Kroniek


1993-1994

 
     
     
VWB
Overzicht
 
Go Top
Na de algemeenheden zijn de notities chronologisch gerangschikt en per thema of onderwerp (in vetjes) volgens een vast schema gegroepeerd: 1. Literatuurbericht en Vakwoordenboeken; 2. Bibliografie (methodologie en repertoria); 3. Drukmateriaal; 4. Zetten en drukken; 5. Drukkers, steden, regio's; 6. Boekillustratie; 7 Boekband; 8. Bibliotheken en Bibliofilie; 9. Boekhandel en Uitgeverij; 10. Onderwerpen.
De lezers van de Kroniek worden er aan herinnerd dat zij de redactie attent kunnen maken op recent verschenen publikaties en haar overdrukken van eigen artikelen kunnen doen toekomen. Een en ander wordt in dank aanvaard.

2021. ABHB - Annual Bibliography of the History of the printed Book and libraries. Volume 19: publications of 1988 and additions from the preceding years. Ed. H.D.L. VERVLIET under the auspices of the Committee on Rare and Precious Books and Documents of the International Federation of Library Associations. - Dordrecht; Boston; London: Kluwer Academic Publishers, (1990). - XI, 441 p. - Volume 20-22. Ed. by the Department of Special Collections of the Koninklijke Bibliotheek, The Hague, under the auspices of the Committee on Rare, and Precious Books and Documents of the International Federation of Library Associations. - Dordrecht ; Boston; London: Kluwer Academic Publishers, (1991)-(1993).
2022. - Lexikon des gesammten Buchwesens - LGB². - Hrsg. Severin CORSTEN [et al.] - Stuttgart: A. Hiersemann. - 1990-1993. Band 3. Lieferung 20-24: Graphisches Gewerbe - Institut für Buchmarkt-Forschung (p. 241-632). Band 4. Lieferung 25-28: Institut für Buch- und Handschriftenrestaurierung - Koreanische Schrift (p. 1-320).
2023. - Nationaal biografisch woordenboek,14. Brussel: Paleis der Academiën, 1992. - ISBN 90-6569-013-1.
Het register is cumulatief voor de delen 11 tot 14.
2024. - KONINKLIJKE BIBLIOTHEEK ALBERT I, Informatiebulletin,37, 1993- omslag, ill. - ISSN 0770-4429.
Voortzetting van het bulletin, in een nieuwe vormgeving. Het hoofdstuk 'Aanwinsten' vermeldt geregeld ook oude drukken. [E. C.-I.]
2025. - Vingerafdrukken: mengelwerk van medewerkers bij tien jaar Short Title Catalogue, Netherlands. Red. Jan BOS en J.A. GRUYS. - Den Haag: Koninklijke Bibliotheek, 1993. - 108 p.: portr., ill. ; 21 cm. - ISBN 90-6259100-0. Fl. 20.
In 1982 kon, na jarenlange voorbereiding, het STCN-project een aanvang nemen. In tien jaar tijds werden de Koninklijke Bibliotheek (Den Haag) en de UB Amsterdam bewerkt voor de periode 1540-1700. Dat resulteerde in ruim 40.000 beschrijvingen. Thans is de UB Leiden 'in bewerking' (tot 1700). Daarna komt de 18de eeuw aan de beurt (in de drie genoemde instellingen). Ondertussen werden de titels van voor 1540 toegevoegd (ca. 3000) uit de gedrukte bibliografieën. Deze eerste tien jaren werden gevierd met een colloquium en een boekje waarin de STCN-medewerkers aan het woord komen over bijzondere gevallen.
J.A. GRUYS bespreekt eerst 'De STCN: achtergronden' (p. 7-12), Jan BOS 'De STCN: praktijk' (p. 17-19) - nuttige achtergrondinformatie ! Tussen elk artikel(tje) bevinden zich leerrijke en/of vermakelijke korte stukjes over o.a. 'De STCN-vingerafdruk' (p. 14-15), 'De STCN internationaal' (p. 20-21), typografisch bijzondere boeken (titelpagina's, grapjes etc.). Een alleraardigst leuk boekwerkje 'tot lering en vermaak'. Ad multos annos (et libros) - [M. d. S.]
Zie ook nrs.
2088; 2089; 2097; 2101; 2090; 2103; 2104; 2108; 2366; 2367; 2542
2026. - Peter NIJHOF, Arthur STEEGH, Grafische en papiermusea in Nederland en net over de grens. - Zutphen: Bührmann- Ubbens Papier, 1992. -60 p.: omslag, ill. ; 19 x 21 cm. - ISBN 90-71180-19-0.
In een fraai verzorgde brochure worden papiermolens en drukkerijen, boekbinderijen en grafische musea in Nederland volgens een vast stramien voorgesteld: een korte introductie, gebouw, oprichters, collectie, colofon (adres, openingstijden en dies meer). Informatief en handig tegelijk. [E. C.-I.]
2027. - David PAISEY, Decimo: reflections on some rare formats in The Italian book 1465-1800 .. studies presented to Dennis E. Rhodes on his 70th birthday. Ed. by Denis V. REIDY. - London: The British Library, 1993, p. 161-174, ill.
Overwegingen over minder gangbare formaten n.a.v. enkele Venetiaanse edities in decimo van Noel Berlaimonts Colloquia. A. onderzocht dan de rijke Duitse handboektraditie (van Hornschuch 1608 tot het einde van de achttiende eeuw) naar informatie over dergelijke ongewone formaten. Terloops verwijst hij naar Plantins Kalendarium (1570) in 128°. Mede naar aanleiding van allerlei virtuoze vormen van figuratieve poëzie uit de Duitse Barok, veronderstelt hij dat uitzonderlijke formaten en typografische figuren bedoeld waren om op te vallen (of in de smaak) bij potentiële mecenassen, opdrachtgevers of... juryleden bij de meesterproef. Aanbevolen lectuur, alleen al om de schitterende 'kopjes'! [M. d. S.]
Zie ook nr.
2105
2028. Tussen kunst en kennis .. een keuze uit de Gentse universitaire verzamelingen: tentoonstellingen Aula Voldersstraat, Gent, 6 november 92 -19 maart 93. - Gent: Archief RUG, 1992. - 127 p.;: omslag, ill; 24 cm. -(Uit het verleden van de RUG; 31).
Een kort stuk van L. ZABEAU-VAN DER VERREN, 'De bijzondere collecties van de Universiteitsbibliotheek' handelt in feite over de geschiedenis van de Universiteitsbibliotheek Gent (p. 40-44). Het betreffende catalogusgedeelte, samengesteld door vier auteurs, geeft een korte beschrijving van 54 handschriften, drukken, banden, munten en penningen, planodrukken, kaarten en globes, prenten en tekeningen (p. 46-59). [E. C.-I.]
2029. - J.A. GRUYS, Aanvullingen op... J.A. Gruys & C. de Wolf, Thesaurus 1473-1800 in Dokumentaal,22, 1993, p. 54-57.
Cf. Kroniek 18
nr. 1847.
Zie ook nrs. 2315; 2437
2030. - Peter H. MEURER, Der Nürnberger Verlag Caymox und die Kartographie in Quaerendo,23, 1993, p. 24-43, ill.
Niet zonder reden zochten een aantal kartografen uit de zestiende-eeuwse Nederlanden hun heil oostwaarts. Totnogtoe werd enkel hun aandeel in de Keulse atlas- en kaartenuitgeverijen behandeld (met name door P. Meurer -zie Kroniek 14
nr. 1205). Hier worden de activiteiten van Cornelis (overl. 1590) en Balthasar (1561-1635) Caymox belicht. Balthasar werkte zich op tot een niet onbelangrijk uitgever van atlassen en ander kartografisch materiaal, deels (1605-1607) in samenwerking met de uit Deventer afkomstige graveur Matthias Quad (1557-1613). Een boeiende verkenning! [M. d. S.]
2031. - Frank VANDEWEGHE (†) & Bart OP DE BEECK, Drukkersmerken uit de 15de en de 16de eeuw binnen de grenzen van het huidige België = Marques typographiques employées aux XVe et XVIe siècles dans les limites géographiques de la Belgique actuelle. - Nieuwkoop: De Graaf, 1993. - xxi, 316 p.: front., ill.; 28 cm. - (Nationaal Centrum voor de archeologie en de geschiedenis van het boek; 5). - ISBN 90-6004422-3. BF 7.000; Fl. 350.
Dit bibliografisch zeer degelijk onderbouwde naslagwerk vervangt het onderdeel 'Marques typographiques' uit de Bibliotheca Belgica. Opgenomen werden: "alle huismerken, monogrammen, initialen (naam) en vignetten (houtsneden of gravures) die door een drukker, uitgever of boekverkoper opzettelijk als herkenningsteken in een uitgave aangebracht werden...; ook in hout uitgesneden of gegraveerde titelpagina's met één van deze herkenningstekens in verwerkt " (p. X). Na de inleiding volgen drie delen: (1) het Repertorium met technische informatie (materiële beschrijving, bibliografische referenties, exemplaarverwijzing - eindelijk betrouwbare gegevens over bestaan en gebruik van drukkersmerken!) (p. 1-81); (2) de Afbeeldingen (p. 83-255!!); (3) de Registers (p. 257-316). (1) en (2) behandelen drukkers, uitgevers en boekverkopers in alfabetische orde van Goovaert Back tot Philippus Zangrius.
Niet alleen boekhistorici kunnen zich verheugen om dit nuttig repertorium. De ruim 700 afbeeldingen tonen de rijkdom van de zestiende-eeuwse boekproduktie in de Zuidelijke Nederlanden en vormen de aanzet tot een heuse platenatlas... Twee van de zes registers ontsluiten deze visuele bron tevens voor kunsthistorici én literairhistorici. Het zaakregister (ook 'index iconographique') ordent per voorstelling (bv. adelaar, eik, vrouw met ... ). Het register van kenspreuken illustreert de ruime verspreiding van bijbelse en humanistische (o.m. 18 Griekse motto's) referentiekaders. De andere registers slaan op: drukkers, uitgevers en boekverkopers (mét naamsvarianten!), monogrammen van drukkers, uitgevers en boekverkopers, monogrammen van houtsnijders en graveurs, merken volgens grootte (van '10x91' mm bij J. Lettersnijder tot '493x333' mm bij Plantijn).
Daar vele merken ook (soms lang) na 1600 nog werden gebruikt of gekopieerd, is dit, ook in zijn uiterlijke verschijning, aangenaam hanteerbare boek een niet te versmaden naslagwerk voor onderzoekers van de zeventiende-eeuwse boekproduktie. Literae immortalitatem pariunt verkondigde Jan van Waesberghe op zijn boeken, als randtekst bij een Fama. Moge dit prachtige boek Frank Vandeweghes duurzame arbeid in herinnering houden. Zijn 'opvolger' weze geprezen om de perfecte voortzetting van Franks spreekwoordelijke acribie: Ick sals ghedincken. [M. d. S.]
Zie ook nr.
2948
2032. - Henri VANHULST, De Antwerpse muziekuitgaven van Petrus II Phalesius en zijn erfgenamen (1582-1674) in Musica antiqua,10, 1993, p. 57-62, ill.
Petrus I Phalesius was in Leuven gevestigd als muziekuitgever, op het laatst ook als drukker. Omstreeks 1580 verhuist zijn zoon Petrus II naar Antwerpen waar hij muziek drukt: chansons, madrigalen, balletten, kerkelijke muziek, weinig instrumentale. De commerciële zijde van de onderneming laat hij over aan Johannes Bellerus. Na zijn dood in 1629 nemen Petrus' dochters de leiding van het huis over, eerst Magdalena, daarna Maria. Er verschijnt dan vooral kerkelijke muziek van Italiaanse en lokale toondichters. [E. C.-I.]
2033. - Quatre siècles de reliure en Belgique 1500-1900,II. Catalogue par Claude SORGELOOS; synthèse historique par Paul CULOT; préface de Michel WITTOCK. - Bruxelles: Eric Speeckaert, (1993). - 404 p.: omslag, in.; 31 cm. - BF 1500.
In 1989 verscheen het eerste deel van een indrukwekkende verzameling boekbanden die de Belgische antiquaar zich mettertijd had aangelegd (cf. Kroniek 15
nr. 1327). Die collectie is inmiddels in haar geheel aangekocht door een Belgisch bibliofiel. Het tweede deel is opgevat zoals het eerste, alleen nog omvangrijker (186 tegenover 144) en met driemaal zoveel kleurreprodukties. Er zijn enkele blindstempelbanden, veel prijsbanden en wapenbanden, een hele rij banden met rolstempels en 'petits fers' versierde banden, een dertigtal Luikse almanakjes, banden uit de romantiek, banden met rocaille decor, uitgeversbanden en een aantal met retroversiering. Behalve een register op binders en herkomsten, is er een op auteurs en een op drukkers. [E. C.-I.]
Zie ook nr. 2801
2034. - Frederik VERACHTER, Geschied- en tijdkundig naem-register van de goede mannen van het boekbinders-ambacht binnen Antwerpen, van 1398 tot 1830 opgezogt en verzameld door Frederik Verachter stadsbibliothecaris, 1832. En nu voor het eerst uitgegeven door [de Carbolineum Pers]. - Wildert: De Carbolineum Pers, 1993. - 57 p. ; 19 cm. - BF 2.500. Te verkrijgen bij Boris Rousseeuw, Elf Novemberstraat 22, B-2910 Wildert.
Privé uitgave op 50 exemplaren. Zoals de drukker in zijn kort nabericht vermeldt, is deze namenlijst van Antwerpse boekbinders de vrucht van gedwongen rust tijdens de belegering van Antwerpen in 1832. Frederik Verachter (1797-1870), bibliothecaris en boekenverzamelaar, had zelf nooit tot publikatie besloten. Hoe onvolkomen -de uitgever heeft niets toegevoegd- en deels achterhaald deze lijst ook is, zij kan nog steeds dienst bewijzen. [E. C.-I.]
2035. - Wilfried VERLEYEN, Inrichting en personeel van de Affligemse abdijbibliotheek vanaf de XIIde eeuw in Archief- en bibliotheekwezen in België,63, 1992. p. 291-310.
Over de oude abdijbibliotheek (1300-1580) zijn slechts schaarse archivalia bekend. In 1618 werd begonnen met de uitbouw van een tweede bibliotheekgebouw dat bij de opheffing van de abdij door de Fransen werd gesloopt. Na de terugkeer in de negentiende eeuw werd een nieuwe werkbibliotheek ingericht die geregeld verhuisde binnen de abdij. Nuttig is het systematisch overzicht van de bibliothecarissen (dertig, van 1532 tot heden ... ). N.B.: de collecties zelf worden hier niet behandeld, enkel de materiële organisatie. [M. d. S.]
2036. - H.W. DE KOOKER, B. VAN SELM, Boekcultuur in de Lage Landen 1500-1800: bibliografie van publikaties over particulier boekenbezit in Noord- en Zuid-Nederland, verschenen voor 1991. Met een voorwoord van P.G. HOFTIJZER. - Utrecht: H & S, 1993. - xvii, 210 p. ; 25 cm. - ISBN 90-6194148-2 geb. Fl. 139, 50.
Eén van de talrijke projecten die Bert van Selm opzette was de samenstelling van een bibliografie over particulier boekenbezit in de Nederlanden van 1500 tot 1800. Het project kwam uiteindelijk in handen van H.W. de Kooker. Het resultaat is een stevig uitgevoerde bibliografie met een zeer representatieve registratie van publikaties waarin op de één of andere manier concrete gegevens zijn opgenomen over privé-bibliotheken. De hoofdtitel is weliswaar misleidend, zoals P.J. Verkruijsse terecht opmerkt in zijn recensie in Dokumentaal (jrg. 22, 1993, nr. 3, p. 129-132): boekcultuur is méér dan boekenbezit. Maar dat kan de pret niet drukken. Voor Belgische historici is het een gelukkige zaak dat dit Nederlands initiatief zich niet heeft beperkt tot het noorden. De (naar mijn mening wat overtrokken) opmerking van P.G. Hoftijzer in het voorwoord, volgens welke het onderzoek naar de consumptie van boeken in Nederland in de Nieuwe Tijd betrekkelijk weinig aandacht heeft gekregen, is nu weer wat meer achterhaald, en dat is een gunstige evolutie.
De bibliografische lijst bestaat uit drie grote blokken. In het eerste worden studies van algemene aard opgenomen, inclusief publikaties waarin het boekenbezit van meer dan drie personen wordt besproken. Het tweede blok bevat bijdragen die regionaal of lokaal georiënteerd zijn. Het derde onderdeel registreert publikaties over individuele boekenbezitters. Dat dit derde deel veruit het grootste is, zegt iets over de stand van het onderzoek: de tijd is blijkbaar nog niet rijp om meer omvattende studies te schrijven, eerst moet men genoeg basismateriaal verzamelen over individuele privébibliotheken. P.G. Hoftijzer heeft dus toch een beetje gelijk.
Een werk als dit kan niet zonder de nodige registers. Op dit vlak zijn de samenstellers royaal geweest: er is een chronologisch register, een register van plaats- en streeknamen, een register van auteursnamen en een register van beroepen en functies. In dit laatste is de systematiek niet echt duidelijk, iets waarvan ook de auteurs zich bewust zijn, zo blijkt uit de verantwoording.
Een kleine steekproef wijst erop dat het met de door de samenstellers zelf geproclameerde onvolledigheid nogal meevalt: de artikels over particulier boekenbezit in de achttiende ceuw die zijn opgenomen in onze Kroniek, komen ook stuk voor stuk terug in de bibliografie. Zou de Kroniek dan toch geëxcerpeerd zijn ? Wie er het Bibliografisch apparaat (p. XVI-XVII) op naleest vindt ze inderdaad vermeld, maar dan onder de (sjiekere ?) benaming 'Chronique des bibliothèques' in... Archives et Bibliothèques de Belgique. In een volledig in het Nederlands geschreven werk zou je toch de parallelle Nederlandse titel verwachten ! Het eerste slachtoffer van deze situatie is P.J. Verkruijsse, die blijkens zijn genoemde recensie onze "uitstekende kroniek van het bibliotheekwezen " (dank u, mijnheer Verkruijsse) niet heeft teruggevonden.
Enkele andere puntjes van kritiek. De ontsluiting in de registers had naar mijn zin iets vollediger kunnen zijn. Toen ik namelijk in het register van plaatsnamen de verwijzingen naar Leuven naging, vond ik er geen naar de bibliotheek van J.T.J. Wellens (nrs. 827 en 828), die weliswaar stierf als bisschop van Antwerpen maar daarvóór hoogleraar was aan de Leuvense universiteit. Dit wordt wel in de annotatie vermeld, maar blijkbaar knoopt men er niet het besluit aan vast dat wie geinteresseerd is in Leuvense (dus ook in Leuven gevormde) bibliotheken, vanuit het register ook naar deze nummers in de bibliographie moet worden verwezen.
Ook is het jammer dat men zich zo strikt heeft gehouden aan de eindtermijn 1800. Het artikel van J. Smeyers over de bibliotheek van W.F.G. Verhoeven (cf. Kroniek 13
nr. 1073), die hoofdzakelijk gevormd werd in de tweede helft van de achttiende eeuw, valt zo buiten beschouwing.
Een laatste bedenking betreft de lay-out van het boek. Het paginanummer werd steeds rechts bovenaan afgedrukt, ongeacht of het gaat om de linker- of rechterpagina En de kopregels hebben enkel een esthetische waarde: in het corpus van het boek duiden ze niet aan in welk van de drie grote delen de lezer zich bevindt, laat staan welke privébibliotheek op de betreffende pagina als eerste aan bod komt. Van een werk over boekcultuur had ik op dit vlak wat meer professionalisme verwacht.
Toch weegt mijn kritiek niet erg zwaar. Wat blijft is een uitstekend naslagwerk, dat gezien zijn (relatieve) onvolledigheid niet als basis mag dienen voor een kwantitatief opgevatte synthese over het particulier boekenbezit in de Lage Landen, maar wel goede diensten zal bewijzen aan wie wil weten wat er op dit vlak al aan werk verricht is. [P.D.]
(P.S.: in Dokumentaal,22, 1993, nr. 4, p. 152-158 geeft P.J. Verkruijsse enige aanvullingen, en reageert H.W. de Kooker ironisch op Verkruijsses recensie, gevolgd door diens wederwoord).
Zie ook nrs. 2098; 2172
2037. - Claudine LEMAIRE, De librije van Maria van Hongarije in Maria van Hongarije, koningin tussen keizers en kunstenaars, 1505-1558. [Ed.] Bob VAN DEN BOOGERT, Jacqueline KERKHOFF [e.a.].- Zwolle: Waanders, 1993, p. 179-207, ill. - ISBN 90-6630421-9 (geb.); 90-6630-420-0 (museumeditie, pbk.). Fl. 79, 50 (geb.); 50 (pbk.).
Hoofdstuk in een omvangrijke en hoogst interessante publikatie met catalogus naar aanleiding van de tentoonstelling in het Rijksmuseum Het Catarijneconvent te Utrecht en het Noordbrabants Museum in 's-Hertogenbosch. In de bibliotheek van regentes Margaretha van Oostenrijk, de tante van Maria van Hongarije, waren in 1523-1524 (inventaris) 335 handschriften en 44 drukken aanwezig. Via Karel V is deze collectie grotendeels, in 1531, naar Maria van Hongarije verhuisd, eerst te Mechelen, daarna, in 1556, naar Turnhout. Inmiddels was de librije aangegroeid. Een inventaris van Maria's bibliotheek bestaat niet (meer). Van een boedelbeschrijving na haar dood bestaat een afschrift te Brussel: ca. 390 items. Zij had in haar verzameling o.m. Antwerpse gedrukte Bijbels en ongetwijfeld werken van Erasmus met wie zij contacten onderhield, evenals muziek waar zij bijzonder op gesteld was. Uit rekeningposten blijkt dat zij liet binden bij Jan Thys te Brussel en Cornelis van den Langhen Cruyce te Antwerpen. Vermoedelijk zijn er drukken uit haar bezit uiteindelijk via Filips II in het Escoriaal beland; nog vóór haar dood, in Spanje, was immers niet alles opnieuw naar de Nederlanden verscheept. Viglius, de eerste koninklijke bibliothecaris, liet na haar dood een ex-libris uitvoeren. [E. C.-I.]
2038. - Pierre-Jean FOULON, Livres précieux in 30 ans d'acquisitions au Musée royal de Mariemont 1961-1993: exposition 19 juin-14 novembre 1993. - Morlanwelz: Musée royal de Mariemont, 1993, p. 70-77, ill.
Genoemd museum herbergt niet enkel boeken. Nadat in 1960 een brand was uitgebroken, zijn thans de laatste renovatiewerken beeindigd, naar aanleiding waarvan een feestelijke opening plaatsvond. Op de tentoonstelling van 30 jaar aanwinsten is in de sector boek veel aandacht besteed aan bibliofiele uitgaven, kunstschildersboeken, boekbanden en oude drukken.
De publikatie is met zorg uitgegeven; alleen heb ik last -in mijn bibliotheek- met het vierkante formaat! [E. C.-I.]
2039. - Verzameld verlangen: het Nederlandse Genootschap van Bibliofielen exposeert uit het bezit van leden. [Red. H. DUIJZER... et al.]. - Den Haag, Koninklijke Bibhotheek, 1993. - 134 p.: ill.; 21 cm. -, (Tentoonstellingscatalogi en -brochures van de Koninklijke Bibliotheek; 46). - ISBN 90-6259112-4.
Onder het perfecte motto Verzameld verlangen hebben 54 leden van het jonge Nederlands Genootschap van Bibliofielen 171 stukken uit hun schatkamer getoond aan andere belangstellenden. Bezoekers kregen fraaie en/of belangwekkende specimina te zien uit de wijde wereld van 'het boek'. Aan bod kwamen: handschriften en facsimiles; incunabelen en vroege drukken; boekbanden; miniatuurboekjes; alba amicorum; religie; schrijvers uit de klassieke oudheid; topografie; natuurwetenschappen, flora en fauna; kinderboeken; modeme typografie; ethnografica; autogrammen en autografen; boeken met bijzondere illustraties; objecten in verband met het boek; bibliofielen, bibliomanen, biblioclasten.
Het niveau van de geselecteerde werken varieerde binnen deze domeinen, al dient gezegd dat het merendeel van de stukken inderdaad om meer dan een reden het koesteren waard zijn. De catalogus biedt korte beschrijvende tekstjes, vaak gebaseerd op gegevens verstrekt door de inzender. De boekhistoricus betreurt dat niet meer vakwetenschappelijke informatie werd meegegeven (uit tijdsgebrek ?), als bv. bibliografische referenties. Wel werden boekbanden vaak vrij gedetailleerd beschreven. Bovendien is een namenregister toegevoegd. Inleider P.J. Buijnsters heeft wel degelijk gelijk: "dit is de mooiste tentoonstelling van de wereld ". [M. d. S.]
Zie ook nr.
2159
2040. Jozef GHYSSAERT, Boeken uit de voormalige Sint-Pietersabdij van Oudenburg in de Stedelijke Bibliotheek van Brugge in Biekorf,92, 1992, p. 307-312
Korte inleiding met de lijst der Oudenbergse boeken, gevolgd door het catalogusnummer in de Brugse Stadsbibliotheek. Het gaat om drie incunabelen, twee postincunabelen, dertien 'BT's' (i.e. 1541-1600), achtendertig 17de-eeuwse en één 18de-eeuwse drukken. [E. C.-I.]
2041. - Een boekmuseum verzamelt: aanwinsten 1987-1991 verworven tijdens het directoraat van dr. J. Offerhaus. - 's-Gravenhage: Rijksmuseum Meermanno-Westreenianum; Zutphen: Walburg Pers, 1992. - 103 p.: omslag, portr., ill., 26cm. ISBN 90-6011-795-6. Fl. 32.50.
Catalogus bij de tentoonstelling in genoemd museum, tevens Museum van het Boek, van 14 mei t/m 25 juni 1992. Via omwegen - en daardoor laat -is deze publikatie mij in handen gekomen. Als museum van het boek heeft het Rijksmuseum Meermanno-Westreenianum een specifieke opdracht waarbij de nadruk bij het verwerven ligt op drukkunst, vormgeving, letter, papier, boekillustratie, boekband, in Nederland maar ook daarbuiten. Voorwaar, een veelomvattend gebied. Aankopen, vnl. op gebied van papier en band, geschieden evenwel in nauw overleg met de Kon. Bibliotheek.
Na het kort maar zo te zien vruchtbaar directoraat van de al te vroeg overleden Johannes Offerhaus, is een keuze gemaakt van om en bij de 150 boeken, tijdens de jaren 1987-1991 door aankoop en schenking verworven. Bijzonder goed vertegenwoordigd zijn de Duitse en Engelse privé persen. De catalogus is de collectie waardig: tekst van Offerhaus' voorganger Rudi Ekkart en typografische vormgeving van Treebus staan borg voor een volmaakt resultaat. [E. C -I.]
2042. - De privé bibliotheken van de regerende vorstenhuizen in Europa = Les bibliothèques privées des maisons souveraines régnantes d'Europe,uitg. door Elly COCKX-INDESTEGE en Erna JACOBS, in Archief- en bibliotheekwezen in België, 63, 1992, p. 1-189, ill.
Boeiend overzicht van een minder bekend type bibliotheek, met aandacht voor geschiedenis, collecties, bibliothecarissen, toegankelijkheid. Vaak bevatten deze instellingen een aantal belangrijke historische en bibliofiele objecten (by Palacio Real de Madrid, Koninklijk Huisarchief Den Haag). Bijzonder te vermelden zijn hier de bijdragen over Luxemburg (p. 69-74), België en Nederland. Erna JACOBS behandelt De 'Bibliotheek van de Koning' in België (p. 11-42), met aandacht voor negentiende-eeuwse boekbanden (met afbeeldingen van o.a. (super)ex-librissen!) en bibliothecarissen (inz. Auguste Scheler). H.A. ROBAARD belicht De Bibliotheek van het Koninklijk Huisarchief (p. 43-68): de oude stadhouderlijke collecties, belangrijke exemplaren, bijzondere collecties (muziek, verzetspublikaties). [M. d. S.]
Zie ook nr.
2098
2043. - F.M. HEIJKOOP, Où sont les catalogues d'antan ? in Dokumentaal,22, 1993, p. 108-112.
Interessante suggestie om oude veilingcatalogi (17de-18de eeuw) op te sporen in (min of meer) volledig bewaarde privé-bibliotheken uit die periode). Dat levert resultaten op voor het buitenland, maar niet voor de Nederlanden (een van de weinige dergelijke nog bewaarde collecties, de Bibliotheca Thysiana, zou geen veilingcatalogi (meer) bevatten. Hopelijk heeft de auteur het geluk dergelijke verzamelingen te ontdekken. Er waren, vooral in de 18de eeuw, inderdaad verzamelaars van libri annotati en autografen. Hun collecties zijn meestal bewaard in de handschriftenafdelingen van grote bibliotheken - daar kan dus nog wat te vinden zijn. Een mogelijke tip: de H.F. von Diez-collectie in (voormalig Oost-)Berlijn bevat brokstukken van écht belangrijke Nederlandse verzamelingen: Broukhusius, Van Santen etc. - zie de catalogus door Ursula Winter uit 1986.
Toch lijken de grote bewaarbibliotheken hun rol goed te hebben vervuld het merendeel van de catalogi is daar dan ook te vinden - er is wel degelijk gericht verzameld. De ruime blik van de auteur reikt tot Kopenhagen, Florence en Sint-Petersburg. Ten onrechte werd dat kleine buurlandje weer eens over het hoofd gezien: de repertoria van F.. Vandenhole en J. Blogie (Kroniek 14
nr. 1147 en 18 nr. 1844) bewijzen dat Gent en Brussel (met ruim honderd exemplaren ieder) vooraan in het peloton rijden... [M. d. S.]
2044. - Antwerpen, verhaal van een metropool, 16de-17de eeuw. O.l.v. Jan VAN DER STOCK. [Tentoonstelling te] Antwerpen, Hessenhuis 25 juni-10 oktober 1993. - [Gent]: Snoeck-Ducaju & Zoon, 1993. - 383 p.: omslag, portr., ill.; 32 em. - ISBN 90-5349-060-4. BF 1490.
Dè publikatie in het kader van 'Antwerpen 93, culturele hoofdstad van Europa': een monumentaal én mooi boek waaraan vrijwel uitsluitend grote namen meegewerkt hebben en waaraan heel veel zorg is besteed. Na een paar inleidende opstellen (o.m. het verhaal in een notedop door L. Voet), zijn twaalf thema's gekozen; hierover zijn even zoveel opstellen geschreven, gevolgd door de beschrijving en de commentaar van een aantal goed gekozen voorwerpen of documenten. De hoofdstukken die ons hier meer in het bijzonder aanbelangen, zijn: Anne-Marie VAN PASSEN (†), 'Antwerpen goed bekeken: een bloemlezing' of overzicht van brieven en reisverhalen door buitenlandse bezoekers van Antwerpen, Guicciardini om er slechts één te noemen (p. 59-67); Herman PLEIJ, 'Antwerpen verhaald': over de bijdrage van de Antwerpse drukkers aan de uitstraling van de stad (p. 79-85); Francine DE NAVE, 'Een typografische hoofdstad in opkomst, bloei en verval' (p. 87-95); Marcus DE SCHEPPER, 'Humanisme en humanisten' (p. 97-103). Het catalogusgedeelte is in twee delen verdeeld: 'De metropoolgedachte: fictie en feiten' en 'Antwerpen - metropool ?'. Hierin worden de behandelde thema's in een sprekende hoofdregel hernomen en daar vinden we dan ook de beschrijving en bespreking van de drukken.
Het boek is geconcipiëerd door Jan van der Stock, vormgegeven door Griet Van Haute en gedrukt door Snoeck-Ducaju & Zoon; met hen verdienen de vele andere medewerkers aan de totstandkoming ervan alle lof. [E. C.-I.]
2045. - De botanica in de Zuidelijke Nederlanden (einde 15de eeuw - ca. 1650) tentoonstelling Museum Plantin-Moretus. Red. F. DE NAVE en D. IMHOF - Antwerpen: Museum Plantin-Moretus en Stedelijk Prentenkabinet, 1993 - 150 p.: omslag, ill.; 29 cm. - (Publikaties van het Museum Plantin-Moretus en het Stedelijk Prentenkabinet; 27).
Het Museum Plantin-Moretus houdt de nog jonge traditie in ere en publiceert naar aanleiding van tentoonstellingen boeken die veel meer zijn dan een catalogus. Dit is ook weer het geval met de botanica. Zeven auteurs hebben de ontwikkeling van de plantkunde in de Zuidelijke Nederlanden bestudeerd, met speciaal aandacht voor de rol daarin van de boekdrukkunst, van de drukker Christoffel Plantijn, de kunstenaar Pieter vander Borcht, de botanische tuin. Achtenzestig handschriften en drukken, niet exclusief uit het Museum zelf, zijn vakkundig beschreven en toegelicht. Bijzonder aantrekkelijk is de keuze van tekeningen van planten, houtblokken, koperplaten en prenten, op enkele uitzonderingen na in het bezit van het MPM. Registers bevorderen het gebruik, overvloedige en fraaie afbeeldingen maken er een mooi boek van. [E. C.-I.]
2046. - Europa aan tafel: een verkenning van onze eet- en tafelkultuur. Eindred. F. DE NAVE en C. DEPAUW. - Antwerpen: MIM, 1993. - 239 p., omslag, ill.; 30 cm. - (Orteliusreeks). - ISBN 90-341-0681-0.
Catalogus die in feite vier tentoonstellingen dekt. Het tweede onderdeel ervan interesseert ons hier, de tentoonstelling in het Museum Plantin-Moretus (en het Stedelijk Prentenkabinet): het opstel van R. Jansen-Sieben, 'Europa aan tafel in de Zuidelijke Nederlanden (15de eeuw - ca. 1650): een inleidend overzicht' (p. 146-170) en de beschrijving van 57 handschriften en drukken (p 171-183) door E. Cockx-Indestege. [A.]
2047. - Chris VANDENBROEKE, Het boekenaanbod als spiegel van het secularisatieproces tegen het einde van het Ancien Régime in Beleid en bestuur in de oude Nederlanden. Liber Amicorum prof. dr. M. Baelde. Uitgegeven door Hugo SOLY en René VERMEIR. - Gent: Vakgroep Nieuwe Geschiedenis UG, 1993, p. 383-389. - ISBN 90-801514-1-6.
Verschillende parameters wijzen erop dat er zich in de loop van de achttiende eeuw ook in de Zuidelijke Nederlanden een secularisatieproces voordeed. De auteur gaat na in hoeverre dit proces ook merkbaar is in het publikatieritme waarmee religieuze werken op de markt verschenen. Hoewel niet erg origineel, blijkt deze invalshoek interessant, ook al omdat de boekgeschiedenis hierdoor in het ruimere kader van de mentaliteitsgeschiedenis wordt geplaatst. Deze vragen worden hier echter gesteld aan een relatief beperkt corpus, nl. de bibliotheek van Karel van Hulthem (zie ook de andere bijdrage van Vandenbroeke elders in deze Kroniek). Op basis van dit corpus stelt de auteur vast dat er vanaf het laatste derde van de achttiende eeuw steeds meer afstandelijkheid in de geloofsbeleving aan de orde was. De vraag is of de bibliotheek van een zo geëngageerd intellectueel als Van Hulthem representatief is voor het gedachtengoed van brede bevolkingslagen. Verder wijst de auteur er zelf op dat er slechts een relatieve daling van het aanbod theologische en religieuze werken valt waar te nemen; in nominale termen is de daling veel minder duidelijk. Mijns inziens moet hieruit eerder geconcludeerd worden dat het boekaanbod in de loop der tijden meer gediversifieerd is geworden, dat de religieus georiënteerde werken minder exclusief de markt overspoelden. En ben ik tenslotte te veeleisend als ik denk dat het secularisatieproces, dat er waarschijnlijk wel geweest is, moet gemeten worden aan de hand van niet alleen het aanbod, maar ook de consumptie van boeken? [P.D.]
Zie ook nr.
2326
2048. - B.A.M. RAMAKERS, Apocalyptiek op de planken: twee rederijkersspelen over het Boek Openbaring in Ons geestelijk erf,66, 1992, p. 187-223.
Jan Moerman, waarschijnlijk te identificeren met Jan vanden Kiele (ca. 1556-1621), lid van de Olijftak, liet in 1581 bij Jan van Ghelen te Antwerpen het eerste deel verschijnen van Den Boomgaert der Belgischer poeterijen (Hummelen, Repertorium rederijkersdrama, 3F). Hierin zijn zes wagenspelen, Sint Jans Openbaringhe,opgenomen. In 1616 verscheen bij Jasper van Tournay te Gouda Drie nieu spelen van sinnen van de Goudse rederijker Rijssaert van Spiere; één hiervan heeft ook de Apokalyps als thema: Apocalipsis 12 (Hummelen 3P2). Deze zeven spelen, tekstgetrouwe dramatiseringen van delen uit de Apokalyps, zijn uniek (overgeleverd?). Is er maar één exemplaar bekend ? En waar wordt dit bewaard ? Verder handelt het artikel over de apocalyptiek op het toneel. [E. C.-I.]
2049. - Hubertus MENKE, Bibliotheca Reinardana. Teil I Die europäischen Reineke-Fuchs-Drücke bis zum Jahre 1800. - Stuttgart, Hauswedell, 1992. - xxii, 474 p.: facs., ill.; 25 cm. - ISBN 3-7762-0313-7. DM. 248.
Le nouveau Renard est arrivé ! - het langverwachte eerste deel van de Bibliotheca Reinardiana is er. Hubertus MENKE is geen onbekende in de wereld der vossenjagers. In 1970 promoveerde hij op het nog steeds belangrijke Die Tiernamen in Van den Vos Reinaerde. De complexiteit en de taalkundig-geografische diversiteit van de Reinaertstof waren hem van bij het begin van zijn speurtocht vertrouwd. Vijfentwintig jaar omgaan met de Europese Reinaerttraditie maakten hem dus bij uitstek geschikt voor een internationale bronneninventaris. Handschrifteninventarissen bestonden er uiteraard al lang voor de diverse taalgroepen, als bronnenbestand voor de uitgaven. van de middeleeuwse versies. Dat die teksten van bij het begin van de boekdrukkunst onafgebroken, in talloze aanpassingen en bewerkingen, werden gedrukt én gelezen, was niet geheel onbekend. Toch was dit domein, afgezien van lokale deelstudies, niet overzichtelijk en systematisch in kaart gebracht. Menke heeft dat thans voortreffelijk gedaan. Het hier besproken eerste deel bestrijkt de periode van het 'oude boek' (tot 1800). Een tweede deel met de negentiende- en twintigste-eeuwse bewerkingen en navertellingen (inclusief kinderboeken en strips) is in voorbereiding. Wellicht is het hier nuttig erop te wijzen dat iets dergelijks reeds bestaat voor het Nederlandse taalgebied. In 1988 reeds publiceerde Jan Goossens een 'bibliografie van de moderne Nederlandse Reinaert-bewerkingen' als bijlage (p. 129-152) bij zijn studie De gecastreerde neus: taboes en hun verwerking in de geschiedenis van de Reinaert (overigens, met onvolledig impressum, vermeld in Menkes literatuurlijst).
Wat biedt ons dan dit eerste deel ? Na een korte inleiding volgt de 'Katalog': per tekstgroep (Reinaert de Vos, Reinicken Fuchs etc.) wordt de handschriftelijke overlevering beknopt behandeld, gevolgd door de gedrukte traditie. In bijlage komen o.m. een literatuurlijst, een synoptisch overzicht en het register. Elke druk wordt vrij gedetailleerd beschreven: kopje, diplomatische titeltranscriptie, collatie, inhoudsopgave, illustraties, beschreven exemplaar, lijst van andere exemplaren, bibliografische referenties (zowel naar tekstuitgaven als naar bibliografieën). Niet onbelangrijk is dat de 260 afbeeldingen mede werden gekozen om een eerste overzicht te geven van de ontwikkeling van de Reinaertillustratie.
Menke heeft voortreffelijk werk geleverd ! We beschikken voor het eerst over een betrouwbare inventaris van de Europese Reinaertdrukken, 219 in totaal: 8 Latijnse, 24 Franse, 60 Nederlandse, 64 Engelse, 21 Nederduitse, 33 Hoogduitse en 9 Scandinavische. Vele daarvan zijn gelukkig in ruime aantallen overgeleverd, enkele zijn (bijna) uniek en verdienen extra zorg. Zo bv. Segher van Dort, 'Vonnis der dieren'(Antwerpen: Jacob Mesens, 1651). Het 'unieke' exemplaar in de abdij van Postel is al tien jaar 'zoek'! Gelukkig heeft Menke een tweede exemplaar ontdekt in, of all places, Zürich. Dat exemplaar zal weldra in facsimile worden uitgegeven. Overigens vermeldt hij nog een Serrure-Arenbergexemplaar - wellicht niet identiek met een van beide bekenden.
Elke bibliograaf heeft natuurlijk een eigen aanpak en/of wensen. Zelf zou ik de diplomatische transcriptie van de titelpagina vervangen door een foto. Die 219 foto's konden eventueel de huidige illustraties vervangen, die wellicht beter in een apart boek over de Reinaerticonografie hoorden. Al dient gezegd dat er zich nu al een aantal (titel)pagina's uit de drukken bevinden tussen de opgenomen illustraties. Als collatieformule ware de Angelsaksische methode (Bowers etc.) aangewezen: nu is er nog vaak onduidelijkheid over bv. ongepagineerde bladzijden. Overigens is er enige tegenspraak tussen de 'Formatangaben' op p. XXI (modern) en p. 7 (vouwformaat).
De exemplaaropgave is copieus (o.m. enkele grote privékollecties) en vermeldt geregeld herkomstgegevens. Volgens de inleiding (p. 9-12 'Zur Geschichte des Buchbesitzes') werden zoveel mogelijk bezitsvermeldingen verzameld. Jammer dat ze niet integraal werden medegedeeld. Het zou, naast de intrinsieke waarde voor de geschiedenis van de boekcultuur, soms onzekerheden kunnen voorkomen. Zo wordt bv. van het Deense En Raeffue Bog (Lübeck 1555) op p. 378 een exemplaar vermeld in Edinburgh (National Library of Scotland). Toevallig stootte ik op ill. 32b in Advocates' Library. Notable accessions up to 1925. A book of illustrations (Edinburgh 1965 - niet in de literatuurlijst): titelpagina van een exemplaar uit de 'Thorkelin Collection' in de Advocates' Library. Meer dan waarschijnlijk betreft het hier hetzelfde exemplaar - de herkomstgegevens hadden hier uitsluitsel kunnen brengen. Soms is er ook verschil in bibliotheeksignaturen: vgl. bv. de Haagse en Londense exemplaren van de Gerard Leeu incunabel uit 1479 - deels andere signaturen bij Menke dan in de fondslijst van de Leeubundel (Kroniek
nr. 2061). Maar dit zijn allemaal minder belangrijke marginalia bij een voorbeeldig werk.
Het boek is keurig gedrukt, wel met ietwat korte marges, en zit in een stevige en aantrekkelijke band. Moge deel II spoedig volgen... Filologen, kunsthistorici, mentaliteitshistorici, bibliografen, antiquaren én verzamelaars zijn auteur en uitgever grote dank verschuldigd! [M. d. S.]
2050. - Hilda VAN ASSCHE, Die geestelike brulocht: uitgaven, hertalingen, vertalingen, studies: een verkenning, een verhaal van blijvende en internationale waardering in De luister van Groenendaal, Ruusbroec. Met bijdragen van P. DE RIDDER, M. ERKENS, E. PERSOONS, H. VAN ASSCHE, L. VERSLUYS. - Brussel, Gemeentekrediet, 1993, p. 39-54, ill. - ISBN 90-5066-123-8.
N.a.v. de 700ste viering van Ruusbroecs geboorte, en de 650ste van de stichting van de priorij Groenendaal, heeft de gemeente Hoeilaart, waaronder Groenendaal ressorteert, een fraaie publikatie verzorgd. Onder de stimulerende bezieling van L. Versluys, voorzitter van de plaatselijke heemkundige kring en het Ruusbroeccomité, werd een tentoonstelling opgebouwd met o.m. heel veel iconografisch en archivalisch materiaal. In de begeleidende publikatie is de bijdrage van H. van Assche hier het vermelden waard: een voorsmaakje van de kritische Ruusbroec-bibliografie die de onvermoeibare bibliografe op het getouw heeft staan. [E. C.-I.]
2051. - G. WARNAR, E.P. BOS & E. WEEGENAAR, Jan van Ruusbroec, mysticus (1293-1381). Catalogus bij een tentoonstelling gehouden in de Universiteitsbibliotheek te Leiden van 14 april 1993 tot 1 juni 1993. - Leiden: Bibliotheek der Rijksuniversiteit te Leiden, 1993. - 40 p.: ill. ; 21 cm. - (Kleine publikaties van de Leidse Universiteitsbibliotheek; nr. 14).
Hoewel hier uiteraard de nadruk lag op de Middelnederlandse handschriften, waren toch ook de belangrijkste Ruusbroecdrukken vertegenwoordigd (m.n. p., 33-35). [M. d. S.]
2052. - O.S. LANKHORST, Nederlandse toneelstukken in de Bibliothèque Nationale te Parijs in Dokumentaal,22, 1993, nr. 3, p. 89-91.
Signalement van een grote collectie (meer dan 3000 nummers!) 17de- en 18de-eeuwse Nederlandse toneelstukken in de Bibliothèque Nationale, die ze in 1812 aankocht bij B. Scheurleer jr. in Den Haag. [P.D.]
Zie ook nr.
2343
2053. - Valkerij, een passie: boeken over valkerij uit de collectie van prof. A.H.E. Swaen. [Red. Harrie KNOL... et al.]. Den Haag: Koninklijke Bibliotheek, 1993. - 50 p.: ill. ; 21 cm. - (Tentoonstellingscatalogi en -brochures van de Koninklijke Bibliotheek, 44). - ISBN 90-6259-110-8. Fl. 15.
De Amsterdamse anglist De Swaen (1863-1947) liet zijn valkerij-collectie na aan de Koninklijke Bibliotheek. Een selectie hieruit, aangevuld met enkele bruiklenen, werd van 8 maart tot 7 mei 1993 getoond. Daaronder talrijke fraai geillustreerde werken. [M. d. S.]
2054. - Christiaan VANDENBROEKE, Het wetenschappeljk boek in Vlaanderen tijdens het Ancien Régime. Een kwantitatieve verkenning in Studia Historica Oeconomica. Liber amicorum Herman Van der Wee. Editores Erik AERTS, Brigitte HENAU, Paul JANSSENS, Raymond VAN UYTVEN. - Leuven: Universitaire Pers. 1993, p. 279-295. - ISBN 90-6186-569-7.
In de (wervende, commerciële) inleiding tot de lijvige veilingcatalogus van de privé-bibliotheek van Karel van Hulthem werd beweerd dat deze boekenverzameling de meest volledige van België was. De auteur van dit artikel concludeert eruit dat ze ook representatief is voor het aanbod aan wetenschappelijke literatuur in Vlaanderen tijdens het hele Ancien Régime. Met tabellen en grafieken onderzoekt hij daarom deze bibliotheek aan de hand van enkele -inmiddels klassiek geworden maar voor België zeker nog niet afdoend beantwoorde - vragen. als: hoe groot is de toename van het volledige aanbod in de loop der eeuwen (1451-1825) ? Hoe verhouden zich de verschillende grote inhoudelijke kategorieën, en is er een evolutie merkbaar ? Hoe zit het met het aandeel van het Nederlandstalige boek? Dit zijn zeer relevante vragen, en nog nooit werd de bibliotheek-Van Hulthem zo grondig in cijfers weergegeven.
Of we hiermee meteen een zicht krijgen op hét wetenschappelijk boek in Vlaanderen, is veel minder zeker. Is de bibliotheek van een bibliofiel met uitgesproken voorkeuren (zie hierover bv. de tekst van Jan Balis en Paul Becquart in de tentoonstellingscatalogus Karel van Hulthem 1764-1832,Koninklijke Bibliotheek Brussel, 1964) inderdaad te beschouwen als een alomvattende geleerdenbibliotheek ? Is het eigenlijk wel te verantwoorden om zich bij dergelijke vraagstelling te beperken tot één, zij het een immense, privébibliotheek ? Biedt deze collectie wel een zicht op het boekaanbod in Vlaanderen (een dubieuze term als het gaat om het Ancien Régime), wanneer we weten dat Van Hulthem boeken heeft aangekocht en laten aankopen in zowat heel West-Europa ?
Kortom, de kwantitatieve analyse van de bibliotheek-Van Hulthem brengt elementen aan in een onderzoek, waarmee overigens ook ondergetekende zich inlaat. Het weze deze laatste dan ook vergeven als hij vindt dat dit onderzoek een breder draagvlak moet krijgen en niet mag voorbijgaan aan een voorafgaande theoretische en methodologische bezinning. [P.D.]
Zie ook nr.
2326
2055. - Die Inkunabeln in der Erzbischoflichen Akademischen Bibliothek Paderborn. Matthias HARNO, Karl HENGST, Michael REKER, Hermann-Josef SCHMALOR. - Wiesbaden: Harrassowitz Verlag, 1993. - XVII, 443 p.: ill.; 25 cm. - ISBN 3-447-033 10-X. DM 198.
De voorhandse titel luidt Paderborner Inkunabel-Katalog (PIK); onder PIK zal het repertorium dus moeten worden geciteerd.
Ruim 700 incunabelen zijn op de gangbare wijze beschreven, mét, bondig, exemplaargebonden kenmerken. Hieronder zijn 17 Zuidnederlandse en 46 Noordnederlandse - vnl. Deventer natuurlijk - drukken. Aan de catalogus gaat een geschiedenis van de Erzbischöfliche Akademische Bibliothek en van de collecties vooraf (provenances). Voorbeeldige registers ontsluiten de schat aan informatie. Naast het herkomstregister is er een bijzonder register met vermeldingen van aankoop en boekenprijzen. [E. C.-I.]
2056. - Catalogue des incunables (CIBN). Tome I, fasc. 1: xylographes et A. - Paris: Bibliothèque nationale, 1992. -xxvi, 203 p. ; 27 cm. - ISBN 27177-1823-0. 330 FF.
In deze aflevering zijn de blokboeken opgenomen die in verschillende departementen van de Bibliothèque nationale zijn bewaard (Gedrukte Werken, Prenten, Handschriften). Ze zijn genummerd met de eerste letter van de titel plus een volgnummer, samen 43 edities en 54 exemplaren. Blokboeken en xylografische eenbladdrukken zijn zo goed mogelijk, volgens het stramien van de incunabelen beschreven, dus bondig. Uitgebreider zijn de literatuuropgave met Schreiber op kop, literatuur over de iconografie, beschrijving van het exemplaar. Dit onderdeel is erg belangrijk want er wordt aandacht besteed aan de inktkleur, druktechniek, watermerken, staat van het exemplaar, band en provenance.
Er is geen inleiding tot dit specifiek deel in de incunabelcatalogus. Toch kan men uit de lokaliseringen en dateringen tussen vierkante haken aangegeven, afleiden dat deze naar de watermerken zijn gebeurd; exclusief ? Er volgt een index van de watermerken, die ook alle zijn afgebeeld; de opnamen zijn waar mogelijk van de zeefzijde gemaakt. Ter afsluiting een index per editie. De auteur van de bijdrage over de blokboeken is Ursula Baurmeister. [E. C.-I.]
2057. - W.C.M. WÜSTEFELD, Delftse handschriftenproduktie en de boeken van de familie Van Assendelft in Delfia Batavorum. Jaarboek 1992. - Delft, 1993, p. 9-42, ill.
Tekst van een lezing die over handschriften gaat maar toch onder de aandacht van de lezers van deze Kroniek mag gebracht worden. Op het ogenblik dat het schrijven en verluchten en binden van handschriften te Delft een hoge vlucht nam, wordt er ook de eerste drukpers gëinstalleerd (1477). Opvallend is dat dezelfde teksten soms vrijwel gelijktijdig in handschrift en druk werden geproduceerd. W. komt tot het besluit dat de Delftse boekproduktie in de vijftiende eeuw nog zeer onvoldoende is bestudeerd. Handschriftdeskundigen en incunabulisten moeten hier samen de hand aan de ploeg slaan. [E. C.-I.]
2058. - A.M. COEBERG VAN DEN BRAAK, The 'Colores' texts of Haneron and Schut in Quaerendo,23, 103, p. 83-92.
Van de Bourgondische Antoine Haneron en van de Leyenaar Engelbertus Schut is een druk bekend, resp. 1475 en ca. 1477, die over de retorische 'kleuren' handelt. Beide teksten vertonen qua inhoud meer dan gewoon maar gelijkenis, zij blijken grotendeels identiek te zijn tot en met de voorbeelden toe. Wat de vraag doet rijzen naar de oorspronkelijkheid. De auteur van dit artikel meent bepaalde aanwijzingen te vinden in het voordeel van Schut. Waarom met de verwijzing naar HPT en De vijfhonderdste verjaring van de boekdrukkunst in de Nederlanden ook niet de drukker - al is het met een noodnaam, de 'Drukker van Haneron'- genoemd en naar Campbell en supplementen verwezen? [E. C.-I.]
2059. - Alain ARNOULD & Jean Michel MASSING, Splendours of Flanders. With contributions from Peter SPUFFORD and Mark BLACKBURN. - Cambridge: University Press, 1993. - xiv, 240 p.: omslag, ill.; 30 cm.
In deze, naar mij ter ore is gekomen, schitterende tentoonstelling in het Fitzwilliam Museum te Cambridge - en dito catalogus -, is een klein luik voorbehouden aan het gedrukte boek: een Brugse Caxton, een Boethius van Mansion en van Arend de Keysere (geen verwijzing naar Machiels!), een fragment van dezelfde drukker, een Petrus de Rivo van Ludovicus Ravescot in het exemplaar Bethleem-Van de Velde-Borluut de Noortdonck-Vergauwen, enkele Leeudrukken, een Dirk Martens (niet van K. Heireman gehoord ?) en andere. De exemplaren zijn vrijwel uitsluitend uit collecties ter plekke afkomstig. Behalve drukken zijn er ook enkele vermeldenswaardige banden (Ludovicus Bloc, Jan Guilebert). Voor de bibliograaf en boekhistoricus is het ontbreken van de Campbell-nummers te betreuren; de boekbandliteratuur ter zake is de auteurs van deze catalogus onbekend. Interdisciplinaire samenwerking blijft nog te vaak een vrome wens. [E. C.-I.]
2060. - Gutenberg en de uitvinding van de typografie. - Antwerpen Museum Plantin-Moretus en het Stedelijk Prentenkabinet, 1993. - 24 p. omslag, facs.; 30cm.
Naar aanleiding van 'Antwerpen culturele hoofdstad van Europa 1993' is in dit museum met wereldfaam een aantal zalen heringericht. Eén hiervan is gewijd aan Gutenberg en de uitvinding van de boekdrukkunst. Weliswaar ligt er geen Gutenberg-Bijbel (de enige, onvolledig, in België aanwezig, bevindt zich te Bergen, Hg.) maar wel een goed exemplaar van de 36-regelige Bijbel (Polain 638), toegeschreven aan A. Pfister te Bamberg omstreeks 1460. Het exemplaar is afkomstig van de augustijnen to Neurenberg die het in 1514 aan hun confraters te Antwerpen schonken.
Ook al is deze brochure, in vier talen verschenen, voor het grote publiek bedoeld, blijft het toch jammer dat de voorstelling van zaken niet met meer precisie is geschied en de literatuur niet met meer oordeel is gekozen èn gebruikt! [E. C.-I.]
2061. - Een drukker zoekt publiek: Gheraert Leeu te Gouda 1477-1484. Red. Koen GOUDRIAAN, Paul ABELS, Nico HABERMAHL, Bart ROSIER. - Delft: Eburon, 1993. - 269 p.: omslag, ill. ; 24 cm. - (Oudheidkundige Kring 'Die Goude', 23, 1993). - ISBN 90-5166344-7. - Fl. 32.50.
Aansluitend bij de geslaagde tentoonstefing 'Gheraert Leeu, meester prenter ter Goude' (cf. Kroniek 18
nr. 1878) werd op 5 februari 1993 te Gouda een studiedag gehouden over Leeus Goudse periode (1477-1484). Dit boek bevat, onder een al te evidente titel, de lezingen van de studiedag en enkele toegevoegde bijdragen. De nuttigste toegift is een fondslijst (p. 224-246) van Leeu te Gouda, gebaseerd op de Incunable Short Title Catalogue (ISTC). Daarop volgt een gezamenlijke literatuurlijst bij de artikelen. Een register ontbreekt helaas.
Het is aan te bevelen de lectuur te beginnen met het synthese-artikel van Lotte HELLINGA-QUERIDO, 'De betekenis van Gheraert Leeu' (p. 12-30). Koen GOUDRIAAN belicht 'Holland in de tijd van Leeu' (p. 31-60) en biedt die gegevens over de sociaal-economische context, nodig om Leeus activiteiten correct in te schatten. De andere artikelen komen afzonderlijk aan bod in deze Kroniek. [M. d. S.]
Zie ook nrs. 2049; 2062; 2063; 2064; 2067; 2065; 2066; 2068; 2071
2062. - Fred DE BREE, Gheraert Leeu als drukker van Nederlands verhalend proza in Een drukker zoekt publiek... (cf. nr. 2061), p. 61-80.
Is Gheraert Leeu de Nederlandse Caxton ? Zijn fonds bevat inderdaad talrijke volkstalige drukken. A. onderzoekt welke daarvan in de Nederlandse literatuurgeschiedenis horen en wat Leeus aandeel in de tekstkeuze en tekstbewerking daarbij kan zijn geweest. A. beperkt zich tot volgende prozawerken: uit 1479 Die hystorie van die seven wijse mannen van Romen, Die historie van Reynaert die vos en Dat scaecspel,uit 1481 Twispraec der creaturen en Die gesten of gheschiedenisse van Romen. Vooral het eerstgenoemde werk krijgt ruime aandacht. De conclusie luidt: "dat Gheraert Leeu inderdaad een prominente plaats verdient in de Nederlandse literatuurgeschiedenis " (p. 77). [M. d. S.]
2063. - Willem HEIJTING, Succes becijferd: een bibliometrische analyse van het fonds van Gheraert Leeu in Een drukker zoekt publiek... (cf. nr. 2061), p 204-223, tab.
Bekwaamheid, eruditie en koopmansgeest volstaan niet om een drukker te doen slagen. H. stelt hier de vraag naar de andere factoren die bepalend zijn, zoals tekst, taal, omvang, datum, conjunctuur, produktiekosten, afzetmogelijkheden. Eerst gaat hij, terecht, in op de methode - het bedrukte vel als bibliometrische eenheid; het probleem van de genre-indeling-, daarna op de interpretatie van 'Leeu'-gegevens (voor Gouda én Antwerpen). H vestigt terecht de aandacht op de problematiek bij genre-indeling van middeleeuwse boeken. Leeus produktie wordt dan onderzocht op het aantal edities, het aantal vellen, de omvang van de boeken, de overproduktie (teveel dezelfde teksten op de markt), de taal, de teksten zelf. Het resultaat moet u zelf bij Heijting gaan lezen! Niet aan bod zijn gekomen, volgens H zelf, de illustratie, de typografische vormgeving, aan te vullen met de verspreiding en de 'receptie'. H stelt tot slot vast dat in 'de geschiedschrijving van het Nederlandse boekenbedrijf in de vijftiende eeuw het economisch-historische aspect sterk onderbelicht is'. Wie nemen de handschoen op? [E. C.-I.]
Zie ook nr. 3134
2064. Jaap VAN MOOLENBROEK, 'Dat liden ende die passie ons Heren Jhesu Cristi': een bestseller uit het fonds van Gheraert Leeu in vijftiende-eeuwse context in Een drukker zoekt publiek... (cf. nr. 2061), p. 81 -110, ill.
In 1477 verscheen de eerste druk van bovengenoemd devotieboekje. Tot 1497 zijn er ruim twintig bekend. Achtereenvolgens onderzoekt de auteur de inhoud, de handschriften, de bronnen en de doelgroep. Niet enkel de passie komt in het boekje aan de orde, ook het daaraan voorafgaande en daarop volgende. Uit het handschriftenonderzoek blijkt dat er een korte en een lange versie bestaat; de incunabeldruk heeft de korte. De bron blijkt Tleven ons Heren Ihesu Cristi te zijn; bijgevolg moet de tekst zijn ontstaan tussen 1406, datum van het oudste gedateerde handschrift van Tleven en ca. 1435, datum van het Amsterdamse handschrift dat het overgrote deel bevat van de tekst zoals die in de incunabel voorligt. [E. C.-I.]
2065. - Fons VAN BUUREN, 'Van die gheestelike kintscheyt Jhesu ghemoraliseeret', een verkenning in Een drukker zoekt publiek. (cf. nr. 2061), p. 111-132, ill.
Aanzet tot nader onderzoek van dit mystieke devotieboek dat aan de franciskaanse spiritualiteit lijkt te beantwoorden. Van Leeus druk uit 1488, te Antwerpen, zijn veertien exemplaren bekend. Eerst besteedt VB aandacht aan de inhoud en de bouw. De personages zijn het Kind Jezus, gepersonifieerde deugden in de gedaante van vrouwen, de Vrome Ziel voorgesteld als jageres. Na de verzorging en opvoeding van Jezus verlaat het volwassen geworden Kind de Vrome Ziel; deze gaat nu op jacht naar Hem en slaagt er in Hem te vangen; ten slotte bindt zij Jezus met zeven jonkvrouwen aan de boom des levens: zo zal zij Hem altijd kunnen vinden. Het eerste en het derde deel zijn in proza, het tweede in rijm gesteld. VB gaat de historiografie van de tekst na in een poging om het in zijn context te plaatsen en gaat kort in op de bron van het eerste deel waarbij de naam van Jan Brugman valt, op de traditie waarbinnen deel drie kan worden geplaatst maar met een duidelijke eigen inbreng, en ten slotte het beoogde lezerspubliek waarbij aan franciskanen (of franciskanessen?) wordt gedacht. Over de illustraties, ongetwijfeld voor deze tekst ontworpen, schrijft VB niets. Overigens een heel goede bijdrage tot de ontginning van dit soort devotieliteratuur. [E. C.-I.]
2066. - Kees GNIRREP, Relaties van Leeu met andere drukkers en met boekverkopers: verspreide archivalia in Een drukker zoekt publiek... (cf. nr. 2061), p. 193-203.
Korte analyse van enkele archivalia die nog niet werden benut bij de studie van Leeu en, ruimer, de incunabelperiode in de Nederlanden: Leeu en Chr. Snellaert, Leeu en de Duitse markt (J. Koelhoff), Claes Leeu. Met name de gegevens over de boekhandel bevatten stof voor nader onderzoek van dit minder bestudeerd terrein. [M. d. S.]
2067. - Aafje LEM, De Zwolse drukker Peter van Os en zijn relatie met Gheraert Leeu in Een drukker zoekt publiek... (cf. nr. 2061), p. 184-192.
De jaren 1483-1492 zijn als het ware een hiaat in de produktie van gedrukte boeken te Zwolle. Peter van Os is er werkzaam in 1480-1481, 1483 en van 1493 tot 1500. Van in '83 en tot na de dood van Leeu heeft Van Os lettertypen, maar ook houtsneden van Leeu gebruikt. Dit was al eerder door de Hellinga's opgemerkt, zonder dat daar verder op ingegaan was. Behalve deze materiële aspecten zijn er evenwel ook de teksten waar de auteur van dit artikel aandacht aan besteedt. Echter, zij bevestigen geenszins de veronderstelde invloed van Leeu op Van Os. [E. C.-I.]
2068. - Bart ROSIER, Gheraert Leeus illustraties bij het leven van Jezus in Een drukker zoekt publiek... (cf. nr. 2061), p. 133-161, ill.
Dat liden ende die passie ons Heren Jhesu Christi verscheen in 1482 voor het eerst met houtsneden geïllustreerd (ed. princeps: 1477): 32 verschillende blokken, van de Tweede Goudse houtsnijder. Zij blijken onderdeel te zijn van een reeks van 68, oorspronkelijk gemaakt voor Devote ghetiden van 1484. Daarna verschenen ze nog in een aantal andere drukken; het grootste gedeelte van de reeks verscheen in 1487 in Tboeck van den leven ons Heren. R gaat zowel in op de relatie afbeeldingen tekst, als op de oorsprong en het verdere leven van de blokken. Dat dit een vooralsnog niet ontward kluwen is, is meer dan begrijpelijk: R hangt het beeld op van een bos met bomen waarvan takken en wortelstelsels met elkaar zijn vervlochten! Een onderzoek te voeren met behulp van zoiets als een relationele of andere databank ? [E. C.-I.]
2069. - Nicole HAESENNE-PEREMANS, Carmélia OPSOMER-HALLEUX, Livres d'images, images du livre: les plus beaux bibles de l'Université de Liège. Avec la collaboration de Adolf WILD. Introduction de Pierre SOMVILLE. -Bruxelles: Crédit communal, 1993. - 119 p.: co., ill;; 30 cm. - ISBN 2-87193-175-5.
Van 12 maart tot 18 april 1993 organiseerde de Luikse universiteitsbibliotheek in de Sint-Andrieskerk te Luik een tentoonstelling van geïllustreerde incunabelen. Bij wijze van inleiding heeft A. Wild van het Gutenbergmuseum enkele korte teksten geschreven en geïllustreerd bij de 15de-eeuwse drukpers, de boekdrukkunst, de blokdruk, de drukletter, de gietvorm, de letterkast, de zethaak en de galei.
De drukken zelf, alle geïllustreerd, 67 in aantal, zijn van Duitse, Nederlandse, Italiaanse en Franse oorsprong. Voorwaar een prachtige keuze die een onvermoede rijkdom laat zien. Om bij de Nederlanden te blijven, enkele titels: een ingekleurde Leuvense en Utrechtse Veldenerdruk van Rolevinck, een ingekleurde Goudse Dialogus creaturarum,een uiterst zeldzame druk van de Collaciebroeders (Polain 1931), een Ars moriendi van Peter van Os, een devotieboek over de Zeven weeën door Van Liesvelt (Polain 2913). Verder een greep uit de belangrijke teksten: Hortus sanitatis,Kroniek van de Hongaren, Schatzbehalter,Dante (1481), De claris mulieribus,Euclides (1482), Johannes de Ketham, Terentius, Hypnerotomachia, Ponthus & Sidoine, Fierabras, Roman de la rose, Lancelot du lac. Bij de keuze is bewust aandacht uitgegaan naar het esthetisch aspect, het belang als typografisch produkt, het belang van de tekst, het unieke karakter van het exemplaar (binnen de grenzen van België). Heel wat van deze boeken maken deel uit van het legaat-Adrien Wittert (1903). Het unieke register bevat behalve de auteurs en de anoniemen, ook de drukkers, niet echter de oude bezitters, wat jammer is. Er zijn immers boeken bij uit oud kloosterbezit, zoals de kruisheren te Luik en te Hoei. De overvloedige en zeer fraaie afbeeldingen hebben enkel betrekking op de illustraties, slechts toevallig op de typografie, nooit op band of herkomst. De beschrijvende notities zijn goed en accuraat, met verwijzing naar repertoria en desgevallend specifiekere literatuur, de toelichting is wat een geinteresseerde lezer van de catalogus verwacht. Alleen stelt zich de vraag of de Dialogus creaturarum,de Getijden van de Goudse Collaciebroeders, en andere teksten, wel degelijk in het Vlaams zijn vertaald. Weet men niet met zekerheid of de vertaling in Vlaanderen, Brabant, Holland, Zeeland, of... is gemaakt, verdient het aanbeveling om van Nederlands te spreken. Het begrip Vlaams = flamand is geografisch bepaald. Overigens verdienen de auteurs alle lof; ook de typografisch vormgever, Jean Verscheure, en drukker Massoz uit Alleur mogen in de lof delen (hoewel ik persoonlijk niet van een schreefloze houd!). Een modelcatalogus in zijn soort. [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2796
2070. - A. DEWITTE, Kunstambachten in de Brugse St.-Jacobskerk 15de-16de eeuw in Biekorf, 91, 1991, p. 71-78.
Uitgave van een aantal rekeningposten betreffende o.m. restauratiewerk aan een misboek uit 1489. [E. C.-I.]
2071. - Anda SCHEPPERS, 'Dit boeck hoort toe...': bezitters en lezers van de 'Dialogus creaturarum' en de 'Twispraec der creaturen' in Een drukker zoekt publiek... (cf. nr. 2061), p. 162-183, ill.
Van de Latijnse fabelbundel Dialogus creaturarum bezorgde Gheraert Leeu vijf drukken in de periode 1480-1491; van de Middelnederlandse versie Twispraec der creaturen twee (1481-1482). A. onderzoekt H. Pleij's suggestie dat de geestelijkheid de voornaamste afnemer van gedrukte werken zou kunnen zijn in de vijftiende eeuw - daarvoor vindt A. in Gouda weinig aanwijzingen. Daarnaast werden de gebruikssporen van de in Nederland aanwezige exemplaren van deze drukken onderzocht: convoluten, eigendomsmerken, leesaantekeningen of andere aanwijzingen van 'gebruik'. Een mogelijk verschil in leespubliek (Latijn: ontwikkelde geestelijken, tegenover Nederlands: leken of minder ontwikkelde geestelijken) houdt verband met de inhoudelijke verschillen tussen beide versies. Er zal nog veel gelijkaardig onderzoek nodig zijn om algemene conclusies te mogen formuleren. [M. d. S.]
2072. - W.C.M. WÜSTEFELD, Middeleeuwse boeken van het Catharijneconvent. - Zwolle, Waanders; Utrecht: Rijksmuseum Het Catharijneconvent, 1993. - 248 p. omslag, ill.; 28 cm. - ISBN 90-6630-411-1 (geb.) ; ISBN 906630-264-X (museumeditie, pbk). Fl. 75 (geb.); 45 (Pbk).
Het Catharijneconvent herbergt 's lands museum voor de geschiedenis van liet christendom en meer bepaald de katholieke Kerk in Nederland, een onschatbare collectie van allerlei kunst- en gebruiksvoorwerpen én boeken. Inmiddels bekend als organisator van prachtige tentoonstellingen en auteur van uitstekende catalogi, heeft het Museum nu het boek (uit eigen bezit) speciaal belicht. Auteur, collectie en uitgever tekenen voor deze schitterende verwezenlijking. De keuze bestrijkt de periode tussen de negende en de vroege zestiende eeuw. In acht hoofdstukken worden honderdzevenenvijftig handschriften en drukken rond een reeks thema's gegroepeerd, vakkundig beschreven en verhelderend toegelicht. De thema's zijn: de oudste handschriften, het Boek der boeken, boeken voor kerk, priester en klooster, kerkvaders en belangrijke christelijke auteurs, de belevingswereld van de moderne devoten, verluchte getijden- en gebedenboeken, kerkelijk en wereldlijk recht in de middeleeuwen, enkele historische werken.
Alleen in het eerste hoofdstuk komen geen drukken voor. Bij de niet-Nederlandse drukken is er doorgaans wel een band met de Nederlanden: vroeg bezit van bv. de dominicanen in Haarlem, de jezuïeten te Amersfoort, de benedictijnen te Oostbroek, de Goudse pastoor Petrus Pelt of Joannes a Coetwick; verder illustraties die voor de Nederlandse graveurs van betekenis zijn geweest, bv de Bijbel van Sacon in Lyon gedrukt, Noord- of Zuidnederlands penwerk, de liturgica voor Nederlands gebruik (o.m. te Parijs gedrukt). Vanzelfsprekend zijn de auteurs van eigen bodem vertegenwoordigd: Johan Scutken, Geert Groote, Thomas a Kempis, Jan van Ruusbroec, en auteurs die in Nederland zeer in trek waren zoals J. Gerson, Ludolf van Saksen, Jordanus van Quedlinburg, om er slechts enkele te noemen.
Het ligt geheel in de lijn van het onderzoek van de auteur uitdrukkelijk aandacht te besteden aan de bijzonderheden en de geschiedenis van de exemplaren even zoveel bouwstenen voor de geschiedenis van privébibliotheken en van de lectuur. De boekband speelt hierbij slechts een ondergeschikte rol. Terloops in de bibliografie ontbreekt de uitstekende monografie van de hand van Jeroom Machiels (Gent: Higro, 1973) over de drukker Arend de Keysere; en een zetfout (?): op p. 120 is MCCCCXIX = 1419 en niet 1519.
De vormgeving van Roelof Koebrugge is helder; het royale quartoformaat biedt ruimte voor twee kolommen tekst en afbeeldingen. De kopjes zijn voorzien van een korte typering waar het om gaat, bv. Brevier voor Windesheims gebruik, Kenmerken van de 'Zwolse' versiering, Uitgave van Claes de Grave, Uiteenzettingen over de bijbelboeken van Dionysius de Kartuizer: de essentie in een notedop. Ook de talrijke afbeeldingen zijn alle voorzien van een duidelijk geformuleerde 'explanatio'. Langere notities zijn in alinea's onderverdeeld (waarom is de insprong zo groot ?), de literatuur staat verkort geciteerd onderaan. Ik heb alleen groot bezwaar tegen de plaats van de noten; het zoeken hiernaar stelt het geduld te veel op de proef. Een verklarende woordenlijst, uitgebreide literauuropgave, lijst van afkortingen, register op boeknummers, op geciteerde boeken, een concordantie met IDL en NK, register op titelbeschrijvingen en provenances met alle daarin voorkomende namen, dus ook de drukkers (weliswaar als middeleeuwers behandeld, op voornaam!) ronden het geheel af. Dit boek is een lees- en kijkboek in de ideale zin van het woord, voor de geinteresseerde leek maar niet te vergeten ook voor de boekhistoricus. [E.C -I.]
2073. - Pierre-Jean FOULON, Présence de la culture néerlandaise dans la bibliothèque du Musée royal de Mariemont in Septentrion,22, 1993, p. 50-54, ill.
Deze 'presentie' is er vnl. op het gebied van het gedrukte boek en het autografische document. Onder de wiegedrukken is er een Somme ruyrael uit Delft, 1483, een muntplakkaat van D. Martens, 1499, afkomstig uit de abdij van Park, en een Rolevinck uit Utrecht, 1480. Bij de banden is er een Lam Godspaneel. [E. C.-I.]
2074. - Frans A. JANSSEN, Genomineerd voor de best verzorgde boeken van het jaar 1512. - Amsterdam: De Buitenkant, 1993. - 36 p.: facs. ; 22 cm. -ISBN 90-70386-57-7. Fl. 17, 50.
Tekst van de tweede Van Selm-lezing, jaarlijks terugkerend, ter nagedachtenis van Bert van Selm († 1991), op initiatief van de Vakgroep Nederlandse taal- en letterkunde van de Rijksuniversiteit Leiden. Zoals het hoort is dit een plaquette waaraan de grootste zorg is besteed: de Trinité, romein en cursief, op licht getint mat papier, in een vormgeving van Peter Matthias Noordzij en in fraai zwart-blauwachtig groen omslag (binderij Meeuwis), de oplage bedraagt 500 exemplaren.
Janssen bespreekt hier de typografische vormgeving van een boek, in 1512 bij Henri Estienne te Parijs gedrukt (de brieven van Paulus; Moreau, Inventaire des éditions parisiennes du XVIe s.,II, 252). Het besproken exemplaar is dat van de Bibliotheca Philosophica Hermetica. J past hier met veel verve de hedendaagse methode van het aanwijzen van de best verzorgde boeken toe op een periode waar dit niet zo gebruikelijk is. Hij wil hiermee de aandacht van de boekhistorici vestigen op het boek als object, op de vorm van het boek en niet in eerste instantie op de inhoud en het book als handelswaar. Toch is het van wezenlijk belang dat bij de vormgeving van de tekst wordt uitgegaan. Maar wat weten wij van typografisch vormgevers uit het verleden ? Deze mooie plaquette nodigt uit van Janssens lezenswaardige beschouwingen kennis te nemen. [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2199
2075. - Antonin VAN ELSLANDER, Een hervormingsgezind refreinfeest te Brussel in de XVIde eeuw in Miscellanea Martin Wittek: album de codicologie et de paléographie offert à Martin Wittek,Ed. Anny RAMAN et Eugène MANNING. - Louvain; Paris: Peeters, 1993, p. 355-363.
Tijdens de Brusselse 'Calvinistische Republiek' (juni 1579-maart 1585) werd in 1581 een anti-katholiek refreinfeest gehouden. De teksten werden al snel gedrukt: Een schoon Boecxken...,'Gheprint tot Bruessele by Ian van Brecht ( ... ) 25. September, 1581'. Het boekje was lang spoorloos tot het in 1975 door R. Resoort en H. Pleij werd ontdekt. A. geeft een overzicht van de refreinen en details over enkele deelnemende rederijkers(kamers). Een (facsimile ? -) uitgave blijft een desideratum. [M. d. S.]
2076. - Brigitte MOREAU, Inventaire chronologique des éditions parisiennes du XVIe siècle, d'après les manuscrits de Philippe Renouard. IV: 1531-1535. -Abbeville, Impr. F. Paillart, 1992. - 471 p. ; 24 cm. - (Histoire générale de Paris. Collection de documents publiée sous le patronage du Conseil de Paris. Service des travaux historiques de la ville de Paris).
Voortzetting van Kroniek 13
nr. 992. De omvangrijke produktie noopt de auteur er toe een half decennium te bewerken en te publiceren. Van de om en bij 1450 edities berusten er in de Bibliothèque nationale slechts de helft. In het drukkersregister treffen we wat betreft de Nederlanden aan Antwerpen met acht namen, Deventer met twee, Leuven met drie, Mons met één, Ieper met één uitgaven die allemaal op een of andere wijze aan Parijse drukken gerelateerd zijn. [E. C.-I.]
2077. Paul VALKEMA BLOUW, Was Plantin a member of the Family of Love ? Notes on his dealings with Hendrik Niclaes in Quaerendo,23, 1993, p. 323
Bekende gegevens onderwerpt PVB aan een nieuw onderzoek en komt tot enigszins andere bevindingen. Het gaat voornamelijk over de relaties tussen Plantijn en Hendrik Niclaes, de stichter van het Huis der liefde: beiden treden in een drukkerij te Kampen op als compagnons, later draagt Plantijn zijn filiaal te Wezel aan het Hdl. over. Die relaties waren eerst en vooral zakelijk en als er al sympathie voor Niclaes' geloofsopvattingen zal hebben bestaan, is die nooit uitgemond in een consequente godsdienstbeleving en algehele gehoorzaamheid aan de voorschriften van het Hdl. Dit is trouwens geheel in overeenstemming met wat in de Chronika,de kroniek en bron bij uitstek van het Hdl staat, nl. dat Plantijn verweten wordt de beweging en haar leider hoegenaamd geen steun te hebben willen verlenen. De thesis van Rooses en zijn opvolgers als zou Plantijn lid van het Hdl zijn geweest, kan bijgevolg hoogstens als een hypothese worden beschouwd. [E. C.-I.]
2078. - L. VOET, Drukkers en auteurs in de 16de eeuw: enkele beschouwingen aan de hand van de briefwisseling en de boekhouding van Christoffel Plantijn in Jaarboek Provinciale Commissie voor Geschiedenis en Volkskunde (Antwerpen), 2, 1989-1990 [versch. 1992], p. 151-157.
Het rijke bronnenmateriaal over Plantijn bevat ook gegevens voor onderzoek naar minder bestudeerde aspecten van het boekbedrijf. Waar haalde Plantijn de teksten die hij liet drukken? Hoe handelde hij met levende en/of overleden auteurs ? Wat waren de relaties met mecenassen of allerlei overheden ? Boeiend overzicht, geillustreerd met een aantal concrete gevallen. [M. d. S.]
2079. - Marianne ROZSONDAI & Konrad VON RABENAU, Eine Platte mit dem Bildnis von Calvin und Beza auf Wittenberger Einbänden ungarische Studenten in Gutenberg Jahrbuch,1993, p. 324-342, ill.
Een Leidse druk van Raphelengius en een Geneefse van E. Vignon en J. Le Preux, resp. 1587 en 1585, zitten elk in een band met niet eerder opgedoken plaatstempels uit de Hervormingstijd. De ene heeft de beeltenis van Calvijn, de andere van Théodore de Bèze. De banden berusten resp. in een bibliotheek in Boedapest en in Pápa. [E. C.-I.]
2080. - L. VAN ACKER, Kanunnik Jan de Hondt uit Kortrijk (1486-1571) in Biekorf,91, 1991, p. 99-104.
N.a.v. de studie over de Kortrijkse kanunnik / bibliofiel Canis of De Hondt, verschenen in De Leiegouw, 1990 ( cf. Kroniek 16
nr. 1605) signaleert de auteur een publikatie van G. Caullet uit 1922, 'Testaments d'une centaine de membres du chapitre de Notre-Dame à Courtrai 1328-1650' waarin nog tal van wetenswaardigheden over Canis te vinden zijn. [E. C.-I.]
2081. - Nicolaas Cleynaerts (1493-1993), van Diest tot Marokko: catalogus van de Cleynaertstentoonstelling in het Stedelijk Museum te Diest, juli-oktober 1993. Red. G. TOURNOY, J. TULKENS & M. ILEGEMS. - Brussel: Dienst voor geschiedkundig en fokloristisch onderzoek van de provincie Brabant, 1993. - In: De Brabantse folklore en geschiedenis,nrs. 278-279, p. 105-296.
Naar het beproefde model van de catalogi van de Leuvense Vives- en Erasmustentoonstellingen (zie hierna) bevat deze Diestse catalogus volgende onderdelen: een chronologisch overzicht door G. Vandepoel en J. Tulkens 'Nicolaes Cleynaerts en zijn tijd' (p. 116-122), 'De Europese uitstraling van Cleynaerts' Griekse spraakkunst' door R. Hoven (p. 123-132), 'Cleynaerts' Arabische studies en zijn vreedzame kruistocht tegen de islam' door A. van Roey (p. 133-146), de Nederlandse vertaling van tien brieven door M. Ilegems (p. 147-176), en de eigenlijke catalogus (p. 177-290); dit alles ontsloten door een 'index' (p. 291-295). Te vermelden is de aandacht voor de iconografie van Clenardus en zijn omgeving. Hopelijk krijgt de grote humanist (graecus en arabist) mede door deze herdenking zijn rechtmatige plaats in de Europese cultuurgeschiedenis. [M. d. S.]
2082. - Joseph DE REUCK, Bibliotheca Erasmiana Bruxellensis: catalogus der werken van Erasmus uitgegeven in de 16de eeuw aanwezig in de Koninklijke Bibliotheek Albert I = catalogue des oeuvres d'Erasme éditées au XVIe siècle et appartenant à la Bibliothèque royale Albert I ". Uitg. door = Ed. par Georges COLIN en et René HOVEN. - Brussel = Bruxelles: Koninklijke Bibliotheek Albert I = Bibliothèque royale Albert I ", 1993. - 321 p.: facs. ; 42 cm. -(Monografieën van de Koninklijke bibliotheek Albert I = Monographies de la Bibliothèque royale Albert Ier; B 78). - ISBN 90-6637-081-5 = 2-87093-0720. BF 3000 (buiten België: Nieuwkoop: De Graaf; Fl. 165).
Met dit imposante boek is een van de grootste Belgische Erasmuscollecties ontsloten. Naast de Gentse Universiteitsbibliotheek en het Anderlechtse Erasmushuis, bezit de Koninklijke Bibliotheek over ruim zeshonderd zestiende-eeuwse Erasmusedities. Die werden deels samengebracht in de historische (stichtings)collecties (Bourgondische Bibliotheek, 'Stad Brussel', aankoop verzameling-Van Hulthem), deels door gerichte aankopen van 'Belgische' edities en werken van 'Belgische' auteurs. Reeds lang koesterde Joseph de Reuck (1904-1986) het plan deze collectie te beschrijven. En hij was er de geschikte persoon voor, getuige zijn grondig register (1975) op de heruitgave van de Bibliotheca Belgica.
De Reuck sloot zich aan bij Vander Haeghens criteria voor opname in een Erasmusbibliografie. Zijn catalogus volgt derhalve diens indeling in drie reeksen . I (zelfstandig verschenen) werken van Erasmus; II (zelfstandig verschenen) werken van andere auteurs uitgegeven, vertaald of van commentaren voorzien door Erasmus; III werken van andere auteurs waarin teksten uit reeks I en II als onderdeel zijn opgenomen, of werken over Erasmus. Hierbij valt op te merken dat met name de derde reeks niet scherp is afgelijnd: werken met één gedicht van Erasmus, enkele citaten, of zelfs maar met de vermelding 'ex Erasmo' zijn niet altijd als 'Erasmianum' geïdentificeerd. Het is ook ondoenlijk alleen voor Erasmus de gehele zestiende-eeuwse boekproduktie te controleren. Daarvoor blijft het wachten op nationale repertoria als de Belgica Typographica - merkwaardig dat juist dit werk, waarvan het volledige eerste deel de Brusselse collectie bestrijkt (1968), niet is opgenomen bij de geciteerde naslagwerken, hoewel de registratie van 'secundaire' auteurs een der grote winstpunten van de BT blijkt te vormen.
De Reuck heeft 634 edities gerepertorieerd (reeks I 1-362, II 363-539, III 540-634). Zelfs zijn monnikenwerk blijft nooit af: een grote bibliotheek heeft soms meer dan in de catalogi staat geregistreerd, of blijft gelukkig groeien. Recente aanwinsten konden natuurlijk niet meer worden verwerkt. Daarom zij hier nadrukkelijk gewezen op de uiterst zeldzame editie van Erasmus' Novum Testamentum in 1525 te Antwerpen uitgegeven door Merten de Keyser, en waarvan onlangs een op perkament gedrukt exemplaar werd verworven (NK 2432; zie Informatiebulletin Koninklijke Bibliotheek Albert I,37, 1993, p. 14). Enige verbazing wekt wel het feit dat enkele wel degelijk onder 'Erasmus' gecatalogiseerde edities ontbreken, nl. twee uitgaven van Iulius Exclusus (VH 2258 A en VH 2259 A). Hoewel Erasmus' auteurschap niet voor de volle honderd procent vaststaat, is dat werk toch, terecht, door Vander Haeghen en andere Erasmusbibliografen opgenomen. Eén uitsluiting van 'Iulius' is al genoeg...
De 634 opgenomen edities zijn als volgt beschreven: kopje met uniforme titel en bibliografisch adres, collatie, colofon, (korte) inhoudsopgave, literatuuropgave, plaatsnummer, exemplaarkenmerken (volledigheid, band, herkomst). Groot novum is wel dat de lange risicovolle diplomatische transcriptie van de titelpagina systematisch vervangen werd door een (verkleinde) foto (behalve uiteraard wanneer de titelpagina van het beschreven exemplaar ontbreekt). Dat spaart niet alleen veel plaats (en duur zetwerk), maar levert de gebruiker zoveel meer informatie op: makkelijker te vergelijken met andere exemplaren, duidelijker 'beeld' van typografie, drukkersmerken, eigendomsmerken (hoewel die door de verkleining soms onduidelijk(er) worden). Hierbij dient gezegd dat De Reuck de goede traditie van de latere Bibliotheca Belgica(-afleveringen), consequent doortrekt.
Andere pluspunten zijn nog: de systematische verwijzingen naar Allen (brieven) en Reedijk (gedichten) bij de inhoudsopgave, de beschrijving van alle boekbanden en herkomsten. Toch heb ik enige twijfel bij dit laatste: nr. 623 bv. heeft meer geïdentificeerde vroegere bezitters dan de twee vermelde ! En wat met de voorlaatste bezitter ? Dient een catalogus altijd te vermelden waar het exemplaar werd verworven? Als bibliograaf zou ik ja zeggen, zeker wanneer het boek in een prijs- of veilingcatalogus is beschreven. Anders blijft het later zoeken naar de nieuwe bestemming van de boeken uit al die fraaie antiquariaatscatalogi.
Bij de literatuuropgave zijn er enkele vraagtekens te plaatsen. Waarom bv. naast NK nog verwijzen naar Van Iseghem bij Dirk Martens-drukken; waarom niet veeleer naar K. Heiremans recentere catalogus? Het ontbreken van Belgica Typographica is reeds gemeld. Korte verwijzingen naar Adams en Machiels waren wellicht ook nuttig geweest (controle van de collatie!). De recente Rotterdamse catalogus kwam allicht te laat (cf. Kroniek 17
nr. 1728), maar de catalogus van de Rotterdamse exemplaren van reeks II (door Erasmus uitgegeven werken) door J.J.M. Meyers (1982) had toch niet mogen ontbreken! Een gemiste kans...
Wel uitstekend zijn de registers. Het zijn er zeven: (1) Werken van Erasmus; (2) Auteurs door E. uitgegeven, vertaald of becommentarieerd; (3) Topografisch drukkersregister (handig op de Latijnse plaatsnaam, met kruisverwijzingen; M. Hillenius en de Frobens op kop, gevolgd door nadrukker Gryphius); (4) Drukkers, uitgevers en boekhandelaars (enkel namen met verwijzing naar 3; (5) Andere auteurs (convoluten); (6) Vroegere bezitters (instellingen, personen, niet-geïdidentificeerde monogrammen e.d.); (7) Algemeen register.
Enkele kleinigheden, genoteerd bij gebruik nr. 452 'collegij drutiani' of 'driutiani'?; nr. 470 (en register) 'C.W.G.V.N.' = Christoph Wenzel Graf von Nostitz; nr. 534 '1554' i.p.v. '1544' (kopje); nr. 590 'Asserttio'; p. 291-301 'hoofdregel' (aan de voet!) 'Topografisch index' ; p. 307 (bezitters): Auderghem heeft 4 exemplaren t.o. Oudergem slechts 3. Onhandig is overigens dat alle paginacijfers links onderaan staan, ook die van de rectopagina's... Het boek is (iets te) royaal van formaat, in een aardige lichtblauwe band met goudopdruk. Onmisbaar voor bibliotheken, antiquaren en Erasmusonderzoekers. Dank U mijnheer De Reuck! [M. d. S.]
2083. - Elly COCKX-INDESTEGE, Over Bossche banden, AEsopus en een prognosticatie: Een greep uit de correspondentie tussen M.E. Kronenberg en Prosper Verheyden. - Wildert: De Carbolineum Pers, 1992. - 51 p., 25 cm.
In deze bibliofiele druk worden enkele brieven gepubliceerd, gewisseld tussen Prosper Verheyden (1873-1948), specialist van de Vlaamse boekband van de 14de tot de 18de eeuw, en mej. M. E. Kronenberg (1881-1970), dé autoriteit aangaande Nederlandse post-incunabelen. De brieven van Verheyden aan Kronenberg worden bewaard in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag, de replieken berusten bij Elly Cockx-Indestege (Verheyden had zijn boekbanddocumentatie nagelaten aan de Vlaamse dichter en boekbandspecialist Luc Indestege, zijn dochter bezorgt de huidige uitgave). Beide geleerden correspondeerden sinds 1930. De keuze is genomen uit het jaar 1932: acht brieven, waarin een aantal thema's telkens terugkomen: Verheydens artikel over banden uit Den Bosch, een enig exemplaar van AEsopus, gedrukt door Jan van Ghelen, en fragmenten van een prognosticatie, vermoedelijk uit de officina van Vorsterman.
Men ziet de wetenschap aan het werk: berichten, meningen, vermoedens worden uitgewisseld. Het treft, wat men bij gebrek aan telefoon (laat staan fax) nog allemaal schriftelijk en relatief traag diende te verrichten. Het respect voor het gepresteerde werk wordt er niet minder om. [W.W.]
2084. - Anna E.C. SIMONI, 1598: an exchange of Dutch pamphlets and their repercussions in England in From revolt to riches: culture and history of the Low Countries 1500-1700: international & interdisciplinary perspectives,ed. Theo HERMANS and Reinier SALVERDA. - London: Centre for Low Countries Studies, 1993, p. 129-162, ill.
In 1598 verscheen een reeks pamfletten waarin Zuidelijke toenaderingspogingen op Noordelijke weerstand mochten rekenen, Aen Hollandt (Leuven, Jan Maes) werd beantwoord met Copie van seker Refereyn... (Amsterdam, Laurens Jacobsz). In de toegevoegde illustratie werd, als in een stripverhaal, het verloop van de oorlog aanschouwelijk gemaakt. Dit beeldend antwoord werd herhaaldelijk (na)gedrukt, waarbij de illustraties werden afgezwakt bij het kopiëren. Er verschenen ook enkele Engelse versies van de betreffende teksten. Andermaal is aangetoond hoe via de drukpers de publieke opinie werd beinvloed. [M. d. S.]
2085. James TANIS & Daniel HORST, Images of discord: a graphic interpretation of the opening decades of the Eighty Years' War = De tweedracht verbeeld: prentkunst als propaganda aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog. -Grand Rapids: William B. Eerdmans [for Bryn Mawr College Library], 1993. xi, 123 p.: ill.; 22 x 28 cm. - ISBN 0-8028-0742-9. BF 750.
Chris COPPENS, De tweedracht verbeeld: aanvullingen bij de tentoonstelling te Leuven.- Leuven: Centrale Bibliotheek [KU Leuven], 1993. - 34 p.: ill.; 30 em - BF 100.
De bibliotheek van Bryn Mawr College (Pennsylvania) bezit een belangwekkende verzameling grafiek rond de Tachtigjarige Oorlog. Opmerkelijk is een grote (41 x 96 cm) allegorische prent, de Spaanse tirannie symboliserend, die misschien aan Joris Hoefnagel mag worden toegeschreven. De collectie is recentelijk (tijdelijk) weergekeerd naar het land van herkomst en getoond te Rotterdam (Atlas van Stolk) en Leuven (Universiteitsbibliotheek). De Leuvense UB toonde een aanvullende selectie boeken en prenten. Die zijn in een eigen catalogusgedeelte vakkundig beschreven, met ook aandacht voor de exemplaarkenmerken (band, herkomst). Andermaal blijkt dat de bibliotheek Godgeleerdheid ook voor historische documenten een niet te versmaden schatkamer is. [M. d. S.]
2086. - Andreas Vesalius: experiment en onderwijs in de anatomie tijdens de 16de eeuw. (Tentoonstelling in de Koninklijke Bibliotheek Albert I van 5 november tot 5 december 1993). [Catalogus door] Hossam ELKHADEM, Jean-Paul HEERBRANT, Liliane WELLENS-DE DONDER [e.a.]. - Brussel: Koninklijke Bibliotheek Albert I, 1993. - XVI, 180 p.: omslag, portr., ill.; 26 cm. -(Catalogi van tentoonstellingen in de Koninklijke Bibliotheek Albert I; C 242). - ISBN 90-6637-093-9. - Bestaat ook in het Frans.
Op initiatief van het (franstalige) college van Brusselse geneesheren en met medewerking van het Nationaal Centrum voor de geschiedenis van de wetenschappen (in de KB Brussel) is de vierhonderdvijftigste verjaring van het verschijnen van de Fabrica van Vesalius herdacht. Naast enkele voorwerpen uit privé verzamelingen, zijn hoofdzakelijk boeken en enkele prenten tentoongesteld, uitsluitend uit het bezit van de KB. Alles samen ruim honderd nummers, uitvoerig toegelicht met kennis van zaken. De typografische uitvoering is nieuw, niet onfraai - mij is de letter wel te schraal en de interlinie wat wijd), terwijl de overvloedige en goed gekozen illustratie er een aantrekkelijk boek van maakt.[E. C.-I.]
2087. - Vives te Leuven: catalogus van de tentoonstelling in de Centrale Bibliotheek te Leuven, 28 juni - 20 augustus 1993. Red. G. TOURNOY, J. ROEGIERS en C. COPPENS. - Leuven: University Press, 1993. - XIX, 292 p.: front., facs. ; 24 cm. - (Supplementa humanistica Lovaniensia ; 8). - ISBN 90-6186-555-7. BF 1800.
Na de tentoonstelling te Valencia (cf. Kroniek 18
nr. 1912) was Vives te Leuven,zeker voor de Nederlanden, de belangrijkste herdenking van de grote humanist. De catalogus daarvan is wellicht ook de grondigste Vivescatalogus. Analoog met de Erasmiana (1986 - cf. Kroniek 13 nr. 1024) behandelt het boek de werkzaamheid van Vives te Leuven (en daarbuiten!) evenals het Leuvense bezit aan Vivesdrukken. Voorafgegaan door een verhelderend chronologisch overzicht (G. Tournoy), belicht J. Roegiers 'Leuven en Vives' (p. 9-19). C. Coppens beschrijft de (geschiedenis van de) 'Vivesdrukken in de Universiteitsbibliotheek' (p. 21-29) en geeft een handige 'Lijst van Vivesdrukken, tot en met 1800,aanwezig te Leuven' (p. 30-32, met bibliotheeksignatuur). G. Tournoy onderzoekt de relatie tussen 'Vives en zijn drukkers' (p. 33-54) en heropent de jacht op brieven van Vives aan zijn Brugse uitgever Hubert de Croock - brieven die vorige eeuw nog in Brugge werden benut door een vroege biograaf !
De eigenlijke catalogus is geordend naar Vives' levensfasen. De uitvoerige commentaren bij de 120 nummers vormen haast een doorlopende intellectuele biografie. De drukken worden door C. Coppens beschreven met ruime aandacht voor exemplaarkenmerken als band en herkomst. De vele afbeeldingen en de iconografische afdeling verhogen nog de documentaire waarde. Bijzonder te vermelden zijn nrs. 84 en 85: wellicht uit Vives' bibliotheek afkomstig (nr. 85 later bij M. Laurinus). Zoals het hoort ontsluiten enkele registers de rijkdom aan informatie: een op titels van Vives' werken, op drukkers en uitgevers, herkomsten en boekbanden, en een algemeen namenregister. [M. d. S.]
2088. - Jan Bos, Littekens in het Houwelyck in Vingerafdrukken ... (cf. nr. 2025), p.67-77, ill.
Jacob Cats' Houwelyck kende in de periode 1625-1800 bijna dertig afzonderlijke edities, naast twaalf 'verzamelde werken'-uitgaven - alle in vaak zeer hoge oplagen. De eerste druk: (Wed.) J.P. vande Venne te Middelburg voor A. vande Venne te Den Haag, vertoont een erg ingewikkelde collatieformule. Er is dus wat aan de hand... Twee van de zes delen (of levensfasen), nl. 'Maagd' en 'Vrijster' zijn pas toegevoegd toen het boek compleet gedrukt klaar lag voor verkoop. Bovendien werd ook de oorspronkelijke titel Christelick Huys-wyf nog snel veranderd. Een exemplaar in de UB Leiden bevat echter een zeldzame vroege staat,met tekstverschil. Daaruit blijkt dat Cats op het allerlaatste ogenblik enkele al te expliciete seksuele adviezen heeft geschrapt (op eigen initiatief of op instigatie van anderen ?). De analytisch-bibliograaf als tekstfiloloog - is het daar niet allemaal om begonnen, McKerrow, Bowers, Gaskell... ? [M. d. S.]
2089. - Emile SCHRIJVER, Mozes, Aäron, David en misschien Esther: Hebreeuws in de STCN in Vingerafdrukken ... (cf. nr. 2025), p. 81-89, ill.
Over problemen en ontdekkingen bij het beschrijven van Hebreeuwse drukken voor de STCN. [M. d. S.]
2090. - Mathieu KNOPS, Er zit muziek in dit fonds: Noord en Zuid in de Officina Plantiniana Raphelengii in Vingerafdrukken ... (cf. nr. 2025), p. 58-66, ill.
De Plantijnse (muziek)notentypen komen voor in allerlei Noordnederlandse muziekdrukken tot 1612, m.n. de werken van Cornelis Schuyt. Andermaal blijkt de kwetsbaarheid van dergelijke boekjes: weinig volledige stemboekensets, vaak enkel buiten Nederland bewaard. [M. d. S.]
2091. - B.J. MCMULLIN, Joseph Athias and the early history of stereotyping in Quaerendo,23, 1993, p. 184-207, ill.
In alle boekhistorische naslagwerken wordt de uitvinding van de stereotypie gesitueerd in het begin van de achttiende eeuw en toegeschreven aan Johann Müller, een Duitse dominee die in Leiden werkzaam was. Reeds in 1975 bekend gemaakte documenten suggereren echter het bestaan van Engelse Bijbels, vóór 1673 volgens het stereotypisch procédé gedrukt door de Amsterdamse drukker Joseph Athias (cf. Kroniek 18 nr. 1918). Deze Bijbels konden tot nu toe niet geïdentificeerd worden.
De auteur vond een spoor in vier Engelse Bijbels in 18°-formaat, volgens de titelpagina gedrukt door Roger Daniel in Cambridge, 1648. Zijn argumentatie is zorgvuldig opgebouwd. De eerste vaststelling is dat deze Bijbels eigenlijk niet in Cambridge, maar in Amsterdam werden gedrukt, namelijk door Joachim Nosche. Dit wordt uitvoerig gemotiveerd op typografische gronden en door een analyse van de titelpagina's. Door deze laatste analyse bleek het ook mogelijk om de vier Engelstalige Bijbels chronologisch te rangschikken. Van de laatst gerangschikte editie heeft de auteur 27 exemplaren teruggevonden. Belangrijk is nu dat deze 27 Bijbels voorkomen in tenminste zes verschillende papiersoorten. De auteur kan bewijzen dat het hier bijgevolg gaat om drukken van hetzelfde zetsel, die echter op andere tijdstippen tot stand kwamen. Dat de afstand tussen de twee kolommen van de tekst aanzienlijk varieert van exemplaar tot exemplaar, is dan het ultieme bewijs dat althans een deel van deze 27 exemplaren door middel van stereotypie tot stand kwam, en dat deze techniek werd toegepast per kolom, niet per gehele bladzijde. Een partij van de meest recente van de vier Bijbels met impressum Cambridge 1648 moet dus worden geidentificeerd als de in-18°-Bijbel waarvan sprake in het document van 1673, zodat Joseph Athias voortaan als uitvinder van de stereotypie moet worden beschouwd.
Een aardig staaltje van bibliografisch speurderswerk, dat overigens ook van de lezer een klare geest eist. [P.D.]
Zie ook nr.
2518
2092. - Christian COPPENS, Le catalogue des manuscrits de l'abbaye d'Hautmont par Philippe Bosquier (1622) in Miscellanea Martin Wittek: album de codicologie et de paléographie offert à Martin Wittek,éd. Anny RAMAN et Eugène MANNING. Louvain-Paris: Peeters, 1993, p. 65-86, ill.
De franciscaanse polygraaf Philippe Bosquier (1562-1636) publiceerde onder meer een aantal handschriftencatalogi van abdij- en kloosterbibliotheken uit Henegouwen. A. bestudeerde en editeerde de lijst van de handschriften uit het benedictijner Monasterium Altimontense (= Hautmont, bij Avesnes). Die catalogus was gedrukt bij de Weduwe Petrus Borremans te Dowaai in 1622 (niet vermeld bij A. Labarre, Répertoire XVIIe siècle, 4: Douai). Het unieke exemplaar bevindt zich in de (halve) verzameling-Omont (!) in de Universiteitsbibliotheek KULeuven (op p. 84 reproduktie van de titelpagina). [M. d. S.]
2093. - Marc BEDJAÏ, La découverte de l' édition du Philedonius (1657) à la BN in Revue de la Bibliothèque Nationale (Paris), 1993, nr. 49, p. 32-52, ill.
Franciscus van den Enden (1602-1674), leraar aan de Latijnse school te Amsterdam, is vooral bekend als 'leermeester' van Spinoza. Zijn Neolatijns toneelstuk Philedonius werd in 1657 gedrukt door Kornelis de Bruin. De Parijse BN bezit een van de drie gekende exemplaren ervan (de twee andere in SB Haarlem en UB Amsterdam). Uitvoerige studie van tekst en context, met in bijlage (p. 53-75) een volledige Franse vertaling. [M. d. S.]
2094. - Willem VAN BROECKHOVEN, Met de Moretussen op reis in 1668 door Hageland en Kempen en te Geel in Willem VAN BROECKHOVEN, Geels oud en nieuw = Jaarboek van de Vrijheid en het Land van Geel,28, 1991, p. 119-196, ill.
Lokaal-historische commentaar bij het reisverslag van Balthasar (III) Moretus (Antwerpen, Museum Plantin-Moretus, Hs. 90/2 (olim 267; gedeeltelijk uitgegeven door Maurits Sabbe in 1923-1924). [M. d. S.]
2095. - Jan MATERNé, Restructuring the Plantinian Office: the Moretuses and the Antwerp economy in a time of transition (seventeenth century) in Studia historica oeconomica: Liber alumnorum Herman Van der Wee. Ed. Erik AERTS [e.a.] Leuven: Universitaire Pers, 1993, p. 283-301, tab.
Hoe en in hoever hebben de meest dynamische ondernemingen van de Contra-Reformatie (negatieve) veranderingen ondergaan als gevolg van een protectionistische economie ? M illustreert dit onderzoek aan de hand van de Officina Plantiniana ten tijde van de Moretussen. Het blijkt dat rationeel denken en handelen, een goede werkorganisatie en met soepelheid op omstandigheden inspelen kenmerkend zijn geweest voor de Officina en ze bijgevolg ook van het verval heeft gered. Een specifieke taakverdeling tussen zetters en drukkers, waarbij het werk steeds in voldoende hoeveelheid aanwezig zou zijn, en een steeds groter wordende specialisatie, gepaard aan een eigen systeem van sociale zekerheid en aan persoonlijke relaties, zijn de inzet. De specialisatie ligt in de katholieke boeken en de devotieliteratuur, vooral echter in de bekende liturgica die aanvankelijk als 'libri nigri', later in tweekleurendruk als 'libri rubronigri' worden geproduceerd. Voor de verspreiding hiervan stond het Hiëronymietenklooster van het Escoriaal in. Dit betekent meteen dat voor de export van liturgica steeds minder op boekverkopers in de Europese steden een beroep moest worden gedaan, maar dat de produktie rechtstreeks naar Madrid kon worden verscheept. [E. C.-I.]
2096. - Jeroen SALMAN & Garrelt VERHOEVEN, The comptoir-almanacs of Gillis Joosten Saeghman: research into seventeenth-century almanacs in the Dutch Republic in Quaerendo,23, 1993, p. 93-114.
In navolging van Bert van Selms suggesties over het economisch belang van de lokale handel (cf. Kroniek 18
nr. 1939), werd onderzocht in hoeverre men het fenomeen van 'populaire uitgaven' nauwkeuriger zou kunnen omschrijven. Als een typisch genre kwam de almanak hiervoor natuurlijk goed in aanmerking. Het blijft verbazing wekken dat een dergelijke seriële publikatievorm nog niet eerder systematisch (boekhistorisch) werd geanalyseerd. De Comptoir Almanach van de Amsterdamse uitgever Gillis Joosten Saeghman (actief 1642-1702 !) werd exemplarisch onderzocht (drukken, samenstelling en inhoud, verspreiding, (lees)publiek, (lage) bewaarkans). Aanbevolen lectuur voor boek(handels)historici... [M. d. S.]
2097. - Marco DE NIET, Beschavende boeken: een literatuurlijst uit 1700 voor 'honnêtes hommes' in Vingerafdrukken ... (cf. nr. 2025), p. 48-56, ill.
In 1700 publiceerde de Amsterdamse uitgever George Gallet La rhetorique de l'honnête homme. A. onderzocht inhoud (rubrieken en aantallen titels) en mogelijk auteurschap (niet Paul Colomiés). [M. d. S.]
2098. - The seventeenth-century Orange-Nassau Library: the catalogue compiled by Anthonie Smets in 1686, the 1749 auction catalogue, and other contemporary sources. Ed. with introd. and notes by A.D. RENTING, & J.T.C. RENTING-KUIJPERS, with notes on the manuscripts by A.S. KORTEWEG. -Utrecht: HES, 1993. - 856 p.: ill.; 25 cm. - ISBN 90-6194-287-x. Fl. 265.
Eind 1988 organiseerde de Haagse Koninklijke Bibhotheek een tentoonstelling Boeken van Oranje: de Oranje-Nassaubibliotheek ten tijde van Willem III (cf. Kroniek 15
nr. 1444), deels aansluitend bij een eerdere tentoonstelling (1984) rond de bibliotheek van Willem van Oranje (cf. Kroniek 10 nr. 648). Dat herdenkingsjaren (1584 en 1688/1689) ook op langere termijn vruchten dragen bewijst het hier besproken kloeke boekwerk. Joke Kuijpers en Anne Dirk Renting zijn er, na vaak moeilijke jaren vol materiële onzekerheden, met grote inspanningen in geslaagd de volumineuze bibliotheekcatalogus uit 1686 in zijn boekhistorische context te presenteren, uit te geven en deskundig te ontsluiten. De handschriften worden, als steeds, behandeld door A.S. Korteweg.
Eerste grote onderdeel is de historische inleiding met de geschiedenis van de 'Oranje-Nassau'-bibliotheek. Het verhaal begint ergens in de vijftiende eeuw bij Jan IV van Nassau, loop via Engelbert II en Hendrik III van Nassau over René van Châlons tot Willem van Oranje. Na een zijsprong (Filips Willem) begint de 'stadhouderlijke' collectie: Maurits, Frederik Hendrik, Willem II en Willem III. Bij diens dood eiste Frederik I van Pruisen de bibliotheek op. Na jarenlange betwistingen werd de bibliotheek in 1749 geveild. Op die veiling kocht Willem IV zeer veel: handschriften, autografen, opdrachtexemplaren. Na een, tijdelijke, plundering door de Fransen werd het restant van de stadhouderlijke boekenverzamelingen een der basiscollecties van de Haagse Koninklijke Bibliotheek. Toch zijn vele boeken ook elders terechtgekomen.
Hoe kan een 'Oranje-Nassau'-exemplaar worden herkend ? Daarvoor bestaan er enkele bronnen: allerbelangrijkste de in 1684-1686 door bibliothecaris Anthonie Smets vervaardigde catalogus (Den Haag, KB, Hs. 78 D 14) - overigens geschiedde dat onder toezicht van de bijna negentigjarige Constantijn Huygens, die de grote bloei onder Frederik Hendrik had meegemaakt. Samen met een afschrift (Pruisisch Archief, Merseburg) en de veilingcatalogus uit 1749 is daardoor een betrouwbare reconstructie mogelijk gebleken. Bovendien zijn er nog bijkomende partiële bronnen (bv. het Donatieboeck van de 'Illustre School' te Breda, die een deel van de collectie in bruikleen had).
Al deze documenten resulteerden in een omvangrijke bronnenuitgave (p. 103-644!). De soms erg vage titels werden door combinatie van de gegevens uit de bronnen én door bibliografisch onderzoek zo nauwkeurig mogelijk aangevuld. Samen met uiterlijke kenmerken (als band, oude signaturen, geschreven opdrachten e.d.) leidde dat tot een vierhonderd titels waarvan het stadhouderlijk exemplaar reeds werd geïdentificeerd. Zoals het hoort volgen daarop de talrijke nuttige registers (p. 748-816): auteurs en anoniemen, plaats en jaar van uitgave, geïdentificeerde drukken en handschriften, vroegere en latere bezitters etc. ; voorts nog concordanties met de bronnen.
Het geheel vormt fascinerende lectuur voor boekhistorici en bibliografen. Een enkele bedenking slechts: zijn er echt geen 'stadhouderlijke' exemplaren in de bibliotheek van het Koninklijk Huisarchief (zie ook Kroniek nr. 2042) ? Enkele curieuze slordigheden in taalzaken hinderen wellicht enkel de daarvoor gevoelige lezers (p. 62: schreef Voltaire echt in het Engels aan Frederik II van Pruisen ? !, ook in Brussel is er een, tweetalige, 'Koninklijke Bibliotheek', en niet enkel een Franse 'Bibliothèque royale'- wie in het Engels geen partij wil kiezen kan altijd 'Royal Library' gebruiken... même pour les manuscrits ... ).
Deze goed gedrukte en degelijk gebonden catalogus van de zeventiende-eeuwse Oranje-Nassaubibliotheek is dus van uitzonderlijk bibliotheekhistorisch belang: hij reikt van de oude verzamelingen van een leidende adellijke familie uit de Nederlanden (en het Duitse Rijk) tot een der basiscollecties van de (Nederlandse) Koninklijke Bibliotheek, van de vijftiende tot de negentiende eeuw. De bewerkers van dit moois verdienen onze grote dankbaarheid. Samen met Bert van Selms Boekcultuur (zie Kroniek nr. 2036) hebben zij een onwaardeerlijke bijdrage geleverd tot een hernieuwde belangstelling voor een der bronnen van de Nederlandse cultuurgeschiedenis: een beredeneerde bibliografie én een exemplarische bronnenuitgave - wat wil een boekhistoricus nog meer ? 1993 heeft nu al twee schitterende 'grand crus' ! [M. d. S.]
Zie ook nr. 2232
2099. Marika KEBLUSEK, 'Heerlijke' boeken voor de hertog: Hertog August en de verkoop van de bibliotheek van Adriaan Pauw in De boekenwereld,10, 1993-1994, p. 71-84, ill.
In zijn landhuis te Heemstede bracht (tweevoudig) raadspensionaris Adriaan Pauw (1585-1653) een omvangrijke bibliotheek bijeen (cf. Kroniek 12
nr. 942). De ruim 16.000 boeken vormden een der grootste privéverzamelingen in de Republiek: een welhaast universele studiebibliotheek. In 1654 verscheen een volumineuze catalogus (351 p. quartoformaat), met als bijzonderheid een alfabetische indeling per wetenschapsgebied (i.p.v. per formaat); wel werden ook formaat, plaats en jaar van uitgave vermeld, zodat de catalogus een naslagwerk werd. De Haagse uitgever en boekverkoper Hendrik de Swaef veilde de collectie in 1656 en 1657 (2 of 3 catalogi - waarom werd de waarschijnlijk derde catalogus, aanwezig in de British Library, niet bij het onderzoek betrokken ?). In de periode 1654-1656 werd getracht de collectie in haar geheel te verkopen. Daartoe werd onderhandeld met een der grootste bibliofielen: Hertog August zu Braunschweig-Lüneburg te Wolfenbüttel (1579-1666). Na allerlei onderhandelingen en (deels mislukte) afspraken, werden in juni 1656 voor een bedrag van ruim 2.800 gulden boeken naar Wolfenbüttel verscheept.
A. heeft in de Bücherradkatalog (voorlopig) 157 titels teruggevonden die met zekerheid uit Pauws collectie stammen. Zo komen ook enkele namen tevoorschijn van eerdere bezitters (C. Vosbergen, P. Hanneman, de Leidse medicus Pieter Paaw - een neef van Adriaan). Wellicht hebben ook andere verzamelaars gedeelten onderhands gekocht: de veilingcatalogi bevatten een kwart minder boeken dan de catalogus uit 1654. Een goede bijdrage tot de geschiedenis van de Nederlandse boekverzamelingen in de Republiek! [M. d. S.]
2100. - W. VERLEYEN, Dom Hubertus Phalesius (1585-1638) subprior en historiograaf van Affligem in Bijdragen tot de geschiedenis,74, 1991, p. 3-29.
Hubertus' grootvader en een oom heten allebei Petrus en zijn de beroemde muziekdrukkers in Leuven en Antwerpen. In bijlage geeft V (1) een summiere opgave van de inventaris van Hubertus' bibhotheek in 1616 (waar bevindt zich het origineel ?) en (2) genealogische informatie over de familie Phalesius. [E. C.-I.]
2101. - J.A. GRUYS, De STCN met de billen bloots-hoofts: W.S. Boogaerts 'Register' in Vingerafdrukken... (cf. nr. 2025), p. 22-29, ill.
De Wormerveerse boekverkoper Willem Symonsz Boogaert gaf in 1647 aan het einde van een uit het Engels vertaald curiosum een lijst van recentelijk door hem uitgegeven boeken. Tweederde daarvan is in de STCN te vinden - is dat het (voorlopige) percentage in Nederland aanwezige boeken uit de STCN-periode? [M. d. S.]
2102. - P.J. VERKRUIJSSE, Wanneer verscheen de 'Cronyk' van Smallegange ? in Zeeland,2, 1993, p.19-24, ill.
Jarenlang heeft A. zich verdiept in de ingewikkelde ontstaans- en publikatiegeschiedenis van Smalleganges omvangrijke kroniek (cf. Kroniek 10
nr. 662 en Kroniek 16 nr. 1643). Af en toe komen nog archivalia tevoorschijn die een of ander aspect verhelderen. Thans kan A. besluiten (p. 23): Alle beschikbare gegevens overziende, kan geconcludeerd worden dat de drukgeschiedenis van de Cronyk van Smallegange, inclusief de bijlagen, de periode 1683-1704 omvat. De distributie van het hoofdwerk vond plaats in de jaren 1698 tot 1701; eind 1700 was ook een nieuwe druk van de 'Beschryving van den Zeelandschen adel' beschikbaar; het 'Besluit tot de Zeelandsche Cronyk' dateert van 1704. De Middelburgse drukker en uitgever Johannes Meertens had het dan al lang opgegeven - hij overleed in 1699... [M. d. S.]
2103. - Paul DIJSTELBERGE, In Empedocles' voetsporen .. de katholieke onderwereld van Athanasius Kircher in Vingerafdrukken... (cf. nr. 2025), p. 31-39, ill.
In 1682 verscheen de Nederlandse vertaling van A. Kirchers 'koffietafelboek' Mundus subterraneus. Uitgever 'Janssonius van Waesberge' riep in 1678 op tot voorintekening. Voor vijftien gulden (in twee termijnen) kreeg de lezer 245 vellen druks. De produktietijd bedroeg bijna vier jaar (vgl. Smallegange hierboven). [M. d. S.]
2104. - Judith GROOTENDORST, De 'Veritables heros' onder de zeventiende-eeuwse drukkers in Vingerafdrukken... (cf. nr. 2025), p. 42-46, ill.
Over de toename van het aanbod van Franse boeken in Amsterdam na de komst van de hugenoten(uitgevers) op het eind van de zeventiende eeuw. [M. d. S.]
2105. - Anna E.C.SIMONI, Soldiers' tales .. observations on Italian military books published at Antwerp in the early, 17th century in The Italian book 1465-1800... (cf. nr. 2027), p. 255-290, ill.
Aardige, goed gedocumenteerde, studie van drie verwante Italiaanse boeken te Antwerpen gepubliceerd door Joachim Trognesius. Na enkele algemene beschouwingen over het onderwerp, volgt de bibliografische beschrijving van de drie werken, met informatie over auteurs en inhoud, en gegevens over latere edities en/of vertalingen: Pompeo Giustiniano, Delle guerre di Fiandra (1609), Lelio Brancaccio, I carichi militari (1610), en Lodovico Melzo, Regole militari (1611). De uiterlijke verschijningsvorm is van hoge kwaliteit: titelgravure, ornamenten, initialen en vooral de fraaie volbladillustraties (kaarten, troepen-opstelling etc.). Het Italiaanse boek in de (Zuidelijke) Nederlanden is hiermede eindelijk naar waarde geschat. Wie maakt er werk van de Italiaanse 'Peeters-Fontainas'? [M. d. S.]
2106. - A.K. OFFENBERG, Jacob Jehudah Leon en zijn tempelmodel: een joods-christelijk project in De Zeventiende Eeuw,9, 1993, p. 35-50, ill.
Jacob Jehudah Leon (1602-1675) is bekend om zijn reconstructie van de Tempel in Jeruzalem. Naast de biografische aanvullingen is dit artikel ook nuttig omwille van de geactualizeerde lijst van diens werken (21 titels, 1642-1671, hoofdzakelijk in Middelburg en Amsterdam) en nieuwe gegevens over de, ook los verspreide, prenten van uitgever en plaatsnijder Jacob van Meurs. [M. d. S.]
2107. - Alfons K.L. THIJS, De 'Gheestelycke Loterye' van Guilielmus de Buri (1641) of De sublimatie van heb- en speelzucht in Beleid en bestuur in de oude Nederlanden: liber amicorum Prof. Dr. M. Baelde,uitg. Hugo SOLY en René VERMEIR. Gent: Vakgroep Nieuwe Geschiedenis UG, 1993, p. 321-328.
N.a.v. G. de Buri (1618-1700), Gheestelycke loterye van hondert seventien (Brussel: Govaerdt Schoevaerdts, 1641) belicht A. de contrareformatorische houding tegenover lot-trekking, loterijen en gokken. Aandacht gaat ook naar Joannes David S.J. (1546-1613) en diens ombuiging van de gangbare 'bibliomancie'. [M. d. S.]
2108. - Marianne PEEREBOOM, 'Lijsje Jans haar kous ley aan duygen': een medische pamflettenstrijd in Amsterdam in Vingerafdrukken... (cf. nr. 2025), p. 91-105, ill.
Een mede door artsen verknoeide bevalling leidde in 1677-1678 tot een immense pamflettenstrijd. Niet minder dan 48 drukjes zijn thans bekend - ze worden in bijlage (p. 100-105) beschreven volgens de STCN-regels. [M. d. S.]
2109. - Anna DE HAAS, Documentatie Werkgroep Achttiende Eeuw: Registers jaargang 1-24 (1968-1992). Amsterdam, Maan: APA-Holland Universiteits Pers, 1993. - 37 p. 24 cm.
Naar aanleiding van het 25-jarig jubileum publiceerde de Werkgroep Achttiende Eeuw een register op de eerste 24 jaargangen van zijn Documentatieblad. In het auteursregister en in de lijst Varia (rubrieken en niet-ondertekende bijdragen) is elke ingang genummerd ; in het personen- en zakenregister wordt naar deze nummers verwezen. Wie dit tijdschrift kent, weet genoeg dat het steeds veel ruimte heeft vrijgemaakt voor de geschiedenis van het boek in de Lage Landen in de achttiende eeuw. [P.D.]
2110. - Flor VAN VINCKENROYE, De achttiende-eeuwse rederijkers in Belgisch Limburg. Brussel: Facultés universitaires Saint-Louis, 1993. -116 p.; 25cm. (Cahiers van het Studiecentrum 18de-eeuwse Zuidnederlandse Letterkunde; 9). - BF 380; Fl. 20. Besteladres: Facultés universitaires Saint-Louis, Kruidtuinlaan 43, B-1000 Brussel.
De activiteiten van de achttiende-eeuwse rederijkerskamers uit het oude graafschap Loon beperkten zich hoofdzakelijk tot toneelopvoeringen. Hun vergaderingen waren verwaterd tot gezelligheidsbijeenkomsten. Toch bestond er onder hen een eigen gevoel van samenhorigheid. Al bij al is er over deze kamers bitter weinig bekend. De auteur werpt daarom een licht op de kamers van Tongeren, Hasselt, Sint-Truiden, Borgloon, Peer, Maaseik, Bilzen en Stokkem.
Omdat ze bij hun keuze van op te voeren toneelstukken sterk afhankelijk waren van de beschikbaarheid van teksten, wordt hier ook kort aandacht besteed aan de drukkers die actief waren binnen de grenzen van de huidige Belgische provincie Limburg. Voor de achttiende eeuw werden enkel in Hasselt en Sint-Truiden drukkers teruggevonden. Voor hun drukwerk (compendia, programmateksten) deden de Limburgse kamers echter meestal een beroep op Maastrichtse, en terloops ook op Luikse drukkers. [P.D.].
2111. - Paul BEGHEYN, Een onbekende Nijmeegse uitgave van 'Tijl Uilenspegel' uit 1766 in Dokumentaal,22, 1993, p. 151.
Enkele aanvullingen op Gheprint te Nymeghen (cf. Kroniek 16
nr. 1538). Opmerkelijk is Het leeven van den jongen Ulenspiegel ('Nimweegen': Johannes van Septeren). De echte Van Septeren werkte te Amsterdam 1721-1729 (faillissement)! Later gebruik van die naam is fictief. [M. d. S.]
2112. - Kamiel STEVAUX, De eerste drukkers in Sint-Truiden in Sint-Truiden in de 18de eeuw. - Sint-Truiden: v.z.w. Sint-Truiden 1300, 1993, p. 101-107
Jozef Michel en Joannes Bernardus Smits speelden een opmerkelijke rol als drukkers-uitgevers van politieke pamfletten. De beschrijving van de drukken, acht Sint-Truidense almanakken, een vijftal boeken en uitvoerige programma's van drie toneelstukken van Voltaire, volgt op p. 194-199. [E. C.-I.]
2113. - B.C. SLIGGERS, Hendrik Schwegman (1761-1816) en zijn grafisch oevre in De boekenwereld,9, 1992-1993, nr. 3, p. 122-132, ill.
Overzicht van leven en werk van de Haarlemse grafische kunstenaar Hendrik Schwegman. Hij illustreerde o.m. de Icones plantarum rariorum,tussen 1792 en 1795 in zestien afleveringen verschenen bij de Haarlemse uitgever C. Plaat. Verder ontwikkelde hij varianten op de aquatinttechniek, die o.m. werden toegepast in de boekillustratie. Het artikel wordt afgesloten met een oeuvrecatalogus. [P.D.]
2114. - Claude SORGELOOS, Des reliures de présent exécutées sur un traité du chanoine Guasco: De l'Usage des statues chez les anciens (Bruxelles, 1768) in Le livre & l'estampe,39, 1993, nr. 139, p. 45-60, ill.
De Italiaan Octavien de Guasco (1712-1781) was niet alleen vriend en vertaler van Montesquieu, maar ook beschermeling van gevolmachtigd minister Cobenzl. Deze laatste coördineerde de uitgave van zijn kunsthistorisch werk over de standbeelden in de oudheid. Het werd geillustreerd door Pierre-L.-I. de Boubers en in 1768 uitgegeven bij Jean-Louis de Boubers. De briefwisseling tussen Guasco en Cobenzl berust in het Algemeen Rijksarchief in Brussel. Sorgeloos reconstrueert hiermee de totstandkoming van het werk.
Van de 40 exemplaren die Guasco als vergoeding bekwam, stuurde hij er 32 op als relatiegeschenk. Hiervan werden er tenminste vier ingebonden in marokijnleer, twee in kalfsleer. Van de marokijnleren banden heeft de auteur er drie teruggevonden. Ze worden aan een stijlkritische analyse onderworpen. De binder kon echter niet worden geïdentificeerd. (Nota bene: de foto's 2 en 3 werden verwisseld, zodat de bijschriften bij de illustraties niet meer kloppen). [P.D.]
2115. - Claude SORGELOOS, La bibliothèque du château de Seneffe in Mémoires et publications de la Société des sciences, des arts et des lettres du Hainaut,96, 1992, p. 127-150.
Grondige doorlichting van de twee boekenverzamelingen van Julien-Ghislain Depestre, graaf van Seneffe (1725-1774). De ene partij bevond zich in de bibliotheek van zijn kasteel in Seneffe (Henegouwen) en werd in 1775 geinventariseerd door een Brusselse notaris. De andere boeken bewaarde hij in zijn Brusselse woning; ze werden na zijn dood beschreven door de boekverkoper Hendrik Vleminckx.
De bibliotheek van het kasteel (308 beschreven titels) onderscheidt zich door het grote overwicht van de kategorie letterkunde, zelfs t.o.v. de kategorie geschiedenis, die in andere adellijke bibliotheken van de achttiende eeuw meestal de voorkeur geniet. Opvallend is hier ook de anglomanie: 12 % van de kategorie letterkunde is Engels geïnspireerd. Of deze wat aparte inhoud van de collectie mag worden toegeschreven aan de graaf van Seneffe zelf is twijfelachtig: het gros ervan werd in 1767 in zijn geheel overgekocht van een geruineerde vertegenwoordiger van de lage Henegouwse adel.
Anders is het gesteld met de Brusselse bibliotheek (209 titels), die niet - tenzij een erfenis hier en daar - teruggaat op het initiatief van een andere verzamelaar. Hier is de inhoudelijke samenstelling meer traditioneel: overwicht van geschiedenis en van kunsten en wetenschappen.
De bibliotheek van het kasteel van Seneffe was kennelijk meer bedoeld om de bewoners en de gasten van het kasteel een aangenaam tijdverdrijf te bieden. Dat belet echter niet dat de verlichte literatuur er een belangrijk aandeel in had. Daarom zou het als vaststelling significanter zijn indien men met zekerheid kon zeggen dat ze en bloc was aangekocht van de vorige eigenaar, de heer van Scailmont. In dit geval zou de inventaris een zeldzaam bewijs zijn van de kracht van het verlichte ideeëngoed bij de lage adel in Henegouwen. [P.D.]
2116. - René PLISNIER, La bibliothèque d'un noble hainuyer: Charles-Ignace-Philippe de Thiennes de Lombise (1758-1839) in Archief- en bibliotheekwezen in België,63, 1992, nr. 1-4, p. 223-266.
"Bibliotheca Thiennea " is de titel van een handgeschreven catalogus van de privé-bibliotheek van een edelman die verschillende politieke en juridische functies waarnam in de woelige revolutionaire decennia. De inventaris dateert van 1833, is hoofdzakelijk alfabetisch gerangschikt op auteur en op titel, en is vrij volledig in de bibliografische beschrijvingen. In de collectie (648 titels in totaal) neemt de categorie geschiedenis (inclusief aardrijkskundige werken) het grootste aantal boeken voor haar rekening met 35 %. Daarna volgen godsdienst en theologie (23 %), bellettrie (17 %), kunsten en wetenschappen (14 %) en rechtsgeleerdheid (10 %). Dit laatste getal is vreemd voor iemand die in 1781 was afgestudeerd als licentiaat in de beide rechten! Een aparte plaats wordt in de bibliotheek ingenomen door de ultramontaanse publikaties van de "Roomsch-Catholijke Maatschappij ter bevordering van godsdienstige wetenschap en goede zeden voor het Koninkrijk der Nederlanden " en van de "Bibliothèque catholique de Belgique ". Verder is het opvallend dat de bibliotheek bijna exclusief uit Franstalige werken bestond, iets wat blijkbaar ook geldt voor de collectie van de auteur van deze bijdrage, die enkel verwijst naar parallelonderzoek in Wallonië en in Frankrijk. [P.D.]
2117. - Hannie VAN GOINGA, Meer dan halve bottels: de vergadering van Nederlandse boekverkopers in 1801 in De boekenwereld,9, 1992-1993, p. 222-234, ill.
Een ongemeen boeiend artikel over de organisatie van de boekhandel in de laat-achttiende-eeuwse Republiek, met de notulen van een landelijke bijeenkomst van boekverkopers in Rotterdam als uitgangspunt. Drie jaar eerder was formeel een einde gekomen aan de lokale drukkers- en boekverkopersgilden. Men zocht nu naar een nieuwe, nationale organisatievorm.
Op 1 september 1801 kwamen 32 boekverkopers (eigenlijk: uitgevers) te Rotterdam samen om hun belangen op landelijk niveau te behartigen. De Amsterdamse boekverkoper Stephanus Jacobus Baalde die niet aanwezig kon zijn, stuurde een brief met een opsomming van de oorzaken van het verval in de Nederlandse boekhandel en met voorstellen ter oplossing van de problemen. Onder deze laatste waren: een jaarlijkse vergadering waarop openstaande rekeningen zouden vereffend worden, vaste afname tegen contante betaling en een jaarlijkse 'ongebonden' veiling (d.i. van nog niet ingebonden boeken). Op deze laatste veiling van fonds- en assortimentsvoorraden betaalde de koper in de regel minder dan in het normale handelsverkeer. Voordelige inkoop stelde hem in staat de overgenomen exemplaren voor een lagere prijs van de hand te doen dan de vorige eigenaar. Dit ramsjen was al in de achttiende eeuw een bloeiend bedrijf. [P.D. & W.W.]
2118. - Pierre DELSAERDT, De Gulde Lampe in een nieuw licht: ontwerp en test van een relationele databank voor de boekhistorische analyse van geannoteerde veilingcatalogi. Eindverhandeling voorgelegd met het oog op het behalen van de graad van bijzonder licentiaat in de Informatie- en Bibliotheekwetenschap, 1993. Universitaire Instelling Antwerpen. Departement Politieke en Sociale Wetenschappen. Speciale licentie Informatie- en Bibliotheekwetenschap. - iii, 86, III, [261 p.: tab.; 30 cm. - Niet gepubliceerd.
'De Gulde Lampe' is de naam van het Leuvens veilinghuis van Jan Frans van Overbeke. Tussen 1757 en 1796 werden er openbare aucties van tweedehands boeken georganiseerd; de inhoud van 93 bibliotheken kwam door Van Overbekes handen. De boekhouding bestaat uit 55 verknipte catalogi - goed voor 80.000 titels - opgeplakt en in acht registers gebonden. De aanduidingen van herkomst, koper en prijs maken het geheel tot een uitzonderlijk rijke bron voor de geschiedenis van de bibliotheken in de betrokken periode. Bij al deze gegevens kan de boekhistoricus zich vele vragen stellen, die in wezen betrekking hebben op de produktie, de distributie en de consumptie (zoals dat tegenwoordig moet heten) van het boek. Uit dit veelvoud van gegevens, hun onderlinge samenhang en eventuele verschuivingen als gevolg van een evolutie, moeten antwoorden worden gedistilleerd. Dit laatste is precies het voorwerp van onderzoek van D. Deze eindverhandeling biedt dus geen geschiedenis van maar wel een methode om geschiedenis te bedrijven.
Uiteindelijk heeft D geopteerd voor een zg. relationele databank, opgebouwd uit entiteiten (bv. boek) en attributen (bv. titel). Dank zij de grote flexibiliteit van het systeem kunnen met behulp van een sleutel relaties tussen verschillende entiteiten gelegd worden en wordt het bv. mogelijk een lijst op te roepen van de boeken door lezer X ontleend.
Een gegevensmodel kan pas ontworpen worden zodra men weet hoe het veilinghuis werkt en wanneer er een lijst van vragen zal zijn aangelegd. Volgende entiteiten, en hun relaties, werden aldus vastgelegd: veiling, boek, exemplaar, verkoper, koper. Vervolgens worden de entiteiten (of 'tabellen') gedefinieerd en wordt hun een lijst met attributen (of 'velden') toegekend. Hiervan is telkens één een primaire sleutel: zo heeft elke veiling haar begindatum, elk boek, exemplaar, verkoper en koper zijn eigen nummer. Aan elk van de entiteiten hangen één of meerdere 'occurences' (of 'records') vast. Een volgende stap voor D was het 'documenteren' van de attributen, d.w.z. voorzien welke gegevens uit de bronnen moeten worden opgenomen: zo heeft de entiteit veiling, behalve haar begindatum, als verdere attributen een einddatum en een aantal kavels. De entiteit boek heeft, behalve de primaire sleutel, een boeknummer, nog twaalf andere attributen. Over de laatste daarvan, de inhoudelijke ontsluiting of rubricering, wijdt D wat langer uit i.v.m. het te gebruiken systeem. Dit wordt uiteindeiijk het eigentijdse, zg. 'système des libraires de Paris' van G. Martin en P. Marchand, later terug te vinden bij Brunet en Dewey. De verschillende attributen van al de entiteiten vormen samen de gegevens waarmee de vragen zullen worden geformuleerd.
Deze zeer methodisch gevoerde studie houdt zich vervolgens bezig met de implementatie (Microsoft Access) en de ondervraging (Structured Query Language, ev. Query-by-Example-taal). De methode wordt vervolgens getest aan de hand van een stel gegevens rond de veilingen - Van Gameren en -De Bisschop met om en bij de 400 titels en even zoveel transacties plus de gegevens betreffende verkopers en kopers. Het eindresultaat is ongetwijfeld positief te noemen. Dat de opgespuwde antwoorden geinterpreteerd moeten worden, ligt voor de hand; van de computer wordt geen denkwerk verwacht! De flexibiliteit blijkt ook nog op een ander vlak een troef te zijn: integratie van relationele gegevensbanken is in twee richtingen mogelijk. Minder gunstig is dat de invoer van gegevens erg tijdrovend is, de documentatie van gegevens moet bijgesteld worden en dat ten slotte voor een grote hoeveelheid gegevens de microcomputer niet krachtig genoeg is. Alles wel beschouwd is deze methodologische studie van groot belang voor - we spreken voor eigen winkel - de boekhistoricus die een onderzoek met veel implicaties op het getouw wil zetten. [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2259
2119. - Wijnand W. MIJNHARDT, De Nederlandse Verlichting nagerekend. De verkoopcijfers van het oeuvre van Willem Emmery de Perponcher in Geschiedenis en Cultuur: achttien opstellen. Onder redactie van E. JONKER en M. VAN ROSSEM. - 's Gravenhage: SDU uitgeverij, 1990, p. 171-185.
Van het omvangrijke werk van Willem de Perponcher (Den Haag, 1741 - Utrecht, 1819) zijn de precieze oplage- en verkoopcijfers bewaard. Zijn leven lang immers deed De Perponcher een beroep op de diensten van het Utrechtse boekverkopersgeslacht Van Schoonhoven. Dit vergroot uiteraard de kans op het bestaan van een zeldzame bron voor de omschrijving van het publiek van de Nederlandse Verlichting.
De cijfers van de oplage, de prijs en de verkoop van alle werken van de auteur zijn als bijlage opgenomen. Deze lijst is niet alleen bibliografisch interessant, ze maakt ook een appreciatie mogelijk van het succes van de verschillende kategorieën binnen dit oeuvre (moraalfilosofie, literatuur, onderwijs en opvoeding, verlichte theologie, gelegenheidswerk).
Op het eerste gezicht zijn deze cijfers eerder teleurstellend. Slechts 45 % van de totale oplage vond een koper. Bij zijn interpretatie hiervan weigert Mijnhardt de matige kwaliteit van het werk als verklaringsfactor in aanmerking te nemen, omdat hij zo het risico loopt de historische betekenis van De Perponcher over het hoofd te zien. Veeleer tracht hij te achterhalen in hoeverre deze publikaties in een behoefte voorzagen. De Perponcher zelf was als persoon een typische vertegenwoordiger van de humanistisch georiënteerde elitecultuur in de Republiek, en het beschavingsideaal dat hij voorstond deed vooral opgeld in de geleerde wereld waaruit hij afkomstig was. Met zijn werk zocht hij aansluiting bij de culturele communicatiegemeenschap van geletterden, die in de jaren 1770 nog dezelfde waarden predikte als De Perponcher, maar vanaf de jaren 1780 een beschavingsideaal propageerde dat haaks stond op dat van de wereld waarin De Perponcher leefde.
Toch mogen de verkoopresultaten niet zonder meer slecht genoemd worden. Een extrapolatie vanuit eerder verricht onderzoek over het potentiële publiek voor het boek zet de oplage- en verkoopcijfers in een perspectief waaruit blijkt dat de verkoop van De Perponcher meer dan bevredigend kan genoemd worden. [P.D.]
2120. - Jeremy D. POPKIN, Print Culture in the Netherlands on the Eve of the Revolution in The Dutch Republic in the Eighteenth Century. Decline, Enlightenment, and Revolution. Edited by Margaret C. JACOB and Wijnand W. MIJNHARDT. - Ithaca; Londen: Comell University Press, 1992, p. 273-291. - ISBN 0-8014-2624-3.
De verrassende stelling van Popkin is dat de moderniteit van de gedrukte cultuur in de Republiek de plotse opkomst van een revolutionaire politieke cultuur in de Patriottentijd eerder tegengewerkt dan bevorderd heeft. Hij ondersteunt deze stelling door een genuanceerde, vaak originele synthese over boekhandelsnetwerken, leesgezelschappen, leenbibliotheken, het boekaanbod en de kopers van boeken in de tweede helft van de achttiende eeuw. Op deze terreinen bekleedde de Republiek dus al vóór de Patriottentijd een speerpuntpositie. Het overaanbod aan politieke literatuur in de jaren '80 was daarom niet echt een nieuwigheid, zoals dat in het Frankrijk van 1789 wel het geval was. [P.D.]
2121. - Bruno BERNARD, La vie intellectuelle et scientifique à Bruxelles vers 1763 in Nouvelles Annales Prince de Ligne, VI, 1991, p. 143-169.
In deze vlot geschreven synthese behandelt de auteur ook verschillende aspecten van de wereld van het boek in het Brusselse: de initiatieven van Cobenzl om de Bibliotheek van Boergondië te laten restaureren en zijn beroep op Franse publicisten om de pers te lande op een hoger niveau te brengen, de receptie van het werk van Voltaire, Rousseau en Diderot, advertenties van Brusselse boekverkopers in de lokale pers.... Over het werk van Paquot en Nelis wordt wat langer uitgeweid; ook twee anti-encyclopedisten, Fulgentius Hellynckx en Geerard Jan Sterck, komen in het overzicht uitgebreider aan bod. [P.D.]
2122. - Bruno BERNARD, Pers en literatuur, onder het juk van de censuur in België onder het Frans bewind 1792-1815. Onder redactie van Hervé HASQUIN. - Brussel: Gemeentekrediet, 1993, p. 396-413, ill.
In niet al te best Nederlands vertaalde tekst over de situatie van de pers en de literatuur in de Verenigde Departementen. Volgens de auteur oversteeg de literatuur in deze periode nooit de holle middelmatigheid van academisme en provincialisme. De politieke pers was door de aard der dingen veel veerkrachtiger, maar werd in de loop der jaren steeds meer gemuilkorfd door de onverbiddelijke censuur. Van deze ingrepen worden enkele veelzeggende staaltjes gegeven. Het illustratiemateriaal is zeer verzorgd. Interessant is de reproductie van een pagina uit het Essai des Caractères de I'Imprimerie van de Naamse drukker Dieudonné Girard (p. 398), die jammer genoeg geen aanleiding vormt tot een uiteenzetting over de boekdrukkunst in deze periode. [P.D.]
Zie ook nr.
2125
2123. - Catharina H. SCHONEVELD, 'Iets des nazaats waardig'. De vertaalarbeid van Pieter Le Clercq (1693-1759) in Documentatieblad Werkgroep Achttiende Eeuw,24, 1992, p. 217-256.
De zeer gedetailleerde biografie van de produktieve vertaler Pieter Le Clercq wordt aangevuld met een beoordeling van zijn vertalingen uit het Engels (hij vertaalde uit deze taal 18 werken) en met een chronologisch gerangschikte bibliografie van zijn vertalingen en van zijn eigen werken. Deze lijst telt 56 nummers. Hierin is enkel rekening gehouden met eerste drukken; van latere achttiende-eeuwse uitgaven is enkel het jaartal opgenomen in de annotaties. De beschrijvingen zijn gebaseerd op autopsie, en de auteur was zo gul om de signatuur op te geven van de exemplaren die ze vond in Deventer, Leiden, Den Haag en Amsterdam. Het geheel is ontsloten op namen van primaire en secundaire auteurs en op namen van boekverkopers. Zeer nuttig dieptewerk, kortom. [P.D.]
2124. - Aubrey ROSENBERG, Tyssot de Patot (1655-1738) and Jacques Massé in Documentatieblad Werkgroep Achttiende Eeuw, 24, 1992, p. 257-260.
Een curiosum: de herdruk (zij het in een ander lettertype) van een kort artikel dat al verscheen in de vorige jaargang van hetzelfde tijdschrift (cf. Kroniek 18
nr 1967), ditmaal echter zonder het antwoord van R.H. Vermij. [P.D.]
2125. - Claude SORGELOOS, De wetenschappen in België onder het Frans bewind (cf. nr. 2122), p. 300-321, ill. - ISBN 90-5066-114-9.
Breed panorama van de grote bloei van de wetenschappen in de Zuidelijke Nederlanden en Luik toen deze gewesten onder Frankrijk ressorteerden. Na een overzicht van de wetenschappehjke beweging, waarin de belangrijkste vertegenwoordigers van de verschillende wetenschapsgebieden aan bod komen, volgt een hoofdstuk over de verspreiding van de wetenschap. Uiteraard gaat de aandacht hier vooral uit naar de wetenschappelijke genootschappen en het onderwijs. Maar Sorgeloos wijst terloops ook op de eerste tijdschriften met een uitsluitend wetenschappelijk karakter en op de vulgariserende artikels in publikaties allerhande. Typerend voor dit laatste verschijnsel is de figuur van de Franse drukker Le Poittevin de La Croix, die in Antwerpen een natuurkundig kabinet annex laboratorium bezat en zijn eigen meteorologische waamemingen publiceerde in Antwerpse almanakken. De boekhandel bleef hierbij niet achter in deze periode begonnen boekverkopers - soms uitgebreide - catalogi met specifiek wetenschappelijke thema's te verspreiden. [P.D.]
2126. - Yves T' SJOEN, De drukgeschiedenis van Richard Minnes dichtbundel "In den Zoeten Inval " (1926/1927) in Spiegel der Letteren, 35, 1993, p.227-254
Deze bijdrage is gebaseerd op de briefwisseling van Richard Minne, bewaard in het AMVC te Antwerpen. Het grondpatroon van de bundel was weliswaar van Minne afkomstig, maar het was Raymond Herreman die een bepalende invloed had op het ontstaan van de bundel: hij porde niet alleen Minne tot werken aan, maar commentarieerde en redigeerde de verzen. Met de Brusselse drukker-uitgever Pieter Céoen, die ook ''t Fonteintje' uitgaf, beleefden beide vrienden een lijdensweg. Een eerste plan om de bundel in mei 1926 gedrukt te hebben, werd niet verwezenlijkt. Later vond Herreman de proefdrukken lelijk, een appreciatie die nog erger werd toen in oktober 1926 het boek uitkwam. Herreman waagde het niet de intekenaars exemplaren van deze oplage toe te sturen; toch verkocht hij er een aantal van. Tekst en samenstelling van de bundel werden nadien herzien en een nieuwe eerste druk, met een titel van Jan van Krimpen en gedrukt door Herreman en Maurice Roelants, verscheen in juni 1928. [W.W.]
2127. - Boris ROUSSEEUW, Bibliografie van de handpersdrukken van Julius de Praetere. - Wildert: De Carbolineum Pers, 1993. - 45 p.: ill. ; 18 cm. - BF 3.000. Te verkrijgen bij Boris Rousseeuw, Elf Novemberstraat 22, B-2910 Wildert.
Mooie bibliofiele uitgave met een beschrijving van de acht drukken die De Praetere op zijn handpers gedrukt heeft tussen juli 1898 en april 1903. De reeks begint met de extreem zeldzame catalogus 'Ausstellung Vlämischer Künstler im Kaiser Wilhelm Museum Krefeld. Juli-Sept.1898' en eindigt met 'Het Vader-huis' van Karel van de Woestijne. De auteur is erin geslaagd het lettermateriaal van De Praetere te identificeren: Old Roman (T.W. Smith, 1895) en Caslon Old Face; De Praetere bezat slechts deze twee types. Ook elders in deze studie worden correcties tegenover vroegere meningen aangebracht: zo inzake de verschillende staten van Streuvels' 'Lenteleven' (tweede druk). Er wordt gewaarschuwd voor De Praeteres prospectussen: die blijken onbetrouwbaar te zijn; en naast de genummerde exemplaren circuleren in de huidige handel nog ongenummerde dito's. Inzake banden signaleert de auteur een variatie die, naar ik meen, nog geen verzamelaar of bibliograaf compleet voor zich gezien heeft. Van elke publikatie is ten minste één illustratie of sierelement in kleur weergegeven. Bij de Carbolineum Pers verschenen eveneens de memoires van De Praetere, in vijf deeltjes (1989-1991) onder de titel Latemse dageraad; de verantwoording van de illustraties verscheen in een afzonderlijk katern. [W.W.]
2128. - Typografie,in De Gids,156, 1993, p.247-447, ill.
Het oude, prestigieuze tijdschrift 'De Gids' heeft een speciaal nummer gewijd aan typografie. De lezer wordt zowel met getuigenissen als met demonstraties geconfronteerd. Demonstraties van modern, karakteristiek, eigenzinnig, ook wel eens exuberant vakwerk. Daarnaast getuigenissen: Dick Dooijes, Gerrit Kleis en Reinold Kuipers pleiten (niet verwonderlijk voor wie hun werk kent) voor de waarde van de traditie. Gerrit Noordzij en Ernst Braches verwachten veel van de nieuwe, levende typografie.
Enkele bijdragen zijn van historische aard. Huib van Krimpen wijst in de periode voor 1940 drie mannen aan die zich als specialisten met boektypografie bezighielden: A.A.M. Stols, Charles Nypels en Henri Friedlaender.
Cees van Dijk schrijft over het eerste boek dat A.A.M. Stols en John Buckland Wright samen maakten: 'The collected sonnets of John Keats'. Stols werd door Jan Greshoff in 1929 op Buckland Wright geattendeerd. Vooraleer aan de slag te gaan wilde de illustrator gegevens over formaat, bladspiegel, lettertype en -corps, papiersoort enz. Stols en Buckland Wright leerden veel van elkaar.
Kurt Löb handelt over twee Duitse grafische ontwerpers die als emigrant in Nederland werkzaam waren: Henri Friedländer en Paul L. Urban. Beiden werkten voor de belangrijkste exil-uitgeverijen, Querido en Allert de Lange.
Friedländer verhoogde door zijn grote invloed het peil van de Nederlandse typografie. Urban was meer de man van een nieuwe, slagvaardige stijl in boekbanden en stofomslagen. [W.W.]
2129. - Henry van de Velde in de collecties van de Koninklijke Bibliotheek Albert I (Tentoonstelling van 11 juni tot 21 augustus 1993). [Catalogus door] Fabrice VAN DE KERCKHOVE, Nicole WALCH, Anne ROUZET, Paul CULOT, Claudine LEMAIRE. Inleiding A.M. HAMMACHER. - Brussel: Koninklijke Bibliotheek Albert I, 1993. - XVI, 219 p., XVI pll.: omslag, ill.; 26 cm. - (Catalogi van tentoonstellingen in de Koninklijke, Bibliotheek Albert I; C 240). ISBN 90-6637-091-2. - Bestaat ook in het Frans.
Mooi geïllustreerde catalogus op basis van het bezit van de Koninklijke Bibliotheek Albert I, waar ook het Van de Velde-archief berust. Enkele bijdragen verdienen speciale vermelding. Vooreerst Anne Rouzet: 'Boekversiering en theoretische geschriften': tussen 1890 en 1900 was Van de Velde niet de enige in Belgie die vernieuwing in het boek wenste aan te brengen. Zijn vrienden Theo van Rysselberghe en Georges Lemmen ontwierpen boekomslagen, typografische ornamenten en patronen voor boekbanden. Alle drie waren ze lid van de avant-garde groep 'Les XX'. In tegenstelling tot Van Rysselberghe en Lemmen illustreerde Van de Velde niet écht boeken: hij ontwierp geen nieuwe lettertypes, zoals Lemmen deed: hij tekende sierinitialen die daarna in hout werden gesneden. In het Hoger Instituut voor Sierkunsten in Ter Kameren verzaakte hij later aan elk ornament: boekillustratie werd nog getolereerd, boekversiering niet meer.
Vervolgens Paul Culot: 'De versiering van de boekband': tussen de twee overheersende richtingen in de 19de-eeuwse boekbandversiering in België (imitatie van oude banden en floreale motieven) staat het werk van Van de Velde in zijn Brusselse periode (1893-1898) als afzonderlijke eenheid: hij koos voor abstracte motieven in zijn ontwerpen. In navolging van T.J. Cobden-Sanderson ontwierp Van de Velde sommige van zijn verguldstempels zelf. Tekeningen en stempels werden toevertrouwd aan Paul Claessens. In latere ontwerpen overheerste soberheid.
De catalogus, oorspronkelijk in het Frans geschreven en door Anny Raman vertaald, beschrijft ook een aantal publikaties uit het atelier voor boekkunst van Ter Kameren. Hij is rijk geillustreerd en uitvoerig van indices voorzien. [W.W.]
2130. - Henry van de Velde: een Europese kunstenaar in zijn tijd. Uitgegeven door Klaus-Jürgen SEMBACH en Birgit SCHULTE. - [Antwerpen]: Petraco-Pandora, 1993. - 464 p.: ill.; 32 em. - ISBN 90-5325-013-1. BF 1980.
Catalogus van een grote reizende tentoonstelling die achtereenvolgens Hagen, Weimar, Berlijn, Gent, Zürich en Nürnberg aandoet. Het werk is schitterend geillustreerd, maar biedt minder informatie aangaande Van de Veldes bemoeienissen met het boek dan het voorgaande nummer. De titelpagina vermeldt niet minder dan zeventien auteurs van onderscheiden bijdragen, die met meer of minder uitvoerigheid een segment van het levensverhaal van de kunstenaar behandelen. Uit de briefwisseling tussen Van de Velde en zijn vrouw, Maria Sèthe, blijkt haar grote betrokkenheid bij het werk van haar man: in de vroege Brusselse tijd controleerde zij de uitvoering van ontwerpen van boekbanden; voor 'Van Nu en Straks' sneed zij in december 1895 illustraties voor tekst en band. Interessant is de bijdrage van Claus Pese, die een vergelijking tussen Van de Velde en Peter Behrens uitwerkt en daarbij uitgaat van de boekversiering voor 'Also sprach Zarathustra'. Een paar boekbanden worden elders (p. 274-275) mooi gereproduceerd zonder dat er verder over gerept wordt. Aan het Hoger Instituut voor Sierkunsten in Ter Kameren wordt geen halve bladzijde gespendeerd.
Slotsom: het werk situeert Van de Velde in zijn wereld en in zijn tijd, en dat met een zeer globale aanpak. Van de Veldes latere Belgische jaren (met de stichting van Ter Kameren) worden stiefmoederlijk behandeld; voor de boekhistoricus is de lectuur eerder onvruchtbaar. [W.W.]
2131. - Henry VAN DE Velde, Récit de ma vie: Anvers, Bruxelles, Paris, Berlin. 1: 1863-1900. Texte établi et commenté par Anne VAN LOO avec la collaboration de Fabrice VAN DE KERCKHOVE. - Bruxelles: Versa; [Paris] Flammarion, 1992. - 445 p.: omslag, portr., ill.; 24 cm.
Onder de titel Geschichte meines Lebens verscheen bij Piper in 1962 door de zorgen van Hans Curjel een biografie van Van de Velde; aangezien hem niet alle documenten ter beschikking stonden, vertoonde zij heel wat leemten. Hierin is nu voorzien door de integrale publikatie in de oorspronkelijke taal, gesteund op het archief-Van de Velde, dat in de KB te Brussel berust. Medewerking verleenden uiteraard het 'Musée de la Littérature' in de KB (zowat de literaire tegenhanger van het AMVC te Antwerpen), eveneens de 'Archives d'Architecture moderne' te Brussel en andere behoeders van documenten in binnen- en buitenland. [E. C.-I.]
2132. - 100 jaar 'Les Campagnes hallucinées': Brangwyn, een illustrator voor Verhaeren. [Tentoonstelling] 6 maart-31 oktober 1993. - Sint-Amands-aan-de-Schelde: Provinciaal Museum Emile Verhaeren, 1993. - [16] f.: omslag, ill.; 21 x 20 cm. - BF 100.
Het in de titel genoemd werk van Verhaeren verscheen voor het eerst bij Edmond Deman te Brussel in 1893, met omslag en ornamenten van Theo van Rysselberghe. In 1927 verscheen bij Helleu & Sergent te Parijs een nieuwe druk met houtsneden en litho's van Frank Brangwyn, geboren Bruggeling maar in Engeland als graveur werkzaam. [E. C.-I.]
2133. - Marja KEYSER, Johan Briedé: grafisch kunstenaar in de art deco in Stichting Drukwerk in de marge, Bulletin 21, lente 1993, p. 18-27, ill.
Tussen 1910 en 1935 is Briedé (1885-1980) een belangrijk boekversierder, illustrator en letterontwerper geweest. Met o.m. Berlage, Heukelom en De Roos heeft Briedé voor de uitgeverij Brusse gewerkt. Later werd hij vnl. als schilder en tekenaar bekend. Een deel van zijn nalatenschap bevindt zich in de UB Amsterdam. [E. C.-I.]
2134. - Roger CARDON, A propos de Georges Lemmen, quelques précisions nouvelles in Le livre et l'estampe,39, 1993, nr. 139, p. 65-89.
Eind 1990 verscheen het monumentale standaardwerk van Cardon Georges Lemmen (1865-1916): monographie générale suivie du Catalogue raisonné de l'oeuvre gravé, Antwerpen: Pandora (elders in dit tijdschrift besproken). Lemmen was boekversierder, ontwerper van boekomslagen, van sierpapier voor de bandbekleding, letterontwerper. In dit artikel nu bezorgt de auteur een aantal correcties en aanvullingen, voor een deel gebaseerd op boeken uit de bibliotheek van Van Rysselberghe, nu in de KB Brussel. [E. C.-I.]
2135. - Adrienne & Luc FONTAINAS, Théo van Rysselberghe en het boekdesign in Théo van Rysselberghe, neo-impressionist: catalogus [door] Robert HOOZEE, Helke LAUWAERT; essays [door] Jane BLOCK, Adrienne en Luc FONTAINAS. Antwerpen: Pandora, 1993, p. 27-45, ill. - (Catalogus bij de tentoonstelling in het Museum voor Schone Kunsten te Gent). - ISBN 90-5325-009-3
Nooit eerder was aandacht besteed aan de boekversiering van de voor alles als schilder bekende Van Rysselberghe (1862-1926). Dat deze studie door het echtpaar Fontainas werd ondernomen, stemt tot vreugde, want niemand is op dit specifieke gebied van typografie en boekversiering in de fin-de-siècle beter onderlegd. De hoofdbedoeling was een 'voorlopige inventaris van zijn boekornamenten samen te stellen'. De bronnen: de drukken zelf, de beschrijvingen in de catalogi van E. Deman, brieven, ontwerpen voor boekomslagen en uitgaven van Verhaeren. De drukker Veuve Monnom en de uitgever Edmond Deman hebben in Van Rysselberghe's werkzaamheid en ontwikkeling een bepalende rol gespeeld. Na de tentoonstellingscatalogi (1894-1917) van de 'Libre esthétique', nam de belangstelling voor de boekversiering af. De illustraties, aanvankelijk figuratief, worden na 1893 abstraherend, tussen 1896 en 99 Art-nouveaustijl. De ornamentatie wordt meer gestileerd, lineair.
Doorheen de tekst zijn talrijke citaten uit brieven aangehaald, wat levendigheid en waarachtigheid aan het betoog verleent. Hij is verlucht met afdrukken van besproken vignetten, fleurons, sierletters, omslagen en titelpagina's. Deze bijdrage, ongemeen rijk aan inhoud, biedt geen inventaris maar berust er wel op. De Nederlandse vertaling is goed, met uitzondering van een paar storende fouten zoals 'kaft' in plaats van 'omslag', 'proces-verbaal' i.p.v. 'verslag'. En waarom niet de mooie, geijkte term 'boekversiering' (i.p.v. het hybriede 'boekdesign')? [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2752
2136. - Frans VERBIEST, Een ambachtelyk handschriftje over boekbandbewerking (Antwerpen - 1844) in Heemkundig handboekje voor de Antwerpse regio (Borgerhout), 41, 1993, nr. 2, p. 1-24, facs.
Het handschriftje, 13 x 19, 5 cm., in marmerpapieren omslag, telt 14 bladen en is afkomstig uit de nagelaten papieren van Jozef van Tongerloo en Jozefina Marsboom. Jozef Vincent Mars(t)boom († 1856) heeft de 'konsten' gevonden en verzameld te Antwerpen in 1844. Hij zou voor Brepols hebben gewerkt. We treffen er recepten aan om te 'racineren, op snee te vergulden, te marmellen, om goud vernis te maeken' en andere zaken meer. De tekst is hier uitgegeven en voorzien van een nawoord. [E. C.-I.]
2137. - Pascal DE SADELEER, Les papiers de garde de Georges Lemmen in Le livre et l'estampe,39, 1993, nr. 139, p. 91-103, ill.
Hier worden voornamelijk de diverse sierpapieren besproken die Lemmen als schutbladen heeft aangewend in boeken die hij zelf grafisch verzorgde of voor uitgeverskartonnages en omslagen die hij ontwierp. Daterend uit het einde van de negentiende eeuw is thans een twaalftal papieren bekend. Ze zijn in lithografie uitgevoerd, soms met hetzelfde motief in verschillende tinten op verschillende soorten papier. De Sadeleer geeft de lijst plus afbeeldingen. Niet te vergeten bijdrage voor wie met het boek uit de Art nouveau bezig is! [E. C.-I.]
2138. - De Nottebohmzaal, boek en mecenaat. Publikatie bij de gelijknamige tentoonstelling 8 mei tot 1 augustus 1993 Stadsbibliotheek, Nottebohmzaal. - Antwerpen, Stadsbibliotheek, 1993. - 311 p.: omslag, portr., ill. ; 30 cm. - (Publikaties van de Stadsbibliotheek en het Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven ; 34-36). - BF 450.
De Antwerpse Stadsbibliotheek nam in 1883 haar intrek in het historische pand van de oude Sodaliteit der jezuïeten (1622 tot 1773). In 1936 werd er de Nottebohmzaal ingericht (die nu deels als magazijnruimte, deels als tentoonstellingsruimte dienst doet), ter ere van de Antwerpse mecenas Oscar Nottebohm (1865-1935). Na de historiek van de SB komen de belangrijke mecenen aan bod. Het derde deel van dit omvangrijke boek is het catalogusgedeelte. Ik licht hier enkel de ruim zestig handschriften en drukken uit, die met kundigheid door Maurice Bronselaer zijn beschreven en toegelicht. Uiteraard zijn er Antwerpse drukken en banden bij. Zeer informatieve publikatie. [E. C.-I.]
2139. - Casper GIJZEN, Gelieft dan maar de prys te bepalen, en my hetzelve toe te schikken. Jan Schouten (1786-1858) in De boekenwereld,9, 1992-1993, p. 133-138, ill.
Schouten was scheepsbouwmeester te Dordrecht en verdiende een vermogen dat hem in staat stelde zich zonder financiële remmingen aan het verzamelen van boeken en prenten te wijden. In 1852-1853 werd bij C. Weddepohl te Amsterdam de collectie geveild: tienduizenden prenten, 3.800 kavels boeken en meer dan 2.200 autografen en manuscripten; de categorieën 'geschiedenis' en 'letterkunde' waren het sterkst vertegenwoordigd. Er was een collectie Bilderdijkiana met 118 kavels. Schouten bezat ook het manuscript van C. Huygens' 'Hofwijck'. Onder de kopers trof men aan: Frederik Muller, Isaac Meulman, J.A. Alberdingk Thijm en Martinus Nijhoff. [W.W.]
2140. - Werner WATERSCHOOT, De Seven Sinjoren. - Wildert: de Carbolineum Pers, 1993. - 65 p.: ill., facs. ; 28 em. - BF 5.000 ; te verkrijgen bij Boris Rousseeuw, Elf Novemberstraat 22, B-2910 Wildert.
Privé uitgave op 55 exemplaren. Op verzoek van de drukker schreef W een historisch overzicht van 'De Seven Sinjoren', de eerste monografie aan de reeks en het gezelschap van de zeven stichtende leden gewijd. Tot de initiatiefnemers behoren de auteur Lode Baekelmans en de uitgever Eugène de Bock (Antwerpen). Het doel was 'fraai verzorgde uitgaven te brengen, in beperkte oplage, van zeldzame Nederlandse boeken of van werken op het gebied van letterkunde, kunst, folklore en geschiedenis', waarbij de 'vergeten' periode in de Vlaamse letteren extra aandacht zou krijgen. Henri van Straten maakte het titelvignet of uitgeversmerk. Het eerste jaar werd afgesloten in 1922. Aanvankelijk bedroeg de oplage 300 gewone en 20 luxe exemplaren, het formaat was octavo en enkele drukken werden met houtsneden geillustreerd. De Sikkel ging ook met Nederlandse collega's samenwerken. Van 1922 tot 1957 verschenen er dertig titels: rederijkersliteratuur, renaissance en humanisme, 18de eeuw; sommige tekstuitgaven zijn nog steeds niet achterhaald. Een chronologische lijst van uitgaven sluit deze originele studio af. Ze krijgt een plaats in de 'reeks' studies over het boek van de Carbolineum Pers. Jammer dat de drukker nog steeds niet in de gelegenheid is schoon- en weerdruk tot stand te brengen, de versozijden zijn voor een deel opgevuld met afbeeldingen. [E. C.-I.]
2141. - Emil van der Vekene: Bibliographie der Jahre 1961-1992. Hrsg. Guido PRESSLER. - Hürtgenwald Guido Pressler, 1993. - 122 p.: portr., facs., 25 em. - ISBN 3-87646-076-x. DM 120.
N.a.v. de zestigste verjaardag van de Luxemburgse boekhistoricus en bibliograaf Emile van der Vekene, behoeder van de 'Réserve précieuse' in de nationale bibliotheek van het Groot-Hertogdom, verscheen een bibliografie van zijn publikaties. De bekendste hieronder is allicht de bibliografie over de Inquisitie met haar nu ruim 7.000 titels. Een nawoord geeft beschouwingen ten beste over 'Problèmes et limites d'une recherche privée'. Bijzonder verzorgde publikatie met 'bibliofiele' allures. [E. C.-I.]
2142. - Jan DESCHAMPS, Handschriften van Jan Frans van de Velde in de Koninklijke Bibliotheek te Brussel in Miscellanea Martin Wittek: album de codicologie et de paléographie offert à Martin Wittek. ed. Anny Raman & E. Manning - Louvain; Paris: Peeters, 1993, p. 127-156.
Een van de paragrafen in dit artikel is gewijd aan de van aantekeningen voorziene exemplaren van de tweedelige veilingcatalogus (1833), opgesteld door P.F. De Goesin-Verhaeghe te Gent. [E. C.-I.]
2143. - Claudine LEMAIRE, La Bible de Gutenberg d'Eton Library, propriété de la comtesse Anne d'Yve de 1811 à 1814 in Gutenberg Jahrbuch,1993, p. 21-24, ill.
De Brusselse gravin Anne-Philippine-Thérèse d'Yve (1738-1814) behoort tot de eersterangs bibliofielen in de Zuidelijke Nederlanden tijdens de woelige periode van de overgang van het Ancien Régime naar een nieuwe orde. In deze bijdrage wordt de geschiedenis van haar exemplaar van de 42-regelige Bijbel uit de doeken gedaan. [E. C.-I.]
2144. -Willem ELSSCHOT, Brieven. Verzameld en toegelicht door Vic VAN DE REIJT met medewerking van Lidewijde PARIS. - Amsterdam: Em. Querido's Uitgeverij, 1993. - 1237 p.: ill. ; 19 cm. - ISBN 90-214-6150- 1. Fl. 89; BF 1780.
Publikatie van 1281 brieven en replieken naar originelen en kopieën. Aangezien een groot deel van het verspreide materiaal nog niet beschikbaar is voor wetenschappelijk onderzoek, betreft het hier een leeseditie. Alle bekende brieven van Elsschot zouden zijn opgenomen, evenals een aantal van de belangrijkste tegenbrieven (o.a. die van L.P. Boon). Afgezien van het evidente belang van deze publikatie voor de literatuurhistorie zijn ook een aantal feiten voor de geschiedenis van het boek relevant: Elsschot corrigeerde met aandacht (p. 316, 414) en ging, als zakenman, contracten met en afrekeningen van uitgevers nauwkeurig door. De uitgave biedt revelerend illustratiemateriaal: op p. 58 worden vier omslagen voor 'Een ontgoocheling' afgebeeld, waarvan één staat aan Elsschot zelf onbekend bleek te zijn. Opdrachten worden in facsimile gereproduceerd en de lotgevallen van luxe-exemplaren op veilingen (met de prijzen) meegedeeld. Het boek is uitvoerig geïndexeerd. [W.W.]
2145. - Harry G.M. PRICK, 'Het resultaat van meten en passen'. Charles Nypels' uitgave van Van Deyssels Schetsen in Maatstaf,1993, nr. 6, p. 16-28, ill.
In september 1925 nam Charles Nypels contact op met de door hem zeer bewonderde Lodewijk van Deyssel: die was in 1924 zestig jaar geworden, werd bij die gelegenheid uitvoerig gevierd en stond dus centraal in de literaire belangstelling. Nypels wenste werk van Van Deyssel bibliofiel uit te geven; de schrijver stuurde hem als mogelijke kopij ongeveer alles wat verschenen was tussen 1923 en 1925; een keuze werd gemaakt na wederzijds 'meten en passen'. Voor een portret werd een beroep gedaan op Sjoerd Hendrik de Roos, die op 9 juni 1926 een tekening aan Nypels bezorgde. Van Deyssel was er niet over te spreken (maar dat was geen verrassing: tevoren hadden, in een ander verband, portretten van de hand van W.J. Rozendaal en Lizzy Ansingh evenmin genade in zijn ogen gevonden). Het boek verscheen kort nadien als 'Schetsen' en verkocht slecht: de recensenten reageerden nauwelijks, zodat de bundel enkel een minimum aan publiciteit kreeg.
De auteur heeft gebruik kunnen maken van fotokopieën van Van Deyssels brieven uit het Charles Nypels-archief. [W.W.]
2146. - Rob VAN DE SCHOOR, 'Niet in den handel'. Voorbehouden negentiende-eeuwse letterkunde,in De boekenwereld,9, 1992-1993, p.243-256, ill.
De aanduiding 'niet in de handel' staat niet noodzakelijkerwijze gelijk met 'zeldzaam'. In de negentiende eeuw kon een particuliere uitgave zowel bij een reguliere uitgever verschijnen als in eigen beheer uitgegeven worden. Door zijn werk niet via de boekhandel te verspreiden vermeed de auteur mogelijk onvriendelijke recensenten. Ook poëzie met intiem karakter werd wel eens buiten het handelscircuit gehouden, evenals vertalingen van klassieken of grote buitenlandse schrijvers. Verzamelaars kozen voor uitgaven 'niet in de handel' als zij een beschrijving van hun letterkundige collectie wilden publiceren (b.v. A.D. Schinkel). In bijlage een nuttige lijst van 'niet in de handel'-publikaties. [W.W.]
2147. - L.G. SAALMINK, Ter vertaling aangekondigd in De boekenwereld,9, 1992-1993, p.177-192, ill.
Bij populaire auteurs kwam het voor dat meer dan één uitgever het plan opvatte om van hetzelfde werk een vertaling uit te brengen. Om hun rechten te vrijwaren adverteerden uitgevers in kranten welke boeken zij voornemens waren te vertalen. Omdat het niet doenbaar was die kranten alle bij te houden, begon de Amsterdamse boekverkoper A.B. Saakes in 1791 met de 'Naamlijst van boeken die ter vertaaling zijn aangekondigd in den jare MDCCXC'. Saakes heeft die lijst uitgegeven tot in 1800; van 1801 tot 1811 zette Johannes Tiel te Amsterdam dit initiatief verder. Ter vastlegging van het eigendomsrecht op buitenlandse werken moest de uitgever het oorspronkelijke werk aan het gemeentebestuur tonen, het voornemen te vertalen driemaal in de lokale krant aankondigen en binnen zes maanden zes afgedrukte vellen vertonen en dit ook bekend maken. In 1815 werd bepaald dat dit ook geadverteerd moest worden in de Staats-courant. Deze regeling liet ruimte voor betwistingen, zoals een conflict tussen S. Delachaux en J.C. van Kesteren aantoont. [W.W.]
2148. - Dirk AERTS en Marc SOMERS, Het bordeel van Ika Loch. De Antwerpse literaire avant-garde in de jaren twintig door. - Antwerpen: Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven, 1993. - 103 p.: ill.; 30 cm. -(Publikaties van de Stadsbibliotheek en het Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven 37). - ISSN 0774-188X. BF 150.
Deze catalogus van de historische avant-garde te Antwerpen (1916-1930, de creatieve periode van Paul van Ostaijen) munt uit door de opneming van bibliofiele en bibliografische zeldzaamheden. Niet alleen worden de markante publikaties uit die jaren beschreven, met, indien voorhanden, luxe-exemplaren naast de gewone oplage, maar ook vindt men hier de wikkel van Van Ostaijens 'Bezette Stad' (nr. 75), de folder voor Burssens' 'Verzen' (nr. 152) en het prospectus voor Brunclairs 'De monnik in het Westen' (nr. 174). Het werk van Jos Leonard uit deze jaren is afzonderlijk gerangschikt. Ook de modernistische tijdschriften 'Het Overzicht', 'De Driehoek', 'Lumière', 'ça Ira' en 'Sélection' komen uitvoerig aan bod. Veel materiaal komt uit het archief van Jozef Peeters, thans in het AMVC. [W.W.]
2149. - Revue de la presse périodique = Tijdschrift van de periodieke pers, 1893-1993: 100 jaar = ans. Edition spéciale = Speciale uitgave (Brussel) 12, 1993, nr. 19.
Genoemd tijdschrift is het orgaan van het Verbond der journalisten van de Belgische en buitenlandse periodieke pers. De substantiële bijdrage is van Stéphane Brabant: hij gaat de drievoudige oorsprong van de periodieke pers na (p. 41-94), waarbij uitvoerig aandacht wordt gewijd aan de benaming periodieke pers en de formulering van de titels van periodiek verschijnende bladen. Het geheel is rijk aan informatie en overvloedig geïllustreerd met frontpagina's van kranten. Een selectieve bibliografie en een lijst van de afbeeldingen volgen. Een wat kortere versie in het Nederlands (vert. V. Claeys) besluit de bijdrage (p. 95-113). [E. C.-I.]

Go Top
Archives et bibliothèques de Belgique - Archief- en bibliotheekwezen in België, dl. LXV (1994), nr. 1-4 pp. 239-306: nrs. 2150-2303.
KRONIEK VAN HET GEDRUKTE BOEK
IN DE NEDERLANDEN TOT 1940

-20-
Afgesloten op 1 december 1994
door
Elly COCKX-INDESTEGE (Brussel)
Pierre DELSAERDT (Leuven)
Marcus de SCHEPPER (BRUSSEL)
Werner WATERSCHOOT (Gent)
m.m.v. Jeroom MACHIELS (Gent)

Redaktieadres: E. Cockx-Indestege,
Koninklijke Bibliotheek, Keizerlaan 4,
B-1000 Brussel


Na de algemeenheden zijn de notities chronologisch gerangschikt en per thema of onderwerp (in vetjes) volgens een vast schema gegroepeerd: 1. Literatuurbericht en Vakwoordenboeken; 2. Bibliografie (methodologie en repertoria); 3. Drukmateriaal; 4. Zetten en drukken; 5. Drukkers, steden, regio's; 6. Boekillustratie; 7 Boekband; 8. Bibliotheken en Bibliofilie; 9. Boekhandel en Uitgeverij; 10. Onderwerpen.
De lezers van de Kroniek worden er aan herinnerd dat zij de redactie attent kunnen maken op recent verschenen publikaties en haar overdrukken van eigen artikelen kunnen doen toekomen. Een en ander wordt in dank aanvaard.

2150. - Bibliographie der Buch- und Bibliotheksgeschichte (BBB). Mit Nachträgen aus den Jahren 1980-1991. Bearbeitet von Horst MEYER, 1902: 12, 633 p. - ISBN 3-923526-12-1 ISSN 07233590. DM 135.
Systematisch geordende bibliografie met uitgebreide namenregisters, niet tot de Duitse regio beperkt. Band 12 is zojuist verschenen, band 11 (1991) heeft ons niet bereikt. Cf. Kroniek 16
nr. 1520.
2151. - Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis, 1, 1994. - Leiden, Nederlandse Boekhistorische Vereniging, 1994. - 228 p.: ill.; 21 cm. - ISBN 90-751-33-01-4; ISSN 13810065. Fl. 60.
In de inleiding heeft Han Brouwer het over A.C. Kruseman, de Haarlemse uitgever (+1894) die een keerpunt betekent in de ontwikkeling van het boekbedrijf, over de voortrekkers uit de jaren 50, Herman de la Fontaine Verwey en Wytze Hellinga, over de volgende generatie en wat een programma van de boekhistorici zou moeten zijn. De onlangs opgerichte Nederlandse Boekhistorische Vereniging te Leiden wenst daar wat aan te doen. 'De eerste jaargang van het Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis beoogt een staalkaart te geven van verschillende benaderingen, invalshoeken en thema's bij de hedendaagse bestudering van de bonte wereld van het boek'. Ik wil aannemen dat 'Nederlandse' op de Nederlanden betrekking heeft; echter, in de redactie zit geen enkele Zuidnederlander! Enkele van de bijdragen worden in deze Kroniek afzonderlijk besproken. [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2337
2152. - P.J. VERKRUIJSSE, Kronieken zijn ook boeken: de positie van de boekhistoricus in de historische disciplines in Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis, 1, 1994, p. 43-56; IDEM, Jedes Buch hat eine Geschichte in Editio. Internationales Jahrbuch für Editionswissenschaft,8, 1994, p. 22-38, ill.
Andermaal pleit A. voor gebruik van (de verworvenheden van) de analytische bibliografie bij elk historisch onderzoek. Aan de hand van een aantal zeventiende-eeuwse Zeeuwse kronieken wijst hij op belangrijke methodologische conclusies i.v.m. 'produktie, distributie, consumptie', m.n. over de rol van auteur, overheid (pre-censuur!), doelgroep enz. In Editio bepleit hij nogmaals de methode van partiële interne collatie, door hem ontwikkeld bij zijn onderzoek naar de Nieuwe cronyk van Zeeland van M. Smallegange (cf. Kroniek 10
nr. 662). Wie nu nog lukraak 'een' exemplaar van een oude druk hanteert, handelt onwetenschappelijk. Elke historicus hoort ook boekhistoricus te zijn! Q.e.d. [M. d. S.]
Zie ook nr. 2226
2153. - Yves T'SJOEN, Vlaanderen eert zijn schrijvers niet: over de lamentabele toestand van de editiewetenschap in Vlaanderen in Ons erfdeel,37, 1994, p.493-506, ill.
Schetst de geschiedenis (W.W. Greg e.a.) en het belang van de moderne editiewetenschap, getoetst aan Vlaamse auteurs (te beginnen met G. Gezelle). Er wordt terecht op een mankement in zake verantwoorde tekstedities gewezen. En er worden nogal wat vegen uit de pan uitgedeeld. De kritische lezers en goede tekstbezorgers die er zijn, worden echter doodgezwegen en dat is dan jammer; de titel van deze bijdrage geeft trouwens ook blijk van een gebrek aan zin voor relativiteit en nuance. [E. C.-I.]
2154 - B.P.M. DONGELMANS, De betekenis van oplage in Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis,1, 1994, p. 181-210.
Interessante beschouwingen over het begrip 'oplage'. D suggereert meer specifieke termen als deeloplage, drukoplage en titeloplage te gebruiken. Hij weidt uit over de bronnen voor oplagecijfers en toetst bekende uitspraken aan de praktijk (voor zover die dan bekend is). In bijlage is een aantal chronologisch (1566-1951) gerangschikte titels opgenomen waarvan de oplagecijfers bekend zijn. Jonge vorsers kunnen hier een stimulans vinden! [E. C.-I.]
2155 - Sierpapier & marmering: een terminologie voor het beschrijven van sierpapier en marmering als boekbandversiering. Onder auspiciën van het Belgisch-Nederlands Bandengenootschap samengesteld door Elly COCKX-INDESTEGE, Carina GREVEN, Henk PORCK, Jan STORM VAN LEEUWEN. - Den Haag: Koninklijke Bibliotheek; Brussel: Koninklijke Bibliotheek Albert I, 1994. -94 p.: omslag, 103 ill.; 30 cm. - ISBN 90-6259-117-5. BF 1000. Fl. 50.
Fundamentele bijdrage tot de beschrijving van gedecoreerd papier en marmering gebruikt als boekbandversiering: schutbladen, papieren band- en platbekledingen en omslagen, gemarmerde boeksneden. Wie (oudere) boekbanden beschrijft wordt geconfronteerd met een erg verwarrende en weinig coherente terminologie. Doel van deze publicatie is een consistente en bruikbare terminologie te presenteren die uitgaat van het (historisch gelocaliseerde en dateerbare) materiaal. Na een heldere inleiding volgt een overzichtelijk schema, waarna de termen zo nauwkeurig mogelijk worden gedefinieerd, mét vermelding van oudere benamingen of synoniemen in het Nederlands, Duits, Engels, Frans en Italiaans (met bronverwijzing naar oudere publicaties). De 'geraadpleegde literaruur' (p. 51-54) is een selectieve bibliografie over het onderwerp. Dan volgen 'registers op de gebruikte termen' (p. 55-61) voor de eerder genoemde talen. Ter illustratie volgen dan 103 (!) afbeeldingen in kleur, met een korte beschrijving en verwijzingen naar de gedefinieerde termen. Een onmisbaar naslagwerk voor elke bibliotheek met oude drukken, maar vooral voor eenieder (wetenschapper of liefhebber) die een verantwoorde boekbandbeschrijving wil maken; en natuurlijk ook voor de papierverzamelaar. [M. d. S.]
Zie ook nrs.
2906; 2156
2156. J.F. HEIJBROEK & T.C. GREVEN, Sierpapier: marmer-, brocaat- en sitspapier in Nederland. - Amsterdam: De Buitenkant, 1994. - 158 p.: omslag, ill.; 18 x 25 cm. - ISBN 90-70386-66-6. Fl. 59, 50.
Voor een gedeelte gelijklopend werd op twee fronten aan 'iets aan sierpapier' gedaan. Toen de bewerkers van de terminologie (zie
voorgaand nr.) in het laatste stadium arriveerden, werd er in het Rijksprentenkabinet te Amsterdam koortsachtig gewerkt aan een tentoonstelling; één auteur heeft aan beide initiatieven haar medewerking gegeven . Des te verwonderlijk lijkt het dat in de Amsterdamse publicatie geen gewag is gemaakt van het wezenlijke probleem dat de groep 'terminologen' jarenlang heeft beziggehouden en thans tot een (voorlopig) eindresultaat heeft gebracht. Zonder adequate termen is immers geen zinnige bladzijde te schrijven over wat men precies bedoelt. De termen worden in de Amsterdamse publicatie doorgaans wel gehanteerd, niet altijd evenwel op een consequente wijze (en waarom brocaat i.p.v. brokaat?). Onderhavige publicatie is géén catalogus, wel een informatief, boeiend geschreven historisch gericht overzicht van sierpapier in Nederlandse collecties. Zoals het voor het behandelde onderwerp hoort, is het boek overvloedig en met heel wat kleurreprodukties geïllustreerd.
Sierpapier is hoofdzakelijk gebruikt als onderdeel van het hoek (of de brochure), maar kan ook voor andere doeleinden zijn aangewend, zoals het voeren van kistjes en portefeuilles, het overtrekken van dozen en kokers. De monsterboeken vormen in deze papiertak vanzelfsprekend een essentieel en aantrekkelijk iets. Van al deze voorwerpen waren voorbeelden op de bijzonder fraaie tentoonstelling te zien (van 5 november 1994 tot 12 februari 1995).
Een wezenlijke bijdrage vormt het supplement op de inventaris van de brokaat- en bronsvernispapieren in A. Haemmerle's Buntpapier (München 19772): 174 nummers, geordend op naam van de sierpapiermaker, met plaats en datering van diens activiteit, het patroonnummer van het betrokken vel, het adres in de rand van het blad en de bewaarplaats. Indien er een vindplaats in Nederland is, werden geen andere opgegeven, ook al waren die collecties door de auteurs bezocht.
Wel beschouwd is dit boek een waardige bijdrage, in het Nederlands, tot de kennis van het sierpapier. De hele uitvoering verdient ook alle lof, wat wij van De Buitenkant inmiddels gewend zijn. Volhouden dus! [E. C.-I.]
2157 - Jean-Luc BALLE & Jacques COFFIN, Wording van een boekband. M.m.v. Elly COCKX-INDESTEGE en Paul CULOT. Tentoonstelling van 1 juli tot 10 september 1994. - Brussel: Koninklijke Bibliotheek Albert I, 1994. - 79 p.: ill.; 24 cm. - (Dossier Koninklijke Bibliotheek; B 85). - ISBN 60-6637-050-5. BF 250. Bestaat ook in het Frans onder de titel Naissance d'une reliure.
De laatste bladzijden in de catalogus zijn in beslag genomen door de beschrijving van achttien banden en dertien fragmenten (platten, beslag), alle in de Koninklijke Bibliotheek bewaard, ter illustratie van deze tentoonstelling waar expliciet aan de techniek van de boekband aandacht is besteed. [A]
2158 - Jaarboek van het Nederlands Genootschap van bibliofielen 1993. - Amsterdam: De Buitenkant, 1994. - 97 p.: ill.; 22 cm. - ISBN 90-70386-63-1. Fl. 38.50.
De idee een bibliofielengenootschap in Nederland op te richten, ontstond gelijktijdig bij een bibliothecaris, een antiquaar en een bibliofiel. Tot op vandaag zijn er al vergaderingen geweest, lezingen, uitstappen met bezoeken en een tentoonstelling ('Verzameld verlangen'; cf. Kroniek 19
nr. 2039). In dit eerste jaarboek zijn opgenomen het eerste jaarverslag en verder vier opstellen, die elders aan de orde komen. Alleen weze hier kort vermeld de bijdrage van Ferenc Postma, 'Op zoek naar Franeker academisch drukwerk: impressies van een drietal studiereizen naar Roemenië (1991-1993)' (p. 27-47); er is een heel nuttige lijst bij van bibliotheekadressen en literatuur. De publicatie van dit eerste jaarboek is zeer verzorgd en smaakvol: papier, letter, vormgeving, linnen band. Hiervoor tekent De Buitenkant. [E.C.I.]
Zie ook nr. 2311
2159 - Bob DE GRAAF, Wat te verzamelen? 5: Boeken over boeken in De boekenwereld,10, 1993-1994, p. 171-179, ill.
Aardig stukje over nog steeds onmisbare bronnen: oude bibliografieën m.b.t. de Nederlanden. De auteur heeft, terecht, een zwak voor minder bekende figuren als A. Pars en Th.J. ab Almeloveen (cf. Kroniek 15
nr. 1453). [M. d. S.]
2160 - Annie GRZESKOWIAK, Catalogue des livres édités avant 1800 conserves à la bibliothèque des Archives générales du Royaume. - Brussel = Bruxelles: Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de provinciën = Archives générales du Royaume et Archives de l'Etat dans les provinces, 1994. -282 p. omslag; 29 cm. - (Toegangen in beperkte oplage = Instruments de recherche à tirage limité, 7). BF 300.
In tegenstelling tot wat de titel laat vermoeden bevat deze catalogus enkel (een deel van) de oude drukken bewaard in de algemene bibliotheek van het Algemeen Rijksarchief, en dus niet de exemplaren aanwezig in de oude archieffondsen zelf (bv. overheidspublicaties, gelegenheidsgedichten in universitaire of familiearchieven etc.). Het Nederlandse equivalent van 'Instruments de recherche' heet hier 'Toegangen' (sic). We hebben bovendien zeer sterk de indruk dat deze catalogus maar een voorlopige versie is. Wie de on-line catalogus (VUBIS) raadpleegt, vindt al snel tientallen titels die hier ontbreken... De collectie is dus veel rijker en groeit nog flink aan ook! De beschrijvingen zijn gebeurd volgens ISBDA (min of meer...: de door Archief- en bibliotheekwezen zelf uitgegeven Handleiding voor het beschrijven van oude en bijzondere drukken - bestaat ook in het Frans - is niet gebruikt). Ze zijn alfabetisch op titel geordend. Daarna (p. 205-282) volgt, in een kleinere letter, een verkorte beschrijving gerangschikt volgens auteursnaam; waarom niet gewoon een auteursregister'? Evenwel, de onmisbare drukkers- en uitgeversregisters ontbreken, evenals enige (zelfs summiere) exemplaarkenmerken (band, herkomsten, volledigheid). Hoeft het nog gezegd dat collaties ontbreken (als die al zijn gemaakt ... ).
Wie de bibliotheek gebruikt om teksten en documenten te vinden geraakt wellicht een heel eind. De boekhistoricus zal echter, behoorlijk gefrustreerd, menigmaal de wenkbrauwen fronsen. Dat begint al bij de titelpagina (het jaar '1800' zelf hoort ook nog bij de achttiende eeuw en bij de gebruikelijke periodisering van het gedrukte boek) en bij n.1 van de 'Introduction' (p. 4) waar zonder blozen wordt beweerd dat 'l'époque artisanale correspond à l'apparition de l'imprimerie vers 1500 (sic!) à 1800 (!)' - incunabelen waren in 1500 waarschijnlijk nog niet in de wieg beland... De boeken staan ook letterlijk volgens titel: de samensteller blijkt zelfs geen Nederlandse lidwoorden te kennen, getuige p. 58-60 (van 'Den bekeereden zondaer ( ... )' tot 'Den volmaekten wynsteker', gevolgd door 'Denluyster ende glorie ( ... )!!!). 'Les délices (..)' staan dan weer wel keurig voor 'Deliciae ( ... )'. Begrijpe wie (Nederlands) kan! (De lange s wordt, in diezelfde taal, ook al eens verward met de f; zie p. 59). Maar het zijn helaas niet de enige leesfouten. Boeken zonder titel staan onder 'Sans titre'.
De 'catalogus' voldoet in vrijwel geen enkel opzicht aan de verwachtingen van de boekhistoricus; toch bevat de verzameling op zich veel zeldzame drukken als gelegenheidsgedichten, veilingcatalogi (waaronder twee Brusselse uit 1654 en 1656), liedboeken (als Chansons ( ... ) des francs-Maçons,1737), jesuitica, heiligenlevens, almanakken (als Den Dordrechtsen Wacht-Almanack 1753) en vooral (uiteraard) vaderlandse geschiedenis en rechtsgebruiken (Costumen e.d.). Vele exemplaren uit de periode 1541-1600 zijn niet vermeld in de Belgica Typographica,en, als de beschrijving klopt, dan is Dictionariolum puerorum (Antwerpiae: Verwithagen, 1554) niet alleen een aanvulling daarop, maar wellicht ook op bv. F. Claes' Lijst van woordenboeken ( ... ). Het blijft ondertussen, helaas, nog wachten op de echte en volledige catalogus (à la Machiels bv.) die deze belangrijke historische collectie ten volle verdient. [M. d. S.]
2161 - J. MACHIELS, De boekdrukkunst te Gent tot 1560. - Gent: Universiteit, 1994. - A7, 302 p.: omslag, ill.; 30 cm. - (Bijdragen tot de bibliotheekwetenschap; 7). BF 1000.
Voortbouwend op Ferdinand van der Haeghen en op zijn eigen werk heeft collega Machiels tussen de hem opgelegde taken door dit boek op de valreep in het licht gegeven. Op de valreep, want gedwongen tot 'vervroegd uittreden' en dus een geschenk met een bittere nasmaak. De oorspronkelijke einddatum, 1600, is niet gehaald. In de Inleiding zegt de auteur zelf dat deze bibliografie niet zoveel nieuws brengt; hij heeft zeer duidelijk de nadruk willen leggen op het typologisch onderzoek. Hier moeten wij dan ook de vernieuwende inbreng van dit boek zien. Achtereenvolgens worden behandeld Arend de Keysere, aan wie M in 1973 een monografie heeft gewijd, de boekhandelaars in het begin van de 16de eeuw die te Parijs lieten drukken, de Gentse boekbinders tijdens de eerste helft van de eeuw, tenslotte de drukkers, in chronologische orde. Er is een register en een lijst van afbeeldingen.
De 'opmaak' doet algemeen prangende vragen rijzen in verband met kopijvoorbereiding, vormgeving, drukken, uitgeven. Ook wanneer met bescheiden middelen een uitvoering in huis moet geschieden, kan dit beter. Dat dit niet wordt ingezien, is te betreuren. [E. C.-I.]
2162 - D. DEMUYNCK, C. COPPENS, J. TOLLENEER, Kostbaar in Kortrijk: catalogus van oude drukken. - Leuven: Universitaire Pers, 1994. - 174 p. front, , ill.; 24 cm. ISBN 90-6186-6022. BF 495.
Nog geen dertig jaar geleden ontstond de Kortrijkse tak van de Leuvense Universiteit, bekend als de 'Campus Kortrijk', en met haar de bibliotheek. Die is inmiddels al aan haar vierde bibliothecaris toe. Een zo jonge bibliotheek heeft uit de aard der zaak geen historisch gegroeide collectie oude drukken. Mijn hoofdbedenking bij deze publicatie is dan ook of deze heterogene collectie van om en bij de 550 drukken in de traditionele boekvorm moest worden bekend gemaakt, daar waar alle titels in het LIBIS-netwerk van de KU Leuven zijn opgenomen. Want zo'n grote kostbaarheden zitten er niet in. Bij de lectuur van woord vooraf en inleiding kan ik mij niet ontdoen van de indruk dat de auteurs dit ergens hebben aangevoeld.
De titelbeschrijving is - zo is aan te nemen - volgens de regels die Leuven hanteert ??, gebeurd: de ISBD(A). Waarom in het collatieveld het formaat voorop is geplaatst, is niet meegedeeld. 'De tijdslimiet van 1830... [is] een jaartal dat gebruikelijk is in de Belgische context': voor zover mij bekend heeft de Belgische Omwenteling geen invloed gehad op het maken van boeken. Wel als tijdslimiet te hanteren is de wijze waarop het papier en bijgevolg het boek is gefabriceerd, die datum ligt tussen 1799 en 1840 ongeveer. In enkele gevallen is de katernsignering opgegeven; waarom daar en niet elders? Na de collatie is de aanwezigheid van een drukkersmerk en zijn de opdrachten vermeld (en gelukkig in een register ontstoten). Na titel- en collatieveld volgen de eigendomsmerken en herkomstgegevens en tenslotte het LIBISnummer (met welk doel?) en het boeknummer. Het boek is goed voorzien van registers: behalve het reeds genoemde, een namenregister, een trefwoordenregister, een op drukkers en uitgevers en een op de eigendomsmerken. Een chronologisch register had hier goede diensten kunnen bewijzen. Een paar kleine opmerkingen: onder nr. 218 wordt een boek beschreven uitgegeven 'chez Crapart, Caille et Ravier' dit is een vennootschap die als zodanig niet in het register is opgenomen, p. 160 s.v. poëzie, lees 'Engels' en onder 'Latijn' wordt ten onrechte naar Plinius verwezen; p. 163 s.v. Aalst is als Sacré te lezen. [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2238
2163 - Henri VANHULST, De Antwerpse Lassusdrukken 1555-1629 in Orlandus Lassus en Antwerpen 1554-1556. (Tentoonstelling) Antwerpen, Museum Vleeshuis 20 augustus - 27 november 1994. - Antwerpen: Stad Antwerpen, 1994, p. 67-74, ill. BF 350.
Kort maar lezenswaardig stuk over de moeilijke doorbraak van Lassus' werk in de Antwerpse drukkerswereld en de gewijzigde situatie na Lassus' vertrek naar Munchen waardoor de componist met andere drukkers/uitgevers in contact komt. Zijn steeds groeiende bekendheid in het buitenland - ook in Frankrijk en Italië - doet bij Lassus de gedachte opkomen over wat wij nu auteursrecht noemen. [E. C.-I.]
2164. - Jean-Luc MEULEMEESTER (samenst.), Hoogtepunten van de Brugse boekdrukkunst in Vlaanderen,43, 1994, nr. 4, p. 113-158, ill.
Deze bundeling van artikels, zeer ongelijk in waarde, is bedoeld als een vlot leesbare samenvatting van de stand van het onderzoek over de geschiedenis van de Brugse typografie, van het prille begin tot en met de twintigste eeuw. Willy Le Loup schrijft over de technische en materiële aspecten van het Brugse drukwerk in de loop der tijden. Noël Geirnaert geeft een overzicht van het Brugse boekbedrijf in de late middeleeuwen. Marc Goetinck belicht drie grote namen: William Caxton, Colard Mansion en Jan Brito. In de zestiende eeuw verloor Brugge zijn statuut van typografisch centrum en viel het terug op het lokale niveau. Deze terugval wordt beschreven en verklaard door Ludo Vandamme. Jean-Luc Meulemeester laat enkele zeventiende-eeuwse Brugse drukkers de revue passeren: ze bereikten met moeite een middelmatig niveau. In de hele achttiende eeuw schommelde het aantal Brugse drukkerijen rond de tien. Andries van den Abeele laat zich vooral in met de meest actieve. De negentiende en de twintigste eeuw komen aan bod in de bijdragen van resp. Jan D'hondt en Fernand Bonneure. [P.D.]
2165 - Barbara HAGGH, Reconstructing the plainchant repertory of Brussels and its chronology in Musicology and archival research = Musicologie et recherches en archives = Musicologie en archiefonderzoek. Ed. Barbara HAGGH, Frank DAELEMANS, André VANRIE. Colloquium Proceedings Brussels 22-23.4.1993. - Brussels, 1994, p. 177-213, ill. - (Archives et bibliothèques de Belgique = Archief- en bibliotheekwezen in België; extranummer 46).
Alle bronnen moeten aangeboord worden om liturgische boeken met Gregoriaanse zang op het spoor te komen. Behalve de (geschreven) archiefbronnen zijn er de bibliotheken waar vooral fragmenten vaak verborgen zitten. In appendix 1 geeft H een lijst van gedrukte liturgica van of voor Brussel, aangetroffen in de collectie van de libri liturgici in de bibliotheek van de Bollandisten te Brussel. De meeste hiervan zijn Brusselse drukken van de 17de tot de 19de eeuw. [E. C.-I.]
Zie ook nrs.
2207; 2208; 2210
2166 - Frans CLAES, De Leuvense drukkersfamilie De Zangere (16de-18de eeuw) in De Gulden Passer,70, 1992, p. 117-128. IDEM, Uit welk Tielt kwam de Leuvense drukker Peter de Zangere (1559-1610) ? in De Leiegouw,35, 1993, nr. 1, p. 83-85.
In een achttiende-eeuws handschrift uit het onvolprezen Fonds Vingeroedt van het Leuvens Universiteitsarchief vond Frans Claes genealogische gegevens over het drukkersgeslacht De Zangere (ook: Zangers, de Zangré, Sangrius en enkele andere varianten). Na controle ervan in de Leuvense parochieregisters biedt hij ons in De Gulden Passer een geannoteerde stamboom, die begint bij Petrus I (+ 1610) en eindigt bij Carolus Thomas (actief tot 1809). In het artikel in De Leiegouw gaat hij wat dieper in op de geboorteplaats van de eerste De Zangere, Petrus I, die zich in zijn Latijnse drukken ook 'Tiletanus' (van Tielt) noemde. Het dorp in kwestie is volgens Claes niet Onze-Lieve-Vrouw-Tielt in Brabant, maar het Westvlaamse Tielt. Wie enigszins vertrouwd is met de genealogische problemen die door drukkersgeslachten van deze omvang worden gesteld, is dankbaar voor de helderheid die de auteur in dit imbroglio brengt, ook al is hiermee niet het laatste woord over de familie De Zangere verteld. [P.D.]
2167- Alfons K.L. THIJS, Antwerpen, internationaal uitgeverscentrum van devotieprenten 17de-18de eeuw. - Leuven: Peeters, 1993. - XVII, 163 p.: ill.; 24 cm. (Miscellanea Neerlandica; 7). - ISBN 90-6831-505-6. BF 1650.
Omdat deze publicatie uitermate belangrijk is op het specifieke domein van de devotieprent, wordt zij in deze Kroniek, zij het kort, vermeld. De produktie van devotieprenten heeft weinig te maken met het boek, behalve dan dat we - althans voor een deel - dezelfde graveurs en uitgevers in de boekillustratie ontmoeten. Wij vinden ze trouwens terug in het Sint-Lucasgilde (de Collaerts, Pieter de Jode, Karel de Mallery, de Galle's, de Wierixen, e.a.). De auteur is de rol nagegaan die dit type prent in de godsdienststrijd heeft gespeeld: op wiens initiatief en met welke intenties werden de devotieprenten gemaakt, met welke produktiemethoden werden ze tot stand gebracht. Informatie over graveurs en uitgevers, verkopers en gebruikers, is goeddeels uit archiefonderzoek naar boven gekomen, i.c. in Antwerpse archiefdepots. Uit de ongeveer negentig afbeeldingen die de studie illustreren, valt op te maken dat de prenten met tekst in boekdruk eerder tot de zeldzaamheden behoren; bijhorende attesten waren ook gezet. Doorgaans is de tekst op de prent gegraveerd in de plaat. Het overgrote gedeelte zijn immers burijngravures. Zij zijn in het bekende kleine formaat uitgevoerd om in mis- en gebedenboeken te leggen maar er zijn ook wandprenten bij zoals ze ons reeds van in de 15de eeuw bekend zijn. Er werd gedrukt op papier, maar ook op perkament, zijde en satijn. Soms werden de prenten door afzetters ingekleurd of met textielfragmenten bekleed. Het blijft evenwel uitzonderlijk dat een boekdrukker als uitgever van gegraveerde devotieprenten optrad. Dat in de 19de eeuw tenslotte de burijngravure moest wijken voor de lithografie, is te wijten aan het falen van de Antwerpse uitgevers om aan een na de Restauratie plots opgekomen enorme vraag naar devotieprenten te voldoen. De reeks waarin dit boek verscheen, is inmiddels een vaste waarde geworden in onze uitgeverij. Naar aanleiding van de publicatie van dit boek was in de UFSIA-Bibliotheek te Antwerpen een tentoonstelling ingericht. [E. C.-I.]
2168 - Eenheid op Papier. De Nederlanden in kaart van Keizer Karel tot Willem I. Onder redactie van Jan ROEGIERS en Bart VAN DER HERTEN. - Leuven Davidsfonds, 1994. - 134 p.: W.; 24cm. - (Historische reeks/Davidsfonds; 11). - ISBN 906152-869-0. BF 495.
Jan ROEGIERS & H.A.M. VAN DER HEIJDEN, Eenheid op papier. De Nederlanden in kaart van Keizer Karel tot Willem I. [Catalogus van de tentoonstelling te Leuven, Kerk van Onze-Lieve-Vrouwter-Predikheren, 5 oktober-4 december 1994]. - Alphen aan de Rijn: Canaletto, 1994. - VI, 125 p. ill.; 30 cm. - ISBN 90-6469-691-8. BF 500.
Bij de originele en prestigieuze, elders uitvoerig besproken tentoonstelling over cartografische voorstellingen van de 'volledige' Nederlanden verschenen twee publicaties: een historische synthese met achtergrondliteratuur en de eigenlijke catalogus met beschrijving van alle geëxposeerde stukken.
Van de synthese is voornamelijk hoofdstuk II van deel II ('De XVII Provinciën versierd', ) van belang voor onze Kroniek, omdat er wordt ingegaan op de esthetische en symbolische waarde van de kaarten van de Nederlanden. Achtereenvolgens worden behandeld: de cartouches, de decoraties op het kaartveld en de versiering van de kaartrand. Er worden geen nieuwe bevindingen medegedeeld. Het gaat om goede wetenschappelijke vulgarisatie met fraaie illustraties, al vind ik de toon iets te didactisch en mis ik een precieze bibliografische verwijzing wanneer andere studies worden geciteerd; een lijst met alle gereproduceerde kaarten en kaartfragmenten zou ook op haar plaats zijn geweest.
In de catalogus wordt het tentoongestelde materiaal uiteraard van dichterbij gevolgd. Hier valt wél veel nieuws te rapen, ook voor boekhistorici, al is het maar door de vele kaarten uit privécollecties die gereproduceerd en besproken worden. Bovendien leverde het voorbereidend onderzoek voor deze tentoonstelling ook nieuwe inzichten op. Zo blijkt dat Mercator het drukkersmerk van de Leuvense drukker Bartholomeus Gravius zou hebben ontworpen en uitgevoerd. Overigens werd de rol van de Leuvense universiteit als bakermat van de Nederlandse cartografie in de tentoonstelling sterk benadrukt. Tegenover de kwaliteit van de catalogusteksten staat jammer genoeg geen evenwaardige vormgeving: het papier is dat van een - niet eens luxueus - tijdschrift, en de reprodukties zijn weinig aantrekkelijk. Ook hier ontbreekt een lijst van gereproduceerde kaarten, en moet de lezer het zelfs stellen zonder elementair register. De schrijvers en de kaarten hadden op dat vlak ongetwijfeld beter verdiend. [P.D.]
2169 - Raf VAN LAERE, Gesigneerde ornamenten en aanverwante houtsneden in Luikse drukken uit de 17de en 18de eeuw in De Gulden Passer,70, 1992, p. 129-212, ill.
In de congresbundel Ornementation typographique et bibliographie historique (cf. Kroniek 15
nr. 1317) werd een methodologie aangereikt voor de beschrijving en classificering van typografische ornamenten. Een globaal bestand van alle versierde initialen, gebruikt door grote, nader af te bakenen groepen drukkers werd in het vooruitzicht gesteld. Zo moet het mogelijk zijn om een inzicht te krijgen in de plaats en periode van oorsprong van reeksen initialen en om de weg ervan te volgen doorheen de verschillende drukkersateliers. Een ernstig probleem bij dit onderzoek is echter dat het moet gebeuren door specialisten, wat de snelle vordering van de werkzaamheden verhindert: sierinitialen werden slechts bij hoge uitzondering gesigneerd.
R. Van Laere stelt daarom voor om zich niet zozeer op sierinitialen te concentreren, maar veeleer op de houtsneden die gebruikt werden als ornamenten en vignetten. Die zijn vaak wél gesigneerd met een monogram of met initialen. Het opnemen van dergelijke signaturen vergt veel minder specialistische vakkennis, wat toelaat de immense hoeveelheid voorhanden materiaal op een relatief eenvoudige wijze te structureren.
De auteur heeft dit gedaan voor een duizendtal Luikse drukken uit de 17de en de 18de eeuw. In dit artikel rapporteert hij over de teruggevonden monogrammen en initialen. Dat De Gulden Passer veel ruimte heeft vrijgemaakt voor kwaliteitsvolle reprodukties van de ornamenten, strekt het tijdschrift tot eer [P.D.]
Zie ook nr. 2876
2170. - Jan STORM VAN LEEUWEN, Boekbindersstempels in Vouwbeen,5, 1994, p. 152-158, ill.
In dit tweemaandelijks tijdschrift voor vrijetijds boekbinders in agendaformaat, uitgegeven door J.A. van der Hoeven te 1073 KD Amsterdam, is dit artikel het eerste in een serie die SVL, op verzoek van de redactie, over het onderwerp wil schrijven. Deze eerste aflevering handelt over de granaatappel, wel bekend motief vanaf de 16de eeuw dat tot laat in de 19de eeuw nawerkt. Ook voor de boekbandhistoricus plezierig om het allemaal netjes op een rij voorgeschoteld te krijgen! [E.C.I.]
Zie ook nr.
2319
2171 - H. DE LA FONTAINE VERWEY, De verdwenen antiquaar, en andere. Herinneringen van een bibliothecaris. [Bezorgd door A.R.A. CROISET VAN UCHELEN en J.F. HEIJBROEK]. Amsterdam: De Buitenkant, 1993. - 219 p. ill.; 23 cm. - ISBN 90-70386-593. Fl. 47, 50.
Van 1985 tot 1993 publiceerde Herman de la Fontaine Verwey (1903-1989) in De Boekenwereld een twintigtal 'Herinneringen van een bibliothecaris' (cf. o.a Kroniek 14
nrs. 1281 en 1284). Deze prettig leesbare en informatieve stukjes verdienden terecht een bundeling. Aangevuld met drie andere autobiografische stukken over de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek (uit 1980 en 1985 - cf. o.a. Kroniek 12 nr. 918) verkrijgen ze thans een nog ruimere verspreiding in boekvorm - fraai vormgegeven door Huib van Krimpen. Enkele verwijzingen naar recentere publicaties werden terecht toegevoegd. Een occasionele 'slip of the pen' is blijven staan op p. 21 ('Hanna Stouten'). Jammer genoeg zijn hier en daar enige fouten ingeslopen t.o.v. de tijdschriftversie: zo leefde de schilder Alexander Schaepkens van 1815 tot 1899 en niet van '1915-99' (p. 13), en ontmoette Peiresc Hugo de Groot reeds in 1603 i.p.v. 1630 (p. 110). Een naamregister had de rijke inhoud nog beter kunnen ontsluiten. Onbegrijpelijk is dat de chronologische bibliografie van Verwey door Kees Gnirrep, eerder gepubliceerd in Quaerendo (cf. Kroniek 18 nr. 1829), hier is herdrukt met weglating van alle registers... Daar heeft dan wel niemand baat bij! Bibliografen zij erop gewezen dat het aantal (en ook de keuze?) van de illustraties sterk verschilt van dat in de tijdschriftversie... Wie alle informatie over een door Verwey behandeld onderwerp wenst te consulteren moet dus beide versies vergelijken - een leerrijke en overigens uiterst aangename bezigheid... [M. d. S.]
2172 - Pierre N.G. PESCH, Aanvullingen op... H. W. de Kooker en B. van Selm, Boekcultuur in de Lage Landen 1500-1800 in Dokumentaal,23, 1994, p. 26.
Cf. Kroniek, 19
nr. 2036. Twee nieuwe namen voor de lijst van privé-bibliotheken: Huybert van Buchell (1513 -1599) en Philippus Rovenius (1574 -1651).-[P.D.]
2173 - Paul HOFTIJZER, Nederlandse boekverkopersprivileges in de zeventiende en achttiende eeuw in Jaarboek van het Nederlands Genootschap van bibliofielen 1993,1994, p. 49-62, ill.
Op een geschat aantal van 300.000 tijdens de periode 1601-1800 in de Republiek gedrukte werken, verschenen er slechts enkele duizenden met een octrooi of privilege. Een enkel procent dus, heel ver verwijderd van de enorme aantallen octrooien in bv. Frankrijk. Het betreft echter wel de top van de Nederlandse boekproduktie: succesvolle of kostbare uitgaven, die de uitgevers voor langere tijd wilden beschermen tegen nadruk. Onderzoek hiernaar is mogelijk dankzij de serie privilegieregisters bewaard op het Algemeen Rijksarchief in Den Haag. In dit artikel geeft de auteur reeds een kort overzicht van aard en evolutie van privileges in de Nederlanden en belicht hij o.m. de procedure, evenals verwante aspecten als censuur en auteursrecht. [M. d. S.]
2174 - C.C. DE BRUIN, De Statenbijbel en zijn voorgangers: Nederlandse Bijbelvertalingen vanaf de Reformatie tot 1637. Bewerkt door F.G.M. BROEYER. - Haarlem: Nederlands Bijbelgenootschap; Brussel: Belgisch Bijbelgenootschap, 1993. - 367 p.: portr., ill.; 25 cm. - ISBN 906126-913-X geb. Fl. 59, 50; BF 1190.
In 1937 verscheen het standaardwerk met de gelijknamige hoofdtitel. Tot een volledige herziening is De Bruin zelf nooit kunnen komen. In overleg met hem heeft Broeyer het tweede stuk herzien en bijgewerkt, vanaf het begin van de hervorming tot 1637. Als inleiding is een overzicht geboden vanaf de Vulgaat tot aan de vroegste drukken van de Bijbel; de laatste in deze rij is de Bibel int corte (Antwerpen 1513, 1516). Uitgebreide literatuuropgave en register. [E. C.-I.]
2175 - John DURKAN, Bibliography of George Buchanan. 'Poeta sui saeculi facile princeps'. With the assistance of Moira J. Mc KEEMAN & Helen CUMMINGS. - Glasgow: University Library, 1994. - xxviii + 263 p. ill.; 30 cm.. - (Glasgow University Library Studies). - ISBN 0-85261-432-2. £ 40.
Schotlands grootste humanist George Buchanan (1506-1582) bracht zijn vruchtbaarste. jaren door in Frankrijk (leraar van Montaigne te Bordeaux, Pleiade-dichter te Parijs) en Portugal (Coimbra). Hij vestigde zijn roem met bijbelse spelen (Jephthes, Baptistes),maar vooral met zijn psalmbewerkingen (Psalmorum Davidis paraphrasis poetica). Terug in zijn vaderland voltooide hij zijn Rerum Scoticarum historia. Naast vele edities van zijn Poemata,kenden ook zijn Opera omnia succes (Edinburgh 1714-15 en Leiden 1725). John Durkan beschreef niet minder dan 273 uitgaven verschenen in de periode 1533-1725. Van elke editie wordt de titelpagina afgebeeld, gevolgd door: collatie, inhoud, evt. commentaar, vindplaatsen. Een gedegen werkstuk, dat echter de gebruiker af en toe in de kou laat: geen bibliotheeksignaturen, geen exemplaarkenmerken (afgezien van een occasionele 'provenance'). Onbegrijpelijk is het ontbreken van enig register op drukkers-uitgevers (en plaatsen), secundaire auteurs etc.
In de Nederlanden werd Buchanan veertig maal uitgegeven te Amsterdam, Antwerpen, Leiden, Leuven en Utrecht. Durkan brengt een belangrijke correctie aan op Voets beschrijving van Plantijns editie 1567 van Paraphrasis psalmorum Davidis poetica (Plantin Press 844): er verschenen twee uitgaven in dat jaar! Te vermelden valt ook dat J.L. Vives' De ratione studii puerilis werd opgenomen achter Buchanans Latijnse vertaling van Thomas Linacres Rudimenta grammatices (29 edities 1533-1559!). [M. d. S.]
2176. - Fons van BUUREN, Levenslessen van Cato: het verhaal van een schoolboek. - Amsterdam: De Buitenkant, 1994. - 37 p.: omslag, W.; 22 cm. ISBN 90-70386-64-X. Fl. 18, 50.
Derde Van Selm-lezing, op 5 september 1994 te Leiden uitgesproken. Informatief maar niet erg onderhoudend en samenhangend, is dit geen schoolvoorbeeld van een goed gestructureerde tekst! Met de Dicta (of Disticha) Catonis,of onder welke titel ze verder ook mogen zijn verschenen, is vrijwel elke catalograaf in aanraking gekomen (en er niet meteen uitgeraakt!) Daarom zouden enkele bibliografische 'stapstenen' in de publicatie niet misstaan hebben. Hoewel bijkomstig, zijn de afbeeldingen van zeer middelmatige kwaliteit. [E. C.-I.]
2177. - Miscellanea Gentiana. Een bundel opstellen aangeboden aan J.J.M. van Gent bij zijn afscheid als bibliothecaris der Rijksuniversiteit Leiden. Red. C. BERKVENS-STEVELINCK, A. Th. BOUWMAN. - Leiden: E.J. Brill [etc.], 1993. xxiii, 318 p.: ill.; 25 cm. - ISBN 90-74204-04-X. Fl. 62, 50.
Jacques van Gent (°1932) was o.m. bibliothecaris van de Provinciale Bibliotheek van Friesland (Leeuwarden). In 1984 werd hij bibliothecaris van de Rijksuniversiteit Leiden. Uit de biografische schets door R.L. SCHUURSMA en de 'Bibliografie' (1965-1993) blijken zijn wetenschappelijke interesses: catalogisering, bibliotheekmanagement, Friesland, de (Maatschappij der) Nederlandse letterkunde. Al deze aspecten en nog veel meer komen aan bod in deze uiterst gevarieerde afscheidsbundel. Naast de elders besproken artikels op het domein van deze Kroniek (nrs.
2192, 2252, 2289), worden hier exempli gratia vermeld bijdragen over handschriften (A.Th. BOUWMAN 'Alewijns aantekeningen over de Esopet',G.H.M. POSTHUMUS MEYES 'Het Sypesteyn-handschrift te Leiden: BPL 2899' - een belangrijke collectie brieven van/aan C. Barlaeus, H. Grotius, D. en N. Heinsius etc.), Bibliotheekautomatisering (A.J.M. LINMANS 'Boek en informatietechnologie: van bublos tot bits'), Friesland (M.H.H. ENGELS 'Saeckma: van student tot curator van de Franeker academie', P.F.J. OBBEMA 'Tussen Holland en Friesland: het Oera Linda Boek opnieuw gewogen'), poëzie (H. HEESTERMANS 'Van Dale en de poëzie', Anton KORTEWEG 'Het oog van de dichter: drie schilderijgedichten en hun verborgen bron') en de Maatschappij (L.L. VAN MARIS 'De eerste Werken van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde'). Het boek is keurig gedrukt en gebonden. Een register ontbreekt (m.u.v. een op BPL 2899). [M. d. S.]
Zie ook nrs. 2192; 2252; 2289
2178 - Louis Peter GRIJP, Van geuzenlied tot Gedenck-clanck. Eerste deel: Het geuzenliedboek in de Gouden Eeuw in De Zeventiende Eeuw, 10, 1994, p. 118-132, ill.
Het is lang stil geweest rond het geuzenlied en de geuzenliedboeken. L.P. Grijp heeft thans oog voor enkele minder onderzochte aspecten: actualiteit, chronologisch concept, verwante liedboeken, doelwit en doelgroep. Als Appendix (p. 130) geeft hij een handig 'Overzicht van bewaard gebleven uitgaven van het geuzenliedboek, met de letteraanduidingen van Kuiper en Leendertz'. [M. d. S.]
Zie ook nr.
2340
2179 - Van hout tot steen: de assimilatie van Hollandse wetenschap in het Japan van voor 1853 in een tentoonstelling van Japanse boeken in de Leidse Universiteitsbibliotheek. Catalogus bij een tentoonstelling in de Leidse Universiteitsbibliotheek van 27 oktober tot 20 november 1994. Samengest. door Hans VAN DE VELDE. Met een bijdrage van Jan Just WITTKAM. - Leiden: Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 1994. - 64 p.: in.; 21 cm. - (Kleine publicaties van de Leidse Universiteitsbibliotheek; 17).
Van 1640 tot 1853 verliepen Japanse contacten met de Europese wetenschap haast uitsluitend via Nederlandse bronnen. In Japan werden dan ook bv. Nederlandse woordenboeken en grammatica's gedrukt. Een selectie uit de unieke Leidse collecties wordt in deze catalogus kort beschreven en getoond. [M. d. S.]
2180 - Geschiedenis van de loterijen in de Zuidelijke Nederlanden (15de eeuw-1934) = Histoire des loteries dans les Pays-Bas meridionaux (Xve siècle-1934). Dossier bij de gelijknamige tentoonstelling in het Algemeen Rijksarchief Brussel, 21 april - 25 juni 1994 -- Dossier accompagnant l'exposition du même nom aux Archives générales du Royaume Bruxelles, 21 avril-25 juin 1994. - Brussel: Algemeen Rijksarchief = Bruxelles: Archives générales du Royaume, 1994. - 143 p.: W.; 30 cm. - (Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de Provinciën. Educatieve Dienst. Dossiers, derde reeks, 2 = Archives générales du Royaume et Archives de l'Etat dans les Provinces. Service Educatif. Dossiers, troisième série, 2).
Geschiedenis van de loterijen in de Zuidelijke Nederlanden. Catalogus bij de gelijknamige tentoonstelling in het Algemeen Rijksarchief van 21 april tot 25 juni 1994. - Brussel: Algemeen Rijksarchief, 1994. - 81 p.; 30 cm. - (Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de Provinciën. Educatieve Dienst. Catalogus 123). Histoire des loteries dans les Pays-Bas meridionaux. Catalogue de l'exposition du même nom aux Archives géniéales du Royaume du 21 avril au 25 juin 1994. - Bruxelles: Archives générales du Royaume, 1994. - 143 p.; 30 cm (Archives générales du Royaume et Archives de l'Etat dans les Provinces. Service Educatif. Catalogue 124).
In vier goed onderbouwde opstellen worden behandeld: 'Les loteries dans les Pays-Bas méridionaux (XV'-XVII' siècle)' door Alfons THIJS, 'Loterijen in de Zuidelijke Nederlanden tijdens de 18de eeuw' door Helma HOUTMAN-DE SMEDT, 'Les loteries et les tombolas dans la Société belge (1794-1934)' door Ilse EGGERS en Alfons THIJS, 'Loterij en literatuur in de Nederlanden (16de-17de eeuw)' door Hubert MEEUS. Bij gebrek aan voldoende en recente voorstudies betekende dit een hele opdracht; de literatuur die de auteurs hebben doorgenomen is dan ook indrukwekkend, terwijl archiefonderzoek er als een vanzelfsprekend luik bijhoorde. Het catalogusgedeelte, waarnaar helaas vanuit deze opstellen vrijwel niet wordt verwezen, is in twaalf hoofdstukken ingedeeld; de aandacht gaat voornamelijk uit naar de rol die het Rad der Fortuin in de maatschappij heeft gespeeld, de problematiek van het kansspel, het systeem en de ontwikkeling van de loterijen. Allerlei typen documenten werden getoond en beschreven: van archiefstukken en drukken over houtsneden en prenten tot schilderijen en andere kunstobjecten.
In deze Kroniek interesseren ons hoofdzakelijk het gedrukte materiaal: brochures, boeken (voornamelijk omwille van de illustratie ter zake), loterijbriefjes, aankondigingen, formulieren, planodrukken, affiches en andere efemera. Grof geteld zijn er acht zestiende-eeuwse drukken, vijftien zeventiende-eeuwse, veertig achttiende-eeuwse en twaalf negentiende-eeuwse. De beschrijvingen zijn helaas zeer ongelijk, niet altijd erg nauwkeurig noch consequent. De house made typografie ofte boekverzorging hoeft er uiteraard niet toe bijgedragen om een en ander in rechte banen te leiden. Aan een register op namen van drukkers, boekverkopers, uitgevers, graveurs en uitgevers van prenten, auteurs heeft men blijkbaar niet gedacht - of was er geen tijd meer voor ? Dat is dan bijzonder jammer. Een overzicht van al de bruikleengevers zou evenmin misstaan hebben. De catalogus, in het Nederlands en het Frans afzonderlijk gepubliceerd, is in wezen een selectieve bronnenlijst voor de geschiedenis van het onderwerp; toch lijkt hij ons zowat het stiefkind van de onderneming. [E. C.-I.]
2181 - Gerard Mercator, cartograaf, 1512-1594. [Door Hossam ELKHADEM, et al.] - Brussel: Gemeentekrediet, 1994. - 157 p.: ill.; 30 cm. - ISBN 90-5066-137-8. BF 980.
Hossam ELKHADEM & Jean-Paul HEERBRANT, Bibliotheca Mercatoriana. - Brussel: Koninklijke Bibliotheek Albert I, 1994. - 102 p.; 28 cm. - (Monografieën van de Koninklijke Bibliotheek Albert I, B 89). - ISBN 2-87093-086-0. BF 225.
Mercator. Van zeevaarders tot astronauten. - Brussel: Federale Diensten voor Wetenschappelijke, Technische en Culturele Aangelegenheden, 1994. -62 p.: ill.; 30 cm. BF 225.
Het Mercatorjaar leverde alvast enkele fraaie tentoonstellingen op, m.n. in het Museum Plantin-Moretus (Antwerpen) en in de Koninklijke Bibliotheek Albert I (Brussel). De Antwerpse (Kroniek
nr. 2222) en Brusselse publicaties vullen elkaar goed aan, al is er enige overlapping (Dirk Imhofs artikel over Mercator en de Officina Plantiniana staat in beide, resp. (MPM) p. 21-41 en (Gemeentekrediet) p. 123-132). De Brusselse bundel bevat opstellen over Mercatordocumenten in de Koninklijke Bibliotheek Albert I (door H. Elkhadem.... et al.),het Museum Plantin-Moretus (Els Otte over 'Mercators kaart van Vlaanderen' en Dirk Imhof) en in de collecties van de Koninklijke Oudheidkundige Kring van het Land van Waas (te Sint-Niklaas; beschreven door A. van der Gucht). Laatstgenoemde zorgde ook voor een biografisch overzicht. De overvloedig geïllustreerde bundel (met af en toe te vet afgedrukte afbeeldingen) besluit met een nuttige literatuurlijst. Helaas ontbreken er registers.
De Bibliotheca Mercatoriana is bedoeld als een eerste 'finding list' van 'Mercatoriana'. Wat er geboden wordt is in feite het resultaat van enkele enquêtes bij binnen- en buitenlandse instellingen. Op te merken valt dat enkele grote collecties blijkbaar niet hebben gereageerd of om andere redenen ontbreken: bv. München (BSB), Amsterdam (UB), Kopenhagen (KB), Washington (Folger), en in eigen land Sint-Niklaas (!). Systematisch bibliografisch onderzoek zal het aantal geregistreerde exemplaren van drukken en losse kaarten ongetwijfeld nog doen toenemen. Al bij al een nuttig vertrekpunt, hoewel er geen (titel- of drukkers-) registers zijn en de Latijnse titels niet altijd foutloos worden geciteerd. Voor de gebruiker ware het ongetwijfeld handiger geweest de resultaten niet alfabetisch per instelling, maar per Mercatortitel te krijgen... Op de korte tweetalige inleidingen na, is de inventaris volledig in het Frans.
Van zeevaarders tot astronauten is een handig historisch overzicht van de (Belgische) cartografie: van Mercator tot TELSAT. [M. d. S.]
Zie ook nr. 2222
2182 - Pampiere wereld: litteraria Neerlandica uit het bezit van de Universiteit Antwerpen. Onder redactie van Frans HENDRICKX, met medewerking van Piet COUTTENIER & Hubert MEEUS. - Leuven: Peeters, 1994. - ix, 199 p.: ill., 24 cm. - (Miscellanea Neerlandica; 11). - ISBN 90-6831-620-6. BF 980.
Ter gelegenheid van het Twaalfde Colloquium Neerlandicum van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek werd van 29 augustus tot 1 oktober 1994 in de Centrale Bibliotheek van de UFSIA een tentoonstelling gehouden van Nederlandse literaire werken, bewaard in de bibliotheken van de Universiteit Antwerpen. Vooral het Ruusbroecgenootschap en de Centrale Bibliotheek van de UFSIA kwamen daarvoor in aanmerking. Veel minder bekend zijn de onderzoekscollecties van enkele filologische studiecentra: Centrum voor Renaissancedrama (UFSIA), Centrum voor Gezellestudie (UFSIA) en het Documentatiecentrum voor de wetenschappelijke studie van Louis Paul Boon (UIA)
De oogst is rijk en gevarieerd: van mystieke handschriften en drukken over emblematabundels en zeventiende-eeuwse toneelteksten naar moderne tijdschriften en bijzondere uitgaven. Elke druk is beschreven naar uiterlijk en inhoud, met literatuur verwijzingen. De exemplaarbeschrijving vermeldt steeds boekband en herkomst. Er is een register op handschriften en een op eigennamen (personen en plaatsnamen) en titels. Opmerkelijk zijn onder vele anderen nr. 14 (Leidse incunabel, CA 1119), nr. 17 (Regiement,'s-Hertogenbosch 1518, NK 4491), nr. 20 (C. Vrancx, Gent 1571, BT 7149), nr. 30 (verzamelband met werken van S. Coster). Met de gelijkaardige catalogi van Leuven (1982) en Gent (1988, cf. Kroniek 14
nr. 1153) vormt Pampiere wereld - met een wat vreemde titel, ontleend aan J.H. Krul - een belangrijke aanwinst voor neerlandici en boekhistorici. [M. d. S.]
2183 - Han BROUWER, Lesekulturforschung in den Niederlanden. Buchhandel und Lesepublikum im 18. und 19. Jahrhundert in Wolfenbütteler Notizen zur Buchgeschichte,17, 1992 [versch. 1993], p. 177-189.
Vertrekkend van zijn onderzoek naar de leescultuur in Zwolle stelt de auteur enkele nieuwe onderzoekswegen (hij spreekt van , neue Umwege ") voor de geschiedenis van de leescultuur voor. We kijken met belangstelling uit naar het proefschrift van Brouwer. [P.D.]
2184. - R. SMITSKAMP, The Scaliger collection. A collection of over 200 antiquarian books by and about Josephus Justus Scaliger, with full descriptions. With a checklist of all known Scaliger publications. With a checklist of the Scaliger 'annotati'. With a full index te Bernays' Scaliger biography (1855). Preface by Alastair HAMILTON. Supplement: Joseph Scaliger: a bibliography 1850-1993,by A.T. GRAFTON & H.J. DE JONGE. - Leiden: Smitskamp Oriental Antiquarium, 1993. - 130, xxx p.: ill.; 25 cm. - (Catalogue 595). Fl. 85. (Besteladres: Nieuwe Rijn 2, 2312 JB Leiden).
Geleerde antiquaren hebben vaak fundamentele bijdragen geleverd aan de boekgeschiedenis. Vaak meer nog dan bibliothecarissen hebben zij oog gehad voor de plaats van een concreet exemplaar in de drukgeschiedenis van een auteur, drukker, stad of genre. Het volstaat hier te verwijzen naar Frederik Muller (cf. Kroniek 18
nr. 1996) of Wouter Nijhoff (cf. Kroniek 17 nr. 1820). R. Smitskamp, voorheen bij het Leidse antiquariaat van E.J. Brill, heeft niet alleen een representatieve Scaligercollectie bij mekaar gebracht en vakkundig beschreven. Een aantal bibliografische addenda maken zijn catalogus tot de hoeksteen voor elke Scaligerbibliografie.
De aristocratische universele Renaissancegeleerde Josephus Justus Scaliger (1540-1609) was van 1593 tot zijn dood het wetenschappelijk boegbeeld van de jonge Leidse Universiteit. Zijn filologisch werk (kritische uitgaven van Latijnse en Griekse dichters en historici) had hem reeds aangewezen als de geschikte opvolger voor de naar de katholieke schaapsstal weergekeerde Justus Lipsius. Belangrijker nog was zijn historisch meesterwerk De emendatione temporum (1583 en latere herziene uitgaven). Dat werd de fundering van een onmisbare hulpwetenschap: de chronologie. Scaligers belezenheid strekte zich immers veel verder uit dan tot de 'klassieke' Grieks-Romeinse oudheid. Als een der eersten betrok hij het oude Nabije Oosten (joods én arabisch) bij de 'wereldgeschiedenis'. De hier beschreven verzameling (ruim 200 nummers) bevat gecommentarieerde edities van klassieke auteurs, werken van vader Julius Caesar Scaliger en van diens nog beroemdere zoon J.J., evenals van vrienden en tijdgenoten (met verwijzingen naar Scaliger), maar ook van tegenstanders. Elk nummer is beschreven met goede toelichtingen en soms verrassende details (bv. collatieformule bij ingewikkelde gevallen of bij varianten). Enkele exemplaren hebben tevens een boeiende provenance: o.a. Lud. Carrio (92), J.A. de Thou (95), P. Cunaeus (190). De wetenschappelijke meerwaarde blijkt uit de volgende extra's: (1) 'Index to J. Bernays, Joseph Justus Scaliger Berlin 1855' (het standaardwerk tot A. Graftons tweedelige evaluatie 1983-1993); (2) 'Libri annotati Scaligerani' (lijst, mét bewaarplaats, van door Scaliger geannoteerde exemplaren); (3) 'Bibliographia antiquaria Scaligerana' (checklist van Scaligeruitgaven met korte exemplaarverwijzing). Bijzonder waardevol is tevens de aangevulde en herziene editie van: A.T. Grafton & H.J. de Jonge, Joseph Scaliger: a bibliography 1850-1993 (1ste uitgave 1982),waarin de moderne Scaligerliteratuur is verzameld.
Deze 'Scaliger collection' met zijn hoogtepunten uit de Europese filologie (1550-1650) en zijn wetenschappelijke extra's is zeer fraai vormgegeven (lettertype, papier, band), tot vreugde van bibliograaf en verzamelaar. R. Smitskamp is een waardig opvolger in een lange Leidse (en ruimer: Nederlandse) traditie van vakkundige liefde voor het (wetenschappelijke) boek. [M. d. S.]
2185 - Margreet AHSMANN, m.m.v. R. FEENSTRA & C.J.H. JANSEN, Bibliografie van hoogleraren in de rechten aan de Utrechtse universiteit tot 1811. - Amsterdam [etc.): North-Holland, 1993. - 191 p.: ill.; 25 cm. - (Geschiedenis der Nederlandsche rechtswetenschap, Dl. VII, afl. 2). - ISBN 0444-85766-4. Fl. 55.
Negen jaar na de bibliografie van de Leidse rechtshoogleraren, zijn thans hun Utrechtse collega's aan de beurt. Er is een opmerkelijke kwaliteitsverbetering merkbaar t.o.v. het eerste deel uit de serie. De bibliografische gebreken vermeld in Kroniek 11 nr. 682 zijn thans haast alle vermeden. Hoewel er nog steeds geen collatieformule wordt afgedrukt, is het werk nu ook voor de boekhistoricus uitermate bruikbaar, vooral dankzij de registers van drukkers en uitgevers, niet alleen voor 'Utrecht' (p. 167-170), maar ook voor 'Leiden' (p. 171-181)! Inderdaad: het in 1984 zo gemiste register op het Leidse deel is hier toegevoegd, evenals 'Aanvullingen' op 'Leiden' (p. 33-52). Beide afleveringen ontsluiten nu een groot deel van de (geleerde) juridische produktie uit de 17de en 18de eeuw in de Republiek. Nogal wat van deze drukken zijn niet in het huidige Nederland aanwezig (disputaties en gelegenheidsgedichten bv.), zodat beide delen mede een aanzet vormen tot vervollediging van de STCN. Hopelijk volgen de afleveringen over Franeker, Groningen en Harderwijk eerlang! [M. d. S.]
2186 - Elly COCKX-INDESTEGE, Andreas Vesalius. A Belgian census. Contribution towards a new edition of H. W. Cushing's bibliography. - (Brussels) Royal Library Albert I, 1994. - 159 p.: W.; 33 cm. - (Monografieën van de Koninklijke Bibliotheek Albert I; B 81). - ISBN 90-6637-046-7. BF 1.200.
In 1943 verscheen postuum 'A bio-bibliography of Andreas Vesalius' door Harvey Cushing. Het was de auteur toen niet mogelijk het Vesalius-bestand in Belgische bibliotheken naar behoren te ontsluiten. Dat heeft Elly Cockx-Indestege in het onderhavig werk met grote vakkundigheid wel gedaan. Zij ging alle edities tot 1830 na, die in onze bibliotheken aanwezig zijn. Uit de publicaties na dat jaar nam zij enkel facsimile en bibliofiele edities op. Voor de indeling volgde zij Cushing, die op zijn beurt terugging op Vesalius' eerste bibliograaf, F. de Feyfer (1914). In de inleiding geeft ECI rekenschap over de wijze van beschrijving. Titelbladen worden gereproduceerd, eerder dan overgeschreven. Opvallend uitvoerig uitgewerkt is de rubriek 'locatie': die omvat niet alleen de bewarende instelling (met bibliotheeksignatuur aldaar), maar ook een nota over de toestand van het exemplaar (een zeer gerechtvaardigde maatregel bij zulke kwetsbare geïllustreerde werken als anatomische atlassen) en over de herkomst (met volledig citaat van de eigendomsnotities).
Van Vesalius' vroege belangrijke werk, de 'Tabulae' (Venetie, 1538) blijkt geen exemplaar in ons land te zijn; noodzakelijkerwijze wordt hier dan ook de facsimile editie van W. Stirling-Maxwell (Londen, 1874) opgenomen.
De beschrijving is behoedzaam: op p. 32 wordt van een vergelijking tussen illustraties afgezien, omdat de twee exemplaren niet tegelijkertijd de visu konden bestudeerd worden.
Het werk beschrijft niet alleen Vesalius' eigen publicaties, maar ook uitgaven waaraan hij meegewerkt heeft (nr. 24) en boeken waarin zijn befaamde platen (de 'Tabulae') gekopieerd werden.
Banden worden gereproduceerd in geval het interessante specimina zijn (nr 21, 34) of indien zij een befaamde herkomst hebben (nr. 33 uit de bibliotheek van kardinaal d'Alsace met fraai supra-libros).
Het werk is zeer overzichtelijk aangelegd, waarbij de royale lay-out geen geringe hulp biedt. Ook de illustraties zijn goed (alleen rijst de vraag aangaande het drukkersmerk van Jan van Waesberghe op p. 33: is het teveel aan zwart aldaar een oude besmeuring of een modern mankement?). Het boek is zeer toegankelijk via tal van indices: op Vesalius' werken, op namen van auteurs, grafici, boekbinders en -herstellers, op drukkers en boekverkopers (zowel alfabetisch als via woonplaats) en op eigenaars. De lijst van bibliotheeksignaturen leert dat de Brusselse Koninklijke Bibliotheek Albert I verreweg de grootste Vesalius-cofiectie van het land bezit. Dat zij dan ook fungeerde als locatie van een Vesalius-tentoonstelling en als uitgever van dit in alle opzichten mooie werk, kan men enkel begroeten. [W.W.]
2187 - Ad MESKENS, Wiskunde tussen renaissance en Barok: aspecten van wiskunde-beoefening te Antwerpen 1550-1620. - Antwerpen: AMVC, 1994. -viii, 251 p.: omslag, ill., tab.; 29 cm. - (Publicaties van de Stadsbibliotheek en het Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven; 41-43). - BF 450 exclusief portokosten. Besteladres: AMVC, Minderbroedersstraat 22, B-2000 Antwerpen 1.
Achtereenvolgens worden in dit proefschrift behandeld de wiskunde en het onderwijs, de wiskunde bij de astronomie, de zeevaartkunde, het wijnroeien, de vestingbouw en de ballistiek, de astrologie. Een lang kapittel is gewijd aan het wiskunde-onderwijs te Antwerpen in de betrokken jaren; in bijlage zijn lijsten van Antwerpse rekenmeesters opgenomen met bronopgave. Speciale aandacht is aan de school van de Jezuïeten geschonken. De verspreiding van wiskunde is via de boekdrukkunst gebeurd; hieraan is kapittel 13 gewijd. Over de drukkers van wiskundig werk wordt eigenlijk niets nieuws verteld. In een afzonderlijk kapittel is een lijst aangelegd van de 'wiskundige boeken en manuscripten te Antwerpen gepubliceerd 1550-1620', gebaseerd op Smeur, De Groote en Jansen-Sieben en nagegaan op bekende namen in de catalogi van enkele grote en enkele kleine bibliotheken. Het belang van dit boek voor de boekhistorici ligt vooral in de inhoudelijke informatie over auteurs en teksten, te Antwerpen gedrukt of uitgegeven, op een afgebakend terrein. [E. C.-I.]
2188 - Boeken in de late Middeleeuwen: verslag van de Groningse Codicologendagen 1992. Uitgegen door Jos M.M. HERMANS & Klaas VAN DER HOEK. - Groningen: Egbert Forsten, 1994. - 382 p.: omslag, ill.; 24 - (Boekhistorische reeks; 1). - ISBN 906980-068-3. Fl. 50.
De verslagen - zoals de congressen zelf - van de codicologendagen worden steeds indrukwekkender! Begonnen in Nijmegen, nu precies tien jaar geleden, is voor de tweede maal een congres van codicologen of, anders gezegd, boekhistorici van de late middeleeuwen, in Groningen georganiseerd. Voor dit derde congres is, noodgedwongen, een nieuwe reeks opgezet. De eerste band die erin verschijnt, met de bekende thans geldende 'huismiddelen' gezet, vormgegeven en geprint, is zeer keurig verzorgd, met o.m. échte voetnoten; hiervoor weze Klaas van der Hoek gefeliciteerd. En nu de inhoud.
Gezien het tijdstip waarop deze publicatie verscheen, nauwelijks een paar weken vóór het afsluiten van de Kroniek, is het helaas niet mogelijk om de artikelen afzonderlijk te bespreken. Gemakkelijkheidshalve èn duidelijkheidshalve licht ik een zin uit het Woord vooraf van de uitgevers: 'Het Centrale thema [luidt] "Wisselwerkingen in, rond en tussen handschrift en druk ". Uiteraard refereert deze formulering in de eerste plaats aan de "kruisbestuiving " in tekstueel, in paleografisch/typografisch, in opmaaktechnisch en in materieel opzicht tussen beide vormen van tekstoverdracht. Concrete voorbeelden betreffen de relaties tussen een kopij-handschrift en een daarnaar vervaardigde druk, tussen een druk en een daarnaar gekopieerd handschrift, en tussen geschreven en gedrukte elementen binnen één boek'. Uit sommige lezingen is gebleken dat er ook methodologisch toenadering te merken valt bij de bestudering van handschriften en vroege drukken. Bibliologen (van de vroegste periode dus) zullen moeten kennisnemen van volgende bijdragen: Albert DEROLEZ 'Copying problems on a Plutarch manuscript of Raphael de Mercatellis'; Gisela GERRETSEN-GEYWITZ 'Vollendung mit Feder und Pinsel: handschriftliche Zusätze in Utrechter Inkunabeln aus kirchlichem Besitz'; L.A.J.R HOUWEN 'Print into manuscript: a manuscript copy of part of the Boke of St. Albans (1486)'; Jelle KOOPMANS 'Overschrijven en drukken van voorstellingen: gebruiksfuncties van laatmiddeleeuwse Franse speelteksten'; Johanneke KROLIS-SYSTEMA 'De Ommelander rechtshandschriften: invloed van een incunabel op een handschriftencorpus' (de druk van het Freeska landriucht),Aafje LEM 'De houtsneden van Gheraert Leeu in de Zwolse incunabelen van Peter van Os'; Rineke NIEUWSTRATEN 'Overlevering en verandering: de pentekeningen van de Jasonmeester en de houtsneden van de Meester van Bellaert in de , Historie van Jason "'; Marta O. RENGTER 'The Cologne "Ars moriendi ": text and illustration in transition'; Piet STEENBAKKERS 'Aldus en de accenten' (niet direct een Nederlandse aangelegenheid maar uiterst interessant); Jan VAN DER STOCK 'De Antwerpse Sint-Lucasgilde en de drukkers-uitgevers "middeleeuws " achterhoedegevecht of paradigma van cultureel-politieke machtsverschuivingen?' (hoe heeft de oude gildestructuur ingespeeld op het nieuwe medium, de boekdrukkunst); Gerard VAN THIENEN 'Boeken van papier en hun watermerken' (zoals wij inmiddels van hem gewend zijn methodologisch en gestaafd door concrete voorbeelden); Karin TILMANS 'De Kattendijke-kroniek: een uniek kopij-manuscript uit Haarlem' (voor de Haarlemse drukker Jacob Bellaert, maar nooit gedrukt, wél een schakel in de laatmiddeleeuwse Noordnederlandse geschiedschrijving). Bijdragen als die van Margriet HÜLSMANN over decoratie in handschriften en van A.M. KOLDEWEIJ over de beeldcycli van de Servatiuslegende (blokboek) zijn niet minder leerrijk en boeiend.
Na dit eerste, belangrijkste hoofdstuk volgen teksten in verband met lopend onderzoek en met ontsluitingsprojecten. Bij deze laatste o.m. een gegevensbank voor de Bibliotheca Neerlandica Manuscripta (A. Th. BOUWMAN) en voor Noordnederlandse getijdenboeken (A.S. KORTEWEG), demonstratie van de ISTC (G. VAN THIENEN), stand van zaken in het Belgisch-Nederlands Bandengenootschap, met uitweiding over het wrijfselarchief (J. STORM VAN LEEUWEN). Registers van de geciteerde handschriften, blokboeken, incunabelen en postincunabelen, prenten, tekeningen en archiefstukken, op personen, plaatsen en teksten ronden het geheel af. In dit verband is het jammer dat 'humanisten' op de voornaam staan: Desiderius Erasmus, Dirk Martens, en anderen! De grens tot circa 1525 betekent hier niets. Afgezien van dit detail, alle lof voor deze hoogst interessante bundel opstellen. [E. C.-I.]
2189 - Lotte HELLINGA, A hundred years of bibliography and the history of printing in the fifteenth century in Johannes Gutenberg: Regionale Aspekte des frühen Buchdrucks. Vorträge der Internationalen Konferenz zum 550. Jubiläum der Buchdruckerkunst am 26. und 27. Juni 1990 in Berlin. [Red. Holger NICKEL & Lothar GILLNER]. - Wiesbaden: Reichert, 1993, p.149-154.
De auteur heeft nagedacht over de wijze waarop en de invalshoek van waaruit sedert honderd jaar de bibliografie van het gedrukte boek wordt bedreven. Het object vormde de nationale produktie tijdens de vijftiende eeuw met de grenzen van de negentiende eeuw! Voorbeeld: Oostenrijk-Hongarije als één geheel (niet langer een politieke, entiteit), Nederland en België elk apart (indertijd één geheel). Afgezien van het anachronisme hebben Bradshaw, Proctor en Haebler met hun methode wel de basis gelegd van het typenonderzoek dat zijzelf grondig hebben aangevat. Gaandeweg is het accent van politieke entiteit naar taalgebied verlegd (Duitstalig gebied, enz.), wat zinvoller was. Begrensd is de werkelijkheid echter allerminst. Letterontwerpers zijn niet per se honkvast; het Latijn is grensoverschrijdend; exemplaren werden van meetaf aan bestemd voor de export (bv. om te laten verluchten); bepaalde lettertypen (bv. de zg. Venetica, of de rotunda) werden overal voor eenzelfde soort teksten aangewend; elk land heeft ook niet per se een eigen stijl ontwikkeld (bv. Engeland met Caxton die verder werkte zoals hij begonnen was met zijn Franstalige drukken in Vlaanderen). Alles was tenslotte in beweging: letter, houtsneden, papier, tot en met de drukkers zelf.
Een verworvenheid van de nieuwere generatie bibliografen is de idee van teksttransmissie - ook de teksten reizen ! - De verspreiding van teksten is zo mogelijk nog complexer dan die van lettertypen. De volkstalen bieden doorgaans aanwijzingen voor de oorsprong van de druk, maar niet altijd (cf. het voorbeeld van het 'Freeska Landriucht' dat niet in Friesland werd gedrukt). Over werking en organisatie van de boekhandel tenslotte zijn wij helaas karig ingelicht; enig tegenwicht voor dit mankement vormen de gegevens die wij aantreffen in de nog bestaande exemplaren (bv. boeken op verschillende plaatsen gedrukt maar door dezelfde binder gebonden, en het gebruik van boeken: de eigendomsmerken). Bovendien, drukkers werken niet uit idealisme: zien zij op een bepaald moment meer brood in het verhandelen dan in het drukken van boeken, dan laten zij de pers staan. Dergelijk informatie kan echter niet van centrale catalogi worden verwacht; de incunabulisten zullen dit dan ook indachtig moeten zijn. [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2191
2190 - Wilma KEESMAN, Jacob Bellaert en Haarlem in Haarlems Helicon: literatuur en toneel te Haarlem vóór 1800. Red. E.K. GROOTES. - Hilversum: Verloren, 1993, p. 27-48, ill.
In hoofdzaak uitgaande van wat de Hellinga's over deze Haarlemse drukker hebben geschreven, en in overeenstemming daarmee, plaatst K zijn eerder kortstondig bedrijf (eind 1483-aug. 1486) in de economische en culturele context zoals die op het einde van de 15de eeuw in Haarlem bestond. De auteur wijdt hieraan lezenswaardige beschouwingen in een bijzonder vlot en goed geformuleerd Nederlands. [E. C.-I.]
2191 - Gerard VAN THIENEN, Die Datierung der Werke des "Druckers mit dem Monogramm " (Utrecht 1479-1480) nach dem Papierverbrauch in Johannes Gutenberg Regionale Aspekte des frühen Buchdrucks... (cf. nr. 2189), p. 193-202. ill.
Exemplarisch onderzoek van het papier van de negen boeken gedrukt te Utrecht tussen 1479 en 1480 door de z.g. Drukker met het Monogram. De ordening in HPT op grond van de letter moet nu, rekening houdend met de resultaten van het papieronderzoek, worden herzien. [E. C.-I.]
2192 - R. BREUGELMANS, Een onbekend Deventer 'Doctrinale' van Richard Pafraet uit 1496 in Miscellanea Gentiana... (cf. nr. 2177), p. 68-71, ill.
Aan de ruim honderd (!) incunabel- en postincunabeledities in de Nederlanden van Alexander de Villa Dei's Doctrinale is een nieuwe Deventer druk toegevoegd. De Leidse UB bezit vier bladen (uit katern 'i' blad 4, 6, 7 en 8) met, gelukkig, het colofon, waaruit blijkt dat Richard Pafraet op 10 september 1496 een zoveelste herdruk voltooide van deze bestseller - één van de minstens achtenveertig bij hem alleen reeds! [M. d. S.]
Zie ook nr. 2177
2193 - Lotte HELLINGA, The codex in the fifteenth century: manuscript and print in A potencie of life: books in society. The Clark Lectures 1986-1987. Ed. Nicolas BARKER. - London: The British Library, 1993, p. 63-88, ill.
Over de verhouding handgeschreven en gedrukte codex in de 15de eeuw bestaan misvattingen. Een eerste moeilijkheid is dat wij het verschijnsel niet door een twintigste-eeuwse bril mogen bekijken! Daarbij moeten wij bepaalde vaststellingen relativeren en niet veralgemenen. In deze bijdrage wordt bijzondere aandacht gevraagd voor de functie van de codex bij de teksttransmissie en de verspreiding van teksten (edere,publiceren). Bij het zetten van een tekst, rijzen er problemen die de zetter doorgaans goed wist op te lossen; zaak is het evenwel voor ons te achterhalen hoe hij te werk gegaan is, in welke orde hij de tekst heeft gezet. Pas dan zal uitgemaakt kunnen worden hoe de tekst in druk is overgeleverd, wat dan in een stemma resulteert. H gaat bij wijze van voorbeeld diep in op de Facetiae van Poggio Bracciolini, waarvan een dertigtal edities in de 15de eeuw bekend zijn. Uit het stemma blijkt een alles behalve rechtlijnige teksttransmissie, waarin, onder vele anderen, Mathias van der Goes en Jan van Westfalen hun aandeel hebben gehad. Bijdrage die stof tot overdenken geeft. [E.C.I.]
2194 - A.K. Offenberg, A choice of corals: facets of fifteenth-century Hebrew printing. - Nieuwkoop: De Graaf, 1992. - xvii, 245 p.; 25 cm. -(Bibliotheca humanistica & reformatorica; 52).
Bundeling van hoofdzakelijk eerder verschenen studies in verband met de census van Hebreeuwse incunabelen in Nederlands bezit. Drie hoofdstukken handelen over een specifiek onderwerp waarbij aan papier- en typenonderzoek is gedaan. In bijlage een stuk over het vroegste gebruik van Hebreeuwse woorden in een druk uit de Nederlanden. De auteur heeft al zijn teksten herzien en bijgewerkt.
Offenberg is een befaamd hebraisant én dito bibliograaf, wat zowel de studie van het Hebreeuws als de incunabulistiek ten goede komt. [E. C.-I.]
2195 - J.J.M. BECKERS, Een tekst voor alle tijden: een onderzoek naar de receptiesituatie van de oudste overgeleverde versies van Lanseloet van Denemerken. - Sittard: in eigen beheer, 1993. - (Proefschrift). - Fl. 35 + portokosten. (Besteladres: bij de auteur, Begijnenhofstraat 25, NL-2631 EW Sittard).
Van dit abele spel is de oudst bekende versie bewaard in het 'handschrift-Van Hulthem'. Uit de late 15de en vroege 16de eeuw zijn zeven drukken bekend, beslist een aanwijzing dat het verhaal van Lanseloet en Sanderijn in de Nederlanden populair was. Het is ook als spel opgevoerd en heeft ongetwijfeld als een soort levensspiegel gefungeerd: een pleidooi voor de beteugeling van de hartstochten en een waarschuwing tegen liefde tussen leden van ongelijke stand. B geeft in zijn inleiding de historiek van de 'vondsten' van de tekst en van de identificatie van de drukken, evenals een stemma van de versies. De originele versie is vermoedelijk verloren gegaan. Nagegaan wordt hoe Lanseloet eerst in Brabant, daarna in Holland - de oudste bekende druk is van Govert van Ghemen te Gouda - heeft 'gefunctioneerd' en welke religieuze implicaties zijn aan te tonen; de doelgroep zouden burgers en kloosterlingen zijn. B gaat vrij diep in op de problematiek van de 'receptie': niet zozeer 'wie waren de lezers' maar 'wie konden de lezers zijn geweest'. Daartoe worden o.a. de 'burgerlijke opvattingen' in de Goudse druk opgespoord.
Tenslotte worden de Antwerpse drukken onderzocht: zij vertonen formele, geen inhoudelijke, verschillen met de Goudse. Hier zouden ze door kooplieden gekocht zijn omdat ze er 'lering en amusement voor hun kinderen' van verwachtten!. In bijlage wordt de tekst uitgegeven van de oudste versie (naar de uitgave van Roemans en Van Assche, met correcties) en van de drukken van G. van Ghemert (CA 974), A. van Berghen (NK 1092) en van W. Vorsterman [NK 1093]. [E. C.-I.]
2196 - Johan MARTENS, Arnold ther Hoernen and his Cologne competitors: of sheets, corrections and variants in Quaerendo,24, 1994, p. 30-38, ill.
Nogmaals over varianten in (ditmaal Duitse) drukken van Werner Rolevincks Fasciculus temporum. [E. C.-I.]
2197 - Geneviève GLORIEUX & Bart OP DE BEECK, Belgica typographica 1541-1600. Catalogus librorum impressorum ab anno MDXLI ad annum MDC in regionibus quae nunc Regni Belgarum partes sunt. III Aliae Bibliothecae Regni Belgarum. - Nieuwkoop: De Graaf, 1994. - XVI, 236 p.; 28 cm. -(Nationaal Centrum voor de archeologie en de geschiedenis van het book; II, 3). - ISBN 90-6004-432-0. FL. 350.
Geneviève GLORIEUX & Bart OP DE BEECK, Belgica typographica. IV Indices. - Nieuwkoop: De Graaf, 1994. - XIV, 634 p.; 28 cm. - (Nationaal Centrum voor de archeologie en de geschiedenis van het boek; II, 4). - ISBN 90-6004-433-9. Fl. 535.
Nadat deel I van de Belgica typographica (hierna BT) door Elly Cockx-Indestege en Geneviève Glorieux in 1968 en deel II door G. Glorieux alleen in zes afleveringen tussen 1977 en 1980 bezorgd werd, verschenen thans, van de hand van - nog steeds - G. Glorieux en van B. Op de Beeck de delen III en IV waarmee dit standaardwerk tot een voorspoedig einde gebracht is. Deel I beschreef het boekenbezit van de Brusselse Koninklijke Bibliotheek Albert I over de periode 1541-1600, deel II deed dit voor veertig openbare bibliotheken. Voor deel III werden nog eens vijfenveertig bibliotheken bezocht, en niet de minst aanzienlijke: de Antwerpse stadsbibliotheek, het Brugse Groot-Seminarie, de universiteitsbibliotheken van Gent, Leuven, Luik en Namen, naast een aantal stads- en kloosterbibliotheken. De oogst is groot (er is een totaal van ca. 9750 geregistreerde Zuidnederlandse drukken) maar er is toch kans op een paar nakomers: in het woord vooraf leest men immets dat 'vrijwel alle (cursivering W.W.) belangrijke openbare collecties' in België onderzocht zijn: geen totale circumspectie dus. BT is een catalogus, geen bibliografie, en biedt dan ook geen diplomatische transcriptie van titelpagina en colofon en evenmin een opbouwformule. De regels voor de beschrijving, opgenomen in deel I en aangepast in deel II, gelden ook voor deel III met een nieuwe verworvenheid erbij: om varianten te onderscheiden werd de vingerafdruk opgenomen: men zie b.v. nr. 7752 tegenover nr. 35, nr. 8237 tegenover nr. 989. Correcties, die pas na vergelijking met exemplaren in recent bezochte bibliotheken konden worden aangebracht, komen ook voor: nr. 7774 vervangt zo nr. 105. Er is meer commentaar dan in de vorige delen, b.v. wanneer typografische elementen in de richting van een bepaalde drukker wijzen (nr. 7825, 7828). Er wordt ook verwezen naar recente literatuur (nr. 8081bis). Bij sommige titels is veiligheidshalve als commentaar het woord 'pamflet' opgenomen, wanneer de titel al te zeer de indruk, wekt, een authentiek werk te zijn (nr. 8095, 8096, 9198). Overheidspublicaties zijn achteraan opgenomen, maar niet die van het prinsbisdom Luik, dat inderdaad geen deel uitmaakte van 's Konings Nederlanden: daarvoor zie men onder de regerende vorsten Ernst van Beieren (nr. 8287) en Gerard van Groesbeek (nr. 9258).
Onder de duizenden transcripties komt natuurlijk wel eens een fout bij het overschrijven voor: in nr. 8190 leze men onder de rubriek 'Coll.', r. 7 niet 'Rose-Anne' maar Roseane, d.i. de Dendermondse dichteres Roseane Coleners. Meer consequenties heeft een inkorting bij nr. 9116: daar staat onder de naam Sophocles de Nederlandse vertaling van de Antigone. De titel is, zoals gezegd, verkort weergegeven, waarbij helaas de naam van de vertaler weggevallen is, en dat is niemand anders dan Cornelis van Ghistele, toch wel een belangrijk rederijker. Deel IV bevat de indices. Een eerste grote afdefing 'Auctores et sine nomine scripta' bevat twee registers: een alfabetisch op naam van auteur en titel en een chronologisch register. De tweede afdeling heet 'Typographi, editores, bibliopolae'. Hier zijn drie onderafdelingen: een alfabetisch register van drukkers, uitgevers en boekverkopers; een register van dezelfde personen, gerangschikt naar plaats van activiteit; een topografisch register met de produktie van de drukkers volgens hun standplaats. De derde grote afdefing is de 'Index exemplarium bibliothecarum': hij levert voor elk beschreven boek een lijst van bewaarde exemplaren met hun bibliotheeksignaturen.
Het belang van BT moet wel niet aangetoond worden. Voor het eerst is de produktie van het boek in de Zuidelijke Nederlanden uit de periode 1541-1600 en bewaard in Belgisch openbaar bezit nagenoeg volledig gecatalogeerd. Voor de historicus van het boek, de literatuur en de cultuur van de 16de eeuw is aldus een uitzonderlijk werkinstrument tot stand gebracht. Aan allen die in de loop der jaren aan deze onderneming meegewerkt hebben, is de wetenschappelijke wereld dank verschuldigd. [W.W.]
Zie ook nr.
2690
2198 - Frans GISTELINCK & Maurits SABBE, Early sixteenth-century printed books 1501-1540 in the Library of the Leuven Faculty of Theology. - Leuven: Bibliotheek Godgeleerdheid: Peeters, 1994. - xxii, 567 p.: ill.; 33 cm. -(Documenta Libraria, 15). - ISBN 90-73683-12-2 (Bibliotheek Godgeleerdheid); 90-6831-619-2 (Peeters). BF 4000.
Schitterend uitgegeven (deel)catalogus van een der minst bekende grotere Belgische collecties (800.000 banden), die van de Leuvense Bibliotheek Godgeleerdheid. Frans Gistelinck heeft 901 drukken (in 953 exemplaren) beschreven uit de periode 1501-1540 (p. 207-496) met extra-ontsluiting in een reeks registers (p. 497-560). Daaraan vooraf gaan een aantal artikels over geschiedenis, inhoud en uiterlijk van de collectie, evenals enkele detailstudies. Silveer DE SMET en Frans GISTELINCK belichten 'Vroeg zestiende-eeuwse boeken uit de bibliotheek van de jezuïeten' (p. 1-26), een boeiende en erg welgekomen bijdrage tot de geschiedenis van de Belgische jezuïetencollecties. Luc KNAPEN behandelt in 'Les postincunables du Fonds de Malines et leurs anciennes provenances' (p. 27-58) voorgeschiedenis en lotgevallen van de grote Mechelse Seminariebibliotheek. De inhoud van de bij uitstek theologische en kerkhistorische Leuvense verzameling wordt getypeerd door Mathijs LAMBERIGTS in 'Patristica, protestantica, anti-protestantica en humanistica in een niet-historische collectie' (p. 59-92), met een Leuvense excursus 'Les théologiens louvanistes au début du seizième siècle' (p. 93-100). Belangwekkend zijn ook de 'Bijbeldrukken in het begin van de zestiende eeuw' (p. 101-121) voorgesteld door Johan LUST. Elly COCKX-INDESTEGE situeert de Leuvense collectie in de vroeg-zestiende-eeuwse typografische context: 'De wereld van de drukkers' (p. 123-138). Barbara BAERT bestudeert in 'Iconographical notes to the Prognosticatio of Johannes Lichtenberger (1488), using an edition printed by Pieter Quentel (1526)' (p. 139-168) een boeiende casus m.b.t. de boekillustratie. C. COPPENS mediteert niet alleen (wat gekweld) over 'Bookbindings in a library - frustrations and possibilities' (p. 169-205), maar geeft vooral belangwekkende wrijfsels van gelocaliseerde ornamenten (p. 181-203). Het betreft banden uit de Nederlanden en Engeland, maar vooral uit kloosterbibliotheken uit het zuiden en zuidwesten van Duitsland (Beieren-Elzas). Inderdaad: vele exemplaren zijn, via ruime (122!) aankopen uit dubbels van de Bayerische Staatsbibliothek (München), uit oude Zuidduitse collecties afkomstig. Vermeldenswaard is bij nr. 83: de grote Augustinuseditie van de drie Johanns -Amerbach, Petri, Froben - door eerstgenoemde aan (mede)tekstbezorger Conrad Pellican geschonken... Andere boeiende herkomsten hebben betrekking op de Nederlanden: Arias Montano (Erasmus' Opera - nr. 355), H. Blotius (596), kardinaal d'Alsace (32 exemplaren!), M. Laurinus & J.L. Vives (281), C. Scepperus (213 - een eerste druk van Budé), J.F. van de Velde (6); evenals talloze monastieke collecties (jezuïeten vooral, maar ook bv. St.-Hubert (Ardennen) of de Celestijnen uit Heverlee).
Uiteraard zijn er talloze drukken uit Antwerpen, Bazel, Keulen, Lyon, Parijs, Straatsburg en Venetië in de collectie aanwezig. Verrassender zijn minder bekende oorden als: Alcalà (de Polyglotbijbel - nr. 144), Collio di Val Trompia, Leiden, Orléans, Reggio, Solingen en Zwolle. Ook onder de teksten zijn er verrassingen: theologische zeldzaamheden (hoewel niet veel reformatorica), maar vooral de onverwachte aanwezigheid van bv. een Griekse Homerus (1535) uit een bibliotheek van Ierse minderbroeders, Statuti della citta di Lucca (1539) of de schitterend ingekleurde Duitse Decamerone-vertaling (Centrum novella,Straatsburg 1535 - nr. 179) of nog een Franse Petrarca (Les triumphes,Parijs 1525 - nr. 699) enz.
Een dergelijke verzameling verdient een goede catalogus. En die is er thans Frans Gistelinck heeft gezorgd voor degelijke beschrijvingen met uitvoerige titels, collatie, exemplaarkenmerken (volledigheid, herkomsten). C. Coppens beschreef bovendien bondig, maar accuraat de boekbanden. Aan al dat fraais doen volgende bemerkingen niets af. Alleen...: enkele onderdelen hadden nog beter gekund. De uitvoerige titelweergave is voor dergelijke vroege drukken niet overbodig. Maar waarom is bv. wel het hoofdlettergebruik gehandhaafd, maar is er niet gewezen op het onderscheid in lettercorps of kapitaalgrootte? Het welhaast eindeloze transcriptiewerk had o.i. wellicht beter kunnen worden vervangen door foto's van elke titelpagina (zelfs gereduceerd). Dat had tevens een geweldige hoeveelheid typografisch materiaal of provenances onder ogen gebracht. Terecht is de collatie afgedrukt. In een Engelstalige catalogus lijkt o.i. een striktere toepassing van de Bowers/Gaskellformule wenselijk: vouwnummers in 'superscript' (A4), wijze van katernsigneren met $-formule, '(Griekse) chi'-aanduiding voor extra-bladen in een katern(reeks), controle van aantal bladen t.o.v. foliëring of paginering (met bv.' 'inferred pagination'), fouten in cijferreeksen etc. Bibliografische verwijzingen hadden wat uitvoeriger gekund (meer catalogi van zestiende-eeuwse drukken (ik mis de Bibliotheca Belgica) of auteursbibliografieën (Calvin, Clenardus). De referenties zijn ook niet altijd aangebracht: bij nr. 280 is geen (ook geen negatieve) verwijzing naar Moreau. En waarom draagt The British Library General Catalogue de oude en niet meer correcte afkorting BM?
De exemplaarbeschrijving is uitstekend, met één voorbehoud: bijgebonden werken in verzamelbanden (convoluten). Incunabelen werden steeds vermeld (zonder Polain-nummer), maar drukken na 1540 komen er bekaaid vanaf (een gevolg van een te sterke fixatie op het - in se willekeurige, want niet boekhistorisch verantwoorde - jaartal '1540'. Die latere drukken hadden toch eenvoudig kunnen worden vermeld (in de juiste bindorde) met korte titels en een handig eigen registertje (meteen een aanloop naar het nu wel onontkoombare vervolg 1541-1600 en verder ... ). Zo bv., nrs. 3, 22, 39, 227, 229, 558 (wel behandeld in het artikel van B. Baert p. 139 n. 3).
Het boek is verlucht met 242 (!) goed gekozen en voortreffelijk afgebeelde illustraties, niet enkel ter versiering, maar ook als uitbeelding van vroeg-zestiende-eeuwse 'zienswijzen'. Slotsom: knap werk, voortreffelijk vormgegeven, fraai gedrukt en gebonden. Auteurs en uitgevers verdienen felicitaties! Dit smaakt naar nog... [M. d. S.]
2199 - Frans A. JANSSEN, Nominated for the 'Best book designs' of the year 1512 in Quaerendo,24, 1994, p. 181-205, facs.
Engelse vertaling van een herziene versie over typografische vormgeving in verleden tijd, die als tweede Bert van Selmlezing is verschenen (cf. Kroniek 19
nr. 2074). [E. C.-I.]
2200. - Antwerpen, dissident drukkerscentrum: de rol van de Antwerpse drukkers in de godsdienststrijd in Engeland (16de eeuw). (Tentoonstelling) Museum Plantin-Moretus en Stedelijk Prentenkabinet, Antwerpen, 1994. (Red. D. IMHOF, G. TOURNOY, F. DE NAVE). - [Gent]: Snoeck-Ducaju & Zoon, 1994. - 187 p;: omslag, ill.; 29 cm. - ISBN 90-5349-145-7. - BF 980. Besteladres: Museum Plantin-Moretus, Vrijdagmarkt 22, B-2000 Antwerpen.
Vanaf de vijftiende eeuw was een gedeelte van de Antwerpse boekenuitvoer op Engeland gericht, mede door de zwakke uitbouw van het boekbedrijf aldaar. Naast liturgica en schoolboeken werden ook literaire (Jan van Doesborch!) en wetenschappelijke werken voor de Engelse markt gedrukt, overwegend humanistische teksten. De opkomende Lutherse Hervorming eerst, de Anglicaanse afscheiding onder Hendrik VIII later, betekenden een keerpunt. In het tweede kwart van de zestiende eeuw was Antwerpen drukkerscentrum en doorvoerhaven van Latijnse, maar ook van Engelse, traktaten, pamfletten en... bijbelvertalingen (William Tyndale!). Die werden in Engeland door de overheid opgespoord, vernietigd (vandaar hun extreme zeldzaamheid) en heftig bestreden (Thomas Morus). Toen de Engelse staatskerk zich stevig vestigde tijdens de lange regeerperiode van Elizabeth I, was het de beurt aan de Romegetrouwe katholieken om te vluchten. Vanuit Leuven en Douai bestookten de Engelse 'Recusants' (zie Kroniek
nr. 2213) hun vaderland met een vloed van pamflettaire en dogmatische geschriften. En die boeken werden meestal te Antwerpen gedrukt...
Deze dubbele (Reformatorisch én Contra-Reformatorisch) dissidentenrol werd belicht in een tentoonstelling waar een naar 'continentale' begrippen zeer hoog aantal Engelse zeldzaamheden te zien was, dankzij bruiklenen uit Londen, Oxford en Cambridge. De bij die gelegenheid gepubliceerde catalogus biedt niet alleen een goede beschrijving én inhoudsanalyse van de getoonde drukken, handschriften, prenten en archivalia, maar bevat tevens aan aantal artikels die het onderwerp genuanceerd behandelen. F. DE NAVE opent met 'Antwerpen, dissident drukkerscentrum in de 16de eeuw: algemene synthese' (p. 13-21). De intellectuele contacten komen aan bod bij G. TOURNOY 'Humanisten, heersers en hervormers in de eerste helft van de zestiende eeuw tussen de Zuidelijke Nederlanden en Engeland' (p. 23-32). C. COPPENS was de aangewezen auteur voor 'Challenge en Counterblast: het boek als wapen in Engelands controverse tijdens de tweede helft van de zestiende eeuw' (p. 33-58). Drie personages worden uitvoerig voorgesteld: 'William Tyndale in Antwerpen hervormer, bijbelvertaler en maker van de Engelse taal' (door G. LATRE, P. 59-70), 'Simon Fish, A Supplication for the Beggars en de protestantse polemiek' (door J. SCATTERGOOD, p. 71-78) en 'De relatie Jan Moretus en Thomas Stapleton belicht vanuit hun correspondentie' (door J. DE LANDTSHEER, p. 79-88).
Ook de catalogusnotities zijn sterk inhoudelijk gericht - een goede zaak overigens, want weinigen zijn met dit onderwerp vertrouwd. Niettemin krijgt ook de boekhistoricus veel leerzaams te lezen (bv. bandbeschrijvingen, herkomstgegevens, drukgeschiedenis van enkele teksten) én te zien (talrijke afbeeldingen van titelpagina's). De rijkdom aan gegevens is via twee registers (algemeen op persoonsnamen, en extra op drukkers/uitgevers tot 1800) goed ontsloten. Het keurig verzorgde boek zal allicht lange tijd de Nederlandse toegangspoort tot de boekgeschiedenis van de Engelse Reformatie blijven. Terecht. [M. d. S.]
Zie ook nr. 2489
2201 - Paul VALKEMA BLOUW, Predated protestant works in Nijhoff-Kronenberg in Quaerendo,24, 1994, p. 163-180, facs.
Dit is een vervolg op PVB's bijdrage over Van Oldenborch, Vanden Merberghe en Frans Fraet (cf. Kroniek 18
nr. 1894). Niet zij, maar wel de Antwerpse drukkers Adriaen van Berghen, Matthaeus Crom, Steven Mierdmans en Frans Fraet zijn verantwoordelijk voor het drukken van hervormde geschriften die vaak van schijnadressen en antedateringen werden voorzien. Een aantal drukken zullen dus uit NK moeten afgevoerd worden, maar naast dit verlies is er ook winst. In deze bijdrage staan de omstreden drukken uit NK met aanvullingen vermeld, naast een aantal titels die niet in NK voorkwamen. PVB is er zich maar al te goed van bewust dat zijn typografisch onderzoek verstrekkende gevolgen heeft voor de geschiedenis van de Hervorming in de Lage Landen: teksten die twintig of meer jaren later verschenen zijn dan tot nu toe werd aangenomen, veroorzaken verschuivingen op het terrein van de receptiegeschiedenis, ook al moet rekening worden gehouden met het eventuele bestaan van verloren gegane teksten en drukken. [E. C.-I.]
2202 - Andrew PETTEGREE, Emden and the Dutch Revolt: Exile and the development of Reformed Protestantism. - Oxford: Clarendon Press, 1992. -xii, 350 p.: W.; 23 cm. - ISBN 019-822739-6. £ 40.
Grondige studie van Emden als basis voor de protestantse (vluchtelingen)kerk uit de Nederlanden. De vele traktaten ter verdediging of ter verspreiding van het geloof werden ook vaak te Emden gedrukt, niet zelden zonder drukkersnaam of met fictief impressum. Een betrouwbare lijst van echte Emdense drukken bleef een desideratum (cf. Kroniek 13
nr. 999). Met behulp van o.m. P. Valkema Blouws typografisch onderzoek is Pettegree erin geslaagd klaarheid te scheppen in de duisternis. Hoofdstuk 4 ('Emden printing') is een goede synthese met o.a. aandacht voor de grote rol van Antwerpen als distributiecentrum. Bijzonder belangrijk is de Appendix: Books printed in Emden, 1554-1585 (p. 252-311) met de beschrijving (titel/impressum/collatie/ literatuur/exemplaren) van 240 drukken, gevolgd door een auteursregister (p. 312-313) en een bibliotheeksregister (p. 314-317). Een modelstudie! [M. d. S.]
Zie ook nrs. 2217; 2911
2203 - Paul VALKEMA BLOUW, Willem Silvius, Christiaen Houweel and anti-Spanish propaganda, 1577 te 1579 in Quaerendo,24, 1994, p. 3-29, ill.
Geïntrigeerd door de zeer schaarse, over tien jaren gespreide, drukken van Houweel, is PVB op speurtocht gegaan. En met succes! De houtsnee-initialen in die enkele drukken komen ook voor in een aantal anonieme drukken; lettend op de combinatie met het gebruik van dezelfde lettertypen en op analoge zetwijze, kan hij die aan Houweel toeschrijven. Maar er is meer. Willem Silvius, waarschijnlijk sedert einde 1577 al in Leiden (vroeger dan algemeen aanvaard) en de uitgever van enkele anti-Spaanse pamfletten, blijkt die evenwel niet te hebben gedrukt; het daarin voorkomend drukmateriaal wijst op Houweel. Bovendien zijn er een paar exemplaren bekend met een ex dono van Silvius. Uit dit feit leidt PVB af dat er een band moet hebben bestaan tussen Houweel en Silvius, namelijk die van resp. drukker en opdrachtgever. Tijdens de eerste twee jaren van zijn Leidse verblijf heeft Silvius dus door Houweel in Antwerpen laten drukken. [E. C.-I.]
2204 - W.L. BRAEKMAN, Fragment van een Delftse éénblad-almanak voor 1532 in De Gulden Passer,70, 1992, p. 63-67, facs.
Een nulnummer van Nijhoff en Kronenberg herontdekt! NK 037, een almanak gedrukt door Cornelis Henricsz Lettersnijder te Delft, 'door wijlen W. de Vreese te Gent (UB?) gezien' was niet teruggevonden om de simpele reden dat het fragment in het Rijksarchief te Gent zit (Fonds Raad van Vlaanderen, 33386). Het is een planodruk in rood en zwart waarvan de rechter helft is bewaard. De 'auteur' is meester Helico van Scaghen, medecijn tot Delft. [E. C.-I.]
2205 - Paul VALKEMA BLOUW, De Antwerpse jaren van Nicolaes Mollijns in De Gulden Passer,70, 1992, p. 87-115, ill.
De methode is vrij eenvoudig. Vertrekkend van de uitgaven met Mollijns' impressum leren wij zijn typografisch materiaal kennen: lettertypen, combinaties van lettertypen, titelranden, vignetten, initialen. Waar wij identieke elementen aantreffen in boeken zonder impressum, maakt hun herkenning het mogelijk de pers vast te stellen waar dit drukwerk het licht zag (p. 91).
In het artikel wordt niet gesproken over lettertypen, alleen vignetten, houtsneden en initialen worden onderzocht (de overeenkomst in lettertypen is er wel, p. 105). De oogst was schamel: slechts een zevental kleine drukjes verschenen tussen 1580 en 1586. Na onderzoek bekwam hij volgend resultaat. De karakteristieke onderdelen uit de zeven drukken bestaan uit twee arabeske vignetten (fig. 1a en 1b). Nazicht van enkele Gentse exemplaren wees op twee vormen van 1a: een gave en een gekopieerde. Met dit eerste vignet (fig. 1a) als indicatie kan hij een zestal drukken aan Mollijns toeschrijven. Dank zij de aanwezigheid van vignet 1b kan hij er nog negen bijvoegen. Met behulp van verdere houtsneden (wapens) en enkele initialen die Mollijns senior reeds bezat, voegde hij er nog een vijftal bij. Tenslotte, zich baserend op één of meer aanwezige sierletters en waarschijnlijk de overeenkomst in lettertypen, voegde hij er nog een tiental bij. Zo komen wij, dank zij de methode en de ervaring van Valkema Blouw, tot een totaal van een kleine veertig drukken van Mollijns tussen 1580 en 1586. [J.M.]
2206 - Een notabel boecxken van cokeryen. Het eerste gedrukte Nederlandstalige kookboek circa 1514 uitgegeven te Brussel door Thomas vander Noot. Bezorgd en van commentaar voorzien door Ria JANSEN-SIEBEN en Marleen VAN DER MOLEN-WILLEBRANDS. - Amsterdam: De KAN, 1994. - 2 dln. (88 + ongepag.): omslag, facs.; 19 cm. - (De KANS Katernen; 4). - ISBN 90-801201-6-2 en 90-801201-5-4. Fl.27.50.
Het facsimile is, 10 pct. verkleind, uitgevoerd op het facsimile van Nijhoff in 1925 en in een afzonderlijk deeltje bezorgd. De keurige uitgave is geschied naar aanleiding van het Bourgondisch Diner in de herfst van 1994 in restaurant David en Goliath te Amsterdam georganiseerd. De zorgzame teksteditie met glossarium maakt er een uitstekend werkinstrument van. Over de drukker, wiens naam door een verkeerd ingedrukte elektronische toets 'Vander' i.p.v. 'vander' is gespeld, wordt niets nieuws gebracht. [E. C.-I.]
2207 - Jaap VAN BENTHEIM, The Alamire fragments of the Plantin-Moretus Museum in Antwerp in Musicology and archival research... (cf. nr. 2165), p. 542-557, facs.
Alamire is de bijnaam van de kopiist Peter Imhove of van den Hove, afkomstig van Neurenberg, van 1508 tot 1534 bedrijvig als 'escripvain et garde de livres' van de Bourgondische kapel te Mechelen en als leider van een scriptorium van muziek. Wetend dat drukkers en binders oud perkament en maculatuur gebruiken, heeft de auteur de boekenverzameling van het Museum Plantin-Moretus op dit punt onderzocht. Eén van de opmerkelijke resultaten: fragmenten van een P. de la Rue-koorboek in een Biblia polyglotta! [E. C.-I.]
2208 - Henri VANHULST, Suppliers and clients of Christopher Plantin, distributor of polyphonic music in Antwerp (1566-1578) in Musicology and archival research... (cf. nr. 2165), p. 558-604.
Dit onderzoek kan gelden als een complement op Voets standaardwerk over de Officina Plantiniana wat betreft Plantijns bedrijvigheid op het gebied van de muziek. V heeft zich dus op de Journaux en de Grands livres van Plantijn gestort; in de eerste staan, chronologisch, alle handelstransacties, het tweede type geeft een overzicht van zijn klanten met weerom chronologisch de transacties. 1566 is als begindatum gekozen omdat Plantijn van dat jaar af er een dubbele boekhouding op nahield; 1578 is het jaar waarin de eerste meerstemmige muziekdruk van zijn pers kwam (de Octo missae van G. de la Hèle). V ziet zijn onderzoek als een bijdrage tot een allesomvattend onderzoek naar de rol van de Plantijnse drukkerij inzake de handel van muziekdrukken; hij verkocht immers ook muziek van andere, ook buitenlandse, drukkers. In een lange lijst (p. 576-602) volgen de archiefgegevens betreffende de edities van meerstemmige muziek. Waar mogelijk is een bibliografische referentie toegevoegd. De overige titels kunnen misschien een aanzet of een uitdaging vormen tot een nieuwe speurtocht! [E. C.-I.]
2209 - Rita SCHLUSEMANN, De uitwisseling van houtsneden tussen Willem Vorsterman en Jan van Doesborch in Queeste: tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden, 1, 1994, p. 156-173, ill.
Vorsterman is niet per se de door sommigen in een ongunstig daglicht gestelde nadrukker die profiteerde van andermans werk; daar moeten duidelijk redenen voor geweest zijn. Er is evenwel wat voor te zeggen om het gebruik door verscheidene drukkers van hetzelfde materiaal, i.c. houtblokken, als een niet ongebruikelijke gang van zaken te beschouwen in de betrokken periode. Pas wanneer alle (bekende) afdrukken van houtblokken in de postincunabelperiode in kaart zullen zijn gebracht en hun weg zal zijn te traceren, kunnen wij ons een reëler beeld van de toedracht vormen. Inmiddels is onderzoek als dit over geschiedenis en gebruik van twee houtblokken door Vorsterman en Van Doesborch een stap in de goede richting. [E. C.-I.]
2210 - Bernard HUYS, A recently rediscovered sixteenth-century illuminated manuscript '- a study of the sources and concordances of the third "Tournai " partbook in Musicology and archival research... (cf. nr. in 2165), p. 522-541, tab.
Derde van de vermoedelijk vier stemboekjes met 22 meerstemmige liederen in het Latijn, het Nederlands en het Frans, mogelijk in 1511 gekopieerd. De Tenorpartij staat vermeld in de Catalogue de la bibliothèque de la ville de Tournai van A. Wilbaux uit 1860, waar het nog steeds bewaard wordt (en dus geen 'Kriegsverlust'!) Een eeuw later duikt bij Kraus in New York de Superius op, in 1959 door de KB te Brussel verworven. In 1991 word de Altus door een privéverzamelaar gekocht. o. m. verluchting en band duiden op een eenheid van ontstaan. De band heeft het bekende vier-dieren-in-rankenpaneel van Ludovicus Bloc. P. Verheyden, die destijds het Doornikse bandje heeft gezien en gewreven, heeft opgemerkt dat de bladen tot in de tekst en de verluchting zijn afgesneden is het boekje (door Bloc ?) herbonden ? [E. C.-I.]
2211 - Marijn DE VALK, Bindwerk voor de Staten van Zeeland in Boek en band, 9, 1993, p. 21-22., 51-52, 10, 1994, p. 1-3. (1): De inrichting van de Statengriffie in Zeeland in 1578. (2): De rekeningen van de boekbinders Leendert en Johan Bakker. (3): De gedrukte notulen van de Staten van Zeeland.
In de talrijke rekeningen van bindwerk in het Zeeuwse Rijksarchief is kostbare informatie te vinden over wie wanneer welke boekbanden gemaakt heeft. In heel wat gevallen is het bindwerk zelf ook bewaard gebleven - wat lang niet van alle nog bestaande dergelijke rekeningen kan worden gezegd.
In de tweede aflevering gaat het over de genaamde binders, tevens statendrukkers, wier inboedel op 8 maart 1780 werd geveild. Een groot aantal rekeningen zijn bewaard en banden zijn er ook nog voorhanden.
Tot in 1797 werden de notulen van de Staten van Zeeland gedrukt (in 46 exemplaren), in perkament gebonden en met goud bestempeld. In deze drie korte bijdragen staan uiterst waardevolle gegevens uit de eerste hand. [E. C.-I.]
2212 - M.H.H. ENGELS, Erasmus' handexemplaren: vijf Griekse Aldijnen in de Franeker collectie van de Provinciale Bibliotheek van Friesland te Leeuwarden 2de, verm. dr. - Leeuwarden: Provinciale Bibliotheek van Friesland, 1994 - 93 p.: ill.; 26 cm. - (Omslagtitel: Uit de bibliotheek van Erasmus). Fl. 20
De Provinciale Bibliotheek van Friesland te Leeuwarden bezit als opvolger van de Franeker Universiteitsbibliotheek vijf (of zeven?) exemplaren uit de bibliotheek van Erasmus. Het betreft Griekse Aldusuitgaven, met Erasmus' aantekeningen of bezittersmerk. Conservator M. Engels beschrijft deze edities grondig, gaat diep in op de latere bezitsgeschiedenis (in Friesland, inz. te Franeker), onderzoekt hun gebruik door Erasmus etc. etc. Met afbeeldingen van enkele pagina's. Onmisbaar vertrekpunt voor wie zich over Erasmus' bibliotheek wil informeren (zo is bv. de volledige bibliotheeksinventaris opnieuw afgedrukt). [M. d. S.]
2213 - Christian COPPENS, Reading in exile: the libraries of John Ramridge (d. 1568), Thomas Harding (d. 1572) and Henry Joliffe (d. 1573), recusants in Louvain. - Cambridge: LP Publications, 1993. - xvii, 231 p.: in. 25 cin. - (Libri Pertinentes, 2). - ISBN 0-9518811-1-6. £ 7.
De nieuwe serie Libri Pertinentes beoogt betaalbare geannoteerde edities te brengen van belangrijke ongepubliceerde bibliotheekcatalogi uit de periode 1500-1700. Zowel privé - als institutionele bibliotheken komen in aanmerking. Als eerste deel verscheen Late sixteenth-century lists of law books at Merton College (door Alain WIJFFELS, ISBN 0-9518811-0-8. £ 7). Het hier besproken tweede deel behandelt post-mortem inventarissen van bibliotheken van drie Engelse ballingen in Leuven. Na de troonsbestijging van Elizabeth I werd de katholieke kerk in Engeland buiten de wet gesteld. Talloze priesters, kloosterlingen en leken verlieten het land, met of zonder familieleden of bezittingen. Vooral de voormalige universiteitsdocenten uit Oxford (en in mindere mate Cambridge) boden weerwerk en bestookten de anglicaanse kerk-in-opbouw met tientallen theologische pamfletten en traktaten. De Zuidelijke Nederlanden waren een gunstige uitvalsbasis, eerst Leuven, daarna Douai. Het merendeel van die geschriften werd te Antwerpen gedrukt (Kroniek nr. 2200); maar ook te Leuven werden Engelse strijdschriften ter perse gelegd. De gevluchte academici en intellectuelen (Recusants) beschikten met John Fowler zelfs over een eigen uitgever!
Enkelen onder hen hadden (een deel van ?) hun bibliotheek laten overbrengen. Anderen bouwden zich in Leuven een nieuw 'arsenaal'. C. Coppens is erin geslaagd drie van deze bibliotheken te reconstrueren aan de hand van documenten bewaard in de archieven van de Oude Universiteit Leuven (thans te Brussel en te Leuven). Deze inventarissen, testamenten en andere documenten, worden diplomatisch uitgegeven, degelijk ingeleid en, vanzelfsprekend, ontsloten door registers. De voortreffelijke 'Introduction' (p. 1-34) schetst een beeld van de drie Leuvense vluchtelingenbibliotheken en hun bezitters. Ook de rol van uitgever(-drukker) John Fowler komt aan bod. Elk van de drie inventarissen kreeg een eigen nummering en register. De (soms erg) vage boektitels werden zo goed mogelijk (heel goed dus) geïdentificeerd. Zo zijn ze ontsloten voor onderzoek naar individuele aspecten. In een later stadium zullen de catalogi wellicht beschikbaar worden voor gezamenlijke/cumulatieve/vergelijkende raadpleging (CD-Rom).
Het boek is niet luxueus, maar wel verzorgd uitgegeven en is écht betaalbaar! De auteur heeft een belangrijke bijdrage geleverd tot de geschiedenis van boekenbezit (en in deze gevallen beslist ook van boekengebruik!) in de Nederlanden. Moge dit voorbeeld even degelijke navolging krijgen! [M. d. S.]
Zie ook nr.
2200
2214 - A. DEWITTE, De Sociedas de Pardo 1470 e.v. in Biekorf, 93, 1993, p. 195-198.
In bijlage is een kleine boekenlijst van Jan I Pardo (Stadsarchief Brugge) uit 1560 gepubliceerd. [E. C.-I.]
2215 - K. VERHELST, Inventaris van de boeken gevonden in de pastorie van Bekkevoort bij het overlijden in l560 van Jan Vaex, priester van de Duitse Orde in Archief- en bibliotheekwezen in België,64, 1993, p.435-474.
Uitgave van de inventaris, 63 nummers behelzend, bewaard in het Rijksarchief te Hasselt (fonds Alden Biesen). Bij wijze van inleiding gaat V de totstandkoming van de inventaris na en geeft hij bijzonderheden over Jan Vaex, wellicht van Maastricht afkomstig en sedert 1559 als pastoor van Bekkevoort op een commanderij die deel uit maakte van de balije Biesen. Tenslotte bezorgt hij een eerste, volgens de auteur nog niet zeer grondige, analyse van het boekenbezit. Toch zijn wij met deze analyse al een heel eind op weg. Zo blijkt o.m. dat Vaex zijn bibliotheek tussen 1540 en 1560 heeft samengesteld en dat hij belangstelling had voor filologie en pedagogie, niet voor humanisme. [E. C.-I.]
2216 - Christian COPPENS, Sixteenth-century octavo publishers' catalogues mainly from the Omont collection in De Gulden Passer, 70, 1992, p. 5-61, facs.
De auteur is de geschikte man om de geschiedenis van de omvangrijke bibliotheek van de Franse wetenschapper Henri Omont (1857-1940), iets nader te belichten. Sedert 1948 in de Leuvense UB, en later weer voor een deel verhuisd naar Louvain-la-Neuve, behoort zijn collectie zestiende-eeuwse drukkerscatalogi, met de Bodleian Library, de British Library en de Kaiserliche Bücherkommission in Wenen, tot de belangrijkste. Veel catalogen zijn nog maar in een of twee exemplaren bekend. Dit kan een les zijn voor de hedendaagse bibliothecarissen: boekhandels- en uitgeverscatalogen zijn het waard te worden bewaard - én ontsloten!
De Corpus catalogorum bibliopolarum & typographorum die C voor ogen staat, wil een facsimile van de catalogen geven, met identificatie van de drukken, registers en concordanties. Te dien einde moeten inventarissen worden aangelegd van de bestaande exemplaren. In afwachting hoeven publikaties van catalogen niet uit te blijven.
Uit de verzameling Omont presenteert C nu een gedeelte: de zestiende eeuwse uitgeverscatalogen in octavoformaat. Omont verzamelde vooral Frans materiaal. De lijst is geordend per drukker, daarbinnen chronologisch; elke titel is bibliografisch beschreven, de bekende exemplaren worden opgesomd en de literatuur sluit de notitie af. Op de 46 tussen ca. 1540 en 1596 - zijn er acht Antwerpse catalogen bij; die van 1566 (Plantijn) is enkel uit de literatuur bekend. Na de 46 titels volgen enkele registertjes en 27 facsimiles, jammer genoeg zonder legende.
Deze bijdrage moge een oproep zijn om materiaal op te sporen en aan te dragen! [E. C.-I.]
2217 - Andrew PETTEGREE, Emden as a centre of the sixteenth-century booktrade. A catalogue of the bookseller Gaspar Staphorst in Quaerendo,24, 1994, p. 114-135, ill.
Reeds in zijn grote monografie over Emden (Kroniek
nr. 2202) had Pettegree klaarheid gebracht in de verwarring rond de vele anonieme protestantse publikaties aldaar gedrukt. Moeilijker te beantwoorden is de vraag naar de wijze waarop die boeken bij de 'doelgroep' in de Nederlanden geraakten, of hoe boeken naar Emden kwamen. Eén spoor is nu teruggevonden: in het Londense Public Record Office vond hij een plano verkoopscatalogus uit 1567 van de Emdense boekverkoper Gaspar Staphorst (SP 70/95/1892; facs. p. 116-117). Deze interessante lijst met 176 titels geeft een goed beeld van het protestants theologisch-wetenschappelijke boekenaanbod. De meerderheid van de titels was in het Latijn en uit Zwitserland afkomstig. Die titels waren dus in hoofdzaak bestemd voor uitvoer naar de Nederlanden en verder, wellicht Londen. In Emden zelf zal er wel niet veel belangstelling zijn geweest voor Franse of Italiaanse boeken. In bijlage (p. 125-135) staat de lijst met identificaties. [M. d. S.]
2218 - Rodolphe PETER(+) & Jean-François GILMONT, Bibliotheca Calviniana. Les oeuvres de Jean Calvin publiées au XVIe siècle. Ecrits théologiques, littéraires et juridiques. I. 1532-1554. II. 1555-1564. - Genève: Libr. Droz, 1991-1994. - 2 bdn. (1165 p.): facs.; 26 cm. - (Travaux d'Humanisme et Renaissance; 255 & 281). - ISBN 2-600-00013-5. FS 100 & 110.
Bij de dood van Calvijn in 1564 zijn 329 drukken verschenen. Zijn bibliograaf R. Peter (Straatsburg) heeft niet het einde van zijn werk gezien. Maar iedereen mag gelukkig zijn met de voitooiing ervan dank zij J.-F. Gilmont die de ideale bewerker van deze materie bleek te zijn. Omdat hier slechts heel weinig Nederlands materiaal aan de orde komt, volgt geen uitvoerige bespreking: ik citeer een druk van M. Crom te Antwerpen (NK 4221), een van Gillis van der Erven te Emden uit 1560 en twee van Jan Gailliart (Emden ?) uit 1554, alle met fictieve adressen of zonder impressum. Methodologisch echter verdient deze bibliografie ten zeerste aanbeveling. Een derde deel, over de jaren 1565 tot 1600, wordt in 1997 verwacht. [E. C.-I.]
2219 - C. REEDIJK, Erasmus en de verbreiding der boekdrukkunst in Nexus, 1993, nr. 7, p. 40-65.
Dit is de uitgewerkte tekst van een lezing in 1986 te Leiden gehouden in de reeks 'Erasmus en zijn tijd' en nu opgedragen aan de nagedachtenis van Johan Polak (+1992), fervent boekenverzamelaar met belangstelling onder meer voor Manutius. In een vloeiend, boeiend en levendig verhaal wandelt R, die eminente Erasmuskenner, met ons langs de drukkerijen die Erasmus heeft bezocht en waarmee hij, Erasmus, behalve professionele banden ook vriendschapsrelaties onderhield: Dirk Martens, Aldus Manutius en Johannes Froben. Maar niet alleen die! Ook de ateliers waar Erasmus als kleine jongen kan zijn langs gelopen, kan hebben binnen gegluurd en zich, ouder wordend, vragen kan hebben gesteld. In 1477 werken Gerard Leeu te Gouda en Richard Pafraet te Deventer, de stad van de Broeders des gemenen levens, in 1484 Gerard de Leempt in 's-Hertogenbosch, in 1486 de Collaciebroeders te Gouda. R stelt zich verder de vraag welke gedrukte klassieke en humanistische teksten Erasmus tijdens zijn verblijf in het klooster te Steyn kan hebben gelezen en gaat in de brieven van Erasmus na of er uitlatingen zijn die kunnen alluderen op 'drukken', 'publiceren' en dgl. Nadat hij in Parijs in contact met Robert Gaguin is gekomen, is het zover: zijn naam is in een gedrukt werk van Gaguin opgenomen. De boekdrukkunst - zo vat R Erasmus' mening samen - 'is een zegen wanneer zij in dienst staat van de wederopleving der bonae literae en van een gezuiverd christendom, een vloek wanneer zij als wapen in politieke en godsdienstige conflicten wordt gehanteerd'. Ook wordt het beeld opgeroepen van de schrijvende en corrigerende geleerde, in de drukkerijen waar hij als lid van de familie was opgenomen, bij Martens op de Steenhouwersvest te Antwerpen, bij Manutius te Venetië en bij Froben te Bazel. [E. C.-I.]
2220 - Willem HEIJTING, Devote en seer schoone boekskens: boekhistorische verkenningen rond het Nederlandstalig godsdienstig proza in de zestiende eeuw in Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis, 1, 1994, p. 25-42.
Met dit uitstekend gedocumenteerd, gebald artikel geeft H de toon aan van het nieuwe jaarboek: lectuur voor de specialist en de liefhebber. Hopelijk zullen de meeste van deze kwaliteit zijn ! Achtereenvolgens wordt ingegaan op de rol van het godsdienstige boek in de overgangstijd en op de verhouding boekgeschiedenis kerkgeschiedenis; hoe functioneerde het boekenbedrijf inzake godsdienstige lectuur in de volkstaal en wat is ons van het boekenaanbod bekend? Pertinente vragen die in het licht van ouder en vooral recenter onderzoek nieuwe antwoorden vereisen. In dit korte bestek wordt dus - bewust -niet ingegaan op de teksten, hun auteurs en hun drukkers. De kerkgeschiedenis, evenals welke geschiedenis ook, kan niet los van de boekgeschiedenis worden gezien, en andersom. [E. C.-I.]
2221 - Uyt Ionsten Versaemt: Het Landjuweel van 1561 te Antwerpen. Inleiding Dirk COIGNEAU. Catalogus: Elly COCKX-INDESTEGE, Werner WATERSCHOOT, m.m.v.. Marcus DE SCHEPPER, Ann PECKSTADT & Lieve WATTEEUW. Tentoonstelling in de Koninklijke Bibliotheek [Brussel], Nassaukapel, van 30 september tot 29 oktober 1994. Brussel Koninklijke Bibliotheek Albert I, 1994. - 208 p.: ill.; 25 cm. (Dossier Koninklijke Bibliotheek Albert I, D 4). - ISBN 90-6637-057-2. BF 700.
De restauratie van een waardevol document kan een dubbele meerwaarde hebben. Niet alleen zorgt een oordeelkundige conservatie- en restauratie-operatie voor het verdere leven van het document in kwestie. Als het gaat om een bundel die losgemaakt moet worden, kan de restauratie bovendien even worden stilgelegd om alle interessante elementen van die bundel afzonderlijk te tonen aan een publiek van geïnteresseerden.
Iets dergelijks is gebeurd met het zgn. Landjuweel van 1561, een bundel van 83 bladen die alle verband houden met het grootste rederijkersevenement dat ooit in Antwerpen plaatsvond. Het werd georganiseerd door de Antwerpse rederijkerskamer 'De Violieren' (de titel van de tentoonstelling is onleend aan de spreuk van deze kamer). 'Antwerpen 1561', zoals de wedstrijd in de inleiding met een knipoog genoemd wordt, was de laatste wedstrijd binnen een hele reeks, die in 1515 begonnen was in Mechelen. In totaal deden er 18 kamers aan mee (14 voor het eigenlijke landjuweel, 4 voor het onmiddellijk aansluitende haagspel). Het opgelegde thema voor de zinnespelen was 'Wat den mensch aldermeest tot conste verwect'.
De teksten van de zinnespelen werden in 1562 uitgegeven bij Willem Silvius, die ze liet drukken door Plantin, Coppens en Tavernier. Daarnaast is dus ook de bundel bewaard die het voorwerp van deze tentoonstelling uitmaakt. Hij bevat (al dan niet ingekleurde) blazoenen van de deelnemende rederijkerskamers, liedteksten, de uitnodiging en de welkomstrebus van De Violieren, en verschillende pentekeningen: alles bij mekaar een bonte mengeling.
Wanneer deze bundel is samengesteld, is niet uitgemaakt: alleszins na 1561. De band waarin hij zat, is er gekomen in opdracht van de Leuvense stadsarchivaris Edward van Even (1821-1905), die het geheel in ongekende omstandigheden in zijn bezit kreeg, er in 1861 een uitgave van verzorgde met - niet steeds betrouwbare - lithografische facsimile's en het dan verkocht aan de Koninklijke Bibliotheek van België. De catalogus die bij de tentoonstelling verscheen, is een voorbeeld in zijn soort. De historische achtergrond wordt voortreffelijk beschreven in een uitvoerige inleiding; verder is er aandacht besteed aan het aandeel van Van Even in het voortbestaan van het document en is er obk een restauratieverslag opgenomen. In het catalogusgedeelte s.s. worden alle stukken technisch beschreven; waar nodig worden handgeschreven teksten uitgegeven; blazoenrebussen en allegorieën worden systematisch en trefzeker verklaard. Er worden ook enkele hypothesen geformuleerd over de drukkers van sommige bladen: de enige op de bladen met naam genoemde drukkers zijn Hans de Laet en Jan van Ghelen; de lettertypen laten echter toe om ook enkele bladen toe te wijzen aan Ameet Tavernier, Gillis Coppens van Diest en Willem Silvius. Een afzonderlijke studie hiervan wordt in het vooruitzicht gesteld. Tenslotte volgt nog een bijlage met een tabel van de watermerken, inclusief reproduktie.
Ook de vormgeving, van de hand van Antoon de Vijlder, is uitstekend. Er is een goed evenwicht tussen tekst en illustratie (waarvan vele in kleur). De Dante-letter leest heel rustig, en in een werk zonder té veel voetnoten is het een goede afwisseling om ze nu eens in de linkermarge terug te vinden. Mijn enige aanmerking betreft de plaats van de paginering: systematisch rechtsboven, ook op de linkerpagina's, wat impliceert dat je het boek telkens volledig moet openslaan om de even paginanummers te vinden. Maar alles bij mekaar is dit eindelijk weer een catalogus uit de beste traditie van de Koninklijke Bibliotheek, een boek dat 'den mensch aldermeest tot conste verwect'. [P.D.]
(Tegelijk met de volwaardige catalogus werden ook twee brochures van elk 16 p. gepubliceerd, een Nederlands- en een Franstalige. Ze bevatten uittreksels uit de catalogus, met een korte inleiding, een summiere beschrijving van de stukken en een bibliografie.)
2222 - Gerard Mercator en de geografie in de Zuidelijke Nederlanden (16de eeuw) = Gerard Mercator et la géographie dans les Pays-Bas méridionaux (16e siècle). (Eindredactie: F. DE NAVE, D. IMHOF, E. OTTE). - Antwerpen Museum Plantin-Moretus en Stedelijk Prentenkabinet, 1994. - 175 p.: omslag, portr., ill., kaarten; 29 cm. - (Publikaties van het Museum Plantin-Moretus en het Stedelijk Prentenkabinet; 29).
Publikatie naar aanleiding van de tentoonstelling van 30 april tot 24 juli 1994. Het eerste luik behandelt persoon en werk van Mercator: kaarten en globes, atlassen en niet-cartografische werken. (Cf. Kroniek
nr. 2181). Het tweede luik plaatst Mercator in de context van de Zuidnederlandse cartografie en een derde luik is gewijd aan reisverhalen en landbeschrijvingen. Al bij al komen er dus toch heel wat boeken aan de orde; de namen van drukkers en uitgevers zijn in een uniek namenregister opgenomen. Keurige uitgave, mooi omslag, uitstekende kleurreprodukties, te schrale letter. [E. C.-I.]
Zie ook nr. 2181
2223 - Gilbert TOURNOY, Juan Luis Vives and the world of printing in Gutenberg Jahrbuch 1994, p. 128-148, ill.
De kern van dit betoog is als lezing gehouden op de Vivesherdenking in Valencia in de herfst 1992. De uitgewerkte versie ervan is een schitterende bijdrage geworden over de relatie tussen auteur en drukkers in de vroege zestiende eeuw. Niet dat er veel bronnen beschikbaar zijn - de brieven van Vives aan de Brugse drukker Hubert de Croock die in 1871 nog bestonden, zijn spoorloos - maar de enkele externe gegevens en een paar uitlatingen van Vives in (de bewaarde) brieven, zijn ten volle benut. Uit dit onderzoek blijkt dat Vives vlug te werk ging, vaak een onleesbaar geschrift had, groot ongeduld aan de dag legde bij het ter perse gaan en - ramp aller rampen - zijn teksten blééf corrigeren. Nihil novi sub sole! [E. C.-I.]
2224 - Ria JANSEN-SIEBEN, 'Panis vitae': een chirurgisch vlugschrift uit de zestiende eeuw in Licht der Natur: Medizin in Fachliteratur und Dichtung. Festschrift für Gundolf Keil zum 60. Geburtstag. Hrsg. Josef DOMES [u.a.]. -Göppinger: Kümmerle Verlag, 1994, p. 225-238, facs. - (Göppinger Arbeiten zur Germanistik; 585).
Het document is aangetroffen in het Stadsarchief Antwerpen (GA 4513 lias V). De planodruk, 39 regels uit een gotisch lettertype gezet, is 'te vinden op de Cees (?)mart in Douay'. Er is geen drukkersnaam en geen datum: dat zal dus nog moeten worden onderzocht. [E. C.-I.]
2225 - Ernest STEVELINCK, Qui peut avoir traduit en anglais le premier livre de comptabilité paru en français in De Gulden Passer, 70, 1992, p. 69-85, facs
Plausibele hypothese betreffende de vertaler in het Engels van de Nieuwe instructie... des rekenboecks ende rekeninghe te Londene nae die Italiaensche maniere van Jan Ympyn Christoffels. Ympyn bewerkte het naar het Italiaans in het Nederlands; dit werk verscheen postuum bij G. Coppens van Diest in 1543. De Franse versie werd door de weduwe Ympyn bezorgd en verscheen bij dezelfde drukker nog in hetzelfde jaar. De auteur van dit artikel draagt argumenten aan om de Engelse vertaling, in 1547 zonder drukkersnaam gepubliceerd, weliswaar nog met enige schroom, toe te schrijven aan Sir Thomas Gresham, een van de vele Engelse kooplui te Antwerpen. [E.C.-I]
2226 - L. STRENGHOLT & A. LEERINTVELD, De pers in arbeid. Hoofts 'Historien' (1642) als boek in De Zeventiende Eeuw,10, 1994, p. 197-206, ill.
Wijlen L. Strengholt (1930-1989) was een zeer aandachtig lezer. Hem waren allerlei typografische verschillen opgevallen tussen katernen van Hoofts Historien. Daaruit bleek dat het boek wellicht was gezet en gedrukt in twee ateliers. De aanwezigheid van verschillende initialenreeksen, sluitstukken en andere ornamenten bevestigt deze hypothese. De eerste zetterij-drukkerij werd geïdentificeerd met die van Paulus Matthijsz. te Amsterdam. Een reeks initialen met bijbelse voorstellingen wijst naar een van de drukkers van een reeks Amsterdamse bijbeluitgaven (1641 en later), wellicht naar Theunis Iacobsz en Fredericksz Stam. Hun produktie dient nader onderzocht (dat kan nu dankzij de STCN ... ); tevens blijkt een databank met initialen en typografisch materiaal een dwingend desideratum. A. Leerintveld heeft, mede op basis van Strengholts materiaal en eerste bevindingen, een overtuigende analytisch-bibliografische verkenning gemaakt van een belangrijk Nederlands boek. En daar is het de analytische bibliografie toch in de eerste plaats om te doen! (zie ook Kroniek
nr. 2152). Het zou trouwens een leerrijk en fundamenteel bibliografisch experiment zijn de drukgeschiedenis van een aantal beroemde Nederlandse boeken te registreren (naar een idee van Frans Janssen). Voor Hooft beschikken we nu al over een belangrijke aanzet. [M. d. S.]
Zie ook nr. 2365
2227 - M. VAN VAECK, Adriaen van de Vennes 'Tafereel van de Belacchende Werelt' (Den Haag, 1635). Deel I Prolegomena, Deel II Facsimile-editie, Deel III Studie. - Gent: Kon. Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1994. - 905 p.: ill.; 24 cm. - (Reeks VI; nr. 121). - ISBN 90-72474-112.
Een uitstekende ontsluiting van een werk dat op het eerste gezicht niet in het literaire systeem van Nederlands Gouden eeuw schijnt te passen. In feite was Van de Venne een in Den Haag invloedrijke en gewaardeerde dichter. Zijn faam als schilder heeft nadien zijn aanzien als poëet verduisterd. De huidige studie brengt in deel 1, Prolegomena, een overzicht van Van de Vennes literaire activiteiten, de drukgeschiedenis van de 'Belacchende Werelt' en een overzicht van de drukvarianten in de bundel. Deel II omvat de reproduktie in facsimile van een 'ideal copy' van het werk. In deel III, 'Studie', wordt het werk zowel op basis van tekstinterne gegevens als in een ruimere cultuurhistorische context onderzocht.
Het analytisch-bibfiografisch onderzoek is verricht op 51 exemplaren die gecollationeerd werden met behulp van transparantkopieën. Eerst wordt een lijst van de gecollationeerde exemplaren met vermelding van specifieke kenmerken aangeboden (nota's, ingeplakte gravures, eigendomsmerken). Daarna volgt een overzicht van de mogelijke staten: per katern, en daarbinnen per binnen- en buitenvorm worden de verschillende staten opgesomd. (Terloops: de werkwijze van VV, die zijn numerieke volgorde van de staten niet noodzakelijkerwijze als identiek met de chronologische orde beschouwt, is geen orthodoxe praktijk binnen de analytische bibliografie). De tekstverschillen zelf worden aangeboden als onderdeel van een volgend hoofdstuk, dat zowel het variantenoverzicht als verklarende aantekeningen bij de tekst bevat. Het aantal getraceerde varianten is aanzienlijk: in 45 van de 74 drukvormen zijn er aangetroffen. Naast verbetering van zetselschade komen in grote mate perscorrecties voor, die aan de auteur zelf kunnen worden toegeschreven. VV heeft oog voor details van het 17de-eeuwse letterzetten: zo stipt hij aan dat een teveel aan regelwit opgevangen werd door het inlassen van extra letters (p. 57, 60). Bij de uiteenzetting over de juiste volgorde van de staten (p. 105, 109) rijst de vraag of er geen bewijsmateriaal te halen was uit de slijtage van de letters binnen de vorm. De facsimile editie brengt een 'ideal copy' in de betekenis die Fredson Bowers daaraan geeft: de tekst wordt gereproduceerd in de staat die door de auteur als de meest perfecte eindstaat zou worden beschouwd.
De 'Studie' in deel III is imponerend: uitgaande van de tekst, die een bezoek aan de Haagse hofkermis verhaalt, worden de verschillende elementen hierin, zowel het kader (de kermis) als de optredende personages (boeren, kermisgasten, zigeuners, bedelaars enz.) uitvoerig geduid met behulp van Van de Vennes overige werk, dat van tijdgenoten en de wetenschappelijke literatuur. De rijkdom van de aldus geboden informatie, de kwaliteit van de tekstverklaring en de zorg, besteed aan de bibliografische analyse, vormen de grote kwaliteiten van dit werk. [W.W.]
2228 - Eevwigh edict over het duel. - Wildert: De Carbolineum Pers, 1994. - 27 p.: facs.; 28 cm. - BF 3000; Fl. 160. Te verkrijgen bij de drukker, Elf Novemberstraat 22, B-2910 Wildert.
Als tweede deel in de reeks 'Facsimile's van oude Vlaamse drukken' heeft Boris Rousseeuw gekozen voor het Eevwigh edict vande Aerts-hertoghen... op t'faict van t'beroepen tot vechten, by vorme van duël, uitgevaardigd te Brussel in 1610 en heruitgegeven te Gent bij de weduwe en erfgenamen Jan vanden Kerchove in 1667. Het 'bloedstollende' verhaal, zoals de inleider/drukker het noemt, houd ik u ten beste! Zoals gebruikelijk is dit een fraaie druk in een oplage van 55 exemplaren, gezet uit een Egmont en opgesmukt met een mooie initiaal afkomstig van een drukkerij te Oostende. [E. C.-I.]
2229 - Adri K. OFFENBERG, Spanish and Portuguese Sephardi books published in the Northern Netherlands before Menasseh Ben Israel (1584-1627) in Dutch Jewish history (Jerusalem), 3, 1993, p. 77-90, ill.
Tijdens het laatste kwart van de zestiende eeuw weken de nieuwe christenen - de bekeerde Joden - van Italië uit naar Antwerpen, Hamburg en Amsterdam. De Noordelijke Nederlanden werden een centrum van drukkunst. De auteur geeft bijzonderheden over Sephardiboeken. vóór Menasseh Ben Israel in 1626 in Amsterdam begon te drukken. [E. C.-I.]
2230 - Marc VAN VAECK, De 'Openhertighe herten' en J.J. Starters 'Steeck-boecxken, ofte 't vermaak der jeugdelijker herten': een opmerkelijke variante van de hartsemblematiek in Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse taal- en letterkunde,1993, 1 [versch. 1994], p. 122-152, ill.
Grondig onderzoek van een der moeilijkste bibliografische probleemgevallen uit de Nederlandse emblematiek. Ergens in het eerste (?) kwart van de zeventiende eeuw verscheen een opmerkelijk embleembundeltje in oblongformaat: Openhertighe herten (Landwehr 918). Er bestaat tevens een Franse editie met de Nederlandse titel aangevuld tot La Diuersité des Coeurs. De Nederlandse titel heeft een moeilijk leesbaar 'impressum': , Auth. JvVelde. Comp. Bruc // Dous [of 'Pour' of 'Paris'?] CDP exc ", wellicht verwijzend naar een (Zuidnederlandse?) JvVelde als auteur/samensteller/ inventor (?) en CDP= Crispijn de Passe (sr. of jr.?) als uitgever. De Franse editie vermeldt Corn. Galle als graveur (en uitgever?). Het boekje had blijkbaar succes en werd nagevolgd in de Nederlanden, Duitsland (G. Ph. Harsdörffer) en Frankrijk ( "De Pontsevrez " in 1894!). In de achttiende eeuw verschenen er minstens zes uitgaven van Steec-Boecxken, Ofte 't Vermaak der Jeugdelijcker Herten, toegeschreven aan de Friese dichter J.J. Starter (overleden in 1627). Van Vaeck maakt aannemelijk dat de bewerking inderdaad van Starter afkomstig is, wat een datering van de Openhertighe herten 'rond 1620' plausibel maakt. Het hele verhaal kan nog niet worden verteld: er ontbreken immers een aantal drukken... Andermaal blijkt hoeveel er ook weer van de Gouden Eeuw is verdwenen. Gelukkig waren/zijn er nog bibliofielen! [M. d. S.]
Zie ook nr.
2677
2231 - Jef SCHAEPS, 'Pronk voor 't voorhooft des werks': over titelprenten in Kunstschrift, 38, 1994, 5, p. 38-45, ill.
Het speciale nummer Woord & Beeld van Kunstschrift besteedt, naast uiteraard aan de emblematiek (Karel PORTEMAN, Minerva's wapenzaal, p. 13-16, 45), ook, en terecht, aandacht aan de titelprent. Lokmiddel en versiering: beide functies werkten verkoopsbevorderend. Vaak kunnen ze ons veel vertellen over contemporaine interpretaties (van de kunstenaar).en verwachtingspatronen (van uitgever en lezer). Dit wordt hier geïllustreerd aan de hand van titelprenten van Willem Buytewech (Bredero's Spelen 1622), P.P. Rubens (Lipsius' Opera 1637) en Jan Wandelaar (Fénelons Telemachus 1733). [M. d. S.]
2232 - A.D. RENTING & J.T.C. RENTING-KUIJPERS, De bibliotheken van koning-stadhouder Willem III in Jaarboek van het Nederlands Genootschap van bibliofielen 1993, 1994, p. 63-92, ill.
Boeiend overzicht van de bibliotheken gevormd door koningstadhouder Willem III (1650-1702), met bijzondere aandacht voor de zeventiende-eeuwse bibliotheek op paleis Het Loo (bij Apeldoorn). Die collectie (voor een gedeelte thans in de Haagse Koninklijke Bibliotheek) blijkt oorspronkelijk in het bezit te zijn geweest van Mary Stuart. Aanvulling op het 'magnum opus' van beide Auteurs: The seventeenth-century Orange-Nassau library uit 1993 (cf. Kroniek 19
nr. 2098). [M. d. S.]
2233 - Alfonso MIRTO & Henk Th. VAN VEEN, Pieter Blaeu: Lettere ai Fiorentini Antonio Magiliabechi, Leopoldo e Cosimo III de Medici, e altri, 1660-1705 = Letters to Florentines [...]. - Firenze: Istituto Universitario Olandese di storia dell'arte; Amsterdam [etc.): Holland University Press, 1994. - xiv, 322 P.: ill.; 23 cm. - ISBN 90-302-1298-5. Fl. 85.
Pieter Blaeu (1637-1706), tweede zoon van Joan Blaeu sr. en oudere broer van Joan jr., is wel de minst bekende telg uit de grote uitgeversdynastie (cf. Kroniek 18
nr. 1921). Dit boek brengt daar terecht verandering in. Na een Italiaanse (studie?)reis in 1660 bleef hij in contact met de Florentijnse geleerde bibliofiel Antonio Magliabechi (1633-1714) en via deze slaagde hij erin de Medici-bibliotheek en andere collecties te bevoorraden met het internationale boekenaanbood uit de Republiek. De uitvoerige inleiding in het Italiaans (p. 3-48) en het Engels (p. 49-90) wordt gevolgd door de integrale geannoteerde uitgave van de correspondentie met Magliabechi (116 brieven 1660-1705) en andere Florentijnse klanten (nrs. 117-170), en een personenregister. Uitgaven als deze, hoewel niet zo visueel spectaculair als bv. cartografische tentoonstellingen met Blaeu-atlassen, zijn van het grootste belang voor het boekhistorisch onderzoek, m.n. op het te lang verwaarloosde terrein van de internationale handel in wetenschappelijke publikaties. [M. d. S.]
2234 - Hubert MEEUS, Lof van 'Het licht der zeevaert' in Klinkend boeket: studies over renaissancesonnetten over Marijke Spies. Onder redactie van Henk DUITS... [et al.]. - Hilversum: Verloren, 1994, p. 37-41.
Uitgever en boekverkoper Zacharias Heyns was ook dichter. In 1608 prees hij met een sonnet Het licht der zeevaert aan, een nieuwe zeemansgids van de jonge concurrent Willem Jansz (Blaeu). [M. d. S.]
Zie ook nr.
2237
2235 - P.G. HOFTIJZER, De zeis in andermans koren: over nadruk in Nederland tijdens de Republiek. Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar in de geschiedenis van uitgeverij en boekhandel vanwege de Dr P.A. Tiele-Stichting aan de Universiteit van Amsterdam op 17 september 1993. - Amsterdam: Vakgroep Boek-, Bibliotheek- en Informatiewetenschap, 1993. - 25 p.; 24 cm. - (BBI-reeks; 4). - ISBN 90-74451-04-7.
Met deze rede aanvaardde Paul Hoftijzer (cf. Kroniek 14
nr. 1234) de opvolging van Bert van Selm (cf. Kroniek 18 nr. 1842) als hoogleraar in de geschiedenis van uitgeverij en boekhandel. Hij behandelt daarin, aan de hand van enkele sprekende voorbeelden, de, voor de zeventiende-eeuwse (en ook latere) drukkers en uitgevers levensbelangrijke, problematiek van de niet-geautoriseerde nadruk. Verweermiddelen waren o.m. kopijrecht, privilegies, clanvorming van uitgevers. Dat leidde uiteindelijk tot de wetgeving op het auteursrecht, doch niet, naar ieder bekend is, tot het verdwijnen van de piraten (nil novi ... ). [M. d. S.]
Zie ook nr. 2723
2236 - W.J. OP 'T HOF, The oldest Dutch commercial oeuvre lists in print in Quaerendo, 23, 1993, p. 265-290, ill.
In navolging van J.A. Gruys' pioniersartikel over gedrukte fondslijsten achterin boeken (cf. Kroniek 17
nr. 1771), heeft A. oog gehad voor vroege 'commerciële' oeuvrelijsten. Die lijsten vermelden de (nog/weldra) leverbare uitgaven van werken van een auteur en blijken van groot bibliografisch belang te zijn. Tijdens zijn onderzoek naar de publikatiegeschiedenis van de piëtistische auteur Willem Teellinck (1579-1629) heeft A. 15 (!) zulke oeuvrelijsten gevonden. Hij geeft hier een lijst (!) van 62 (!) eerste drukken van Teellincks werken en onderzoekt het voorkomen daarvan in de oeuvrelijsten. Hij komt tot het besluit dat de piëtistische lezers een duidelijke doelgroep vormden en dat enkele uitgevers zich daar nadrukkelijk op richtten. De eerste blijkt Marten Jansz Brandt (Amsterdam) te zijn geweest, die in 1622 een lijst van Teellincks verkrijgbare werken afdrukte aan het eind van alweer een nieuwe publikatie. A. verwijst de lezer ook naar zijn Nederlandstalig artikel De betekenis van de gedrukte commerciële oeuvrelijsten van Willem Teellinck. I. Een nog onbeschreven boekhistorisch verschijnsel in Documentatieblad Nadere Reformatie, 16, 1993, p. 75-89 (vervolg in 1994). Degelijk werkstuk. [M. d. S.]
2237 - Piet VISSER, Frisia non cantat? Boekverkopers, bloemlezers en poetsenbakkers op de Helicon van 't Heitelân in Klinkend boeket... (cf. nr. 2234), p. 165-172.
Over een sonnet van Adriaan Tymens op het overlijden van de dichtende Friese uitgever, boekverkoper etc. Hendrik Rintjes, o.m. samensteller van de bloemlezing Klioos kraam (Leeuwarden 1656-1657). [M. d. S.]
2238 - Brigitte BUISSINK & Jeroen KLEIJNE, Theses en thesauriers: dedicaties van boeken aan het Haarlemse stadsbestuur in Haarlems Helicon literatuur en toneel te Haarlem voor 1800, red. E.K. GROOTES. - Hilversum Verloren, 1993, p. 111-122.
Naast beurzen aan studenten gaven steden uit de Republiek ook geld voor gedrukte dedicaties van theses en, occasioneel, andere publikaties. De casus 'Haarlem' werd hier onderzocht aan de hand van het nog te weinig bekende Apparaat Dommisse: 'een kaartsysteem - bewaard op de afdeling Documentatie Nederlandse Letterkunde van het Instituut voor Neerlandistiek aan de Universiteit van Amsterdam -, waarin gegevens, aangetroffen in archieven en gedrukte werken, zijn verzameld omtrent de boekgeschiedenis van omstreeks 1570 tot eind zeventiende eeuw' (p. 111). Het stedelijk mecenaat was niet belangeloos: "over het algemeen is de magistraat waarschijnlijk vooral in die gevallen tot een honorering overgegaan wanneer hij zich aan de auteur verplicht voelde of hem aan zich wilde verplichten " (p. 122). Een nuttige verkenning van een al te lang verwaarloosd terrein (zie ook
nr. 2162) met register van opdrachten!). [M. d. S.]
2239 - Els STRONKS, De 'verborge werkkingh' van het zeventiende-eeuwse calvinistische liedboek in De boekenwereld, 11, 1994-1995, p. 2-9, ill.
De bloei van het calvinistische liedboek in de tweede helft van de zeventiende eeuw is mede te verklaren door de cultuurpolitieke strategie van de predikanten: in een doordacht vroomheidsoffensief de jongeren van werelds naargeestelijk vermaak te leiden, via 'betaalbare en begrijpelijke liedbundels'. Geen luxueuze, rijkelijk geïllustreerde liederenbundels (vaak in oblong quartoformaat) voor de 'jeunesse dorée', maar eenvoudig uitgevoerde en goedkoop geproduceerde boekjes (vaak zonder illustratie of muzieknotatie). Dat deze bundels aansloegen bewijzen de talloze herdrukken van bv. J. van Lodensteins Uytspanningen. [M. d. S.]
2240 - Jeroen JANSEN, The Aulularia edition which served as basis for the Warenar in Quaerendo, 24, 1994, p. 83-113.
Hoofts Warenar (1617) is een 'aemulatio' van Plautus' Aulularia. Onderzoek van de tekst- en drukgeschiedenis van Plautus' stuk leidt A. tot de conclusie dat Hooft een exemplaar van Taubmanns [Wittenberg] 1605 editie gebruikte. [M. d. S.]
2241 - Jan KONST, Een onbekende Vondeluitgave in Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde, 110, 1994, p. 226-234.
De Biblioteka Gdanska Polskiej Akademii Nauk te Gdansk (Dantzig) bezit twee(!) exemplaren van een voorheen onbekende druk van Vondels gedicht Vrye zeevaert naer Oosten uit 1658. Het 'boekje' (vier quartopagina's) verscheen zonder uitgevers - of drukkersadres in of na 1658 en bevat de Nederlandse tekst van het gedicht mét een anonieme Duitse vertaling. Tekstuitgave met commentaar. [M. d. S.]
Zie ook nr.
2322
2242 - Arianne BAGGERMAN, Een drukkend gewicht: leven en werk van de zeventiende-eeuwse veelschrijver Simon de Vries. - Amsterdam - Atlanta G.A.: Rodopi, 1993. - 335 p.: portr., ill.; 22 cm. - (Atlantis; 7). - ISBN 90-5183612-0. Fl. 65.
In bijlage is de bibliografie gepubliceerd (p. 259-322). Ze volgt het stramien van de STCN. [E. C.-I.]
2243 - Fleischman on punchcutting. Edited by Frans A. JANSSEN. - Aertswoud: Spectatorpers, 1994. - 59 p.: ill, facs.; 26 cm. - Verspreid door Minotaurus Boekwinkel, PB 16477, NL 1001 RN Amsterdam. Fl. 196 (gebrocheerd); rl. 397, 50 (luxe ed.).
IDEM, Ploos van Amstel's Manual and Fleischman: an addendum in Quaerendo, 24, 1994, p. 136-137.
Het onvoltooide handboek over het snijden en gieten van letters van de Amsterdamse lettergieterij van de Gebroeders Ploos van Amstel (cf. Kroniek 15 nr. 1460), heeft een vervolgverhaal. Dit bestaat onder de vorm van een anoniem handschrift uit 1766 dat J aan de befaamde stempelsnijder Johann Michael Fleischman kan toeschrijven als auteur én als schrijver (kopiist). In het korte bericht in Quaerendo volgt J de wegen van het exemplaar: van de lettergieterij Ploos van Amstel (1763-1799) is het handschrift naar Enschedé verhuisd, inmiddels de enige grote lettergieterij in Nederland, om uiteindelijk te belanden in de handen van FAJ.
De uitgave die deze ervan bezorgde, is in alle opzichten een bibliofiele uitgave: gezet uit de Fleischman Roman en Rosart initialen, vormgegeven en in boekdruk uitgevoerd door Bram de Does op Zerkall Ivory in een beperkte oplage. [E. C.-I.]
2244 - Piet VERKRUIJSSE & Gerard POST VAN DER MOLEN, Een 97e druk??? Maak dat de kat wijs! [Leiden]: De Ammoniet, 1994. - 1 blad: ill.; 21 cm. - Niet in de handel.
Bij de afsluiting van de AIO-cursus 'Het gedrukte boek als materieel object' bezorgde 'thuisdrukker' Gerard Post van der Molen deze mooie demonstratiedruk. De auteurs gaan erin op zoek naar de waarheid achter de vermelding op de titelpagina van de scabreuze dichtbundel Apollo's marsdrager als zou het om een 97ste druk gaan. Deel 3 van de dichtbundel verscheen in Amsterdam bij Hendrik Bosch (actief van 1715 tot 1729) en was van de hand van G. Tysens. Aan het getal 97 wordt niet veel geloof gehecht, maar uit de vergelijking tussen de exemplaren in de UB Amsterdam en de KB Den Haag blijkt toch dat het boekje een respectabel aantal drukken heeft gekend. Een werkhypothese voor verder onderzoek is dat Hendrik Bosch meer drukkers tegelijk aan het werk heeft gezet om deze bestseller in korte tijd in een hoge oplage op de markt te brengen. [P.D.]
2245 - Rudolf RASCH, Estienne Roger en Michel-Charles le Cène, Europese muziekuitgevers te Amsterdam,1696-1743 in Historisch tijdschrift Holland, 26, 1994, nr. 4/5, p. 292-313, ill.
Op het einde van de zeventiende eeuw kende de Amsterdamse muziekuitgeverij een gestage groei. In de jaren 1680 en 1690 waren de uitgeversactiviteiten vooral gericht op de lokale markt. In de achttiende eeuw veranderde deze situatie grondig. De muziekuitgeverij werd een internationale branche die niet langer terugschrok voor 'buitenlandse' muziek noch voor buitenlandse afzet markten. De Amsterdamse émigré Estienne Roger is voor dit internationaliseringsproces in hoge mate verantwoordelijk, zo stelt Rasch. In zijn fonds en in dat van zijn schoonzoon en opvolger Michel-Charles le Cène, zijn naast een Noord- en een Zuidnederlandse component ook Franse, Italiaanse, Duits-Oostenrijkse en Engelse gehelen te onderscheiden. Ze worden hier een voor een voorgesteld. Uit het overzicht blijkt dat het huis Roger Le Cène door zijn grootschaligheid en zijn internationale oriëntatie in Europa richtinggevend was. [P.D.]
Zie ook nr.
2317
2246 - Joannes Franciscus Cammaert, Straf ende Dood van Balthasar, koning der Cladeen, benevens de krooninge van Darius, koning van Meden, Blyeyndig treurspel A. Inleiding en tekst: K. LANGVIK-JOHANNESSEN. B. Woord-en tekstverklaring W. WATERSCHOOT. - Brussel: Facultés universitaires Saint-Louis, 1991. 58 + 50 p. - (Studiecentrum 18de-eeuwse Zuidnederlandse letterkunde; Cahiers, 6A-B).
In hs. Goethals 441 in de Koninklijke Bibliotheek te Brussel worden 82 titels van aan Cammaert toegeschreven toneelstukken opgesomd. Voor zover vernoemd zijn de drukkers, te Brussel, van deze uitgaven G. Jacobs, Boucherie, 't Serstevens, Jorez. [E. C.-I.]
2247 - Nadine VANWELKENHUYZEN, Une galerie du conservatisme liégeois vers 1787. A propos d'un projet de journal antiphilosophique in Le livre & l'estampe, 40, 1994, nr. 141, p. 157-165.
Van commentaar voorziene uitgave van een handgeschreven document uit het Rijksarchief in Luik, waarin de uitgave van een anti-filosofische periodiek wordt gepland. Het stuk dateert waarschijnlijk uit 1787 en somt enkele mogelijke medewerkers op, o.m. de Luikse drukker François Lemarié. [P.D.]
2248 - Hans DE CANCK, Drukkers in tijden van revolutie. De Leuvense drukkers Michel op het einde van de 18de eeuw. Verhandeling aangeboden tot het verkrijgen van de graad van licentiaat in de Moderne geschiedenis, 1994. Katholieke Universiteit Leuven. Faculteit der Letteren. Departement Geschiedenis. - XXIX, 290 p.: ill.; 30 cm. - Niet gepubliceerd.
Het ontrafelen van de activiteiten en de produktie van de drie Leuvense drukkers Michel (drie broers: Jozef, geboren in 1745, Joannes Petrus Georgius, 1748, en Franciscus, 1760) vergt enige moed, gelet op het permanente gevaar voor naamsverwarring en op het beperkte aantal voorstudies. De auteur geeft zelf toe dat zijn bio-bibliografische opzoekingen niet het laatste woord over de Michels hebben opgeleverd. Toch is met dit werk al heel wat gezegd. De drie figuren worden goed getypeerd en gesitueerd in de typografische traditie én in de politieke situatie van hun tijd (al zijn de eerste twee hoofdstukken hierover veel te lang uitgevallen).
Deel II biedt een uitgebreide fondslijst per drukker, die goed is voor in totaal 291 nummers! Een interessante bijlage is die met de reprodukties van hun typografische ornamenten. Ze vormen een aanvulling bij het hoofdstuk over de typografische kwaliteit van het werk van de Michels. [P.D.]
Zie ook nr.
2553
2249 - Daniel DROIXHE, C'est le bouquet... Histoire d'un ornement typographique liégeois du XVIIIe siècle in Gutenberg Jahrbuch, 69, 1994, p. 211-228, ill.
Eenzelfde typografisch ornament, een in hout gesneden vignet met bloemenboeket, komt bij zes verschillende Luikse drukkers voor, van 1735 tot 1790, van Jean-Philippe Gramme tot Jean-François Desoer. Bij deze laatste drukker heeft de afdruk niets van haar frisheid verloren. De auteur tracht dit enigma te verklaren aan de hand van de externe geschiedenis van de boeken waarin hij de vignetten vond. [P.D.]
2250. - Claude SORGELOOS, Influences du XVIIIe siècle sur les relieurs belges in Etudes sur le XVIIIe siècle, XXII: Retour au XVIIIe siècle. Ed. Roland MORTIER & Hervé HASQUIN. - Bruxelles: Université libre, 1994, p. 113-125, ill.
Naast neogotiek neemt ook neorocaille als originele stijl een plaats in de boekbandversiering van de 19de eeuw in. De inspiratie wordt in de decoratieve kunsten gevonden. Nieuw in de 19de eeuw is b.v. het simultaan aanwenden van blind- en goudstempeling, asymmetrie in het decor; halve banden, met vlakke rug en stempelversiering, worden talrijker. Gaandeweg wordt de versiering ontleend aan de inhoud en wordt 'illustratief' ('au naturel'): Henri Crabbe, Pierre Corneille Schavye, Ildephonse-Louis Masquillier. De kartonnen uitgeversbanden, met platbekleding in gegaufreerd papier en in leerimitatie, worden op analoge wijze versierd: Casterman te Doornik, Dessain te Luik. In de jaren 60 ruimt de rocaille baan voor de zg. 'retrospectieve' stijl die al eerder aan de orde was gekomen: geen inspiratie meer maar imitatie. Het is de tijd van de imitatiebanden als 'kloosterbanden', 'à la Duseuil'-banden, banden 'in de stijl van Grolier', enz. Toch zijn het geen klakkeloze kopieën; alleen al de techniek is eigentijds. Dit alles kan o.m. blijken uit de omvangrijke documentatie die Josse Schavye einde 19de eeuw had samengebracht een gedeelte hiervan is aanwezig in de UB Gent. Emile Bosquet, Laurent en Paul Claessens, de Nederlander J.W. van den Heuvel en anderen behoren tot de historisch georiënteerde binders. S benadrukt hierbij ook de rol die de (wereld)tentoonstellingen spelen. In de alles overheersende imitatiedrang in de bandversienng op het einde van de 19de eeuw, worden alle voorgaande stijlen opgegraven, ook die uit de 18de eeuw. In deze context is een figuur als de falsaris Hagué goed te verklaren! Toch komen binders als Charles de Samblanx en Jacques Weckesser ook onder invloed van de Art nouveau en blijft het niet bij imitaties alleen. Bij het begin van deze eeuw heeft de imitatieband in wezen afgedaan. [E.C.I.]
2251 - José DE KRUIF, 'En nog enige boeken van weinig waarde': boeken in Haagse boedelinventarissen halverwege de 18e eeuw in Historisch tijdschrift Holland, 26, 1994, nr. 4/5, p. 314-327.
De auteur verricht onderzoek over boekaanschaf en boekenbezit in achttiende-eeuws Den Haag, o.m. op basis van boedelinventarissen. Ze presenteert hier de eerste resultaten van de analyse ervan. Er werd een steekproef van 204 Haagse boedelinventarissen genomen. De aanwezigheid van boeken, al dan niet met een explicitering van de titels, wordt gekoppeld aan gegevens als beroep, burgerlijke staat en relatieve rijkdom van de erflater.
Enkele vaststellingen: veel mensen bezitten weinig boeken en weinig mensen bezitten veel boeken; de samenhang tussen de sociale positie en de aanwezigheid van boeken bestaat wel enigszins, maar heeft geen dwingend karakter; in alle collecties is er een overweldigende hoeveelheid theologische literatuur, met de Bijbel voorop: pas wanneer het aantal aanwezige boeken boven de 10 uitstijgt, verschijnen ook andere genres (eerst geschiedenis en geografie, dan literatuur, en bijna uitsluitend in het Nederlands).
De auteur kruidt haar artikel met lezenswaardige methodologische beschouwingen en met een genuanceerde vaststelling over intensief versus extensief lezen. [P.D.]
Zie ook nr.
2317
2252 - J.C. BEDAUX, Een onbekend rouwdicht op Gisbert Cuper, hoogleraar te Deventer in Miscellanea Gentiana... (cf. nr. 2177), p. 1-9.
Uitgave, met vertaling en commentaar, van een Latijns rouwdicht op de grote Deventer filoloog-politicus-bibliofiel Gisbert Cuper (1644-1716). De auteur ervan is G. Claromontius, alias de G. Clermont die op de veiling van Cupers bibliotheek (Deventer 30 augustus - 11 september 1717) o.a. voor fl. 61 een Lactantiushandschrift kocht dat 'ooit eigendom van Dante was geweest' (p. 7). [M. d. S.]
Zie ook nr. 2177
2253 - Claude SORGELOOS, Une bibliothique retrouvée: les livres de Pierre-Benoit Desandrouin (1742-1811), grand mayeur de Namur et trésorier général des Pays-Bas autrichiens in Le livre & l'estampe, 40, 1994, nr. 141, p. 103-156, ill.
In 1991 kreeg de auteur de kans om een inventaris op te stellen van de bibliotheek van P.-B. Desandrouin, zoon en kleinzoon van industriëlen uit de streek van Charleroi en schoonzoon van Patrice-François de Neny, de chef-president van de Geheime Raad. Ook Desandrouin zelf was bekleed met hoge functies in de administratie van de Oostenrijkse Nederlanden. Daarnaast bezat hij een rijke bibliotheek, waarmee hij zich overigens liet portretteren. Deze boekenverzameling kwam via verschillende huwelijken uiteindelijk terecht bij de familie de Cunchy, bij wie ze sedert 1910 bewaard wordt. Toch is er in de loop der jaren veel verdwenen: slechts 187 titels uit de oorspronkelijke collectie zijn uiteindelijk bewaard. Ze worden door Sorgeloos zorgvuldig opgesomd in de bijlage. Het gaat uitsluitend om de meer recente werken, hoofdzakelijk uit de tweede helft van de achttiende eeuw. De auteur gaat wat ver wanneer hij beweert dat hij hiermee een zicht krijgt op wat Desandrouin zélf heeft gelezen, los van de ballast die hem door erfenissen te beurt is gevallen: boeken die worden geërfd blijven niet noodzakelijk ongelezen (ondergetekende spreekt uit ervaring). En als ware bibliofiel heeft Desandrouin ongetwijfeld zelf heel wat oudere uitgaven gekocht (en wie weet, zelfs gelezen).
In de 187 titels valt een sterke gerichtheid op Frankrijk waar te nemen, met een groot aantal verlichte auteurs (inclusief een uitzonderlijke collectie Voltairiana). Jammer genoeg zijn in dit deel van de bibliotheek geen annotaties van Desandrouin terug te vinden, evenmin als boeken van P.F. de Neny. Wél bieden boekhandelsetiketten in enkele exemplaren de mogelijkheid om de commerciële - met name Parijse - herkomst ervan te bepalen. Het artikel bevat verder een reproduktie van Desandrouins ex-libris. Eigendomskenmerken en ex-dono's worden ook in de inventaris vermeld. [P.D.]
2254 - Luc KNAPEN, La bibliothèque de Jacques-Ignace Dohey (+ 20.IX.1715) in Archief- en bibliotheekwezen in België, 64, 1993, p. 487-525.
In een zeventiende-eeuwse bundel met theologische aantekeningen, bewaard in de abdijbibliotheek van Maredsous, trof de auteur drie lijsten met boeken aan: een lijst met Libri emendi, één met Libri legendi en een Catalogue des livres acheptez [sic] par Jacques Ignace Dohey l'an 1688 et les suivants. Over deze Dohey, die de auteur blijkt te zijn van het gehele manuscript, is bitter weinig bekend. Eigenlijk weten we alleen dat hij een geestelijke was die in Namen begraven werd. De drie lijsten met - zoals meestal - eerder cryptische titelbeschrijvingen worden hier uitgegeven met een identificatie van de auteur en de exacte titel en met opgave van de verschillende edities (het zou wellicht beter geweest zijn een typografisch onderscheid aan te brengen tussen de eigenlijke tekst en de aanvullingen van de uitgever).
De meest interessante lijst is die met de eigenlijke aankopen van Dohey (51 titels), omdat eruit af te lezen valt welke boeken hij actief verworven heeft én omdat hij telkens de prijs van zijn aankoop heeft genoteerd. Zo reikt deze bronnenpublikatie nuttig vergelijkingsmateriaal aan. Alleen is het jammer dat we niet weten waar deze prijzen gangbaar waren (in Namen?). En bovendien kan je je afvragen of dergeiijk arbeidsintensief uitgavewerk de moeite loont wanneer over de eigenaar van de boekencollectie zo weinig geweten is. [P.D.]
2255 - Arianne BAGGERMAN, Lezen tot de laatste snik. Otto van Eck en zijn dagelijkse literatuur (1780-1798) in Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis, 1, 1994, p. 57-88, ill.
In het Rijksarchief van Gelderland wordt het meest omvangrijke door een kinderhand geschreven egodocument bewaard dat tot nu toe in Europa is teruggevonden: het dagboek van de op achttienjarige leeftijd overleden Otto van Eck. Het is o.m. interessant omdat het ons een zeldzame blik gunt in de appreciatie door een kind van de verschillende boeken die het door zijn ouders kreeg voorgeschoteld.
Want de ouders van de kleine Otto hebben hem wel degelijk titels voorgeschreven. Het verlichte ouderpaar zag in de dagelijkse lectuur van vooral moraliserende kinder- en jeugdboeken een belangrijke bijdrage tot de morele en intellectuele vervolmaking van hun zoon.
De hele opzet en toon van het dagboek bewijzen ten overvloede dat het geen journal intime was, maar door de jongen regelmatig aan zijn ouders werd getoond en met hen werd besproken. Dat heeft zijn implicaties voor een correcte interpretatie van dit document. Het geeft zeker geen totaalbeeld van alles wat Otto heeft gelezen, en zijn reacties, die hij zelf heeft neergeschreven, zijn vooral de reacties die van hem werden verwacht. [P.D.]
2256 - Claude SORGELOOS, Les premiers règlements de la Bibliothèque publique de Mons 1797-1802 in Archief- en Bibliotheekwezen in België, 64, 1993, p. 385-433.
In 1797 werd in Bergen (B.) de bibliotheek van de École centrale du département de Jemappes opgericht. Na de opheffing van de École centrale kwam het beheer van de - in 1802 voor het publiek opengestelde - bibliotheek toe aan de stad Bergen. Vandaag doet ze dienst als centrale universiteitsbibliotheek.
De drie vroegste reglementen van deze bibliotheek worden hier uitgegeven (als bijlage) en toegelicht. [P.D.]
2257 - Uta JANSSENS-KNORSCH, A remarkable collection of English books in the Netherlands: the Bibliotheca Scheurleeriana, 1750-1763 in Lias, 20, 1993, p. 287-320, facs.
Over de eerste uitleenbibliotheek in Nederland, de bibliotheek van Hendrik Scheurleer in Den Haag, publiceerde U. Janssens Knorsch reeds eerder (cf. Kroniek 18,
nr. 1954). Ze legde er toen de nadruk op dat de jonge Scheurleer zijn onderneming in de eerste plaats opstartte uit (verlicht) idealisme: de vooruitgang van kennis en wetenschap als hoogste doel. In deze bijdrage ligt de nadruk meer op Scheurleers rol als promotor van het Engelse boek op het vasteland en als pionier van de verspreiding van het Engels, een taal die rond 1750 in Nederland amper door iemand werd gelezen, laat staan gesproken. De auteur analyseert de Engelse boeken in de verschillende catalogi die in het twaalfjarig bestaan van de Bibliotheca Scheurleeriana het licht zagen. De eerste (uit 1751) wordt enkel bewaard in de Parijse Bibliothèque nationale, en is hier als bijlage in facsimile gereproduceerd. [P.D.]
Zie ook nr. 2559
2258 - Claudine LEMAIRE, La comtesse Anne-Philippine-Thérèse d'Yve: figure de proue de la Révolution brabançonne et grande bibliophile (1728-1814) (2e partie). Coup d'oeil sur les bibliothèques privées dans les Pays-Bas autrichiens entre 1765 et 1820 in Archief- en bibliotheekwezen in België, 64, 1993, p. 317-357.
In een vorige bijdrage (cf. Kroniek 17
nr. 1783) had C. Lemaire al het politieke optreden van de vrijgevochten gravin d'Yve besproken. Hier is de bibliofiele gravin aan de orde. Een panoramische beschrijving van de rijkste privé-bibliotheken in de laat-achttiende-eeuwse Zuidelijke Nederlanden wordt gevolgd door een gedetailleerd beeld van haar rijke bibliotheek (6821 kavels geveild in Brussel in 1819-20).
De auteur gaat vooral in op de zeldzame werken, belicht vooral het aspect bibliofilie, en met reden: de gravin bezat niet minder dan 410 handschriften en 57 incunabelen (waaronder enkele zeer vroege drukken uit Mainz). Jammer genoeg licht de briefwisseling van de gravin ons kennelijk niet in over haar leeservaringen. Of was zij zo bibliofiel dat zij haar boeken niet las? [P.D.]
2259 - Pierre DELSAERDT, Boeken, kopers, verkopers: een relationele databank voor de historische analyse van boekveilingcatalogi in Bibliotheek- & archiefgids, 70, 1994, p. 160-170, ill.
Samenvatting van de eindverhandeling van D voor het bijzonder licentiaat in de Informatie- en bibliotheekwetenschap aan de Universiteit Antwerpen (cf. Kroniek 19
nr. 2118). [E. C.-I.]
2260 - Hannie VAN GOINGA, Een blik op de praktijk van de Nederlandse boekhandel omstreeks 1785: Christoffel Frederik Koenig, uitgever van volksblaadjes, Leiden 1782-1786 in De Achttiende Eeuw, 25, 1993, p. 39-72, ill.
Het Documentatieblad Werkgroep Achttiende Eeuw kreeg voor zijn 25ste jaargang een nieuw kleedje en een nieuwe naam (hoewel 'Documentatieblad' nog voorkomt in de ondertitel). Het eerste nummer met de nieuwe naam begint sterk, o.m. dankzij de bijdrage van H. van Goinga over de uitgevers- en hoekhandelstechnieken van Christoffel Frederik Koenig (1756-1796). Deze felle patriotse idealist neemt in de opkomst van de politieke opiniepers een bijzondere plaats in omdat hij in de jaren 1784-85 verschillende zoer goedkope patriotsgezinde volksblaadjes in een hoge oplage (tot 2200 stuks) op de markt bracht. Vanzelfsprekend joeg hij zichzelf het protest van zijn collega's op de hals; om hiertegen in te gaan publiceerde hij een brochure onder de titel 'Koninklijke verdediging'. Aan deze apologetische tekst, waarvan de inhoud werd gecontroleerd en aangevuld, ontleent Van Goinga gegevens over Koenigs biografie, over het door hem beoogde koperspubliek, zijn prijzenpolitiek en zijn distributiestrategie.
Bepaalde commerciële technieken (bv. boekverkoperskortingen, geleidelijke prijsstijgingen van de periodieken waarvan de eerste nummers ongehoord goedkoop waren) worden heel minutieus uit de doeken gedaan. Op die manier komen verrassende inzichten naar boven. De belangrijkste vaststelling is wel dat ook in de Republiek - althans voor klein drukwerk - transacties op contantbasis plaatsvonden, zowel tussen boekverkopers onderling als in de verkoop aan particulieren. [P.D.]
2261 - Elly GROENENBOOM-DRAAI, De Rotterdamse woelreus. De 'Rotterdamsche Hermes' (1720-21) van Jacob Campo Weyerman. Cultuurhistorische verkenningen in een achttiende-eeuwse periodiek. - Amsterdam/Atlanta: Rodopi, 1994. - [10], 628 p.: ill.; 22 cm. - (Atlantis; 8). - ISBN 90-5183-3806. Fl.90.
De Rotterdamsche Hermes was het eerste weekschrift van Jacob Campo Weyerman en verscheen in 59 afleveringen van 13 september 1720 tot 4 september 1721. Het vormde een geërgerd wederwoord van deze publicist op Den Amsterdamschen Argus van Hermannus van den Burg.
In haar proefschrift deed de auteur een grondige analyse van de inhoud van het tijdschrift. Ze reserveerde een hoofdstuk voor de boekhandel, waarin ze o.m. naging wat Campo Weyerman te vertellen had over de uitgever Boitet en over het pseudoniem Pierre Marteau. De uitgevers van de Rotterdamsche Hermes zelf, Arnold Willis en Joannes Hofhout, komen aan bod in hoofdstuk 7, dat overigens een bibliografisch onderzoek naar het tijdschrift bevat. Uit zetselonderzoek kon de auteur opmaken dat sommige afleveringen in wel drie edities op de markt kwamen. [P.D.]
2262 - Dansen rond de vrijheidsboom. Revolutionaire cultuur in Brabant en de Franse invasie van 1793. Onder redactie van Joost ROSENDAAL & Anton VAN DE SANDE. - 's-Hertogenbosch: Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening, 1993. - 281 p.: ill.; 24 cm. - ISBN 90-72526-23-6.
In deze bundel over de revolutiejaren in Noord-Brabant zijn twee hoofdstukken ook relevant voor de boekgeschiedenis. Hoofdstuk 2, van M. Spruit, handelt over ene Pieter Jansse van Tooren, bakker en kruidenier, die zich verdienstelijk maakte voor de 'Bataafse zaak' door de verspreiding van pamfletten en van het tijdschrift De Gemeene Man aan het Gemeene Volk van Nederland. Het eerste nummer ervan verscheen op 1 januari 1793, 'ter Drukkery van de Bataven' te Antwerpen; vanaf nummer VII werd onregelmatig vermeld dat de Antwerpenaar J.E. Parys de drukker was.
In hoofdstuk 4 (van A. van de Sande) is dan weer de contrarevolutionaire propaganda aan de orde. Er wordt ruim aandacht besteed aan de opiniepers, echter uitsluitend vanuit een inhoudelijke benadering. [P.D.]
2263. - P.J. BUIJNSTERS, Justus van Effen (1684-1735): leven en Werk. - Utrecht HES, 1992. - 445 p.: front., ill.; 25 cm. - ISBN 90-6194-058-3. Fl. 159.
In de uitvoerig gedocumenteerde biografie gaat de auteur uiteraard ook in op het literaire werk van Van Effen. Het boek wordt bovendien afgesloten met een 'Bibliografie der geschriften van Justus van Effen' tot 1800. Ze wordt nadrukkelijk aangeboden als een beknopte, voorlopige versie van de meer uitgebreide Van Effen-bibliografie die Buijnsters samen met M. te Wilt heeft samengesteld. De onderdelen van deze lijst zijn: separate uitgaven, verzameluitgaven, bijdragen in publikaties van anderen, èn ten onrechte aan Van Effen toegeschreven publikaties. In totaal is dit goed voor 34 titels, die verder worden onderverdeeld naargelang de verschillende (soms zeer talrijke) edities. Interessant is dat hier ook de signaturen van teruggevonden exemplaren worden opgegeven. [P.D.]
2264 - Mathieu LOMMEN, Amsterdamse lettergieterijen in de negentiende eeuw in Stichting Drukwerk in de marge. Bulletin 22 Herfst 1994, p. 13-21, ill.
Het gaat om Elix & Co., De Passe & Menne en N. Tetterode.
Zie ook nr.
2742
2265 - Mathieu LOMMEN, Jan van Krimpen and Bruce Rogers two approaches to traditional typography in a modern perspective in Quaerendo, 24, 1994, p. 206-218, ill.
In het Nederlands verschenen in Bulletin Stichting Drukwerk in de marge in 1992 (cf. Kroniek 18
nr. 1979). Een herziene versie hiervan verscheen afzonderlijk te 's-Hertogenbosch in 1994 (zie noot 1). [E. C.-I.]
Zie ook nr. 2394
2266 - Zilvertype, corps 15: briefwisseling tussen F.J. van Royen en S.H. de Roos over het ontwerp van de Zilvertype, 1914-16. - Amsterdam: De Buitenkant, 1994. - 152 p.: ill., facs.; 31 cm. - ISBN 90-70386-51-8. Fl. 59, 50.
Over verhouding van ogen tot staarten, dwarsstreepjes en weerhaken, ligaturen en boogjes, over bovenhaal (van de a en rechter poortje (van de m), de rondte van de o en de verdikking van de e, u kan er over lezen in de briefwisseling tussen de opdrachtgever J.F. van Royen (1878-1942) en de letterontwerper S.H. de Roos (1877-1962). Aan de hand van deels integraal uitgegeven, deels samengevatte brieven, voorzien van verhelderende noten en schetsen en commentaar, kan hier het proces worden gevolgd van het ontstaan van een lettertype. De Roos had reeds, als eerste Nederlander na 150 jaar, de Hollandse Mediaeval ontworpen. In 1910 was de eerste Nederlandse privépers opgericht, door J. Greshoff, J.C. Bloem en P.N. van Eyck: de Zilverdistel. Vier jaar later vond Van Royen, ambtenaar bij de P.T.T., inmiddels toegetreden, dat de pers een eigen letter moest hebben. Het werd de Zilvertype. Het uitgangspunt vormde de Jenson, het 'eeuwige lettertype' (Ovink); het resultaat is ook een 'tijdloze renaissance letter' geworden. Van Royen oordeelt kritisch, met grote kennis van zaken, lijkt eindeloos veeleisend en legt steeds een even grote waakzaamheid aan de dag. In De Roos heeft hij een artistiek begaafd en (bijna) altijd begrijpend uitvoerder gevonden, die zich tot een belangrijk typografisch ontwerper heeft ontwikkeld. In ieder geval zijn beiden gelukkig en tevreden met de nieuwe letter.
Deze studie is tot stand gekomen door studenten van de Gerrit Rietveld Academie (project 82) en verzorgd uitgevoerd door De Buitenkant. De tekst is gezet uit de Centaur roman en italic, destijds ontworpen door Bruce Rogers (1870-1957) die zich hierbij eveneens op de autentieke Jenson en Arrighi inspireerde. Beide typen, de romein en de cursief, verschenen in 1929 in een Monotype-versie. De letterproef van de Zilvertype is in boekdruk uitgevoerd door Bram de Does. Het boek zit in een keurige, smaakvolle lichtkobaltblauwe omslag met zilveropdruk. Niet enkel de 'typofiel', ook de bibliofiel zal het in zijn kast willen hebben. Aan te bevelen. [E. C.-I.]
2267 - A. STROOBANTS, Onder de pers: berichten uit de Dendermondse drukkerswereld. (Catalogus bij de gelijknamige tentoonstelling Dendermonde, Stedelijk Museum voor volkskunde 20 augustus tot 31 oktober 1993). - Dendermonde. Stedelijke Musea: Stadsarchief, 1993. - 136 p.: ill.; 30 cm.
Gedetailleerd overzicht van de zestig drukkerijen, die in de stad Dendermonde en de huidige deelgemeenten konden worden geïdentificeerd. Van elke drukker worden personalia opgezocht en wordt de opleiding nagegaan evenals begin- en einddatum van de activiteit. Voor recente drukkerijen komen daar nog bij oppervlakte, bouwdatum, evolutie van het gebruikte materieel, klantenkring, produktie, personeelsbestand. Het werk is uitvoerig geïllustreerd met portretten en reprodukties van titelbladzijden. De oudste Dendermondse drukkerij startte in 1707. In de 18de eeuw werd er zelfs voor instanties te Aalst, Oudenaarde en Ninove gedrukt. Een eerste plaatselijk weekblad verscheen in 1793 bij J.J. du Caju (wel het meest bekende Dendermondse drukkersgeslacht). Uit de 19de en 20ste eeuw worden heel wat efemere publikaties opgenomen weekbladen met een kort bestaan, gelegenheids-, publiciteits- en handelsdrukwerk. Toch is veel van dit smoutwerk verloren gegaan. Een pluspunt is dan ook de aandacht, besteed aan kleine uitgevers. Die eenmansbedrijven die de stichter zelden overleefden, produceerden soms werk, dat buiten de lokale markt ging. [W.W.]
2268 - K.M. DE LILLE, Devotieboekjes in het Ieperse in Iepers kwartier 30, 1994, p.98-99, ill.
Signaleert een 'Handboeksken des Broederschaps der H. Barbara', uitgegeven te Brugge (De Schryver-Van Haecke, 1858) en 'Congregatie van Onze Lieve Vrouw Vlamertinghe', gedrukt te Poperinge (Danneels-Tailleu, 1924). [W.W]
2269 - Hervé DARAS, De volksdevotie tot de H. Apollonia. in de kerk van het Groot Begijnhof te Leuven in Jaarboek van de Geschied- en, Oudheidkundige Kring voor Leuven en omgeving, 33, 1993, p. 166-185, ill.
Bespreekt in dit verband de titelpagina van een devotieboekje (Leuven, P. Vannes, 1806) en devotieprentjes; het oudste daarvan is van de hand van de Leuvense lithograaf Alexandre-Louis Joos. [W.W.]
2270 - A. LOWYCK, Nederlandstalige schrijvers in Sint-Winoksbergen II Vanaf de achttiende eeuw tot op heden in Zannekin Jaarboek 14, 1992, p. 119-165, ill.
Bespreekt 32 auteurs uit de 18de eeuw, 29 uit de 19de eeuw en 8 uit de 20ste eeuw. Vooral interessant voor de 22 Nederlandstalige drukkers uit de Westhoek, van wie de produktie ter sprake komt. [W.W.]
2271 - Jean-Marie LERMYTE, 150 jaar drukkers in Izegem 1840-1990 in Ten Mandere: heemkundig tijdschrift voor Izegem, Emelgem en Kachtem, 31, 1991, 30, 2, p. 1-111, ill.
Een hele aflevering van het tijdschrift is gewijd aan het onderwerp: de annalen van de drukkunst in het Westvlaamse Izegem. Vernoemen we Pierre Joseph Bossut, Jean Doorns, Jacques De Busschere en, allicht de meest bekende, Strobbe, de drukkerij die in 1991 haar honderdjarig bestaan vierde. Opvallend bij het overlopen van de kroniek is te merken hoe vaak, ook in de laatste twee eeuwen, het beroep van drukker gecombineerd werd met dat van boekverkoper en papierhandelaar: niets nieuws onder de zon! Deze publikatie wordt het uitgangspunt voor elk verder onderzoek over Izegemse drukkers en uitgevers. [E. C.-I.]
2272 - P.J. BEGHEYN, Aanvullingen op... Nijmeegse drukken 1801-1832 in Dokumentaal, 23, 1994, p. 127-129.
Aanvullingen op Gheprint te Nymeghen (cf. Kroniek 16
nr. 1538).
2273 - Marja KEYSER, De Amsterdamse drukkerij M.J. Portielje, 1841-1984: 'Magnum Industriae Praemium, of Groot is het loon der vlijt' in Stichting Drukwerk in de marge. Bulletin 22 Herfst 1994, p. 24-33, ill.
Het volledige archief van deze drukkerij is overgedragen aan de bibliotheek van de Vereeniging, sinds 1958 in de UB Amsterdam ondergebracht. [E. C.-I.]
2274 - Raf VAN LAERE, Boekbanden en medailles, een verkenning in de 19de en 20ste eeuw in Revue belge de numismatique, 139, 1993, p. 310-320, ill.
Enkele voorbeelden van medailles, verwerkt in boekbanden. Die techniek maakte opgang in de 19de eeuw bij semi-industrieel vervaardigde, overvloedig versierde banden. Voor munten geraakte de techniek in het midden van de negentiende eeuw in onbruik, maar ze werd door de boekbinder als decoratietechniek ontdekt en toegepast. In de 20ste eeuw werden uiterst dunne metalen afslagen van medailles in boekbanden verwerkt. [W.W.]
2275 - C.A. Lion Cachet 1864-1945. Red. Mechteld DE BOIS. - Assen: Provinciaal Museum van Drenthe, 1994. - 324 p.: omslag, ill.; 28 cm. (Monografieën-serie van het Drents Museum over Nederlandse kunstenaars uit het tijdperk rond 1900; 13). - ISBN 90-70884-58-5. Fl. ca. 60.
Carel Adolph Lion Cachet is een bijzonder veelzijdig kunstenaar geweest ontwerper van meubels, interieurs en schepen, bekledingsstoffen en wandtapijten, glas-in-loodramen en affiches, postzegels, ex-librissen en bankbiljetten, boekversieringen en voornamelijk boekbanden. Ingebed in de Nieuwe Kunst, is hij hij altijd een geheel eigen persoonlijkheid blijven ontwikkelen. In het derde hoofdstuk, door Antonette Does-de Haan, worden Lion Cachets werkzaamheden op het terrein van de grafische vormgeving geanalyseerd (p. 52-73). Het zwaartepunt hiervoor ligt in het laatste decennium van vorige eeuw, waar o.m Jan Veth en G.W. Dijsselhof te situeren vallen. Hij paste de houtsnede en de lithografie toe en als eerste de batiktechniek. Hij verzorgde banden, in leer, perkament en textiel, voor monografieën en tijdschriften, verzamelmappen en portefeuillebanden voor anderssoortige documentatie. Als een van de bijlagen achterin is opgenomen een tekst van Lion Cachet uit 1931 over 'Boekversiering van G.W. Dysselhof'. Een mooie, overvloedig geïllustreerde en zeer lezenswaardige publikatie n.a.v. een tentoonstelling eerst in het Drents Museum te Assen, daarna in Museum Boymans-van Beuningen te Rotterdam. [E.C I.]
2276 - J.K. VAN WEST, Herinneringen van een boekbinder in De boekbinder, 11-12, 1993, 1, p. 5-8; 3, p. 15-17; 4, p. 769; 13, 1994, 1, p. 8-12; 2, p. 11-15; 3, p. 9-11.
Vóór de eerste bijdrage staat een 'verantwoording' van Y.M.M. Dekesel-De Ruyck die hier de memoires van de te Gent geboren boekbinder, vergulder en vergulder op snee, in extenso in Nederlandse vertaling publiceert. Van West (1889-1969) werkte aanvankelijk te Parijs en was van 1940 tot 1954 aan de school van Ter Kameren als leraar boekbinder verbonden. Noch over het oorspronkelijke document noch over de wijze van tekstbezorging wordt iets zinnigs meegedeeld. Over de vertaling laten we de lezers zelf oordelen. [E. C.-I.]
2277. - Lori VAN BIERVLIET, William Beckford en Vlaanderen in Biekorf 93, 1993, p. 5-23, ill.
Handelt over Beckford als groot kunstverzamelaar en bibliofiel. Hij had belangstelling voor de oude Vlaamse schilderkunst en voor handschriften: in 1833 kocht hij het getijdenboek van Maria van Bourgondië. In bijlage een lijst van reisliteratuur voor de Nederlanden (17de-19de eeuw). Beckford moet de grootste reisbibliotheek in Engeland bezeten hebben. [W.W.]
2278 - Het kasteel van Belœil door Andreé SCUFFLAIRE, Jean DUGNOILLE, Pierre MOURIAU DE MEULENACKER, Joost DE GEEST. - Brussel: Gemeentekrediet, 1994. - 126 p.: omslag, ill.; 28 cm. - (Musea Nostra). - ISBN 90-5544022-1 (genaaid); ISBN 905544-023-X (gebonden). BF 950.
Bij de beschrijving van dit fraaie kasteel is een apart kapittel aan de bibliotheek gewijd. Er zijn boeken in ononderbroken bezit sinds de 16de eeuw aanwezig. De collectie telt ca. 25.000 titels. De bibliotheek van de befaamde 18de-eeuwse auteur Charles-Joseph de Ligne is in een afzonderlijke afdeling ondergebracht. Er is werk aanwezig van belangrijke boekbinders: Thouvenin, Bozérian, Masquillier. Ter illustratie zijn fraaie banden van Ch. De Samblanx en J.K. van West gereproduceerd. [W.W.]
2279 - Bibliotheca Rosenthaliana: treasures of Jewish booklore. Marking the 200th anniversary of the birth of Leeser Rosenthal, 1794-1994. Ed. Adri K. OFFFENBERG, Emile G.L. SCHRIJVER and F.J. HOOGEWOUD, with the collaboration of Lies KRUIJER-POESIAT. - Amsterdam: University Press, 1994. - XII, 135 p.: portr., facs.; 29 cm. - ISBN 90-5356-088-2.
Geboren in de buurt van Warschau is Leeser Rosenthal voornamelijk te Hannover begonnen met boeken verzamelen. Van de 5.200 judaica die hij bij zijn dood in 1868 naliet, heeft zijn zoon George een catalogus laten samenstellen door de bibliograaf Meijer Marcus Roest; de catalogus verscheen in 1875. Enkele jaren later, toen de Stads- en Universiteitsbibliotheek te Amsterdam haar intrek nam in een nieuwe behuizing aan de Singel, werd haar Rosenthals bibliotheek aangeboden. Sindsdien werden nieuwe aanwinsten op het gebied verworven. Hoe nauw de 'Rosenthaliana' de UB aan het hart ligt, blijkt o.m. uit het relaas dat Herman de la Fontaine Verwey hierover op schrift heeft gesteld n.a.v. de wederwaardigheden tijdens WO II. Thans bezit de bibliotheek over de 100.000 banden, ongeveer 1000 handschriften en om en bij de 2000 prenten.
Dit boek, royaal uitgegeven dank zij verscheidene stichtingen waaronder de Prof. mr. Herman de la Fontaine Verwey Stichting, biedt, in woord en beeld, een selectie van een zestigtal boeken van de 13de tot de 20ste eeuw. De mooie kleurenopnamen zijn van Iman Heystek, terwijl de teksten door een vijftigtal medewerkers in Nederland en het buitenland zijn geschreven, voorzien van literatuuropgave. Het geheel is door een namenregister ontsloten. [E. C.-I.]
2280 - Frans A. JANSSEN, Gutenbergs computer in Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis, 1, 1994, p. 206-216, ill.
Een kritische beschouwing bij het werk van Michael Giesecke, Der Buchdruck in der frühen Neuzeit (1991): die past informatie- en communicatiemodellen op de 15de en 16de eeuw toe met het jargon van het huidige computertijdvak onder verwijzing naar McLuhan. Giesecke maakt daarbij een scherpe scheiding tussen het geschreven en het gedrukte boek. Janssen wijst er terecht op dat tot in de 16de eeuw een geschreven en een gedrukt boek als gelijkwaardige tekstdragers werden beschouwd. [W.W.]
2281 - J. HUYGHEBAERT, Wat Jacob Goethals-Vercruysse tot schrijven bewoog in Biekorf, 94, 1994, p.227-247, ill.
Bespreekt Goethals-Vercruysses medewerking aan een plaatselijke almanak (thans zeer zeldzaam). De Kortrijkse verzamelaar en bibliofiel schreef in het Nederlands vanuit een traditionalistische ingesteldheid: het Frans was voor hem de taal van de revolutie. [W.W.]
2282 - Greetje HEEMSKERK, 'Ziekelijk door die leeszaal'. De strijd tussen de openbare bibliotheek en de leesbibliotheek tijdens het interbellum in Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis, 1, 1994, p. 149-162, ill.
Leesbibliotheken, beheerd door particulieren, bestonden in Nederland al sinds de tweede helft van de 18de eeuw. Openbare leeszalen waren tijdens het interbellum een nieuw fenomeen: een bibliotheektype met een neutraal boekenaanbod voor iedereen, dat aanspraak maakte op overheidssubsidie. De leesbibliotheekhouders organiseerden zich in 1931. Zij klaagden aan dat de openbare leeszalen voor een groot deel ontspanningslectuur uitleenden, wat niet met de oorspronkelijke opzet ('algemene ontwikkeling') strookte. Men kwam tot een modus vivendi, hoewel in kleinere plaatsen de openbare leeszalen verder gingen met het uitlenen van romans. [W.W.]
2283 - B. LUGER, Een gewichtig boeket. Boekproductie en consumptie in de negentiende eeuw in Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis, 1, 1994, p. 203-207.
Deze bijdrage vraagt aandacht voor drie studies: het gedeelte 'Papier, druk en communicatie' (Auteurs: D. van Lente en O. de Wit) in 'Geschiedenis van de techniek in Nederland' (1993), een zeer informatief, sterk op technische ontwikkelingen gericht overzicht; 'Die deutsche Leihbibliothek. Geschichte einer literarischen Institution (1756-1914)' van A. Martino (1990) over een fenomeen dat in die omvang in Nederland onbekend geweest is; 'In the public eye. A history of reading in modern France 1800-1940' van James Smith Allen (1991), dat ingaat op de interactie van uiteenlopende krachten en factoren (schrijvers en lezers, opvoeding en scholing, censuur en heersende smaak). [W.W.]
2284 - Rob MEIJER, De lotgevallen van dr. N.G. van Huffels Grafische Studieverzameling in De boekenwereld, 10, 1993-1994, p. 58-70, ill.
De natuurkundige Nicolaas Gerhardus van Huffel (1869-1936) was eerst als industrieel werkzaam, maar begon al voor de eeuwwisseling met het verzamelen van 'master prints'.
Aanvankelijk stond de artistieke waarde centraal. Naderhand legde hij een procédé-collectie aan, waardoor het mogelijk was verschillende technieken, staten en drukken met elkaar te vergelijken. Uit geldgebrek bood hij in 1922 zijn collectie te koop aan bij de School voor de Grafische Vakken te Utrecht.
Die nam prenten tot ca. 1900 over, geïllustreerde boeken (ook tot ca. 1900), prenten, bedoeld als wandversiering, en vakliteratuur. De verzameling werd later geïncorporeerd in het Grafisch Museum van de School. Tijdens de oorlog werd het gebouw, waarin dit museum gevestigd was, door de bezetter gevorderd. Na de oorlog werd er geplunderd: daardoor raakte een aanzienlijk deel van de collectie verspreid. De School schonk de resterende stukken (nog 150 portefeuilles met 7.000 prenten en illustraties en 300 boeken) aan de Nederlandse staat, die de belangrijkste stukken verdeelde over het Leidse prentenkabinet, het Rijksmuseum te Amsterdam, de Koninklijke Bibliotheek, het Rijksmuseum voor Volkenkunde en de Staatsdrukkerij. Er is nooit een inventaris van de gehele collectie beschikbaar geweest. [W.W.]
2285 - Ignaz MATTHEY, De eerste bibliotheekvoorzieningen voor de Nederlandse jeugd (1823-1900) in De boekenwereld, 10, 1993-1994, p. 13-22, ill.
De Maatschappij tot Nut voor 't Algemeen richtte in de 19de eeuw volksbibliotheken op. Reeds in 1820 besloot het Nutsdepartement Leeuwarden op initiatief van Willem Hendrik Suringar een kinderleesbibliotheek op te richten. Over het algemeen mikten de Nutsbibliotheken op de lagere standen, maar in dit geval dacht men ook aan de jonge leeslustigen uit de hogere klasse. Onder de aangeboden boeken was de rubriek 'zedelijke verhalen en mengelwerk' de uitvoerigste. Rond 1840 steeg het aantal winkelbibliotheken (waar men boeken tegen betaling kon lenen) en leesinrichtingen (waar de boeken ter plaatse moesten worden gelezen). Hun voorraad bestond voor het merendeel uit populaire ontspanningslectuur. Commerciële bibliotheekvoorzieningen voor kinderen waren hoogst zeldzaam: J.J. van Brederode opende in 1847 een leesinrichting te Haarlem; in 1851 vormde hij die om tot gewone leesbibliotheek voor volwassenen. Te Amsterdam richtte G.J.A. Beijerinck, een van de knapste uitgevers van kinderboeken, een leesbibliotheek voor de jeugd op in 1848; in de loop van 1855 werd zij opgeheven. Van Brederode en Beijerinck waren duidelijk strijders voor een verloren zaak. [W.W.]
2286 - Honderd hoogtepunten uit de Koninklijke Bibliotheek = A hundred highlights from the Koninklijke Bibliotheek. (Red. Wim VAN DRIMMELEN, Ad LEERINTVELD, Theo VERMEULEN, Clemens DE WOLF. - Zwolle: Waanders Uitgevers, (1994). - 223 p.: front., ill.; 30 cm. - ISBN 90-6630-490-1 geb. Fl.59.50.
Van 23 juni tot 31 augustus waren in het Museum Meermanno-Westreenianum honderd topstukken uit de collecties van de Haagse KB te zien, vele nooit eerder tentoongesteld: handschriften, boekbanden, een blokboek, drukken, kaarten, papierhistorische documenten. Ze bestrijken alle perioden van de boekgeschiedenis in Nederland, soms met een excursie naar het zuiden. Zo o.m. nummer 1: het Evangeliarium van Egmond, in de 10de eeuw ontstaan in Noord-Frankrijk en Vlaanderen. De uitvoering van het boek is ronduit luxueus. Elke opening laat van elk document rechts een kleurenreproduktie zien en links de beschrijving met toelichting in het Nederlands en het Engels, door tien vakmensen van de KB. Een uitgelezen formule om kennis te maken met uiterst kostbare stukken die niet zo maar op ieders verzoek uit de kast kunnen worden gehaald! Een geschiedenis in vogelvlucht van de bibliotheek gaat hieraan vooraf. Is het alleen nog in dit boek dat men kan zien hoe de oude, prachtige leeszaal uit het begin van deze eeuw er uitzag? Maar ik mag niet op een weemoedige noot eindigen. Dit boek heeft zeer veel moois te bieden; het wordt niet in één ruk gelezen, maar nummer per nummer, zodat het genoegen lang duurt. [E. C.-I.]
2287 - Marie-Cécile BRUWIER, Présence de l'Egypte dans les collections de la Bibliothèque universitaire Moretus-Plantin. - Namur: Presses universitaires, 1994 - 260 p.: co., in.; 26 cm. - (Bibliothèque universitaire Moretus-Plantin. Publication n° 6). - ISBN 2-87037-199-3. BF 950.
Handschriften en boeken van de 16de tot de 19de eeuw, aanwezig in genoemde bibliotheek te Namen, samengebracht in een tentoonstelling. De nucleus van deze bibliotheek gaat terug op de jezuïeten, die reeds vroeg voor Egypte belangstelling hebben gekoesterd. Daaraan is toe te voegen de bibliotheek van Philippe-Octave-Marie Borelli bey (1849-1911), een Fransman die als jurist in Egypte werkzaam was. Zijn bibliotheek is in 1913 verkocht, maar hoe zij in Namen is beland, blijft vooralsnog onopgehelderd. [E. C.-I.]
2288 - Maurice VAN LIESHOUT, Op zoek naar de bibliotheek van Lucien von Römer in De boekenwereld, 10, 1993-1994, p.3-12, in.
De neuroloog Lucien von Römer (1873-1965) was een van de pioniers voor de emancipatie van de homoseksuelen in Nederland. Een proefschrift van von Römer over het wezen van de homoseksualiteit werd door de Amsterdamse universiteit geweigerd; daarop vertrok von Römer als officier van gezondheid bij de marine naar Nederlands-Indië. Sinds 1932 woonde hij in Malang op Oost-Java. Hij verzamelde een omvangrijke bibliotheek (ca. 15.000 banden), o.a. op het gebied van de (homo)seksualiteit. Na zijn dood kwamen sporadisch boeken, voorzien van zijn ex-libris, op de markt. Een deel van de bibliotheek zou in de universiteit van Denpasar op Bali beland zijn. [W.W.]
2289 - N.P. VAN DEN BERG, De Leidse leerschool van dr. H.C. Rogge, de eerste bibliothecaris van de Amsterdamse Universiteit in Miscellanea Gentiana... (cf nr. 2177), p. 11-28, ill.
Boeiende schets van H.C. Rogge (1831-1905), Remonstrants predikant en historicus, maar vooral gekend door zijn activiteiten als bibliothecaris van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, als Leidse collega van P.A. Tiele en W.N. du Rieu, en als eerste bibliothecaris van de Amsterdamse Universiteit. Belangrijke collecties verwerven, catalogiseren én huisvesten was ook zijn grote zorg (nil novi ... ). [M. d. S.]
Zie ook nr. 2177
2290 - Het Willemsfonds van 1851 tot 1914. Door Marcel BOTS, Harry VAN VELTHOVEN, Ada DEPREZ, Luc PAREYN, Jos DAELMAN, Jan DEWILDE. Gent Provinciebestuur van Oost-Vlaanderen: Liberaal Archief, 1993. -289 p. ill.; 29 cm. - (Bijdrage Museum van de Vlaamse Sociale Strijd; 9).
Dank zij de ontsluiting van het omvangrijk en praktisch compleet bewaard archief van het Willemsfonds (hierna WF) te Gent is het thans mogelijk gebleken een overzichtelijke geschiedenis van die culturele vereniging samen te stellen. De taak werd toevertrouwd aan zes auteurs die zeer degelijk werk hebben geleverd. Twee hoofdstukken verdienen een speciale vermelding in deze Kroniek.
A. Deprez schrijft over 'Het Willemsfonds als uitgever'. In een eerste periode (1851-1861) gaf het WF 53 publikaties uit, niet zozeer literatuur als wel vakonderricht en werken over jeugdzorg en het cultureel-volks patrimonium. Er werd gemikt op een groot lezerspubliek. In een tweede periode (1862-1884), die men de periode-Vuylsteke zou kunnen noemen (toen die het WF in een actief-vrijzinnige richting stuuurde), richtte het WF zich tot een meer gevormd en intellectueel publiek; er werden 132 publikaties bezorgd. In de derde periode (1885-1914) was de weerslag van de liberale politieke nederlaag van 1884 voelbaar: het aantal publikaties daalde tot 118 nummers. In die laatste periode kwam betrekkelijk veel creatieve literatuur aan bod. Deprez wijst op kopijwerving en honorarium (slechts sporadisch uitbetaald), fondsvorming en ideologie, commissie en ruilhandel, incidentele en vaste (doorgaans Gentse) drukkers. De oplagen schommelden tussen 500 en 2000 exemplaren. Jos Daelman behandelt 'De volksbibliotheken van het Willemsfonds'. Hij stelt dat de leeskabinetten in Vlaanderen rond het midden van de 19de eeuw bijna uitsluitend Franstalig waren. Pas met Vuylsteke werd hier effectief geremedieerd: de eerste volksbibliotheek opende op 15 juli 1865 te Gent met ontspanningsliteratuur naast informatieve en praktisch-utilitaire boeken. Een toezichtscommissie streefde naar een echt pluralistische samenstelling van de collectie. Ontlening was kosteloos. In Gent konden vier volksbibliotheken opgericht worden dank zij de subsidiëring door het liberale stadsbestuur. In andere steden kwam dit initiatief slechts moeizaam van de grond, nog het best te Brussel. Na 1885 probeerde men, waar zulke bibliotheek bestond, die te allen prijze in stand te houden.
Het boek is fraai geillustreerd. [W.W.]
2291 - Lisa KUITERT, In den beginne was de schrijver. Maar dan ? De beroepsauteur in boekhistorisch onderzoek in Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis, 1, 1994, p. 88-106, ill.
De beroepsauteur treedt op de voorgrond wanneer er aan boeken geld te verdienen valt. Dat was reeds in de 18de eeuw zo (B. Wolff en A. Deken). Er wordt nader ingegaan op een typisch voorbeeld uit de 19de eeuw: J.J. Cremer. Die kon heel serieuze honoraria eisen, want hij had een 'naam'. Cremer verzorgde die naam ook door zeer succesrijke voordrachten van eigen werk te organiseren in functie van zijn maatschappelijke bewogenheid. [W.W.]
2292 - Geboekt in jaargangen. Anderhalve eeuw boekentijdschriften in Nederland in De boekenwereld, 10, 1993-1994, nr. 5, 143 p., ill.
Het tijdschrift De Boekenwereld sloot zijn tiende jaargang af met een jubileumnummer, gewijd aan een aantal voorgangers. De keuze werd voor een deel bepaald door de voorkeur van de auteurs. Garrelt VERHOEVEN bespreekt het Jaarboekje voor den Boekhandel (1938-1843), een initiatief van de Haagse boekverkoper Salomo de Visser, de uitgever van het Nieuwsblad voor den Boekhandel. Een naamlijst van boekhandelaren vulde de helft van het jaarboekje, de rest was mengelwerk. Na drie uitgevers en vijf jaargangen was het afgelopen: naast het Nieuwsblad bleek het teveel. A.G. VAN DER STEUR handelt over De Navorscher (1851-1960): die kende 98 jaargangen, elf verschillende uitgevers en evenveel eindredacteuren. Frederik Muller startte de uitgave als vraag- en antwoordorgaan; het blad werd snel een algemeen historisch tijdschrift. F.W. KUYPER karakteriseert Laurens Coster (1858-1867) als een vakblad voor typografische werknemers. Nop MAAS belicht De Nederlandsche Spectator (1860-1908), een kritisch en liberaal blad, evenzeer geïnteresseerd in humor en satire als in wetenschappelijke berichten. Lisa KUITERT schetst De Kolporteur (1868-1877) als een vakblad voor een gefrustreerde beroepsgroep: colporteurs hadden een slechte naam door slordige en sjoemelende collega's. Frits KNUF brengt in De Librye (1887-1889) en De Rotterdamse Librye (18901892) een saluut aan Gerrit van Rijn, een antiquaar die als een van de eersten belangstelling had voor volksboeken en populaire literatuur. B.P.M. DONGELMANS schrijft over het gereputeerde Het Boek (1912-1966), het initiatief van W. Nijhoff en C.P. Burger Jr. Door de medewerking van W. de Vreese, B. Kruitwagen en M.E. Kronenberg, die Burger in de redactie opvolgde, hield het blad de reputatie van de Nederlandse bibliografische wetenschap, ook buiten de grenzen, hoog. Caroline GAUTIER ontleedt de Witte Mier (mei 1912 -okt. 1913), een klein maandschrift voor boekenvrienden onder leiding van J. Greshoff. Kees THOMASSEN behandelt De Tampon (1920-1972), dat zich richtte tot geïnteresseerden in grafische technieken. Reinold KUIPERS put voor Imp. (1940-1942) uit zijn rubriek 'Gerezen wit'. Door de oorlog haalde Imp. slechts vier regulaire afleveringen en twee dichtbundels. Hans HAFKAMP bespreekt het bibliofiele Halcyon (1940-1942) van A.A.M. Stols, waarmee deze laatste het peil van boek- druk- en prentkunst op internationale hoogte wilde brengen. P.J. BUIJNSTERS wijst op Folium (1950-1957), een initiatief van H.L Gumbert van het antiquariaat J.L. Beijers. Het blad was opgezet zowel voor de bibliofiel als voor de boekenvakman en het ging geanimeerde gedachtenwisselingen niet uit de weg. In een tweede bijdrage schrijft Buijnsters over De Antiquaar (1969-1974), het tijdschrift van de Nederlandsche Vereeniging van Antiquaren (red. Anton Gerits) met wetenschappelijk artikelen naast verenigingsnieuws. Drie nog lopende tijdschriften worden meer rechtstreeks benaderd. Jos VAN WATERSCHOOT interviewt A.R.A. Croiset van Uchelen over Quaerendo (1971-), dat ontstaan is om de leemte te vullen na het verdwijnen van Het Boek. Marieke VAN DELFT behandelt Uitgelezen Boeken (1977-), een onregelmatig verschijnend tijdschrift van drukker Jan de Jong en antiquaar Louis Putman, gewijd aan gedetailleerde informatie over minder bekende literatuur. Theo BIJVOET interviewt Joost Nijsen, de geestelijke vader van Optima (1983-), dat in de eerste zes jaargangen bijdragen opnam over uitgeverijgeschiedenis, boekverzorging en typografie. Als laatste bijdrage publiceert Kuniko FORRER 'De voorlopers van De Boekenwereld. Proeve van een bibliografie'. In deze alfabetische lijst wordt elk nummer gecommentarieerd (typering en doelgroep).
Dit nummer van De Boekenwereld heeft een afzonderlijk register. Een boeiend, gevarieerd en nuttig overzicht. [W.W.]
2293 - Remieg AERTS, De Gids en zijn publiek. Een compositieportret in Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis, 1, 1994, p. 107-129, ill.
De Gids begon in 1837 met een vermoedelijke oplage van 300 stuks en een intekening van 220 abonnees. Het was een relatief duur tijdschrift. Er was een gestadige groei. De top werd bereikt in 1901 met een oplage van 2100 stuks en een verkoop, van 1900 exemplaren. Tegen 1940 was dit bestand gedaald tot 490 eenheden. De Gids richtte zich bij zijn ontstaan tot de hoog opgeleide mannelijke grootburger van liberale en (vrijzinnig-)protestantse signatuur.
Rond 1890 was de sfeer conservatief-liberaal. Rond 1930 presenteerde De Gids zich als 'het nationale tijdschrift' voor een algemeen intellectueel publiek.
Een groot deel van de abonnementen, ging naar leesgezelschappen. [W.W.]
2294 - B.P.M. DONGELMANS, Johannes Immerzeel Junior (1776-1841). Het bedrijf van een uitgever-boekhandelaar in de eerste helft van de negentiende eeuw. - Amstelveen: Ernst & Co, 1992. - 499 p.; 25 cm. - ISBN 90-7370704-8.
Uitstekend werk over een bekende 19de-eeuwse uitgever en boekhandelaar, . Na een uitvoerige biografie (Immerzeel kende een bewogen doch uiteindelijk succesrijk bestaan als zakenman) wordt nader ingegaan op de handelsactiviteiten. Immerzeels eigen administratie is grotendeels verloren gegaan, zodat D. gegevens moest zoeken uit boekhoudingen van collega's, met wie Immerzeel handel dreef. Ook voor produktie en distributie zijn de gegevens schaars. D. doet daarvoor weer een beroep op analoge gevallen via contemporaine onkostenboeken. Papier en drukloon blijken de voornaamste kostenposten te zijn. De oplagen waren niet groot, maar bleven constant, ook in economisch moeilijke periodes: de boekhandel steunde duidelijk op een klein, maar vasthoudend publiek. Inzake distributie verwierf Immerzeel een groot marktaandeel door de publikatie van handige en goedkope klein-octavo edities. Een interessant deel van dit werk is de fondsbeschrijving per jaar, met transcriptie van de titelpagina en opbouwformule. Als slot een register op personen en titels. [W.W.]
2295 - Lisa KUITERT, Het ene boek in vele delen. De Uitgave van Literaire Series in Nederland 1850-1900. - Amsterdam: De Buitenkant, 1993. - 286 p.; ill.; 23 cm. - ISBN 90-70386-60-7.
Als voorbodes van literaire series kunnen reeds de 17de-eeuwse Elzevier-uitgaven van de klassieken in 12° gelden. Als onmiddellijke voorgangers en voorbeelden waren er buitenlandse (vooral Engelse en Duitse) reeksen. De eerste Nederlandse serie verscheen bij M. Westerman als een reeks 'klassieke schrijvers' (Vondel, Cats, de gebroeders Van Haren); zij kende een groot succes. Voor 1850 kwamen zo een tiental literaire series aan bod. Series waren lucratief voor de uitgevers: zij zagen kans goedkoop boeken in een hoge oplage te produceren. K. maakt een onderscheid tussen reeksen met 'klassieken' (niet-contemporaine literatuur), waarvan er in de periode 1850-1900 23 reeksen verschenen, en 'gewone' literaire series, waarvan er in diezelfde periode meer dan 200 het licht zagen. Aan de series 'klassieken', die in grote mate voor de school geproduceerd werden, kent K. een sterk canoniserend effect toe: de bekendheid met enkele (steeds dezelfde!) titels van Hooft, Vondel, Huygens en Bredero creëerde het beeld van de 'nationale' literatuur. Daartegenover zijn de auteurs van de contemporaine reeksen nu veelal vergeten: het betrof schrijvers die in hun eigen tijd veel gelezen werden; Multatuli en de Tachtigers kwamen in dit soort reeksen niet voor.
In bijlage worden de behandelde reeksen van klassieken integraal opgenomen; daarna komt een lijst met namen van de literaire series en een register op namen van personen, instellingen en titels. Aan de vormgeving van dit interessante werk werd extra zorg besteed. Die roept onmiskenbaar de sfeer van de behandelde periode op via een aangepaste typografie (sprekende regels, initialen). De illustraties zijn fraai gereproduceerd. Het boek is onbetwistbaar een aanwinst [W.W.]
2296 - Marja KEYSER, De helse vruchtboom of hoe R.C. Meijer in het boekenvak terechtkwam, 1847-1857 in De boekenwereld, 10, 1993-1994, p. 131-136.
Een droevig verhaal op basis van een eigenhandig door Meijer (1826-1904) geschreven verslag (thans berustend in de Bibliotheek van de Vereniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels in de UB van Amsterdam). Meijer was een van de vroegste uitgevers van Multatuli, pionier van de Nederlandse arbeidersbeweging en oprichter van het vrijdenkersgezelschap 'Ex Oriente Lux'. Hij was tevens bijna vijftig jaar werkzaam te Amsterdam als boekhandelaar, uitgever en antiquaar. Toch was hij veel liever schrijver geworden. Door Jan Stemvers werd hij aangelokt compagnon in een boekhandel te worden. Als zakemnan bleek Stemvers een totale mislukk(el)ing. Om zijn eigen financiële ruïne te voorkomen was Meijer uiteindelijk gedwongen de zaak in haar geheel over te nemen. Zij heeft hem niet meer losgelaten. [W.W.]
2297 - Jacques HELLEMANS, Stendhal osservatore del commercio lïbrario: sulla cosi detta " contraffazione belga " in Quaecumque recepit Apollo: scritti in onore di Angelo Ciacarella. Ed. Andrea Gatti. - Parma: Biblioteca Palatina, Museo Bodoniano, 1993, p. 291-301, facs. - (Bollettino del Museo Bodoniano di Parma; 7).
In zijn Mémoires d'un touriste heeft Stendhal onder meer meegedeeld wat hij weet over de (ongeoorloofde) nadrukken die in België verschijnen tussen zowat 1815 en 1852. Angelo Pezzana, destijds bibliothecaris van de hertogelijke bibliotheek te Parma, heeft er heel wat gekocht, en wel van de 'Société belge de Librairie Hauman & Cie. [E. C.-I.]
2298 - Luc DAEMS, Heino K. Overdiep, antiquaar. - Wildert: De Carbolineum Pers, 1994. - 53 p.: ill.; 25 cm. - BF 4000; Fl. 210. Te verkrijgen bij de drukker, Elf Novemberstraat 22, B-2910 Wildert.
Deze interessante schets is gebaseerd op vraaggesprekken met de antiquaar in kwestie. H.K. Overdiep (1916) was de oudste zoon van de bekende taalkundige G.S. Overdiep. Door de medewerking van deze laatste aan de 'Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden' onder redactie van F. Baur kwam Overdiep Junior in de Standaard Boekhandel terecht, waar hij onder leiding van Maurits de Meyer in de afdeling antiquariaat werkzaam was. In 1963 maakte Overdiep zich zelfstandig. Toen had hij reeds aanzien verworven, zoals blijkt uit grote opdrachten: voor de Library of Congress moest hij een verzameling van alle collaboratieliteratuur samenstellen; de universiteit van Elisabethstad (Lubumbashi) deed op hem een beroep voor een Afrika-collectie. Indrukwekkend is de lijst van vooraanstaande Vlaamse collecties die Overdiep verhandelde: de bibliotheken van Eugène de Bock, André de Ridder, Julien Kuypers, Maurice Roelants, Jan van Nijlen en nog vele anderen. Overdiep verspreidde zijn katalogen onder 1700 belangstellenden; daarvan waren er 400 buitenlanders. In 1982 sloot hij de zaak: in zijn ogen vererfde een antiquariaat zich niet.
Deze luxe-druk (oplage 65 genummerde exemplaren); de eerste in de reeks 'Rondom het Vlaamse boek', biedt ook originele foto's en reproducties van de karakteristieke catalogen. [W.W.]
2299 - René FAYT, Auguste Poulet-Malassis à Bruxelles (septembre 1863 - mai 1871). Préface de Paul DELSEMME. - Bruxelles: Les Libraires Momentanément Réunis, 1993. - 166 p.: ill.; 24 cm. (Documenta et Opuscula; 15). -ISBN 2-93005304-6. BF 950.
Door een Frans-Belgisch akkoord werd in 1852 een einde gemaakt aan de Belgische onofficiële nadruk van Franse literatuur. Toch betekende dat niet het einde van de in België geproduceerde clandestiene literatuur: tal van Franse ballingen waren hier bedrijvig tegen het regime van Napoleon III. In 1863 vestigde Auguste Poulet-Malassis, de uitgever van Baudelaire, zich in Brussel na een veroordeling door het Franse gerecht. Tussen 1864 en 1870 gaf hij een zeventigtal vooral erotische werken uit, waarvoor hij de medewerking van o.a. Félicien Rops verkreeg. Kopij werd o.m. geleverd door Mérimée, Baudelaire, Béranger en Verlaine. Naast deze ene zijde van de libertijnse literatuur gaf hij ook, getrouw aan zijn republikeinse overtuiging, titels uit als 'Papiers secrets et Correspondance du second Empire' (1871) en 'Bulletin trimestriel des publications défendues en France imprimées á l'étranger' (1867-1869). Die publikaties werden in Frankrijk verspreid via Alphonse Lécrivain die ook naar Brussel gevlucht was na de teloorgang van zijn Parijse uitgeverij. Poulet-Malassis liet te Brussel vooral drukken bij Jean-Henri Briard en, meer sporadisch, bij Jean Rops en Alphonse Mertens. Na de val van het Tweede Keizerrijk keerde Poulet-Malassis naar Frankrijk terug. Hij overleed te Parijs in 1878. De veiling van zijn bibliotheek nam vier dagen in beslag.
Het werk behandelt daarnaast nog Franse uitgevers (Jules Gay, Jean Rozez) uit Poulet-Malassis' Brusselse omgeving. De overvloedige, annotatie, getuigt van grote deskundigheid en brede belangstelling. Het boek is voorzien, van een index . [W.W.]
2300 - F. DE GLAS, Spelregels voor het boekenvak in Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis, 1, 1994, p. 131-148.
De VBBB (Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels) had zich in de 19de eeuw met vier grote kwesties beziggehouden: de nadruk, het vertalingsrecht, de auteurswetgeving en de aansluiting van Nederland bij de Berner Conventie. Op het einde van die eeuw vonden de boekhandelaars binnen de VBBB dat de uitgevers te veel hun wil doorzetten. In 1924 komt het 'Reglement voor het verkeersrecht in den Nederlandschen boekhandel'. Het omschrijft rechten en plichten van beide partijen. Als voornaamste bepalingen gelden: boeken hebben een vaste prijs; kortingen kunnen slechts in een beperkt aantal gevallen; er komt een lijst van erkende boekhandelaren; een arbitrage-instantie waakt over dit Reglement. Dit lijkt vrij strikt, maar was het niet: zo is het principe van de erkenning steeds zeer soepel gehandhaafd. [W.W.]
2301 - Cyriel MOEYAERT, Het Nederlands onderwijs in de Frans-Vlaamse Westhoek vanaf de 16e eeuw II, in Zannekin Jaarboek, 16, 1994, p. 109-132, ill.
Vermeldt o.m. Nederlandstalige handboeken, in gebruik voor het onderwijs, maar ook een Nederlandstalige catechismus voor het Franse keizerrijk, gedrukt te Kamerijk, een Nederlandstalige catechismus voor het bisdom Kamerijk uit 1816 en nog een tweetalige 'Catéchisme de Lille' uit 1931, gedrukt door A. Taffin-Lefort. [W.W.]
2302 - A. VANRIE, La revue Archives et bibliothèques de Belgique, une presque centenaire in Archief- en bibliotheekwezen in België, 64, 1993, p. 129136.
In 1907 werd de 'Association des archivistes et bibliothécaires belges' opgericht, met resp. Gaillard en Van den Gheyn als verantwoordelijke. Maar vier jaar eerder al was de Revue des bibliothèques et archives de Belgique door dezelfde Van den Gheyn in het leven geroepen. In 1914 stilgevallen, herleeft ze in 1923 als Archives, bibliothèques et musées de Belgique. Het nieuwe luik heeft zich nooit echt ontplooid en is in 1962 uit de boot gestapt. De titel wordt nu definitief Archives et bibliothèques de Belgique (maar er wordt niet gezegd dat met ingang van jaargang 34, 1963 de titel tweetalig wordt, en dus gevolgd door Archief- en bibliotheekwezen in België). Na een unieke aflevering 1940-1946, en sindsdien zonder onderbreking, wordt het tijdschrift door George Michiels te Tongeren gedrukt, een samenwerking die vrijwel uniek is te noemen. Er worden ook thematische extranummers gepubliceerd.
Terwijl de Vereniging van archivarissen en bibliothecarissen in 1982 (alleszins prematuur en zonder rekening te houden met de wensen van de betrokkenen zelf) ophield te bestaan en in een Vlaamse en een Waalse vereniging overging, is meteen een nieuwe v.z.w. (stichting) in het leven geroepen met dezelfde naam, enigszins gewijzigde statuten en met als voornaamste doelstelling het tijdschrift en de extra nummers verder te blijven uitgeven. Na ruim tien jaar kan slechts worden vastgesteld. dat het tijdschrift gaandeweg aan belang én aan uitstraling heeft gewonnen, de financiële problemen (erfenis van de laatste unitaire verrichtingen) ten spijt. [E. C.-I.]
2303 - Tijdschriften uit de provincie Antwerpen in KADOC Nieuwsbrief (Leuven), 1993-1994, nr. 4 (mei), p. 5-7, ill. Adres: Vlamingenstraat 39, B3000 Leuven.
Het Katholiek Documentatie- en Onderzoekscentrum te Leuven is in 1989 met een periodiekenrepertorium begonnen: 800 Antwerpse katholieke periodieken in een eerste stadium. De oudste bladen stammen uit 1794. [E. C.-I.]
Go Top
     
     
Over deze site   Home page: www.boekgeschiedenis.be
Ontwikkeling © Johan Hanselaer
Laatste aanpassing: