Kroniek


1995-1996

 
     
     
VWB
Overzicht
 
Go Top
Na de algemeenheden zijn de notities chronologisch gerangschikt en per thema of onderwerp (in vetjes) volgens een vast schema gegroepeerd: 1. Literatuurbericht en Vakwoordenboeken; 2. Bibliografie (methodologie en repertoria); 3. Drukmateriaal; 4. Zetten en drukken; 5. Drukkers, steden, regio's; 6. Boekillustratie; 7 Boekband; 8. Bibliotheken en Bibliofilie; 9. Boekhandel en Uitgeverij; 10. Onderwerpen.
De lezers van de Kroniek worden er aan herinnerd dat zij de redactie attent kunnen maken op recent verschenen publikaties en haar overdrukken van eigen artikelen kunnen doen toekomen. Een en ander wordt in dank aanvaard.

2304. - ABHB - Annual Bibliography of the History of the printed book and libraries. Volume 23: publications of 1992 and additions from the preceding years. Ed. by the Department of Special Collections of the Koninklijke Bibliotheek, The Hague, under the auspices of the Committee on Rare Books and Manuscripts of the International Federation of Library Associations. - Dordrecht; Boston; London: Kluwer Academic Publishers, (1995).
2305. - Lexikon des gesamten Buchwesens - LGB². Hrsg. Severin CORSTEN [et al.]. - Stuttgart: A. Hiersemann. - 1994-1995. Band 4. Lieferung 29-32: Koreanische Stempeldrucktechnik - Lyser.
2306. - Ben J.P. SALEMANS, Comparing text editions with the aid of the computer in Computers and the Humanities,28, 1994-1995, p. 133-139, ill.
Kritische analyse van de vingerafdruk-methode om ogenschijnlijk identieke drukken te onderscheiden. S. demonstreert de limieten van deze methode aan de hand van de (bibliografisch) beruchte Vondeldrukken, inz. Palamedes '1652'. Hij vergelijkt de vingerafdrukken 'genomen' door Vriesema (1986; Kroniek 12 nrs
801-802), Arpots resp. Schuytvlot (1987; Kroniek 14 nr. 1239). Het resultaat: een soepje... Daarom stelt hij voor om bij de vingerafdruk afbeeldingen te voegen van de 'signatuurzone'. Die afbeeldingen kunnen worden gescanned en dus digitaal opgeslagen. Ze kunnen dan ook worden 'gemengd' (= over mekaar geschoven): dat levert een duidelijker onderscheid op. Standaardisering van scan-procedures is echter een voorwaarde ! Ook dient de bruikbaarheid op grote schaal nog te worden getoetst. [M. d. S.]
Zie ook nr. 2367
2307. - Klaus-Peter MÖLLER, Die Fingerabdruck-Methode: ein Kollations-Verfahren zur Unterscheidung von Drucken der frühen Neuzeit in Wolfenbütteler Notizen zur Buchgeschichte, 20, 1995, p. 37-62, ill.
Met deze methode wil Möller 'Mehrfachdrucke' kunnen onderscheiden, gekenmerkt door op het eerste gezicht nauwelijks te ontwaren afwijkend zetsel; volgens Martin Boghardt (Analytische Druckforschung,1977) komen hier voornamelijk 'Doppeldrucke' en 'Zwitterdrucke' in aanmerking. De dubbeldruk of nadruk is een zet-imitatie van een vorige druk, de tweeslachtige of hybriede druk gaat terug op meer dan één zetsel. Möller heeft bij het ontwikkelen van zijn methode in het bijzonder aan het probleem van de dubbeldrukken gedacht: het voornamelijk typografische decoratiemateriaal dat los van elkaar en in verschillende combinaties kan voorkomen. Zijn concrete voorbeeld is de Pastor-Fido-vertaling van C.H. von Hoffmanswaldau, zonder plaats, 1678. Het is eigenlijk een voor de hand liggende methode; echter, ze kan slechts toegepast worden op drukken met decoratiemateriaal ! [E. C.-I.]
2308. - P.J. VERKRUYSSE, Ik, het boek: analytisch handboek voor de bibliograaf. Met praktijkvoorbeelden. - 2e, niet herziene, doch sterk verminderde druk. - Lugduni Batavorum: Ammoniet, 1995. - 16 p.: W.; 21 cm. ISBN 23. - Fl. 53.
Vernuftig bedachte "Spielerei " van een bedreven analytisch bibliograaf met de bedoeling de bibliograaf in spe een gedrukt boek naar zijn materiële uitvoering kritisch te leren bekijken, analyseren en interpreteren. De verkoopopbrengst van dit fraaie plaketje is bestemd voor de restauratie van een waardevolle zeventiende-eeuwse druk. [E. C.-I.]
2309. - Martin BOGHARDT, Druckanalyse und Druckbeschreibung: zur Ermittlung und Bezeichnung von Satzidentität und satzinterner Varianz in Gutenberg Jahrbuch 1995, p. 202-221, ill.
Boghardt, wiens publikaties over analytische bibliografie, inzonderheid over het vaststellen van zetvarianten, bekend zijn, bespreekt systematisch de verschillende methoden die hierbij dienstig zijn: de methode van de directe superpositie van twee bladen (slechts uiterst zelden toe te passen); de stereoskopische methode (meest recent door R. McLeod ontwikkeld, als een draagbare 'collator'); de cinematografische methode (Hinman-collator); de kleurcontrastmethode (P.R Sternberg en J.M. Brayer); de 'Composite Imaging' berustend op beide laatste technieken. Aansluitend daarop volgt een stuk over de beschrijvingsmethode: de vingerafdrukmethode, de signatuurmethode (de STCN-vingerafdruk), de variantenmethode, de kopieermethode. [E. C.-I.].
2310. - Fernand BAuDiN, L'effet Gutenberg. - Paris: Edition du Cercle de la Librairie, 1994. - 467 p.: ill.; 31 cm. - ISBN 2-7654-0555-7. 559, 26 FF (buitenland; 80 FF portokosten).
Geen goede drukletter zonder de schrijfletter ! Geen goede typografie zonder een gedegen schrijfonderricht van in de lagere school ! Geen goede boekverzorging zonder een behoorlijke kennis van de ongeschreven en geschreven regels doorheen de eeuwen in acht te nemen bij het maken van boeken! Dit lijken enkel boutades maar zijn het in wezen niet. Meer over wat hier aangetoond en waartoe opgeroepen wordt, leest u in een bespreking in De Gulden Passer,1995. [E. C.-I.].
2311. - Jaarboek van het Nederlands Genootschap van bibliofielen 1994. Amsterdam: De Buitenkant, 1995. - 156 p.: ill.; 22 cm. - ISBN 90-7038672-0. Fl. 46.50
Onder verwijzing naar Kroniek 20
nr. 2158, wordt het tweede jaarboek van de Nederlandse bibliofielen hier voorgesteld: even keurig en boeiend als het eerste, wel omvangrijker. Behalve het prettig geschreven en informatief jaarverslag van de secretaris zij vermeld de bijdrage van Gerard JASPERS over 'Boek van het jaar: Das Narrenschiff (1494) van Sebastian Brandt', John LANDWEHR over 'De graveur Crispyn de Passe Junior (circa 1597-1670) als uitgever-auteur' (van prentenbundels), Frits BOOY over ' "Ziet, hoe Sint Niklaas zijn leven soms waagt ": op zoek naar de oudste sinterklaasboeken voor kinderen in Nederland', Jan DE JONG n.a.v. 'De herdruk van Enschedés Proef van letteren uit 1768/'73' en tenslotte een aanvullende bijdrage van Ferenc POSTMA over 'Op zoek naar Franeker academisch drukwerk: enkele impressies van een vierde studiereis naar Roemenië (1994)'. Een register van persoons- en plaatsnamen ontbreekt niet! [E. C.-I.].
2312. - INCIPIT: Lezingen gehouden tijdens de eerste jaarvergadering van de Nederlandse Boekhistorische Vereniging op 11 juni 1994. Verslag van de ledenenquête. Ledenlijst. - Leiden: Nederlandse Boekhistorische Vereniging, 1995. -57 p.; 21 cm.
W.W. MIJNHARDT beschouwt, naar zijn eigen woorden, de NBV als een uitdaging; Marja KEYSER gaat, in het voetspoor van Herman de la Fontaine Verwey, op zoek naar het menselijk element in de boekgeschiedenis, terwijl Otto S. LANKHORST mej. Van Eeghen als eerste met het eerste jaarboek bedenkt. Voorts uitslagen van de enquéte en ledenlijst. De titel 'Incipit' is wat ongelukkig gekozen: typisch voor handschriften en incunabelen, niet voor de latere boeken. Bovendien is INCIPIT de naam van een lopend internationaal project dat met incunabelen te doen heeft. De Vereniging publiceert overigens ook een jaarboek. [E. C.-I.].
2313. - M.W. HUISKAMP, P.J. BOON, R.L.M.M. CAMPS, Catalogus van de pamflettenverzameling aanwezig in de Bibliotheek Arnhem 1573-1795. - Hilversum: Verloren, 1995. - 368 p.: ill.; 24 cm. - (Stichting De Gelderse Bloem, XLII). - ISBN 90-6550-512-1. Fl. 50.
De Bibliotheek Arnhem is de erfgenaam van drie Gelderse collecties: het Hof van Gelre, het Gouvernement van Gelderland en de Stadsbibliotheek Arnhem. Het lag voor de hand dat deze historische overheidscollecties ook vrij rijk zouden zijn aan pamfletten. En dat is ook zo. De hier besproken catalogus beschrijft 1233 pamfletten en is uitdrukkelijk bedoeld als een aanvulling op de bestaande standaardcatalogi op dat vlak (Knuttel, Tiele enz.). Uiteraard is er veel minder of zelfs geheel niet bekend materiaal over Gelderland aan het licht gekomen. De chronologische grenzen zijn 1537 (Reformatie/Tübingen) en 1795 (de Bataafse Omwenteling, einde van het Ancien Régime, met de omineuze laatste titel Geene heeren meer! Zalige égalité). In chronologische orde, en binnen elk jaar alfabetisch op hoofdwoord, zijn de titels als volgt beschreven: auteur, titel, impressum (zonder drukkersadres evenwel), paginering, bibliografisch formaat, collatie, annotatie (over auteurschap, inhoud) en bibhotheeksignatuur. De collatie is een belangrijke meerwaarde van deze catalogus (t.o.v. de oudere catalogi én omdat de STCN nog lang niet aan 1795 is). Af en toe zijn daar echter foutjes ingeslopen (bv. nr. 107 niet A4D4 maar A-D4; nr. 116: A4 levert meer dan [4] pagina's op, dus A2; idem voor nr. 122). Er zijn registers op trefwoorden en op drukkers / uitgevers / boekhandelaars (helaas niet (ook) per plaats).
De collectie bevat zeldzaamheden als J. Servilius' Geldrogallica coniuratio (Antwerpen, A. Dumeus, 1542; nr. 6) en diens Italiaanse vertaling (Venetië, 1543; nr. 11), werken van de Leuvense hoogleraar en latere bisschop van Roermond Henricus Cuyckius (nrs. 28-31: Leuven, J. Masius, 1600-1601) en vele vroege Arnhemse uitgaven (van J. Jansonius - zie ook Kroniek
2370) die niet in de andere Nederlandse pamflettencatalogi voorkomen. Ook zijn plano's opgenomen, een categorie die de STCN (voorlopig) niet opneemt. Zie verder Kroniek 2367 voor een steekproef m.b.t. 1650. Deze Arnhemse catalogus zal niet alleen de Gelderse historicus van nut zijn. Hij is een echte aanwinst voor de bibliograaf en de boekhistoricus. Ook de aantrekkelijke vormgeving verdient navolging. Een geslaagd initiatief! [M. d. S.].
Zie ook nr. 2367
2314. - W.C. ZIJLSTRA, Den Zeusen Beesem. Catalogus van de Nederlandse pamfletten (alsmede de niet-Zeeuwse plakkaten en ordonnanties) tot en met 1795, aanwezig in de Zeeuwse Bibliotheek. - Middelburg: Zeeuwse Bibliotheek, 1994. - 3 dln. (VII, 899; 121 p.): ill.; 30 cm. - ISBN 90-72151-13-5. Fl. 95.
De Middelburgse bibliotheekverzamelingen zijn in 1940 door vuur en water grotendeels vernietigd. Wat kon worden gered is zo goed mogelijk hersteld, maar draagt er nog steeds de sporen van (sterke besnoeiing bij herbinden bv.). In 1892 publiceerde J. Broekema een catalogus van de pamfletten aanwezig in de (toenmalige) Provinciale Bibliotheek van Zeeland. Veel daarvan is, als gezegd, voorgoed verloren. Wat er restte werd na 1940 aangevuld met aankopen van (hoofdzakelijk) Zeeuws materiaal en met werken uit de Bibliotheek van het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen. W.C. Zijlstra is er nu in geslaagd de hele verzameling (inclusief niet-Zeeuwse plakkaten en ordonnanties) te beschrijven en inhoudelijk te ontsluiten. De Zeeuwse plakkaten en ordonnanties zijn dus buiten beschouwing gelaten. Hopelijk denkt de bibliotheek aan een catalogus van alle (oude) Zeelandica! De imposante catalogus die er nu reeds is gekomen beschrijft niet minder dan 5197 pamfletten, verdeeld over twee banden (I: 1518-1700, 2748 nrs.; II: 1701-1795 [+ 4 latere titels - waarom juist die ?]).
De beschrijving omvat titel, collatie (= paginering, helaas niet (ook) de opbouwformule !) en een, soms uitvoerige, annotatie met veel literatuurverwijzingen (iets waarvoor heel veel gebruikers dankbaar zullen zijn). De chronologische ordening (volgens Knuttel) weerspiegelt de historische ontwikkeling, m.n. van Zeeland. Vanzelfsprekend bevat de verzameling ook andere verrassingen als bv. nr. 8 (gedicht op de stormschade in 1530), nrs. 14 en 15 (Gentse drukken van J. Lambrecht uit 1544 en 1550), nr. 101 (Traité de la Rendition de la ville de Hulst,Arras, R. Maudhuy, 1596) etc. Historici en bibliografen doen er dus goed aan ook deze catalogus geregeld ter hand te nemen. Het gebruik ervan is vergemakkelijkt door goede registers (handig in een afzonderlijke band!) op verkorte titels (mét jaartal; p. 1-65), persoonsnamen (p. 66-96), boekdrukkers en boekverkopers (p. 97-119), drukkersplaatsen (doch enkel wanneer niet aan een drukker of boekverkoper gelieerd) en illustratoren. Zie verder Kroniek
2367 voor een steekproef m.b.t. 1650. Slotsom: een belangwekkende publikatie over een nog veel te weinig geraadpleegde collectie. [M. d. S.].
Zie ook nr. 2367
2315. - J.A. GRUYS & C. DE WOLF, Aanvullingen op.. J. A. Gruys & C. de Wolf, Thesaurus 1473-1800 in Dokumentaal,23, 1994, p. 175-179; 24, 1995, p. 103-107.
126 addenda en corrigenda. Cf. Kroniek 19
nr. 2029.
2316. - Deugd boven geweld: een geschiedenis van Haarlem, 1245-1995. Eindred. G.F. VAN DER REE-SCHOLTENS. - Hilversum.: Verloren, 1995. 690 p.: ill.; 29 cm. - ISBN 90-6550-504-0. Fl. 75.
In deze schitterende stadsgeschiedenis-nieuwe-stijl heeft ook de boekgeschiedenis haar plaats gevonden: de Coster-legende (p. 95-96), de Stadsbibliotheek (p. 229-230), drukkers en uitgevers in de Republiek (p. 230-234) en in de negentiende eeuw (p. 397-400). Bijzonder nuttig is de 'Beredeneerde bibliografie van de geschiedenis van Haarlem' door A.G. VAN DER STEUR (p. 617-645, inz. p. 630-631 over '(boek)drukkers, uitgevers, kranten'). Elke stad zou gebaat zijn met een dergelijk monument... [M. d. S.].
2317. - Gedrukt in Holland. Themanummer van: Holland, regionaal-historisch tijdschrift,ISSN 0166-2511 (Hilversum: Verloren), 26, 1994, 4-5, p. 215-373, ill. - ISBN 90-70403-35-8. Fl. 15.
Ook voor de (Noordnederlandse) boekgeschiedenis is Holland dé centrale regio. Dit boeiende themanummer behandelt, exempli gratia,enkele aspecten daarvan. Paul DIJSTELBERGE (STCN) heeft het in 'De Cost en de Baet: uitgeven en drukken in Amsterdam rond 1600' (p. 217-234)
Full text o.a. over Cornelisz Claesz en diens positie als uitgever, en geeft enkele prikkelende beschouwingen over het boekbedrijf (p. 233-234 Appendix: Amsterdamse drukkers en uitgevers actief in het jaar 1600). Gabrielle DORREN en Garrelt VERHOEVEN onthullen 'De twee gezichten van Claas Braau (circa 1636-1707): een katholieke drukker en boekverkoper in Haarlem' (p. 235-273). Dit artikel is een belangrijke stap in het nog veel te weinig onderzochte domein van de 'katholieke' boekproduktie en -handel in de Republiek en het gebruik van Zuidnederlandse schijnadressen. De voortreffelijke checklist (p. 260-273) weze een voorbeeld voor andere onderzoekers! E.O.G. HAITSMA MULIER heeft in 'Woord en beeld: titelprenten van enkele Nederlandse historische werken uit de 17e en 18e eeuw' (p. 274-291) aandacht voor de historiografische 'beeldvorming'. De artikels van Rudolf RASCH ('Estienne Roger en Michel-Charles le Cène, Europese muziekuitgevers te Amsterdam, 1696-1743', p. 292-313) en José DE KRUIF ('En nog enige boeken van weinig waarde: boeken in Haagse boedelinventarissen halverwege de 18e eeuw', p. 314-327) werden reeds in Kroniek 20 besproken (nrs. 2245 en 2251). Onno DE WIT behandelt 'De drukker en uitgever A.W. Sijthoff te Leiden: een innovatief ondernemer in de tweede helft van de 19e eeuw' (p. 328-345), een goed specimen van industriële-boekgeschiedenis. Dick DOOIJES heeft het, op basis van o.a. eigen herinneringen, over 'Een vruchtbare samenwerking: de lettergieterij van Tetterode en de ontwerper Sjoerd H. de Roos' (p. 346-357). Een geslaagd initiatief. [M. d. S.]
2318. - Frans M.A. ROBBEN, Jan Poelman, boekverkoper en vertegenwoordiger van de firma Plantin-Moretus in Salamanca 1579-1607. Con un resumen español. -Antwerpen: Vereeniging der Antwerpsche Bibliophielen, 1994. - 370 p.: ill.; 25 cm. - (Vormt tevens jaargang 71-72 (1993-1994) van De Gulden Passer). - BF 1.600.
De dood heeft de plannen van de hispanist Frans Robben (Universiteit Nijmegen) gedwarsboomd: zijn monografie over Jan Poelman is onvoltooid achtergebleven. De hoofdstukken over Poelman in Salamanca en de uitgave van diens correspondentie met Plantijn en Jan Moretus bleken evenwel zo goed als voltooid. Marcus de Schepper, redactiesecretaris van De Gulden Passer heeft dit - belangrijkste - onderdeel van wat Robbens dissertatie moest worden, voor publikatie klaargemaakt en het als een dubbele jaargang van het tijdschrift opgenomen, het vormt immers één geheel en mocht niet in 'vervolgverhalen' verschijnen.
In een kort inleidend overzicht schetst R de relaties tussen de Antwerpse boekenwereld en Spanje tijdens de zestiende en zeventiende eeuw. Zijn bronnen hiervoor zijn voornamelijk J. Peeters-Fontainas, L. Voet, T. Beardsley en B. Vermaseren. Buiten Spanje is Antwerpen veruit het grootste produktiecentrum van Spaans werk, tot in de zeventiende eeuw toe. In Spanje is Salamanca zowat de draaischijf van de boekhandel met Antwerpen.
Jan Poelman (ook Pulman, Poulman) is de zoon van Theodorus Poelman, de humanist uit de geleerdenkring in het Plantijnse huis. Geboren tussen 1551 en 1555 is hij aanvankelijk winkelbediende bij Plantijn geweest, een plek waar hij veel over de wereld van het boek heeft opgestoken en ook talen zal hebben geleerd. In mei 1579 vertrekt Jan naar Spanje om de zaken van Plantijns vriend, Luis Pérez te gaan behartigen. Hij vestigt zich te Salamanca en wordt Pérez' vaste vertegenwoordiger. Tweemaal keert hij voor enkele maanden naar Antwerpen terug, maar sedert einde '86 blijft hij er tot aan het eind van zijn leven in 1607. Hij huwt er met Ana Rodriguez, dochter van een boekbinder. Waar hij aanvankelijk blijk gaf van een uitstekend zakenman te zijn, gingen vanaf '87 de zaken slechter, allicht mede op grond van externe factoren.
R behandelt achtereenvolgens de boekhandel van Poelman - contracten, collega's - en wijdt terloops een interessante beschouwing aan de begrippen boekverkoper, librero, bibliopola en winkel. Verder worden de bevoorrading onder de loep genomen, het assortiment en de omzet tussen 1579 en 1592. Onderzocht worden vraag en aanbod, de boekenprijzen, de klanten. Sporadisch is Poelman ook als uitgever opgetreden.
Deze goed geschreven biografie is bijzonder rijk aan informatie, in grote hoofdzaak steunend op het Plantijnse archief en op de correspondentie tussen Poelman en de Officina Plantiniana, hierna uitgegeven. De 76 brieven, daterend tussen 13 september 1586 en 3 december 1607, zijn voor het overgrote deel door Poelman, in het Spaans, aan Moretus gericht; enkele nummers betreffen minuten van Moretus in het Frans, het Nederlands en een enkele keer het Spaans; alle berusten zij in het Plantijnse Archief. [E. C.-I.].
2319. - Jan STORM VAN LEEUWEN, Bindersstempels met afbeeldingen van vrouwen in Vouwbeen,5, 1995, p. 12-18, ill.
Idem, Bindersstempels met rozetten in Vouwbeen,6, 1995, p. 76-80, 116-118, ill.
Idem, Geometrische boekbindersstempels in Vouwbeen,6, 1995, p. 138-141, ill.
Resp. toelichting en reproduktie van handstempels, paneelstempels en rolstempels met afbeeldingen van een engel (!), Maria, de deugden en andere allegorische figuren, 'gewone' vrouwen; een derde artikel in een reeks (zie hierboven en Kroniek 20
nr. 2170): van de Kopten tot Cobden-Sanderson!; over de functie van lijnen en bogen bij de versiering van banden. [E. C.-I.]
Zie ook nr. 2443
2320. - Georges COLIN, Les marques de libraires et d'éditeurs dorées sur des reliures in Bookbindings & other bibliophily. Essays in honour of Anthony Robson. Ed. Dennis E. RHODES. Foreword Frederick B. ADAM. - Verona: Stamperia Valdonega, 1994, p. 77-115, ill. - ISBN 88-85033-26-1. - £ 75.
Het probleem wordt meteen gesteld door de volgende vragen: 1. zijn de banden met goudgestempelde boekhandels- of uitgeversmerken werkelijk zo zeldzaam als beweerd wordt en zijn die laatste altijd met zekerheid te onderkennen ? 2. Is er een onderscheid gemaakt - of te maken - tussen uitgeversband en boekhandelaarsband ? De eerste veronderstelt uitgave en band van één en dezelfde (uitgever), de tweede niet. Dit laatste type zal dan ook minder zeldzaam zijn geweest, hoewel wij niet echt kijk hebben op het aantal aldus gebonden exemplaren dat bij de boekhandelaar te koop werd aangeboden; veel 'dubbels' zijn niet bekend! Een lange lijst van boekhandelaarsbanden, per boekhandelaar gerangschikt, volgt. Hieronder Plantijn, Jean Bogard, Bartholomaeus Gravius, Hubert Velpius Anthoine, en een uitschieter in de zeventiende eeuw, Louis en Daniel Elzevier. [E. C.-I.]
Zie ook nrs.
2405; 2321
2321. - Jan STORM VAN LEEUWEN, Some observations on Dutch publisher's bindings up to 1800 in Bookbinding & other bibliophily... (cf. nr. 2320), p. 287-319, ill.
Naast het artikel van G. Colin behandelt SvL eveneens het verschijnsel van de zogenaamde uitgeversband. Enkele vnl. Amsterdamse uit de zeventiende en achttiende eeuw worden van naderbij besproken. De moderne uitgeversband sedert ca. 1820, in Nederland vaak papieren banden, is van een andere aard. Een aantal voorbeelden uit enkele Nederlandse bibliotheken maakt dit duidelijk. [E. C.-I.]
2322. - Jan KONST, Nederlandse literatuur 1576-1754 in de Biblioteka Gdanska in De nieuwe taalgids,88, 1995, p. 137-149
In de Biblioteka Gdanska polskiej Akademii Nauk is o.m. de oude stadsbibliotheek van Dantzig opgenomen. De nauwe contacten van de regio met de Nederlanden (Hanze, Leidse universiteit etc.) maken duidelijk dat er een flink percentage drukken uit de Nederlanden is bewaard; daaronder ook een 160 Nederlandstalige. Belangrijk zijn de dertien 'onbekende' titels (p. 144-147), o.a. Clucht boeck (Antwerpen, Heyndrick Heyndricsen, 1576), Een nieu geusen liedenboecxke (S.l., 1609), tweemaal een Wonderbaerlijcke, ende seltsame historie van Thijl Ulen Spieghel (Amsterdam, Harman Jansz. Muller, 1600 en Broer Jansz, 1640), Een Aemstelredams amoreus lietboeck (Amsterdam, Harmen Jansz. Muller, 1589). De onbekende Vondeluitgave had K. reeds eerder besproken (Kroniek 20
nr. 2241). Hij besteedt ook aandacht aan de belangrijkste verzamelaar: Johann Uphagen (1731-1775), die in 1754 de Nederlanden bezocht. [M. d. S.]
2323. - Annette COSANNE, Zur Geschichte der Klosterbibliothek Frenswegen in Kloster-Leben: Vom Augustinerchorherrenstift zur ökumenischen Begegnungsslälte. -Nordhorn: Stiftung Kloster Frenswegen, 1994, p. 201-220, ill.
Over de ingewikkelde, boeiende en helaas niet altijd even glorieuze geschiedenis van de zes eeuwen oude kloosterbibliotheek van Frenswegen leest u uitgebreider in de bespreking van de bundel waarin dit opstel van A. Cosanne is verschenen. nl. in dit tijdschrift, zelfde jaargang. [E. C.-I.]
2324. - Jos M.M. HERMANS, 'Van sekere grote ende kleine buecken': Fries boekenbezit tot 1600: een bijdrage aan de kennis van de regionale cultuurgeschiedenis in Philologia Frisica anno 1993. Lezingen fan it trettjinde Frysk filologekongres 20, 21 en 22 oktober 1993. - Ljouwert: Fryske Akademy, -1994, P. 51-80, ill.
Tussentijdse mededeling over een project met als onderwerp een inventaris eerst en daarna onderzoek van alle bewaard gebleven boeken uit Fries bezit tot 1600 en van alle vermeldingen daarvan. 'Fries' is hier als 'groot Friesland' te zien, met inbegrip van Groningen en Ostfriesland. De boekdrukkunst begint er onder een of andere vorm met de niet gelokaliseerde Drukker van het 'Freeska Landriucht' omstreeks 1484-1493. In de jaren 30-40 van de zestiende eeuw treedt Tielman op als boekverkoper te Leeuwarden en Groningen; in de tweede helft van de eeuw is er Emden, Franeker, Steenwijk, Harlingen en, tenslotte, Groningen stad. Boeiend en soms wel vermakelijk is de wandeling doorheen de Friese boekenlijsten waarin natuurlijk ook 'zuiders' materiaal in voorkomt zoals de 'lysfels bybel', maar ook 'kinderbooken' (wat dat dan al mag wezen), 'lyedtboexken' en ook meer serieuze boeken! Wij wachten met spanning op de voortgang van dit onderzoek. [E. C.-I.]
2325 - J.W.E. KLEIN, 'Geen vrouwen ofte kinderen, maer alleenlijk eerbare luijden': 400 jaar Goudse Librije 1594-1994. - Delft: Eburon, 1994. - 79 p. omslag, ill.; 24 cm. - ISBN 90-5166-4249. - Fl. 25.
Keurig gepresenteerde uitgave naar aanleiding van het vierhonderdjarig bestaan van de Goudse librije. De titel is gehaald uit een ordonnantie van 17 februari 1612 die het oudste reglement van de bibliotheek inhoudt. Het is misschien het meest frappante gedeelte uit dit reglement maar de andere voorschriften zijn, helaas mag men wel zeggen, nog steeds actueel en zouden op elke werktafel in elke bibliotheek kunnen liggen.
In 1572-73 werd de R.-K. godsdienst afgeschaft en kwam wat er van het oude boekenbezit van de kloosters overbleef, in de Sint-Janskerk terecht. Deze collectie plus het boekenbezit van de Sint-Janskerk bracht de vroedschap van Gouda op het idee een stadsbibliotheek op te richten. In 1594 werd de eerste inventaris opgemaakt, in 1600 een echte catalogus en in 1620 een nieuwe catalogus; deze documenten berusten alle in het archief van de librije. Vanaf 1655 werd een stempel met het stadswapen als eigendomsmerk in de boeken aangebracht. De opstelling met de boeken aan acht lessenaars geklonken, was met de gestage groei van de collectie niet meer houdbaar: het beslag werd verkocht - minder erg dan weggegooid! - en de boeken werden in de aangepaste kasten geplaatst. Eind 1664 is er weer een catalogus klaar, ditmaal op met papier beplakte plankjes. De verdere geschiedenis, met haar hoogtes en laagtes, leest u best zelf; van een kort, samengebald overzicht zoals Klein er een geeft, is het niet wel mogelijk een samenvatting te maken. Het boekje is fraai geillustreerd, met o.m. acht kleurplaten, van documenten die thans in de librije worden bewaard. [E. C.-I.]
2326. - Christiaan VANDENBROEKE, De lokalisatie van het publikatieaanbod in de Zuidelijke Nederlanden op basis van de Van Hulthem-bibliotheek (15de-begin 19de eeuw) in Handelingen der Maatschappij voor geschiedenis en oudheidkunde te Gent,Nieuwe Reeks, 48, 1994, p. 179-192.
Reeds bij herhaling nam Vandenbroeke de catalogus van Ch. van Hulthem als uitgangspunt voor beschouwingen over hét boek in de Zuidelijke Nederlanden (cf. Kroniek 19 nrs.
2047 en 2054). In dit derde artikel in de rij gebruikt hij de catalogus om de interacties tussen cultuur en economie in het verleden aan te tonen. Hij doet dit door op zoek te gaan naar de meest produktieve boekencentra in de Zuidelijke Nederlanden, van de incunabelperiode tot de tijd van Van Hulthem. Hij stelt daarbij een verschuiving vast van Antwerpen en Leuven naar Brussel en Gent.
Zal het, na mijn bespreking van de twee vorige 'boekhistorische' bijdragen van Vandenbroeke, nog iemand verwonderen dat zijn artikel mij niet kan overtuigen, meer nog: mij irriteert ? Er is iets fundamenteel verkeerds aan zijn premisse: de Bibliotheca Hulthemiana biedt, alle publicitaire werving van de veilinghouder ten spijt, geen overzicht van dé boekenproduktie in de Zuidelijke Nederlanden; het is de bibliotheek van een bibliofiel met zeer uitgesproken voorkeuren. Zich op deze boekenlijst baseren om algemene uitspraken te doen over de geschiedenis van het boek, is handig, maar wetenschappelijk en deontologisch onverantwoord. [P.D.]
2327. - Ex officina Lovaniensi: uit vijfentwintig jaar aanwinsten in de Centrale bibliotheek te Leuven. (Eindredactie: Chris COPPENS). - Leuven: K.U. Leuven, Centrale Bibliotheek, 1995. - 44 p.: omslag, ill.; 30 cm.
Tentoonstellingscatalogus, verschenen naar aanleiding van het LIBER-congres te Leuven, 3-8 juli. De aankooppolitiek spitst zich toe op de academische collectie, werken van Leuvense hoogleraren en met betrekking tot de geschiedenis van de universiteit. Schenking en ruil blijken een andere, belangrijke, bron van verwerving te zijn. Deze eenvoudig uitgevoerde catalogus is bedoeld als een voorsmaakje op een reeks tentoonstellingen die een beeld moeten brengen van de vijfentwintig jaar oude universiteitsbibliotheek. [E. C.-I.]
2328. Carmélia OPSOMER-HALLEUX, Nouveaux matériaux pour 1'histoire des bibliothèques liégeoises in Bulletin de la Société royale Le Vieux-Liége,13, 1994, n° 267, p. 206-215, ill.
De oude collecties in de UB Luik zijn, zoals de andere grote bibliotheken van het rijk, grotendeels samengesteld uit het op het einde van de achttiende eeuw geconfisqueerde kerkelijk bezit; via de 'Ecole centrale du Département de l'Ourthe en het 'Lycée impérial' is het in 1817 aan de Universiteit toegewezen. A geeft hier een aantal zeer concrete aanwijzingen om oorsprong en herkomst van deze boeken te identificeren. De boeknummers, bestaande uit vier elementen, zijn terug te vinden in de systematisch aangelegde catalogus (J.F. Desoer 1813) van J.P.J. Terwangne waarvan de UB twee aangetekende exemplaren bezit én in een handgeschreven catalogus (ms. 2290) gerangschikt naar formaat. Nefaste handelingen in de loop der jaren hebben helaas een aantal sporen in de boeken zelf uitgewist zodat sluitende identificatie niet altijd mogelijk is.
Ook langs andere wegen zijn kloosterbibliotheken, althans gedeeltelijk, in de UB terechtgekomen, zoals die van de benedictijnenabdij in Sint-Truiden en van de Waalse jezuïeten. Dank zij nog bestaande documenten en handgeschreven registers uit de zeventiende en achttiende eeuw enerzijds en eigendomsmerken, lezersaantekeningen, ex-libris, wapenbanden anderzijds, zal het mogelijk zijn herkomst en geschiedenis van de oude drukken uit de Luikse UB na te trekken. [E. C.-I.]
2329. - Luc KNAPEN, La bibliothèque juridique de François de Secus (1760-1836) in Annales du Cercle archéologique de Mons,76, 1994, p. 209-309, ill.
In 1893 werd de abdijbibliotheek van Maredsous verrijkt met de juridische boeken van François de Secus, advocaat en schepen in Bergen (B.), later Brussels gemeenteraadslid en lid van de Tweede Kamer van 1815 tot 1830; zijn politieke carrière rondde hij af als vice-voorzitter van de Belgische Senaat.
Het legaat, dat nog steeds in Maredsous bewaard wordt, omvat 282 uitgaven in 320 banden. Daarin zitten 60 á 70 werken die Secus, gelet op het jaar van uitgave, naar alle waarschijnlijkheid zelf gekocht of gekregen heeft. Daarnaast zijn er heel wat zeventiende-eeuwse werken. Zij vormen de neerslag van de juridische praktijk van Secus' voorouders. Het gaat hier met andere woorden om een bibliotheek die Secus voor een groot deel geërfd had, en waarvan de oorsprong lag bij de familie De Blois de Quartes. Door de analyse van de eigendomskenmerken is de auteur in staat het individuele aandeel van elke voorvader in de bibliotheek te identificeren. Dat is zeldzaam en illustreert nog maar eens hoe leerrijk een nog bestaande privé-bibliotheek wel kan zijn.
Wie het allemaal in detail wil bestuderen, wordt op zijn wenken bediend: elk boek wordt nauwkeurig beschreven, inclusief bibliografische beschrijving, typering van de band en opgave van de herkomst. Verschillende registers sluiten deze voorbeeldige bijdrage af. [P.D.]
2330. - Pierre DELSAERDT (red.), Polyanthea. Dertig & enige hoogtepunten uit de historische collecties van de UFSIA. Catalogus bij de tentoonstelling in de Centrale Bibliotheek van de UFSIA, 9 september - 10 oktober 1995. - Antwerpen: UFSIA, 1995. - [36 p.]; 30 cm.
Ter gelegenheid van dertig jaar UFSIA werden enkele schatten getoond die in de jonge universiteitsbibliotheek worden bewaard. Naast Antverpiensia uit het Kathedraalarchief of uit het rijke Prentenkabinet zijn dat ook minder bekende rariora uit bv. de welhaast onuitputtelijke verzamelingen van het Ruusbroecgenootschap. De humanioratraditie van de (Antwerpse) Jezuïeten heeft ook hier Estienne- en Frobendrukken nagelaten. Enkele titels: W. Rolevinck, Den grooten fasciculus temporum (Utrecht, J. Veldener, 1480); Hier beghint een goede oefeninghe vanden leven ons Heren Jhesu Cristi (Leiden, H. Jansz van Woerden, 1498); een Frobendruk (1523) als Antwerps prijsboek in 1772 (!); Den Gheheelen Bibel (Leuven, A.M. Bergaigne, 1553); H. Natalis, Evangelicae historiae imagines (Antwerpen, 1593/1596) etc. etc. De getoonde 'bloemen' zijn in de eenvoudige doch smaakvol uitgevoerde catalogus vakkundig en treffend beschreven. Ad multos annos (ac libros)! [M. d. S.]
2331. - Margreet AHSMANN, De jurist en zijn bibliotheek: Nederlandse veilingcatalogi 1599-1800 in 'Tot beter directie van de saken van justiciën... '. Handelingen van het XII° Belgisch-Nederlands Rechtshistorisch Congres, Rijksuniversiteit Limburg, Maastricht, 20-21 november 1992; red. A.M.J.A. BERKVENS, A.FL. GHELEN. - Antwerpen /Apeldoorn: MAKLU, 1994, p. 67-87, facs. - ISBN 90-6215-422-0.
Uitstekend pleidooi voor de bestudering van catalogi van juristenbibliotheken. Gegevens uit de veilingcatalogus (Leiden 1611) van de bibliotheek van de Leidse rechtenhoogleraar Gerard Tuning leiden tot een beter inzicht in de praktijk van het rechtsonderwijs. Met talrijke nuttige verwijzingen. [M. d. S.]
2332. - Karel BOSTOEN, Het oude boekenbezit te Wroclaw: een goudmijn voor de studie van de Nederlands-Silezische culturele betrekkingen in Handelingen regionaal colloquium neerlandicum Wroclaw 1993. Onder red. van Stanislaw PREDOTA. - Wroclaw: Wydawnictwo Uniwersytetu Wroclawskiego, 1994 p. 27-41. - (Acta Universitatis Wratislaviensis; 1651).
Wroclaw (olim Breslau) bezit in de huidige universiteitsbibliotheek de grootste boekenverzameling van het oude Silezië. In de zeventiende eeuw hebben honderden Sileziërs in Nederland gestudeerd (voornamelijk te Leiden), zodat het niet verwonderlijk is dat er enkele duizenden boeken uit de Republiek in die collecties terecht zijn gekomen. Zo bv. de door K. Porteman ontdekte Poetixe Wercken van Jan vander Noot (Kroniek 16
nr. 1580). K. Bostoen gaat nader in op de Nederlandse achtergrond van de Breslause ingenieur Albert von Sebisch (1610-1688), die een uitstekende verzameling Nederlandse literaire werken bezat. Maar er is nog meer in Wroclaw: een prachtige verzameling veiling- en fondscatalogi, waaronder een dertigtal unica! In bijlage repertorieert K. Bostoen 21 'Nederlandse veilingcatalogi uit het bezit van Hieronymus Scholz in de UB Wroclaw' (p. 37-41). [M.d.S]
Zie ook nr. 2460
2333. - Jos M.M. HERMANS, Wat lag er aan de ketting? in Librije: mededelingenblad Stichting Librije Walburgskerk Zutphen,1995, p. 10-16, ill.
'Prolegomena bij een project tot beschrijving en ontsluiting van het boekenbezit van de Librije in Zutphen'. [E. C.-I.]
2334. - J.F. HEIJBROEK, Bij de voorplaat. Het Bibliopolium aan de Kalverstraat in De boekenwereld,11, 1994-1995, nr. 4, p. 154-160, ill.
Het verhaal van het Amsterdamse pand, thans Kalverstraat nr. 10, waar gedurende twee eeuwen vooraanstaande boek- en kunsthandelaren hun winkel hadden: kunsthandelaar en prentuitgever Clement de Jonge (1624/'25-1677), Hendrik Wetstein, zijn zoons Jacob en Rudolf, Isaak Tirion, Gerrit de Groot, Pieter den Hengst, Johannes Müller en zijn zoon Christiaan Müller († 1883). Met interessante iconografie. [P.D.]
2335. - John LANDWEHR, Lotgevallen van enkele ABC-boekjes in De boekenwereld,12, 1995-1996, p. 31-37, ill.
Overzicht van een der meest succesrijke, en daarom ook minst goed bewaarde en ontsloten, subgenres van de kinderliteratuur: A is een aapje... (en nog veel meer). [M. d. S.]
2336. - Fernando BOUZA (ed.), De Mercator a Blaeu. España y la edad de oro de la cartografía en las Diecisiete Provincias de los Países Bajos. [Exposición] Fundación Carlos de Amberes, Madrid, 19 de septiembre a 19 de noviembre de 1995. - Madrid: Editorial Nerea, 1995. - 172 p.: ill; 29 cm. ISBN 84-86763-89-4.
Mooie catalogus met enkele verrassende documenten en exemplaren uit Spaanse en andere verzamelingen. [M. d. S.]
2337. - Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis,2, 1995. - Leiden: Nederlandse Boekhistorische Vereniging, 1995. - 220 p.: ill.; 21 cm; - ISBN 90-75133-02-2.
Verschenen in juni van het lopend jaar behoort dit jonge jaarboek tot de zeldzame zonder vertraging verschijnende periodieken. De eerste jaargang kwam een jaar geleden van de pers (cf. Kroniek 20
nr. 2151). De tweede bundelt zeven bijdragen tot de geschiedenis van de censuur in de Noordelijke Nederlanden: in stad en ommelanden van Groningen, 1594-1795 door A.H. HUUSSEN JR, 'Over Amsterdamse schouwburgregenten, drukkers en censuur' door E.M. GRABOWSKY, over boekverboden te Amsterdam, 1746-1750 door W. HEERSINK (zie nr. 2390), over persdelicten omstreeks 1760 door T. JONGENELEN (zie nr. 2392), censuur in calvinistisch Nederland, ca. 1880-1940 door J. DANE (zie nr. 2417) en boekencensuur in Nederland tijdens de bezetting, 1940-1945 door G. GROENEVELD. Verder zijn twee artikels opgenomen, één van M. KEBLUSEK, 'Boeken in ballingschap: de betekenis van de bibliotheek van Michael Honywood voor de royalistische gemeenschap in de Republiek (1643-1660)' en een van J. SALMAN, 'De erfenis van Mandrou: populair drukwerk als bron voor mentaliteitsgeschiedenis'. De aanleiding voor dit themanummer was de vijftigste verjaring van het einde van WO II, periode waarin de drukperscensuur zich, met name in Nederland, zeer sterk liet voelen. Uitgangspunt was de stelling van Enno van Gelder dat van bij de aanvang van de zeventiende eeuw de drukpers in de Republiek wettelijk aan banden was gelegd maar in de praktijk volledige vrijheid genoot: in hoever beantwoordde de praktijk aan de voorschriften ? [E. C.-I.]
Zie ook nrs. 2390; 2392; 2417
2338. - Historische Dissertationen: vom Einblattdruck zum Pflichtexemplar. Ausstellung der Stiftung Zanders - Papiergeschichtliche Sammlung, - aus der Privatbibliothek Dr. Frank Grätz im Kulturhaus der Zanders Feinpapiere AG. [Red.: Gabriele LINDLAR]. - Bergisch Gladbach: Dr. Frank Grätz Verlag, 1995. - 64 p.: ill.; 21 cm. - ISBN 3-89074-006-5.
Korte inleiding op de geschiedenis van proefschriften aan Duitse universiteiten. De verzameling-Grätz bevat meer dan 98.000 (!) specimina, waaronder ook uit de Nederlanden (Leiden) en van Nederlanders aan Duitse universiteiten. Belangrijk is dat in deze catalogus ook aandacht wordt geschonken aan papierhistorische aspecten (bv. omslagen uit sierpapier). Met namenregister. Ook aanbevolen: het belangrijke 'Forschungsbericht' van Manfred KOMOROWSKI 'Research on early German dissertations: a report on work in progress' (in The German book 1450-1750: studies, presented to David L Paisey in his retirement (Cf.
nr. 2348), p. 259-268). [M.d.S]
2339. - K. PORTEMAN, M. VAN VAECK, J. VAN CAUWENBERGE, Zinnig verbeeld. Emblemata in de Nederlanden. [Tentoonstelling 22 oktober - 1 december 1995]. - Leuven: Universiteitsbibliotheek, 1995. - 60 p.: ill.; 21 cm.
Bevat twee essays: het titelessay door K. Porteman, 'Nauw met het embleemgenre verwant: Cesare Ripa's Iconologia in de Nederlanden' door M. van Vaeck, een literatuurlijst en een korte catalogus (70 nrs.) door M. van Vaeck en Chr. Coppens (met namen- en drukkersregister). [M. d. S.]
2340. - Louis Peter GRIJP, Van geuzenlied tot Gedenck-clanck. Tweede deel: De receptie van geuzenliederen, in het bijzonder in de contrafactuur in De Zeventiende Eeuw,10, 1994, p. 266-276.
Vervolg en slot van Kroniek 20
nr. 2178. [M. d. S.]
2341. - I.A. SCHOUTEN-KALNINS & Paul J. SMITH, François Rabelais 1494-1994. Catalogus bij een tentoonstelling gehouden in de Universiteitsbibliotheek te Leiden van 30 november 1994 tot en met 13 januari 1995. Red. R BREUGELMANS. - Leiden: Bibliotheek der Rijksuniversiteit te Leiden, 1994. -51 p.: ill.; 21 cm. - (Kleine publikaties van de Leidse Universiteitsbibliotheek; 18).
Aardige catalogus met een vlotte inleiding (p. 7-14) door Paul J. Smith. Getoond werden: studies over Rabelais, werken en edities (o.a. de mysterieuze Antwerpse 'Nierg'-uitgave van 1579 - cf. Kroniek 14
nr. 1158), Rabelais in vertaling, lezers van Rabelais, (imitaties van) de imaginaire bibliotheek (cf. Kroniek 12 nr. 820), de Goddelijke Fles, portretten van Rabelais. De meeste vroege Franse drukken komen uit de bibliotheek van Prosper Marchand (cf. Kroniek 15 nr. 1464). [M. d. S.]
2342. - Spel in de verte: tekst, structuur en opvoeringspraktijk van het rederijkerstoneel. Bijdragen aan het colloquium ter gelegenheid van het emeritaat van W.M.H. Hummelen (Nijmegen, 25 juni 1993). Red. B.A.M. RAMAKERS. - Gent, 1994. - 216 p., ill. (= Koninklijke Soevereine Hoofdkamer van Retorica 'De Fonteine' te Gent. Jaarboek 1991-1992, XLI-XLII, tweede reeks, nr. 33-34).
De vijf hoofdbijdragen, telkens door een reactie gevolgd, zijn van poëticale en filologische, van cultuur- en kunsthistorische aard. In enkele worden gedrukte teksten besproken of aangehaald: Annelies GIJSEN en Werner WATERSCHOOT over de twee Handels der amo(u)reusheyt,B.A.M. RAMEKERS en H. PLEIJ over toogspelen in opvoering en druk. [E. C.-I.]
2343. - Karel BOSTOEN, Hier dreigt een drama! De verzameling-Van der Lely te Parijs in Dokumentaal,23, 1994, nr. 4, p. 152-163.
Voorstelling van drie omvangrijke achttiende-eeuwse verzamelingen van Nederlandse toneelstukken: die van Willem Henskes, geveild in 1754 (3100 stukken), van Johan van der Marck, geveild in 1774 (bijna 3000 stukken), en van Adriaan van der Lely. Laatstgenoemde, een notabele uit Delft, overleed in 1804; zijn collectie van (eveneens) ongeveer 3000 stukken werd in 1812 en bloc verkocht aan de Parijse Bibliothèque impériale. Daar wilde men toen een grote verzameling oude en nieuwe Nederlandse literatuur opbouwen. Over deze collectie rapporteerde Otto Lankhorst reeds vroeger (cf Kroniek 19
nr 2052). Bostoen brengt hier argumenten aan om te bewijzen dat de opdrachtgever van deze belangrijke aankoop Cornelis Vollenhoven was, de keizerlijke censor voor Nederlandstalige publikaties in het door Napoleon ingelijfde Nederland. Het drama uit de titel betreft de slechte staat van bewaring van deze collectie in Parijs. [P.D.]
2344. - Saskia RAUE, De bibliofiele belangstelling van drie Bourgondische hertoginnen in Millennium,8, 1994, p. 117-124.
Er is o.m. sprake over Raoul Lefèvres Recueil des histoires de Troie,die Caxton na zijn Keulse verblijf in vennootschap met Mansion heeft geproduceerd. Zou het niet, in afwachting van een echt bewijs, voorzichtiger zijn hieraan toe te voegen misschien ? Opvallend ontbreekt elke verwijzing naar L. Hellinga die meer dan eens de Recueil,Caxton en Margareta van York ter sprake heeft gebracht. [E. C.-I.]
2345. - Ina KOK, De houtsneden in de incunabelen van de Lage Landen 1475-1500: Inventaris en bibliografische analyse. Academisch proefschrift, Universiteit van Amsterdam, 5 oktober 1994. - Niet in de handel.
In 1874 verscheen M.F.A.G. Campbells bibliografie van incunabelen in de Nederlanden gedrukt, inmiddels van twaalf supplementen voorzien. Tien jaar later liet W.M. Conway zijn Woodcutters of the Netherlands in the fifteenth century verschijnen, tot op de dag van vandaag het onmisbare handboek voor de geïllustreerde Nederlandse wiegedruk. Omdat Conway de houtsneden vanuit artistiek oogpunt benaderd had, voelde hij zich genoopt de meestal onbekende 'meesters' van noodnamen te voorzien in de aard van Eerste Antwerpse meester, Tweede Goudse meester, enzovoort. Meer dan een eeuw later zijn al weer zoveel edities meer bekend geraakt. Inmiddels heeft óók de bibliografische wetenschap vooruitgang geboekt en bestaat er thans alle reden om de illustratie van oude drukken van een andere invalshoek te onderzoeken. Deze opgave heeft Ina Kok zich als dissertatie aan de Universiteit van Amsterdam gekozen.
In 860 van de ongeveer 2.200 Nederlandse wiegedrukken thans bekend, staan om en bij 3.800 verschillende houtsneden (herhaalde afdrukken meegerekend zijn het er 12.000). Uitgaande van de drukken is een indrukwekkend iconografisch bestand opgebouwd. Hoewel in dit (nog) niet commercieel uitgebracht proefschrift (om begrijpelijke redenen) geen afbeeldingen zijn opgenomen, is het toch mogelijk met vrucht zoekwerk te verrichten in deze grote hoeveelheid gegevens. De nieuw ontdekte edities hebben 1.500 nieuwe houtsneden opgeleverd. Dit alleen al is een hoogstbelangrijke winst. Het andere winstpunt is dat van vaststaande gegevens is uitgegaan: welke houtsneden komen bij welke drukker(s) voor.
Het proefschrift valt in twee delen (weliswaar niet met de banden overeenstemmend) uiteen: 1. een chronologische bespreking en analyse van de houtsneden van de afzonderlijke drukkers, per drukker, chronologisch naar hun eerste gebruik geordend; 2. een chronologisch overzicht van de houtsneden en het hergebruik tot 1501, per drukker geordend. Het eerste deel, veruit het omvangrijkste, bevat volgens een vast schema gegevens over de drukker, lijst van de houtsneden met een omschrijving en de afmetingen, het Conwaynummer, de verwijzing naar een beschrijving en/of een afbeelding, het eerste voorkomen en het hergebruik, telkens met verwijzingen naar CA en IDL. Aangezien deze ordening chronologisch naar het eerste verschijnen is, vangt het repertorium aan met de blokboeken en eindigt bij Henrick de Lettersnider. Het tweede deel is een chronologische lijst van de houtsnedenummers en het hergebruik van de houtsneden, met HPT-dateringen en CA-nummers, per drukker.
Een typografische vormgeving heeft deze tekst uiteraard niet gekregen, waardoor de raadpleging niet bepaald doorzichtig is. Omdat de presentatie van een zo ingewikkelde tekst als deze van het allergrootste belang is, wil ik het daarover nu niet hebben en wacht op het verschijnen van het echte boek. Ik spreek hierbij de hoop uit dat daar de nodige aandacht zal worden aan besteed en de publikatie niet té lang op zich zal laten wachten: op dit boek zitten de incunabulisten - en zij niet alleen! - al héél lang te wachten. [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2970
2346. Rineke NIEUWSTRATEN, Vervaardigers en bezitters van Raoul Lefèvre's Histoire de Jason: kanalen voor de verbreiding van een idee in Millennium,8 1994, p. 134-147, ill.
N gaat o.m. de verspreiding van het werk na, van de autograaf uit 1460 via het handschrift van Gruuthuse uit 1472, de ed. princeps door 'Caxton en Mansion' uit 1473/74-1476, de Nederlandse vertaling in het Haarlems handschrift uit 1480 en tenslotte de druk van Jacob Bellaert in 1485. Over hoe dit, via één filiatielijn' wel gebeurt, wordt niets wezenlijks gezegd; terecht heeft N het over 'schakels in het overleveringsproces'. Verder wordt nog aandacht besteed aan de veranderingen in de illustratiecycli. De idee waarop in de titel gealludeerd wordt is het ideaalportret van de ridder. [E. C.-I.]
2347. - Frans A. JANSSEN, Layout as means of Identification ? in Quaerendo,25, p. 46-58.
Aangezet door de mededelingen over zetpraktijken in oude drukken, heeft J ze nader aan een onderzoek onderworpen. Hij geeft vervolgens enkele ideeën betreffende een gestructureerde lijst criteria bij dergelijk onderzoek te hanteren en toetst zijn tabel van twintig punten aan zes vroege drukken van Henri I Estienne. [E. C.-I.]
2348. - Ulrich KOPP, The 1576 Antwerp edition of the works of Baptista Mantuanus and Johannes Lucienberger in Frankfurt am Main in The German book 1450-1750: studies presented to David L Paisey in his retirement. Edited by John L. FLOOD and William A. KELLY. - London: The British Library, 1995, p. 123-136, ill.
In 1576 verscheen te Antwerpen een vierdelige editie van de Opera omnia van de Neolatijnse dichter Baptista (Spagnoli) Mantuanus (1447-1516), met als impressum 'Apud J. Bellerum' (BT 7843-7844). K toont aan dat enkel het voor- en wat bijwerk uit Antwerpen komen (inz. van Laurentius Cup(a)erus O. Carm. en Theodorus Pulmannus). Het tekstcorpus bestond uit vellen van de editie Frankfurt 1573, voor Johannes Lucienberger (1543-1588). Diens korte uitgeverscarrière aldaar was geen succes. Bellerus echter zag wel, een markt voor het boegbeeld van de (katholieke) Latijnse schooldichters en nam de resterende vellen over. Dit artikel herinnert nog eens aan de al te lang verwaarloosde internationale aspecten van de boekgeschiedenis. [M. d. S.]
Zie ook nrs.
2338; 2370
2349. - Willem HEIJTING, Early reformation literature from the printing shop of Mattheus Crom and Steven Mierdmans in Nederlands archief voor kerkgeschiedenis,74-2, 1994, p. 143-161.
Op het proces tegen ketters te Leuven in 1543, bezwijkt Jan Schats en bekent de naam van de drukker van wie hij te Antwerpen boeken had gekocht: Matthias Crom. Samen met Steven Mierdmans stond hij in dienst van de Hervorming. De lijst van titels is gepubliceerd. Dit alles is bekend. Echter, het recente onderzoek van Paul Valkema Blouw (zie passim in de vorige Kronieken) heeft de stand van onze kennis gewijzigd: een groot aantal titels konden worden toegevoegd, enkele titels moesten worden afgevoerd en heel wat jaartallen herzien. Het ligt bijgevolg voor de hand dat het verloop van de vroege hervorming in de Lage Landen aan deze nieuwe gegevens moet worden getoetst. In deze bijdrage doet H dit voor de produktie van Crom en Mierdmans door de inhoud van hun boeken te ontleden. Drie bronnen kunnen hierbij behulpzaam zijn: de verslagen van de ketterprocessen, de martelaarsboeken en de vroege evangelische literatuur. Laatstgenoemde is de rijkste, maar de vele ongedateerde en vaak ook ongelocaliseerde drukken bemoeilijken het onderzoek. Ook deze opmerking is niet nieuw doch wordt weer zeer actueel in het licht van PVB's onderzoek en het is overduidelijk dat het schrijven van geschiedenis rekening moet houden met de bibliografie.
H gaat vervolgens uitvoerig in op de activiteiten van genoemde drukkers, aard en inhoud van hun drukken (een 100-tal), meer bepaald de evangelische literatuur in de volkstaal (waarvan vrij veel in het Engels); deze laatste, vroeger tussen 1520 en 1560 gesitueerd, is nu in te passen in een decennium, 1537-1546. De relatie tussen de in deze drukken verwoorde ideeën enerzijds en de maatschappelijke ontwikkelingen, groepen en individuën anderzijds krijgt hierdoor een andere dimensie. [E. C.-I.]
2350. - Paul VALKEMA BLOUW, A Cologne printer working for William of Orange: Godfried Hirtzhorn jun., 1568-72 in Quaerendo,25, 1995, p. 3-23, ill.
Teruggrijpend naar wat historici en bibliografen van vorige generaties onderzocht en geconcludeerd hadden inzake het toeschrijven aan een drukker van Nederlandstalige historische teksten, heeft PVB het als een uitnodiging beschouwd het probleem opnieuw te bekijken. Van de Keulse drukker Godfried Hirtzhorn zoon - want die blijkt het te zijn - wordt eerst diens Nederlandstalige produktie onder de loep genomen: vier drukken uit 1564-1565. Daarna volgen er negen, meermaals in het Frans en het Nederlands, uit voornamelijk 1568 en 1569 waarbij Jacob van Wesenbeke, medewerker van Oranje en propagandist voor het verzet tegen het Spaanse gezag, en in het Rijnland woonachtig, betrokken was. De toeschrijving aan Hirtzhorn jr berust op de combinatie van lettertypen en initialen. Tenslotte passeren Godfrieds laatste uitgaven de revue: twee met medewerking van Van Wesenbeke. Na diens ontslag bij Oranje omdat hij te eigengereid optrad, verdween ook Hirtzhorn geleidelijk van het "Nederlandse " toneel. Zo heeft weerom een aantal anonieme drukken een identiteit gekregen! [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2486
2351. - Marcus DE SCHEPPER, Numismatic publications of the Plantin Press 1561-1588 in Numismatische Literatur 1506-1864. Die Entwicklung der Methoden einer Wissenschaft. Hrsg. von Peter BERGHAUS. - Wiesbaden: Harrassowitz, 1995, p. 27-36, ill. - (Wolfenbütteler Forschungen; 64). - ISBN 3-44703729-6
Ook op numismatisch vlak heeft Plantijn belangwekkende boeken gepubliceerd humanistische (Sambucus, Goltzius, Occo) en monetaire (Ordonnantie provisionnael,PP 2010-2012 en 2014; Donghevalueerde gouden ende silveren munte,PP 2013). Overzichtsartikel met als 'Appendix: Chronological list with special reference to Wolfenbüttel copies' (p. 35). Met meer dan 300 exemplaren van 291 uitgaven hoort de Herzog August Bibliothek vanzelfsprekend bij de grote(re) Plantijnverzamelingen (slechts 11 uitgaven vermeld in PP !). [A.]
Zie ook nr.
2378
2352. - Robert Lee WEAVER, A descriptive bibliographical catalog of the music printed by Hubert Waelrant and Jan de Laet. - Warren, Michigan: Harmonie Park Press. 1994. - xxvi, 264 p.: ill.; 26 cm. - (Detroit studies in music bibliography, 73). - ISBN 0-89990-058-5.
Idem, Waelrant and Laet, music publishers in Antwerp's Golden Age. - Warren, Michigan Harmonie Park Press, 1995. - xxiii, 421 p.: fil.; 26 cm. - (Detroit monographs in musicology 1 Studies in music; 15). - ISBN 0-89990-071-2.
Op de valreep kwamen deze twee forse banden aan en worden daarom hier slechts kort vermeld; een uitvoerige bespreking volgt later in De Gulden Passer. Samen ontstaan vullen ze elkaar aan: het analytisch bibliografisch onderzoek met de neerslag daarvan als bronnenmateriaal (1) voor de monografie over de samenwerking van Waelrant en de Laet als muziekuitgevers in Antwerpen (2). Bij gebrek aan archivalische bronnen is het gedrukte boek de welhaast énige, primaire, bron. Om die reden volstaat geen louter "uiterlijke " beschrijving van het boek, maar moet het aan een textuele en bibliologische analyse worden onderworpen. Dit onderzoek blijkt hier op voorbeeldige wijze te zijn gebeurd: voor elk van de 73 drukken wordt de titelpagina getranscribeerd, mét alle varianten, druk-kenmerken als sprekende hoofdregels en lettertypen, en de resultaten van het papieronderzoek. Bij de opgaven van varianten en papier worden telkens de betreffende exemplaren vermeld. [E. C.-I.]
2353. - Karen Lee BOWEN, Newly discovered Wierix prints for Plantin's books of hours in Quaerendo,24, 1994, p. 275-295, ill.
Ongeveer de helft van de kopergravures van de gebroeders Wierix is bestemd om boeken te illustreren. Negen gravures, niet in Mauquoy-Hendrickx, kunnen hier nu aan toegevoegd worden: vijf zijn van Wierix, vier zijn anoniem. Eerstgenoemde komen voor in een Missale Romanum in quartoformaat (Plantijn 1585), door Voet niet aldus geïdentificeerd. De anonieme gravures, in hetzelfde missaal, blijken replieken te zijn. Op zich is dit niet uitzonderlijk: vaker zijn verschillende gravures naar hetzelfde ontwerp gemaakt en door Plantijn gebruikt. Over het waarom hiervan, geeft de auteur twee hypothesen. Tenslotte tonen zowel de aard van de illustraties als informatie uit archiefgegevens aan dat de reeks besteld was om getijdenboeken te verluchten, en niet bestemd was voor missalen. [E. C.-I.]
2354. - Henriette A. BOSMAN-JELGERSMA, De inventaris van een Leidse apotheek uit het jaar 1587 in Scientiarum historia,20, 1994, p. 57-70.
In de inventaris van de vermogende apotheker Claes Corneliszn worden de titels van de 'verscheyden boucken tot vyffenzestich in 't groot ende cleyn, goet ende quaet' in het opkamertje niet genoemd. In de neerkamer stonden er ook, summier bij titel of auteur genoemd. [E. C.-I.]
2355. - Petrus BERTIUS, Nomenclator. The first printed catalogue of Leiden University Library (1595). A facsimile edition with an introduction by R. BREUGELMANS and an authors' index compiled by Jan Just WITKAM. - Leiden: Leiden University Library, 1995. - [14, 110, 22 p.]: facs.; 21 cm. Fl. 35.
Iedere (oude-)boekenliefhebber kent de gravure (van Jan Cornelis Woudanus en Willem Swanenburgh) uit 1610 met de boekenrekken van de Leidse universiteitsbibliotheek - een 'icoon' van de vroeg-moderne geleerdenbibliotheek. Weinigen daarentegen weten welke boeken daarop zijn afgebeeld. Die informatie is (o.m.) te vinden in de Nomenclator (1595) van Petrus Bertius (1565-1629) - een om velerlei redenen belangrijk boek. Het is de eerste gedrukte volledige bibliotheekcatalogus. Hij verscheen ter gelegenheid van de opening van het nieuwe bibliotheekgebouw op 24 mei 1595. Enkele weken later verscheen een tweede, uitgebreide oplage, aangevuld met een lijst van schenkingen. Want ook dat was het doel van de publikatie: schenkingen uitlokken om de jonge bibliotheek aan de broodnodige standaardwerken te helpen. En schenkingen waren er reeds vanaf het begin: Willem van Oranje schonk de Plantijnse Biblia regia,de Leidse burgemeesters de 'depot'-exemplaren van Chr. Plantijns Leidse drukken (o.m. de Spiegel der zeevaert),stadssecretaris Jan van Hout een Leidse druk (Jan Seversz 1516) van Filips van Leiden (!). Meteen zijn de zwaartepunten aangegeven: de academische collectie en de Leidse bibliografie. De Nomenclator verscheen in een oplage van 625 exemplaren. Hoeveel zouden er daar nog van bestaan: 15-20? Dat is ongeveer het enige wat we niet vernemen in de, overigens accurate, interpretatieve inleiding van de huidige schatbewaarder, R. Breugelmans, op de facsimile. Die verscheen op 350 exemplaren en brengt de Nomenclator opnieuw binnen het bereik van de boekhistoricus. Het is even wennen aan het grijze fond, dat echter de druk uitstekend reproduceert, met inbegrip van de opgekleefde strookjes met heel recente schenkingen. Een nuttige auteursindex zorgt voor de volledige ontsluiting. Slotsom: een waardige facsimile van de goede eerste catalogus van een der grote Europese verzamelingen. Dit boek hoort thuis in elke (oude en nieuwe) universiteitsbibliotheek en op de planken van elk rechtgeaard boekhistoricus en bibliofiel. [M. d. S.]
Zie ook nr.
2691
2356. - Mercator & zijn boeken. [Catalogus van de tentoonstelling] 3 december 1994 - 30 januari 1995, Mercatormuseum Sint-Niklaas. [Teksten van Theo PENNEMAN, Alfred VAN DER GUCHT... et al.]. - Sint-Niklaas: v.z.w. Mercator [etc.], 1994. - 143 p. ill.; 30 cm. - BF 500.
Catalogus librorum bibliothecae [...] Gerardi Mercatoris [...] Lugduni Batavorum Ex Officina Thomae Basson 1604. [Facsimile van de transcriptie door Dr. Jan VAN RAEMDONCK uit 1891]. - Antwerpen: Mercatorfonds Paribas, 1994 - [24 bl.]; 30 cm. - ISBN 90-6153-332-5.
Marcel WATELET (red.), Gerardus Mercator Rupelmundanus. Antwerpen: Mercatorfonds Paribas, 1994. - 446 p.: ill.; 34 cm. - ISBN 90-6153-313-9., BF 4.500.
De belangrijke bibliotheek van de humanistische cartograaf Gerard Mercator werd tien jaar na diens dood door boekhandelaar Johannes Maire te Leiden geveild. Van de door Thomas Basson gedrukte catalogus was op het einde van de negentiende eeuw een exemplaar ontdekt in de Bibliothekvereins der Deutschen Buchhändler in Leipzig. Dat exemplaar werd in 1891 in de Gentse Universiteitsbibliotheek bestudeerd en nauwkeurig gekopieerd door de Wase Mercatoronderzoeker Dr. Jan van Raemdonck (1817-1899). Het Leipzigse exemplaar is in de Tweede Wereldoorlog verloren gegaan. Van Raemdoncks kopie werd herontdekt bij de voorbereiding van het Mercatorjaar 1994. De voor zijn tijd uitstekende getrouwe transcriptie is thans in een voortreffelijk facsimile voor elke Mercatoronderzoeker en boekhistoricus beschikbaar. Daarnaast werd er in Sint-Niklaas als afsluiting van het Mercatorjaar een tentoonstelling gehouden met een afgewogen selectie uit de in de veilingcatalogus vermelde titels. Hoewel geen enkel origineel Mercatorexemplaar kon worden geïdentificeerd, werden er toch een aantal uitgaven getoond die ook in diens bibliotheek voorhanden waren. De tentoonstellingscatalogus bevat een summiere beschrijving van elk nummer, met gegevens over Mercators gebruik ervan. Elke titelpagina is (verkleind) afgebeeld.
De essaybundel (red. M. Watelet) bevat naast opstellen over biografie en wetenschappelijke prestaties van Mercator ook bijdragen over 'Mercators bibliotheek' (p. 120-131 Theo PENNEMAN), 'Uitgevers en drukkers' (p. 132-149 Leon VOET), 'Het schrift en de kalligrafie' (p. 150-161 Ton CROISET VAN UCHELEN), een moderne transcriptie van de (kopie van de) veilingcatalogus van Mercators bibliotheek (p. 403-413 door Anne CHERTON en Marcel WATELET) en een selectieve bibliografie. [M. d. S.]
2357. - Rik VAN DAELE, Ex libris Gerardi Mercatoris, Oudetongii... in Annalen van de Koninklijke Oudheidkundige Kring van het Land van Waas,97, 19941 p. 171-186, ill.
Spannend verhaal, tot verder onderzoek uitnodigend, over een vermeend eigendomsmerk van Gerard Mercator. Echter, de toponiem 'Oudetongii' en daaronder de Nederlandse vorm 'G. Coëpmans' volstaan om in deze Mercator niet de cartograaf uit Rupelmonde te zien, maar wel rentmeester Gerrit Coopmans, in 1592 woonachtig te Oude Tonge in Zeeland. Het bewuste boek, een Bazelse druk uit 1557 van de rechtsgeleerde Franciscus Balduinus, zit in een Spesband van Jacob Bathen en wordt bewaard in de Special Collections van de UB Michigan, Ann Arbor. [E. C.-I.]
2358. - Konrad KOPPE, Kostbare illustrierte Bücher des sechzehnten Jahrhunderts in der Stadtbibliothek Trier. Hans Baldung Grien, Urs Graf, Ambrosius und Hans Holbein. Katalog der Ausstellungen in der Nationalbibliothek Luxemburg und in der Stadtbibliothek Trier. - Wiesbaden: Ludwig Reichert Verlag, 1995. - 154, [8] p.: ill.; 30 cm. - (Ausstellungskataloge Trierer Bibliotheken, 27). - ISBN 3-88226-829-8. DM 30.
Rijkelijk geïllustreerde catalogus, die uitvoerig wijst op de uitzonderlijke Trierse verzamelingen, vooral m.b.t. het Rijnlandse Humanisme. Er wordt in Trier gewerkt aan de reconstructie van de bibliotheek van Matthias von Saarburg (1475/80-1539), o.m. gastheer van Erasmus. De Nederlanden zijn hier aanwezig met werken van Erasmus, M. Dorpius, H. Junius, maar vooral met nr. 38: een van de zeldzame exemplaren van de editio princeps van Thomas Morus' Utopia (Leuven, D. Martens, 1516 - NK 1550), in een band (afb. p. 95) uit het bezit van de abt van Himmerode, Robert Bootz (1650-1730). Nader onderzoek van de neerlandica uit de Trierse 'schatkamer' zou wel eens boeiend materiaal kunnen opleveren... [M. d. S.]
2359. - H.J. NALIS & J.L. SALMAN, 'Wie sal ick dan wes goedes konnen prognosticeren ?: Deventer almanakken en prognosticaties in roerige tijden (1555-1610) in Deventer jaarboek 1994, p. 6-39, ill.
Deventer was, zoals Antwerpen in het zuiden, een belangrijk produktiecentrum van almanakken en prognosticaties (voorspellingen) tijdens de zestiende eeuw. De auteurs gaan kort in op het verschijnsel; verder besteden zij uitvoeriger aandacht aan de (politiek gekleurde) inhoud en aan de produktie (welbekende nadrukpraktijken en censuur: Magirus!). In een eerste paragraaf worden de uitgevers besproken, in een tweede de astrologen. Tot de eerste categorie behoren de Pafraets (Richard, Albert, Richard II), Simon van Steenbergen, Jan Evertsz. Cloppenborch (een naamgenoot van de Amsterdamse drukker), Baptista van Doetecum, Dirck II van den Borne en Johan van Breda. Als bijlage is per auteur een lijst van de almanakken en prognosticaties geboden, met opgave van (de auteurs bekende) exemplaren. Dit artikel vormt een goede bijdrage tot de bibliografie van Deventer én een ideale aanzet tot een echte bibliografie van dit soort efemere en dus moeilijk te achterhalen en soms even moeilijk te identificeren soort publikaties. [E. C.-I.]
2360. - Katrien DERDE & Saskia WILLAERT, Status quaestionis van het De Castro-onderzoek in Musica antiqua,12, 1995, p. 72-78, ill.
In fine wordt de lijst van de bewaarde muziekdrukken van Jean de Castro (ca. 1540/45-ca. 1600) gepubliceerd: vnl. Antwerpen en of Leuven, Keulen. Dit onderzoeksproject wordt uitgevoerd door de KU Leuven en de ULB (Brussel) en gecoördineerd door de Koninklijke Bibliotheek te Brussel. [E. C.-I.]
2361. - Gilbert A.R. DE SMET, De Hoogduitse Pappa in de Nederlanden in Lingua Theodisca. Beiträge zur Sprach- und Literaturwissenschaft Jan Goossens zum 65. Geburtstag. Hrsg. von José CAJOT... [et al.]. - Münster-Hamburg: IT, 1995, p. 171-178. - (Niederlande-Studien: 16).
Joannes Murmellius' Pappa puerorum (Keulen 1513) 'is in de Nederlanden de eerste Latijns-volkstalige woordenlijst, die bewust uitgaat van het streven naar zuiver en klassiek Latijn' (p. 171). A. onderzocht de Hoogduitse en Nederlandse (inz. Antwerpse) drukgeschiedenis, die enige raakpunten gemeen hebben. [M. d. S.]
2362. - Gilbert TOURNOY, The beginnings of Neo-latin satire in the Low Countries in La satire humaniste. Actes du colloque international des 31 mars, 1- et 2 avril 1993. ed. Rudolf DE SMET. - Leuven: Peeters Press, 1994, p. 95-109. (Université libre de Bruxelles [&I Vrije Universiteit Brussel. Travaux de l'Institut interuniversitaire pour l'étude de la Renaissance et de l'Humanisme: 11).
Dit indringend onderzoek over de vroegste Neolatijnse satire in de Nederlanden leidt naar Kempo Thessaliensis (NK 1278 en 95) en Petrus Montanus (NK 1534-1536). [E. C.-I.]
2363. - C.F.P. STUTTERHEIM, De proloog van de Summa der godliker scrifturen in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse letterkunde te Leiden 1993-1994, p. 31-45.
Het in de titel genoemde werk verscheen voor het eerst in Leiden in 1523 het oudste Nederlandse 'verboden boek'. Stutterheims postuum verschenen artikel, bezorgd door J. Trapman die zijn dissertatie aan de Summa wijdde (1978), heeft als onderwerp de interpretatie van de laatste zin van de proloog, meer bepaald het woord 'overgheset'. De niet eenduidige formulering van de gewraakte zin is beslist geen alleenstaand geval. Daarom is het dat hier kort op de neerslag van dit onderzoek wordt ingegaan, ogenschijnlijk saai, maar boeiend verwoord. [E. C.-I.]
2364. - J. VAN DAMME (red.), Laevinus Torrentius, tweede bisschop van Antwerpen. Tentoonstelling in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal te Antwerpen, 6 mei - 30 juni 1995 en de Faculteitsbibliotheek Theologie van de K.U.L., 29 september - 26 november 1995. - Antwerpen / Leuven Kathedrale Kerkfabriek / Bibliotheek Godgeleerdheid, 1995. - 118 p.: ill. 30 cm. Fr. 200.
Antwerpens tweede bisschop Laevinus Torrentius (1525-1595) was ook een humanistisch geleerde én beschermer van C. Plantijn en J. Lipsius. Zes inleidende opstellen behandelen de carrière (M.J. Marinus), de humanist (J. IJsewijn), de auteur (J. de Landtsheer), de bisschop (M.J. Marinus), de kunstliefhebber (J. van Damme) en diens iconografie (S. Grieten). Vooral J. DE LANDTSHEER behandelt de drukgeschiedenis van Torrentius' werk en diens contacten met C. Plantijn, G. Beys en J. Trognesius (p. 22-60). Het catalogusgedeelte bespreekt (zonder bibliografische of boekhistorische details) de gedrukte werken, maar ook bv. brieven, de catalogus van Torrentius' bibliotheek (Kon. Bibl. Brussel, Hs. 3974-75) of enkele exemplaren uit diens collectie. Een goede bundel, die ons dichter bij de mens Torrentius brengt. Een betere papierkeuze zou het boek aantrekkelijker (en minder 'zwaar') hebben gemaakt. Wie blijft er toch zo verslingerd aan dat verouderde 'glanspapier'? [M. d. S.]
2365. - Ad LEERINTVELD, The labouring press: Hooft's 'Historien' (1642) as a book in Quaerendo,25, 1995, p. 24-35, ill.
Engelse vertaling van Kroniek 20
nr. 2226, een leerzame analytisch-bibliografische demonstratie. [M. d. S.]
2366. - Jan Bos & J.A. GRUYS, Spiegel van den ouden en nieuwen tydt:50.000 titels in de STCN in Nieuw letterkundig magazijn,18, 1995, 1, p. 14-18, ill.
Gelegenheidsartikel over de STCN: naar aanleiding van de 50.000ste beschrijving worden zeven boekjes uit het bezit van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden voorgesteld. In de lijn van Vingerafdrukken (Cf. Kroniek 19
nr. 2025). [M.d.S]
2367. - T'Gvlde Iaer 1650 in de Short-Title Catalogue, Netherlands. Inleiding Willem FRIJHOFF en Marijke SPIES. Redaktie J.A. GRUYS en Jan BOS. Den Haag: Koninklijke Bibliotheek, 1995. - 156 p.: ill.; 21 cm. - ISBN 906259-124-8. Fl. 35.
'IJkpunt 1650' is een onderdeel van het NWO-project Nederlandse Cultuur in Europese context. Een van de 'proefboringen' betreft het jaar 1650. Het is een gelukkig idee geweest om dat jaar ook als een specimen van de STCN te presenteren. Eerder reeds had de STCN één stad behandeld (Hoorn) en een bont allegaartje van 'curiosa' (Vingerafdrukken,Kroniek 19
nr. 2025). Hier is nu de hele (beschreven!) produktie van 1650 getoond (697 drukken) en het dient meteen gezegd: een fascinerende 'tranche-de-vie' ! Natuurlijk is er de wetenschappelijke 'slag om de arm': het zijn geen absolute cijfers (enkel boeken uit de Haagse Koninklijke Bibliotheek en uit de Universiteitsbibliotheken van Amsterdam en Leiden; geen plano's). De aan- of (vooral) afwezigheid van bv theses-convoluten beïnvloedt uiteraard de aantallen. In hun (inhoudelijke) inleiding hebben Frijhoff en Spies vooral aandacht voor de 'algemene' of 'populaire' interesses. Zij bespreken twee van de drie beschreven veilingcatalogi uit 1650 (van de medicus Pieter van Willigen, nr. 129, en van dominee Josephus Rosarius, nr. 130) en vergelijken die met de collectie van de vrome leek Frans Jansz. van Santen (uit 1662 !). De derde catalogus (nr. 128) uit 1650 (de geleerdenbibliotheek van de beruchte Suffridus Sixtinus) wordt buiten beeld gehouden...
De bibliografische inleiding van Gruys en Bos vergelijkt vooral met de Catalogus universalis van Broer Jansz (cf. Kroniek 13 nr. 1046) in een poging om het bewaarde materiaal te plaatsen tegenover de hele produktie. Zij schatten dat de STCN twee derde van de boekproduktie bevat: de 'bewaarboeken' bijna volledig en een toevallig bewaard percentage van de 'wegwerpboeken'. Voor twee subgenres kan het geregistreerde percentage nog stijgen: pamfletten/overheidspublikaties (meestal bewaard in archieven) en theses (enkele van de grote convoluten uit de British Library of de National Library of Scotland kunnen de beschreven aantallen verdubbelen!). Uit de 697 thans beschreven titels komt de bevestiging van de produktiehiërarchie: Amsterdam ruim op kop, voor Leiden, Utrecht, Den Haag en Rotterdam. Overal zijn er meer Nederlandse dan anderstalige boeken gepubliceerd, behalve te Leiden [en wellicht ook te Franeker! - M.d.S.] waar het Latijn de bovenhand haalt - en zo hoort het ook in een universiteitsstad.
Het is in ieder geval reeds mogelijk om het jaar 1650 te testen in andere catalogi. Zelf hebben wij dit even gedaan met de twee recente pamflettencatalogi van Arnhem en Middelburg (cf. nrs. 2313 en 2314). 'Arnhem' beschrijft voor het jaar 1650 de nrs. 107-171. Daaronder bevinden zich enkele (pseudo- ?) Antwerpse en Brusselse drukken en vijf plano's. Alle overige drukken staan in de STCN-lijst (getuige reeds de rij Knuttelnummers bij de 'Arnhemse' titels... ). Meteen is ook de bibliografische superioriteit van de STCN duidelijk diepgaande identificatie (vingerafdruk !ondanks alle te maken voorbehoud (cf. nr. 2306) een kant-en-klare oplossing in bijna alle gevallen) en voortdurende exemplaarvergelijking. Bij drukken met identieke titelbladen en collatie maakt de STCN het echte onderscheid: bv. Arnhem 110 (= STCN 53 of 54 ?), 113 (= STCN 72 of 73 ?). Een dergelijke diepgang kan natuurlijk niet worden geëist van een lokale catalogus: die heeft dan weer een andere meerwaarde (de inhoudelijke annotatie). Het is uiteraard ook een zaak van 'geintendeerd publiek'. De Arnhemse catalogus gaat in dezen iets verder dan de Middelburgse: het vermelden van de collatie maakt de vergelijking met andere verzamelingen een stuk makkelijker (vgl. de onschatbare gebruikswaarde van bv, 'Adams' of 'Machiels'. De rijkere Zeeuwse collectie biedt daarentegen wel enkele titels die (nog) niet in de STCN staan nrs. 1238 en 1304 bv. (en 1292 ?), evenals (alweer) een aantal plano's.
Voor statistisch gebruik en allerlei fascinerende steekproeven biedt T'Gulde Iaer 1650 een voorbeeldig uitgangspunt. Aanbevolen dus voor bibliografen en cultuurhistorici. [M. d. S.]
Zie ook nrs. 2313; 2314; 2542; 2947
2368. - John A. LANE, Arent Corsz Hogenacker (ca 1579-1636): an account of his typefoundry and a note on his types. Part one: the family and the foundry in Quaerendo,25, 1995, p. 83-113, ill.
Eerste deel van een diepgaand onderzoek naar de Leidse lettergieterfamilies De Vechter en Hogenacker. Materiaal van Hogenacker duikt vanaf 1615 op bij Th. Erpenius en bij de "Pilgrim Press " (zie Kroniek 14 nr. 1223). Typenonderzoek is een uiterst ingewikkelde zaak in deze periode. Lane's volgende delen en artikelen brengen hopelijk enig licht in de duisternis. [M. d. S.]
Zie ook nr.
2517
2369. - Nils PALMBORG, La collection d'Elzéviers de Sten Broman. Catalogue contenant la collection des volumes elzéviers de Sten Broman et se trouvant á la Bibliothèque Universitaire de Lund. - Lund: Lund University Press, 1993. ~ 373 p.: W.; 23 cm. - (Skrifter utgivna av Lunds Universitetsbibliotek. Ny följd; 3, 1993). -ISBN 91-7966-246-3.
Elzevierdrukken behoren tot de klassieke verzamelgebieden van de westerse bibliofilie, vooral sedert de publikatie van Alphonse Willems' Les Elzevier (1880). De belangrijkste collecties zijn die van Ed. Rahir (catalogus 1896) en van Gustaf Berghman ('Supplément' op Willems 1897; catalogus 1911). Berghman, een Zweedse arts, schonk zijn verzameling aan de Koninklijke Bibliotheek te Stockholm. In zijn spoor heeft de Lundse componist en muziekcriticus Sten Broman (1902-1983) tientallen jaren jacht gemaakt op de aardige kleine bandjes uit de zeventiende eeuw. Zijn collectie legateerde hij aan de Lundse universiteitsbibliotheek. De 731 drukken zijn in Willems-volgorde beschreven door Nils Palmborg (531 echte Elzeviers en 200 'Annexes'). Er is een auteurs- en een drukkersregister, maar geen op herkomst. Zestien boekbanden zijn in kleur afgebeeld. [M.d.S]
2370. - Anna E.C. SIMONI, A German-Dutch tapestry: some early seventeenth-century Dutch publications with German connections: Henrick van Haestens, Leiden, and Jan Jansz, Arnhem in The German book 1450-1750... (cf. nr. 2348), p. 161-183.
In de feestbundel voor de Londense kenner van het zeventiende-eeuwse Duitse boek, David Paisey, bespreekt Anna Simoni een groep publikaties die haar al jaren intrigeren. Hier kan ze (enkele van) de lectuurnotities en vraagtekens behandelen waarvoor er in haar grote catalogus van Nederlandse drukken 1601-1621 geen ruimte was (zie Kroniek 16 nr. 1617). Het betreft Duitstalige boeken, werken uit het Duits vertaald, van Duitse auteurs of met een Duits onderwerp. En dat uit de produktie van twee boeiende drukkers/uitgevers: Henrick van Haestens te Leiden (zie Kroniek 12 nr. 931, 14 nr. 1219 en 17 nr. 1765) en Jan Jansz (Janssonius) te Arnhem. We vinden hier argumenten voor toeschrijving aan een auteur of drukker, exemplaargegevens en nog veel meer informatie over bv. Christoffel van Sichem, Petrus Scriverius, (vertalingen van) Albrecht Dürer, Zacharias Heyns, Gabriel Rollenhagen etc. Met een handige 'List of names and anonymous titles' (p. 182-183). [M. d. S.]
Zie ook nr. 2313
2371. - Peter THISSEN, Werk, netwerk en letterwerk van de familie Van Hoogstraten in de zeventiende eeuw. Sociaal-economische en sociaal culturele achtergronden van geletterden in de Republiek. - Amsterdam/Maarssen: APA/ Holland University Press, 1994. - XIV, 334 p.: ill.; 23 cm. - (Proefschrift Nijmegen) (Studies van het Instituut Pierre Bayle voor intellectuele betrekkingen tussen de West-Europese landen in de Nieuwe Tijd, Nijmegen; 26). ISBN 90-302-1036-2. Fl. 79, 50.
Voortreffelijk gedocumenteerde studie over vier generaties van de Dordrechtse familie Van Hoogstraten, waarvan schilder-schrijver Samuel v.H. (1627-1678) de meest bekende is. Hier valt echter vooral te wijzen op diens broer Frans v.H. (1632-1696), vertaler en uitgever van vrome werken, ook katholieke. Naast een boeiende schets van hun sociaal-economische situatie, biedt P. Thissen ook een kijk op de culturele relaties in één van Hollands belangrijkste steden.
De 'Bijlagen' bevatten auteursbibliografieën van Samuel en Frans van Hoogstraten, evenals de gereconstrueerde fondslijst van laatstgenoemde. Opmerkelijk is dat de 94 titels, op drie Latijnse na, uitsluitend Nederlandstalig zijn en voor bijna de helft eigen vertaalwerk: Comenius, Diego de Estella, Vives, Erasmus, Lipsius, Thomas Morus etc. Met exemplaarverwijzing, maar zonder analytisch-bibliografische gegevens. [M. d. S.]
Zie ook nr.
2731
2372. - René WEZEL, Nogmaals 'Fons amoris' in Dokumentaal,23, 1994, p 172-175.
Aanvulling op Kroniek 17
nr. 1767. Het exemplaar uit de Library of Congress, afkomstig van Robert Hoe en thans beschikbaar als microfilm, is volledig t.o.v. het eerder beschreven Moskouse exemplaar. A. behandelt kort de politiek van uitgever Crispijn de Passe sr. m.b.t. emblematabundels. [M.d.S]
2373. - Godelieve SPIESSENS, Muziektypografische bedrijvigheid van de Antwerpse drukker Lucas de Potter (° Mechelen?, ca 1632 - †Antwerpen, 17-9-1681) in Musica antiqua,12, 1995, p. 120-126, ill.
Bij de muziekuitgeverij De Potter, opvolger van Phalesius, verschenen minstens zeventien muziekdrukken, naast bijna evenveel zoveel andere drukken., Een verkorte titellijst hiervan is gegeven. Over de drukker / uitgever worden heel veel biografische bijzonderheden verstrekt. Aanleiding tot deze bijdrage was de 'vondst van een archiefdocument handelend over een geschil tussen De Potter en de componist Simon Crespin, naar aanleiding van de publikatie van een bundel missen en motetten van deze laatste; een exemplaar is tot dusver niet bekend. [E. C.-I.]
2374. - Peter VAN DER COELEN, Claes Jansz. Visschers bijbelse prentenboeken in De boekenwereld,11, 1994-1995, p. 106-120, W.
De Amsterdamse prent-, kaart- en boekverkoper Claes Jansz. Visscher (1586/87-1652) is ook belangrijk als uitgever van prentbijbels - de bijbel in beeld -. Op drie jaar tijd gaf hij vijf herdrukken van dergelijke prentenboeken uit. In dit artikel wordt nagegaan wat Visscher hiertoe aanzette, welk publiek hij ermee beoogde en of de datum van 1637 - vanaf dit ogenblik werden ze gepubliceerd - een betekenis heeft.
Visscher heeft hiervoor o.m. naar Antwerpen gekeken: David met tekst van Arias Montanus, door Philips Galle samen met C. Plantijn uitgebracht (1575); de gravure is niet van Galle maar van Johannes Sadeler. Verder zijn er twee prentenreeksen van Pieter van der Borcht, Imagines et figurae bibliorum (niet vóór 1585) en Bibelsche figuren (1592-1593), beide met bijschriften van Hendrik Jansen van Barrefelt (Hiël), Thesaurus veteris et novi Testamenti (Gerard de Jode 1579 en 1585) door Visscher als Theatrum biblicum uitgegeven. Visscher liet niet zozeer de orthodox calvinistische kleur spelen dan wel de kwaliteit van het werk en de afzetmogelijkheden. Als appendix bezorgt de auteur ons een bijzonder nuttige bibliografie van Visschers bijbelse prentenboeken, met opgave van meerdere exemplaren; er wordt niet gezegd hoe de heuristiek is gevoerd. [E. C.-I.]
2375. - Paul Huys, De verboden boeken van Jan van Douveryn (1624) in Bijdragen tot de geschiedenis der stad Deinze en van het Land aan Leie en Schelde,62, 1995, p. 61-105, ill.
Jan van Douveryn jr. (ca. 1590-1634/35) uit Deinze (0.-Vl.) werd in 1624 gearresteerd wegens het bezit van 'hereticque, pernicieuse ende verboden boucken ende lettraigen [druksels]', maar kreeg gratie na gunstig advies van de Raad van Vlaanderen. Het archief van de Spaanse Geheime Raad (ARA Brussel) bevat ook het lijstje met de ongewenste titels: 1. 'Psalmen Davids', 2. 'Lustighe amoureuse Refereynen (Delft)', 3. 'Deuchdelicke Solutien', 4. 'Nieu Tafelspel (Amsterdam)' en 5. 'Exposition familiaire de l'oraison de Notre Seigneur (Genève)'. Dat waren wellicht 1. de psalmberijming van Lucas D'Heere of van Dathenus, 2. de refreinbundel van Henrick Aerts van Boxtel (Delft, Bruyn Harmansz Schinckel, 1597), 3. het loterijbundeltje van de Sint-Jacobskerk te Antwerpen (Antwerpen, Gielis vanden Rade, 1574/5), 4. het tafelspel in 1623 verschenen bij Harman Jansz Mulder te Amsterdam, 5. Pierre Viret, Exposition (... ) (Genève, Jean Girard, 1548) - titels waarop in de ogen van de katholieke censoren allicht heel wat viel aan te merken. Goed artikel, dat het beeld van de boekencensuur in de Spaanse Nederlanden weer wat scherper stelt: wie las welke boeken en in welke sociaal-geografische context ? [M. d. S.]
2376. - W. VERLEYEN, De bibliotheek van Dom Franciscus Jacobs († 1625), prior en pastoor van Bornem in Ons geestelijk erf,68, 1994, p. 158-175.
De benedictijner monnik (van Affligem) Franciscus Jacobs (ca. 1575-1625) werd in 1617 prior en pastoor van Bornem. Uit inventarissen bewaard in kerkelijke archieven (Aartsbisdom Mechelen, Abdij Affligem) kon o.m. zijn boekenbezit worden gereconstrueerd. De uitgave van de post-morteminventaris (26 februari 1626) geeft 137 titels (soms erg kort of vaag), meest met een posttridentijnse inslag (113 religieuze werken) en overwegend in het Latijn (119 titels). Er is een korte inleidende vergelijking gemaakt met andere zeventiende-eeuwse pastoorsbibliotheken. Duidelijk is wel dat er nog veel meer dergelijke inventarissen en catalogi moeten worden (gevonden én) uitgegeven om tot relevante conclusies te komen. Een welgekomen nuttige publikatie. [M. d. S.]
Zie ook nr.
2506
2377. - Astrid C. BALSEM, 'Libri omissi' italiani del Cinquecento provenienti dalla biblioteca di Isaac Vossius ora nella biblioteca della Rijksuniversiteit di Leida. -Leiden: Bibliotheek der Rijksuniversiteit Leiden, 1994. - xxi, 380 p.: facs.; 24 cm. - (Bibliotheca Vossiana. Books from Isaac Vossius's library now in Leiden University Library. Edited by R. BREUGELMANS; vol. l). - [ISBN 90-6004-423-11. Fl. 95. - (Besteladres: Bibliotheek der Rijksuniversiteit Leiden, Postbus 9501, NL-2300 RA Leiden).
Pronkstuk van de Leidse Universiteitsbibliotheek is zeker de schitterende verzameling klassieke handschriften die in 1690 werd gekocht van de erfgenamen van Isaac Vossius (1618-1689). Deze filoloog, zoon van de grote Gerardus Joannes Vossius was een der belangrijkste verzamelaars uit de Gouden Eeuw. Zijn 'grand tour' in Engeland, Frankrijk en Italië (1641-1643) vormde het begin van een levenslange boekenjacht. Sleuteljaren waren 1648-1652 aan het hof van Christina van Zweden. Van haar mocht hij uit de (Zweedse) koninklijke Bibliotheek werken kiezen als dank voor bewezen diensten én als compensatie voor het verlies van zijn eerste privécollectie (en van de vaderlijke bibliotheek) die in de koninklijke verzamelingen waren geïntegreerd tijdens zijn afwezigheid. Na een periode in Den Haag (1655-1670) vestigde hij zich voorgoed in Engeland en wijdde er zich ongestoord aan de studie van de Oudheid.
De Leidse Universiteitsbibliotheek heeft steeds werk gemaakt van ontsluiting en studie van de befaamde Codices Vossiani. De gedrukte werken raakten echter verspreid in de algemene verzameling. Slechts onlangs werd er een begin gemaakt van een diepgaande beschrijving van de ca. 4000 gedrukte 'libri Vossiani Als eerste resultaat verscheen de catalogus van een der minst bekende onderdelen, de zestiende-eeuwse werken in het Italiaans. Het dient gezegd dat dit meteen een aanwinst is, niet alleen voor de zestiende-eeuwse bibliografie, maar ook voor de Europese bibliotheekgeschiedenis.
Alle 179 drukken zijn in extenso beschreven: kopie van de titelpagina (zoveel sprekender én betrouwbaarder dan een transcriptie), collatie, typografische kenmerken, inhoud, band en herkomst(en), referenties. Een goede inleiding en nuttige registers (op namen, drukkers en drukplaatsen (met Venetië op kop), herkomsten en incipits van de gerepertorieerde Italiaanse verzen) maken deze catalogus van rarissima tot een nuttig naslagwerk voor italianisten (toch al niet verwend in de Lage Landen), bibliografen en boekhistorici. De auteur én de Leidse bibliotheek verdienen veel lof en dank. Wordt hopelijk snel vervolgd... [M. d. S.]
Zie ook nrs.
2521; 2720; 2784
2378. - L.J. WAGENAAR, Jacob de Wilde (1645-1721) - an Amsterdam collector in Numismatische Literatur 1500-1864... (cf. nr. 2351), p. 99-116, ill.
Behandelt het Amsterdamse verzamelaarswereldje; met gegevens over enkele (veiling)catalogi. Sluit aan bij De 'wereld' binnen handbereik uit 1992 (Kroniek 18 nr. 1858). [M. d. S.]
2379. - Catalogus librorum ex domibus mortuariis. De eerste gedrukte Leuvense boekveilingcatalogus,met een inleiding van Pierre DELSAERDT. - Wildert: De Carbolineum Pers, 1995. - 51 p.: ill.; 28 cm. - (Facsimile's van oude Vlaamse drukken; 3). - BF 5.000.
Facsimile-uitgave van het enig bekende exemplaar van de oudst bewaarde gedrukte boekveilingcatalogus in de Zuidelijke Nederlanden (1636). Drukker en veilinghouder was Georgius Lipsius. De te veilen boeken stamden uit het bezit van Carolus Bollius en Petrus Clasenius, twee juristen. Onder de 416 kavels kwam dan ook veel juridische (Leuvense) literatuur voor. Deze vakkundig ingeleide uitgave is door De Carbolineum Pers royaal gedrukt (op geschept Zerkall, met handgekleurde initialen) op 60 exemplaren. [W.W.]
2380. - Frans A. JANSSEN, Comenius en het boek in De Boekenwereld,11, 1994-1995, p. 161-166, ill.
'De boekdrukkunst verenigt het talent der eeuwen, brengt al het oude aan het licht, en geeft met het oude al het nieuwe aan het nageslacht door': aldus de grote idealistische 'menswetenschapper' in zijn Via lucis (1668). In zijn Typographeum vivum pleit hij voor een 'levende typografie' (onderwijs op school). Zijn Orbis sensualium pictus (Neurenberg 1658) bevat afbeeldingen en beschrijvingen van voorwerpen en handelingen uit het boekenvak. Comenius was nauw betrokken bij de produktie van zijn geschriften en in de periode 1660-1668 zelfs 'manager' en financier van een drukkerij. Zelf drukte hij echter niet: dat deed Jan Paskovius. De drukkerij stond wel officieel bij het gilde ingeschreven. [M. d. S.]
2381. - Keith L. SPRUNGER, Trumpets from the tower. English Puritan printing in the Netherlands 1600-1640. - Leiden [etc.]: Brill, 1994. - xvi, 240 p.; 25 cm. - (Brill's studies in intellectual history; 46). - ISBN 90-0409935-2. Fl. 125.
Ook dit is echte goede boekgeschiedenis: vertrekkend vanuit een homogene groep teksten. K.L. Sprunger, auteur van o.m. Dutch Puritanism (1982) en inleider van Thee auction catalogue of the library of William Ames (in de Catalogi redivivi,1988; zie Kroniek 15
nr. 1448) was de aangewezen persoon om de 'Hollandse' druk- en verspreidingsgeschiedenis van het Engelse Puritanisme te beschrijven. En hij doet dat op een voortreffelijke wijze, met zin voor tekst èn context. Achtereenvolgens bespreekt hij de Engelse puriteinen in Holland [ook Zeeland zou een grondige studie verdienen... ], hun onderlinge verhouding en hun relaties met de Nederlandse Calvinisten, hun polemische en (bijbel-)geleerde teksten en de publikatiegeschiedenis daarvan. Hij concentreert zich vooral op Amsterdam en Leiden (waar de Pilgrim Press - zie Kroniek 14 nr 1223 - het meest bekende fenomeen was). De uitgeverswereld daar wordt goed getypeerd, maar ook de verspreiding van al die 'strijdschriften' (inz. naar het vaderland-over-zee) komt aan bod. De bijlagen geven handige overzichten van drukkers en boekverkopers met hun financiers, evenals een lijst van anonieme geschriften.
Kritiek betreft enkel kleine onvolkomenheden of vergissingen (Petrus Scriverius is nooit hoogleraar geweest!), lacunes in het register (bv. voor Henrick van Haestens: naast p. 226 ook p. 218 !) en in de bibliografie (zie bv. voor Willem Christiaensz van der Boxe ook Kroniek 17 nr. 1762). De literatuurverwijzingen slaan eerder op de jaren 1960-1970 dan op de periode 1980 - (wellicht heeft ook dit werk een lange ontstaans- c.q. publikatiegeschiedenis achter de rug... ). Deze opmerkingen doen niets af van onze grote waardering voor Sprungers studie. Weinig boekhistorische werken zijn met zoveel liefdevolle kennis geschreven. De (boek)historicus der Nederlanden vindt hier een voortreffelijke synthese van een deelgebied dat rijp is voor inbedding in de eigen discipline. Hij/zij vindt er naast belangrijke feiten ook aardige details, als deze uitspraak van M. Slade over de markt voor Griekse boeken in het Amsterdam van de jaren 1610-1620, 'they who have Greek are moniles, and they that have money are Greekles' (p. 50-51). Dit boek is alvast zijn prijs waard. [M. d. S.]
2382. - Ripa en de zeventiende-eeuwse beeldspraak. Speciaal nr. van De Zeventiende Eeuw,11, 1995, 1, p. 1-131, ill.
350 jaar na het verschijnen van de eerste Nederlandse vertaling (1644: door dichter en uitgever D.P. Pers) van Cesare Ripa's Iconologia werd te Utrecht aan dat werk een congres gewijd door de Werkgroep Zeventiende Eeuw. Veertien van de achttien lezingen zijn hier gepubliceerd. In deze context zijn vooral te vermelden: Hugo van der Velden 'Gebeurlijcke wercking en wesentlijcke hoedanigheyt' (p. 42-55, de exempla van Zaleucus en Cambyses), M.A. Schenkeveld-van der Dussen 'Pers, Poot en Ouwens' (p. 76-81, Het groot natuur- en zedekundigh werelttoneel,1726), E.K. Grootes '.Het gebruik van Ripa's Iconologia in de liedbundel Gesangh der zeeden van Dirck Pietersz. Pers' (p 82-88, uit 1648), Hanneke Prins 'Boek twee van Karel van Manders Wtbeeldinge: de hiërogliefen' (p. 97-102), Jeroen Salman 'Sleutel der prognostikatien: beeldspraak in astrologische jaarvoorspellingen uit de zeventiende eeuw' (p. 103-114). Boekhistorisch nog belangrijker is: M. VAN VAECK 'Klaer en als 't geld ganghbaer: over Dirck Pietersz. Pers' Nederlandse versie van Cesare Ripa's Iconologia' (p. 67-75). [M. d. S.]
2383. - Carlos GILLY, Cimelia Rhodostaurotica: die Rosenkreuzer im Spiegel der zwischen 1610 und 1660 entstandenen Handschriften und Drucke. Ausstellung der Bibliotheca Philosophica Hermetica Amsterdam und der Herzog August Bibliothek Wolfenbüttel. - Amsterdam: In de Pelikaan, 1995. - xii, 191 p.: ill.; 31 cm. - ISBN 90-71608-06-9. Fl. 45.
Naast de hermetische filosofie, de christelijke mystiek en de natuurfilosofische alchemie vormen de geschriften van de mysterieuze Duitse Rozenkruisers de vierde hoeksteen van de Amsterdamse Bibliotheca Philosophica Hermetica (verzameling-Ritman). C. Gilly, die al jaren werkt aan een bibliografie van de vroege Rozenkruisergeschriften, biedt hier een uitstekend overzicht, rijkelijk geïllustreerd. Tussen de in hoofdzaak Duitse of in Duitsland geschreven en gedrukte Latijnse teksten bevinden zich ook enkele drukken uit de Nederlanden: Amsterdam uiteraard (nrs. 100, 267, 280, 293, 330, 332 en 334), Den Haag (333), Leiden (174, 175) en Utrecht (268). Er is een 'Index nominum', maar een elementair gegeven als de bibliotheeksignatuur ontbreekt dan weer bij de beschrijvingen. Wie de meestal anonieme werken in een grote bibliotheek wil terugvinden dient over veel tijd en uithoudingsvermogen te beschikken.... Overigens niets dan lof voor deze voortreffelijke introductie in de ondergrondse geestesgeschiedenis van de zeventiende eeuw. [M. d. S.]
2384. - Aart VOS, Johannes Willem Kanneman, boekdrukker en uitgever in Zaltbommel, 1744-1764 in Vereniging Gelre. Bijdragen en mededelingen,85, 1994, p. 89-117, ill.
Dit verhaal over de Bommelse jaren van J.W. Kanneman is een aardig stukje 'boekgeschiedenis in de provincie'. Kanneman was stadsdrukker in Zaltbommel; daarnaast gaf hij ook topografische kaarten en polemische religieuze werkjes uit. Een bijzondere plaats wordt in zijn fonds ingenomen door de Nederlandse vertaling van Fanchon, ou Margot la ravaudeuse,een libertijnse roman van de Fransman Louis-Charles Fougeret de Montbron.
In 1763 kwam Kanneman in aanvaring met het Bommelse stadsbestuur wegens weer eens een polemisch vlugschrift, wat hem zijn statuut van stadsdrukker kostte. Het jaar daarop verliet hij het stadje en vestigde hij zich in Amsterdam. Daar was hij nog maar kort als uitgever actief, wat blijkt uit de door de auteur gereconstrueerde fondslijst, die als bijlage opgenomen is. [P.D.]
2385. - D. VAN DEN AUWEELE & M. OOSTERBOSCH, Vergeten handschriften II. Van 1304 tot 1477: Jozef van Praet en de Brugse privileges in Serta devota in memoriam Guillelmi Lourdaux. Pars posterior: Cultura mediaevalis. Ed. Werner VERBEKE [e.a.]. - Leuven: University Press, 1995, p. 268-284.
Een vrij onbekende druk van Van Praet, Versaemelinge van eenige oude wetten ende privilegien van de stad Brugge uit 1787, wordt geanalyseerd en in relatie gebracht met een handschrift uit het laatste kwart van de vijftiende eeuw (privéverzameling) dat misschien als legger heeft gediend. [E. C.-I.]
2386. - Alfons K.L. THIJS, De fondscatalogus uit 1801 van J.H. Le Tellier, drukker-uitgever van populaire boeken en volks- en kinderprenten te Lier in Volkskunde,96, 1995, p. 48-66.
De catalogus die hier gepubliceerd wordt, zit verscholen in een bundel nagelaten papieren van de Antwerpse drukkersfamilie Verdussen in het Stadsarchief Antwerpen: Catalogue van boeken welke gedrukt ende in getal, in albis, te bekomen zyn tot Lier by J.H. Le Tellier, boekdrukker &c. Le Tellier (1748-1809) vestigde zich vanuit Antwerpen te Lier omstreeks 1775. Hij verkocht dus, luidens deze catalogus, behalve boeken (libri) ook titels 'per boek' ofte 24 vel, uiteraard ongebonden, verder 'mannekenspapieren' of kinderprenten èn 'gebloemde papieren' ofte sierpapier. Bij de boeken zijn Lierse en andere drukken aanwezig; tot de volksboeken behoren ook schoolboeken. Deze fondscatalogus omvat 84 nummers. De catalogus is niet gedateerd, maar de meeste publikaties dragen het jaartal 1801. Prijzen 'voor de Heeren Boek-verkoopers' golden voor levering " in albis ". Het merendeel van de werken waren uitgaven van Le Tellier zelf. [E.C.-I. & W.W.]
2387. - Joost KLOEK, De lezer als burger. Het literaire publiek in de achttiende eeuw in De Achttiende Eeuw,26, 1994, p. 177-191.
Synthetisch overzicht van de literair-sociologische trends rond de Leserevolution-hypothesen van R. Engelsing, en toetsing van de theorie aan de empirie van het boekhistorisch onderzoek in Nederland (in hoofdzaak dat van H. Brouwer over Zwolle en dat van Mijnhardt en Kloek over Middelburg). Beide -standaardvoorstelling en empirisch vastgestelde praktijk - blijken niet met elkaar te stroken. De auteur breekt dan ook een lans voor een herformulering van de standaardvoorstelling van de zich al lezend emanciperende burger in de achttiende eeuw. Het artikel brengt geen nieuwe feiten aan, maar biedt een goed gestructureerd overzicht van de problematiek. [P.D.]
2388. - Pierre DELSAERDT, De bibliotheek van Hendrik Gabriël van Gameren, bisschop van Antwerpen (1700-1775) in Bijdragen tot de geschiedenis, 76, 1993 [versch. 1994], p. 215-235, ill.
Deze 'dix-huitièmiste' interesseert zich in het bijzonder voor de geschiedenis van particuliere bibliotheken en de daarmee samenhangende verkoop van boeken op veilingen en bij de boekverkopers. Hij illustreert dit aan de hand van de Antwerpse bisschop Van Gameren wiens bibliotheek in 1775 bij Jan Frans van Overbeke te Leuven werd geveild. Zoals bekend staan in een veilingcatalogus zelden uitsluitend boeken uït één bibliotheek afkomstig; wat is bijgevolg van wie ? Dank zij de bewaarde boekhouding van Van Overbeke kon D echter uitmaken dat 446 kavels, goed voor 550 titels, uit Van Gamerens bibliotheek in handen van 161 kopers overgingen. D ontleedt verder de collectie, uitgaande van het 'Système des libraires de Paris' (cf. Brunet), op het inhoudelijke aspect, het formele en het bibliofielische. [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2561
2389. - Hannie VAN GOINGA, The long life of the book: public book auctions in Leiden 1725-1805 and the second-hand book trade in Quaerendo,24, 1994, p. 243-274, ill.
De auteur verricht onderzoek naar de Leidse publieke boekveilingen in de periode 1725-1805. In dit overzichtsartikel stelt ze enkele onderzoeksresultaten voor. Alleen publieke boekveilingen komen hier ter sprake. Ze stonden voor iedereen open, in tegenstelling tot boekverkopersveilingen, waar meestal meerdere, ongebonden exemplaren van eenzelfde titel per kavel onder de hamer gehouden werden. Voor de genoemde periode werden sporen teruggevonden van 1710 (!) publieke veilingen; slechts van 194 veilingen is er een gedrukte catalogus bekend.
De auteur geeft een overzicht van de stedelijke reglementering op het veilen van boeken en gaat daarbij vooral op zoek naar de houding ten opzichte van het 'combineren', d.i. het aandikken van een te veilen privé-bibliotheek met eigen voorraden van de boekverkoper. Zij stelt op dat vlak een verregaande gedoogpolitiek vast, al heeft het Leidse boekverkopersgilde vaak tegen deze liberalizering geprotesteerd. Voor de geschiedenis van het boekenbezit heeft dit uiteraard methodologische implicaties: vermits zoveel veilinghouders op het combineren betrapt kunnen worden, zijn veilingcatalogi slechts bruikbaar wanneer men er precies in kan aanduiden wat wérkelijk tot de privé-bibliotheek van de overleden eigenaar heeft behoord. Een vaststelling die ook al gemaakt werd met betrekking tot boekveilingen in de Oostenrijkse Nederlanden (cf. Kroniek 17
nr. 1786). [P.D.]
2390. - W. HEERSINK, Onder druk van de censuur. Boekverboden te Amsterdam, 1746-1750 in Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis (cf. nr. 2337), p. 57-76.
Beschrijving van acht juridische dossiers, aangelegd naar aanleiding van overtredingen op de censuurwetten. Het verhaal wordt ingeleid door een uiteenzetting over de verschillende bestuurlijke niveaus die censuur konden uitoefenen. De plaats van het gebeuren is Amsterdam ten tijde van de Doelistenbeweging. Onder de vervolgde drukkers en boekverkopers vinden we ene Rampen, Philippus Dorewaard en Gerardus van Hattum; daarnaast ook de uitgever van de Mercure historique et politique,Jean Rousset de Missy. Enigszins verrassend is dat drukkers niet altijd de rol van slachtoffer speelden, maar ook als verklikker optraden. Dat ondervond ene Jan Vos, die een pamflet tegen de stadhouder en het stadsbestuur wilde laten drukken bij Willem Bergman, en daarop door laatstgenoemde werd aangegeven bij de gerechtelijke instanties. [P.D.]
Zie ook nr. 2337
2391. - Jeroom VERCRUYSSE, Censure des livres et objections commerciales, Bruxelles 1736 in Lias, 21, 1994, p. 249-256, ill.
De praktijk van de censuur in de achttiende eeuw komt dit jaar niet enkel aan bod in Nederlandse boekhistorische bijdragen (zie de stukken van Heersink en Jongenelen elders in deze Kroniek). Vercruysse stelt hier namelijk een document voor dat een licht werpt op de beleving van de censuur door de wereld van het boek in Brussel ten tijde van de landvoogdes Maria Elisabeth. Het gaat om een gedrukte omzendbrief van het corps van Brusselse boekverkopers, gericht aan hun collega's in de andere Brabantse steden en gedateerd april 1736. Ze houden er een pleidooi voor een vrije boekhandel tegen de censuurmaatregelen die door Maria Elisabeth in het vooruitzicht werden gesteld. De argumentatie daarbij is louter economisch: de maatregelen zullen volgens hen leiden tot de ondergang van de meeste boekbedrijven in het land. Uit de brief (die gereproduceerd wordt) blijkt dat het corps werkelijk aan lobbying deed en gekenmerkt werd door een corporatistische reflex. [P.D.]
2392. Ton JONGENELEN, Vuile boeken maken vuile handen. De vervolging van persdelicten omstreeks 1760 in Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis (cf. nr. 2337), p. 77-96.
De achttiende-eeuwse Republiek wordt algemeen voorgesteld als een oase van tolerantie in het onverdraagzame Europa, omdat er veel boeken het licht zagen die elders aan vervolging onderhevig waren. Jongenelen pleit ervoor om deze visie in vraag te stellen. In dit artikel geeft hij een aanzet voor een vernieuwde bestudering van de Nederlandse censuur. Hij beschrijft nauwkeurig twee strafzaken die rond 1760 in Amsterdam voor commotie zorgden: de zaak van Jacob Baroen, auteur van spotdichten tegen Willem IV en de orangisten, en die van Gerrit Blom, een Amsterdams boekverkoper die anti-stadhouderlijke politieke pamfletten had uitgegeven en verkocht. Motieven genoeg, zo vindt de auteur, om te stellen dat de persvrijheid rond 1760 eerder af- dan toenam. Een origineel standpunt, waarbij het de auteur expliciet te doen is om de opening van een debat. [P.D.]
Zie ook nr. 2337
2393. - A. KEERSMAEKERS, Hendrik Conscience: De Lange Nagel (1837 en 1858) in Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse taal- en letterkunde,1993, p. 272-334, ill.
In de bundel 'Phantazy' (1837) verscheen de novelle 'De Lange Nagel', een verhaal uit de tijd der Nederlandse Beroerten. Conscience wenste in een brief aan zijn uitgever Van Dieren dat dit stuk niet zou worden herdrukt in zijn 'Volledige Werken' (1856-1858) om de teleurstellende kwaliteit. Maar in de 'Prospectus van 1856' was 'De Lange Nagel' wèl aangekondigd. Conscience moest de herdruk in 1858 dan ook toestaan, maar hij verzocht Van Dieren zo weinig mogelijk exemplaren te verspreiden. De tekst werd door Conscience op zakelijke en stilistische gronden gewijzigd. Daarnaast bleef een nog grondiger bewerkte versie in handschrift bewaard (thans in het AMVC te Antwerpen). Daarvoor werd een exemplaar van de eerste druk geprepareerd. Er werd veel gesnoeid en zeer veel veranderd. In bijlage wordt deze nog ongedrukte versie, met Consciences aantekeningen in margine, als facsimile gereproduceerd. [W.W.]
2394. - Mathieu LOMMEN, Jan van Krimpen & Bruce Rogers. - 's-Hertogenbosch: Dutch Type Library; Hamburg: URW Software & Type, 1994. 24, v p-: omslag, ill.; 25 cm.
Idem, Jan van Krimpen and Bruce Rogers: two approaches to traditional typography in a modern perspective in Quaerendo,24, 1994, p. 206-216, ill.
Jan van Krimpen en de Amerikaanse boek- en letterontwerper Bruce Rogers (1870-1957) begonnen te corresponderen rond 1928. Zij appprecieerden elkaars werk zeer, hoewel zij zeer verschillende wegen gingen. Rogers liet vrij spel aan decoratie en verbeelding en was een voorstander van 'alluderende' typografie: voor de 18de-eeuwse auteur James Boswell koos hij als letter de Baskerville. Van Krimpen daarentegen propageerde de 'pure' typografie. Toch was Rogers een van de eerste gebruikers van Van Krimpens Lutetia letter en erkende Van Krimpen het gelukkig resultaat van 'alluderende' typografie onder de handen van Rogers.
De Nederlandse tekst, een zeer fraai verzorgde plaquette, is een tweede, herziene versie van het eerder in Bulletin Stichting Drukwerk in de marge verschenen stuk (cf. Kroniek 20
nr. 2265). De Engelse versie is weerom licht herzien.[W.W. & E.C.-I.]
2395. - Reinold KUIPERS, J. van Krimpen, the typographer. Part One in Quaerendo,25, 1995, p. 114-135, ill.
Eerste deel van een gedetailleerde studie over Van Krimpens werk. Aanvankelijk onderging hij invloed van S.H. de Roos (zichtbaar in boeken voor J. Greshoff). Een meer sobere aanpak werd zichtbaar in de reeks 'Palladium', waar bekendheid met The Doves Press tot uiting kwam. Als letter voor 'Palladium' werd aan de Engelse Caslon de voorkeur gegeven boven de Hollandsche Mediaeval van De Roos, die Van Krimpen tot dan toe gebruikt had. Onder de 'Palladium'-boeken wordt een gedetailleerde bespreking gewijd aan K. van de Woestijnes Laethemsche brieven over de lente (1921). Het compacte uitzicht van de tekstpagina's herinnert aan The Doves Press. Tevens moet Van Krimpen bepaalde eigenaardigheden van Van de Woestijnes manuscript gerespecteerd hebben. De opbouw van de katernen is vrij gecompliceerd -dit om te veel blanco bladzijden te vermijden. [W.W.]
Zie ook nr.
2580
2396. - Adieu aesthetica & mooie pagina's ! J. van Krimpen en het 'schoone boek': letterontwerper & boekverzorger 1892-1958. - (Amsterdam): De Buitenkant; (Den Haag): Museum van het Boek; (Haarlem): Enschedé, 1995. 118 p.: ill., portr.; 26 cm. - ISBN 90-70-386-739. - Fl. 55.
De als een boutade klinkende titel is geciteerd naar een soort credo van Van Krimpen, uit een brief (1927) aan Stols gelicht: terwijl de kenner het boek prachtig vindt, ziet de leek er niets opvallends aan en leest het 'gemakkelijk' - wat precies de bedoeling is. Dus géén staalkaart van letters, titels, kleuren en dies meer!
Dit boek bestaat uit drie bijdragen: 'Jan van Krimpen: de vormingsjaren' door Sjoerd VAN FAASSEN, 'De Enschedése jaren van Jan van Krimpen' door Koosje SIERMAN - de hoofdbrok -, en tenslotte 'Biografie in jaartallen' door Sjaak HUBREGTSE.
Samen met Sander Stols en Charles Nypels vormde Van Krimpen zo wat een driemanschap, binnen 'de grote vijf' waartoe ook S. de Roos en J. van Royen behoorden. Van Krimpens werk kan eigenlijk in één zin worden gekarakteriseerd: soberheid en eenvoud. Aanvankelijk heeft hij gebonden, eerst bij een Haagse binderij en daarna voor zichzelf. Hij ontwerpt de vormgeving voor reekswerken en tijdschriften, voor uitgeversmerken en ex libris. In 1925 gaat hij bij Enschedé werken en blijft er tot het eind van zijn leven in 1958. Hij hield er als het ware een vaste stempelsnijder op na, P.H. Rädisch (1891-1976). De eerste letter door Van Krimpen ontworpen was de Lutetia, later o.m. gevolgd door de Griekse Antigone, de Romanée, de Romulus, de Cancellaresca Bastarda en ten slotte de Spectrum, waarbij moet worden bedacht dat niet alle reeksen (romein, cursief, open kapitalen... ) per se in één ruk tot stand kwamen Zijn grootste aandacht is steeds naar de boekletter uitgegaan. Bij al zijn kritiek op vakgenoten heeft hij voor zichzelf de lat ook steeds zeer hoog gelegd.
Sierman behandelt VK ook als uitgever en boekverzorger. Wie heeft er in zijn bibliotheek geen boeken staan met sierlijke stofwikkels en papieren bandjes met het klassieke titelschild op het voorplat ? En boeken met een verfijnde, harmonieuze bladspiegel ? De oudere generatie zal zich daarenboven ook nog wel de elegante z.g. cijferpostzegels herinneren. De kroniek die Hubregtse heeft samengesteld is zeer nuttig, evenals de lijst van Van Krimpens geschriften en literatuuropgave. Een register van lettertypen en -termen gaat aan het gewone personen- en zakenregister vooraf. Dit boek, een co-editie van het Museum van het Boek, Uitgeverij De Buitenkant en Museum Enschedé, verscheen naar aanleiding van de tentoonstelling, in de zomer van 1995 gehouden in eerstgenoemde instelling. De gebruikte letter is de inmiddels gedigitaliseerde Romanée hier voor het eerst toegepast. Deze publikatie is een lust voor het oog en ook voor de niet-kenner zeer instructief [E. C.-I.]
2397. - Paul JOOSTENS, De cruciale jaren Brieven aan Jos Leonard 1919-1925. Ingeleid en geannoteerd door Jean F. BUYCK. - Antwerpen: Pandora, 1995. -325 p.: ill.; 24 cm. - (Cahier 2). - ISBN 90 5325 029 8.
Deze zeer fraaie uitgave bevat enkel de brieven van Joostens aan Leonard, waarin de schilder (een van de belangrijkste Antwerpse kunstenaars uit de historische avant-garde) zich baldadig uitlaat over zijn tijdgenoten. Voor de sfeer in het Antwerpse culturele milieu zijn de brieven een uniek document, maar objectieve informatie zoeke men hier niet: de liquidatie van het NOVY-project (een soort voorganger van Studio NOVIO) komt slechts terloops en sporadisch ter sprake. [W.W.]
2398. - Kees BROOS, Mondriaan, De Stijl en de Nieuwe Typografie. Amsterdam de Buitenkant; Den Haag: Museum van het boek, 1994. -137 p. ill. 25 cm. - ISBN 90-70386-65-8.
Uitgegeven in een oplage van 1000 exemplaren n.a.v. de gelijknamige tentoonstelling in het Museum van het boek te Den Haag van 12 november 1994 tot 15 januari 1995. Dit boek is geen catalogus maar een essay waarin Mondriaan als inspiratiebron voor 'de nieuwe typografie' centraal staat. Dit was ook de titel, in het Duits dan, van een essay van Jan Tschichold (1928). Wie iets wil vernemen over de ontwikkeling van de typografie in het interbellum, over de rol en de invloed van kunstenaars als Theo van Doesburg, Moholy-Nagy, van De Stijl en de Internationale Revue i 10 en van de Bauhausbücher,komt hier terecht.
De vormgeving is van Wim Crouwel. Hij koos, begrijpelijkerwijs, een schreefloze: de Monotype Grotesque en Neue Helvetica. Het boek is overvloedig geïllustreerd (twintig in kleur). De band, in blauw verlopend papier, ligt goed in de hand. Eén bezwaar heb ik: het boek leest niet prettig omdat de druk grijs, vlak is; de schreefloze voor de tekst gebruikt, is veel te schraal waardoor de lectuur te veel inspanning vergt. Offsetdruk evenaart nog lang niet de boekdruk - zal die, vrees ik, nooit evenaren. En dat is bijzonder jammer. [E. C.-I.]
2399. - L. V[AN] A[CKER], Gelicencieerde drukkers van het Leiedepartement in 1811 in Biekorf,94, 1994, p. 106.
Lijst van eenentwintig Westvlaamse drukkers, ingedeeld in drie categorieën drukkers die na hun dood mogen vervangen worden, drukkers die niet mogen opgevolgd worden en drukkers die het recht niet hebben hun beroep uit te oefenen. [W.W.]
2400. - Alfons K.L. THIJS, De steendrukkerij E. Lombaerts-Van de Velde/G. Hutsebaut: een verhaal over de langzame dood van de Vlaamse neogotische devotieprentenproduktie in Volkskunde,99, 1995, p. 111-153, ill.
De Brugse drukker-uitgever Karel van de Vyvere-Petyt ontplooide op het einde van de 19de en in het begin van de 20ste eeuw een grote activiteit: hij drukte boeken, maar ook allerlei gelegenheidsdrukwerk voor de handel en voor officiële instellingen. Meest bekend was hij voor de produktie van devotieprenten. In 1919 werd deze laatste tak van zijn bedrijf overgenomen door Emiel Lombaerts die zich te Deurne vestigde. Lombaerts nam de oude lithografische stenen en de stock over; hij drukte echter geen boeken: één typografische pers volstond voor de teksten op de keerzijde van de prentjes. Na verloop van tijd liet Lombaerts nieuwe prenten in chromolithografie vervaardigen en eveneens goedkopere reeksen in fotogravure. Naast bedevaartvaantjes en kleine prentjes werden ook grote, als wandversiering opgevatte bedevaartprenten geleverd. De iconografische voorstelling was doorgaans zeer traditioneel. Financiële moeilijkheden leidden tot de omvorming van het bedrijf tot een samenwerkende vennootschap 'Kunstdrukkerij E. Lombaerts' (1938-1939) die nieuwe reeksen op de markt bracht. De zaak werd dan overgenomen door G. Hutsebaut, die op kleinere schaal en met modernere vormentaal werkte, maar in 1950 toch failliet ging. De studie is zeer gedocumenteerd en verstrekt uitvoerige lijsten van de verschillende soorten prenten. [W.W.]
2401. - Het verborgen woord: drukken van Hendrik Nicolas Werkman en andere clandestiene publikaties uit de collectie ***. (Tentoonstelling van 11 mei t/m 21 juli 1995). - Den Haag: Koninklijke Bibliotheek, 1995. - 48 p.: omslag ill.; 21 cm. - (Tentoonstellingscatalogi en -brochures van de Koninklijke Bibliotheek; 51). - ISBN 90-6259-123-X.
Hendrik Nicolaas Werkman (1882-1945) uit de provincie Groningen heeft zich o.m. aan typografische experimenten 'bezondigd' (inktrol, stempeltechniek sjabloontechniek). Tijdens de bezetting heeft hij de uitgeverij De Blauwe Schuit mede opgericht en verzorgde aldus ook clandestiene uitgaven (actie die hij met zijn leven moest bekopen). Het aandeel van zijn produktie in deze tentoonstelling over het onderwerp is essentieel (overschrijdt echter net onze chronologische begrenzing). [E. C.-I.]
2402. - Donald H. MADER, Ambrose Bierce in Nederlandse vertaling in De boekenwereld,11, 1994-1995, p. 168-184, W.
De Amerikaanse auteur Ambrose Bierce schreef over oorlog (erg kritisch: hij had in de Amerikaanse Burgeroorlog meegestreden) en over het bovennatuurlijke. Daarnaast leverde hij veel journalistiek werk. Hij werd relatief druk in het Nederlands vertaald. Aanvankelijk was dit de zaak van Johan H. van Eikeren, de man achter de reeks Het Model voor de Uitgever (later: Een Corvey Model). Daarnaast vertaalde Jan Spierdijk werk van Bierce, dat verspreid werd door uitgeverij E.G. Kroonder. Illustraties werden geleverd door Arnold Pijpers en Jeanne Bieruma Oosting. Als fraaiste van alle Bierce-uitgaven wordt een Corvey Model beschouwd: 'Een dozijn dierenfabels' (1950), vertaald door F van Leeuwen en geïllustreerd met houtsneden door Bert Bouman. Een decennium later kwamen nieuwe uitgaven, gericht op de massamarkt, die aangesproken werd door Bierces oorlogsverhalen: die werden dan gelezen als anti-oorlogspropaganda. [W.W.]
2403. - Retrospectieve Jozef Peeters (1895-1960) PMMK - Museum voor Moderne kunst Oostende 1 juli-24 september 1995. - Antwerpen: Pandora; Gent, Snoeck-DucaJu en Zoon, 1995. - 175 p.: ill.; 30 cm. - ISBN 90 5325 036 0.
Als vertegenwoordiger van de geometrisch-abstracte kunst heeft de Antwerpse schilder Peeters zijn vaste plaats in de historische avant-garde. De catalogus wijst op het belang van Peeters als (grafisch) ontwerper: zo zijn een boekband uit 1924 afgebeeld, een omslag van het tijdschrift 'Der Sturm' en natuurlijk de (omslag)illustraties van Peeters' 'eigen' tijdschriften 'Het Overzicht en 'De Driehoek'. [W.W.]
2404. - Paul CULOT, Relieurs et reliures décoréés en France à l'époque romantique - cent trois ateliers en deux cent dix reliures conservées á la Bibliotheca Wittockiana. - Bruxelles: Bibliotheca Wittockiana, 1995. - 582 p.: omslag, ill.; 31 cm. - 1.500 BF.
Zeer belangrijke collectie Franse boekbanden uit de jaren 1820-1855/1860, alle heelleren banden met decor van lijnen en kaders, kathedraaldecor, in rocaillestijl, retrospectief decor, de industriële uitgeversband. Heel wat minder bekende of onbekende namen van binders zijn hier terug te vinden. Bijzonder nuttig is derhalve de 'Dictionnaire des relieurs ou des ateliers de reliure' (p. 455-574) met literatuuropgave. Behalve de banden zijn ook de bindersetiketten afgebeeld. [E. C.-I.]
2405. - Elly COCKX-INDESTEGE, On the history of bookbinding in the Low Countries: A glimpse of Prosper Verheyden and his correspondents (c. 1900-1947) in Bookbindings & other bibliophily (zie nr. 2320), p. 65-76.
Uit het Archief Verheyden / Indestege is de correspondentie van drie buitenlandse boekbandhistorici met Prosper Verheyden belicht, nl. Ernst Kyriss, Colonel William E. Moss en Emile Dacier. [A.]
2406. - Louis Peter GRIJP, Daniel François Scheurleer (1855-1927) en het volkslied in Antiquaren, liefhebbers en professoren: momenten uit de geschiedenis van de Nederlandse volkskunde. Red.: Ton DEKKERS... [et al.]. Speciaal nr. van: Volkskundig bulletin,20, 1994, p. 309-322, ill.
D.F. Scheurleer publiceerde niet alleen veel over Nederlandse muziekgeschiedenis. Hij bracht ook een schitterende verzameling bij mekaar die thans berust in het Haags Gemeentemuseum. Eén gedeelte, de volksliedcollectie, ging echter naar de Koninklijke Bibliotheek. Zijn Lijst der in Nederland tot het jaar 1800 uitgegeven liedboeken (1912) is nog steeds niet vervangen. [M. d. S.]
2407. - P.J. BUIJNSTERS, In memoriam dr. Hans Ludwig Gumbert (1903-1994) in De boekenwereld,11, 1994-1995, p. 50-55, in.
Gumbert was directeur-eigenaar van het bekende Utrechtse veilinghuis J.L. Beijers en heeft een centrale rol gespeeld in de geschiedenis van het Nederlandse antiquariaat. In 1935 moest hij Duitsland verlaten en begon hij een antiquariaat te Nijmegen. Gumbert was jurist en als antiquaar autodidact. In 1947 werd hij directeur bij Beijers dat hij tot grote bloei bracht. Hij veilde tal van vooraanstaande bibliotheken waaronder die van P.N. van Eyck, H.W. Bosscha, en Johan Polak. Tal van antiquaren leerden bij hem het vak. [W.W.]
2408. - Geneviève GUILLEMINOT-CHRETIEN, Le testament de Joseph Van Praet (1754-1837) et son legs à la Bibliothèque royale in Revue de la Bibliothèque nationale (Paris), automne 1993, N° 49, p. 26-29, ill.
De lijst met boeken die hij bij testament aan de toenmalige Koninklijke Bibliotheek vermaakte, staat niet in dat testament maar is bekend dank zij de 'Etat des ouvrages légués à la Bibliothèque Royale par feu Mr. Van Praet' die bij de kwitantie van de successierechten zit. De auteur beklaagt er zich over dat er geen biografie over Van Praet bestaat. Is dit wel zo? [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2735
2409. - Luc KNAPEN, Les incunables de la Société archéologique de Namur in Le livre & l'estampe,41, 1995, n° 143, p. 33-76, ill.
De honderdzesendertig incunabelen bewaard in de bibliotheek van dit genootschap in de hoofdstad van de gelijknamige provincie, zijn in 1919 door Marcel Hoc gerepertorieerd. De vooruitgang van de wetenschap en de ontwikkeling van de methodologie inzake beschrijving van oude drukken heeft Luc Knapen echter aangezet om deze collectie aan een nieuw onderzoek te onderwerpen een heel verdienstelijk werk, geheel in de lijn van wat hij hij nu al voor enkele collecties heeft gedaan. (Zie in de vorige Kronieken).
Er wordt ons een overzicht geboden van de geschiedenis van de collectie, de teksten, de plaatsen van uitgave, de boekbanden, de nummers van de boeken op de plank in de oude bibliotheken waar ze vandaan komen, de oude inventarisnummers, de eigendomsmerken. Op de belangrijkste gegevens hieromtrent gaat hij uitvoeriger in. Ik noteer hier slechts kort: vier Noord- en evenveel Zuidnederlandse drukken; negenenzeventig oorspronkelijke banden, afkomstig uit verschilende kloosters in de regio, tevens de oudste herkomst. In een volgende bijdrage wordt de catalogus gepubliceerd. [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2611
2410. - Guido HENDRIX, Handschriftenbezit en boekengebruik Trappisten van Westmalle 1794-1994. - Leuven: Bibliotheek van de Faculteit Godgeleerdheid, 1994. - xxi, 300 p.: ill.; 24 cm. - (Bibliotheca auctorum, traductorum et scriptorum Ordinis Cisterciensis, III). (Documenta libraria, 14). - ISBN 9073683-11-4. BF 950.
De tweehonderdste verjaardag van de oprichting van de Trappistenabdij te Westmalle bood G. Hendrix de gelegenheid om nog een deel te publiceren van zijn Cisterciënzer 'Bibliotheca' (zie Kroniek 18
nr. 1869 voor de algemene principes en het eerste deel 'Ancien Régime'). Aan de hand van de oudste catalogus (1843) en latere aanwinsten wordt de geschiedenis van de abdijbibliotheek (tot 1879) gereconstrueerd. Opvallend is het grote aandeel van historische werken (o.a. uit de verzamelingen van Van de Velde, Lammens, Smolderen), intensief benut door Bonaventura Hermans (geschiedenis van Noord-Brabant). De intense (religieuze) vertaalarbeid uit (vooral) de 19de eeuw wordt hier voor het eerst grondig belicht. Tevens geeft S. de bibliografie van belangrijke Westmalse auteurs. Daarop volgt een beschrijvende inventaris van de handschriftencollectie, met veel aandacht voor de herkomst. Een onverwachte vondst: het handschrift dat als legger diende voor de heruitgave Antwerpen 1838 van Strande (1611) door de Zeeuwse dichter Philibert van Borsselen (Hs 116 p. 262-264). Het boek is uitstekend verlucht met o.a. afbeeldingen van handschriften, van een Boudeloband etc. Het ontbreken van registers zal wel een oorzaak hebben (tijdsdruk?), maar is daarom niet minder te betreuren! Een aanwinst toch voor de Belgische bibliotheekgeschiedenis. [M. d. S.]
Zie ook nr. 2953
2411. - J.J. KLOEK, De afdeling negentiende eeuw van het Museum Catsianum. De canonisatie van Jacob Cats in De boekenwereld,11, 1994-1995, p, 221-228, ill.
In de 18de eeuw liep de faam van Cats terug. Maar in de jaren 1790-1799 liet de Amsterdamse uitgever Johannes Allart 'Alle de Wercken' verschijnen in 19 deeltjes in duodecimo-formaat. Die revival paste in een periode dat men men weer oog kreeg voor grote voorbeelden als contrast met het verval in het politieke leven. In de eerste helft van de 19de eeuw nam de populariteit van Cats weer toe: hij kreeg een standbeeld en meer dan één uitgever waagde zich aan nieuwe complete uitgaven (P.G. Witsen Geysbeek 1828, Ter Gunne 1843). Daarnaast verschenen nieuwe uitgaven van individuele titels in zeer uiteenlopende uitvoeringen en prijzen. De meest monumentale prestatie was de editie 'Alle de Wercken' van de Zwolse uitgever Tijl, die de tekst liet bezorgen door J. van Vloten en bij de gerenommeerde graveur Johan Wilhelm Kaiser 400 staalgravures bestelde. Het project duurde zeven jaar (1855-1862) en resulteerde in twee loodzware folianten, waarvoor 3000 intekenaren gevonden waren. [W.W.]
Zie ook nr.
2542
2412. - Gerard GROENEVELD, Boek moet volk nieuwe wegen wijzen. Nationaal-socialistische boekhandel Het Bolwerk voorheen De Driehoek in De boekenwereld,12, 1995-1996, p. 2-13, ill.
In 1936 richtte B.W. Zijfers in de Amsterdamse Kalverstraat boekhandel De Driehoek op om het nationaal-socialistische gedachtengoed te verspreiden. Binnen twee jaar had hij filialen in Haarlem, Den Haag en Rotterdam. Begin 1940 moest de naam op last van de rechter veranderd worden (wegens het bestaan van een boekhandel met dezelfde naam). Zo ontstond Het Bolwerk. Er werd druk reclame gemaakt: een tijdschrift met boekennieuws werd gratis aan belangstellenden gezonden (7 nrs.); er vielen politiek actuele gammofoonplaten te beluisteren; er was een leesbibliotheek (tot 1943). Onder druk van het 'Referat Schrifttum' moest de Vereeniging ter bevordering van de belangen des Boekhandels Zijfers als lid aannemen. Aanvankelijk waren de zaken verlieslijdend. Zijfers stak er, als gedreven nationaal-socialist, dan ook geld in, dat hij uit zijn vroegere winstgevende effectenhandel bezat. In 1943 werd wèl winst gemaakt. Het succes van de Bolwerk-winkels voor de nationaal-socialistische propaganda is moeilijk meetbaar: de Duitse bezettingsautoriteiten maakten er weinig gebruik van. Zij zagen meer in eigen uitgeverij en eigen boekhandels. [W.W.]
2413. - Martin ZUITHOF, 'Waarlijk, het neemt de verhouding van een 'succes " aan...' De uitgeefgeschiedenis van Heijermans' roman Kamertjeszonde in De boekenwereld,12, 1995-1996, p. 16-29, ill.
Heijermans' roman 'Kamertjeszonde' raakte slechts moeizaam gepubliceerd. De schrijver bood zijn werk tevergeefs aan uitgevers en tijdschriften aan (o.a. aan L. van Deyssel voor het Tweemaandelijksch Tijdschrift). Uiteindelijk bleek D. Buys uitgever van erotische en maatschappijkritische werken, bereid het boek te publiceren. Een eerste druk verscheen in 1899 onder schuilnaam 'Koos Habbema' in een oplage van 500 exemplaren. Tot 1902 gaf Buys vier drukken uit. De kritiek reageerde verdeeld: men had morele bezwaren maar erkende de literaire waarde. In 1902 nam Heijermans zelf het initiatief om 'Kamertjeszonde' bij H.J.W. Becht uit te geven: hij was toen al een gevraagd auteur geworden. De vijfde druk verscheen dan ook bij Becht, voor het eerst onder de echte naam van de auteur. Binnen vier maanden werden 1400 exemplaren verkocht. De zesde tot negende druk (1906-1908) verschenen in een totale oplage van 4000 exemplaren. Na 1910 stagneerde de verkoop. In 1922 bleek Em. Querido het auteursrecht van Heijermans' compleet oeuvre te bezitten. De herdrukken bij deze uitgeverij waren succesrijk. [W.W.]
2414. - G.W. GIJSBERS, Antiquarische belevenissen in De boekenwereld,11, 1994-1995, p. 214-220, ill.
Merkwaardige belevenissen met boekenverzamelaars mocht G.W. Gijsbers van het antiquariaat Gijsbers & Van Loon te Arnhem beleven. Zo trof hij op een zolder de handschriften van de 19de-eeuwse auteur-schilder J.J. Cremer aan (nu in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag). Te Wenen verwierf hij correspondentie van Bilderdijk, die terug opdook bij de onder bibliofielen beroemde veiling H.W. Bosscha (Beijers, maart 1980). [W.W.]
Zie ook nr.
2625
2415. - Marja KEYSER, Frederik Muller en de oude boekhandel, of Hoe maakt een antiquaar tijd om te genieten. Bij een handleiding management voor antiquaren en veilinghouders, door de grote Nederlandse antiquaar, bibliograaf, veilinghouder, boekhandelaar en uitgever Frederik Muller (1817-1881)- Amsterdam: Antiquariaat Brinkman, 1994. - 46 p.: omslag, portr., ill., facs.; 17 cm. - ISBN 90-801972-2-X.
Fraaie uitgave, in 400 exemplaren, n.a.v. het veertigjarig bestaan van het Antiquariaat Brinkman. Frederik Muller was een antiquaar met wereldfaam, sedert 1843 zelfstandig te Amsterdam gevestigd, maar ook auteur en bibliograaf èn verzamelaar (historieprenten !). In het weinige van wat in het archief bewaard is gebleven, is een handgeschreven stuk aangetroffen dat als een 'programma' kan worden aangezien. (De tekst is in deze publikatie opgenomen). Grote liefde voor het vak en idealisme waren hem niet vreemd. Innoverend zijn zijn catalogi over bv. Americana (1850), dissertaties (1851-1879). Hij hechtte belang zowel aan magazijn- als veilingcatalogi met een bibliografische meerwaarde. Ruim honderd veilingen heeft hij georganiseerd. Bekende antiquaren, uitgevers en bibliografen als Martinus Nijhoff, P.A. Tiele (later UB Utrecht), J.F. van Someren (pamfletten), Meijer Roest (Bibl. Rosenthaliana), T.J.I Arnold (latere medewerker van de Bibliotheca Belgica),Otto Harrassowitz om slechts deze te noemen, zijn door hem opgeleid. [E. C.-I.]
2416. - L. VAN ACKER, Pater Smet en de Westvlaamse boekhandelaars in Biekorf,94, 1994, p. 316.
Cornelius Smet, oud-jezuïet en bollandist, publiceerde in 1826 een thans zeer zeldzaam geworden werk over 'Heylige en roemweerdige Persoonen in geheel Nederland'. In West-Vlaanderen was dit boek op negen plaatsen in met name vermelde boekhandels te koop. [W.W.]
2417. - Jacques DANE, Lectuur van Satan. Censuur en zelfcensuur in calvinistisch Nederland, ca 1880-1940 in Jaarboek voor Nederlandse Boekgeschiedenis (cf. nr. 2337), p. 97-123, ill.
De katholieke boekcensuur had een juridische component, want er konden straffen tot excommunicatie worden uitgesproken. Het kerkrecht in de protestants-christelijke zuil kende geen straffen op bezit van verboden lectuur. Tussen de verschillende protestantse denominaties liepen de meningen over wat wel en niet geoorloofd was nogal uiteen. Wel nam de zondagsschool een belangrijke plaats in als verkondiger van normen. Vanaf de tweede helft van de 19de eeuw zorgde zij voor verspreiding van christelijke kinderliteratuur onder brede lagen van de bevolking: op de jaarlijkse kerstviering kregen de leerlingen een boek cadeau. Voor de christelijke uitgeverijen was dit zondagsschoolboek een lucratieve uitgave. Uitgevers van zulke boeken verrichtten zelfcensuur om de afzet niet in gevaar te brengen. In de praktijk van het dagelijkse leven ging het er echter anders aan toe: op school en in het gezin werd nauwelijks toezicht gehouden op de lectuur. [W.W.]
Zie ook nr. 2337

Go Top
Archives et bibliothèques de Belgique - Archief- en bibliotheekwezen in België, dl. LXVII (1996), nr. 1-4 pp. 359-434: nrs. 2418-2637.
KRONIEK VAN HET GEDRUKTE BOEK
IN DE NEDERLANDEN TOT 1940

-22-
Afgesloten op 28 februari 1997
door
Elly COCKX-INDESTEGE (Brussel)
Pierre DELSAERDT (Leuven)
Marcus de SCHEPPER (BRUSSEL)
Werner WATERSCHOOT (Gent)

Redaktieadres: E. Cockx-Indestege,
Koninklijke Bibliotheek, Keizerlaan 4,
B-1000 Brussel


Na de algemeenheden zijn de notities chronologisch gerangschikt en per thema of onderwerp (in vetjes) volgens een vast schema gegroepeerd: 1. Literatuurbericht en Vakwoordenboeken; 2. Bibliografie (methodologie en repertoria); 3. Drukmateriaal; 4. Zetten en drukken; 5. Drukkers, steden, regio's; 6. Boekillustratie; 7 Boekband; 8. Bibliotheken en Bibliofilie; 9. Boekhandel en Uitgeverij; 10. Onderwerpen.
De lezers van de Kroniek worden er aan herinnerd dat zij de redactie attent kunnen maken op recent verschenen publikaties en haar overdrukken van eigen artikelen kunnen doen toekomen. Een en ander wordt in dank aanvaard.

2418. - ABHB - Annual Bibliography of the History of the printed book and libraries. Volume 24: publications of 1993 and additions from the preceding years. Volume 25: publications of 1994 and additions from the preceding years. Ed. Department of Special Collections of the Koninklijke Bibliotheek, The Hague and under the auspices of the Committee on Rare and Precious Books and Manuscripts of the International Federation of Library Associations.- Dordrecht ; Boston ; London : Kluwer Academic Publishers, (1996, 1997).- X, 509 p.; X, 551 p.- ISBN 0-7923-3759-X; 0-7923-4420-0; ISSN 0305-5964; 0305-5964.
Deel 25 heet van de naald!
2419. - Bibliographie der Buch- und Bibliotheksgeschichte (BBB). Band 14. 1994. Mit Nachträgen aus den Jahren 1980 bis 1993. Bearbeitet von Horst Meyer. - Bad Iburg: Bibliographischer Verlag Dr. Horst Meyer, 1996. - 612 p.; 21 cm. - ISBN 3-923526-14-8. issn 0723-3590. DM. 149.
Systematisch geordende vakbibliografie, met auteurs- en onderwerpsregisters (personen, plaatsen, zaken). Onmisbaar voor boekhistorici. Afzonderlijke bespreking van Band 14 elders in dit tijdschrift. [M. d. S.]
2420. - Herman de la Fontaine Verwey, Boeken, banden en bibliofielen. Tekst bezorgd en ingeleid door Ton Croiset van Uchelen. Met registers op de delen I tot en met IV samengesteld door A.C. Schuytvlot. - 't Goy: H&S, [1997]. - 255 p.: portr., ill., 22 cm. - (Uit de wereld van het boek; 4). - ISBN 90-6194-218-7. Fl. 59, 50.
Tussen 1975 en 1979 verschenen bij Nico Israel te Amsterdam de eerste delen van deze reeks met gebundelde opstellen van De la Fontaine Verwey. Bij zijn overlijden einde 1989 bleken niet alle twaalf opstellen, voor een vierde deel bestemd, publikatieklaar te zijn. De tekstbezorger Van Uchelen heeft zich, in overleg met Isa de la Fontaine Verwey, met uitgever Hesselink en met medewerker Schuytvlot, op gelukkige wijze van zijn taak gekweten. In deze bundel zijn opgenomen: 'Frederik Corcellis, knecht van Laurens Jansz Coster, of de gevolgen van een drukfout'; 'Het Hollandse wonder'; 'De stedelijke bibliotheek van Amsterdam in de Nieuwe Kerk, 1578-1632'; 'Boekbanden van Willem van Oranje'; 'Grolier-banden in Nederland'; 'Adriaan Pauw en zijn bibliotheek'; 'Pieter van Damme, de eerste Nederlandse antiquaar'. Het zijn stuk voor stuk, ook jaren na hun oorspronkelijke verschijnen, pareltjes en nadrukkelijk aan te bevelen lectuur voor oud en jong! [E. C.-I.]
2421. - Henk Voorn, Tekens in papier. - Zutphen: Bührmann-Ubbens Papier, 1996. - 39 p., [5] f.: ill., 20 cm. - ISBN 90-7118-024-7.
Tweeëntwintigste exclusieve uitgave in een reeks die Bührmann-Ubbens aan boek en/of papier wijdt. Een overzicht in vogelvlucht van de uitvinding van het papier en het verschijnen van watermerken, aardig geïllustreerd. Vijf velletjes met watermerken zijn in een speciaal mapje opgeborgen, één geheel uitmakend met het boekje zelf. Vouw- en bindwijze maken er iets exclusiefs van; zeer keurig en smaakvol. [E. C.-I.]
2422. - Papiergeschichte(n): papierhistorische Beiträge Wolfgang Schlieder zum 70. Geburtstag. Herausgegeben von Frieder Schmidt im Auftrag des Deutschen Arbeitskreises für Papiergeschichte und des Leipziger Arbeitskreises zur Geschichte des Buchwesens. - Wiesbaden: in Kommission bei Harrassowitz Verlag, 1996. - 320 p.: ill.; 24 cm. - (Veröffentlichungen des Leipziger Arbeitskreises zur Geschichte des Buchwesens. Schriften und Zeugnisse zur Buchgeschichte; 9). - ISBN 3-447-03883-7. DM 45.
Geen bijdragen met betrekking op de Nederlanden maar enkele zijn methodologisch van belang. [E. C.-I.]
2423. - Ed Schilders, In-druk, van wiegedruk tot grafschrift. - Tilburg: Drukkerij Gianotten, 1996. - 81 p.: omslag, ill.; 22x26 cm. - In bijhorende doos. - Fl. 37.
Intelligente 'Spielerei' over het thema boekdrukkunst, gepresenteerd aan de hand van thematisch opgevatte hoofdstukjes, b.v. letterproef, cijfers, gieterij, kasten, gebleven wit. Overvloedig geïllustreerd. [E. C.-I.]
2424. - En marge du livre. (Préface: Pierre-Jean Foulon, Jean-M. Horemans, Jacques Goffin. Catalogue de l'exposition: Bruxelles, Bibliothèque royale Albert Ier, Musées royaux des Beaux-Arts, du 25 mars au 26 mai 1996; Tournai, Maison de la Culture, Bibliothèque publique principale, du 15 mars au 20 avril 1997). - [Bruxelles]: Centre de Lecture publique de la Communauté française - Direction des lettres et du livre, 1996. - 64 + 144 p.: ill.; 29 cm.
In de marge van het boek: het ongewone boek & het boek als object. Tentoonstelling 26 maart - 26 mei 1996. - Brussel: Koninklijke Bibliotheek van België, 1996. - Niet gepag.
De titel van de summiere Nederlandse house-made catalogus alludeert op de bijdragen van de in de Franstalige uitgave genoemde auteurs. Grotendeels zijn het publicaties van na 1940 maar toch werden enkele oudere ook geselecteerd, als b.v. nabootsingen van oude banden (o.m. buidelboek), vreemde bindwijzen, mini-uitgaafjes, drukken op stro en andere materialen dan papier, drukken op gekleurd papier, spiegelbeeldige teksten, blinddruk, 'visuele typografie'. De stukken zijn afkomstig van de Koninklijke Bibliotheek, het Museum te Mariemont en privé-collecties. [E. C.-I.]
2425. - J.F. Heijbroek, Bij de voorplaat: Dit boek is geen boek in De boekenwereld, 12, 1995-1996, p. 246-249, ill.
Toelichting bij de omslagillustraties van het tijdschrift De boekenwereld, twaalfde jaargang. Het gaat om voorstellingen van boeken die geen boeken zijn, maar wel resp. een handenwarmer in aardewerk uit 1651, een simpliciakast in hout uit ongeveer dezelfde tijd, een opvouwbare optica, een theedoos uit hout waarover bestempeld leer toegeschreven aan de achttiende-eeuwse Middelburgse binder Jan Dane en tenslotte een gebouw in Sloterdijk uit de twintigste eeuw. [E. C.-I.]
2426. - J.A. Szirmai, Archeologie van de boekband en boekrestauratie in Van pen tot laser ... (cf. nr. 2427), p. 188-301, ill.
De auteur is bijzonder vertrouwd met de techniek van de Karolingische boekband maar zijn visie op de ethiek van de restauratie is van alle tijden. Met heldere suggestieve tekeningen van eigen vinding.
In het Engels verschenen in Quaerendo, 26, 1996, p. 144-164. [E. C.-I.]
2427. - Van pen tot laser: 31 opstellen over boek en schrift aangeboden aan Ernst Braches bij zijn afscheid als hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam in oktober van het jaar 1995. (Ed. Ton Croiset van Uchelen en Hannie van Goinga). - Amsterdam: De Buitenkant, 1996. - 343 p.: front., portr., ill.; 26 cm. - ISBN 90-70386-78-X. Fl. 125.
Het eerste dat opvalt aan dit boek is hoe goed het in de hand ligt en hoe prettig het leest. Bij nader toezicht blijkt dat de vormgever Gerrit Noordzij heet. Dit zegt genoeg.
Een aantal artikelen van de ruim dertig zijn in deze Kroniek afzonderlijk besproken. Hier weze alleen globaal aangehaald, want van algemene aard, de vraagstelling van Frans A. Janssen 'Te veel boekhistorische publikaties?'. Zijn antwoord luidt: ja en neen. Ja, wanneer het de interpretatieve publicaties betreft die geen kennis toevoegen; neen, wanneer het gaat om bronnenstudies, die primaire bronnen aanleveren zoals bibliografieën en catalogi. Ongenuanceerde vraag van de lezer: tot welke categorie behoort onderhavig artikel?
Kort vermeld zij eveneens Gerhard J.A. Riesthuis, 'Een register op het tijdschrift Het Boek': beschouwingen over nut en conceptie van registers ter ontsluiting van teksten, meer bepaald van tijdschriften. [E. C.-I.]
Zie ook nrs.
2426; 2436; 2461; 2462; 2479; 2480; 2500; 2518; 2465; 2522; 2534; 2535; 2544; 2548; 2564; 2568; 2575; 2581
2428. - Piet Buijnsters, Bibliofilie in de kinderkamer. Over het verzamelen en bestuderen van oude kinderboeken in Jaarboek van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen, 3, 1995 [versch. 1996], p. 69-91, ill.
Herziene tekst van het afscheidscollege van Buijnsters als hoogleraar in de Nederlandse Letterkunde van de achttiende eeuw aan de Katholieke Universiteit Nijmegen (ook als zodanig en onder dezelfde titel verschenen bij de K.U. Nijmegen in 1995: 30 p.; 21 cm. - ISBN 90-9008428-2). De auteur stelde als verzamelaar vast dat er voor dit bij uitstek vergankelijk soort drukwerk geen goede bibliografische instrumenten bestaan. Voor een groot deel is men nog steeds aangewezen op catalogi van belangrijke privé-verzamelingen. Buijnsters geeft hier een overzicht van enkele grote Europese collecties. Daarna gaat hij op zoek naar het antwoord op de vraag waar de geschiedenis van het kinderboek begint. Maar vooral schetst hij een beeld van het Nederlandse kinderboekenlandschap in de achttiende eeuw. En dan kan hij niet voorbij aan de publicatie van de kindergedichten van Hieronymus van Alphen, die dé breuklijn was tussen het oude en moderne kinderboek in Nederland. [P.D.]
Zie ook nr.
2732
2429. - Laurens Jansz Costerprijs verleend aan Joost R. Ritman. - Haarlem: Stichting Haarlem Boekenstad, 1995. - 49 p.; portr., ill.; 21 cm.
Behalve het juryrapport en een dankwoord van de gelauwerde is de meer substantiële bijdrage over de Bibliotheca philosophica hermetica van haar directeur Frans A. Janssen. Hij haalt zes bronnen aan als voorbeelden van wat de BPH verzamelt en van het onderzoek wat er wordt verricht. Het unieke van de collectie blijkt hieruit zeer duidelijk en meteen het onvervangbare karakter ervan voor het nationale patrimonium. De zeer smaakvol uitgegeven plaquette is gezet uit de Lexicon van Bram de Does, gezet door Zetterij Chang Chi Lan-Ying en op uitstekend papier gedrukt door Jan de Jong, beiden te Amsterdam. [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2907
2430. - L'ordre de la Toison d'or, de Philippe le Bon à Philippe le Beau (1430-1505): idéal ou reflet d'une société? Sous la direction de Pierre Cockshaw éditée par Christiane Van den Bergen-Pantens. - Bruxelles: Bibliothèque royale de Belgique; Turnhout: Brepols, 1996. - 255 p.: omslag, front., ill.; 28 cm. - ISBN 2-503-50535-X (bound), ISBN 2-503-50536-8 (sewn). BF 1.000.
Exposition L'Ordre de la Toison d'or: légendes des pièces exposées = Tentoonstelling de Orde van het Gulden Vlies: begeleidende teksten. [Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 17/09 - 14/12/1996].- 36 p.; 30 cm.
De zeshonderdste verjaardag van Filips de Goede vormde de aanleiding om een tentoonstelling en een begeleidende publicatie te organiseren. De bedoeling was duidelijk niet voor de zoveelste maal de tophandschriften uit Filips' librije te tonen (hoewel enkele daarvan natuurlijk niet mochten ontbreken) maar wel de door hem gestichte Orde van het gulden vlies in haar context te plaatsen en na te gaan of zij in de toenmalige mentaliteit een functie heeft vervuld. CVBP heeft daartoe een aantal deskundigen in binnen- en buitenland (31) verzocht vanuit hun specialismen met het oog hierop een artikel te schrijven. Vanuit 7 invalshoeken werden de 49 bijdragen samengebracht: algemeenheden (vnl. bronnenmateriaal), geschiedenis van de orde, de legende en de neerslag in de literatuur van verschillende taalgebieden, de numismatiek, de muziek, de weerslag op de bibliofilie, de schilderkunst en aanverwante kunsten. Een aantal teksten hebben te maken met gedrukte boeken, en dan denk ik in het bijzonder aan W. Waterschoots bijdrage over 'Het Gulden Vlies in de Nederlandse literatuur', aan G. Tournoys 'De Orde van het Gulden Vlies in de Latijnse literatuur (15de-17de eeuw)', aan 'Le roman de Tirant lo Blanc (1460-1490): à l'épreuve de l'histoire bourguignonne du XVe siècle' van D. de Courcelles, en aan 'De Historie van Jason en het Gulden Vlies in vroege drukken' van L. Hellinga. Er waren dus ook enkele drukken op de tentoonstelling te zien. In fine drie 'appendices'; een namenregister ontbreekt echter.
Voor zover ik kan oordelen, staan hier zeer goede en lezenswaardige bijdragen in. Toch kan ik mij niet van de indruk ontdoen dat de bijdragen niet altijd in functie van het concept van het boek zijn gevraagd, maar daarin achteraf zijn ingepast. Waardoor het geheel overzichtelijkheid mist en er hier en daar overlappingen zijn. Een apart catalogusgedeelte is er niet. Beschrijvingen van de tentoongestelde stukken (appendix 2 geeft de lijst) zijn soms in het betreffende hoofdstuk opgenomen, soms ook niet. Die vindt men -als bijschriften in de vitrines- terug in de aparte in huis gemaakte brochure van waaruit naar het betreffende artikel wordt verwezen. De nummering is niet doorlopend maar volgt min of meer de verdeling in hoofdstukken en paragrafen van het boek. De publicatie is een mooi boek geworden met goede illustraties waaronder een aantal in kleur. Het papier is mij echter net iets te glanzend en te wit waardoor de druk veelal niet voldoende contrasterend werkt en het kleine corps de grens van het leesbare heeft bereikt (ik heb geen ogen van twintig meer maar ik lees wel veel!). [E. C.-I.]
2431.- Die Buchkultur im 15. und 16. Jahrhundert. Erster Halbband. - Hamburg: Maximilian Gesellschaft, 1995.-335 p.: ill.; 31 cm. - ISBN 3-921743-40-0 (Gesamtwerk); ISBN 3-921743-41-9.
Traditiegetrouw geeft de Maximilian Gesellschaft in Hamburg elk jaar een belangrijk boek uit -vaak is het een beredeneerde bibliografie- voor de leden van het genootschap. Naar inhoud en vorm zijn deze boeken steeds toonaangevend en nodigen zij uit tot vrijblijvend bladeren en aandachtige lectuur. De laatste uitgave behandelt een grensoverschrijdend onderwerp; vandaar dat zij hier kort vermeld wordt. Het is géén doorlopend verhaal maar bevat vijf opstellen waarvan de drie laatste ons kunnen interesseren. Severin Corsten behandelt in 'Die Erfindung des Buchdrucks im 15. Jahrhundert' alle materiële aspecten van het wezenlijke van de nieuwe kunst en de kenmerken van de vroegste producten. Martin Steinmann sluit met zijn 'Von der Handschrift zur Druckschrift der Renaissance' daarop aan. Eva Hanebutt-Benz in 'Bucheinbände im 15. und 16. Jahrhundert' begint met het begin en geeft goede afbeeldingen. [E. C.-I.]
2432. - O.S. Lankhorst & P.G. Hoftijzer, Drukkers, boekverkopers en lezers in Nederland tijdens de Republiek. Een historiografische en bibliografische handleiding - Den Haag: SdU, 1995. - ix, 227 p.: ill.; 24 cm. - (Nederlandse cultuur in Europese context; monografieën en studies, 1). - ISBN 90-12-08153-X. Fl. 39, 90.
Onmisbaar vertrekpunt voor wie zich met de boekgeschiedenis van Nederland in de periode 1540-1800 wil bezighouden. Beide auteurs hebben hun sporen ruim verdiend op dit terrein en zijn erin geslaagd een voortreffelijke status quaestionis te maken van wat reeds is gepresteerd en wat nog zou moeten/kunnen. Na enkele algemene beschouwingen ( "Boekgeschiedenis tussen ambacht en wetenschap ") volgt een historiografisch overzicht (p. 9-39), een "Bronnenoverzicht " (p. 41-49), "Bibliografische naslagwerken " (p. 51-71), "Studies van de verschillende onderdelen " (p. 73-98), "Het boek in de samenleving " (p. 99-119), een epiloog, de noten (toch wel onhandig, zo ver achteraan), een "Bijlage " (p. 165-210: een selectieve bibliografie van 609 nrs.) en een register op persoonsnamen (p.215-227: inclusief de in de tekst genoemde vakgeleerden). Veertig goedgekozen foto's (portretten van vakgenoten en documenten) verluchten de tekst. Het belangrijkste is overzichtelijk bijeengebracht en gepresenteerd, maar toch lijkt België vaak een blinde vlek vanuit dit eng-Hollands perspectief: als belangrijke bronnen van Nederlandse boeken worden bv. (terecht) de grote bibliotheken in Duitsland, Engeland en Frankrijk vermeld; maar de tienduizenden drukken in de Brusselse Koninklijke Bibliotheek, de Gentse en Leuvense universiteitsbibliotheken, de Antwerpse Stadsbibliotheek of het Museum Plantin-Moretus zijn toch veel belangrijker dan de kleine collecties in Schotland of Valenciennes die daarna worden genoemd (p.45-46). Ook Belgische tijdschriften (als ABB en De Gulden Passer) worden niet vermeld en de (te ?) kritische informatie bijeengebracht in de ruim tweeduizend nummers van deze kroniek was misschien ook een nootje waard geweest. Toch sterk aanbevolen ! En nu is het aan de "Zuiderlingen " om iets evenwaardigs te brengen; het goede voorbeeld is gegeven ... [M. d. S.]
Zie ook nr.
3108
2433. - J. Kasparova, Les editions en espagnol publiées à Bruxelles du XVIe au XVIIIe siècle, conservées dans la Bibliothèque de Lobkowicz à Roudnice in Archief- en bibliotheekwezen in België, 66, 1995, p. 235-255.
De oude adelsbibliotheken van Tsjechië bevatten talloze drukken uit heel Europa. De Lobkowiczbibliotheek bv. bezit een aantal banden met Spaanse drukken (553 bibliografische eenheden) uit de 16de - 18de eeuw. A. beschrijft 20 dergelijke edities in Brussel gedrukt 1588-1708, met exemplaarkenmerken en verwijzingen naar o.m. Peeters-Fontainas. [M. d. S.]
2434. - Francine de Nave, De Moretussen en de Antwerpse boekgeschiedenis van de 17de en 18de eeuw in Ex Officina Plantiniana Moretorum... (cf. nr. 2523), p. 249-305, ill.
Overzicht van de typografische activiteit van de Moretussen vanaf het einde van de 16de eeuw. De Officina Plantiniana bleef ook na het overlijden van Plantin de hoeksteen van de typografische bedrijvigheid in Antwerpen, vooral dankzij het statuut van deze stad als 'bolwerk' van de contrareformatie. In deze synthese wordt de gedrukte productie van elke nazaat van Plantin beschreven. Hierdoor is dit artikel een nuttige inleiding geworden voor al wie de studie van de Antwerpse boekgeschiedenis wil aanvatten. [P.D.]
2435. - Antwerpse muziekdrukken, vocale en instrumentale polyfonie (16de-18de eeuw). - Antwerpen: Museum Plantin-Moretus en Stedelijk Prentenkabinet, 1996. - 109 p.: omslag, ill.; 30 cm. - (Publicaties van het Museum Plantin-Moretus en het Stedelijk Prentenkabinet; 35).
Zeer goede begeleidende teksten bij een bijzonder geslaagde tentoonstelling, vrijwel geheel met stukken uit eigen bezit als archiefstukken, brieven, matrijzen, notentypen, muziekzetsel, en tenslotte het resultaat van dit alles, de drukken zelf. We krijgen een overzicht van de Antwerpse muziekdrukken vanaf 1515 tot de vroege achttiende eeuw. Chronologisch wordt eerst de blokdruk besproken met werk van De Gheet (1515) en Vorsterman (1529), de 'dubbeldruk' met Christoffel van Ruremund (1523), Symon Cock (1539), de 'enkeldruk' met Willem van Vissenaken (1542), Tielman Susato en de hele pleiade muziekdrukkers tot en met Hendrik III Aertssens, de muziekgravure met het prille begin in 1584 en de bloei in de achtiende eeuw. De hoofdauteurs zijn Godelieve Spiessens en Henri Vanhulst, twee musicologen met naam. Een bijdrage van L. Guillo over de 'muziek-lettertypes' is m.i. volkomen overbodig. Het catalogusgedeelte is verzorgd door twee eerstgenoemde auteurs, samen met Anne Mattheeuws en Gilbert Huybens.
De termen dubbeldruk en enkeldruk lijken bij musicologen geijkt te zijn; nochtans bestaat daarvoor een betere uitdrukking: muziekdruk in één of in twee drukgangen. Het eerste systeem (door O. Petrucci ontwikkeld) bestaat er in de notentypen op de reeds gedrukte notenbalken te drukken; het tweede (door Pierre Haultin ontwikkeld) bestaat er in fragmenten van notenbalken met de daarbij horende noten te laten snijden en aldus met losse notentypen te drukken.
De publikatie is mooi uitgevoerd en goed verzorgd. Géén registers. [E. C.-I.]
2436. - Ton Croiset van Uchelen, De schrijfmeester Ambrosius Perling; aan het einde van een bloeitijd in Van pen tot laser ... (cf. nr. 2427), p. 47-69, ill.
Over leven, werk en invloed van de Amsterdamse school- en schrijfmeester Ambrosius Perling (1657/58-1718). Het toenemende handelsverkeer in de zeventiende eeuw had meer nood aan degelijk schrijf- en leesonderricht dan aan de 'penneconste' of kalligrafie gekenmerkt door een grote verscheidenheid van schriftstijlen (gotisch, enz.). Perling heeft dat ingezien, zich toegelegd op het humanistische schrift en ook zelf gegraveerd. Zijn drie exemplaarboeken hebben grote invloed gehad, vnl. in Engeland dat op zijn beurt toonaangevend zou worden. In bijlage de beschrijving van de in druk verschenen bekende werken van Perling.
Een Engelse versie van deze bijdrage verscheen in Quaerendo, 1996, p. 167-197. [E. C.-I.]
2437. - J.A. Gruys & C. De Wolf, Aanvullingen op ... J.A. Gruys & C. De Wolf, Thesaurus 1473-1800 in Dokumentaal, 25, 1996, p. 57-60.
140 addenda en corrigenda. Cf. Kroniek 19
nr. 2029.
2438. - [Frank van Wijk], Deventer Almanach, vijf eeuwen traditie.- [Deventer: Athenaeumbibliotheek, 1996].- 24 p.: omslag, ill.; 21 cm.
Bescheiden uitgevoerde brochure n.a.v. de tentoonstelling in de Athenaeumbibliotheek te Deventer van 16 maart tot 1 mei 1996. Er staat informatie in over Deventer drukkers van almanakken en prognosticaties, van de zestiende tot in de twintigste eeuw. Aan het eind een tabel van de Deventer almanakken in het bezit van de bibliotheek: jaar, titel, drukker, auteur, formaat en signatuur. De eerste dateert van 1551, de jongste van 1981. [E. C.-I.]
2439. - Aan de ketting: boek en bibliotheek in Groningen voor 1669. Red. Jos M.M. Hermans en Gerda C. Huisman. - Groningen: Universiteitsmuseum / Universiteitsbibliotheek, 1996. - 87 p.: omslag, ill.; 24 cm. - Fl. 15.
Verschenen n.a.v. de tentoonstelling in het Universiteitsmuseum te Groningen in de herfst 1996, wedt deze fraaie publicatie op twee paarden: aandacht voor moderne onderzoeksmethoden en presentatie voor een groot publiek. De Academie, instelling voor hoger onderwijs, werd in 1614 opgericht. Daarvoor werd er in Groningen evenwel al geschreven, gebonden, gedrukt en verzameld. Het centrum hiervan was de Latijnse Sint-Maartensschool, in het begin van de jaren 20 naar de Academie overgebracht. Huisvesting en inrichting van de bibliotheek worden bekeken, de organisatie en de collectie. Tot slot volgen nog enkele capita selecta. Het boekje is overvloedig en suggestief geïllustreerd. [E. C.-I.]
2440. - Paul Begheyn, Gheprint te Nymeghen: Nijmeegse drukkers, uitgevers en boekverkopers 1479-1794. Aanvullingen en verbeteringen in Jaarboek Numaga, 43, 1996, p. 99-127.
In 1990 verscheen de belangrijke publicatie over het boekbedrijf te Nijmegen (cf. Kroniek 16
nr. 1538). Eén van de twee auteurs, P. Begheyn, publiceert hierop nu aanvullingen en correcties. De winst is beduidend: twee nieuwe namen met elk een uitgave, eenentwintig onbekende edities van en nieuwe gegevens betreffende bekende drukkers / uitgevers, van negenendertig edities nieuwe exemplaren. [E. C.-I.]
2441. - De boekillustratie ten tijde van de Moretussen. (Eindredactie: Dirk Imhof). - Antwerpen: Museum Plantin-Moretus, 1996.- 208 p.: omslag, portr., ill.; 28 cm. - (Publicaties van het Museum Plantin-Moretus en het Stedelijk Prentenkabinet; 36). - BF 750.
Van 19 oktober 1996 tot 17 januari 1997 was een bijzonder goede en leerrijke tentoonstelling te zien in het MPM, naar aanleiding waarvan dit boek verscheen. Een reeks opstellen gaat de eigenlijke catalogus (73 nummers) met beschrijvingen vooraf. F. de Nave leidt in, schetst een algemeen beeld van de Officina onder de Moretussen en verantwoordt de keuze van het jaar waarin deze 'herdenking' plaatsvindt. In 1596 kwam Jan Moretus alléén aan het hoofd van de drukkerij / uitgeverij te staan; zijn nazaten bleven er tot in de achttiende eeuw. De selectie, hoofdzakelijk uit eigen bezit, werd zo gemaakt dat de meeste kunstenaars die voor de Moretussen hebben gewerkt, met een uitgave vertegenwoordigd zijn. In een aantal gevallen konden er ontwerptekeningen en proefdrukken worden naast gelegd en informatie over b.v. kostprijzen uit het archief verwerkt.
De opstellen zijn misschien niet alle van gelijke kwaliteit maar niettemin lezenswaard en informatief. Francine de Nave belicht 'De Moretussen en de Antwerpse boekgeschiedenis van de 17de en 18de eeuw': van Jan I Moretus tot Maria-Theresia Josephina Borrekens (+ 1797) en die nog later komen. Manfred Sellink snijdt een belangrijk maar eerder nooit diepgaand behandeld onderwerp aan 'Geïllustreerde religieuze uitgaven van de Officina Plantiniana vanaf het einde van de 16de eeuw'. Karen L. Bowen neemt een onderdeel daaruit voor haar rekening en gaat diep in op 'De productie en illustratie van liturgische werken uitgegeven door de Moretussen'; vnl. het fenomeen van dezelfde teksten met houtsneden of met kopergravures verlucht wordt onderzocht evenals de markt waarvoor een en ander bestemd was. Dirk Imhof bespreekt 'Geïllustreerde wetenschappelijke werken uitgegeven door de Moretussen', niet de belangrijkste maar zeker een niet te verwaarlozen categorie boeken. Carl Van de Velde belicht één bepaald aspect: 'Geïllustreerde titelpagina's van door de Moretussen uitgegeven werken'; meer dan eens werden bestaande koperplaten herbruikt. Carl Depauw handelt over 'De realisatie van illustraties in uitgaven van de Moretussen': wie bepaalt de wijze van illustratie en wie kiest de kunstenaar; verder over ontwerpen en honoraria, over inkleuren en retoucheren (verhelpen). Christine van Mulders heeft 'Boekillustrators die voor de Moretussen werkten' onderzocht.
Dit boek levert essentiële bijdragen tot de geschiedenis van de boekproductie gedurende twee eeuwen Moretussen. Meerdere onderzoekswegen zijn uitgetekend; hopelijk zullen jonge onderzoekers hierdoor worden aangezet om het beeld van de boekproductie te Antwerpen in de zeventiende en achttiende eeuw te helpen stofferen. [E. C.-I.]
2442. - Manuel Insolera & Lydia Salviucci Insolera, La spiritualité en images aux Pays-Bas Méridionaux dans les livres imprimés des XVIe et XVIIIe siècles conservés à la Bibliotheca Wittockiana. - Leuven: Peeters, 1996. - vii, 217 p.: ill.; 24 cm. - (Miscellanea Neerlandica, 13). - ISBN 90-6831-842-X. BF 1450.
De schitterende Bibliotheca Wittockiana (Brussel) is veel meer dan een arsenaal van boekbanden. In de zomer van 1996 werd een schat aan geïllustreerde religieuze werken uit de Zuidelijke Nederlanden getoond. De uitvoerige catalogus beschrijft grondig 75 titels: Joannes Molanus'De historia ss. imaginum et picturarum [...] (Leuven 1594) als centraal referentiepunt (p. 45-48) en 74 titels van Jan Pascha (1568) tot Adriaan Poirters (1682). Daartussen bevinden zich nagenoeg alle hoogtepunten uit het genre. De inleidende opstellen trachten tekst en beeld te duiden in hun religieuze en artistieke context. Wegens hun ietwat wollig en soms hermetisch taalgebruik zullen zij wellicht enkel door specialisten kunnen worden gesavoureerd. De boekhistoricus vindt gelukkig wel wat er hoort te staan: goede exemplaarbeschrijvingen (met veel informatie over band en herkomst) en een ruime keuze afbeeldingen. Een boeiende catalogus voor boekenliefhebbers dus, voorbeeldig ontsloten door een namenregister (p. 213-217). [M. d. S.]
2443. - Jan Storm van Leeuwen, Geometrische boekbindersstempels (vervolg) in Vouwbeen, 6, 1995, p. 161-166, ill.
Idem, Boekbindersstempels met wapens in Vouwbeen, 7, 1996, p. 87-92, ill.
Lijnen, bogen en lintenpatronen (cf. Kroniek 21
nr. 2319) met voorbeelden van het type banden voor Jean Grolier over de uitingen van De Nieuwe Kunst tot op vandaag. Over soort, vorm en functie van wapenstempels of -platen op banden: heraldische stempels, stadswapens, familiewapens, prijsbanden. [E. C.-I.]
2444. - Hans-Jürgen Lechtreck, Antike Götter, Heilige und Reformatoren: Geprägte Bilder auf Ledereinbänden des späten 15. und 16. Jahrhunderts in der Stiftsbibliothek Xanten in Jahrbuch Kreis Wesel (Kleve), 1997, p. 39-48, ill.
Wat ik bij een bezoek aan de Stiftsbibliothek in Xanten in de late herfst 1995 onverwacht aan banden te zien kreeg (het doel van mijn bezoek lag in eerste instantie bij incunabelen) heeft zo te zien de conservator aangezet om er wat mee te gaan doen. De bedoeling van dit artikel is dan ook hoofdzakelijk de collectie enige bekendheid te geven. L blijft kort stilstaan bij de vijftiende en de zestiende eeuw, uit de bloeiperiode van het Stift, en geeft enkele voorbeelden van Vlaamse en Duitse blindstempelbanden. [E. C.-I.]
2445. - Gerrie van Dongen, Gebonden in Nijmegen: boekbanden en randversiering van handschriften en oude drukken in Nijmegen in de vijftiende en zestiende eeuw. M.m.v. Paul Begheyn. - Nijmegen: Nijmeegs Museum Commanderie van Sint-Jan, 1996. - 78 p.: omslag, ill.; 25 cm. - (De grafische verzamelingen in het Nijmeegs Museum Commanderie van Sint-Jan; 3). - Fl. 10.
Gerrie van Dongen is inmiddels de deskundige aan het worden wat de vroege boekproductie in Nijmegen aangaat. Ook al is hier vroeger over gepubliceerd, toch is er te weinig aandacht geschonken aan de uiterlijke kenmerken van de boeken. Dit manco wordt nu gaandeweg hersteld. Uitgaande van vroeg Nijmeegs bezit -niet dus van Nijmeegse drukken- ontleedt VD de versiering van handschrift of druk, van binnen en van buiten om aldus inzicht te verwerven in de Nijmeegse scriptoria en binderijen. In de inleiding wordt geregeld naar het catalogusgedeelte verwezen en in dit laatste wordt stelselmatig verwezen naar Bijlage 1.1 van gewaarmerkte boeken. Dit laatste is vanzelfsprekend een substantiële bijdrage en geeft houvast. Het is een bijzonder fraai verzorgd, uitstekend geïllustreerd boekje waarvoor de nodige aandacht zowel naar vorm als naar inhoud is uitgegaan. [E. C.-I.]
2446. - Gerrie van Dongen, Boekbanden en penwerkdecoratie in laatmiddeleeuws Nijmegen: de lelie-leeuwbanden in Jaarboek Numaga, 42, 1995, p. 53-80, ill.
Bandversiering en penwerkdecoratie zijn hier onderzocht op een collectie van ongeveer honderdvijftig boeken uit de late middeleeuwen waarvan met zekerheid is geweten dat de exemplaren uit Nijmeegs bezit stammen. Onderlinge overeenkomsten in stempelmateriaal wijzen dit ook aan. [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2659
2447. - Chris Coppens, Het boek als prijs: voor-beschouwingen en na-gedachten in Ex officina, 9, 1992 [versch. 1996], p. 143-151, ill.
Tekst van de toespraak bij de presentatie van de tentoonstelling 'De prijs is het bewijs' in de Koninklijke Bibliotheek Den Haag, 1992. [E. C.-I.]
2448. - Ilse Schunke, Die Schwenke-Sammlung gotischer Stempel- und Einbanddurchreibungen nach Motiven geordnet und nach Werkstätten bestimmt und beschrieben, II: Werkstätten. Fortgeführt von Konrad von Rabenau. - Berlin: Akademie Verlag, 1996. - XI, 344 p.: ill.; 30 cm. - (Beiträge zur Inkunabelkunde, Dritte Folge; 10). - ISBN 3-05-002625-1. DM 124.- Deel 1 (Beiträge, 7) is te verkrijgen bij de Staatsbibliothek zu Berlin PK, Handschriftenabteilung, Gesamtkatalog der Wiegendrucke, D-10117 Berlin; prijs: DM 60)
In 1979 verscheen het eerste deel met de ondertitel 'Einzelstempel'(Dritte Folge; 7). Alfabetisch geordend (van 'Adler' tot 'Zacken') bestaat het uit reproducties van wrijfsels van stempels en rollen met verwijzing naar een binderij. Over die binderijen, de 'Werkstätten', wordt nu in het tweede deel bericht. De criteria om stempels aan een binderij toe te schrijven zijn, volgens Schunke, de volgende: archiefbronnen, eigendomsmerken, boekbindersaantekeningen, maculatuur en watermerken; gegevens uit de literatuur (Weale-Taylor, Kyriss); de stempels zelf. De toeschrijvingen aan de binderijen zijn genuanceerd geschied: zeker, in de trant van, in de omgeving van, van elders.
Na de dood van Ilse Schunke in het jaar van verschijnen van deel I, heeft de voortzetting lang op zich moeten laten wachten. Dankzij de drijvende kracht en de overtuiging van een man als Von Rabenau is het onvoltooide manuscript tot publicatie bewerkt. Hij heeft zich met de aartsmoeilijke en ondankbare taak van nazicht en voltooiing belast. Holger Nickel, die als 'erfgenaam' (uitgever van de 'Beiträge') dit tweede deel inleidt, is zich terdege bewust van de tekortkomingen, helaas voor een groot deel onherstelbaar aangezien heel wat banden door Schwenke afgewreven, 'Kriegsverlust' zijn en er niets meer te controleren valt. Aan concept en werkwijze van Schunke viel uiteraard ook niet meer te tornen. Het was kiezen of delen. En zo gezien is het alles samengenomen toch verkieslijk de onderneming voltooid te zien. Nu weten wij tenminste aan welke binderijen Schunke bepaalde banden en stempels met de nodige nuances heeft toegeschreven, ook al zullen die toeschrijvingen niet alle definitief blijken te zijn. Alles is immers niet even overtuigend; bij de locaties in de Nederlanden b.v. zal men goed op zijn hoede moeten zijn. Het is begrijpelijk dat de laatste stand van het onderzoek niet verwerkt is en de recente literatuur ook niet opgegeven: wanneer was het einde dan in zicht gekomen? Niettemin blijft dit het zwakke punt en zal de gebruiker dit voortdurend indachtig moeten zijn. Wanneer hij dit goed in mente houdt, en de bevindingen met literatuuronderzoek aanvult, kan hij met vrucht dit wrijfselsysteem gebruiken. [E. C.-I.]
Zie ook nrs.
2798; 2942; 2943
2449. - Ton Croiset van Uchelen, 'Ik zou u willen vragen dit nummer aan Parijs te laten' of Hoe een witte raaf de Amsterdamse UB ontglipte en hoe na tweeëntwintig jaar alsnog een pleister op de wonde kwam in Waardevol oud papier... (cf. 2464), p. 64-70, ill.
Over de verwerving door de UB Amsterdam van een exemplaar van Lucas Lely Fopszoon, Ieughts nut'lijck A.B.C. (Amsterdam: Dirck Pietersz Voscuyl, 1614), een fraai oblong kalligrafieboek, uit de collectie J.H. Moesman. Jaren daarvoor was een ander (te veilen) exemplaar op verzoek van H. de la Fontaine Verwey aan de Fondation Custodia te Parijs gelaten. Zo ging/gaat dat ... [M. d. S.]
2450. - Detlev Hellfaier & Martin Tielke, Frühe Buchkultur Nordwestdeutschlands und der Niederlande in der Landschaftsbibliothek Aurich und der Lippischen Landesbibliothek Detmold. - Aurich: Landschaftsbibliothek ; Detmold: Lippische Landesbibliothek, 1996. - 40 p.: omslag, ill.; 25 cm.
Zeer fraai uitgegeven plaquette n.a.v. de tentoonstelling te Aurich van 19 augustus tot 20 september en van 15 november tot 20 december 1996 te Detmold. De betrekkingen tussen Aurich in Oost-Friesland en Lippe (in het huidige Nordrheinland-Westfalen) gaan terug tot in de 16de eeuw. Van beide bibliotheken wordt eerst een portret opgehangen. Daarna worden eenentwintig drukken beschreven en toegelicht; er zijn er bij uit Utrecht (Rolevinck), Zwolle, Deventer, Antwerpen (Historie Gov. van Bulioen), Emden (S. Franck), Kampen. Eén van de verrassingen is het exemplaar van een van Tycho Brahe's werken op zijn eigen pers te Wandsbek bij Hamburg in 1598 gedrukt: de illustraties zijn zorgvuldig ingekleurd en het exemplaar is door de auteur eigenhandig opgedragen aan Simon VI, graaf van Lippe. [E. C.-I.]
2451. - Jacques Hellemans, Le Collège Jean Jacobs et ses livres anciens in Libri in Collegio: Jean Jacobs e il Collegio dei Fiamminghi in Bologna tra passato e presente. - Bologna: Università degli studi, 1995, p. 41-93, ill.
Wat de precieze bijdrage van de op de omslag vermelde instanties is, blijkt niet meteen: Università di Bologna, Archivio Storico, Universiteit Utrecht, Collegio dei Fiamminghi "Jean Jacobs " in Bologna, Département Culture de la Ville de Bruxelles, Service des Musées. Duidelijk is wel dat het iets met 'Europa' van doen heeft. Jan Jacobs (1574><1580-1650) geboren te Brussel, en sedert de prille zeventiende eeuw in Bologna, heeft bij testament voorzien in de stichting van een college waar jonge 'Belgen' -lees Vlamingen- in de Italiaanse universiteitsstad zouden worden gehuisvest. Opgericht in 1651 bestaat het nog steeds, onderbrekingen in oorlogstijden niet te na gesproken. Van het oude-boekenbezit blijven nog 140 titels (400 banden) over. Hieruit is een selectie van veertig gemaakt die tentoongesteld zijn in september 1995 in het Brusselse stadhuis. De boeken -er zijn slechts een paar Zuidnederlandse drukken bij- zijn beschreven en toegelicht. Het belangrijkste zijn de, misschien wat korte, commentaren bij de eigendomsmerken en andere gebruikssporen: bij de keuze werd rekening gehouden met Brusselse bezitters, soms ook auteur van tekeningen.
De opvallende vormgeving met o.m. olijfbruin als achtergrond voor alle plaatjes is niet precies een bewijs van goede smaak. [E. C.-I.]
2452. - Alie Bijker, Riedel Horatiana. A catalogue of the Horace collection in Groningen University Library. - Nieuwkoop: De Graaf, 1996. - xix, 299 p.: ill.; 25 cm. - (Bibliotheca Bibliographica Neerlandica; 30). - ISBN 90-6004-435-5. Fl. 120.
Wellicht de grootste verzameling edities, vertalingen en studies over de Romeinse dichter Horatius (65 - 8 v.C.) bevindt zich in de Groningse Universiteitsbibliotheek. De kern daarvan wordt gevormd door de collectie aangelegd door Hendrik Riedel (Kollum 1796 - Groningen 1871). In 1831 promoveerde hij op een voor die tijd omvangrijk (453 p.) proefschrift over Horatius' Brief aan Augustus. Als ongehuwd conrector van de Groningse Latijnse School bracht hij een imposante Horatiusverzameling bijeen (6596 nrs. in de veilingcatalogus). Die werd nog voor de geplande veiling gekocht door de familie Van Harinxma thoe Slooten (bij wie hij van 1811 [!] tot 1824 huisleraar was) en aan de Groningse UB geschonken. A. Bijker heeft in de hier besproken catalogus ruim 1100 uitgaven van en commentaren op Horatius beschreven uit de Riedelverzameling samen met de uitgaven tot 1871 die reeds in de UB aanwezig waren of die sindsdien werden verworven. De collectie bevat o.m. 7 incunabelen, 65 verzameledities uit de 16de eeuw, 10 edities van de Ars poetica uit de jaren 1533-1583 en nagenoeg alle mogelijke latere uitgaven, vertalingen en commentaren. Enkele opmerkelijke exemplaren: A 24 (Basel 1545 afkomstig van Regnerus Praedinius) en A 73 (Daniel Heinsius' editie uit 1610 geschonken aan Dominicus Baudius). Door de omvang van de collectie en door de systematische indeling kan deze catalogus bijna als een bibliografie van de Horatiusstudie (tot 1871) worden beschouwd. Een nuttig boek voor de classicus en literairhistoricus, maar ook voor de boekhistoricus wegens de geboden bibliografische informatie die door een aantal registers handig werd ontsloten. Er zijn registers op tekstbezorgers en vertalers (p. 251-259), drukkers (p. 260-283) en plaatsen (van druk of uitgave: p. 284-296), bezitters (p. 297-299) en prijsbanden (p. 299). Deze degelijke catalogus is ook weer keurig uitgegeven in de welbekende blauwe banden. Een aanwinst! [M. d. S.]
2453. - Chris Coppens (red.), Van Croesus tot Keizer Karel. Preciosa tot circa 1550. Een selectie uit de aanwinsten 1971-1996. - Leuven: Centrale Bibliotheek K.U.Leuven, 1996. - viii, 147 p.: ill.; 30 cm. Fr. 350
Vijfentwintig jaar na de onafwendbare splitsing staat de Leuvense Universiteitsbibliotheek weer op niveau. Met een eenvoudig, maar verzorgd, uitgevoerde catalogus biedt de Centrale Bibliotheek een blik op de nieuw verworven oudere preciosa (tot 1550). De 67 gekozen nummers beschrijven een bij velen nog steeds onbekende rijkdom, verworven door systematische aankopen (van "Lovaniensia ": de "academische collectie ") en prachtige schenkingen. Na tien nummers munten en elf handschriften, volgen 15 incunabelen (gedrukt te Leuven, Brussel, Utrecht, Keulen, Gouda, Spiers, Augsburg, Deventer, Neurenberg), een Oosterse blokdruk, een reeks belangrijke zestiende-eeuwse medische, juridische, humanistische en theologische drukken, en enkele portretten. Uitvoerige registers op drukkers etc., herkomsten, auteurs én op alle namen samen, ontsluiten deze schatkamer zoals het hoort. [M. d. S.]
2454. - Bladeren in andermans hoofd. Over lezers en leescultuur. Onder redactie van Theo Bijvoet, Paul Koopman, Lisa Kuitert & Garrelt Verhoeven. - Nijmegen: SUN, 1996. - 365 p.: ill.; 24 cm. (Memoria. Cultuur- en mentaliteitshistorische studies over de Nederlanden). - ISBN 90-6168-443-9. Fl. 49, 50.
In het najaar van 1994 hield de Nederlandse Boekhistorische Vereniging haar eerste congres. Het duurde drie dagen en werd druk bijgewoond. Het centrale thema was het historische lezersonderzoek, dat mooi omschreven werd als `Bladeren in andermans hoofd'. Boekhistorici uit Nederland, Frankrijk, Engeland, Duitsland en de Verenigde Staten hielden er een lezing. Het congres werd afgesloten met een paneldiscussie waarin de modaliteiten van een nationale geschiedenis van het boek werden besproken. Aanleiding daartoe waren de ambitieuze maar inmiddels alweer begraven plannen om in Vlaanderen en Nederland gezamenlijk te werken aan een `Geschiedenis van het gedrukte boek in de Nederlanden'.
De meeste lezingen zijn terug te vinden in dit boek, dat gezien de uitvoering en de reeks waarin het verschijnt, duidelijk op een breder publiek mikt en inderdaad in verschillende boekenbijlagen aandacht kreeg. Ik zal me hier beperken tot een korte bespreking van de bijdragen die het boek in de Lage Landen betreffen. Zoals men zal zien, bestrijkt de bundel vijf eeuwen leescultuur in Nederland (en daarbuiten).
Aan de bundel gaat een inleidend essay van Han Brouwer vooraf. Hij schetst er de ontstaansgeschiedenis van de cultuur- en boekgeschiedenis nieuwe stijl, behandelt de vraag of leesgedrag wel onderzocht kàn worden, en doorspekt alles met opmerkingen over de leeservaringen van Vincent van Gogh, op basis van diens briefwisseling met zijn broer Theo.
De artikelen die volgen zijn niet eensluidend over de mogelijkheid om de historische lezer te doorgronden. Herman Pleij lijkt niet teveel met methodologische vragen te worstelen. Hij bestudeerde de eerste periode van de gedrukte literatuur in de volkstaal. De drukkers beoogden toen nog geen specifiek publiek, legden geen enkele receptiewijze op (hardop voorlezen of in stilte teruggetrokken bladeren). Gedrukte literatuur in de volkstaal was het experimenteerveld bij uitstek, en dat was de échte, fundamentele verandering ten opzichte van het handgeschreven boek. Margaret Spufford brengt dan weer verslag uit van haar onderzoek naar het (Engelse) publiek voor goedkoop drukwerk, en legt enkele lijnen uit voor gelijkaardig onderzoek in de Nederlanden. Ook de toon van Louis Peter Grijp is optimistisch. Hij ging op zoek naar de gebruikers van de talrijke liedboekjes die in de zeventiende eeuw in de Republiek gepubliceerd werden. Daarbij trachtte hij zich een beeld te vormen van de maatschappelijke positie, het geslacht, de leeftijd, de woonplaats, tot zelfs de politieke of religieuze overtuiging van de kopers van dergelijke publicaties. Bij die gelegenheid maakte hij onder meer gebruik van boekencatalogi, waarin titels van liedboekjes opdoken die tot dan toe onbekend waren. Dick van Lente, bekend van zijn duidelijke en boeiende teksten over de geschiedenis van de grafische technieken in de negentiende eeuw, spitst zich hier toe op de sterke verwevenheid tussen de technische en de culturele ontwikkelingen in de communicatierevolutie van de negentiende eeuw.
Iets minder optimistisch is Marjan Lichtelijn. Zij bracht uitgaven bij intekening in kaart om een zicht te krijgen op het publiek van dergelijke grotere uitgeversondernemingen. De toon is hier voorzichtiger: `Naamlijstenonderzoek kan onder bepaalde condities licht werpen - mogelijk soms wat diffuus - op de sociale stratificatie van de intekenaren.' Ook Paul Hoftijzer, die in vogelvlucht een status quaestionis brengt van het Nederlandse leesonderzoek voor de periode 1700-1850, typeert dat onderzoek door te wijzen op `een zekere nuchterheid, ja zelfs terughoudendheid ten aanzien van de uitkomsten ervan.' In dit opzicht gaat Marika Keblusek het verst. Zij analyseerde het dagboek van de Haagse schoolmeester David Beck (zeventiende eeuw), die daarin nauwgezet het wat, waar en wanneer van zijn lectuur registreerde. Maar vrijwel nooit noteerde Beck hoe hij las of hoe hij over zijn lectuur dacht. Deze ontgoochelende resultaten bracht Keblusek ertoe de innerlijke leescultuur (het hoe en waarom van het lezen) te onderscheiden van de uiterlijke (wat, waar en wanneer). Een reconstructie van het eerste verschijnsel is nauwelijks mogelijk, het onderzoek naar de historische lezer houdt op bij de min of meer feitelijke constateringen van het wat, waar en wanneer. Dat een welbegrepen geschiedenis van de `boekcultuur' daarom niet minder interessant of relevant zou zijn, illustreert zij perfect in deze - wat mij betreft mooiste en best geschreven - bijdrage, waarin zij eveneens aandacht vraagt voor de wisselwerking tussen een stad en haar boekcultuur.
Wat blijft is een inzake problematiek, methodologie en vaststellingen zeer heterogene bundel die meer vragen oproept dan oplost en daardoor - zoals Joost Kloek in zijn nabeschouwing terecht opmerkt - getuigt van de dynamiek van het vakgebied. [P.D.]
Zie ook nr.
2716
2455. - Alice Renier, La bible imprimée dans les collections de l'Université de Mons-Hainaut, xve - xxe siècles. Introduction historique et thématique par Marie-Thérèse Isaac. - Mons: Université de Mons-Hainaut, 1995. - xviii, 268 p.: ill.; 24 cm. - (Editions universitaires de Mons. Répertoires; 3). - ISBN 2-87325-005-4. BF 750.
De rijke bibliotheek van Bergen (Mons) bevat vele oude drukken uit Henegouwse religieuze, openbare en privébibliotheken, waaronder uiteraard een groot aantal bijbeldrukken. Die zijn nu uitvoerig en vakkundig beschreven, 364 in totaal, van ca. 1453 (een Gutenbergbijbel !) tot 1992-93, van polyglot tot gedeeltelijke vertalingen. De edities zijn systematisch geordend en beschreven (uiterlijke kenmerken, teksten, exemplaargegevens). Uitvoerige registers ontsluiten het geheel (op o.m. plaatsen en namen van drukkers / uitgevers, tekstbezorgers en vertalers, chronologie, talen, herkomsten). Een handig referentiewerk voor wie met oude bijbels te maken heeft. En alweer een bouwsteen voor de bibliotheekgeschiedenis van de Zuidelijke Nederlanden. [M.d.S. ]
2456. - Els F.M. Peters, Geschiedenis van de Nijmeegse stadsbibliotheek (ca. 1578 - heden) in Jaarboek Numaga, 42, 1995, p. 81-124, ill.
Doorgaans zijn het oude klooster- of kerkelijke bibliotheken die de kern vormen van de nieuwe stadsbibliotheken die in de loop van de zestiende en zeventiende eeuw worden opgericht. In Nijmegen is het anders verlopen want de stadsbibliotheek bestond er al van vóór de Reductie in 1591. P geeft hier een uitstekend historisch overzicht van de lotgevallen van de Nijmeegse stadsbibliotheek: haar huisvesting en inrichting, bibliothecarissen en collectievorming. Een onverdeeld succes is het in geen enkel opzicht geworden en het is nog te verwonderen dat ze pas in deze eeuw feitelijk werd opgeheven, toen de collectie aan de inmiddels opgerichte universiteitsbibliotheek is overgedragen. [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2612
2457. - Marco de Niet, Grenzeloze cultuur. Nederlandstalige publikaties in historische Oostduitse bibliotheken in De Boekenwereld, 13, 1996-1997, p. 68-75, ill.
Verslag van een STCN-prospectiereis in de voormalige DDR. In drie rijke oude collecties (Bibliothek der Franckeschen Stiftungen te Halle, Forschungs- und Landesbibliothek te Gotha, en Staatsbibliothek Preussischer Kulturbesitz te (Oost-)Berlijn) werd gezocht naar Nederlandstalig drukwerk. Een kwart van de daar gevonden edities blijkt niet in Nederland aanwezig te zijn. M.n. Halle is bijzonder rijk (vooral aan religie en "politiek "). In Halle (27) en Gotha (19) zijn opmerkelijk veel edities van David Joris bewaard. [M. d. S.]
2458. - J.J.M. Meyers, Erasmiana in de Laurenslibrije van Rotterdam in De Laurens in het midden. Uit de geschiedenis van de Grote kerk van Rotterdam. Red. F.A. van Lieburg ... [et al.]. - Rotterdam: Stichting Grote of Sint-Laurenskerk, 1996, p. 645-651. - (Historische Publikaties Roterodamum; 109). - ISBN 90-73348-57-9.
De oude kern van de historische collectie van de Gemeentebibliotheek Rotterdam bestaat uit de Laurentiana: de boeken die vanaf 1604 in de hoofdkerk (St. Laurens) werden bewaard. In 1814 waren dat 331 titels. Acht daarvan zijn Erasmiana (meest edities van kerkvaders). Van die exemplaren krijgt de lezer een korte beschrijving, met nadruk op de band (kettingbanden !) en de herkomstgegevens. [M. d. S.]
2459. - SOCIETE ROYALE DES BIBLIOPHILES ET ICONOPHILES DE BELGIQUE, Le livre au féminin. Exposition à la Bibliothèque royale de Belgique du 13 décembre 1996 au 11 janvier 1997. - Bruxelles, 1996. - 115 p.: ill.; 27 cm.
Vierjaarlijkse tentoonstelling van dit bibliofielengenootschap, ditmaal gewijd aan het thema de vrouw en het boek: de vrouw als auteur, illustrator, drukker, uitgever, binder, verzamelaar en wat al nog. De keuze is bepaald door het bezit van de leden die ook zelf voor de titelbeschrijving en de toelichting hebben ingestaan. [E. C.-I.]
2460. - Adam Skura, Catalogus van in Nederland gedrukte boeken in de Universiteitsbibliotheek van Wroclaw. I. Nederlandstalige boeken tot 1700. II. Nederlandstalig toneel tot 1800. Bewerkt door Annemiek van der Eijk en Roeland Mulder. - Leiden / Den Haag: [Vakgroep Nederlands RU Leiden / Koninklijke Bibliotheek], 1996. - xiii, 119 p.: ill.; 30 cm.
De aanwezigheid van veel boeken uit de Nederlanden in Silezische bibliotheken is bij vakgenoten stilaan bekend. Het zijn echter vooral neerlandici die er werk van hebben gemaakt. K. Porteman (Leuven) ontdekte in de Universiteitsbibliotheek van Wroclaw (Breslau) - waar alle historische collecties uit Silezië werden gecentraliseerd - een onbekende Jan van der Noot (Kroniek 16
nr. 1580). K. Bostoen (Leiden) verkende de reeks oude veilingscatalogi (Kroniek 21 nr. 2332). Zijn vondsten waren zo belangwekkend dat hij erin slaagde een samenwerkingsverband uit te bouwen tussen Wroclaw en Leiden / Den Haag. In overleg met de redactie van de STCN werd besloten de Nederlandstalige titels in Wroclaw te beschrijven. Dat kon omdat een oud-medewerker van de Universiteitsbibliotheek aldaar, Adam Skura, jarenlang had gewerkt aan een fichier met die titels. Hij had de werken bovendien de visu beschreven en alle (ook institutionele) herkomsten geregistreerd. Zijn materiaal is nu volgens de STCN-regels bewerkt. Van de 770 titels werden, binnen het korte tijdsbestek van het project, 425 Nederlandstalige titels tot 1700 en 140 toneelstukken tot 1800 beschreven. Naast de grote meerderheid reeds in de STCN aanwezige titels zijn er flink wat zeldzaamheden en zelfs unica ontdekt (bv. een Floris en Blanchefleur, Groningen 1646 en een piraateditie van J.J. Starter, Lust-hoofken, Utrecht 1621). Beide deelcatalogi zijn verder ontsloten door registers op drukkers / uitgevers en herkomsten. Een degelijke en nuttige bouwsteen voor de STCN en de Nederlandse en Silezische boekgeschiedenis. [M. d. S.]
2461. - Laurens van Krevelen, De strijd om de prijs in Van pen tot laser... (cf. nr. 2427), p. 198-203.
Beknopt overzicht van de geschiedenis van de "vaste " boekenprijs. [M. d. S.]
2462. - J.A.Gruys, Rijklof Michael van Goens. Het mysterie van de 24.200 verdwenen catalogi in Van pen tot laser... (cf. nr. 2427), p. 150-156.
Een mooi opgebouwd en vermakelijk stuk rond een wezenlijke vraag: hoeveel boekveilingcatalogi zijn er in Nederland gedrukt tot 1800? De auteur vertrekt van zijn ervaring als begeleider van het project voor de registratie op microfiche van alle gelocaliseerde Nederlandse boekhandelscatalogi. De cijfers van de bewaarde catalogi vergelijkt hij dan met externe gegevens, om te bepalen welk percentage van alle ooit gedrukte catalogi vandaag nog bewaard en gelocaliseerd is. Hij plaatst dit getal op 12%. Bij het schrijven van dit artikel bestond de database van de Nederlandse boekveilingcatalogi uit 3300 titels; niet zonder ironie leidt Gruys daaruit af dat er dus nog (27.500 - 3300 =) 24.200 veilingcatalogi zoek zijn. [P.D.]
2463. - C. Coppens, A census of printers' and booksellers' catalogues up to 1600 in The papers of the Bibliographical Society of America, 89, 1995, p. 447-455.
Bundeling van de referaten op de conferentie door de BSA in Yale University, in 1995 georganiseerd. Het thema luidde 'Book catalogues, today and tomorrow: reports and presentations'. C stelt hier zijn census voor waaraan al jaren gewerkt wordt. Uitgegaan wordt van 'The distribution of books by catalogue' uit 1965 van G. Pollard en J. Ehrman. De eerste bewerkte verzameling was die van Henry Omont, nu over de twee Leuvense universiteitsbibliotheken verdeeld. Duidelijkheidshalve wordt opgesomd wat wel en wat niet in aanmerking komt, worden methodologische problemen aangehaald en enkele beschrijvingsmodellen gegeven. [E. C.-I.]
2464. - Waardevol oud papier. Feestbundel bij het tienjarig bestaan van Bubb Kuyper Veilingen Boeken en Grafiek 1986-1996. Eindredactie Nop Maas. - Haarlem: Bubb Kuyper, 1996. - 339 p. : ill.; 25 cm- ISBN 90-9009910-7. Fl. 60.
Het tienjarig bestaan van het Haarlemse veilinghuis van Bubb Kuyper heeft een voortreffelijke feestbundel opgeleverd. Naast onmisbare gegevens over de gevierde staan er talloze prettig leesbare stukjes in, die elke boekenliefhebber kunnen bekoren. Artikels die voor deze kroniek relevant zijn worden in de desbetreffende rubriek besproken. Andere zijn hier kort vermeld: zij handelen over o.m. marginaal drukwerk (p. 203-208 Wim van Luyken 'Hans Rombouts van de Augustijn Pers'; p. 288-294 Jan Tholenaar 'Vieux papiers: steen contra steen'), handschriften en familiepapieren (p. 295-307 Kees Thomassen 'Where have all the flowers gone? De veiling van alba amicorum uit de collecties Van Rappard-Lütge bij Frederik Muller op 16 en 17 juni 1910'; p. 254-260 C. van Steijnen 'Het album amicorum van W. van Eeghen (1827-1892)'; p. 43-44 P.J. Buijnsters 'Op jacht naar de Van Alphen-papieren'), kinderboeken (p. 30-35 Frits Booy 'Mietje met het mes' [over Stoute kinderen voor zoete kinderen ca. 1860]), literatuur (p. 60-63 R. Cordes 'Wil je voordeel? Leest met oordeel' [over Jan Soet]), prenten en tekeningen (p. 45-48 Leontine Buijnsters-Smets & P.J. Buijnsters 'Theodoor van Thulden en zijn Werken van Ulysses, of De dwaaltochten van een boekhistoricus'; p. 106-115 T.C. Greven m.m.v. J.F. Heijbroek 'Een verscholen bundeltje prenten' [over afbeeldingen op sierpapier]), veilingen en verzamelen (p. 233-234 Hans Rombouts over Gutenbergbijbels. De varieteit staat borg voor aangename leesuren. Het boek ligt goed in de hand, als is het gebruikte papier te blinkend bij lamplicht. Een register (handig over drie kolommen) ontsluit het verrassend rijke aanbod. Ad multos annos ... ac libros ! [M. d. S.]
Zie ook nrs.
2449; 2503; 2532; 2536; 2556; 2562; 2599; 2604; 2605; 2606; 2610; 2621; 2632; 2637
2465. - Marja Keyser, De boekhandel op de planken. Boekhandelaars aan het toneel in Van pen tot laser... (cf. nr. 2427), p. 117-183.
Voorstelling van enkele Nederlandse boekhandelaars uit de negentiende eeuw die een actieve belangstelling voor het toneel toonden, en van acteurs uit de periode 1640-1840 die - vaak ook om redenen van sociale status - de boekhandel bedreven. [P.D.]
2466. - Han Brouwer, Lezen en schrijven in de provincie. De boeken van Zwolse boekverkopers 1777-1849. - Leiden: Primavera Pers, 1995. - 360 p.: ill., tab.; 25 cm. - ISBN 90-74310-20-6. Fl. 59, 90.
Tenminste twee redenen waren er om uit te kijken naar dit boek, de zeer verzorgde handelseditie van het proefschrift van Brouwer aan de Universiteit Utrecht. In de eerste plaats had de auteur al een aantal verrassende vaststellingen `verklapt' in enkele vroegere artikelen. Bovendien was hij in het verleden niet bepaald zuinig geweest met kritiek op andermans werk, zodat een zekere nieuwsgierigheid naar zijn eigen kunnen gerechtvaardigd was. Laat ik alvast vertellen dat de zeer kritische benadering van de boekhistorische literatuur in Nederland en daarbuiten ook in dit boek een rode draad vormt, zij het meestal verdoken in de voetnoten.
Brouwer is - zoals zovele boekhistorici - gefascineerd door de welbekende stelling van de lezersrevolutie in de tweede helft van de achttiende eeuw. Verschillende aspecten van die vermeende revolutie tracht hij in het vizier te krijgen met behulp van de `boeken' (d.i. de boekhouding) van drie Zwolse boekverkopers: Martinus Tijl (voor de jaren 1777-87), W.E.J. Tjeenk Willink (1847-49) en J.M.W. Waanders (1848-49). Centraal staan twee vragen: (1) vond in de loop van de jaren 1777-1849 een uitbreiding plaats van het lezende publiek? en (2) klopt de hypothese dat de sociale middengroepen geleidelijk meer interesse kregen voor het algemene boek (populair-wetenschappelijke werken, romans, tijdschriften)? Daartoe zijn de gegevens uit de klantenboeken via twee sporen bewerkt: door biografisch onderzoek zijn de klanten geïdentificeerd en ingedeeld in sociale groepen, en met behulp van het gangbare bibliografische apparaat zijn ook de verkochte titels geïdentificeerd en ondergebracht in een rooster.
Deze kroniek is niet de plaats om het werk van Brouwer aan detailkritiek te onderwerpen. Als geheel is dit boek een monument van methodologische bezinning, historische eruditie (de bibliografie met ca. 450 titels uit binnen- en buitenland is indrukwekkend) en wetenschappelijke onbevangenheid. Dit laatste wordt duidelijk wanneer men de in de inleiding gestelde hypothesen plaatst naast de behoorlijk afwijkende conclusies. Enkele van die verrassende vaststellingen wil ik hier kort opsommen. Het regelmatig lectuur kopende en lezende publiek was niet zeer omvangrijk, maar reikte tot diep in de sociale piramide. Ook nieuwe genres, zoals algemene tijdschriften en vaderlandse geschiedenis, vonden een snelle verspreiding onder alle rangen en standen. Zelfs in absolute getallen gaven de kleine ambachtsman en de vermogende patriciër - voor zover ze boeken kochten - even hoge bedragen uit. "De meest verrassende uitkomst is dan ook dat lectuuraanschaf niets van doen blijkt te hebben met sociale positie en evenmin veel met inkomen en vermogen. (...) De sociale stratificatie blijkt, kortom, een ontoereikende matrix voor de analyse van culturele verhoudingen " (p. 292).
Het boek mondt uit in de vaststelling dat er twee lezersrevoluties hebben plaatsgevonden. Aan de ene kant de overgang van een maatschappij waarin lezen het voorrecht van enkelen was, naar een maatschappij waarin iedereen leest: een overgang die een periode van eeuwen omvat en daardoor - Brouwer vergeet het te vermelden - bezwaarlijk een revolutie kan worden genoemd. Aan de andere kant een stroomversnelling, te situeren in de achttiende en negentiende eeuw, waardoor moderne burgers gedwongen werden lezen en schrijven tot hun basisgereedschap te maken in een op kennis en scholing gebaseerde maatschappij. [P.D.]
2467. - A is een aapje. Opstellen over abc-boeken van de vijftiende eeuw tot heden. Redactie Jaap ter Linden, Anne de Vries en Dick Welsink. Beeldredactie Charlotte de Cloet. - Amsterdam: Em. Querido's Uitgeverij, 1995. - 157 p.: ill.; 24 cm. - ISBN 90-214-5004-6. Fl. 35.
In de winter 1995-96 werden op verschillende plaatsen in Nederland tentoonstellingen over Nederlandse abc-boeken gehouden. Daarbij verscheen dit zeer aantrekkelijke boekje, waarin de evolutie van het genre wordt toegelicht door zeven auteurs. Het verhaal begint met een abecedarium uit 1470, en eindigt bij de interpretatie die twintigste-eeuwse schrijvers en tekenaars aan de lange traditie meegaven. Voor deze kroniek zijn vooral het vermelden waard: Arie van den Berg met een historisch overzicht van de abc-prent in de Nederlanden van 1700 tot 1900; P.J. Buijnsters en John Landwehr, die dieper ingaan op de abc-boeken van de achttiende, resp. de negentiende eeuw; en Bregje Boonstra, die de twintigste-eeuwse veranderingen inzake vormgeving, illustraties, inhoud, taal en toon belicht. Het boekje dankt zijn charme natuurlijk vooral aan zijn onderwerp, maar ook aan de talrijke en verzorgde illustraties. [P.D.]
2468. - Alfons K.L. Thijs, Over bedevaarten in Vlaanderen: van stichtelijke propaganda naar wetenschappelijke interesse in Volkskunde, 97, 1996, p. 272-349, ill.
Naar de eigen woorden van de auteur een eerste verkening op het uitgestrekte gebied van de historiografie van de bedevaartstudie. Het oudste gedrukte getuigenis dateert van 1483-1484, een heiligdomsbrief voor Onze-Lieve-Vrouw te Waver. Pas na 1600 zijn er veel publicaties vnl. over bedevaartplaatsen. Opkomst eerst van de Hervorming, daarna van de Contrareformatie beïnvloedden natuurlijk sterk de productie, evenzeer als de kritiek van protestantse zijde op de soms al te fantastische verhalen de katholieke wereld deed nadenken. Dit mondde uit in wetenschappelijke benaderingen van het fenomeen: J. Lipsius en Ph. Numan, later H. Rosweyde (Acta sanctorum). Naast deze soort uitgaven verschenen er de meer populaire boekjes, voor de bedevaarders en de leden van broederschappen bestemd, heiligenlevens, toneelstukken en liederen. Gaandeweg kregen zij meer en meer belangstelling van de volkskundigen die in alle objectiviteit, d.w.z. los van het 'irrationele' geloof maar tegelijk wars van elke 'rationele' houding van atheïsten het fenomeen bestudeerden. De katholieke herleving in de negentiende eeuw bracht een onoverzichtelijke vloed publicaties teweeg; volksgebruiken werden ook meer en meer onderzocht. De echte wetenschappelijke doorbraak kwam er in de twintigste eeuw met een Max Elskamp, Emile Van Heurck, Maurits Van Coppenolle, Renaat Van der Linden, Maurits De Meyer en Jozef Van Haver en -dit voegt de recensent er aan toe- Alfons Thijs. Een bijzonder lezenswaardige bijdrage, rijkelijk geïllustreerd met titel- of andere pagina's van de besproken literatuur. [E. C.-I.]
2469. -'Iournael ofte Gedenckwaerdige beschrijvinghe vande Oost-Indische reyse van Willem Ysbrantsz. Bontekoe van Hoorn'. Descriptieve bibliografie 1646-1996. Onder redactie van Garrelt Verhoeven & Piet Verkruysse. Met bijdragen van B.P.M. Dongelmans [e.a.]. Met een voorwoord van E.K. Grootes. With an introduction in English. - Zutphen: Walburg Pers, 1996. - 304 p.: omslag, ill.; 25 cm. - (Bijdragen tot de geschiedenis van de Nederlandse boekhandel. N.r.; 1). - ISBN 90-6011-947-9. Fl. 99.
Voorbeeldig uitgewerkte en aantrekkelijk gepresenteerde subjectieve (beschrijving van de bronnen waarin het Journaal van Bontekoe is overgeleverd) persoonsBibliografie:dat is het minste wat men van dit boek kan zeggen.
Voor hen die zich de jeugdverhalen niet meer herinneren, of niet hebben gekend, weze gezegd dat het dagboek van schipper Bontekoe's wederwaardigheden, voornamelijk zijn spectaculaire schipbreuk op weg naar Oost-Indië, een echte bestseller is geweest en wel vanaf de eerste editie in 1646 tot ver in de twintigste eeuw. Dit houdt in dat het populaire werk vaak is verschenen als herdruk, roofdruk, vertaling (vanaf 1648, in het Duits en het Frans), bewerking (vanaf 1651, in het Nederlands, Deens, Duits, Engels en Pools) van het origineel en van de vertaling, en dat het portret van de held en de illustraties in verschillende copieën zijn overgeleverd. Aan de eigenlijke bibliografie gaat de geschiedenis van de publicatie vooraf. Bij dit soort werk, blijkt dat het alleen maar de drukken zelf zijn -voor zover ze zijn overgeleverd- die ons iets kunnen leren over de productie en de verspreiding ervan, bij voorbeeld de typografische vormgeving die aangepast wordt aan de smaak van het publiek. Aanvullend zijn secundaire bronnen (uit de literatuur) aangewend. Het hier geboden resultaat beantwoordt aan het gestelde doel, nl. de uitgaven onderscheiden, dateren en lokaliseren, typografische kenmerken vaststellen en bepalen van de relaties tussen de drukken onderling. Het ziet er naar uit dat Willem IJsbrantsz Bontekoe (1587- ) van Hoorn door uitgever / boekverkoper Jan Jansz Deutel onder de arm is genomen om zijn journaal te publiceren, journaal dat Bontekoe misschien niet manu propria heeft geschreven maar gedicteerd. Vanaf 1648 en 1649 zijn resp. te Amsterdam en te Utrecht twee 'takken' te onderscheiden op grond van de gebruikte illustraties.
De bibliografie valt in twee delen uiteen: de zeventiende en achttiende eeuw, de negentiende en twintigste eeuw; (vooral voor de eerste periode zijn relatief weinig exemplaren bewaard van dit gebruiksboek). Zij is chronologisch geordend en heeft als 'nummer' het jaartal en een volgnummer. Vooraf gaan twee handige overzichten waarnaar vanuit de bibliografie kan verwezen worden: een chronologisch / typografische tabel van de primaire (basistekst in het Nederlands) drukken, waarin een aantal typografische kenmerken is opgegeven; een overzicht van de illustraties, gevolgd door de afbeeldingen van de plaatjes. Bij de beschrijving van de drukken is het titelblad gereproduceerd èn beschreven (wat de lectuur van de compacte lange titel in gereduceerde reproductie bevordert), de colofon getranscribeerd, collatie, vingerafdruk en illustraties opgegeven, de inhoud geanalyseerd, de exemplaren en de literatuur opgegeven.
Het boek, afgerond met een hoofdstuk 'Archivalia', lijst van geraadpleegde werken en een index, is zeer smaakvol vormgegeven. Het eerste deel is over één kolom gezet met in de brede rechterrand de verklaringen bij de illustraties, soms ook een kleine afbeelding; waren de noten te talrijk om daar eveneens onderdak te krijgen? Dat is erg jammer want het is bestendig over en weer geblader om de eindnoten van het betreffende hoofdstuk te vinden. De bibliografie met de afbeelding van het titelblad is over twee kolommen gezet, waarbij een nieuw nummer steeds op een nieuwe kolom wordt ingezet. Voor het binnenwerk tekent Pieter Boddaert en mede-auteur Garrelt Verhoeven, voor de zwartblauw linnen band met goudopdruk en blinddruk Rob Buschman bNO, Gees. Het papier is uitstekend, de afbeeldingen zijn goed, maar de druk kon iets meer contrasterend zijn. Dat deze voortreffelijke publicatie in deze vorm het licht kon zien, is ongetwijfeld te danken aan de acht (!) subsidieverleners. Hoe dan ook, de Walburg Pers heeft weer eens bewezen dat mooie boeken maken vandaag toch nog altijd kan. [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2542
2470. - Loek Geeraedts, 500 jaar Narrenschiff van Sebastian Brant : enkele opmerkingen bij een uitgave van de Nederlandse traditie in Lingua Theodisca: Beiträge zur Sprach- und Literaturwissenschaft Jan Goossens zum 65. Geburtstag. Hrsg. José Cajot, Ludger Kremer und Hermann Niebaum, Münster; Hamburg : LIT, 1995, p. 943-957, ill. - (Niederlande-Studien; 16).
Het Narrenschiff (Basel 1494) van de Duitse humanist Sebastian Brant (1457-1521) heeft ook op Nederlandse wateren gevaren. De oorspronkelijke Duitse tekst kende vooral via de Latijnse bewerkingen van Jakob Locher (1474-1528) en Jodocus Badius Ascensius (1462-1535) succes in West-Europa. Badius schreef ook een eigen Latijnse navolging. Zesmaal werd een Nederlandse tekst gepubliceerd: in Parijs (! - in 1500: NK2555), Antwerpen (1504: NK2556, 1548: BT 389, 1584: BT 388), Leiden (1610) en Amsterdam (1635). G. toont aan dat de Nederlandse versie grotendeels teruggaat op Locher, met enkele ontleningen aan Badius en de Duitse tekst. Een enkele boekennarrige opmerking: (Londen) BM is al jàren BL (British Library), en de collectie-Rosenwald is al decennia in de Library of Congress (Washington D.C.). [M. d. S.]
Zie ook nrs.
2499; 2501
2471. - F. Postma & J. van Sluis, Auditorium Academiae Franekerensis. Bibliographie der Reden, Disputationen und Gelegenheitsdruckwerke der Universität und des Athenäeums in Franeker 1585-1843. - Leeuwarden: Fryske Akademy, 1995. - xlviii, 706 p.: ill.; 30 cm. - (Fryske Akademy; 760). (Minsken en boeken; 23). - ISBN 90-6171-760-4. Fl. 125.
Hoewel Friesland geroemd werd om zijn grote geleerden (zie echter ook het recente onderzoek van S. Zijlstra, Het geleerde Friesland - een mythe ? Universiteit en maatschappij in Friesland en Stad en Lande [= Groningen] ca. 1380-1650, Ljouwert [Leeuwarden] 1996) kreeg het pas in 1585 een (protestantse) universiteit. Deze Academia Franekerensis bleef bestaan tot 1811; een Athenaeum zette hoger onderwijs voort tot 1843. Mede op basis van materiaal verzameld door S. van der Woude en J.J. Kalma, hebben F. Postma en J. van Sluis een imposante bibliografie samengesteld van het Franeker academisch drukwerk: redevoeringen, disputaties (theses) en gelegenheidsgeschriften (van/op professoren, studenten etc.). Al is het overgrote deel daarvan ter plekke gedrukt, dit is toch geen bibliografie van uitsluitend Franeker drukken: ook Leiden, Utrecht, Leeuwarden komen aan bod. Wat jammer toch dat er geen drukkersregister is toegevoegd ! Die lacune belet gelukkig niet dat er voor de boekhistoricus zeer veel te rapen valt (bv. veiling- en fondscatalogi, drukwerk in het Grieks, Hebreeuws, Hongaars, Pools en Zweeds, een bibliotheekreglement uit 1799 - afgebeeld p. viii). De vier faculteiten (theologie, recht, geneeskunde en "artes ") staan ook borg voor een grote waaier van onderwerpen (bv. botanica, erfrecht, bijbelkritiek).
Na een inleiding (in het Duits en het Fries), een literatuurlijst, en een docentenlijst (ook los bijgevoegd - erg handig), volgt de bibliografie chronologisch per docent (p. 1-427): redes en disputationes exercitii gratia [n.b. niet de eigen publicaties !]; dan, eveneens chronologisch, de disputationes pro gradu (p. 429-508) en de Miscellanea (p. 509-594): lofdichten, bibliotheekcatalogi etc. Er zijn drie registers : een concordantie met het Album studiosorum, een algemeen namenregister, en een op de talen van de gelegenheidsgedichten (exclusief Latijn, Grieks en Nederlands). De beschrijvingen zijn dus inhoudelijk gericht: op personen (wel lofdichten, geen opdrachten), talen, genres. Er is geen collatieformule, wel wordt de paginering vermeld. Vanwege het Latijn zijn er uiteraard vele, soms unieke, exemplaren buiten het huidige Nederland. Voor Franeker drukken biedt deze genrebibliografie dus ook een belangrijke aanvulling op de STCN, ook al omdat de Friese bibliotheekcollecties daarin nog niet aan bod kwamen en omdat hier ook plano's worden beschreven. Een goudmijn dus voor de Neolatijnse literatuur in de Noordelijke Nederlanden, voor de universiteits- en cultuurgeschiedenis, en voor de boekgeschiedenis. [M. d. S.]
2472. - John Landwehr, Het Nederlandse kookboek 1510-1945: een bibliografisch overzicht. - 't Goy-Houten: HES, 1995. - 230 p.: ill.; 25 cm. - ISBN 90-6194-208-X geb. Fl. 95.
Fraai ogend boek, in goudgestempeld groenzwart linnen gebonden. Het biedt een overzicht van Nederlandse kookboeken -in welke taal ook- uitgegeven in de Zuidelijke Nederlanden tot de afscheiding in 1830, in Nederlands Oost-Indië tot de Japanse inval in 1942 en in Nederland tot het jaar van de bevrijding in 1945. Aanleiding vormde de tentoonstelling die in 1991 in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag aan 'Kookboeken door de eeuwen heen' was gewijd; de begeleidende titellijst heeft uiteraard geen echte verspreiding gekend -wat misschien wel de bedoeling was, aangezien de opzet van toen nu geen grenzen hoefde te kennen. In een eerste -grootste- rubriek zijn de kookboeken chronologisch geordend: telkens ongeveer 80 nummers voor de periode 1600-1850 en 1850-1900, 300 voor 1900-1945. Een tweede rubriek is gewijd aan 'Reclame-receptenboekjes en propagandapamfletten van industrie, handel, energiebedrijven en verenigingen 1884-1943', thematisch op naam gerangschikt. Ter afronding volgen een titelregister, een namenregister en een topografisch uitgeversregister.
Wat het 'Nederlandse kookboek' precies dekt, is niet duidelijk, wanneer titels als Le jardinier françois in de bibliografie voorkomen en tekstuitgaven van Nederlandse kookboeken in handschrift ontbreken. De beschrijvingen zijn volgens een wisselend stramien gemaakt. De reclame- receptenboekjes, van 1884 tot 1943, beslaan 244 nummers. Het is vermoedelijk de eerste maal dat van deze efemera een zo lange lijst kan worden geboden en dit is beslist niet zonder verdienste. Hier dringt zich, meer nog dan bij de kookboeken uit een recenter verleden, een onderwerpsontsluiting op.
Misschien lagen mijn verwachtingen te hoog en ben ik daardoor wat teleurgesteld over wat en de wijze waarop in dit boek de historicus van de gastronomie èn de bibliograaf informatie wordt aangereikt. De wijze waarop dit boek typografisch is verzorgd is als een krans voor te jonge wijn. (Een uitvoeriger recensie verscheen in Quaerendo, 26, 1996, p. 237-239. [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2958
2473. - Johan Oosterman m. bijdr. v. Wybren Scheepsma en Geert Warnar, Lezen voor een zuiver gemoed: over het lezen van Nederlandse geestelijke teksten in de late middeleeuwen. Catalogus bij de tentoonstelling gehouden in de Universiteitsbibliotheek te Leiden van 15 november 1996 tot 31 december 1996. - Leiden: Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 1996. - 62 p.: ill.; 21 cm. - (Kleine publicaties van de Leidse Universiteitsbibliotheek; nr. 24).
Uit de collectie van de Leidse UB is een representatieve selectie handschriften, incunabelen en postincunabelen met Nederlandse geestelijke literatuur uit de sfeer van de Moderne devotie tentoongesteld. 37 titels werden gegroepeerd vanuit een aantal invalshoeken, beknopt maar helder ingeleid: Het heilzame leven (devotieboeken), de Heilige Schrift, Met aandacht (rond de biecht, overwegingen over de bloedstortingen van Christus, de smarten van Maria), Alle uren alle dagen (brevieren en getijdenboeken), Voorbeeldige levens (Jezus en de heiligen), Boeken voor de eeuwigheid, Dierbaar bezit. Hier is, terecht, meer aandacht aan de teksten dan aan de editie ervan besteed. [E. C.-I.]
2474. - B. Cardon, Manuscripts of the Speculum humanae salvationis in the Southern Netherlands (c. 1410-c. 1470): a contribution to the study of 15th century book illumination and of the function and meaning of historical symbolism.- Leuven: Peeters, 1996. - xlvi, 450 p.: ill.; cm. - (Corpus of illuminated manuscripts, 9). - ISBN 90-6831-773-3. 3.800 BF
Voortbouwend op de door Lutz en Perdrizet verzamelde en gepubliceerde bronnen van het SHS (ongeveer 400 handschriften uit de 14de en 15de eeuw zijn bewaard), heeft C zich ten doel gesteld een verklaring te vinden voor het grote succes van dit typologische werk in de Zuidelijke Nederlanden tijdens de late middeleeuwen. De aandacht ging hierbij vnl. naar twee punten uit: naar de relatie tussen beeld en tekst, de lay-out en de plaats van de illustraties en de decoratie in de verschillende hndschriften; naar functie en betekenis van deze handschriften en de weerslag daarvan op de iconografie en de stijl. Na een beschrijving en analyse van de middeleeuwse typologische traditie (kap. 1) volgt het onderzoek van de SHS-traditie in de Zuidelijke Nederlanden tussen 1400 en ca. 1470 (kap. 2), waarna de betekenis van het SHS in de Bourgondische kring tussen 1450 en 1470 wordt nagegaan (kap. 3).
In zo'n breed opgezette studie, waarin op p. 322 expliciet wordt gezegd dat 'this specific Speculum tradition will now be situated within the broader typological context of the fifteenth century', zou men verwachten dat de blokboekuitgave en de prototypografische editie van het SHS in de lange handschriftelijke traditie tenminste een plaats zouden toegewezen krijgen. De datering 'niet later dan 1471' van een druk (cf. De vijfhonderdste verjaring..., nr.36) impliceert dat die misschien nog vroeger tot stand gekomen was, wat op zijn minst aanduidt dat er geen hiaat in die traditie is. Er is tenslotte weinig aan gelegen of het eindresultaat een handschrift of een druk is; de typologische traditie noch het succes van het SHS worden stopgezet bij het verschijnen van een gedrukte editie. In de nochtans zeer uitvoerige literatuuropgave zoek ik overigens vergeefs naar de publicaties van L. Hellinga, G. Jaspers (1988) die de blokboeken in de SB Haarlem bestudeerd heeft, G. van Thienen (1991) die het spoor van het SHS tot in 1484 kon doortrekken, C. Schneider (1991) die een nieuwe census van de blokboeken samenstelde en N. Palmer (1992) die het fenomeen aan een nieuw onderzoek onderwierp. [E. C.-I.]
2475. - Manuel José Pedraza Gracia, La introducción de la imprenta en Zaragoza: la producción y distribución del 'Manipulus Curatorum' de Guido de Monterroterio, Zaragoza, Matheus Flanders, 15 de octubre de 1475 in Gutenberg Jahrbuch, 1996, p. 65-71, ill.
Matheus Flanders of Mateo Flandro (ook Mateo el de Flandes) verraadt zijn herkomst maar niet meer over zijn leven en activiteit als drukker in Saragossa. De auteur vermoedt dat hij na 1475 van het toneel verdwenen is niet omdat hij aan de pest zou zijn bezweken maar omdat zijn beschermheer Don Juan overleden was. [E. C.-I.]
2476. - Gerard Jaspers, Brugmans boeck ende zijn regel: een trilogie met als appendix een catalogus van laat-middeleeuws bijgeloof in Jaarboek van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen 1995. - Amsterdam: De Buitenkant, 1996, p. 47-68, ill.
Na een vrij lange inleiding over leven en werk van de minderbroeder Jan Brugman (+ 1473) brengt J verslag uit van de welhaast onvoorstelbare jachtpartij op de in de literatuur bekende druk van Brugmans regel, [Leiden: Hugo Jansz van Woerden, ca. 1498], 8°, [112] f. Op gang gebracht door pater L. Mees, in 1970 in de Staatsbibliothek te Oost-Berlijn materiaal verzamelend voor zijn Bibliographia Franciscana Neerlandica, krijgt de speurtocht, mede dank zij de bemiddeling van de incunabuliste Vera Sack, zijn beslag in 1993 door de aankoop van het boekje door de UB Freiburg i.Br. De vorige eigenaar, Ernst Fischer (+ 1951), had het uit een convoluut gelicht waar het samengebonden was met twee andere drukken van Jansz. van Woerden uit 1499. De drie broertjes bevinden zich nu gelukkig alle in de UB Freiburg. [E. C.-I.]
2477. - Barbara Baert, Het "Boec van den Houte ". - Brussel: Paleis der Academiën, 1995. - 126 p.: facs.; 26 cm. - (Verhandelingen van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België, Klasse der Schone Kunsten; jg. 57, 1995, nr. 62). - ISBN 90-6569-633-4.
Bijdrage tot de studie over de iconografie van de Kruislegende. Voornamelijk het beeldmateriaal dat de incunabel, gedrukt door Jan Veldener te Culemborg, 1483, opleverde, was hiervoor van belang. Tegelijk is het een bijdrage aan de incunabulistiek. Overgeleverd in zes exemplaren, is de editie beschreven, is de literaire context van het boek onderzocht en de iconografie bestudeerd. Het boek bestaat uit 64 houtsneden met onder elk daarvan een kwatrijn in boekdruk. Aan deze incunabel zou een blokboek ten grondslag gelegen hebben. De zg. Kruislegende is maar gedeeltelijk een legende. De relatie tussen woord en beeld, het prototype en de context worden onderzocht. Het Brusselse exemplaar (INC A 1582) is in zijn geheel gereproduceerd. [E. C.-I.]
2478. - Jean Gustin, Catalogue des imprimés du xvie siècle conservés à la Bibliothèque du Séminaire de Liège. Préface de Elly Cockx-Indestege. - Bruxelles = Brussel: Archives et Bibliothèques de Belgique = Archief- en bibliotheekwezen in België, 1996. - xxiii, 445 p.: ill.; 29 cm. - (Extranummer/Numéro spécial; 50). - BF 1.500.
De bibliotheek van het Luikse Seminarie bevat een vrijwel onbekende collectie met veel boeken uit de religieuze bibliotheken van het voormalige Prinsbisdom Luik - al gingen de meeste exemplaren naar de Luikse Universiteitsbibliotheek. De thans verschenen catalogus van de zestiende-eeuwse drukken ligr in de lijn van gelijkaardige catalogi door C. Matagne (voor twee Naamse collecties - 1983 en 1985) en L. Knapen (voor Maredsous - 1986). Auteur J. Gustin is vertrokken van teksten en hun auteurs. Dat leverde veel kruisverwijzingen op naar alle auteurs en teksten (bv. lofdichten). De beschrijvingen zijn erg uitvoerig: titel, impressum, collatie, bibliografische referenties, inhoud, band, herkomst (inclusief oude prijsaanduidingen !) en bibliotheeksignatuur. Zij zijn genummerd per letter van het alfabet, als bij Adams (Cambridge) en Machiels (Gent) - gelukkig met een hoofdregel. De verzameling telt 1255 drukken (Parijs 242, Keulen 177, Antwerpen 148 en ... Luik 13), uiteraard meest religieuze werken, maar ook andere, bv. literaire (B-10 Melchior Barlaeus). En natuurlijk zijn er de vondsten en zeldzaamheden: B-114 Frans Nieuw Testament Leuven 1549 (niet in de BT), C-12 een Nederlandse Calvijn Emden 1566, D-21 een Despauterius 1520 en M-48 een Missale (beide niet in NK), P-95 Datheens Psalmen mét de Catechismus (die ontbreekt bij Höweler-Matter "Dath 1579d "), V-35 Vocabularius 1503 (NK 4345). De ontsluiting is voorbeeldig: er zijn registers op titels, jaar van uitgave, drukkersplaatsen (o.a. Brugge, Brussel, Delft, Deventer, Emden en Maastricht), drukkers, herkomsten, opdrachten, geïllustreerde boeken, handschriften, prijzen, prijsbanden (Luik, Maastricht, Verviers) en boekbanden (per "type "). Bij de herkomsten vallen op: de Kruisheren van Hoei (162 !), de Luikse jezuïeten, een boek uit de Palatina (Heidelberg), een "ex dono G. Vossius " [de patristicus !], L. Surius. Een enkele omissie: bij "Louvain " ontbreekt een verwijzing naar A5 ( "in collegio theologorum Lovanii ").
Goed gekozen illustraties verluchten deze in vele opzichten voorbeeldige catalogus ! [M. d. S.]
Zie ook nr.
2690
2479. - Hendrik D.L. Vervliet, Enschedé's tinnen soldaat: het Schefferse lettertype in de Nederlandse typografie van de zestiende eeuw in Van pen tot laser ... (cf. nr. 2427), p. 314-319, ill.
Einde 18de eeuw zijn matrijzen van het Schefferse lettertype aan Enschedé bezorgd, best mogelijk restanten van het familiebezit van het drukkersgeslacht Scheffer, sedert 1541 in Den Bosch werkzaam. [E. C.-I.]
2480. - Paul Valkema Blouw, Het anonieme "Temporis Filia Veritas ", [Leiden] 1589 in Van pen tot laser... (cf. nr. 2427), p. 308-313.
Het mysterieuze Engelse boekje waarvan de titel begint met de Latijnse spreuk Temporis Filia Veritas en dat werd opgenomen in de fondsveiling van Thomas (en van diens zoon Govert) Basson (1630) blijkt uit de pen te komen van de Bossche hervormer Henricus Agylaeus (1532/33-na 1590). PVB maakt duidelijk dat het ook van Thomas Bassons pers kwam, met gebruik van materiaal uit het door hem overgenomen fonds van de Keulse drukkerij van het Huis der Liefde. [M. d. S.]
Zie ook nr. 2838
2481. - Paul Valkema Blouw, A printer in four countries: Albert Christiaensz in Vianen, Sedan, Emden and Norwich (1565-70) in Quaerendo, 26, 1996, p. 3-36, ill.
De handschoen aangereikt door de auteurs van de monografie over de eerste drukkers in Norwich (cf. Kroniek 13
nr. 1006) is door PVB opgenomen. Christiaensz is drukker voor de Hollandse opstand in Vianen, daarna zetter in Sedan en Emden en tenslotte drukker voor Anthonis de Solemne in Norwich. In fine de lijst van de boeken door Albert Christiaensz gedrukt in Vianen en Norwich. [E. C.-I.]
2482. - Godelieve Spiessens, Jan Du Buys (ca 1513-na 1556): een Antwerps speelman, componist, boekverkoper en muziekuitgever in Belgisch tijdschrift voor muziekwetenschap, 49, 1995, p. 39-45.
Over boekverkoper en muziekuitgever Jehan (du) Buys (cf. Rouzet), heeft S nog bijkomende informatie uit archiefbronnen vergaard waaruit o.m. blijkt dat dit dezelfde man is als de speelman en componist. S doet verder de belangrijke vaststelling dat de door Buys en H. Loys in 1542 uitgegeven bundel chansons van Benedictus Appenzeller de eerste muziekuitgave in de Nederlanden is met meerstemmige muziek, totstand gekomen in tweevoudige drukgang ('dubbeldruk' is een wat ongelukkige term). [E. C.-I.]
2483. - N. van der Blom, Commotion along the IJssel and by the Waal a.d. 1561 and the riddle of a pseudonym in the Family of Love in Quaerendo, 26, 1996, p. 52-57.
Poging tot interpretatie van enkele duistere termen in archivalia m.b.t. een ketters boekje 'tparadyss' rond 1561 te Nijmegen gedrukt door Petrus Elsenius. Aanvulling op M.E. Kronenberg, Over mensen en boeken (1961) en Het Boek 28 (1944-46), p. 55-78. [M. d. S.]
2484. - Godelieve Spiessens, De Antwerpse speelman Jehan de Fossez alias Vander Gracht (°ca. 1521) en de Münchense hofkapelmeester Johannes (de/a) Fossa (+ 1603): een vermoedelijke 'Doppelmeister' in Musica antiqua, 13, 1996, p. 69-72, ill.
Jan des Fossez, uit Rijsel afkomstig en speelman te Antwerpen, verwierf een octrooi in 1555 om vier muziekboeken te mogen drukken (of laten drukken). Het is niet bekend of die ooit verschenen zijn. [E. C.-I.]
2485. - Annelies Wouters & Eugeen Schreurs, 'Het bezoek van keizer Maximiliaan en de blijde intrede van aartshertog Karel (Antwerpen, 1508-1515)' in Musica antiqua, 12, 1995, p. 100-110, ill., mus.
In 1515 verscheen bij de Antwerpse drukker Jan de Gheet (NK 1505 en 3509) een gelegenheidsschrift n.a.v. de blijde intrede van de toekomstige Keizer Karel V. De tekst, van Rutger Kynen, en vier schitterende houtsneden omkaderen twee vierstemmige motetten ter ere van Maria van de componist Benedictus de Opitiis. Er is een oplage met Nederlandse tekst (exx. Londen en Hamburg) en een met Latijnse tekst (exx. Leuven en Sevilla). [E. C.-I.]
2486. - Paul Valkema Blouw, Varia bibliographica: The Puncten [Points] attributed to Alva. (An addendum to pp. 14-15 of this volume) in Quaerendo, 25, 1995, p. 309.
Anna Simoni meldde het bestaan in Londen van een andere editie van 'Copie van den puncten ende articulen, ghesloten by den Hertoge van Alba ende zynen nieuwen Raet van twelven'. Cf. Kroniek 21
nr. 2350 over Hirtzhorn. [E. C.-I.]
2487. - Paul Valkema Blouw, Early protestant publications in Antwerp, 1526-30: The pseudonyms Adam Anonymous in Bazel and Hans Luft in Marlborow in Quaerendo, 26, 1996, p. 94-110, ill.
De fictieve namen van genoemde drukkers, bekend om hun vele Engelstalige hervormingsgezinde uitgaven, klinken elke gebruiker van NK vertrouwd in de oren. M.E. Kronenberg was er destijds door geboeid en heeft ze menen te kunnen identificeren als Johannes Hoochstraten van Antwerpen. De 'paleotypoloog' PVB kon de verleiding niet weerstaan zijn beproefde methode van typenonderzoek op deze drukken toe te passen. De combinatie van het Schwabacher teksttype en de Nederlandse initialen leidden naar een andere drukker, nl. Maarten de Keyser, overigens wel bekend als drukker van hervormde geschriften. De 'held' Johannes Hoochstraten is nu van zijn voetstuk gehaald, terwijl De Keyser aan belang wint. Zoals wij van PVB gewend zijn, is deze goed onderbouwde studie ook overzichtelijk en prettig geschreven. Moge zijn methode tot voorbeeld strekken! [E. C.-I.]
2488. - August A. den Hollander, Varia bibliographica: Recently discovered: a copy of the 1533 edition of the New Testament by the Delft printer, Cornelis Hendricsz Lettersnijder in Quaerendo, 25, 1995, p. 310-312, ill.
Idem, De edities van het Nieuwe Testament door de Delftse drukker Cornelis Henricsz. Lettersnijder in Nederlands archief voor kerkgeschiedenis, 75, 1995, p. 164-187, ill.
In eerstgenoemd tijdschrift staat het essentiële samengevat van wat uitvoeriger in het tweede wordt medegedeeld.
Het nulnummer in Nijhoff & Kronenberg, NK 0160, slechts bekend door een catalogus van Fredrik Muller uit 1857, is opgedoken in de jezuïetenbibliotheek het Berchmannianum in Nijmegen: een octavo, waaraan helaas het eerste en het laatste blad ontbreken. Het komt uit de jezuïetenbibliotheek Mariendaal in Grave bij Velp, bibliotheek die na 1966 geheel naar Nijmegen is overgebracht. In de colofon staat uitdrukkelijk vermeld dat het gedrukt is door Cornelis Heynricz. Lettersnijder op 25 october 1533. Volgens Muller is het boekje samen met Hendrik Peetersen van Middelburch te Antwerpen uitgegeven. Dit is door het ontbreken van het titelblad niet meer vast te stellen.
In de tweede bijdrage bespreekt de auteur de drukker en zijn fonds en de door Lettersnijder gebrachte edities van het Nieuwe Testament die dan inhoudelijk worden toegelicht en bibliografisch beschreven. Het betreft NK 378 (Delft 1524) en 0160 (Delft 1533); van de drie nulnummers die in NK III3 zijn opgenomen, blijven er twee hoogst twijfelachtig, terwijl van 1060 nu een exemplaar is gevonden. [E. C.-I.]
2489. - Jeanine de Landtsheer, The correspondence of Thomas Stapleton and Johannes Moretus: a critical and annotated edition in Humanistica Lovaniensia, 45, 1996, p. 430-503.
De brieven bewaard in het onschatbare Plantijn-Moretusarchief te Antwerpen bieden o.m. de gelegenheid om de relatie tussen auteur en drukker-uitgever te bestuderen. De periode na de dood van de stichter (C. Plantijn stierf in 1589) is schromelijk ondergewaardeerd gebleven. Daarom is deze geannoteerde uitgave des te belangrijker. Reeds aangekondigd in 1994 (cf. Kroniek 20
nr. 2200), verschijnt hier de correspondentie tussen de Engelse katholieke theoloog (Dowaai, daarna Leuven) Thomas Stapleton (1535-1598) en Plantijns opvolger Jan Moretus (1543-1610): dertig brieven uit de periode 1589-1597. Zij betreft vooral de publicatiegeschiedenis van de Promptuaria, handboeken voor priesters. Aan bod komen papierkeuze, lettertypen, (pers)correcties, het uitbesteden van de aanmaak van registers, presentexemplaren etc. [M.d.S. ]
Zie ook nr. 2992
2490. - Paul Valkema Blouw, De eerste drukker van Leeuwarden: Johannes Petreius in De Vrije Fries, 76, 1996, p. 67-74, ill.
Gecondenseerd overzicht van drukkers, boekverkopers en uitgevers die tot de eerste generatie in Friesland behoren.
[E. C.-I.]
2491. - Johan Devroe, Een unieke Erasmusbrief in een Amsterdamse schoolgrammatica (1532) in Miscellanea Jean-Pierre Vanden Branden: Erasmus ab Anderlaco.- Brussel: Archief- en bibliotheekwezen in België, 1995 (Archief- en bibliotheekwezen in België = Archives et bibliothèques de Belgique; extranummer 49), p. 417-428, ill.
In een onbekende Amsterdamse postincunabel van Doen Pietersz uit 1532 is een brief van Erasmus aan Cornelius Crocus opgenomen. Het bestaan van de brief was tot nu toe enkel af te leiden uit de door Allen gepubliceerde correspondentie. Het boek is Crocus' Propaedeumatum grammatice institutionis libelli duo, bekend in vier edities (de drie latere zónder de brief) in uiterst weinig exemplaren overgeleverd. Erasmus' brief is hier uitgegeven en vertaald (door M. de Schepper; cf. Kroniek 16
nr. 1593). [E. C.-I.]
Zie ook nr. 2510
2492. - C. Coppens, Titelblad als brief: Jan Paets aan Jan Moretus, 1600 in Ex officina Plantiniana Moretorum ... (cf. nr. 2523), p. 371-376, ill.
In 1600 gaf Jan Jacobsz. Paets de Thesaurus utriusque linguae van Bonaventura Vulcanius uit. Bij wijze van prospectus stuurde hij een exemplaar van het titelblad naar Jan Moretus met op de achterzijde in inkt geschreven de bedoeling van zijn brief. [E. C.-I.]
2493. - R. Breugelmans (ed.), An unknown holograph letter by Christophe Plantin. - 't Goy-Houten: Forum, [1996]. - [8 p.]: facs., 31 cm. - (Antiquariaat Forum. Special Subject Bulletin; 1). - ISBN 90-6194-338-8.
Een spectaculaire ontdekking: een belangrijke brief van een der grootste drukkers ! In augustus 1585 trok Chr. Plantijn uit Leiden, via Duitsland, naar het pas "veroverde " Antwerpen, waar hij in oktober arriveerde. Zijn bedrijf was zwaar in nood. Moeizaam werkte hij aan de heropstanding. Daarvoor steunde hij op zijn schoonzoon Jan Moretus. De nieuwe brief (d.d. 18 november 1586) is een hartenkreet aan Moretus om in Brussel (bij de centrale overheid) het broodnodige privilegie te krijgen teneinde het bedrijf voort te zetten: "Cito, cito " [Snel, snel !] voegde hij toe naast het adres ... [M. d. S.]
2494. - Dirk Imhof, Plantin's 1574 'Missale romanum' in octavo: new findings on the occasion of a new acquisition by the Plantin-Moretus Museum in De Gulden Passer, 73, 1995, p. 67-82, ill.
Zoals bekend verzorgde Plantijn doorgaans twee uitvoeringen van zijn liturgische werken: een met houtsneden en een met kopergravures. De recent door het MPM verworven druk van een Missale romanum uit 1574 met 27 kopergravures verlucht, gaf aanleiding tot vergelijking met het enig andere bekende exemplaar (Cultura Fonds, Dilbeek) èn met het ene bekende exemplaar met de houtsneden (MPM). Deze vergelijking plus informatie uit het Plantijns archief brachten aan het licht dat er eigenlijk vier varianten van dit missaal bestaan; behalve de illustratietechniek zijn er ook de aan- of afwezigheid van het pauselijk privilege en de extra drie katernen speciaal voor de export naar Spanje bedoeld. [E. C.-I.]
2495. - Paul Valkema Blouw, Geheime activiteiten van Plantin 1555-1583 in De Gulden Passer, 73, 1995, p. 5-36, ill. Full text
Plantijn heeft duidelijk nog niet al zijn geheimen prijsgegeven. Even duidelijk is dat Voets PP niet de definitieve status geeft maar tot verder onderzoek uitnodigt, één van de doelstellingen overigens van elke bibliografie. Naast het bewaarde bedrijfsarchief, waarop de bibliografie gedeeltelijk is gestoeld, bestaan er drukken zonder naam en waarover in de archieven niets is terug te vinden: het 'onzichtbare deel' van Plantijns productie. Dank zij letteronderzoek dat gedurende de afgelopen jaren is gevoerd, konden heel wat drukken, goeddeels door PVB zelf, aan Plantijn toegeschreven worden. Van deze resultaten nu geeft PVB een chronologisch overzicht. Het begint al in 1555 met Guy de Brès' Le baston de la foy chrestienne; vervolgens komt Plantijns rol bij het totstandkomen van uitgaven door Willem Silvius aan de orde. Volgen een hele reeks clandestiene uitgaven van in 1563 om te eindigen in 1583 met een Franse versie van H. Jansen Barrefelt (Hiël). [E. C.-I.]
Zie ook nr. 3111
2496. - Robrecht Lievens, Een vertaling (1595) van de 'Visio Philiberti' (door Jan David s.j.?) in Ons geestelijk erf, 69, 1995, p. 260-287.
In 1595 verscheen in de Officina Plantiniana Verscheyden litanien tot ghebruyck des catholijcken leghers ende alle Godtvruchtighe menschen, door L. Loosen aan Thomas Sailly s.J. toegeschreven. Eén tekst, de 'Visio Philiberti', beter vertaald dan de overige gebeden, wordt hier, naar het ex. van het Ruusbroecgenootschap, besproken en uitgegeven. [E. C.-I.]
2497. - Hans van de Venne, Cornelius Schonaeus Goudanus en zijn contacten met het Antwerpse boekbedrijf, inzonderheid de Officina Plantiniana 1568/69-1610 in Ex officina Plantiniana Moretorum ... (cf. nr. 2523), p. 307-342.
De bibliograaf van Schonaeus gaat enerzijds na welke geschriften hij in Antwerpen liet drukken, o.m. en voornamelijk bij Plantijn. Anderzijds publiceert hij documenten -een twintigtal posten- uit het Plantijns archief die duidelijk maken dat Schonaeus boeken bij de Officina bestelde. Tenslotte publiceert hij een brief uit 1610 van Schonaeus aan Moretus, eveneens uit het Plantijns archief. [E. C.-I.]
2498. - José van Aelst, Geordineert na dye getijden: Suster Bertkens passieboekje in Ons geestelijk erf, 69, 1995, p. 133-156.
Spoedig na de dood van Suster Bertken te Utrecht, werd haar passieboekje in druk uitgegeven: door Jan Berntsz te Utrecht in 1516, Jan Seversz te Leiden in 1516 en 1518, en Willem Vorsterman te Antwerpen in 1520. De tekst in de tweede druk van Seversz wijkt af van de andere: de drukker blijkt gedeelten te hebben toegevoegd. [E. C.-I.]
2499. - Karel Porteman, De illustraties in De Rooveres 'Van Pays en Oorloghe' (Antwerpen 1557) in Lingua Theodisca... (cf. nr. 2470), p. 931-941, ill.
De illustratie bij het moraliserende dichtwerk van de Brugse dichter Anthonis de Roovere, gedrukt door Hans II van Liesvelt te Antwerpen in 1557 (enig bekend ex. UB Gent) krijgt dank zij P de nodige aandacht en 'rehabilitatie'. De doordachte lay-out en de 26 houtsneden met oudtestamentische bijbelillustraties zijn niet 'emblematisch' te lezen. De plaatjes, imitaties van houtsneden uit de Liesvelt-bijbel, zijn een visuele commentaar op de tekst en vervullen dus een functie. Voor de hele reeks heeft P de keuze van de drukker kunnen verantwoorden. [E. C.-I.]
2500. - Anna E.C. Simoni, The unidentical twins in Van pen tot laser... (cf. nr. 2427), p. 261-266.
De twee exemplaren in de British Library (evenals de twee in de Bodleian Library, Oxford) van de Latijnse uitgave van Emanuel van Meteren, Historia Belgica [Duitsland 1598] verschillen m.b.t. de illustraties: een "gewone " reeks (in een grote oplage) en een "bijzondere " met fraaie portretgravures van Hans Christoffel van Sichem. [M. d. S.]
2501. - Rita Schlusemann, Die Geschichte eine Titelblattes im 16. Jahrhundert in Lingua Theodisca... (cf. nr. 2470), p. 959-667, ill.
Van de Schoone Historie van van Margarieten van Limborch ende van Heyndrich haren broeder (NK 3168) bestaan nog twee exemplaren, een met (Library of Congress Washington) en een zonder titelpagina (KB Brussel). Van eerstgenoemd ex. (Serrure, Arenberg, Lessing J. Rosenwald), beschreven in Oude drukken uit de Nederlanden (Den Haag; Brussel 1960) nr. 130 (niet 75), gaat S systematisch na in welke drukken tot bij het einde van de zestiende eeuw, hetzelfde blok, of een kopie daarvan, is afgedrukt. Aanzet tot een geschiedenis van de houtsneden in de zestiende eeuw, naar het voorbeeld van Ina Kok ? [E. C.-I.]
2502. - Annelen Ottermann, Löwener Plattenstempeleinband des 16. Jahrhunderts mit Spes-Platte. Beiträge zur Einbandkunde XXII, in Philobiblon, 39, 1995, p. 324-331, ill.
Het paneel is er een met het monogram IB en de charitas. De band zit rond twee Lyonese drukken uit 1544 en 1545 en is anno 1551 in Leuvens bezit geweest; later, in de achttiende eeuw, bij de jezuïeten te Mainz en vandaar in de Stadtbibliothek, z 235b (Rara). De auteur schetst overzichtelijk de problematiek rond de Spesbanden maar rept niet over de stelling van Fogelmark. [E. C.-I.]
2503. - R. Breugelmans, Lopez, Boreel en Kuyper in Waardevol oud papier... (cf. nr. 2464), p. 36-38, ill.
Boeiende geschiedenis van een exemplaar: Luis Lopez, Instructorium conscientiae (Salamanca 1585) in 1596 uit de bibliotheek van Cadiz gestolen en in hetzelfde jaar te Leiden gekocht door Johan Boreel (1577-1629), toen nog theologisch student, later raadpensionaris van Zeeland - uiteraard via Bubb Kuyper beland in de Leidse UB. [M. d. S.]
2504. - Marguerite Debae, La bibliothèque de Marguerite d'Autriche: essai de reconstitution d'après l'inventaire de 1523-1524. - Louvain; Paris: Peeters, 1995. - XXIII, 689 p.: ill.; 28 cm. - ISBN 90-6831-730-x (Peeters, Leuven); ISBN 2-87723-264-6 (Peeters, France). BF 4.000.
De reconstructie van de bibliotheek van Margaretha van Oostenrijk -het levenswerk van M. Debae, voormalig conservator van het Handschriftenkabinet in de KB Brussel- gaat uit van de inventaris van 1523-1524 (in Mechelen opgesteld). Van de ongeveer 380 nummers is het leeuwedeel handschriften (waarvan 2/3 thans in de KB Brussel berust). Toch is er een veertigtal incunabelen en postincunabelen. Vijftien hiervan bevinden zich in de KB Brussel; van een tiental titels is niet te achterhalen of het om een handschrift of een druk gaat. De overige drukken zijn vooralsnog niet thuisgebracht. Margaretha's voorliefde ging duidelijk uit naar geschiedenis en ridderromans. Ook gaf zij opdrachten aan verluchters. D wijdt uitvoerig uit over de vorming van de collectie, over de inventarissen en de verspreiding van de bibliotheek. Voor elke codex is de geschiedenis -voor zover mogelijk- tot op de dag van vandaag gevolgd. Een overzichtelijke tabel geeft de nummers van de verschillende inventarissen (de eerste dateerde van 1516), de titel en de huidige bewaarplaats; een concordantie van dit laatste element met het inventarisnummer verruimt de zoekmogelijkheden. Er is een uitvoerig algemeen register en een register van geciteerde handschriften en incunabelen. Een uitstekend werk.
Over de vormgeving van dit belangrijke boek ben ik minder enthousiast; er is vermoedelijk geen vormgever aan te pas gekomen. Bovendien zijn de over de honderd zwart-wit afbeeldingen en de paar kleurenplaten van matige kwaliteit. Waarom het frontispice een portret van Margaretha in een gebrandschilderd raam moet voorstellen, weet ik niet; er bestaan mooiere portretten. [E. C.-I.]
2505. - Claudine Lemaire, La bibliothèque des imprimés de la reine Marie de Hongrie, régente des Pays-Bas, 1505-1558 in Bibliothèque d'Humanisme et Renaissance, 58, 1996, p. 119-139.
Inventaris en eerste analyse van de bibliotheek van Maria van Hongarije, wellicht de meest intellectuele vorstin uit de geschiedenis der Nederlanden. Ruim driehonderd titels werden teruggevonden in de uiterst slordige Spaanse inventaris (Simancas). Een tweehonderd daarvan konden met veel moeite worden geïdentificeerd: historische werken, theologie en bijbeldrukken, wetenschappen en filosofie, literatuur en politiek (incl. militaria), en natuurlijk Erasmiana (in 1529 verscheen de aan haar opgedragen Vidua christiana). Een belangwekkende studie, voorbeeldig ontsloten door registers op auteurs, vertalers etc. [M. d. S.]
2506. - W. Verleyen, De bibliotheek van Dom Jacobus Olivier (+1612), prior en pastoor van Waver in Ons geestelijk erf, 69, 1995, p. 83-96.
In een vorige aflevering werd de bibliotheek van Franciscus Jacobs besproken (cf. Kroniek 21
nr. 2376). Nu komt zijn confrater, Jacobus Olivier aan de beurt. [M. d. S.]
2507. - Willem Heijting, 'Ziet daer staedt ghescreven ende 't es zo': Het boek en de overdracht van ideeën bij de eerste Nederlandse evangelisch gezinden in Mensen van de Nieuwe Tijd. Een liber amicorum voor A. Th. van Deursen. Red. M. Bruggeman, E. Geudeke, M. van Os e.a.- Amsterdam: Bert Bakker, 1996, p. 14-28.
H verkent het terrein van de toenmalige media -het gedrukte woord, het beeld, de brieven en mondelinge communicatie (toneel, preken en dgl.)- die de boodschap van de reformatie konden overbrengen. Vraag is hoe het geschreven woord werd ontvangen? Wat wekt de lectuur op? Geloof of ongeloof? Instemming of contestatie? Terecht ziet H het gedrukte boek als katalysator, als gist; lezers worden pas zelfstandig door de dialoog. [E. C.-I.]
2508. - Guido Marnef, Een kanunnik in troebele tijden: Franciscus Doncker, voorman van de contrareformatorische actie te Antwerpen (1566-1573) in Geloven in het verleden. Studies over het godsdienstig leven in de vroegmoderne tijd, aangeboden aan Michel Cloet. Red. Eddy Put ... [et al.]. - Leuven: Universitaire Pers Leuven, 1996, p. 327-338. - (Symbolae Facultatis Litterarum Lovaniensis. Series A; 22).
Kanunnik Doncker had niet alleen een collectie schilderijen en boeken (281 titels - inventaris in het Antwerpse Kathedraalarchief), maar was ook actief als censor - zeer tot ongenoegen van Plantijn ... [M. d. S.]
2509. - Johan Oosterman, Literatuur in Antwerpen omstreeks 1493: De bakermat van Anna Bijns in Literatuur, 1996, p. 155-160, ill.
De auteur gaat na door wie Anna Bijns zal zijn gevormd, wat ze las en wat ze hoorde. [E. C.-I.]
2510. - A. Jolidon, Chronologie des éditions originales des oeuvres d'Erasme (1495-1536) in Miscellanea Jean-Pierre Vanden Branden... (cf. nr. 2491), p. 397-416.
Uiterst nuttige chronologische lijst van die Erasmusdrukken waarin de auteur zelf een hand heeft gehad: editiones principes en herziene uitgaven. Meteen ook een overzicht van de drukkers / uitgevers die Erasmus' werken voor het eerst (in originele of herziene versie) op de markt brachten. Opvallende namen: J. Badius, D. Martens (1503-04 en vooral 1516-1521), J. Froben (en opvolgers). [M. d. S.]
2511. - Mireille Vink-van Caekenberghe, Een onderzoek naar het leven, het werk en de literaire opvattingen van Cornelis van Ghistele (1510/11-1573), rederijker en humanist. - Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1996. - xxvii, 685 p.: ill.; 24 cm. - (Reeks vi, nr. 126). - ISBN 90-72474-16-3. Fr. 950
Grondig Gents proefschrift over de belangrijke literaire overgangsfiguur Cornelis van Ghistele, rederijker en Neolatijns dichter, vooral bekend om zijn vertalingen van klassieke auteurs als Ovidius, Vergilius, Terentius, Sophocles en Horatius. Verheugend is dat dit belangrijk werkstuk veertien jaar na de promotie (nog een lustrum langer dan Horatius' eis ...) dan toch publiek toegankelijk is geworden. Dat de auteur na al die jaren nagenoeg geen essentiële aanvullingen diende te verwerken wijst op de grondigheid van het geleverde werk. Dat de uitgever in al die jaren niemand heeft aangetrokken om registers te vervaardigen is helaas niet te billijken ... Hier vallen vooral te vermelden de grondige bibliografische beschrijvingen (p. 399-608), mét reproductie van de titelpagina's. Finis coronat opus. [M. d. S.]
2512. - Peter van der Krogt, Boek van het jaar. De 'Atlas' (1595) van Gerard Mercator in Jaarboek van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen 1995,1996, p. 19-46, ill.
Uitstekende synthese waarin de weg van Atlas tot 'atlas' wordt beschreven. Op een heldere en overzichtelijke wijze wordt de eerste uitgave bibliografisch geanalyseerd. Een gesmaakt voorproefje van de nieuwe 'Koeman'. [M. d. S.]
2513. - Emil van der Vekene, Johann Sleidan (Johann Philippson). Bibliographie seiner gedruckten Werke und der von ihm übersetzten Schriften von Philippe de Comines, Jean Froissart und Claude de Seyssel. Mit einem bibliographischen Anhang zur Sleidan-Forschung. - Stuttgart: Anton Hiersemann, 1996. - xxix, 398 p.: ill.; 28 cm. - (Hiersemanns bibliographische Handbücher; 11). - ISBN 3-7772-9607-4. DM 348.
Verzorgd uitgegeven bibliografie van de Luxemburgse humanist Johann Philippson (Schleiden 1506 - Straatsburg 1556), naar zijn geboorteplaats Sleidanus vernoemd. Hij is bekend om zijn De statu religionis et reipublicae commentarii, een bevoorrecht getuigenis over de regering van Karel V. Daarnaast vertaalde hij werken van Franstalige historici als Comines, Froissart, Seyssel in het Latijn. De Luxemburgse bibliothecaris Emil van der Vekene, die al jaren de werken van Luxemburgse auteurs verwierf voor de Nationale Bibliotheek, heeft hier de resultaten van zijn speurwerk voorbeeldig beschreven: titel, impressum, collatie, exemplaren, referenties. Goede drukkersregisters tonen de verspreiding van Sleidanus' werken over heel Europa. In de Nederlanden werd hij gedrukt in Amsterdam (1630-1757, bij o.a. Blaeu, Elzevier, Janssonius), Antwerpen (1583-1597, bij A. Coninckx, M. Nutius en de nagenoeg onbekende Ghijsbrecht Gheens Jr.), Brussel (Fr. Foppens 1714), Delft (1584-1612), Den Haag (1631-1781), Emden (1558), Haarlem (1646), Leiden (1584-1669, bij o.a. Elzevier en Paedts), Rotterdam (1611-1702). Een uitvoerige bespreking volgt elders in dit tijdschrift. [M. d. S.]
2514. - Gilbert Tournoy, Bouwstenen voor een nieuwe Verepaeusbibliografie in Ex officina Plantiniana Moretorum ... (cf. nr. 2523), p. 439-450.
De bibliografie van Verepaeus (1522-1598) in 1947 door M. A. Nauwelaerts gepubliceerd is uiteraard samengesteld met de toen beschikbare werkinstrumenten. Inmiddels zijn er heel wat nieuwe bijgekomen. T levert aan de hand van een titellijst in sterk verkorte vorm maar met bronopgave, een aanvulling voor Nauwelaerts. Beide publicaties vormen het uitgangspunt voor een nieuwe bibliografie. [E. C.-I.]
2515. - Godelieve Spiessens, 'Een nieuwe kijk op componist Hubert Waelrant (°Antwerpen vóór 19 november 1517 - +Antwerpen 19 november 1595)', enkele rechtzettingen en aanvullingen in Musica antiqua, 12, 1995, p. 52-61, ill.
Systematisch archiefonderzoek heeft enkele nieuwe gegevens aan het licht gebracht wat betreft de biografie van de componist, zijn godsdienstige gezindheid en zijn vermeende uitvinding van een nieuwe solmisatiemethode (Bocedisatio of Voces Belgicae) naast de alom bekende van Guido van Arezzo. [E. C.-I.]
2516. - Erik Duverger, Antwerpse kunstinventarissen uit de zeventiende eeuw. - Brussel: Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België. - 27 cm. - (Fontes historiae artis neerlandicae = Bronnen voor de kunstgeschiedenis van de Nederlanden; I).
Dl. VII: 1654-1658, documenten 1903-2226. 1993. 508 p. ISBN 90-6569-594-X. BF 2300.
Dl. VIII: 1658-1666, documenten 2227-2649. 1995. 511 p. ISBN 90-6569-630-X. BF 2300.
Voortzetting van Kroniek 18
nr. 1914, met opnieuw enkele bronnen voor boek- en bibliotheekgeschiedenis: o.m. nrs. 1970 en 2115 (25 xi 1654 en 15 xi 1656: de bibliotheek van dokter Jean Ferreu(l)x, van een particulier naar het Collegium Medicum), 2075 (25/31 v en 1 vi 1656: o.a. p. 237 boeken van priester Gonzalo Peres de Cordova), 2162 (4 viii 1657), 2222 (6 vi 1658: boeken van de jurist Anthoni Anselmo), 2260 (31 xii 1658: nalatenschap van Balthasar ii Moretus), 2265 (18 i 1659: boeken van Christina van Zweden), 2395 (5-7 ii 1661) en 2516 (12 vii 1663). Hoelang moeten we nog wachten op de registers om dit reuzenwerk volop te kunnen ontginnen ? [M. d. S.]
2517. - John A. Lane, Arent Corsz Hogenacker (ca. 1579-1636): an account of his typefoundry and a note on his types. Part two: the types in Quaerendo, 25, 1995, p. 163-191, ill.
Vervolg op Kroniek 21
nr. 2368. Diepgaand onderzoek naar de Leidse lettergieterfamilies De Vechter en Hogenacker. De "firma " Hogenacker bracht in de periode 1614-1672 een aantal lettertypen op de markt, die echter moeilijk te identificeren zijn in de enorme boekenproductie van de Republiek. Enkele series (romein, Arabisch, Hebreeuws, Syriac) zijn toch, soms via archiefverwijzingen, geïdentificeerd. In Appendix 1 volgt een lijst van enkele eigen uitgaven en letterproeven van de firma; Appendix 2 biedt een chronologisch overzicht van de arcchivalia; Appendix 3 vermeldt enkele gegevens over leerjongens in lettergieterijen. [M. d. S.]
2518. - Kees Gnirrep, Staand zetsel of stereotypie in de zeventiende eeuw in Van pen tot laser... (cf. nr. 2427), p. 100-120, ill.
In tegenstelling tot B.J. McMullin (zie Kroniek 19 nr. 2091) wil G. "aantonen dat Athias niet de uitvinder of eerste praktische gebruiker is van de stereotypie, maar dat hij net als Stam en Schipper zijn bijbels voluit gezet had staan " (p. 101). In 1673 hadden Susanna Veselaer (Weduwe Schippers), Anna Maria Stam en Joseph Athias octrooi aangevraagd en gekregen om Engelse bijbels in exclusiviteit te mogen drukken en verkopen. Het ging hier om honderdduizenden exemplaren ! Drukkers uit de Republiek beheersten de Engelse bijbelmarkt ... [M. d. S.]
Zie ook nr. 2713
2519. - P.G. Hoftijzer, De houding van de Moretussen en de Van Ravelingens tegenover het Plantijnse erfgoed in Ex Officina Plantiniana Moretorum... (cf. nr. 2523), p. 41-58.
Samen met C.L. Heesakkers bereidt Hoftijzer een uitgave voor van de briefwisseling tussen de Moretussen en de Raphelengii. Die wordt bewaard in het Plantijns Archief en loopt over de jaren 1589 tot 1641. Op basis van deze correspondentie gaat de auteur hier na hoe de directe nazaten van Plantin omgingen met de `geestelijke erfenis' van hun beroemde voorvader. Met enkele zeer goed gekozen passages weet hij de vriendschapsbanden die tussen de Antwerpse en de Leidse familietak bleven bestaan, treffend te beschrijven. Een zeldzame combinatie van boekgeschiedenis en ontroering. [P.D.]
2520. - Adri Offenberg, Ot letováh - Teken ten goede. - Leiden: de Ammoniet, [1996]. - [8] f.; 20 cm.
Zoals bekend verscheen de eerste volledige editie van de Talmoed bij Daniel Bomberg in Venetië, 1520. In 1644-1647 legde Immanuel Benveniste het werk te Amsterdam op de pers, in een oplage van 3.000 exemplaren. Hiervan zijn nog zes exemplaren in Nederland, o.m. in de Zeeuwse Bibliotheek, over de herkomst waarvan O een aantrekkelijke hypothese voorstelt.
Met de opbrengst van de verkoop van deze zeer fraai verzorgde plaquette, op 450 exemplaren gedrukt, wordt het deerlijk gehavende Middelburgse exemplaar gerestaureerd. Een niet te versmaden idee! [E. C.-I.]
2521. - F.F. Blok, Isaac Vossius and the Blaeus in Quaerendo, 26, 1996, p. 77-84, 87-93.
De grote filoloog Isaac Vossius (1618-1689, cf. Kroniek 21
nr. 2377) was van huis uit vertrouwd met de wereld van het boek. Zo kon hij al in de jaren 1638-1647 bemiddelen tussen enkele Franse geleerden (I. Boulliau, D. Blondel, J. Daillé) en de Amsterdamse firma Blaeu. Pogingen om Hugo Grotius' Anthologia Graeca bij Blaeu te laten verschijnen liepen op niets uit en eindigden met Grotius' dood in 1645. [M. d. S.]
2522. - P.G. Hoftijzer, Zo vergaat de roem. Het einde van de Officina Hackiana in Van pen tot laser... (cf. nr. 2427), p. 157-170.
Archivalia in het Leidse Gemeente Archief bieden nieuwe gegevens over de ontbinding van de compagnie van de gebroeders Hackius, zonen van François Hackius (1605 ? - 1669), een der voornaamste Leidse uitgevers / boekverkopers. Met belangrijke gegevens over produktiekosten en lettervoorraden (Bijlagen I-II, p. 166-170). [M. d. S.]
Zie ook nr. 2717
2523. - Ex Officina Plantiniana Moretorum: studies over het drukkersgeslacht Moretus. Onder redactie van Marcus de Schepper en Francine de Nave. - Antwerpen: Vereeniging der Antwerpsche Bibliophielen, 1996. - 481 p.: portr., ill.; 25 cm. - Met stofwikkel; ingelegd een ex-libris van de 'Vereeniging' met het portret van Jan Moretus, in hout gegraveerd door Gerard Gaudaen, 1996. Tevens jaargang 74 (1996) van 'De Gulden Passer'.- issn 0777-5067. BF 3.400.
In 1596 begon Jan Moretus geheel zelfstandig als drukker-uitgever te werken in de Plantijnse Drukkerij. Dit gegeven werd aangegrepen om een huldeboek te publiceren in de stijl van dat ter ere van Plantijn in 1989. Achttien teksten dragen bij tot de kennis van Moretus' leven en werk. Ruim de helft hiervan wordt afzonderlijk in deze Kroniek besproken. De overige, van meer biografische of van algemene aard worden hier kort vermeld.
De onuitputtelijke kennis van oud-conservator L. Voet komt ons ten goede met zijn 'Het geslacht Moretus en de Plantijnse Drukkerij'. Inge Schoups trof in het Antwerpse Stadsarchief documenten aan, 'Archieven van de familie Moretus bewaard op het Stadsarchief Antwerpen'. Guido Persoons bracht in 'De portretten van het drukkersgeslacht Moretus' een onvermoede rijkdom aan iconografische materiaal samen, gelukkig ook gereproduceerd. Dirk Sacré heeft het in 'Balthasar Moretus' Conamina poetica (1588-1592)' over de drukker als auteur en tekstbezorger van gedichten, met een lijst en uitgave van gedichten. J. De Landtsheer evoceert een moment in het leven van 'Balthasar Moretus' sojourn in Louvain' met uitgave van een paar brieven. Noël Golvers behandelt met zijn 'The XVIIth-century Jesuit mission in China and its 'Antwerp connections' een eerste periode van het onderwerp, nl. de Moretus-familie (1660-1700). Karel Degryse is 'Het fortuin van de Moretussen (17de-18de eeuw)' nagegaan en Jan Parmentier heeft het over 'De Deense investeringen van de Moretus-familie tijdens de 18de eeuw'. Een naamregister, samengesteld door M. de Schepper, maakt dit rijke boek extra toegankelijk. [E. C.-I.]
Zie ook nrs.
2434; 2492; 2497; 2514; 2519; 2524; 2525; 2539; 2540; 2546
2524. - Werner Waterschoot, Emblemataliteratuur uit de Officina Plantiniana in de zeventiende eeuw in Ex officina Plantiniana Moretorum ... (cf. nr. 2523), p. 451-468.
De uitgave van emblemataboeken was al begonnen bij Plantijn in 1561 die voor dit soort boeken er a.h.w. een monopolie op nahield. Met Jan I Moretus wordt dit gebruik verder gezet van in 1601 met de auteur J. David. Tussen 1617 en 1634 verschijnt er in de Officina geen enkel nieuw embleemboek. De nieuwe generatie die dan aantreedt met auteurs als Petrasancta, Van Haeften en anderen, bevestigt de nieuwe trend: religieuze embleemboeken van kerkelijke auteurs die goed in de markt lagen want beantwoordend aan de Contrareformatie. De risico's die Plantijn geregeld nam zijn bij zijn opvolgers vrijwel onbestaande. W gaat op enkele van deze boeken nader in en vertelt zelfs iets over de drukgeschiedenis en de educatieve waarde ervan: de Veridicus christianus van J. David met de beweegbare 'schijf der rechtschapenheid' en diens Typus occasionis. Imago primi saeculi Societatis Iesu uit 1640 betekent een hoogtepunt in de embleemliteratuur en het Antwerpse barokke boek. [E. C.-I.]
2525. - Marcus de Schepper, Acroamata nuptialia (1645): een typografisch epithalamium voor Balthasar Moretus en Anna Goos in Ex officina Plantiniana Moretorum ... (cf. nr. 2523), p. 377-402, facs.
Het genre bruiloftsgedicht is wel bekend in de literatuur maar voor drukkers zijn er weinig bekend. Balthasar II is die eer te beurt gevallen. Toen hij, bijna dertig jaar oud, in 1641 met Anna Goos huwde -hij stond toen al vijf jaar aan het hoofd van de drukkerij- kreeg hij een 'Bruyd-loft-dicht' op een planovel gedrukt, èn 'Acroamata' (niet Acromata zoals in de sprekende hoofdregel!), een kwarto-uitgaafje van tien bladen. De auteur is onbekend maar moet een geleerd humanist zijn geweest. De tekst volgt in facsimile. [E. C.-I.]
2526. - Piet Visser, "In de Zaadzaaijer ": de uitgeverij van de Leeuwarder drukker, boekverkoper en doopsgezinde leraar Hendrik Rintjes (1630-1698) in De Boekenwereld, 12, 1995-1996, p. 251-272, ill.
Boeiende verkenning van een weinig bekende "boekenwereld ": die van de geletterde doopsgezinden in Friesland. Hendrik Rintjes, zelf dichterlijk actief, liet zijn vele uitgaven rijkelijk met verzen omlijsten. Belangrijk is (p. 266-272) de "Fondslijst van Hendrik Rintjes (1656-1697) en zijn opvolgers (1698-1702) ": 117 titels (en vijf twijfelgevallen), met een interessante toegift "Namen van overige drukkers en boekverkopers ". [M. d. S.]
2527. - Willem J. op "t Hof, A note written in 1604 by the Middelburg publisher Richard Schilders in Quaerendo, 26, 1996, p. 198-206.
Een briefje uit 1604 van de Middelburgse drukker Richard Schilders (1538-1634 [!]) aan de Utrechtse Remonstrantse predikant Everard Booth (1577-1609) bevat informatie over een boekenlevering en over de (nog steeds niet opgehelderde) prijszetting. [M. d. S.]
2528. - Peter Davidson, The vocal forest. A study of the context of three Low Countries printers' devices of the seventeenth century. - Leiden: Academic Press Leiden, 1996. - xii, 66 p.: ill.; 23 cm. - ISBN 90-74372-15-5. Fl. 28, 95.
Drie in Leiden en Den Haag bewaarde houtblokken met de drukkersmerken van Simon de Vries, Louis en Daniel Elzevier, en Abraham Wolfgang, waren een uitnodiging tot emblematisch lezen. Alledrie stellen ze - toevallig (?!) - een boom voor, met een motto: 'sprekende bomen " dus. Vooral de palm en de olijfboom zijn rijk aan betekenis. Zij verbeelden bij uitstek de natuur en het menselijk streven. De Renaissancistische beeldcultuur bloeide vooral in de emblematiek, van Alciato tot de zeventiende-eeuwse Engelse "natuursymbolisten ". Een beeld-rijke gravure van Giorgio Ghisi (Rafaels droom) bood een sleutel tot de bomensymboliek. Van daaruit behandelt D. bomen in zestiende- en zeventiende-eeuwse drukkersmerken, om dan kort de drie houtblokken te duiden. Dit zeer verzorgd uitgegeven boekje (zonder register weliswaar) is inspirerende lectuur voor boek-, kunst- en literatuurhistorici. [M. d. S.]
2529. - Nadine M. Orenstein, Hendrick Hondius and the business of prints in seventeenth-century Holland. - Rotterdam: Sound & Vision Interactive, 1996. - 246 p.:ill.; 25 cm. - (Studies in prints and printmaking; 1). - ISBN 90-75607-04-0. Fl. 207.
Belangrijke monografie over de prentuitgeverij in de Republiek, gecentreerd rond Hendrick Hondius (Duffel 1573 - Den Haag 1650). Omdat Hondius ook vele plano's met prent én gezette tekst uitgaf, prenten maakte als boekillustratie, ja ook zelf als boekuitgever optrad, is deze studie ook voor de boekhistoricus van groot nut. De bijlage (p. 171-218) bevat een "Catalogue of Hondius " publications ", met (p. 216-218) een lijst "Books which originated in Hondius' shop ". Goede bibliografie, handig register (al blijven de dichters van de prentbijschriften nog steeds een blinde vlek voor vele kunsthistorici - of denken die nog steeds dat het waardeloos is te vermelden dat teksten van J. Dousa of H. Grotius de eerste contemporaine interpretatie van het afgebeelde bieden ? !). De afbeeldingen zijn uitstekend gereproduceerd en het boek is keurig verzorgd uitgegeven. Dat mag ook wel voor de (al te) hoge prijs ... [M. d. S.]
2530. - Christian Coppens, Een Ars moriendi met etsen van Romeyn de Hooghe. Verhaal van een boekillustratie. - Brussel: Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België, 1995. - 291 p., [36] p. pl.: ill.; 25 cm. - (Verhandelingen Klasse der Schone Kunsten; jrg. 57, 1995, nr. 60). - ISBN 90-6569-621-0.
Een Franstalige Henegouwse minderbroeder geïllustreerd door een Hollandse meester ? In de zeventiende eeuw was veel mogelijk ... Het thema (de dood) was voor beiden immers even existentieel. Miroir de la bonne mort, een sterfboek van David de la Vigne (ca. 1614-1684) met 42 prenten schitterend geïllustreerd door Romeyn de Hooghe (1645-1708), is hier welhaast uitputtend geanalyseerd (zie ook Kroniek 11
nr. 780 en Kroniek 15 nr. 1438). Ontstaans- en drukgeschiedenis zijn eindelijk verhelderd (er is een handig schema van de "filiatie van de uitgaven " op p. 244). Uitvoerige literatuurverwijzingen en registers sporen aan tot verder onderzoek van tekst- en beeldtraditie. De oorspronkelijke (niet-geïllustreerde) Franse tekst uit 1646 wordt in bijlage afgedrukt (p. 205-222), evenals archivalia en de bijschriften van de Nederlandse uitgave uit 1694 en diens herdruk. De 42 prenten zijn alle gereproduceerd. Een weloverwogen, zeer genuanceerde bijdrage tot de kennis van de zeventiende-eeuwse beeldcultuur en mentaliteit. [M. d. S.]
2531. - Anna E.C. Simoni, Walter Morgan Wolff: an Elizabethan soldier and his maps in Quaerendo, 26, 1996, p. 58-76, ill.
Onderzoek naar de ontwerper van enkele kaarten behorend bij Belägerung der Statt Ostende (1604) en latere werken over dat exemplarische feit uit de Nederlandse Opstand. [M. d. S.]
2532. - Irvin Buckwalter Horst, Like calls to like. The graphic art of Jan Luyken at the end of the twentieth century in Waardevol oud papier... (cf. nr. 2464), p. 39-42, ill.
Over de religieuze aard van Jan Luykens boekillustraties. [M. d. S.]
2533. - Paul Begheyn, Two thesis prints by Matthaeus Aloysius van Hulten (1630-78) of Amsterdam, printed at Douai in 1648 and 1649 in Quaerendo, 26, 1996, p. 207-212, ill.
Een typisch product van contrareformatorische Barok is de thesisprent: enkele (meest filosofische) stellingen omlijst door (steeds uitbundiger) grafiek. A. bespreekt o.m. een weelderig uitgevoerd exemplaar gedrukt op zijde. [M. d. S.]
2534. - Ronald Breugelmans & Jan Storm van Leeuwen, Een verstopte opdracht van klant aan binder in Van pen tot laser ... (cf. nr. 2427), p. 30-35, ill.
Omdat de zeventiende-eeuwse band rond een zestiende-eeuwse druk uit Basel (ex. UB Leiden) in slechte staat verkeerde, gaf hij een geheim prijs waarvan het nooit de bedoeling zal zijn geweest dit wereldkundig te maken maar waar de boekbandhistoricus zijn voordeel mee kan doen. Op de rectozijde van het voordekblad, normaliter vastgekleefd op de platkern, heeft de eigenaar instructies neergeschreven hoe hij de band wilde gebonden hebben. Vermoedelijk is deze manier van doen wel meer voorgekomen. [E. C.-I.]
2535. - Bram Schuytvlot, Het boekenbezit van Balthasar Bekker in Van pen tot laser... (cf. nr. 2427), p. 256-260.
Twee exemplaren zijn op dit ogenblik bekend (Halle S. en Kopenhagen) van de veilingcatalogus (1698) der boeken van de omstreden dominee Balthasar Bekker (1634-1698). Opmerkelijk is zijn voorkeur voor atlassen en reisverslagen. [M. d. S.]
2536. - Ad Leerintveld, "Kostelijck Papier ": de bibliotheek van Constantijn Huygens in Waardevol oud papier... (cf. nr. 2464), p. 192-202, ill.
In 1688 werden 2930 boeken uit Constantijn Huygens " bibliotheek in Den Haag geveild. Bekend is dat de veilingcatalogus reeds in 1903 werd heruitgegeven op basis van het (toen) unieke exemplaar in het Museum Meermanno-Westreenianum. Thans is een tweede exmplaar aan het licht gekomen (in Kopenhagen). Belangrijker nog is dat nu duidelijk is geworden dat de veiling van 1688 slechts een gedeelte bevatte van de oorspronkelijke collectie (ca. 10.000 banden). Ook de catalogi van de zonen Christiaan (1695) en Constantijn Jr. (1701) bevatten substantiële gedeeeltens van vaders bibliotheek. Na ruim driehonderd jaar is L. begonnen met het opsporen van de verstrooide Huygensexemplaren. Gelukkig heeft Constantijn op bijna alle boeken zijn devies "Constanter " geschreven, vaak gevolgd door het jaartal van aankoop. Op p. 198-201 staat de lijst met de 62 thans bekende exemplaren en hun kenmerken. Wordt hopelijk vervolgd en nagevolgd - want hoe weinig concrete exemplaren uit Nederlandse schrijversbibliotheken zijn er maar bekend (cf. nr. 2549). [M. d. S.]
Zie ook nr. 3027
2537. - C. Coppens, Vrienden van het eerste uur: de schenkers bij de opening van de Centrale Bibliotheek te Leuven (1636/1639) in Ex officina, 9, 1992 [versch. 1996], p. 20-74, ill.
Drie jaar na de opening van de Leuvense UB (in 1636) publiceerde bibliothecaris Valerius Andreas een catalogus met 2630 titels. Daarin worden enkele schenkingen vermeld: 97 titels (in 237 banden) van 70 schenkers. C. identificeerde schenkers en geschonken werken. Met uitvoerige registers op biografische en bibliografische gegevens. Een gewichtige bijdrage tot de bibliotheekgeschiedenis van de Zuidelijke Nederlanden. [M. d. S.]
2538. - K. Mannaerts, De bibliotheek van Dom Rumoldus Mertens (+ 1622), pastoor van Leefdaal en Vossem in Ons geestelijk erf, 70, 1996, p. 62-94.
Goede studie van een vroeg-zeventiende-eeuwse pastoorsbibliotheek. Met 205 boeken was die wellicht typisch voor de meer geletterde clerus. De titels worden zo goed mogelijk geïdentificeerd (met index van auteursnamen). [M. d. S.]
2539. - Toon van Houdt, The making of a Jesuit author. Leonardus Lessius (1554-1623) and his printers in Ex Officina Plantiniana Moretorum... (cf. nr. 2523), p. 403-437.
Om als volwaardig auteur erkend te worden was Lessius aangewezen op zijn uitgevers, vooral dan op Balthasar I Moretus. De nauwe contacten mondden uit in een intense briefwisseling, waarvan een belangrijk deel nog bestaat. Ze loopt van maart 1609 tot juli 1622. Van Houdt bereidt een uitgave van deze briefwisseling voor. Hier analyseert hij ze in het licht van de samenwerking tussen Lessius en Moretus: hoe trachtte Lessius het productieproces van zijn boeken te controleren, en in hoeverre slaagde hij in dit opzet ? De achterliggende bedoeling van Van Houdt is, in het spoor van Michel Foucault en Roger Chartier, enkele mechanismen bloot te leggen die in de vroege zeventiende eeuw meespeelden bij de constructie van het begrip auteurschap. Het artikel wordt gevolgd door een bijlage met een voorlopige lijst van 64 brieven tussen de twee protagonisten [P.D.]
2540. - Hubert Meeus, Jan Moretus en de Noordnederlandse boekhandel 1590-1610 in Ex Officina Plantiniana Moretorum... (cf. nr. 2523), p. 343-369.
Ondanks de scheiding van Noord en Zuid vanaf 1585, onderhield het Plantijnse huis van 1590 tot 1610 toch nog intensieve contacten met partners in het Noorden. Ook Jan I Moretus bleef regelmatig boeken kopen bij zijn Noordnederlandse collega's, zij het meestal onrechtstreeks, via de halfjaarlijkse beurzen in Frankfurt. De belangrijkste handelspartner was uiteraard het zusterbedrijf van de Raphelengii in Leiden. Ook de Amsterdamse uitgever Cornelis Claesz handelde vaak met Antwerpen. Verder waren vooral de familie Elsevier, Zacharias Heyns en Jan Jansz belangrijke zakenrelaties.
In de rekeningen vond Meeus uiteindelijk verwijzingen naar 688 titels die in het Noorden werden aangekocht. Hij geeft er hier een overzicht van, geklasseerd naar genre. [P.D.]
2541. - Henk Borst & Marrije Schaake, Van Amsterdam naar Londen: populair proza in vertaling rond 1683 in Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis, 3, 1996, p. 25-54, ill.
Een aantal Engelse romanachtige teksten (The ten pleasures of marriage 1682, The confession of the new-married couple 1683, The London jilt: or, the politick whore [1683], en The Dutch rogue 1683) blijken thans vertalingen te zijn van populaire bestsellers van de Amsterdamse uitgevers Hieronymus Sweerts (De tien vermakelikheden des houwelyks 1678, De biecht der getroude 1679) en Timotheus ten Hoorn (D'openhertige juffrouw 1680, Leven, op- en ondergang van den verdorven koopman 1682). Enkele (of alle ?) van deze Engelse teksten zijn waarschijnlijk ook in de Republiek geproduceerd. Borst en Schaake onderzoeken of er, op het terrein van het populaire proza, een geregelde samenwerking bestond tussen Amsterdamse en Londense boekverkopers. Hun antwoord luidt veeleer ontkennend. [M. d. S.]
2542. - Cats catalogus. De werken van Jacob Cats in de Short Title Catalogue, Netherlands. Inl. Paul Dijstelberge. Red. Jan Bos & J.A. Gruijs. - Den Haag: Koninklijke Bibliotheek, 1996. - 135 p.: ill.; 21 cm. - ISBN 90-6259-131-0. Fl. 30.
De STCN werkt al vijftien jaar systematisch aan de inventarisatie van de Nederlandse boekproductie 1540-1800. Gelukkig komt de redactie geregeld met een specimen van de resultaten naar buiten. Zo werd reeds één stad behandeld (Hoorn - voorproef in 1979), een collectie "curiosa " (Vingerafdrukken 1993 - Kroniek 19
nr. 2025), één jaar (T "Gvlde Iaer 1650 1995 - Kroniek 21 nr. 2367). En nu is het de beurt aan één auteur - en wat voor een ! Jacob Cats (1577-1660), staatsman, zakenman, meest gelezen en meest verguisde schrijver van prikkelende "moraliserende " bestsellers (met oplagen die in de tienduizenden liepen).
Een goudmijn voor bibliografen, maar ook een mijnenveld van uitgaven, staten en varianten. Als Catsbibliografie fungeerde tot heden Museum Catsianum, de catalogus van de Catsverzameling door W.C.M. de Jonge van Ellemeet in 1887 aan de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden geschonken. Een goede catalogus is het, maar niet de bibliografie waar een auteur als Cats om lijkt te smeken. Het moet maar meteen gezegd: de Cats catalogus is de grote sprong voorwaarts - al blijft het wachten op de gedetailleerde volledige analyse die een Smallegange (Kroniek 10 nr. 662) of een Bontekoe (deze Kroniek nr. 2469) ten deel is gevallen. Eindelijk beschikken we over collaties voor bijna driehonderd Catsuitgaven (tot 1800 - de negentiende eeuw blijft nog te bewerken terrein - zie Kroniek 21 nr. 2411).
Wat is er dan zo moeilijk aan een Catsbibliografie ? 'De bibliograaf treft een adderkluwen aan. Het lijkt of elk exemplaar dat hij openslaat, weer een nieuwe complicatie oplevert. Eén en hetzelfde werk verscheen onder zeer uiteenlopende titels, terwijl sterk op elkaar gelijkende titels juist een heel andere inhoud hebben. En achter dezelfde titel kan ook een sterk wisselende inhoud schuil gaan. Teksten werden ingekort en uitgebreid, opgenomen in andere boeken of juist afzonderlijk uitgegeven. Bestaande illustraties werden hergebruikt bij nieuwe gedichten. Er zijn heruitgaven en roofdrukken, titeluitgaven en spookedities. We vinden sporen van auteursingrepen. Sommige exemplaren zijn incompleet, of verkeerd gebonden. Andere bestaan deels uit de ene, deels uit een andere editie of hebben een titelblad dat er niet bij hoort. We noteerden staatverschillen tot op de titelpagina toe.' (p. 28). Binnen de begrenzing van de STCN (geen plano's, geen "Belgische " drukken, geen edities na 1800; slechts 4 bibliotheken: Den Haag, Amsterdam, Leiden en de British Library) is dit inderdaad "nagenoeg alles " (R. Fruin over Museum Catsianum). Het vraagt de niet met de STCN vertrouwde lezer enige tijd om zijn weg te vinden in de eerste beschrijvingen. Na enig nauwkeurig ontcijferen van de gehanteerde codes, blijkt alles keurig en helder gepresenteerd te zijn: titel, impressum, collatie, referenties, inhoud, vingerafdruk en exmplaren. Het bibliografische niveau van de STCN is zeer hoog. Zelden komt men in de verleiding een andere oplossing te geven, zelfs niet bij een zo ingewikkelde productiegeschiedenis als die van Cats " megasellers. Varianten blijven natuurlijk mogelijk. Wellicht zal de beschrijving van meer exemplaren van elk nummer leiden tot occasionele correcties. Zo heeft een ander exemplaar (in privébezit) van nr. 2 (Alle de wercken 1658) '4A-R6 4S8 4T-X6' i.p.v. '4A-X6' (STCN), en '11A-D6 12A6 (A1 + ?1) 12B-E6 12F6 (F2 + 2?1, -F5) 12G-I6' i.p.v. '11A-D6 12A-E6 12F6 (-F5) 12G-I6' (STCN).
De Cats catalogus wordt ingeleid door een intrepreterend artikel van Paul Dijstelberge (de bibliograaf die niet vergeet te lezen ...) "De vergeefse strijd tegen het lichaam " (p. 7-22), een chronologie van leven en werk (p. 24-25), en een inleiding op de bibliografie "Van Museum Catsianum naar Cats Catalogus " door Jan Bos en J.A. Gruys (p. 27-55). Beiden bespreken daarin ook enkele ingewikkelde drukgeschiedenissen, van Silenus Alcibiadis tot Gedachten op slapeloose nachten. De Cats catalogus is aardig geïllustreerd en bevat uiteraard een drukkersregister, een concordantie met Museum Catsianum en een concordantie met de 'standaardtitels " van Cats " oeuvre. Aanbevolen ! [M. d. S.]
Zie ook nrs. 2670; 2726; 2947; 2957
2543. - Jacques Hellemans, Les gazettes de langue française dans les contrées qui forment la Belgique actuelle au début du XVIIe siècle in Archief- en bibliotheekwezen in België, 66, 1995, p. 140-153.
Antwerpen krijgt de primeur met het naast elkaar bestaan van verschillende dag- of nieuwsbladen, te beginnen met A. Verhoeven, 1629 (en niet 1605). Brugge en Gent volgen, resp. 1637 en 1667, evenals Brussel met zijn Courier véritable des Pays-Bas. H gaat even in op het al of niet periodieke karakter van de nieuwsbladen en de polemiek rond de prioriteit ervan. [E. C.-I.]
2544. - Bob de Graaf, Grotius' Annales et Historiae de rebus Belgicis. De beide uitgaven van 1657 nader beschouwd in Van pen tot laser... (cf. nr. 2427), p. 143-149, ill.
Van Grotius' geschiedenis van de Nederlandse Opstand (1566-1609) verschenen er in 1657 en 1658 vier uitgaven (Ter Meulen & Diermanse 741-744). In tegenstelling tot wat Grotius " bibliografen beweren is TMD 742 geen "re-issue ", maar wel degelijk een tweede "druk ": er zijn verschillen in voorwerk, vignetten, initialen, custodes en vooral signatuurposities. [M. d. S.]
2545. - Dirk Sacré (ed.), Sidronius Hosschius (Merkem 1596 - Tongeren 1653), jezuïet en Latijns dichter. Publicatie n.a.v. zijn vierhonderdste verjaardag uitgegeven. - Kortrijk: Stedelijke Openbare Bibliotheek, 1996. - 191 p.: omslag, portr., ill.; 24 cm. BF 300.
Hoewel zijn werk een voorname plaats in het literaire erfgoed van ons land bekleedt (DS), is Hosschius voor de meesten onder ons, denk ik, een vrijwel onbekende figuur, terwijl hij in de afgelopen eeuwen hooggewaardeerd was als dichter van elegieën. Ordegenoten en anderen, niet-jezuïeten, als Jacobus Wallius, Antonius Sucquet, Joannes Berchmans, Gulielmus Hesius, Oliverius Vredius, Adriaan Poirters, Ferdinand Verbiest, Antonius van Torre, Antonius Sanderus hebben zijn pad gekruist. Het is de grote verdienste van Dirk Sacré hem onder het stof vandaan te hebben gehaald en hem opnieuw voor het voetlicht te hebben gezet. Op recent onderzoek kon evenwel niet worden gesteund: het ontbreekt gewoon. S beschouwt het voorliggend resultaat dan ook als een aanzet. Niettemin komt de figuur hier bijzonder goed uit de verf en is aan zijn geschriften recht gedaan. Er is niet alleen de door Marcus de Schepper samengestelde lijst van zelfstandige werken in Belgisch bezit en de visu beschreven, er zijn ook de gedichten van Hosschius door Sacré gepubliceerd èn vertaald. Dankzij de goede pen en een steeds zeldzamer geworden beheersing van de Nederlandse taal en kennis van het Neolatijn van laatstgenoemde, is de biografie van Hosschius een levendig relaas geworden dat niet losstaat van zijn werk, en zijn de vertalingen van zijn dichtwerk boeiende lectuur. De levensweg van Hosschius speelt zich af tussen verschillende plaatsen in West-Vlaanderen, Mechelen, Douai, Gent, Den Bosch, Antwerpen, Brussel en tenslotte Tongeren. Na de overgave van Den Bosch in 1629 heeft hij er voor gezorgd dat de bibliotheek van het college in veiligheid werd gebracht en een onderkomen vond in het Brussels College. Van daaruit werden doubletten naar andere colleges in het land verspreid. Uit documenten blijkt dat zowel het dichterschap als de pedagogische kwaliteiten van Hosschius door de orde werden gewaardeerd.
Een synchronische tabel, de voorlopige checklist van de gedrukte edities (tot in de negentiende eeuw), enkele reproducties, gaan het catalogusgedeelte vooraf. Voor de meer dan honderd nummers -beeldmateriaal, portretten, brieven, drukken- heeft een hele pleiade van auteurs ingestaan. Het geheel is ontsloten door een index van de handschriften, en een 'index nominum selectorum'; wat wij ons bij dit laatste precies moeten voorstellen is niet duidelijk. Het boek is door de zorgen van de Kortrijkse Stadsbibliotheek eenvoudig maar heel behoorlijk uitgevoerd. Voor haar inzet in dezen komt ook haar ere toe. [E. C.-I.]
2546. - Frans Baudouin, Balthasar I Moretus, `Gheestelyck vader', en zijn verwanten, begunstigers van de Antwerpse Annuntiaten in Ex Officina Plantiniana Moretorum... (cf. nr. 2523), p. 131-156: ill.
Overzicht van de relaties tussen de familie Moretus en het Antwerpse Annuntiatenklooster, gesticht in 1608. Met voorstelling van een enig bekend exemplaar van een Plantijnse eenbladdruk. Daarin wordt een luisterrijke viering van de H. Justus aangekondigd, van wie een reliek in de Annuntiatenkerk werd bewaard. [P.D.]
2547. - Joost Depuydt, Erycius Puteanus 1574-1646. Tentoonstelling in de Centrale Bibliotheek K.U. Leuven, 8 november - 20 december 1996. - Leuven: Universiteitsbibliotheek, 1996. - [24 p.]: ill.; 21 cm.
Kleine, verzorgde, catalogus met een selectie van Puteanusdrukken in de Leuvense UB, van diens eerste werk (Reliquiae convivii prisci, Milaan 1598) tot de Bruxella (Brussel 1646); ook enkele handschriften en portretten worden kort beschreven. [M. d. S.]
2548. - Johan Gerritsen, Vondels "Palamedes, Hekeldigten " 1705 in Van pen tot laser... (cf. nr. 2427), p. 95-99.
Een "afwijkend " exemplaar uit de serie vroeg-achttiende-eeuwse drukken waarin Vondels Palamedes en Hekeldigten werden gecombineerd [met als dateringen 1705, 1707 en 1736], leidt tot een nauwkeuriger analyse van de opbouw (vellen, [staand] zetsel, formaat). Sluit aan bij Kroniek 14 nr. 1239. [M. d. S.]
2549. - Ad Leerintveld, Een bijzonder exemplaar van Vondels Gebroeders in Kort Tijt-verdrijf. Opstellen over Nederlands toneel (vanaf ca. 1550) aangeboden aan Mieke B. Smits-Veldt. Red. W. Abrahamse ... [et al.]. - Amsterdam: A D & L, 1996, p. 157-164.
De Koninklijke Bibliotheek te Den Haag bezit, met signatuur 392 H 28, een interessant exemplaar van de eerste druk (Amsterdam: Dominicus vander Stichel voor Abraham de Wees, 1640) van J. van den Vondels Gebroeders. L komt na onderzoek tot het besluit dat de contemporaine aantekeningen inderdaad van Vondels hand zijn en dat deze in dit exemplaar de belangrijkste herinneringen verzamelde aan een bijzondere opvoering voor de Amsterdamse magistraat op 20 april 1641. [M. d. S.]
Zie ook nr.
2536
2550. - Tom Verschaffel, Historici in de Oostenrijkse Nederlanden (1715-1794). Proeve van repertorium. - Brussel: Facultés universitaires Saint-Louis, 1996. - 113 p.; 25 cm. - (Studiecentrum 18de-eeuwse Zuidnederlandse letterkunde. Cahiers; 15).
Ruim opgevat repertorium van al wie zich in de Oostenrijkse Nederlanden met de studie van het verleden heeft beziggehouden. Elke notitie bevat een summiere biografische schets, een opsomming van de historische werken die de auteur heeft geschreven c.q. gepubliceerd, en een literatuuropgave. Er is in het kader van deze `proeve' geen bibliografische volledigheid nagestreefd. Wel wordt de samenstelling van een vollediger repertorium van de Belgische geschiedschrijvers 1500-1830 door de auteur in het vooruitzicht gesteld. Met deze publicatie (een nevenproduct van zijn proefschrift) heeft Verschaffel ons alvast een nuttig werkinstrument ter beschikking gesteld. [P.D.]
2551. - Bibliografie van het Nederlandstalig narratief fictioneel proza 1701-1800. A bibliography of prose fiction written in or translated into Dutch (1701-1800). Samengesteld en ingeleid door J. Mateboer. Met een woord vooraf door W. van den Berg. - Nieuwkoop: De Graaf Publishers, 1996. - XX-576 p.: ill.; 25 cm. (Bibliotheca bibliographica Neerlandica; 31). - ISBN 90-6004-426-6. Fl. 225.
De Bibliografie van het Nederlandstalig narratief fictioneel proza 1670-1700, verschenen in 1988 (cf. Kroniek 14
nr. 1212), heeft toen veel inkt doen vloeien. Het vervolg - en meteen de afsluiting - van het grote project ligt nu voor. Oorspronkelijk was het de bedoeling een betrouwbare bibliografie te produceren van de romanliteratuur in het Nederlands, verschenen in de periode 1670-1830. Om verschillende redenen is er echter voor gekozen het jaar 1800 als terminus ante quem te hanteren; voor de jaren 1800-1830 staan inmiddels de bibliografieën van Saalmink en Devolder ter beschikking.
Pragmatisme, ongetwijfeld een deugd in de wereld van de bibliografie, heeft de samenstellers ook tot andere beslissingen bewogen. De lijst is nu opgevat als een short-title-catalogue, met weglating van een al te uitvoerige annotatie maar met behoud van de collatieformule en - iets wat in het eerste deel achterwege was gebleven - de vingerafdruk. Zo beschikt dit boek over een aantal troeven die het tot een meer dan aanvaardbaar standaardwerk voor de neerlandistiek maken.
Vermeldenswaard is dat de publicaties alfabetisch gerangschikt staan, niet op de auteursnaam, maar op het eerste woord van de titel (in gemoderniseerde vorm). Om de werken van een bepaald auteur terug te vinden, is men aangewezen op het auteursregister. Zoals het een stevige bibliografie past, vinden we hier overigens nog royale registers op jaar en plaats van uitgave, namen van drukkers, uitgevers en boekverkopers, namen van vertalers en bewerkers, talen van waaruit vertaald is, persoons- en geografische namen uit de titels, en alternatieve titels. In de bijlagen volgen nog aanvullingen op beschrijvingen in Buismans Populaire prozaschrijvers en op de Bibliografie (...) 1670-1700.
Het is duidelijk dat dit naslagwerk zeer nuttige diensten zal bewijzen. Het mag dan minder groots zijn dan aanvankelijk gepland was, maar waarschijnlijk is het juist daarom nu al beschikbaar. Neerlandici, historici, bibliografen en catalografen zullen er de samenstellers dankbaar voor zijn. [P.D.]
2552. - Boris Rousseeuw, De laatste letterproef van de Antwerpse lettergieterij Van Wolsschaten (1596-1779). - Wildert : De Carbolineum Pers, 1996. - 52 p. : ill. ; 28 cm.
Geschiedenis van het geslacht Van Wolsschaten, waarvan de leden aanvankelijk als drukkers, boekhandelaars en lettergieters actief waren. Vanaf Melchior (c. 1701) waren zij bijna uitsluitend lettergieters. Sinds 1620 waren zij als zodanig leveranciers voor de Officina Plantiniana. Zij telden onder hun klanten ook andere Antwerpse drukkers zoals de Verdussens naast firma's te Brussel, Brugge, Leuven, Gent, Namen, Doornik en Rijsel. De letterproef van Jan Baptist (1714-1776) bevat een keurige en leesbare romein. Deze studie werd onder de vorm van een bibliofiele publicatie uitgegeven (gedrukt op de handpers, beperkte oplage, Perpetua letter, Zerkall papier) en is de eerste bijdrage, die aan dit Antwerps drukkersgeslacht gewijd is. De (onvolledig bewaarde) letterproef (drie blz.) werd in facsimile afgedrukt. [W.W.]
2553. - Hans de Canck, Drukken in revolutietijden: de Leuvense drukkers Michel (ca. 1770 - ca. 1820) in De Achttiende Eeuw, 27, 1995, 2, p. 193-218, ill.
Samenvatting van De Cancks licentieverhandeling over de drie broers Michel (cf. Kroniek 20
nr. 2248), zij het zonder de fondslijst en de bijlage met reproducties van typografische ornamenten. [P.D.]
2554. - Daniel D'Herdt, De boekhandel en het boekdrukkersbedrijf in Aalst van 1700 tot 1830 in Het Land van Aalst, 48, 1996, 2, p. 81-129 en 4, p. 225-268, ill.
In deze twee bijdragen bracht de auteur alles samen wat hij -vooral in het Stadsarchief van Aalst - terugvond over de geschiedenis van de typografie en de boekhandel in Aalst. Dat is heel wat! Het verzamelde materiaal brengt heel wat nieuws aan het licht over de productie en distributie van boeken in deze provinciestad. Ook de bijlagen zijn interessant. Daarin zijn onder meer opgenomen: een inventaris (met geschatte waarde) van het winkelgoed van de eerste Aalsterse drukker, Judocus Ludovicus D'Herdt (december 1771), fondsreconstructies van deze drukker en van zijn collega's uit de negentiende eeuw: Frans van Hese, Jan Jacob de Caju, Jozef Sacré en Charles Ghislain Spitaels. [P.D.]
2555. - Pierre Delsaerdt, "Domino ac Patrono Meo Clementissimo ": une thèse dédiée au prince de Ligne in Nouvelles annales Prince de Ligne, 10, 1996, p. 58-67, ill.
De Repetitio medica van Philippus Josephus Roulez van Seneffe, 1779, gedrukt in de Academische Drukkerij te Leuven (niet in Bruneel) vertoont de bijzonderheid dat ze opgedragen is aan prins Charles-Joseph de Ligne, 'dominus ac patronus meus clementissimus'. De uitgaaf van acht bladen in kwarto betekent de bekroning van de universitaire studies (licentiaat), nadat zes disputationes, een aforisme en nog een grote disputatio werden verdedigd. Van de Academische Drukkerij (1759-1797) zijn ongeveer 140 drukken plus ca. 12.000 theses bekend. [E. C.-I.]
2556. - Jan Storm van Leeuwen, Verguld oud leer. Rondom een Amsterdamse band uit 1716 en de Rozet-dubbelwiegevoetgroep in Waardevol oud papier... (cf. nr. 2464), p. 261-268, ill.
Na een overzicht van boekbandaanwinsten voor de Haagse Koninklijke Bibliotheek op veilingen bij Bubb Kuyper te Haarlem, wordt dieper ingegaan op één opmerkelijke band, rond Abraham Bogaert, Roomsche monarchy [...] (Amsterdam 1716), en diens plaats in de achttiende-eeuwse Nederlandse boekbandgeschiedenis. [M. d. S.]
2557. - Arnold Wiggers, Gesigneerd: J. Dane: de Satisfactie-binder gevonden in De boekenwereld, 13, 1996, p. 77-83, ill.
Een door de Zeeuwse Bibliotheek nieuw verworven boek, gedrukt te Middelburg in 1779 en door de binder J. Dane gesigneerd, bracht het onderzoek naar de binder met de noodnaam in een stroomversnelling. De gebruikte stempels, de schutbladen en de belettering leveren onomstotelijk het bewijs dat de zogenaamde Satisfactie-binder Jan Dane is, als binder actief van 1755 tot aan zijn dood in 1783. [E. C.-I.]
2558. - De blinde hertog. Louis Engelbert van Arenberg & zijn tijd 1750-1820. Redactie en coördinatie M. Derez, M. Nelissen, J.-P. Tytgat, A. Verbrugge. - Brussel: Gemeentekrediet, 1996. - 206 p.: ill.; 30 cm. - ISBN 90-5066-164-5.
Bij de fraaie tentoonstelling met dezelfde naam in de Leuvense Universiteitsbibliotheek (21 oktober - 19 december 1996) verscheen dit bijzonder verzorgde boek. Het zal voortaan als summa dienen voor de figuur van Louis Engelbert van Arenberg, die blind geworden was na een jachtongeval. Als kind raakte hij doordrongen van de verlichte idealen; als émigré in Duitsland kwam hij in contact met de Romantiek. In de politieke geschiedenis van de Zuidelijke Nederlanden staat hij bekend om zijn engagement voor de zaak van de Vonckisten.
Voor deze kroniek zijn vooral de bijdragen van Marie Cornaz en Jan Roegiers een signalement waard. De eerste heeft het over de muzikale voorkeuren van de hertog (p. 145-150), en werpt daarbij een licht op de muziekbibliotheek. Die is bewaard in het privé-archief van de familie Van Arenberg (thans in het Kapucijnenklooster van Edingen), en bevat 170 manuscripten en 678 drukken, waaronder verschillende unica. Jan Roegiers beschrijft dan de privé-bibliotheek (p. 174-176), en onderscheidt de aankopen, gedaan door vader Charles Marie Raymond, van die van Louis Engelbert. Voor 1784 en 1785 bleven de rekeningen van diens boekenaankopen bewaard. We krijgen ook een kort overzicht van de bibliothecarissen in hertogelijke dienst. Uit dit alles blijkt dat de hertog geenszins een bibliofiel was; voor hem waren boeken (die hij zich liet voorlezen) een middel om zich te ontspannen en op de hoogte te blijven van wat er in de wereld van politiek, filosofie en wetenschappen gaande was. [P.D.]
2559. - Hannie van Goinga, `Vercierde Historien': een verkenning naar de commerciële leesbibliotheken in de Republiek in de 18e eeuw in Koert van der Horst, Peter A. Koolmees, Adriaan Monna (red.), Over beesten en boeken. Opstellen over de geschiedenis van de diergeneeskunde en de boekwetenschap. - Rotterdam: Erasmus Publishing, 1995, p. 283-298.
De `lezersrevolutie' in de achttiende eeuw werd onder meer gedragen door het ontstaan van commerciële leesbibliotheken. Hannie van Goinga deed een onderzoek naar de situatie van deze kleine instituten in de Republiek, voornamelijk aan de hand van krantenadvertenties in de Amsterdamsche Courant (1760-1770) en de Leidsche Courant (1750-1769). Catalogi van dergelijke bibliotheken zijn immers maar in zeer beperkte mate bewaard.
Voor zover bekend was de eerste leesbibliotheek in de Republiek die van Hendrik Scheurleer, in Den Haag opgericht in 1750 (cf. Kroniek 18
nr. 1954 en Kroniek 20 nr. 2257). Verder worden hier ook de leesbibliotheken voorgesteld van Hendrik Bakhuyzen (Den Haag), Martinus Magerus, Willem Eleveld en Henri Constapel (alledrie Amsterdam). Ook de kleinere - korter beschreven - leesbibliotheken in én buiten Den Haag en Amsterdam wijzen er volgens de auteur op dat er `zich een groeiende vraag naar deze vorm van distributie ontwikkelde, die in verband staat met de uitbreiding van het extensieve lezen' (p. 297). [P.D.]
2560. - Claude Sorgeloos, Les cabinets d'histoire naturelle et de physique dans les Pays-Bas autrichiens et à Liège in La diffusion du savoir scientifique XVIe - XIXe siècles. Actes du colloque de l'Université de Mons-Hainaut 22 septembre 1995. Édités par Marie-Thérèse Isaac et Claude Sorgeloos. - Brussel: Archief- en bibliotheekwezen in België, 1996, p. 125-230 (Archief- en bibliotheekwezen in België = Archives et bibliothèques de Belgique; extranummer 51). BF
Breed panorama van de geschiedenis van het fysisch kabinet in de Zuidelijke Nederlanden en het prinsbisdom Luik in de achttiende eeuw. De band met de wereld van het boek is tweeledig. Van de kabinetten maakten vaak ook boeken deel uit, als wetenschappelijke onderbouw of - en dan gaat het altijd om rijk geïllustreerde en dus zeer dure boeken - als substituut voor stukken die in de verzameling ontbraken of er teveel plaats zouden hebben ingenomen. Vooral in plantkundige collecties werd het onderscheid tussen bibliotheek en kabinet wel érg vaag: daar stonden de geïllustreerde boeken over plantkunde temidden de echte, `levende' herbaria.
Bovendien werden de kabinetten bijna altijd geveild samen met de privé-bibliotheek van de overleden verzamelaar. De wetenschappelijke instrumenten, schelpen- en plantenverzamelingen enz. werden dan oppervlakkig beschreven in de boekveilingcatalogus.
Bij dit overzicht werden twee bijlagen gevoegd: de eerste geeft een lijst van verzamelaars met een typering van hun wetenschappelijk kabinet, met als basis de derde uitgave van de Conchyliologie van Dezallier d'Argenville (Parijs, 1780) en de lijst van intekenaren op de Oryctographie de Bruxelles van F.X. de Burtin (Brussel, 1784). De tweede bijlage geeft een chronologische lijst van veilingen waarop ook natuurwetenschappelijke collecties werden verkocht. [P.D.]
2561. - Pierre Delsaerdt, The library of Hendrik Gabriël van Gameren, bishop of Antwerp (1700-1775) in Quaerendo, 25, 1995, p. 258-278, ill.
Oorspronkelijk in het Nederlands verschenen in 'Bijdragen tot de geschiedenis (cf. Kroniek 21
nr. 2388), hier met enkele belangrijke aanvullingen. [E. C.-I.]
2562. - T.T. Mantel, Waardevol oud papier uit Haarlem. De "Bloem-Thuyn "-collectie, een Bol-Bloemen catalogus in aquarel. De waardevolle nalatenschap van kwekerij "Bloem-Thuyn " in Haarlem in Waardevol oud papier... (cf. nr. 2464), p. 215-228, ill.
Met de veiling in 1948 bij Menno Hertzberger van de botanische bibliotheek van dr. E.H. Krelage (1869-1956) werd een unieke achttiende-eeuwse Haarlemse verzameling bloemencatalogi en bloemenaquarellen over de wereld verspreid. T.T. Mantel, bloembollenkweker en bibliofiel (een late neef van Van Hulthem ... ?), heeft de losse draden / bladen weer opgenomen en vertelt het b(l)oeiende verhaal van de Haarlemse bloemencatalogi. [M. d. S.]
2563. - G.R.W. Dibbets, Books in the background. A peep in the library of the Reverend Arnold Moonen, 1713 in Lias, 22, 1995, 2, p. 196-240, ill.
Arnold Moonen (1644-1711), predicant in Deventer en auteur van gedichten, preken en taalkundige en historische tractaten, bezat een rijke bibliotheek. Otto Lankhorst vond er de veilingcatalogus (een uniek exemplaar) van terug in Sint-Petersburg. De auteur van dit artikel is vooral geïnteresseerd in Moonen als auteur van de Nederduitsche spraekkunst (eerste uitgave 1706), en richt zich in zijn analyse daarom vooral op de talrijke taalkundige werken. Daarnaast komen ook de handschriften aan bod. Ze waren hoofdzakelijk aan de locale geschiedenis van Deventer gewijd. De collectie omvatte verder 80 incunabelen en postincunabelen; 37 titels hiervan waren in Deventer uitgegeven. [P.D.]
2564. - J. Ayolt Brongers, De bibliotheek van de Leidse archeoloog C.J.C. Reuvens (1793-1835). Een kwantitatief-grafische analyse in Van pen tot laser... (cf. nr. 2427), p. 36-46.
Met grafieken onderbouwde voorstelling van de bibliotheek van C.J.C. Reuvens, buitengewoon hoogleraar Archeologie in Leiden, oprichter-directeur van het Rijksmuseum van Oudheden en dus de eerste professionele archeoloog in Nederland. De bibliotheek werd in 1838 geveild in Leiden, met behulp van een gedrukte veilingcatalogus. Deze bespreking vertrekt van een exemplaar met handgeschreven prijzen en kopers. Uiteraard waren vooral archeologie en (klassieke) filologie het best vertegenwoordigd. [P.D.]
2565. - Jozef Scheerder, De bibliotheek van het klooster van Sint-Margaretha in Betlehem te Gent in 1783 in Qui valet ingenio. Liber Amicorum aangeboden aan Dr. Johan Decavele ter gelegenheid van zijn 25-jarig ambtsjubileum als stadsarchivaris van Gent. Onder redactie van Joris De Zutter, Leen Charles, André Capiteyn. - Gent: Stichting Mens en Kultuur, 1996, p. 431-435.
Uitgave van een lijst (Rijksarchief Gent, Afgeschafte kloosters, nr. 16) met de 128 handschriften en gedrukte boeken uit de bibliotheek van het augustinessenklooster 'van Deinze te Gent'. De lijst werd in 1783 opgesteld door de administrator en ontvanger van het (door Jozef II) opgeheven klooster. De auteur heeft slechts enkele pogingen gedaan om de uitgaven exact te identificeren; ook registers werden jammer genoeg niet aan het geheel toegevoegd. [P.D.]
2566. - L.G. Saalmink, Een vriend hunner jeugd en een vriend hunner kinderen. Over de drukgeschiedenis en het kopijrecht van de kindergedichten van Van Alphen in De Boekenwereld, 12, 1995, 2, p. 84-99, ill.
Zoals iedereen weet kenden de kindergedichten van Hiëronymus van Alphen een enorm succes. Dat vertaalde zich in een groot aantal edities waarvan veel exemplaren in omloop zijn geweest. Saalmink zet hier de soorten uitgaven op een rijtje, schenkt aandacht aan de illustraties, de uitgaven waarin de gedichten op muziek werden gezet, de vertalingen, de oplagen en prijzen en - hoe kon het anders - de nadrukken en het kopijrecht.
Wie de details van het nauwkeurige vooronderzoek wil kennen, kan terecht in drie nummers van jaargang 15 (1996) van het tijdschrift Dokumentaal: resp. in nr. 2, p. 48-56 (over de Proeve van kleine gedigten voor kinderen), nr. 3, p. 90-98 (over het Vervolg en Tweede vervolg van de Kleine gedigten voor kinderen) en in nr. 4, p. 151-158 (over edities van de Kleine gedigten voor kinderen met het jaartal 1787). [P.D.]
De kindergedichten van Hieronymus van Alphen werden vanaf 1778 bij Van Terveen te Utrecht gedrukt tot in de jaren negentig van de negentiende eeuw. Steeds werd daarbij gewaarschuwd voor nadrukken, en dat niet ten onrechte. Reeds in 1779 kwam er een nadruk op de markt (tot de Bataafse Republiek was dat niet illegaal en ook daarna had men geen moeite met het nadrukken van in het buitenland uitgegeven werken). Een wet van 1817 beperkte het kopijrecht tot twintig jaar na de dood van de auteur. Voor werk, uitgegeven voor 1803, gold het eigendomsrecht. Dat werd toegekend aan wie kon bewijzen het te bezitten. Voor herdrukken van dergelijke werken moesten bij het wettelijk depot exemplaren worden ingeleverd. Tegen nadruk in het buitenland (in casu in België na de onafhankelijkheid) stond de Nederlandse uitgeverij machteloos. In 1902 kregen de kindergedichten een nieuwe fondseigenaar: D.Bolle uit Rotterdam. [W.W.]
2567. - Hannie van Goinga, `Alom te bekomen.' Veranderingen in de boekdistributie in de Republiek 1725-1770 in Jaarboek voor Nederlandse Boekgeschiedenis, 3, 1996, p. 55-85, ill.
Het is bekend hoe tot in de achttiende eeuw de binnenlandse boekhandel (althans de transacties tussen boekverkopers onderling) beheerst werd door kopen op rekening, een veredeling van het ruilsysteem. Collega's-boekverkopers rekenden onderling eens per jaar af; het meestal kleine verschil tussen de debet- en credit-rekeningen werd in geld betaald.
In de achttiende eeuw ontwikkelde zich echter de commissiehandel met recht van teruggave. Dit systeem legde de grondslag voor de huidige organisatie van het boekbedrijf. Het was een antwoord van de boekverkoperswereld op veranderingen van het koopgedrag: het publiek wilde snel nieuw verschenen titels kunnen aanschaffen. Het verschijnsel werd grondig onderzocht in Duitsland. Van Goinga gaat hier op zoek naar het ontstaan ervan in de Republiek, en baseert zich daarvoor op boekhandelsadvertenties in de Leydse Courant en de Amsterdamsche Courant. Ook aan de evolutie en een correcte interpretatie van deze advertenties besteedt ze enkele lezenswaardige bladzijden. [P.D.]
2568. - Hannie van Goinga, Pieter van Damme (1727-1806). Nederlands eerste antiquaar ? Een verkenning naar het antiquariaat in de Republiek in de tweede helft van de achttiende eeuw in Van pen tot laser... (cf. nr. 2427), p. 121-142, ill.
Aansluitend bij een artikel van H. de la Fontaine Verwey over Pieter van Damme (cf. Kroniek 15 nr. 1469) zoekt de auteur een antwoord op de vraag hoe Van Damme antiquaar werd en of hij wel zo uniek was als wordt beweerd. Zij maakt daarvoor gebruik van de uitgebreide briefwisseling die bewaard wordt in het Museum van het Boek in Den Haag. Daaruit blijkt onder meer dat Van Damme in de vroege jaren 1750 vooral als handelaar in oude munten actief was. De verzamelaars voor wie hij als intermediair optrad, bediende hij ook als `bookrunner', op veilingen discreet biedend als commissionair voor bv. Abraham Gronovius.
Van Damme was niet de enige in de Republiek die grote aantallen antiquarische boeken opkocht om er een veiling mee te organiseren. In Den Haag opereerde ook Jean Neaulme op deze manier. Pierre Gosse organiseerde dan weer een `Engelse verkoping', d.w.z. een boekenverkoop waarbij een catalogus werd verspreid en de kooplustigen de boeken vooraf in de winkel konden komen inkijken, maar de vastgestelde prijs pas vanaf een welbepaalde datum in de respectieve boeken konden vinden. De eerste die het met de prijs eens was, kon het boek aankopen; af- of opbieden kwam er niet aan te pas. Hierdoor genspireerd gaf ook de Amsterdamse boekverkoper Hermannus de Wit in 1760-1768 verschillende catalogi met gedrukte prijzen uit. En in de jaren 1760 begonnen verschillende boekverkopers met de uitgave van antiquariaatscatalogi met gedrukte prijzen.
Dit alles wijst erop dat de markt voor het antiquarische boek in de jaren 1760 steeds meer het terrein werd van gespecialiseerde boekhandelaars. Uniek voor Van Damme is dus niet zozeer zijn werkwijze, maar wel het feit dat hij zich kon beperken tot de handel in antiquarische boeken en oude munten. [P.D.]
2569. - Agnes M. Zwaneveld, A Bookseller's Hobby-Horse, and the Rhetoric of Translation. Anthony Ernst Munnikhuisen and Bernardus Brunius, and the First Dutch Edition of `Tristram Shandy' (1776-1779). - Amsterdam: Rodopi, 1996. - 237 p.; 22 cm.- (Approaches to Translation Studies; 13). - ISBN 90-5183-956-1. Fl. 75.
Receptie-studie van het meest bekende werk van Laurence Sterne, met onder meer een speciale aandacht voor de eerste Nederlandse vertaling, die werd uitgegeven door Anthony Ernst Munnikhuisen (Amsterdam; cf. Kroniek 14,
nr. 1258). Als bijlage is ook een fondsreconstructie van deze uitgever opgenomen. [P.D.]
2570. - Gert-Jan Johannes, De barometer van de smaak. Tijdschriften in Nederland 1770-1830. - Den Haag: Sdu Uitgevers, 1995: ill.; 24 cm. - (Nederlandse cultuur in Europese context. Monografieën en studies; 2). - ISBN 90-12-08292-7. Fl. 39, 90.
Belangrijke algemene studie van het tijdschrift als medium in Nederland rond de eeuwwisseling. Het vormt de neerslag van wat de auteur al te bescheiden `een kort, verkennend onderzoek naar de situatie van het Nederlandstalige tijdschrift, en in het bijzonder het algemeen-culturele tijdschrift, rond 1800' noemt. Een geslaagd voorbeeld van cultuurgeschiedenis nieuwe stijl zoals ze gepropageerd wordt door J.J. Kloek en W.W. Mijnhardt, onder wier impuls dit onderzoek verricht werd. [P.D.]
2571. - Verlichte geesten. Een portrettengalerij voor Piet Buijnsters. Onder redactie van Kees Fens. - Amsterdam: Em. Querido's Uitgeverij B.V., 1996. - 223 p.: ill.; 21 cm. - Fl. 39, 90.
Elke bijdrage in dit hulde-album is gewijd aan een achttiende-eeuwse figuur uit de literatuurgeschiedenis. In de meeste gevallen gaat het - conform de interessesfeer van de gelauwerde - om figuren uit de Republiek. De nadruk ligt daarbij nooit op de boekhistorische aspecten van hun biografie. Toch zal het de lezers van deze kroniek interesseren te weten dat de volgende figuren aan bod komen: Joannes Lublink, Jacob Campo Weyerman, Bernard Nieuwentijt, J.F. Martinet, Salomon van Til, Rijklof Michaël van Goens, Belle van Zuylen, Aagje Deken, A.C.W. Staring, Cornelis Troost en Herman Boerhaave. Ook over Prosper Marchand is een portretstukje opgenomen. De bedoeling van het boek was duidelijk niet om nieuwe onderzoeksresultaten voor te stellen; wel om voor een bredere lezerskring aardige stukjes te schrijven als hulde aan Buijnsters, van wie achteraan een bibliografie (1961-1996) werd opgenomen. [P.D.]
2572. - Jozef Smeyers, Den Vlaemschen Indicateur en de literatuur. Inleiding en bloemlezing. - Brussel: Facultés universitaires Saint-Louis, 1995. - XXXII-77 p.; 25 cm. - (Studiecentrum 18de-eeuwse Zuidnederlandse letterkunde. Cahiers; 12).
Herwerkte en aangevulde versie van een in 1986 verschenen artikel, gewijd aan de literaire bijdragen in Den Vlaemschen Indicateur van de Gentse gebroeders Gimblet (1779-1782; nadien overgenomen door J.F. vander Schueren). In de inleiding komen aan bod: toneel, poëzie, proza, essayistische bijdragen i.v.m. letterkunde, en de aandacht voor de buitenlandse literaturen. Het corpus van dit boekje wordt gevormd door een bloemlezing van goed gekozen, illustratieve uittreksels. [P.D.]
2573. - B.P.M. Dongelmans, De vreugden van de boekgeschiedenis in De Negentiende Eeuw, 20, 1996, p. 5-18, ill.
Stipt recente wetenschappelijke literatuur aan en wijst op nog te behandelen onderwerpen in de wereld van het boek gedurende de negentiende eeuw, zoals de boekhandel in Nederlands-Indië. Daar had men zich vanuit het moederland al te veel van voorgesteld. De omzet was beperkter dan verwacht en men vroeg er lichte romanlectuur, geen zwaartillende werken en zeker geen wetenschap. Een ander mogelijk onderwerp van studie: de literatuur als terrein 'verboden voor vrouwen', een uitdaging voor het gender-onderzoek. [W.W.]
2574. - Jacques Michiels, Het tijdschrift Archief- en bibliotheekwezen in België en zijn drukker George Michiels N.V. in Archief- en bibliotheekwezen in België, 66, 1995, p. 1-4.
Gedurende meer dan een halve eeuw heeft Drukkerij Michiels voor het tijdschrift -'ons tijdschrift'- ingestaan; het was een van haar eerste en belangrijkste klanten. Een korte historiek wordt geschetst. [E. C.-I.]
2575. - Gerrit Kleis, 'De eeuwenoude lieveling der menschen'. Nederlandstalige publikaties over rozen tussen 1830 en 1915 tegen de achtergrond van de rozenkwekerij in de negentiende eeuw in Van pen tot laser... (cf. nr. 2427), p. 184-197.
Aanvankelijk was het kweken van rozen als relatief dure en veeleisende bloemen een zaak van adel en gefortuneerde burgers. Later betraden plantkundigen en schoolmeesters het terrein. Pas na de Eerste Wereldoorlog kwamen rozen binnen het bereik van de gewone liefhebber. Publicaties in het Nederlands over dit onderwerp verschenen pas met regelmaat vanaf 1858. Het zijn vooral praktische handleidingen voor de teelt en verzorging van rozen en gestoeld op buitenlandse literatuur. In bijlage een bibliografie van dertien nummers. [W.W.]
2576. - Dick van Lente, Drukpersen, papiermachines en lezerspubliek: de verhouding tussen technische en culturele ontwikkelingen in Nederland in de negentiende eeuw in Bladeren in andermans hoofd. Over lezers en leescultuur. - Nijmegen : SUN, 1996, p.246-263.
In de negentiende eeuw voltrok zich een omwenteling in de productie, verspreiding en consumptie van informatie. In 1819 telde Nederland 147 boekdrukkerijen, in 1890 niet minder dan 683. Met behulp van aggressieve reclamecampagnes werden goedkope herdrukken van populaire romans en klassieke werken op de markt gebracht. Invoering van nieuwe technieken in het drukkersbedrijf en de papierfabricage liepen parallel hiermee. Door de toegenomen concurrentie tussen de drukkers daalden de druktarieven. De productiekosten werden daarop verlaagd door volleerde werknemers te vervangen door 'halfwassen' en door het invoeren van de snelpers. Na 1880 kwam een nieuwe versnellingsfase op dreef toen papierfabrieken houtpulp als grondstof gingen gebruiken en rotatiepersen werden ingevoerd voor het drukken van de kosten. [W.W.]
2577. - Mathieu Lommen, A history of Lettergieterij 'Amsterdam' voorheen N. Tetterode (Typefoundry Amsterdam) 1851-1988 in Quaerendo, 26, 1996, p. 111-143, ill.
De handelaar Nicolaas Tetterode (1816-1894) begon zijn lettergieterij eerst in Rotterdam en verhuisde daarna naar Amsterdam, na aankoop van enkele verwante firma's. Het bedrijf werkte zich op tot de voornaamste zaak op dat gebied in Nederland naast Enschedé in Haarlem. (De betrekkingen tussen beide concurrenten bleven lange tijd zeer gespannen.) In 1892 werd de firma een N.V., 'Amsterdamsche Lettergieterij'. Naast letter in de eigenlijke zin verkocht het bedrijf ook drukkersmateriaal. De grote tijd kwam met de indiensttreding van S.H. de Roos in 1906. Diens Hollandse Mediaeval (1912) werd een groot commercieel succes. Van 1926 af werkte Dick Dooijes er als De Roos' assistent en in 1945 werd G.W. Ovink aangetrokken als esthetisch adviseur. De productie overtrof die van Enschedé in aanzienlijke mate. Tegenover de Haarlemse elitaire standaard koos het Amsterdamse bedrijf voor een meer trendgevoelige en ook meer commerciële aanpak. De opkomst van offsetdrukkerij en fotozetwerk maakte in 1988 een einde aan de eigenlijke lettergieterij. [W.W.]
Zie ook nr.
2742
2578. - Annemarie Kets, De drukgeschiedenis van Klikspaans Studenten-typen: aanpak en resultaten in De boekenwereld, 12, 1995-1996, p. 198-208, ill.
Binnen het stramien van de drukken uit 1841, 1860, 1872 en 1884 (alle verschenen tijdens het leven van de auteur) komen dubbeldrukken, titeluitgaven en persvarianten voor. Bijzonder interessant zijn de dubbeldrukken bij de eerste druk: hier is de correctere versie niet gelijk aan de laatst geproduceerde. Kneppelhout corrigeerde de eerste versie precies, de corrector van de uitgeverij zag daarentegen de dubbeldruk minder kritisch na. [W.W.]
2579. - Guus Sötemann, The typographer as a man of letters: J. van Krimpen, his reading and his literary friends in Quaerendo, 25, 1995, p.239-257.
Van Krimpen kwam in het literaire milieu terecht via Jan Greshoff. Reeds vroeg sloot hij eveneens vriendschap met Jan van Nijlen en J.C. Bloem. Via hen raakte hij bekend met moderne Franse poëzie. Met vereende krachten zetten zij de reeks 'Palladium' op. Onder de dichters die Van Krimpen met voorliefde las, kwamen op de eerste plaats P.C. Boutens en K. van de Woestijne; beiden heeft hij in door hem verzorgde edities eer bewezen. Daarnaast had Van Krimpen grote belangstelling voor antieke literatuur en voor de bijbel. Teksten, hieraan ontleend, verwerkte hij veel in letterproeven. [W.W.]
2580. - Reinold Kuipers, J. van Krimpen, the typographer. Part Two in Quaerendo, 25, 1995, p.192-213, ill.
Vervolg van het verhaal in Kroniek 21
nr. 2395. Nadat Van Krimpen voor Enschedé aan het werk ging, was het eerste resultaat de Lutetia-letter. Na 1920 experimenteerde hij nog met titels en kapitalen in een andere kleur dan zwart. Tien jaar later, na 1930, had hij de vorm gevonden, waardoor zijn typografie beroemd geworden is: zeer zorgvuldige mise en page en keuze van het lettertype, secuur berekende spatiëring. Die strengheid was ontwikkeld na contact met Stanley Morison. [W.W.]
2581. - Cees van Dijk, Inmiddels met vriendelijke groeten. Briefwisseling tussen J. van Krimpen en S.H. de Roos in Van pen tot laser... (cf. nr. 2427), p. 70-78.
In de briefwisseling is vooral Van Krimpen aan het woord. Van De Roos aan Van Krimpen rest slechts één brief in klad en daarnaast een late brief. Men merkt goed dat hier twee grote letterontwerpers aan het woord zijn die elkaars werk respecteerden maar voor de rest elkaar best vermeden. De brieven getuigen van een behoedzame omgang met elkaar: er hangt onweer in de lucht. Men verneemt interessante appreciaties (o.a. op De Roos' Erasmus Mediaeval en op Van Krimpens Lutetia), maar de sfeer blijft bewolkt. Een leerzame publicatie. [W.W.]
2582. - Aernout Borms, Beweegbare prentenboeken in De boekenwereld, 12, 1995-1996, p. 211-221, ill.
Interessante methodologische bijdrage. De naam van de schrijver van dit soort boeken is minder relevant dan die van de ontwerper/constructeur van de beweegbare prenten. De tekst is meestal van ondergeschikt belang. Daarom dringt een ordening volgens titel zich op. Er wordt onderscheid gemaakt tussen veranderprenten (waarbij de afbeelding zelf grotendeels intact blijft, b.v. in vouwprenten), trekprenten (waarbij onderdelen werkelijk kunnen bewegen), wisselprenten (de afbeeldingen veranderen volledig door het bewegen van een strip of een touwtje) en pop-ups (een beweegbare prent die een ruimtelijke vorm aanneemt). Een nuttige uiteenzetting. [W.W.]
2583. - Patricia Vansummeren, Kinderprenten van Brepols. - Turnhout: Brepols, 1996. - 223 p.: ill.; 30 cm. - ISBN 90-5622-012-8. BF 995 (gebrocheerd); 1.650 (gekartonneerd).
Tussen de jaren 1817 en 1930 heeft Brepols zo'n 623 kinderprenten uitgegeven. In de periode 1817-1896 bedroeg de gemiddelde verkoop 400.000 exemplaren per jaar. Daarmee was Brepols de grootste producent van het land, maar nog relatief klein naast giganten in Frankrijk (Epinal) en Duitsland (Neuruppin). Binnen het bedrijf was de rol van de kinderprent niet eersterangs. De thematiek was dan ook niet vernieuwend, maar zeer traditioneel. Te midden van het aanprijzen van morele en beklijvende waarden moet wel een opvallende afwezigheid genoteerd worden: in de eerste jaren na 1830 ontbreekt elke verwijzing naar de Belgische dynastie. Enerzijds heeft dat met de aanzienlijke Noord-Nederlandse klantenkring te maken, anderzijds met een persoonlijke keuze van P.J. Brepols (1778-1845). Het bestand van de kinderprenten wordt op iconografische basis in zes rubrieken onderscheiden: godsdienstige prenten, kinderspelen, militaire prenten, verhalende prenten, allegorische en satirische prenten, moraliserende en didactische prenten. De verhalende prenten vormden na verloop van tijd het meest omvangrijke segment en kondigden aldus het stripverhaal aan, dat op zijn beurt een einde zou maken aan de kinderprent. Dank zij intense naspeuringen in het archief van Brepols heeft de auteur niet alleen een aantal onbekende prenten aan het licht gebracht, maar ook enkele groepen prenten aan bepaalde houtsnijders kunnen toewijzen: C.A. Moermans, Alexander Cranendoncq, J.J. Delanier. In bijlage volgen revelerende indices van verkoopcijfers per jaar, per localiteit en per boekhandelaar. Het boek is door Brepols fraai geïllustreerd uitgegeven. [W.W.]
2584.- Brepols drukkers en uitgevers 1796-1996. Door Roland Baetens, Harry de Kok, Pierre Delsaerdt, Gerrit de Vijlder en Ludo Simons onder algemene leiding van Roland Baetens. - Turnhout : Brepols, 1996. - 349 p. : ill. ; 31 cm. - ISBN 90-5622-009-8.
Fraai gedenkboek bij het tweehonderdjarig bestaan van de befaamde firma. Het onderwerp wordt breeduit behandeld. Eerst wordt het tijdskader geschetst: enerzijds de papierfabricage in onze gewesten, vanaf de eerste papiermolens in de Zuidelijke Nederlanden tot de mechanisering in de negentiende eeuw en de huidige concentratie; anderzijds de economische en sociale toestand te Turnhout, een zeer perifeer gelegen gebied. Daarop wordt de historische ontwikkeling van het bedrijf zelf in kaart gebracht, uitgaande van de stichter, Philippus Jacobus Brepols en via zijn nakomelingen tot in de huidige tijd. Het sociale aspect komt aan bod met een schets van de (lange tijd patriarchale) verhoudingen tussen de verschillende groepen binnen het bedrijf. De producten worden in hun diversiteit goed voorgesteld: liturgica en lexicografie, sierpapier, volks- en kinderprenten, speelkaarten, albums en agenda's. Het is een fascinerend verhaal, te vernemen hoe deze firma die op wereldschaal actief is, zichzelf en haar productie moest aanpassen, niet alleen aan typografische ontwikkelingen of veranderende appreciatie van het publiek, maar ook aan kerkhistorische feiten, zoals Vaticanum II - welk concilie het einde van het volksmissaal inluidde. Het werk bevat een ruime keus van illustraties uit de bedrijfsgeschiedenis en is goed geïndexeerd, met o.a. een afzonderlijk register van bedrijven. [W.W.]
2585. - Paul Thiers, De Eikelaar. - Wildert: De Carbolineum Pers, 1997. - 83 p.: portr., omslag, ill.; 23 cm.
De Eikelaar is als drukkerij/uitgeverij door Jozef de Coene (1875- ), overigens bekend in Vlaanderen als de grote meubelfabrikant (Kunstwerkstede De Coene), begin 1926 opgericht. Zijn bekommernis: zelf voor de publiciteit kunnen instaan die keurig verzorgd en artistiek verantwoord moest zijn uitgevoerd. Stijn Streuvels heeft hierbij een overigens vrijwel onbekende rol gespeeld. Slechts drie eigen uitgeven zagen het licht; voor het overige drukt De Eikelaar in opdracht van gevestigde uitgeverijen zoals L.J. Veen te Amsterdam, L. Opdebeek te Antwerpen en Het Kompas te Mechelen. In totaal een 35-tal uitgaven tot in 1938. Commercieel is het nooit een succes geworden. Het tweede deel van de publicatie wordt in beslag genomen door de bibliografie.
Gezet uit de Pastonchi en op zestig exemplaren op de handpers gedrukt, is deze brochure de zoveelste fraaie uitgave van De Carbolineumpers die niettemin eigenlijk meer in de handbibliotheek thuishoort dan in de kast met 'bibliofiele' schatten. [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2749
2586. - Andries van den Abeele, Drukker Joseph van Praet in de Kuipersstraat in Biekorf 95, 1995, p.196-211, ill.
Juiste plaatsbepaling van de drukkerij en uitgeverij en verdere geschiedenis van de ruime woning. Thans is op deze locatie de centrale stadsbibliotheek De Biekorf gebouwd. [W.W.]
Zie ook nr.
2735
2587. - Marga Altena, Een drukkerij van Weeskinderen. Johannes van 't Lindenhout en de weeshuisdrukkerij 'Neerbosch' te Nijmegen (1870-1903) in De boekenwereld, 13, 1996-1997, p. 49-53, ill.
Van 't Lindenhout stichtte het weeshuis 'Neerbosch'en richtte er, naast een boerderij en verschillende werkplaatsen, ook een drukkerij in. Die verschafte een vakopleiding aan toekomstige letterzetters, drukkers en boekbinders. Zij was tevens een winstgevend bedrijf dat tal van tijdschriften voor protestants Nederland drukte en de uitgaven aantrekkelijk maakte door het gebruik van houtgravures. [W.W.]
2588. - Johan de Zoete, Illustratie en druktechniek in de negentiende eeuw in De Negentiende Eeuw, 20, 1996, p. 34-46, ill.
Voorstelling van de werkgroep 'Dr. N.G. van Huffel' die zich bezig houdt met een aantal technische aspecten van de boekwetenschap. (Dr. Van Huffel, natuurkundige en prentenverzamelaar, was een pionier op het gebied van de studie van de grafische technieken). Enerzijds stimuleert de werkgroep het onderzoek van de technieken voor beeldvervaardiging, anderzijds bepleit hij een interdisciplinaire benadering van de relatie uitgever-auteur-illustrator-drukvormvervaardiger-drukker. Het artikel biedt een klaar overzicht van de technieken van houtgravure, galvanoplastiek, fotografie, lichtdruk. [W.W.]
2589. - Babs' bootje krijgt een stuurman. De meisjesroman en illustrator Hans Borrebach (1903-1991). Redactie Aafke Boerma, Erna Staal en Murk Salverda. - Amsterdam : Querido, 1995. - 159 p. ; 24 cm. (Schrijversprentenboek; 37). - ISBN 90-214-5003-8. Fl. 35.
Het meisjesboek als afzonderlijk genre in de Nederlandse literatuur is ongeveer een eeuw oud. Een van de productiefste illustratoren van meisjesromans was Borrebach. Vanaf het einde van de jaren twintig tot in de jaren zestig heeft hij honderden zulke boeken geïllustreerd. Vooral de reeks over 'Joop ter Heul' van Cissy van Marxveldt (ps. van Sietske de Haan) was zeer populair. Borrebach was daarnaast nog actief als fotograaf, modetekenaar, medewerker aan mondaine bladen en (in de jaren zeventig) aan seksblaadjes. Zoals past in de traditie van de reeks Schrijversprentenboek is het werk fraai geïllustreerd en bibliografisch zeer verzorgd. [W.W.]
2590. - Alexandra de Luise, Ploos van Amstel and Christian Josi; two generations of printmakers working in the artful imitation of drawings in Quaerendo, 25, 1995, p. 214-226, ill.
In 1821 verscheen in Londen de Collection d'imitations de dessins, d'après les principaux maîtres hollandais et flamands, een indrukwekkende bundeling zeer getrouwe facsimile's van zeventiende-eeuwse Vlaamse en Hollandse tekeningen. Het werk was uitgedacht door Jacob Cornelis Ploos van Amstel, maar werd pas twintig jaar na diens dood tot een goed einde gebracht door een verwante, de graveur en prentenhandelaar Christian Josi.
De auteur gaat na wat het respectieve aandeel van de beide kunstenaars was in de totstandkoming van de bundeling. Ook gaat ze in op de vraag waarom het werk in 1821 plots wél werd uitgegeven nadat het twintig jaar was blijven liggen. En tenslotte geeft ze een overzicht van de grafische technieken (mezzotint, aquatint, ...) die bij de realisatie werden gehanteerd.
De Collection kwam op de markt in een oplage van 100 exemplaren. Die verkochten niet spectaculair snel: in 1821 was de smaak van het publiek immers vooral gericht op topografische prenten, en was de lithografie opgekomen als meer efficiënt middel voor het maken van facsimile's. [P.D.]
2591. - Marga Altena, Verslaggeving of verbeelding? Fotografie als bron bij de houtgravures in de Katholieke Illustratie (1867-1900) in Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis, 3, 1996, p.111-123, ill.
Henri Bogaerts uit Den Bosch begon zijn loopbaan als boekhandelaar en uitgever in 1864. Na enkele jaren besloot hij naast boeken ook een tijdschrift uit te geven, de 'Katholieke Illustratie', een zondagsblad dat zich onderscheidde door het grote aantal illustraties van hoge kwaliteit. Daartoe had Bogaerts een houtgravure-atelier ingericht. Rond 1860 werd het mogelijk foto's op het houtblok over te brengen. Aanvankelijk werden alleen portretten en architectuur opgenomen. Bij verslaggeving plaatste men illustraties die de situatie voor en na het nieuwsfeit weergaven. [W.W.]
2592. - Mark Severin (1906-1987). Tentoonstelling 16 februari-16 maart 1996. - Brussel: Koninklijke Bibliotheek van België, 1996. - 63 p.: omslag; 21 cm.
Retrospectieve n.a.v. de honderdste verjaardag van de kunstenaar, voornamelijk bekend als tekenaar en graveur van ex-libris, maar in vrijwel alle grafische kunsten zeer actief. De boekillustratie is één daarvan. [E. C.-I.]
2593. - Pieter Tuijn, On the Traité de Fauconnerie (1845-53) in Quaerendo, 25, 1995, p. 289-308, ill.
H. Schlegel, een ornitholoog, en A.H. Verster van Wulverhorst, inspecteur van de jacht en de visserij in Zuid-Holland, publiceerden dit werk over valkerij in drie afleveringen bij August Arnz te Leiden. Schlegel die van Duitse afkomst was, kende de firma Arnz te Düsseldorf, het moederbedrijf van de Leidse firma, als een van de beste adressen in Duitsland voor lithografie. Het boek bevat twaalf illustraties van tien verschillende kunstenaars. Bij intekening kostte het werk dat op een beperkt aantal exemplaren gedrukt werd, ruim honderd gulden. Ook op actuele veilingen blijft het een duur boek. [W.W.]
2594. - Friedrich C. Heller, Henriette Willebeek Le Mair (1889-1966): bibliographische Studie über eine holländische Kinderbuch-Künstlerin in Philobiblon, 40, 1996, p. 98-148, ill.
De eerste uitgave van Willebeek Le Mair dateert uit 1904. [E. C.-I.]
2595. - A.S.A. Struik, Het signeren van industriële boekbanden in De boekenwereld, 12, 1995-1996, p. 134-138, ill.
Bij de fabricage van de industriële boekband werden naast de binder ook de drukker en de stempelsnijder betrokken. Zij kregen dan ook het recht hun onderdeel van het werk te signeren. In Nederland komt in 1856 voor het eerst een Nederlandse naam op een stempel voor. Er werd veel in het buitenland (vooral in Duitsland) geproduceerd voor de Nederlandse markt. [W.W.]
Zie ook nr.
3175
2596. - A.S.A. Struik, Een voorlopig overzicht van signaturen op industriële boekbanden in De boekenwereld, 12, 1995-1996, p. 140-176, ill.
Zeer nuttige lijst die echter zeer voorlopig is. De opgenomen signaturen betreffen de ontwerpers, niet de binders en zijn beperkt tot de meest voorkomende exemplaren. Het overzicht is gebaseerd op een verzameling, die toen 3.000 banden omvatte. De monogrammen zijn nagetekend op 'ca 1, 5 maal' de ware grootte en alfabetisch geordend op naam van de ontwerpers. Indien meer dan één monogram van een kunstenaar aanwezig is, wordt de volgorde binnen deze reeks chronologisch. Ik mis wel erg een verwijzing naar het individuele boek, waarop elk monogram werd aangetroffen. [W.W.]
2597. - René Plisnier, Trois reliures de prix conservés à Mons in Le livre et l'estampe, 41, 1995, n° 144, p. 69-81, ill.
Drie prijzen toegekend resp. aan Charles Petit in 1845 (twee) en aan Emile Petit in 1850. De eerste en de derde band zijn niet gesigneerd; de set banden die Charles Petit van de stad Mons kreeg, is gesigneerd François Risce, uit Roeulx, Hg., versierd met een blind- en goudgestempeld rocailledecor. [E. C.-I.]
2598. - A.S.A. Struik, Een postincunabeltje in De boekenwereld, 13, 1996-1997, p. 54-55, ill.
Beschrijft een vroeg voorbeeld (uit 1887) van stofomslag rond een uitgave van Jacques Dusseau te Amsterdam, 'Bloemengefluister'. Het omslag was versierd met een gestanst etiket. [W.W.]
2599. - A.S.A. Struik, 'The dustjacket is looked upon as true cloth of gold in the auction room' in Waardevol oud papier... (cf. nr. 2464), p. 269-287, ill.
Boeiend overzicht van een verwaarloosd aspect van het moderne boek: de stofomslag (los, met flappen) - te onderscheiden van het omslag (op de rug gelijmd, met of zonder flappen). Het is bedroevend te merken dat de bewaarbibliotheken (al dan niet met wettelijk depot) wel de laatsten zijn om ook dat onderdeel te bewaren. Nationale bibliografieën vermelden zelfs niet dat het boek een omslag heeft ! En ja hoor, ook de 'Bibliothèque Royale' te Brussel komt voor op het lijstje wegwerp-bibliotheken ... [M. d. S.]
2600. - Hans Hafkamp en Carla van der Poel, Het verzamelen van boekbanden. In gesprek met A.S.A. Struik in De boekenwereld, 12, 1995-1996, p. 126-132, ill.
Gesprek met een verzamelaar van industriële boekbanden uit de periode 1840-1940 (9.000 stuks). Struik lette vooral op boeken waarvoor geen aandacht bestond. Hij bezit weinig Couperus (die werd toch al verzameld), maar veel vroomheidsboekjes. Hij wijst op verschillende bindoplagen van één titel en de verschillen daartussen. De collectie heeft een toekomst: de Nederlandse banden gaan naar de Universiteit van Amsterdam, de buitenlandse zijn bestemd voor het Museum Meermanno-Westreenianum. [W.W.]
2601. - N.P. van den Berg, De ontwikkeling van Amsterdamse Stads-Bibliotheek tot Universiteitsbibliotheek van Amsterdam in de negentiende eeuw in De Negentiende Eeuw, 20, 1996, p. 74-91, ill.
Een schets van deze evolutie aan de hand van drie achtereenvolgende bibliothecarissen David Jacob van Lennep (in functie 1820-1853), Hendrik Jacob Koenen (1853-1877) en Hendrik Cornelis Rogge (1877-1890). Nadruk wordt gelegd op het feit dat de bibliothecarissen door nuttige connecties erin geslaagd zijn imposante bruiklenen en geschenken te verwerven. De bibliotheek vormt in feite een aaneenschakeling van grotere en kleinere bibliotheken die ooit in Amsterdam gevestigd waren. [W.W.]
2602. - Willem Heijting, Mr H. Bos Kzn (1881-1970). Dynamisch collectioneur en gentleman dealer in Jaarboek van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen 1995, 1996, p. 93-115, ill.
Boeiend overzicht van het 'boekenleven' van Nederlands grootste verzamelaar uit de twintigste eeuw. Deze taaie calvinistische koopman en bestuurder bracht een ongelooflijk rijke collectie bij mekaar op het gebied van de Nederlandse Reformatie, de rechtsfilosofie en de daarmee verbonden figuren uit de vaderlandse geschiedenis. De tienduizenden banden zijn in de bibliotheek van 'zijn' Vrije Universiteit (Amsterdam) terechtgekomen. Bepaalde categorieën boeken zijn elders beland. Veilings- en antiquariaatscatalogi van na 1850 zijn door de VU geschonken aan de Bibliotheek van dé Vereeniging (...). Dat er zo weinig geografische boeken, en vooral atlassen, aangetroffen werden is thans duidelijk geworden: Bos heeft die in de jaren '50 en '60 als 'gentleman dealer' op de markt gebracht om andere aankopen (mede) te financieren. Herhaaldelijk heeft zijn harde en sluwe aanpak de professionele antiquaren haast tot wanhoop gedreven. [M. d. S.]
2603. - Pierre Cockshaw & Wim De Vos, Acquisitions de la Bibliothèque royale sous la direction du baron Fr. de Reiffenberg et de ses successeurs du XIXe siècle in Archief- en bibliotheekwezen in België, 66, 1995, p. 155-169.
Frédéric Auguste Ferdinand Thomas, baron de Reiffenberg (1795-1850) was de facto de eerste hoofdconservator van de nieuw opgerichte Koninklijke Bibliotheek te Brussel. Voor de periode dat hij voor de aanwinsten instond, bestaat een belangrijk document waaruit zijn politiek is af te lezen, nl. de aanwinstenlijsten van gedrukte werken, kaarten, prenten en handschriften, volgens het systeem van Pie Namur ondergebracht in tien 'classes'. Het hoeft geen betoog dat de humane wetenschappen er het beste uitkomen, vnl. taal- en letterkunde en geschiedenis. [E. C.-I.]
2604. - Sebastiaan S. Hesselink, Frits Lugt en de veiling Vincent van Gogh 15-16 januari 1918. Een Nederlandse aanzet tot een 'anatomy of an auction' in Waardevol oud papier... (cf. nr. 2464), p. 127-130, ill.
De gelijknamige neef (1866-1911) van de beroemde schilder was een der grootste verzamelaars uit de Nederlandse boekgeschiedenis. In 1918 werd zijn collectie geveild bij R.W.P. de Vries te Amsterdam. Grote koper was Frits Lugt. [M. d. S.]
2605. - Sjoerd van Faassen, 'De heer Greshoff is wat rusteloos & vluchtig'. J. Greshoff en Palladium (1917-1927) in Waardevol oud papier... (cf. nr. 2464), p. 77-88, ill.
Over schrijver Jan Greshoff (1888-1971) en het bibliofiele boek, inz. de reeks Palladium, Jan van Krimpen en A.A.M. Stols. [M. d. S.]
2606. - Bob de Graaf, Kruidenboeken in veiling. De aucties (1951-1952) van de Botanische Bibliotheek van Dr. F.W.T. Hunger in Waardevol oud papier... (cf. nr. 2464), p. 102-105.
F.W.T. Hunger (1874-1952) was dé verzamelaar van vroege kruidboeken in Nederland en specialist van Carolus Clusius. Zijn collectie werd geveild door Menno Hertzberger. [M. d. S.]
2607. - Muzikale schatten uit de Leuvense Universiteitsbibliotheek in Musica antiqua, 13, 1996, p. 9-44, ill., mus.- Themanummer, als overdruk verspreid. Terzelfdertijd verscheen een driedelige CD, te bestellen bij de dienst cultuur van de K.U. Leuven, Oude Markt 13, B-3000 Leuven.
Tijdschriftaflevering (geen catalogus) grotendeels gewijd aan de schatten die in het voorjaar 1996 op een tentoonstelling in de Leuvense UB te zien waren. Jan Roegiers vertelt hoe het groeide. Verschillende auteurs stellen groepsgewijs de muzikale schatten voor. De collectie Di Martinelli bevat vnl. handschriften en drukken uit de zeventiende en achttiende eeuw, de collectie Van Elewyck bevat stukken uit de achttiende en de negentiende eeuw; verder zijn er nog de collecties van de Onze-Lieve-Vrouwekerk, van het Groot Begijnhof, de collectie Van Nuffel, de collectie Karel Goeyvaerts, telkens met inventaris. Aandacht wordt besteed aan het Leuvense exemplaar (dat de wereldbrand heeft overleefd) van de druk van Jan de Gheet (cf. nr. D5), aan (fragmenten van) handschriften en drukken. Het geheel is overvloedig met titelpagina's van de besproken werken verlucht. Het is waarempel verbluffend te zien wat allemaal is samengebracht en een onderkomen in de universiteitsbibliotheek heeft gevonden. [E. C.-I.]
2608. - Marita Mathijsen, Gij zult niet lezen. De geschiedenis van een gedoogproces. - Amsterdam : De Buitenkant, 1996. - 37 p. ; 22 cm. - (Vijfde Bert van Selm-lezing). - ISBN 90-70386-84-4.
De meest georganiseerde vorm van leesbevordering in de late achttiende en in de negentiende eeuw oefende in Nederland de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen uit. Verlichting en beschaving werden immers verspreid via het boek. Van de kant van Bilderdijk en Da Costa kwamen waarschuwingen: lectuur bracht verderf, onzedelijkheid en onnutte kennis. Zowel van orthodox-protestantse als van katholieke zijde werd anti-leespropaganda gevoerd. Rond het midden van de negentiende eeuw bleek die niet langer productief te zijn. De katholieken zagen een eigen pers als enige uitweg. Bij de protestanten kwam de utilitaire literatuur van dominee-dichters en predikant-prozaïsten op. [W.W.]
2609. - Dierbaar magazijn. De bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde . Onder red. van Berry Dongelmans, Frits van Oostrom en Peter van Zonneveld, m.m.v. Marco de Niet. - Amsterdam: Amsterdam University Press, 1995. - 207 p.: ill.; 24x31 cm. - ISBN 90-5356-165-X. Fl. 95.
De Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden heeft in de twee eeuwen sedert haar oprichting (1766) een omvangrijke verzameling Nederlandse literatuur, in de ruimste zin, opgebouwd. Goede bibliothecarissen als een Rogge, Petit, Van Rijnbach hebben de collectie uitgebouwd en beheerd. Na 230 jaar is die een belangrijke medebewoner van het gebouw waarin ook de Leidse Universiteit haar boeken heeft ondergebracht. Maar eigenlijk was de verzameling buiten Leiden niet erg bekend. Het is daarom verheugend dat in Dierbaar magazijn 23 artikels over de collectie werden verzameld. Het 'Overzicht van de belangrijkste verworven collecties' beslaat tien pagina's (p. 175-184) ! Uit de grote rijkdom kunnen hier slechts enkele thema's worden vermeld: toneelstukken (T. Harmsen), plaatsbeschrijvingen (A.J. Gelderblom), gelegenheidsgedichten (A. Nieuweboer), almanakken en de collectie-Boekenoogen (beide M. de Niet), A.C. Kruseman (B. Dongelmans), het Museum Catsianum (H. Luijten), kinderboeken (H. Leuvelink), 'nieuwe kunst' (boekbanden: M. Wishaupt) etc. Niet alle opstellen zijn even opwindend - de 'Maatschappij' was/is een deftige Leidse instelling - maar alle bieden ze onvermoede inzichten in een ondergewaardeerde bibliotheek. Het formaat van het boek nodigt uit tot bladeren, maar is wat hinderlijk bij het lezen, en ook het glanspapier en de wel heel erg schrale letter dragen niet echt bij tot leesplezier. Gelukkig is er een register om al het geboden fraais te ontdekken. [M. d. S.]
Zie ook nr.
2663
2610. - R.E.O. Ekkart, Een boekenveiling uit 1824 in beeld in Waardevol oud papier... (cf. nr. 2464), p. 71-76, ill.
In juni 1824 werden in Den Haag boeken en handschiften geveild van drie generaties Meerman. E. bespreekt enkele afbeeldingen gemaakt t.g.v. de veiling en hun belang voor de voorstelling van het veilinggebeuren. [M. d. S.]
2611. - Luc Knapen, Les incunables de la Société archéologique de Namur in Le livre et l'estampe, 41, 1995, n? 144, p. 83-165.
De inleiding tot de thans gepubliceerde catalogus verscheen in de voorgaande aflevering van het tijdschrift. Cf. Kroniek 21
nr. 2409. 115 drukken zijn zeer kort beschreven, met bibliografische referenties; het exemplaar is uitvoerig beschreven: band en eigendomsmerken. Het geheel is uitstekend ontsloten met verschillende registers. Voorbeeldig werk. [E. C.-I.]
2612. - Capita selecta uit de geschiedenis van de Universiteitsbibliotheek Nijmegen. Aangeboden aan mr. G.G.A.M. Pijnenborg bij zijn afscheid als bibliothecaris. - Nijmegen: Universiteitsbibliotheek, 1995. - 139 p.: front., portr., ill.; 29 cm. - ISBN 90-373-0288-2
Robert Arpots, Internationale boekkunst: Catalogus van een bijzondere collectie. - Nijmegen: Universiteitsbibliotheek, 1995. - 203 p.; 29 cm. - ISBN 90-373-0290-4
Scheidend bibliothecaris Pijnenborg heeft half december 1995 wel een opmerkelijk feestgeschenk gekregen: twee boeken, waarvan één opstellen bevat en het andere een catalogus van bibliofiele uitgaven is, typografisch verzorgd door Gerrit Noordzij. Mèt Pijnenborg wordt hier de lezer wordt verwend, niet minder door de letter, de opmaak, het papier, dan door de inhoud. Dat soberheid en helderheid kunnen samengaan heeft Noordzij -indien dat al hoefde- met deze publicatie bewezen.
De opstellen handelen over de geschiedenis van de bibliotheek, over bibliotheconomie, over bepaalde collecties. Leon Stapper heeft het over 'De bibliothecarissen van de Katholieke Universiteit: zes korte biografische schetsen'. Otto Lankhorst over 'Voedsters of dochters: de betwiste positie van de instituutsbibliotheken in het eerste decennium van de Nijmeegse Alma Mater'. A.H. Laeven, de huidige bibliothecaris, bespreekt 'Mijlpalen van een bibliothecariaat: de Universiteitsbibliotheek Nijmegen tussen 1965 en 1995'. A.J.M. Dobbelaer bekijkt de ontsluiting: 'Van kaartenbak naar computerbestand: geschiedenis van de Nijmeegse catalogus'. Els F.M. Peters, actief bezig met de Nijmeegse bibliotheekgeschiedenis, heeft het over 'Een Nijmeegse transfer: van slapende gemeentebibliotheek tot academische collectie' (cf. Kroniek
nr. B8 [2456]). R. P.L. Arpots bespreekt 'Een schenker van het eerste uur: J.A. van Waardenburg' en Jan Roes ''Eigen kultuur'-behoud: de Nijmeegse zorg voor het katholiek erfgoed'. Dit deel wordt afgesloten met een systematische lijst 'Bronnen en literatuur over de Universiteitsbibliotheek Nijmegen', de lijst van begunstigers en intekenaren.
De catalogus van een bijzondere collectie, door Arpots samengesteld, is een indrukwekkend stuk werk. Eduard D.H.M. Verbeek (1894-1966) verzamelde boeken op uiteenliggende gebieden; uit de ruim vijfduizend banden werden de 'bibliofiele' exemplaren geselecteerd om afzonderlijk te worden opgesteld, beheerd en beschreven. Uitgaande van deze kern van 217 boeken, is de collectie in drie decennia door het aankoopbeleid van Pijnenborg verviervoudigd. Deze collectie nu is voorbeeldig beschreven en toegelicht. Systematisch geordend -per land, per drukker / uitgever, chronologisch-, zijn de uitgaven bovendien door tal van registers ontsloten: chronologisch, op auteur, titel, typograaf, lettertype, letterontwerper, illustrator, pers, drukker, uitgever (alfabetisch en topografisch), binder of bandontwerper, en wat rest. Er is een uitvoerige literatuurlijst die de referenties bij de beschrijvingen verduidelijkt. De uitgaven bestrijken België, Duitsland, Engeland, Frankrijk, Ierland, Italië, Nederland, Nieuw-Zeeland, Oostenrijk, USA, Zweden en Zwitserland. Opvallend en kenmerkend tevens is de grote hoeveelheid private-pressuitgaven uit Duitsland, Engeland, Nederland en de VSA. [E. C.-I.]
2613. - Ein Jahrhundert Akademische Bibliothek Paderborn: zur Geschichte des Buches in der Mitteldeutschen Kirchenprovinz. Mit einem Verzeichnis der mittelalterlichen Handschriften in Paderborn. Hrsg. Karl Hengst. - Paderborn: H & S, 1996. - 192 p.: omslag, ill.; 24 cm. - (Veröffentlichungen zur Geschichte der mitteldeutschen Kirchenprovinz; 10). ISBN 3-929507-05-6. DM 19, 80 (excl. porto en bij bestelling bij de Erzbischöfliche Akademische Bibliothek Paderborn, Leostrasse 21, D-33098 Paderborn; fax 5251 28 75 75); DM 24, 80 in de boekhandel.
De bundel opstellen handelt in wezen over de geschiedenis van de historische bestanden in de bisdommen Paderborn, Erfurt, Fulda en Magdeburg, met de meeste aandacht voor Paderborn zelf. Ook al komen vnl. de handschriften aan hun trekken, toch is deze publicatie ook voor de lezers van de Kroniek van belang. In deze optiek haal ik het voornaamste aan. Karl Hengst opent de rij met 'Die Erzbischöfliche Akademische Bibliothek in Paderborn'. Op grond van het verdrag van Versailles werd de bibliotheek er in 1921 toe verplicht waardevolle handschriften en drukken aan de UB Leuven af te staan; de lijst -62 stuks- van de handschriften (uit de collectie Fürstenberg) is in bijlage gepubliceerd. Hermann-Josef Schmalor behandelt de 'Besondere Buchbestände in der Bibliothek': handschriften, incunabelen (waaronder Goudse), banden uit het klooster Böddeken. Lezenswaard is een artikel over de restauratieproblematiek, van Ulrich Schulz, 'Der Förderverein der Erzbischöflichen Akademischen Bibliothek Paderborn e.V. und seine Restaurierungsmassnahmen für die Bibliothek': een soort vriendenvereniging waarbij de leden zich engageren fondsen bijeen te brengen om restauratie-onkosten te helpen dragen. De lijst van de voor ondergang behoede handschriften, incunabelen en zestiende-eeuwse drukken is gepubliceerd.
Een zeer keurig verzorgde publicatie (voor een zeer lage prijs!) met geactualiseerde geschiedenis van bibliotheken en bestanden in een regio die weliswaar niet paalt aan de Nederlanden maar waar sporen van boekentrafiek zijn achtergebleven. [E. C.-I.]
2614.
2615. - Anne Rouzet, Un legs fait à la Bibliothèque royale Albert I par une petite-fille d'Edmond Picard in Le livre & l'estampe, 42, 1996, nr. 145, p. 11-47, ill.
Mevrouw Raymond Hubert, geboren Nicole Picard, kleindochter van de bekende Belgische politicus, jurist, auteur en literaire criticus Edmond Picard (1836-1924), legateerde aan de Brusselse Koninklijke Bibliotheek Albert I achtenzeventig boeken uit de bibliotheek van haar grootvader en vader (William Picard). Het zijn stuk voor stuk luxe-exemplaren, gedrukt voor de auteur op Japans papier of op andere kostbare papiersoorten en gebonden door vooraanstaande Belgische binders: Josse Schavye, Laurent Claessens, Gustave Schildtknecht. Het grootste deel van de banden werd geleverd door het atelier van Joseph Dubois d'Enghien. Elk boek is afzonderlijk beschreven met aandacht voor de individuele details inzake samenstelling (talloze toevoegingen) en band. Wat betreft dit laatste aspect dankt de auteur G. Colin voor hulp bij de redactie. [W.W.]
2616. - Georges Colin, Du goût d'Edmond Picard pour les arts du livre in Le livre & l'estampe, 42, 1996, nr. 146, p. 7-72, ill.
In deze zeer genuanceerde studie wordt Edmond Picard inzake zijn smaak ten aanzien van het boek gekarakteriseerd als een eclecticus. Picard, die op het gebied van de beeldende kunst als voorstander van 'Les XX' een avant-gardist was, koos voor zijn eigen publicaties geen progressieve typografie: hij zwoer bij ruime marges en aanzienlijke interlinies: het boek moest er majestueus uitzien! Bibliofiel was hij wel en niet. Niet door het proppen van gewone blaadjes en knipsels in zijn luxe-exemplaren (soms nog met een speld vastgeprikt). Wel door zijn voorkeur voor Japans papier, kleine oplagen voor intimi, en kostbare banden. Hij bestelde die bij Josse Schavye, Laurent Claessens en Joseph Dubois d'Enghien. Bij het begin van deze eeuw maakte hij kennis met Juliette La Bruyère, wellicht de eerste kunstenares in België, die door het maken van luxe-boekbanden in haar levensonderhoud trachtte te voorzien. Haar stijl was in die tijd modern (Art Nouveau en sprekende band), veel moderner dan wat tot dan toe in Picards bibliotheek aanwezig was. Onder haar invloed kreeg Picard oog voor het modernisme in de boekbindkunst en liet hij verschillende exemplaren van eenzelfde werk door verschillende kunstenaars tegelijkertijd binden. In bijlage volgt een lijst met de beschrijving van alle achtendertig banden van La Bruyère, bekend aan de auteur, een lijst van de tentoonstellingen waaraan zij haar medewerking heeft verleend, en een lijst van de adressen, waarop zij gehuisvest was. [W.W.]
2616 . - L. Vandamme, Een particuliere uitleenbibliotheek in Brugge op het einde van de 18de eeuw in Biekorf, 96, 1996, p. 139-140.
Een van de smaakmakers binnen het Brugse boekbedrijf op het einde van de achttiende eeuw was Joseph Bogaert (1752-1820). In 1788 richtte hij in zijn drukkerij-boekhandel een 'Cabinet littéraire' in. Hij moet ook een kleine uitleenbibliotheek opgericht hebben: de Brugse stadsbibliotheek verwierf recentelijk een gedrukte catalogus daarvan (beknopte titelgegevens van 103 boeken). De boeken werden in lezing gegeven voor een maand, een trimester of zelfs een jaar. Het aanbod was eentalig Frans. Romans, theater, landbeschrijvingen en militaire geschiedenis overheersten. Moderne wetenschap en filosofie waren niet overvloedig aanwezig. [W.W.]
2617. - Verzamelingen en verzamelaars. De bibliotheek van surrealist Louis Scutenaire. Een halve eeuw Vlaamse literatuur. Geschiedenis van de prent in een privéverzameling. Dossier uitgegeven naar aanleiding van drie tentoonstellingen toegankelijk van 14 februari tot 29 maart 1997 door Wim De Vos. - Brussel: Koninklijke Bibliotheek, 1997. - vii, 113 p.; 24 cm. - ISBN 90-6637-086-6.
Tentoonstellingen gehouden ter gelegenheid van de Opendeurdagen 1997. Met de drie verzamelaars werd een gesprek gevoerd waarvan de neerslag als presentatie bij de expositie kan dienen. Het legaat Scutenaire kwam na het overlijden van zijn echtgenote Irène Hamoir in 1994 in de Koninklijke Bibliotheek. Voor de tentoonstelling werd uit Scutenaires bibliotheek een keuze gemaakt van veelal uitgaafjes in beperkte oplagen, geïllustreerd door vrienden surrealisten en vaak voorzien van opdrachten, vlugschriften. Richard Baeyens, verzamelaar van Vlaamse literatuur van de eerste helft van de 20ste eeuw, heeft een selectie van 136 boeken gemaakt en kort beschreven. De verzamelaar van prenten, Eugène Rouir, schonk zijn collectie, nu bekend als het 'Fonds Suzanne Lenoir' aan het museum van de Université catholique de Louvain. Tachtig prenten, van de vijftiende tot de twintigste eeuw, zijn kort beschreven. Tot slot volgen enkele beschouwingen over het vak van scheidend antiquaar Louis Moorthamers. [E. C.-I.]
2618. - Paul Culot, Pierre Loze, Annie de Coster en Paul Aron, Bibliotheca Wittockiana. - Gent : Ludion, 1996. - 127 p. : ill. ; 28 cm. - (Gemeentekrediet; Musea Nostra). - ISBN 90-5544-101-5.
Met dit werk is de belangrijke collectie, ondergebracht in het stemmige museum te St.-Pieters-Woluwe, voor een groter publiek ontsloten. Michel Wittock is niet alleen een groot verzamelaar; hij heeft zijn boekenbezit ondergebracht in een daartoe ontworpen gebouw en het aldus geopend voor boekenliefhebbers en deskundigen. De collectie is duidelijk samengebracht door een estheet. Wittocks aandacht ging in de eerste plaats naar Italiaanse en Franse boekbanden uit de Renaissance. Er zijn dan ook prachtige specimina aanwezig uit Romeinse, Venetiaanse en Parijse ateliers. Daarna breidde hij zijn belangstelling uit naar de latere Franse band en, in het verlengde hiervan, naar de Belgische boekband. Relatief recent is de aanwezigheid van moderne banden van Franse en Belgische meesters in de Bibliotheca Wittockiana. Het boek is uitstekend geïllustreerd met enkel kleurplaten, die een goed beeld van deze unieke collectie oproepen. Bij elke afgebeelde band worden de afmetingen vermeld, wat de voorstelling van de realiteit zeer ten goede komt. [W.W.]
2619. - Bibliotheca topographica et genealogica Belgica: collection Michel Wittock. Vente publique samedi 27 avril 1996 Galerie Simonson Bruxelles. Eric Speeckaert expert-libraire. - Bruxelles: Eric Speeckaert, 1996. - [non pag.]: co., ill.; 28 cm.
Homogene en bijzonder fraaie verzameling topografische en heraldische handschriften (enkele) en drukken uit of met betrekking op de Zuidelijke Nederlanden. [E. C.-I.]
2620. - Offeren aan Mercurius en Minerva. Nederlandsche Vereeniging van Antiquaren 1935-1995. Redactie Nop Maas en F.W. Kuyper. - Amsterdam : De Buitenkant, 1995. - 235 p. : ill. ; 26 cm. - ISBN 90-70386-75-5. Fl. 69, 90.
Na een schets door F.W. Kuyper van het wel en wee van deze vereniging volgen intervieuws met vooraanstaande Nederlandse antiquaren (of gewezen leden van de vereniging): Paul Valkema Blouw, Simon Emmering, Max Israël, Nico Israel, Emmy en Bob de Graaf, Max Schuhmacher, Frits Knuf, Anton Gerits, Edgar Franco, Bert Hagen en Ans van Pagée-Selis. Boven velen van hen blijft de naam van Menno Hertzberger zweven. Het werk is fraai met portretfoto's geïllustreerd. Voor de boekenliefhebber interessante, relevante en niet zelden plezierige lectuur. [W.W.]
2621. - Nop Maas, Koop of ik schiet in Waardevol oud papier... (cf. nr. 2464), p. 209-214, ill.
J.H. van der Beek is één der pioniers van de ramsjhandel in Nederland vanaf 1851. Een nagenoeg onbekend aspect van de negentiende-eeuwse boekgeschiedenis. [M. d. S.]
2622. - Jan Schilt, Hier wordt echter het belang van het boek geschaad...Het Nederlandse boekenvak 1933-1948. - Amsterdam : Jan Mets, 1995. - 294 p. : ill. ; 21 cm. - ISBN 90-5330-135-4. Fl. 49, 50.
Het boek schetst acties en reacties van boekhandelaars en uitgevers in die woelige periode. Aan het woord komen vooral de drie vakorganisaties, de Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels, de Nederlandse Boekverkoopersbond (NBB) en de Nederlandsche Uitgeversbond (KNUB). De economische crisis spitste de aandacht toe op het eigen behoud. In 1933 waren niet de boekverbrandingen in Duitsland het grote thema, wel het risico van een omzetbelasting en de spelling Marchant. Met de oorlog werd het natuurlijk bittere ernst. Joodse bedrijven kregen een 'bewindvoerder' of 'Treuhändler', die door de vakorganisatie als volwaardig boekhandelaar moest erkend worden. Bij de oprichting van de Kultuurkamer werden de drie bonden ondergeschikt gemaakt aan het Lettergilde. Na de oorlog werd een Zuiveringsraad opgericht. Er wordt betwijfeld of de zuivering zorgvuldig en zonder concurrentiemotieven heeft plaatsgehad. [W.W.]
2623. - Serge Bouffange, Pro Deo et patria: Casterman, librairie, imprimerie, édition (1776-1919). - Genève: Libr. Droz S.A., 1996. - 350 p.: ill.; 22 cm. - (Ecole pratique des hautes études, IVe section, Sciences historiques et philologiques, VI Histoire et civilisation du livre; 22). - ISBN 2-600-00136-0.
Dit boek wordt elders in dit tijdschrift besproken en wordt derhalve hier voor de volledigheid slechts vermeld. Casterman is voornamelijk bekend voor de produktie van het religieuze boek, maar ook van volksliteratuur zoals de uitgave van de 'Almanach de Liège' en de 'Courrier tournaisien'. [E. C.-I.]
2624. - Lisa Kuitert, Grote boeken voor de kleine man. Colportage in Nederland in de negentiende eeuw in De Negentiende eeuw, 20, 1996, p. 92-105, ill.
In de negentiende-eeuwse boekenvakbladen was de colporteur die om den brode langs de huizen ging met intekenlijsten en prospectussen niet graag gezien. Toch maakte de uitgeverij gebruik van de diensten van colporteurs (b.v. A.C. Kruseman). Het waren duurdere producten, zoals 'Prachtbijbels' en verzamelde werken (Bilderdijk, Da Costa) die via colportage ruim verspreid werden. Ook plaatselijke boekhandelaars beoefenden colportage: zij kenden de plaatselijke markt het best. Colporteurs bewerkten doorgaans het platteland. De meeste kritiek op hen kwam van de boekhandel (uit vrees voor concurrentie) en van de literaire kritiek: 'colportageliteratuur' was een pejoratieve term voor sensationele lectuur. [W.W.]
2625. - G.W. Gijsbers, Antiquarische belevenissen II, in De boekenwereld, 12, 1995-1996, p. 274-280, ill.
Vervolg op het verhaal (Kroniek
2414) van Gijsbers (van Gijsbers & Van Loon te Arnhem) over antiquarische avonturen, zo over een collectie betreffende de illustrator Alexander VerHuell die te Wenen opdook, en over negentiende-eeuwse kinderboeken die bij de oorspronkelijke, nog bestaande uitgevers op zolder werden ontdekt, tot vreugde van verzamelaars als C.E. van Veen. [W.W.]
2626. - Hans Moors, Oud Frans bloed. De saint-simonistische uitgaven van firma R.C. Meijer in Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis, 3, 1996, p. 87-110, ill.
R.C. Meijer profileerde zich als vrijmetselaar en vrijdenker en bouwde een uitgeversfonds op overeenkomstig zijn levensbeschouwelijke overtuiging. Tussen 1855 en 1860 gaf hij een aantal saint-simonistische werken uit met utopisch en reformistisch karakter. Meijer trachtte die werken te verspreiden via een net van vrijmetselaars en vrijdenkers, maar het resultaat was miniem. Meer zakelijk inzicht betoonde hij door de uitgever van Multatuli te worden. Ook dreef hij een succesvolle buitenlandse boekhandel en een antiquariaat. [W.W.]
2627. - Frederik Muller (1817-1881). Leven & werken. Onder redactie van Marja Keyser, J.F. Heijbroeck en Ingeborg Verheul. - Zutphen: Walburg Pers, 1996. - 319 p.: ill.; 25 cm. - (Bijdragen tot de Geschiedenis van de Nederlandse Boekhandel, Nieuwe Reeks, 2). - ISBN 90-6011-964-9. Fl. 49, 50.
Zeventien deskundigen schreven zowel over het familieleven van Muller, zijn doopsgezinde herkomst, als zijn werkzaamheid als oude boekhandelaar, veilinghouder en uitgever. Meest relevant voor deze kroniek zijn de stukken van B.P.M. Dongelmans over Mullers bibliografische activiteit, van A.R.A. Croiset van Uchelen over de antiquariaatscatalogi, van Chantal Keijsper en N.H. Kool over Muller als veilinghouder en van Jos van Waterschoot over Muller als uitgever. Belangrijk zijn de overzichten die na de artikelen volgen, zo lijsten van antiquariaatscatalogi (Croiset van Uchelen), veilingcatalogi (Keijsper en Kool) en fondslijst (Van Waterschoot). Het boek is, zoals men van de Walburg Pers mag verwachten, mooi uitgegeven en overvloedig geïllustreerd. [W.W.]
2628. - P.J. Begheyn, Het aandeel van de katholieken in boekhandel en leescultuur te Nijmegen in de negentiende eeuw in De Negentiende Eeuw, 20, 1996, p. 47-73, ill.
Na de overgang van Nijmegen naar Staatse zijde in 1591 waren aldaar tot aan de negentiende eeuw geen katholieke drukkers werkzaam. Met de Franse revolutie begon de emancipatie die echter traag verliep. De katholieke drukkers-uitgevers sloegen een schamel figuur naast hun protestantse collega's. Ook bibliotheken en kranten werkten op kleine schaal. Alleen de firma Malmberg kon zich als uitgeverij van schoolboeken verder ontplooien. In bijlage volgt een lijst van katholieken, werkzaam in het boekbedrijf te Nijmegen in de negentiende eeuw, en een fondslijst van katholieke drukkers/uitgevers. Afgezien van Malmberg werd spaarzaam gepubliceerd, hoofdzakelijk devotionele boekjes, gelegenheidsdrukwerk en schooluitgaven. [W.W.]
2629. - R. Tavernier, Die Bücherei des Schocken Verlags (1933-1938), een joods monument onder de verdrukking in Ex officina, 9, 1992 [versch. 1996], p. 75-113, portr., ill.
Dankzij mecenaat kwam de Leuvense UB in het bezit van een reeks van 83 boekjes, qua vormgeving enige gelijkenis met die van de Insel-Bücherei vertonend. Ze verscheen tijdens het naziregime en is geheel aan het jodendom gewijd. Aangezien de boekjes vooral voor joden bestemd waren, zijn zij begrijpelijkerwijs thans uiterst zeldzaam. De zakenman Salman Schocken (1877-1959) uit Polen, richtte pas in 1931 zijn uitgeverij op die van meetafaan een uitgesproken joods karakter zou dragen; vanaf 1937 moest zij heten Schocken Verlag - Jüdischer Buchverlag. Via een intermezzo in Palestina tenslotte in Amerika gevestigd waar in 1947-1949 twintig deeltjes verschenen van een 'Schocken Library'. Hij stichtte er het 'Institute for Jewish Research' in New York. Schocken was ook bibliofiel; zijn collectie met de belangrijke teksten van het jodendom is nu in de Schocken Library te Jerusalem. Na een boeiend geschreven biografie gaat T uitvoerig in op 'die Bücherei' waaraan Schocken zich zowel inhoudelijk als vormelijk gelegen liet. Volgt de bibliografie van de reeks, met toelichtingen over de inhoud, een prosopografie van de auteurs -een goudmijn-. Uitstekende bijdrage aan de judaica. [E. C.-I.]
2630. - Nanske Wilholt, 'La littérature ne nourrit pas son homme en Hollande'. A.A.M. Stols en de dichter Maurits Mok in Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis, 3, 1996, p. 125-143.
Als uitgever was Stols een van de belangrijkste verspreiders van poëzie. In de periode 1922-1957 gaf hij c. 850 titels uit, waaronder 250 Nederlandstalige poëziebundels. De jaren dertig waren voor hem niet voorspoedig verlopen. In 1938 attendeerde J. Greshoff hem op Mok. In 1939 gaf Stols drie teksten van Mok uit: een poëziebundel, een novelle en een episch gedicht. Stols drukte de poëzie in de hoop later een goedgeschreven en goedverkopende roman te kunnen verwerven. De kritiek viel echter tegen: S. Vestdijk en E. du Perron reageerden negatief.In de correspondentie daarna kwam Moks zelfoverschatting onmiskenbaar tot uiting. Stols leed intussen verlies op de uitgaven, zodat het wel tot een breuk moest komen. [W.W.]
2631. - Ludo Simons, 'Sire, les Flamands se contentent de peu!' Over uitgeven in Vlaanderen in de negentiende eeuw, in De Negentiende Eeuw, 20, 1996, p. 19-33, ill.
Brengt het verhaal van de Vlaamse uitgeverij in de negentiende eeuw, in hoofdzaak op basis van zijn bekende 'Geschiedenis van de uitgeverij in Vlaanderen', aangevuld met het werk van Theo Clemens over de kerkboeken. Er zijn interessante getuigenissen opgenomen van Jan Frans Willems tot Stijn Streuvels over wel en vooral wee van de Vlaamse uitgeverij en drukkerij. [W.W.]
2632. - J.F. Heijbroek, R.W.P. de Vries, veilinghouder en antiquaar in Waardevol oud papier ... (cf. nr. 2464), p. 131-137, ill.
Eindelijk nog eens een artikel over de grote concurrent van - de grootste - Frederik Muller: R.W.P. de Vries (1841-1919). [M. d. S.]
2633. - Niek Miedema, Een dampkring van cultuur: de premie-uitgaven van de Wereldbibliotheek-Vereniging 1925-1986. - Amsterdam: Wereldbibliotheek, 1995. - 288 p;: omslag, portr., ill.; 24 cm. - ISBN 90-284-1609-9. Fl. 49, 50.
In 1991 schreef de inmiddels overleden Johan Polak een woord vooraf waarin hij herinneringen uit zijn kindertijd en jeugd ophaalt die hem blijvend beïndrukt en gevormd hebben tot de boekenmens en bibliofiel die hij is geworden: boeken van de Wereldbibliotheek. (Ook voor de recensent is de WB een begrip en een 'bibliotheek').
De WB-Vereniging, door Leo Simons als eerste Nederlandse boekenclub in 1925 opgericht, beoogde in eerste instantie een klantenbinding met de uitgeverij De Wereldbibliotheek tot stand te brengen. Het was nog de tijd dat men via het boek -'goede en goedkope lectuur'- aan volksontwikkeling kon doen -en dèèd. Het lidmaatschap hield o.m. kortingen op WB-uitgaven in, ontvangst van het blad Boekennieuws en speciale geschenkuitgaven. Deze laatste, doorgaans rond het tijdstip van een feestdag of de jaarwisseling verzonden, zijn steeds zorgvuldig gekozen teksten, ev. in het Nederlands vertaald en esthetisch verantwoorde uitgaafjes die spoedig als verzamelobject werden beschouwd. Zo werden de meeste leden ook amateur-bibliofiel! Enkele capita selecta gaan aan de bibliografie van de premie-uitgaven vooraf; ik noem slechts: Jan Winterink (+1966), een halve eeuw in dienst van de WB, van de onderste sport van de ladder tot directeur opgeklommen; over illustrators en schrijvers -uit noord en zuid-. In de bibliografie zijn 233 premie-uitgaven beschreven en uitvoerig toegelicht, vergezeld van een reproductie van het omslag van de uitgaaf. In 1986 verscheen de laatste: de Vereniging had opgehouden te bestaan. Deze WB-uitgave is prachtig vormgegeven. [E. C.-I.]
2634. - HARO! Une revue belge d'avant-garde 1913-1928. Introduction, notes et commentaires par Véronique Waterlot-Jottrand et Daniel Lefebvre. - Mons : Editions du Renard Découvert / Mundaneum, 1995. - 71 p. : ill. ; 30 cm.
In 1913 stichtte de graficus Albert Daenens het tijdschrift 'Haro!' dat een wisselvallig bestaan kende: een eerste reeks nummers liep van juni 1913 tot januari 1914; een tweede reeks verscheen van juli 1919 tot juni 1920 en een derde reeks van oktober 1927 tot maart 1928. Het tijdschrift koos voor het avant-gardisme op elk gebied. De eerste reeks wijst op 'Der Sturm' en Marinetti en kiest voor anarchisme en pacifisme. In de tweede reeks nemen bewonderaars van het sovjet-systeem het voortouw met Paul Colin, Théo Counet en Charles Plisnier. Ook pacifisten bleven welkom. Na een onaangekondigd stilzwijgen van zeven jaar komt een nieuwe redactie aan bod (Mil Zankin, Ernestan, Manuel Devaldes) met een meer libertaire strekking. Onder de illustratoren telt men, naast Daenens zelf, Paul Joostens, Jozef Cantré, Frans Masereel en Frits van den Berghe. Van elk nummer wordt de korte inhoud meegedeeld en worden een aantal illustraties gereproduceerd. Het overzicht sluit met een bio-bibliografie van de medewerkers en een index. [W.W.]
2635. - José Boyens, De genesis van Bezette stad. - Antwerpen : Pandora, 1995. - 212 p.: ill.; 31 cm. - ISBN 90-5325-037-9.
Deze fraaie uitgave brengt de editie van negentien brieven van Oscar Jespers aan Paul van Ostaijen in de periode 1920-1921 over het ontstaan van diens bundel 'Bezette stad' en de Antwerpse groepering rond het geplande tijdschrift 'Sienjaal.' Jespers hield zich zeer intens met de uitgave van het werk bezig. Herhaaldelijk wordt gehandeld over het snijden van extra letters voor Van Ostaijens 'ritmiese typografie' en over de werkwijze van drukker F. Casie. Voor de oprichting van het tijdschrift 'Sienjaal' was als zakelijke basis de kunstzaak Novy onontbeerlijk, een initiatief waarvan ook Jos Léonard deel uitmaakte. De vaak duistere tekst van Jespers (die zowel een moedwillige spelling als een curieuze syntaxis hanteerde) is vakkundig en overvloedig toegelicht. Het werk is voorbeeldig geïllustreerd. [W.W.]
2636. - Paul van Ostaijen, 1896-1928, wegwijzers naar de werkelikheid. Kroniek: Geert Buelens en Georges Wildemeersch; catalogus: Dirk Aerts en Marc Somers.- Antwerpen: Pandora, 1996. - 198 p.: ill.; 30 cm.- ISBN 90-5325 -044-1.
Dit werk fungeerde als catalogus bij de tentoonstelling in het AMVC ter gelegenheid van het honderdste geboortejaar van de dichter. De tekst van de kroniek is de leidraad in deze publicatie. Hij is uitvoerig gelardeerd met citaten van Van Ostaijen zelf en uit reacties van anderen. In margine worden de nummers van de catalogus opgenomen met eigen, onafhankelijke toelichting. In de kroniektekst fungeren de catalogusnummers tegelijk als noten. Boekhistorische gegevens zijn in het catalogusgedeelte opgenomen. De illustratie is overvloedig en verzorgd. Heel wat manuscriptbladzijden worden gereproduceerd, ten dele in kleurendruk. Het boek is goed geïndexeerd (met o.a. een titelregister op Van Ostaijens hier vermelde gedichten). [W.W.]
2637 - Sjaak Hubregtse, Typografie & Socialisme. Losse opmerkingen over een vaste relatie in Waardevol oud papier... (cf. nr. 2464), p. 138-146, ill.
Van William Morris en Henry van de Velde naar Jan van Krimpen, Sjoerd de Roos etc. [M. d. S.]
Go Top
     
     
Over deze site   Home page: www.boekgeschiedenis.be
Ontwikkeling © Johan Hanselaer
Laatste aanpassing: