte de uitdrijving en de zending van Colombus, en de Spaanse Joden (waaronder J.L. Vives) in de Nederlanden. [E. C.-I.]
1872. - H.C. GALL, J. Th. DE SMIDT & M. STERK, Catalogue of law books published before 1800 at the National Library of Indonesia Perpustakaan Nasional R.L - Leiden: Grafaria, 1992. - 63 p.: ill.; 21 cm. - ISBN 90-8001504-0.
In de Nationale Bibliotheek te Djakarta (olim Batavia) bevinden zich (nog minstens) 411 oude juridische drukken. Deze restanten van enkele eeuwen Nederlands bestuur zijn thans kort, maar duidelijk, beschreven, met enkele exemplaarkenmerken (o.m. herkomst) en bibliografische referenties. Daarop volgen concordanties (catalogus met bibliotheeksignaturen) en een namenregister (enkel auteurs!). Geen drukkersregister. De oudste druk is uit 1556 (nr. 351). Enkele teksten zijn te Batavia zelf gedrukt. [M. d. S.]
1873 - Patrick DE RYNCK & Andries WELKENHUYSEN, De Oudheid in het Nederlands: repertorium en bibliografische gids voor vertalingen van Griekse en Latijnse auteurs en geschriften. - Baarn: Ambo, 1992. - 432 p.; 22 cm. -ISBN 90-263-1098-6. Fl. 79; BF 1.590.
Hoewel geen echte (beschrijvende) 'bibliografie, is dit boek voortaan een onmisbaar naslagwerk voor het Nederlandse taalgebied. Behandeld worden de gepubliceerde vertalingen van Griekse en Latijnse geschriften uit de Oudheid, d.w.z. profane én christelijke auteurs tot 565 n.C. Van elke antieke auteur/tekst wordt tevens een encyclopedische beschrijving gegeven, zodat dit boek ook een lexicon is geworden. Belangrijk zijn de exacte datering van moderne vertalingen en de identificatie van vertalers, vooral via het 'Register van vertalers' (p. 401-432!), met jaartallen en volledige voornamen. [M. d. S.]
1874 - Ben A.J. WASSER, Die Peregrinatie van Iherusalem: pelgrimsverslagen van Nederlandse Jerusalemgangers in de 15e, 16e en 17e. eeuw: ontstaan en ontwikkeling in De Gulden Passer, 69, 1991, p. 5-72, ill.
De pelgrimsgids van het klooster Sion te Jerusalem is de gemeenschappelijke bron voor zowel de echte als de vermeende pelgrimsverhalen. De auteur kent er thans een dertigtal in het Nederlands en bespreekt er de kenmerken van. Na een lange inleiding volgt het tweede deel met 'Bibliografische aantekeningen' of een beschrijving van de bronnen, zijnde ruim zeventig teksten, in handschrift of druk overgeleverd, gaande van 1437 tot 1664. [E. C.-I.]
1875 - Jean-Daniel CANDAUX, Le psautier huguenot chez les imprimeurs néerlandais: concurrence ou spécialisation? in Le Magasin de l'Univers... (cfr. nr. 1865), p. 71-83.
Het franstalige gereformeerde psalmboek was niet alleen de zaak van Genève. Tussen 1594 en 1871 verschenen er in de Noordelijke Nederlanden ruim 200 drukken van! Na 1685 (Edict van Nantes) waren het vooral uitgeweken Hugenoten die er zich op toelegden. Amsterdam gaf ook hier de toon aan. Veel edities waren bestemd voor export naar franstalige landen en gemeenschappen. Het geschatte aantal geproduceerde exemplaren (300.000) wijst reeds het economisch belang ervan aan. [M. d. S.]
1876 - Gerard VAN THIENEN, Papieronderzoek van de in de Nederlanden gedrukte incunabelen in For Bob de Graaf.. (cf. nr. 1828), p. 160-173, ill.
Veel bibliografen weten al geruime tijd dat het papieronderzoek van al of niet gedetermineerde vroege drukken hen een stap verder kan helpen om de niet gedateerde drukken te dateren of althans de periode nauwer te omschrijven. Weinigen echter voegen de daad bij het woord; de auteur van deze bijdrage is één van hen. Hij bezorgt ons hier een status quaestionis voor de in de Nederlandse gedrukte incunabelen, voortbouwend op het onderzoek van Hellinga, Heireman, Stevenson, Needham, Gerardy, Ziesche/Schnitger/Mundry. Behalve elektronenradiografie beveelt Van Thienen ook het wrijfsel aan als opnametechniek voor watermerken. Hij onderzocht de zg. Drukker met het monogram te Utrecht en de Drukker van het Freeska Landriucht en deelt zijn bevindingen mee. Aanbevolen lectuur! [E. C.-I.]
1877 - Johan MARTENS, The Fasciculus temporum of 1474: on form and content of the incunable in Quaerendo,22, 1992, p. 197-204.
De auteur gaat na in welke mate Arnold ther Hoernen voor zijn edities van de Fasciculus temporum de instructies van de auteur qua tekst en schema's heeft kunnen navolgen. [J.M.]
Zie ook nr.
2833
1878 - K. GOUDRIAAN & G.A.M. WILLEMS, Gheraert Leeu, meesterprenter ter goude,1477-1484.(Tentoonstelling 19 december 1992 - 21 februari 1993 Stedelijke Musea Gouda). - 64 p.: omslag, facs.; 21 cm. - Fl. 10.
Naar aanleiding van de vijfhonderdste sterfdag van Gheraert Leeu, is in zijn vaderstad Gouda een colloquium georganiseerd en een tentoonstelling ingericht. De nadruk hierbij lag op de Goudse periode. Achtendertig van de vermoedelijk negenenzestig boeken die Leeu in boven genoemde periode heeft gedrukt, waren uit acht Nederlandse bibliotheken samengebracht. De bedoeling was voornamelijk Leeus produktie in een cultuurhistorische context te plaatsen: welke teksten, wie waren de eigenaars van zijn boeken, voor wie waren ze bestemd? Waarom trok hij naar Antwerpen? Ook de toelichtingen bij de korte titelbeschrijvingen zijn in die geest bezorgd. Verwijzingen naar bronnen ontbreken; de algemene literatuurlijst bestaat vrijwel uitsluitend uit bibliografieën en catalogi. Overigens fraai uitgevoerde brochure met op de omslag een ingekleurde houtsnede uit de Dialogus creaturarum. Een plezierige, tevens waardevolle idee 'en marge' van de tentoonstelling was het herdrukken van het in één exemplaar overgebleven prospectus van Leeu voor zijn Historie van Melusine; de toelichting hierbij leverde Gerard van Thienen, het drukken werd verricht door drukker in de marge G. Post van der Molen. [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2061
1879 - Carleen BAARDA & Jos M.M. HERMANS, Brabantse handschriften: Gerrit van Orden (1774-1854) en zijn schenking van handschriften aan het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant. - Tilburg: University Press, 1992. - 64 p.: omslag, ill.; 24 cm. - ISBN 90-361 -9555-1. Fl. 20.
Gerrit van Orden deed tussen 1837 en 1847 verschillende schenkingen aan het Provinciaal Genootschap. Behalve handschriften, munten en penningen, zijn er natuurlijk ook gedrukte boeken bij. In dit fraaie boekje worden enkel de 'Brabantse' handschriften besproken; toch verdient het in deze Kroniek te worden vermeld omwille van het bindwerk dat eveneens aan de orde wordt gesteld. Het gaat hier nl. om de 'Bossche banden' (studie van Verheyden in 1933) die dank zij nieuwe gegevens niet zo evident Bosch blijken te zijn. [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2987
1880 - Georges COLIN, Lille, centre de reliure à la fin du moyen âge in Gutenberg-Jahrbuch 1992, p. 353-367, ill.
Nieuwe vondsten en hernieuwd onderzoek heeft de auteur er toe gebracht een overzicht te bieden van vijf binders uit ongeveer het laatste kwart van de 15de eeuw te Rijsel werkzaam. Er kan van een centrum gesproken worden want de banden van Barbet, Fierlin, Godon en diens voorganger en Louis vertonen in hun decoratiepatroon eigen en gemeenschappelijke kenmerken, verschillend van het patroon van de Vlaamse banden. Ook de behandeling van houten platkernen en sloten is anders. Een paar banden en alle stempels zijn gereproduceerd [E. C.-I.]
1881 - Herman PLEIJ, Nederlandse literatuur van de late middeleeuwen. - Utrecht: HES, 1990. - 243 p.: facs.; 21 cm. - ISBN 90-6194-487-2. Fl. 35.
Bundeling van eerder verschenen opstellen (tussen 1984 en 1987), waarin de rol van de boekdrukkunst wordt aangehaald, en voorzien van een dubbele inleiding, een beknopt literatuuroverzicht en een register. [E. C.-I.]
1882 - Werner WATERSCHOOT, Jan van der Noot's Het Bosken re-examined in Quaerendo,22, 1992, p. 28-45, ill.
F.S., Ferguson en W.A.P. Smit hadden al eerder uitgemaakt dat Het Bosken waarschijnlijk in 1571 was verschenen en gedrukt door Henry Bynneman te Londen, terwijl het eveneens zonder drukplaats verschenen Theatre (1568) aan drukker John Day werd toegeschreven.
Van der Noot is bekend voor zijn ingrijpen tijdens het drukproces, het aanbrengen van auteurscorrecties en het manipuleren van reeds afgedrukte vellen. Zo blijken de drie bekende exemplaren (Gent, Haarlem, Folger Shakespeare Library in Washington) onderling in samenstelling te verschillen, wat Smit ook al had gezien. Het door Karel Porteman onlangs nieuw ontdekte exemplaar te Wroclaw van Van der Noots 'Verscheiden Poetixe Wercken' (Keulen 1572) bleek een 'her-uitgave' (re-issue) te zijn van 'Het Bosken' waarin de Engelse preliminaria vervangen werden door twee katernen met lofdichten bestemd voor Keulse vooraanstaanden. (Cf. Kroniek 16
nr. 1580). Deze vondst in een Poolse bibliotheek was aanleiding voor de Zuidnederlandse deskundige bij uitstek in analytische bibliografie, W. Waterschoot, een hernieuwd en diepgaand onderzoek te wijden aan 'Het Bosken'. Hieruit is nu voor het eerst gebleken dat HB het werk van twee drukkers is: terwijl Bynneman met het begin doende was, werd Day ingeschakeld om de nog resterende katernen K en L te drukken. Het verschil in typografisch materiaal, andere papiersoort en een afwijkende zetspiegel wijzen hier overduidelijk op. Bovendien is bij de aansluiting van I en K iets misgelopen en ook hier heeft de bibliograaf de gang van zaken kunnen reconstrueren. [E. C.-I.]
1883 - Schatten uit De Biekorf: Europese cultuur in postincunabelen, 1501-1540. Tentoonstelling Brugge, Centrale Openbare Bibliotheek 'De Biekorf', 15 december 1992 - 30 januari 1993. [Catalogus: red. Ludo VANDAMME]. - Brugge: Stadsbestuur, 1992. - 86 p.: ill.; 25 cm. - BF 250.
Aansluitend op tentoonstellingen over middeleeuwse handschriften en incunabelen (Kroniek 14
nr. 1177), werden thans de drukken uit de periode 1501-1540 gepresenteerd. Het begrip 'postincunabel' hoort eigenlijk beperkt te blijven tot de Nederlandse; daarbuiten beantwoordt het niet aan een boekhistorische realiteit. De catalogus bevat drie onderdelen: (1) Ludo Vandamme, Het Brugs boekbedrijf in een Europese context (1501-1540) (p. 5-21); (2) Catalogus [van tentoongestelde werken: 54 stuks] (p. 22-63); Ludo Vandamme, Het postincunabelbezit van de Brugse Stadsbibliotheek (p. 64-86: met register op plaatsen, drukkers etc., secundaire auteurs). Brugge bekleedt (met 14 drukken) slechts een bescheiden veertiende plaats in de Nederlandse postincunabeltijd, die werd gedomineerd door Antwerpen. Voornaamste drukker was Hubert de Croock, die teksten publiceerde van humanisten als J.L. Vives. Simon Vermeulen was de plaatselijke boekhandelaar. De tentoonstellingscatalogus beschrijft 54 drukken met aandacht voor inhoud, typografie en exemplaarkenmerken. Enkele opmerkelijke drukken: nrs. 2 (NK 3899), 12 (op perkament) en 37 (Engelse tekst uit 1530). De boeken komen in hoofdzaak uit Brugse kloosters. Twee interessante boekbanden: nr. 9 (Claus van Dormale) en 54 (Brugse prijsband uit 1649). De Brugse Stadsbibliotheek bezit 155 drukken uit de periode 1504-1540. Ze worden alfabetisch opgesomd, met slechts NK-nummers als bibliografische referenties. Parijs, Bazel, Antwerpen, Keulen en Lyon leverden het merendeel van de drukken. Een nuttige catalogus met goede illustraties. [M. d. S.]
1884 - C.E. DEKESEL, Bibliothecae Universitatis Gandavensis numismatica selecta 1514-1599 = Numismatic books printed before 1600 in the Central Library of the University of Ghent. - Gandavum Flandrorum: Bibliotheca Numismatica Siliciana, 1992. - VII, 486 p.: ill.; 30 cm. - (Printed in draftform in one hundred copies). Adres: Begijnhoflaan 37, B-9000 Gent).
In Deel I (veruit het omvangrijkste) zijn 43 edities analytisch onderzocht en beschreven; hieronder veertien Antwerpse en Brugse drukken en één Leidse. Deel II is zuiver numismatisch en bevat een vergelijkende studie van de portretten van de 'Duodecimo Caesares'. Deel III geeft het literatuuroverzicht, lijst van afbeeldingen en een alfabetisch register op auteurs, drukkers en uitgevers. Dekesel heeft zich al verdienstelijk gemaakt met bibliografische studies over Hubertus Goltzius en Charles Patin (en kondigt nu al een 'Corpus librorum nummorum' van de 16de eeuw aan). De werkwijze is in grote lijnen dezelfde gebleven; toch komt er wat meer structuur in. Het gevolgde stramien bevat - en in deze orde - gegevens over de auteur, het plaatsnummer in de UB Gent, plaats van uitgave, uitgever, jaar van uitgave, formaat, katernopbouw, watermerk, taal, ex-libris, inhoud, vergissingen bij druk- en bindwerk, 'comparatieve bibliografie' (minstens vijf exemplaren), bibliografische verwijzingen, conclusie, illustraties. De orde van deze elementen, en de opsplitsing van sommige, lijkt me niet altijd logisch (exemplaargegevens staan best niet tussen editiegegevens) of nuttig (plaatsruimte!). Wat comparatieve bibliografie wordt genoemd, is de opsomming van al de geziene bekende exemplaren (en vaak veel meer dan vijf) met hun eigen kenmerken, óók die welke uitgaven van één editie en variante staten onderscheiden. In de laatste paragraaf van elke titelbeschrijving wordt dan de conclusie getrokken. Uit dit grondig onderzoek blijkt o.m. hoeveel zeldzame en bijzonder waardevolle drukken in de UB Gent én elders aanwezig zijn. Deze bibliografie is inderdaad meer dan een catalogus van één bibliotheek! Wie, als bibliograaf, boekhistoricus of numismaat met numismatische publikaties te doen krijgt, wordt dit werk warm aanbevolen. [E. C.-I.]
1885 - Henri VANHULST, Thomas Harding, Joannes Bogardus et 'An answere to maister Iuelles chalenge': le contrat de 1563 in Quaerendo,22, 1992, p. 20-27.
In het Algemeen Rijksarchief te Brussel, fonds Notariaat van Brabant, berust een document dat een aantal bijzonderheden regelt betreffende het drukken van een boek, tussen deze auteur en de drukker: oplage, verbeteren van de drukproeven, levering van papier, betaling van de drukker per drie vormen. [E. C.-I.]
1886 - Nicholas HADGRAFT, Charles Estienne's "L'agriculture et maison rustique 1565 ": the Plantin title-page in a Du Puis book in The Book Collector,40, 1991, p. 514-527, facs.
Onderzoek van de Plantijnse 'uitgave' van een druk van de Parijse drukker Jacques Du Puis uit 1564, op basis van het enig bekende exemplaar in het Sidney Sussex College te Cambridge. Juist de slechte staat van het exemplaar bood de unieke kans materieel onderzoek te verrichten. Niet de titelpagina is een vervangblad, maar de hele eerste katern van vier bladen is door Plantijn gezet en gedrukt. Dit uitstekend artikel handelt niet enkel over de materiële aspecten (waaronder het papieronderzoek, slechts mogelijk wanneer het boek uit de band is gelicht) maar ook over het waarom van dergelijke handelwijze. Aanbevolen lectuur voor de bibliograaf. [E. C.-I.]
1887 - Nicole BINGEN, Les éditions d'oeuvres en langue italienne à Anvers à l'époque de Lodovico Guicciardini in Lodovico Guicciardini (1521-1589)... (cf. nr. 1909), p. 179-202.
In margine van haar bibliografie Le Maitre italien (cf. Kroniek 14 nr. 1149), heeft de auteur nu haar aandacht toegespitst op de Italiaanse produktie te Antwerpen. De eindgrens van haar onderzoek ligt eigenlijk in 1660. Zij brengt de publikaties in vier groepen onder: didactische werken, tweetalige, Italiaanstalige, muziekdrukken in het Italiaans. Het is opvallend dat de laatste kategorie veruit de hoogste cijfers scoort. Voor de eerste helft, tot 1600, betekent dat 98 drukken. B geeft lezenswaardige beschouwingen ten beste: een parallel met Lyon, zoals Antwerpen een handelsknooppunt met veel Italiaanse ingezetenen; de houding van de Antwerpse drukkers/uitgevers én van het lezerspubliek t.o.v. de Italiaanse taal; ééntalig Italiaanse uitgaven; heruitgaven, meertalige publikaties, publikaties van te Antwerpen gevestigde auteurs. De analyse bevestigt een vermoeden: de Italianen te Antwerpen hebben geen literaire bedrijvigheid op grote schaal ontwikkeld; het Italiaans bleef de zaak van een paar enkelingen, waaronder Jan van der Noot. Zelfs de Italiaanse boekhouding, in Antwerpen nochtans bekend en gevolgd, werd in het Nederlands en het Frans verspreid (Jan Ympyn!). In fine geeft B een lijst van (zuiver) Italiaanstalige werken in de 16de eeuw te Antwerpen verschenen: 23! [E. C.-I.]
1888 - Guido MARNEF, Repressie en censuur in het Antwerps boekbedrijf, 1567-1576 in De Zeventiende Eeuw,8, 1992, p. 221-231.
Belangrijk overzicht van anti-protestantse maatregelen m.b.t. het boekbedrijf te Antwerpen, op basis van contemporaine documenten (Algemeen Rijksarchief te Brussel). Met nieuwe gegevens over drukkers (W. Silvius) en boekverkopers. In noot 35 wordt een gewichtige vergissing van F. Prims rechtgezet: de (verdachte) boeken die zich in 1569 bevonden in het huis van Marcus Nuñez behoorden niet tot diens privé-bibliotheek, maar waren het resultaat van een 'razzia' in enkele boekenwinkels! Deze bronnen verdienen een (nieuwe) editie. [M. d. S.]
1889. - W. WATERSCHOOT, De Gentse drukkers Joos Lambrecht en Jan Cauweel in De Zeventiende Eeuw,8, 1992, p. 27-32.
Watermerkonderzoek in de Gentse exemplaren van Lambrechts Refereynen en Spelen van zinne bevestigt de chronologie van beide drukken, uit 1539: eerst zijn de Refereynen,daarna de Spelen gedrukt. Eerstgenoemd werk is daarbij het eerste Nederlandstalige uit een romein gezet; het bleek echter niet voor herhaling vatbaar. Nieuw was ook de opsplitsing in drie afzonderlijk te verkrijgen onderdelen met eigen titelblad, overeenstemmend met de drie categorieën refreinen. Lambrechts typografie stond model voor de latere uitgaven van de Spelen,nl. die van 1562. In 1555 probeert Jan Cauweel het nog eens met een romein, in De const van rhetoriken,maar pas in 1565 breekt zij definitief door, dank zij Lucas d'Heere met zijn Hof en Boomgaerd der poësien [E. C.-I.]
1890 - Manfred VON ARNIM, Beiträge zur Einbandkunde XIII: Ein Lyoner Eckplatten-Band für Antoine Du Verdier in Philobiblon,36, 1992, p. 55-56, facs.
De band, nu in bezit van Otto Schäfer te Schweinfurt, zit rond een druk van Hubertus Goltzius, Fastos magistratuum et triumphorum Romanorum... (Brugge 1566). Het is het exemplaar uit de collectie Vander Elst. [E. C.-I.]
1891. - Christoffel Plantijn en de Iberische wereld = Christophe Plantin et le Monde Ibérique. Tentoonstelling Museum Plantin-Moretus 3 oktober - 31 december 1992; [catalogus red. F. DE NAVE & D. IMHOF]. - Antwerpen: Museum Plantin-Moretus en Stedelijk Prentenkabinet, 1992. - 263 p.: ill.; 30 cm (Publikaties van het Museum Plantin-Moretus en het Stedelijk Prentenkabinet, 22). - BF 695.
De Iberische wereld was essentieel voor Plantijns uitgeversactiviteiten. De opdrachten (Polyglot) en privilegies (liturgische drukken) van Filips II vormden mede de basis van zijn bedrijf. Alle aspecten van die relatie komen hier aan bod: van de luxe boekbanden uit het Escuriaal tot de edities van Spaanse auteurs. Bijzonder te vermelden is de synthese over De Antwerpse boekenwereld en haar relaties met Spanje in de 16de en 17de eeuw door de betreurde Frans Robben (p. 43-54). In het catalogusgedeelte (p. 79-259) door C. Depauw, D. Imhof en E. Otte worden boeken en archivalia vakkundig beschreven, met aandacht voor inhoud in exemplaarkenmerken (naar het model van Christoffel Plantijn en de exacte wetenschappen van zijn tijd (1989; zie Kroniek 15
nr. 1389). Met registers op herkomsten, anonieme titels en auteursnamen De catalogus is voortreffelijk geïllustreerd (een afbeelding van elk van de 115 nrs.!), maar heeft ietwat smalle marges. Bijzondere vermelding verdienen de twee fraaie boekbanden door Plantijn (in kleur afgebeeld: nrs. 77 en 115). [M. d. S.]
1892 - Karel BOSTOEN, De wetenschappelijke grondslag van de Nederlandse cultuurpolitiek: taal en letteren rondom Plantijn in De Gulden Passer,69, 1991, p. 147-170.
De Fransman Plantijn was ook een sleutelfiguur bij de doorbraak van de Renaissance in de Nederlandse literatuur. [M. d. S.]
1893. - Christopher L.C.E. WITCOMBE, Christopher Plantin's papal privileges: documents in the Vatican archives in De Gulden Passer,69, 1991, p. 133-145.
Dankzij steun van kardinaal Granvelle slaagde Plantijn erin tussen 1568 en 1572 vier gewichtige (en lucratieve) privileges te verkrijgen voor vernieuwde liturgische boeken (na het Concilie van Trente) en voor de Polyglotbijbel. De auteur vond in het Vatikaanse Archief enkele documenten m.b.t. deze privilegies, bv. overeenkomsten met Paulus Manutius. [M. d. S.]
1894 - Paul VALKEMA BLOUW, The Van Oldenborch and Vanden Merberghe pseudonyms or Why Frans Fraet had to die in Quaerendo,22, 1992, p. 165-190, 245-272, ill.
Boeiend verhaal van de ontmaskering van de figuren Niclaes van Oldenborch en Magnus vanden Merberghe. Hun namen komen voor in reformatorische Nederlandstalige drukken tussen resp. 1531 en 1555, en 1555-1557. Voor alle bibliografen zijn het intrigerende figuren geweest; tot nu werd aangenomen dat laatstgenoemde een pseudoniem was van een Zuidnederlands drukker te Emden (Kronenberg, Wijnman) terwijl bij eerstgenoemde destijds gedacht is aan Steven Mierdman of Mathias Crom (De Vreese, Wijnman), maar ook aan een persoon van vlees en bloed (Kronenberg). In NK staan 38 titels beschreven op naam van de drukker Van Oldenborch, door Kronenberg als de onversaagde strijder voor geestelijke vrijheid bestempeld. Van Vanden Merberghe zijn 10 drukken bekend.
PVB zet nog eens alle gegevens op een rij en komt dank zij vnl. bibliografische analyse tot de bevinding dat achter Van Oldenborch meerdere (Zuidnederlandse) drukkers schuilgaan, dat Vanden Merberghe de schuilnaam van de auteur-drukker Frans Fraet (onthoofd in 1558 wegens het drukken en verspreiden van reformatorische geschriften) is en dat een aantal drukken geantedateerd blijken te zijn! Hieruit trekt hij drie algemene conclusies: 1. Niclaes van Oldenborch heeft definitief afgedaan als historische figuur; 2. de ondergrondse activiteit van Frans Fraet als drukker-uitgever wordt bekend; 3. het verloop van de gebeurtenissen op het gebied van de hervorming in de Nederlanden vertoont een gewijzigd beeld door in werkelijkheid soms twintig jaar later verschenen (en gelezen) geschriften. In bijlage geeft de auteur een lijst van de 'Oldenborch'drukken (cf. NK III p. 201-203) met de nieuwe toeschrijvingen en dateringen. In bijlage volgt een lijst van de boeken aan Frans Fraet toegeschreven (34).
Dit voor de bibliograaf maar ook voor de historicus ongemeen boeiend verhaal illustreert nog maar eens hoe nauwgezet en consequent gevoerd bibliografisch onderzoek verreikende gevolgen, kan hebben voor de geschiedenis van de boekdrukkunst maar vooral voor de geschiedenis van de geloofsbeleving en de hervorming in de Nederlanden. [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2201
1895. - Jos VAN WATERSCHOOT, Eersame gonstige zeer discrete Heer... in De boekenwereld,9, 1992-1993, p. 161-162, facs.
Een schitterende vondst! In de bibliotheek van dé Vereeniging (...) te Amsterdam werd in het Prospectussen & Personalia-archief een brief aangetroffen van Willem Silvius, afkomstig uit de collectie A.D. Schinkel. Het document - thans de tweede bekende brief van Silvius - werd vanuit Leiden op 4 september 1579 gericht aan Floris Tijn, pensionaris van Utrecht. [M. d. S.]
1896 - P. VALKEMA BLOUW, Drukkers voor Menno Simons en Dirk Philips in Doopsgezinde bijdragen,n.r. 17, 1991, p. 31-74, facs.
Van beide auteurs bestaat reeds een Bibliografie:I. B. Horst over Simons, 1962 en M. Keyser over Philips, 1975. Ook al blijven die bibliografie en de daarin aangehouden chronologie van de geschriften standhouden, de nu door PVB aan bepaalde drukkers toegeschreven drukken veranderen het uitzicht op deze bibliografisch zeer ingewikkelde materie. Niet minder dan twintig drukkerijen bv., vaak ver uit elkaar liggend, werden tijdens de 16de eeuw aangezocht om het werk van deze twee hervormers te drukken, bijna steeds anoniemen en dikwijls zonder datum (cf. de verkorte titellijst aan het eind). Tot deze resultaten is PVB gekomen door de bibliografisch analytische methode toe te passen de zoveelste boeiende studie van deze bibliograaf. [E. C.-I.]
1897 - B.A. VERMASEREN, Geschiedenis en Bibliografie:de te Vianen gedrukte 'Concordantie-' tussen Lutheranen en Calvinisten te Antwerpen (dec. 1566) in De Gulden Passer,69, 1991, p. 73-132.
Reconstructie van de historische achtergrond m.b.t. een 'concordantie' tussen de Antwerpse hervormden. De tekst daarvan was medio december 1566 te Vianen gedrukt. Er is geen exemplaar van bekend. [M.d.S]
1898 - Paul VALKEMA BLOUW, Een vergeten ondergrondse drukker: Herman 't Zangers in Steenwijk (1565-1580) in For Bob de Graaf.. (cf. nr. 1828), p 174-187, ill.
De vondst van een aantal ordonnanties door 't Zangers te Steenwijk gedrukt en zijn vermelding in archiefdocumenten zijn een bewijs dat hij wel degelijk bestaan heeft (Wijnman had hem naar het rijk der schimmen verwezen). Slechts twee vertonen zijn impressum maar onderzoek, van het drukkersmateriaal (vijf texturatypen in verschillende corpsen, enkele initialen en een paar vignetten) en ook bepaalde zetgewoonten hebben PVB op het juiste spoor gezet. Hij bespreekt 't Zangers' produktie (1565-1579) die zich situeert in de eerste jaren van de Opstand toen het drukken en publiceren van teksten vaak een bijzonder riskante onderneming was. PVB levert hier nogmaals het bewijs dat hij een waardige opvolger van M.E. Kronenberg is! [E.C.-I]
1899 - Klaus BARTHELMESS & Joachim MÜNZING, Monstrum horrendum: Wale und Walstrandungen in der Druckgraphik des 16. Jahrhunderts und ihr motivkundlicher Einfluss. I Aufsatzteil, II Katalogteil, III Referenzteil. - Hamburg Ernst Kabel Verlag, 1991. - 3 dln. in etui (220 p.): omslag, in.; 28 cm. (Schriften des Deutschen Schiffahrtsmuseums; 29). - ISBN 3-82250175-1 DM 98.
Sedert de zestiende eeuw zijn verslagen in woord en beeld bekend van walvis- of potvisstrandingen aan onze kusten. Het spectaculaire (de enorme afmetingen!) van zo'n gebeuren heeft destijds niet enkel de journalist van toen aan het schrijven gezet maar ook de tekenaar/graveur (de fotograaf van nu). Dat het hier gaat om ephemera is duidelijk, vandaar ook het doorgaans unieke karakter van deze planodrukken; er zijn vermoedelijk nog meer dergelijke publikaties geweest, ons thans niet meer bekend. De auteurs van deze studie zijn tot de bevinding gekomen dat er een echte beeldtraditie in de 16de eeuw is ontstaan (waarbij de afbeeldingen in de wetenschappelijke visboeken buiten beschouwing is gelaten). Vijf strandingen voor de Nederlandse en de Vlaamse kust tussen 1577 en 1601 zijn de direkte aanleiding geweest om de gebeurtenis vast te leggen; druk en verspreiding gebeurde in steden als Amsterdam, Haarlem en Antwerpen. In het 'Katalogteil' zijn 22 boeken en planodrukken met de gestrande kolossen beschreven terwijl de beschrijvende tekst mede uitgegeven is. Elke prent is afgebeeld. Indien bekend, is meer dan één exemplaar opgegeven. Het 'Referenzteil' is opgevat als een aanvullende bijdrage waarin nog een veertigtal strandingen van de 16de tot de 18de eeuw zijn afgebeeld en beschreven (ook handschriften en schilderijen. Handig is de biografische bijlage achteraan waarin kunstenaars, tekstschrijvers, auteurs, uitgevers, drukkers en verzamelaars zijn opgenomen. Daarop volgt een literatuuroverzicht. Deze publikatie is tegelijk een bijzonder mooi en handig boek en een belangrijke bijdrage tot de iconografie van de walvis, de geschiedenis van de prentkunst, de kennis van de tekstschrijvers en ten slotte tot de geschiedenis van de dierkunde. [E.C.-I]
1900. - Manfred SELLINK, Philips Galle als uitgever van prenten aan het einde van de zestiende eeuw,in De Zeventiende Eeuw, 8, 1992, p. 13-26.
S. werkt aan een oeuvrecatalogus. Hier wordt de editiegeschiedenis van de portretreeksen kort voorgesteld. [M.d.S]
1901 - Dirk GEIRNAERT & Paul J. SMITH, Tussen fabel en embleem: De warachtighe fabulen der dieren (1567) in Literatuur,9, 1992, p. 22-33, ill.
Onderzoek naar voorgangers en navolgers van het fabelboek van de schrijver Edward de Dene en de illustrator Marcus Gheeraerts. Het stemma laat een vrij ingewikkelde filiatie zien; Gilles Corrozet (1542) is de voorganger en via Franse, Duitse en Latijnse versies van De Dene belanden wij bij Vondel (1617) en Van de Venne (1632). Er wordt ingegaan op de relatie woord/beeld en het emblematische karakter van het fabelboek, op de weg die de oorspronkelijke koperplaten afgelegd hebben en op de tekst die of vertaald of bewerkt is. De besproken drukken zijn in een chronologisch overzicht samengebracht. [E.C.-I]
1902 - Ilja VELDMAN en Karin VAN SCHAICK, Verbeelde boodschap: de illustraties van Lieven de Witte bij 'Dat leven ons Heeren (1537). - Haarlem: Nederlands Bijbelgenootschap; Brussel: Belgisch Bijbelgenootschap, 1989. 120 p.: ill.; 24 cm. -ISBN 90-6126-430-8 geb. Fl. 35.
In 1537 verschenen een Latijnse en een Nederlandse versie, in 1539 een Franse, van het Leven van Christus door de kartuizer Willem van Branteghem, en gedrukt door M. Crom voor rekening van A. Kempe de Bouchout (NK 486, 4202, 490). Het levensverhaal is gebaseerd op de vier evangeliën; de druk, in octavoformaat, bevat meer dan 180 houtsneden, ontworpen door de Gentse schilder Lieven de Witte en misschien ook wel door hem gestoken. De bedoeling van de auteur was woord en beeld een evenwaardige rol te laten spelen en met dit boekje de gelovige een hulp en een gezel op reis te zijn. Alle houtsneden (met inbegrip van het twintigtal vignetten) zijn gereproduceerd en vergezeld van de evangelietekst die het uitgangspunt heeft gevormd voor het beeld. In kort bestek wordt ingegaan op de verschillen tussen de Latijnse en de Nederlandse versie, op stijl en compositie, op het verdere leven van de houtsneden en tenslotte op het weliswaar niet erg uitgesproken reformatorisch karakter van het boek. Hoewel op diverse aangehaalde aspecten niet diep wordt ingegaan, verdient deze publikatie beslist alle aandacht: Van Branteghem en De Witte verdienden ze ongetwijfeld. [E.C.-I]
1903 - C. COPPENS & E.S. LEEDHAM-GREEN, Cato, grammatica en goede manieren: fragmenten uit een Garret Godfrey-band in Ex officina,8, 1991, p 119-142, ill.
Bespreking en uitgave van fragmenten drukwerk en handschrift, voornamelijk over grammatica handelend en met Engelse herkomst, aangetroffen in een band van Garret Godfrey (cf. Kroniek 17
nr. 1753). [E. C.-I.]
1904 - A. DEWITTE, Een boekencatalogus uit de Brugse Lieve-Vrouwkerk ca. 1570 in Archief- en bibliotheekwezen in België, 62, 1991, p. 177-189.
Uitgave, met inleiding, van een belangwekkend document (Rijksarchief Brugge). De catalogus bevat 170 (summiere) titels. Voor een aantal daarvan wordt een mogelijke identificatie gegeven. [M.d.S]
1905 - Christian COPPENS, Het boekenbezit van de Celestijnen te Heverlee (Leuven) omstreeks 1600 in Archief- en bibliotheekwezen in België, 62, 1991, p. 99-175, facs.
In het Arenbergarchief (K.U. Leuven) bevinden zich twee documenten van uitzonderlijk belang voor de bibliotheekgeschiedenis van de Celestijnen te Heverlee: een inventaris en een taxatie-lijst. Beide werden opgemaakt door de Leuvense boekverkopers Philippus Zangrius en Jan Snyders in 1601. Na een genuanceerde inleiding over boekenbezit en boekenprijzen worden de documenten geannoteerd uitgegeven. Daarop volgt een lijst van teruggevonden werken (handschriften en drukken). Navolging verdienen de registers (chronologisch, concordanties; drukkersregister; overige eigendomsmerken; persoonsnamen en anoniemen). [M. d. S.]
1906. - Alfons K.L. THYS, " Pelgrimstekens " in de Zuidelijke Nederlanden tijdens de Contrareformatietijd: Jan en Peter Oris, producenten van " tinnen vaantjes " en andere devotionalia in Oostvlaamse zanten,66, 1991, p. 67-88, ill.
Nieuwe biografische gegevens over de boekenverzamelaar Peter Oris (cf. Kroniek 15
nr. 1445), 'constvercooper op de Borsse'. Papieren vaantjes werden ook door drukkers en boekverkopers als Geleyn Janssens, Hubrecht de Croock, Franchoys den drucker te Antwerpen, Jan Mommaert, Hans Wyckmans, Anthoon Janssens, Jan Gemmert, Guilliani Boonen, Guillaume du Tielt, Abraham Verhoeven geproduceerd. [E. C.-I.]
1907. - L. VOET, L'offre: diversification de la production, tirages, prix des livres. Le cas de l' "Officina Plantiniana " à Anvers (1555-1589) in Produzione e commercio della carta e del libro secc. XIII-XVIII - Prato: Istituto internazionale di storia economica " F. Datini "; 1992, p. 565-582. (Atti delle " Settimane di studi " ed altri convegni; ser. 2).
Uit de Plantin Press is o.m. gebleken dat het aanbod van Plantin op de markt zeer gevarieerd was. Ook had Voet daar gegevens over oplagen verstrekt, een gegeven dat doorgaans een onbekende blijft in de produktiegeschiedenis. Deze gegevens plaatst hij hier naast de kostprijzen en de verkoopprijzen die hoofdzakelijk uit zijn The Golden Compasses afkomstig zijn. [E. C.-I.]
1908. - Roland CRAHAY, Marie-Thérèse ISAAC, Marie-Thérèse LENGER, avec la collaboration de René PLISNIER, Bibliographie critique des éditions anciennes de Jean Bodin. - Bruxelles: Académie royale de Belgique, 1992. XVIII, 356 p.: facs.; 25 cm. - (Classe des Lettres. Mémoires 80, 2e sér., t. LXX, fasc. 2). - BF 1.200.
Voor de eerste en de derde auteur is deze bibliografie, produkt van jarenlange gezamenlijke arbeid in het Séminaire de bibliographie historique van de Universiteit te Mons, postuum verschenen. In de literatuuropgave mis ik vreemd genoeg de publikaties van M.-Th. Lenger, die door de schrijver van het woord vooraf, Vittor Ivo Comparato, wel in een voetnoot zijn genoemd: kleinere publikaties, waarin resultaat van deelonderzoek, aan dit eindresultaat voorafgaan.
Bij zevenhonderd bibliotheken is een enquête gevoerd, voorwaar niet niets. Voorwerp van deze bibliografie zijn al de drukken tijdens het leven van de auteur verschenen of in rechte lijn daarvan afstammend. In een appendix zijn enkele werken opgenomen die in nauwe relatie met Bodins eigen geschriften staan, soms zelfs op zijn naam in catalogi zijn terug te vinden. Elke editie is beschreven volgens de principes en de normen van de analytische bibliografie, die als uiteindelijk doel heeft het uitgangspunt te zijn voor een kritische teksteditie. Zonder het expliciet te zeggen, is er naar gestreefd een 'ideal copy' te beschrijven: dit betekent dat zoveel mogelijk exemplaren zijn onderzocht en de beschrijving op oorspronkelijke drukken berust. De elementen van die beschrijving bestaan uit het impressum in zijn oorspronkelijke taal, de reproduktie van de titelpagina, de collatie (met inbegrip van de vingerafdruk), zetgewoonten (voor zover die bijzonder zijn, zoals de manier waarop custoden en signaturen zijn gezet), typografisch materiaal (in zover relevant als vergelijkingsmateriaal), analyse van de inhoud, identificering van de editie, bewaarplaatsen, aantekeningen. De ordening is chronologisch naar de werken zelf, die telkens kort worden voorgesteld. Kortom, een voorbeeld van methode. Behalve op één punt: de afwezigheid van registers; er is zelfs geen drukkersregister! Er is dus niet meteen uit te maken of er in ons land werk van Bodin is verschenen, of welke bibliotheken er werk van hem bezitten.
Dank zij deze bibliografie is het nu mogelijk geworden de verspreiding van het volledige oeuvre van Bodin, in tijd en ruimte, te volgen. Voor een veelzijdige figuur als Jean Bodin (1529 ?- 1596), politicus en schrijver, komt die dan ook niet te vroeg. Het boek, door de Academie uitgegeven, is goed verzorgd en helder gepresenteerd. [E. C.-I.]
1909. - Lodovico Guicciardini (1521-1589): Actes du Colloque international des 28, 29 et 30 mars 1990. Ed. Pierre JODOGNE. - Louvain: Peeters Press, 1991. - 375 p.: ill.; 24 cm. - (Vrije Universiteit Brussel. Travaux de l'Institut interuniversitaire pour l'étude de la Renaissance et de l'Humanisme; 10). ISBN 90-6831-185-9. BF 1.800.
Een paar opstellen in deze zeer waardevolle bundel worden hier afzonderlijk behandeld omdat zij voor de Kroniek van wezenlijk belang zijn. Toch is de bundel als geheel het vermelden waard, omdat Guicciardini's grote werk, te Antwerpen verschenen, uit verschillende invalshoeken wordt belicht. Als laatste bijdrage zij het literatuuroverzicht vermeld, door Dina Aristodemo en de betreurde Anne-Marie Van Passen, 'Bibliografia degli studi dedicati a Lodovico Guicciardini'. [E. C.-I.]
Zie ook nrs.
1887; 1910
1910. - Claude SORGELOOS, Les sources imprimées de la 'Descrittione di tutti i Paesi Bassi' de Lodóvico Guicciardini in Lodóvico Guicciardini (1521-1589)... (cf. nr.1909), p. 37-98.
Diepgaand onderzoek van de gedrukte bronnen die Guicciardini gebruikt heeft voor zijn Beschrijving der Nederlanden. De auteur is uitgegaan van de derde (Italiaanse) editie uit 1588. De lijst bronnen die hij in fine van zijn artikel geeft, noemt hij voorlopig. Niettemin beslaat ze om en bij de 180 titels! Elk hiervan is alfabetisch per auteur gerangschikt, gevolgd door het drukjaar van een van de drie Italiaanse drukken (1567, 1581, 1588), de opgave van de bladzijde in de druk van 1588, de titel van Guicciardini's bron, de door hem gebruikte editie, de betrokken passus en ten slotte een commentaar. Dit onderzoek heeft aan het licht gebracht dat Guicciardini, naast zuiver informatieve bronnen ook literaire citaten heeft aangehaald. Over veertig bladzijden uitgesmeerd bespreekt S de bronnen, aard, frequentie enz. Interessante studie. [E. C.-I.]
1911. - Werner WATERSCHOOT, Een lezer van de Stove in Cultuurhistorische caleidoscoop aangeboden aan Prof. Dr. Willy Braekman . Ed. C. DE BACKER. - Gent: Stichting Mens en Kultuur, 1992, p. 571-583.
De huwelijksproblematiek heeft ook in de zestiende eeuw schrijvers naar de pen doen grijpen: Erasmus, Jan van den Dale, Lucas d'Heere. W komt tot de vaststelling dat de teksten van de eerste twee zo verwant zijn dat er zelfs van bewerking door Van den Dale naar Erasmus kan worden gesproken. W onderzoekt verder hoe D'Heere met Van den Dales Stove heeft kennis gemaakt, ook al is er tussen de tekst van Erasmus en D'Heere een niet te miskennen verwantschap. Boeiende tekstkritiek! [E. C.-I.]
Zie ook nrs.
1917; 1947
1912. - Enrique GONZÁLEZ, Salvador ALBIÑANA i Victor GUTIÉRREZ. Vives: edicions princeps. - Valencia: Universitat: Generalitat Valenciana, 1992. - 326 p.: facs.; 30 cm. - ISBN 84-370-1015-2.
De universiteit van Valencia heeft met een originele tentoonstelling en een uitstekende catalogus op een royale manier de vijfhonderdste geboortedag van Vives gevierd. Het doel, alle eerste edities van Vives in Valencia samen te brengen, werd grotendeels bereikt. Verder hebben zij een prachtig gedrukte catalogus gerealiseerd waarvan wij hier de samenstelling geven. De inleiding, p. 13-57, 'Vives: de la edición principe hacia el texto critico' is van de hand van E. González. In deze inleiding is ook een biografie van Vives verwerkt. Vervolgens heeft men een Engelse tekst van J. IJsewijn, 'The Litterae ad Craneveldium' (p. 50-66) en 'A survey of the extant mss. of J.L. Vives's letters' (p. 6794) door G. Tournoy. Daarna komt de eigenlijke 'Catalèg de l'exposició' van de hand van E. González, S. Albiñana en V. Gutiérrez. Dit is in feite een zeer uitvoerige beschrijving van alle eerste edities met een afbeelding van de titelpagina, de exemplaarlocalisatie en de bibliografische referenties. Commentaar op de inhoud, de situering en het belang van de tekst worden niet gegeven. Het oudste werk, waarin een brief van Vives voorkomt, dateert van Parijs 1514; de Opera omnia van 1782-1790 zijn het recentst. Na de Obras atribuidas komen de Epistolario (p. 233-281), handschriften en drukken. Een bibliografie en een index sluiten deze basisbibliografie van Vives af. [J.M.]
Zie ook nr.
2087
1913. - Joseph L. LAURENTI, Juan Luis Vives (1492-1540) en la Biblioteca de la Universidad de Illinois: fondos raros del siglo 16 localizados in Gutenberg-Jahrbuch,1992, p. 114-124.
32 'bibliografisch' beschreven edities van Vives in de UB Illinois te Champaign-Urbana, Ill. aanwezig, met opgave van talrijke andere exemplaren (er is een lijst van een zestigtal Europese bibliotheken). In de bronnenopgave missen we de catalogus Belgica typographica en de Bibliographie des impressions espagnoles des Pays-Bas méridionaux van Peeters-Fontainas. [E. C.-I.]
1914. - Erik DUVERGER, Antwerpse kunstinventarissen uit de zeventiende eeuw. Dl. V: 1642-1649, documenten 1201-1565. - Brussel: Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België, 1991. - 510 p.; 27 cm. - (Fontes historiae artis neerlandicae = Bronnen voor de kunstgeschiedenis van de Nederlanden; I: 5). - ISBN 90-6569-446-3. BF2.300.
Dl. VI: 1649-1653, documenten 1566-1902.[...], 1992. - 525 p. (Fontes [...]; I: 6). - ISBN 90-6569-565-6. BF 2.300.
Voortzetting van Kroniek 13
nr. 1034, 14 nr. 1211 en 16 nr. 1615, met opnieuw enkele bronnen voor boek- en bibliotheekgeschiedenis: o.m. nrs. 1213 (21 oktober 1642: verkoop aan Jan van Meurs van de voorraad boeken en koperplaten door Catharina Galle, weduwe van Martinus Nutius), 1238 (16 maart 1643 inventaris van de Lipsiuskamer bij Balthazar Moretus), 1289 (17 maart 1644 testament van Balthazar II Moretus), 1328, 1383 (Rubens), 1430 en 1455 (11 januari 1647: verkoop van drukkersmateriaal door Petrus Bellerus aan François Vivien te Brussel), 1715, 1733 (15-16 december 1651: bibliotheek van Reinier van de Wielen), 1869 (Fr. Vivien). [M.D.S]
Zie ook nr. 2516
1915 - Charles MATAGNE, Répertoire des ouvrages du XVIle siècle de la bibliothèque du C.D.R.R. (1651-1700). - Namur: Centre de Documentation et de Recherche Religieuses, 1992. - 2 dln., iv, 985 p.; 24 cm. - BF 4.000.
Vervolg op Kroniek 16
nr. 1618. Samengesteld volgens dezelfde principes, is dit een van de eerste grotere catalogi die alle zeventiende-eeuwse drukken mét collatie beschrijft. Het drukkersregister bestaat 60 pagina's! De inhoud van de drukken (vooral religieuze onderwerpen en kerkgeschiedenis) is erg goed ontsloten via een onderwerpsregister (p. 899-985!). Uit het register op plaats van uitgave (p. 815-834) valt het overwicht van enkele centra af te leiden (Amsterdam, Antwerpen, Keulen, Londen, Rome - maar bovenal Parijs met ruim 230 namen van drukkers/uitgevers). Wij herhalen graag de lof bij het eerste deel: moge deze doordachte en goed ontsloten catalogus velen tot navolging strekken. Wij zijn de auteur zeer veel dank verschuldigd voor zijn bekwame ijver [M. d. S.]
1916 - Ton CROISET VAN UCHELEN, Schrijfmeesters als schrijfgraveurs: gedachten bij een brief van Ambrosius Perling in For Bob de Graaf... (cf. nr. 1828), p. 107-113, facs.
De auteur onderzoekt of zijn eerder gehouden bewering dat de schriftgraveurs eigenlijk zelf best ook schrijfmeester konden zijn, nog steeds stand houdt. Uit de inventaris van de graveurs van de materie- of exemplaarboeken uit de 17de eeuw in Nederland, blijkt dat dit inderdaad ook zo geweest is. De onlangs door de UB Amsterdam gekochte brief van Ambrosius Perling, schrijfmeester en graveur, spreekt die bewering allerminst tegen. [E.C.-I]
1917. - Dirk COIGNEAU, Het Testament vande oorloghe (1607) in Cultuurhistorische caleidoscoop... (cf. nr. 1911), p. 103-127.
Een moment in in de vredesonderhandelingen tussen de Verenigde Provinciën en de Spaanse Nederlanden is geweest het akkoord van 12 april 1607, voorloper van het Twaalfjarig Bestand, twee jaar later afgesloten. Het wikken en wegen langs beide zijden over de mogelijkheden tot vrede heeft gedurende die twee jaar een stroom van pamfletten en vlugschriften veroorzaakt. Eén ervan is het in de titel genoemde pamflet, waarvan acht verschillende edities bekend zijn; C beschrijft ze alle en gaat verder in op aard, inhoud en varianten van deze ' tekst in rederijkersverzen geschreven: de 'zieke' Oorlog maakt een testament op. Een grondige analyse van de edities brengt o.m. slordig zetwerk en gebrekkige kopij, maar nog veel meer aan het licht! [E. C.-I.]
1918 - R.G. FUKS-MANSFELD, Jóseph Athias als uitvinder in Een gulden kleinood: liber amicorum D. Goudsmit ... Red. H. DEN BOER (e.a.). - Leuven-Apeldoorn: Garant, 1990, p. 155- 164. - ISBN 90-5350-023-5.
Joseph Athias (ca. 1635-1700) was de bekendste joodse boekdrukker te Amsterdam in de tweede helft van de zeventiende eeuw. In 1658 begon hij met zijn Hebreeuwse drukkerij. Extra winstgevend was de export van door hem gedrukte Engelse bijbels en katholieke liturgische boeken (wie zoekt dat eens uit... ?). Om de produktie te verhogen/versnellen introduceerde hij een vorm van stereotypie: volledig staand zetsel van veelgevraagde boeken. Dat vereiste veel lettermateriaal, maar rendeerde bij zeer grote oplagen. Ook waagde hij zich aan textieldruk,op basis van gegraveerde koperen platen, maar dat mislukte. [M. d. S.]
Zie ook nr.
1923
1919. - T.S.J.G. BÖGELS, Govert Basson: printer, bookseller, publisher, Leiden 1612-1630. - Nieuwkoop: De Graaf, 1992. - xii, 356 p.: facs., ill.; 25 cm. -(Bibliotheca Bibliographica Neerlandica, 29). - ISBN 90-6004-417-7. Fl. 25.
Belangrijke monografie over de Leidse boekverkoper Govert Basson (ca. 1581-1643), zoon van Thomas Basson (zie Kroniek 12
nr. 873). Hij was betrokken bij de politiek-godsdienstige verwikkelingen van zijn tijd (als Remonstrant) en was tevens-actief op de internationale markt (Frankfort). Naast Remonstrantse werken drukte hij veel Neolatijnse poëzie (C. Barlaeus). In 1630 hief hij zijn bedrijf op en veilde de winkelvoorraad (inclusief de eigen publikaties). Hoofdstuk VI (p. 193-286) geeft een bibliografische beschrijving van de 187 uitgaven (waarom geen exemplaargegevens als bv. bibliotheeksignaturen: het gaat vrij vaak om unica!). In bijlagen o.a. afbeeldingen van drukkersmerken en kapitalen, vergelijking van de boekenvoorraad bij de Raphelengii, J.J. Orlers en Basson (volgens de respectieve veilingcatalogi). Met namenregister. [M.D.S]
1920 - P.J. KOOPMAN, Nicolaes Biestkens en de Nederduytsche Academie in De Zeventiende Eeuw,8, 1992, p. 123-130.
Nicolaas Biestkens was van 1617-1622 drukker van de door Samuel Coster opgerichte 'Nederduytsche Academie', een soort hogere onderwijsinstelling/volksuniversiteit met het Nederlands als voertaal. Biestkens drukte inz. toneelstukken en gelegenheidsteksten. Genuanceerde studie over een drukker en zijn opdrachtgever, met aandacht voor typografische aspecten. [M. d. S.]
1921 - Marijke DONKERSLOOT-DE VRIJ, Drie generaties Blaeu: Amsterdamse cartografie en boekdrukkunst in de zeventiende eeuw. - [Amsterdam]: Rijksmuseum 'Nederlands Scheepvaartmuseum'; [Zutphen]: Walburg Pers, 1992, - 83 p.: ill.; 20 x 22 cm. - ISBN 90-6011-817-0. Fl. 24, 50.
Vlot geschreven en prettig geïllustreerd overzicht van de ontwikkeling van een Amsterdamse topdrukkerij-uitgeverij uit de Gouden Eeuw. Haar kaarten, globes en boeken bieden een schitterend beeld van Amsterdams voorspoed. Stichter van het bedrijf was Willem Jansz. (1571-1638), die zich vanaf 1621 'Blaeu' noemde. Hij was maatschappelijk actief en had veel commercieel succes (en dus ook naijver) met enkele nieuwe genres (klein formaat liedboekjes) en technieken (drukpers!). Zijn zoon Joan I (1598/99-1673) verwierf roem, rijkdom en aanzien door de succesvolle (reuzen)atlassen en stedeboeken. In 1672 verwoestte een brand de nieuwe (tweede) drukkerij. Zijn zoons kwamen die slag niet te boven en lieten het bedrijf opgaan in de 'Latijnse Compagnie' (1682-1706). [M. d. S.]
Zie ook nrs.
1957; 2233
1922. - G. HENDRIX, Perikelen rond de 'Lilia Cistercii' van Chrysostomus Henriquez in Ex officina,8, 1991, p. 71-77, ill.
Chrysostomus Henriquez O. Cist. (Madrid 1594-Leuven 1632) was een kerkhistorisch polygraaf (39 titels in Hendrix' Bibliotheca; zie
nr. 1869). De auteur beschijft de exemplaren in de Leuvense UB (Centrale Bibliotheek en Bibliotheek Godgeleerdheid, veelal uit de collectie van kardinaal d'Alsace). Hij gaat nader in op het moeizame produktieproces van de hagiografische bronnenverzameling Lilia Cistercii (Dowaai, Baltazar Bellerus, 1633). Het boek, voltooid in 1619 ('facultas' vanwege de orde) zou verschijnen bij de Brusselse drukkers Jan Pepermans en Adriaan Meerbeeck. Wegens niet-naleving van de contractuele prefinanciering sleepte de zaak aan tot na het overlijden van de auteur. Slechts één deel verscheen het jaar daarop te Dowaai. In het Abdijarchief van Baudelo (Rijksarchief Gent) bevinden zich enkele autografen van Henriquez, m.n. contractuele bepalingen en betalingsdocumenten. [M. d. S.]
Zie ook nr. 1869
1923 - H.P. SALOMON, Iets (meer) over de publikaties van de geleerde hazan Joseph Salom ben Salom Gallego in Een gulden kleinood. (cfr. nr. 1918), p 249-266, facs.
Van deze uit Saloniki afkomstige en sedert 1613 in Amsterdam werkzame auteur werden een aantal werken gedrukt bij Menasse ben Israel. Hier is van belang de verkleinde facsimile (p. 260-266) van een unicum uit de Bibliotheca Thysiana (nr. 3511): Een Ghebedt der Israëliten woonachtich in Hollandt, voor (...) Frederic Hendrick (...),een Hebreeuws-Nederlands pamflet dat in 1630 te Leiden verscheen bij de Elzeviers. [M.d.S]
1924 - Anna E.C. SIMONI, The twofold laughter of Gelasius in Quaerendo,22, 1992, p. 3-19, ill.
De Antwerpse Jezuïet Carolus Scribani was begin zeventiende eeuw verwikkeld in een hevige polemiek met inz. Leidse calvinisten. In 1608 verscheen een curieus boekje Hoc volumine continentur met satirische verzen tegen hem. De twee 'exemplaren' daarvan in de British Library blijken tot twee edities te behoren (Simoni G-29 en G-30). De drukker was Henrick Lodewijcxsoon van Haestens. [M. d. S.]
1925 - R. BREUGELMANS, De Erasmusuitgaven van Joannes Maire (1641-1652) in For Bob de Graaf. (cfr. nr. 1828), p. 101-106, ill.
Joannes Maire, werkzaam te Leiden 1603-1657, is o.m. bekend door het twintigtal duodecimo-uitgaafjes van Erasmusteksten. Nauwkeurige vergelijking van een aantal exemplaren daarvan leidde tot de ontdekking van een reeks paralleluitgaven (zelfde jaartal, maar met minieme verschillen in zetsel dus met een andere 'vingerafdruk!!). De auteur wijst terecht op de noodzakelijke analytisch-bibliografische onderbouw van (auteurs)bibliografieën. [M. d. S.]
1926 - R. BREUGELMANS, Maire's editions of Grotius's 'De veritate religionis christianae' from 1627 to 1640 in Quaerendo,22, 1992, p. 191-196.
De wordingsgeschiedenis van Hugo Grotius' De veritate kan worden geïllustreerd aan de hand van zijn briefwisseling. Grondig onderzoek echter van een aantal exemplaren van elke druk leidt tot de correcte bibliografische beschrijving van de drukgeschiedenis. De ordening van de drukken door Ter Meulen & Diermanse in hun Bibliographie (1950) is niet gebaseerd op analytisch-bibliografisch onderzoek en dient dus met enig voorbehoud te worden geciteerd. [M. d. S.]
1927 - Ad LEERINTVELD, Politiek, religie en literatuur: het fonds van de Haagse drukker en uitgever Aert van Meurs en de familie Huygens in De Zeventiende Eeuw,8, 1992, p. 139-149.
Aert (van) Meur(i)s drukte in de periode 1609-1642 meer dan 170 werken. Hier wordt de produktieve eerste periode onderzocht: van 1609 tot 1625, met 120 werken, waaronder veel pamfletten. Door de relatie met Constantijn Huygens werd hij een der belangrijkste literaire uitgevers. [M. d. S.]
1928 - Anna E.C. SIMONI, Leiden booksellers - Leiden politics: Jan Jansz Orlers and Joost van Colster in 1618 in Quaerendo,22, 1992, p. 89-96, ill.
Over de politieke activiteiten van Orlers en Van Colster, n.a.v. Cort verhael vande ontschutteringe (1618: Knuttel 2580, Simoni C-197). Aanvulling op Bert van Selms studie over Orlers (Kroniek 15
nr. 1447). [M. d. S.]
1929 - Dirk SACRÉ, Over Petrus Daems' Encomiasticum solitudinis cartusianae (Antwerpen, 1613) in De Gulden Passer,69, 1991, p. 171-179.
Bij Hieronymus I Verdussen verscheen in 1613 (en niet '1623') een lofdicht op het kartuizerleven door Petrus Daems O. Carth. (ca. 1590-1653). Biografische en literairhistorische studie. [M. d. S.]
1930 - A.K.L. THYS, Een ganzenbord van de Antwerpse drukker Martinus Verhulst (1690) in Volkskunde,92, 1991, p. 51-52.
Uit een archiefbron blijkt dat niet Hiëronymus Verdussen maar zijn schoonvader Martinus Verhulst de drukker zal zijn geweest van het populaire 'gansenbert', in het testament van Verhulst in één adem met almanakken en Evangelieboekjes genoemd. [E. C.-I.]
1931 - Renske E. JELLEMA & Michiel PLOMP, Episcopius: Jan de Bisschop (1628-1671), advocaat en tekenaar. - Zwolle/Amsterdam: Waanders/ Museum Het Rembrandthuis, 1992. - 80 p.: ill; 28 cm. - ISBN 90-6630379-4. Fl. 25.
Renske E. JELLEMA, Episcopius, Jan de Bisschop (1628-1671), advocaat en tekenaar in De boekenwereld,9, 1992-1993, p. 109-112, ill.
Jan de Bisschop, gehuwd met Caspar Barlaeus' dochter Anna, was advokaat aan het Hof van Holland. Hij was bevriend met Geraert Brandt en vooral met Constantijn Huygens en diens zonen. Als tekenaar was hij een voorstander van het classicisme. Hij publiceerde o.m. reeksen etsen als Signorum veterum icones en Paradigmata Graphices. Als illustrator ontwierp hij o.m. de titelprenten voor J. Blaeu's Italiaans stedenboek Antiquitates et admiranda Urbis Romae (1663) en C. Huygens' De nieuwe Zee-straet (1667). Het artikel in De boekenwereld gaat nader in op de titelpagina van Simon van Leeuwens Corpus Juris Civilis (1663) en andere juridische titelprenten. [M.d.S]
1932 - I.H. VAN EEGHEN, Jan Luyken (1649-1712) and Caspar Luyken (1672-1708): Dutch illustrators in Le Magasin de l'Univers... (cfr. nr. 1865), p. 129-142, ill.
Vader en zoon Luyken publiceerden ca. 5.000 (!) etsen en gravures. Hun Het menselyk bedryf (1694) werd bewerkt tot het Duitse Abbildung der gemein-nützlichen Haupt-Stände van Christoph Weigel (1698). Te vermelden zijn vooral de afbeeldingen m.b.t. het boekbedrijf. [M.d.S]
1933 - C. SORGELOOS, Une reliure gantoise sur un exemplaire de présent dédicacé par Maximilien De Vriendt (1603) in Le livre & l'estampe,38, 1992, nr. 137, p. 117-125, ill.
De auteur is een tweede band bekend (in privé bezit), met op het plat een portretstempel van Albrecht en Isabella: gebonden in perkament rond 'Epigrammatum libri IX', de eerste dichtbundel van de Gentse dichter Maximiliaan de Vriendt of Vrientius (1559-1614) en gedrukt bij Joachim Trognaesius te Gent in 1603. Het is bovendien een opdrachtexemplaar van de auteur aan Jacob Hebberecht, secretaris van de stad Gent. [E. C.-I.]
1934 - Th.W. STOFFELEN, Twee Berner parochiebibliotheken uit het post-Tridentinum: Bokhoven en Lithoyen in Ons geestelijk erf,65, 1991, p. 197-260.
De twee genoemde parochies liggen in het bisdom 's-Hertogenbosch. De eerste boekenlijst, uit 1622, opgesteld door pastoor Paulus van den Dael in Bokhoven, telt 157 nummers, goed voor 174 werken. De tweede, uit niet nader genoemd jaar te Lithoyen opgesteld, telt 159 nummers, goed voor 162 werken.
Beide lijsten zijn onderzocht op kerkelijke status en reguliere herkomst van de auteurs, het vakgebied, taal, tijd en geografische herkomst van de auteurs. Bij de publikatie van de lijsten is de auteur er goeddeels in geslaagd de werken te identificeren, maar over welke editie het ging is natuurlijk een ander paar mouwen. De bronnen die de auteur bij de identificatie gebruikt heeft, zijn blijkens de aantekeningen in de lijst niet op een consequente wijze benut. Er is niet gezegd of er ook handschriften bij zijn. [E. C.-I.]
1935 - H. BORST, Van Hilten, Broersz en Claessen: handel in boeken en actueel drukwerk tussen Amsterdam en Leeuwarden rond 1639 in De Zeventiende Eeuw,8, 1992, p. 131-138.
Uit een 'archiefje' van Tjerck Claessen, boekhandelaar te Leeuwarden (1628- ) wordt een beeld geschetst van het concrete boekhandelsverkeer. Het gaat met name om een reeks begeleidende briefjes bij zendingen vanuit Amsterdam aan Claessen, inz. wekelijkse kranten (door Jan van Hilten) en ander actueel drukwerk (door Joost Broersz). Belangrijke verkenning in een nauwelijks ontgonnen terrein: de distributie van gedrukt materiaal. [M. d. S.]
1936 - R.G. FUKS-MANSFELD, The Hebrew book trade in Amsterdam in the seventeenth century in Le Magasin de l'Univers... (cfr. nr. 1865), p. 155-168.
Hebreeuwse boeken werden in de Republiek eerst gepubliceerd ten behoeve van het theologisch onderricht (universiteiten) en filologische studie. Daarna verschoof de aandacht naar werken voor de joodse gemeenschap (binnen en buiten de Republiek). De hoge oplagen maakten dit tot een lucratief bedrijf. Boeiende synthese. [M. d. S.]
1937 - Eleven catalogues by Reinier Leers (1692-1709). A reproduction edited with an introduction by H.H.M. VAN LIESHOUT and O.S. LANKHORST. - Utrecht: HES, 1992. - 375 p.: facs; 22 cm. - (Catalogi redivivi, 7). - ISBN 90-6194-008-7. Fl. 265.
Reinier Leers (1654-1714) behoorde tot de belangrijkste drukkers-uitgevers-boekverkopers op het einde van de zeventiende eeuw, m.n. dankzij edities van P. Bayle, N. Malebranche en R. Simon. In ieder geval was zijn firma het grootste Rotterdamse boekbedrijf uit die periode. Van 1680 tot 1709 publiceerde hij een tweehonderd boeken, naast plaatselijk gelegenheidsdrukwerk. In 1709 verkocht hij het bedrijf aan Michael Böhm en Caspar Fritsch. Leers was gehuwd met Cornelia, dochter van Gerard Brandt.
In 1983 promoveerde O.S. Lankhorst op een monografie over Leers (zie Kroniek 9
nr. 579). Daarin gaf hij o.m. een fondslijst en een overzicht (met bloemlezing) van Leers' correspondentie. Op p. 88 kondigde hij nader onderzoek aan m.b.t. de elf sortimentscatalogi. De resultaten daarvan staan thans ter beschikking in de door hem en H.H.M. van Lieshout (zie Kroniek 16 nr. 1625) verzorgde facsimile-uitgave. Centraal daarin staan de elf doorgenummerde octavo edities van de Catalogus librorum, quibus officinam suam auxit anno praeterito 1691 [-] Regnerus Leers, bibliopola Roterodamensis. Deze elf catalogi zijn goed (soms iets te vet) gereproduceerd (wegens het kleine lettertype tot 125 % vergroot; van de laatste catalogus is slechts een licht beschadigd exemplaar bekend). Raadpleging ervan wordt vergemakkelijkt door een toegevoegde marginale nummering. Leers heeft deze lijsten duidelijk als een geheel bedacht. Ze sluiten chronologisch goed aan, zijn identiek van indeling en gedeeltelijk ook doorgenummerd en -gesigneerd (I-VII: A-X4 = p. 1-168; VIII-IX: A-F4 = p. 1-48; X: A-C4 = p. 49-64, 17-24; XI: A-C4 p. 1-24).
Enkele catalogi (II, VI, VIII, IX) bevatten naast boeken ook series kaarten, prenten en portretten. Aardig is ook het lijstje 'Autores in usum serenissimi Delphini' bij het begin van cat. II. Cat. VI biedt in bijlage een 'Catalogue de livres & d'estampes, de l'impression du Louvre', die Leers had verkregen in ruil voor leveringen aan de Bibliothèque du Roi. In cat. IX vindt men op het einde een lijst van 'Tableaux de l'Hôtel de Luxemburg, peints par Rubbens, dessinez & publiez par J.B. Nattier' (p. 247).
De inleiding (p. 7-35) biedt naast informatie over de catalogi ook een eerste inhoudelijke analyse. Leers publiceerde fondscatalogi (met eigen uitgaven ruilvoorraad) in 1692, 1700 en 1706. Tevens zijn van hem enkele aanwinstenlijsten bekend (boeken uit Frankfort bv.) van 1682, 1683 en 1688. Interessanter nog zijn de hier gereproduceerde sortimentscatalogi. Van de elf catalogi zijn er 52 exemplaren bewaard; volgens de auteurs in 7 bibliotheken: hun lijstje vindplaatsen vermeldt er 9 (4 Britse, 3 Parijse, 1 in Amsterdam en 1 in Rome). Er zijn wel meer slordigheidjes bij het tellen: van catalogus VII zijn er 5 exemplaren bekend (en geen 6. Ook zijn diagrammen 2 (plaatsen uit de Republiek) en 3 (landen) verwisseld.
Uitvoerig worden geografische, chronologische en inhoudelijke gegevens belicht. Daaruit is duidelijk dat Leers zich toelegde op Latijnse en Franse boeken uit de Republiek, Frankrijk en Duitsland, die handelen over geschiedenis, theologie en wetenschap. Uit de Zuidelijke Nederlanden betrok hij vooral theologische en historische werken: uit Brussel, Antwerpen en Leuven slechts enkele titels uit Brugge (werken van Vredius) en 1 uit Bergen (Mons). Opvallend is dat het aanbod ook 'oudere' werken omvat: in de zeventiende eeuw was er nog geen echt 'antiquariaat'. Informatie over boekenprijzen geeft de 'List of prices paid by the Bibliothèque du Roi' (p. 301-308), gebaseerd op aankopen uit de jaren 1694-1708 vermeld in oude registers van de Parijse Bibliothèque Nationale (vgl. afb. 3 (tussen p. 106-107) in Lankhorsts proefschrift). Een uitvoerig namenregister (p. 309-351) maakt verder receptiestudies van individuele auteurs of teksten mogelijk. Op p. 353-375 volgt dan een register op plaats van uitgave, chronologisch onderverdeeld bij de grotere plaatsen. Dat zijn dan vooral Amsterdam, Frankfort, Genève, Keulen, Leiden, Leipzig, Londen, Lyon, maar bovenal Parijs.
Leers' catalogi zijn een eersterangsbron voor informatie over het internationale boekenaanbod op het einde van de zeventiende eeuw, aan het begin van de Verlichting. Deze bron is thans voortreffelijk beschikbaar gesteld voor boekhistorici, filologen en kunsthistorici. Auteurs en uitgever wezen geprezen om weer een degelijke aanwinst in een uiterst waardevolle serie. Onontbeerlijk voor bibliotheken en al wie de Nederlandse boekgeschiedenis ter harte gaat. [M. d. S.]
1938 - Paul BEGHEYN, Abraham Leyniers: een Nijmeegse boekverkoper uit de zeventiende eeuw. Met een uitgave van zijn correspondentie uit de jaren 1634-1644. - Nijmegen: Nijmeegs Museum 'Commanderie van Sint-Jan', 1992. - 51 p.: ill.; 25 cm. - (De grafische verzamelingen in het Nijmeegs Museum 'Commanderie van Sint-Jan', l). - ISBN 90-6829-042-8. Fl. 8 (+ verzendkosten).
H. BORST, Brieven aan de Nijmeegse boekhandelaar Abraham Leyniers, 1634-1644 in Dokumentaal,21, 1992, p. 169-172.
In 1991 kwamen binnen een halfjaar op twee verschillende plaatsen gedeelten te voorschijn van de correspondentie van de Nijmeegse boekhandelaar Abraham Leyniers (1599-1663). Die werden door het Nijmeegse museum verworven en door P. Begheyn voor uitgave bewerkt. De 29 documenten bevatten naast boekhandelsbestellingen vooral familiaal nieuws. Leyniers was gehuwd met Engelken van Hervelt, dochter van een boekhandelaar. Haar broer Nicolaes van Hervelt was de enige Nijmeegse drukker in die jaren (actief 1630-1672). De brieven worden genealogisch en boekhistorisch geannoteerd. Zij verrijken het beeld van het Nijmeegs boekbedrijf (zie Kroniek 16
nr. 1538) en vooral de schaars overgeleverde boekhandelscorrespondentie uit de Republiek.
H. Borst geeft, naast enkele feitelijke correcties i.v.m. interpretatie van prijzen, een nadere situering van de correspondentie in de driehoek Amsterdam (krantenuitgever Van Hilten) - Arnhem (Janssonius en Van Biesen) - Nijmegen (Leyniers). [M.d.S]
1939 - B. VAN SELM, Johannes van Ravesteyn, 'libraire européen' or local trader in Le Magasin de l'Univers... (cfr. nr. 1865), p. 251-263.
Johannes van Ravesteyn (1618-1681) was een belangrijk Amsterdams boekhandelaar in de periode 1650-1678. B. van Selm onderzocht de economische grondslag van diens bedrijf. Hij komt tot de conclusie dat de internationale verkoop slechts een deel ervan betrof en weinig opleverde in contanten (ruilhandel!). Veel belangrijker waren de locale activiteiten: stedelijke monopolies, uitgave van kranten, maar bovenal de verkoop in de eigen boekwinkel. De honderden boekhandelaren in Holland leefden in de eerste plaats van de thuismarkt. Helaas zijn daarvan maar weinig documenten bewaard. [M. d. S.]
Zie ook nr. 2096
1940 - Bert VAN SELM, 'Het kompt altemael aen op het distribuweeren'. De boekdistributie in de Republiek als object van onderzoek in J.J. KLOEK en W.W. MIJNHARDT (red.), Balans en perspectief van de Nederlandse cultuurgeschiedenis. De productie, distributie en consumptie van cultuur. - Amsterdam: Rodopi, 1991, p. 89-99.
De bronnen die ons kunnen inlichten over de boekdistributie in het verleden zijn zo schaars dat ze optimaal moeten worden benut. Bert van Selm bespreekt hier kort de publiciteit en de handelsgebruiken in de Republiek tijdens de eerste helft van de zeventiende eeuw. Vooral de publiciteit in kranten moet nog systematisch worden onderzocht, wat des te meer voor de hand ligt omdat kranten ongeveer de enige seriële bronnen zijn die ons voor deze periode ter beschikking staan. Wat de handelsgebruiken betreft worden als mogelijke onderzoeksperspectieven de volgende vragen gesteld: hoe werden de prijzen vastgesteld (en uitgedrukt in boeken bij het zgn. 'mangelen'? Was er sprake van boekhandelskortingen ? Wat was er beschikbaar in grote en kleine boekhandels ? Poètes, à vos plumes! [P.D.]
1941 - Louis Peter GRIJP, 'De Rotterdamsche Faem-Bazuyn': de lokale dimensie van liedboeken uit de Gouden Eeuw in Volkskundig bulletin: tijdschrift voor Nederlandse cultuurwetenschap,18, 1992, p. 23-78, ill.
Tientallen zeventiende-eeuwse liedboekjes dragen in hun titel de naam van een stad, dorp of streek. Grijp onderzocht de locale dimensie (gebruikers, produktie, thema's). Aan bod komen geestelijke liedboeken (dopers, inz. Noord-Holland) en wereldlijke (ook Zuidnederlandse als Het Brussels Moeselken). Op p. 26-28 bevindt zich een 'Overzicht van topografisch getitelde liedlboeken (1589-1659)', met enkele aanvullingen op Scheurleer (1912-1923). Van een aantal drukken is er slechts één exemplaar bewaard gebleven. De aanleg van een schaduwcollectie (op microfilm o.i.d.) wordt dan wel hoogstdringend... (door hun vaak zeer klein formaat lopen ze nog een extra risico op verdwijnen! Een lezersopmerking: de beschrijving (op p. 55) van Koekelberg als " een vermaaksoord even ten oosten van Brussel " klopt niet met het Belgisch topografisch en historisch bewustzijn. [M.d.S]
1942 - Diederik GRIT, Onbekende Kopenhaagse Vondeluitgave uit 1660 in Dokumentaal,21, 1992, p. 145-146.
Vondels gedicht Triomf over Funen werd een jaar na de originele plano-uitgave (Amsterdam 1659) in Kopenhagen herdrukt. Die uitgave ontbreekt in de bibliografie van Unger, de catalogus van Schuytvlot (Kroniek 14
nr. 1239) etc., maar stond wel onopgemerkt in de Bibliotheca Danica. [M.d.S]
1943 - Guido DESEYN, Hollander opgegraven in Gentse stadstuin! in VIAT (Vereniging voor industriële archeologie en textiel): tijdschrift rondom industriële cultuur, 10, 1992, dl. 38, p. 3-13, ill.
De Hollander in kwestie is een ovale arduinen maalkuip uit het laatste kwart van de 18de eeuw, gebruikt voor het aanmaken van de papierbrij op basis van lompen. Gent was toen en gedurende de hele 19de eeuw een centrum van papierfabricage. De kuip werd gevonden bij een bodemonderzoek in een tuin van een pand aan de Schoolkaai in opdracht van de drukker Van der Schelden gebouwd. Dit zou het oudste bekende exemplaar in N.W.-Europa zijn. [E.C.-I]
1944. - Bram SCHUYTVLOT, The compositor David Wardenaar as a poet in Quaerendo, 22, 1992, p. 285-291, in.
Beschrijving (met reproductie) van vier publikaties van David Wardenaar, de auteur van de door Frans. A. Janssen uitgegeven Beschrijving der boekdrukkunst. Het gaat telkens om éénbladdrukken, waarvan de typografische verzorging het creatieve vakmanschap van Wardenaar als letterzetter aantoont.
1945 - S. CORSINI, Quand Amsterdam rime avec Lausanne: impressions lausannoises datées des Pays-Bas in Le Magasin de l'Univers... (cfr. nr. 1865), p. 95-119, ill.
In de achttiende eeuw geraakten boekhandel en uitgeverij in Lausanne nauw met Amsterdam verbonden. Er was samenwerking (M.-M. Bosquet met P. (II) Mortier, M.-M. Rey en, uit Den Haag, F.-H. Scheurleer), maar ook wedijver. Zo verschenen er werken, te Lausanne gedrukt, met een bestaand of fictief Nederlands adres, maar evenzeer echte 'nadrukken' (contrefaçons). Nader onderzoek verdient nog het uitgeven in Nederland van verdachte Franse boeken met als adres 'A Lausanne'. [M. d. S.]
1946 - Jean C. STRENG, The plates in the Leiden University Catalogus librorum of 1716 in Quaerendo, 22, 1992, p. 271-284, ill.
In 1716 publiceerde Pieter van der Aa (1677-1730) de catalogus van gedrukte boeken en handschriften van de Leidse universiteitsbibliotheek. Zijn aanstelling tot universiteitsdrukker had hij waarschijnlijk mede aan deze onderneming te danken.
Oorspronkelijk had Van der Aa grootse plannen voor de illustratie van de catalogus: de beheerders van de universteit en alle professoren zouden erin worden vereerd met een gegraveerd portret. Om financiële redenen is het echter nooit zover gekomen. De portretten werden gebundeld in een afzondelijke publikatie. In de bibliotheekcatalogus werden tenslotte slechts drie illustraties opgenomen: een frontispies, een vignet op de titelpagina en een gegraveerde opdracht. Waarschijnlijk zijn ze het werk van de Leidse graveur Frans van Bleyswyck (1671-1746). Streng biedt ons een nauwkeurige 'vertaling' van deze allegorische voorstellingen, die alle te maken hebben met een ander aspect van het Leidse universitaire leven. [P.D.]
1947 - Jozef SMEYERS, 't Narre-schip naer Sotteghem: een achttiende-eeuwse Gentse moralist in het spoor van Sebastian Brant in Cultuurhistorische caleidoscoop... (cf. nr. 1911), p. 497-505, ill.
De Gentse moralist heet C.J. Bonne (1715-1781) en heeft blijkens de veilingcatalogus van zijn bibliotheek een exemplaar van een Nederlandse vertaling van het Narrenschip gehad. Van de Aff-ghebeelde narren speel-schuyt.... Amsterdam, J.E. Cloppenburgh 1635, is de titelpagina gereproduceerd naar een recente antiquariaatscatalogus. S gaat even in op de geschiedenis van de titelillustratie. [E. C.-I.]
1948 - Claude SORGELOOS, Un livre d'Anne-Charlotte de Lorraine conservé à la Bibliothèque de Mons in Le livre et l'estampe, 38, 1992, nr. 138, p. 109-114, ill.
Beschrijving van twee bandjes uit de privé-bibliotheek van Anna Charlotte van Lotharingen, zuster van de landvoogd in de Oostenrijkse Nederlanden, Karel-Alexander van Lotharingen. Het feit dat haar bibliotheek bij haar overlijden in 1773 opging in de collectie van haar broer in Brussel, maakt deze steeds in Bergen (B.) gebleven - bandjes tot voer voor bibliofielen. [P.D.]
1949 - Claude SORGELOOS, Note sur un relieur tournaisien, Romain Varlé, et la reliure à Tournai au XVIIIe siècle in Le livre et l'estampe, 381 1992, nr. 138, p. 119-125.
In het archief van de familie d'Ursel vond Sorgeloos een rekening terug van de Doornikse drukker en boekhandelaar Romain Varlé (1754-1805). Uit dit document blijkt dat Varlé ook als boekbinder actief was. De rekening bevestigt het vermoeden dat Doornik in de achttiende eeuw - althans op regionale schaal - befaamd was voor haar boekbinderijen. [P.D.]
1950 - Anne FRANçOIS, Les collections privées de livres et d'instruments de musique au travers des catalogues de vente bruxellois, durant les règnes de Marie-Thérèse et Joseph II d'Autriche (1740-1790) in Etudes sur le XVIIIe siècle, 19, 1992, p. 79-82.
Een lange titel voor een kort stukje over muziekliteratuur in veilingcatalogi van Brusselse privé-bibliotheken. De auteur onderzocht 65 catalogi; in 47 hiervan vond ze boeken terug i.v.m. muziek. In de modale boekenverzameling waren meestal gedrukte muziekbundels (van opera's en profane en liturgische liederen) terug te vinden, naast algemene naslagwerken als het Dictionnaire de musique van Sébastien de Brossard.
Drie bibliotheken vallen op door hun meer uitgebreid bezit aan muziekliteratuur. Het gaat hoofdzakelijk om libretti van het Franse opera-repertorium, wat de invloed verraadt van de smaakmakende Muntopera vanaf 1700.
Al bij al vertellen deze Brusselse veilingcatalogi niet zo veel. De auteur stelt geen enkele vraag bij de waarde van dit bronnenmateriaal, ook niet als de veilingcatalogus van de enige beroepsmusicus in het gezelschap slechts enkele boeken over muziek bevat. Een historisch-kritische bezinning was hier op haar plaats geweest. [P.D.]
1951. - Magda KRUIJTHOFF, Portretten van Nederlandse boekverzamelaars 4: Izaak, Johannes I en Johannes II. Drie generaties Enschedé in De boekenwereld, 8, 1991-1992, p. 223-227, ill.
Verslag van de veiling van de bibliotheek-Enschedé, van 9 tot 14 december 1867. P.A.- Tiele beschreef de collectie van 3009 kavels. Frederik Muller en Martinus Nijhoff leidden de veiling. Befaamde boekhandelaars als H. Didot en Bernard Quaritch kwamen erop af. Laatstgenoemde zorgde voor een vierde van de opbrengst. Wie niet hoog genoeg had kunnen bieden tijdens de veiling, kon zich troosten met een gedrukte lijst van prijzen en kopers, die in januari 1868 werd uitgegeven. [P.D.]
1952 - Christiane BERKVENS-STEVELINCK, Un cabinet de livres européen en Hollande: la bibliothèque de Prosper Marchand in Le Magasin de l'Univers... (cfr. nr. 1865), p. 12-22.
Aardige, prettig lezende schets van groei en gebruik van de privébibliotheek van Prosper Marchand (zie Kroniek 15 nr. 1464). De boeken bevinden zich (helaas verspreid) in de Leidse UB. Verdere publikaties over catalogi en (oude) inventarissen worden in het vooruitzicht gesteld. [M. d. S.]
1953 - Jan STORM VAN LEEUWEN, De laatste catalogus van de stadhouderlijke bibliotheek in Documentatieblad Werkgroep Achttiende Eeuw, 23, 1991, p. 83-102.
Willem V verliet in 1795 het land en liet o.m. zijn bibliotheek achter. De helft daarvan is nu aanwezig in de Haagse KB. Een reeks catalogi is bewaard: zeven tussen 1746 en 1800, plus nog rekeningen en aanwinstenlijsten. De catalogus van 1791 geeft een goed beeld van wat toch een belangrijke bibliotheek is geweest in de 18de eeuw in Nederland. De auteur gaat in op de inhoud, de auteurs, de drukplaatsen, de taal van de boeken in deze bibliotheek. Deze studie is een nevenproduct van het grote onderzoek dat SvL voert over de Nederlandse boekband in de 18de eeuw. [E. C.-I.]
1954 - Uta JANSSENS-KNORSCH, Commerce or culture? The fate of the first circulating library in the Netherlands in Documentatieblad Werkgroep Achttiende Eeuw, 13, 1991, p. 151-173, ill.
Voorbeeldig uitgewerkt en prettig leesbaar verhaal over de eerste uitleenbibliotheek in Nederland, de 'Bibliotheca Scheurleeriana', die in 1750 werd opgericht door de Haagse drukker en boekverkoper Hendrik Scheurleer junior. Dankzij zijn connecties met Engeland was hij op de hoogte van de eerste soortgelijke initiatieven aldaar, en zijn bibliotheek was het antwoord van een verlicht filantroop op de crisis van de boekhandel rond het midden van de achttiende eeuw. Scheurleer was bovendien actief als veilinghouder, en kon dus tegen betrekkelijk lage kosten snel een aanzienlijke bibliotheekcollectie opbouwen.
De verschillende bibliotheekcatalogi die Scheurleer uitgaf, inclusief de verschillende supplementen, maken een reconstructie van het fonds mogelijk. Hierin eiste fictie geleidelijk meer plaats op, een evolutie die mag worden toegeschreven aan Scheurleers vennoot Pieter Gerard van Balen.
De overige Haagse boekverkopers waren echter niet gediend met deze uitleenbibliotheek: wie boeken ontleent, vergeet boeken te kopen - waar hebben we dat meer gehoord? Scheurleer maakte zich vijanden; bovendien investeerde hij meer dan hij kon in de uitbreiding van de collectie. In 1760 was hij bankroet en moest hij zijn drukkerij verkopen. Drie jaar later moest ook zijn uitleenbibliotheek eraan geloven. Wat meer een culturele en idealistische dan een commerciële onderneming was geweest, zou later de basis vormen voor de uitleenbibliotheek van Hendrik Bakhuyzen, bij wie de Bibliotheca Scheurleeriana werd geveild. [P.D.]
Zie ook nrs.
2257; 2559
1955. - P.G. HOFTIJZER, The Leiden bookseller Pieter, van der Aa (1659-1733) and the international book trade in Le Magasin de l'Univers... (cfr. nr. 1865), p. 169-184.
Pieter van der Aa verwierf in 1713 een groot deel van materiaal (én gebouwen) van de Elzeviers. Minder bekend is zijn rol in de internationale-boekhandel. (Schaars) bewaarde correspondentie geeft enig inzicht, m.n. over zijn relaties tot de Londense boekhandelaar Samuel Smith en de Zwitserse wiskundige J.J. Scheuchzer. [M.d.S]
Zie ook nr. 1957
1956 - F. BLECHET en H. BOTS, La librairie hollandaise et ses rapports avec la Bibliothèque du Roi (1731-1752) in Documentatieblad Werkgroep Achttiende Eeuw, 23, 1991, p. 103-141.
Vervolg op de brievenuitgave in hetzelfde tijdschrift, jaargang 1989 (cf. Kroniek 16
nr. 1658), en in de bijdrage van F. Bléchet in Le Magasin de l'Univers (cf. nr. 1865). Met name worden 27 brieven voorgesteld over de aanwinsten van de Bibliothèque du Roi bij Nederlandse boekhandelaars vanaf 1731. Achtereenvolgens trachtten Pieter de Hondt, Boudewijn en Pieter Janssoon van der Aa, Rudolf en Jacob Wetstein, Pierre Gosse, Jean Neaulme en Antonie van Dole zich in de gunst te werken bij de Parijse Koninklijke Bibliotheek.
De contacten zijn soms heel vruchtbaar geweest. Vader en zoon Wetstein slaagden er zelfs in gedrukte boeken te ontlenen van de Bibliothèque du Roi, om er de voorbereiding van hun wetenschappelijke uitgaven mee te ondersteunen
Vanaf 1735 kwam echter een einde aan de nauwe contacten tussen Parijs en de Republiek. De Nederlandse uitgevershuizen bleven internationaal weliswaar zeer belangrijk, maar deze buitenlandse concurrentie werd voor de Franse boekverkopers onaanvaardbaar. Voor de periode waarop ze betrekking heeft, biedt deze briefwisseling prozaïsche en daarom zeer interessante gegevens over de praktijk van de internationale boekhandel vanuit het 'Magasin de l'Univers'. [P.D.]
1957 - Stock catalogues of maps and atlases by Covens & Mortier. The 'Catalogus van verscheyde koopere plaaten' of the heirs of Pieter Mortier's widow (1721), and the 'Catalogue nouveau des cartes géographiques' of Covens & Mortier (1763); a facsimile edition with an introd. by Peter VAN DER KROGT. - Utrecht HES, 1992. - 141 p.: facs.; 22 cm. - (Catalogi redivivi, 8). - ISBN 90-6194-098-2. Fl. 159.
De handel in kaarten, atlassen en globes was een belangrijk economisch aspect van de Nederlandse 'Gouden Eeuw'. Hoofdfiguren uit die periode, als de Blaeu's bv. worden geregeld bestudeerd (zie Kroniek
nr. 1921). De achttiende-eeuwse nabloei is veel minder bekend. Daarom is deze facsimile-uitgave zo interessant. De Franse boekverkoper Pieter Mortier (1661-1711; zie ook Kroniek 16 nr. 1656) vestigde zich in 1685 te Amsterdam. Naast een dubbele fondscatalogus, met Latijnse/Franse boeken, uit 1694 (exemplaren in HAB Wolfenbüttel), is van hem een kaartencatalogus bekend uit 1692 (ook in HAB). Sedert 1690 had hij nl. een lucratieve samenwerking opgebouwd met de Huguetans. Die bestond erin dat ze kopieën van veelgevraagde recente Franse kaarten op de markt brachten en tevens zo veel mogelijk goede koperplaten opkochten om de concurrentie te verzwakken. In 1711 zetten zijn weduwe en zijn zoon Cornelis de zaak voort. In 1720 wordt de waarde op 364.000 gulden geschat. Cornelis (1699-1783) gaat vanaf 1720 samenwerken met zijn zwager Johannes Covens (1697-1774). In 1738 bv. kopen zij veel op de veiling van Pieter van der Aa (zie Kroniek nr. 1955). In datzelfde jaar verscheen een Catalogue nouveau des cartes géographiques (ook in HAB). Na hun beider overlijden wordt de zaak voortgezet tot in 1866.
De Nederlandse catalogus uit 1721 beslaat acht bladzijden. Hij bevat slechts een gedeelte van de voorraad koperplaten, kaarten en boeken - de rest bleef in familiebezit. Het hier (p. 59-68) gereproduceerde unieke exemplaar werd aangetroffen bij de notariële inventaris (Gemeentearchief Amsterdam, Not. Arch. 6133). De fondscatalogus uit 1763 telt 64 pagina's en werd gereproduceerd naar een exemplaar in privébezit. In de deskundige inleiding worden de catalogi uit 1738 en 1763 vergeleken (p. 17-24). Daarop volgen enkele 'Appendices': (1) Kaarten (inventaris met bronnen, p. 28-36); (2) Stadsgezichten (p. 37-41); (3) Koperplaten vermeld in de boedelinventaris uit 1720 (p. 42-58).
Deze catalogi waren waarschijnlijk enkel voor handelaren bestemd. Zij geven een inkijkje in de wereld van boeken- en prentenhandel. Soms zijn er curieuze teksten te lezen. In 1720 bv. (p. 68) worden volgende kavels verkocht: " Een Packie St. Paulus Kerk uit Londen " of " 4 Paquetten slegt Misdruk op 't laatst by een gesogt ". De catalogus uit 1763 bevat naast een herdruk van de vorige uit 1738 ook een 'Supplément', per jaar geordend. Behalve kaarten duiken ook andere prenten op: zo p. 121 " Divers jeux " (met " Livret servant d'Instruction - zou daarvan ergens een exemplaar bewaard zijn ?). Voor kunsthistorici is de grote reeks portretten interessant (p. 125-130!). P. van der Krogt heeft met deze goed ontsloten bronnenuitgave de achttiende-eeuwse Amsterdamse kaartenhandel rijp gemaakt voor verder onderzoek. Ook 'gewone' boekhistorici vinden hier ruimschoots hun gading. De catalogi van Covens en Mortier verdienden terecht een tweede leven. [M. d. S.]
1958 - Françoise WEIL, Le rôle des libraires hollandais dans la diffusion des livres interdits en France dans la première moitié du XVIIIe siéclé in Le Magasin de l'Univers... (cfr. nr. 1865), p. 281-288.
Onderzoek naar het aandeel van de Republiek in de lijsten van inbeslaggenomen boeken (ook oudere werken). [M. d. S.]
1959 - Otto S. LANKHORST, Les ventes aux enchères des livres à La Haye dans la première moitié du 18e siècle in Le Magasin de l'Univers... (cfr. nr. 1865), p. 199-210.
In de periode 1701-1750 vonden er in Den Haag meer dan duizend boekveilingen plaats. Slechts van een 150tal zijn er catalogi bekend (zie echter de recente vondst vermeld in nr. 1861 !). [M.d.S]
1960 - Katherine SWIFT, Dutch penetration of the London market for books, c. 1690-1730 in Le Magasin de l'Univers... (cfr. nr. 1865), p. 265-279, ill.
De Londense boekhandel stond erg wantrouwend tegenover buitenlandse nieuwkomers. Recente boeken werden wel via hen ingevoerd, maar zij werden buiten de lucratieve antiquariaatshandel gehouden. Enkele Nederlandse bedrijven trachtten via familieleden voet aan de grond te krijgen, echter zonder blijvend succes (Mortier, Moetjens). [M. d. S.]
1961 - M. SCHLUP, Un commerce de libraire entre Neuchâtel et La Haye (1769-1779) in Le Magasin de l'Univers... (cfr. nr. 1865), p. 237-250.
De Société typographique de Neuchâtel produceerde goedkope herdrukken (roofdrukken) van veelgevraagde boeken. Hun lagere kostprijs (een kwart voordeliger) maakte hen aantrekkelijk voor Nederlandse groothandelaars. Toch bleef er een schaduwzijde: het transport (duur en niet snel). Een tiental jaren was de Société Gosse & Pinet in Den Haag de belangrijkste afnemer, vooral met het oog op export naar Engeland. [M. d. S.]
1962 - Raymond BIRN, Michel Rey's Enlightenment in Le Magasin de l'Univers... (cfr. nr. 1865), p. 23-31.
Voorstelling van een onderzoek naar klanten en boekhandelsrelaties van de grote Amsterdamse uitgever van de (Franse) Verlichting. Geïllustreerd aan de hand van zijn correspondentie met Friedrich-Heinrich Jacobi. [M.d.S]
1963. - Corrie-Christine VAN DER WOUDE, Veilingcatalogi als bron voor boekhistorisch onderzoek in Documentatieblad Werkgroep Achttiende Eeuw, 23, 1991, p. 47-57.
De auteur verricht - voornamelijk kwantitatief gericht - onderzoek naar het boekenbezit van de burgerij in (het graafschap ?) Vlaanderen tussen 1770 en 1830. Ze vertrekt daarbij van het gezond pragmatische standpunt dat " bij een bepaald type bron de vraagstellingen gemaakt moeten worden, om daaraan aldus zoveel mogelijk informatie te ontlenen ", en niet omgekeerd. In deze bijdrage wil ze iets laten zien van de gevolgde werkwijze, met name van de manier waarop veilingcatalogi moeten worden ondervraagd als men ze wil inschakelen in het historisch lezersonderzoek.
Probleem nummer één is de hoeveelheid materiaal: voor genoemde periode zijn in de Gentse Universiteitsbibliotheek alleen al 194 Gentse veilingcatalogi bewaard. Het aantal intensief te bewerken catalogi moet dus worden gereduceerd.
Verder moeten de titels in de catalogi worden ingedeeld naar (bibliografisch) formaat. Elk formaat maakte immers een eigen ontwikkeling door. Zo is de procentuele verhouding tussen de talen anders voor de folianten dan voor de octavo's; en naarmate het formaat kleiner wordt, stammen de boeken uit een recentere periode.
De catalogi worden dan op zes items onderzocht: taal, formaat, thematische samenstelling, plaats en jaar van uitgave, en tenslotte de frequentie waarmee titels voorkomen in eenzelfde groep ('cohort') catalogi. Dat dit laatste gebeurt door met vooraf vastgestelde titels op zoek te gaan naar het aantal keren dat ze in de catalogi voorkomen, is vatbaar voor kritiek: in dat geval is het immers de onderzoeker zélf die bepaalt welke boeken in aanmerking kunnen komen voor het label bestseller.
De bijdrage wordt afgerond met een illustratie van de gevolgde werkwijze aan de hand van de veilingcatalogus van de Gentse boekhandelaar Jean Joseph Gimblet (1740-1793). De voorraad van zijn firma werd geveild in 1806. Bij de bespreking hiervan wordt in het bijzonder aandacht geschonken aan de indeling naar onderwerp. Hiervoor zag de auteur af van een eigentijds schema. Zij ontwierp zelf een schema van twintig rubrieken, en dit is m.i. het zwakke punt van haar onderzoek. De rubrieken 13 en 19 (seriewerken en meerdelige werken) zijn geen inhoudelijke kategorieën. En is rubriek 20: 'Sociale wetenschap' wel toepasbaar op werken die geveild werden tussen 1770 en 1830? Natuurlijk is er wat voor te zeggen om het 'système des libraires de Paris' kritisch te hanteren, maar dit systeem biedt het voordeel dat het helder en eenvoudig is, en dat het vergelijkingen mogelijk maakt met elders gepubliceerd onderzoek dat veelal wél dit systeem als uitgangspunt heeft genomen. Als iedereen zijn eigen inhoudsschema ontwerpt, wordt het onmogelijk om inhoudelijke variaties en verschuivingen op grotere schaal te identificeren.
Juist omdat dit artikel tot overwegingen van deze aard aanleiding geeft, lijkt het mij verplichte lectuur te zijn voor wie zich met soortgelijk onderzoek bezighoudt. [P.D.]
1964. - John FEATHER, English books in the Netherlands in the eighteenth century: reprints or piracies? in Le Magasin de l'Univers... (cfr. nr. 1865), p. 143-154.
Uitgeverij en boekhandel waren in Engeland erg op het eigen (taal)gebied gericht. Engelse boeken werden in Nederland vertaald (Nederlands of Frans), rechtstreeks gepubliceerd (aanwezigheid van auteur) of nagedrukt (roofdrukken voor de Engelse markt). [M. d. S.]
1965 - P.J. VERKRUYSSE en H.W. DE KOOKER, [Recensie van] R.P.L. Arpots, Vrank en Vrij. Johannes le Francq van Berkheij (1729-1812). Een wetenschappelijke proeve op het gebied van de letteren (Nijmegen, 1990) in Dokumentaal, 20, 1991, p. 122-132.
Strenge bespreking van de bibliografische aspecten van het proefschrift van Arpots over Le Francq van Berkheij. De verantwoording bij de lijst gedrukte werken wordt minimaal geacht; collatieformule en fingerprint zijn niet opgenomen, in de lijst van gebruikte afkortingen ontbreekt een aantal afkortingen, de secundaire literatuurlijst is niet volledig en er zijn inconsequenties in geslopen, enzovoort. Tenslotte geven de recensenten correcties, commentaar en aanvullingen bij 53 nummers uit de bibliografie.
Als buitenstaander denk je al gauw: waarom moest dit zonodig worden gepubliceerd? Konden Verkruijsse en De Kooker hun opmerkingen niet kwijt in een brief aan Arpots? Uit diens antwoord blijkt trouwens dat hij in zijn proefscririft geen analytisch-bibliografische opzet had. Hij wilde een biografie schrijven, heeft daarom de bibliografische beschrijvingen bewust beperkt gehouden en geen irrelevante secundaire literatuur opgenomen.
Toch is het jammer dat Arpots zijn dissertatie niet heeft aangegrepen als een gelegenheid om een analytische bibliografie van Berkheijs werken op te stellen. Misschien kunnen de drie betrokkenen bij dit steekspel de handen in mekaar slaan en samen de definitieve studie over Berkheij schrijven ? [P.D.]
1966 - C.W. SCHONEVELD, The eighteenth-century afterlife of John Locke's writings in the Netherlands in Documentatieblad Werkgroep Achttiende Eeuw, 23, 1991, p. 3-22.
Het is gekend dat de overgrote meerderheid van de Franse vertalingen van het werk van John Locke in de Republiek werd gepubliceerd. Minder voor de hand liggend is het feit dat ook Nederlandse vertalingen op de gunst van het achttiende-eeuwse publiek konden rekenen. Het waren vooral de praktisch georiënteerde werken (Some Thoughts concerning Education) en de religieuze geschriften die een Nederlandse vertaling waardig werden geacht. Lockes magnum opus, het Essay concerning Human Understanding, is echter nooit integraal vertaald.
Het artikel, waarin het verhaal van de totstandkoming van deze publikaties wordt gedaan, is aangevuld met een check-list van deze Nederlandse vertalingen in de achttiende eeuw. Jammer genoeg is de bibliografische beschrijving zeer summier, en heeft de auteur het niet nodig geacht om van de effectief teruggevonden exemplaren de bibliotheeksignatuur op te geven. [P.D.]
1967 - Aubrey ROSENBERG, Tyssot de Patot and Jacques Massé en R.H. VERMIJ Answer to professor Rosenberg in Documentatieblad Werkgroep Achttiende Eeuw, 23, 1991, p. 23-26 en 27-28.
Reactie op het artikel van R.H. Vermeij in hetzelfde tijdschrift (cf. Kroniek 17
nr. 1788); waarin deze het auteurschap van Voyages et avantures de Jacques Massé (Bordeaux [Den Haag], 1710) toeschreef aan ene Macé en niet - zoals algemeen aanvaard werd - aan Simon Tyssot de Patot. A. Rosenberg geeft hier de redenen op waarom hij toch het auteurschap van Tyssot de Patot bevestigt, maar zijn argumenten kunnen Vermij kennelijk niet overtuigen. [P.D]
Zie ook nr. 2124
1968 - A. DUNNING, Music publishing in the Dutch Republic: the present state of research in Le Magasin de l'Univers ... (cfr. nr. 1865), p. 121-128.
Korte status quaestionis. 85% van de publikaties waren herdrukken of roofdrukken, die echter over heel Europa werden verspreid. [M. d. S.]
1969 - Jelle BOSMA, Van natuur geen redenaars. De gedrukte en uitgegeven preek in Nederland in de tweede helft van de achttiende eeuw in Documentatieblad Werkgroep Achttiende Eeuw, 23, 1991, p. 29-45.
Pleidooi voor een boekwetenschappelijke benadering van de preek als medium voor de verspreiding van verlicht gedachtengoed. De auteur beperkte zijn onderzoek tot Nederlandstalige en in het Nederlands vertaalde gedrukte preken uit de periode 1750-1800. Hij gaat hier in op de methodologische problemen die hij bij zijn (kwantitatieve én inhoudelijke) analyse ontmoette, en mondt uit bij de vaststelling dat "in Nederland de kansel de katheder van de Verlichting is geweest. " [P.D.]
1970 - H. VAN GALEN, De Recensent 1787-1793: Blauwe beul van de achttiende eeuw in Documentatieblad Werkgroep Achttiende Eeuw, 23, 1991, p. 59-74.
Eerste resultaten van het promotie-onderzoek van de auteur naar het vaak meedogenloze letterkundige tijdschrift dat slechts gedurende zes jaar verscheen, maar waarover veertig jaar na het stilleggen ervan nog met eerbied werd gesproken. De onregelmatige verschijningsgeschiedenis werd gereconstrueerd met behulp van aankondigingen in de pers. [P.D.]
1971 - Robert ARPOTS, Toneel in Nijmegen: Catalogus van Nederlandstalige toneelwerken gedrukt in de Republiek in de 18e eeuw en aanwezig in de Bibliotheek van de Katholieke Universiteit te Nijmegen. Met een inleiding van W.M.H. HUMMELEN. - Nijmegen: (Universiteitsbibliotheek), 1991. - xi, 240 p.: ill.; 24 cm. -ISBN 90-373-0098-7. Fl. 15.
Het toneel uit de achttiende eeuw is een der stiefkinderen van de Nederlandse literatuurgeschiedenis. Er bestaan weinig goede catalogi: na Lucie van Aken (Universiteitsbibliotheek van Amsterdam, 1954-1955), verschenen er recentelijk enkel B. Dongelmans' bronnenverzameling van Nil volentibus arduum (1982) en de Leidse en Nijmeegse Vondelcatalogi (Kroniek 14
nr. 1239 en 16 nr. 1645). Robert Arpots beschrijvende catalogus is zonder meer een belangrijke aanwinst. Al heeft Nijmegen minder drukken dan Leiden (Maatschappij der Nederlandse Letterkunde) en Amsterdam (UB), de 645 hier beschreven edities vormen thans de bibliografische 'referentiecollectie'. De catalogus is alfabetisch op auteur geordend (nrs. 1-595 van Abeille tot Zweerts, met een dertigtal Vondelnummers), gevolgd door de anoniemen (nrs 596-626) en, in bijlage, de verzamelbundels (nrs. 627-645, met 238 stukken!). Na de titelbeschrijving komen paginering, formaat (waarom 'in-8°' en niet het handigere '8°'?), collatieformule én STCN-vingerafdruk (nuttig ter onderscheiding, bv. nrs. 7-8). Niet minder dan acht registers bieden extra informatie: alfabetisch op (short) title; chronologisch (telde de 18de eeuw 101 jaren? - én 1700 én 1800?!); op genre (43% treurspelen); op oorspronkelijke taal (45, 5% Frans! tegen 42% Nederlands; op p. 239 een grafisch overzicht, ook per genre); op vertalers; op drukkers en boekverkopers (alfabetisch, waarom ook niet per plaats?; het aandeel van Amsterdam is wel overweldigend); fondslijsten (boekhistorisch erg nuttig!); op illustrator. In zijn inleiding wijst W.M.H. Hummelen op enkele interessante nieuwe onderzoeksmogelijkheden: zo zijn de titelgravures van kunsthistorisch, maar ook van theaterhistorisch belang. Moge deze voorbeeldige bibliografische genrecatalogus navolging krijgen! [M. d. S.]
1972 - Suzan VAN DIJK en Dini HELMERS, Nederlandse vrouwentijdschriften in de achttiende eeuw? in J.J. KLOEK en W.W. MIJNHARDT (red.), Balans en perspectief van de Nederlandse cultuurgeschiedenis. De productie, distributie en consumptie van cultuur. - Amsterdam: Rodopi, 1991, p. 71-88.
Methodologische beschouwingen, ingegeven door literatuuranalyse, bij het onderzoek van beide auteurs naar Nederlandse vrouwentijdschriften in de achttiende eeuw. Centrale vraag is: wat maakt een tijdschrift nu eigenlijk tot een vrouwentijdschrift? Als die vraag beantwoord is, kan men nagaan hoe oud het genre is en vanaf wanneer men rekening is beginnen houden met een aparte vrouwelijke publiekscategorie.
Voor de Nederlandse situatie bespreken de auteurs die tijdschriften die op grond van hun titel de indruk wekken in de achttiende eeuw als vrouwentijdschrift te hebben gefunctioneerd. [P.D.]
1973 - Anne ADRIAENS-PANNIER, Tijd- en strijdschriften van de Avant-Garde in België 1917-1929 in Avant-Garde in België, 1917-1929. Tentoonstelling Museum Moderne Kunst Brussel, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen. - Brussel: Gemeentekrediet, 1992, p. 162-223, facs. BF 980.
Meer dan dertig, vaak efemere, tijdschriften zijn systematisch beschreven: titel, aantal nummers, verschijningsdata, afmetingen, aantal pagina's, gevolgd door toelichtingen over doelstelling, tendens en inhoud en tot slot bibliografische referenties. Voor de bibliograaf is het misschien jammer dat drukker noch uitgever van de tijdschriften stelselmatig zijn opgegeven (soms is er in de toelichting sprake over). De grote centra zijn Antwerpen, Brussel en Luik. Van veertien is het omslag gereproduceerd. Het is beslist een uitstekende idee geweest om een overzicht van al te zeldzaam geworden documenten als de avant-garde tijdschriften te bieden. [E.C.-I]
1974 - Marja KEYSER, Lettergieterij Enschedé te duur?: letteraankopen door G.T.N. Suringar, 1823-1930 in Bulletin. Stichting Drukwerk in de marge,20, lente 1992, p.13-19, ill.
Toen Suringar zich als drukker te Leeuwarden vestigde, informeerde -en bestelde- hij nieuwe letter, niet zoals te verwachten was bij Enschedé, maar bij de Lettergieterij Gando te Brussel, een filiaal van de achttiende-eeuwse firma Gando te Parijs. De 'Gando'-letter bleek 'in' te zijn en was niet zo duur als de Haarlemse. [E. C.-I.]
1975 - Kurt LÖB, Die Buchgestaltungen Henri Friedlaenders für die Amsterdamer Exil- Verlage Querido und Allert de Lange 1933-1940: ein bibliographischer Ansatz in Philobiblon,34, 1990, p. 207-217.
IDEM, Die Buchgestaltungen Paul L. Urbans für die Amsterdamer Exil-Verlage Querido und Allert de Lange (1933-1936/37): ein bibliographischer Ansatz II in Philobiblon,35, 1991, p. 302-320, ill.
De titellijst beslaat 39 nummers.
1976 - Sem Hartz, Essays. - Amsterdam: Klein Kapitaal, 1992. - 47 p.: omslag; 22 cm. - ISBN 90-6983-104-X. Fl. 190.
Zes korte essays, in het Nederlands en het Engels, samengelezen door Mathieu Lommen, naar aanleiding van de tachtigste verjaardag van de auteur. Oorspronkelijk tussen 1952 en 1962 verschenen, handelen ze over Sjoerd de Roos, Jan van Krimpen en Sem Hartz' eigen letter- en drukactiviteit. Een heel fraai verzorgde uitgave, handgezet en -gedrukt. [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2743
1977 - Sebastian CARTER, The types of Jan van Krimpen in Matrix,12, 1992, p. 120-124, facs.
Inleiding bij een druk door S. Carter op de Rampant Lion Press op Zerkall handgeschept papier van Van Krimpens lettertypen. [E. C.-I.]
1978 - Stanley Morison and Jan van Krimpen: a survey of their correspondence. Ed. by Sebastian CARTER. Part 4: 1955-8 in Matrix, 11, 1991, p. 125-144, facs.
Vervolg op Kroniek 16
nr. 1671.
1979 - Mathieu LOMMEN, Jan van Krimpen en Bruce Rogers in Bulletin. Stichting Drukwerk in de marge,20, lente 1992, p. 20-28, ill.
De Amerikaanse typograaf Bruce Rogers (1870-1957) uitte, in tegenstelling tot Jan van Krimpen, een grote voorliefde voor typografische ornamenten en versiering in zijn boekverzorging. Toch hadden beiden waardering voor elkaar. Twee brieven, niet in de nalatenschap te Amsterdam en Haarlem, van Rogers belichten dit. [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2265
1980 - C. VAN DIJK, Alexandre A.M. Stols 1900 - 1973, uitgever/typograaf: een documentatie. Met een lijst van door Stols uitgegeven en/of typografisch verzorgde boeken door C. van Dijk en H. J. Duijzer. Zutphen: Walburg Pers, 1992. - 544 p.: ill.; 28 cm. - ISBN 90-6011-785-9. Fl. 75.
Nadat in de vorige Kroniek (nr. 1799) de briefwisseling Greshoff-Stols gesignaleerd werd, is het thans de beurt aan een werk dat aangekondigd wordt als 'een documentatie', geen biografie. De auteur steunde op het bedrijfsarchief van Stols, dat zich in de Stadsbibliotheek te Haarlem bevindt, en op de correspondentie in het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum in Den Haag. Het werk begint met de eigen (korte) 'Herinneringen' van Stols, waartussen commentaar wordt ingelast. Daarop volgt een overzicht van Stols' werkzaamheid met speciale aandacht voor ontmoetingen: de auteur laat alle schrijvers, die Stols uitgaf, zijn vele medewerkers en inspiratoren de revue passeren. Nadat aldus het verhaal van Stols' leven en werk gebracht is, worden afzonderlijk hernomen: de typografen (o.a. J. van Krimpen, S.H. de Roos, Ch. Nypels, Stanley Morison, J.F. van Royen), de illustratoren en (ditmaal alfabetisch) de uitgegeven schrijvers. Om hun relatie tot de uitgever te verduidelijken wordt overvloedig uit de briefwisseling geciteerd. Ten slotte volgt een lijst van door Stols uitgegeven en/of typografisch verzorgde boeken en tijdschriften (alleen al 1024 boeken!).
Het werk is belangrijk, niet alleen voor de typograaf Stols, maar ook voor de Nederlandse literatuurgeschiedenis: men leert eruit om welke redenen bepaalde auteurs wel of niet (meer) door Stols werden uitgegeven. De auteur schrijft geen hagiografie: in geschillen - en die waren er dikwijls - probeert hij iedereen recht te laten wedervaren. Uit het caleidoscopisch beeld komt Stols als een niet alleen talentvol, maar ook hard werkend man te voorschijn, zeer serieus begaan met zijn vak, en bijna steeds worstelend om economisch te overleven. Het boek is door de Walburg Pers fraai uitgegeven en overvloedig geïllustreerd (verzorging: Karel F. Treebus). [W.W.].
1981. - Jane BLOCK, Boekdesign bij Les Vingts: het werk van Lemmen, Van de Velde en Van Rysselberghe tijdens het Fin de siècle in Les Vingt en de avant-garde in België: prenten, tekeningen en boeken ca. 1890. O.l.v. Stephen H. GODDARD. - Gent: Museum voor Schone Kunsten; Antwerpen: Pandora, 1992, p. 73-98, ill.
Met talrijke reprodukties mede naar exemplaren in Amerikaans bezit. De hele opzet is trouwens Amerikaans: Goddard is conservator van het Prentenkabinet van het Spencer Museum of Art te Lawrence, Kansas en hoogleraar aan de universiteit van Kansas. De tentoonstelling en de begeleidende publikatie wil een interdisciplinaire benadering zijn en peilt naar de politieke en sociale dimensie van de avant-garde. [E. C.-I.]
1982 - A. LOWYCK, Over de derde Nederlandstalige krant ontdekt in de Westhoek van de Nederlanden in Frankrijk... en Brugge,in Biekorf,92, 1992, p. 92-94, ill.
In de 'Nieuwe Gazette van Brugge' (31 juli 1828) wordt geciteerd uit een overigens onvindbare 'Gazette van Duynkerke'. [E. C.-I.]
1983 - Gilbert HUYBENS, Kunst en cultuur te Leuven in de 19de en de 20ste eeuw in Jaarboek van de Geschied- en Oudheidkundige Kring voor Leuven en omgeving,32, 1992, p.79-139, ill.
Hoewel vooral handelend over het muziekleven, ook van belang voor deze kroniek wegens p. 134-139: 'Drukkers en uitgevers (1800-1866)'. Op basis van de bevolkingsregisters werd een alfabetische lijst gemaakt van wie in het boekbedrijf werkzaam was (p.136-139). [M. d. S.]
1984. - Johan DE ZOETE, Zomaar een plaatje? De introductie van nieuwe illustratietechnieken in Nederland in de negentiende eeuw. - S.I.: Coördinatiecommissie Grafische Musea, 1991. - 31 p.: ill. - Fl. 4, 90.
Naar Bulletin. Stichting Drukwerk in de marge, ` lente 1992, p. 40.
1985. - Jan STORM VAN LEEUWEN, Een verloren zoon of een belangrijke schenking boekbanden in De boekenwereld,9, 1992, p. 25-33, ill.
In 1991 schonk een zoon van de Nederlandse binder Dirk Nicolaas Esveld (1877-1960) vijftien banden van zijn vader aan de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Esveld was een van de belangrijkste Nederlandse binders uit de eerste helft van deze eeuw. Hij werkte in verschillende stijlen: in Engelse stijl (met takken en bloemen), volgens oude bindstijlen, in meer tektonische stijl zoals zijn Nederlandse collega's, en tenslotte in een composiete stijl, een mengeling van alle voorgaande. Behalve één band, die hij terecht als zijn meesterwerk beschouwde, heeft Esveld geen specimen gesigneerd noch gedateerd. Hij bond en versierde zijn boeken in de huiskamer 's avonds na zijn dagtaak. Tot zijn pensionering werkte hij bij de firma Elias P. van Bommel als meesterknecht en meester-vergulder. Aan de Amsterdamse Grafische School was hij sinds 1921 avondleraar. De boeken die hij bond, stellen inhoudelijk teleur. [W.W.]
1986 - G. DEGUELDRE & G. VAN HEMELDONCK, In goud gebonden: huldealbums 1840-1940. Tentoonstelling van 2 tot en met 10 oktober 1992, Stadhuis, Wandelzaal. - Antwerpen: Stadsarchief, 1992.- 40p.: omslag; 21cm.
Korte beschrijving van 48 banden en 'losse banden', d.m.v. verschillende technieken, waaronder leerdrijfwerk, versierd. Het merendeel is gesigneerd, vaak door minder of nauwelijks bekende binders uit Antwerpen en enkele daar buiten. Naast Dubois d'Enghien en een klein supplement door G. Colin in Le livre et l'estampe in 1958 gepubliceerd, zal ook deze brochure met nieuwe biografische informatie bij verder onderzoek moeten betrokken worden. [E. C.-I.]
1987 - C. COPPENS, Prijsboeken aan de universiteit: de rechtsfaculteit te Caen in Ex officina,8, 1991, p. 181-186, ill.
Drie prijsbanden, in 1873, 1874 en 1888-89 uitgereikt aan de Universiteit van Caen, thans in het bezit van de UB Leuven, bewijzen dat er ook aan universiteiten prijsboeken werden uitgedeeld, zij het dat dit minder frequent was dan in de Latijnse scholen. [E. C.-I.]
1988 - Laurence DELSAUX en Pierre-Jean FOULON, Charles De Samblanx & Jacques Weckesser, relieurs: collection Raoul Warocqué. - Morlanwelz: Musée royal de Mariemont, 1992. - 30 p.: ill.; 30 cm.
Mooie kleine catalogus bij een tentoonstelling (maart-september 1992). Ter inleiding wordt de relatie van de grote verzamelaar tot de twee binders geëvoceerd Warocqué maakte met hen kennis in 1905. Tot zijn overlijden (1917) hebben zij zeer veel voor hem gewerkt. Negentig banden uit hun produktie worden voorgesteld en kort beschreven; zij zijn geordend volgens stilistische criteria pastichebanden (middeleeuwse stempelbanden, banden naar het model van de renaissance, de 17de en 18de eeuw, romantische banden), oriëntalisme en oudheid, Jugendstil, eclectisme. Interessant is een kroniek (tot 1909) van de hand van Weckesser over zijn eigen vorming en de eerste jaren van zijn atelier [W.W.].
1989 - Vision of a collector: The Lessing J. Rosenwald Collection in the Library of Congress. - Washington: Library of Congress, Rare Book and Special Collections Division, 1991. - xxxv, 427 p.: portr., facs.; 28 CM. ISBN 0-8444-0733-X
De Library of Congress, jaren geleden door de befaamde Amerikaanse boeken en prentenverzamelaar Rosenwald met een hoogst belangrijke verzameling boeken begiftigd, heeft nu om zijn honderdste geboortedag te herdenken een gedenkboek uitgegeven. Uit de collectie werden honderd stukken gekozen die door honderd auteurs in een kort opstel zijn besproken. Er zijn een vijftal vroege Nederlandse drukken bij, o.m. uit de Arenberg-collectie. Van het prachtig uitgevoerde boek zijn driehonderd exemplaren in een halfleren band gestoken en voorzien van een geëtst portret van Rosenwald. [E.C.-I]
1990 - Gert-Jan MASUREL, 'Door die zucht geleid, waarvan u 't harte brandt', Johannes Tiberius Bodel Nijenhuis (1797-1872) in De boekenwereld,8, 1991-1992, p. 70-74, ill.
Deze kleinzoon van de bekende Leidse boekhandelaar Johannes Luchtmans gaf de voorkeur aan wetenschappelijke arbeid, eerder dan aan voortzetting van het oude bedrijf, dat na 1848 gelikwideerd werd. Hij bracht de grootste collectie Nederlandse atlassen, kaarten en topografische prenten samen (250 atlassen en ca. 60.000 prenten), die in de negentiende eeuw aangelegd werd. De hele verzameling ging naar de Leidse universiteitsbibliotheek. Daarnaast bezat Bodel Nijenhuis nog zo'n 7.000 boeken, hoofdzakelijk over historische en cartografische onderwerpen; na zijn dood werden ze geveild in 1873 en 1874 door Brill en Muller. [W.W.].
1991 - Anne DE VRIES, Het documentatiecentrum 'Boek en Jeugd' van het NBLC in Dokumentaal,21, 1992, p.60-63.
Het Nederlands Bibliotheek en Lektuur Centrum in Den Haag (Postbus 93054, 2509 AB Den Haag), de vereniging van openbare bliotheken in Nederland, beheert een documentatie- en informatiecentrum op het gebied van jeugdliteratuur. Sinds 1952 worden kinderboeken verzameld. Het NBLC krijgt alle Nederlandstalige kinderboeken van de uitgevers, zowel in Vlaanderen als in Nederland, en zowel vertalingen als oorspronkelijk werk. Zo ontstond de grootste collectie kinderboeken van Nederland met ca. 50.000 banden; elk jaar komen daar ruim 1.000 nieuwe en 1.000 tot 2.000 oude boeken bij. Kindertijdschriften worden sinds 1985 systematisch verzameld. Er is ook een collectie vakliteratuur 'boek en jeugd': jeugdliteratuur, het leesgedrag van kinderen en het werken met boeken op school en in de bibliotheek. [W.W.].
1992 - Pierre COCKSHAW & Georges COLIN, De schenking Baron van Bogaert: een keuze van honderd stukken: tentoonstelling georganiseerd in de Koninklijke Bibliotheek Albert I van 14 februari tot 28 maart 1992. - Brussel: Koninklijke Bibliotheek, 1992. - 65 p.: portr., ill.; 26 cm. - (Catalogi van tentoonstellingen georganiseerd in de Koninklijke Bibliotheek Albert I; C 234). Bestaat ook in het Frans onder de titel: La donation du Baron van Bogaert: choix de cent oeuvres. - BF 250.
Uit de omvangrijke bibliotheek van wijlen Ludo van Bogaert (1897-1989), vermaard neuroloog, mecenas, kunstkenner en -verzamelaar, een man met grote eruditie, zijn 1600 zeldzame en kostbare drukken ondergebracht in de afdeling Kostbare Werken, waar zij een afzonderlijke collectie vormen. Een tweehonderdtal bundels brieven, autografen en typoscripten zijn in het Handschriftenkabinet gedeponeerd. Het leeuwendeel bestaat uit Franse werken, met vaak opmerkelijke eigendomsmerken. Toch zijn er enkele, en zeer belangrijke drukken uit de Nederlanden of het latere België: Van der Noot, Conscience. Deze catalogus biedt een keuze van honderd stuks, beschreven en kort toegelicht, voorsmaak van de volledige inventaris die in het verschiet ligt. [E. C.-I.]
1993 - E. BOS-RIETDIJK, De collectie Engelbrecht in het Maritiem Museum 'Prins Hendrik' in De boekenwereld,9, 1992-1993, p. 86-96, ill.
De vooraanstaande Rotterdamse 'mercator sapiens' Willem Anton Engelbrecht (1874-1965) stelde een unieke collectie samen met betrekking tot het aandeel van de Republiek in de ontsluiting van de wereld. De verzameling is qua omvang niet zeer groot (ca. 1.000 stuks) maar van een uitzonderlijk hoog niveau. Kern is een reeks van ruim honderd reisbeschrijvingen en journalen; daarbij sluiten wereld- en landbeschrijvingen aan, werken op gebied van astronomie, kosmografie en zeevaartkunde van de 15de tot de 18de eeuw. Voorts zijn er boeken over scheepvaart, zeerecht, Nederlandse geschiedenis en topografie. Van veel belang voor Engelbrecht was het contact met F.C. Wieder. Het historisch-cartografische deel is het meest waardevolle van de collectie. [W.W.]
1994 - Patrick DE RYNCK, De Gulden Librije: bibliotheek van vertalingen en documentatiecentrum voor de studie van de antieke literatuur in de Nederlandse Letteren in Dokumentaal,21, 1992, p. 64-66.
Dit centrum werd opgericht binnen de KUL in 1963 en gefinancierd door de Vlaamse Leergangen als een boekenfonds van oude en nieuwe Nederlandse vertalingen van Griekse en Latijnse schrijvers. Het oorspronkelijke opzet was praktisch-pedagogisch en wetenschappelijk: men wilde vertalingen verzamelen en beschikbaar stellen en daarnaast het vertaalonderzoek stimuleren. Thans zijn er twee deelverzamelingen: Nederlandse vertalingen van antieke geschriften naast oorspronkelijke Nederlandse literatuur waarin de antieke literatuur en cultuur aanwezig zijn. Het fonds telt 3.370 nummers. Van de twintigste eeuw zou nagenoeg alles wat als vertaling in druk verscheen, aanwezig zijn. Bibliofiele uitgaven worden in de mate van het mogelijke aangekocht. [W.W.].
1995 - G.J. JASPERS, Trou moet Blycken te Haarlem en haar oude drukken in de Stadsbibliotheek in De boekenwereld,8, 1992, p. 154-169, facs.
Van deze op het einde van de vijftiende eeuw gestichte rederijkerskamer is een belangwekkend archief bewaard met meer dan honderd spelen. Het veertigtal drukken dat daar ook deel van uitmaakte, is in 1978 als collectie in haar geheel door de Stadsbibliotheek Haarlem verworven. De meeste van deze drukken zitten in vnl. zeven- en achttiende-eeuwse leren en perkamenten banden van 'Trou moet blycken' met het wapen van Haarlem en het devies 'Vicit Vim Virtus'. Jaspers heeft niet enkel het goede idee gehad deze collectie te bespreken maar er ook de catalogus van te publiceren: 39 nummers met nuttige informatie over editie en exemplaar èn inhoud. [E. C.-I.]
1996 - Marja KEYSER, Frederik Muller als eerste bibliothecaris van de Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels, 1845-1877 in For Bob de Graaf.. (cfr. nr. 1828), p. 136-143.
Frederik Muller (1817-1881), grand old man van het Nederlandse antiquariaat, richtte de bibliotheek van de Vereeniging mede op en verrijkte haar bovendien op meer dan voorbeeldige wijze. [M. d. S.]
Zie ook nr. 2184
1997 - Arjan BERBEN, 'Een stille in den lande' J.J. Nieuwenhuyzen (1816-1860) in De boekenwereld,8, 1991-1992, p. 117-121, ill.
Deze neef van P. Leendertz Wzn. was een van de eerste belangstellenden voor 'volksboeken'. Hoewel hij geen opleiding daartoe genoten had, werd Nieuwenhuyzen een expert in onze oude letterkunde. Hij was bevriend met F.A. Snellaert, voor wie hij op veilingen liedboekjes kocht. Zelf bezat Nieuwenhuyzen handschriften, incunabels, liedbundels, prozaromans en vakliteratuur. Vanaf 1855 kon hij steeds moeilijker voordelig kopen op veilingen: Frederik Muller was iedereen de baas. Het was ook bij Muller dat zijn collectie geveild werd in drie aucties. [W.W.].
1998 - Casper GIJZEN, Portretten van Nederlandse boekverzamelaars 5: Gelieft dan maar de prijs te bepalen, en mij hetzelve toe te schikken: Jan Schouten (1786-1852) in De boekenwereid,9, 1992-1993, p. 133-138, ill.
Beschrijving van de boeken-, prenten- en autografenverzameling van Jan Schouten, de gefortuneerde scheepsbouwmeester en vrijmetselaar uit Dordrecht. Na zijn dood werd zijn collectie geveild bij het Amsterdamse veilinghuis C. Weddepohl. De tienduizenden prenten, de 3800 kavels boeken en de meer dan 2200 autografen en handschriften werden in de twee veilingcatalogi slechts oppervlakkig beschreven, zodat een nauwkeurige reconstructie van de verzameling niet mogelijk is. De UB Leiden bezit wel doorschoten exemplaren van de catalogi, waarin bij iedere kavel de prijs en de koper worden vermeld. [P.D.]
1999 - Roland D'ANETHAN, Le vicomte de Spoelberch de Lovenjoul, une bibliographie in Le livre & l'estampe, 38, 1992, nr. 137, p. 75-106.
Charles de Spoelberch de Lovenjoul (1836-1907), geboren te Brussel, fervent bibliofiel (van Franse auteurs) te Lovenjoul bij Leuven, schonk zijn bibliotheek als legaat aan het Institut de France te Chantilly. Zeer onlangs is het uit veiligheids- en financiële overwegingen naar Parijs verhuisd (Institut de France). [E. C.-I.]
2000 - Bibliotheken van het aartsbisdom en van de franciscanen: de collectie Thomaasse in de Utrechtse Universiteitsbibliotheek. Red. Pierre N.G. PESCH. - Utrecht: Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 1992. - 93 p.: omslag, ill.; 24cm. -(Utrechtse bibliografische reeks; 3). - ISSN 09219161; ISBN 90-393-0111 -5. Fl. 15, samen met de microfiche-catalogus Fl. 500.
De collectie Thomaasse, geheten naar pater Otho Thomaasse (1917-1970), samengesteld uit een aantal katholieke bibliotheken, werd in 1971 door de Rijksuniversiteit Utrecht gekocht: ca. 200.000 banden uit de seminaries Rijsenburg en Dijnselburg en de minderbroederkloosters van Alverna, Weert en Venray. In deze fraai bezorgde publikatie wordt over de geschiedenis en de overdracht van deze bibliotheken gehandeld. Daarnaast worden enkele voorname aspecten belicht: de incunabelen (128, waaronder één unicum, nl. een druk van Arend de Keysere), de Nederlandse postincunabelen (68; het bezit uit de twee seminariebibliotheken is niet in NK vermeld), de franciscana en werken over en voor het godsdienstig leven. Dank zij een project van retrocatalogisering, in 1990 aangevat, zal tegen 1994 het bezit ontsloten zijn in een geautomatiseerd bestand en te raadplegen via de Nederlandse centrale catalogus. Nu reeds bestaat er een catalogus op microfiches (273) die met een deel, van de oplage van deze publikatie wordt verspreid. [E. C.-I.]
2001 - Nop MAAS, Een nieuw initiatief op het gebied van de 19e-eeuwse Nederlandse tijdschrift-bibliografie in Dokumentaal,20, 1991, p. 146-148.
Naar het model van de 'Bibliografie van de Vlaamse tijdschriften in de negentiende eeuw' onder leiding van A. Deprez wil men ook het tijdschriftenbestand in het Noorden ontsluiten, maar wel in een iets uitgebreidere versie. Deprez biedt telkens na een geschiedenis van het beschreven tijdschrift een bibliografisch gedeelte: de chronologische opsomming van de bijdragen met volgnummer, auteursnaam, titel, paginanummers en genre-aanduiding; op het einde komt een register op auteurs en een trefwoordenregister; dat laatste beperkt zich tot de gegevens uit de titels. In het nieuwe initiatief voor het Noorden zou het trefwoordenregister uitgebreid worden met alle namen van personen, gezelschappen, tijdschriften en plaatsen. De bibliografie zou niet in boekvorm verspreid worden, maar op floppy. [W.W.].
2002. - Marieke VAN DELFT, The 'Vereeniging Joan Blaeu' 26 May 1916 - 11 March 1938 in Quaerendo,22, 1991, p. 97-128, ill.
Op 26 mei 1916 werden de statuten van de 'Vereeniging Joan Blaeu' opgesteld door een comité, waarin boekdeskundigen als D.F.Scheurleer, maar vooral uitgevers en drukkers zitting hadden (W. Nijhoff, C.A.J. van Dishoeck, M. Mouton e.a.). Naderhand maakten ook P.C. Boutens, J.F. van Royen en S.H. de Roos deel uit van het genootschap. De samenstelling van het bestuur wisselde, aangezien elk jaar twee leden zouden vervangen worden. In september 1917 had de 'Vereeniging' 106 leden, in 1919 zelfs 126, maar in 1931 bleven er slechts 49 over. Het doel was boekverzorging en illustratie op een hoger peil te brengen door artistiek en technisch uitstekende boeken en prentreeksen uit te geven, lezingen te houden en tentoonstellingen te organiseren. In de loop van tweeëntwintig jaar publiceerde de vereniging vier boeken en drie jaarverslagen en organiseerde zij een tentoonstelling. Als eerste boeken werden 'Nieuwjaarsdag' van J. van Looy (druk van Mouton, boekverzorging door De Roos) en 'Liedekens' van G.A.Bredero (druk van Enschedé) gedrukt, beide in 1919. Daarna volgden nog 'Beatrijs' van P.C.Boutens (Enschedé, 1920) en 'Rapiarys' (Mouton, 1929). Een tentoonstelling over oude en nieuwe boekkunst (Den Haag en Amsterdam, 1920) kende veel succes. In 1938 liet Van Royen het genootschap opgaan in de nieuw gestichte 'Nederlandsche Vereeniging voor Druk- en Boekkunst'.
Goed artikel, gebaseerd op archiefmateriaal. [W.W.].
2003. - Marie-Cécile BRUWIER, L'Egypte dans la bibliothèque de Raoul Warocqué. (Catalogue de l'exposition, 25 septembre 1992-21 mars 1993). Morlanwelz: Musée royal de Mariemont, 1992. - 36 p.: co., ill.; 30 cm. BF250.
Erg fraai uitgegeven plaquette met beschrijving van zestig handschriften en drukken over Egypte, afkomstig uit Warocqué's bibliotheek en archief en sedertdien door het Museum verworven. Een inleiding en een selectieve literatuurlijst ronden het geheel af. [E.C.-I]
2004. - Chantal KOZYREFF, Twee eeuwen Japanse boeken: het fonds-Hans de Winiwarter: tentoonstelling in de Koninklijke Bibliotheek Albert I van 27 mei tot 11 juli 1992. - Brussel: Koninklijke Bibliotheek, 1992. - 164 p.: ill.; 26 cm. - (Catalogi van tentoonstellingen georganiseerd in de Koninklijke Bibliotheek Albert I; C 236). Bestaat ook in het Frans onder de titel: Deux siècles de livres Japonais: le fonds Hans de Winiwarter. - BF 800.
Deze collectie van elfhonderd geïllustreerde Japanse werken van de late zeventiende tot de negentiende eeuw is gevormd door de Luikse histoloog en embryoloog Hans de Winiwarter (1875-1949). De KB heeft ze gekocht omdat ze een bijzonder fraai geheel vormt: belangstelling van de verzamelaar voor de inhoud én voor de vorm betekent dat de Japanse literatuur hier met veel genres is vertegenwoordigd en dat de artistieke schoonheid met de in Europa veel meer bekende prentencollecties kan wedijveren. De catalogus is dan ook overvloedig geïllustreerd met o.m. 28 reprodukties in kleur. Er zitten verrassende dingen in. [E.C.-I]
2005. - Anthony HOBSON & Paul CULOT, Italian and French 16th-century bookbindings = La reliure en Italie et en France au XVIe siècle. - New revised edition with corrections and additions = Nouvelle édition revue, corrigée et augmentée. -[Bruxellis]: Bibliotheca Wittockiana, 1991. - 187 p.: facs. 34 cm. - ISBN 2-87305-027-6. BF 4.900.
Tot de addenda behoren onder meer registers op de auteurs, de binders en de ateliers, de vroegere bezitters. [E.C.-I]
2006. - Gerard GROENEVELD, De eerste jaren van uitgeverij De Amsterdamsche Keurkamer in De boekenwereld,8, 1991-1992, p. 102-116, ill.
In 1932 stichtte George Kettmann samen met zijn echtgenote Margot Warnsinck De Amsterdamsche Keurkamer. Beiden hadden een rechts-autoritaire achtergrond, maar de uitgeverij startte niet met een vooropgezette politieke ideologie. Naast boeken over Mussolini verschenen werken van Kettmann zelf en muziekteksten. De uitgeverij leidde een kommervol bestaan, tot zij in 1939 Hitlers Mijn Kamp uitbracht; in totaal werden hiervan 110.000 exemplaren gedrukt. Van de 130 uitgaven van De Amsterdamsche Keurkamer waren er 70 met betrekking tot het nationaal-socialisme. De uitgeverij heeft een aanzienlijke bijdrage geleverd aan het culturele fundament van deze beweging. [W.W.].
2007. - B.P.M. DONGELMANS, Over boekenslijters, boekverkopers en uitgevers in de negentiende eeuw, enkele ontwikkelingen in J.J. KLOEK en W.W. MIJNHARDT (red.), Balans en perspectief van de Nederlandse cultuurgeschiedenis: de productie, distributie en consumptie van cultuur. -Amsterdam: Rodopi, 1991, p. 101-115.
Niet zonder te hebben vastgesteld dat het met betrekking tot de boekgeschiedenis van de negentiende eeuw in Nederland magertjes gesteld is, behandelt Dongelmans twee aspecten die kenmerkend zijn voor het negentiende-eeuwse boekbedrijf: de organisatie van de boekhandelaars en de toegenomen productie Tussen 1850 en 1900 stelt hij - vertrekkend van Brinkman - een quasiverdubbeling vast van het aantal geproduceerde titels. Samen met de hoge vlucht van de periodieke pers na de afschaffing van het dagbladzegel leidde dit tot de eerste klachten over informatievervuiling. [P.D.]
2008. - L.G. SAALMINK, De op- en teloorgang van De brave Hendrik in De boekenwereld,8, 1991-1992, p. 170-183, ill.
Goed gedocumenteerde bijdrage over de schoolboeken van Nicolaas Anslijn Nz. (1777-1838) 'De brave Hendrik' en 'De brave Maria'. Zij behoorden tot de gebruikslectuur en waren goedkope leerboekjes (zij bevatten geen gekleurde plaatjes als de veel duurdere kinder-leesboeken); er zijn dus weinig exemplaren overgeleverd. Voor een moderne heruitgave moest.de derde druk van zowel 'Hendrik' (1814) als 'Maria' (1818) als grondslag gebruikt worden. Op basis van boekenlijsten kan de verdwenen eerste druk van 'Hendrik' in 1809 gedateerd worden, die van 'Maria' in 1810. Van 'Hendrik' verscheen in 1877 de zestigste druk; slechts van 24 drukken zijn exemplaren bekend. 'Maria' telde tot 1872 24 drukken, waarvan er 11 konden teruggevonden worden. De eerste uitgever, Du Mortier en Zoon te Leiden, drukte pagina-voor-pagina herdrukken, na hem heeft P.R. Otho te Amsterdam zowel nieuw als staand zetsel gebruikt, ook de derde en laatste fondseigenaar, A.E.C. van Someren te Zutphen, werkte met staand zetsel. Van elk van deze titels zijn fondsveilingen gehouden het is dan ook mogelijk te becijferen welke oplage de nieuwe eigenaar moest verkopen om winst te maken: de totale oplage van 'De brave Hendrlk' zou 509.000 exemplaren bedragen hebben. Het boekje verdween van de markt toen de braafheid in het schoolboek minder nadrukkelijk gepropageerd werd. [W.W.].
2009. - Ignaas DOM, 'Boudewijn' en Duitsland in Jaarboek 1991 van het Felix Timmermans-genootschap,1991, p. 65-80, ill.
Anton Kippenberg, directeur van Insel Verlag, was in 1915 hoofdredacteur van een Duitse legerkrant te Gent. Hij legde contacten met schrijvers, vertalers en uitgevers; zelf vertaalde hij A. Bergmann, Streuvels, Gezelle en Van de Woestijne. Kippenberg dacht zakelijk en literair. Aan de Duitse lezer bood hij een rijke keuze uit de Vlaamse literatuur, waarbij Timmermans een van de velen was. Pas na 1919 trad Timmermans op de voorgrond: toen verschenen 'Das Jesuskind in Flandern' en 'Symforosa'. Tussen 1921 (Pallieter) en 1930 (Anna Marie) gaf Insel zeven werken uit, maar niet 'Boudewijn' dat Kippenberg als een te specifiek Vlaams gegeven beschouwde. De Rijnlandse dichter Adolf von Hatzfeld (1892-1957), auteur van een monografie over Timmermans, bood Timmermans aan voor een vertaling te zorgen, maar de schrijver ging daar niet op in: hij voegde zich naar het advies van zijn vertrouweling Kippenberg. [W.W.].
2010. - R. TAVERNIER, De Insel-Bücherei - een Duitse reeks 3. Anton Kippenberg, uitgever (deel 2) in Ex officina,8, 1991, p. 90-118, ill.
Vervolg van een vorige bijdrage (Kroniek 17
nr. 1818). Thans komt Kippenberg ter sprake als vooraanstaand verzamelaar en uitgever van Goethe en voorzitter van het Goethe-Gesellschaft. Zelf richtte hij de Stadelmann-Gesellschaft op (Stadelmann was de bediende van Goethe), waarin facsimiles en andere uitgaven van stukken uit Kippenbergs Goethe-collectie onder een select publiek verspreid werden. In bijlage volgt een lijst van deze publikaties en van de leden. Kippenbergs vrouw, Katharina von Düring (1876-1947), had een werkzaam aandeel in de uitgeverij: zij voerde een groot deel van de correspondentie met de auteurs. [W.W.].
2011. - Luc VAN DOORSLAER, Over vertaalrechten, dialectpassages en papiertekort: de Buysse-correspondentie van de uitgeverij Insel in Mededelingen van het Cyriel Buysse Genootschap,8, 1992, p. 181-199.
Genuanceerde schets op basis van 55 brieven uit de Insel-briefwisseling, bewaard in het Goethe und Schiller-Archiv te Weimar. Van Buysse verschenen in het Duits zes publikaties, waarvan vijf tijdens de eerste Wereldoorlog (twee romans: 'Ein Löwe von Flandern' en 'Rose von Dalen'; daarnaast vier verhalenbundels). De helft van deze zes titels verscheen bij Georg Müller te München en telkens één nummer bij Hillger (Berlijn), Reclam (Leipzig) en Insel (Leipzig). Hoewel Buysse zich in het publiek weinig opgetogen toonde over de Duitse vertalingen tijdens de oorlog en officieel van niets wist, blijkt hij in tempore non suspecto contacten met de vertaler Georg Gärtner gehad te hebben. Gärtner sloot een overeenkomst met Anton Kippenberg (zie Kroniek 17
nr. 1818): 'Rose von Dalen' zou verschijnen in de succesrijke reeks 'Bibliothek der Romane' van Insel. Een vertaling van 'Het Ezelken', waarvoor auteur en vertaler in 1920 vergoed werden, traineerde, zogezegd om papiertekort: in 1924 liet Kippenberg aan Gärtner uiteindelijk weten dat hij van publikatie afzag; hij raadde de vertaler aan het werk onder te brengen bij een uitgever van goede 'Unterhaltungslektüre'. Gezien Kippenbergs aristocratische en elitaire sympathieën kon Buysse hem niet echt bekoren. [W.W.].
2012. - Stance EENHUIS, 'Great Dutch authors' Carel en Margo Scharten-Antink en hun uitgever Wereldbibliotheek (1906-1950) in De boekenwereld,9, 1992, p. 12-21 en p. 77-85, ill.
Goede, informatieve bijdrage op basis van briefwisseling in het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum in Den Haag. Meteen na de oprichting van de Wereldbibliotheek in 1905 begon het echtpaar bij deze uitgeverij te publiceren. Tijdens het interbellum werden zij zeer succesrijke auteurs; van L. Simons, oprichter van de WB, kregen zij dan ook een gunstige regeling inzake royalties. Tot grote verbazing van zowel auteurs als uitgever werd 'De jeugd van Francesco Campana' een ongehoord succes: 17.000 exemplaren verkocht in twee jaar. Hierdoor klom de uitgeverij in 1925 uit de recessie en haalde zij een recordomzet. Met hun volgende boeken hadden de Schartens minder bijval. Simons wees daarvoor twee oorzaken aan: de economische crisis en de opkomst van een nieuwe schrijversgeneratie. Dat wilden de schrijvers niet inzien. Hoewel zij in de Tweede Wereldoorlog niet tot de Kultuurkamer toetraden, verspreidde de WB zonder hinder hun werk verder. Hun succes en neergang hielden gelijk tred met de WB zelf; 'Francesco Campana' bekleedde met 43.000 exemplaren de vierde plaats op de bestsellerslijst van de uitgeverij. [W.W.]
2013. - Marc SOMERS, Het 'Lumière'avontuur van Timmermans in Jaarboek 1991 van het Felix Timmermans-genootschap,1991, p. 118-131, ill.
Timmermans kende een aantal kunstenaars rond het tijdschrift 'Lumière' persoonlijk, onder wie de hoofdredacteur Roger Avermaete en houtsnijder Henri van Straten. In 1922 nam Timmermans deel aan een tentoonstelling van houtgravures bij 'Lumière'. Daaruit resulteerde het plan een map linosneden uit te geven. Nog in 1922 verscheen 'Jours Pieux - Vrome Dagen' in een oplage van 325 exemplaren: 25 ingekleurde luxe-exemplaren op Van Gelder (50 Fr.) en 300 exemplaren op velijn (10 fr.). In 1927 was de luxe-editie verkocht. 'Lumière' deed daarop de resterende gewone exemplaren van de hand zonder overleg met de auteur. [W.W.].
2014. - M. MÄHLER, Ruusbroec in het leven van Dom Jean de Puniet in Ons geestelijk erf,65, 1991, p. 261-279.
Dom de Puniet heeft Ruusbroec in het Frans vertaald, toen hij tot prior aangesteld was van Saint-Paul de Wisques, gevestigd in de abdij van Oosterhout. Dankzij de bewaarde correspondentie tussen de abdij en de Brusselse uitgever Vromant & Co is het mogelijk de totstandkoming van deze uitgave (1912-1930) te volgen. Reeds in 1914 werden de eerste twee delen herdrukt, de rest volgde na de oorlog. Een tweede druk verscheen in 1928. De afzet, niet enkel in België en Frankrijk, ook in Nederland, was goed. Een laatste, zesde deel, verscheen in 1938. Het eerste deel beleefde vier drukken, het tweede drie, het derde twee. [E. C.-I.]
2015. - Henri VANHULST, La diffusion de la musique de Mozart à Bruxelles d'après le dernier 'Catalogue' de Weissenbruch (1813) in Études sur le XVIIIe siècle, XIX: Musiques et spectacles à Bruxelles au XVIIIe siècle. Ed. R. MORTIER et H. HASQUIN. -Bruxelles: Université libre de Bruxelles. Groupe d'études du XVIIIe siècle, 1992, p. 83-122, facs.
Hoe de verspreiding van het werk van een bepaald componist gebeurd is, kan tenminste aan de hand van twee soorten bronnen worden aangetoond: de concertprogramma's en de magazijn-catalogi. Dit laatste type van bron is nog vrijwel niet onderzocht, althans niet door musicologen. Van de firma Weissenbruch, kort na 1795 opgericht, is een reeks van vier catalogen bekend. De laatste hiervan dateert uit 1813: Catalogue des trois mille lots, ou vingt-un mille articles, composant le magasin de musique de Weissenbruch,waarvan een (enig bekend? en misschien onvolledig) exemplaar in de Brusselse KB wordt bewaard. Deze cataloog verscheen naar aanleiding van de veiling van zijn 'superbe magasin de musique à vendre de gré à gré'. Uit deze omvangrijke cataloog bespreekt V de partituren met muziek van Mozart. [E.C.-I]
2016. - Lisa KUITERT, 'Wij willen Nieuwe Gidsen zijn, c'est ça': het ideaal van de Zwolsche Herdrukken (1890-1914) in De boekenwereld,8, 1991-1992, p. 215-222, ill.
In 1851 had H.A.M. Roelants, uitgever in Schiedam, de reeks 'Klassiek Letterkundig Panthéon' gesticht met het doel een zo volledig mogelijke verzameling van voorname oude schrijvers uit te brengen tegen een zeer voordelige prijs. In 1891 deed Roelants zijn reeks over aan W.J. Thieme & Cie. Een jaar daarvoor, in 1890, hadden N.A. Cramer, J.H. van den Bosch en F. Buitenrust Hettema, leraars aan het gymnasium te Zwolle, de reeks 'Zwolsche Herdrukken' opgericht volgens de nieuwste letterkundige beginselen: de literatuurles op school moest 'invoelend en daardoor begrijpend' zijn, geen 'letteroefening' meer. De reeks zou zo nauwkeurig mogelijke tekstuitgaven aanbieden, goede aantekeningen en een woordenlijst. Het initiatief moest een studie-uitgave worden, geen volksuitgave als het 'Klassiek Letterkundig Panthéon'. Voor elke nieuwe druk werd de tekst nauwkeurig bijgewerkt. De kwaliteit van de reeks bleef niet onopgemerkt en diverse letterkundigen stuurden hun bewerkingen van klassieken op naar de uitgevers, in de hoop in de reeks te worden opgenomen. De 'Zwolsche Herdrukken' floreerden dank zij de hechte redactie. Maar net als hun bewonderd voorbeeld, de beweging van Tachtig, groeide die uit elkaar. Het uiteenvallen betekende in 1917 ook het einde van de reeks. In bijlage volgt een lijst van de titels, uitgegeven als eerste en tweede reeks, respectievelijk 27 en 6 nummers. [W.W.].
2017. - Henry van de Velde: ein europäischer Künstler seiner Zeit. Hrsg. K.J. SEMBACH & B. SCHULTE. - Köln: Wienand Verlag, 1992. - 465 p.: omslag, iff., portr.; 32 cm. - (Met als bijlage: 'Katalog der Exponate, ' 23 p.). -DM 98.
Groots opgezette rondreizende tentoonstelling (waaronder Gent) met imponerende catalogus waarin alle aspecten van Van de Velde's artistieke bedrijvigheid zijn belicht. Zijn bijdrage tot het boek als boekversierder en bandontwerper dienen hier te worden vermeld. [E. C.-I.]
2018. - L. VAN BIERVLIET, James Weale en de start van Rond den Heerd in Biekorf,91, 1991, p. 346-359, ill.
De Engels-Brugse kunsthistoricus W.H. James Weale (1832-1917) had een wezenlijk aandeel in de stichting van 'Rond den Heerd'. Hij bracht de tekenaar van de titelprent aan, de Luikse kunstenaar Jules Helbig, en liet de prent graveren in Engeland door N.H.J. Westlake. Ook zou hij voor de illustraties in de eerste nummers van het blad gezorgd hebben. Aan de medewerkers wees hij vertalingen uit het Frans en het Engels toe. De rubriek 'Dagwijzer' met heiligenlevens en volkskundige informatie was voor een groot deel van zijn hand. [W.W.].
2019. - Lori VAN BIERVLIET, Leven en werk van W.H. James Weale, een Engels kunsthistoricus in Vlaanderen in de 19de eeuw. - Brussel: Paleis der Academiën, 1991. - 243 p.: facs.; 26 cm. - (Verhandelingen van de Koninklijke Academie voor wetenschappen, letteren en schone kunsten van België. Klasse der schone kunsten, jg. 53, nr. 55). - ISBN 91-6569-559-1. BF 1.500, excl. portokosten (verspreider is Brepols te B-2300 Turnhout).
Bio-bibliografie van de auteur van het nog steeds onvervangen standaardwerk Bookbindings and rubbings of bindings... (London 1894-98). Hoofdstuk VI handelt over Weales werkmethode bij het kunsthistorisch onderzoek, zijn aantekeningen en documentatie, waaronder 'wrijfprenten van oude boekbanden' Een belangrijk archief hiervan bevindt zich in de instelling waar Weale een tijdlang gewerkt heeft, de National Art Library van het Victoria & Albert Museum. [E.C.-I]
2020. - Richard BAEYENS, Selectieve bibliografie van & over Karel van de Woestijne. - S.l.: Marnixring Drijpikkel, 1992 . - 157 p.: ill.; 28 cm. BF950.
In dit werk zijn oorspronkelijke publikaties in boekvorm en bibliofiele uitgaven van Van de Woestijne verzameld, naast een selectie uit de secundaire literatuur over de dichter. Van elk boek worden de bibliografische gegevens beknopt vermeld (uitgeverij, jaar van verschijnen, aantal blz., formaat, reeks), binnentitels opgesomd en het colofon volledig afgedrukt. Ook is van elke originele druk ten minste één pagina gereproduceerd: de titelbladzijde, een illustratie of een tekstbladzijde. Er is duidelijk slechts één exemplaar van elke publikatie ter hand genomen: elke verwijzing naar mogelijke varianten (omslagen, banden) ontbreekt. Bij de bibliofiele uitgaven mist men Het late bezoek (Brussel, Ter Kameren, Nationale Hoogere School voor Sierkunst, 1944).
Het boek is zeer fraai uitgegeven (boekverzorging Louis van den Eede). [W.W.].
Go Top
     
     
Over deze site   Home page: www.boekgeschiedenis.be
Ontwikkeling © Johan Hanselaer
Laatste aanpassing: