Kroniek


1997-1998

 
     
     
VWB
Overzicht
  Go Top
Na de algemeenheden zijn de notities chronologisch gerangschikt en per thema of onderwerp (in vetjes) volgens een vast schema gegroepeerd: 1. Literatuurbericht en Vakwoordenboeken; 2. Bibliografie (methodologie en repertoria); 3. Drukmateriaal; 4. Zetten en drukken; 5. Drukkers, steden, regio's; 6. Boekillustratie; 7 Boekband; 8. Bibliotheken en Bibliofilie; 9. Boekhandel en Uitgeverij; 10. Onderwerpen.
De lezers van de Kroniek worden er aan herinnerd dat zij de redactie attent kunnen maken op recent verschenen publikaties en haar overdrukken van eigen artikelen kunnen doen toekomen. Een en ander wordt in dank aanvaard.

2638.- Otto Lankhorst, In memoriam Isabella Henriëtte van Eeghen (1913-1996): 'Nieuwsgierigheid is mijn bedrijf' in De boekenwereld, 13, 1996-1997, p. 192-200, ill.
Door haar afkomst uit een Amsterdamse patricische familie was mejuffrouw Van Eeghens belangstelling voor de geschiedenis van haar stad een natuurlijk iets. In 1941 promoveerde zij bij Jan Romein over de vrouwenkloosters en het Begijnhof van Amsterdam van de veertiende tot het einde der zestiende eeuw. In 1943 legde zij archiefexamen af, in 1944 volgde een aanstelling aan het Amsterdams Gemeentearchief, waar zij bleef tot haar pensionering in 1978. Op basis van archieven en van efemeer gedrukt materiaal (catalogi, advertenties) heeft zij veel gepubliceerd over het boekbedrijf te Amsterdam en in de Republiek. Meest imponerend is 'De Amsterdamse boekhandel 1680-1725' in zes delen. Voor de eerste twee delen hiervan werd haar als eerste de Menno Hertzberger Prijs verleend. Van Eeghen was zich er sterk van bewust dat nieuwe gegevens oudere resultaten ter discussie konden stellen, en zij was niet bang haar eigen vroeger werk te corrigeren. In bijlage volgt een chronologische lijst van haar publicaties op het gebied van de geschiedenis van boek en prent. [W.W.]
2639.- A.G. van der Steur en Garrelt Verhoeven, Een loden last. H.J. Laceulle-van de Kerk, Bonaventura Kruitwagen en de totstandkoming van een dissertatie in De boekenwereld, 13, 1996-1997, p.172-190, ill.
In 1951 verscheen de studie van H.J. Laceulle-van de Kerk, De Haarlemse drukkers en boekverkopers van 1540 tot 1600, waarvan al in 1941 de beperkte proefschrift-editie was verschenen. Hendrikje Jacoba van de Kerk (1907-1988) studeerde Nederlands te Amsterdam en besloot verder te gaan met een proefschrift te Utrecht op het gebied van de bibliografie. Via mej. M.E. Kronenberg kwam zij in mei 1936 bij pater Bonaventura Kruitwagen terecht, die in de volgende jaren als haar mentor optrad met behulp van zijn onnavolgbare aansporende briefstijl. Hij zorgde er ook voor dat het proefschrift gedrukt werd door Martinus Nijhoff. Voor de verdediging op dinsdag 8 juli 1941 was een boek van honderd vijftig pagina's klaar, zonder de typografische inventarissen en zonder de beschrijving van de drukken. Door oorlogsomstandigheden moest het meest bewerkelijke deel van het werk opnieuw gezet worden, zodat het boek uiteindelijk in januari 1952 in een kleine oplage verscheen. Het werd uitermate positief ontvangen en geroemd als model in zijn genre. Van een soortgelijk onderzoek over Delftse drukkers heeft de schrijfster om gezondheidsredenen moeten afzien. [W.W.]
2640.- Martin Boghardt, Ein spezieller Schachtelbogen im Berliner Exemplar des Psalterium Benedictinum von 1459 in Gutenberg Jahrbuch, 1997, p. 76-94, ill.
Een 'Schachtelbogen' noemt B een vel dat, bij folioformaat, uit twee helften bestaat die elkaar in de vouw overlappen en worden meegenaaid. De 'Schachteltechnik' wordt later opgevolgd door de 'Klebetechnik', waarbij slechts één blad (een cancellans) een vouw heeft. In afwachting van een adequatere term kan in het Nederlands misschien 'pseudo-cancellans' (cf. P. Needham) worden voorgesteld. [E. C.-I.]
2641.- Jean-François Gilmont, De quelques définitions utiles au bibliographe de livres anciens in Nouvelles du livre ancien, n° 90, printemps 1997, p. 1.
De Franstalige bibliograaf beschikt nog steeds niet over een volledig scala termen, noodzakelijk om analytische bibliografie te bedrijven. Gilmont bezorgt hier een lijst met voorstellen en definities en zou hierop gaarne reacties ontvangen vooraleer de term te 'canoniseren'! Misschien kan de Nederlandstalige bibliograaf er ook zijn voordeel meedoen. Hoe noemen wij een 'édition arlequin' (het Duitse Zwitterdruck), 'édition métissée' (een editie waaraan meerdere drukkers hebben gewerkt), 'exemplaire hybride' (het Duitse Mischexemplar)? Terecht m.i. breekt G een lans om de term 'ideal copy' te vertalen door theoretisch exemplaar. Ter overweging. [E. C.-I.]
2642.- Jean-Dominique Mellot & Elisabeth Queval, Répertoire d'imprimeurs / libraires XVIe - XVIIIe siècle. Etat en 1995 (4000 notices).- Paris: Bibliothèque nationale de France, 1997.- 719 p.: co.; 30 cm.- ISBN 2-7177-2007-3. FF 350. Besteladres: BNF, 2 rue Vivienne, F-75084 PARIS cedex 02.
Bijzonder nuttig nevenproduct van de retrospectieve catalogisering van oude drukken in de Bibliothèque nationale de France: een handboek waarin de autoriteiten van drukkers en uitgevers zijn opgenomen ('authority file'). Niet exhaustief, maar evenmin exclusief Frans. Elk Westeuropees catalograaf c.q. bibliograaf kan er dus baat bij hebben. Vooral voor de catalograaf is dit een goed werkinstrument: de autoriteiten zijn nl. volgens de regels van de kunst opgesteld: levensdata, data van activiteit, variante naamsvormen, adressen, andere biografische informatie, bronnen. Een uitvoerige bespreking staat elders in dit tijdschrift. [E. C.-I.]
2643.- Dossier: En marge du livre... verso: Tournai! in Lectures, n° 95, 1997, xxiv p.
Vulgariserend maar niet oninteressant is de brochure uitgegeven n.a.v. een tentoonstelling onder dezelfde titel in het 'Maison de la culture de Tournai' van 15 maart tot 20 april 1997. Er is sprake van boeken in een kathedraal, het boek in het werk van Rogier van der Weyden, de handschriften van de Stadsbibliotheek, de bibliotheek van het Seminarie, een hoofdstukje over drukkers en boekhandelaars in Doornik, over de Deflinnes (zie elders in deze Kroniek), over drukpersen in de collectie Casterman. [E. C.-I.]
2644.- Peter van Huisstede & Hans Brandhorst, Difficilia quae pulchra: cultuurhistorische bronnen ontsloten per computer in Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis, 4, 1997, p. 207-226, ill.
De database van drukkersmerken in de STCN is gekoppeld aan drukkers / uitgevers en titels, maar is tevens geïnterpreteerd volgens 'iconclass'-beschrijvingen én gelinkt aan een bestand van embleemboeken. Dat geeft onvermoede, mààr relevante betekenisvelden. Met toepassing op 'het spittende mannetje' van Joannes Maire. [M. d. S.]
2645.- Jan Storm van Leeuwen, Laufende Einbandprojekte der belgisch-niederländischen Bucheinband-Gesellschaft, insbesondere auf dem Gebiet der Terminologie in Inkunabel- und Einbandkunde... (cf. nr. 2679), p. 312-326, ill.
Korte berichten over de werkgroepen Bandbeschrijving en Wrijfselarchief, uitgebreider over de Terminologie. [E. C.-I.]
2646.- Elly Cockx-Indestege, Das Buntpapier im Kontext des Buches: einige Gedanken in Archief- en bibliotheekwezen in België, 67, 1996, p. 185-209, ill.
Met de ogen van een boekhistorica onderzoekt Elly Cockx-Indestege nu al geruime tijd het sierpapier dat verwerkt is in de boekbanden van de Koninklijke Bibliotheek te Brussel. In dit artikel zet ze een aantal vaststellingen op een rijtje, en vult ze de voorbeelden uit de Koninklijke Bibliotheek aan met illustratiemateriaal uit andere collecties (de Leuvense Universiteitsbibliotheek, het K.C. Peeters-Instituut voor Volkskunde in Antwerpen, de Parijse Bibliothèque de l'Arsenal, ...).
Uit de vaak slordige verwerking van sierpapier in een lederen band of als omslag rond efemeer drukwerk, valt af te leiden dat het de boekbinders, zeker vóór de tweede helft van de negentiende eeuw, meestal te doen was om een goede band zonder meer, dus zonder speciale zorg voor, bijvoorbeeld, het onderlinge aansluiten van de marmerpatronen op dek- en schutblad. Dat soort bekommernissen dook slechts op bij zeer luxueus uitgevoerde banden.
Het artikel besteedt vooral aandacht aan de moeilijkheden die komen kijken bij de datering en de geografische situering van sierpapier. Het impressum van de publicatie waarrond (de band met) het sierpapier verwerkt werd, is in het beste geval een terminus ante quem, omdat de binder papier gebruikte dat hij in voorraad had of makkelijk in zijn omgeving bekomen kon. Maar naarmate men verder in de tijd teruggaat, zijn boeken vaker herbonden en ging het originele materiaal verloren. Het beste houvast bieden nog de omslagen rond efemere publicaties, waarbij men bijvoorbeeld uit de manier van naaien kan afleiden of het om de oorspronkelijke omslag gaat. Verder moet men op zoek gaan in bedrijfsarchieven of in catalogi van boekverkopers en uitgevers. Ook is het wenselijk dat bibliotheken meer aandacht aan het sierpapier schenken en zich daarbij bedienen van een consequente terminologie. Dat doet de auteur hier in elk geval zoals het hoort. Alleen is het jammer dat de lezer genoegen moet nemen met (overigens talrijke) illustraties in zwart-wit. [P.D.]
2647.- Jaap Harskamp, The British Library and its Dutch / Flemish collections in Dutch crossing, 20, 1996, 2, p. 39-47.
Aardige uitnodiging om de boekenrijkdom uit de Nederlanden in een van de schatkamers van de westerse wereld te komen bestuderen, bv. de Beudeker Atlas (kaarten, prenten en drukwerk tot 1750 per stad samengebracht) of de duizenden medische en andere theses uit Leiden. [M. d. S.]
2648.- Tilo Brandis, Die Handschrift zwischen Mittelalter und Neuzeit: Versuch einer Typologie in Gutenberg Jahrbuch, 1997, p. 27-57, ill.
Over de invloed van de boekdrukkunst op de productie van handschriften in de jaren 1480-1520. Dit vloeiend geschreven artikel is meteen een waarschuwing tegen het bestuderen van handschrift en druk, los van elkaar: er is veel meer dat hen bindt dan wat hen scheidt, en de teksten waar het om gaat, zijn door de gebruiker als verzameling samengebracht ongeacht hun 'object'karakter. (cf.
nr. 2685). [E. C.-I.]
2649.- Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis 1997.- Leiden: Nederlandse boekhistorische vereniging, 4, 1997.- 337 p.: omslag, ill.; 23 cm.- ISBN 90-75133-04-9; ISSN 1381-0065.
In 1998 bestaat de Haagse Koninklijke Bibliotheek tweehonderd jaar; dit vormde de aanleiding een themanummer te wijden aan het behoud van het geschreven en gedrukte culturele erfgoed. Enkele bijdragen worden afzonderlijk behandeld, de minder specifiek boekhistorische worden hier vermeld. In een inleidend artikel buigen J.A. Gruys, Ad Leerintveld, Jenny Mateboer en Reinder Storm zich over de drie kerntaken van de KB: verzamelen, beheer, onderzoek. Willem Heijting bericht over 'Boeken en lectuur in het 'Behouden Huys': de gedrukte werken in de Barentsz-collectie van het Rijksmuseum'. Hans van der Hoeven bericht in 'Boek en ramp: schade aan de bibliotheken en collecties in Nederland en België in de twintigste eeuw' o.m. over de UB's in Leuven en Luik, de abdij van Tongerlo, Duinkerken (het brandjaar 1929!), 'een franciscanerklooster in Saint-Trond' (de heer Van der Hoeven is vermoedelijk nooit op enigerleiwijze in contact gekomen met de rijke bibliotheek van het minderbroedersklooster te Sint-Truiden), Gent, Antwerpen Rotterdam, Middelburg en niet te vergeten de particuliere verzamelingen van de paters Kruitwagen en Molkenboer. Er zijn bijdragen over het wel en het wee bij het aanwenden van de nieuwe technologieën (digitale houdbaarheid, cultuurhistorische bronnen ontsloten per computer, rondom de computer). Er is tenslotte de lijst met publicaties op het terrein van de boekwetenschap voor 1996, samengesteld uit de tweede hand (o.m. In-octavo, Bifolium, niet de Kroniek) door Marieke van Delft.
De typografische vormgeving is goed, gelukkig met voetnoten.[E. C.-I.]
2650.- Juan Higueras Maldonado, Francisco Juan Martínez Rojas, Juan Moreno Uclés, Incunables e impresos Latinos (s. XV-XVIII) en las bibliotecas de Jaén.- Jaén: Disputaciòn provincial, 1993.- 566 p.: facs.; 24 cm.- ISBN 84-87115-16-0.
Per bibliotheek alfabetisch op auteur gerangschikt is deze catalogus (exemplaarbeschrijving!) voorzien van verschillende registers: topografisch / chronologisch, auteurs, drukkers, bibliotheken, en tenslotte afbeeldingen. Uit het eerste register lichten wij volgende plaatsen: Amsterdam (12 drukkers), Antwerpen (45), Brussel (3), Luik (3), Leuven (18), Leiden (10), Mechelen (1), Rotterdam (2), Utrecht (1). [E. C.-I.]
2651.- Jan Tholenaar, Over het verzamelen van letterproeven in Hollandse hoogte. Stichting Drukwerk in de marge. Bulletin 23/24, zomer 1997, p. 29-41, ill.
De auteur is de verzamelaar. Hij wordt bij wijze van inleiding voorgesteld door Casper Gijzen. Tholenaar is ook oprichter van de uitgeverij Grote Letter Bibliotheek en behoorde tot de eersten in Nederland die een eigen letter digitaliseerde. Het artikel is rijkelijk geïllustreerd en als bijlage zijn er nog zestien kleurreproducties op glanspapier bij. Zo te zien ligt de nadruk op de negentiende eeuw. [E. C.-I.]
2652.- Scripta manent: drukletters over schoonschrift of Een vriendenboekje van collega's aangeboden aan drs. A.R.A. Croiset van Uchelen bij zij afscheid als hoofdconservator van de Universiteitsbibliotheek Amsterdam. Verzameld door Piet Visser.- Amsterdam: Universiteitsbibliotheek, 1997.- 110 p.: omslag, portr., ill.; 24 cm.- ISBN 90-6125-0242.- Fl. 47, 50.
Héél fraai uitgegeven boekje, zonder noten maar wetenschappelijk gefundeerd, n.a.v. een afscheid. Bestemd voor een specialist in de (schoon)schrijfkunst zijn de bijdragen van de collega's, specialisten op andere gebieden, elk vanuit hun invalshoek geschreven. Kees Gnirrep, in 'Drukken of het geschreven staat: Jan Baptist Houwaert en de civilité', heeft het over een geheel gekalligrafeerd manuscript van Willem Silvius met de tekst van Milenus' clachte van Houwaert, vermoedelijk voor Willem van Oranje bestemd. Het blijkt terug te gaan op de Plantijnse druk van 1577. Aan deze herontdekking knoopt Gnirrep nog lezenswaardige beschouwingen vast. Verder vermeld ik Jan Werner 'Pasletters: passende letters op de paskaart van Europa door Adriaen Gerritsen (1587)', Bram Schuytvlot, 'Vondel en de kalligrafie', Joke Mammen, 'Een 'monsterkaart' uit de zeventiende eeuw'. Piet Visser geeft in 'Plemp en Fontein: boekje open over Amsterdamse bruggen en bibliotheken' het verhaal van de boekenverzameling van Pieter Fontein (1708-1788), afkomstig van een koopmansgeslacht uit Harlingen, student te Leiden, predikant te Rotterdam en Amsterdam. Adri Offenbergs originele bijdrage, 'Kalligrafie en Hebreeuws schrift. Een paar persoonlijke marginaliën' brengt volkomen onbekend materiaal aan. Florence P.J.M. Pieters bespreekt een topstuk uit de Artis Bibliotheek: 'Geschreven alsof het gedrukt is. Het tweede deel van Regenfuss' Auserlesne Schnecken Muscheln und andre Schaaltiere' (late 18de e.). Franz Michael Regenfuss is de ontwerper en graveur van de illustraties van dit Duits / Franse werk waarvan het eerste deel te Kopenhagen in 1758 verscheen en het tweede 'geschreven werd alsof het gedrukt is'. Nog te vernoemen zijn Astrid C. Balsem, 'Napolitaanse kalligrafie uit de eerste helft van de negentiende eeuw: een klap-knuffel voor de hoofdconservator' en Marja Keyser, ' "Eigenliefde van den meester ": hofkalligraaf Antonie Grevenstuk'. Jos A.A.M. Biemans evolueert -met succes!- van middeleeuws naar hedendaags handschriftenspecialist met 'Jan van Krimpen, kalligraaf pro pretio'. Mathieu Lommen bespreekt 'De boekomslagen en vignetten van Helmut Salden'. Het boekje sluit zeer terecht af met een kalligrafisch blad van de gevierde zelf, van het soort zoals collega's en vrienden er rond de jaarwisseling een plegen te krijgen (ik heb ze zorgvuldig bewaard!), en een kort naschrift óver hem. [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2895
2653.- Ton Croiset van Uchelen, Bij de voorplaat in De boekenwereld, 13, 196-1997, nr. 4, p. 170-171 en nr. 5, p.226-228, ill.
Resp. over Jan van den Veldes' Spieghel der schrijfkonste, Rotterdam, Jan van Waesberghe, 1605, en over een proeve van bekwaamheid in het schoonschrijven door ene Jacob Mantel bij de sollicitatie naar de betrekking van schoolmeester in Venhuizen. [E. C.-I.]
2654.- Christiaan Schuckman, Het Nederlandse geïllustreerde boek tot 1700: de ontsluiting op illustratoren in Jaarboek Nederlandse boekgeschiedenis, 4, 1997, p. 227-241.
Al te lang hebben bibliografen en kunsthistorici naast elkaar samengewerkt. Dit doet zich voornamelijk voelen op het gebied van de boekillustratie. De eersten hebben zich niet of nauwelijks bekommerd om het grafisch werk en hun auteurs in gedrukte werken opgenomen, de laatsten hebben zich grotendeels met de zelfstandige bladen grafiek beziggehouden. S geeft een aantal voorbeelden van ontsluiting van illustraties en illustratoren, vnl. in nationale bibliografieën: Conway (1884) / Kok (1994), BT (1968-1994; vanaf deel II in de algemene index opgenomen) en Noordnederlandse drukken 1540-1600, STCN (on-line). Daar tegenover staat de 'Hollstein' waarin, met ingang van 1949, boekillustraties afzonderlijk staan beschreven, met gegevens over productie, uitgave en verspreiding. De bewerkers konden echter te weinig op bibliografisch onderzoek met aandacht voor de illustratie, steunen.
De ideeën en suggesties die S aanreikt, kunnen niet anders dan een stimulans, ja een uitdaging betekenen. Toch is men meer dan voorheen bewust van boven vernoemd manco: behalve de publicaties die S zelf aanhaalt, wordt dit o.m. aangetoond door de bio-bibliografie van Cornelis Kiliaan (Nieuwkoop 1978) waarin aan de grafiek met verzen van Kiliaan ruime aandacht is besteed, de inventarisatie van de reeks houtsneden van de Meester van de Passie Delbecq-Schreiber in De Gulden passer (1989-1990), het repertorium van drukkersmerken, met zijn varianten en kopieën, door F. Vandeweghe en B. Op de Beeck (Nieuwkoop 1993); e.a. [E. C.-I.]
2655.- Jan Pluis, Geïllustreerde boeken en prentenseries als inspiratiebron voor tegelschilders in Jaarboek van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen, 4, 1996 [versch. 1997], p.127-157, ill.
Dat boekillustraties zelf als voorbeeld hebben gediend voor andere beeldende kunst zal niemand verbazen. Ook welbekende 17de- en 18de-eeuwse Nederlandse tegels blijken daar hun inspiratie te hebben gezocht. Aan de hand van afbeeldingen van dieren, van emblematische, maar vooral van bijbelse taferelen, schetst P een aardig overzicht van tegelvoorstellingen. Met verwijzingen naar eerdere catalogi en artikels van zijn hand. [M. d. S.]
2656.- Claude Sorgeloos, Les Deflinne: quatre générations de libraires et relieurs à Tournai aux XVIIIe et XIXe siècles.- Bruxelles: Bibliotheca Wittockiana, 1997.- 269 p.: ill.; 30 cm. BF 1.000.
Catalogus uitgebracht n.a.v. de tentoonstelling (20 september 1997 - 10 januari 1998). Jacques-Thomas (1701-1782) en zijn zoon Jean-Baptiste (1760-1803) bezitten naast hun boekhandel op de Grote Markt in Doornik ook een boekbindersatelier. Er werden banden voor lokale afnemers zoals de kapittelbibliotheek en de prinsen van Beloeil gemaakt, maar ook voor bibliofielen tot in Antwerpen en Noord-Frankrijk toe. Jean-Baptiste behoort tot de eerste Belgische binders die zijn banden signeert. Naast Deflinne waren er nog andere binders in Doornik gevestigd, stad die ook een centrum van papierproductie was, met name het sitspapier door de zg. 'dominotiers' vervaardigd; boekbinders waren gretige afnemers van sitspapier voor dek- en schutbladen in de banden of voor omslagen van brochures. Tijdens de Hollandse tijd gaven Barthélemy-Léopold (1791-1846) en zijn zoon Jean-Baptiste een krachtig impuls aan het bedrijf. Eerstgenoemde werd gepromoveerd tot hofboekbinder van koning Willem I - wat mede verklaart dat er zoveel banden van Deflinne aanwezig zijn in de Koninklijke Bibliotheek en in het Koninklijk Huisarchief te Den Haag. Van de Deflinnes zijn goudgestempelde luxueus uitgevoerde marokijnbanden bekend, blindgestempelde kalfsleren banden waarvan het leer soms gemarmerd werd, gebruiksbanden en eenvoudige kartonnages. De Belgische Omwenteling luidde het einde van een bloeiperiode in. De jongste Deflinne, Barthélemy (1814-1892) is de laatste in de rij en staakt omstreeks 1850 de activiteit. Een gedeelte van het stempelmateriaal werd door de firma Casterman voor hun bindersatelier aangekocht.
Deze publicatie bestaat uit een korte inleiding en uit de uitvoerige beschrijving van 147 banden, alle gereproduceerd in zwart / wit. Zij vormt een onderdeel van de monografie die enkele weken later in de reeks Studia Bibliothecae Wittockianae verschijnt. [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2802
2657.- Jean-Jacques van Ormelingen, Fers à relier inédits aux armes de la cité de Liège in Bulletin de la Société des bibliophiles de Liège, 23, 1997, p. 241-248, ill.
Honderdvijftig jaar lang is op prijsboeken van het jezuïetencollege het supra-libros met het perron van de stad Luik gestempeld, weliswaar niet steeds hetzelfde stempel. Pierre Delrée heeft ze in 1946 gerepertorieerd: van A tot G. Behalve een variante van A zijn er nog twee (niet geheel) onbekende stempels aan het licht gekomen: H, op een druk van 1675 (cf. cat. boekbanden te Brussel, 1931, p.33 n° 65), I op een druk uit 1750. [E. C.-I.]
2658.- Jean Cartuyvels, Fermoirs d'argent et garnitures de reliures aux poinçons de Liège (fin XVIIe s. - premier tiers du XIXe s.) in Bulletin de la Société des bibliophiles liégeois, 23, 1997, p. 249-276, ill.
Om bestand te zijn tegen veelvuldig gebruik zijn een groot aantal devotieboeken uit de achttiende en vroege negentiende eeuw van beslag en twee paar sloten voorzien. Die konden bijzonder fraai versierd zijn terwijl de eenvoudiger uitgevoerde banden een stel grote ronde zilveren nagels driehoekig op de platten geplaatst als ornament kregen. De auteur gaat de Luikse productie terzake na, kan een aantal goudsmeden identificeren en zet aan tot voortgezet onderzoek. [E. C.-I.]
2659.- Gerrie A.M. van Dongen, Bookbindings from Nijmegen: 1475-1550 in Quaerendo, 27, 1997, p. 170-196, ill.
Herziene versie van het artikel dat in het tijdschrift Numaga in het Nederlands verscheen (cf. Kroniek 22
nr. 2446).
2660.- Laienlektüre und Buchmarkt im späten Mittelalter. Hrsg. Thomas KOCK, Rita SCHLUSEMANN.- Frankfurt am Main [e.a.]: Peter Lang, 1997. - (Gesellschaft, Kultur und Schrift. Mediävistische Beiträge. Hrsg. Hagen Keller; 5).- ISBN 3-631-31470-1; ISSN 0942-0665. CHF 72.
Het bekende gegeven dat de boekdrukkunst heeft ingespeeld op de toegenomen leeshonger, meer bepaald bij leken, tijdens de uitgaande middeleeuwen, heeft, in samenhang met een DFG-project over laat-middeleeuwse prosaliteratuur en een project over de Devotio moderna, het onderwerp uitgemaakt van een internationaal colloquium te Münster in mei 1994. Uit interdisciplinaire gesprekken tussen historici, filologen en codicolgen kwamen vragen naar voor als welke boeken in de overgangstijd van handgeschreven naar gedrukte productie werden gemaakt, verkocht en gelezen, en welke factoren de boekenmarkt hebben bepaald. Met 'Buchmarkt' is zowel keuze van de teksten als handel, kostenberekening, opdrachtgevers en producenten, zowel van handschriften als drukken bedoeld. Het begrip 'Laien' is door verscheidene auteurs op verschillende wijze geïnterpreteerd.
Herman PLEIJ, 'What and how did lay persons read, or: Did the laity actually read? Literature, printing and public in the Low Countries between the Middle Ages and Modern Times' (p. 13-32) gaat hiervoor uit van de prologen in de Nederlandstalige romans, waaruit blijkt dat de teksten zowel beluisterd als gelezen kunnen worden. Rita Schlusemann, 'Buchmarkt in Antwerpen am Anfang des 16. Jahrhunderts' (p. 33-59) zoekt naar de oorzaken van de snel stijgende productie van boeken in de volkstaal en de concentratie van de publicatie daarvan bij enkele drukkers / uitgevers. Willem Vorsterman bijt hier de spits af. Gabriele Müller-Oberhäuser, 'Buchmarkt und Laienlektüre im englischen Frühdruck: William Caxton und die Tradierung der mittelenglischen Courtesy Books' (p. 61-107) onderzoekt enerzijds de prologen en epilogen van Caxton, gericht tot een bepaald publiek, anderzijds de eigendomsmerken en gebruikssporen van de exemplaren. Falk EISERMANN, 'Gescheiterte Laienbildung? Das "Kleine Empyreal " des Wilhelm von Velde' (p. 109-127), is het verhaal van een mislukte poging om werk gedrukt en uitgegeven te krijgen. Nochtans had de auteur, reg. kanunnik van St. Augustinus uit Frankenthal, zijn geschrift van voorbeelden voorzien met het oog op leken als lezers. Bernhard SCHNELL, 'Die volkssprachliche Medizinliteratur des Mittelalters - Wissen für wen?' (p. 129-145) komt tot het besluit dat die niet enkel voor leken bestemd is. Volker HONEMANN, 'Laien als Literaturförderer im 15. und frühen 16. Jahrhundert' (p. 147-160) kan aantonen dat vroomheidsliteratuur zowel door leken als door geestelijken wordt bevorderd. Jos M.M. HERMANS, 'Lokale und interregionale Aspekte von Laien, Lektüre und Buchmarkt in den nordöstlichen Niederlanden im Spätmittelalter' (p. 161-185) bespreekt de boekproductie ten noorden van Zwolle, vnl. Groningen en Ommelanden waar tot einde 15de eeuw de handschriftenvervaardiging in hoofdzaak een aangelegenheid van de geestelijkheid was, terwijl over boekdrukkunst nauwelijks kan gewaagd worden. Over het verhandelen van boeken in dit gebied is weinig bekend. Wel valt duidelijk op dat er een nauwe band bestaat tussen de boekband en de decoratie van handschrift of druk. Goedkoop was een dergelijk 'afgewerkt product' geenszins. Tenslotte is aandacht besteed aan de gebruikers. Op te merken valt dat boeken die leken hebben gehad, vroeg of laat toch in kerkelijk bezit zijn geraakt. Die leken behoorden bovendien tot de hogere lagen van de maatschappij: men moest kunnen -en willen- lezen en men moest de boeken kunnen betalen. Lydia WIERDA, 'Bookproduction in Zwolle in the late fifteenth century: the case of the Sarijs manuscripts' (p. 187-197) heeft het over Zwolle, waar het fraterhuis in het vervaardigen van handschriften een belangrijke rol heeft gespeeld. Thomas Kock, 'Theorie und Praxis der Laienlektüre im Einflussbereich der Devotio moderna' (p. 199-220) heeft speciaal het fraterhuis te Wesel bestudeerd; het schrijfwerk van de fraters was ook voor een (onbekend gebeleven) lekenpubliek bestemd. Nikolaus STAUBACH, 'Gerhard Zerbolt von Zutphen und die Apologie der Laienlektüre in der Devotio moderna' (p. 221-289) onderzocht het traktaat 'De libris teutonicalibus' o.m. naar bouw en functie en de toeschrijving ervan aan Zerbolt.
De ene bijdrage interesseert begrijpelijkerwijs de Nederlandse boekhistoricus meer dan de andere. Toch zijn ook de andere teksten waardevol want de auteurs stellen gegevens aan de orde die met landsgrenzen niets te doen hebben. De uitgave is verzorgd, mooi is ze niet echt te noemen; dit in aanmerking genomen is de prijs langs de hoge kant. Niettemin wil ik het warm aanbevelen aan elke historicus van de moderne tijden. [E. C.-I.]
2661.- Schatten uit de bibliotheken van de Hogeschool l Antwerpen.- Antwerpen: Pandora, 1996.-127 p.: omslag, ill.; 24 cm.- ISBN 90-5325-053-0. BF 850.
De grote verdienste van deze publicatie is dat zij vrijwel onbekende bibliotheken en nog minder bekende schatten in het daglicht stelt. Het gaat in wezen om vier bibliotheken, nu ressorterend onder vier departementen van de Hogeschool Antwerpen (niet-universitair hoger onderwijs), in 1995 ontstaan uit de fusie van verschillende instellingen voor hoger onderwijs in de provincie Antwerpen. De voormalige instellingen met een lange bibliotheektraditie zijn de Antwerpse Academie, de Lierse Rijksnormaalschool, de Industriële Hogeschool Antwerpen en het Koninklijk Vlaams Conservatorium. Vooraf wordt van de bibliotheken van elk van deze vier departementen een overzicht gegeven; daarna volgt het catalogusgedeelte met een beschrijving van de gekozen stukken.
De geschiedenis van de voormalige Academie voor Schone Kunsten, nu departement Audiovisuele en beeldende kunst, departement Architectuur (Instituut Henry van de Velde) en departement Productontwikkeling, is geschreven door Jan LAMPO. De oudste inventaris van de bibliotheek dateert van 1796; zij heeft een belangrijk archief (de Sint-Lucasgilde!) en een belangrijke historische collectie; tentoongesteld en beschreven zijn o.m. werken over architectuur (Dürer, de l'Orme), schilderkunst (Van Mander, Houbraken).
Het Conservatorium heet thans departement Dramatische kunst, muziek en dans. Het overzicht is van Marie-Thérèse BUYSSENS. Zijn bibliotheek bestaat sedert 1874 en kon heel wat schenkingen binnenhalen. Zij bevat veel muziekhandschriften, vnl. van Vlaamse componisten maar ook oude drukken, waaronder Souterliedekens en Stichtelijke Rymen van Camphuyzen, muziektraktaten, operapartituren.
De voormalige Industriële Hogeschool, in 1862 gesticht, nu departement Industriële wetenschappen en technologie (Marie-José SNEPPE), beschikte van meetafaan over een bibliotheek. Men treft er naast handboeken om met sjabloon te verluchten en glas te bewerken ook overzichten van kunstambachten aan.
De vroegere rijksnormaalschool te Lier ten slotte, in 1817 naar het model van de Maatschappij tot nut van het algemeen (Haarlem) opgericht, en omgedoopt tot departement Lerarenopleiding en culturele agogiek, bevat een bibliotheek met vnl. Nederlandse literatuur uit de late negentiende en de twintigste eeuw. Dit overzicht is van Marcel DE JONGHE.
Het is wat vreemd dat zo'n belangrijk -want eerder onbekend- overzicht door bibliothecarissen samengesteld, zo weinig recht doet aan literatuuropgave. Enkele titels zijn in de tekst verwerkt; geen enkele beschreven druk heeft een verwijzing naar een catalogus of een bibliografie gekregen.
Het boek is zeer smaakvol uitgevoerd (hoewel ik niet houd van met wit gelardeerde tekstpagina's en zeker niet als dit niet consequent is volgehouden), gedrukt op goed lichtgetint papier, met uitstekende illustraties waarvan enkele in kleur en met een mooie blauwgrijze omslag. Waaruit de reproductie hierop is gehaald heb ik niet gevonden, evenmin is opgegeven over welke rolstempelband (frontispice) het gaat. Een paar schoonheidsfoutjes die aan het geheel geen afbreuk doen. [E. C.-I.]
2662.- Jean Gustin, Du nouveau sur la bibliothèque de l'abbaye de Saint-Laurent in Bulletin de la Société des bibliophiles liégeois, 23, 1997, p. 93-137, ill.
De Luikse Benedictijnerabdij van Sint-Laurentius bezat uiteraard een grote bibliotheek. De geschiedenis van de handschriften (thans in Brussel en Parijs) is vrij goed bekend. De gedrukte werken waren spoorloos na de Franse inbeslagname in 1794-95. G heeft een belangrijk spoor ontdekt, dat leidt naar de bibliotheken van de Luikse Universiteit en van het Groot-Seminarie van het Bisdom Luik. In die laatste collectie heeft hij 258 titels (in 129 banden) uit Sint-Laurentius teruggevonden (lijst op p. 120-137) - in hoofdzaak institutionele 'vakliteratuur' (veelal uit de tweede helft van de 17de eeuw). Hij gaat in op herkomst, (oude) bibliotheeksignaturen en banden. [M. d. S.]
2663.- B.P.M. Dongelmans, Het opperste goed der aarde: de bibliotheek van de Maatschappij en haar belang voor de Nederlandse boekgeschiedenis in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse letterkunde te Leiden 1995-1996, 1997, p. 9-17.
Zo sprak Jozef Alberdingk Thijm (1820-1889) over zijn eigen bibliotheek; een gedeelte, met name gelegenheidsgedichten, kon de Maatschappij op een van de acht veilingen kopen. D heeft het in deze bijdrage vnl. over de bibliotheek van de Maatschappij voor Nederlandse taal- en letterkunde als rijke bron voor teksten èn voor boekwetenschap. De laatste decennia is de aandacht van de neerlandicus, behalve naar de inhoud (filologisch en literair), ook naar andere teksten (reisverhalen, schoolboeken, almanakken, enz.), naar de totstandkoming ervan (productie en verkoop) en naar de context uitgegaan (welke plaats heeft een boek in de maatschappij ingenomen). De publicatie Dierbaar Magazijn (cf. Kroniek 22
nr. 2609) laat zien hoe interessant de bibliotheek van de Maatschappij wel is. [E. C.-I.]
2664.- Daniel Misonne, Quelques pièces d'intérêt liégeois à la bibliothèque de Maredsous in Bulletin de la Société des bibliophiles liégeois, 23, 1997, p. 139-155, ill.
Voorstelling van enkele handschriften en gedrukte boeken met Luikse connecties, o.m. uit bibliotheken van Petrus a Fine (Luiks hulpbisschop 1525-1537), Gregorius Sylvius (1502/3-1578), de abdij van Saint-Hubert. [M. d. S.]
2665.- Otto S. Lankhorst, Op zoek naar Nederlands erfgoed in Oost-Europese bibliotheken in Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis, 4, 1997, p. 119-134.
Sinds de val van de muur oefenen bepaalde Midden- en Oost-Europese bibliotheken grote aantrekkingskracht uit op i.c. Nederlandse boekhistorici. Het belangrijkste kanaal waarlangs deze 'op reis' zijn gegaan, is dat van de particuliere verzamelaar. L geeft hier een inventaris (met kanttekeningen!) van de lotgevallen van boeken en handschriften uit Nederland afkomstig, nu in Oost-Europese bibliotheken en archieven. Zo werden vondsten gedaan door K. Bostoen te Wroclaw, J. Konst te Gdansk, F. Postma in Roemenië e.a. Ook in het verleden is dit al gebeurd: F. Bleeck van Rijsewijk en C.C. Uhlenbeck te Sint-Petersburg. Het is wenselijk dat verder onderzoek van deze bibliotheken in nauwe samenwerking met de STCN moet gebeuren. En hier kan een 'Zuid-Nederlander' ofte Belg met spijt in 't hart alleen maar weer vaststellen hoe weinig belangstelling -om niet te zeggen geen- zijn land heeft voor projecten die over het eigen patrimonium gaan. [E. C.-I.]
2666.- Edouard Janssens & Antoine Rousseau, Les ex-libris anciens de la Bibliothèque du Séminaire épiscopal de Tournai in Mémoires de la Société Royale d'Histoire et d'Archéologie de Tournai, 8, 1995, p. 201-278, ill.
Identificatie mét afbeelding van 71 gegraveerde ex-librissen, en transcriptie van 37 typografische exlibrissen. In de veel te weinig bekende Seminariebibliotheek van Doornik zijn boeken uit heel erg verscheiden collecties samengekomen (Arenberg, J. Fr. Foppens, C.-Fr. Nelis, H. Rega, F.-G. Ullens, Van Hulthem etc.), maar ook uit bv. Beierse religieuze bibliotheken. Dit artikel is van meer dan lokaal belang. De tientallen afbeeldingen vormen een bruikbaar repertorium (naast Linnig etc.) om (Belgische) ex-librissen terug te vinden. Prijzenswaardig is de (hoewel erg korte) vermelding van het exemplaar waarin het afgebeelde ex-libris voorkomt. Tevens een bron dus voor de Belgische bibliotheekgeschiedenis. [M. d. S.]
2667.- Jerome Machiels, Privilegie, censuur en indexen in de Zuidelijke Nederlanden tot aan het begin van de 18de eeuw.- Brussel: Algemeen Rijksarchief, 1997.- 191 p.: ill.; 30 cm.- (Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de Provinciën. Educatieve dienst. Dossiers. Tweede reeks; 15).- Uitgeput.
Idem, Idem. Catalogus bij de gelijknamige tentoonstelling in het Algemeen Rijksarchief te Brussel van 16 mei tot 30 juni 1997.- Brussel: Algemeen Rijksarchief, 1997.- 65 p.; 30 cm.- (... Catalogus; 144).- BF 150.
Indringende studie (met veel voorbeelden en literatuurverwijzingen) van privileges, censuuredicten en indexen van verboden boeken in de Nederlanden. I.t.t. de titel is dit werk ook van groot belang voor de Noordelijke Nederlanden tot 1600 ! M heeft de talloze edicten en indexen systematisch vergeleken en geanalyseerd. Hij betrekt daarbij talrijke uiterst zeldzame drukken uit de Gentse Universiteitsbibliotheek en het Algemeen Rijksarchief (bv. een onbekend tweede exemplaar van NK 3303), evenals archivalia. De grote studie wordt aangevuld met een uitermate interessante tentoonstellingscatalogus. Daarin komen nu eens niet de verboden titels aan bod, maar wel de werking van de verbiedende overheden: octrooiakten, verhoren van boekhandelaars, rekwesten, plakkaten, lijsten van in beslag genomen boeken en nog veel meer hier voor het eerst vermelde en besproken documenten. Voor de boekhistoricus was dit wel de tentoonstelling van het jaar ! Helaas bevatten deze boeken over de Index zelf geen 'index' [nominum ac rerum]. [M. d. S.]
2668.- Jeroen Salman, Een handdruk van de tijd: de almanak en het dagelijks leven in de Nederlanden 1500-1700.- Zwolle: Waanders uitgevers, 1997.- 112 p.: omslag, ill.; 29 x 25 cm.- ISBN 90-400-9985-5. Fl. 39, 50.
Nevenproduct van een promotieonderzoek; het klinkt wat marginaal, wat echter geenszins betekent dat dit boek slechts van marginaal belang zou zijn. Geschoeid op wetenschappelijk onderzoek is de almanak, zoals die in de Nederlanden in de zestiende en zeventiende eeuw in groten getale werd geproduceerd, voor het grote publiek van nu voorgesteld onder de vorm van een reeks capita selecta of, beter gezegd, verschillende aspecten en invalshoeken, met een minimum aan voetnoten (die verwachten wij in het proefschrift!) en een aantrekkelijke vormgeving. De auteur wil met dit boek op beknopte en toegankelijke manier een indruk geven van de resultaten van zijn onderzoek. Het onderwerp leent zich bovendien erg goed om ook in beeld te worden gebracht. Dat gebeurt enerzijds in drie tentoonstellingen die onder de gelijknamige titel worden gehouden in het Prinsenhof te Delft, het Historisch Museum De Waag te Deventer en de Provinciale Bibliotheek van Friesland te Leeuwarden tussen 30 september 1997 en 1 februari 1998, anderzijds door deze publicatie overvloedig te illustreren. Het voorbijgaand karakter van tentoonstellingen wordt in casu vastgehouden door een ook visueel zeer aantrekkelijk boek waarvan slechts te hopen is dat het een minder efemeer karakter heeft dan het behandelde onderwerp.
De nadruk ligt in dit boek duidelijk op de Noordelijke Nederlanden. Wat o.m. uit de literatuurlijst achterin blijkt èn vooral uit het herhaaldelijk weerkeren van voorbeelden van almanakken uit Deventer, Delft en Leeuwarden, drie belangrijke productiecentra (de drie locaties van de tentoonstellingen). Niettemin wordt af en toe verwezen naar het zuiden, met name wat de productie en de verkoop betreft: de oudste almanak in de Nederlanden werd voor 1476 te Leuven door Jan Veldener gedrukt, tot in 1570 was Antwerpen het grootste productiecentrum van almanakken en prognosticaties, de bekommernis van de drukkers zich d.m.v. een privilege economisch veilig te stellen. De echte bloeiperiode valt in de zeventiende eeuw.
In een tiental hoofdstukken gaat S in op de definitie van 'almanak', op de 'berekenaars-samenstellers-auteurs', de drukkers-verkopers, de kopers, de inhoud. Dit laatste punt geeft aanleiding tot het nagaan van de titelformuleringen die niet steeds tot 'almanak' of kalender zijn beperkt. Behalve de prognosticatie (practica) die vaak samen met een almanak is gepubliceerd, zien we in de titel ook opduiken kroniek en journaal. De almanak als spiegel van de samenleving (p. 19) lijkt me iets te sterk uitgedrukt; in wezen gaat het om het beeld van de doorsnee bevolkingslaag. De voorspellingen horen s.s. thuis in de prognosticaties. In de almanak als vade-mecum -'een boekje voor het bloeden' (p. 57)- nemen we kennis van de astrologisch gestuurde richtlijnen inzake geneeskunde: wanneer is het gesternte gunstig om een chirurgische ingreep te verrichten, wanneer mag men aderlaten, enz. Dit alles wordt in dit boek niet enkel met druksels maar ook met allerlei voorwerpen en reproducties van grafisch werk aanschouwelijk voorgesteld. De kalender in onze christelijke beschaving is wezenlijk een chronologische lijst met de kerkelijke feestdagen en heiligendagen. S onderzoekt wat er na de hervorming in het noorden mee is gebeurd. De almanak was ook een boekje met allerlei praktische informatie dat men op zak had: jaarmarkten, dienstregelingen voor binnenschippers, tijden van ebbe en vloed, en dgl. Berichten over gebeurtenissen elders konder er in voorkomen, over tij en ontij, over krijgsverrichtingen en allerlei wetenswaardigheden: de kroniekalmanakken.
Aan een lijst van de bestudeerde almanakken of reeksen van almanakken heeft de tentoonstellingsbezoeker allicht niet veel (in tegenstelling tot de boekhistoricus); mogen we die in de dissertatie verwachten? Een namenregister zou evenwel niet hebben misstaan. De almanakproductie is ongetwijfeld bibliografisch een onderzoek waard en dan doel ik niet alleen op het repertoriëren van alle bestaande edities; voor België is de eeuweling Zech du Biez hoogstnodig aan herziening en aanvulling toe. De analytisch- beschrijvende bibliografie ervan kan misschien nog andere kenmerken blootleggen, als bv. het gebruik van verschillende formaten, lettertypen, en houtsneden. Nu dit type publicatie inhoudelijk aandacht heeft gekregen, is het allicht tijd voor de bibliograaf (-afen) zich aan het werk te zetten. Véél tijd zal kruipen in het systematisch opsporen van exemplaren en restanten van exemplaren, verstopt in boekbanden of ingemetseld in schouwmantels (naar Nova Zembla hoeven we ons al niet meer te begeven!). [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2941
2669.- Peter M. Daly & John Manning, A survey of the emblematic holdings in the library of the Ruusbroecgenootschap, Antwerp in Ons geestelijk erf, 70, 1996, p. 269-288.
Titellijst van boeken met emblemata, ruim opgevat. [E. C.-I.]
2670.- Hans Luijten, Verhuld voor 't menselijk oog. Embleemboeken uit de Koninklijke Bibliotheek.- Den Haag: Koninklijke Bibliotheek, 1996.- 57 p.: ill.; 21 cm.- (Tentoonstellingscatalogi en -brochures van de Koninklijke Bibliotheek; 54).- ISBN 90-6259-132-9. Fl. 20.
Tentoonstelling (8 november 1996 - 14 februari 1997) n.a.v. Luijtens nieuwe editie van Sinne- en minnebeelden van Jacob Cats (1577-1660), meest succesrijke Nederlandse embleemauteur (cf. Kroniek 22
nr. 2542). Na een inleiding over 'Jacob Cats en de emblematiek' (p. 7-18) volgt de catalogus met o.m. voolopers en navolgers, liefdes- en religieuze emblematiek, (dieren)motieven enz. Een vermakelijk schouwspel. [M. d. S.]
2671.- Gilbert Huybens, Meerstemmige muziek in oude Gregoriaanse zangboeken in Musica antiqua, 14, 1997, p. 52-54, ill.
Bijdrage in marge van het systematisch onderzoek dat H voert naar antiphonalia, gradualia, manualia cantorum, processionalia en vesperialia, in de Zuidelijke Nederlanden van in de zestiende eeuw tot in het begin van de twintigste uitgegeven. [E. C.-I.]
2672.- W.L. Braekman, Driekoningenavond: koningsbrieven, liederen en gedichten in Volkskunde, 98, 1997, p. 1-40, ill.
Het Driekoningenfeest is eeuwen lang zeer populair geweest. Koningsbrieven en liederen ('De Koning drinkt'!) zijn van in de zestiende tot in de negentiende eeuw in Vlaanderen erg in trek geweest. Minstens veertig drukkers hebben zich hiervoor geïnteresseerd. Vijftien uitslaande reproducties van planodrukken zijn aan deze zeer informatieve studie toegevoegd. [E. C.-I.]
2673.- Bibliotheca Mariana Lovaniensis: la Bibliothèque Mariale de Banneux-Notre-Dame, une collection Montfortaine dans la Bibliothèque de la Faculté de Théologie de la K.U.Leuven. Frans Gistelinck (éd.) en collaboration avec B. Cortinovis, G. Hendrix et J. Roegiers.- Leuven: Bibliotheek van de Faculteit Godgeleerdheid, 1997.- L, 291 p.: ill.; 24 cm.- (Documenta libraria uitgegeven door de Bibliotheek van de Faculteit Godgeleerdheid van de K.U. Leuven; 18.- ISSN 0777-6292 ).- ISBN 90-73683-21-1. BF 950.
De Brusselse priester Léon Arendt (1882-1974) begon rond 1942 met de uitbouw van een Mariale Bibliotheek in het bedevaartsoord Banneux. Bedoeling was alle geschriften over Maria en haar verering samen te brengen. In 1961 werd de collectie overgebracht naar het Leuvense klooster van de Paters Montfortanen. De handschriften en drukken tot 1830 zijn in 1996 in bruikleen gegeven aan de Bibliotheek van de Leuvense Faculteit Godgeleerdheid. Een jaar later reeds verschijnt de gedrukte catalogus door de onvermoeibare Frans Gistelinck. Als voorwerk zijn er een 'Woord vooraf' door J. Roegiers (p. IX-XII), een boekhistorisch overzicht door Frans Gistelinck (p. XIII-XXIX), een kerkhistorische inleiding door Battista Cortinovis (p. XXXI-XXXVIII) en een beschrijving van zes handschriften door Guido Hendrix (p. XXXIX-L). De catalogus beschrijft, in alfabetische volgorde per auteur, 1725 drukken uit de periode 1470-1830. De collectie bevat 12 incunabelen, 100 16de-eeuwse, 691 17de-eeuwse, 681 18de-eeuwse drukken en 210 werken uit de periode 1801-1830. 24 titels zijn ongedateerd. Elke beschrijving geeft naast titel en impressum ook collatie, secundaire auteurs en personen aan wie het boek werd opgedragen, illustratie, herkomsten. De onmisbare registers ontsluiten secundaire auteurs, herkomsten, drukkers / uitgevers en plaatsen van hun activiteit. Ruim vertegenwoordigd zijn Antwerpen, Augsburg, Barcelona, Brussel, Keulen, Leuven, Lissabon, Luik, Lyon, Madrid, München, Napels, Parijs, Rome, Straatsburg en Venetië.
Deze gespecialiseerde verzameling bevat een aantal uiterst zeldzame drukken (van de 12 incunabelen bv. zijn er drie niet in Polain), vaak uit interessante oudere collecties (39 stuks uit Nordkirchen, 9 prijsbanden). De voorbeeldige ontsluiting is niet alleen van belang voor de gebruikers van de Leuvense verzameling, maar ook voor elke boekhistoricus die te maken krijgt met (katholieke) religieuze oude drukken. [M. d. S.]
2674.- Chris Coppens, Natuurlijk dood. Stukjes natuur in enkele boeken tot leven gewekt.- Leuven: Universiteitsbibliotheek, 1997.- 15 p.: ill.; 21 cm.
T.g.v. Nature morte ?? (tentoonstellingsproject rond kunst en ecologie) werden 45 handschriften en drukken met afbeeldingen van planten en dieren getoond en bondig beschreven. [M. d. S.]
2675.- Materiae promotionis: natuurwetenschap aan de Oude Universiteit Leuven in Ex Officina, 10, 1993 [versch. 1997], 231 p., ill.
De grote achterstand die het tijdschrift van de UB Leuven heeft opgelopen, wordt met mondjesmaat ingehaald. Deze aflevering, hoewel heel fors, zou al vier jaar oud moeten zijn. Wat dan weer niet kan, want de tentoonstelling waarvan deze publicatie de catalogus is, werd geconcipieerd in 1997 n.a.v. twee wetenschapscongressen te Luik en te Leuven. Maar goed, het verheugt ons dat het Ex Officina nog lééft en wij hopen vooral dat het zal blijven leven, zij het op regelmatiger èn -misschien- bescheidener manier. Het boek is ook als monografie met een eigen omslag verschenen, helaas zonder de band met het tijdschrift binnenin te vermelden!
Bruikleengevers zijn bibliotheken van de KU Leuven en een paar particulieren, eveneens uit het Leuvense. De 120 nummers zijn beschreven door een schare professoren. Geert Vanpaemel licht in de algemene inleiding de titel toe. De promotieonderwerpen waren dringend aan herziening toe; de vooruitgang van de wetenschap vond plaats in de Theresiaanse Academie, niet meer aan de universiteit, zo luidde de stelling van Patrice-François de Nény in de achttiende eeuw en van Martha Ornstein in 1938. De recente wetenschapsgeschiedenis heeft evenwel andere, met name sociologische aspecten blootgelegd: wat werd als wetenschap aangezien? De tentoongestelde boeken 'brengen een beeld van de wetenschapsbeoefening aan de Oude Leuvense Universiteit, waarbij de nadruk ligt op haar institutionele en didactische context'. Het topografisch drukkersregister laat in een oogopslag zien dat de inbreng van Antwerpse en Leuvense drukken primeert, gevolgd door Leidse, Parijse en Venetiaanse. [E. C.-I.]
2676.- Georges Patrick Speeckaert, Livres scolaires d'autrefois de 1840 à 140.- Bruxelles: De Boeck, 1996.- 189 p.: co., ill.; 28 cm.- ISBN 2-8041-2369-3. BF 1.250.
Nostalgische beschouwingen van een verzamelaar over het type van schoolboek dat definitief tot de voltooid verleden tijd behoort. Het gaat hier om Franse en Franstalige Belgische uitgaven die goed beschreven zijn (soms met prijsopgave!), telkens met één of meer afbeeldingen. Perfect uitgangspunt voor een bibliografie. Wie voelt zich geroepen om een tweede Buijnsters te worden? [E. C.-I.]
2677.- Manfred Zollinger, Bibliographie der Spielbücher des 15. Bis 18. Jahrhunderts.- Stuttgart: Hiersemann, 1996 - .- ill.; 27 cm.- (Hiersemanns bibliographische Handbücher; 12). ISBN 3-7772-9628-7.
Verschenen: Bd.1. 1473-1700.- 1996.- LXXXIV, 471 p.: ill.- ISBN 3-7772-9629-5. DM 440.
Eerste deel van een groot project: beschrijving van alle drukken van boeken over spel en spel(l)en. Het domein werd heel ruim opgevat: klassieke spelen (als schaken, triktrak, biljart etc.), ' "wetenschappelijke' kunstjes en toverspelletjes, gesprekspelletjes, fortuin- en orakelboekjes, leerspelletjes, traktaten over het spel (in de Oudheid, morele waarde van spelen etc.), literaire teksten (bv. Vida's schaakboek in verzen), muziekspelletjes, iconografie. Alle titels werden na autopsie beschreven; in enkele gevallen wordt een (relatief) betrouwbare bron duidelijk vermeld. Geen collatie, wel paginering en (helaas) bladhoogte. Honderden bibliotheken werden bezocht of aangeschreven, zodat er een redelijke mate van relatieve zeldzaamheid wordt gesuggereerd. Er zijn registers op: 1. auteurs, editeurs, vertalers en bewerkers; 2. drukkers, uitgevers en boekhandelaars (maar geen plaatsen); 3. spelen. Helaas ontbreekt een titelregister - vele teksten zijn en blijven anoniem !
Natuurlijk is dit werk niet volmaakt. In de literatuur ontbreekt bv. Di Cesare's Bibliotheca Vidiana die meer edities geeft van Vida's schaakboek. Lang niet alle Nederlandse teksten zijn opgenomen (bv. Den sack der konsten of de teksten van Starter en anderen door Van Vaeck besproken - cf. Kroniek 20
nr. 2230). Zie ook de recensie door W.L. Braekman in Volkskunde, 98, 1997, p. 134-136. Maar er is nu een goed basisbestand, (vrij) nauwkeurig beschreven én in zijn culturele context zichtbaar gemaakt. Drukken uit de Nederlanden zijn goed vertegenwoordigd, vooral 'populair' proza uit Amsterdam en Antwerpen. Het boek is er - lokale specialisten van oude drukken kunnen het vanaf nu aanvullen en verfijnen. [M. d. S.]
2678. - A.G. Weiler, Volgens de norm van de vroege kerk: de geschiedenis van de huizen van de Broeders van het Gemene Leven in Nederland.- Nijmegen: Centrum voor Middeleeuwse studies, Katholieke Universiteit Nijmegen, 1997.- XXVI, 262 p.; 24 cm.- (Middeleeuwse studies; 13).- ISBN 90-73419-07-7. Fl. 49, 50.
Na België - Noord-Frankrijk en Duitsland verschenen in het Monasticon Fratrum Vitae Communis (Brussel 1977 en 1979), krijgen wij thans het lang verwachte deel aan Nederland gewijd. Het is hier niet echt de plaats om dit belangrijke boek te bespreken; de boekhistoricus en bibliograaf moet evenwel weten dat het bestaat.
De auteur heeft geoordeeld dat dit boek best ook eerst in het Nederlands moest verschijnen, vooraleer het als Teil 3: Niederlande in het Duits zal uitkomen. Met meer reden nog is de auteur ook afgeweken van het keurslijf dat de samenstellers van het Monasticon was opgelegd. Weliswaar was het resultaat een volledig overzicht van primaire en secundaire bronnen maar de geschiedenis van het huis kwam niet uit de verf en is vrijwel onleesbaar. Niettemin heeft W een vast stramien gevolgd, waarin o.m. aan de orde komen: bibliotheek en scriptorium, bewaarde handschriften en boeken (lees drukken), namen van kopiisten, verluchters, boekbinders. Aandacht is verder besteed aan de enkele fraterhuizen die relaties hebben onderhouden met drukkerijen in de stad of die zelf gedrukt of boeken verkocht hebben. In dit verband zij vermeld de huizen van Deventer, Zwolle, 's-Hertogenbosch, Gouda en Blerikum. Van een aantal huizen wordt een boekenlijst gegeven van incunabelen en postincunabelen die bewaard zijn gebleven: Zwolle, 's-Hertogenbosch, Groningen, Gouda, Utrecht. [E. C.-I.]
2679.- Lotte Hellinga, Max Joseph Husung and his discovery of a fragment of Dutch early printing in Inkunabel- und Einbandkunde. Beiträge des Symposions zu Ehren von Max Joseph Husung am 17. und 18. Mai 1995 in Helmstedt. Bibliothek und Wissenschaft, 29, 1996, p. 59-69, ill.
De publicatie in 1933 (GJ) door Husung wilde H opnieuw onder de aandacht brengen en ter overweging geven. Gevonden in een Utrechtse band rond Bazelse drukken (1534-1539) behoort het merendeel van de fragmenten tot een juridische tekst van Ludovicus Pontanus, terwijl de schutbladen in de band fragmenten zijn van een andere tekst met hetzelfde lettertype gedrukt. De prototypografische producten zijn naar genre tekst èn naar drukpersen, vermoedelijk in Haarlem en Utrecht, in vier groepen onder te brengen. Het zijn precies die laatste fragmenten waaraan H lezenswaardige beschouwingen wijdt. [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2645
2680.- Milton McC. Gatch, 'So precious a foundation'. The library of Leander van Ess at the Burke Library of Union Theological Seminary in the city of New York = 'Welch kostbarer Grundstock'. Die Bibliothek von Leander van Ess in der Burke Library des Union Theological Seminary in New York. Ed. Milton McC. Gatch.With contributions by Johannes Altenberend, Milton McC. Gatch and Paul Needham. Translation by Wolfgang Heuss and Jeremy S. Roth.- New York: Union Theological Seminary and The Grolier Club, 1996.- 386 p.: co., ill.; 28 cm.- ISBN 0-910672-17-2.- DM 38. Distributed by The Grolier Club, 47 East 60th Street New York, NY 10022 USA.
Groots opgezette tentoonstelling en dito catalogus gewijd aan de theoloog en boekenverzamelaar Leander van Ess uit Warburg (1772-1847). Het lot van zijn bibliotheek is al even bewogen geweest als het leven zelf van deze Bijbelkenner en -vertaler uit de eerste helft van de negentiende eeuw. De opstellen die aan het catalogusgedeelte vooraf gaan, zijn zeer lezenswaard. Het is boeiend te lezen hoe Van Ess zijn bibliotheek heeft samengesteld en ingedeeld en te vernemen dat een hele partij bv. van de Keulse kartuis afkomstig was. Uit een tabel (Appendix, p. 77-84) waarin de vroege eigendomsmerken overzichtelijk zijn samengebracht, lezen we dat hij een handschrift uit de abdij van Aulne en en uit Saint-Laurent in Luik had en een twaalfde-eeuws uit de praemonstratenzer abdij Sint Cornelius te Ninove (cat. nr. II.6).
Een paar nummers uit die bibliotheek zijn de aanleiding om deze lijvige, goed geconcipieerde en grondig bewerkte publicatie hier voor te stellen. Zo is een apart opstel gewijd aan een prototypografisch fragment uit de Nederlanden: Alexander de Villa Dei, Doctrinale (cat. nr. III.1). De band waaruit de maculatuur is gelicht, bevat drie teksten door Cornelius Itter geschreven, 1463 gedateerd (hs. 14). Paul Needham meent te kunnen aantonen dat de band vrijwel onmiddellijk daarna is vervaardigd, en wel in Keulen; bijgevolg trekt hij logischerwijze de conclusie dat dit fragment in 1463 kan worden gedateerd. Dit betekent dat de Nederlandse prototypografie hiermee op zijn minst twee jaar eerder is te situeren. De vraag blijft of (fragmenten van )een vermoedelijk Utrechtse druk uit 1463 nog in hetzelfde jaar door een boekbinder te Keulen als maculatuur zal zijn verwerkt.
De catalogus zelf is over elf hoofdstukken uitgesmeerd; het derde biedt een selectie uit de meer dan 400 incunabelen. In het kapittel aan de Bijbel gewijd is Marten de Keyser vertegenwoordigd met zijn Franse editie uit 1530. Registers sluiten deze voorbeeldige publicatie af. [E. C.-I.]
2681.- Gerard Jaspers, Het klooster van de reguliere kanunniken buten scoenhoven in den Hem en zijn drukpers in Jaarboek van het Nederlands Genootschap van bibliofielen, 4, 1996 [versch. 1997], p. 75-126, ill.
Uitvoerige stand van zaken m.b.t. de drukkerij De Hem, ingeleid door drie hoofdstukjes over Geert Groote en de Moderne Devotie, het boek en de Moderne Devotie en de geschiedenis van het Sint-Michaëlklooster can. reg. De Hem buiten Schoonhoven. In dit laatste hoofdstuk is uitgebreid ingegaan op de scriptoriumactiviteiten die de korte episode van de drukkerij insluiten. Wanneer juist de eerste en de laatste druk (hoewel gedateerd!) te situeren zijn, wordt omstandig uit de doeken gedaan. De eerste dateert uit 1496; de laatste, waarin defecte letter (is het een defecte x of is het een r?, ook de i is defect) in de colofon is gebruikt, moet wel als 1510 worden gelezen. Verder worden nog het typografisch materiaal en het gebruik van houtsneden besproken. In een overzichtelijke verkorte-titellijst zijn die drukken waarvan thans een verblijfplaats bekend is, opgegeven, samen met het IDL- en het ISTC-nummer, en het NK-nummer. Een vlot geschreven en prettig leesbare studie over een kloosterdrukkerij uit de kring van de moderne devoten. [E. C.-I.]
2682.- Elly Cockx-Indestege, Gerard van Thienen & Jean Gustin, Le Missale Leodiense imprimé par Jean de Westphalie (KC I 1262b) in Bulletin de la Société des bibliophiles liégeois, 23, 1997, p. 19-85, ill.
Een belangrijke incunabelvondst - methodologisch gepresenteerd ! Het Luikse Groot-Seminarie bezit een volledig exemplaar van het Missale Leodiense waarvan B. Kruitwagen (1910) en M.E. Kronenberg (1930) reeds fragmenten hadden geïdentificeerd. De eerste twee auteurs behandelen in detail papier (het zeldzame mediaan formaat), lettertype, opbouw, drukker. De druk kan worden gedateerd tussen 1477 en 1480. Daarop volgen gegevens over het Luikse exemplaar: handschriftelijke aantekeningen, rubricering en versiering, band, herkomst (begijnhof van Hasselt). J. Gustin belicht (soms al te) breedvoerig de samenstelling van een vijftiende-eeuws missaal - leerzaam voor de talloze (boek- en andere)historici die hiermee niet (meer) vertrouwd zijn. [M. d. S.]
2683.- Herman Brinkman, Dichten uit liefde: literatuur in Leiden aan het einde van de Middeleeuwen.- Hilversum: Verloren 1997.- 415 p.: omslag; 24 cm. - (Middeleeuwse studies en bronnen; LIII).- ISBN 90-6550-288-2. Fl. 59. Tevens verschenen als proefschrift Universiteit van Amsterdam.
Studie over de literatuur in het Middeleeuwse Leiden aan de hand van een handschrift met zeer diverse Nederlandse teksten in proza en, voornamelijk, in rijm (Hs. germ.qu.557 van de Staatsbibliothek zu Berlin - Preussischer Kulturbesitz) nu bekend als het handschrift Jan-Phillipsz die het blijkt geschreven te hebben. De ontstaanstijd, tussen 1473 en 1481, wijst meteen op een periode die ook voor de lezers van de Kroniek uitermate belangrijk en boeiend is. Want bij wijze van inleiding heeft de auteur het over schrijven en drukken, binden en verspreiden te Leiden: er worden bekende en onbekende namen (en bronnen) geciteerd, overzichtelijk in bijlagen opgenomen. Aanbevolen lectuur waarvan het genot nog verhoogd wordt door de keurige presentatie van een uitstekend vormgegeven boek dat goed in de hand ligt. [E. C.-I.]
2684.- Buchkunst und Buchdruck in Paderborn. Katalog zur Ausstellung im Diözesanmuseum Paderborn 11.11. - 11.12.1994.- Paderborn: Bonifatius Druck Buch Verlag, 1994.- 60 p. : omslag, ill.; 30 cm.
In feite vijgen na Pasen maar toch nu nog vermeldenswaard omwille van de aandacht die in de catalogus uitgaat naar Johan van Paderborn, alias van Westfalen, en twee van zijn drukken. [E. C.-I.]
2685.- Christian Coppens, Provenances & private libraries of the fifteenth century: a bookhistorical point of view in Scriptorium, 50, 1966, p. 325-330.
De auteur breekt (nog maar eens maar toch niet ten overvloede) een lans voor een 'symbiose' in het onderzoek door codicologen (is dit stukje voornamelijk voor codicologen bedoeld?) en bibliologen gevoerd in de vijftiende eeuw. Op licht sarcastisch badinerende toon geeft C voorbeelden en reikt hij een werkwijze aan. Ter overweging aanbevolen! [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2648
2686.- Carmélia Opsomer, La survie des savoirs médiévaux dans la littérature populaire: le rôle des incunables in Bulletin de la Société des bibliophiles liégeois, 23, 1997, p. 1-17, facs.
Aan de hand van een drietal voorbeelden schetst de auteur hoe de transmissie van de middeleeuwse kennis via de wiegedrukken is geschied. Soms zelfs tot in de twintigste eeuw toe zijn de geneeskrachtige kruiden van Platearius, het secreetboek van Albertus Magnus en de exempla van Bartholomaeus Anglicus bekend gebleven! De wetenschappelijke literatuur in het gedrukte boek tijdens de vijftiende eeuw is door George Sarton (in 1938) in een ongunstig daglicht geplaatst, waarbij hij echter het marktmechanisme van vraag en aanbod uit het oog verloor: transmissie van teksten door drukkers gebeurde in functie van de afzetmogelijkheden. De auteur voert een onderzoek over de mondelinge en geschreven kanalen waarlangs de overdracht van middeleeuwse kennis tot in de populaire literatuur is gebeurd. [E. C.-I.]
2687.- Koen Goudriaan, Het Passionael op de drukpers in Gouden legenden: heiligenlevens en heiligenverering in de Nederlanden. Red. Anneke B. Mulder-Bakker en Marijke Carasso-Kok.- Hilversum: Verloren, 1997, p. 73-88, ill.
Drukgeschiedenis van de Gulden legende ofte Passionael, de Nederlandse versie van de Legenda aurea, verzameling heiligenlevens door Jacobus de Voragine (1228/30-1298) samengesteld. Deze dominicaan uit de buurt van Genua dankt zijn roem aan dit ene werk dat de hele middeleeuwen door overgeschreven en later gedrukt werd, uitgebreid en vertaald in verschillende talen. De eerste druk, in het Nederlands, verscheen in 1478 te Gouda, bij G. Leeu. Daarna volgden nog twaalf edities. G gaat na welke tekstwijzigingen hierin zijn opgetreden. Zo werd de Utrechtse druk van Veldener uitgebreid met het Martyrologium van Usuardus. De Zwolse druk van Peter van Os snoeide dan weer in het aantal levens. Nieuw is de editie met illustratie die Jacob Jacobsz van der Meer in 1487 op de markt bracht: voor elke heilige een plaatje. Daarna verschijnt er géén druk meer zonder de houtsneden. Opmerkelijk is dat er slechts twee drukken in de Zuidelijke Nederlanden verschenen; verder één te Keulen en één te Parijs. In zijn onderzoek (catalogi, samenstelling van het P, herkomst- en gebruiksgegevens) naar wie de lezers van zo'n boek konden zijn geweest, reageert G genuanceerd op Pleij's hypothese over de bijzondere positie van Holland (waar de meeste drukken tot stand kwamen) in deze periode. Bescheidenheid siert G die aldus besluit: 'De vraag naar het publiek van een laatmiddeleeuws gedrukt boek blijft één van de moeilijkste die gesteld kan worden'. [E. C.-I.]
2688. - Klaus Wagner, Catalogo abreviado de las obras impresas del siglo XVI: Paises de habla alemana, Paises Bajos.- Sevilla: Servicio de Publicaciones de la Universidad, 1990.- 281 p.: co., front., ill.; 21 cm.- ISBN 84-7405-646-2.
Erg laat maar misschien toch nog het vermelden waard. Drukplaatsen uit de (historische) Nederlanden zijn Antwerpen, Amsterdam, Brugge, Dowaai, Franeker, Gent, Leiden, Leuven, Luxemburg, Mons. De drukkers zijn in het register te vinden; opvallend goed vertegenwoordigd zijn de families Bellerus, Birckman (Leuven, Keulen en Antwerpen), Nutius, Steelsius, Joannes Bogardus (Dowaai en Leuven); verder Grapheus, Gravius, en natuurlijk Plantijn. [E. C.-I.]
2689.- Gerard Jaspers, De zestiende eeuw in de Stadsbibliotheek Haarlem.- Amsterdam: De Buitenkant; Haarlem: Stadsbibliotheek, 1997.- 349 p.: front., ill., facs.; 26 cm.- ISBN 90-70386-82-2. Fl. 59, 50.
Na de rijkdommen van de Haarlemse Stadsbibliotheek uit de vijftiende eeuw te hebben ontsloten (zie Kroniek 15
nr. 1362) volgt nu de zestiende eeuw. Het boek is op dezelfde leest geschoeid en in dezelfde geest samengesteld. D.w.z. dat het eerste luik dus geen alles omvattende synthese biedt maar wel een (naar de woorden van de auteur) kaleidoskopisch beeld van de zestiende eeuw. Het beoogde publiek heeft J vermoedelijk van een notenapparaat doen afzien; alleen in specifieke gevallen is het hinderlijk niet te vernemen waar de auteur zijn wijsheid vandaan haalt. De alfabetisch geordende literatuurlijst achterin voorziet daar slechts ten dele in. Het tweede luik, de catalogus, vormt de grondslag hiervoor: de bewaarde boeken -meer dan zevenhonderd- zijn representatief te noemen voor het tijdsgebeuren, al is de opbouw van de collectie (de bibliotheek bestaat officieel sedert 1596) niet steeds systematisch gebeurd en afhankelijk geweest van schenkingen, confiscaties, en dgl.
Het eerste gedeelte is dus in feite de neerslag van het tweede. Achtereenvolgens besteedt J aandacht aan drukkers en hun werk, bezitters, vormgeving en de auteurs. De titels van deze hoofdstukken geven duidelijk weer dat het niet om een 'Gesamtbild' gaat; telkens worden de belangrijkste figuren die in de collectie aanwezig zijn, besproken. Tot de 'Enkele toonaangevende drukkers en hun werken' (1) behoren de Bazelse drukkers Froben, Herwagen, Episcopius en Oporinus, de Antwerpse Vorsterman, Silvius en Plantijn, de Parijse Badius, Hopyl en de Estiennes, Bungart en de Quentels te Keulen, Froschauer der Ä. te Zürich en Manutius te Venetië. Zesendertig Antwerpse drukkers hebben 89 werken gedrukt waarvan elf niet in België. Een niet onaardige aanwinst voor BT! Naar de bronnen voor de biografische notities wordt niet gerefereerd; in de literatuurlijst ontbreken Rouzet, Dictionnaire des imprimeurs... (Nieuwkoop 1975) en Voets Golden Compasses (Amsterdam 1969-1972). Ook in (2) 'Provenances' is een selectie gemaakt. Uiteraard komt de Commanderij van Sint Jan aan de orde; de humanistische bibliotheek van de laatste jansheer (+1625), waaronder de 44 boeken van commandeur Henricus van Zwolle, viel de stad toe. Behalve dominicanen en tertiarissen, zijn er ook (boeken uit ) de bibliotheken van particulieren zoals Frans van Raphelingen Jr (+1645), Joachim van Wevelinchoven (+1669), de jurist Caspar Fagel (+1688) en de theoloog Jac. Isaak Doedes (+1897). Naast geschreven eigendomsmerken of gedrukte ex-libris kan de boekband als provenance-element optreden: nogmaals de Commanderij van Sint Jan, de Koningsbijbel van Willem van Oranje, de schenking van Adriaen van der Willigen (+1841) wiens boeken welbepaalde rugetiketten dragen, de bibliotheek van 'Trou moet Blycken', de oudste kamer, waarvan de leren banden rode rugtitelschilden hebben. Tenslotte bezorgen de inscripties n.a.v. veilingen kostbare informatie over de bezitters. Genoemd worden onder anderen Jacbus Koning (+1832), de beruchte Costerverdediger en dubieuze bibliofiel die het bestond bladen uit oude drukken te verwijderen vóór hij ze gedwongen op de veiling bracht. Na zijn dood kwamen o.m. deze bladen in de SB Haarlem terecht, zodat de detective story -de speurtocht naar de bijhorende exemplaren- kon beginnen. In hoofdstuk (3) komen 'Enkele aspecten van de vormgeving van het titelblad in de zestiende eeuw' aan de orde. J heeft zich hier laten inspireren door de publicatie van K. Koppe uit Trier. Het is waarachtig een indrukwekkende rij boeken die te Haarlem aanwezig zijn, met titelranden en drukkersmerken door Hans Weiditz, Hans Baldung Grien, Urs Graf, Ambrosius Holbein, Hans Holbein der J., Lucas Cranach. Het is bijzonder prettig er zovele afgebeeld te zien. Waarom er de initialen op afb. 56 en 57 'opgeblazen' zijn is mij niet duidelijk. Gaat het op afb. 62 wel om Fortuna? Is het niet veeleer Occasio? (cf. Vandeweghe & Op de Beeck, Drukkersmerken uit de 15de en 16de eeuw..., Nieuwkoop 1993, p. 291 en afb. van Crinitus' merk op p. 110). 'De teksten, de auteurs en de taal' (4) biedt een selectie uit 500 auteurs. Het zal niet verbazen dat theologische en religieuze werken een belangrijk aandeel opeisen; behalve de middeleeuwse auteurs (via de Commanderij) is ook de hervorming aanwezig met o.a. Luther (23 edities) en Calvijn (15 edities, alle van na Calvijns dood). Onder de humanistische auteurs zij o.m. Benedictus Harlemensis, H. Junius en C. Schonaeus vermeld. Er zijn 85 drukken van literatuur in het Nederlands (Coornhert, Jan van der Noot), werken over geschiedenis (kronieken, Byzantijnse schrijvers, pamfletten), geografie, astronomie, medische wetenschappen (van Vesalius is er de tweede editie uit 1555; geen verwijzing naar Cushing noch O'Malley) en natuurlijke historie, grammatica en woordenboeken. Onder de diversen plaatst J een Italiaanse boekhouding van B. Cloot uit Antwerpen (het exemplaar is -nr. 39- in 1970 in Brussel tentoongesteld in De comptabiliteit door de eeuwen heen).
Dit alles geeft een voorproef van wat de catalogus zelf te bieden heeft. Na de 737 drukken volgen met een afzonderlijke nummering de 93 fragmenten. Alfabetisch geordend, worden verkorte titels (geïnspireerd op Adams) gegeven, een genormaliseerd impressum, formaat, collatie slechts voor 24 unica, bibliografische verwijzingen. De exemplaarkenmerken zijn vermengd met bijzonderheden over lettersoort en boekdecoratie; Overigens wordt de conditie van het exemplaar meegedeeld en natuurlijk zijn band en eigendomsmerken, gevolgd door het plaatskenmerk. Tot slot volgt soms vrij lange informatie over auteur of tekst voor zover die niet voorkomt in het inleidend gedeelte. Het stukje met 'Enkele notities bij het impressum in zestiende-eeuwse drukken' (p. 315) is vooral voor de leek nuttig maar zou m.i. beter in het hoofdstuk over de drukkers gestaan hebben. Het boek sluit zoals het hoort af met een stel registers: auteursnamen en titel van anoniemen, drukkers en uitgevers, bezitters (drie en een halve bladzijde!), persoonsnamen horend bij het catalogusgedeelte, een concordantie van NK en de SB. Tot slot de Literatuurlijst, Lijst van illustraties en Inhoudsopgave.
Deze publicatie heeft veel kwaliteiten: er zit ongemeen veel informatie in over een aantrekkelijk onderwerp, het is goed geschreven, het ligt goed in de hand en het is ook materieel een plezier om er in te lezen. Voor dit laatste staan de vormgever, Gerrit Noordzij en de uitgever, De Buitenkant borg. Het boek met zijn honderd zwart/wit en twintig kleurenreproducties is mede dank zij de steun van het Anjerfonds Noord-Holland en de M.A.O.C. Gravin van Bylandt Stichting tot stand gekomen; ook dit mag gezegd worden. Ik wil niet opnoemen alles wat goed en mooi aan dit boek is -het is gewoon te veel-. Misschien mag ik mij dan veroorloven een paar vraagtekens te plaatsen. Een ongeschreven gebruik zegt dat in een catalogus het hoofdwoord (zeker als het om een auteur gaat) best in kleinkapitaal verschijnt, de titel in cursief. Hier is het andersom: de auteur staat cursief, de titel romein onderkast. Om welke reden? Anders mag als het beter wordt. Deze richtlijn is trouwens aangehouden in de Literatuurlijst, behalve dat de auteursnaam in onderkast staat; ook hier zou ik kleinkapitaal hebben verkozen. Een tweede opmerking betreft het vergroten van (enkele) afbeeldingen: slechts om een detail te kunnen zien mag uitvergoot worden, niet om het blad beter te vullen! Maar ach, wat betekent dit naast al het andere dat van dit boek een juweel maakt? [E. C.-I.]
Zie ook nr. 2963
2690.- Karel Verhelst m.m.v. Raf van Laere, Catalogus van de 16de-eeuwse drukken bewaard in Limburgse bibliotheken. Provinciaal Documentatiecentrum, Hasselt. Voormalig Kleinseminarie, Sint-Truiden. Fonds Govaerts, Sint-Truiden. Rijksarchief, Hasselt. Grootseminarie, Hasselt. Woord vooraf door Elly Cockx-Indestege.- Brussel = Bruxelles: Archief- en Bibliotheekwezen in België = Archives et Bibliothèques de Belgique, 1997.- 299 p.: ill.; 30 cm.- (Extranummer / Numéro spécial, ISSN 0775-0722; 54). BF 1.000.
België heeft helaas o.m. de naam achter te lopen met het catalogiseren van zijn oude-boekenbezit. De incunabelen waren nog wel voorbeeldig bewerkt (Polain en Suppl.), maar daarna .... Toch zijn er de laatste decennia nogal wat goede catalogi van zestiende-eeuwse drukken verschenen. De grote inventaris van 'Belgische' drukken 1541-1600 (Belgica Typographica) heeft zijn eerste ronde afgesloten (cf. Kroniek 20
nr. 2197). De onovertroffen catalogus door J. Machiels (1979) van het hele bezit tot 1600 van één der belangrijkste bibliotheken, die van de Universiteit Gent, is tot een tweede 'Adams' uitgegroeid. In zijn spoor verschenen dan catalogi van collecties te Namen (C. Matagne, 1983 en 1985), Maredsous (L. Knapen 1986) en Luik (J. Gustin 1996 - cf. Kroniek 22 nr. 2478). Thans is de minstbekende noordelijke provincie aan de beurt: Limburg. Uit vijf Limburgse verzamelingen zijn hier 493 edities beschreven: twee grotere (Provinciaal Documentatiecentrum Hasselt met 267, en Kleinseminarie Sint-Truiden met 204 edities) en drie kleinere (met resp. 3, 17 en 6 edities). De andere grote Limburgse collectie, die van de Minderbroeders te Sint-Truiden, zal hopelijk afzonderlijk aan bod komen. Ondertussen beschikken wij dus over alweer 500 meticuleuze beschrijvingen, die vooral grondig ingaan op inhoud en exemplaarkenmerken. Systematisch zijn alle liminaria, opdrachten en secundaire teksten mee beschreven, evenals de onderdelen van elke druk. Ook de illustraties zijn gedetailleerd vermeld. Elk exemplaar is tevens als 'individu' beschreven: grootte van het boekblok, staat, eigendomsmerken, bandversiering.
Voor de ontsluiting van deze elementen niets dan lof dus. Minder gelukkig is deze recensent-bibliograaf met de titelbeschrijvingen. Die zijn uitsluitend vanop het exemplaar gemaakt, zonder enige verwijzing naar standaardbibliografieën en vakliteratuur. Hier is het gezonde principe van de autopsie op zijn kop gezet ! Wellicht was het de auteur door (werk)omstandigheden niet mogelijk om gegevens in andere bibliotheken te verifiëren, maar dan nog hadden collega's elders toch kunnen bijspringen ... Er is immers geen tekst zonder context ... Wegens de peripetieën van de beschreven collecties (hoofdzakelijk religieuze bibliotheken uit het Ancien Régime) zijn er talrijke onvolledige exemplaren (zonder titelblad of eerste katern - of nog erger). Mede als gevolg van de principiële beslissing om uitsluitend het exemplaar-onder-handen te beschrijven, was de auteur genoodzaakt om titels, datering, soms zelfs impressa te smeden. Dat leidt dan weer tot een hoge mate van ongerustheid, ja irritatie, bij de ervaren catalogusgebruiker. Die leest andere titels en dateringen dan de hem/haar vertrouwde en ... begint te aarzelen: een onbekende editie of ... ? Nagenoeg al dergelijke gevallen hadden kunnen worden opgelost door raadpleging (zelfs vanop afstand: fax, e-mail) van enkele standaardwerken: Adams, Machiels, VD 16 en Bibliotheca Belgica. Hoe gevaarlijk het is titels en dateringen af te leiden uit interne textuele gegevens blijkt bv. bij nr. 209: J. Hessels, Catechismus wordt toegeschreven aan '[S.l.: Hieronymus Nempaeus, 1567.05.12]' ! Nempaeus drukte te Leuven én ... 100 jaar later ! Bovendien: op p. [17] van het boek staat een citaat uit de Bibliotheca Belgica van Valerius Andreas - waarvan de eerste uitgave in 1623 verscheen .... Ander voorbeeld: nr. 330 is ook een druk uit de zeventiende eeuw: Arent Benier (en niet 'Benian') drukte te Kampen 1641-1645, Hendrick Laurensz was uitgever te Amsterdam 1610-1648 ! Eenvoudige controle via de Thesaurus van Gruys/De Wolf had dit boek veel nauwkeuriger gedetermineerd.
Dat gevoel van (bibliografisch) onbehagen wordt nog versterkt door de afwezigheid van hét internationale basiselement: de collatieformule (of desnoods de opbouwformule). Die is toch een conditio sine qua non als identificatie en controle. Daar geef ik graag al die wel aanwezige vingerafdrukken en de ellenlange lijsten van toneelstukken (Euripides en Plautus) of van traktaten (Plutarchus) voor cadeau ... De collatie geeft trouwens een duidelijk(er) zicht op de (on)volledigheid van een exemplaar. Bij de registers is nog wel op het eind een concordans met NK en BT toegevoegd, maar ook die referenties ontbreken bij de exemplaarbeschrijvingen zelf. Alvast één nummer (266) blijkt een aanvulling op de BT.
Onder de boeken bevinden zich vele juridische en historische teksten, evenals klassieke auteurs en hun humanistische editoren. Twee Limburgse auteurs zijn erg goed vertegenwoordigd: Dionysius de Kartuizer (nrs. 134-159) en Franciscus Titelmans o.f.m. (nrs. 408-437 !). Enkele lectuurbemerkingen nog. De mediëvistische achtergrond van de auteur (ook dat is een context) heeft hem ertoe verleid om latere auteurs op voornaam te ordenen: Jacobus Pontanus en Janus Gruterus bv. Anderzijds ontmoeten we 'Petrus Canisius sanctus' maar ook 'Morus, Thomas sanctus'. Ad 123/254: vreemde alfabetisering op 'De historie' en 'Le Thresor' (zie ook het register p. 260-261 met tientallen namen op het Latijnse voorzetsel "A "). Ad 184: bij 'L. Torrentius' niet '[17de eeuw]' - hij stierf in 1595. Ad 208: een boek uit het bezit van Justus Lipsius ! Ad 318: op de (erg) vergrote afbeelding van de titelpagina (Afb. 6 p. 185) staat een contemporaine aankoopnotitie (niet vermeld bij de beschrijving). Ad 353: exemplaar van Viglius.
Het werk is gelukkig rijkelijk voorzien van registers: op secundaire auteurs, bestemmelingen, illustratoren, uitgevers / drukkers en boekverkopers (alfabetisch en topografisch), eigendomsmerken, boekbanden. Een merkwaardige catalogus dus: een meer dan grondige inhouds- en exemplaarbeschrijving (dat laatste is werkelijk bijna het maximaal mogelijke), die helaas wordt gehinderd door soms ondermaatse bibliografische gegevens (titels en collatie). Ceterum censeo (overigens ben ik van mening) dat plaatsnamen tot de basiswoorden van het Nederlands behoren: dus Hoei, Keulen en Luik (zeker niet 'Liége' als op p. 282). Een aanwinst toch voor elke naslagcollectie (! - een nuttig naslagwerk dat de auteurs volgens hun eigen logica dus niet zouden hebben geraadpleegd ...). [M. d. S.]
2691.- The Arabic type specimen of Franciscus Raphelengius's Plantinian Printing Office (1595). A facsimile with an introduction by John A. Lane and a catalogue by R. Breugelmans & Jan Just Witkam of a Raphelengius exhibition at the University Library Leiden.- Leiden: University Library Leiden, 1997.- lxiv p. [+ 8 p. facs.]: facs., ill.; 21 cm.- (Kleine publikaties van de Leidse Universiteitsbibliotheek; 26).- ISSN 0921-9293. Fl. 25.
Op 20 juli 1597 stierf te Leiden Franciscus Raphelengius. Plantijns schoonzoon was er hoogleraar Hebreeuws, drukker van geleerde publicaties (Latijn, Grieks, Hebreeuws, Arabisch), boekhandelaar, mecenas van de Universiteitsbibliotheek. Een kleine tentoonstelling bood een blik op zijn Antwerpse en Leidse uitgaven, evenals op enkele autografen (30 catalogusnummers beschreven op p. lv-lxiv). Blijvend eerbetoon is de facsimile van Specimen characterum Arabicorum Officinae Plantinianae Franc. Raphelengij (Lugduni Batavorum, 1595 - 4(: A4, 4 ff., p. 1 2-8), met een grondige inleiding van J. Lane (p. ix-liv). Daarmee wordt recht gedaan aan Raphelengius' betekenis als drukker voor de oriëntalistiek. Na Plantijns dood (1589) legde Raphelengius (1539-1597) zich immers volledig toe op de arabistiek, inz. de samenstelling van een Arabisch lexicon. Slechts in Rome waren Arabische lettertypen in gebruik (inz. de Granjontypen bij de Typographia Medicea, 1584-1614), zodat Raphelengius zich genoodzaakt zag eigen materiaal aan te kopen.
De complexiteit van het Arabische, in oorsprong kalligrafische, alfabet noodzaakte een grote hoeveelheid lettervormen en tekens. Raphelengius gebruikte, in navolging van G. Postel, naast de, later standaard geworden, naskh ook de (Moorse) maghribi stijl. Zelf kon hij niet veel meer publiceren dan zijn eigen Specimen. Zijn lettermateriaal werd door zijn zonen gebruikt in werken van o.a. J.J. Scaliger, Th. Erpenius en in hun vaders Lexicon Arabicum (1613). Eén set werd door William Bedwell gekocht en kwam in de Universiteit van Cambridge terecht. Een tweede set ging naar de Antwerpse Plantijnvestiging, maar werd daar niet gebruikt en verdween (wellicht gesmolten). De lettersnijder is (nog) niet bekend.
Lane beschrijft het Specimen uit 1595 (incl. het gebruikte papier), met een lijst van bekende exemplaren (10), een Engelse vertaling van Raphelengius " voorwoord, een overzicht van drukken met diens letters (1595-1614 - Bedwell's materiaal werd nog even gebruikt in 1683 !). Verder gaat hij in op Hs.Or.251 dat Raphelengius als model én als proef gebruikte, en op eerdere maghribi drukken (Granada 1505, Parijs 1538, Heidelberg 1583 en Rome 1592). De facsimile biedt materiaal voor verder onderzoek, de oudere literatuur is in inleiding en noten verwerkt. Boekhistorici kunnen aan de slag. Net zoals met Petrus Bertius' Nomenclator (1595 - cf. Kroniek 21
nr. 2355) heeft de Leidse Universiteitsbibliotheek andermaal een van haar belangrijke bronnen ontsloten voor de wetenschapsgeschiedenis). [M. d. S.]
2692.- Fred Smeijers, De Renard, een eigenzinnige revival in Hollandse hoogte. Stichting Drukwerk in de marge. Bulletin 23/24, zomer 1997, p. 6-10, ill.
Een 'herleefde' letter (revival) is de Renard, 1996, gebaseerd op een romein onderkast uit 1573 van Hendrik van den Keere, lettersnijder en drukker te Gent in de tweede helft van de zestiende eeuw. Zij behoort tot de garamonds. Van den Keere is dus nu uit zijn as herrezen, nagesneden en uitgebreid met hedendaagse typografische conventies, geschikt voor fotografisch of digitaal zetten. Behalve illustraties in de tekst is er een inlegvel met de letterproeven van de Gras Canon Romain en de Renard. [E. C.-I.]
2693.- Paul Valkema Blouw, An unknown Dutch printer in Germany: Nicolaes Gevaerts in Wesel and Homberg, 1571-79 (80?) in Quaerendo, 27, 1997, p. 197-226, ill.
In een indrukwekkende reeks artikelen heeft PVB de clandestiene persen uit de Nederlandse zestiende eeuw geïdentificeerd. Wegens de politieke omstandigheden (de opstand tegen Spanje, de onderdrukking van de religieuze hervormingen enz.) waren drukkers vaak genoodzaakt om hun heil ook buiten de landsgrenzen te zoeken. Zo werden er Nederlandse boeken gedrukt in o.m. Emden, Sedan, Norwich, Groessen, Lübeck, Rees, Wesel en Homberg (t.o. Duisburg - en niet Düsseldorf als in de 'Summary' p. 223). In beide laatste plaatsen blijkt ook een vrijwel vergeten Nicolaes Gevaerts te hebben gedrukt. Op basis van de combinatie van vrij zeldzame lettertypen en typische initialen toont PVB aan dat Gevaerts belangrijke werken heeft gedrukt: Marnix' Bienkorf, enkele eerste drukken van D.V. Coornhert en de beruchte Historie van B. Cornelis. Hij ontsluiert enkele schijnadressen en geeft een lijst van drukken te Wesel (8: 1571-1573) en Homberg (16: 1574-1580). Aanbevolen, neen: verplichte lectuur. [M. d. S.]
2694.- Paul Valkema Blouw, The international career of an Emden printer (Goossen Goebens 1560-76) in Quaerendo, 27, 1997, p. 113-140, ill.
In tegenstelling tot veel andere drukkers was Goossen Goebens niet uit Antwerpen gevlucht maar wel ingegaan op een verzoek van D.V. Coornhert en Jan van Zuren te Haarlem voor hen te drukken. Bewezen is dit niet maar volgens PVB pleiten hiervoor het moderne romeinse en cursieve lettertype, het gebruik van Arabische cijfers in de Textura en de bijzondere zetstijl. Na een verblijf als drukker in Sedan en, via Antwerpen (Plantijn) en misschien Vianen, in Kampen, blijkt zijn laatste standplaats Emden te zijn. Tussen 1570 en 1579 (jaar van zijn overlijden?) drukt hij er zevenentwintig titels (zie de appendix, met bibliografische referenties en exemplaaropgaven); veruit de meeste hiervan heeft PVB met zijn beproefde methode aan Goebens kunnen toeschrijven. [E. C.-I.]
2695.- Imprimeurs & libraires parisiens du XVIe siécle. Ouvrage publié d "après les manuscrits de Philippe Renouard. Jean Loys, réd. Marie-Josèphe Beaud-Gambier et Sylvie Postel-Lecocq.- Paris: Editions des Musées de la Ville de Paris, 1995.- xxxvii, 346 p.: ill.; 28 cm.- (Histoire générale de Paris. Collections de documents).- ISBN 2-87900-263-X.
De Parijse boekenwereld kende enkele niet onbelangrijke vertegenwoordigers afkomstig uit de Nederlanden, Jodocus Badius (uit Asse) bv. Veel minder bekend is Johannes Lodoicus Tiletanus (Tielt). Hij begint als corrector bij Badius, huwt de zus van de echtgenoot van Badius' dochter Madeleine, en wordt een oom van Petrus Zangrius (Leuven). De reconstructie van zijn fonds beschrijft niet minder dan 397 uitgaven door Jean Loys gedrukt of verkocht (bv. een Leuvense Resciusdruk uit 1542) in de periode 1535-1547. Daaronder erg veel Griekse drukken. Naast een gedetailleerde beschrijving van deze titels - met goede registers - is er ook een inventaris van zijn lettermateriaal (inclusief initialenseries), evenals de herdruk van enkele belangrijke voorwoorden en liminaria. Een waardevolle aanwinst in een reeks met een benijdenswaardig hoog wetenschappelijk niveau. [M. d. S.]
2696.- J.C.L. Starreveld, De auteur van 'De politia et disciplina civili et ecclesiastica' (1585) in Nederlands archief voor kerkgeschiedenis, 77, 1997, p. 145-157.
Het merkwaardige boek dat in 1585 verscheen met het unieke impressum 'Lugduni Batavorum apud Leonardum Niestum' draagt als auteursnaam de initialen 'I.A.B.C.'. Het blijkt niet in Leiden te zijn gedrukt (wellicht te Basel bij L. Ostein). De auteur is van Italiaanse afkomst én verwant aan de Van den Corputfamilie. S identificeert hem met een calvinistische predikant in Londen: Ioannes Baptista Aurellius Calabrensis. [M. d. S.]
2697.- H. Wille, The discovery of the scientific heritage of Karel van Sint Omaars (1533-1569). The libri picturati A 16-30 in the Jagiellon Library in Krakow in Scientiarum historia, 22, 1996, p. 67-8O., ill.
Onderzoek van een reeks aquarellen bewaard in de Bib. Jagiellonska, toegeschreven aan C. Clusius. Lobelius van zijn kant vermeldt Karel van Sint Omaars, verzamelaar van curiositeiten en planten en beschermheer van Clusius. [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2817
2698.- Manfred Sellink, Philips Galle (1537-1612): engraver and print publisher in Haarlem and Antwerp. Academisch proefschrift, Vrije Universiteit te Amsterdam, 22 september 1997.- 3 delen: ill.; 27 cm.- Niet in de handel.
Deze studie over de graveur en prentenuitgever Philips Galle is geconcentreerd op twee aspecten: 1. hoe was zijn officina georganiseerd, wat deed Galle zèlf en wie waren zijn medewerkers, welke waren de productiemethoden, hoe geschiedde de verspreiding en voor wie was deze grafiek bestemd; 2. een gedetailleerde iconografische analyse van een representatief geheel van Galle's uitgaven en hoe deze te relateren aan de turbulente politieke en godsdienstige context. Misschien is het te betreuren dat S geen complete lijst van Galle's werk heeft opgemaakt; het zou echter enerzijds een belasting voor het proefschrift zijn geweest (waarvan de handelseditie voor 1998 wordt aangekondigd), anderzijds wordt de bewerking van Galle voor de Hollstein door S in het vooruitzicht gesteld. Dit is goed nieuws. Want ook de boekhistoricus kruist Galle vaak op zijn pad; behalve echte boekillustratie zijn er de reeksen prenten, doorgaans met onderschriften, voorzien van een titelblad om als boek op de markt te worden gebracht. [E. C.-I.]
2699.- H. L. Houtzager, De 'Divisiekroniek' en zijn voor het eerst in Nederland gedrukte wereldkaart in Scientiarum historia, 22, 1996, p. 81-86, ill.
Deze kroniek, uitgegeven bij Johan Seversz te Leiden in 1517, is eerder al toegeschreven aan Cornelius Aurelius (cf. Kroniek 15
nr. 1397). De wereldkaart die er in voorkomt is van Cornelis Henricsz te Delft, zoon van de befaamde Henrick Lettersnyder. De houtsnijder, die signeert met C.H. boven een ketel, heeft zich vermoedelijk geïnspireerd op de eerste gedrukte wereldkaart van M. Waldseemüller uit 1507; het is de eerste wereldkaart in Nederland gedrukt. [E. C.-I.]
2700.- Hubertus Schulte-Herbrüggen, 'Utopiae insulae figura': the title woordcut in Thomas More's Utopia, 1516 in Ut granum sinapis: essays on Neo-latin literature in honour of Jozef IJsewijn. Ed. Gilbert Tournoy & Dirk Sacré.- Leuven: University Press, 1997, p. 215-230, ill. (Supplementa Humanistica Lovaniensia; 12)
Beschrijving en analyse van de houtsnede het eiland Utopia voorstellend, voor het eerst verschenen in de editio princeps van More's werk, in de tweede helft van december 1516 door Dirk Martens te Leuven bezorgd (NK 1550). De bladgrote illustratie van deze quarto-uitgave staat op de versozijde van het titelblad en toont een hoefijzervormig eiland met de opening naar onder; de rivier Anydrus loopt van links naar rechts in een gelijkvormige bocht en een aantal gebouwen (=steden) zijn her en der verspreid; op de voorgrond drie schepen, op de achtergrond het heuvelige vasteland. Na luttele maanden verscheen bij Gilles de Gourmont te Parijs een tweede druk (8°) en in 1518 verschenen er twee bij Johann Froben te Basel, geïllustreerd met houtsneden van Ambrosius Holbein en Urs Graf. Holbeins houtsnede is een niet-slaafse copie van de oorspronkelijke die helaas anoniem blijft. SH is geneigd hem eerder in de Martens-kring te zoeken, misschien wel de man die voor het getijdenboek in 1512 (ex. KB Brussel) heeft gewerkt. Martens' druk is, hoewel naar inhoud een geesteskind van de Renaissance, 'middeleeuws' en bescheiden van uitvoering; verwijzend naar pater Heiremans stelling, was het de bedoeling dat het door een breed (studenten)publiek kon worden gekocht. [E. C.-I.]
2701.- Karen Lee Bowen, Christopher Plantin's Books of Hours: illustration and production.- Nieuwkoop: De Graaf, 1997.- xxxi, 301 p. + 156 p. pl.; 24 cm.- (Bibliotheca bibliographica Neerlandica; 32).- ISBN 90-6004-427-4. Fl. 250.
Een boeiende nieuwe studie over Plantijn, en ... nu eens over een minder bekend (maar daarom niet minder belangrijk) aspect van zijn productie: de religieuze boekillustratie. Voor velen zullen de eerste twee hoofdstukken een nuttige, verhelderende inleiding zijn over getijden, getijdenboeken, religieuze illustraties. De auteur vertrok van de vaststelling dat er nog geen systematische studie bestond over de invloed van (de besluiten van) het Concilie van Trente op structuur en illustratie van getijdenboeken. De periode daarvóór is bekend, vooral dan de rijke Franse gedrukte productie te Parijs in de periode 1480-1530 (Vérard, Hardouyn, Vostre, Pigouchet, Kerver, Bonhomme). Veel moeilijker te beschrijven is het individuele boekenbezit: wie kocht welke edities en waarvoor ? Daarop volgt een overzicht van Plantijns getijdenboeken: Horae (1557-1570) en Officia (1572-1589). Beide soorten (voor en na Trente) worden iconografisch en boekhistorisch geanalyseerd. Van grote betekenis voor Plantijn was de monopoliehandel op Spanje: daarbij speelden de getijdenboeken (en missalen !) een levensgrote rol. Een eerste verkenning van Plantijns mogelijke invloed op contemporaine en latere getijdenboeken besluit de kunsthistorische analyse. Daarop volgt het (voor de boekhistorici althans) belangrijkste hoofdstuk: een gedetailleerde catalogus van Plantijns getijdenboeken (met een handig chronologisch overzicht in bijlage p. 273-276). Het is een degelijke aanvulling (en soms correctie) geworden op Voets Plantin Press. Om verschillende redenen: (1) veel meer exemplaren zijn gezocht en geanalyseerd - zo zijn bepaalde edities dan eindelijk geattesteerd; (2) het Plantijnse archief werd systematisch onderzocht op betalingen aan zetters, plaatsnijders en plaatdrukkers, waarbij vooral het belang van het atelier van Mynken Liefrink duidelijk is geworden; (3) bibliografische correcties: bv. PP 1355 is 12° i.p.v. 16°. Ander opmerkelijk resultaat: er zijn weer sporen gevonden van talrijke edities waarvan (nog) geen enkel exemplaar is teruggevonden (versleten getijdenboeken werden gewoon door nieuwe vervangen; soms is de hele oplage naar Spanje verscheept). Fundamenteel is de vaststelling dat Plantijn de boeken gelijktijdig in verschillende uitvoeringen op de markt bracht: met houtsneden of gravures. De catalogus (hoofdstuk 8) en de iconografisch-bibliografische analyses (hfdst. 4 en 5) vormen de kern van deze studie. Minder gelukkig is het tweede hoofdstuk over de Franse productie: een te schoolse uitloper van de oorspronkelijke proefschriftversie. Want: waarom enkel de Franse drukken uit 1480-1530 vergelijken met Plantijns edities, maar niet die uit de jaren 1530-1570 en niet die uit de Nederlanden 1480-1570 ! (er staan getijdenboeken in NK !) ? In de literatuurlijst ontbreken recente studies uit De Gulden Passer (Robben over Poelman, Plantijn en Spanje - 1993-1994, en Imhofs parallelle bibliografische analyse van een verwant Missale - 1995). De boekhistorische conclusie is duidelijk: andermaal een voorbeeld van de hernieuwde studie (na Voets basiswerken) van Plantijns veelvoudige activiteiten, en dat op basis van een systematische wetenschappelijke analyse én aan de hand van het welhaast onuitputtelijke bedrijfsarchief. Andermaal een waardevolle aanwinst in de vertrouwde blauwe band. [M. d. S.]
Zie ook nr.
2999
2702.-Karen Lee Bowen, Wierix and Plantin: a question of originals and copies in Print Quarterly, 14, 1997, p. 131-150, ill.
Technische analyse van de boekillustraties van de Wierixen zoals gepresenteerd door Mauquoy-Hendrickx. De stellingname als zou steeds Jan Wierix als eerste de gravure hebben uitgevoerd, moet in een ruimer onderzoek over het complexe karakter van de studie van boekillustratie worden herzien. Hiertoe onderzoekt B de reeksen platen door Plantin gebruikt in zijn getijdenboeken in octavoformaat (1570, 1573 en 1575), een volgens haar representatieve keuze. Uiteindelijk blijkt dat de datering van de drukken waarin de platen zijn opgenomen, het enige zekere houvast biedt om de chronologie van de productie van de platen vast te stellen. In dit licht publiceert B een herziene lijst van de (iconografisch geordende) gravures door Plantin in zijn octavo-getijdenboeken afgedrukt. Haar bevindingen gaan uit van vijf drukken (PP 1365-1368, 588, 1769, 1770, 1775) in resp. 9, 1, 4, 3 en 9 exemplaren. [E. C.-I.]
2703.- Chris Streefkerk, De boekenschenking van Pieter van Foreest aan Alkmaars Librije in Petrus Forestus medicus. Henriette A. Bosman-Jelgersma (red.).- [Amsterdam: A D & L, 1997], p. 362-368, ill.- ISBN 90-9010171-3.
Op 15 november 1591 schonk Pieter van Foreest (cf.
nr. 2709) zes banden aan zijn vaderstad Alkmaar. Drie ervan bevatten zijn eigen Observationes, de andere medische werken van Avicenna (Padua 1479; IDL 597) en Hippocrates (Basel 1526), en een uitgave van de kerkvader Cyprianus (Parijs 1512). [M. d. S.]
Zie ook nr. 2709
2704.- M.H.H. Engels, Auteurs in de bibliotheek van Erasmus. De zogenaamde verzendlijst op persoonsnamen gerangschikt.- Leeuwarden: M. Engels (p/a Provinciale Bibliotheek), 1997.- 36 p.: omslag, ill.; 21 cm.
De beroemde verzendlijst (uit 1535) van Erasmus' bibliotheek had geen betrekking op de verkoop ervan aan Johannes a Lasco, maar sloeg wel op de verhuizing van Freiburg naar Basel. De 413 nummers, waaronder veel verzamelbanden, vormen weerbarstige lectuur. E heeft de lijst gerangschikt volgens auteur (van Adrianus VI tot Zwingli) met aanduiding van de bewaarde exemplaren (37). Achteraan is de lijst afgedrukt naar de transcriptie door Fritz Husner (1936). [M. d. S.]
2705.- E. van Autenboer, Joris de Hoze, Turnhouts rederijker en boekhandelaar uit de 16de eeuw in Taxandria (Turnhout), 68, 1996, p. 71-76.
Biografische gegevens (o.a. genealogie) uit lokale archiefbronnen over Joris de Hoze (ca. 1503/04 - na maart 1579), boekhandelaar en factor van Het Heybloemken. Na zijn verbanning in 1568 werd hij belast met de armenzorg van de Evangelische Gemeente te Goch. [M. d. S.]
2706.- J.M. De Bujanda, Thesaurus de littérature interdite au XVIe siècle: auteurs, ouvrages, éditions.- Genève: Droz; Sherbrooke: Centre d'Etude de la Renaissance, Université de Sherbrooke, 1994.- (Index des livres interdits; 10).
Signalement. [E. C.-I.]
2707.- A.A. den Hollander, De Nederlandse Bijbelvertalingen 1522-1545 = Dutch translations of the Bible 1522-1545.- Nieuwkoop: De Graaf Publishers, 1997.- xiv, 565 p.: facs., ill.; 25 cm.- (Bibliotheca Bibliographica Neerlandica; 33).- ISBN 90-6004-430-4. Fl. 250.
De geschiedenis van de (gedrukte) Bijbelvertalingen in de eerste decennia na Luthers optreden is niet zo eenvoudig als het zou kunnen lijken. In de Nederlanden verschenen, afgezien van de Latijnse teksten, tal van Nederlandse, Franse en Engelse integrale of partiële vertalingen. De auteur van dit proefschrift heeft zich ten doel gesteld de Nederlandse versies tussen 1522 en 1545 te bestuderen. Uitgaande van een lijst van edities kon hij nagaan welke tekst aan de basis van de (verschillende) vertalingen ligt. 1522 is het jaar waarin Doen Pietersoen te Amsterdam een Nederlandse vertaling van het Evangelie van Mattheus drukte, de eerste vertaling die niet op de Vulgaat terugaat maar op de Hebreeuwse en Griekse tekst. In 1545 publiceerde Steven Mierdmans een Nieuw Testament; hierna werd de vertaling anders aangepakt: drie jaar later verscheen te Leuven de officiële katholieke Bijbelvertaling van Nicolaes van Winghe.
Na een korte inleiding (kap. 1, p. 13-26) volgt een hoofdstuk (p. 27-126) over de drukkers en de uitgevers: een korte biografie, karakterisering van het fonds en informatie over de Bijbeledities van de betreffende drukker. In het derde hoofdstuk (p. 127-234) wordt de kern van de zaak behandeld: de teksttraditie. Tachtig drukken zijn onderzocht op de hele tekst -d.w.z. een groot aantal steekproeven over de hele tekst verspreid-, verschillen en overeenkomsten zijn vergeleken, vastgelegd in een variantenlijst en in stambomen grafisch voorgesteld zodat verwantschapsstructuren blijken. Vijftien stambomen van het Oude Testament en acht van het Nieuwe T. zijn vervolgens voorgesteld en toegelicht met, ter illustratie een aantal voorbeelden (niet erg overzichtelijk gezet). Het gaat om complete Bijbels, O.T. en N.T. afzonderlijk en delen van de Bijbel, met uitzondering van de Psalmen en de Epistelen en Evangeliën. De afzonderlijke drukken van het N.T. zijn veruit het talrijkst. De conclusies van DH (p. 235-241) bestaan voor de helft uit een samenvatting van het gevoerde onderzoek, voor de andere helft uit de resultaten. Die zijn: 1. op feitenmateriaal gestoeld overzicht van de Nederlandse Bijbelvertalingen; 2. het beeld van de Nederlandse drukkers- en uitgeverswereld heeft duidelijker contouren gekregen; 3. en dat van de geschiedenis van de hervorming in de Nederlanden eveneens. Het vierde hoofdstuk (p. 243-511) heet 'Bibliografische lijst' (de omvang wordt mede door de talrijke reproducties bepaald). De lijst is samengesteld op grond van Nederlands bezit, bibliografieën en 'een aantal andere bibliotheken'. Analyse en beschrijving van de 80 edities vormen de basis van het onderzoek. Aangezien drie vierde van deze 80 nummers uitstekend beschreven zijn in NK volgens de (toen) gangbare normen, heeft DH wijselijk -en noodzakelijk- een andere benadering gezocht. Behalve de strikt bibliografische, zijn ook historische, kunsthistorische en filologische gegevens opgenomen. De bibliografische beschrijvingen s.s. vormden een conditio sine qua non om te kunnen uitmaken welke drukken in het filologisch onderzoek moesten betrokken worden. De steeds weerkerende moeilijkheid voor de bibliograaf exemplaren te moeten vergelijken, heeft DH omzeild met de bestaande beschrijvingen aan te vullen met transcriptie van bepaalde vaste elementen. Collatie en vingerafdruk bleken onontbeerlijke middelen om o.m. bibliografische schimmen te ontmaskeren. De bibliografische lijst -een ongelukkig woord naar mijn gevoelen- is chronolgisch geordend. Uitgaven binnen een editie zijn onder hetzelfde volgnummer geplaatst. Het titelblad is gereproduceerd (naar welk ex. is niet altijd duidelijk aangegeven) èn (leesbaar) getranscribeerd. Delen die toch diplomatisch moeten weergegeven worden, zijn dit volgens de regels van de STCN (Handleiding 1988). Exemplaren zijn vermeld -de meeste ook gezien-, slechts met ev. vermelding van lacunes of verkeerde bindwijze. Daarop volgt de bijzonderste literatuur (afgekort) en tenslotte de aantekeningen; zij kunnen betrekking hebben op materiële en tekstaangelegenheden. Het nawerk bestaat uit de Literatuurlijst, register op de bibliografie (titel, chronologisch, topografisch, vindplaatsen), personenregister, lijst van afbeeldingen (behalve die van titelbladen in de bibliografie), appendices met grafieken en stambomen.
Dit boek bevat ongetwijfeld belangrijke informatie, ook buiten de tekstgeschiedenis om. Zo is het interessant te vernemen dat het onderzoek niet beperkt is gebleven tot de eigenlijke tekst. Wanneer die bv. geen uitsluitsel kon bieden, zijn materiële elementen als typografie of illustratie onder de loep genomen, op grond waarvan soms verwantschap kon worden vastgesteld. Dat deze studie in het Nederlands is verschenen (met een uitgebreide Engelse samenvatting) lijkt mij volkomen gewettigd. Daarom is het jammer dat de taal wat stroef is en er soms anglicismen worden gebruikt voor woorden die geen neologismen zijn zoals 'cluster' en 'slash' (in het Brussels is dit laatste een uitgelopen pantoffel). Gebruikers van de Nederlandse taal komen, helaas onbewust, onder de invloed van de (uitgebreide) computertaal. Verder kan ik mij niet van de indruk ontdoen dat dit boek, waarin een glasheldere methode is gehanteerd en een specifieke computerprogrammatuur is gebruikt, het stadium van proefschrift niet is ontgroeid (waar men met zoveel woorden zegt te zullen onderzoeken wat nog niet is onderzocht). De drie hoofdstukken staan in wezen los van elkaar. Uit de conclusies is niet meteen op te maken hoe het totaalbeeld er nu, na dit onderzoek, uitziet, welke witte vlekken gekleurd zijn en welke vroegere kennis bijgesteld is. Voor enkele gevallen is dit op meer dan summiere wijze meegedeeld (bv. voor de Liesveltbijbel van 1526). Is er, verder, een verband te leggen tussen de verschillende drukken binnen één jaar? Een herwerking tot een 'leesbaar en genietbaar' boek verdient absoluut aanbeveling want het gaat om een boeiende materie. [E. C.-I.]
Zie ook nrs.
2941; 2990
2708.- Jean-François Gilmont, Jean Calvin et le livre imprimé.- Genève: Droz, 1997.- 412 p.: co., facs.; 22 cm.- (Etudes de philologie et d'histoire - Cahiers d'humanisme et renaissance; 50). -ISBN 2-600-00205-7; ISSN 0071-1934. CHF 40, 80.
De hervormer Calvijn heeft zijn ideeën gepropageerd via het gesproken woord (predikingen), het geschreven (brieven) en het gedrukte woord (de publicaties). Gilmont, co-auteur van de Bibliotheca Calviniana (Genève 1991-1994), onderzoekt voornamelijk dit laatste luik: wat vertrouwde Calvijn aan de drukpers toe; welke taal koos hij voor welke tekst; welke drukkers zocht hij aan; wat las hij; en vele andere vragen die hier een antwoord krijgen. Naar G's eigen woorden is hier de historicus - bibliograaf aan het woord. Aan te bevelen! [E. C.-I.]
2709.- R. Breugelmans & K. Gnirrep, Bibliografie van de werken van Pieter van Foreest in Petrus Forestus medicus (cf. 2703), p. 17-115, ill.
Pieter van Foreest (Alkmaar 1521-1597), de 'Hollandse Hippocrates' was o.m. stadsgeneesheer van Delft. In die functie voerde hij in 1584 de autopsie op Willem van Oranje uit. Hij was echter veel meer dan een practicus. Zijn Observationes et curationes medicinales werden van 1584 (Leiden / Antwerpen: Plantijn) tot 1676 (Neurenberg) veertigmaal gedrukt, zijn Opera omnia zelfs zesmaal (1619-1676). Dit alles is nu samengebracht in een voorbeeldige auteursBibliografie:reproductie van titelpagina (of document), collatie, exemplaaropgave, referenties, aantekeningen. In bijlage een overzicht van handschriften en brieven. De medische werken zijn goed bewaard; van de talloze prognosticaties an almanakken slechts een enkel fragment. [M. d. S.]
Zie ook nr. 2703
2710.- Justus Lipsius (1547-1606) en het Plantijnse Huis. (Red. R. Dusoir, J. de Landtsheer, D. Imhof).- Antwerpen: Museum Plantin-Moretus, 1997.- 243 p.: omslag, ill.; 29 cm.- (Publicaties van het Museum Plantin-Moretus en het Stedelijk Prentenkabinet; 37).- BF 990.
Geen ander auteur dan de grote humanist Justus Lipsius is inniger verbonden geweest met de Officina Plantiniana. Voor Chr. Plantijn, Jan Moretus en Balthasar (I) Moretus was hij de voornaamste auteur - hij was hun boegbeeld. Aanleiding tot een fraaie tentoonstelling dus, en tot een nog boeiender catalogus. Van de talrijke inleidende opstellen vermelden we slechts die over Lipsius' vriendschapsbanden met de Meesters van De Gulden Passer (F. de Nave, p. 15-27), J. L. en Chr. Plantijn (J. de Landstheer, p. 28-38), J. L. en Jan I Moretus (Eadem, p. 82-108), Balthasar I Moretus en J. L. (D. Sacré, p. 109-128). De catalogus (p. 147-240) bevat keurige exemplaarbeschrijvingen (met collaties, bandbeschrijving en herkomsten) en een uitvoerige inhoudelijke en contextuele toelichting. Naast Lipsius' eigen werk komen ook werken over hem, documenten, handschriften en portretten aan bod. Literatuurlijst en register op persoonsnamen sluiten het boek af. Alleen het omslag al doet je naar dit boek grijpen ! [M. d. S.]
2711.-Lipsius en Leuven: catalogus van de tentoonstelling in de Centrale Bibliotheek te Leuven, 18 september - 17 oktober 1997. Red. G. Tournoy, J. Papy, J. de Landtsheer- Leuven: University Press, 1997.- XIV, 387 p.: ill.; 24 cm.- (Supplementa humanistica Lovaniensia; 13).- ISBN 90-6186-836-X. BF 1.800.
Na Erasmus en Vives op waardige wijze te hebben herdacht, was het nu de beurt aan de humanist uit Overijse in Vlaams-Brabant (1547-1606). De tentoonstelling werd geopend op de eerste dag van een driedaags colloquium aan de Leuvense universiteit door de werkgroep Neolatijn georganiseerd. De twee boeiende lezingen van die eerste dag zijn vóór het catalogusgedeelte afgedrukt. Jozef IJsewijn belicht er 'Justus Lipsius (1547-1606): verdiensten en betekenis van een groot geleerde' terwijl Jan Roegiers het over 'Justus Lipsius, academicus' heeft. Hieruit rijst een beeld op van een humanist en geleerde die geheel andere trekken vertoont dan de meer bekende (?) Erasmus, eigen aan de tijd waarin beiden leefden. De 'Ephemerides Lipsianae' die G. Tournoy vooraf geeft, biedt een uitstekend houvast voor alles wat volgt. In het catalogusgedeelte, door een schare medewerkers verzorgd, wordt Lipsius in zijn context geplaatst (enkele archiefstukken), en verder als filoloog en historicus, als pedagoog, als filosoof en als geleerde behandeld. Veel tentoongestelde drukken komen uit de Leuvense UB. Tot slot iets over de Lipsiustraditie te Leuven en een hoofdstuk over zijn iconografie. Uit het drukkersregister valt de grote Antwerpse inbreng op. Het boek is uitstekend verzorgd naar vorm en inhoud (te betreuren is wel het gebrek aan exemplaargegevens), overvloedig geïllustreerd en van een fraaie stofwikkel voorzien. [E. C.-I.]
2712.- Marcus de Schepper, Jacobus Papa Poperingensis, ludimagister ac poeta (fl. saec. XVI ineunte) in Studia varia Bruxellensia ad orbem Graeco-Latinum pertinentia in honorem Aloysi Gerlo. Ed. Rudolf De Smet, Henri Melaerts, Cecilia Saerens.- Leuven: Peeters, 1997, p. 65-77, facs.
Naar aanleiding van de aankoop door de KB Brussel van een zeldzaam drukje uit de vroege zestiende eeuw, heeft DS Papa en voornamelijk diens beginperiode aan een onderzoek onderworpen. Van zijn Carmina (nu 3 exemplaren bekend) geeft DS de gedetailleerde inhoud die o.m. Papa's vriendenkring kan helpen reconstrueren. In een appendix worden de edities kort beschreven -een bibliografische studie wordt in het vooruitzicht gesteld-. De anoniem verschenen druk is vooralsnog niet met zekerheid te localiseren: Frankrijk ? of Zuidelijke Nederlanden ?, omstreeks 1503. [E. C.-I.]
2713.- Kees Gnirrep, Standing type or stereotype in the seventeenth century in Quaerendo, 27, 1997, p. 19-45, ill.
Oorspronkelijk in het Nederlands verschenen in de opstellen aangeboden aan Ernst Braches (cf. Kroniek 22
nr. 2518). [E. C.-I.]
2714.- Piet Visser, 'Blasphemous and pernicious': the role of printers and booksellers in the spread of dissident religious and philosophical ideas in the Netherlands in the second half of the seventeenth century in Quaerendo, 26, 1996, p. 303-326.
De oorspronkelijke Nederlandse versie - tekst van de inaugurele rede, op 10 november 1995, van de auteur als bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam - verscheen te Amsterdam onder de titel Godlasterlyck ende pernicieus
Full text. V schetst een fascinerend beeld van enkele aspecten van de Amsterdamse boekcultuur. Hij besteedt aandacht aan verwaarloosde aspecten als orale of handschriftelijke tekstverspreiding, de economische gevolgen van kerkelijke en overheidscensuur (de zaak Johannes Hendricksz Cats in 1733). Tevens belicht hij de sleutelrol van boekhandelaars/uitgevers als Jan Rieuwertsz (Spinoza, maar ook Cartesiaanse, Remonstrantse en Doperse strijdschriften) en Frans Kuyper (de monumentale Sociniaanse Bibliotheca Fratrum Polonorum). Dat alles in de lijn van De la Fontaine Verweys aandacht voor de gehele 'wereld van het boek'. [M. d. S.]
2715.- R. Breugelmans, Gilbertus Jacchaeus,Primae philosophiae, sive institutionum metaphysicarum libri sex. Ed. postrema priore correctior. Lugduni Batavorum, prostant apud Elsevirios, 1640 in Quaerendo, 27, 1997, p.71-72.
Willems 501 kent maar één uitgave. Het exemplaar van de vroegere Elzevierbibliograaf Charles Pieters (in 1996 door de Leidse Universiteitsbibliotheek verworven) bevat geen ander merk, wel een overgekleefd vignet. B acht - i.t.t. Willems - een eerdere Elzeviereditie uit 1621 best mogelijk. [M. d. S.]
2716.- Marika Keblusek, Boeken in de hofstad. Haagse boekcultuur in de Gouden Eeuw.- Hilversum: Historische Vereniging Holland / Verloren, 1997.- 382 p.: ill.; 24 cm.- (Hollandse studiën; 33).- (Ook proefschrift Leiden).- ISBN 90-70403-38-2. Fl. 67, 50.
In 1932 en 1937 publiceerde E.F. Kossmann de bronnen en documenten voor een boekgeschiedenis van Den Haag: De boekverkoopers, notarissen en cramers op het Binnenhof en De boekhandel te 's-Gravenhage tot het einde van de achttiende eeuw. K. heeft er thans een verhaal van gemaakt (het bos i.p.v. de bomen !). Niet dat er zo veel werd gedrukt of uitgegeven in Den Haag (toch niet vergeleken bij Amsterdam of Leiden, hoewel ...). Bijzonder was wel de juridische positie van de stad met, naast de magistraat, het Binnenhof (het oude paleis met de stadhouderlijke entourage én de regeringsambtenaren én de rechters van het Hof van Holland). De publieke gedeelten van het regeringsgebouw werden verhuurd aan handelaars (nil novi ...) die konden profiteren van de kapitaalkrachtige drukte gemaakt door invloedrijke personages, hun aanhang, en de talloze buitenlandse gasten. Er werden daar stevige winsten gegenereerd, vooral dankzij een lange traditie van veilingen. Menige juridische collectie en talrijke fondsrestanten werden er met succes te gelde gemaakt. Maar ook de stedelijke gemeenschap had wat met boeken. Op basis van Kossmanns materiaal, eigen archiefonderzoek én van Bert van Selms catalogi-project heeft K de Haagse boekenwereld van de jaren 1600-1670 gereconstrueerd. Een overzicht van de hoofdstukken illustreert de veelzijdigheid van de benadering: (1) 'De opkomst van het Haagse boekbedrijf' (in een 'stad zonder muren'); (2) 'Panorama van het Haagse boekbedrijf'; (3) 'De organisatie van het boekbedrijf'; (4) 'Boekbezit en leescultuur' (privécollecties); (5) 'Boeken voor het hof' (de stadhouderlijke bibliotheek); (6) 'Literatuur in de stad' (met hoveling Constantijn Huygens en dichter-drukker Isaac Burchoorn); (7) 'Makelaar in nieuws en boeken' (Lieuwe van Aitzema, de informatiemaffia en een boekenminnende hertog in Wolfenbüttel); (8) 'Printed at the Hague' (Engelse vluchtelingen en boekverkopers); [9] 'Tot besluit: Haags stilleven met boeken' (rond schoolmeester David Beck - cf. Kroniek 22
nr. 2454 m.n. p.374). Een historiografische inleiding opent het panorama. Bijlagen (o.m. p. 313-316 een 'Overzicht [van] boekverkopers / drukkers in Den Haag 1600-1670'), archivalia, literatuurlijst, registers (op primaire literatuur, en op zaken en personen) ronden het geheel af.
Er kan niet veel worden toegevoegd aan deze prachtige synthese, die de lezer tevens in fraaie beelden en met een meeslepende stijl rondleidt door een kleurrijke Haagse binnenstad in de bloei van een Gouden Eeuw. Boekgeschiedenis is zo een culturele creatie geworden - een al te zeldzaam genot in een wereld van droogstoppels en krentenwegers. Daarvoor kan geen dank of lof groot genoeg zijn. Tolle, lege ! [M. d. S.]
Zie ook nrs. 2794; 2873
2717.- Paul G. Hoftijzer, Sic transit gloria ... The end of the Officina Hackiana in Quaerendo, 26, 1996, p. 258-273, ill.
Licht gewijzigde versie van de Nederlandse bijdrage tot Van pen tot laser (zie Kroniek 22
nr. 2522). Archivalia in het Leidse Gemeente Archief bieden nieuwe gegevens over de ontbinding van de compagnie van de gebroeders Hackius, zonen van François Hackius (1605 ? - 1669), een der voornaamste Leidse uitgevers / boekverkopers. Met belangrijke gegevens over produktiekosten en lettervoorraden (Bijlagen I-II, p. 166-170). [M. d. S.]
2718.- N. Golvers, Een nieuwe Antwerpse almanak (Ph. De Dyn, Martinus Verhulst, 1654) in Scientiarum historia, 22, 1996, p. 87-96, ill.
Een gelukkige vondst in de Jezuïetendocumenten op het Algemeen Rijksarchief (Brussel) leverde een onbekende Antwerpse almanak uit 1654 op. Maar ook nog veel meer: G identificeerde landmeter-astroloog Philippe De Deyn (c. 159? - 1665) als de initiatiefnemer van een Antwerpse (en deels ook Gentse) almanaktraditie tot op het einde van de achttiende eeuw. [M. d. S.]
2719.- Marja Keyser, The gold-tooled bookbinding: Amsterdam bookbinders from the second half of the seventeenth century. Catalogue of an exhibition held at the Amsterdam University Library 19 September-30 October 1997.- Amsterdam: University Library, (voor Association internationale de bibliophilie/The International Association of Bibliophiles), 1997.- 69 p.: ill.; 26 x 14, 5 cm.- Niet in de handel.
Vijftig Amsterdamse banden, waaronder vnl. die van Albert Magnus (1642-1689), samen met enkele documenten over de familie Magnus, beschreven en toegelicht. Géén register. [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2758
2720.- Rudolf de Smet, 'Bibliotheca Hadriani Beverlandi': la bibliothèque d'Hadrien Beverland (1650-1716) in Studia varia Bruxellensia ad orbem Graeco-Latinum pertinentia, IV. In honorem Aloysi Gerlo. Ed. Rudolf de Smet ... [et al.]. - Leuven: Peeters, 1997, p. 79-100.
Hadriaan Beverland, klassiek filoloog, erotomaan en bibliofiel - een vuurwerkcombinatie - werd, na zijn vlucht uit Leiden in 1680 (omwille van zijn De peccato originali) secretaris en bibliothecaris van de grote humanist Isaac Vossius (cf. Kroniek 21
nr. 2377). Mede via Vossius' contacten slaagde hij erin zelf een belangrijke verzameling aan te leggen van schilderijen én boeken. Na Vossius' dood (1689) maakte hij gebruik van de verkoop van diens collectie aan de Leidse Universiteitsbibliotheek om zijn verbanning ongedaan te laten maken. In 1693 verkocht hij zijn eigen bibliotheek aan Charles Spencer, derde Graaf van Sunderland. In 1881-83 werd de reusachtige Bibliotheca Sunderlandiana in vijf Londense veilingen verspreid. Helaas is de herkomst van de 14.000 kavels niet gespecifieerd. In 1978 kwam de British Library in het bezit van het archief van Blenheim Palace (domein van de Sunderlands). In Add. Ms. 61661 bevindt zich op ff. 77r-116v de eigenhandig geschreven inventaris van de Bibliotheca Beverlandi. S geeft een overzicht van de samenstelling van de collectie (p. 89-91 Beverlands rubrieken), die bijzonder rijk was aan Latijnse klassieken en o.m. een Grolier bevatte. [M. d. S.]
2721.- The auction catalogue of the library of F. Gomarus. A facsimile edition with an introduction and indexes by E. Dekker, J. Knoop, C.M.L. Verdegaal.- 't Goy-Houten: HES, 1996.- xxx, 132 p.: facs.; 22 cm.- (Catalogi redivivi; 10).- ISBN 90-6194-238-1. Fl. 159.
H.J. de Jonge, How did Gomarus acquire the copy of Flavius Josephus in Greek from Scaliger's library ? in Nederlands archief voor kerkgeschiedenis, 77, 1997, p. 258-266.
In 1985 verscheen als vierde deel van de facsimilereeks Catalogi redivivi de veilingcatalogus van de bibliotheek van de (remonstrantse) theoloog Johannes Arminius (1559-1609; cf. Kroniek 13
nr. 1045). Diens kerkpolitieke tegenhanger Franciscus Gomarus (Brugge 1563 - Groningen 1641) is nu aan de beurt. Hoewel vooral bekend als Leids theoloog (1594-1611) en Bijbelvertaler, doceerde hij ook te Saumur (1615-1618) en te Groningen (1618-1641). Zijn omvangrijke theologische en filologische werkbibliotheek werd vanaf 4 oktober 1641 bij de Leidse Elzeviers geveild. Van de veilingcatalogus zijn nog vier exemplaren bewaard gebleven. Dat van de Biblioteca Angelica (Rome) werd voor het facsimile gebruikt. Hij bestaat uit vier categorieën: theologie, filologie, filosofie en boeken in andere talen (dan het Latijn). Er zijn 2122 kavels geveild (plus nog eens 76 kavels 'ibri incompacti'. De inleiders behandelen o.m. aard, datering, plaats van uitgave en mogelijke herkomst van de boeken. Vooral de Hebreeuwse titels krijgen veel aandacht (p. xix-xxiv). Na de inleiding volgen een 'Bibliography'(p. xxix-xxx), het facsimile, een uitvoerig register op persoonsnamen (p. 83-103), titels van 'anonieme' werken (p. 104-114), Bijbeluitgaven (p. 115-116), plaats van uitgave (p. 117-123), jaar van uitgave (p. 124-132). De meeste boeken waren gepubliceerd in Antwerpen, Basel, Frankfurt, Genève, Keulen, Leiden, Lyon, Parijs, Straatsburg, Venetië en ... Zürich. Hoewel de inleiding niet alle categorieën behandelt, is deze belangrijke catalogus van een stevige theologische collectie (mede dankzij de registers) voldoende ontsloten voor biliografisch en kerkhistorisch onderzoek. Niet alleen de ideeën van Arminius en Gomarus kunnen worden onderzocht, ook hun arsenaal aan bijbel- en godgeleerdheid kan dankzij beide facsimiles weer tot leven worden gebracht. Kerk- en boekhistorici doen er goed aan beide facsimiles in huis te halen ! De schaarse en kwetsbare originelen kunnen nu aan hun tweede leven beginnen. Deze serie wordt een niet te versmaden bron voor de intellectuele geschiedenis van de Noordelijke Nederlanden tijdens de Republiek.
Het Gomarusfacsimile heeft alvast één reactie opgeleverd. H.J. de Jonge corrigeert noot 30 van de inleiding: de 'Josephus' (nu in Weimar) was niet op Scaligers veiling (Leiden 11 maart 1609 - Catalogi redivivi nr. 1) aangeboden, doch werd verworven krachtens Scaligers testament. Overigens was Gomarus wel aanwezig op de Scaligerveiling en kocht er (minstens) zeven boeken. [M. d. S.]
2722.- Godelieve Spiessens, Een muziekinventaris uit 1608 van de Antwerpse Sint-Jacobskerk en de aankoop van muziekboeken in Musica antiqua, 14, 1997, p. 69-72, ill.
Over kerkelijke muziekbibliotheken zijn er alleen erg lacuneuze gegevens gepubliceerd. Elke nieuwe inventaris is welkom. Dat uit andere kerkrekeningen blijkt dat muziekboeken werden gekocht bij Peeter Phalesius én dat de betaalde prijzen werden genoteerd, is voor de boekhistoricus wellicht nog interessanter dan de titels van de muziekdrukken. De lijst is op p. 72 afgedrukt. Alle titels zijn vakkundig geïdentificeerd. [M. d. S.].
2723.- Paul G. Hoftijzer, 'A sickle unto thy neighbour's corn': book piracy in the Dutch Republic in Quaerendo, 27, 1997, p. 3-18.
Licht gewijzigde Engelse versie van de inaugurale rede die de auteur op 17 september 1993 hield bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar in geschiedenis van uitgeverij en boekhandel aan de Universiteit van Amsterdam. (Cf. Kroniek 20
nr. 2235). [E. C.-I.]
2724. - The Catalogus librorum musicorum of Jan Evertsen van Doorn (Utrecht 1639). A facsimile ed. with an introd. by Henri Vanhulst.- 't Goy-Houten: HES, 1996.- 102 p.: facs.; 22 cm.- (Catalogi redivivi; 9).- ISBN 90-6194-228-4. Fl. 132, 50.
In de welhaast onuitputtelijke Rothschildverzameling in de Parijse Bibliothèque nationale is de lang gezochte voorraadcatalogus van Jan Evertsen van Doorn teruggevonden (Département des Manuscrits [!], Picot 2519). De Utrechtse boekhandelaar Van Doorn (Utrecht, 1580/5-1651) was actief in de jaren 1611-1644 (cf. Thesaurus p. 55). In die periode gaf hij ook minstens vijftien boeken uit. Hij was een vrij welvarend en geacht zakenman (enkele malen deken van het gilde). In 1644 verkocht hij zijn winkelvoorraad op een meerdaagse veiling met zo "n 8000 titels. Zijn vijf jaar oudere muziekcatalogus telt zestien ongenummerde bladen (A-D4). Hij was, blijkens het merk op de titelpagina, gedrukt door Aegidius Roman. Het grootste gedeelte bevat 480 Italiaanse (meest Venetiaanse) edities (1560-1638), gevolgd door 168 nummers ' "noordelijke' uitgaven (waaronder niet minder dan 136 Antwerpse !). De uitvoerige inleiding (p. 7-22) heeft het over muziekboeken in Utrecht, Van Doorn, de inhoud van de catalogus, en geeft beschouwingen over de handel in muziekboeken in de Nederlanden. Daarop volgt het facsimile (p. 23-54) met toegevoegde marginale nummering (per pagina). De bibliografische identificatie van de titels (p. 55-87) gebeurt met verwijzingen naar RISM en vakliteratuur. Drie registers ontsluiten het materiaal: (a) op componisten en editoren (p. 89-97); (b) op drukkers en uitgevers (p. 98-99 - iets te compact gezet); (c) op 'lost editions' (p. 100); gevolgd door de 'Bibliography' (p. 101-102). Dit is een uitermate belangrijke bron voor de muziekbibliografie in de Nederlanden ! De ordening gebeurde op voornaam: bij de Italiaanse edities ontmoeten we op C2v (nr. 17) een tonogtoe onbekende 'Lambertus de Bruxella' met een Concentus ecclesiasticus (Venetië 1630). Een kwart van de 136 Antwerpse edities (alle van de firma Phalesius !) blijkt nog steeds verloren te zijn ... Met de hier geboden nieuwe titels kan de jacht in ieder geval weer worden geopend. Editor en uitgever dienen geprezen met deze perfect afgewerkte bouwsteen tot de muziekbibliografie. Van belang voor alle bibliotheken met oude muziekdrukken dus. [M. d. S.]
2725.- Marvin J. Heller, The Hebrew book trade as reflected in book catalogues in Quaerendo, 26, 1996, p. 245-257.
Het drukken van Hebreeuwse boeken is reeds grondig bestudeerd. Voor de Nederlanden zijn er bv. de publicaties van A.K. Offenberg en L. en R. Fuks, vooral m.b.t. Menasseh ben Israel. Nagenoeg onbestudeerd is de handel in Hebreeuwse boeken. H geeft een nuttige status quaestionis en een eerste verkenning aan de hand van de veiling- en fondscatalogi uit de Republiek. [M. d. S.]
2726.- J.H. Landwehr, De present-exemplaren van 'Alle de wercken' van Cats uit 1655 in De boekenwereld, 14, 1997-1998, p. 16-20, ill.
Uitgever J.J. Schipper verklaart in 1655 dat hij enkele speciale exemplaren heeft laten vervaardigen van het verzameld werk van topauteur Jacob Cats (1577-1669; cf. Kroniek 22
nr. 2542). Het schitterende boek bevat meer dan 400 kopergravures en 1500 pagina's tekst op folioformaat ! Zeven exemplaren kregen een bijzondere bandstempeling en emblematisch versierde sloten en muiters. L heeft die opgespoord en ... er vijf van teruggevonden (in Brouwershaven, Dordrecht, Rotterdam, Den Haag, Gelderland - het auteursexemplaar !). Het exemplaar van Middelburg is verbrand, dat van Zierikzee is spoorloos. [M. d. S.]
2727.- Ad maiorem Dei gloriam: Jezuïeten in de Nederlanden tijdens de zeventiende eeuw. Catalogus bij de tentoonstelling in de Centrale Bibliotheek van de UFSIA 1 september - 4 oktober 1997. Onder redactie van Hubert Meeus.- Antwerpen: UFSIA, 1997.- 69 p.: omslag, ill.; 30 cm. BF 100.
In de Spaanse Nederlanden werd de zeventiende-eeuwse boekproductie gedomineerd door de Jezuïeten. Naast de eindeloos gevarieerde devotieliteratuur verschenen er wetenschappelijke publicaties op het gebied van de filologie (patristiek bv.), exacte wetenschappen (vooral wiskunde), economie (Lessius !), geschiedenis (Bollandisten). Het onderwijs was hun geliefkoosd terrein: schoolboeken, toneelstukken, Neolatijnse (en Nederlandse: Poirters) literatuur en (ook toegepaste) emblematiek. Ook de polemiek met de Noordelijke 'ketters' werd niet geschuwd. Het Verre Oosten hebben zij in beeld en geschrift dichterbij gebracht. Uit dit gevarieerd aanbod werd een voortreffelijke selectie getoond. De degelijke catalogusnotities zijn vooral inhoudelijk gericht en zonder exemplaargegevens. Met (naam)register. [M. d. S.]
2728.- Paul Begheyn, Uitgaven van jezuïeten in de Noordelijke Nederlanden 1601-1650 in De zeventiende eeuw, 13, 1997, p. 293-308.
B heeft 132 publicaties teruggevonden van jezuïetenauteurs in de Republiek, inz. bij katholieke uitgevers te Amsterdam, maar ook bv. bij Willem Jansz Blaeu. Hij geeft in bijlage een short-title catalogus (p. 300-304). Het terrein is nu klaar voor detailstudie. [M. d. S.]
Zie ook nr.
2871
2729.- Willem Heijting, Protestantse bestsellers in de Republiek rond het midden van de zeventiende eeuw in De zeventiende eeuw, 13, 1997, p. 283-292.
H bestudeerde 27 titels waarvan er in de zeventiende eeuw minstens 10 edities verschenen. Merkwaardig dat de protestantse boekproductie zo weinig op zich (laat staan comparatief) werd bestudeerd. De artikels van H zijn gelukkig een eerste boekwetenschappelijke aanzet daartoe, evenals de piëtistische bibliografieën van W.J. op 't Hof. [M. d. S.]
2730.- Andrew Hopkins & Arnold Witte, From deluxe architectural book to builder's manual: the Dutch editions of Scamozzi's L'idea della architettura universale, in Quaerendo, 26, 1996, p. 274-302, ill.
In 1615 verscheen er te Venetië een somptueus architectuurtraktaat dat vooral in de Nederlanden lang zou nawerken. Vincenzo Scamozzi verdrong daarmee Serlio en Palladio. Er verschenen niet minder dan 26 uitgaven in de periode 1640-1854, van luxueuze kijkboeken tot vakliteratuur voor architecten. Eén opmerking: zijn de auteurs (beiden kunsthistorici) wel zo taalkundig competent dat zij een onderscheid kunnen maken tussen Serliovertalingen in 'Dutch' en 'Flemish', in de zestiende eeuw nog wel (noot 12) ? H. de la Fontaine Verwey (in Uit de wereld van het boek. I, 1975, en in Quaerendo, 1976) heeft het terecht over 'Nederlands' en 'Dutch'. [M. d. S.]
2731.- Pierre Tuynman & Michiel Roscam Abbing, Two history books that never appeared. Scriverius, Melis Stoke, the Widow van Wouw and Gouthoeven. Scriveriana I in Quaerendo, 27, 1997, p. 77-112, ill.
Hollands geschiedschrijver Petrus Scriverius (1576-1660) werkte jarenlang aan een nieuwe, kritische, editie van Melis Stokes Rijmkroniek (1591), te verschijnen bij de Weduwe van Hillebrand Jacobsz van Wouw. Ook Wouter van Gouthoevens "Kroniek van Holland " vulde hij telkens aan. Beide projecten werden uiteindelijk niet gerealiseerd. Brieven uit het familiearchief Van Hoogstraten (cf. Kroniek 21
nr. 2371) belichten een deel van de achtergrond van de onderneming. [M. d. S.]
2732.- P.J. Buijnsters & Leontine Buijnsters-Smets, Bibliografie van Nederlandse school- en kinderboeken 1700-1800.- Zwolle: Waanders, 1997.- 316 p.: ill.; 25 cm.- ISBN 90-400-9865-4. Fl. 125.
In 1995 zagen twee edities van Buijnsters' afscheidscollege aan de KU Nijmegen het licht (cf. Kroniek 22
nr. 2428). Het handelde `over het verzamelen en bestuderen van oude kinderboeken'. Deze bibliografie bewijst dat de eminente hoogleraar zich samen met mevrouw Buijnsters-Smets inderdaad heel intensief met de studie van oude kinderboeken heeft bezig gehouden. Dat leidde ook tot een belangrijke privé-verzameling, die vanzelfsprekend in dit naslagwerk werd geïntegreerd.
Het is thans algemeen aanvaard dat de achttiende eeuw ook een pedagogische revolutie met zich meebracht. De ontdekking van de eigenheid van het kind had tot gevolg dat er zich een kinderliteratuur en in het kielzog daarvan een heel kinderboekencircuit ontwikkelden. Deze oude kinderboeken vormen een ware cultuurhistorische goudmijn, die tot nu toe bibliografisch amper in kaart was gebracht. Dat gebrek aan houvast is met deze `inventarisatie bij wijze van boedelbeschrijving' (p. 9) verholpen. (Althans voor Nederland, want Belgische drukken bleven buiten beschouwing.)
In hun inleiding waarschuwen de auteurs ons dat de BNK zich niet aankondigt als een analytische, maar eerder als een inhoudsgerichte bibliografie. Dat valt meteen op bij de indeling van het werk: het ordeningscriterium is niet de chronologie (vele boeken verschenen zonder datum) noch het alfabet, maar het genre waaronder het boek ressorteert. Zo worden 24 rubrieken onderscheiden, van ABC-boekjes over encyclopedieën en bijbelse geschiedenis tot fabelboeken en kindergedichten. Van elk genre worden in een korte maar lezenswaardige inleiding telkens de voornaamste kenmerken en de meest succesvolle titels beschreven. Dan volgt de bibliografische lijst, met auteur (indien bekend), titel, impressum, paginering en (vaak) een aantal bijzonderheden. Van een Nederlandse studie wekt het verwondering dat noch de katernsignatuur, noch de fingerprint zijn opgenomen. Handig is dan weer dat zoveel mogelijk bewaarplaatsen worden vrijgegeven.
Dat het ordeningscriterium soms wat arbitrair werd gehanteerd, wordt ruimschoots gecompenseerd door de talrijke registers achteraan, waaronder ook een register van illustratoren. Want wat veruit de meeste van deze kinderboeken zo aantrekkelijk maakt, zijn de plaatjes. De uitgever heeft deze bibliografie dan ook zeer terecht rijkelijk van illustraties voorzien, zodat je alleen daarom al dit nuttige instrument zou willen lezen. [P.D.]
2733.- Jeroom Vercruysse, Les impressions clandestines bruxelloises de l'Histoire philosophique des deux Indes de l'abbé Raynal (1781) in Le livre & l'estampe, 43, 1997, nr. 147, p. 7-52.
De publicatiegeschiedenis van Raynals Histoire philosophique des deux Indes is zeer complex en kent vele uitlopers. In die geschiedenis is het verblijf van de ex-jezuïet Raynal in de Zuidelijke Nederlanden niet zonder belang. Hij genoot de bescherming van Jozef II en verbleef in Brussel van de zomer van 1781 tot einde februari 1782. Zijn werk kende hier veel succes, wat de interesse van verschillende drukkers-boekverkopers te lande met zich meebracht.
In de herfst van 1781 drukte Jean-Louis de Boubers een uitgave van de Histoire in tien geïllustreerde octavo-delen. De naam Boubers mag geen verwondering wekken, want van bij zijn vestiging in Brussel, in 1768, combineerde hij zijn legale activiteiten als drukker en boekverkoper met de handel in verboden boeken.
In de bibliografie van de Histoire, 'l'une des grandes entreprises du livre philosophique du Siècle des Lumières', werpt Jeroom Vercruysse een verrassend licht op deze Brusselse episode. Dankzij een ver doorgedreven typografisch en papierhistorisch onderzoek en op basis van het rijke archief van de Société typographique de Neuchâtel, ontrafelt hij als een ware detective de omstandigheden waarin de Brusselse uitgave tot stand kwam. Eén kritiek slechts: door het ingewikkelde karakter van het onderwerp en van de bewijsvoering zouden enkele goed gekozen illustraties zeker op hun plaats zijn geweest. [P.D.]
2734.- Natalie Kerssebeeck, `Wie zal de waerheyd beletten?' Pieter Corbeels, een geëngageerd drukker in Leuven en Turnhout (1755-1799) in De Achttiende Eeuw. Documentatieblad van de Werkgroep Achttiende Eeuw, 29, 1997, p. 81-103.
Herwerkte versie van (een deel van) een licentiaatsverhandeling over Pieter Corbeels en de eerste jaren (tot 1815) van drukkerij-uitgeverij Brepols. Zoals bekend is Pieter Corbeels de enthousiaste Leuvense drukker die in 1796 met zijn leerjongen P.J. Brepols op de vlucht sloeg voor de Franse autoriteiten en zich in Turnhout vestigde, dicht bij de Noord-Nederlandse grens. Daar opende hij een herberg en stelde hij in het achterhuis een drukpers op, van waaruit menig contrarevolutionair pamflet de wereld werd ingestuurd. In 1798 nam Corbeels de leiding van de Boerenkrijg mee in handen. Hij werd echter gearresteerd en in 1799 terechtgesteld. Zijn drukkerij in Turnhout ging dan geleidelijk over in de handen van P.J. Brepols, die het kleine bedrijfje tot een succesvolle onderneming wist uit te bouwen.
Aan een systematische reconstructie van Corbeels' uitgeversfonds had nog niemand zich gewaagd. Natalie Kerssebeeck kon echter het bedrijfsarchief van Brepols raadplegen, bracht die gegevens samen met documenten uit het Turnhoutse stadsarchief en met wat reeds over Corbeels gepubliceerd was, en kwam zo tot een fondslijst van 40 nummers. Die lijst is als bijlage opgenomen. 31 drukwerken zagen in Leuven het licht: almanakken, pamfletten, academisch, religieus en gelegenheidsdrukwerk. In Turnhout was de productie kennelijk minder volumineus. Het artikel zelf gaat in op de voornaamste kenmerken van die publicaties.
Hoewel er tot nu toe onbekende drukken in zijn opgenomen, is de fondslijst zeer waarschijnlijk onvolledig en zullen er hier en daar nog publicaties van Corbeels opduiken. Maar dit overzicht biedt een uitstekende status quaestionis van de productie van een politiek geëngageerde drukker uit de revolutieperiode. [P.D.]
Zie ook nr.
2878
2735.- A. van den Abeele, De zoons van drukker-uitgever Joseph van Praet in Biekorf, 97, 1997, p. 206-221.
Vervolg op Kroniek 22
nr. 2586. De beroemdste zoon is natuurlijk Joseph-Basile (1754-1837), bibliograaf en bibliothecaris in Franse dienst (Duc de La Vallière, Bibliothèque royale / impériale), verzamelaar en bibliograaf van Colard Mansion (cf. Kroniek 21 nr. 2408). [M. d. S.]
2736.- Emmanuel Collet, Les caricatures de la Révolution brabançonne in Études sur le XVIIIe siècle, 24, 1996, p. 127-133, ill.
In dit nummer van de Études dat volledig gewijd is aan de figuur van Jan Frans Vonck (1743-1792), houdt de auteur een pleidooi voor een anthologie par l'image van de Brabantse Omwenteling. Hij plaatst hier een aantal kanttekeningen bij de talrijke karikaturen die in de Zuidelijke Nederlanden in 1789-1790 verspreid werden. Vele van die spotprenten maakten deel uit van gedrukte werken, kranten en pamfletten; andere werden zonder begeleidende tekst gepubliceerd, maar vaak gebundeld tot convoluten. Achter de wens om eindelijk eens een volledig repertorium van deze prenten tot stand te brengen, schaar ik mij met volle overtuiging. Het artikel wordt gevolgd door een weergave van de discussie na de lezing op het Vonck-colloquium van 1992. [P.D.]
2737.- Christian Coppens, Better a large than a small batch to bind: Joannes Grangé (1720-1794) and the bookbinding trade in Quaerendo, 27, 1997, p. 46-70, ill.
De Antwerpse boekhandelaar J. Grangé was een bezig man. Zo leverde hij incidenteel boekbindersleer aan collega's. De benamingen 'Turks leer' en 'marokijn' verwezen daarbij niet naar de streek van herkomst, maar naar de manier van prepareren. Het aanbod van in te binden boeken was vrij stereotiep in de Zuidelijke Nederlanden in die tijd: almanakken (in zeer diverse, ook kostbare uitvoering, als succesrijk genre), religieuze literatuur en werken voor de school; het woordenboek van Des Roches moet een onverbiddelijke bestseller geweest zijn. Grangé liet niet alleen in Antwerpen, zo bij Olberts & Co, binden, maar ook in Mechelen bij Jan Baptist Verbruggen en in Gent bij J. de Coninck. Het werk dat Verbruggen uitvoerde, was in feite een noodoplossing: hij bond boeken ter vervanging van betalingen die hij niet kon voldoen. Het bestaan van individuele boekbinders bleek weinig rooskleurig te zijn: in het najaar was er hoogconjunctuur (almanakken!), daarna leefde men van sporadische opdrachten. Het artikel is zeer verhelderend inzake prijzen en contacten (binders kopieerden nogal) en waarschuwt tegen de benaming 'uitgeversband': gezien de verspreiding van het bindwerk over verschillende lokaliteiten spreke men veiligheidshalve over 'boekverkopersband'. [W.W.]
2738.- Jan Storm van Leeuwen, 100 trésors de la reliure néerlandaise du XVIIIe siècle. Exposition preésentée à l'occasion de la visite des membres de l'Association internationale de Bibliophilie / The International Association of Bibliophiles à la Bibliothèque royale, La Haye.- [Den Haag]: voor Association internationale de Bibliophilie / The International Association of Bibliophiles, 1997.- 79 p.: ill.; 26 x 14, 5 cm. Niet in de handel.
Honderd Nederlandse banden uit de achttiende eeuw zijn kort beschreven, met eigendomsmerken en literatuuropgave. Met een inleiding, waarin resp. de verzamelaars, de bestudering en de geschiedenis van de banden aan bod komen, en een register vormt dit boekje een smaakmaker voor het grote werk over dit onderwerp dat op het getouw staat. [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2758
2739.- Stanislas de Moffarts d'Houchenée, Une bibliothèque de héraut d'armes au XVIIIe siècle: le catalogue des livres de Le Fort in Bulletin de la Société des bibliophiles liégeois, 23, 1997, p. 201-239, ill.
In het Rijksarchief van Luik wordt een handgeschreven catalogus bewaard van de bibliotheek van de wapenkoningen Jean-Gilles Le Fort en zijn zoon Jacques-Henri. Het document dateert van na 1743. Opmerkelijk is niet de omvang van de bibliotheek (er zijn slechts 120 titels opgenomen), maar wel de onderwerpen die erin vertegenwoordigd zijn: geschiedenis, heraldiek en genealogie. Het gaat dus duidelijk om een gespecialiseerde bibliotheek die werd samengesteld opdat de wapenkoningen hun functie zo goed mogelijk zouden kunnen uitoefenen.
Het handschrift wordt hier integraal uitgegeven (p. 215-239) met registers; de auteur heeft de summiere titelbeschrijvingen geïdentificeerd en er enkele algemene vaststellingen aan vastgeknoopt. [P.D.]
2740.- Jos van Heel, Gerard Meerman: bibliofiel, geleerde en mecenas in Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis 4, 1997, p. 75-100, ill.
In de achttiende eeuw konden wetenschappers niet zoals nu terecht in talrijke openbare wetenschappelijke bibliotheken. Universiteitsbibliotheken, bijvoorbeeld, waren slechts beperkt toegankelijk en doorgaans niet voorzien van de recentste literatuur. Des te groter was het belang van particuliere verzamelingen. De rol van het privé-initiatief in het intellectuele leven van de achttiende eeuw wordt hier voortreffelijk aangetoond aan de hand van de vele activiteiten van Gerard Meerman (1722-1771).
In diens biografie gaat de aandacht meer in het bijzonder naar de elementen die de vorming van zijn bibliotheek helpen verklaren: rechtsstudies, contacten met buitenlandse rechtsgeleerden, reizen in Frankrijk en Engeland, een hoge bestuursfunctie, een huwelijk met de enige dochter van de secretaris van de generaliteitsrekenkamer, ...
Dankzij de ruim bewaarde briefwisseling van Meerman met geleerden in heel West-Europa kan Jos van Heel een vrij volledig beeld ophangen van de manier waarop derden Meermans bibliotheek mochten gebruiken. Die was zeer vrijgevig in het uitlenen van zijn boeken, zelfs de meest kostbare, ter voorbereiding van geleerde publicaties waartoe hijzelf vaak het initiatief had genomen. Een monumentale bundeling van juridische commentaren bestond voor een groot deel uit manuscripten `ex collectione et museo Gerardi Meerman'.
Een alomvattende studie over de vader van het Museum van het Boek / Museum Meermanno-Westreenianum is dit niet geworden (zo blijven de totstandkoming en de betekenis van Meermans Origines typographicae grotendeels buiten beschouwing). Maar de rol die zijn bibliotheek gespeeld heeft in de wetenschapsbeoefening van zijn tijd, is hiermee heel kernachtig beschreven. [P.D.]
2741.- Jelle Bosma, Woorden van een gezond verstand. De invloed van de Verlichting op de in het Nederlands uitgegeven preken van 1750 tot 1800. Monografie & bibliografie.- Nieuwkoop: De Graaf, 1997.- XI, 752 p.: ill.; 24 cm.- (Bibliotheca bibliographica Neerlandica, 34).- ISBN 90-6004-441-X. Fl. 275.
Het uitgangspunt van dit lijvige proefschrift is de vaststelling dat er in de achttiende-eeuwse Republiek een nieuwe gematigd-verlichte mentaliteit ontstond. Voor de typering van die mentaliteit, voor de bepaling van het belang ervan en van de rol die de godsdienst bij de verspreiding ervan speelde, koos de auteur gedrukte preken als bron. Die preken zijn in grote aantallen bewaard: in de bibliografie zijn voor de periode 1750 tot 1800 niet minder dan 1753 drukwerken opgenomen. Met een dergelijke bron bestrijkt deze studie uitdrukkelijk het normatieve veld en `het professionele gezicht van het protestantisme' (p. 406).
Raakpunten tussen een aldus opgezette studie van de religieuze mentaliteit en het boekhistorisch onderzoek zijn er bij de vleet, en de auteur besteedt er ruimschoots aandacht aan. In de eerste plaats is er de samenstelling van het corpus van gedrukte preken, die vorm gekregen heeft in een indrukwekkende bibliografie. In de inleiding vertelt de auteur nauwkeurig hoe en waar hij zijn materiaal verzameld heeft. Verder beschrijft hij de uiterlijke vorm van gedrukte preken: omvang, bibliografisch formaat en gebruikte letter.
Het productie-aspect van de preken komt vooral aan bod in een lange paragraaf over 'de conjunctuur van de gedrukte preek', een meting van het editoriale succes van het genre in de beschouwde periode. De auteur gebruikt daarvoor verschillende parameters: niet alleen het aantal titels, maar ook het aantal preken per titel (er verschenen immers zeer veel prekenbundels) en het aantal gedrukte vellen. Het beeld wordt verder verfijnd door een onderscheid te maken tussen gereformeerde en niet-gereformeerde (d.i. vertaalde en 'dissenterse') preken. Het aantal van de laatstgenoemde publicaties bleef de hele tijd relatief stabiel, maar de conjunctuur van de gereformeerde preek ging mettertijd duidelijk bergaf. In de periode van 1750 tot 1800 is er sprake van een halvering van de productie. Ook drukkersprivileges, herdrukken en titeluitgaven zijn goede graadmeters voor de populariteit van, c.q. de afkeer voor het genre en de afzonderlijke titels.
Tot zover het aspect productie. Anderzijds besteedt Jelle Bosma ook zeer lezenswaardige bladzijden aan de receptie van preken. Hij doet dit door bestaande hypothesen en eerder gepubliceerde resultaten van lezersonderzoek (analyse van boedelinventarissen en boekhandelsadministraties, uitgaven bij intekening) te toetsen aan het eigen materiaal.
Het spreekt vanzelf dat de nadruk van deze studie ligt op een inhoudelijke analyse van de preken en op de situering ervan tegen de achtergrond van de Nederlandse Verlichting. Die hoofdstukken, hoe boeiend ook, vallen buiten de sfeer van deze kroniek. Wel verdient de uitvoerige bibliografie nog onze aandacht. Hoofdzakelijk per confessie ingedeeld (gereformeerd, luthers, doopsgezind, remonstrants, Waals, rooms-katholiek, uit het Duits en het Engels vertaald), geeft ze van elke preek de zo volledig mogelijk getranscribeerde titel, het formaat, de paginering en de bibliotheeksignaturen. Verschillende indexen vervolledigen het geheel. De enige ernstige schoonheidsfout aan dit boek is dat die indexen niet verwijzen naar de nummers in de bibliografie, maar naar de bladzijde waarop de betreffende titels voorkomen. Onnodig te zeggen dat dit niet de meest efficiënte manier van werken is.
Voor het overige is het kloeke boek met zorg uitgegeven, in een vormgeving die perfect past bij de uitputtende manier waarop de auteur zijn onderwerp behandeld heeft. [P.D.]
Zie ook nr.
2941
2742.- Mathieu Lommen, Amsterdamse lettergieterijen in de twintigste eeuw in Hollandse hoogte. Stichting Drukwerk in de marge. Bulletin 23/24, zomer 1997, p. 15-28, ill.
Vervolg op Kroniek 20
nr. 2264. Engelse versie in Quaerendo; cf. Kroniek 22 nr. 2577.
2743.- Flip Mayer, Sem Hartz (28 January 1912 to 25 October 1995) in Quaerendo, 27, 1997, p. 164-169, ill.
In memoriam van de Haarlemse graveur (43 jaar bij Enschedé !) en letterontwerper Sem Hartz, auteur van The Elseviers and their contemporaries (1955) en Essays (1992 - cf. Kroniek 18
nr. 1976). [M. d. S.]
2744.- Roger Cardon, Georges Lemmen 1865-1915.Tekst en catalogus, gevolgd door een studie van Jane Block.- Brussel: Gemeentekrediet; Gent: Snoeck-Ducaju en Zoon, 1997.- 199 p.: ill.; 31 cm.- (Monografieën over Moderne Kunst).- ISBN 90-5349-244-5. BF 1.450 (geb.), 980 (gen.).
Catalogus bij de retrospectieve tentoonstelling in het museum te Elsene (april-juli 1997). Tussen 1890 en 1914 was de schilder ook actief als sierkunstenaar. Onder invloed van de 'Arts and Crafts Movement' en de Japanse prentkunst ontwierp hij titelbladzijden en omslagen voor boeken, tijdschriften en catalogi, verder briefhoofden, sierletters, vignetten, ex-librissen, affiches en schutbladen. Vermoedelijk werd hij aangezet door Octave Maus: Lemmens maakte het omslag voor de catalogus van 'Les XX' in 1891. Een hoogtepunt in zijn productie was de reeks ornamenten voor de dichtbundel Limbes de lumières van Gustave Kahn, uitgegeven door Edmond Deman (1896). Door Henry van de Velde en Julius Meier-Graefe werd hij in Duitsland bekendgemaakt. In opdracht van Harry graaf Kessler realiseerde hij de letter voor Friedrich Nietzsches Also sprach Zarathustra (1908) met opmaak van Van de Velde; deze 'Lemmen' is de enige drukletter, die in die periode in België gecreëerd werd. Het werk is overvloedig geïllustreerd.[W.W.]
2745.- Natalie Soulier, Die Verwendung der Lithographie in wissenschaftlichen Werken zu Beginn des 19. Jahrhunderts in Gutenberg Jahrbuch, 1997, p. 154-182, ill.
Interessant overzicht van de lithografie als middel om wetenschappelijke boeken te drukken. [E. C.-I.]
2746.- Els Desmedt, Edgard Tytgat houtsnijder.- Gent: Snoeck Ducaju & Zoon; Antwerpen: Pandora, 1995.- 151 p.: omslag, ill.; 25 x 30 cm.-ISBN 90-5325-040-9. BF 1.250.
In deze catalogus van een tentoonstelling in het Gentse Museum voor Schone Kunsten (oktober 1995 - januari 1996) worden ook de boeken beschreven, die Tytgat op zijn eigen handpers drukte tijdens zijn verblijf te Londen in de Eerste Wereldoorlog: Le petit chaperon rouge en Quelques images de la vie d'un artiste, beide uit 1917. Van deze werken zijn later nog andere edities verschenen, die bibliografisch worden toegelicht. In de catalogus zijn alle bladzijden van de oorspronkelijke drukken met hun door Tytgat zelf gesneden letters, hout- en linosneden gereproduceerd. Een zeer fraaie uitgave. [W.W.]
2747.- Klaus Weber, Henry van de Velde. Das buchkünstlerische Werk.- Freiburg im Breisgau: Rombach Verlag, 1994.- 497 p.: ill.; 23 cm.- (Rombach Wissenschaft, Reihe Litterae, nr. 31). - ISBN 3-7930-9100-7. DM 198.
Uitstekende studie over Van de Velde als boekkunstenaar. Samen met de architectuur is de bemoeienis met het boek voor Van de Velde een constante bezigheid geweest. Weber beschrijft en ontleedt Van de Veldes werkzaamheid vanaf zijn samenwerking met Max Elskamp, over zijn aandeel in Van Nu en Straks, de jaren in Duitsland en Nederland en tenslotte de stichting van het instituut in Ter Kameren. Voor deze studie werd naast de voorhanden literatuur gebruik gemaakt van ongepubliceerd archiefmateriaal, zoals de dagboeken van Harry graaf Kessler (Deutsches Literaturarchiv Marbach) en de Van de Velde-archieven te Brussel en te Hagen. Na de eigenlijke uiteenzetting volgt een gedetailleerde kataloog waarin elk nummer met foto's toegelicht en zo uitvoerig als nauwkeurig beschreven wordt. Onder de recente publicaties over Van de Velde is dit werk zeker een van de beste. [W.W.]
2748.- L. van Biervliet, Yver en Broedermin in 1833 geenszins uitgespeeld in Biekorf, 97, 1997, p.75-79.
Tot nu toe meende men dat deze Brugse maatschappij van toneel- en letterkunde publicaties verzorgde tussen 1828 en 1833. Toch zijn nog twee latere bundels bekend, Pryskamp gegeven in 1835, gedrukt door Weduwe E.J. Terlinck en Zoon te Brugge en Verzameling der bekroonde [...] dicht- en prozastukken [...] 1850, eveneens te Brugge gedrukt door C. de Moor in 1853. [W.W.]
2749.- P. Thiers, Stijn Streuvels, De Eikelaar en de Heulse familie Maes in Heulespiegel, nr. 18, nov. 1993, p. 1-10, ill.
Stijn Streuvels kende Achille-Cyriel Maes (1872-1940) sinds zijn jeugd. De zoon van Achille Maes, André (1911-1983), werkte als drukker o.a. in de drukkerij-uitgeverij De Eikelaar (zie Kroniek 22
nr. 2585) van de 'Kunstwerkstede Gebroeders De Coene'. Streuvels die zeer veeleisend was voor zichzelf en ook voor anderen, bleek tevreden met het werk van André Maes, zoals duidelijk wordt uit een aantal opdrachtexemplaren van zijn werk. [W.W.]
2750.- R.H.M. van Breukelen, Coenraad Teulings en zijn Bossche drukkerijen, 1844-1902 in Noordbrabants historisch jaarboek, 12, 1995, p.166-194, ill.
Nog geen eenentwintig jaar oud, richtte Teulings (°1823) in 1844 een 'Boekdruk en Binderij' op. Dat was niet zo buitenissig want 's-Hertogenbosch had een oude grafische traditie. Teulings begon met militair drukwerk voor garnizoenen en breidde uit naar uitgaven voor kweek- en normaalscholen en naar historische en religieuze literatuur. Het fonds werd later aangevuld met wetenschappelijke werken en proefschriften. Hij kocht ook een krant, de 'Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant, die hij sterk uitbouwde. [W.W.]
2751.- Jos C. M. Biegstraaten, Een Pers in druk. Rubáiyát van Omar Khayyám in de Lage Landen in De boekenwereld, 13, 1996-1997, p.112-128, ill.
De Rubáiyát bereikte Nederland via de Engelse vertaling van Edward FitzGerald. In 1910 verscheen de eerste zelfstandige boekuitgave bij Scheltens & Giltay met illustraties van Jessi M. King en bandtekening van C.L. van Balen. De tekeningen van King zijn typische voorbeelden van Art Nouveau in 'Glasgow Style'. Vertalingen van bloemlezingen door J.H. Leopold verschenen in bibliofiele edities (1953, Stichting De Roos met typografie van Helmut Salden, 1967 Renildis Handpers). P.C. Boutens' vertaling van de Rubáiyáat verscheen in 1913 bij Van Dishoeck met bandversiering van C.A. Lion Cachet. Ook later was het werk erg in trek, zoals blijkt uit de 'Bibliografie' van Jos Coumans in hetzelfde nummer, p.130-144. [W.W.]
2752.- Adrienne & Luc Fontainas, Theo van Rysselberghe: l'ornement du livre. Catalogue raisonné.- Antwerpen: Pandora, 1997.- 117 p.: portr., ill.; 24 cm.- (Cahier, 3).- ISBN 90-5325-061-1. BF 950.
De aanzet tot deze oeuvrecatalogus is te vinden in de in 1993 verschenen catalogus van de tentoonstelling in het Museum voor Schone kunsten te Gent aan Van Rysselberghe gewijd (cf. Kroniek 19
nr. 2135). VR, die samen met G. Lemmen en H. van de Velde tot de drie voornaamste boekversierders van die generatie behoort, heeft in het echtpaar Fontainas bekwame en toegewijde auteurs gevonden. Van de veelal niet gesigneerde fleurons, vignetten, sierranden, titelletters, ontwerpen voor titelpagina's en boekomslagen, is nu een zo volledig mogelijke catalogus opgesteld. Archiefmateriaal heeft de drukken zelf als bronnen kunnen aanvullen. Het essay dat aan de catalogus voorafgaat, wijdt terecht veel aandacht aan de context waarin deze korte maar opmerkelijke bloei heeft plaats gevonden. Een uitvoeriger recensie verschijnt in De Gulden passer. [E. C.-I.]
2753.- Rik van Daele & Peter Everaers, Genese van de Reinaert-luxe-uitgave van Stijn Streuvels in De vos en het Lijsternest. Jaarboek van het Stijn Streuvelsgenootschap, 1996 [versch. 1997], p. 203-241 (noten p. 362-364), ill.
Bernard Willem Wierink (Amsterdam 1856-1939) maakte illustraties voor de luxe-uitgave van Streuvels' Reinaert (Veen 1910). Ontstaan en vormgeving worden uitvoerig belicht. [M. d. S.]
Zie ook nrs.
2754; 2763; 2773; 2775
2754.- Willy Feliers, Gustave van de Woestijne en zijn illustraties voor Streuvels' Reinaert, in De vos ... (cf. nr. 2753), p. 157-190 (noten p. 360-361), ill.
Schilder en tekenaar Gustave van de Woestyne (1881-1947), broer van dichter Karel, werd de eerste illustrator van Streuvels' Reinaertbewerkingen. In 1909 verscheen de eerste daarvan als 'Duimpjesuitgave' bij Victor de Lille. F onderzoekt ontstaan, bronnen en herdrukken van de illustraties. [M. d. S.]
Zie ook nr. 2763
2755.- N.C.F. van Sas, Barbarisme of beschaving: rondom de stichting van een nationale bibliotheek in 1798 in Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis, 4, 1997, p. 57-74, ill.
De bibliotheek van de Oranjes werd na de Bataafse Omwenteling genaast. Zij werd omgevormd tot 'nationale' bibliotheek: het ging hier om nationaal (een woord dat toen erg in de mode kwam) erfgoed dat niet versnipperd mocht worden: dat zou een daad van barbarisme, van vandalisme (een toen in Frankrijk gecreëerd woord, na de excessen van de Revolutie) zijn. In 1798 fungeerde de bibliotheek als handboekerij van het parlement en van de centrale overheid in Den Haag. In 1814 was zij een op zichzelf staande nationale instelling geworden: Willem I weigerde de bibliotheek als zijn privébezit terug te nemen. [W.W.]
2756.- Ulrich-Dieter Oppitz, Georg Kloss und seine Handschriftensammlung in Wolfenbütteler Notizen zur Buchgeschichte, 22 1997, p. 1-47, facs.
Kloss (1787-1854) verzamelde ook drukken. Zijn belangstelling ging achtereenvolgens uit naar de geneeskunde, pre-1536 handschriften en drukken, de vrijmetselarij. Deze laatste collectie werd door prins Frederik Willem Karel van Nederland gekocht die ze in 1866 aan het Grootoosten der Nederlanden in Den Haag schonk. Het overige van Kloss' bibliotheek werd, al in 1835, openbaar verkocht (Sotheby) en bevindt zich thans her en der verspreid in Europese en Amerikaanse bibliotheken. [E. C.-I.]
2757.- Nop Maas, Antonius van der Linde: zonderling, autobibliograaf en bibliofiel in Jaarboek van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen, 4, 1996 [versch. 1997], p. 159-184, ill.
Antonius van der Linde (1833-1897) is vooral bekend als schaakbibliograaf en als doodgraver van de Costerlegende. Maar hij stelde ook bibliografieën samen van Haarlem, David Joris, Balthasar Bekker, Spinoza en ... A. van der Linde. Aan de hand van diens autobibliografische werken schetst M een boeiend beeld van een der merkwaardigste Nederlandse boekenliefhebbers, die na een curieuze langgerekte mislukte carrière als predikant en polemist eindigde als directeur van de Landesbibliothek te Wiesbaden. Hij gaat uitvoerig in op de talrijke veilingen en/of schenkingen uit Van der Lindes immense bibliotheek. Vooral de Brusselse veiling uit 1864 bij Van Trigt is belangrijk. De (waarschijnlijk) door Van der Linde geschreven inleiding op de catalogus wordt hier, in Nederlandse vertaling, afgedrukt (p. 171-175) en de drie pagina's met een overzicht van de topstukken gereproduceerd (p. 175-177). De collectie bracht bijna 100.000 frank op (toen bijna 50.000 gulden !). Een figuur als Van der Linde is dé uitdaging voor een bio-bibliograaf met een grondige kennis van de negentiende eeuw - Nop Maas dus ? [M. d. S.]
2758.- Introduction to collections = Introduction des collections. (Red. I. de La Fontaine Verwey-le Grand, J. Storm van Leeuwen).- [Den Haag]: voor Association internatinale de Bibliophilie = International Association of Bibliophiles, 1997.- 39 p.: ill.; 26 x 14, 5 cm.- Niet in de handel.
Een van de zes 'bibliofiele' uitgaafjes n.a.v. het internationaal bibliofielencongres in Nederland georganiseerd door de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag, lid van de vereniging (AIB). De plaquettes zijn, met kleine variaties (bv. de letter) op hetzelfde thema bijzonder fraai verzorgd, gedrukt in de Kunstdrukkerij Mercurius-Wormerveer te Wormerveer en gebrocheerd door de binderij Spiegelenberg te Zoetermeer. De organisatie van het congres berustte bij J. Storm van Leeuwen, de eindredactie van de publicaties bij F.A. Janssen en J.A. Brandenbarg.
In dit inleidend deel zijn volgende musea of collecties in Nederland gepresenteerd: Nederlands Historisch Scheepvaartmuseum en Artis-Bibliotheek te Amsterdam, Rijksherbarius Hortus Botanicus en Bibliotheca Thysiana te Leiden, Stadsbibliotheek en Teylers Museum te Haarlem, Museum Catharijneconvent en Universiteitsbibliotheek te Utrecht. De overige vijf publicaties zijn afzonderlijk in de Kroniek opgenomen (zie nrs.
2719, 2738, 2759, 2761, 2765).[E.C.-I.]
2759.- Exhibition catalogue of the M.B.B. Nijkerk collection. (Compiled by Nathalie Korsman).- [Den Haag]: (voor Association internationale de Bibliophilie = International Association of Bibliophiles), 1997.- 47 p.: ill.; 26 x 14, 5 cm.- Niet in de handel.
De Amsterdammer M.B.B. Nijkerk (1894-1987) is bekend als een gepassioneerd verzamelaar van boeken en typografie; hij liet zich o.m. door S.H. de Roos adviseren. Tijdens zijn Brussels verblijf verzamelde hij eveneens Belgische (de Vlaamse auteurs Maurice Roelants, Felix Timmermans...) en Franse uitgaven, waaronder heel wat geïllustreerde (Tytgat, Cantré, Masereel...). Zijn collectie illustreert de renaissance van het Nederlandse boek (De Roos, Van Krimpen, Nypels, Stols, e.a.). Ook Engelse drukken uit deze periode zijn nadrukkelijk in de collectie aanwezig. De tentoonstelling was gehouden in het Amsterdams Stedelijk Museum dat in 1975 de hele bibliotheek ten geschenke had gekregen. [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2758
2760.- Helleke van den Braber, 'Een singulier en dienend mensch'. Jhr. dr. Radermacher Schorer: verzamelaar, bibliofiel en mecenas in De boekenwereld, 14, 1997-1998, p. 2-14, ill.
Matthieu René Radermacher Schorer (1888-1956) was de bekendste en actiefste Nederlandse verzamelaar van modern bibliofiel drukwerk tijdens het interbellum en tot de jaren vijftig. Hij koesterde zijn boeken niet in het verborgene, maar probeerde door middel van tentoonstellingen, lezingen, voordrachtsavonden en soirées makers en kopers bij elkaar te brengen. Zelf prefereerde hij 'klassiek-moderne' uitgevers en drukkers: J.F. van Royen, S.H. de Roos, J. van Krimpen, de firma Enschede, A.A.M. Stols en Ch. Nypels boven experimenteel werk als dat van H. Th. Wijdeveld, P. Zwart of de leden van de Stijl-groep. Zijn verzameling werd gelegateerd aan de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag en is er de kern van de moderne collectie van het Museum van het Boek. [W.W.]
2761.- Bibliotheca Philosophica Hermetica. J.R. Ritman Library, Amsterdam. (Eindred.: F.A. Janssen & J.A. Brandenbarg. - [Den Haag]: (voor Association internationale de Bibliophilie = International Association of Bibliophiles), 1997.- 69 p.: omslag, ill.; 26 x 14, 5 cm.- Niet in de handel.
Fraai vormgegeven tentoonstellingscatalogus t.g.v. het congres in Nederland van de Association Internationale de Bibliophilie / International Association of Bibliophiles. Beschrijving van 122 topstukken met korte toelichting, uit alle door Ritman verzamelde domeinen: bijbels en vroege (!!) incunabelen, mystiek en devotie, (neo)plato(nisme), hermetica, de Oudheid, literaire meesterwerken, Kabbala, alchemie, Rozenkruisers. [M. d. S.]
Zie ook nr.
2758
2762.- P. Thiers, De ex-librissen van Stijn Streuvels in Heulespiegel, nr. 17, juni 1993, p. 31-37, ill.
Streuvels ontving op 29 oktober 1898 het gedicht 'Aan de Lindeboom' van zijn oom Guido Gezelle. Naar dit gedicht liet hij Julius de Praetere een ex-libris tekenen. Een andere stempel, waarmee hij briefkaarten merkte, was eigenlijk het logo van zijn woning 'Het Lijsternest', ontworpen door Emmanuel Viérin. Teresa van Marcke ontwierp in de periode 1945-1946 eveneens een ex-libris voor Streuvels. [W.W.]
2763.- Willy Feliers, Streuvels en het ex-libris in De vos ... (cf. nr. 2753), p. 191-201 (noten p. 361-362), ill.
Kort over de ex-librissen van Streuvels zelf, langer over moderne ex-librissen geïnspireerd op Gustave van de Woestynes illustraties voor diens Reinaertbewerkingen (zie Kroniek nr. 2754). [M. d. S.]
2764.- P.J. Buijnsters, Mr. C.F. van Veen als verzamelaar van kinderboeken in Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis, 4, 1997, p. 101-118, ill.
Mooi, sfeervol en afgewogen portret van de rasverzamelaar Coenraad Frederik van Veen (1912-1982). Hij was een groot connaisseur met instinctief gevoel voor kwaliteit, maar tevens wars van alle academische kunstwetenschap. Als behendig financier (hij was bankier) heeft hij het Nederlandse antiquariaat na de Tweede Wereldoorlog weer op de been geholpen. In die naoorlogse jaren legde hij de grondslag van zijn ongeëvenaarde collectie kinderboeken en -prenten uit de periode 1798-1865: alleen al 6.000 kinderboeken! Hij kocht doorgaans op veilingen in binnen- en buitenland. Deelcollecties stootte hij wel eens af (b.v. antiek speelgoed). Bij zijn dood werd de collectie, volgens zijn eigen wens, geveild: hij achtte 'de vreugde en de opvoedkundige werking die er uitgaat van de intieme omgang met iets moois, veel belangrijker [...] dan die half of kwart wetenschappelijke belangstelling'. [W.W.]
2765.- 'En faveur de mon zèle bibliographique, je dirais presque de ma Bibliomanie ...'. Lettres inédites du baron W.H.J. van Westreenen, fondateur du Museum Meermanno-Westreenianum (La Haye), à Joseph van Praet, conservateur à la Bibliothèque Impériale et Royale de France (1809-1829). Texte établi par Jean de Booy, présenté et annoté par Jos van Heel.- 's-Gravenhage: Museum van het Boek / Museum Meermanno-Westreenianum, (voor Association internatinale de Bibliophilie = International Association of Bibliophiles, 1997.- 83 p.: omslag, ill.; 26 x 14, 5 cm.- Niet in de handel.
Fraai vormgegeven bronnenpublicatie rond één van Nederlands grootste bibliofielen, baron Van Westreenen van Tiellandt (1783-1848). Als een der eersten verzamelde hij de vroegste specimina van de drukkunst, met bijzondere aandacht voor de rol van de Lage Landen daarbij (Haarlem en Coster !). Zijn spectaculaire verzameling wordt in het naar hem genoemde Haagse boekmuseum bewaard. De hier gepubliceerde brieven geven een kijkje in de boekenwereld bij het begin van de negentiende eeuw. Ook zijn correspondent kwam uit de Nederlanden: Joseph van Praet (1754-1837) was in Brugge geboren als zoon van een drukker-boekhandelaar. Hij bracht het tot conservator van de oudste drukken in de Franse nationale bibliotheek. De aardige briefjes bevatten boeiende boekennieuwsjes over hun gezamenlijke jacht op vroege drukken en ook bv. afspraken over ruil van exemplaren. Dat was toen heel gewoon ... Bijzonder nuttig is de catalogus (p. 67-78) met identificatie van de vermelde drukken en veilingen. Met naamregister. [M. d. S.]
Zie ook nr.
2758
2766.- Adrienne & Luc Fontainas, Edmond Deman éditeur (1857-1918): art et édition au tournant du siècle. Préface d'Alan Raitt.- Bruxelles: Labor et Archives et Musée de la littérature, 1997.- IX, 356 p.: co., portr., ill.; 22 cm.- (Collection Archives du Futur).- ISBN 2-8040-1248-4. BF 1200.
Adrienne Fontainas, Edmond Deman, boekhandelaar en uitgever omstreeks 1900.- Brussel: Koninklijke Bibliotheek, 1997.- 37 p., ill., 21 cm.- ISBN 90-6637-087-4. BF 100.
Adrienne & Luc Fontainas, Un éditeur autour de 1900 in Le livre et l'estampe, 43, 1997, nr. 147, p. 53-73.
Als zoon van een te Brussel gevestigde hoedenmaker leek Edmond Deman niet in de wieg gelegd om een belangrijk uitgever van bibliofiele literatuur te worden. Na studies bij de jezuïeten in Namen en Doornik ging hij in 1876 te Leuven rechten studeren. Hij werd er kandidaat in de Letteren en Wijsbegeerte, voorbereidend tot de rechtenstudie, maar verliet daarna de universiteit, huwde kort daarop en begon te Brussel een leeskabinet met als uiteindelijke naam 'La Lecture Universelle'. Toch is het verblijf te Leuven bepalend geweest voor zijn verdere leven: hij leerde er boven allen Emile Verhaeren kennen naast Iwan Gilkin en werkte mee aan studentenbladen. Deman werd te Brussel blijkens zijn opeenvolgende behuizingen een welvarend man. Hij verdiende zijn geld met zijn leeskabinet en zijn antiquariaat. Daarnaast hield hij veilingen en verkocht hij boeken via catalogi. De bibliofiele uitgeverij kwam pas daarna, ook in zijn tijdsbesteding. Vermoedelijk op instigatie van Verhaeren begon hij aan het uitgeven van vrienden voor vrienden. Zowel in het antiquariaat als in de uitgeverij was Deman zeer selectief: hij verkocht enkel het beste aan een elitair publiek. Hij bezat een uitgelezen smaak en verzamelde zelf. Deman liet zijn uitgaven niet zozeer illustreren (het zijn geen 'livres d'artiste') als wel decoreren. Voor zijn vroegste uitgaven zette hij Odilon Redon en Ferdinand Khnopff aan het werk, later wist hij naast Félicien Rops en Armand Rassenfosse ook Theo van Rysselberghe, George Minne, Charles Doudelet, Constantin Meunier en Georges Lemmen aan te trekken. Deman liet gewoonlijk drukken bij Alex Berqueman. Zijn smaak was die van 'Les XX' en 'La Libre Esthétique'. Via Verhaeren werd hij uitgever van Stéphane Mallarmé. Andere belangrijke Franse auteurs die hij uitgaf waren Léon Bloy en Villiers de l'Isle Adam. Ook Fernand Crommelynck kwam als debutant bij Deman terecht via Verhaeren. Het werk van Verhaeren zelf maakte ongeveer een derde van zijn fonds uit. Demans zorg voor kwaliteit had een keerzijde: hij was traag, wat mede veroorzaakt werd door zijn verspreide bedrijvigheid. Wanneer de auteur van zijn kant ook talmde, kon het productieproces ernstig stokken: in de correspondentie met Mallarmé werd telkens teruggekomen op de keuze van cursief of romein voor diens Poésies, en dat tussen 1891 en 1897; de bundel verscheen pas postuum in 1899!
Deze studie verschaft niet alleen inzicht in de werkwijze van Deman en in de relatie tussen de uitgever en zijn auteurs. Gezien de ruime belangstellingssfeer van Deman wordt hier tevens een heel panorama van het Franstalig cultureel leven te Brussel opgeroepen, niet alleen in zijn literaire component, maar evenzeer op het gebied van de plastische kunsten. Die prestatie is zeer hoog te schatten, wanneer men bedenkt dat het grootste deel van Demans eigen archief verloren gegaan is. Uit overige archieven, meer in het bijzonder uit 'Archives et Musée de la Littérature' (Koninklijke Bibliotheek, Brussel) en uit het Museum Plantin-Moretus (collectie Verhaeren van René Vandevoir) hebben de auteurs des te meer nagespeurd.
Er wordt een tweede deel aangekondigd met een complete bibliografie van alle edities, projecten en briefwisselingen. [W.W.]
N.a.v. de publicatie werd in de Nassaukapel van de KB Brussel een tentoonstelling ingericht. Als begeleiding hierbij verscheen een kleine goedverzorgde 'house-made' catalogus, in het Nederlands en in het Frans. Het omslag is een reproductie van het magentarood gruismarmerpapier dat Deman soms gebruikte.
Het artikel in LLE is een uittreksel uit de monografie die enkele maanden later verscheen. [E. C.-I.]
Zie ook nr.
3091
2767.- Karel van de Woestijne, 'Altijd maar bijeenblijven'. Brieven aan C.A.J. van Dishoeck, 1903-1929. Bezorgd door Leo Jansen & Jan Robert.- Den Haag ; Amsterdam: Letterkundig Museum : Bas Lubberhuizen, 1997.- 272 p.: ill.; 24 cm.- (Achter het Boek; 29). - ISBN 90-73978-73-4. Fl. 39, 50.
Uitgaven van correspondenties tussen auteurs en hun uitgevers zijn in de Nederlandstalige boekenwereld niet dik gezaaid. Recentelijk is daar gelukkig verandering in gekomen. De briefwisselingen Couperus-Veen (1987) en Greshoff-Stols (1991-1992; cf. Kroniek 17 nr. 1799) zijn thans aangevuld met die tussen Karel van de Woestijne (1878-1929) en de Bussumse uitgever C.A.J. van Dishoeck (1863-1931). De weinig bestudeerde Van Dishoeck blijkt een belangrijker uitgever te zijn geweest van Nederlandse en Vlaamse literatuur dan totnogtoe werd beweerd. Voor de Vlaamse literatuur bij de eeuwwisseling (rond Van Nu en Straks) is hij zelfs van levensbelang gebleken. Van Dishoecks relatie tot Cyriel Buysse is al door S.A.J. van Faassen belicht (Mededelingen van het Cyriel Buysse Genootschap, 1988 en 1989). De hier gepubliceerde brieven van Karel van de Woestijne (uit het Van Dishoeck-archief in het Letterkundig Museum te Den Haag) maken duidelijk dat Van Dishoeck diens uitgever én mecenas was. De brieven handelen, afgezien van beslommeringen rond Van de Woestijnes redactiesecretariaat van het door Van Dishoeck uitgegeven tijdschrift Vlaanderen (1903-1907), nagenoeg exclusief over Van de Woestijnes publicaties en, nog veel meer, over geld ! De schrijver hamert steeds op het voorafbetalen van honoraria e.d., of bedelt soms gewoon - het is vaak op het gênante af. De bevlogen dichter was dus ook, meer dan wellicht vermoed, met materiële zaken bezig - gelukkig ook met het materiaal van zijn boeken: papier, lettertypen, zetproeven, illustratie, bandversiering. De 192 brieven uit de periode 1903-1929 tonen dit overtuigend aan. Het merendeel van Van de Woestijnes brieven en kattebelletjes - Van Dishoecks brieven zij helaas verloren gegaan - hebben betrekking op de jaren 1903-1912. Daarna vermindert de regelmaat sterk (deels wegens de oorlogsomstandigheden). Tussen eind 1919 en 1927 is er zelfs geen brief geschreven (of bewaard ?). De laatste stuks slaan op Van de Woestijnes vijftigste verjaardag en de publicatie van diens Werken - voor Van Dishoeck als uitgever dan weer belangrijke gebeurtenissen !
De editie is voorbeeldig verzorgd. Kon het ook anders ? Leo Jansen is de editeur van de grote historisch-kritische editie van Wiekslag om de kim (1996) en is als weinigen vertrouwd met Van de Woestijnes handschrift en literaire leefwereld. De teksten zijn goed leesbaar gepresenteerd met toelichting waar nodig ( "Verantwoording " p. 231-237). Een enkele vergissing i.v.m. Streuvels is curieus: p. 69 n.2 heeft geen informatie over Streuvels " verblijven in Nederland. Die zijn er wel degelijk geweest: een literaire tour in het voorjaar van 1901 én Streuvels " huwelijksreis in september 1905 (zie Hedwig Speliers, Dag Streuvels. 'Ik ken den weg alleen', Leuven 1994, p. 231-232, resp. 294 - Speliers " uitvoerige biografie ontbreekt dan ook in de literatuurlijst). De brieveneditie wordt gevolgd door twee bijlagen: (I) een bibliografisch overzicht van Van de Woestijnes publicaties 1903-1929, waarin Van Dishoecks aandeel visueel wordt aangetoond; (II) een erg nuttig inhoudsoverzicht van Vlaanderen (1903-1907). Een gedetailleerd register op namen en titels ontsluit deze bronnenpublicatie volledig. Bewerkers en uitgevers verdienen alle lof voor hun keurige prestatie! [M. d. S.]
2768.- P.J. Buijnsters, Het Nederlandse antiquariaat tijdens de tweede wereldoorlog.- Amsterdam: De Buitenkant, 1997.- 46 p.; 22 cm.- Zesde Bert van Selm-lezing.- Fl. 19, 50.
De tijdsbegrenzing in de titel maakt dat dit boekje eigenlijk buiten het kader van de Kroniek valt. Echter, er zijn twee redenen om het hier te vermelden. Als prolegomena wordt gehandeld over het antiquariaat tijdens de jaren dertig. Verder is er zoveel feitelijke informatie opgeslagen dat geen boekhistoricus er om heen kan wanneer het gaat over de geschiedenis van exemplaren. De bronnen voor dit ongemeen rijke overzicht zijn, behalve (de weinige) gepubliceerde memoires en (grotendeels) recente literatuur, zowel oraal als archivalisch van aard. Een eerste bijlage geeft een lijst van 'handelaren in oude boeken volgens Sijthoff's adresboek 1935', een tweede een ledenlijst van de Nederlandse Vereniging van Antiquaren uit 1940 (met biografische data), een derde de Duits-Joodse en andere emigrant-antiquaren in de jaren 1930-1940.
Zoals steeds is deze plaquette stijlvol en keurig verzorgd, waarmerk van De Buitenkant. [E. C.-I.]
2769.- Nop Maas, Het brievenarchief van A.W. Sijthoff in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse letterkunde te Leiden 1995-1996, 1997, p. 18-29.
Het correspondentie-archief van A.W./Sijthoff's Uitgeversmaatschappij bevindt zich in de Leidse universiteitsbibliotheek. Uit de periode van 1851 tot 1900 bleven ca. 15.000 documenten bewaard. Er is correspondentie met collega-boekhandelaars als A.C. Kruseman en Frederik Muller en met uitgevers als Martinus Nijhoff, D.A. Thieme en de Antwerpenaar J.P. van Dieren. Sijthoff was vertegenwoordiger in Nederland van Duitse fabrikanten van snelpersen, waarover natuurlijk ook gecorrespondeerd werd. Er zijn brieven van ondergeschikten en familieleden, evenals van door Sijthoff uitgegeven auteurs. Bijzonder van belang zijn de brieven van adviseurs, onder wie Carel Vosmaer, Sijthoffs 'toeverlaat in kunstzaken'. [W.W.]
2770.- Nop Maas, Altyt Waeck Saem. De drukker-uitgever A.W. Sijthoff (1829-1913) in Nieuw Letterkundig Magazijn, 14-15, 1997, p.35-41, ill.
Albertus Willem Sijthoff was een van de belangrijkste Nederlandse uitgevers in de negentiende eeuw. Hij begon met een drukkerij in 1850, maar werd al vlug uitgever. Zijn fonds werd snel zeer veelzijdig: hij gaf zowel prestigieuze boeken in kleine oplage uit, als populaire werkjes voor de grote massa. Een specialiteit van Sijthoff was de uitgave van nog levende auteurs in populaire vorm. Daarnaast zorgde hij ook voor monumentale uitgaven, zoals de fotografische reproductie van het Breviarium Grimani. Met Martinus Nijhoff en D.A. Thieme werd hij uitgever van het Woordenboek der Nederlandsche Taal. Ook richtte hij een aantal kranten op, waarin hij de volgende generatie aan het werk zette. Aldus ontstond een imperium waarvan de onderdelen elkaar steeds ondersteunden. [W.W.]
2771.- André Swertz, Overwegingen van een antiquaar in Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis, 4, 1997, p. 135-146.
De bekende Utrechtse antiquaar André Swertz ziet twee soorten collega's: de ene antiquaar zit te wachten tot zich een klant aanmeldt, de andere bouwt een netwerk uit via catalogi, veilingen, beurzen en verzamelt zo behalve boeken ook klanten. Hij constateert dat het verzamelen grillig geworden is: de belangstelling gaat in golven, duurt maar kort en is onderhevig aan modes. En het aantal verzamelaars gaat achteruit. Aangaande de (tegenstrijdige) belangen van bibliotheek en particulier neemt hij een pragmatische modus vivendi in acht: de aanvulling van de mooiste collectie op dat specifiek gebied krijgt prioriteit. 'Unieke' stukken die deel uitmaken van het cultureel erfgoed zouden eerst aan een bibliotheek moeten aangeboden worden. De conservator weet trouwens dat het boek uiteindelijk ooit bij hem een plaats zal krijgen. [W.W.]
2772.- Carine Dujardin, Over missalen en brevieren: liturgica op het KADOC in KADOC Nieuwsbrief (KULeuven), 1996-1997, 4, p. 7-9, ill.
Het Katholiek Documentatiecentrum van de KU Leuven heeft de afgelopen jaren een enorm archief opgebouwd, uitgerust met een (bewaar)bibliotheek die niet tot werkinstrumenten beperkt is. Zo is er een collectie van om en bij de 6000 liturgica, afkomstig van 250 uitgeverijen, over de negentiende en twinstigste eeuw. Niet alleen voor 'liturgisten, theologen, sociologen, missiologen en historici' is dit een interessant onderzoeksgebied, óók voor de bibliografen! [E. C.-I.]
2773.- Peter Everaers, Een onbekend item in de Streuvelsbibliografie in De vos ... (cf. nr. 2753), p. 243-256 (noten p. 364-365), ill.
Joh. Enschedé en Zonen maakten in 1926 een letterproef met een fragment van Streuvels' Reinaert de Vos. A. Th. van der Vossen (!, 1893-1963) ontwierp enkele houtsneden. [M. d. S.]
2774.- W.N.Th.M.B. Gielen, Stijn Streuvels en Reinaert de Vos. Overzichtstentoonstelling.- [Hulst: W. Gielen], 1997.- 96 p.: omslag, ill.; 24 cm.- Fl. 20.
Catalogus bij een tentoonstelling in het Museum De Vier Ambachten te Hulst (29 maart - 19 mei 1997). Uitvoerige inleidende opstellen met aandacht voor druk- en illustratiegeschiedenis van Streuvels " Reinaertbewerkingen. Catalogusbeschrijvingen met o.m. details over banden en stofwikkels. Fraaie kleurenplaten. [M. d. S.]
2775.- Erwin Verzandvoort, Reinaertbibliografie van Stijn Streuvels in De vos ... (cf. nr. 2753), p. 281-308.
Uitvoerige beschrijving van de drukken 1907-1973 van Streuvels' Reinaertbewerkingen. [M. d. S.]

Go Top
Archives et bibliothèques de Belgique - Archief- en bibliotheekwezen in België, dl. LXIX (1998), nr. 1-4 pp. 229-289: nrs. 2776-2933.
KRONIEK VAN HET GEDRUKTE BOEK
IN DE NEDERLANDEN TOT 1940

-24-
Afgesloten op 15 november 1998
door
Elly COCKX-INDESTEGE (Brussel)
Pierre DELSAERDT (Leuven)
Marcus de SCHEPPER (BRUSSEL)
Werner WATERSCHOOT (Gent)

Redaktieadres: E. Cockx-Indestege,
Koninklijke Bibliotheek, Keizerlaan 4,
B-1000 Brussel


Na de algemeenheden zijn de notities chronologisch gerangschikt en per thema of onderwerp (in vetjes) volgens een vast schema gegroepeerd: 1. Literatuurbericht en Vakwoordenboeken; 2. Bibliografie (methodologie en repertoria); 3. Drukmateriaal; 4. Zetten en drukken; 5. Drukkers, steden, regio's; 6. Boekillustratie; 7 Boekband; 8. Bibliotheken en Bibliofilie; 9. Boekhandel en Uitgeverij; 10. Onderwerpen.
De lezers van de Kroniek worden er aan herinnerd dat zij de redactie attent kunnen maken op recent verschenen publikaties en haar overdrukken van eigen artikelen kunnen doen toekomen. Een en ander wordt in dank aanvaard.

2776.- ABHB - Annual Bibliography of the History of the printed book and libraries. Volume 26: publications of 1995 and additions from the preceding years. Ed. Department of Special Collections of the Koninklijke Bibliotheek, The Hague and under the auspices of the Committee on Rare and Precious Books and Manuscripts of the International Federation of Library Associations.- Dordrecht ; Boston ; London : Kluwer Academic Publishers, (1998).
2777.- Lexikon des gesamten Buchwesens - LGB2. Hrsg. Severin Corsten [et al.].- Stuttgart: A. Hiersemann.- 1992-1998. Band 4, Lieferung 29-32. Band 5, Lieferung 33-39.
2778.- Nationaal biografisch woordenboek, 15.- Brussel: Paleis der Academiën, 1996.
2779.- Jeanne Blogie, Répertoire des catalogues de ventes de livres imprimés. V Catalogues allemands appartenant à la Bibliothèque royale Albert Ier.- Bruxelles: Libr. Fl. Tulkens, 1997.- vij p., 1158 kol.- (Collection du Centre national de l'archéologie et de l'histoire du livre = Nationaal Centrum voor de archeologie en de geschiedenis van het boek, IV, 5). - BF 6250
Net als de vorige delen (België, Frankrijk, Groot-Brittannië, Nederland - cf. Kroniek 9
nr. 453; 12 nr. 822; 18 nr. 1844) is ook dit repertorium een "Fundgrube " voor de bibliograaf. De Brusselse Koninklijke Bibliotheek bezit ook van Duitse antiquaren duizenden veilings- en prijscatalogi: van 1726 (Neurenberg) tot 1990 voor de veilingcatalogi, van Theodor Ackermann tot "Zum Silbernen Bär ". Het geheel is ontsloten op namen (kol. 919-1149 !) en onderwerpen (van thematische veilingen). Van onschatbare waarde. [M. d. S.]
2780.- Recensions in Archives et Bibliothèques de Belgique = Archief- en Bibliotheekwezen in België, 68, 1997, p. 481-497.
Buiten de rubriek Boekbesprekingen, zijn in de Kroniek van het Archiefwezen dertig publicaties kort besproken. Zij handelen over van alles -boeken, bibliofilie, bibliotheekbouw, Diderot, lectuur, schoolboek en zo voort- alleen niet over archief. Criteria van opname zijn niet meegedeeld. Alle titels zijn exclusief Franstalig; misschien is dat het criterium? [E. C.-I.]
2781.- Guy Biart, Actualités de l'histoire du livre, au Congrès d'Herbeumont in Archives et Bibliothèques de Belgique = Archief- en Bibliotheekwezen in België, 68, 1997, p. 1-6.
In feite is Biarts artikel een woord vooraf tot de handelingen (213 p.) van dit vijfde congres in 1996 georganiseerd door de 'Fédération des cercles d'histoire et d'archéologie de Belgique' waar nu een sectie geheel gewijd is aan de geschiedenis van het boek dit in tegenstelling tot de vorige congressen, Komen 1980, Nijvel 1984, Namen 1988 en Luik 1992. De meeste bijdragen zijn afzonderlijk besproken. [E. C.-I.]
2782.- Karel Porteman, Symbolische boekwetenschap of twee vliegen in één klap. Zevende Bert van Selm-lezing.- Amsterdam: De Buitenkant, 1998.- 36 p.: omslag, ill.; 22 cm.- ISBN 90-70386-98-4. Fl. 19, 50.
De auteur putte voor deze lezing uit één van de embleemhandschriften behorend tot de reeks die door het Brusselse jezuïetencollege jaarlijks werden uitgevoerd: hs. 20.327 van de Koninklijke Bibliotheek te Brussel. Het thema van deze bundel is de pietas en de doctrina, godsvrucht en wetenschap, 'uitgebeeld' in één motief, resp. het kruis en het boek. De afbeeldingen die in verband met het boek staan, hebben voor boekhistorici nog een meerwaarde: de man aan de pers, de boekbinder en zo veel meer.[E. C.-I.]
2783.- W.K. Gnirrep, J.P. Gumbert, J.A. Szirmai, Kneep en binding: een terminologie voor de beschrijving van de constructies van oude boekbanden. Derde ongewijzigde druk met lijst verbeteringen en toevoegingen uit de tweede druk.- Den Haag, Koninklijke Bibliotheek, 1997.- 126, 4 p.: ill.; 30 cm.-ISBN 90-6259-096-9 . Fl. 35.
Cf. Kroniek 18
nr. 1839. Oplage van 500 exemplaren, dit keer gelukkig op mat papier. [E. C.-I.]
2784.- J. Mateboer, Repertorium bijzondere collecties: historische en moderne verzamelingen in universiteitsbibliotheken, de Koninklijke Bibliotheek, de bibliotheek van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en de bibliotheken met wetenschappelijke steunfunctie.- Den Haag: Koninklijke Bibliotheek, 1997.- 360 p.: omslag; 21 cm.- ISBN 90-6259-134-5. Fl. 50.
Fundamenteel repertorium van honderden verzamelingen van 28 Nederlandse instellingen. Een eerste deel omvat beschrijvingen van de instelling en de bijzondere afdelingen met adressen, openingstijden, profielen en zwaartepunten van de bijzondere collecties, en mogelijkheden van ontsluiting. Als tweede deel volgt het eigenlijke repertorium van de bijzondere collecties, ingedeeld volgens de Nederlandse Basisclassificatie (overzicht p. 122-123). Omvang en inhoud van iedere collectie worden vermeld, de periode waaruit het materiaal stamt en gegevens over de verzamelaar. Ten slotte volgt een register dat beide delen gezamenlijk ontsluit. Het werk is een onmisbare gids te midden van soms zeer heterogeen materiaal. De gebruiker dient echter zijn verwachtingspatroon bij te stellen. De beperking tot de 28 instellingen en de in de ondertitel genoemde typen van bibliotheken heeft tot merkwaardige lacunes geleid: kleinere, maar inhoudelijk even belangrijke (heel) oude of gespecialiseerde verzamelingen ontbreken omdat zij een ander 'statuut " hebben. Geen "Librije " dus (Gouda, Zutphen, Enkhuizen), geen "Koninklijk Huisarchief " (en evenmin andere boekencollecties in archieven !), geen musea ( "Hofwijck " bv.), geen "Atlas van Stolk "! Betreurenswaardig is het ontbreken van de belangrijkste collectie op een cruciaal domein: wie "Nederlandse letterkunde " zoekt komt in rubriek 18.12 bij tientallen interessante collecties (p. 211-229!), maar niet bij hét "Letterkundig Museum " (samenwonend met de Koninklijke Bibliotheek, maar 'slechts " een "museum "). De literatuurverwijzingen zijn goed, doch niet altijd up-to-date (niet altijd aangeleverd door de betrokken instelling ?). Zo ontbreekt bv. op p. 156-157 bij de Isaac Vossiuscollectie van de Leidse Universiteitsbibliotheek de recente catalogus van Italiaanse drukken (cf. Kroniek 21
nr. 2377). Dit repertorium hoort in elke referentiecollectie en bij iedere serieuze verzamelaar. [M.d.S. & W.W.]
2785.- Christian F. Verbeke, The appraisal of early books: problem and paradox in Archives et Bibliothèques de Belgique = Archief- en Bibliotheekwezen in België, 68, 1997, p. 195-213, ill.
Badinerende beschouwingen bij de "waarde " van oude drukken, vooral n.a.v. schattingen door "experts ". Nuttig overzicht van juridische (en ethische) aspecten van bepaalde gebruiken bij veilingen (de "ring "). Met een selectieve lijst van publicaties van veilingresultaten, en van prijshandleidingen voor verzamelaars. [M. d. S.]
2786.- Paul Bruyère, Prothèses orthobibliques: trois exemples liégeois de traitement des incomplets in Archives et Bibliothèques de Belgique = Archief- en Bibliotheekwezen in België, 68, 1997, p. 167-174, ill.
Theoretische bijdrage tot het fenomeen van het facsimile in al zijn verschijningsvormen, of De geschiedenis van de restauratie. Zeer lezenswaard. [E. C.-I.]
2787.- Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis 1998.- Leiden: Nederlandse boekhistorische vereniging, 5, 1998.- 209 p.: omslag, ill.; 23 cm.- ISBN 90-75133-05-7; ISSN 1381-0065.
De voor de Kroniek relevante artikels zijn afzonderlijk besproken. Zoals de vorige maal verzorgt M. van Delft 'Publicaties op het terrein van de boekwetenschap 1997' (p. 173-198). Voor de typografische vormgeving tekent weerom Rudo Hartman, Den Haag (cf. jaargangen 3 en 4), alleen met een andere omslagillustratie [E. C.-I.]
2788.- Jaarboek van het Nederlands Genootschap van bibliofielen 1997.- Amsterdam: De Buitenkant, 1998.- 177 p.: facsim., ill.; 22 cm.- ISBN 90-70386-96-8; ISSN 1383-4584.
De voor de Kroniek relevante artikels zijn afzonderlijk besproken. Met dezelfde zorg en volgens dezelfde vormgeving uitgebracht; alleen is het linnen van de band nu bruinoker van kleur. Dat dit jaarboek telkens weer op deze wijze verschijnt, is te danken aan de steun van Isa de la Fontaine Verwey-le Grand. [E. C.-I.]
Zie ook nrs.
2823; 2849; 2911
2789.- Karel Bostoen m.m.v. Maryna Besseling & Jean Jordaan, Voorlopige catalogus van Nederlandstalige drukken tot 1801 in de Universiteitsbibliotheken van Stellenbosch en Potchefstroom.- Leiden: Vakgroep Nederlands, 1998.- xiv, 67 p.; 30 cm.- Fl. 22, 50.
Wegens de culturele verbondenheid van Zuid-Afrika met het Nederlandse taalgebied bevinden er zich in Zuid-Afrikaanse bibliotheken vele Nederlandse drukken. Ontsluiting daarvan is voor beide partijen meer dan zinvol. In deze catalogus zijn de resultaten van een proefproject samengebracht: 356 titels (215 uit Stellenbosch en 141 uit Potchefstroom) zijn beschreven volgens de PICA-regels, d.w.z. met vingerafdruk. Helaas is de collatieformule niet afgedrukt. Door omstandigheden is niet het volledige bezit van beide bibliotheken verwerkt - welke bibliotheek in België kan zomaar al zijn oude drukken in een bepaalde taal tevoorschijn halen ? Exemplaarkenmerken (bv. boekband) zijn niet vermeld, wel zijn de provenancegegevens opgenomen. Er zijn registers van "auteurs, vertalers, editeurs, titels van anonieme werken ", van boekverkopers en drukkers, van plaatsnamen, van provenances en bibliotheeksignaturen. Afgezien van één Brugse druk (Despars 1736), zijn het uitsluitend Noord-Nederlandse drukken - in de lijn van de economische en religieuze (hervormde) contacten. Bij de herkomsten is er een boek uit de verzameling van Victor dela Montagne (nr. 201) en een van de Mechelse Jezuïeten (nr. 16: Bidpai !, later bij J. Vercoullie). Hopelijk wordt het project voortgezet en zelfs uitgebreid naar geheel Zuid-Afrika. Nu al zijn er drukken beschreven die niet in de door de STCN bewerkte Nederlandse collecties voorkomen ! -[M. d. S.]
2790.- John A. Lane, Mathieu Lommen, Johan de Zoete, Dutch typefounders' specimens from the library of the KVB and other collections in the Amsterdam University Library with histories of the firms represented = Letterproeven van Nederlandse gieterijen uit de bibliotheek van de KVB en andere verzamelingen in de Universiteitsbibliotheek Amsterdam met geschiedenissen van de firma's.- Amsterdam: De Buitenkant ; Nieuwkoop: De Graaf Publishers, 1998.- 350 p.: omslag, ill.; 26 cm.- (Catalogus van de bibliotheek van de KVB, Koninklijke Vereeniging ter bevordering van de belangen des Boekhandels te Amsterdam, 11).- ISBN 90-70386-94-1. Fl. 195.
Exemplarisch opgezette en uitgevoerde publicatie, resultaat van een door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen bezoldigd project. De bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam is de behoedster van een ongemeen belangrijke verzameling letterspecimina, vooral sedert 1958 toen de collectie van de Koninklijke Vereeniging ter bevordering van de belangen des Boekhandels te Amsterdam (KVB), door Frederik Muller in 1845 opgericht, onderdak in de UB vond. Tot en met de jongste evolutie op het gebied van letterontwerpen en -zetten is hier vertegenwoordigd.
Het boek valt in drie delen uiteen: inleidende teksten (p. 7-47), catalogusgedeelte (p. 51-298), afsluitend deel (p. 299-350). In het eerste gedeelte handelen de auteurs over geschiedenis, vormen en gebruik van letterspecimina waarbij wij niet uit het oog mogen verliezen dat het gaat om specimina van lettergieterijen en niet van drukkerijen. Omstreeks 1500 gaan de functies van stempelsnijden, lettergieten en drukken -tot dan toe doorgaans onder één dak- zich differentiëren tot op het ogenblik dat loodzetten, filmzetten en digitaalzetten in de plaats kwam. Vorm en functie van de specimina zijn doorgaans de oorzaak van de grote zeldzaamheid heden ten dage. Toch zijn belangrijke collecties bewaard (bv. Enschedé, de grootste in Nederland). Te vergelijken met de 'Vereeniging' in Nederland zijn o.m. de bibliotheek van het Börsenverein en de St. Bride Printing Library. Vervolgens gaan de auteurs wat dieper in op de collectie in de UB Amsterdam. Hierbij wordt de rol benadrukt van Herman de la Fontaine Verwey, Wytze Hellinga en Willem Ovink en duidelijk gesteld wie zich reeds eerder met letterspecimina van gieterijen hebben beziggehouden. Twee stambomen brengen wat meer klaarheid in de relaties tusen de grote families Enschedé en Tetterode. Een afzonderlijk hoofdstuk is gewijd aan de geschiedenis van de Lettergieterij 'Amsterdam' voorheen N. Tetterode (1851-1988) met haar filialen in Brussel en Parijs. Klinkende namen als De Roos, Dooijes en Ovink werkten voor de firma. De auteurs, waartoe eigenlijk ook die van het eerste uur, Marja Keyser, moet worden gerekend, zijn niet over één nacht ijs gegaan. Een moeilijker materie om te catalogiseren als daar zijn letterspecimina, bestaat nauwelijks. Het inleidend hoofdstuk getiteld 'The making of the catalogue' is veel meer dan een leidraad; elke catalograaf / bibliograaf kan zijn voordeel doen bij de uitvoerige bespreking van de regels, tot en met de problemen bij collatieformules (zo hanteren de auteurs terecht de term 'enkelbladen' wat niet de helft van een dubbelblad betekent) en opgave van editie- of exemplaarkenmerken (zo kan een oorspronkelijk omslag door de uitgever zijn bezorgd). Het probleem van de bewerking stelde zich op acute wijze toen in 1971 de grote collectie Tetterode werd verworven en die voor de onderzoeker toegankelijk moest gemaakt worden. Bovendien was men middelerwijl in het tijdperk van de computer gestapt. Een en ander betekent dat men (vijfentwintig jaar later) gekozen heeft voor een geautomatiseerd catalogiseren met parallelle ontsluiting met dien verstande dat de gedrukte catalogus beperkt is tot de specimina van de lettergieters in Nederland. In beginsel zijn de algemeen geldende catalogiseringsregels gevolgd - compromissen niet te na gesproken. Dit houdt o.m. in dat de annotaties in het Nederlands zijn gegeven (terwijl de voertaal van het boek het Engels is); men is immers uitgegaan van de geautomatiseerde catalogus (in PICA) om de gedrukte catalogus te produceren. Dat deze laatste operatie, nl. de conversie van het titelbestand uit de gegevensbank naar een gedrukt boek, 'far from automatic' is verlopen, is mij inmiddels ook al duidelijk geworden!
Het catalogusgedeelte is in chronologische orde. Hij begint dus met de Hongaar Nikolaas Kis (1684-1689) die enkele jaren in Amsterdam heeft gewerkt, en sluit af met Mark van Wageningen (geb. 1969). Een historiek gaat de beschrijvingen van de letterproeven vooraf. De nummering is doorlopend: 1840 nummers. Daarbij sluit een Appendix aan van fotokopies in de collectie van het Museum Enschedé, om de enkele leemten in de verzameling van de UB Amsterdam te vullen: nummers 1841-1852.
Het boek wordt afgerond met een hele sliert registers: een chronologisch register op elk specimen, een register op letterontwerpers, een op drukkers (voorzover het specimen niet in eigen huis is gedrukt), op bezitters (in beginsel tot 1850), op binders, op watermerken (tot 1850), op drukkerscodes (20ste eeuw). Volgt een concordantie met de Typefoundries van C. Enschedé in de Engelse vertaling van Harry Carter (Haarlem 1978) en waarin Lotte Hellinga een nummer aan alle specimina heeft toegekend. Verder is er een register op lettertypen en op categorieën zoals cijfers en tekens, lijnen, ornamenten, prijscouranten enz., een titelregister en tenslotte een namenregister. Dit is niet te veel van het goede: aan alles wat je verwacht, is gedacht. Uiteraard ook aan de vormgeving van dit prachtige boek: vormgever en zetter Sander Pinkse, typografisch adviseur Gerard Unger, ontwerper van stofwikkel en schutbladen Piet Gerards hebben samen met drukker Jan de Jong, binderij Van Waarden en uitgever De Buitenkant voor dit volmaakt mooie boek gezorgd. [E. C.-I.]
2791.- Fernand Baudin, From Paillasson to Noordzij in Quaerendo, 28, 1998, p. 21-40, ill.
Deze bijdrage behandelt het eigenhandige, op school geleerde schrift in de ogen van schrijfleraars, opvoedkundigen en letterontwerpers. Charles Paillasson, gezworen schriftmeester, prees in 1760 de 'bâtardes coulées' als schrift voor de hogere standen aan. Een generatie later klaagde Saintomer over het verval van het schrift ten gevolge van het misprijzen voor de schoolmeesters en hun kunst. Pierre-Simon Fournier le Jeune had enkel oog voor typografie, niet voor schrijfkunst. In de twintigste eeuw werd Edward Johnston de grote autoriteit van een kalligrafisch revival. In de huidige praktijk mist de auteur samenhang, ondanks het succes van Gerrit Noordzij's experiment in één school. [W.W.]
2792.- Hans van de Kamp, Een snelweg van papier: vijf eeuwen drukkunst. Tentoonstelling in het kader van Fryslân 500 Museum 't Coopmanshûs Franeker 16 mei t/m 5 juli 1998.- Franeker: Museum 't Coopmanshûs, 1998.- 40 p.: omslag, ill., facsim.; 24 cm.
Dit overzicht in vogelvlucht van hoe een boek wordt gemaakt en de geschiedenis daarvan, beoogt een lekenpubliek. Dit verklaart de bevattelijke taal waarin het gesteld is. Toch mag dit geen excuus zijn om de juiste term niet te gebruiken (kraspen i.p.v. etsnaald bv.). Verdeeld over iets minder dan twintig paragrafen, zijn er vier expliciet aan Friesland gewijd: 'Dominantie van de Franeker drukkers in Friesland tot ongeveer 1625', 'Het drukkersvak in Friesland tijdens de zeventiende en de achttiende eeuw', 'Drukwerk in Friesland na 1800' en 'De herleving van het Fries als schrijf- en cultuurtaal na 1770'. Voor het overige is waar mogelijk steeds de relatie met Friesland gelegd. Opgevat als begeleiding bij een tentoonstelling, is het boekje met veel zorg gedrukt en met goed gekozen afbeeldingen geïllustreerd. Een korte, oriënterende literatuurlijst had niet misstaan. [E. C.-I.]
2793.- Jos M.M. Hermans, Zwischen Humanismus und Religion: Aspekte des Frühdrucks in der IJsselgegend bis etwa 1525 in Humansistische Buchkultur: Deutsch-Niederländische Kontakte im Spätmittelalter (1450-1520).- Münster: Zentrum für Niederlande-Studien; Hamburg: Lit, 1997, p. 98-120, ill. (Niederlande-Studien, 14).
De bundel is de neerslag van een 'Arbeitsgespräch' in Wolfenbüttel (lente 1992) over 'Buchkultur in einem Land ohne Grenzen: Deutsch-Niederländische Kontakte im Spätmittelalter (ca. 1450-1520)'. Het bestreken gebied is Oostelijk Nederland, Oost-Friesland en Westfalen, de invalshoek mideleeuwen en humanisme, het onderwerp handschrift en druk.
Vooral twee bijdragen hebben betrekking op het gedrukte boek. J. Hermans illustreert dit aan de hand van een aantal voorbeelden -drukken van Richard Pafraet, Jacobus de Breda- waarbij zowel het druktechnische als het inhoudelijke aspect belicht worden. In een studie van Robert Peters en Eva Schütz over Deventer drukken ontmaskeren zij de onbekende auteur van de Deventer Endechrist. [E. C.-I.]
2794.- Marika Keblusek, Het heele Land in "t klein. Boeken over Den Haag 1600-1800.- Den Haag: Koninklijke Bibliotheek, 1998. - 71 p.: ill.; 21 cm.- (Tentoonstellingscatalogi en -brochures van de Koninklijke Bibliotheek, 57).- ISBN 90-6259-136-1. Fl. 20.
T.g.v. 750 jaar Den Haag toonde de (Haagse) Koninklijke bibliotheek 200 drukken die voor het grootste gedeelte werden geschreven en gedrukt in Den Haag zelf. De catalogus is thematisch geordend ( "Oranjestad ", "hoofdstad ", dagelijks leven, kermis, nieuws enz.). Ook zijn de boeken kort inhoudelijk beschreven. Een synthese-met-plaatjes van Kebluseks proefschrift Boeken in de hofstad (Kroniek 23
nr. 2716). [M. d. S.]
2795.- Johan Buyck, Andries Benoit Steven, de eerste Tieltse drukker; aanvullende biografische en bibliografische gegevens.- Tielt: Johan Buyck, 1997.- 38 p.: 9 bijlagen [= ill.]; 30 cm.
Bedoeld als aanvulling op V. Arickxs bijdrage 'De Tieltse drukker-uitgevers Stéven, Michiels, Horta, Lannoo (1791-1929)' in De Roede van Tielt, 27, 1996, 2 p. 42-108 (cf. ook in De Vlaamse Stam, 32, 1996, p. 1-41). Bijzonderheden over Andries Benoit (17??-1812), van 1786 tot 1791 boekbinder en boekverkoper, van 1791 tot 1794 boekdrukker en boekverkoper, tussen 1794 en 1812 actief te Gent als uitgever van kranten en drukker van administratief drukwerk. De weduw en de zoon zetten de zaak verder tot in 1819, waarna de zoon, Andries Benoit II, in 1820 de leiding van de drukkerij overnam. Titels van publicaties en enkele reproducties (bijlagen). Hoofdbron is het stadsarchief Tielt. [E. C.-I.]
Zie ook nr.
3039
2796.- Livres d'images, images du livre: l'illustration du livre de 1501 à 1831 dans les collections de l'Université de Liège. (Edité à l'occasion de l'exposition, organisée au Musée de l'art wallon du 7 mai au 30 mai 1998).- Bruxelles: Crédit communal, 1998.- 143 p.: omslag, ill.; 30 cm.- ISBN 2-87193-255-7.
Derde luik over het geïllustreerde boek in de Luikse UB, waarvan de eerste tentoonstelling aan handschriften was gewijd, de tweede aan incunabelen (cf. Kroniek 19
nr. 2069).
De catalogus beschrijft negentig documenten, in acht rubrieken geordend: het gewijde (in de brede zin van het woord: van burijngravures Apollo voorstellend tot de marteling van de heilige Lambertus); de wijsheid (o.m. moraal, embleemboeken); de wereld en de natuur; het lichaam; kunsten en ambachten; geschiedenis; schone letteren; Luik in de tijd van de Verlichting. Tot slot is een apart hoofdstuk gewijd aan de graveertechnieken in de Moderne tijden. Begrijpelijkerwijs is er veel platenmateriaal bij: prentenreeksen, al dan niet als boek gebonden. Waar het echte boeken betreft ontbreken aanduidingen over band en herkomst gelukkig niet, terwijl de commentaar, hier 'description' geheten (!), niet tot twee regels beperkt is. Deze publicatie is duidelijk ook voor een ruim geïnteresseerd publiek bestemd; er zijn geen kosten gespaard om er een aantrekkelijk, overvloedig geïllustreerd (verschillende kleurreproducties) boek van te maken. [E. C.-I.]
2797.- Jan van der Stock, Printing images in Antwerp: the introduction of printmaking in a city, fifteenth century to 1585.- Rotterdam: Sound & Vision Interactive Rotterdam, 1998.- 508 p.: ill.; 25 cm.- (Studies in prints and printmaking, 2).- ISBN 90-75607-13-x. Fl. 350
Kort signalement van een zopas verschenen proefschrift, opgebouwd rond de vragen: Hoe komt het dat Antwerpen een van de belangrijste productiecentra is geworden van het gedrukte beeld in de tweede helft van de zestiende eeuw, en hoe gebeurde dit? Hoe functioneerde dit gedrukte beeld in de stedelijke maatschappij? Het boek is ingedeeld in vier hoofdstuken: Het Sint-Lucasgilde en de drukker/uitgevers te Antwerpen (1442-1558), Vroege prentmakers te Antwerpen, De markt voor goedkoop gedrukt beeldmateriaal in de stad, Uitgevers van prenten en hun strategie. In omvangrijke appendices zijn documenten gepubliceerd i.v.m. de prenthandel, prijzen van goedkopen prenten, de geschiedenis van de prentproductie in de Zuidelijke Nederlanden.
Een uitgebreide bespreking volgt later in dit of een ander boekhistorisch tijdschrift. [E. C.-I.]
2798.- Ergänzungen und Korrekturen zu Schwenke/Schunke, Kyriss bei Schunke-Schwenke: Ein Index von Michael Laird ergänzt durch Paul Needham und Konrad von Rabenau; Nachtrag zu Schwenke/Schunke Bd. 2 in Einbandforschung: Informationsblatt des Arbeitskreises für die Erfassung und Erschliessung historischer Bucheinbände (AEB), 2, 1998, p. 10-20, 21-27; 3, 1998, p. 13-24, ill.
Een 'Redaktioneller Hinweis' van het bureau te Berlijn verduidelijkt de context waarin een en ander is ontstaan.
(Cf. Kroniek 22
nr. 2448). Aan de 'Nachtrag' hebben meer personen bijgedragen. Met afbeeldingen van wrijfsels. [E. C.-I.]
Zie ook nrs. 2942; 2943
2799.- Ergänzungen und Korrekturen zu Haebler/Schunke in Einbandforschung: Informationsblatt des Arbeitskreises für die Erfassung und Erschliessung historischer Bucheinbände (AEB), 2, 1998, p. 27-37; 3, 1998, p. 24-38, ill.
Met afbeeldingen van wrijfsels. [E. C.-I.]
Zie ook nrs.
2942; 2943
2800.- Paul Needham, The Antwerp Bindery of Cambridge in Mélanges d'histoire de la reliure ... (cf. nr. 2803), p. 73-85, ill.
De naam berust op één van de stempels door dit atelier gebruikt, en wel een rond stempel met het wapen van Antwerpen (de naamgever was J.B. Oldham, de localisering is eveneens van hem). Het onderzoek van verschillende boekbandhistorici deze eeuw over de gotische blindstempelband in Engeland, heeft de weg geëffend tot het samenstellen van een 'Corpus of English Stamped Gothic Bookbindings', voorlopig zonder einddatum. Meer dan drie dozijn binderijen zijn nu bekend, alle in Londen, Oxford en Cambridge. N prefereert de meestal anonieme ateliers te benamen als 'Binderij van ...' in plaats van 'Binder van...'; de localisatie ervan is een belangrijk gegeven in verband met de boekhandel. De bloei van de bindkunst in het laatste kwart van de vijftiende eeuw (en dit niet alleen in Engeland) heeft alles te maken met het veel grotere aantal boeken dat geproduceerd wordt; die komen van het vasteland want de drukkunst in Engeland komt maar schoorvoetend op gang. Daarom is de inhoud van de Engelse banden van primordiaal belang waarbij het begrip van 'multi-volume sets', 'Sammelband' of verzamelband essentieel is en formaat en aantal vellen in elke druk wordt nagegaan. Bij wijze van proef heeft N een census (24 banden, 35 titels) samengesteld van het thans bekende werk van de 'Antwerp Bindery' en die getoetst aan de census door J.B. Oldham in 1954 opgesteld. In tegenstelling tot Pollard en Foot bevestigt N aan de hand van nieuwe provenancegegevens Oldhams bewering dat het atelier in Cambridge gevestigd was; het zal van ca. 1485 tot 1497 hebben gewerkt. Methodologische studie die van algemener belang is dan enkel i.v.m. de speciefieke bijderij uit Cambridge. [E. C.-I.]
2801.- Claude Sorgeloos, Quatre siècles de reliure en Belgique 1500 - 1900. III. Préface de Michel Wittock.- Bruxelles: Eric Speeckaert, 1998.- 430 p.: omslag, ill.; 30 cm.
Voor de derde maal organiseert de Brusselse antiquaar Eric Speeckaert een tentoonstelling van Belgische boekbanden in de Bibliotheca Wittockiana te Brussel van 26 september 1998 tot 9 januari 1999. De catalogus, in een oplage van 1.000 exemplaren, bevat afbeelding en beschrijving van 190 banden. De verzameling vormt een complement op de twee voorgaande; er zitten geen 'doubletten' bij. De twee vorige catalogi dateren resp. van 1989 en 1993 (cf. Kroniek 15
nr. 1327, 19 nr. 2033); beide verzamelingen hebben elk in hun geheel een onderkomen gevonden, resp. in een privécollectie in het Brugse en in de Koninklijke Bibliotheek Brussel. [E. C.-I.]
2802.- Claude Sorgeloos, Les Deflinne: quatre générations de libraires et relieurs à Tournai aux XVIIIe et XIXe siècles.- Bruxelles: Bibliotheca Wittockiana, 1997.- 625 p.: ill.; 30 cm.- (Studia Bibliothecae Wittockianae, 5). BF 6.800.
In de statige reeks van de Bibliotheca Wittockiana verscheen einde 1997 een indrukwekkende monografie over dit Doornikse geslacht van boekhandelaars en binders. De tentoonstelling die naar aanleiding daarvan in genoemde instelling werd georganiseerd had al een uitgebreide catalogus gekregen (zie Kroniek 23
nr. 2656) die hier trouwens is hernomen. Maar daaraan vooraf gaat een uitgebreide historische studie (over de 200 bladzijden) waarin Sorgeloos zich als een all round historicus èn bandendeskundige doet kennen. Eerst schetst hij het milieu waarin drukkers, boekhandelaars en boekbinders tijdens de achttiende eeuw in Doornik bedrijvig waren, en hangt een portret op van de boekhandelaars Jacques-Thomas Deflinne, diens weduwe en Jean-Baptiste. Daarop volgt de hoofdbrok: het bindersatelier in de achttiende eeuw. Opdrachtgevers of afnemers van banden waren er vanzelfsprekend te Doornik, maar ook te Antwerpen (De Moretussen en andere) en te Brussel (de graaf van Calenberg). Uitgebreid aandacht wordt besteed aan het bindwerk dat van het atelier uitgaat, en aan een groep Doornikse banden die niet met zekerheid toe te schrijven zijn. In hoeverre is het atelier oorspronkelijk, vernieuwend? Verder komen de weduwe Jean-Baptiste Deflinne, Jean-Baptiste-Joseph en Barthélemy-Léopold aan bod. Met de zoon van deze laatste wordt na 1830 het einde van een zeer productief en voorspoedig tijdperk ingeluid. In zeven bijlagen volgen de uitgave van talrijke brieven, de catalogus van bij de 150 banden; verder een lijst van archiefdocumenten (die eveneens tentoongesteld waren), de lijst hiervan per depot, de geciteerde literatuur en verschillende registers.
Er was wel een en ander over de Deflinnes bekend: Hector De Backer vanaf 1912 en Hector Dubois d'Enghien in 1954 hebben de aandacht op de binders Deflinne gevestigd, vnl. op Barthélemy-Léopold, binder van het Hof van Willem I van Nederland. Dit laatste verklaart meteen de aanwezigheid van veel banden van deze binder in de Haagse KB en de aandacht die daar in recente jaren door Jan Storm van Leeuwen is besteed. Een van de oorzaken van de gebrekkige kennis over de Deflinnes was ontegensprekelijk de omstandigheid dat zij niet hebben gedrukt en dus niet door bibliografen waren 'ontdekt'. Het archief van de familie zelf bestaat niet meer terwijl archief van boekhandelaars niet of onvoldoende aanwezig is en het archief van de stad Doornik in 1940 is vernietigd. Hoofdbronnen zijn brieven en rekeningen van de kapittelbibliotheek van Doornik en uiteraard de banden zelf en stempelmateriaal. De tentoonstelling was bijzonder aantrekkelijk, dit boek is zeer rijk aan inhoud en brengt -dit is al gebleken- veel nieuwe gegevens. Dit is royaal uitgevoerd, op mooi getint misschien iets te zwaar papier in Rome gedrukt en in zwartolijfkleurig linnen gebonden. [E. C.-I.]
2803.- Mélanges d'histoire de la reliure offerts à Georges Colin. ed. Claude Sorgeloos.- Bruxelles: Libr. Fl. Tulkens, 1998.- 281 p.: front., portr., ill.; 25 cm.- BF
Zeer smaakvol uitgegeven bundel opstellen, een hommage aan de bandenkenner en voormalig conservator van de afdeling Kostbare Werken in de KB Brussel. De tekst is gezet uit de DTL Albertina van Chris Brand, letter die dateert uit de jaren 60 en nu gedigitaliseerd is door de 'Dutch Type Library'; de typografie is van Antoon de Vylder, Diamantpers, Zandhoven; de naturel linnen band is van Sepeli te Evergem.
Het woord vooraf is van Pierre Cockshaw. Jeanne Blogie heeft de Bibliographie des travaux de Georges Colin (p. 9-30) voor haar rekening genomen. 147 nummers zijn over vier rubrieken verdeeld: boeken, artikelen, medewerking aan tentoonstellingscatalogi, boekbesprekingen. Een aantal bijdragen komt afzonderlijk aan de orde, maar hier zijn de namen vermeld van de andere auteurs: Jean Vézin, Louis Duval-Arnould, Carmelia Opsomer, Denise Gid et Jean-François Genest, Marie-Pierre Laffitte, Anthony Hobson, Frederick B. Adams, Michel Wittock, Konrad von Rabenau, Sten S. Lindberg, Nicolas Barker, Giles Barber, August Kulche, Pierre-Jean Foulon, Fernand Baudin. Tekstbezorger Sorgeloos heeft een register van de binderijen en de binders samengesteld en een algemeen register van persoons- en plaatsnamen. [E. C.-I.]
Zie ook nrs.
2800; 2850; 2861; 2862; 2881; 2905; 2912
2804.- Ludo Vandamme, Boeken bij de Brugse kartuizers in Bernadette Roose, De Brugse kartuizen 14de - 18de eeuw. Dossier bij de gelijknamige tentoonstelling in het Rijksarchief te Brugge 14 november 1996 - 20 december 1996.- Brussel: Algemeen Rijksarchief, 1996, p. 52-59.
Ook al zijn het vijgen na Pasen, dit uitstekend artikel mag niet onvermeld blijven. Genadedal, gesticht in 1318 te Sint-Kruis en Sint-Anna-ter-Woestine in 1348 te Sint-Andries, beide vlak bij Brugge gelegen, konden al spoedig rekenen op steun zowel van kloosters als van wereldlijke instanties. Worden besproken de bewaarde handschriften, de schrijf- en bindactiviteit, en de aanwezigheid van grote aantallen gedrukte boeken waaronder veel uit de zeventiende eeuw (contrareformatie). Dit blijkt uit de boekenlijst van 1783, jaar waarin Jozef II de kloosters ophief. Twee jaar later werd de verzameling door Joseph van Praet te Brugge openbaar verkocht. Echter, handschriften en incunabelen maakten daar geen deel van uit; die waren terecht gekomen in de Heraldische Kamer, maar vonden uiteindelijk een bestemming in de huidige Österreichische Nationalbibliothek. [E. C.-I.]
2805.- H.J. Nalis, Deventer Stadsbibliotheek vierhonderd jaar geleden ingericht. J.W. Bloemink, Twee instellingen van de moderne devotie: het Rijks Fraterhuis en het Lamme van Diesehuis in Deventer Jaarboek 1997, p. 22-40, 41-60, ill.
Het geboortejaar van de stadsbibliotheek in Deventer is, erg vroeg, 1560; in dat jaar immers kocht de stad de bibliotheek van de overleden pastoor Johannes Phoconius, die reformatorische gedachten niet ongenegen was, terwijl zijn boeken overwegend orthodox waren. Nalis gaat voor dit al langer vaststaand gegeven op zoek naar de drijfveren die tot deze aankoop en de oprichting van een stadsbibliotheek hebben geleid. Eerst en vooral wordt dieper ingegaan op de komst van de nieuwe lutherse leer in de IJsselstad, die zelfs in het Heer Florenshuis binnendrong. Met de wederdopers verliep het minder vredig zodat het stadsbestuur genoopt werd steeds strenger op te treden. Het in 1559 nieuw opgerichte bisdom Deventer kon het tij niet doen keren. Toch blijft het moeilijk een uitspraak te doen wat betreft de gezindheid van de stad op het ogenblik van de aankoop van Phoconius' boekenbezit. De bewaard gebleven catalogus vermag er enig licht op te werpen. In 1569 werden zijn boeken met de bibliotheek van het Heer Florenshuis verenigd. In 1578 viel de stad en werd staats (in '91 definitief); kort daarna gingen de calvinisten over tot de oprichting van een bibliotheek (officieel in 1597): de boeken uit het fraterhuis zouden naar een andere plek worden overgebracht. Al spoedig volgden aankopen die niet alle betrekking hadden op geestelijke literatuur ten behoeve van de predikanten. Vanaf de oprichting, in 1630, van het Athenaeum illustre, instelling voor hoger onderwijs, zou de collectie fungeren als bibliotheek van het Athenaeum, waardoor het karakter wijzigde.
N heeft met deze brok geschiedenis duidelijk gemaakt dat de stad van meetafaan eigenaar was van de bibliotheek, maar dat de doelstellingen van een stadsbibliotheek slechts later werden gehonoreerd.
Aansluitend heeft Bloemink het hoofdzakelijk over de inrichting van de bibliotheek in de voormalige kapel van het Rijke Fraterhuis (1597): het gebouw en de boekenkasten. Een reconstructie op papier op grond van rekeningposten. [E. C.-I.]
2806.- Verzamelaars en verzamelingen Koninklijke Bibliotheek 1798-1998.(Red. Marieke van Delft ... [et al.]).- Zwolle: Waanders, 1998.- 232 p.: ill.; 30 cm.- ISBN 90-400-9206-0. Fl. 45 (gen.) 65 (geb.).
Het wonderbaarlijk alfabet. Bijschriftenboekje bij de tentoonstelling t.g.v. 200 jaar Koninklijke Bibliotheek in de Nieuwe Kerk te Amsterdam van 19 augustus tot en met 18 oktober 1998.- [Den Haag: Koninklijke Bibliotheek, 1998].- 125 p.: ill.; 15 cm.
T.g.v. het tweehonderdjarig bestaan van de Haagse Koninklijke Bibliotheek verschenen twee uiterst informatieve publicaties: een geschiedenis van de Koninklijke Bibliotheek als culturele instelling (Kroniek
nr. 2807) en een schitterend geïllustreerd boek over de grote(re) collecties die in de KB hun bestemming hebben gevonden. Vijftig verzamelaars en verzamelingen zijn erin gepresenteerd, verdeeld over zes rubrieken: (1) vorsten (de Oranje-Nassaubibliotheken); (2) regenten, magistraten, politici en ambtenaren (o.a. Gérard, Lupus, Groen van Prinsterer); (3) geleerden en liefhebbers (o.a. Van der Linde, Acquoy, Boekenoogen); (4) letterkundigen, schrijvers, kunstenaars en activisten (o.a. Toorop, Kloos, Marsman); (5) bankiers, zakenlieden, directeuren en boekhandelaars (bv. Mensing, Scheurleer, Radermacher Schorer); (6) instellingen, stichtingen, kerken en verenigingen (bv. Librije van Edam, Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Boek en Jeugd). Voor de "Belgische " bibliotheekgeschiedenis zijn m.n. de artikels van Anne Korteweg over G.J. Gérard (1734-1814) en J.D. Lupus (overl. 1822) van betekenis. De talrijke noten in dit boek maken verder onderzoek mogelijk. Van bijzonder nut is de Lijst collecties 1798-1998 door Marieke van Delft: chronologisch geordend zijn alle verworven collecties (= reeks boeken over één onderwerp, of (deel van de) bibliotheek van één persoon of instelling) vermeld (p. 211-217). De talrijke illustraties nodigen evenzeer uit tot kijken, lezen en ontdekken. Een heerlijk boek! Een ruime selectie uit al dit fraais was te zien tijdens de jubileumtentoonstelling in de Nieuwe Kerk te Amsterdam. In Het wonderbaarlijk alfabet zijn de bijschriften ervan gebundeld (maar zonder plaatskenmerken van de getoonde exemplaren).
Wie nog meer van dergelijke schitterende overzichten wil zij hier terloops geattendeerd op de superbe catalogus Des livres rares depuis l'invention de l'imprimerie. Sous la direction de Antoine Coron. Paris: Bibliothèque nationale de France, 1998, 303 p., ill. ISBN 2-7177-2044-8. FF 290. [M. d. S.]
Zie ook nrs. 2807; 3085
2807.- P.W. Klein & M.A.V. Klein-Meijer, De wereld van de Koninklijke Bibliotheek 1798-1998. Van statelijke institutie tot culturele onderneming.- Amsterdam: G.A. van Oorschot, 1998.- 467 p.: ill.; 24 cm.- ISBN 90-282-0917-4 (slechts op stofwikkel vermeld!).- Fl. 75.
Geschiedkundige overzichten van bibliotheken zijn haast steeds "van binnenuit " geschreven: door de directeur of één (of enkele) eminente aan het huis verbonden wetenschapper(s). De nieuwe geschiedenis van de "KB " wijkt o.m. daarin af van de oude (L. Brummel, Geschiedenis der Koninklijke Bibliotheek, Leiden 1939) dat ze door "buitenstaanders " - in casu twee externe historici is geschreven. Dat heeft uiteraard tot gevolg dat niet de collecties en hun directe beheerders als invalshoek hebben gediend - men leze daarvoor Verzamelaars en verzamelingen (Kroniek
nr. 2806). Wel is uitgegaan van de economische, sociale, culturele en technologische evolutie van de late achttiende eeuw tot de beginnende eenentwintigste eeuw: de cultureel-maatschappelijke context dus. Het resultaat is veel meer dan een "institutionele " geschiedenis: de bibliotheek stond (staat) niet los van de (inter)nationale context. Wie begint te lezen wordt meegenomen naar de intellectuele horizon van de feitelijke stichter, Johan Meerman. De bibliotheek die hij oprichtte biedt dan een spiegel van twee eeuwen Nederlandse geschiedenis. Het beeld in deze spiegel is helder en sierlijk weergegeven: een uitstekend geschreven lees-boek, aangevuld met enkele welgekozen illustraties, talloze nuttige noten, een literatuurlijst, registers van personen en instellingen, en van onderwerpen, evenals een handig chronologisch overzicht: "de KB in jaartallen ". Dat alles in een sobere, zeer verzorgde vormgeving. Voorbeeldig ! [M. d. S.]
Zie ook nrs. 2812; 2806; 3085
2808.- Dirk de Vries, "Het kostte mij ... ": 25 jaar aanwinsten van de Collectie Bodel Nijenhuis. Catalogus bij een tentoonstelling van oude atlassen, kaarten en prenten in de Leidse Universiteitsbibliotheek van 21 februari tot 9 april 1998.- Leiden: Bibliotheek der Rijksuniversiteit Leiden, 1998. - 61 p.: ill.; 21 cm.- (Kleine publicaties van de Leidse Universiteitsbibliotheek, 28).
De verzameling kaarten en kaartboeken van J.T. Bodel Nijenhuis (1797-1872) was een der grote legaten aan de Leidse UB. Slechts honderd jaar later had men voldoende inzicht in de verzameling gekregen. Een kwarteeuw dan werden de hiaten in de collectie aangevuld: zakatlassen, schoolatlassen én bog meer "unica ". De belangrijkste aanwinsten zijn in deze tentoonstellingscatalogus beschreven en mede daardoor "verantwoord ". Een benijdenswaardige collectie ! [M. d. S.]
2809.- Herwig J.F. Ooms, Bibliotheken van voormalige minderbroederskloosters in Franciscana, 53, 1998, p. 35-48.
Van het klooster te Sint-Niklaas, gesticht door de uitgedreven paters van Hulst in 1648, bestaat een handgeschreven catalogus van de bibliotheek uit 1808, bewaard in het Provinciaal Archief van het Instituut voor Franciscaanse geschiedenis te Sint-Truiden. Uit 1668 dateert een register door Bonaventura Gheysen (1616-1673), gardiaan van het klooster in Duinkerke, waarin allerlei bijzonderheden over dit klooster staan, o.m. betreffende de bibliotheek: een eerste inventaris dateert van 1656; een tweede korte lijst, door pater Cyriel van Thienen dateert van 1663. O geeft voor elke bibliotheek per rubriek een overzicht van de inhoud. [E. C.-I.]
2810.- La bibliothèque de l'Université de Mons-Hainaut 1797-1997. Ed. Marie-Thérèse Isaac.- Mons: Université de Mons-Hainaut, 1997.- 253 p.: ill.; 32 cm.- ISBN 2-87325-007-0. BF 1.200
Bergen (Hg.) bezit een der boeiendste bewaarbibliotheken in Franstalig België. Enkele bibliofielen kennen wellicht het voor België unieke exemplaar van de 42-regelige Gutenbergbijbel (een, helaas niet geheel volledig, Oud Testament); weinigen echter weten dat er ook nog een los blad berust van de allerzeldzaamste uitvoering van dit meesterwerk: op perkament. het tweehonderdjarig bestaan van de openbare verzameling van Bergen was de aanleiding tot een verzamelbundel waarin de geschiedenis van de instelling, haar zwaartepunten en enkele topstukken worden beschreven. Bij de Franse bezetting in 1795 werden de lokale, meest religieuze, collecties na de haast obligate plundering samengevoegd in de nieuw opgerichte "Ecole centrale " van het "Département de Jemappes ", onder het beheer van Philibert Delmotte (1745-1824). In 1802 kwam de bibliotheek in het bezit van de stad. Als openbare bibliotheek was ze studie- en uitleenbibliotheek voor de burgerij. De belangrijkste aanwinst uit haar geschiedenis kwam er in 1934: de ongelooflijk rijke verzameling (meer dan 100 incunabelen, waaronder de reeds vermelde Gutenberg !) van kanunnik Edmond-Félix Puissant (1860-1934). in 1966 werd de bewaarcollectie overgedragen aan het pas opgerichte "Centre Universitaire de Mons " (later de "Université de Mons-Hainaut ").
Na de rijke handschriftenverzameling (waarvan vier uitzonderlijke specimina zijn besproken door P. Cockshaw) komen de oude drukken aan bod: (1) bijbels (met de schitterende rij Gutenberg - Plantijn - "Le Nouveau Testament de Mons " - The British and Foreign Bible Society in vele talen); (2) werken gedrukt te Bergen (Rutger Velpius, François Waudré enz.); (3) lokale geschiedenis; (4) wetenschappen: planten- en dierenboeken, mineralogie, (al)chemie, geneeskunde (Vesalius, A. Paré), wiskunde (Stevin), kartografie (Mercator, Ortelius); (5) reisverhalen (van Jeruzalem tot Australië); (6) L'Encyclopédie; (7) muziek (Lassus!); (8) boekbanden (zeer goed overzicht door C. Sorgeloos, kenner van de Henegouwse bibliofilie); (9) "iconografie " (grafiek enz.).
Een geslaagd initiatief dat hopelijk meer onderzoekers naar de vele bekende en nog meer onbekende schatten zal leiden. De teksten zijn aangenaam leesbaar - tenminste bij daglicht, want onder de leeslamp wordt glanspapier een ramp (en maakt het boek loodzwaar ...). [M. d. S.]
2811.- Bibliothèques namuroises autour de la Bibliothèque publique de Namur 1797-1997.- Namur: Centre de documentation-actualités, 1997.- 259 p.: omslag, ill.; 30 cm.- BF 800.
Xavier Hermand, Les bibliothèques des abbayes cisterciennes du Namurois XVe siècle - début XVIe siècle in Les cisterciens en Namurois XIIIe - XXe siècle. Sous la direction de Jacques Toussaint.- Namur: Société archéologique de Namur, 1998, p. 255-272, ill.
T.g.v. de tentoonstelling "Trésors de bibliothèques namuroises " (18 oktober - 14 december 1997) verscheen ook dit overzichtswerk over twee eeuwen Naamse bibliotheken. Na een heel korte aanloop over institutionele collecties tot het einde van de achttiende eeuw volgt een lange schets van het culturele leven te Namen van 1795 (de "réunion à la France " !) tot 1945. Dan begint het verhaal van de Bibliothèque publique, met als eerste grote collectie de restanten van die van de abdij van Saint-Hubert (cf. Kroniek 15
nr. 2866). In de 19de eeuw zijn er veel problemen i.v.m. gebouwen, niet-gecatalogiseerde boeken die dan weer worden verkocht enz. De twintigste eeuw zet die lijn door (zware beschadigingen aan de gebouwen in 1944 / uitbouw tot een moderne openbare bibliotheek). Daarop volgen korte stukjes over andere openbare en speciale bibliotheken. Een heel ander type van bibliotheek is die van de "Facultés Notre-Dame de la Paix ": een wetenschappelijke verzameling, eerst ten dienste van de Naamse Jezuïeten, dan van de jonge universiteit. De aanwezigheid van een verre erfgenaam van Plantijn zal bepalend zijn voor de uitbouw. Pater Henri Moretus Plantin (1878-1957) geeft de aanzet tot een belangrijke bewaarbibliotheek (met 200 handschriften, 37 incunabelen, 1700 zestiende-eeuwse drukken enz.). Enkele moderne collecties zijn afkomstig van drukker Willy Godenne en neerlandicus-politicus F. Baur. Er is nog een andere Jezuïetenbibliotheek: het Centre de Documentation et de Recherches Religieuses (C.D.R.R.) met de bibliotheek van de Franstalige Belgische Jezuïeten (olim in Heverlee). De laatste collectie is zeer goed ontsloten door Charles Matagne s.j. (cf. Kroniek 10 nr. 628; 16 nr. 1618); de eerste heeft enkele fraaie tentoonstellingen op haar actief (cf. Kroniek nr. 2828). Minder bekend is de bibliotheek van de "Société archéologique de Namur ", waar zich de middeleeuwse handschriften uit het oude graafschap Namen bevinden, evenals 134 incunabelen. De bibliotheek van het Rijksarchief, van het Groot-Seminarie en enkele andere kleinere instellingen ronden het geheel af. Een nuttig publicatie, met veel verwijzingen naar lokale bronnen en met goed gekozen illustraties. Alleen is er dat loodzware glanspapier ... Maar omslag en schutbladen laten de boekenliefhebber dan weer watertanden.
Het artikel van X. Herman handelt uitsluitend over handschriftenbezit ( "Sources, La formation des bibliothèques, L "organisation des bibliothèques, Le contenu des bibliothèques "). [M. d. S.]
Zie ook nrs. 2866; 3028
2812.- Paul Schneiders, Nederlandse bibliotheekgeschiedenis. Van librije tot virtuele bibliotheek.- Den Haag: NBLC, 1997.- 392 p.: ill.; cd-rom; 32 cm.- ISBN 90-5483-138-3. Fl. 119,50 (Voor België: Leuven, Davidsfonds).
Reeds lang bestaat er een behoefte aan een overzicht van de Nederlandse bibliotheekgeschiedenis. Paul Schneiders, gepromoveerd op De bibliotheek- en documentatiebeweging 1880-1914 (Amsterdam 1982), publiceerde eerder in 1990 Lezen voor iedereen. Geschiedenis van de openbare bibliotheek in Nederland (Den Haag). Hij heeft nu de uitdaging aangenomen om de "oude " bibliotheken in een overzichtswerk te betrekken. Terecht heeft hij zich beperkt tot het huidige Nederland (zonder Vlaanderen - wie waagt zich daaraan ?) en tot publieke instellingen (geen particuliere bibliotheken - nog een onontgonnen terrein). De hoofdstuktitels zijn sprekend: (1) Librijes; (2) Tussen Bijbel en "Encyclopédie "; (3) Nieuwe bibliotheektypen, stagnatie, modernisering 1750-1880); (4) Dynamiek 1880-1914); (5) Crisis, bezetting, herstel en vernieuwing 1914-1964; (6) Naar de virtuele bibliotheek 1965-1995. De ruime cultuurhistorische invalshoek maakt de hoofdstukken over middeleeuwse en vroeg-moderne bibliotheken een uiterst leesbare en exemplarische inleiding in de westerse bibliotheekgeschiedenis. Voor Nederland uniek is de combinatie van: (a) verspreiding van het op vele exemplaren gedrukte boek + (b) humanistische geleerdheid + ( c) Calvinistische regenten aan de macht + (d) het ontbreken van een absolute vorst en / of van een machtige adel. In andere landen was het einde van het Ancien Régime dan ook veel ingrijpender. In Nederland konden universiteits- en stadsbibliotheken hun bestaan in alle rust voortzetten (als ze niet, zoals Franeker en Harderwijk, waren opgeheven). Daarnaast was er toch enige vernieuwing: genootschaps- en commerciële leesbibliotheken boden de verlichte burger materiaal tot lering en profijt, wat vroeger enkel voor de geleerde toegankelijk was. In 1798 werd de Koninklijke Bibliotheek opgericht (zie Kroniek
nr. 2807) als "nationale bibliotheek ". Nieuwe gespecialiseerde bibliotheken ontstonden (als bv. Artis, de "Vereeniging " enz.), evenals de eerste echt "openbare " bibliotheken. Die geleidelijke evolutie werd met de Tweede Wereldoorlog ruw verstoord. Gelukkig voor Nederland was er weinig verlies (vooral Middelburg, en in mindere mate Rotterdam, Nijmegen en Wageningen, waren getroffen). Het door de Duitsers geroofde bezit (joodse, maçonnieke en socialistische collecties) werd grotendeels gerecupereerd. Na de consolidatie van de jaren vijftig kwam de media-explosie van de jaren zestig. Openbare bibliotheken werden informatiekanalen; wetenschappelijke bibliotheken bouwden een uniek nationaal catalogusnetwerk uit (PICA), dat bovendien de collectievorming zou stroomlijnen.
Schneiders heeft een boeiende, deskundige synthese gemaakt. Dit is niet de gedetailleerde grote meerdelige geschiedenis, maar het werk zal nog jaren de gedroomde inleiding op het onderwerp zijn. De uiterst leesbare tekst is bovendien schitterend verlucht met relevant illustratiemateriaal. Het boek-object als zodanig kan mij minder bekoren. Vooral het uiterlijk is een miskleun: keurige linnen platbekleding, maar een zeer kwetsbare kartonnen rug (want zonder prentjes kan het niet meer ?) en een protserige vergulde kopsnede. "Summary ", literatuur en naamregister zijn op blauw papier gedrukt. Helaas is de uitstekende literatuuropgave in een veel te klein corps gezet. Die verwijzingen zijn toch de wetenschappelijke onderbouw van het boek ? Het achterplat bevat een cd-rom met de handige Nederlandse Bibliotheek- en Documentatiegids 96/97. Voor elke bibliotheekliefhebber in het Nederlandse taalgebied een onmisbaar boek. [M. d. S.]
2813.- Anne S. Korteweg, Boeken van Oranje-Nassau: de bibliotheek van de graven van Nassau en prinsen van Oranje in de vijftiende en zestiende eeuw.- Den Haag: Museum van het Boek / Museum Meermanno-Westreenianum : Koninklijke Bibliotheek, 1998.- 48 p.: omslag, ill., facs.; 31 cm.- ISBN 90-6259137x.
Begeleidende publicatie (géén catalogus!) ter gelegenheid van de gelijknamige tentoonstelling in het MMW van 29 april tot 9 augustus, in het kader van tweehonderd jaar Koninklijke Bibliotheek in Nederland. Overzichtelijk en onderhoudend geschreven worden de lotgevallen verteld van de bibliotheken van Jan IV, graaf van Nassau en Maria van Loon (1424-1502), Engelbert II (1451-1504), graaf van Nassau en Cimburga van Baden (1450-1501), Hendrik II (1483-1538), graaf van Nassau en Mencia de Mendoza (1508-1554), René van Chalon (1519-1544), prins van Oranje en Anna van Lotharingen (1522-1568), Willem I (1533-1584), graaf van Nassau, prins van Oranje. Ook komt een voormalige eigenaar -een van de vele illustere bibliofielen uit de late middeleeuwen en de vroege moderne tijd- aan bod: Philips van Kleef (1456-1528), heer van Ravenstein. Het ligt voor de hand dat het overwicht in deze collecties bij de handschriften ligt. Toch is opname in deze Kroniek (van het gedrukte boek) verantwoord omdat de laatste in de rij, Willem van Oranje, ook iets anders dan handschriften had. De lijst van voorwerpen die hij in Breda in 1567 samenstelde om naar Dillenburg te vertrekken, maakt melding van 84 boeken, echter zonder titelopgaven, waaronder 48 met het wapen van de prins op de band. Vijf van die banden zijn thans bekend en bevatten gedrukte werken; nog andere drukken moet hij gehad hebben waaronder verschillende van C. Plantijn. [E. C.-I.]
2814.- Albrecht & Isabella, 1598-1621. Catalogus. Red. Luc Duerloo & Werner Thomas .- [Turnhout etc.]: Brepols [etc.], 1998.- 311 p.: ill.; 30 cm.- ISBN 2-503-50724-7.
- Albrecht & Isabella, 1595-1621. Essays. Ed. Werner Thomas & Luc Duerloo.- [Turnhout etc.]: Brepols [etc.], 1998.- 368 p.: ill.; 30 cm.- ISBN 2-503-50726-3. Samen: BF 2.OOO.
De sierlijke grote herdenkingstentoonstelling over de Zuidelijke Nederlanden onder Albrecht & Isabella was uiteraard vooral op "beelden " gericht. Dat was ook te merken aan het getoonde "drukwerk ": veel boeken met portretten, stambomen, plattegronden en emblematische voorstellingen. Daarnaast waren er de talrijke teksten m.b.t. de aartshertogen en hun hof. In beide begeleidende publicaties zijn vele ervan afgebeeld. Boekhistorische gegevens zijn eerder schaars (wel is steeds bewaarplaats met signatuur vermeld). De foto's laten gelukkig af en toe een vroegere provenance zien. Enkele opmerkelijke boeken: Brusselse drukken in het Spaans uit 1606 en 1609 (nrs. 196 en 337, Peeters-Fontainas 843 en 1231), een boekband met profielportretten van Albrecht & Isabella (nr. 307), en vooral de rijkelijk vergulde Brusselse "prijsband " uit 1605 (nr. 305 - verz. Otto Schäfer!). De essaybundel bevat o.m. volgende artikels met veel "boekmateriaal ": Margit Thøfner "The ideal of sovereignty in the Joyous Entries of the Archduke Albert and the Infanta Isabella ", Karel Porteman "Albrecht en Isabella in de letterkunde van hun tijd ", Jan Papy & Toon van Houdt "The image of Archduke Albert in seventeenth-century funeral literature ", Paul Arblaster "The press image of the Infanta Isabella ". [M. d. S.]
2815.- Nanke S.H. Jansma, De Oudheid verbeeld: archeologische boekillustraties 1500-1900.- Den Haag: Koninklijke Bibliotheek, 1998.- 91 p.: ill.; 21 cm.- (Tentoonstellingscatalogi en -brochures van de Koninklijke Bibliotheek, 58).- ISBN 90-6259-138-8. Fl. 20. Full text
Boeiende verkenning van de grote plaatwerken waarin de materiële resten van de Oudheid werden afgebeeld, van Flavio Biondo (1471) tot Victor Place, Ninive et l "Assyrie (1867-70). Naast oude bekenden als Serlio, Piranesi, Vivant Denon etc. treffen wij hier minder bekende beschrijvers aan van Rome, Etrurië, Pompei/Herculaneum, Griekenland en Klein-Azië, Egypte, Palestina/Syrië, en Mesopotamië. Met goede typeringen en nuttige literatuurverwijzingen. [M. d. S.]
2816.- C. Coppens, Des livres pour des fleurs, des fleurs pour des hommes: illustrations botaniques du XVIe au XIXe siècle in L'empire de Flore: histoire et représentation des fleurs en Europa du XVIe au XIXe siècle. Sous la dir. de Sabine van Sprang avec la collaboration de Gerda De Brabandere; Recherche iconographique: Elisabeth Lauwers-Derveaux.- Bruxelles: La Renaissance du livre, 1996, p. 29-53, ill.
Een pronkboek gewijd aan de bloemenwereld opent met een lezenswaardige historische bijdrage door een boekhistoricus over de boekillustratie op het gebied. Vertrekkend van in de oudheid waar de imitatio het richtsnoer vormde, zijn ook de middeleeuwen door een zeker realisme gekenmerkt. Denken we slechts aan de randen in de getijdenboeken volgeschilderd met bloemen, vaak in trompe-l'oeil. Meer en meer gaan de planten ook een rol spelen in de medische wereld. In 1484 verschijnt dan het eerste gedrukte boek: de Herbarius door Peter Schoeffer te Mainz, later als Hortus sanitatis tot 1530 toonaangevend. Toch zijn de illustraties (houtsneden) hier sterk vereenvoudigd. Een hele 'Europese' pleiade wordt vervolgens de revue gepasseerd; wij ontmoeten er o.m. Dodoens, Clusius en De l'Obel. Van in de zeventiende eeuw breekt het tijdperk aan van de tuinbouw en de verzamelaars die hun gading vinden in albums met bloemen en florilegia (bv. Nederlandsch bloemwerk), waarbij de nieuwe graveertechnieken een belangrijke rol spelen. De vele schitterende platenboeken blijken gaandeweg de uitgevers met financiële problemen op te zadelen en de resultaten staan meer en meer in verhouding tot de geïnvesteerde bedragen (bv. Redouté). Tot de innovaties, in de negentiende eeuw, behoren de fytotypie of natuurdruk, en de fotografie. Andere bijdragen gaan over de botanische expedities en hun neerslag op papier, Linnaeus' systematiek, en verder de wereld van de verzamelaars en de verkopers, de tuinbouw, de bloem in haar omgeving, symboliek en betekenis van bloemen. Voor het overige is dit boek zéér goed geïllustreerd, zowel wat keuze als wat kwaliteit betreft.[E. C.-I.]
2817.- Uitgelezen bloemen: botanische boeken en orchideeënprenten uit Brugse verzamelingen. [Tentoonstelling] 15 november 1997 - 10 januari 1998. (Samenstelling: Ludo Vandamme).- Brugge: Stedelijke Openbare Bibliotheek De Biekorf, 1997.- 126 p.: omslag, ill.; 24 cm.
Twee bibliotheken met oud-boekenbezit, de OB Brugge en de bibliotheek van de Brugse Koninklijke Maatschappij voor hofbouw en fruitboomkunde hebben rond twee aandachtspunten een selectie documenten samengebracht: het botanische hoogtij in de 16de eeuw en de Vlaamse hofbouw in de 19de. Vier opstellen gaan het catalogusgedeelte vooraf. W. Leloup brengt een overzichtsartikel van de 'Botanische illustraties door de eeuwen heen'. Belangwekkend is de bijdrage van Helena Wille, 'De Brugse Centuriae plantarum rariorum in Krakau teruggevonden: de botanische belangstelling van Karel van Sint-Omaars in Moerkerke tijdens de 16de eeuw' (cf. Kroniek 23
nr. 2697). Meer dan 1500 aquarellen van vnl. flora, zijn door Jacob vanden Coornhuse in opdracht van Karel van Sint-Omaars op diens kasteel te Moerkerke geschilderd - zo blijkt uit het Kruydtboeck van Lobelius uit 1581. De geschiedenis van de bladen, via Karel van Arenberg (+ 1616), de Leuvense Universiteit, de Berlijnse keurvorst Friedrich Wilhelm, de Berlijnse Staatsbibliothek, gevolgd door de peripetieën na WO II, is adembenemend. Onder 27 noemers zijn vervolgens naar de regels van de kunst (meerdere) drukken beschreven (met band en herkomst) en toegelicht. [E. C.-I.]
2818.- Brugge en de Renaissance. Van Memling tot Pourbus. Onder leiding van Maximiliaan P.J. Martens.- [Z. pl.]: Stichting Kunstboek/Ludion, 1998.- 2 dln.: ill.; 30 cm. [Catalogus], 319 p. ISBN 90-5544229-1 (gebrocheerd) / 90-5544-230-5 (gebonden); Notities, 255 p. ISBN 90-5544-236-4 (gebrocheerd). BF 2000 (samen).
Met een fraaie, overvloedig (haast overdadig) gevulde tentoonstelling werd de Renaissance in Brugge geëvoceerd. Vanzelfsprekend stond de schilderkunst er centraal. Toch is ook aandacht besteed aan andere kunsten en ambachten. Uit de inleidende beschouwingen vermelden wij slechts "Cultuur en mentaliteit " (p. 33-42) door Noël Geirnaert & Ludo Vandamme. In het catalogusgedeelte behandelde Willy Le Loup de "Prenten " (nrs. 154-174) en Ludo Vandamme de "Boeken " (nrs. 175-224) - met heel veel afbeeldingen (Goltzius!), ook van fraaie boekbanden (Laurinus!). Dezelfde drie auteurs schreven ook de individuele "notities " over de getoonde boeken. Bijzonder te vermelden zijn: drie incunabelen van Colard Mansion, werken van Juan Luis Vives (niet "Vivés "!!!), het hele oeuvre van Goltzius, veilingcatalogi van Brugse humanisten (L. Casembroot, 1605 en B. Vulcanius, 1615), de Laurinusbanden. [M. d. S.]
2819.- Elly Dekker en Raf Van Laere, De verbeelde wereld: globes, atlassen, kaarten en meetinstrumenten uit de 16de en 17de eeuw.- [Brussel?]: Kredietbank, 1997.- 40 p.: omslag, ill.; 25 x 43 cm.
N.a.v. een tentoonstelling in het Rockoxhuis in Antwerpen van 10 december 1997 tot 18 januari 1998. Een schitterende (privé)collectie met bekende werken in een uitzonderlijk exemplaar en minder of onbekende cartografische werken. De Zuidelijke Nederlanden staan centraal: als centrum van cartografie en in vreemde atlassen. Verzorgde publicatie. [E. C.-I.]
2820.- Crux interpretum: Luc Hoenraet & Documenta libraria. Tentoonstelling 18 november - 21 december 1997.- Leuven: Bibliotheek Godgeleerdheid ; Antwerpen: Uitgeverij Halewijn, 1997.- 71 p.: omslag, ill.; 30 cm.- (Documenta libraria; 19).- ISSN 0777-6292; ISBN 90-73683-26-2. BF
Georganiseerd n.a.v. het internationaal colloquium 'The Myriad Christ. Plurality and the Quest for Unity in Contemporary Christology', waren op de tentoonstelling een aantal handschriften, drukken en prenten uit de eigen collectie te zien, waarin christologische thema's centraal staan (één, belangrijk stuk was uitgeleend door de KB). Aangezien waarheid en schoonheid hand in hand gaan (woord vooraf van M. Sabbe en M. Lamberigts), was werk van een levend kunstenaar, Luc Hoenraet, tentoongesteld. Het eerste gedeelte van de publicatie bevat lezenswaardige overwegingen door Jan Koenot en anderen over de kunst van Hoenraet. Het tweede gedeelte is door Frans Gistelinck bezorgd met bijdragen van verschillende auteurs over een dertigtal boeken: Hrabanus Maurus' De laudibus crucis, het Boec van den houte gedrukt door Jan Veldener te Culemborg in 1483, verschillende missalen enkele prachtig ingekleurd en uit beroemde (J.F. van de Velde) of minder beroemde, oudere, bibliotheken (in Schiedam) afkomstig. Hoewel bescheiden van omvang en van opzet, is het toch jammer dat geen bibliografische referenties noch plaatskenmerken zijn opgegeven en er geen register is. [E. C.-I.]
2821.- Gedeon Borsa, Michael de Hungaria, a mediaeval author in Britain; his person and a bibliography of the printed editions of his work between 1480-1621.- Budapest: Borda Antikvárium, 1998.- 225 p.: omslag, facsim.24 cm.- (Bibliographical publications from the Borda Antikvárium Budapest, 6).- ISBN 963-8006-10-2.
De boekdrukkunst ligt aan de basis voor de verspreiding op grote schaal van preken en sermoenen die, uitgaand van de Bijbel, elke zon- en feestdag in de kerken moesten worden gehouden. Drie Hongaren hebben zich daarbij niet onbetuigd gelaten. De veelheid aan edities, aan onvolledig overgeleverde exemplaren, aan uiteenlopende meningen over de identiteit van de auteur(s), zijn er oorzaak van dat de bibliografie van deze drukken dringend aan herziening toe was. Prijzenswaard dus dat de bekende boekhistoricus en bibliograaf Gedeon Borsa uit Boedapest zich tot taak heeft gesteld deze problemen uit de doeken te doen. Diepgaand vorsingswerk, ab ovo en tot en met het vergelijken van een bepaald woord in de verschillende edities, heeft tot een nieuwe biografie van de ook bij ons bekende Michael de Hungaria en een nieuwe bibliografie van zijn werken geleid. De bibliografen van vroege drukken zullen Borsa hiervoor dankbaar zijn. De bibliografie beslaat 33 nummers van één en hetzelfde werk: de Sermones tredecim universales (in de ISTC s.v. Sermones praedicabiles), vanaf de Keulse editie in 1499, verschenen onder de titel Evagatorium Benemij. Deze versie, anoniem verschenen maar herzien en uitgebreid, is misschien het werk van de toen in Keulen verblijvende dominicaan Jacobus Gaudensis. Het is niet echt een verzameling sermoenen, maar korte teksten aan de hand waarvan sermoenen kunnen worden samengesteld. De vroegste drukken zijn alle uit de Nederlanden: Jan van Westfalen (nrs. A-F, 1-6), Heynricus Heynrici (nr. G, 7), de Drukker van de Oraison du Saint Esprit (nr. J, 9), Richard Pafraet (nr. L, 11). De editie Campbell 1249 onderscheidt Borsa als een variante van Campbell-Kronenberg I 1250a (ISTC 00539500).
De bibliografische beschrijving, op de linker pagina, is kort gehouden, met alle essentiële elementen en opgave van alle bekende exemplaren, terwijl rechts de reproductie van het incipit met, in een inzet, de colofon. Voorzover de bestaande beschrijvingen in de literatuuropgave voldoende diepgaand zijn om er conclusies uit te halen, zijn die met een asterisk gemerkt. Aan het eind van elke beschrijving wordt verwezen naar de analyse die daaraan vooraf is gegaan. Deze analyse van de evenzoveel typografische producten (tekst, zetwerk) van ca. 1480 tot 1519, waarbij ook alle voorgaand onderzoek (van Hain tot HPT) is betrokken, is bijzonder instructief en resulteert schematisch in een stamboom (p. 116). Pas met de Contrareformatie wordt het werk opnieuw op de pers gelegd (1611 en 1621). Een voorbeeldige bibliografische studie. [E. C.-I.]
2822.- Vijf eeuwen Nederlands: luister van de taal. Catalogus van de tentoonstelling ter gelegenheid van 40 jaar Kultuurbibliotheek, Galerij Kredietbank Brugge 1-23 maart 1997.- Brugge Sint-Andries: Kultuurbibliotheek, 1997.- 52 p.: omslag, facsim.; 24 cm.- Fr. 100
Veertig jaar na haar oprichting als steunbibliotheek voor het (katholieke) onderwijs in West-Vlaanderen is de Kultuurbibliotheek voor West-Vlaanderen een heuse bewaarbibliotheek geworden (met ca. 90.000 banden!). Belangstellingsgebied was de culturele geschiedenis van de Zuidelijke Nederlanden, m.n. taal- en letterkunde. Daarrond werd in 1997 een tentoonstelling gebouwd met 74 belangrijke publicaties op dat terrein: van J. Despauterius' Commentarii grammatici (1537-38) over Kiliaans woordenboeken, Petrus Montanus' Spreeckonst (1635) tot de Woordenlijst Nederlandse taal (1995). De boeken zijn inhoudelijk beschreven, met slechts uitzonderlijk een vermelding van boekband of herkomst. Enkele goedgekozen illustraties en een keurige vormgeving maken de catalogus tot een nuttige aanwinst van de liefhebbers van het Nederlands. [M. d. S.]
2823.- Gerard Jaspers, Priester-koning Paap Jan, een historische fictie in vijftiende- en zestiende-eeuwse drukken in de Nederlanden in Jaarboek van het Nederlands Genootschap van bibliofielen 1997 (cf. nr. 2788), p. 71-119, ill.
Lang uitgesponnen en heel plezierig geschreven verhaal over de legendarische figuur Pape Jan doorheen Nederlandse drukken van in 1475 (Rolevinck) tot in 1598 (Ortelius). [E. C.-I.]
2824.- Paul Dijstelberge & Leo Noordegraaf, Plague and print in the Netherlands. A short-title catalogue of publications in the University Library of Amsterdam.- Rotterdam: Erasmus Publishing, 1997 [=1998].- 360 p.: facs.; 25 cm.- ISBN 90-5235-126-0. Fl. 120, excl. verzendkosten.
Een specifiek onderwerp leidt vaker tot een inventaris van wat een bibliotheek op het gebied bezit. Het resultaat is dan een bibliotheekcatalogus die tegelijk als een speciale bibliografie kan functioneren. Op twee vogels mikken, daar is op zich niets op tegen. Alleen moet de gebruiker goed indachtig zijn dat de publicatie geen bibliografie van het onderwerp is (afgezien van het feit dat het hier niet om bibliografische beschrijvingen maar om verkorte titels gaat). Dit gezegd zijnde, is er alles voor te zeggen om belangrijke deelcollecties -met name de verzameling van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst- in een grote bibliotheek -de UB Amsterdam- als een geheel of een belangrijk onderdeel daaruit bibliografisch vast te leggen. Dat hebben Dijstelberge en Noordegraaf met recht en reden gedaan. In tegenstelling tot de 'zwarte dood' zelf, is de pest in de literatuur een bijzonder geliefd onderwerp. Er zijn veel geschriften over de pest bekend, ook wanneer ze niet zelfstandig zijn verschenen maar als onderdeel van een groter werk. Behoudens de short title van de incunabelen (Klebs 1938) bestaat er immers geen bibliografie over de pest. Onderhavige publicatie kan daartoe een uitstekend uitgangspunt vormen, zoals de auteurs het ook begrepen hebben (p.9).
Het onderwerp is in zijn breedste betekenis gezien, wat inhoudt dat de godsdienstige dimensie niet ontbreekt. Dit is een wijze beslissing omdat de grens tussen zuiver medische aspecten en sociale, religieuze niet altijd te trekken is om de eenvoudige reden dat in het verleden het ene met het andere verweven was. Ook de juridische zijde van het fenomeen wordt meegenomen: ordonnanties en edicten m.b.t. bepaalde maatregelen en voorschriften vnl. van hygiënische aard. Verder is als criterium gehanteerd werken van auteurs of drukkers in de Nederlanden (in het voorwoord is sprake van 'Low Countries'). Voetnoot 7, p. 10 is mij derhalve niet geheel duidelijk: 'this means the inclusion of a number of works printed in the Southern Netherlands'. Zijn dan niet àlle Zuidnederlandse drukken opgenomen? Het heeft er de schijn van want de Corte ordinantie... (Antwerpen, A. Tielens, 1571) door H. F[avolius] zoek ik vergeefs. Die ene druk kan natuurlijk een vergetelheid zijn, maar als inderdaad slechts 'een aantal Zuidnederlandse drukken' in aanmerking zijn genomen, beschouw ik dit als een serieuze tekortkoming. En wat is dan wel het criterium?
De catalogus is als volgt ingericht: chronologisch geordend met ondernummering binnen het jaar, gaande van 1512 tot 1796. Bij elke titel wordt aan het eind opgegeven welke andere edities nog aanwezig zijn, waarbij telkens de betrokken editie vet is gedrukt. Dit geeft meteen een mooi overzicht van het aantal edities of herdrukken van eenzelfde tekst. Na het volgnummer komt de gestandaardiseerde auteursnaam of een genormaliseerd hoofdwoord van een anonieme titel. De titelbeschrijving is in al haar onderdelen (titel, impressum, editievermelding, collatie, vingerafdruk, ev. inhoudsopgave bij passages over de pest in grotere werken, plaatskenmerk, de bestaande edities, en referenties) gecalqueerd op de regels van de STCN. Aan de eigenlijke catalogus gaat vooraf een lijst met de verkort geciteerde referentiewerken, niet uitsluitend bibliografieën of catalogi. Aan het eind volgt een literatuurlijst (p. 293-305), in feite een bronneninventaris, naast de collectie zelf, een waardevol nevenproduct van de catalogus. Twee registers bevorderen de toegang tot de titels (die niet in een handomdraai te tellen zijn!): een algemeen register met persoonsnamen, plaatsnamen en titels, een met persoonsnamen en plaatsnamen van drukkers en uitgevers.
Over de standaardisering van de auteursnamen zijn wij in het ongewisse gelaten: welke bron(nen) zijn hierbij geconsulteerd? Voor de meeste auteurs stelt dit wel geen probleem omdat er weinig middeleeuwers tussen zitten. Toch zitten er addertjes onder het gras: 'Jean Baptiste' van Helmont heeft slechts in het Latijn en het Nederlands gepubliceerd (een Franstalig referentiewerk geraadpleegd? In het zuiden van de oude Nederlanden is men allang alert geworden i.v.m. Franstalige referentiewerken waarin tot voor kort steevast namen zijn gefranciseerd). De collatie geeft enkel het formaat en de signaturen, geen paginering. De gebruiker die niet zo vertrouwd is met de collatieformules heeft nochtans een boodschap aan het aantal bladen of bladzijden. De gebruikte afkortingen voor de referentiewerken zijn doorgaans de geijkte; behalve STC en STC-D voor STC Dutch en STC German; Wellcome II en III horen samen; Nijhoff & Kronenberg bestaat uit drie delen in zeven banden, van 1923 tot 1971; het Repertorium van de artes-literatuur van Ria Jansen-Sieben (H&S 1989) mis ik. Het drukkersregister dat in één alfabetische orde namen en steden biedt, is wat al te summier opgevat: het aantal drukken uit Amsterdam is onoverzichtelijk want de drukkersnamen staan er niet onder, terwijl bij de persoonsnamen de stad niet is toegevoegd.
Het boek, in mooie blauwzwart linnen band met blindgestempelde titel (Pfaff, Woerden), is uitstekend verzorgd. De in elk nummer herhaalde vaste elementen als 'collation, fingerprint' tot en met 'references', steeds in kleinkapitaal, is naar mijn gevoel des guten zu viel; in een catalogus waar alles werkelijk kort is gehouden, werken deze herhalingen verzwarend. Naar een typografisch ontwerp van de eerste van de twee auteurs is de tekst op uitstekend stevig lichtgetint papier gedrukt door Stolwijk, Duivendrecht. Enkele facsimile's van titelpagina's verluchten het boek dat prettig in de hand ligt. We zijn een artes-'bibliografie' rijker en dat betekent een mooie aanwinst. [E. C.-I.]

2826.- Chris Coppens (red.), En garde ! Schermen verbeeld: schermboeken uit de Corble-collectie, wapens & attributen.- Leuven: Universitaire Pers Leuven, 1998.- 311 p.: ill.; 30 cm. - (Ex Officina. Publicaties van de Universiteitsbibliotheek K.U. Leuven, 1).- ISBN 90-6186-928-5. Fr. 750
De Britse schermkampioen Archibald Harrison Corble (1883-1944) schonk zijn boekenverzameling aan de (tweemaal) zwaar geteisterde Leuvense Universiteitsbibliotheek. Na een halve eeuw verdoken bestaan is de unieke verzameling thans op haar volle waarde bestudeerd. Een aantal boeiende stukken zijn in En garde! beschreven, met een uitvoerige inleiding over de geschiedenis van de schermsport. Ook Corble zelf, de groei van zijn verzameling, zijn ex-libris (p. 251-257, door Norbert Moermans) en bijzondere boekbanden komen aan bod. Met registers op drukkers en uitgevers, (gedrukte) opdrachten, illustratoren, boekbinders, herkomsten, wapens, en een algemeen register. [M. d. S.]
2827.- Goran Proot, Toneelprogramma's in het Jezuïetenhuis te Heverlee in Archives et Bibliothèques de Belgique = Archief- en Bibliotheekwezen in België, 68, 1997, p. 313-355.
Specimen van een belangrijk literair-historisch onderzoeksproject: de 'spektakelcultuur " van de Vlaamse jezuïetencolleges. A. verzamelt en beschrijft systematisch de bewaarde "programma's " van toneelopvoeringen door leerlingen van die colleges. Deze programma's bieden, naast materiële gegevens over de opvoering (datum, gelegenheid), titel en een uitvoerige inhoudsopgave van de gespeelde stukken, evenals vaak een lijst van personages mét namen van de jonge acteurs - een onbekende prosopografische bron dus. Als typische uiting van lokale boekproductie zijn zij ook voor de boekhistoricus van belang: gedateerde drukjes van vaak weinig of geheel niet bekende drukkers, versierd met een ruim arsenaal van ornamenten. Vooral voor kleinere plaatsen bieden zij een welgekomen aanvulling op de schaars gestoffeerde fondslijsten. Het hier beschreven convoluut bevat 122 (!) dergelijke programma's - en niet enkel van jezuïetencolleges, maar ook van bv. opvoeringen door rederijkerskamers te Aalst. De drukken zijn beschreven met volledige titel, impressum, omvang en referenties (naar De Backer-Sommervogel en naar detailstudies als bv. L. van den Boogerd, Het jezuïetendrama in de Nederlanden, 1961). Drukplaatsen zijn: Antwerpen (5 drukkers, o.a. Weduwe H. Thieullier met 11 nrs. !), Brugge (1), Brussel (3), Duinkerke (1), Gent (4, o.a. H. Saetreuver met 23 nrs. !), Leuven (1), Mechelen (1), Roermond (1). [M. d. S.]
2828.- Anne-Marie Bogaert- Damin & Jacques A. Piron, Images de jardins du XVIe au XXe siècle.- Namur: Bibliothèque universitaire Moretus Plantin: Presses universitaires, 1996.- 308 p.: omslag, ill., 26 cm.- (Publication n° 7).- ISBN 2- 87037-226-4. BF 1.000
Nu reeds meer dan een jaar geleden maar aan onze aandacht ontsnapt, is de publicatie van een uitstekend boek over tuinen n.a.v. een tentoonstelling uit eigen bezit. Tentoonstelling en publicatie zijn in die zin het vervolg op enkele andere over botanica of zoölogie (cf. Kroniek 15 nr. 1334). De Naamse universiteitsbibliotheek mag met deze schitterende collectie met houtsneden, etsen en litho's geïllustreerde natuurwetenschappelijke boeken in editiones principes en beperkte oplagen, terecht pronken.
Het boek is niet als catalogus opgevat maar als gids: het doorlopend verhaal, duidelijk in hoofdstukken gestructureerd, is met korte volgens de regels van de kunst opgestelde catalografische notities doorspekt die door hun nummering en vormgeving in het geheel precies de nodige aandacht krijgen die ze verdienen. Achtereenvolgens wordt een blik geworpen in de tuinen van de renaissance (Villa d'Este, de Giardino segreto, het labyrint, het bos, de parterre) en worden de inspiratiebronnen (te beginnen met Alberti) nagegaan. Hoofstuk II handelt over de plantkundigen in Europa met nadruk op Clusius en zijn tijd. De Gouden eeuw (III) belicht twee grote botanische tuinen (Leiden en Montpellier), tuinarchitecten, tuinlieden en velerlei uitingen van tuinaanleg. Hierbij springen de namen van Vredeman de Vries, J. van der Groen, Hendrik Cause, Anselmus de Boodt, Crispijn de Passe in het oog. In de achttiende eeuw (IV) wordt de ontwikkeling gevolgd van de natuur door de mens beheerst tot nagebootst, vnl. in Frankrijk en Engeland. Catalogi van tuinen komen aan de orde, de versiering van tuinen (gebouwen, beelden). Hoofdstuk V tenslotte bekijkt de'landschapstuin' en de 'natuurlijke' tuin (19de-20ste eeuw). De publicatie, overvloedig geïllustreerd, sluit af met een literatuurlijst en een register. Beter kan het niet. Zeer aan te bevelen voor wie in tuinen geïnteresseerd is. [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2811
2829.- Anita van Dissel, Varen en vechten: 's Lands zeemacht (1597-1795) in druk.- Den Haag: Koninklijke Bibliotheek, 1997.- 71 p.: ill.; 21 cm.- (Tentoonstellingscatalogi en -brochures van de Koninklijke Bibliotheek, 56).- ISBN 90-6259-133-7. Fl. 20.
Op 13 augustus 1597 werd door de Staten-Generaal het beheer van het zeewezen in de zogenaamde Instructie voor de Admiraliteiten vastgesteld. Die regeling van de defensie te water bleef van kracht tot de Bataafse Omwenteling in 1795. Aanleiding dus tot een leuke tentoonstelling (11 juli t/m 11 september 1997) en een catalogus met teksten over o.a. het zeemansleven, kennis en kunde op zee, communicatie, scheepsbouw, zeehelden, reisverhalen van zeeofficieren enz. Ruim tweehonderd drukken belichtten de maritieme geschiedenis van de Republiek. [M. d. S.]
2830.- James E. Walsh, A catalogue of the fifteenth-century printed books in the Harvard University Library.
Volume IV Books printed in France, The Netherlands, the Iberian Peninsula, England, and Montenegro. Hebraica and Supplementary entries.- Binghamton NY: Medieval & Renaissance Texts & Studies, 1996.- XVII, 330 p.: ill.; 24 cm.- (Medieval & Renaissance Texts & Studies, 150). ISBN 0-86698-190-X.
Volume V A brief history of the collection. Cumulative indices.- Tempe AR, Medieval & Renaissance Texts & Studies, 1997.-IX, 477 p.: ill.; 24 cm..- (Medieval & Renaissance Texts & Studies, 171). ISBN 0-86698-212-4.
Met name de vierde band van dit vijfdelig werk moest in de Kroniek worden vermeld maar door omstandigheden kon deze nieuwe aanwinst niet eerder worden bekeken. Het aandeel van de Nederlanden beslaat de pagina's 126 tot en met 164, s.v. 'Holland'. Vertegenwoordigd zijn Utrecht, Delft, Gouda, Deventer (véél drukken), Zwolle, Haarlem, Schoonhoven, Schiedam. S.v. 'Belgium' Aalst, Brugge, Brssel, Antwerpen, Gent en de onbekende Drukker van Flavius Josephus, resp. 49 en 38 exemplaren. De korte beschrijvingen zijn in de Proctor-orde gegeven met althans het grote voordeel dat drukkers en drukplaatsen samengebracht zijn. De alfabetische ordening op auteurs en anoniemen zijn in één register in band 5 te vinden, gevolgd door een register van tekstbezorgers, vertalers en secundaria, een alfabetisch-topografisch register op drukkers en drukplaatsen, een herkomstenregister, een lijstje van incunabelen met toevoeging van een handschrift, een lijstje van incunabelen met geïdentificeerde banden en twee bladzijden met 'Points of bibliographical interest' (bijvoorbeeld Owner's booklist, cancels, bijzonder gebruik van reclamanten, cebsuur, gemengde formaten). Tot slot volgen de concordanties met een viertal repertoria. Deze vijfde band opende met een geschiedenis van de collectie van de Harvard University Library (Cambridge MA), een van de belangrijkste bibliotheken voor het oude boek. Er is o.m. een grote verzameling van Imitatio-uitgaven van Thomas a Kempis, waaronder 32 incunabeluitgaven. [E. C.-I.]
2831.- Chris Coppens, De wieg van de boekdrukkunst te Leuven: Leuvense incunabelen in Leuvens bezit.- Leuven: Universiteitsbibliotheek, 1998.- 47 p.: ill.; 21 cm.
Bescheiden tentoonstelling (tot 23 mei) met dito catalogus n.a.v. de Wereldboekendag op 23 april in Leuven. Als 'preambule' haalt C in vertaling een sprekend citaat uit Trithemius aan. Volgt de inleiding over de uitvinding, de boekdrukkunst in de Nederlanden, en te Leuven. Van Leuvense incunabelen in enkele grote collecties (België, Nederland, USA, Londen e.a.) wordt een tabel naar drukker geboden: Jan van Westfalen torent er hoog boven alle anderen uit. Vervolgens wordt elke drukker afzonderlijk voorgesteld en een selectie drukken voorbeeldig beschreven, inclusief band en herkomst. Veel informatie met weinig middelen. [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2970
2832.- Passio Christi: het lijdensverhaal van Christus in de kunst. Samenstelling: Jean Luc Meulemeester in Vlaanderen, 47, 1998, nr. 2, p. 65-104, ill.
Twee bijdragen kunnen voor de boekhistoricus van de vijftiende-zestiende eeuw nuttig zijn: in 'De passie in Middelnederlandse teksten' biedt Theo Coun een overzicht -hoe summier ook- van de diverse bronnen van het passieverhaal, dat kan helpen bij tekstidentificaties. Jean Luc Meulemeester, in 'Beeldend aangegrepen door het lijden en de dood van onze Heer: iconografische beschouwingen in verband met de Passie van Jezus Christus, vooral in de Vlaamse kunst vóór 1800', reikt een helpende hand bij het identificeren van passietaferelen waarmee o.m. devotieboekjes zijn geïllustreerd. [E. C.-I.]
2833.- Johan Martens, Ther Hoernen and Rolevinck: a new angle on an interesting collaboration in Quaerendo, 27, 1997, p. 300-306, ill.
Na vijf jaar (zie Kroniek 18
nr. 1877) onderzoekt M een ander aspect van de samenwerking tussen de auteur en de drukker. Hij komt daarbij uit bij de zet- en drukwijze. [E. C.-I.]
2834.- Paul Valkema Blouw, Typographia Batava 1541-1600. In ordinem digessit A.C. Schuytvlot. Repertorium van boeken gedrukt in Nederland tussen 1541 en 1600 = A repertorium of books printed in the Northern Netherlands between 1541 and 1600.- Nieuwkoop: De Graaf Publishers, 1998.- 2 bdn (XXXII, 661, 635 p.): facs. ; 30 cm.- ISBN 90-6004-438-X. Fl. 950.
Met twee forse, in donkergrijsgroen linnen gebonden banden, is nu de post-Nijhoff & Kronenbergperiode voor de Noordelijke Nederlanden ontsloten. Het heeft lang geduurd, zal men zeggen - maar was dit voor de zusteronderneming, Belgica Typographica anders? Het ligt niet in mijn bedoeling de Typographia Batava (TB) hier echt te bespreken; dit gebeurt elders in dit tijdschrift. Laat ik gewoon kort meedelen wat in dit repertorium te vinden is. De chronologische en geografische grenzen zijn duidelijk aangegeven; daar komt enkel nog dit bij: opgenomen zijn eveneens alle Nederlandstalige edities waar ook verschenen, met uitzondering van wat binnen het huidige België is gepubliceerd; die horen immers thuis in de BT. De auteur, PVB, heeft er aan gehouden zijn werk geen catalogus te noemen maar ook geen bibliografie. Inderdaad, de beschrijvingen zijn niet uitsluitend op grond van geziene drukken, noch op grond van exemplaren in Nederlands bezit, gemaakt. Toch doet de titel 'repertorium' misschien een beetje afbreuk aan de soort informatie die wij er in aantreffen. Het is veel meer dan een gewone lijst van verkorte titels. Wat in allereerste instantie dit boek tot een fundamentele bron maakt, is de verwerkte neerslag van dertig jaar historisch-typologisch onderzoek (vnl. in het tijdschrift Quaerendo). Talloze anonieme drukken of drukken met schijnadressen zijn ontmaskerd en nu toegeschreven aan drukkers van vlees en bloed. Ook dateringen zijn aan onderzoek onderworpen, waardoor verschuivingen zijn ontstaan. Dit alles betekent dat de geschiedenis van de Nederlanden -de politieke maar vooral de religieuze- hier en daar moet worden bijgeschaafd en bijgesteld. [E. C.-I.]
2835.- Bram Schuytvlot, Het enige exemplaar: een keuze van 100 unica uit de periode 1541-1600 bewaard in de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam. Tentoonstelling bij het verschijnen van de Typographia Batava 1541-1600 van Paul Valkema Blouw, 4 september t/m 8 oktober 1998. (Woord vooraf: Piet Visser).- Amsterdam: Universiteitsbibliotheek, 1998.- 60 p.: omslag, ill.; 22 x 20 cm.- ISBN 90-6125-0447.
Schuytvlot is, na de auteur zelf, ongetwijfeld het meest met de Typographia Batava vertrouwd aangezien hij in feite de rol van redacteur op zich heeft genomen. Al werkend is bij hem de idee gegroeid uit dit repertorium van over de 7.000 drukken er honderd in de collectie van de Universiteitsbibliotheek Amsterdam te grasduinen, die alle gemeen hebben dat ze slechts in één enkel exemplaar meer bekend zijn. Dit boekje is bijzonder smaakvol uitgevoerd met op elke bladzijde twee afbeeldingen van titelpagina's of andere bladzijden, en daaronder de catalografische notitie plus een korte toelichting, ev. over exemplaarkenmerken. Wat met de enkele 'witte' afbeeldingen wordt bedoeld, is mij niet duidelijk (foto niet tijdig klaar?). Een waardige hulde aan de auteur van het nieuwe standaardwerk. [E. C.-I.]
2836.- Frans A. Janssen & Ruud M. Bouthoorn, Vesalius exemplarisch: een auteur schrijft zijn uitgever in De boekenwereld, 14, 1997-1998, p. 218-230, ill.
Het is niet de eerste maal dat over dit onderwerp wordt geschreven, al was het maar omdat er zo weinig sporen van relaties tussen een auteur en zijn drukker overgeleverd zijn. Ze zijn niet bekend omdat ze in de regel niet op schrift werden gesteld. De kans is wel gering dat er nog veel zouden opduiken. De brief van Vesalius aan Oporinus is een beroemde uitzondering. Janssen en Bouthoorn hebben de tekst aan een hernieuwde lectuur onderworpen gewapend met de kennis hoe een boek in de zestiende eeuw wordt 'gebouwd'. Ik heb er de vertalingen in het Frans en het Nederlands door Louis Bakelants bezorgd (resp. Ed. Arcsia, Brussel, 1961 en in Scientiarum historia, 1965) opnieuw op nageslagen: het grootste misverstand is natuurlijk de vertaling van het Latijnse 'exemplar' als 'épreuve of drukproef of nog proefexemplaar' in plaats van 'kopij'. Bijkomende en minstens zo belangrijke verdienste van de nieuwe vertaling, hier aan toegevoegd, is dat zij in vloeiend, prettig te lezen Nederlands is geschreven. Hopelijk behoren bepaalde misvattingen op het gebied van de typografie nu tot het verleden. [E. C.-I.]
2837.- Isabelle Diu, Medium typographicum et respublica literaria: le rôle de Josse Bade dans le monde de l'édition humaniste in Le livre et l'historien: études offertes en l'honneur du professeur Henri-Jean Martin. Ed. Frédéric Barbier [e.a.].- Genève: Droz, 1997 (Ecole pratique des hautes études, IVe section, Sciences historiques et philologiques VI Histoire et civilisation du livre, 24), p. 111-124.
D onderzoekt de rol van Badius (geboren te Gent maar Fransman geworden), in de Respublica literaria als tekstbezorger (cf.
nr.2842), rekening als hij moest houden met de kerkelijke en de wereldlijke overheid (privilegia).
In deze feestbundel staan uiteraard meer interessante bijdragen (zoals Pierre Aquilon & Denise Hillard, La bibliothèque de Michel de Chamelet, juriste bourbonnais; Guy Parguez, Quelques exemples de faux cahiers; Albert Labarre, Imprimerie et commerce du livre à Lille avant la Révolution). [E. C.-I.]
2838.- Paul Valkema Blouw, Printed in Holland: the anonymous 'Tempora filia Veritas' [Leiden] 1589 in Quaerendo, 28, 1998, p. 41-48, ill.
Licht gewijzigde versie van de oorspronkelijke Nederlandse tekst, verschenen in Van pen tot laser (zie Kroniek 22
nr. 2480): de anonieme drukker is Thomas Basson. [E. C.-I.]
Zie ook nr. 2986
2839.- The Praier and Complaynte of the Ploweman vnto Christe. Ed. Douglas H. Parker.- Toronto; Buffalo; London: University of Toronto Press, 1997.- 222 p.; 24 cm.- ISBN 0-8020-4268-6.
De Engelse protestanten uit de zestiende eeuw zochten naar oudere teksten om hun hervorming ook spiritueel te ondersteunen. Zij vonden die in bovengenoemd werk, ontstaan in de beweging der Lollards die in Engeland begin vijftiende eeuw bleide. De tekst dook op in de jaren 30 van de zestiende eeuw en is misschien wel door W. Tyndale uitgegeven. De eerste editie verscheen bij Marten de Keyser te Antwerpen in 1531 (STC 20036); Nijhoff & Kronenberg blijkt onbekend aan Parker. NK 3763, waar de editie al aan Tyndale wordt toegeschreven, vermeldt ook de twee exemplaren in overzees bezit. Het ex. in de Bodleian L. is volgens Parker een tweede editie (STC 20036.5). Parker bezorgt de tekstuitgave naar de eerste druk, met uitvoerig commentaar en opgave van zetvarianten tussen de twee drukken. De drukken worden beschreven en een lijst van de zestiende-eeuwse uitgaven van de 'Ploughman texts' vult dit aan. De stofwikkel vertoont een houtsnede, een man aan de ploeg, die niet uit de uitgegeven druk komt. [E. C.-I.]
2840.- Elly Cockx-Indestege, Gilbert Huybens & Werner Waterschoot, Memorabilia lovaniensia 1569-1573.- Peer: Alamire, 1998.- 85 p.: facs.; 21 cm.- (Lei-toon).
In dit boekje zijn drie gelegenheidsdrukjes over Leuven heruitgegeven: in facsimile, in transcriptie én met inleidingen en woordverklaring. Het betreft: van rederijker Jan Stroosnijder de Warachtighe ende wonderlijcke beschrijvinghe en Die clachte van Sinte Peeters toren, evenals van Hendrik Diependale de Wonderlijcke ende warachtighe bescrijvinghe. Stroosnijders gedichten zijn gedrukt door Jacob Heyberchs, dat van Diependale door Joannes Bogardus. In "De drukkers [/ de drukken] " (p. 15-23) bespreekt E.C.-I. het werk van Heyberchs en Bogardus, en geeft zij een bibliografische beschrijving van de drie uiterst zeldzame werkjes (Belgica Typographica 829, 828 en 4635). Het facsimile brengt ze na vier eeuwen weer onder de ogen van een Leuvens (en hopelijk ook ruimer) publiek. Een geslaagd initiatief om dergelijke zeldzame en kwetsbare drukjes voor het nageslacht te bewaren. [M. d. S.]
2841.- Michel Oosterbosch, Duizend brevieren en diurnalen. Een drukkerscontract met Dirk Martens uit 1507 in De Gulden Passer, 75, 1997, p. 121-138.
Voor de vroegste periode in de boekdrukkunst ontbreken zeer dikwijls cijfergegevens: hoe groot was de productie van een drukkerij? hoe groot was de oplage van een bepaalde tekst? De bestudering van een contract uit 1507 tussen Dirk Martens, op dat ogenblik te Antwerpen gevestigd, en de abt van het benedictijnenklooster te Werden in het Rijnland betreffende de productie van duizend brevieren en diurnalen, is van dubbel belang. Het levert ons cijfermateriaal èn informatie over de technische zijde van het beroep. Dirk Martens (Theod(e)ricus Martini de Alosto) krijgt, mede in naam van de abt van Egmond in Holland, opdracht van de Duitse abt van Sint-Ludger duizend brevieren en diurnalen 'iuxta ordinarium unionis Bursfeldensis' (beide abdijen waren aangesloten bij de Congregatie van Bursfeld) in Parijs te drukken of te laten drukken. De akte, verleden in het minderbroedersklooster te Antwerpen op 1 juni 1507 en hier integraal uitgegeven, berust in het Algemeen Rijksarchief te Den Haag, fonds Abdij van Egmond. In de overeenkomst staan bijzonderheden over het lettertype, de inkt (zwart en rood), het papier; er worden eisen aan de correctie gesteld en de levering wordt tegen februari 1508 in Antwerpen verwacht; bedragen ten bate of ten laste van Martens worden opgegeven. Martens, die al zijn sporen als drukker van liturgica had verdiend, aanvaardt de opdracht de brevieren in Parijs te drukken of te laten drukken. Hij krijgt de kopij ('exemplar') en moet na levering de exemplaren 'met een hamer pletten' en 'gladmaken' ('malleo contundere et complanare'). De prijs van één exemplaar komt op 15 stuivers. Martens heeft zijn opdracht uitgevoerd - zo blijkt, maar exemplaren zijn niet bekend. Zolang niet geweten is door wie Martens te Parijs heeft laten drukken -van een eigen atelier in de Franse hoofdstad is evenmin iets bekend-, kan er ook niet gericht worden gezocht. Dit artikel van Oosterbosch brengt ons zeer waardevolle gegevens aan en stelt terzelfdertijd een nieuw raadsel! [E. C.-I.]
2842.- Isabelle Diu, De l'humanisme du Nord à la République des lettres: stratégies intellectuelles et éditoriales in Eulalie: médiathèques, libraires et lecteurs en Nord - Pas-de-Calais, 1, 1998, p. 99-108.
In dit nieuwe tijdschrift (eigenlijk een jaarboek), uitgegeven door de Association régionale des directeurs de bibliothèques du Nord - Pas-de-Calais (redactie-adres: ARDIB, 2 rue Ferrand, F-59300 Valenciennes; directeur: Marie-Pierre Dion. Abonnement buitenland 160 FF) staan uit de aard der zaak meer bijdragen die voor de boekgeschiedenis vooral dan in de Zuidelijke Nederlanden, waardevol zijn.
I. Diu vraagt zich af hoe de overgang is gebeurd van wat later het noordelijk humanisme genoemd is, naar de Respublica literaria, door de humanisten nagestreefd en dankzij de drukkunst tot stand gekomen. Zij concentreert zich hierbij op de eerste drie decennia van de zestiende eeuw, met de figuren van Erasmus, Maarten Dorp en Dirk Martens centraal. Een eeuw na het eerste gebruik van de term, wordt Erasmus als de prins van die Respublica beschouwd. De boekdrukkunst is hierin een onvervangbaar medium geworden. [E. C.-I.]
Zie ook nr.
2837
2843.- Christiane Piérard, L'imprimé à Mons dans le dernier quart du XVIe siècle in Eulalie, 1, 1998, p. 149-159.
Historisch overzicht van de drukkunst in Bergen, Hg. (Mons), uitgaande van een orienterende literatuurlijst; hierin ontbreken echter nogal wat recentere publicaties.[E. C.-I.]
2844.- Manuel Stoffers & Pieter Thijs, De 'Logica memorativa' van Thomas Murner, het eerste educatieve kaartspel en zijn publicatiegeschiedenis in Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis, 5, 1998, p. 7-26, ill.
De Duitse franciscaan Thomas Murner (1469/75-1537) was een veelzijdig professor en auteur van talrijke, vaak satirische, publicaties. Twee didactische werken presenteerde hij als een kaartspel: een logisch en een juridisch. Na een niet-geautoriseerde uitgave te Krakau in 1507 verschenen er binnen de tijdsspanne van een jaar twee drukken: te Straatsburg bij Johann Grüninger én te Brussel bij Thomas vander Noot. I.t.t. de beweringen van H. Pleij (o.a. in De sneeuwpoppen van 1511, p. 203) is de Straatsburgse druk het model geweest van Vander Noot (aantoonbaar o.a. op basis van tekstuele varianten en kleine verschillen in de houtblokken, evenals wegens een correctere datering van Grüningers uitgave). [M. d. S.]
2845.- Leo van Buyten, Petrus Phalesius' Leuvense vestigingen in "De Gulden Liberarye " en tegenover het kerkhof van Sint-Pieter in Musica antiqua, 15, 1998, p. 59-62, ill.
Over de lotgevallen van het pand geheten 'de Gulden Lyberarie', waarvan het spoor tot in 1509 is te traceren. [E. C.-I.]
2846.- Henri Vanhulst, Het dansboekje van Petrus Phalesius (Leuven, 1571), context en repertoire in Musica antiqua, 15, 1998, p. 67-69.
Als enige drukker van meerstemmige muziek in de Nederlanden heeft Phalesius zich ook beziggehouden met een instrumentaal ensemble: Liber primus leviorum carminum = Premier livre de danseries. Aansluitend hierbij (p. 70-74) het interview door Karolien Selhorst, Phalesius 1571 versus Leuven 1998: een gesprek met Sigrid T'Hooft en Peter van Heyghen over de dans- en muziekvoorstelling en uitvoering in de zomer 1998 o.l.v. de choreografe S. T'Hooft en de musicus P. van Heyghen. [E. C.-I.]
2847.- Frans Slits, Laurentius Torrentinus. Drukker van Cosimo, hertog van Florence, ? 1500-1563.- Gemert: Heemkundekring "De Kommanderij Gemert " / Drukkerij Vos, 1995.- [x], 145 p.: ill.; 30 cm.- (Bijdragen tot de geschiedenis van Gemert, 19).- ISBN 90-73621-08-9.
Heel laat, maar toch nog meer dan het vermelden waard, deze boeiende en overvloedig geïllustreerde monografie over een hertogelijk drukker in Firenze, maar van afkomst een Brabander uit Gemert: een Laurens van den Bleeck. Met zijn humanistische vriend Arndt van Eyndhoudts uit Aarle (Arnoldus Arlenius Peraxylos) begon hij in 1533 een boekhandel in Bologna. In 1547 werd Torrentinus uitgever, drukker en boekhandelaar in Firenze, in 1554 in Pescia en in 1562 tenslotte in Mondovì (bij Turijn). Deze studie kan hopelijk onderzoekers inspireren tot een even fraai boek over een andere drukker uit de Nederlanden - al zullen er hier niet veel hebben gecorrespondeerd met een Vadianus bv. (schitterende facsimile's van brieven en andere archivalia). Een prachtboek! [M. d. S.]
Zie ook nr.
2938
2848.- Mia Awouters, 16de-eeuwse muziekinstrumenten in het Hortus musarum van Petrus Phalesius 1552-1553 in Musica antiqua, 15, 1998, p. 63-65, ill.
Ontleding en duiding van de titelhoutsnede van de Hortus musarum, in 1552-1553 in twee delen bij Phalesius verschenen. [E. C.-I.]
2849.- Gerard Jaspers, Het mannetje op de stropdas en de sjaal van het Nederlands Genootschap van bibliofielen in Jaarboek van het Nederlands Genootschap van bibliofielen 1997 ... (cf. nr. 2788), p. 135-146, ill.
Toelichting bij de keuze van de houtsnede die als model heeft gediend bij het kiezen van een 'sprekend' motief op 'bibliofiele' das en sjaal. Het blijkt niet zo maar een mannetje met een boek te zijn. Neen, het behoort tot een gezelschap van drie heren, die te zien zijn in een houtsnee-titelrand die Nederlandse reformatorische drukken tussen ca. 1523 en ca. 1565) siert. J vertelt met verve zijn zoektocht naar de juiste interpretatie van het drietal. Blijkt -getuige de verschillende drukken waar de rand in voorkomt- dat het dispuut gevoerd wordt tussen een aanhanger van het nieuwe geloof en een traditionele theoloog, ondersteund door het gekroonde hoofd dat, gezien de periode, Karel V moet zijn. Het oerbeeld (?) komt uit een Straatsburgse druk (1516) waarin het gaat tussen de conservatieve Keulse dominicaan Jacob van Hoogstraten, en twee tegenstanders, Joannes Reuchlin en Johann Pfefferkorn. [E. C.-I.]
2850.- Leon Voet, Uitgeversbanden in de Officina Plantiniana, enkele kanttekeningen. in Mélanges d'histoire de la reliure... (cf. nr. 2803), p. 119-127.
In het Plantijnse archief worden 'livres des relieurs' zonder onderbreking van 1564 tot 1791 bewaard. Uit deze registers blijkt dat tienduizenden banden in Antwerpse binderijen in opdracht van de drukker(s) zijn uitgevoerd. Het gaat om eenvoudig, verzorgd werk zonder artistieke pretentie. Het aantal gebonden drukken dat de Officina verliet is klein, tot zeer klein te noemen. V gaat voor het jaar 1566 na wat de post voor de uitbesteding van bindwerk als investering betekende. Is het vnl. op vraag van de klant geweest dat er een boek werd gebonden? V gaat verder na welke soorten banden, in welke hoeveelheden en aan welke prijzen werden geleverd. Zo blijkt dat de dure marokijnband en het gewone genaaide exemplaar bijna niet voorkomen, terwijl banden in schaap, kalf en perkament (van kalf en van schaap) het gros uitmaken. Dit alles werd door elf boekbinders vervaardigd, waarbij zich een zekere vorm van specialisatie aftekent. Veel bijzonderheden en termen uit de eerste hand. Nuttig! [E. C.-I.]
2851.- Een stad vol boeken: bibliotheken en leescultuur in Brugge in de 16de eeuw. Ed. Ludo Vandamme.- Brugge: Historisch Fonds van de Stadsbibliotheek, 1998.- 32 p.: omslag, ill.; 29 cm.
In margine van de grote tentoonstelling 'Van Memling tot Pourbus' in het oud Sint-Janshospitaal te Brugge (augustus - december 1998), is o.m. een tentoonstelling opgezet in de Openbare Bibliotheek De Biekorf van 17 augustus tot 17 oktober 1998: Brugge was niet enkel een stad van schilders, óók van boeken! Onder leiding van Ludo Vandamme hebben een paar historici zich aan het werk gezet om voor een breed maar geïnteresseerd publiek te tonen wat er in Brugge wel allemaal met boeken aan de hand was. Dit ging natuurlijk verder dan boeken te Brugge gedrukt. Ook de boekhistoricus vindt hier eerstehands informatie. Bibliotheken en leescultuurstaan centraal. A. Dewitte publiceert in 'De bibliotheek van een kannunik: Alle de boucken van Jacob de Heere 1546-1602' zijn handgeschreven boekenlijst uit 1568. A. Vandewalle, hoofdarchivaris van de stad, belicht 'De Spaans-Brugse koopliedenfamilie Pardo en haar boekenbezit'. L. Vandamme zelf bespreekt 'Een bibliotheek in het karmelietessenklooster Sion', klooster opgericht in 1487 (afgeschaft in 1783), waardoor het verklaarbaar wordt dat de bibliotheek overwegend uit 'gheprente' werken bestond, 'ghebonden in berderen'; het bindwerk werd uitgegeven. A. Dewitte behandelt, op grond van inventarissen en andere bronnen, 'Kapittelbibliotheken in Brugge', te weten die van Sint-Salvatorskerk, Sint-Donaaskerk en de Onze-Lieve-Vrouwekerk. L. Vandamme stelt 'Een humanistische bibliotheek in de Sint-Andriesabdij' voor, de benedictijnenabdij uit de twaalfde eeuw. Tot dit kloosterbezit behoort de onlangs opgedoken (en door de stad Brugge verworven) paneelstempelband met in het randschrift de naam MARTINUS VULCANIUS, band aan Goldschmidt bekend maar vervolgens niet meer traceerbaar. Vulcanius zou niet de bezitter zijn maar de boekbinder..., steunend op de interpretatie, door A. Dewitte, van een archieftekst, twintig jaar geleden in de 'Handelingen van het Genootschap voor geschiedenis' gepubliceerd. Uit deze tekst blijkt wel dat Maertin de Smet, filius Andries, een boekwinkel had maar niet dat hij boeken bond. Er zal nog onderzoek moeten gevoerd worden! De laatste bijdrage is van D. Imhof en gaat over 'De boekhandel van Christoffel Plantijn met Jacobus Plantius', Brugs boekverkoper die zich bij de Antwerpse drukker kwam bevoorraden. Deze fraai verzorgde brochure, één geniet cahier, had best een omslag kunnen hebben; er wordt niet enkel met de titel maar ook met de tekst meteen in huis gevallen. Op de achterzijde staan o.m. de bruikleengevers, waartoe de KB Brussel behoort maar niet vermeld is. [E. C.-I.]
2852.- Martin Wilhelm Roelen, Die Heresbach-Bibliothek in Wesel in Humanismus als Reform am Niederrhein: Konrad Heresbach 1496-1576. Ausstellung Wesel (...) Düsseldorf (...). Ed. Jutta Prieur.- Bielefeld: Verlag für Regionalgeschichte, 1996, p. 97-129, 216-224, ill.- (Schriften der Heresbach-Stiftung Kalkar, 4).- ISBN 3-89534-194-0. DM. ???
De Nederrijnse humanistische pedagoog, jurist en diplomaat Konrad Heresbach liet het belangrijkste deel (370 banden) van zijn omvangrijke (2000 banden tellende) bibliotheek na aan de stad Wesel. De rest werd een eeuw later (in 1674) geveild. Ondanks zware oorlogsschade (1945) en soms nog grotere schade door gebrek aan bekwame boekverzorging in de volgende decennia, is toch nog een deel (84 banden) gered. Die worden nu bewaard in het stadsarchief van Wesel. Dankzij de Heresbach-Stiftung zijn een aantal boeken volledig gerestaureerd. In dit artikel is vooral de transcriptie van de oudste inventaris van belang (p. 112-129). Heresbach had een meer dan gemiddelde humanistische bibliotheek, met talrijke standaardedities van Griekse en Latijnse auteurs - maar er zit bv. ook een (nog bewaarde) Vesalius (1555) in. Uit de Nederlanden waren er Deventer en Delftse incunabels, evenals een Antwerpse bijbel. [M. d. S.]
2853.- Claude Sorgeloos, Une bibliothèque scientifique au XVIe siècle: les livres de Liévin I van der Piet, chanoine de Cambrai et médecin, et de Liévin II van der Piet, médecin in Eulalie, 1, 1998, p. 109-147, ill.
Geen inventaris, noch catalogus, maar wel de boeken zelf vormen ditmaal de grondstof voor de voorstelling van een wetenschappelijke bibliotheek van twee naamgenoten, oom en neef. De collectie werd door beide Van der Piet's, die ook allebei arts waren, gevormd. Van der Piet was een bekende Gentse patriciërsfamilie, wat mede kan blijken uit de naam Livinus. Lieven I is als kanunnik te Kamerijk in 1575 overleden; van Lieven II, de zoon van zijn broer Bernard, is geen overlijdensdatum bekend. Welke de lotgevallen van de bibliotheek waren vanaf het einde van de zestiende eeuw tot einde achttiende toen de Ecole centrale du département de Jemappes werd opgericht, is niet met zekerheid bekend. Hoe dan ook, de boeken, nog steeds in hun oorspronkelijke staat, worden nu in de huidige universiteitsbibliotheek van Bergen, Hg. (Mons) bewaard. Tot nu toe heeft S 92 banden aangetroffen, goed voor 155 titels. Het leeuwendeel gaat naar geneeskunde, farmacie, botanica en andere aanverwante gebieden; van bijbels, brevieren of dgl. voorlopig geen spoor, wat er op kan wijzen dat de collectie in Bergen niet de complete is.
Achtereenvolgens gaat S diep in op de aldus verzamelde teksten -grotendeels in het Latijn- verschenen in de grote centra waaronder Antwerpen en Leuven, op de eigendomsmerken (handgeschreven ex-libris, wapenstempels), de gebruikssporen -beiden lazen met de pen in de hand- waartoe bibliografische verwijzingen een verrassend belangrijke plaats innemen, op de banden (perkament of kalfsleer) die vnl. Lieven II heeft laten uitvoeren, hoogstwaarschijnlijk bij een binder in de omgeving. De eindnoten geven blijk van gedegen kennis van de betreffende literatuur. In een eerste bijlage wordt een stamboom van de familie Van der Piet gegeven, in een tweede de voorlopige lijst boeken in de bibliotheek Van der Piet. S heeft hier een ongemeen boeiend stuk bibliotheekgeschiedenis geschreven. [E. C.-I.]
2854.- Den Duytschen Cathoen, naar de Antwerpse druk van Henrick Eckert van Homberch. Met als bijlage de andere redacties van de vroegst bekende Middelnederlandse vertaling der 'Dicta Catonis'. Ed. A.M.J. van Buuren in samenwerking met O.S.H. Lie en A.P. Orbán.- Hilversum: Verloren, 1998.- 207 p.: omslag, facsim.; 23 cm.- (Middelenederlandse tekstedities, 5).- ISBN 90-6550-028-6. Fl. 37.50
Eeuwenlang hebben de verzen van de Dicta Catonis kinderen (bijna altijd kleine jongens) de eerste beginselen van Latijn (en van "beschaving ") bijgebracht. Niet verwonderlijk dan dat de tekst ook in Middelnederlandse redacties is overgeleverd, in handschrift én in druk. In 1500 verscheen te Antwerpen bij Henrick Eckert van Homberch Den duytschen Cathoen (uniek exemplaar: Koninklijke Bibliotheek Den Haag 229 G 16). Ook in latere drukken van andere teksten werden soms "Cathoenen " toegevoegd. De drukken van Jan van Ghelen, Hieronymus Verdussen en Pauwels Stroobant worden in bijlage besproken (p. 181-186): enkele bijzondere exemplaren (Serrure-Arenberg) zijn weer opgedoken! Alle versies zijn vakkundig uitgegeven. Lof ook voor de uitgever die erin slaagt om van een wetenschappelijk werk ook een uiterst verzorgd en aangenaam leesboek te maken! [M. d. S.]
2855.- Karel Bostoen m.m.v. C.A. Binnerts-Kluyver ... [et al.], Bonis in bonum: Johan Radermacher de Oude (1538-1617), humanist en koopman.- Hilversum: Verloren, 1998.- 80 p.: ill.; 20 cm.- (Zeven Provinciënreeks, 15).- ISBN 90-6550-155-X. Fl. 25.
Het merkwaardige Album J. Rotarii (Universiteitsbibliotheek Gent, Hs. 2465) was aanleiding tot een fraai boekje over een typisch zestiende-eeuwse koopman-humanist, die als zovelen wat op de achtergrond is gebleven. Op 14 maart 1538 te Aken geboren was hij actief te Antwerpen, Londen, opnieuw te Aken en tenslotte te Middelburg, waar hij op 15 februari 1617 overleed. Zijn omvangrijke bibliotheek werd in 1634 (!) aldaar geveild. Radermacher was een hervormd (calvinistisch) koopman met een humanistische voorkeur voor geleerden (Clusius en Ortelius) en kunstenaars (Hoefnaghel). Zelf schreef hij een Nederlandse grammatica, gelegenheidspoëzie voor alba amicorum, en bezorgde hij de uitgave van M.A. Florio, Historia de la vita de Giovanna Graia (Middelburg: Richard Schilders, 1607), een biografie van de (kortstondige) protestantse koningin van Engeland, Lady Jane Gray. Op de titelpagina prijkt Radermachers 'symbolum ": een globe met de tekst "Bonis in bonum " ( "de goeden ten goede ", d.w.z. voor de "goeden " [=hen die God liefhebben] keert alles zich ten goede - Rom. 8:28). Met deze voortreffelijk gedocumenteerde en mooi gepresenteerde verkenning is alweer een vergeten internationaal netwerk uit de beginjaren van de Republiek tot leven gewekt. Aanbevolen lectuur ! [M. d. S.]
2856.- P.J. Verkruijsse, P.C. Hooft: een toontje lager. Over liedbundels, lettertypes en lezers in Zeven maal Hooft. Lezingen ter gelegenheid van de 350ste sterfdag van P.C. Hooft, uitgesproken op het herdenkingscongres in de Amsterdamse Agnietenkapel op 21 mei 1997. Onder red. van Jeroen Jansen.- Amsterdam: A D & L, 1997, p. 79-97.
Boeiende aanzet tot een vernieuwend onderzoek van de relatie typografie - consument. Wie las er (of kon er lezen) gotisch, romein en civilité ? Hoe was die "geletterdheid " verdeeld over de bevolking ? Wat leerde men op welke school ? V. heeft een tachtigtal "liedboeken " uit de jaren 1575-1660 onderzocht op de relatie tussen die lettertypes. De helft ervan bevat uitsluitend gotisch, een kwart geen gotisch. De civilité is beperkt tot 8 liedboeken rond 1600, en tot sporadisch gebruik in titels of bijschriften verder in de zeventiende eeuw. Ook de formaten bepaalden het lezerspubliek: van de dure foliant / kwarto (oblong) tot de kleinere duodecimo's en de miniatuurformaten. Tevens is de aanwezigheid van teksten van Hooft daaraan gerelateerd. Het beeld dient nog scherper te worden gesteld, maar Hoofts leespubliek krijgt dan toch enige, zij het nog wazige, contouren. [M. d. S.]
2857.- R.G. Fuks-Mansfeld, Het 'heilig ambacht' in Amsterdam: titelbladen, colofons en rabbinale goedkeuringen als bron van gegevens over Joodse drukkers en zetters in de zeventiende eeuw in Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis, 5, 1998, p. 45-58.
Het colofon werd in de zestiende eeuw verdrongen door het titelblad. Merkwaardige uitzondering: Hebreeuwse boeken hadden tot het einde van de achttiende eeuw colofon én titelblad. Daarnaast bevatten zij nog twee andere "bibliografische " vermeldingen: de namen van de financier(s) van de uitgave, evenals aanbevelingen van bekende rabbijnen. A. toont aan dat deze elementen onmisbaar zijn voor een goed inzicht in de drukgeschiedenis en in de lotgevallen van auteurs en geïntendeerd publiek van Hebreeuwse boeken uit Amsterdam. Zo vormt dit artikel tevens een aardige Nederlandse synthese van het standaardwerk ter zake: L. Fuks en R.G. Fuks-Mansfeld, Hebrew typography in the Northern Netherlands 1585-1815. Historical evaluation and descriptive bibliography (Leiden 1984-1987). [M. d. S.]
2858.- Lucy Schlüter & Pierre Vinken, The Elsevier "Non Solus " imprint.- Amsterdam: Elsevier Science, 1997.- 33 p.: ill.; 22 cm.- ISBN 0-444-82859.
Iconografische analyse van het beroemde Elzeviermerk (oude man bij bladerrijke boom (omrankt door een klimplant), met het motto "non solus ") - voor het eerst gebruikt door Isaac Elzevier in 1620, en thans nog in gebruik bij de gelijknamige, in 1880 door J.G. Robbers gestichte uitgeverij(concern). Gelijkend op het "Noli altum sapere "-merk van de Estiennes, is het een vrij complexe emblematische samenballing van symbolen uit verschillende (klassieke en christelijke) cultuurbronnen. Het dichtst in de buurt komen emblemen I 32 en 37 van Joachim Camerarius' Symbola et emblemata (Neurenberg 1590). Zoals boom en wijnrank elkaar steunen (en nodig hebben !), zo heeft ook de "filosoof " (geleerde [uitgever]) een educatieve en maatschappelijke verantwoordelijkheid: men leeft niet (voor zich) alleen. [M. d. S.]
Zie ook nr.
3150
2859.- Peter van Dael, "De Christelijcke leeringhe met vermaeck gevat ": de functie van illustraties in boeken van jezuïeten in de Nederlanden tijdens de zeventiende eeuw in De zeventiende eeuw, 14, 1998, p. 119-134, ill.
Gebaseerd op onderzoek van voorwoorden, opdrachten e.d. in geïllustreerde werken van jezuïetenauteurs uit de (vnl. Zuidelijke) Nederlanden. Woord en beeld staan in dienst van de geestelijke en spirituele vorming van de mens, en dat via de prikkeling van de affecten en het oproepen van emoties - allerlei vormen van religieuze emblematiek dus. [M. d. S.]
2860.- Jan Storm van Leeuwen, Some very early Dutch prize bindings in Quaerendo, 28, 1998, p. 128-140, ill.
De tentoonstelling van prijsboeken in Leuven, in 1991 door C. Coppens georganiseerd (Kroniek 17
nr. 1720) en de aanvulling daarop door de Kon. Bibliotheek Den Haag in 1992 (Kroniek 18 nr. 1853) hebben de aandacht gescherpt (wat een van de bedoelingen was). De auteur van de Aanvullingen kan vijf nieuwe voorbeelden aan de reeks toevoegen die de opmerkelijke eigenschap hebben dat ze erg vroeg zijn (vóór 1650 zijn prijsbanden zeldzaam, vóór 1630 zéér zeldzaam): Vlissingen 1603, Den Briel 1617, Dordrecht 1618, Den Briel en Middelburg 1622, Amersfoort 1624, Monnikendam 1626. De bandversieringen zijn geheel verschillend. [E. C.-I.]
2861.- Christian Coppens, Deux ou trois choses à propos d'une reliure douaisienne de 1629 in Mélanges d'histoire de la reliure ... (cf. nr. 2803), p. 159-163, ill.
Dit verhaal over een prijsband gemaakt te Dowaai, eindigt met een glimlach waarin de flarden ('deux ou trois choses': wat is overgebleven aan informatie) zich weerspiegelen: de uitgave in 1629 bij Balthasar Bellerus in Dowaai van de Historia universa sacra et profana van de Bruggeling Andreas Hoius, de schenking van een exemplaar door de auteur aan de theoloog en graecus Theodoor van Cowerden, gedateerde maculatuur uit de band. Volgt de beschrijving van de band en de verdere lotgevallen. Plezierig geschreven! [E. C.-I.]
2862.- Elly Cockx-Indestege, L'atelier de reliure du Collège des jésuites à Bruxelles, 1630-1685 in Mélanges d'histoire de la reliure... (cf. nr. 2803), p. 165-176, ill.
De collectie emblematahandschriften van het Brussels jezuïetencollege bevindt zich grotendeels in de Brusselse KB. Op enkele uitzonderingen na, zijn al de banden op dezelfde wijze gebonden en op analoge wijze versierd: leer over houten platkern, met kaders van rolstempels. Vijftien verschillende rollen (florale) zijn onderscheiden; wrijfsels ervan zijn afgebeeld. Of deze Binderij van het Brussels Jezuïetencollege in of buiten de muren van het college was gevestigd, is nog niet achterhaald. Dit artikel is mede bedoeld als een uitnodiging rolstempelbanden uit de Zuidelijke Nederlanden in genoemde periode op meer systematische wijze te bestuderen en in kaart te brengen. [A.]
2863.- Paul Dijstelberge, De lof der onleesbaarheid.- [Leiden]: De Ammoniet; [Enschedé of Zutphen]: Bührmann-Ubbens Papier, [1997].- [20] p.: omslag, facs.; 25 cm.
Heel fraai verzorgde gelegenheidsplaquette op 175 exemplaren, gezet uit de Hollandse Mediaeval en met een Victoria degelpers gedrukt in een vormgeving van Jos van der Zee en de drukker. Op een badinerende toon geschreven geeft D overwegingen over verzamelaars en Elzeviertjes ten beste. Vaak was in Nederlandse drukken van de zeventiende eeuw het lettercorps te klein of het papier van inferieure kwaliteit, het zetsel slecht beïnkt of tè compact, te smalle binnenmarges, allemaal beletsels voor moeiteloze, aangename lectuur. Het streven van de Elseviers naar kwaliteit hebben zij uiteindelijk betaald met hun reputatie van slordig, conservatief enzovoort. 'Vormgeving laat zich aan de hand van onleesbare teksten het beste bestuderen' stemt zowat overeen met de bewering (o.m. door Van Krimpen geuit) dat een goede vormgeving niet mag opvallen. [E. C.-I.]
2864.- Pierre Delsaerdt, Libri Liberti: de bibliotheek van Libertus Fromondus (1587-1653) in Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis, 5, 1998, p. 27-43, portr., ill.
De Leuvense filosoof en theoloog Libertus Fromondus is vooral bekend gebleven als wetenschapper (astronoom en tegenstander van het Cartesianisme) en theoloog (vriend en verdediger van Cornelius Jansenius). Op basis van de boekhouding van de Leuvense pedel, boekverkoper en veilingmeester Georgius Lipsius (1606-1682), bewaard in het Brusselse Algemeen Rijksarchief (Oude Universiteit Leuven, 271), kan (de veiling van) Fromondus " bibliotheek worden gereconstrueerd: 109 kopers (waaronder 83 uit Leuven) voor 806 kavels (waarvan de helft "theologische " werken, maar ook nogal wat filosofische en "wetenschappelijke " uitgaven). Een genuanceerde, belangrijke kijk op een Zuid-Nederlandse professorenbibliotheek in volle zeventiende eeuw. [M. d. S.]
2865.- Herwig J.F. Ooms, Inventaris van de bibliotheek van de recoletten in Hazebrouck in Franciscana, 53, 1998, p. 165-173.
De minderbroeders hadden weliswaar geen eigen klooster in Hazebroucq (Frans-Vlaanderen) maar verbleven er in de nabijheid van de grauwzusters. Toen zij er weggingen werd in 1677 een inventaris opgemaakt van de boeen die de paters in het huis van de zusters bezaten. Hij werd aangetroffen in het Provinciaal Archief van de Minderbroeders te Sint-Truiden en wordt hier uitgegeven. De 45 banden dateren vnl. uit de tweede helft van de zeventiende eeuw: predicatie, meditatie en moraal. [E. C.-I.]
2866.- Luc Knapen, L'organisation de la bibliothèque de l'abbaye de Saint-Hubert en Ardenne au XVIIe siècle in Archives et Bibliothèques de Belgique = Archief- en Bibliotheekwezen in België, 68, 1997, p. 143-165, tab.
Een aantal jaren reeds is Luc Knapen bezig met een diepgaand onderzoek naar de bibliotheek van de benedictijnenabdij van Sint-Hubert (Ardennen). Enkele deelresultaten zijn reeds gepubliceerd (cf.
2811). Thans beschrijft hij inrichting en inhoud van de bibliotheek na de grote brand van 1635. Hij gaat daarvoor terug naar de bronnen: de archivalia (in het Rijksarchief te Saint-Hubert) en de boeken. Zo lezen wij hier een eerste synthese over het boekenbezit anno 1665. Niet minder belangrijk is zijn minutieuze reconstructie van de bibliotheekruimte in de abdij en van de opstelling van de boeken - aspecten die te zelden aan bod komen. Met dergelijke degelijke funderingen kunnen wij zijn totaalstudie met vertrouwen tegemoet zien. [M. d. S.]
Zie ook nrs. 2811; 3028
2867.- Ingrid Weekhout, Boekencensuur in de Noordelijke Nederlanden: de vrijheid van de drukpers in de zeventiende eeuw.- Den Haag: Sdu, 1998.- xvi, 580 p.: ill.; 24 cm.- (Nederlandse cultuur in Europese context; monografieën en studies, 11).- ISBN 90-12-08617-5. Fl. 39, 50.
Ingrid Weekhout, Tolérance ou répression? L'influence des factions citadines sur la censure des livres au XVIIe siècle. Quelques cas roterodamois in Etudes germaniques, 52, 1997, p. 231-245.
Omvattend proefschrift (K.U.Nijmegen) over de zo geroemde tolerantie in de Republiek. er was vrijheid van (boek)handel én censuur. W. onderzoekt theorie en prktijk, van de centrale overheid en van de stadsmagistraat: (1) censuurwetgeving en uitvoeringspraktijk van de Staten-Generaal en de Staten en het Hof van Holland; (2) censuurmaatregelen van de Nederduitse en Waalse gereformeerde kerk op centraal en provinciaal niveau; (3) boekencensuur in Rotterdam, Deventer en 's-Hertogenbosch. Amsterdam is niet systematisch onderzocht, omdat juist die stad een vertekend beeld gaf van volledige vrijheid. Ook op censuurgebied (én dus ook voor de boekhandel)was Amsterdam een buitenbeentje. De censuurwetgeving is onderzocht voor vier perioden: 1617-1625, 1647-1655, 1667-1675 en 1687-1695 - de cruciale decennia voor de Republiek. De uitvoeringspraktijk wordt toegelicht aan de hand van het optreden tegen afsplitsingen van de gereformeerde kerk (remonstranten, doopsgezinden, socinianen), tegen sektarische stromingen (rozenkruisers, labadisten etc.) en tegen katholieken en joden. Twee opmerkelijke bijlagen: (p. 371-389) "Lijst van verboden drukwerk wel en niet vermeld in Knuttel 1914 " (Verboden boeken in de Republiek der Vereenigde Nederlanden. Beredeneerde catalogus), en (p. 391-397) "Nulresultaten per archief " (een nieuwigheid, van nut voor andere onderzoekers !). Wie zich met boekencultuur van de zeventiende eeuw bezighoudt, mag deze grondige monografie niet ongelezen laten.
Het Franse artikel biedt een case study: de zaken tegen Isaac Naeranus (1672 - i.v.m. een politiek pamflet, Hollants venezoen) en Paulus Boekenes (1688). Beiden waren het slachtoffer van politieke tegenstellingen in Rotterdam. [M. d. S.]
2868.- P.G. Hoftijzer, Het Nederlandse boekenbedrijf en de verspreiding van Engelse wetenschap in de zeventiende en vroege achttiende eeuw in Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis, 5, 1998, p. 59-71, ill.
Na een vergelijking van het Engelse en het Nederlandse boekenbedrijf (16de-17de eeuw) gaat H. dieper in op het Nederlandse aandeel in de verspreiding van Engelse wetenschappelijke publicaties en op de boekhandelsrelaties tussen beide landen. Vooral de handelscorrespondentie van de Londense boekhandelaar Samuel Smith (1683-1692) verdient nadere studie. [M. d. S.]
2869.- Brian G. Armstrong, Bibliographia Molinaei. An alphabetical, chronological and descriptive bibliography of the works of Pierre du Moulin (1568-1658). - Genève: Droz, 1997. - clvii, 564 p.; 26 cm. - (Travaux du Grand Siècle, 7). - ISBN 2-600-00186-7. Sfr. 142, 80.
Gedetailleerde bibliografie van de wel erg productieve Franse calvinistische theoloog Pierre du Moulin, van 1591 tot 1598 professor te Leiden, later te Parijs en Sedan. Als zodanig heeft zijn oeuvre nogal wat raakpunten met de Nederlanden. Hij schreef niet minder dan 175 werken, gedrukt tussen 1592 en 1848. De meeste verschenen in het Latijn en het Frans, vaak ook met vertalingen in het Nederlands, Engels en Duits. Drukplaatsen in de Nederlanden: Amsterdam, Alkmaar, Arnhem, Bolsward, Brussel (in 1848 !), Delft, Den Haag, Dordrecht, Gorinchem, Hoorn, Leiden [ontbreekt in het register !!!; met o.a. Th. Basson, Raphelengius, Elzevier], Middelburg, Rotterdam, Schiedam en Utrecht. Het behoorlijk eigenzinnige systeem van beschrijven maakt het de occasionele gebruiker bepaald niet gemakkelijk. De auteur heeft jarenlang talloze bibliotheken doorzocht, maar heeft wellicht de juiste benaming ervan niet altijd helder genoteerd: "Antwerpen-StadtB: The State Library of Antwerp, Belgium " (jaja ... p. xxi), "University Library, Middelburg " (p. xliv). De toch niet onbelangrijk collecties oude drukken in Brussel, Gent en Leuven ontbreken in de lijst. Nuttig, maar behoedzaam te hanteren. [M. d. S.]
2870.- A. Krikke, Ruit hora. Bibliografie van de bibliotheca Grotiana uit de verzameling van Kornelis Pieter Jongbloed (1913-1994).- Den Haag: Juridische Boekhandel & Antiquariaat A. Jongbloed & Zoon, [1997].- 322 p.: ill.; 25 cm.- ISBN 90-7006214-3. Fl. ???
"Ruit hora " ( "de tijd vervliegt ") was het symbolum van Hugo Grotius. Andermaal heeft een verzamelaar jarenlang gepoogd Grotius " omvangrijke oeuvre weer bij mekaar te brengen. K.P. Jongbloed was als juridisch antiquaar uiteraard vooral gericht op dat aspect. Eerste drukken van Mare liberum (1609) en van De iure belli ac pacis (1625) behoren dan tot de pronkstukken; daartoe mag ook de Apologeticus (1622) worden gerekend, wegens "e dono Autoris " én een fraaie "fanfare "-band (afb. p. 205). Verrassend is een Lucanus-editie (1614) "ex libris Gerardi Noodt ". De verzamelaar Jongbloed was dus een echte "liefhebber ". Zijn catalograaf daarentegen is een echte "amateur ". Het begint al met de titel "Bibliografie " i.p.v. "Catalogus ", en het gaat door met veel omhaal van archaïserende ( "philologie " / "typographie ") en ronduit verkeerde terminologie (een drukkers- of uitgeversmerk heet hier "typographisch handelsmerk ", paginacijfers die niet "gepakt " hebben, enz.). En uiteraard is er in de tientallen regels tellende beschrijving van elk nummer geen collatie te vinden (wegens onbekend ?). Grotius heeft het niet echt getroffen met zijn bibliografen. Het gezaghebbende werk van Ter Meulen en Diermanse (1950) heeft bij al zijn torenhoge verdiensten één even hoog nadeel: de "analytical bibliography " is aan hen voorbijgegaan. het blijft dus wachten op de bibliografie van Hugo de Groot (mét drukgeschiedenis). Ruit hora is echt een gemiste kans ( "verspeelde tijd "). Jammer, want aan dit "boek " (oplage 300 exemplaren) is veel zorg (en geld) besteed ... O ja, een register ontbreekt natuurlijk ... [M. d. S.]
2871.- Paul Begheyn, Uitgaven van jezuïten [!] in de Noordelijke Nederlanden 1651-1700 in De Zeventiende Eeuw, 14, 1998, p. 135-158.
Belangrijk bibliografisch overzicht: 349 uitgaven, in het Nederlands en het Latijn, van Athanasius Kircher en over de Chinamissie, van filologische en historische teksten tot de exacte wetenschappen. Met een Short-title catalogue van uitgaven van jezuïeten in de Noordelijke Nederlanden 1651-1700 (p. 143-155 - als vervolg op Kroniek 23
nr. 2728). [M. d. S.]
2872.- Johan Verberckmoes, Kluchtboeken in de Spaanse Nederlanden in De zeventiende eeuw, 13, 1997, p. 411-424.
V., gepromoveerd op Schertsen, schimpen en schateren. Geschiedenis van het lachen in de Spaanse Nederlanden (Nijmegen 1997) bespreekt hier de kluchtboeken in de Zuidelijke Nederlanden. Van Een nyeuwe clucht-boeck (Antwerpen 1554), over Ghenuechelijcke ende recreative exempelen (Antwerpen 1627) tot de talloze boekjes van Joan en Judocus de Grieck (Brussel 1671-1700), schetst hij de evolutie van het genre: eerst intellectuele anecdotiek met een zedenles, dan hilariteit voor schooljongens, ten slotte grappen voor het grote publiek. Met belangrijke bibliografische gegevens (o.m. exemplaaropgave) in de noten. [M. d. S.]
2873.- Paul J. Smith, Clément Marot aux Pays-Bas: présence de Marot dans les bibliothèques privées des hollandais au XVIIe siècle in Clément Marot, "Prince des poëtes françois ", 1496-1996. Actes du Colloque international de Cahors en Quercy, 21-25 mai 1996. Réunis et présentés par Gérard Defaux et Michel Simonin. Paris: Champion, 1997, p. 799-813. (= Colloques, congrès et conférences sur la Renaissance, 8).- ISBN 2-85203-683-5.
De dichter Clément Marot is ook in de Nederlandse literatuur geen onbekende: als psalmberijmer en vroeg-renaissancist beïnvloedde hij Nederlandse psalmvertalingen én poëzie van o.m. Lucas D "Heere, Jan vander Noot, Roemer Visscher en Jacobus Revius. In de zeventiende eeuw gaf hij zijn naam aan een personage in een kluchtboek (Het leven en bedrijf van Clément Marot) dat 22 drukken en een Duitse vertaling kende. S. onderzocht de aanwezigheid van Marot-drukken in Nederlandse particuliere bibliotheken. Hij analyseerde 211 zeventiende-eeuwse veilingcatalogi op de aanwezigheid van Franse literatuur. Marot bleek nog erg populair met 54 exemplaren - vgl. Rabelais (84), Montaigne (80), Du Bartas (81) Ronsard (40), Du Bellay 11.
Lezerssporen vond hij bij Constantijn Huygens en bij schoolmeester David Beck (cf. Kroniek 23
nr. 2716). [M. d. S.]
2874.- Noël Golvers, Ferdinand Verbiest's "Compendium Latinum ", Peking 1678, with a census in Quaerendo, 28, 1998, p. 85-127, ill.
De teksten van F. Verbiest (1623-1688) over westerse astronomie in Peking mondden uit in zijn hoofdwerk Astronomia Europaea (Dillingen 1687). Hun merkwaardige ontstaansgeschiedenis en hun eerdere verspreiding (in handschrift en/of xylografisch) hebben vele onderzoekers in verwarring gebracht. G. heeft alle (22) bekende exemplaren opnieuw beschreven en zodoende klaarheid gebracht in deze onduidelijke toestand. Bijzondere aandacht is besteed aan de herkomst, m.n. van die exemplaren die reeds in de zeventiende eeuw in West-Europa terechtgekomen waren. [M. d. S.]
2875.- Pierre Delsaerdt & Dries Vanysacker, Repertorium van Antwerpse boekenveilingen 1750-1800 in De Gulden Passer, 75, 1997, p. 5-119.
In de tweede helft van de achttiende eeuw werden er in Antwerpen minstens 748 boekenveilingen gehouden. Voor 514 ervan werd een catalogus gedrukt. Daarvan werden er slechts (of toch ...) 346 teruggevonden in openbare verzamelingen. D.& V. hebben de 748 veilingen systematisch gerepertorieerd en ontsloten. Niet alleen materiële gegevens (plaats, datum enz.) werden vermeld, maar ook de teruggevonden exemplaren (al dan niet met namen van kopers en/of met de behaalde prijs). Het geheel is ontsloten met 4 registers: op eigenaars van de geveilde boeken, op drukkers en veilinghouders, op personen en instituten buiten Antwerpen, en op andere objecten dan gedrukte boeken (handschriften, kaarten, prenten, maar ook bv. chirurgijnsgereedschap of muziekinstrumenten). In de inleiding (p. 14 overzichtelijke grafiek) zijn de voornaamste resultaten samengevat: bv. omvang van de veilingen, drukkers en veilingmeesters. [M. d. S.]
Zie ook nrs.
2883; 3043; 3048
2876.- Raf Van Laere, Gesigneerde vignetten en aanverwante houtsneden uit Luik en Antwerpen in Maastrichtse drukken van de 17de en 18de eeuw, in Revue belge d'archéologie et d'histoire de l'art = Belgisch tijdschrift voor oudheidkunde en kunstgeschiedenis, 66, 1997, p. 107-139, ill.
Aansluitend bij zijn eerder verschenen studie over 'gesigneerde ornamenten en aanverwante houtsneden' in Luikse drukken (cf. Kroniek 20
nr. 2169) onderzoekt Van Laere nu het hergebruik van Antwerpse en Luikse houtblokken als ornament in Maastrichtse drukken. Dergelijke houtblokken bleven zeer lang in gebruik, en gingen van de ene drukker over naar de andere. De eerste Maastrichtse drukkers gebruikten vooral materiaal met een Antwerpse herkomst; later traden Luikse houtsneden meer op de voorgrond. Voorbeeldig geïllustreerd onderzoeksverslag. [P.D.]
2877.- Guy Biart, L'inventaire des impressions bouillonnaises du XVIIIe siècle in Archives et Bibliothèques de Belgique - Archief- en Bibliotheekwezen in België, 68, 1997, p. 23-33.
Pleidooi voor een nieuwe, solide bibliografie van in Bouillon gedrukte werken, en grondige kritiek van de in 1993 verschenen Impressions bouillonnaises van Josy Etienne. [P.D.]
2878.- J. Boone, "In naam van het Franse volk ": twee "Kapiteins van de opstandelingen ", Pieter Corbeels en Albert Meulemans, voor de Krijgsraad in Taxandria, Nieuwe reeks, 79, 1997, p. 59-123, ill.
Van Pieter Corbeels, drukker in Leuven en Turnhout, is bekend dat hij zijn drukkerij in 1798 verliet om de leiding te nemen van de Boerenkrijg. In dit artikel wordt vooral aan de hand van militaire bronnen uitgebreid verslag gedaan van de omstandigheden waarin hij in 1798-99 door de Franse overheid werd aangehouden en gearresteerd. Het levert een grondig gedocumenteerde biografische aanvulling op het vorig jaar gepubliceerde artikel van Natalie Kerssebeeck (cf. Kroniek 23
nr. 2734). [P.D.]
2879.- Het Antwerpse Stadts Druckerschap toegekend aan Joannes Grangé op 28 september 1759.- Wildert: De Carbolineum Pers, 1998.- [8] f.: ill.; 21 cm.
Uitgave van de voorwaarden die door het Antwerpse stadsbestuur aan Joannes Grangé werden opgelegd bij zijn benoeming als stadsdrukker, naar een afschrift, bewaard in het Antwerpse Rijksarchief. Het document dateert van 28 september 1759. [P.D.]
2880.- J.H. Landwehr, Hergebruik van boekillustraties in de Lage Landen in De boekenwereld, 14, 1997-1998, p. 70-77, ill.
Aan de hand van vier voorbeelden toont Landwehr aan hoe illustraties (onder meer in zeventiende-eeuwse embleemboeken) tot in de negentiende eeuw hergebruikt werden in volksprenten en kinderboeken. Het verschijnsel is al lang bekend, zodat deze anecdotische bijdrage vooral bedoeld lijkt voor een niet-gespecialiseerd publiek. [P.D.]
2881.- Jan Storm van Leeuwen, De leeuw-banden, Gerard van Loon en het exemplaar van drie van zijn werken in de Brusselse Koninklijke Bibliotheek in Mélanges d'histoire de la reliure... (cf. nr. 2803), p. 199-242, ill.
Ongemeen interessante en boeiend geschreven studie over een type band, vervaardigd door de Eerste stadhouderlijke binderij (ca. 1725-1793) in Den Haag in de achttiende eeuw in opdracht van de Nederlandse penningkundige Gerard van Loon (1683-1758). Inmiddels zijn van dit atelier 181 + 81 banden of stellen van banden bekend. Twee ervan bevinden zich in de Brusselse Koninklijke Bibliotheek. Zij behoren tot de grotere groep van over de zestig 'leeuw-banden': in het midden op de platten steet een stempel een gaande, klauwende leeuw voorstellend, of in een lauwerkrans, of door stempels omringd, of door beide. Dankzij de Brusselse exemplaren is de spannende zoektocht naar de oorspronkelijke eigenaar van de banden nu zo goed als rond. StvL gaat achtereenvolgens uitvoerig in op de typering van de banden, de teksten die ze omsluiten, de datering (jaren 20, 30 van de achttiende eeuw), Joost Romswinckel (1745-1824) uit Leiden die de banden bij Johannes Gaillard, boekverkoper in Den Haag had gekocht en wiens collectie in 1807 door de Haagse KB was verworven, het Brusselse stel van elf banden in groot-folioformaat, Van Loons schenking aan de UB Leuven, de persoon van Gerard van Loon, en uiteindelijk de hamvraag: is Van Loon de 'leeuw-verzamelaar'? Volgt daarna de lijst van de nu bekende 'leeuw-banden', geordend eerst naar formaat, dan naar onderwerp. [E. C.-I.]
2882.- D.J.R. Vanysacker, Tussen traditie en vernieuwing. Een blik op de privé-bibliotheken van Antwerpse geestelijken aan het einde van de achttiende eeuw (1775-1800) in Noordbrabants historisch jaarboek, 14, 1997, p. 202-217, ill.
Bewerkte versie van een lezing op het elfde Colloquium De Brabantse Stad, gewijd aan 'Een halve eeuw van wisselende kansen voor de Brabantse steden in Noord en Zuid, 1780-1830'. De auteur vergelijkt de privé-bibliotheken van vier Antwerpse hogere geestelijken: de kanunniken P.A.J. Knijff en F.A.S. Bruynincx en de bisschoppen H.G. van Gameren en J.T.J. Wellens. Twee van deze bibliotheken analyseerde Vanysacker in het kader van een onderzoeksproject over particulier boekenbezit in Antwerpen in de tweede helft van de achttiende eeuw (zie elders in deze kroniek). De bibliotheken van Bruynincx, Wellens en Knijff waren hoofdzakelijk gericht op de eigen tijd. Bruynincx en Wellens toonden daarbij vooral belangstelling voor binnenkerkelijke discussies; bij Knijff stonden bovendien talrijke politiek-satirische en libertijnse geschriften op de planken. [P.D.]
Zie ook nr.
3043
2883.- Pierre Delsaerdt & Dries Vanysacker, The library of Franciscus Bruynincx, official principal, learned canon and bibliophile from Antwerp (1719-1791) in Revue d'histoire ecclésiastique, 92, 1997, p. 767-796.
Het Antwerpse onderzoeksproject over particulier boekenbezit te Antwerpen begint vruchten te dragen. Naast het onmisbare basiswerk, het Repertorium (Kroniek
nr. 2875), wordt de verkenning van concrete bibliotheken steeds verfijnder. De bibliotheek van kanunnik Franciscus Bruyninckx kon niet alleen worden geanalyseerd aan de hand van de veilingcatalogus, maar vooral op basis van de notariële afwikkeling door de testamentuitvoerders. Tevens zijn, naast de prijzen, ook de namen van 115 kopers bekend. Bruyninckx " bibliotheek droeg het gewicht van functie en traditie, maar was niet afkerig van vernieuwingen in het contemporaine geestesleven. Daarbovenop waren er enkele echt bibliofiele trekjes: catalogi van toonaangevende particuliere collecties (La Vallière bv.) én aandacht voor echt oude boeken, incunabelen dus (overzicht p. 792-795 met prijs en naam van de koper). [M. d. S.]
Zie ook nr. 3043
2884.- Jos van Heel, Bolongaro Crevenna, een Italiaans koopman en bibliofiel in Amsterdam in Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis, 5, 1998, p. 73-93, portr. facsim.
Voorlopig verslag van een onderzoek naar één van de rijkste privé-bibliotheken in de achttiende-eeuwse Republiek, de collectie van de Milanese, in Amsterdam gevestigde zakenman Pietro Antonio Bolongaro Crevenna (1736-1792). Als schoonzoon en opvolger van een zeer vermogende Italiaanse handelaar in snuiftabak, wist Crevenna een bibliotheek van ongeveer 25.000 banden op te bouwen. Talrijke buitenlandse geïnteresseerden bezochten de boekenverzameling en schreven lovende woorden over de zeldzaamheid van de boeken en de geleerdheid van hun eigenaar. Crevenna zelf publiceerde er in 1775-76 een zesdelige catalogus van. Van Heel beschrijft hier de externe geschiedenis van de bibliotheek, vooral op basis van het in Frankfurt bewaarde familie-archief Bolongaro Crevenna. Het verhaal eindigt in mineur met het failliet van de bibliofiel en de verspreiding van zijn collectie tijdens verschillende veilingen. Zijn boeken kwamen (al dan niet via omwegen) onder meer terecht in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag, de Bodleian Library en de universiteitsbibliotheek van Göttingen. [P.D.]
2885. - Pierre Delsaerdt & Dries Vanysacker, Boeken erven en verwerven: de privé-bibliotheken van de Antwerpse kanunnik Petrus Knyff (1713-1784) en zijn vader Jacobus (1681-1756) in De achttiende eeuw, 30, 1998, p. 79-96, ill.
Veilingcatalogi en post-morteminventarissen bieden "slechts " een overzicht van welke boeken iemand aan het einde van zijn leven in huis had. Hoe die collectie tot stand kwam is nog maar zelden beschreven. Dankzij archivalische inventarissen is het de auteurs mogelijk gebleken beide delen van de in 1785 verkochte bibliotheek te analyseren: vader Jacobus had veel aandacht voor natuurwetenschappen, zoon Petrus meer voor de contemporaine discussies rond de Franse Verlichting én voor schandaalkronieken (zelfs voor clandestiene literatuur). [M. d. S.]
Zie ook nr.
3043
2886.- Jan Roegiers, Entre bibliothécaires. La correspondance du carme liégeois J.P.R. Stéphani, alias Jean Népomucène de la Sacrée Famille, avec J.F. van de Velde à Louvain in De lectuur van het verleden. Opstellen over de geschiedenis van de geschiedschrijving aangeboden aan Reginald de Schryver. Onder redactie van J. Tollebeek, G. Verbeeck, & T. Verschaffel.- Leuven: Universitaire Pers, 1998, p. 251-261. (Symbolae Facultatis Litterarum Lovaniensis, Series A, 24).- ISBN 90 6186 893 9.
Bespreking van (een deel van) de briefwisseling tussen Jean-Pierre-Renier Stéphani (1737-1817), bibliothecaris van het Luikse karmelietenklooster, en Jan Frans van de Velde, bibliothecaris van de Leuvense universiteit. De auteur vond veertien brieven van Stéphani terug in het fonds Van de Velde van het Groot Seminarie van Gent. In de geleerdenwereld van het einde van de achttiende eeuw, zo blijkt, speelden brieven nog een zeer belangrijke rol: vragen om informatie, verslagen van bezoeken aan bibliotheken in het buitenland, uitwisseling van handschriften en onderlinge aanmoedigingen in de revolutionaire tijd die ze beleefden. Ongetwijfeld hebben dergelijke epistolaire contacten tussen erudieten niet alleen de kwaliteit van hun wetenschappelijke arbeid bevorderd, maar ook de samenstelling beïnvloed van de bibliotheken die aan hun zorgen waren toevertrouwd. [P.D.]
2887.- Catalogus librorum Werbrouck. Met een inleiding van Boris Rousseeuw.- Wildert: De Carbolineum Pers, 1997.- 84 p.: ill.; 28 cm.- BF 5000. Boris Rousseeuw, Elf Novemberstraat 22, B-2910 Wildert.
Facsimile editie, met de behaalde prijzen in margine genoteerd. In de inleiding wordt nader ingegaan op de aard van de collectie en op de veilinghouder. Jozef Werbrouck (1692-1747), veertiende bisschop van Antwerpen, had een studie-bibliotheek van meestal recente werden aangelegd met nadruk op ecclesiastische en historische literatuur. Voor de drukker-uitgever-veilinghouder Johannes Grangé te Antwerpen was dit een van zijn grootste veilingen: 581 nummers. De catalogus is nog in het Latijn, volgens faculteiten en formaten opgesteld. De Carbolineumpers zorgde voor een fraai verzorgde en gepast geïllustreerde bibliofiele inleiding. [W.W.]
2888.- Luc Dhondt, De la symbiose des Pays-Bas autrichiens et de la France dans l'édition et dans le commerce des imprimés prohibés au XVIIIe siècle in Eulalie, 1, 1998, p. 191-198.
Over de handel van verboden boeken in Frankrijk en de Oostenrijkse Nederlanden. [E. C.-I.]
2889.- Sofie Cerutti, Illegale handel in boeken rond 1791. Paapes biografie van Willem V of hoe een boekhandelaar in het Rasphuis belandde in De Achttiende Eeuw, 30, 1998, p. 59-78.
De Nederlandse publicist Gerrit Paape publiceerde in 1791 bij Pierre la Fage in Duinkerke een bijzonder scherp anti-orangistisch Leven van Willem den Vijfden. Cerutti brengt hier het relaas van de moeilijkheden waarmee de Amsterdamse boekverkoper Jan Verlem af te rekenen kreeg toen er bij hem een voorraad van gevonden werd. Het kwam tot verschillende verhoren. De verslagen daarvan tonen aan dat er een wijd vertakt netwerk van patriottische schrijvers, uitgevers, drukkers en boekverkopers bestond, dat nog in 1791 de verspreiding van patriottische boeken in Nederland mogelijk maakte. Bovenal blijkt eruit hoe de illegale boekhandel rond 1791 georganiseerd was. [P.D.]
2890.- Joseph Ermens, Boeken vercoopen tot Brussel (een brief aan Joannes Grangé). Ed. Boris Rousseeuw.- Wildert: De Carbolineum Pers, 1998.- [6] f.; 23 cm.
Uitgave van een brief van de Brusselse boekverkoper Joseph Ermens aan zijn Antwerpse collega Grangé (bewaard in het Antwerpse Rijksarchief en gedateerd 20 mei 1777), waarin hij hem inlicht over de Brusselse wetgeving inzake het verkopen van boeken door vreemdelingen op jaarmarkten. Mooi uitgegeven naar aanleiding van de jaarvergadering van de Vlaamse Werkgroep Boekgeschiedenis te Brussel, in september 1998. [P.D.]
2891.- Kuniko Forrer, De wereld is vol gekken: de ontstaansgeschiedenis van 'Het Groote Tafereel der Dwaasheid' in De boekenwereld, 14, 1997-1998, p. 106-124, ill.
In 1720 heerste in de Republiek een algemene aandelenkoorts. Dat leidde tot de publicatie van allerlei geschriften en prenten die deze 'windhandel' op de korrel namen. In Het Groote Tafereel der Dwaasheid werden de losse publicaties gebundeld tot een lijvig volume. Aansluitend bij oudere studies van Frederik Muller, Gerrit van Rijn en de Amerikaan Arthur H. Cole, draagt K. Forrer hier elementen aan voor een reconstructie van de complexe drukgeschiedenis van het boek. [P.D.]
2892.- Raf Van Laere, Enkele 18de-eeuwse toneelprogramma's uit Belgisch-Limburg bewaard in de Stadsbibliotheek van Maastricht (Vervolg) in Limburg - Het Oude Land van Loon, 77, 1998, p. 125-134.
Beschrijving van een programmabrochure voor een schooltoneelvoorstelling in het gymnasium van Rekem, gedateerd 1775. Jammer genoeg ontbreekt een reproductie van het stuk. Ook ontbreekt de verwijzing naar het eerder verschenen artikel over het onderwerp. [P.D.]
2893.- Chris Coppens, Jan Roegiers [e.a.], Neogotiek in de boekenkast. Catalogus bij de tentoonstelling in de Centrale Bibliotheek van de K.U. Leuven, 6 november - 20 december 1997. Ed. Carine Dujardin.- Leuven: KADOC: Centrale Bibliotheek K.U. Leuven, 1997.- 157 p.: omslag, ill.; 21 x 24 cm.
Het KADOC (Katholiek Documentatie- en Onderzoekscentrum) te Leuven is sedert een aantal jaren uitgegroeid tot een enorme schatkamer van allerlei documentatie èn boeken, goeddeels daterend uit de twee laatste eeuwen en met betrekking tot het culturele, sociale en politieke leven in de ruimste zin, met christelijke signatuur. Met de regelmaat van een klok organiseert het centrum tentoonstellingen met stukken uit eigen bezit, met de bedoeling ze na inventarisering, kenbaar te maken. Een belangrijk gedeelte van het Vlaams-Belgisch cultureel patrimonium wordt aldus op voorbeeldige wijze bewaard, ontsloten en ontgonnen. De negentiende eeuw vooral is soms smalend beoordeeld; voldoende afstand voor de terugblik is er nu zeker, wat ongetwijfeld mee geleid heeft tot systematisch onderzoek van een periode rijk aan velerlei facetten. Eén daarvan is de neogotiek.
Carine Dujardin van het KADOC komt de verdienste toe het initiatief te hebben genomen om voor het eerst naar buiten te treden met een tentoonstelling over de neogotiek in het Belgische boek, samen met de Centrale Bibliotheek van de KU Leuven en het Universiteitsarchief. De vele boeken en grafische documenten komen ditmaal niet exclusief uit het KADOC: een groot aantal instellingen en particuliere collecties werden hiervoor opgespoord en aangezocht. In wezen vormt deze tentoonstelling een aanzet -maar een heel belangrijke!- tot de verdere ontginning van het neogotische boek in al zijn aspecten: typografie, handschrift en verluchting, illustratie, decoratie, boekband, zonder het efemere drukwerk te vergeten. Dit is niet de geringste verdienste van deze onderneming. Het ambachtelijke staat naast het industriële, de miniatuur naast de lithografie, luxeproduct naast massaproduct. Hiermee gaat een stijlevolutie gepaard: van het 'nieuw-middeleeuwse' (de zg. troubadoursstijl) over de zg. geleerde neogotiek, de Sint-Lucasneogotiek (de rol van baron de Béthune, stichter van de Sint-Lucasscholen, wordt speciaal belicht), tot de geleidelijke overgang naar nieuwe stijlrichtingen. Een greep uit het vele wat op de tentoonstelling -maar ook in dit (blijvend) boek- te ontdekken valt: almanakken (vb. Gentsche almanak voor 1823), kalenders en ander gelegenheidsdrukwerk (diploma's, menu's), eenbladdrukken (vb. Broederschap van de Heilige Familie, 1845), kronieken (vb. Histoire des ducs de Bourgogne), porseleinkaarten, prenten, devotieprentjes, facsimile-uitgaven (vb. Imitatio Christi), kranten en tijdschriften (vb. Revue de l'art chrétien), letterproeven (van de Sint-Augustinusdrukkerij te Brugge bv.), kerk- en gebedenboeken (Desclée, Dessain, Casterman), gulden boeken en hulde-albums, kathedraalbanden (vb. Masquillier), uitgeversbanden (legio), banden met verheven beeldhouwwerk (vb. Ondereet). De beste beloning voor Dujardin en de auteurs van de verschillende hoofdstukken zou zijn dat met dit initiatief de aandacht voldoende gewekt is bij boekhistorici: zijn de talloze edities van missalen en dgl bibliografisch beschreven? idem voor de liturgica? zijn de verschillende versieringstechnieken van de boekband al in kaart gebracht, geïdentificeerd en beschreven? zijn alle facsimileprocédés al bestudeerd aan de hand van negentiende-eeuwse getuigen? Enzovoort. Aan het werk!
Er is zorg besteed aan de publicatie. Een bibliografie ontbreekt niet, de registers evenmin: op auteurs en anoniemen, drukkers, uitgevers en boekverkopers, auteurs en anoniemen van handschriften, miniaturen en prenten, bestemmelingen genoemd in opdrachten en herdenkingen, boekbinders, herkomsten, algemeen register. Voor de vormgeving tekent Johan Mahieu uit Brugge. De inleidende stukken staan over twee kolommen, de beschrijvingen over drie en de afbeeldingen, zwart/wit en in kleur, zitten goed. Keurig omslag. Persoonlijk hou ik niet van het bijna vierkant formaat en het kwistig gebruik van lettertypen; misschien is dat negentiende-eeuws geïnspireerd?! [E. C.-I.]
2894.- Paul LUNA, Two Oxford Bible Types in Matrix, 17, 1997, p.78-93, ill.
In 1939 werd J. van Krimpen door de Oxford University Press benaderd om een letter te ontwerpen, speciaal voor bijbeluitgaven. De Tweede Wereldoorlog kwam daartussen en Van Krimpen ging pas aan het werk in 1947. In 1949 was hij klaar met het tekenwerk, waarna een periode van aanpassingen volgde, als reactie op de commentaar vanwege Monotype Company, meestal in de persoon van Stanley Morison. De Oxford University Press gaf het type, dat klaar was in 1951, de naam 'Sheldon'. De 'Sheldon Bible' werd gezet in 1953 en uitgegeven in 1954. [W.W.]
2895.- Mathieu Lommen, Helmut Salden: his book-jackets and monograms in Quaerendo, 28, 1998, p. 141-151, ill.
Engelse versie van de oorspronkelijk in het Nederlands verschenen bijdrage aan de feestbundel A.R.A. Croiset van Uchelen, Scripta manent (Kroniek 23
nr. 2652). [E. C.-I.]
2896.- Clement Caremans, Herman Teirlinck Breviarium: Beknopt alfabetisch verklarend woordenboek over het leven en werken van Herman Teirlinck.- Antwerpen: Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven, 1997.- 317 p.: omslag, ill., 28 cm.
Verschenen n.a.v. een tentoonstelling in het AMVC bevat dit alfabetisch geordend 'woordenboek' een lemma over 'Boekbandversiering en boekillustratie' (p. 37-40). Minder bekend vermoedelijk zijn Teirlincks gaven als tekenaar: hij verzorgde illustraties voor boeken van hemzelf en van andere schrijvers, ontwerpen voor boekversiering en boekbanden. De lijst van 44 titels heeft evenwel enkel betrekking op uitgaven van Van Dishoeck waarvoor Teirlinck de bandversiering ontwierp en in enkele gevallen ook voor de boekversiering instond.
Voorwaar een uitstekend idee. Te betreuren valt het onfraaie eindresultaat: onhandig formaat, te glanzend papier, lelijke letter. Jammer! [E. C.-I.]
2897.- Alfons K.L. Thijs, De Mechelse boekdrukkerij P.J. Hanicq als uitgeefster van populair beeldmateriaal (1817-1855) in De Gulden Passer, 75, 1997, p. 183-237, ill.
Petrus Josephus Hanicq (1753-1828), te Mechelen als boekdrukker, boekverkoper en uitgever gevestigd, is tot nog toe vnl. bekend voor de talrijke uitgaven van theologische werken, gebedenboeken en vroomheidsliteratuur. Na zijn dood zetten de zonen François Pierre Joseph (1789-1865), en Hubert François de zaak verder. Van twee persen werden het er achttien. En François kreeg de titel van drukker van de H. Stoel. In 1855 nam Henri Dessain te Luik het bedrijf over.
Naast boeken drukte Hanicq ook prenten. T heeft nu de fondscatalogi (1820, 1825 met een afzonderlijke lijst van de prenten), bewaard in het Centrum voor Bedrijfsgeschiedenis (UFSIA), bestudeerd en brengt hier een beeld van aard en omvang van Hanicqs prentenproductie. Concurrentie met Brepols heeft er hem toe genoopt zich te beperken tot godsdienstige prenten. Van de houtgravure, doorgaans ingekleurd, stapte hij over naar de kopergravure, omstreeks 1850 zelfs naar de staalgravure. [E. C.-I.]
2898.- André-Marie Goffin, Les métiers du livre à Namur à la fin du premier Empire in Archives et Bibliothèques de Belgique = Archief- en Bibliotheekwezen in België, 68, 1997, p. 93-112, ill.
Op 5 februari verscheen in Napoleontisch Frankrijk (en dus ook in de 'Départements réunis') een decreet op de drukkerij en de boekhandel. Het legde onder meer een beperking van het aantal drukkers per departement op, en organiseerde de censuur. Vanuit Parijs werden inlichtingen opgevraagd over de verschillende drukkers en boekverkopers. Dat leidde tot een briefwisseling met de prefecten, waarin vaak een gedetailleerd beeld geschetst werd van het plaatselijke boekenbedrijf. A.M. Goffin bestudeerde de briefwisseling van de prefect van het departement van Samber en Maas, en bespreekt hier de verschillende personen die in Namen als drukker of boekverkoper actief waren in het begin van de negentiende eeuw. [P.D.]
2899.- Leon Vandevelde, De Oudenaardse drukpers van 1830 tot 1980, in Handelingen van de Geschied- en Oudheidkundige Kring van Oudenaarde, 35, 1998, p. 385-426, ill.
Overzicht van de drukkerijen, werkzaam in die periode, zowel in de stad Oudenaarde als in de randgemeenten. Het merendeel van deze firma's bracht weekbladen op de markt. Eigenlijke uitgeversactiviteiten waren schaars. [W.W.]
2900.- Tineke Jacobi, Made in Holland? Een toelichting op de illustraties in 'De Gids' in De boekenwereld, 14, 1997-1998, p. 166-178, ill.
Tussen 1837 (eerste jaar van publicatie) en 1841 kwam 'De Gids' uit met een bijzondere attractie: het deel mengelwerk bevatte illustraties (houtgravures, steendrukken, kopergravures). De platen werden door Nederlandse kunstenaars geleverd (o.a. A. Cranendoncq, J.P. Lange, J.W. Kaiser), maar waren dikwijls reproducties van reeds eerder uitgegeven, meestal buitenlands prentwerk. Uitgever Beijerinck wilde hiermee de 'nieuwheid' van het tijdschrift beklemtonen. [W.W.]
2901.- Ernest Claassen, Het 'Nederlandsch Magazijn', het 'Nederlandsch Museum' en 'De Honigbij', drie geïllustreerde tijdschriften in de jaren dertig en veertig van de negentiende eeuw in Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis, 5, 1998, p. 133-146, facsim.
Deze drie tijdschriften richtten zich tot een nieuw lezerspubliek dat het lezen nog maar beperkt machtig was. Ze waren goedkoop en geïllustreerd met houtgravures. Het 'Nederlandsch Magazijn' (1834-1885) moet, gezien zijn levensduur, een groot publiek aangesproken hebben, hoewel een jaargang (5 à 6 gulden) een compleet weekloon van een arbeider verteenwoordigde. Het blad was met veel korte stkjes bedoeld voor mensen die niet gewend waren veel te lezen. Het 'Nederlandsch Museum' (1836-1870) was goedkoper (3 gulden per jaargang), maar telde slechts vier illustraties per jaar. Lange sterotiepe 'Historische en Romantische Verhalen' maakten het hoofdaandeel van het blad uit. 'De Honingbij' (1842-1862) probeerde de stijl van duurdere tijdschriften (grote formaat, gekleurd omslag) te combineren met dezelfde eenvoudige illustraties als de voorgaande 'penningmagazijnen' tegen 3, 90 gulden per jaargang. Het blad bood vooral vermaak. [W.W.]
2902.- Fernand Bonneure, Stijn Streuvels en Jules Fonteyne in Zoals ik u schreef. Jaarboek van het Stijn Streuvelsgenootschap, 3, 1997, p. 195-229 (noten p. 357-358), ill.
De Brugse kunstenaar Jules Fonteyne (1878-1964) illustreerde niet minder dan vijf werken van Streuvels in de periode 1910-1927. Rijkelijk verluchte bijdrage over een nauwelijks bekend boekillustrator. [M. d. S.]
2903.- Marcel de Smedt, De briefwisseling Frans Masereel (1889-1972) - Stijn Streuvels (1871-1969) in Zoals ik u schreef. Jaarboek van het Stijn Streuvelsgenootschap, 3, 1997, p. 75-118 (noten p. 341), ill.
De 28 hier gepubliceerde brieven (14 van elk) uit de periode 12 mei 1928 - 4 februari 1930 geven nadere informatie over Masereel als illustrator van Streuvels " Kerstwake (1928). Veel later (in 1965) zal Masereel nog de 20ste druk van De vlaschaard verluchten. [M. d. S.]
2904.- Broeder Max: grafisch werk. Tentoonstelling KADOC van 27 mei tot 29 augustus 1998.- Leuven: Katholiek Documentatie- en Onderzoekscentrum, 1998.- 12 p.: ill.; 30 cm.
Bescheiden maar goede, geïllustreerde publicatie n.a.v. een tentoonstelling van een veel te weinig bekend, om niet te zeggen miskend, veelzijdig kunstenaar. Victor Van Meerbeeck (1903-1973) uit Turnhout, ingetreden bij de broeders van Liefde, is sedertdien als broeder Max(iminus) door het leven gegaan. Behalve geschilderd heeft hij veel getekend; voor een deel vond dit zijn neerslag in ontwerpen voor boekomslagen en affiches, en in boekillustraties. Het is precies dit laatste aspect, Broeder Max, expressionistisch geïnspireerd graficus, dat hier speciaal belicht is. [E. C.-I.]
2905.- Claude Sorgeloos, A propos d'une reliure de Masquillier à cadres de filets, conservée à Mons in Mélanges d'histoire de la reliure... (cf. nr. 2803), p. 243-251, ill.
De band van Idelphonse-Louis Masquillier (1803-1842), binder te Bergen, Hg., omsluit een exemplaar van de Dictionnaire rouchi-français van Gabriel Hécart (1755-1838) van Valenciennes, gedrukt op geel papier en bij Lemaître in Valenciennes in 1834 verschenen. S besteedt uitgebreid aandacht aan het stempelmateriaal en het versieringspatroon van de band: beide getuigen van grote eenvoud en nemen daardoor een aparte plaats in in de productie van Masquillier. [E. C.-I.]
2906.- Alfons K.L. Thijs, Hernieuwde belangstelling voor het oude sierpapier in De Gulden Passer, 75, 1997, p. 239-250, ill.
De publicatie in 1994 van Sierpapier & marmering (Kroniek 20
nr. 2155) was voor Th. aanleiding om een minder bekend aspect van de Antwerpse bibliofilie te belichten. Emile van Heurck, Ary Delen en Max Elskamp publiceerden in 1916-1918 bij Albert de Tavernier drie folkloristische boekjes waarvan de platten waren versierd met "dominoterie " (sierpapier met een overwegend ruitvormig patroon of met marmering). De boekjes waren gedrukt bij J.E. Buschmann (Antwerpen). Van Heurck en Elskamp verzamelden, net als Jos. Goudswaard en Oscar van Schoor, bladen brokaat- en sierpapier. Specimina uit hun collecties prijkten op verscheidene tentoonstellingen. Deze verzamelingen zijn thans nog gedeeltelijk bewaard (Volkskundemuseum Antwerpen en in particuliere collecties). [M. d. S.]
2907.- Frans A. Janssen, Ad fontes. On the Bibliotheca Philosophica Hermetica in Quaerendo, 27, 1997, p. 251-279, ill.
Laurens Jansz Costerprijs 1995 verleend aan Joost R. Ritman.- Haarlem: Stichting Haarlem boekenstad, 1995.- 49 p.: portr., facsim.; 21 x 12 cm. (cf kroniek 22
nr. 2429)
Publicatie van een lezing door de directeur van genoemde bibliotheek. Eerst wordt deze voorgesteld: een verzameling teksten in de meest autentieke vorm en tegelijk een onderzoeksinstelling. Vervolgens wordt bepaald wat hermetica is en de Hermetische traditie of 'gnosis' te beginnen met de hellenistische wereld, met betrekking op de mystiek, de alchemie en de rozenkruisers. Tenslotte worden zeven boeken besproken, zeven 'bronnen', waaronder het Pimander of het Corpus hermeticum van Hermes Trismegistus, Hypnerotomachia Poliphili en een Delfts getijdenboek van ca. 1475 in handschrift. [E. C.-I.]
2908.- La Réserve précieuse haute en couleurs.- Bruxelles: Bibliothèque de l'Université libre, 1998.- zonder paginering: omslag, ill.; 19 x 10 cm.
Op initiatief van zijn conservator René Fayt worden de bijzondere collecties van de bibliotheek van de 'Université Libre de Bruxelles' kort maar overzichtelijk gepresenteerd: La Réserve précieuse, Le Fonds et la bibliothèque Max Elskamp (een complement dus van wat in de KB Brussel bestaat), Le Musée- bibliothèque Michel de Ghelderode (zelfde opmerking), Le Fonds, le cabinet et la fondation Marie-Thérèse Lenger, Le Fonds et la bibliothèque Marcel Mariën (de surrealistische schrijver), Le Fonds et la bibliothèque Lionel Bertelson (journalist en bibliothecaris bij 'Agence Belga'), La bibliothèque des littératures populaires - fonds Prins. Een wel erg pompeuze titel voor een kleine brochure, weliswaar goed verzorgd naar ontwerp van Muriel Logist, maar op te stug papier gedrukt.
Gelijktijdig verscheen het nummer 0 (juni 1998) van Lettre d'information du CEDIC (=Centre de l'édition et de l'imprimé contemporains, XIXe-XXe siècles). O.m. is er een kort artikel gewijd aan de 'Bibliotheek van de Vereniging van de belangen des boekhandels'. [E. C.-I.]
2909.- Nicole Hanquart, La bibliothèque du Jardin botanique national de Belgique in Le livre et l'estampe, 44, 1998, nr. 149, p. 185-187.
Opgericht in 1870 kon de botanische tuin in Brussel steunen op de 'Société royale d'horticulture de Belgique' (de nieuwe naam voor de 'Société royale d'horticulture des Pays-Bas', 1826). De bibliotheek hieraan verbonden heeft een oud bestand van ca. 2000 banden: over de classificatie, van middeleeuwse herbaria tot Jussieu en Candolle; over tuinarchitectuur, tuinbouw, farmacologie, verslagen van expedities. Het grootste gedeelte van de bibliotheek is afkomstig van de oude 'Société d'horticulture'. [E. C.-I.]
2910.- Berry Dongelmans & Silvia Zwaaneveldt, De 'naamlijst der inteekenaren' als bron voor onderzoek naar lokale leescultuur in Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis, 5, 1998, p. 95-122, portr., facsim., tab.
In hoeverre is een lokale naamlijst een al dan niet getrouwe weerspiegeling van een lokale leescultuur en dus een betrouwbare bron voor kopers- en lezersonderzoek? Uitgaande van de naamlijst met intekenaren op Robert Hendrik Arntzenius' 'Nagelaten gedichten' wordt die vraag hier aangaande Haarlem gesteld: Arntzenius bewoog zich in de Haarlemse wereld van cultuur, overheid en advocatuur. Onder de 614 intekenaren is de meerderheid uit Noord-Holland afkomstig (uit Haarlem zelf 149 intekenaren).Personen met een vrij beroep zoals dokters of advocaten, leden van de stadsregering en predikanten scoren goed. Toch is het getal 149 te incidenteel: in de periode 1820-1825 blijken 449 Haarlemmers op een of meer boeken te hebben ingetekend; daarvan zijn er hier slechts 33% zichtbaar geworden. [W.W.]
2911.- Walter Schulz, De Johannes a Lasco Bibliotheek in de Grosse Kirche te Emden in Jaarboek van het Nederlands Genootschap van bibliofielen 1997... (cf. nr. 2788), p. 120-134, ill.
Emden is een onuitwisbare naam in de Nederlandse kerk- en boekgeschiedenis (cf. Kroniek 20 nr. 2202). Reeds in 1559 werd hier de thans oudste bibliotheek van Oost-Friesland gesticht. In 1995 kreeg zij een vernieuwde huisvesting en de middelen nodig om een tweede leven te beginnen: dat van een der grote protestantse kerkbibliotheken (waarschijnlijk slechts door Genève voorafgegaan). Bibliothecaris Schulz beschrijft de verbouwing van de bibliotheekruimte en de collecties (10.000 drukken tot 1800, waarvan 6.500 van vóór 1650). Vanzelfsprekend bevinden zich hier talrijke pamfletten en protestantse drukken m.b.t. de Nederlanden ! [M. d. S.]
2912.- René Plisnier, Le Fonds Puissant conservé à l'Université de Mons-Hainaut et l'histoire de la reliure in Mélanges d'histoire de la reliure ... (cf. nr. 2803), p. 137-144, ill.
Gedreven voor het behoud van het artistiek patrimonium in zijn streek en verwoed verzamelaar van velerlei kunstvoorwerpen, is kanunnik Edmond-Félix Puissant (1860-1934) verder bekend als bibliofiel. De tijdens zijn leven samengebrachte verzameling handschriften en drukken legateerde hij aan de stad Bergen. In 1961 werd ze overgebracht naar de Openbare bibliotheek van de stad om in 1966 in de Centrale bibliotheek van de Universiteit in Bergen te worden ondergebracht. De herkomst van al de boeken is nogal uiteenlopend (Plisnier noemt er enkele op). In het kader van een catalogus van de zestiende-eeuwse drukken besteedt P hier aandacht aan enkele typische banden die hij een voor een bespreekt (waaronder een Spespaneel, een medaillonspaneel, verschillende eikelspanelen enz., en één Engelse band. [E. C.-I.]
2913.- M.R. Radermacher Schorer 1888-1956, minnaar van het 'schoone' boek.- Amsterdam: De Buitenkant; Den Haag: Museum van het Boek, 1998.- 141 p.: omslag, portr., ill.; 25 cm.- ISBN 90-70386-97-6.
Niets te vroeg wordt door een tentoonstelling en een boek aandacht besteed aan de figuur van de Utrechtse bibliofiel M.R. Radermacher Schorer. Het mooiste gedeelte van zijn bibliotheek berust sedert 1956 in het Museum van het Boek / Museum Meermanno-Westreenianum. Het is de verdienste van de voormalige bibliothecaris van de KB Den Haag, Leendert Brummel, dat het Museum van het Boek in 1960 werd opgericht met als doelstelling de boekkunst vanaf ca. 1890 te verzamelen. De bundel opstellen, naar aanleiding waarvan een tentoonstelling werd ingericht, is door vier deskundigen samengesteld op initiatief van Tanja de Boer. Deze uitstekende publicatie over een voornaam Nederlands bibliofiel in een adequate vormgeving verdient gelukwensen èn navolging. Een uitvoeriger bespreking verschijnt in jg. 1998 in De Gulden Passer, het tijdschrift van de Vereniging van Antwerpse Bibliofielen. [E. C.-I.]
2914.- A. Keersmaekers, De "bibliotheek " van Felix Timmermans 1913/1914 in Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1996, p. 227-242.
In de periode dat Timmermans aan 'Pallieter' werkte, legde hij ook een lijst van zijn boekenbezit aan: 47 nummers 'Verzen, gezangen, gedichten', 60 nummers 'Proza' en 47 nummers 'Tooneel'. Hij las Nederlands, Frans en Duits. Opmerkelijk was de aanwezigheid van niet weinig teksten uit de klassieke oudheid en de wereldliteratuur. Ook de Franse negentiende eeuw was goed vertegenwoordigd, evenals de eigentijdse Nederlandse letterkunde - met uitzondering van C. Buysse. De lijst was niet compleet: in 'Het ontstaan van Pallieter' vermeldde Timmermans nog tal van werken, die hij in die periode las. In bijlage volgt een transcriptie van de lijst; de titels worden in een daaropvolgende alfabetische lijst geïdentificeerd. [W.W.]
2915.- David Gullentops, La bibliothèque d'Emile Verhaeren. Addendum in Le livre et l'estampe, 44, 1998, nr. 149, p. 29-62.
De bibliotheek van Verhaeren in de 'Archives et Musée de la Littérature' bewaard (KB Brussel) is niet de hele bibliotheek van de Frans-Belgische dichter (+ 1916). Dit was al gebleken uit de in 1930 door Erna Rehwoldt gepubliceerde inventaris, evenals uit de bestaande correspondentie tussen Marthe Massin en genoemde Duitse vriendin. Nu is het ontbrekende gedeelte van de bibliotheek teruggevonden in het 'Musée du Caillou-qui-Bique', destijds de woning van Verhaeren in Roisin. Daarvan heeft Gullentops de inventaris in 1996 gepubliceerd. Maar nog waren alle titels niet terecht. Dankzij de alertheid van conservator Paul Servaes van het Museum Emile Verhaeren in Sint-Amands aan de Schelde werd een document getiteld 'N2 de Gide à Prouvost' aangetroffen in een oude woning te Ruisbroek.
Deze lijst bevestigt wat bekend was over de betrekkingen met andere dichters en schrijvers en over Verhaerens duidelijke belangstelling voor kunstuiting op andere domeinen. Gullentops heeft evenwel niet de 'lijst van Ruisbroek' in haar geheel uitgegeven, maar heeft zich beperkt tot de boeken die niet gelocaliseerd zijn. [E. C.-I.]
2916.- Karel M. De Lille, Vier santjesboeken in Iepers kwartier, 33, 1997, p. 82-86, ill.
Dit soort boeken biedt teksten aan voor drukwerk bij verschillende kerkelijke vieringen: eerste en plechtige communie, huwelijk, priesterwijding, overlijden enz. Een eerste behandelde publicatie is van R.J. Pierik en uitgegeven door J. van Beerendonk te Antwerpen (1880). Een tweede specimen verscheen anoniem als 'Verzameling van Teksten voor Doodbeeldekens' bij H. vander Schelden te Gent (1895). De overige twee titels zijn van (zeer) recente datum. [W.W.]
2917.- Nop Maas, 'Een bijster artistiek bureau' in De boekenwereld, 14, 1997-1998, p. 232-241, ill.
Onder de naam Artistiek-Bureau gaf de Rotterdamse uitgever J. Bergé pornografische literatuur uit. Hij adverteerde daarvoor in het kritische weekblad 'Asmodée'. Zijn productie is moeilijk te traceren omdat dergelijke werken in Brinkmans 'Catalogus' in de regel niet geregistreerd werden. Toch volgt in bijlage een uitvoerige lijst van door het Aristiek-Bureau uitgebrachte titels tussen 1879 en 1892. [W.W.]
2918.- W.L. & J. Brusse's Uitgeversmaatschappij 1903-1965. Red. Sjoerd van Faassen, Hans Oldewarris en Kees Thomassen. Samenstelling fondscatalogus onder verantwoordelijkheid van de Koninklijke Bibliotheek door Peter van Beest en Peter de Bode.- Rotterdam: Uitgeverij 010, 1993.- 272 p.: ill.; 25 cm.- ISBN 90-6450-158-0.
Na langdurige vergeefse pogingen heb ik dit boek eindelijk in handen. Te laat om te bespreken maar hoe dan ook waard om hier te signaleren. Acht opstellen van verschillende auteurs over de Gebroeders Brusse, een analyse van het fonds, het economisch reilen en zeilen, de boekverzorging, de illustratie, literatuur, architectuur en toegepaste kunst en tenslotte educatieve uitgaven en jeugdliteratuur (100 bladzijden). Daarop volgt de fondscatalogus (bij de 150 bladzijden), geordend op jaar; bovenaan de pagina vaak één tot drie verkleinde reproducties van omslagen of kartonnages, erg fraai. De gebruikte uitgeversmerken zijn alle afgebeeld. Een namen- en titelregister sluit het boek af. Voor wie Nederlandse boeken uit genoemde periode in zijn bibliotheek heeft staan, is deze fondslijst een uitdaging om de rekken langs te gaan... wie weet wat hij allemaal van Brusse heeft. [E. C.-I.]
2919.- Louis-Donat Casterman, Casterman face à l'histoire: traces et étude de deux siècles de métiers du livre in Archives et Bibliothèques de Belgique = Archief- en Bibliotheekwezen in België, 68, 1997, p. 113-142, ill.
Sinds de vestiging van Donat Casterman als boekhandelaar te Doornik in 1776-1777 bleven zijn nakomelingen aldaar onafgebroken werkzaam in de wereld van het boek. Aanvankelijk werd de jeugd bereikt via het drukken van catechismussen; in de negentiende eeuw kwamen daar prijsboeken en lithografische albums bij; in de huidige tijd het stripverhaal ('Kuifje' van Hergé is hét grote succesverhaal van de firma). Daarnaast produceert Casterman telefoonboeken en reisgidsen. Een activiteit van twee eeuwen leverde een divers patrimonium op: archieven, boeken, typografisch materiaal en gereedschap voor boekbinders. Doordat het bedrijf nooit verhuisd is en evenmin ooit met oorlogsschade te kampen had, is een zeldzaam complete typografische biotoop ontstaan en in stand gehouden. [W.W.]
2920.- Chantal Keijsper, 'Alle vakken, alle vormen, alle prijzen'. Het fonds van de negentiende-eeuwse Amsterdamse uitgeverij de Gebr. Diederichs in De boekenwereld, 14, 1997-1998, p. 54-68, ill.
De broers George Frederik (1799-1862) en Pieter Arnold (1804-1870) Diederichs waren zeer actief op de uitgeefmarkt en bezaten een fonds van meer dan duizend titels. In 1830 richtten zij het dagblad 'Algemeen Handelsblad/ Nieuwe Amsterdamsche Courant' op. Tussen 1818 en 1840 hadden zij ook een leesbibliotheek en lees-instelling (met een systeem van leesportefeuille). In 1865 besloot de firma zich geheel aan de uitgave van de krant te wijden. Het fonds werd verkocht. Naast oorspronkelijk Nederlands werk waren er ook vertalingen uit het Frans, Duits en Engels. Gebr. Diederichs werkten ook samen met buitenlandse collega's. Zij publiceerden alle mogelijke werken, zodat het fonds nauwelijks kleur en karakter liet zien. Romans en verhalenbundels, theologische en stichtelijke lectuur samen met schoolboeken en naslagwerken waren goed voor 30% van het gehele fonds. Het aantal oorspronkelijk Nederlandstalige romans was wel bedroevend klein: minder dan tien op een totaal van tachtig romans. [W.W.]
2921.- H.T.M. van Vliet, Louis Couperus en L.J. Veen, onthullingen uit een uitgeversarchief in De boekenwereld, 14, 1997-1998, p. 126-140, ill.
Couperus hield zich intensief bezig met de vormgeving van zijn boeken. Zijn uitgever Veen kwam hem daarbij zeer tegemoet. Het bindwerk vertegenwoordigde een zware post in de productiekosten van de boeken. Toen de verkoop van Couperus' boeken daalde, werd Veen voorzichtig en liet hij slechts kleine partijen inbinden, waarvoor dikwijls ingenaaide exemplaren opnieuw gebruikt werden. Er is dus grote diversiteit in Couperus-banden. Het artikel is goed geïllustreerd met specimina van dat bandenmateriaal. [W.W.]
2922. - Hedwig Speliers, "Een beetje meer inkt op het lint van uw machien ". Over de correspondentie Martha van de Walle en Stijn Streuvels in Zoals ik u schreef. Jaarboek van het Stijn Streuvelsgenootschap, 3, 1997, p. 177-193 (noten p. 347-357).
In 1938 kwam Streuvels terecht bij de Vlaams-nationalistische uitgeverij "Wiek Op " van Martha van de Walle (1902-1980). Hij publiceerde er twee werken: in 1938 Paradijssprookjes, een vertaling van de Oostenrijkse nazigezinde auteur Max Mell (1882-1971), en in 1939 een bundel Kerstvertellingen. Streuvels " zakelijke doortastendheid wordt in zijn brieven aan de uitgeefster afgewisseld met enige ironische distantie. [M. d. S.]
2933.- Henri Vanhulst, Les Weissenbruch, éditeurs et marchand de la musique à Bruxelles au début du XIXe siècle in Archives et Bibliothèques de Belgique = Archief- en Bibliotheekwezen in België, 68, 1997, p. 35-54, facs.
In het begin van de negentiende eeuw was de firma Weissenbruch de grootste muziekboekhandel te Brussel. Een eerste catalogus verscheen in 1804, een tweede in 1809. Daaruit bleek dat Weissenbruch drieëntwintig orkestpartituren kon leveren; die werden verspreid in handschrift, wat natuurlijk zeer duur was. Daarnaast leverde men ook muzikale periodieken. Een derde catalogus, uit 1813, liet Weissenbruch kennen als uitgever van achttien componisten, onder wie H. Messemaeckers en J.E. Pauwels. [W.W.]
Go Top
     
     
Over deze site   Home page: www.boekgeschiedenis.be
Ontwikkeling © Johan Hanselaer
Laatste aanpassing: